CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1a Bijlagendocument_ruimtelijke_onderbouwing_v2_16-5-2024

Raad Besluitvormingsronde 4 november 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Energiepark Tolhuislanden - Ontwerp verklaring van geen bedenkingen en Coördinatieregeling omgevingsvergunningen30.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlagen document Bijlagen document ruimtelijke onderbouwing Energiepark Tolhuislanden Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden

720153 | v1.0

26-10-2023

Onderhavig document is het bijlagen document bij de ruimtelijke onderbouwing van Energiepark Tolhuislanden. De bijlagen waarnaar wordt verwezen in de ruimtelijke onderbouwing zijn hier onder elkaar te vinden. Het betreft de volgende bijlagen die volgordelijk hieronder zijn te vinden: •

Bijlage 1: Selectie visualisaties

•

Bijlage 2: Milieunormenonderzoek

•

Bijlage 3: Onderzoek geluid en slagschaduw

•

Bijlage 4: Onderzoek externe veiligheid

•

Bijlage 5: Natuurtoets

•

Bijlage 6: Bureauonderzoek Archeologie

•

Bijlage 7: Watertoets

•

Bijlage 8: Toetsing LVNL

•

Bijlage 9: TNO radartoets

•

Bijlage 10: Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Defensie

•

Bijlage 11: Variantenonderzoek

•

Bijlage 12: Participatie- en communicatieplan

•

Bijlage 13: AERIUS-berekening stikstofdepositie

•

Bijlage 14: Compensatieplan weidevogelleefgebied

•

Bijlage 15: Landschappelijke inpassing zonnepark

•

Bijlage 16: Plan Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)

•

Bijlage 17: Plankaart

Bijlage 1 Visualisaties windturbines Tolhuislanden 720153 | V1.0

28-7-2022

In deze bijlage is een selectie aan visualisaties weergegeven die rondom de windturbines van Energiepark Tolhuislanden zijn gemaakt. De visualisaties zijn gemaakt door ter plekke 360 graden bolfoto’s te maken vanaf verschillende punten rondom de beoogde windturbines om vervolgens de windturbines er in te visualiseren. Hierdoor is een beeld te geven van hoe de windturbines zich verhouden tot de omgeving. In de visualisaties is uitgegaan van windturbines met rotordiameter van 172m, ashoogte 166m en tiphoogte 252m. In Figuur1 is een overzicht weergegeven van alle fotopunten. Hieronder zijn achtereenvolgens van alle fotopunten (FP) een visualisatie weergegeven van de bestaande situatie en van de situatie met de windturbines van Energiepark Tolhuislanden. Figuur1: Overzicht van alle fotopunten

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 1

Fotopunt 1 – Bestaande situatie

Fotopunt 1 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 2

Fotopunt 2 – Bestaande situatie

Fotopunt 2 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 3

Fotopunt 3 – Bestaande situatie

Fotopunt 3 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 4

Fotopunt 4 – Bestaande situatie

Fotopunt 4 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 5

Fotopunt 5 – Bestaande situatie

Fotopunt 5 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 6

Fotopunt 6 – Bestaande situatie

Fotopunt 6 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 7

Fotopunt 7 – Bestaande situatie

Fotopunt 7 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 8

Fotopunt 8 – Bestaande situatie

Fotopunt 8 – met windturbines Energiepark Tolhuislanden

Bijlage 1Visualisaties windturbines Tolhuislanden Pagina 9

Onderzoek milieunormen windenergie Windturbines Energiepark Tolhuislanden Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden 720153 | v2.0 15-8-2023

Pondera

Colofon

Hoofdvestiging Nederland

Soort document

Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem 088 – pondera (088-7663372) info@ponderaconsult.com

Onderzoek milieunormen windenergie

Postadres

Versienummer

Postbus 919 6800 AX Arnhem

Vestiging South East Asia Jl. Mampang Prapatan XV no 18 Mampang Jakarta Selatan 12790 Indonesia

Vestiging North East Asia Suite 1718, Officia Building 92 Saemunan-ro, Jongno-gu Seoul Province Republic of Korea

Projectnaam Windturbines Energiepark Tolhuislanden

v2.0

Datum 15-8-2023

Project nummer 720153

Opdrachtgever Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden

Auteur Mark Rijntalder, Kyra de Haan

Nagekeken door Paul Janssen en Stefan Flanderijn

Disclaimer In het onderzoek is gebruik gemaakt van algemeen geaccepteerde uitgangspunten, modellen en informatie die ten tijde van het opstellen van dit rapport ter beschikking stonden. Aanpassingen in de uitgangspunten, modellen of gebruikte gegevens kunnen leiden tot andere uitkomsten. De aard en de nauwkeurigheid van de gebruikte gegevens voor het onderzoek bepalen in belangrijke mate de nauwkeurigheid en de onzekerheden van de berekende uitkomsten. Pondera is niet aansprakelijk voor gederfde inkomsten of schade die wordt geleden door opdrachtgever(s) en/of derden uit conclusies die gebaseerd zijn op gegevens die niet van Pondera afkomstig zijn. Deze rapportage is opgesteld met de intentie dat deze alleen gebruikt wordt door de opdrachtgever en slechts voor het doel waarvoor de rapportage is opgesteld. Er mag geen beroep worden gedaan op de informatie uit deze rapportage voor andere doeleinden zonder schriftelijke toestemming van Pondera. Pondera is niet verantwoordelijk voor de consequenties die kunnen voortvloeien uit het oneigenlijk gebruik van de rapportage. De verantwoordelijkheid voor het gebruik van (de analyse, resultaten en bevindingen in) de rapportage blijft bij de opdrachtgever.

De Rechtsverhouding opdrachtgevers – architect, ingenieur en adviseur conform DNR 2011 is te allen tijde van toepassing.Pondera werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem dat door EIK gecertificeerd is volgens de ISO 9001:2015 norm.

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

2 2.1 2.2 2.3 2.4

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Inleiding

1

Achtergrond: uitspraak Afdeling Bestuursrecht Raad van State 30 juni 2021 ____________ 1 Aanpak om te komen tot een normstelling ______________________________________ 3 Leeswijzer rapportage ______________________________________________________ 4

Opzet en locatie

6

Beschrijving locatie ________________________________________________________ 6 Coöperatief initiatief _______________________________________________________ 6 Beschrijving omgeving _____________________________________________________ 8 Milieubelasting in de huidige situatie __________________________________________ 10

Geluid van windturbines

14

Inleiding________________________________________________________________ 14 Achtergrond Europese systematiek geluidsdosismaat Lden en Lnight __________________ 14 Effecten van geluidbelasting ________________________________________________ 15 Karakterisering van windturbinegeluid ________________________________________ 20 Alternatieven voor toetsingskader windturbinegeluid vanuit wetenschappelijk perspectief _ 22 Gepaste geluidnorm voor Energiepark Tolhuislanden ____________________________ 23 Beoordeling van windturbinegeluid ___________________________________________ 24 Lokale situatie in project Energiepark Tolhuislanden _____________________________ 25 Beoordeling normstelling voor geluid _________________________________________ 33

Slagschaduw en lichtschittering van windturbines

36

Inleiding________________________________________________________________ 36 Achtergrond: inzichtelijk maken van slagschaduw _______________________________ 36 Gespaste slagschaduwnorm voor Energiepark Tolhuislanden ______________________ 41 Beoordelingskader voor slagschaduw ________________________________________ 43 Lokale situatie in project Energiepark Tolhuislanden _____________________________ 44 Beoordeling normstelling voor slagschaduw en gevolgen voor windpark ______________ 51 Lichtschittering __________________________________________________________ 54

Externe veiligheid

55

Inleiding: plaatsgebonden risico als beoordelingsmaat ____________________________ 55 Achtergrond: veiligheid en kansen ___________________________________________ 55 Rekenmethodiek _________________________________________________________ 57 Resultaten ______________________________________________________________ 60 Beoordeling normstelling voor externe veiligheid ________________________________ 64 Interne veiligheid windturbines (bouw- en ontwerpnormen) ________________________ 65

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 1 van 2

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

Eigenschappen windturbines i.r.t. externe veiligheid en toetspunten Geluidgegevens windturbines Instellingen geluidmitigatie Aantal (ernstig) gehinderden Geluidcontouren Energiepark Tolhuislanden Geluidcontouren ref. situatie en cumulatief Slagschaduw voorbeeldgrafieken Slagschaduwkalenders selectie kantoorpanden (incl. zomertijd 2021)

67 70 71 72 73 79 86 88

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 2 van 2

1 Inleiding 1.1

Achtergrond: uitspraak Afdeling Bestuursrecht Raad van State 30 juni 2021 De coöperatie Duurzaam Tolhuislanden (DTHL) is voornemens om drie windturbines te realiseren in het gebied Tolhuislanden, in de gemeente Zwolle. Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn1. De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Totdat die beoordeling is gemaakt zijn de windturbinebepalingen (zie Kader 1.3) uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling buiten toepassing. De ABRvS geeft echter ook aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag voor een concreet windproject eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de regeling2. Kader 1.1 Bescherming tegen hinder versus ruimtelijke ontwikkelingen: ALARA

Het primaire doel van de Wet milieubeheer (Wm), de bijbehorende uitvoeringsbesluiten en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het beschermen van de leefomgeving tegen onaanvaardbare milieueffecten. Daarbij is het begrip milieu ruim gedefinieerd, maar wordt primair de focus gelegd op gevolgen voor mensen en hun directe leefomgeving. In een dichtbevolkt land waarin veel gebruiksfuncties op een beperkte oppervlakte samenkomen zijn enige gevolgen voor het milieu vaak niet volledig te vermijden. Daarom is het ALARA- (as-low-as-reasonably-achievable) beginsel opgenomen in de zorgplicht in artikel 1.1a Wm:”…een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken” en volgens artikel 2.14 lid 1 c 1° Wabo neemt het bevoegd gezag bij die beslissing in ieder geval in acht: “dat in de inrichting of het mijnbouwwerk ten minste de voor de inrichting of het mijnbouwwerk in aanmerking komende beste beschikbare technieken moeten worden toegepast”.

Het doel van het ALARA-beginsel is dan ook een adequaat beschermingsniveau te bieden, waarbij duurzame energie projecten nog kunnen worden gerealiseerd. Die projecten hebben – als onderdeel van de energietransitie - per saldo namelijk positieve effecten, zo stelt het RIVM in het recente rapport: “Klimaatakkoord; effecten op veiligheid, gezondheid en natuur” (2019). Ook als die ontwikkelingen een beperkte, doch aanvaardbare mate van hinder, opleveren voor de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt ook dat - gelet op het ALARA-beginsel - geen nul-hinder als uitgangspunt genomen hoeft te worden (zie o.a. ECLI:NL:RVS:2018:616; ECLI:NL:RVS:2015:1702); ECLI:NL:RVS:2010:BL6187).

1 2

ECLI:NL:RVS:2021:1395 Overweging 65 uit de uitspraak ECLI:NL:RVS:2021:1395

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 1

Op 12 april 2023 heeft de ABRvS de uitspraak3 gedaan in de zaak Windpark DZU waaruit volgt dat het nieuwe windpark mag worden gebouwd. In deze uitspraak heeft de afdeling geconcludeerd dat de getoetste project-specifieke normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid actueel en deugdelijk zijn, op zichzelf staan en op de lokale situatie zijn toegepast. Kader 1.2 geeft aanvullende informatie over de uitspraak van ABRvS en de totstandkoming van lokale normen van Windpark DZU. Kader 1.2 Toelichting uitspraak ABRvS van 12 april 2023 in de zaak Windpark DZU In de uitspraak van de ABRvS op 12 april 2023 is beoordeeld dat de project-specifieke normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid voor Windpark DZU actueel, op zichzelf staand en toegespitst op de lokale situatie zijn. De project-specifieke normen zijn door de gemeente Eemsdelta en de provincie Groningen bepaald op basis van wetenschappelijke kennis en de milieueffecten van bepaalde normstellingen, die voortkomen uit wetenschappelijk onderzoek, op de omgeving. Voor het verkrijgen van deze inzichten is een milieunormenonderzoek uitgevoerd door Pondera.

De afdeling is betreft de geluidnormen tot de conclusie gekomen dat bezwaren die appellanten hebben gemaakt over, onder andere, de gehanteerde rekenmethode, de gehanteerde dosismaat, de in aanmerking genomen dosishinderrelatie, het in aanmerking nemen van gebied-specifieke normering, de beschouwing van laagfrequent geluid, amplitudemodulatie en de gevolgen van windturbinegeluid op de gezondheid, niet kunnen leiden tot het oordeel dat de raad niet had mogen kiezen voor de geluidnorm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. In de keuze voor deze geluidnorm heeft de raad op basis van het onderzoek van Pondera een afweging gemaakt tussen het aantal omwonenden dat bij een bepaalde geluidsnorm ernstige hinder zal ondervinden van het windpark enerzijds, en de energieproductie die met het windpark kan worden gerealiseerd anderzijds. Ook voor de project-specifieke normen voor slagschaduw en externe veiligheid heeft de afdeling geoordeeld dat de betogen van de appellanten geen grond geven voor het oordeel dat de raad geen actuele, deugdelijke op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering heeft gegeven.

Omdat het planvoornemen Energiepark Tolhuislanden niet past in het geldende bestemmingsplan is een planologische procedure benodigd om het plan mogelijk te maken. De initiatiefnemers zijn voornemens om voor het bouwplan een aanvraag in te dienen voor ‘afwijking van het bestemmingsplan in de omgevingsvergunning’ (artikel 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo). Omdat in de omgevingsvergunning en bijbehorende ruimtelijke onderbouwing niet meer rechtstreeks mag worden uitgegaan van de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling, is een project-specifieke afweging nodig. De initiatiefnemer van het project – Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden – heeft Pondera Consult gevraagd hiertoe inzichtelijk te maken wat de effecten zijn van een gepaste normstelling voor de drie nieuwe windturbines op de omgeving en of deze gepaste normstelling op basis van die effecten recht doet aan de belangen van de bescherming van het milieu enerzijds en de realisatie van het project anderzijds. De initiatiefnemer is voornemens om op basis van dit onderzoek het bevoegd gezag te verzoeken deze normen vast te leggen en als voorschrift te verbinden aan de omgevingsvergunning.

Voor de besluitvorming geldt dat de te hanteren normen die nu project-specifiek moeten worden vastgelegd, moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. In adviezen van de Commissie voor de milieueffectrapportage over het milieueffectrapport van andere windprojecten (waaronder Windpark

3

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@136680/202003882-3-r3/ Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 2

Eemshaven-West4 en Windpark ZE-BRA5) wordt benadrukt om in een project-specifieke milieubeoordeling mogelijke normstellingen voor het gebied op te nemen, waarbij een beschouwing van het gebied een ondersteunende rol kan bieden. Op basis daarvan dient voor de milieuthema’s een onderbouwde keuze te worden gemaakt voor een gepaste norm. De uitspraak van ABRvS van 12 april 2023 in de zaak Windpark DZU (Kader 1.2) leert dat bij de totstandkoming van actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op locatie toegespitste normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid, de realisatie van windparken door kan gaan in de tijdelijke afwezigheid van landelijke normen voor deze milieuthema’s waaraan getoetst zou moeten worden. Dit rapport geeft een onderbouwing voor de vaststelling van een norm per milieuthema die geschikt wordt geacht voor de specifieke situatie en omgeving van Energiepark Tolhuislanden.

1.2

Aanpak om te komen tot een normstelling Als gevolg van de uitspraak van de ABRvS inzake het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling als kader kan voor een beoordeling van de aanvaardbaarheid van een milieueffect van windturbines niet meer worden verwezen naar de in dit besluit daarover opgenomen normen (de windturbinebepalingen). Ter informatie zijn de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling opgenomen in Kader 1.3. In onderhavige rapportage is voor de milieuthema’s die eerder genormeerd zijn in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling (geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering): •

inzichtelijk gemaakt welke effecten optreden als gevolg van de exploitatie van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden;

•

aangegeven aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten inzichtelijk zijn gemaakt en beoordeeld;

•

inzichtelijk gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde project en;

•

welke normstelling, rekening houdend met alle relevante aspecten op deze specifieke locatie, voldoende bescherming biedt om onaanvaardbare milieugevolgen te voorkomen.

4

Windpark Eemshaven-West, provincie Groningen: Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport, 10 juni 2022, Commissie voor de milieueffectrapportage, https://www.commissiemer.nl/adviezen/3638. 5 Windpark ZE-BRA: Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop, 28 spectember 2021, Commissie voor de milieueffectrapportage, https://www.commissiemer.nl/adviezen/3550. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 3

Kader 1.3 Windturbinebepalingen uit Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling in het kort Milieunormen •

Een windturbine of een combinatie van windturbines voldoet ten behoeve van het voorkomen of beperken van geluidhinder aan de norm van ten hoogste 47 dB Lden en aan de norm van ten hoogste 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen, tenzij deze zijn gelegen op een geluidgezoneerd industrieterrein, en bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, waarbij: o o o

door middel van maatwerkvoorschriften normen met een lagere waarde vastgesteld kunnen worden ten aanzien een van de windturbines of een combinatie van windturbines; bij maatwerkvoorschrift in verband met bijzondere lokale omstandigheden normen met een andere waarde vastgesteld kunnen worden; geen rekening gehouden hoeft te worden met een windturbine of een combinatie van windturbines van voor 1 januari 2011.

•

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover: o de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt, o o

en; gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden, en; voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen zich ramen bevinden.

•

Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-6 per jaar;

•

Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-5 per jaar.

Overige normen •

Een windturbine wordt ten minste eenmaal per kalenderjaar beoordeeld op de noodzakelijke beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op het gebied van windturbines.

•

Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering wordt lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine zoveel mogelijk voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen.

•

Ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone voorvallen, dan wel voor zover dat niet mogelijk is het zoveel mogelijk beperken van de risico’s voor de omgeving en de kans dat ongewone voorvallen zich voordoen en de gevolgen hiervan voldoet een windturbine aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1, NEN-EN-IEC 61400-2 en NEN-EN-IEC 61400-3.

Voor de behandeling van bovenstaande punten wordt gebruik gemaakt van de actuele stand van wetenschappelijke kennis op de verschillende milieuthema’s.

1.3

Leeswijzer rapportage Dit rapport bestaat uit vijf hoofdstukken. In hoofdstuk 2 worden de locatie van de windturbines en de eigenschappen van de omgeving beschreven. Daarnaast wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de milieubelasting in de huidige situatie. In hoofdstuk 3, 4 en 5 wordt per milieuthema (geluid, slagschaduw en lichtschittering en (externe) veiligheid) ingegaan op de beoordeling en normstellingsystematiek. Aan de hand van de gebiedskenmerken van het plangebied, de huidige milieubelasting en de mogelijke milieunormen die worden aangedragen vanuit wetenschappelijke onderzoeken wordt per milieuthema een norm voorgesteld die geschikt wordt geacht voor het project. De effecten van deze norm op de omgeving worden inzichtelijk gemaakt. Ter onderbouwing van de voorgestelde norm worden tevens de effecten op de omgeving inzichtelijk gemaakt indien andere milieunormen zouden worden gehanteerd. Door deze Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 4

alternatieve normen te onderzoeken naast de voorgestelde norm, kan een afweging worden gemaakt of het hanteren van de voorgestelde normen voldoende bescherming biedt voor de omgeving.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 5

2 Opzet en locatie 2.1

Beschrijving locatie De initiatiefnemer Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden is voornemens 3 windturbines (verder: Energiepark Tolhuislanden) te realiseren in de gemeente Zwolle, aan de oostkant van het gezoneerde bedrijventerrein Hessenpoort. In Figuur 2.1 is een overzicht gegeven van de locatie van de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden. Op zo’n 1,8 km afstand (gemeten tot de dichtstbijzijnde windturbines) zijn bestaande windturbines gelegen. Ter plaatse van de meest zuidelijke windturbine van Energiepark Tolhuislanden is de initiatiefnemer voornemens een zonnepark te realiseren. Figuur 2.1 Ligging nieuwe windturbines Energiepark Tolhuislanden

2.2

Coöperatief initiatief De initiatiefnemer van de drie nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden is de Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden. In het najaar van 2017 heeft een aantal bewoners van het gebied Tolhuislanden bij de gemeente aangegeven open te staan voor grootschalige duurzame opwekking van energie in het gebied Tolhuislanden, mits ze daarbij zelf het initiatief kunnen nemen en er wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van lusten en lasten. Dit heeft geleidt tot de oprichting van de Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden. Veel woningeigenaren in het plangebied van Energiepark Tolhuislanden (zie Figuur 2.2), maar ook een aantal woningeigenaren buiten het plangebied, zijn lid van de coöperatie. Figuur 2.3 geeft een overzicht van woningen waarvan de bewoners lid zijn. De leden van de coöperatie zijn betrokken bij de besluitvorming van de eerste verkenningen in mogelijkheden van zon en wind binnen het plangebied tot de voorkeurskeuze van de drie windturbines en het zonnepark van Energiepark Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 6

Tolhuislanden. De leden van de coöperatie hebben na realisatie economisch profijt van de nieuwe windturbines doordat zij mede eigenaar zijn. Figuur 2.2 Ligging plangebied Energiepark Tolhuislanden

Figuur 2.3 Woningen lid van Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 7

2.3

Beschrijving omgeving De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt als agrarisch en open gebied. Het agrarische en open gebied ligt voornamelijk ten noorden, oosten en zuidoosten van de windturbines. Ten westen-zuidwesten van de te realiseren windturbines ligt het gezoneerde bedrijventerrein Hessenpoort. Gemeten van de dichtstbijzijnde windturbine ligt het bouwvlak van het bedrijventerrein op zo’n 160 m afstand. In de omgeving liggen meerdere auto(snel)wegen, waaronder de A28 ten westen van de windturbines (op 700 m afstand), de N340 ten zuiden van de windturbines (op 1.200 m afstand) en de N758 (Nieuwleusenerdijk) gelegen tussen de twee meest zuidelijke turbines van Energiepark Tolhuislanden en haaks op de windturbinelijn (op 300 m afstand). Ten oosten van de windturbines op 110 m afstand loopt tevens de spoorlijn tussen Zwolle en Meppel. Ten zuiden van de windturbines op 670 meter afstand ligt het transformatorstation Hessenweg. Het plangebied ligt ingeklemd tussen deze infrastructuur.

2.3.1

Aanwezige woningen en andere objecten In de omgeving van Energiepark Tolhuislanden zijn diverse objecten gelegen, waaronder woningen, panden met kantoorfunctie en industriefunctie (op het bedrijventerrein Hessenpoort) en enkele objecten met logiesfunctie (hotel, camping en accommodatie). Voor deze objecten wordt toegelicht waar en op welke afstand van de nieuwe windturbines deze objecten zijn gelegen. Woningen In Figuur 2.4 is de ligging van woningen in de omgeving van de nieuwe windturbines afgebeeld. De meest nabijgelegen woningen in de omgeving van Energiepark Tolhuislanden liggen voornamelijk verspreid aan de noordwest- tot zuidoostkant van de windturbines. Direct ten zuidzuidwesten van de windturbines liggen geen woningen omdat hier het gezoneerde bedrijventerrein Hessenpoort gelegen is (waarop geen woningen gesitueerd zijn). Ten westen en zuiden van het bedrijventerrein ligt wel nog een aantal woningen. Er is een lage dichtheid van woningen (geen dichtbevolkte woonkernen) in de nabije omgeving van Energiepark Tolhuislanden. Op grotere afstanden van de nieuwe windturbines ligt de eerste woonkern van Zwolle op ongeveer 3,2 km afstand (zie in Figuur 2.4 het gele cluster ten zuidwesten van de windturbines) en de woonkern van Dalfsen op 4,5 km afstand (zie in Figuur 2.4 het gele cluster ten zuidoosten van de windturbines).

Voor een selectie nabijgelegen woningen is in Tabel 2.1 de afstand tot de dichtstbijzijnde windturbine van Energiepark Tolhuislanden opgenomen. In Figuur 2.4 zijn tevens de ligging van de selectie woningen (referentiewoningen) weergegeven.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 8

Figuur 2.4 Ligging referentiewoningen en overige omliggende woningen

Tabel 2.1 Afstanden tot windturbine van referentiewoningen en toetspunten Toetspunt

Adres

Afstand tot dichtstbijzijnde windturbine [m]

Dichtstbijzijnde windturbine*

tp01

Lichtmisweg 6

840

3

tp02

Steenwetering 2

430

3

tp03

Vriezendijk 2

740

3

tp04

Nieuwleusenerdijk 37

600

2

tp05

Nieuwleusenerdijk 27

360

2

tp06

Nieuwleusenerdijk 29

370

2

tp07

Nieuwleusenerdijk 28

450

1

tp08

De Bese 8

410

1

tp09

De Bese 17

410

1

* Het ID nummer verwijst naar de betreffende windturbine als aangegeven in Figuur 2.4

Uit Tabel 2.1 kan worden opgemaakt dat de meest dichtbijgelegen woning op een afstand van ongeveer 360 m van de windturbines ligt (toetspunt 5 met meest nabijgelegen windturbine nr 2). Deze woning ligt tevens nabij windturbine 1, namelijk op 410 m afstand. Voor toetspunt 6 en toetspunt 7 geldt dat deze ook nabij twee windturbines gelegen zijn. Toetspunt 6 ligt op 370 m van windturbine 2 en op 460 m van windturbine 1. Toetspunt 7 ligt op 520 m van windturbine 2 en 450 m van windturbine 1. Uit bovenstaande

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 9

tabel zijn de bewoners van de woningen van toetspunten 1, 3, 5, 6 en 7 lid van de Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden. Kortom, de meest nabijgelegen woningen zijn tevens lid van de coöperatie. Andere objecten In de omgeving liggen naast woningen tevens andere objecten. Op het bedrijventerrein Hessenpoort liggen panden met voornamelijk industriefunctie en kantoorfunctie. Op grotere afstanden van Energiepark Tolhuislanden liggen op 2,0 km afstand ten zuidzuidwesten een camping en op 2,2 km afstand ten zuidwesten een hotel. Daarnaast zijn op nog grotere afstand (> 2,5 km) in de omgeving enkele andere campings en recreatieverblijven gelegen. In Figuur 2.5 is de situering van de kantoorpanden en gebouwen met logiesfunctie weergegeven. Figuur 2.5 Ligging kantoren en logies

2.4

Milieubelasting in de huidige situatie Ook in de huidige situatie is er al sprake van een zekere milieubelasting, met name in de vorm van geluid. Deze milieubelasting wordt voornamelijk veroorzaakt door de geluidbronnen wegverkeer (A28, N340 en N758), railverkeer, industrie en de bestaande windturbines van windpark Tolhuislanden, windpark Westenwind en windpark Synergie. Naast geluidsproductie van bestaande windturbines, kunnen deze windturbines ook slagschaduw veroorzaken op woningen in de omgeving. In onderstaande paragrafen wordt de geluidbelasting van de bestaande geluidbronnen en slagschaduw van de bestaande windturbines inzichtelijk gemaakt. Hiermee kan een goed inzicht worden verkregen in de mate waarin de windturbines van Energiepark Tolhuislanden zorgen voor een verslechtering van de leefomgeving. Daarmee kan ook een passende normstelling worden gekozen voor het project.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 10

2.4.1

Geluidbelasting in de huidige situatie Rondom het plangebied wordt de akoestische omgeving in de huidige situatie (referentiesituatie) bepaald door wegverkeerslawaai (VL), railverkeerslawaai (RL), industrielawaai (IL) en windturbinelawaai (WT) van de bestaande windturbines. De kwaliteit van de akoestische omgeving kan worden bepaald aan de hand van de ‘methode Miedema’ die een classificering beschrijft aan de hand van de ondervonden geluidbelasting Lden, zie Tabel 2.2. Tabel 2.2 Classificering kwaliteit van akoestische omgeving in milieukwaliteitsmaat volgens ‘Methode Miedema’ Kwaliteit van de akoestische omgeving

Geluidbelasting

Goed

< 50 dB Lden

Redelijk

< 55 dB Lden

Matig

< 60 dB Lden

Tamelijk slecht

< 65 dB Lden

Slecht

< 70 dB Lden

Zeer slecht

≥ 70 dB Lden

Om de kwaliteit van de akoestische omgeving in de huidige situatie te beoordelen, is voor de referentiewoningen zoals afgebeeld in Figuur 2.4 de cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie bepaald. De cumulatieve geluidbelasting is berekend conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4)6. De cumulatieve rekenmethode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-hinderrelaties van de verschillende geluidbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode moet de geluidbelasting L bekend zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. Hieruit ontstaat een voor die bronsoort vervangende geluidbelasting L* die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt. •

Windturbine

L*WT = 1,65 * LWT - 20,05 dB

•

Wegverkeer

L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL

•

Railverkeer

L*RL = 0.95 * LRL – 1,40

•

Industrie

L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB

De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt. De resultaten in bronsoort vervangende geluidbelasting L* van de geluidbronnen wegverkeer, railverkeer, industrie en bestaande windturbines, en de cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie zijn gegeven in Tabel 2.3.

6

https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022830&bijlage=4&z=2021-10-16&g=2021-10-16 Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 11

Tabel 2.3 Cumulatieve geluidbelasting in de huidige situatie Toetspunt

Adres

L VL = L* VL

L* RL

L* IL

L* WT ref

Lcum ref

tp01

Lichtmisweg 6

65

38

51

28

65

tp02

Steenwetering 2

56

40

51

30

58

tp03

Vriezendijk 2

47

48

45

39

52

tp04

Nieuwleusenerdijk 37

59

62

48

32

63

tp05

Nieuwleusenerdijk 27

55

52

53

27

59

tp06

Nieuwleusenerdijk 29

56

53

52

28

59

tp07

Nieuwleusenerdijk 28

53

60

50

28

61

tp08

De Bese 8

48

60

49

28

61

tp09

De Bese 17

45

52

49

25

54

Uit de resultaten in Tabel 2.3 en de classificering ‘Methode Miedema’ uit Tabel 2.2 kan worden geconstateerd dat de kwaliteit van de akoestische omgeving voor 2 woningen wordt geclassificeerd als ‘Redelijk’, voor 3 woningen als ‘Matig’, voor 3 woningen als ‘Tamelijk slecht’ en voor 1 woning als ‘Slecht’. Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat er al een significante geluidbelasting is in de referentiesituatie, voornamelijk als gevolg van wegverkeer, railverkeer en industrie. Voor de selectie woningen is door de grote afstand met bestaande windturbines de geluidbelasting als gevolg van de bestaande windturbines laag. De bestaande windturbines hebben daarom geen significante bijdrage in de cumulatieve geluidbelasting bij de referentiewoningen. In het hoofdstuk van milieuthema geluid (hoofdstuk 3) wordt de cumulatieve geluidbelasting van de bestaande geluidbronnen samen met de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden bepaald om de impact van de nieuwe windturbines op de kwaliteit van de akoestische omgeving inzichtelijk te maken.

2.4.2

Slagschaduw in de huidige situatie De bestaande windturbines op 1,8 km van de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden kunnen slagschaduw veroorzaken op woningen in de omgeving. De slagschaduwcontouren van de bestaande windturbines zijn inzichtelijk gemaakt (zie paragraaf 4.5.2 in het hoofdstuk van milieuthema slagschaduw voor meer informatie over de windturbinetypes en dimensies op basis waarvan de slagschaduwcontouren zijn bepaald). In Figuur 2.6 zijn de slagschaduwcontouren van de bestaande windturbines weergegeven op kaart.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 12

Figuur 2.6 Slagschaduwcontouren referentiesituatie

De slagschaduwcontouren laten de maximale effecten zien, dat wil zeggen dat er niet van uit is gegaan dat de slagschaduw van bestaande windturbines op woningen wordt beperkt (slagschaduwmitigatie). In de praktijk kan het zijn dat de windturbines op bepaalde momenten worden stilgezet om slagschaduw op woningen te beperken. In dat geval zal de jaarlijkse hoeveelheid slagschaduw op woningen lager kunnen zijn dan nu wordt weergegeven middels de contouren in Figuur 2.6. Op basis van de contouren kan worden geconcludeerd dat een aantal woningen ten zuidwesten van de bestaande windturbines reeds slagschaduw kunnen ondervinden van de bestaande windturbines en dat de toevoeging van de nieuwe windturbines ertoe kan leiden dat bij deze woningen de hoeveelheid slagschaduw toeneemt. Het betreft woningen aan de Tolhuisweg, Midden Tolhuisweg, Langeweg en Blokweg. In hoofdstuk 4 wordt het slagschaduwgebied als gevolg van Energiepark Tolhuislanden inzichtelijk gemaakt op omliggende woningen. Hieruit kan worden bepaald of er woningen in het gebied zijn waarvoor wordt verwacht dat er van zowel bestaande windturbines als de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden slagschaduw verwacht wordt.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 13

3 Geluid van windturbines 3.1

Inleiding Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de lucht ‘zoeven’. Het geluid van windturbines kan als hinderlijk worden ervaren. Net als voor andere geluidbronnen waaronder wegverkeersgeluid, industriegeluid, railverkeer- en luchtvaartgeluid is het wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving teneinde de hinder hiervan te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Met het beperken van het geluid tot een aanvaardbaar niveau is tevens sprake van een beperking van gevolgen in het kader van de bescherming van het milieu. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol.

3.2

Achtergrond Europese systematiek geluidsdosismaat Lden en Lnight Volgens richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement dient omgevingsgeluid in alle lidstaten op dezelfde wijze behandeld te worden. De geluidbelasting op geluidbelastingskaarten dient daarbij in decibel (dB) Lden of dB Lnight te worden uitgedrukt. De geluidbelasting in dB Lden wordt ook wel de dag-avond-nachtgeluidbelastingsindicator genoemd. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 dB en +10 dB omdat in deze periode geluid hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De geluidbelasting in dB L night is de nachtgeluidbelastingsindicator. Voor het bepalen van de hinder wordt primair gebruik gemaakt van Lden. Lnight wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring inzichtelijk te maken. Voor bijzondere geluidbelasting situaties zijn aanvullende indicatoren tevens mogelijk. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn: •

Combinatie van geluid uit verschillende bronnen;

•

Relatief stille zones in het buitengebied;

•

De lage frequentiecomponent (LFG) van het geluid is sterk;

Windturbinegeluid is, ten opzichte van andere geluidbronnen, relatief constant van karakter. De maximale optredende geluidniveaus die door een windturbine worden veroorzaakt zijn circa 2-4 dB(A) hoger dan de waarde van het optredende jaargemiddelde geluidniveau van een windturbine 7. Dit betekent dat er in vergelijking met andere geluidbronnen relatief weinig verschil is tussen het gemiddelde geluidniveau en het momentaan optredende geluidniveau. Bij een geluidbelasting van 47 dB L den op een punt is het daadwerkelijk optredende gemiddelde geluidniveau8 op de gevel (bij maximale geluidproductie van de windturbine, wanneer het hard waait) circa 43-45 dB(A). De hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het geluidsbronvermogen van de windturbine. Het geluid van een windturbine kan desgewenst worden beperkt door toepassing van een voorziening op de bladen of door het vermogen te reduceren. Dit laatste leidt tot verlies van energieproductie. De hoeveelheid geluid heeft tevens een rechtstreeks verband met de optredende windsnelheid. Tot een bepaalde windsnelheid neemt de geluidsproductie toe, vanaf deze specifieke 7

Nederlandse geluidsnormen in internationaal perspectief, E. Koppen, Arcadis, Windnieuws nr 4 2015 De daadwerkelijk ervaren geluidniveaus zijn lager dan het gewogen Lden gemiddelde omdat de gewogen Lden waarde strafcorrecties heeft voor geluid in de avond en de nacht. 8

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 14

windsnelheid blijft de geluidsproductie gelijk. De windsnelheid is door het KNMI voor geheel Nederland op ashoogtes tussen 10 en 260 meter boven het maaiveld de windverdelingen beschikbaar gesteld. Met deze verdelingen kan een goede voorspelling per beoordelingsperiode worden gegeven van de te verwachten geluidbelasting op de omgeving. Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is er op zichzelf geen aanleiding een Lnight normering te stellen aanvullend op een Ldennormering. Bij constante geluidniveaus bedraagt het verschil tussen de geluidbelasting in dB L den en dB Lnight circa 6 dB en biedt een aparte norm voor Lnight geen extra bescherming, tenzij deze 7 dB of meer lager is dan de Lden-normering. Daarnaast kan er op basis van onderzoeken nog geen conclusie worden getrokken over de samenhang tussen geluid van windturbines en slaapverstoring 9. De WHO geeft in haar rapport van 2018 dan ook geen advies over een Lnight-norm voor windturbines.

3.3

Effecten van geluidbelasting

3.3.1

Inleiding Blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder of stress gerelateerde klachten. Met name in de nachtperiode, wanneer dit kan leiden tot slaapverstoring. Een recent literatuuronderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)10 concludeert hierover specifiek voor windturbines dat “wonen in de buurt van een windturbine of het horen van geluid van windturbines kan leiden tot chronische hinder onder omwonenden”. Voor andere gezondheidseffecten (slapeloosheid en geestelijke gezondheidseffecten) ontbreekt consistent bewijs. In 2018 heeft de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) een rapport uitgebracht ten aanzien van geluidrichtlijnen voor verschillende geluidbronnen binnen de Europese Unie11. In aansluiting op de bevindingen van het RIVM volgt uit dit rapport ook dat er geen andere gezondheidseffecten dan hinder optreden als gevolg van de aanwezigheid van windturbinegeluid. Op basis van diverse onderzoeken wordt gesteld dat op basis van een geluidniveau van 45 dB Lden ongeveer 10% van de omwonenden ernstige hinder buitenshuis ervaart. Het bewijs hiervoor wordt echter aangemerkt als van lage kwaliteit. Er wordt geen percentage binnenshuis genoemd, noch wordt aangegeven welke percentages verwacht worden bij andere geluidbelastingen.

Omdat de kwaliteit van dit bewijs als laag wordt beschouwd, is het advies wat hieruit voortkomt, door de WHO, aangeduid als voorwaardelijk (conditional)12. Zie ook kader 2.2. In het rapport wordt verder opgemerkt dat effecten veroorzaakt door de houding tegenover windturbines moeilijk zijn los te koppelen van de beleving van geluid, dat het percentage van de bevolking dat wordt gehinderd door windturbinegeluid beperkt is ten opzichte van gehinderden door andere geluidbronnen en dat wordt verwacht dat zorg voor communicatie, betrokkenheid en raadpleging van omwonenden tijdens het planningsproces een positieve invloed kan hebben op de beleving van de milieueffecten van windturbines.

9

Resultaten uit wetenschappelijke onderzoeken zijn niet eenduidig en dus kan er geen conclusie worden getrokken over de directe relatie tussen het geluidniveau van windturbinegeluid en slaagverstoring. Wel is er een indirect verband aangetoond tussen de hinderbeleving als gevolg van windturbinegeluid en slaapverstoring. Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM, augustus 2021. 10 RIVM-rapport 2020-0214, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, I. van Kamp & G.P. van den Berg 11 Environmental Noise Guidelines for the European Region, WHO, 2018, 12 In tegenstelling tot andere geluidbronnen, zoals wegverkeer, railverkeer en luchtvaart; voor deze bronnen is een veel sterker bewijs gevonden voor hinder en wordt de aanbevolen maximale geluidbelasting ‘sterk aanbevolen’ (strong recommendation) Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 15

Met name dit laatste punt is relevant in de casus Energiepark Tolhuislanden. Er is in dit project namelijk sprake van een coöperatief project dat opgezet en gedragen is door (een groot deel van) de inwoners van het plangebied. Kader 3.1 WHO advise, RIVM review review en jurisprudentie Raad van State De WHO heeft in 2018 een advies richtlijnen gepubliceerd voor milieugeluid, waaronder windturbinegeluid. Op basis van wetenschappelijk onderzoek naar blootstellingseffectrelaties adviseert de WHO een voorlopige drempelwaarde van 45 dB Lden. De blootstellingseffectrelaties zijn door de WHO bepaald op basis van wetenschappelijk onderzoek tot en met eind 2014. Gezondheidseffecten worden bij deze waarde, maar ook bij hogere waarden, niet verwacht. Voor gezondheidseffecten vanwege windturbinegeluid werd op basis van het onderzoek geconcludeerd dat (i) er nog onvoldoende bewijs bestaat, (ii) het bewijsmateriaal van lage kwaliteit is en (iii) hierdoor geen betrouwbare algemene blootstelling-effectrelatie kan worden vastgesteld. Desondanks heeft de WHO een conditioneel advies met drempelwaarde uitgebracht.

Het RIVM constateert in haar recente update van onderzoek naar gezondheidseffecten van windturbinegeluid “Health effects related to wind turbine sound: an update” (november 2020) het volgende: “Bij de voor de WHO uitgevoerde review van Guski et al (2017) werd gekeken naar studies die tot aan eind 2014 waren gepubliceerd. In hun literatuuronderzoek hebben Van Kamp et al (2020a, 2020b) een update gegeven van de WHO-review op basis van publicaties die waren verschenen tot aan eind 2019. Hierin kwamen 9 nieuwe publicaties over windturbinegeluid en hinder naar voren (die betrekking hadden op 5 onderzoeken) die aan de inclusiecriteria voldeden. Enkele van deze onderzoeken waren al besproken in onze review uit 2017.” Samengevat: de door de WHO gestelde voorlopige drempelwaarde is gebaseerd op het bewijsmateriaal van lage kwaliteit (beperkt en tot eind 2014) en niet alle actuele onderzoeken zijn meegenomen. Het RIVM heeft geconcludeerd dat er geen nieuwe informatie naar voren is gekomen uit latere onderzoeken die tot inzichten hebben geleid die tot andere conclusies zouden leiden.

De Raad van State stelt vast dat de Afdeling in verschillende uitspraken heeft geoordeeld dat een geluidniveau van maximaal 47 dB Lden en 41 dB Lnight als gevolg van windturbines bij woningen uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is (onder meer de uitspraken van de Afdeling van 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:141 en 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3067). Onder meer in de uitspraak van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616, is de Afdeling ingegaan op betogen over het percentage ernstig gehinderden. Daarover is geoordeeld dat gelet op de Nota van toelichting het regelgevend bevoegd gezag bij de vaststelling van artikel 3.14a, eerste lid, van het Activiteitenbesluit een percentage ernstig gehinderden bij windturbines van 9% binnenshuis en 20% buitenshuis onder afweging van alle betrokken belangen aanvaardbaar heeft kunnen achten. Daarbij heeft de Afdeling gewezen op de vermelding in de Nota van toelichting dat dergelijke niveaus van ernstige hinder goed vergelijkbaar zijn met hetgeen bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai als maximaal toelaatbaar wordt beschouwd en dat het maatschappelijk belang dat is gediend bij de uitvoering van dergelijke projecten het volgens het vermelde in de parlementaire stukken noodzakelijk maakt om een bepaalde mate van hinder aanvaardbaar te achten.

3.3.2

Hinderlijkheid van windturbinegeluid Dosis-hinderrelatie voor windturbinegeluid In de wetenschappelijke literatuur zijn twee dosis-hinderrelaties gevonden die de geluidbelasting in dB Lden relateren aan een percentage personen dat ernstige hinder ondervindt. De dosis-hinderrelaties zijn gericht op windturbinegeluid zoals dit wordt ervaren. Dat betreft daarmee het hele spectrum en alle karakteristieken van windturbinegeluid. Deze twee bekende dosis-hinderrelaties zijn ook beschreven in het

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 16

WHO-rapport uit 2018 (zie ook Kader 3.1), Janssen13 et al uit 2011 en Kuwano14 et al uit 2014. De dosishinderrelatie van Janssen et al uit 2011 is dezelfde als het TNO-rapport uit 200815 en is vastgesteld voor zowel hinder als ernstige hinder binnenshuis als buitenshuis. Tot op heden is deze dosis-hinderrelatie de enige die de ernstige hinder16 binnenshuis beschrijft. De dosis-hinderrelatie uit Kuwano et al, 2014 is gegeven voor de situatie “here at home”, wat door de WHO wordt geassocieerd met (ernstige) hinder buitenshuis1718. In onderstaande grafiek zijn de dosis-hinderrelaties (ernstige hinder, binnenshuis en buitenshuis) van Janssen et al (2011) en (ernstige hinder, buitenshuis) van Kuwano (2014) weergegeven voor geluidbelasting op de gevel tussen 33 en 55 dB Lden. Figuur 3.1 Percentage ernstig gehinderden binnenshuis (blauw) en buitenshuis (rood)

13

Janssen SA, Vos H, Eisses AR, Pedersen E (2011). A comparison between exposure–response relationships for wind turbine annoyance and annoyance due to other noise sources. J Acoust Soc Am. 130(6):3746–53 14 Kuwano S, Yano T, Kageyama T, Sueoka S, Tachibanae H (2014). Social survey on wind turbine noise in Japan. Noise Control Eng J. 62(6):503–20 15 S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses, TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B 16 Volgens het TNO-rapport: “De verdeling van de hinderscores bij een gegeven geluidsniveau kan op verschillende manieren worden weergegeven. Vaak wordt het percentage antwoorden dat een zekere grens overschrijdt gerapporteerd. Als de grens 72 is op een 0-100 schaal, wordt het resultaat het percentage “ernstig gehinderde” personen (%HA: % Highly Annoyed) genoemd, de grens van 50 geeft het percentage “gehinderde” personen (%A: % Annoyed).” 17 Guski et al, 2017, Int. J. Environ. Res. Public Health 2017,: WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region: A Systematic Review on Environmental Noise and Annoyance, 1539; doi:10.3390/ijerph14121539 18 Guski, R., Schreckenberg, D., & Schuemer, R. (2017). Supplementary Materials: WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region: A Systematic Review on Environmental Noise and Annoyance. Int. J. Environ. Res.

Public Health, 14. https://www.mdpi.com/1660-4601/14/12/1539/s1 Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 17

Er zijn latere onderzoeken gedaan naar de dosis-hinderrelatie van windturbines19. De uitkomsten van die onderzoeken bevestigen de uitkomst van het onderzoek van TNO uit 2008 en vormen hiermee een actualisatie en validatie van het onderzoek uit 2008. Dit wordt bevestigd met de WHO richtlijnen (onderzoek tot en met 2015) en het RIVM literatuuronderzoek uit 2020 (actualisatie literatuur vanaf de WHO onderzoeksbasis). De ontwikkeling van de windturbinetechnologie heeft door de jaren niet stilgestaan. Belangrijke kenmerken die zijn veranderd zijn de toegenomen afmetingen, het optimaliseren van windturbinebladen om windkracht maximaal en zo efficiënt mogelijk te benutten en het optimaliseren van de controle van de windturbinebladen/-rotor (zoals het individueel pitchen van bladen). Uit de literatuur volgen geen aanwijzingen dat er een verandering is opgetreden in de dosis-hinderrelatie van windturbinegeluid ondanks voornoemde ontwikkelingen in de windturbinetechnologie. Zo toonde onderzoek van Hongisto et al20 aan dat voor geluidbelastingen tot 40 dB LA,eq de mate van ernstige hinder van een vergelijkbaar geluidniveau van windturbines tussen de 3 en 5 megawatt (hierna: MW) opgesteld vermogen overeenkomt met die van kleinere windturbines (0,15 – 3 MW)21.

Deze conclusie wordt bevestigd in een recent literatuuronderzoek van Van Den Berg (2021)22, waarin wordt ingegaan op windturbines tot een vermogen van zo’n 6 MW. Daarmee is er geen aanleiding dat met het toenemen van het vermogen en omvang van windturbines een andere mate van hinder zou optreden bij dezelfde geluidniveaus. De relatie uit TNO onderzoek (2008) kan dan ook nog steeds als basis worden gehanteerd. Vergelijking met andere geluidbronnen – bescherming binnenshuis Er zijn in Nederland ook voor andere vormen van geluidproducerende activiteiten geluidnormen van toepassing. Bijvoorbeeld voor weg- en railverkeer, industrie en luchtvaart. Bij de vaststelling van de geluidnormen voor andere bronnen wordt vaak de maximaal toegestane geluidbelasting gerelateerd aan een percentage personen die bij deze geluidbelasting ernstige hinder ondervindt 23. In Nederland wordt voor het beoordelen van geluidbronnen en gevolgen daarvan voor de omgeving altijd de situatie binnenshuis beoordeeld. Achterliggende reden is dat een bewoner in zijn eigen woning een goed- woonen leefklimaat mag verwachten en daar ook optimale bescherming verdient. Ook voor windturbinegeluid wordt daarom gekeken naar de situatie binnenshuis. De volgende tabel geeft het percentage potentieel ernstig gehinderden aan bij de normstelling in Nederland voor verschillende geluidbronnen.

Voor windturbines ligt het verwachte percentage ernstig gehinderden bij een geluidbelasting van Lden 47 dB op circa 9%24. Tabel 3.1 Verwacht percentage ernstig gehinderden voor verschillende geluidsbronnen25 Geluid veroorzakende activiteit/geluidsbron

Verwacht percentage ernstig gehinderden*

19

Naast Pedersen (2009) en Janssen et al. (2011) betreft dit bijvoorbeeld Kuwano et al. (2014), Michaud et al. (2016), Pawlaczyk-Łuszczyńska, M. et al. (2014 en 2018), Hongisto et al. (2017 en 2022). Deze onderzoeken zijn (m.u.v. Hongisto 2022 die zeer recent is) ook betrokken door WHO (2018) en/of RIVM (2020/2021) bij het beoordelen van de meest recente inzichten. 20 Hongisto, V., Oliva, D., & Keränen, J. (2017). Indoor noise annoyance due to 3–5 megawatt wind turbines—An exposure–response relationship. The Journal of the Acoustical Society of America, 142(4), 2185-2196 21 Vanwege het gebrek aan hoeveelheid data van hogere geluidniveaus kan dit voor geluidniveaus boven 40 dB L A,eq niet bevestigd worden 22 Van Den Berg, G.P. (2021). Maken grote windturbines > 3 MW meer lawaai dan kleinere < 3 MW,. Mundonovo Sound Research. 23 Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 24 Zie o.a. Kamerbrief Staatssecretaris van EZK, 9 juni 2021; DGKE-WO / 21119163 25 Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 18

*

snelwegverkeer

14 %

railverkeer

16 %

industrie/bedrijvigheid

9%

grote luchthavens

54 %

windturbines

9%

bij het maximale toelaatbare geluidniveau

In absolute aantallen gaat het in Nederland naar verwachting bij wegverkeer om ca. 970.000 ernstig gehinderden, bij luchtvaartverkeer ruim 260.000, bij railverkeer om bijna 100.000 en windturbines ruim 7.000 ernstig gehinderden26. Volgens het ALARA principe (zie Kader 1.1) kunnen deze aantallen gehinderden als acceptabel worden gezien als het belang van de veroorzakende activiteit groot genoeg is. Dit geeft aan dat het niet enkel een vergelijking is van de totale aantallen gehinderden maar ook van de afweging van het belang van de activiteit. Niet-akoestische factoren en hinderbeleving Wat geluidbelasting voor een individuele bewoner betekent, kan sterk verschillen: de meesten zullen weinig tot geen hinder ervaren, maar anderen kunnen er om meerdere redenen veel last van hebben. De aard van ondervonden hinder kan daarbij ook worden veroorzaakt door niet-akoestisch factoren. In het kennisbericht Geluid van windturbines uit 2015 wordt hierover nog het volgende gesteld: “Het is niet goed mogelijk de beoordeling van geluid los te zien van andere factoren. Bijvoorbeeld het zien van windturbines en de schaduwwerping kunnen invloed hebben op de mate van geluidhinder. Ook heeft de manier waarop een project tot stand is gekomen, invloed op de houding en waarneming van omwonenden.

Dit is bij andere geluidsbronnen niet anders.” In de factsheet van RIVM (2021) worden niet-fysieke factoren die invloed kunnen hebben op de hinderbeleving van windturbines als volgt gecategoriseerd: •

Demografische factoren (o.a. leeftijd, geslacht, opleidingsniveau)

•

Persoonlijke factoren (o.a. angst, geluidgevoeligheid)

•

Situationele factoren (o.a. aanwezigheid andere geluidbronnen, type gebied)

•

Contextuele (maatschappelijke/economische) factoren (o.a. betrokkenheid bij het proces, procedurele rechtvaardigheid)

Hoewel de invloed van deze factoren niet alleen een rol spelen windturbinegeluid, maar tevens bij andersoortige geluidbronnen, spelen bepaalde aspecten van persoonlijke en contextuele factoren naar verhouding een grote rol bij windturbinegeluid. Lokale betrokkenheid bij het planningsproces en gedeeld eigenaarschap zijn voorbeelden van belangrijke factoren voor de sociale acceptatie van het windpark en de hinderbeleving van omwonenden. Ook in diverse literatuur (bijv. TNO rapport uit 2008, Janssen et al., 2011) wordt beschreven dat in geval er sprake is van (economisch) profijt van de windturbines door bewoners (contextuele factor), deze minder of in het geheel geen hinder ondervinden.

26

Brief van de StaS van Economische Zaken en Klimaat d.d. 9 juni 2021, DGKE-WO/21119163, Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 19

3.4

Karakterisering van windturbinegeluid

3.4.1

Laagfrequent geluid en infrasoon geluid Een terugkerend thema in de discussie rond de normen voor windturbinegeluid is laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid. Dit betreft geluidemissie in het spectrum beneden de circa 100 Hz (laagfrequent) en beneden de 20 Hz (infrasoon). In het kennisbericht Geluid van windturbines (2015) is het volgende opgenomen: “Omwonenden zijn bezorgd dat door een toename van de hoogte van windturbines meer laagfrequent geluid zal ontstaan. Op basis van metingen wordt dit verschil echter gering geacht. Daarnaast wordt de nadruk op het laagfrequente aandeel onterecht genoemd omdat het normaal geaccepteerde geluid van wegverkeer meer laagfrequent geluid bevat dan wat wettelijk is toegestaan bij windturbines.” Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage en hoge tonen, net als andere geluidbronnen. Wanneer gekeken wordt naar de spectrale verdeling van de geluidemissie van windturbines is er geen sprake van een specifiek groot aandeel in de frequenties lager dan 100 Hz. In het onderzoek van Soendergaard (2015)27.wordt opgemerkt dat ‘nieuwere’ grote turbines naar verwachting een beperkter aandeel LFG hebben dan ‘oudere’ grote turbines als gevolg van de techniekontwikkeling van de windturbine (het pitchen van de bladen en optimalisatie van bladontwerp).

Ook het RIVM stelt in haar recente literatuurstudie uit 2020 dat laagfrequent geluid en infrageluid van windturbines niet voor andere effecten zorgt dan ‘normaal’ geluid. Er ontbreekt bewijs dat laagfrequent geluid en infrageluid ver onder de gehoordrempel tot enig effect kan leiden. Bij blootstelling aan windturbinegeluid vormt voornamelijk het geluidniveau en de amplitudemodulatie (zie paragraaf 3.4.2) van het algehele windturbinegeluid de oorzaak van de hinder. Kortom: het aandeel laagfrequent geluid is niet onevenredig groot bij windturbines (in tegenstelling tot bijvoorbeeld compressoren of transformatoren), het aandeel LFG is niet significant toegenomen met het formaat van de windturbine en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat specifiek LFG en infrageluid een effect op de volksgezondheid veroorzaken of tot additionele hinder leiden ten opzichte van dat wat reeds wordt beoordeeld. Bekend is de beoordeling van het RIVM dat een geluidsnorm van 47 dB Lden ook voldoende bescherming biedt voor het laagfrequente deel als dit bijvoorbeeld wordt vergeleken met de Deense norm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b949f988-4e99-42d3-91d6-acd9375f5160