CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1a Bijlagendocument_ruimtelijke_onderbouwing_v2_16-5-2024

Raad Besluitvormingsronde 4 november 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Energiepark Tolhuislanden - Ontwerp verklaring van geen bedenkingen en Coördinatieregeling omgevingsvergunningen30.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Hinder beperken in de tijd Uit een vergelijkende literatuurstudie uit 2017 van Koppen et al48, blijkt dat in veel landen een maximale slagschaduwduur op een slagschaduwgevoelig object wordt gehanteerd van 8 uur per jaar, in sommige gevallen aangevuld met een maximum per dag van 30 minuten. Jaarlijks schijnt de zon, volgens het KNMI, gemiddeld zo'n 1.550 uur in Nederland (minimaal circa 1.400 uur en maximaal circa 1.700 uur). Een jaar telt 8.760 uren en de daglichtperiode is ongeveer de helft daarvan (4.380 uur). Dit betekent dat ongeveer 18% van het jaar de zon schijnt. Er is dus slechts een beperkt deel van het jaar dat slagschaduw kan optreden. In onderstaande tabel is deze verhouding tussen de totale zonneschijn en daglichtduur per jaar afgezet tegen een bepaalde slagschaduwduur. Tabel 4.1 Percentage tijd i.r.t. slagschaduwduur Netto slagschaduw duur per jaar

Percentage van de totale daglichtperiode per jaar

Percentage van het totaal aantal zonuren per jaar

25 uur

0,57%

1,61%

20 uur

0,46%

1,29%

15 uur

0,34%

0,97%

10 uur

0,23%

0,65%

8 uur

0,18%

0,52%

6 uur

0,14%

0,39%

2 uur

0,05%

0,13%

In het Activiteitenbesluit is opgenomen dat maximaal 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten slagschaduw mag optreden. Dit werd in de praktijk veelal vertaald naar een maximale slagschaduwduur van 6 uur per jaar op een slagschaduwgevoelig object. Als uitgegaan wordt van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar, dan bedraagt dit circa 0,4% van het gehele maximale percentage aan zonuren per jaar. Vervolgens wordt er ook vanuit gegaan dat gedurende deze 6 uur slagschaduw daadwerkelijk iemand zich bevindt in een ruimte waarop de slagschaduw optreedt. In praktijk kan iemand op dat moment niet thuis zijn of zich ergens in huis bevinden waar de slagschaduw niet merkbaar is. Blootstelling aan slagschaduw volgens deze beoordelingssystematiek is op jaarbasis dus zeer beperkt. Er is internationaal beperkt onderzoek beschikbaar naar de relatie tussen blootstellingsduur aan slagschaduw effecten hiervan op personen. In 2016 heeft Health Canada49 aanvullend onderzoek gedaan naar variabelen die de hoogte van de ervaren hinder beïnvloeden. Hieruit is gebleken dat wanneer de aaneengesloten blootstellingsduur van slagschaduw onder de 10 minuten is, de mate van ernstige hinder beperkt is tot 3,8% van de blootgestelde personen. Indien de blootstellingsduur meer dan 30 aaneengesloten minuten bedraagt, ervaart 21,1% van de personen ernstige hinder. Deze en de 48 49

Koppen, E, et al, 2017; International Legislation and Regulations for Wind Turbine Shadow Flicker Impact https://asa.scitation.org/doi/pdf/10.1121/1.4942403 Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 39

tussenliggende waardes zijn uiteengezet in Tabel 4.2. Dit is voor zover bekend de enige dosishinderrelatie studie die bekend is in relatie tot slagschaduw van windturbines50. Tabel 4.2 Mate van ernstige hinder bij verschillende aangesloten blootstellingsduren51 Blootstelling slagschaduw

≥ 0 min en <10 min

≥ 10 min en <20 min

≥ 20 min en <30 min

≥ 30 min

Mate van ernstige hinder

3,8%

5,2%

13,5%

21,1%

Bovenstaande verwachte hinder wordt alleen ervaren indien de blootgestelde persoon ook daadwerkelijk aanwezig is in de betrokken kamer met ramen aan de schaduwkant van de windturbine ten tijde van het optreden van de slagschaduwduur. Het beperken van de totale slagschaduwduur per jaar gaat in verhouding met het beperken van het aantal dagen waarop meer dan een bepaalde slagschaduwduur per dag kan optreden. In Bijlage 7 is een aantal voorbeeldsituaties weergegeven die passen bij de verschillende eerder gehanteerde normstellingen in Nederland. Hierbij is te zien dat door het stellen van een jaarlijkse maximale slagschaduwduur het aantal dagen met meer dan 20 minuten ook automatisch wordt beperkt. Het stellen van een maximale grens aan optredende slagschaduwduur per dag resulteert in een extra beperking van de draaiuren van een windturbine (wat leidt tot extra energieopbrengstverlies). Het effect van de reductie van het dagelijks aantal hindermomenten voor omwonenden die reeds een jaarbeperking aan slagschaduw hebben, is zeer beperkt. Om de maximale hinderbeperking voor een slagschaduwgevoelig object te realiseren wordt een hinderbeperking in de vorm van een maximale slagschaduwduur per jaar het meest effectief geacht in het beperken van de hinderbeleving. Tot slot wordt opgemerkt dat verscheidene landen een bruto slagschaduwnorm 52 hanteren.

Omdat de dosis-hinderrelatie gaat over de daadwerkelijke blootstelling aan slagschaduw wordt een netto blootstellingsduur als een betere beoordelingsmaat gezien. Bij een bruto beoordelingsmaat is namelijk nog steeds onduidelijk welke netto belasting en dus welke effecten op de omgeving dit daadwerkelijk oplevert. Hinder beperkt tot afstand In theorie kan slagschaduw bij een heel lage zonnestand en een vrij blikveld zeer ver reiken. Echter, er is een beperking aan de afstand waarop nog gesproken kan worden van enige mate van invloed 53. Specifiek voor slagschaduw geldt dat de schaduw minder scherp wordt naarmate de afstand toeneemt, omdat op grotere afstanden de afdekking van de zon door het windturbineblad nog maar beperkt is. In Figuur 4.1 is eerder weergegeven dat een minimale afdekking moet bestaan van 20% om te spreken van enige waarneembare schaduw. Bij moderne windturbines is dit – afhankelijk van de afmeting van de windturbine - op afstanden van circa 2.000 – 2.300 meter niet meer aan de orde (zie Figuur 4.2 voor een voorbeeld windturbine). De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het slagschaduwgevoelige object.

50

De onderzoekers geven aan dat de gepresenteerde dosis effectrelatie minder significant is, wanneer enkel naar slagschaduw onafhankelijk van geluidbelasting wordt gekeken. 51 Voicescu, et al. 2016; Estimating annoyance to calculated wind turbine shadow flicker is improved when variables associated with wind turbine noise exposure are considered, The Journal of the Acoustical Society of America 139, 1480 (2016); doi: 10.1121/1.4942403 52 In dit geval wordt de maximale theoretische slagschaduwduur bedoeld, gebaseerd op een situatie dat de zon altijd schijnt gedurende de daglichtperiode, de windturbine altijd draait en de wind vanuit een (on)gunstige richting waait. 53 ECLI:NL:RVS:2018:616, waarin wordt gesproken van tien keer de tiphoogte als afstand waarop in beginsel geen gevolgen van enige betekenis zijn te verwachten van een windpark. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 40

Figuur 4.2 Grafiek afstand en schaduwafdekking bij voorbeeldwindturbine met 170 meter rotor op 166 meter ashoogte54

4.3

Gespaste slagschaduwnorm voor Energiepark Tolhuislanden Doordat de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling niet meer zonder meer toegepast kunnen worden, wordt gekeken naar verschillende redelijkerwijs te beschouwen alternatieven voor de normen die voor slagschaduw kunnen worden gehanteerd. Voor slagschaduw zijn weinig wetenschappelijk onderbouwde adviesnormen beschikbaar. Er is geen wetenschappelijk bewijs gevonden dat directe blootstelling aan slagschaduw (bij frequenties beneden de 2,5 Hz) an sich gezondheidseffecten veroorzaakt. Wel kan hinder worden ondervonden als gevolg van slagschaduw en is bekend dat het percentage ernstig gehinderden toeneemt naarmate de blootstellingsduur per dag toeneemt. Wanneer de toegestane slagschaduwduur per jaar wordt beperkt, zal ook het aantal dagen waarop een lange blootstellingsduur van slagschaduw plaatsvindt worden beperkt. Uit de gebiedsomschrijving in hoofdstuk 2 kan worden opgemaakt dat de omgeving van Energiepark Tolhuislanden een agrarisch en open gebied betreft. Er zal in de praktijk daardoor weinig afscherming zijn (anders dan bijv. een bosrijke of duinachtige omgeving) waardoor er weinig sprake zal zijn van de beperking van ontvangen slagschaduw op de gevel door afscherming van dergelijke obstakels. In de huidige situatie zijn bestaande windturbines aanwezig in de omgeving van het plangebied.

Er kan daarom reeds slagschaduw opreden ter plaatse van woningen in de omgeving. Vanwege de positionering van de bestaande windturbines (ten noordoosten van Energiepark Tolhuislanden) zal eventueel optredende slagschaduw nooit gelijktijdig op dezelfde plek optreden. Dit betekent dat Energiepark Tolhuislanden zal zorgen voor een (beperkte) toevoeging van de hoeveelheid slagschaduw bij woningen waar nu al sprake is van slagschaduw van bestaande windturbines. Op basis van de kennis uit wetenschappelijk onderzoek en karakteristieken van het gebied wordt voor het plangebied van Energiepark Tolhuislanden een beperking van de jaarlijkse netto slagschaduwduur tot 54

De afstand waarbij 20% afscherming van de zon optreedt kan berekend worden met: Max. distance = (5*w*150.000.000) / 1.097.780 waarbij w staat voor de gemiddelde dikte van een rotorblad gebaseerd op de maximale dikte en de dikte op 90% rotorbladlengte. Alternatief kan ook = w / bgtan( (0,2*π*(0,531/2)^2)/0,531) gebruikt worden. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 41

maximaal 6 uur per jaar voor slagschaduwgevoelige objecten geschikt geacht. Dit betreft een beperking van de jaarlijkse netto slagschaduwduur als gevolg van de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden. Bij deze netto slagschaduwduur (maar ook bij lagere of hogere slagschaduwduren) worden op basis van wetenschappelijk onderzoek geen directe gezondheidseffecten verwacht. Dit is mits de frequentie van slagschaduw onder 2,5 Hz blijft (bij grote moderne windturbines zal de frequentie veelal beneden 1 Hz blijven). Aangezien in veel landen een slagschaduwnorm van maximaal 8 uur per jaar geldt (Koppen et al., 2017), vormt een norm van maximaal 6 uur per jaar al een strengere beperking van veroorzaakte slagschaduw ten opzichte van wat is toegestaan in andere landen. Door een beperking van de netto jaarlijkse slagschaduwduur tot 6 uur per jaar, zal tevens voor omliggende woningen het aantal dagen waarop meer dan 20 minuten slagschaduw optreedt beperkt zijn. De normstelling van de Activiteitenregeling van maximaal 17 dagen per jaar met meer dan 20 minuten slagschaduw werd in de praktijk dan ook veelal vertaald naar een maximale jaarlijkse slagschaduwduur van 6 uur per jaar.

Het wordt verwacht dat het stellen van een maximale grens op de slagschaduwduur per dag, bovenop een grens van maximaal 6 uur per jaar, zeer beperkt effect heeft op het dagelijks aantal hindermomenten voor omwonenden ten opzichte van de extra beperking van draaiuren van de windturbines (wat leidt tot extra energieopbrengstverlies). Om de maximale hinderbeperking voor een slagschaduwgevoelig object te realiseren, wordt een hinderbeperking in de vorm van een maximale slagschaduwduur per jaar het meest effectief geacht in de overweging van de effecten op de omgeving en de baten van Energiepark Tolhuislanden. Ook is een maximale jaarlijkse duur eenvoudig meetbaar en instelbaar in de software van de windturbines waarmee de maximale slagschaduwduur gewaarborgd kan worden. Met bovenstaande argumentatie wordt daarom een norm van een maximale netto slagschaduwduur van 6 uur per jaar geschikt geacht. De effecten op de omgeving van het hanteren van een slagschaduwnorm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar worden inzichtelijk gemaakt. Tevens worden de effecten op de omgeving van het hanteren van een strengere en minder strenge slagschaduwnorm inzichtelijk gemaakt. Op basis van de resultaten wordt onderzocht of de voorgestelde norm voldoende bescherming biedt voor de omgeving in vergelijking met de gevolgen voor de exploitatie van Energiepark Tolhuislanden.

Belangrijk om op te merken is dat er reeds in de referentiesituatie slagschaduw kan opreden ter plaatse van een aantal slagschaduwgevoelige objecten binnen het plangebied als gevolg van de bestaande windturbines. In de hierop volgende analyses wordt het slagschaduwgebied van Energiepark Tolhuislanden bepaald en kan worden herleid bij welke objecten slagschaduw kan optreden van zowel de bestaande windturbines als voor de nieuwe windturbines. Het bevoegd gezag kan overwegen dat door de reeds aanwezige slagschaduwbelasting een beperking van de cumulatieve slagschaduwduur afkomstig van alle windturbines samen een geschikte manier is om de totale optredende jaarlijkse hinderduur te beperken. De bovengenoemde voorgestelde norm van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar geldt voor slagschaduwgevoelige objecten. Op basis van de gebiedsomschrijving in paragraaf 2.3.1 kan worden geconstateerd dat er tevens andere objecten in de omgeving aanwezig zijn welke worden gecategoriseerd als overige slagschaduwgevoelige objecten. Het gaat hier om kantoorpanden, een hotel, campings en recreatieverblijven. Doordat dergelijke objecten vaak een tijdsgebonden en/of seizoensgebonden functie en bezettingsgraad hebben, zal de hinderbeleving van slagschaduw bij deze objecten aanzienlijk anders zijn dan bij slagschaduwgevoelige objecten waar mensen permanent verblijven.

Bij overige slagschaduwgevoelige objecten zou daarom een hogere toegestane maximale jaarlijkse slagschaduwduur Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 42

acceptabel kunnen zijn. Daarbij moet bij panden van overige slagschaduwgevoelige objecten de ramen of andere licht doorlatende oppervlakken dusdanig georiënteerd zijn in de richting van de windturbines om überhaupt slagschaduw en de daaraan gerelateerde eventuele hinder te ondervinden. Daarnaast zijn in veel gevallen gemakkelijker plaatselijke maatregelen beschikbaar om slagschaduwhinder te beperken (bijv. zonwering). Aangezien de hinderbeleving van slagschaduw per type overig slagschaduwgevoelig object zeer kan variëren (afhankelijk van o.a. tijds- en seizoensgebonden bezetting, aanwezigheid en oriëntatie van licht doorlatende oppervlakken) en de hoeveelheid hinderbeleving zeer afhankelijk is van de momenten waarop slagschaduw op de objecten kan optreden, is het niet mogelijk vooraf een eventuele toepasselijke beperking van de hoeveelheid slagschaduw op overige slagschaduwgevoelige objecten vast te leggen. Dit behoeft een analyse van de verwachte slagschaduwduren per type overig slagschaduwgevoelig object en een beoordeling van de verwachte hinder bij deze objecten, overwegende de tijds- en/of seizoensgebonden functie van het object en overige relevante karakteristieken van het object. Deze analyse en beoordeling worden in verricht in paragraaf 4.5.3.

Op basis van deze lokale omstandigheden kan besloten worden al dan niet een normstelling voor specifieke overige slagschaduwgevoelige objecten op te nemen.

4.4

Beoordelingskader voor slagschaduw Blootstellingsduur Zoals onder paragraaf 4.2 is aangegeven is met name de blootstellingsduur de belangrijkste parameter om de effecten van optredende slagschaduw te beoordelen. Daarom wordt in slagschaduwonderzoeken de optredende slagschaduw op gevoelige objecten of terreinen in de referentiesituatie en als gevolg van van Energiepark Tolhuislanden inzichtelijk gemaakt. Dit kan visueel worden verbeeld in slagschaduwduurcontouren (in uren per jaar) op kaart. De uiterste contour waarbuiten slagschaduw als verwaarloosbaar kan worden beschouwd (de ‘0 uur per jaar contour’) ligt maximaal op een afstand waarbij de zon voor minimaal 20% (of meer) kan worden afgeschermd. Daarnaast wordt per individueel schaduwgevoelig object inzichtelijk gemaakt wat de verwachte jaarlijks optredende slagschaduwduur zal zijn. Afscherming In de rekenmodellen die worden gehanteerd om slagschaduw te bepalen wordt ervan uitgegaan dat er altijd een ‘line of sight’ bestaat tussen de windturbine en de gevel van een gevoelig object of het schaduwgevoelige terrein. Dit betekent dat afscherming door bijvoorbeeld andere gebouwen of bomen niet wordt meegenomen. Met name op grotere afstanden en lage zonnestanden zal dit in het algemeen snel optreden.

Aangezien door het open karakter van de omgeving van Energiepark Tolhuislanden weinig sprake zal zijn van afscherming, zal afscherming een beperkte invloed hebben op de daadwerkelijk ondervonden slagschaduw. Door de afstand waarop slagschaduw wordt beoordeeld te begrenzen is tevens al deels rekening gehouden met dit effect.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 43

4.5

Lokale situatie in project Energiepark Tolhuislanden

4.5.1

Onderzoeksopzet De slagschaduwberekeningen zijn uitgevoerd met het softwareprogramma windPRO versie 3.6.36155. Voor de windturbines van Energiepark Tolhuislanden is uitgegaan van fictieve windturbines met een rotordiameter van 172 m op een ashoogte van 166 m (worst-case). De tiphoogte bedraagt 252 m. Met een maximale rotatiesnelheid van 10,456 is de frequentie van slagschaduw (lichtflikkering) maximaal 0,5 Hz. Voor de slagschaduwberekeningen is de slagschaduw meegenomen die optreedt bij een zonnestand van minimaal 5 graden boven de horizon. Dit betekent dat resultaten met een zonnestand onder de 5 graden niet worden opgenomen in de beoordeling. De achterliggende argumentatie is dat de schaduweffecten onder deze zonnestand te veel gereduceerd zijn om hinderlijke effecten te veroorzaken. Er zijn vier redenen waarom slagschaduweffect bij zonnestanden onder de 5 graden een beperkte vorm van slagschaduw veroorzaken: •

Schaduwafstand bij laagstaande zon (zie paragraaf 4.2.3);

•

Slagschaduwcontrast door percentuele afdekking van de zon (zie paragraaf 4.4);

•

Intensiteit van de zon bij lage zonnestanden; o Bij lage zonnestanden is de instralingsintensiteit veelal zodanig laag dat er geen sprake is van een contrastrijke slagschaduw.

•

Invloed van obstakels bij lagere zonnestanden (zie paragraaf 4.4).

Bij de beoordeling van slagschaduwhinder ter plaatse van toetspunten wordt uitgegaan van de worst-case aanname dat de gehele gevel van een woning boven een hoogte van 50 cm uit lichtdoorlatend materiaal (glas) bestaat. Daarbij is aangenomen dat de gevelhoogte bij woningen 5 meter bedraagt en voor de geprojecteerde breedte van het gevelvlak is 8 meter aangehouden. Woningen worden gezien als ‘slagschaduwgevoelige objecten’. De overige slagschaduwgevoelige objecten zijn gebaseerd op de data beschikbaar in de BAG-database (geraadpleegd in mei 2023). Daarnaast zijn de overige slagschaduwgevoelige objecten (specifiek: panden of delen van panden met kantoorfunctie) geïdentificeerd aan de hand van Google Streetview beelden (geraadpleegd in juni 2022, Google Streetview beelden van maart 2022). Alleen de kantoorruimten met licht doorlatende oppervlakken georiënteerd in de richting van de windturbines (waar dus daadwerkelijk slagschaduwhinder ondervonden kan worden) zijn geselecteerd. Voor de overige slagschaduwgevoelige objecten zijn dezelfde uitgangspunten in de modellering gehanteerd als voor de woningen. De berekende slagschaduwduren zijn gegeven in netto gemiddelde slagschaduwduur per jaar. Voor de meteocorrecties (zonneschijn en windrichting) wordt gebruik gemaakt van gegevens van het nabijgelegen KNMI-meteostation Heino.

55

Dit programma wordt wereldwijd gehanteerd voor slagschaduwberekeningen en bevat een nauwkeurig model voor het voorspellen van de optredende slagschaduw, gebaseerd op de baan van de aarde om de zon, de locatie van de windturbines (op coördinaat niveau) ten opzichte van de slagschaduwgevoelige objecten en langjarige weerdata. 56 Op basis van de Vestas V150-4.2MW (worst-case aanname binnen de bandbreedte voor maximale rotatiesnelheid): 4MW RPM Curves V117 – 4.0/4.2 MW, V136 – 4.0/4.2/4.5 MW, V150 – 4.0/4.2/4.5 MW, Document no.: 0068-0935 VER 06, 2021-11-03. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 44

4.5.2

Referentiesituatie In de referentiesituatie is er sprake van slagschaduw van de vier bestaande windturbines van Windpark Tolhuislanden (Enercon E-82 op 85 m ashoogte), vier windturbines van Windpark Westenwind (Enercon E-82 op 85 m ashoogte) en twee windturbines van Windpark Synergie beschouwd (Enercon E-138 EP3 E2 op 131 m ashoogte. Deze bestaande windturbines zorgen voor slagschaduw ter plaatse van 9 van de 153 slagschaduwgevoelige objecten binnen het onderzoeksgebied (de definitie van het onderzoeksgebied wordt toegelicht in paragraaf 4.5.3). In de referentiesituatie bedraagt de netto jaargemiddelde slagschaduwduur ter plaatse van deze slagschaduwgevoelige objecten in totaal ongeveer 97 uur, indien er geen slagschaduwmitigatie wordt toegepast (de hoogste slagschaduwbelasting in de bestaande situatie bij één van deze objecten is ongeveer 31 uur per jaar). De slagschaduwcontouren in de referentiesituatie zijn gegeven in Figuur 4.3. Figuur 4.3 Optredende slagschaduw in de referentiesituatie (zonder 3 nieuwe windturbines Energiepark Tolhuislanden)

4.5.3

Resultaten berekeningen Energiepark Tolhuislanden Het gebied waarin slagschaduw, veroorzaakt door Energiepark Tolhuislanden, als hinderlijk waarneembaar kan zijn, ligt binnen een afstand van 2.241 meter (hierna: onderzoeksgebied). Bij de bepaling van het onderzoeksgebied is uitgegaan van een VENSYS 170 5.8MW windturbine57). In totaal liggen in dit onderzoeksgebied 153 objecten die als slagschaduwgevoelig worden aangemerkt. In deze situatie gaat het hier om 153 woningen.

57

De VENSYS 170 5.8MW heeft een maximale bladbreedte van 5,1 m en bladbreedte op 90% radius van 1,5 m. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 45

Binnen een afstand van 2.241 meter liggen 38 overige slagschaduwgevoelige objecten. Hiervan hebben 21 een kantoorfunctie volgens BAG. Daarnaast zijn middels Google Streetview 13 panden gevonden (op bedrijventerrein Hessenpoort) die op het oog tevens een kantoorruimte bevatten. Van de overige slagschaduwgevoelige objecten zijn er daarmee in totaal 34 (13+21=34) met kantoorfunctie. Voor de kantoren waar slagschaduw van de windturbines van Tolhuislanden kan optreden, worden de slagschaduwduren apart inzichtelijk gemaakt om de effecten van de nieuwe windturbines op deze objecten te kunnen beoordelen. Er zijn 3 overige slagschaduwgevoelige objecten binnen het onderzoeksgebied met logiesfunctie. Hiervan behoren 2 objecten (Hessenweg 14A en 14B) bij Buitenplaats de Luwte, bestaande uit een accommodatie en een camping. Deze objecten bevinden zich echter buiten de slagschaduwcontouren van Energiepark Tolhuislanden en zullen dus geen slagschaduw ontvangen van de windturbines. Het derde object met logiesfunctie betreft een Van der Valk hotel, waarin naast verblijfsvertrekken tevens een restaurant en bijeenkomstzalen gesitueerd zijn. Het Van der Valk hotel bevindt zich in het slagschaduwgebied van de windturbines. Over het algemeen zal een dergelijk hotel niet een sterk tijds- en seizoensgebonden bezetting hebben (anders dan bijvoorbeeld objecten met logiesfunctie in een vakantiepark).

De slagschaduwduren worden voor het Van der Valk hotel apart inzichtelijk gemaakt om de effecten van de windturbines op dit object te kunnen beschouwen. Tot slot is er van de overige slagschaduwgevoelige objecten één object met gezondheidszorgfunctie, namelijk de orthopedagogische praktijk Kindsucces. Dit object ligt buiten de slagschaduwcontouren van de Energiepark Tolhuislanden en zal daarom geen slagschaduw ontvangen van de windturbines. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal objecten per type object binnen een afstand van 2.241 meter van de nieuwe windturbines (het onderzoeksgebied). Dit betekent niet dat al deze objecten ook daadwerkelijk slagschaduw ontvangen. Dit wordt in een volgende stap bepaald. Tabel 4.3 Aantal slagschaduwgevoelige objecten naar aard in het plangebied Type

Aantal

Slagschaduwgevoelige objecten (woningen)

153

Overige slagschaduwgevoelige objecten:

38

Waarvan: kantoren

34

Waarvan: objecten met logiesfunctie

3

Waarvan: gezondheidszorgfunctie

1

In Figuur 4.4 zijn met isolijnen de contouren aangegeven wat de toevoeging in jaargemiddelde slagschaduwduur per gevel is als gevolg van de 3 nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 46

Figuur 4.4 Toevoeging jaargemiddelde slagschaduwduren Energiepark Tolhuislanden t.o.v. referentiesituatie

Gevolgen voor slagschaduwgevoelige objecten (woningen) Als gevolg van Energiepark Tolhuislanden wordt bij 83 van de 153 woningen in de omgeving daadwerkelijk slagschaduw ondervonden58. Dit is een toevoeging van 74 ten opzichte van de referentiesituatie. De maximale toevoeging van totale jaarlijkse slagschaduwduur (zonder toepassing van mitigerende maatregelen) opgeteld voor alle slagschaduwgevoelige objecten bedraagt ongeveer 878 uur. In onderstaande tabel is het aantal woningen gegeven waar een bepaalde toename in slagschaduwduur wordt verwacht als gevolg van Energiepark Tolhuislanden.

58

Aan de noordzijde wordt het schaduwgebied begrensd omdat de zon in het zuiden tijdens de middaguren altijd hoog staat. Direct aan de zuidzijde treedt nooit schaduw op omdat de zon nooit in het noorden staat. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 47

Tabel 4.4 Aantal woningen binnen 2.241 meter met bepaalde toename in verwachte netto slagschaduwduur per jaar Aantal uur slagschaduw per jaar

Aantal woningen

Geen slagschaduw

70

0-1 uur

10

1-2 uur

11

2-3 uur

8

3-4 uur

5

4-5 uur

3

5-6 uur

4

6-7 uur

6

7-8 uur

2

8-9 uur

4

9-10 uur

0

10-11 uur

4

11-12 uur

7

12-13 uur

1

13-14 uur

0

14-15 uur

1

15-16 uur

2

16-17 uur

1

17-18 uur

0

18-19 uur

0

19-20 uur

0

> 20 uur

14

Totalen

153

Uit deze tabel blijkt dat 73% van de woningen (111 van de 153) jaarlijks gemiddeld minder dan 6 uur slagschaduw ontvangt als gevolg van Energiepark Tolhuislanden, zonder dat een stilstandvoorziening in werking is. Voor 42 woningen is de verwachting dat er jaarlijks meer dan gemiddeld 6 uur slagschaduw optreedt als gevolg van Energiepark Tolhuislanden. Indien een slagschaduwnorm van maximaal gemiddeld 6 uur per jaar wordt gehanteerd, leidt dit daarmee tot een extra bescherming van deze 42 woningen.

Gevolgen voor overige slagschaduwgevoelige objecten Overige slagschaduwgevoelige objecten: kantoren Bij 25 van de van de 38 overige slagschaduwgevoelige objecten wordt slagschaduw ondervonden als gevolg van Energiepark Tolhuislanden. Van deze objecten zijn er 24 met kantoorfunctie. De totale jaarlijkse slagschaduwduur bij deze 24 objecten bedraagt ongeveer 244 uur. Dit is de totale slagschaduwduur gedurende het hele jaar opgeteld voor alle betrokken objecten. De maximale Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 48

slagschaduwduur dat optreedt bij één van deze objecten is ongeveer 37 uur per jaar. Dit is 0,8% van de daglichtperiode per jaar. Afhankelijk van de ligging van het object kan slagschaduw optreden in de ochtend tussen 6:00 en 11:00 uur. Een deel van de slagschaduw die in de ochtenden optreedt, zal optreden op momenten dat er niemand aanwezig is op de betreffende locatie. Dit is het geval buiten reguliere werktijden, oftewel doordeweeks in de vroege ochtend en gedurende ochtenden in het weekend. Indien er geen mensen aanwezig zijn in de kantoren, wordt op deze momenten bij de kantoren geen hinder ervaren als gevolg van slagschaduw. Hierdoor zal de daadwerkelijke totale slagschaduwduur bij kantoren die als hinderlijk wordt ervaren aannemelijk lager zijn dan de hierboven genoemde 244 uur. In Tabel 4.5 is het aantal kantoren in het onderzoeksgebied gegeven met een bepaalde jaarlijkse slagschaduwduur als gevolg van Energiepark Tolhuislanden. Tabel 4.5 Aantal overige slagschaduwgevoelige objecten (kantoren) binnen 2.241 meter met bepaalde verwachte netto slagschaduwduur per jaar Aantal uur slagschaduw per jaar

Aantal objecten

Geen slagschaduw

10

0-1 uur

0

1-2 uur

0

2-3 uur

2

3-4 uur

6

4-5 uur

1

5-6 uur

3

6-7 uur

0

7-8 uur

1

8-9 uur

2

9-10 uur

2

10-11 uur

2

11-12 uur

0

12-13 uur

0

13-14 uur

1

14-15 uur

0

15-16 uur

0

16-17 uur

0

17-18 uur

0

18-19 uur

0

19-20 uur

0

> 20 uur

4

Totalen

34

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 49

Tabel 4.5 laat zien dat bij de meeste overige slagschaduwgevoelige objecten waar slagschaduw optreedt, een slagschaduwduur tussen de gemiddeld 2 en 11 uur per jaar optreedt. Er zijn 4 objecten waarbij een slagschaduwduur van meer dan gemiddeld 20 uur per jaar optreedt. Dit betreft het pand van Wehkamp aan de Paderbornstraat 21, het pand van Kruitbosch Zwolle B.V. aan de Ravensburgstraat 8, een op moment van schrijven te realiseren distributiecentrum59 aan de Steinfurtstraat 3 en een te realiseren pand aan de Paderbomstraat 1 (eigenaar of gebruiker onbekend). Van de twee laatstgenoemde, nog te realiseren panden is niet bekend waar op het perceel het kantoordeel zal liggen en is dus niet bekend of de kantoordelen dusdanig gelegen en georiënteerd zijn zodat er slagschaduw op de kantoordelen kan worden ondervonden. Daarom wordt in dit onderzoek er van uitgegaan dat de kantoordelen van deze panden wel slagschaduw kunnen ontvangen van de windturbines. In de praktijk kan het echter zijn dat de kantoren dusdanig georiënteerd zijn dat hier geen slagschaduw kan worden ondervonden. In Tabel 4.6 is een overzicht gegeven van de jaarlijkse slagschaduwduur en de hoeveelheid slagschaduw die zal optreden tijdens kantoortijden.

Voor deze berekening is uitgegaan van werktijden tussen 7:30 uur en 17:30 uur, de zomertijd-periode van het jaar 2022 en 5/7e kans dat de slagschaduw op een weekdag optreedt. In Bijlage 8 zijn tevens de slagschaduwkalenders van de betreffende panden opgenomen waarop de momenten gedurende het kalenderjaar zijn weergegeven wanneer slagschaduw kan optreden. Tabel 4.6 Slagschaduwduren bij een selectie kantoorpanden Jaarlijkse slagschaduwduur dat optreedt tijdens kantoortijden [u:mm]

Naam

Adres

Jaarlijkse slagschaduwduur [u:mm]

Wehkamp

Paderbornstraat 21, Zwolle

26:19

18:45

Kruitbosch Zwolle B.V.

Ravensburgstraat 8, Zwolle

28:46

5:49

Distributiecentrum

Steinfurtstraat 3, Zwolle

37:19

14:34

Onbekende eigenaar/gebruiker

Paderbornstraat 1, Zwolle

27:17

19:13

Uit de tabel kan worden opgemaakt dat bij Kruitbosch Zwolle B.V. en het te realiseren distributiecentrum de hoeveelheid slagschaduw dat tijdens kantoortijden kan optreden significant lager ligt dan de totale jaarlijkse slagschaduw. Bij het pand van Wehkamp en het pand aan Paderbornstraat 1 zal het merendeel van de jaarlijkse slagschaduw optreden tijdens kantoortijden. De hoeveelheid slagschaduw dat tijdens kantoortijden kan optreden is bij beide panden ongeveer 19 uur per jaar bij, gelijk aan 0,4% van de daglichtperiode per jaar. Overige slagschaduwgevoelige objecten: hotel Van de 24 overige slagschaduwgevoelige objecten die slagschaduw ondervinden van Energiepark Tolhuislanden is er 1 object met logiesfunctie, namelijk het Van der Valk hotel. Er wordt verwacht dat dit hotel niet een sterk seizoensgebonden bezetting heeft en dat daarom gedurende het gehele kalenderjaar hinder kan worden ondervonden wanneer bij dit object slagschaduw optreedt. In totaal wordt bij het Van der Valk hotel minder dan 1 uur slagschaduw per jaar verwacht als gevolg van Energiepark Tolhuislanden.

59

Het pand is in de BAG database opgenomen als pand met gedeelde industrie- en kantoorfunctie. Op basis van luchtfotobeelden is het pand momenteel in aanbouw. Er is een vergunning verleend voor de bouw van een distributiecentrum op dit adres: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-247953.html Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 50

Bij een dergelijk lage waarde zijn geen nadere maatregelen nodig, aangezien de optredende slagschaduwduur in vergelijking met de daglichtperiode per jaar verwaarloosbaar is (<0,05%).

4.6

Beoordeling normstelling voor slagschaduw en gevolgen voor windpark Slagschaduwgevoelige objecten (woningen) Uit de (beperkt) beschikbare wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat – hoewel er geen directe gevolgen voor de gezondheid te verwachten zijn als gevolg van slagschaduw van Energiepark Tolhuislanden – het wel wenselijk is de totale optredende hoeveelheid slagschaduw ter plaatse van slagschaduwgevoelige objecten te beperken. Er is voorgesteld om voor slagschaduwgevoelige objecten de jaarlijkse netto slagschaduwduur te beperken tot maximaal 6 uur per jaar. In de referentiesituatie wordt er in het onderzoeksgebied reeds slagschaduw ondervonden van bestaande windturbines ter plaatse van 9 woningen. Na realisatie van de 3 nieuwe windturbines– zonder het nemen van mitigerende maatregelen – samen met de bestaande nabijgelegen windturbines kan bij 83 van de 153 slagschaduwgevoelige objecten slagschaduw optreden. Bij ongeveer de helft van de objecten dat slagschaduw ontvangt (41 van 83) is de slagschaduw minder dan 6 uur per jaar (zonder mitigatie). Er zijn 42 woningen die in de ongemitigeerde situatie meer dan 6 uur slagschaduw per jaar ondervinden. Het hanteren van een slagschaduwnorm van maximaal 6 uur per jaar leidt tot een extra bescherming van deze objecten.

In Tabel 4.7 is inzichtelijk gemaakt welke gevolgen het beperken van de maximale blootstellingsduur naar maximaal 6 uur per jaar heeft voor Energiepark Tolhuislanden. Hierbij is telkens een maximale blootstellingsduur per woning als uitgangspunt gehanteerd. Tevens zijn de gevolgen gegeven indien een minder strenge norm (16 uur per jaar) en een strengere norm (ongeveer 0 uur per jaar60, hierna: 0-1 uur per jaar) wordt gehanteerd. De tabel laat alleen de slagschaduwduur zien die het resultaat is van de nieuwe windturbines, de effecten van de bestaande windturbines zijn niet meegenomen. Uit deze tabel kan worden afgeleid dat voor het mitigeren naar maximaal 6 uur per jaar, er voor 542 uur veroorzaakte slagschaduw moet worden gemitigeerd. Dit resulteert in een energieopbrengstverlies van circa 2,1%. Het energieopbrengstverlies ligt ongeveer 0,7 procentpunt hoger dan wanneer een minder strenge norm wordt gehanteerd (16 uur per jaar). Het verschil met het maximaal reduceren van de optredende slagschaduwduur per jaar naar 0-1 uur leidt tot een relatief beperkt verschil in opbrengstverlies ten opzichte van mitigeren naar 6 uur per jaar (verschil van ongeveer 0,1 procentpunt).

60

In de praktijk is terug regeling naar 0 uur per jaar niet mogelijk. Tijdens afwisselende zonnige momenten kan er gedurende kortstondige duur slagschaduw aanwezig zijn en er is enige tijd nodig om de windturbine uit te schakelen indien slagschaduw optreedt. Deze perioden zijn nooit zodanig langdurend dat er sprake kan zijn van een significante hinderbeleving. Deze categorie dient dus gelezen te worden als ‘zoveel reductie als mogelijk’. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 51

Tabel 4.7 Toename in jaargemiddelde slagschaduwduur ter plaatse van woningen en energieopbrengstverliezen Situatie (grens aantal uren per object per jaar)

Toename totale jaargemiddelde slagschaduwduur t.o.v. referentie-situatie [u:mm]

Energieopbrengst-verlies in uren bij volledige stilstand

Percentage verlies draaiuren in % van 1x jaar61 en in % t.o.v. windpark

+ Energiepark Tolhuislanden zonder mitigatie

877:32

0u

0%

+ Energiepark Tolhuislanden – 16 uur/jaar

603:50

358 u

1,4%

+ Energiepark Tolhuislanden – 6 uur/jaar

347:11

542 u

2,1%

+ Energiepark Tolhuislanden – 0-1* ~0:00* 574 u 2,2% uur/jaar * In de praktijk is terug regeling naar 0 uur per jaar niet mogelijk doordat bij afwisselende zonnige momenten enige tijd nodig is de windturbine af te schakelen. Mitigeren naar 0-1 uur/jaar dient gelezen te worden als ‘zoveel reductie als mogelijk’.

Overige schaduwgevoelige objecten: kantoren De slagschaduw bij kantoren treedt op in de ochtenden, waarvan een deel zal optreden op momenten dat er niemand aanwezig is op de betreffende locatie (doordeweeks vroeg in de ochtend en de ochtenden in het weekend). Hinderbeleving bij deze objecten is daarmee aanzienlijk anders dan bij woningen. Daarbij kunnen plaatselijke maatregelen zoals zonwering worden getroffen om hinder te beperken. Het is vanuit het oogpunt van hinderbestrijding dan ook te beargumenteren om geen norm te stellen voor de optredende slagschaduwduur op kantoorpanden. In de afweging van de effecten van Energiepark Tolhuislanden op de omgeving en de baten van het project, zijn toch de gevolgen van een eventuele normstelling voor slagschaduw op kantoorpanden en kantoorruimten inzichtelijk gemaakt. Tabel 4.8 weergeeft de gevolgen van een normstelling van 16, 6 en 01 uur per jaar voor de kantoorruimten. Na realisatie van Energiepark Tolhuislanden zullen de nieuwe windturbines– zonder het nemen van mitigerende maatregelen –bij 24 overige slagschaduwgevoelige objecten (kantoren) enige vorm van slagschaduw veroorzaken. Bij de meeste kantoren waar slagschaduw optreedt, is dit tussen de 2 en 11 uur per jaar. Bij 4 kantoorpanden treedt jaarlijks meer dan 20 uur slagschaduw op (zonder mitigatie), met een maximum van 37 uur per jaar.

Dit is maximaal 0,8% van de daglichtperiode per jaar. De jaarlijkse slagschaduwduur dat tijdens kantoortijden optreedt, ligt lager dan totale jaarlijkse slagschaduwduur. Bij het pand van Wehkamp en het pand aan Paderbornstraat 1 treedt het merendeel van de jaarlijkse slagschaduw op tijdens kantoortijden. De totale hoeveelheid slagschaduw dat tijdens kantoortijden kan optreden bij deze panden bedraagt 19 uur per jaar, een gering aandeel van 0,4% van de daglichtperiode per jaar. Met toepassing van plaatselijke maatregelen zoals zonwering kan hinderbeleving bij deze panden eenvoudig beperkt worden.

61

Uitgaande dat afhankelijk van de zonneschijn stilstand van circa 25% van de brutokalender benodigd is. En dat de opbrengst evenredig is verdeeld over het beschikbare aantal uren per jaar van 8.760 uur. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 52

Tabel 4.8 Toename in jaargemiddelde slagschaduwduur ter plaatse van overige slagschaduwgevoelige objecten (kantoren) en energieopbrengstverliezen Situatie (grens aantal uren per woning per jaar)

Toename totale jaargemiddelde slagschaduw-duur t.o.v. referentiesituatie [u:mm]

Energie-opbrengstverlies in uren bij volledige stilstand

Percentage verlies draaiuren in % van 1x jaar62 en in % t.o.v. windpark

+ Energiepark Tolhuislanden zonder mitigatie

243:44

0u

0%

+ Energiepark Tolhuislanden – 16 uur/jaar

188:03

127 u

0,5%

+ Energiepark Tolhuislanden – 6 uur/jaar

119:15

170 u

0,6%

+ Energiepark Tolhuislanden – 0-1 0:00 175 u 0,7% uur/jaar * In de praktijk is terug regeling naar 0 uur per jaar niet mogelijk doordat bij afwisselende zonnige momenten enige tijd nodig is de windturbine af te schakelen. Mitigeren naar 0-1 uur/jaar dient gelezen te worden als ‘zoveel reductie als mogelijk’.

Conclusies In het Activiteitenbesluit Milieubeheer werd uitgegaan van ‘gemiddeld niet meer dan 17 dagen met meer dan 20 minuten’ aan slagschaduw per jaar. In de praktijk komt dit overeen met een gemiddelde slagschaduwduur per jaar van circa 14 uur tot 16 uur. In veel projecten in Nederland is er echter in het verleden een strengere en makkelijker uitlegbare maximale netto slagschaduwduur gehanteerd van 6 uur per jaar op slagschaduwgevoelige objecten. Bij een maximale slagschaduwduur van 6 uur per jaar (maar ook bij hogere of lagere waarden) zijn geen directe gezondheidseffecten bekend indien de frequentie van slagschaduw onder de 2,5 Hz blijft. Voor de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden is vastgesteld dat de slagschaduwfrequentie ver beneden deze waarde blijft (0,5 Hz). Bij uurwaarden tussen en onder de 6 tot 8 uur per jaar wordt de kans op dagen in een jaar waarop meer dan 20 minuten op een dag aan slagschaduw kan optreden reeds geminimaliseerd. In acht nemend dat de kans klein is dat een bewoner ook daadwerkelijk altijd aanwezig is in de ruimte wanneer deze slagschaduwduur optreedt is de slagschaduwhinder bij een maximale norm van 6 uur per jaar beperkt.

Op basis van bovengenoemde kennis uit wetenschappelijke literatuur wordt voor Energiepark Tolhuislanden een normstelling van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar op slagschaduwgevoelige objecten geschikt geacht. Voor de omgeving van Energiepark Tolhuislanden een normstelling van 6 uur per jaar leiden tot een aanvullende bescherming van 42 woningen. Van de overige 41 woningen is de afstand tot de windturbines al dusdanig groot dat deze ook zonder maatregelen minder dan 6 uur per jaar slagschaduw ontvangen. In Tabel 4.7 waren de gevolgen gegeven van een maximale slagschaduwduur van 6 uur per jaar. Dit resulteert in een verlies in draaiuren van 2,1%. Uit dezelfde tabel kan worden opgemaakt dat het mitigeren naar ongeveer 0 uur slagschaduw per jaar voor slagschaduwgevoelige objecten, dit resulteert in een zeer geringe toename van het verlies in draaiuren van 0,1 procentpunt ten opzichte van mitigeren naar 6 uur per jaar. De totale opbrengstverlies bij mitigeren naar ongeveer 0 uur bedraagt 2,2%. Dit gaat gepaard met de bescherming van alle woningen binnen het onderzoeksgebied waar anders slagschaduw wordt ontvangen van Energiepark Tolhuislanden (83 woningen).

62

Uitgaande dat afhankelijk van de zonneschijn stilstand van circa 25% van de brutokalender benodigd is. En dat de opbrengst evenredig is verdeeld over het beschikbare aantal uren per jaar van 8.760 uur. Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 53

Uit de resultaten blijkt dat de stap van mitigeren tot 6 uur per jaar naar 0-1 uur per jaar relatief veel milieuwinst oplevert ten opzichte van de zeer geringe toename in energieopbrengstverlies. Vanuit het oogpunt van hinderbestrijding in de omgeving ten overstaande van de baten van het project, wordt een slagschaduwnorm van 0-1 uur per jaar voor slagschaduwgevoelige objecten geschikt geacht voor Energiepark Tolhuislanden. Belangrijk is om op te merken dat de voorgestelde slagschaduwnorm van 0-1 uur alleen betrekking heeft op slagschaduw als gevolg van Energiepark Tolhuislanden. Ter plaatse van 9 woningen binnen het slagschaduwgebied van Energiepark Tolhuislanden kan reeds slagschaduw optreden als gevolg van bestaande windturbines. De toevoeging van Energiepark Tolhuislanden met een slagschaduwnorm van 01 uur heeft verder geen invloed op de slagschaduw veroorzaakt door bestaande windturbines. De slagschaduwduur die optreedt op bedrijven dan wel kantoorpanden en -ruimten die gevoelig voor slagschaduw kunnen zijn (overige slagschaduwgevoelige objecten) heeft een aanzienlijk andere vorm van hinderbeleving als slagschaduw die optreedt op woningen of zorginstellingen met permanent verblijf van personen (slagschaduwgevoelige objecten). De aanwezigheid van personen in kantoorruimten tijdens momenten waarop slagschaduw kan optreden is beperkt.

De benodigde bescherming tegen de slagschaduweffecten bij deze objecten zal lager zijn dan bij woningen, gezien de werkzaamheden en bezettingsgraad in vergelijking met leven en wonen. Er zijn in veel gevallen gemakkelijker maatregelen beschikbaar bij kantoren om optredende effecten te beperken (zoals zonwering). Het wordt vanuit het oogpunt van hinderbestrijding bij deze objecten dan ook voorgesteld om geen norm te stellen voor de optredende slagschaduwduur op kantoorpanden en kantoorruimten.

4.7

Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NENEN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Er is daarmee geen noodzaak tot het opnemen van nadere voorschriften of normen, anders dan hierboven beschreven om gevolgen van lichtschittering te beperken.

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 54

5 Externe veiligheid 5.1

Inleiding: plaatsgebonden risico als beoordelingsmaat Hoewel het risico zeer klein is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het risico van de windturbines op de omgeving wordt beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken63. Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot de overlijdenskans is in de omgeving door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Voor windturbines is buiten de identificatieafstand (werpafstand bij overtoeren) risico in het geheel uit te sluiten. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die locatie permanent en onbeschermd verblijft (24 uur voor 365 dagen). Het plaatsgebonden risico rekent daarmee de maximale trefkans uit voor een individueel persoon die permanent aanwezig is en is daarmee niet geschikt voor beoordeling van voorbijgangers / passanten. Het risico wordt uitgedrukt in een kans op overlijden waarbij de conservatieve aanname wordt gedaan dat treffen door een windturbineonderdeel gelijk staat aan 100% kans op overlijden.

De kans wordt tevens conservatief berekend zonder rekening te houden met vluchtgedrag of actieve actie van de te raken persoon om risico’s te vermijden of uit de weg te gaan. Het plaatsgebonden risico is daarmee een conservatieve maat voor het maximale risico wat in de omgeving kan worden ervaren op een bepaalde locatie.

5.2

Achtergrond: veiligheid en kansen Omgaan met risico’s in een drukbevolkt land De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid op rijksniveau luidt: “Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s”64. Het beleid is erop gericht een zogenaamd basisbeschermingsniveau voor externe veiligheid te bieden aan personen die wonen, werken of recreëren in de omgeving van risicovolle activiteiten. Uitgangspunt van het landelijke risicobeleid in zijn algemeenheid is dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer op een bepaalde plaats een daar aanwezig individu geen hogere kans op overlijden heeft dan maatschappelijk is geaccepteerd. Deze basisbescherming, die veelal een limiet kent van 10-6 tot 10-4 per jaar65, wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico 66,6768. Dit geldt voor onder andere

63

Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW2020) Beleid externe veiligheid: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/omgevingsthema/externe-veiligheid/beleid/ 65 Deze risico’s komen overeen met een kans op overlijden van 1 op 1.000.000 en 1 op 10.000 per jaar. 66 Nota Modernisering omgevingsveiligheid (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 29517, nr. 92) 67 Roels, J.M, et al, 2018; Bewust Omgaan met Veiligheid: doelen en effectmaten in het risico- en veiligheidsbeleid, RIVM Rapport 2018-0029 68 In A framework for risk evaluation (1994) J.K. Vrijling, W. van Hengel, R.J. Houben - Journal of Hazardous Materials 43 (1995) en in An overview of quantitative risk measures for loss of life and economic damage - S.N. Jonkman, P.H.A.J.M. van Gelder, J.K. Vrijling - Journal of Hazardous Materials A99 (2003) worden overzichten gegeven van bruikbare methodieken om optredende risico’s in kaart te brengen (zoals: plaatsgebonden risico, groepsrisico, maatschappelijk risico). 64

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 55

industrie, transport en opslag van gevaarlijke stoffen zoals toxische of brandbare stoffen maar is ook toepasbaar voor windturbines. Het externe veiligheidsbeleid van alle risicobronnen is al met introductie van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in 2004 gelijkgetrokken (vóór het in werking treden van de regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit). Het hanteren van 10-5 en 10-6 voor een aanvaardbaar risico dateert al van eerder, zo wordt het onder andere genoemd in het Nationaal milieubeleidsplan 4 (juni 2001) maar ook daarvoor werd deze norm als aanvaardbaar gehanteerd. In het kader van de vuurwerkramp in Enschede (2000) en het daaropvolgende rapport van de commissie Oosting heeft er toe geleidt dat het gehele externe veiligheidsbeleid in Nederland tegen het licht is gehouden en er uiteindelijk maatschappelijk aanvaardbare normen in het Bevi zijn vastgelegd. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de ruimtelijke aanvaardbaarheid op basis van het hanteren van het plaatsgevonden risico’s niveau van respectievelijke 10 -5 en 10-6 die optreden voor andere risicobronnen. Ook zijn de gevolgen voor het milieu hiermee beperkt. Weliswaar is er een kans op een effect, maar het hanteren van een andere kans als beoordelingsniveau leidt niet tot een afname van het gevolg maar alleen van de kans dat dit effect kan optreden.

Het feit dat een zekere mate van risico, alhoewel zeer beperkt, wordt geaccepteerd is inherent aan het feit dat Nederland een drukbevolkt land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt. Aanvaardbaar beschermingsniveau In 2014 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een rapport laten opstellen over het in perspectief zetten van risico’s69. Uit dit rapport kunnen geen cijfermatige conclusies worden getrokken maar het geeft wel aan waarom een mate van bescherming voor windturbines leidt tot maatschappelijk aanvaardbare risico’s in vergelijking met risico’s bij andere activiteiten. Op stadsniveau (generieke stad van 50.000 personen) is de kans op een vergelijkbaar aantal verloren levensjaren voor reizen met het vliegtuig vergeleken met een windturbineongeluk circa 1.000x hoger, het wonen in laaggelegen gebieden (overstromingsrisico) geeft circa een 10x hogere kans en voor autorijden ligt de kans op een vergelijkbaar aantal verloren levensjaren bijna 10.000x hoger dan bij een windturbineongeluk. Een overzicht van de optredende risico’s in een moderne maatschappij zijn ook inzichtelijk gemaakt in de “Catalogue of risks” door D. Proske uit 200870 en geüpdatet tot in 2022.

Hieruit kan worden geconstateerd dat het toepassen van risicocriteria in de orde van grote van PR10-05 en PR10-06 bij windturbines een maatschappelijk geaccepteerd risico kan opleveren. Overigens blijkt uit literatuur en ook navraag bij een externe veiligheidsdeskundige dat wereldwijd71 het geaccepteerde plaatsgebonden risico over het algemeen ligt op een niveau tussen 10-4 en 10-6. Zo geeft in het Verenigd Koninkrijk de Health and Safety Executive (HSE)72 aan dat de jaarlijkse acceptabele letaliteitskans voor een lid van de maatschappij circa 1 : 100.000 (= 10 -5) is als gevolg van een nucleaire installatie en bij een niveau van 1 : 1.000.000 (= 10-6) is er ook geen verdere verbetering van de situatie meer benodigd. Risico's in perspectief – Risicovergelijking, HaskoningDHV Nederland B.V, november 2014 i.o.v. Ministerie BZK Catalogue of Risks: Natural, Technical, Social and Health Risks, January 2008 DOI:10.1007/978-3-540-79555-1 ISBN: 978-3-540-79554-4 en aanvullende updates.

71 Zoals: Denemarken: Vejledning om planlægning for og tilladelse til opstilling af vindmøller, België: Wind turbine manual - Guidelines for the risk calculations of wind turbines Version 1.1 of 01/10/2019, Zweden: Vindkraftshandboken Handbook for Planning and testing of wind turbines on land and in coastal waters, De Verenigde Staten en Duitsland hebben lokale regels per staat, regio of county: Duitsland: Expert Opinion - WTGs Near objects to be protected determination of minimum distances (2011) 72 Reducing risks, HSE’s decision-making process, Health and Safety Executive, 2001. 69 70

Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 56

Bescherming van objecten In het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) worden mogelijk te beschermen objecten onderverdeeld in beperkt kwetsbare objecten en kwetsbare objecten, waarbij bij de indeling rekening is gehouden met de mogelijke verblijfsduur van personen, de hoeveelheid aanwezige personen en de zelfredzaamheid van personen die normaliter in het type vermelde objecten kunnen voorkomen. Er is geen aanleiding van deze indeling af te wijken bij de beoordeling van risico’s door windturbines, omdat de aanwezigheid en zelfredzaamheid relevant is voor ieder optredend risico, ongeacht de risicobron. Groepsrisico en maatschappelijk risico De bescherming van personen is naast het hanteren van een maximale eis per persoon ook afhankelijk van de hoeveelheid personen die een bepaald risico ondervinden. Hoe meer personen een risico kunnen ondervinden hoe minder geaccepteerd het risico wordt. Dit komt tot uiting in beoordeling van normen die worden omschreven voor het groepsrisico (GR) alsook het totale maatschappelijk risico (MR) dat kan optreden. Voor andere risicovolle inrichtingen en risicovolle transporten geldt voor het groepsrisico geen harde normstelling maar wordt wel een oriëntatiewaarde gebruikt om de totale effecten te kunnen beoordelen73. Het maatschappelijk risico is een maat die aangeeft wat het ‘totale cumulatieve risico voor de maatschappij’ bedraagt.

Dit is de optelsom van de plaatsgebonden risico’s voor alle potentiële personen in het gebied.

5.3

Rekenmethodiek

5.3.1

Rekenmodellen en uitgangspunten De risico’s van de windturbines op de omgeving worden berekend met behulp van het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid module IV – De Handleiding risicobeoordeling windturbines (versie oktober 2020). Deze handreiking en handleiding hebben in 2020 een uitgebreide actualisatie ondergaan en voldoen aan de actuele stand van de wetenschappelijke kennis op dit punt. Ze zijn daarmee goed bruikbaar voor het berekenen en bepalen van risico’s van moderne grote windturbines. Voor het leesgemak wordt naar beide rapportages verwezen als “HRW”. Voor de beoordeling worden alle objecten waar mensen zich in kunnen bevinden binnen de maximale effectzone in kaart gebracht. Buiten de maximale effectzone (bladworp bij overtoeren) kunnen geen onderdelen van de windturbine meer terechtkomen, waardoor hier ook geen effecten meer kunnen optreden. Daarnaast wordt het maximale plaatsgebonden risico (PR) dat binnen een object kan optreden per windturbine berekend. De maximale PR-waarden binnen het object wordt bepaald om het maximale optredende PR in een object te berekenen. Eén adreslocatie kan uit meerdere gebouwen (objecten) bestaan. Om het aantal aanwezige personen in te schatten wordt gerekend met een aanwezigheidsfactor of relatieve verblijfstijden. De gebruikte aanwezigheidsfactoren zijn weergegeven in Tabel 5.1.

Het aantal personen dient om een inschatting te maken van de groepsrisico’s en het maatschappelijk risico.

73

Zie Besluit externe veiligheid Transporten, artikel 1 lid 1 en Besluit externe veiligheid Inrichtingen artikel 12 lid 1 b Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 57

Tabel 5.1 Aanwezigheidsfactor per gebruiksdoel van gebouw. Gebruiksdoel

Personen

Uren per week

Aanwezigheidsfactor.

Woonfunctie

2,2

168

2,2

Bedrijfsfunctie (kleinschalig)

5

40

1,19

Industriefunctie (agrarische activiteit)

2

40

0,476

Geen toegewezen functie (i.e. agrarische schuren)

1

21

0,125

Passanten op infrastructurele transportroutes (wegen, waterwegen en spoorwegen) kunnen ook risico’s ondervinden door de aanwezigheid van windturbines. De verblijfstijden van passerende personen binnen de risicozones van de windturbines zijn echter zodanig klein dat dit geen significante risico’s oplevert in vergelijking met permanent aanwezige personen. Voor wegen met significante hoeveelheden personenverkeer (bijv. snelwegen of provinciale hoofdwegen) kunnen de cumulatieve risico’s significant worden. De risico’s voor passanten kunnen worden uitgerekend in een Individueel Passanten Risico (IPR) en een Maatschappelijk Risico (MR). Naast een direct risico op personen in de omgeving kunnen windturbineonderdelen bij een calamiteit terechtkomen op risicovolle buisleidingen en risicovolle inrichtingen in de omgeving. Door dit treffen kan er schade ontstaan en kunnen er gevaarlijke stoffen vrijkomen of kunnen er risico’s optreden die op zichzelf weer een gevaar vormen voor de omgeving. Dit wordt een indirect risico of domino-effect genoemd. Daarbij is altijd de toevoeging van het risico door de windturbine(s) van belang bij de beoordeling.

De beoordeling van risico’s voor infrastructuren en overige installaties zijn vastgelegd in beleidsregels van betrokken instanties zoals Rijkswaterstaat, Gasunie en TenneT en/of regels geldend in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen of het Besluit externe veiligheid Buisleidingen. Deze regels en toetsmaten blijven gelden en zijn reeds beschouwd in de externe veiligheidanalyses voor Energiepark Tolhuislanden74. Dit rapport onderzoekt enkel de normstellingen bedoeld voor beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten als gevolg van windturbinerisico’s en geeft geen analyse van de situatie rondom de externe veiligheid van waterkeringen, infrastructuren of risicovolle installaties van derden, omdat de normen uit het Activiteitenbesluit daar niet op toezien. Er treden in de beoordelingen van deze infrastructuren en installaties daarnaast geen wijzigingen op als gevolg van de uitspraak over de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit.

5.3.2

Faalscenario’s Conform het HRW zijn er drie mogelijke faalscenario’s van windturbines: gondelfalen, mastfalen en bladworp. De faalscenario’s zijn weergegeven in Figuur 5.1. In geval van gondelfalen breekt de gondel los van de mast en valt langs de mast naar beneden, vervolgens breekt ook een blad los. Bij mastfalen breekt de mast onderaan af en valt de gehele windturbine naar beneden. Bij bladworp breekt een blad los en wordt geworpen als gevolg van de rotatie van de rotor. Bij bladworp wordt vervolgens nog onderscheid gemaakt tussen bladworp bij nominaal toerental en bladworp bij overtoeren. Bij bladworp bij overtoeren wordt er gerekend met een toerental gelijk aan twee keer het nominale toerental. De faalfrequenties van de verschillende faalscenario’s conform het HRW zijn in Tabel 5.2 weergegeven.

74

Rapportage analyse Externe Veiligheid Energiepark Tolhuislanden - 720153 v2.0 van Pondera Consult van 28-072023 Onderzoek milieunormen windenergie 720153 | Windturbines Energiepark Tolhuislanden | v2.0 | 15-8-2023 Pagina 58

Tabel 5.2 Faalfrequenties van de verschillende faalscenario’s, conform het HRW. Faalscenario

Faalfrequentie per jaar

Gondelfalen

4,0E-05

Mastfalen

1,3E-04

Bladworp bij nominale toeren

8,4E-04

Bladworp bij overtoeren

5,0E-06

Figuur 5.1 Mogelijke faalscenario’s van een windturbine.

5.3.3

Bepaling van het plaatsgebonden risico Het PR wordt per faalscenario berekend. Dit levert een PR als functie van afstand tot de windturbine op. Dit PR profiel wordt vervolgens geconverteerd in een data-image (geotiff), waarin elke pixel het PR weergeeft van de betreffende pixel. Het PR dat een object ondervindt is de maximale waarde van alle pixels van de data-image (geotiff) binnen het betreffende object.

5.3.4

Effectbeoordeling via groepsrisico benadering Naast de bescherming van het maximaal optredende risico per object kan de situatie rondom de externe veiligheid van een windpark ook beoordeeld worden aan de verhouding van de hoeveelheid personen die een bepaald risico kunnen ondervinden. Een dergelijke beoordeling kan plaatsvinden door te kijken naar de berekenmethodiek van het optredende groepsrisico (GR). Een groepsrisicoberekening is opgesteld door de te verwachtte persoonsbezetting per pand en het maximaal optredende plaatsgebonden risico in kaart te brengen. Voor de bepaling van de persoonsbezetting van de verschillende gebruiksfuncties wordt hierbij wederom aangesloten bij de kengetallen zoals genoemd aan het begin van dit hoofdstuk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b949f988-4e99-42d3-91d6-acd9375f5160