1 Weezenlanden - Noord_vastgesteld_1_TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
Om voor deze woonsegmenten te voorzien in een andere vorm van mobiliteit worden deelauto's aangeboden op basis van een norm van 1 deelauto per 30 woningen. Voor de overige woonsegmenten is een inschatting gemaakt hoeveel procent van de gebruikers-parkeervraag opgevangen kan worden door deelauto's. Hierbij geldt dat elke deelauto 5 eigen auto's vervangt. Per saldo zijn dit 4 parkeerplaatsen minder. De behoefte aan deelauto's kan in alle gevallen bijgesteld worden, al naar gelang de behoefte. Het faciliteren van het deelautogebruik betekent dat het autodelen zo laagdrempelig mogelijk wordt gemaakt. Dit betekent dat: de deelauto's binnen of nabij de ontwikkeling beschikbaar moeten zijn; variëteit wordt geboden in het aanbod van de deelauto's; gemak en flexibiliteit wordt geboden aan de gebruikers van de deelauto's, Ad 2: duurzame alternatieve mobiliteitsvoorzieningen De parkeeropgave kan ook verminderd worden als de ontwikkeling voorziet in een groter gebruik van alternatieve vervoersmogelijkheden. Gedacht kan worden aan de inzet van elektrische deelfietsen voor bewoners of personeel en Mobility as a Service (MaaS). Dit is maatwerk per plan; de correctie op de parkeeropgave wordt in onderling overleg bepaald. De exacte reductie hangt, naast de locatie, af van het aantal woningen en de doelgroep.
De ontwikkelaar dient te in het mobiliteitsplan te onderbouwen hoe de door hen bedachte mobiliteitsoplossingen in praktijk gewaarborgd blijven en gestimuleerd worden voor een periode van minimaal 10 jaar. Dit mobiliteitsplan wordt getoetst door een verkeerskundige van de gemeente Zwolle. Fasering De bouwontwikkeling wordt in fases gerealiseerd. Gaandeweg zullen de huidige parkeerplaatsen verdwijnen en komen er nieuwe parkeerplaatsen bij. Dit betekent dat er per fase voldoende aanbod van parkeerplaatsen moet zijn voor de op dat moment geldende parkeervraag. Dit kunnen ook tijdelijke parkeerplaatsen zijn. Concreet betekent dit dat in de eerste fase de parkeeropgave wordt berekend, zoals hierboven beschreven. Vervolgens wordt getoetst of er voldoende parkeerplaatsen zijn. In de daaropvolgende fases wordt per fase de nieuwe parkeeropgave berekend over het totaal van dat moment en wordt opnieuw getoetst. Fase 1: berekening parkeeropgave en toetsing Fase 1 Fase 2: berekening parkeeropgave en toetsing Fase (1+2)
46/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Fase 3: berekening parkeeropgave en toetsing Fase (1+2+3) Bezoekersparkeren Gemeente, provincie, corporatie en ontwikkelaar zijn overeengekomen om voor het bezoekersparkeren van Weezenlanden-Noord (maximaal 110 plaatsen) buiten kantooruren de aanwezige capaciteit op het parkeerterrein van de provincie (280 plaatsen) te benutten. Deze wens sluit aan op de bestaande overeenkomst die gemeente en provincie al hebben over het openstellen van dit parkeerterrein buiten kantooruren. De parkeercapaciteit bij de provincie ligt op ca. 100 m afstand van het plan. Dit is een acceptabele loopafstand voor de functie wonen. Voor winkelen en ontspanning is dit 200 – 800 m. De parkeervraag van bezoekers van het plan moet worden opgelost in de beschikbare restcapaciteit in het plan en de beschikbare parkeerplaatsen bij de provincie. Door Ruimte Managers is hiervoor het aanvullend Parkeeronderzoek Weezenlanden - Noord uitgevoerd. Bijlage 19 Aanvullende parkeerstudie De conclusie uit dit onderzoek is de volgende: Op vijf momenten in de week speelt het terrein van de provincie een rol in de parkeerbehoefte van Weezenlanden Noord. Dit zijn alleen momenten buiten kantooruren, binnen kantooruren is er geen behoefte aan extra parkeercapaciteit. Uit de verkeerstellingen blijkt dat op deze momenten op het terrein van de provincie voldoende capaciteit beschikbaar is.
In onderstaande parkeerbalans staat de totale parkeeropgave van de ontwikkeling vermeld en beschikbare parkeercapaciteit om de parkeeropgave te dekken. Op een werkdagavond is de parkeeropgave het hoogst. De dan benodigde parkeerplaatsen kunnen worden gedekt door de beschikbare parkeerplaatsen op het parkeerterrein van de provincie Overijssel.
Openbare parkeerplaatsen Eén van de voorwaarden voor het toepassen van een lagere parkeer norm, zoals boven is beschreven, is dat de parkeerplaatsen in de parkeergarage openbaar toegankelijk moeten worden gemaakt en openbaar moeten blijven. Het project draagt daarmee bij aan het realiseren van de doelstelling van efficiënt ruimtegebruik, doordat maximaal dubbelgebruik mogelijk wordt. Als gevolg van de ontwikkeling worden ca. 120 parkeerplaatsen aan het openbaar gebied onttrokken. Ca. de helft is bezoekersparkeren van de huidige 180 appartementen. Deze zijn inbegrepen in de bezoekersparkeerplaatsen voor de nieuwe appartementen en komen in de parkeergarage. De overige 60 parkeerplaatsen moeten worden gecompenseerd in de nieuw te realiseren parkeervoorziening. Gelet hierop is in de gebruiksregels (Artikel 13 Algemene gebruiksregels) opgenomen dat er tenminste 60 parkeerplaatsen openbaar beschikbaar moeten blijven. De parkeergarage bedient dan behalve de bewoners ook de bezoekers van het complex, maar kan ook voor een deel voorzien in de parkeervraag van de directe omgeving en de binnenstad.
47/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Hieronder is een fictieve voorbeeldberekening opgenomen om het stappenplan te verduidelijken. In fase 1 worden de volgende woningen gebouwd + een kinderdagverblijf.Er is geen sprake van vaste eigen parkeerplaatsen. Maximale uitwisseling is mogelijk. Stap 1: Bepalen normatieve parkeerbehoefte
Dit levert een parkeerbehoefte op van 74 parkeerplaatsen voor de woningen (waarvan 44 voor de bewoners en 30 voor de bezoekers) en 2 parkeerplaatsen voor het kinderdagverblijf. Stap 2: Toets dubbelgebruik De aanwezigheidspercentages laten zien dat de parkeerbehoefte niet altijd maximaal is. Het is overbodig 74+2 parkeerplaatsen aan te leggen.
48/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Tijdens de werkdagnacht is er geen bezoekersparkeren. De parkeerbehoefte van het kinderdagverblijf beperkt zich tot de werkdagochtend en de dag. Dit resulteert in een maximale parkeervraag op de werkdagavond van 63 parkeerplaatsen.
Stap 3: Toepassen mobiliteitscorrectie Voor de koopwoningen goedkoop wordt maximaal ingezet op deelauto's: 1 per 30 woningen. Voor de overige woningen is een inschatting gemaakt welk percentage van de gebruikers-parkeervraag vervangen kan worden door deelauto's. Er is potentie voor 2 deel auto's. Dit levert een afname op van 6 parkeerplaatsen. Per saldo zijn er 4 parkeerplaatsen minder nodig. 63-4=59.
49/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
3.6
Natuur
3.6.1
Huidige situatie
Het plangebied bestaat uit zes flats die worden omringd door verharding, bomen, gazons en groenstroken. 3.6.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging Weezenlanden Noord is natuurtoets soortenbescherming uitgevoerd en aanvullend een soortgericht onderzoek: Bijlage 12 Natuurtoets Openbaar Belang Zwolle, 2017. Beoordeling van effecten op wettelijk beschermde soorten. 25 april 2018, Rapport 17-043. Ecogroen bv Zwolle. Bijlage 13 Zoogdier- en broedvogelonderzoek complex 8 (Weezenlanden Noord), Zwolle 18 maart 2020 3.6.2.1 Natuurbescherming Natura 2000 Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden 'Rijntakken' en ´Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht´ zijn gelegen op een afstand van circa 3 kilometer. Gezien deze afstand en de ingreep zijn alleen effecten als gevolg van toename van stikstofdepositie te verwachten. Om te bepalen of de nieuwe situatie leidt tot een toename van stikstofdepositie op gevoelige habitats binnen Natura 2000-gebied zijn berekeningen uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS. Zie de bijlage Aerius berekening Weezenlanden Noord november 2021. De conclusie is dat er voor de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een
50/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplicht. Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de ruime afstand en tussenliggende barrières zijn negatieve effecten op het NNN en natuur buiten het NNN (weidevogel- en ganzenrustgebieden) uitgesloten. Vervolgstappen in het kader van het NNN zijn niet aan de orde. 3.6.2.2 Soortenbescherming Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. Binnen het plangebied zijn verspreid verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Van de ruige dwergvleermuis is één paarverblijfplaats aangetroffen in de meest oostelijke hoge flat. Overige verblijfplaatsen van de ruige zijn niet aangetroffen in het projectgebied. Van gewone dwergvleermuis zijn in alle flats aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen. Het gaat om zomer-, winter- en paarverblijfplaatsen. Er zijn geen (essentiële) vliegroutes van vleermuizen aangetroffen in het projectgebied. De bosschages in en rondom het projectgebied hebben geen belangrijke functie als foerageergebied van vleermuizen.
Vogels; jaarrond beschermde nesten Er is onderzoek verricht naar jaarrond beschermde nesten van huismus, huiszwaluw en gierzwaluw. In het plangebied zijn geen jaarrond beschermd nesten van deze vogelsoorten aangetroffen. Overige soorten In het plangebied zijn geen beschermde planten, amfibieën, overige zoogdieren, reptielen en ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd soorten waarvoor een vrijstelling geldt in de provincie Overijsel. Conclusie Door de gefaseerde sloop van bebouwing gaan verblijfplaatsen van zowel ruige dwergvleermuis als gewone dwergvleermuis verloren. Voor deze vleermuissoorten is een ontheffing aangevraagd bij de provincie Overijssel. Bij besluit van 9 november 2020 (kenmerk 2020/0241182) Bijlage 14 hebben Gedeputeerde Staten het volgende besluit genomen: een ontheffing te verlenen van verbodsbepalingen voor soorten van de Habitatrichtlijn. In het bijzonder gaat het om het verbod om de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis te beschadigen of te vernielen. Deze ontheffing heeft betrekking op de sloop van 180 woningen en de nieuwbouw van 501 woningen met commerciële en maatschappelijke ruimten aan de Schuurmanstraat en de Wiecherlinckstraat in Zwolle, en zoals weergegeven in bijlage 3 van het besluit.
geen ontheffing te verlenen van het verbod om de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis opzettelijk te verstoren. Dit omdat er voldoende voorzorgsmaatregelen worden genomen om het opzettelijk verstoren van deze soorten te voorkomen en daarmee niet de verbodsbepalingen uit artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Deze ontheffing treedt in werking van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2033. Er is een langere ontheffingsperiode opgenomen, zodat de vereiste monitoring uitgevoerd kan worden,
51/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
3.7
Water
3.7.1
Huidige situatie
3.7.1.1 Waterstructuur Weezenlanden-Noord maakt deel uit van bemalingsgebied Katerveer/Markvoort. In het gebied ontbreken watergangen. Het plangebied grenst ten noordoosten en ten noordwesten aan respectievelijk het Almelose Kanaal en de Stadsgracht. Deze maken onderdeel uit van het regionale watersysteem. De waterkering van dit regionale systeem bevindt zicht deels in het plangebied. Zie figuur 1.
Voor het regionale watersysteem en de waterkeringen is de keur van het waterschap Drents Overijsselse Delta van toepassing. In de keur is aangegeven welke beperkingen gelden. Hier zijn bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen in opgenomen. De maaiveldhoogte is ca.. 2,0 m + NAP tot 2,2 m + NAP. Riolering Er is gemengd rioleringssysteem. Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming vanuit het regionale systeem. Daar waar bouwwerkzaamheden op of nabij de waterkering gepland worden is het goed te anticiperen op de toekomstig te verwachten hogere maatgevend hoogwater in het regionale watersysteem. In Zwolle wordt nu daarom reeds een waterkeringshoogte van 2,65 m + NAP aangehouden. Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden
52/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl. 3.7.1.2 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een primaire waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming. bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel (primair), Zwolle-IJsselkanaal/Zwarte Water (primair), Vecht en hogere gronden in het oosten. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject langs de IJssel ten westen van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op 10.000 per jaar.
De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. Met behulp van www.risicokaart.nl is de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat op 2,0 – 5,0 meter.
3.7.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Algemeen Weezenlanden-Noord ligt op een bijzondere locatie als toegangspoort naar de historische binnenstad en nabij de Singel (stadgracht) Toekomstbestendig watersysteem: voorkomen wateroverlast en droogte Weezenlanden-Noord wordt klimaatadaptief en waterrobuust ingericht. Weezenlanden-Noord krijgt geen oppervlakte watersysteem. Regenwater (T=100, 60 mm in één uur) wordt in ondergrondse infiltratievoorzieningen opgevangen en deels stroomt het oppervlakkig af naar de groene zone met wadi's en veroorzaakt voor de omgeving geen overlast. Door de omvang van de berging is er voldoende buffering voor
53/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
periode van droogte. De wadi's en de infiltratievoorzieningen zijn deels gesitueerd in de private ruimte. Hemelwater wordt dus geïnfiltreerd of afgevoerd naar de aanwezige wadi's. Ruime boomvakken en grote bomen dragen ook bij aan het vasthouden van water op natte dagen. Door de infiltratie van hemelwater wordt het grondwater op een natuurlijke wijze gevoed zodat het zoveel mogelijk op peil blijft en het droogte beperkt. In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld Uitgangspunt is dat de wadi's, mits gelegen in de toekomstige openbare buitenruimte, worden onderhouden door de gemeente Zwolle. In artikel 10.2 van de regels is bepaald dat in het plan de aanleg en instandhouding van het waterbergend vermogen van gebouwen en bouwwerken, waarbij tenminste een bui van één uur met een totale neerslag van 60 millimeter, is verzekerd. Bij zeer extreme regenval (> 60 mm in één uur) kan het waterpeil in de wadi's en in de private buitenruimte te ver stijgen en wateroverlast en schade veroorzaken.
In deze situatie kan het overtollige water afgevoerd worden naar het Koelwater Kanaal (mits afvoerend maaiveld of gebouw hoger is gelegen dan de waterkering), of naar een lager gelegen plek waar dit geen wateroverlast veroorzaakt. De bijlage Waterparagraaf voor klimaatadaptief Weezenlanden-Noord, 12 november 2021 bevat een onderbouwing van het waterhuishouding. Het oppervlaktewater van het regionale systeem kan kansen bieden voor thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Waterkwaliteit Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Hitte Voor hittestressreductie op hete dagen is op gebouwniveau aandacht voor groene daken en groene wanden, koeling, zonwering en ventilatiemogelijkheden. Grote bomen dragen ook bij aan verkoeling op hete dagen. In de buitenruimte is ook de schaduwwerking van gebouwen van belang. Park de Weezenlanden, waar verkoeling door schaduw van bomen gevonden kan worden, ligt binnen 300 m afstand. Riolering In het plangebied is sprake van een toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie.
Door de reconstructie van het gebied wordt een nieuw vuilwaterrioleringsstelsel aangelegd dat gebundeld op één of meerdere locaties via een put op het openbare terrein in loost op het bestaande (gemengde) rioolsysteem van de gemeente Zwolle. Kwetsbaarheid voor overstroming Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, is in artikel 10.1 van de regels opgenomen dat de bovenkant van de begane grond vloer en de vitale infrastructuur van gebouwen minimaal 0.20 meter boven peil te liggen. Technische/elektrische installaties, met uitzondering van waterdichte invoerleidingen van onder andere kabels en leidingen, van gebouwen dienen minimaal 0.20 meter boven peil te worden gerealiseerd. Hieraan behoeft niet te worden voldaan, indien wordt aangetoond dat de vitale infrastructuur en de technische/elektrische installaties worden aangelegd op een zodanige wijze, dat in geval van wateroverlast de bedrijfszekerheid hiervan niet in gevaar komt. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) zijn in de regels, om wateroverlast te voorkomen, (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels) eisen opgenomen. De hoogte van het vloerpeil (in meters t.o.v. NAP) wordt opgenomen in het op te stellen
54/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
waterhuishoudkundigplan (WHKP). Hiervoor wordt door de ontwikkelaar een hoogteplan voor het gehele plangebied met daarop de hoogteligging van het maaiveld (in meters t.o.v. NAP), de hoogteligging van de aangrenzende gronden en objecten (in meters t.o.v. NAP) en de vloerpeilen van de te ontwikkelen gebouwen (in meters t.o.v. NAP) aangeleverd. Dit maakt onderdeel uit van het inrichtingsplan dat de goedkeuring behoeft van de gemeente op basis van eisenverificatie met bijhorend monitorings- en toetsingsplan. Aangezien het hoogteplan ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan nog niet kan worden afgerond, is er voor gekozen hiervoor een bepaling op te nemen in de anterieure overeenkomst.
3.8
Wonen
3.8.1
Huidige situatie
Op de locatie aan de Luttenbergstraat/Schuurmanstraat/Wiegerlinckstraat/Buserstraat staan in de huidige situatie 180 huurwoningen van Woningbouwvereniging Openbaar Belang 3.8.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Het woonprogramma bestaat in totaal uit maximaal 502 wooneenheden . Hiervan vallen er circa 230 stuks in het segment sociale huur, circa 120 stuks in het segment vrije sector huur en circa 150 stuks in het segment koop. Differentiatie aan woningen binnen een segment In alle drie de segmenten is sprake van een variatie van prijsniveaus (goedkoop, middelduur en duur) en een variatie aan woningtypes (grondgebonden/gestapeld, ontsluitingstypologie, woninggrootte, etc.). In het stedenbouwkundig plan is dit gewaarborgd door de hoofdopzet van de blokken die varieert in diepte.
3.9
Voorzieningen
In de woongebouwen zijn de hieronder beschreven voorzieningen toegestaan tot een maximale vloeroppervlakte van 2251 m² . 3.9.1
Sport & recreatie
In de woongebouwen is een sportschool mogelijk tot een vloeroppervlakte van maximaal 800 m² 3.9.2
Maatschappelijk
In de woongebouwen zijn (sociaal) medische voorzieningen, zoals een huisarts en een fysiotherapeut mogelijk. Daarnaast is ook de dagopvang van kinderen toegestaan. De vloeroppervlakte is afhankelijk van de vloeroppervlakte, die voor de overige voorzieningen wordt gebruikt. De totale vloeroppervlakte van de voorzieningen mag niet meer bedragen dan 2251 m². 3.9.3
Commercieel
Horeca In de ontwikkelstrategie "Horecastructuur 2019 -2023 Gemeente Zwolle, 15 mei 2019. Van Spronsen& Partners ", die onderdeel uitmaakt van de Horecavisies, is de mogelijkheid van horeca in o.a. het plangebied nader uitgewerkt. In het bestemmingsplan wordt de mogelijkheid van horeca opgenomen in de woongebouwen tot een maximum van 250 m² vloeroppervlakte.
55/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Horecapaviljoen aan het Koelwaterkanaal. De visie voor Weezenlanden Noord is gebaseerd op het verbinden van het groen van de Singel met het groen langs het Almelose Kanaal en de verbinding met het Park de Wezenlanden. Door deze groene structuren met elkaar te verbinden ontstaat meer samenhang in de ruimtelijke structuur van de stad maar ontstaat ook een aantrekkelijke groen woonmilieu dat optimaal is verbonden met de omgeving. Om deze kwaliteit te kunnen realiseren is vanaf het begin gewerkt met een aantal uitgangspunten. Door de parkeerbehoefte op te lossen in een parkeergarage ontstaat een autovrij woonmilieu. Het groen van de Singel loopt als een continuïteit door over de Schuurmanstraat, via de buitenruimte van de toekomstige woonlocatie tot aan het Almelose kanaal. Tenslotte is afgesproken om de zone langs het Koelwater te betrekken bij de buitenruimte van de woonlocatie en deze te programmeren. De zone langs het Koelwater is voor veel Zwollenaren onbekend. Het doel is om deze plek aantrekkelijker te maken. Daarmee kan het bijdragen aan de kwaliteit van de buitenruimte van Weezenlanden Noord maar draagt het ook bij aan het beleefbaar maken van het water in de stad. We hopen dat het van een onbekende plek transformeert naar een aantrekkelijke plek die veel Zwollenaren graag even bezoeken. Dit uitgangspunt is in de visie vastgelegd.
Voor de inrichting van de openbare ruimte kan deze plek een belangrijk onderdeel vormen van de ruimtelijke kwaliteit. De wens is om het een aantrekkelijke uitstraling te geven. Planvorming voor dit soort ontwikkelingen als Weezenlanden Noord bestrijken vanaf idee tot realisatie gemiddeld 10 jaar. Een plek om een kano te huren en te genieten van de Zwolse singel? Of een plek waar de bewoners van Weezenlanden Noord dingen kunnen ondernemen? Het ligt voor de hand dat ontwikkelingen gepaard gaan met een aantrekkelijke verblijfsplek en beperkte vorm van horeca. De inrichting van de buitenruimte is in ieder geval geënt op contact met het water. De daadwerkelijke invulling is mede afhankelijk of de mogelijkheden en eisen die worden gesteld als het gaat om bouwen in de zone van een waterkering. De locatie kan daarom nog niet worden meegenomen in het bestemmingsplan. Om een ingreep in de waterkering te rechtvaardigen is het van belang dat diverse locaties en opties worden bekeken, technische mogelijkheden worden verkend en worden afgezet tegen kosten en impact op de waterkering.
Wanneer uit vooroverleg en afstemming met het Waterschap blijkt dat er inderdaad een mogelijkheid bestaat om aan het Koelwaterkanaal een horecapaviljoen met een terras en een aanlegsteiger te realiseren, zal dit op dat moment met een Omgevingsvergunning ( afwijken van het bestemmingsplan/Omgevingsplan) kunnen worden gerealiseerd.
Detailhandel Het gebied Weezenlanden-Noord is een klein woongebied dichtbij zowel binnenstad als winkelgebied Diezerbrink. Ook de winkelvoorzieningen in de Assendorperstraat zijn nabij. In het woongebied Weezenlanden-Noord zijn mede daarom geen aparte winkelvoorzieningen. De herstructurering van het gebied is gericht op de woonfunctie. In sommige plinten bestaat de wens om voorzieningen toe te voegen. Wat betreft het eventueel toevoegen van winkelvoorzieningen in het woongebied Weezenlanden-Noord is terughoudendheid op zijn plaats. Een kleine mate van flexibiliteit is ingebouwd. Daarom wordt op een beperkte schaal ( 65 m² ) winkelontwikkeling mogelijk gemaakt. Te denken valt aan een zeer kleine gemakswinkel (al dan niet in combinatie met een afhaalpunt voor internetbestellingen) Seats to meet Kantoren zijn niet toegestaan. Wel zijn flexibele werkplekken van ca. 20 m² in de plint mogelijk (seats to meet) tot een maximum van 375 m² vloeroppervlakte.
56/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
3.10
Milieu
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod. 3.10.1 Geluid Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Situatie plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen). Het betreft een binnenstedelijke locatie waar op dit moment zes flatgebouwen aanwezig zijn. Het voornemen is om gefaseerd alles te vervangen en te ontwikkelen tot een hoogwaardig woongebied met woontorens/-gebouwen. Het aantal woningen neemt hiermee fors toe.
De planlocatie is gelegen binnen de geluidszone van meerdere wegen (in ieder geval de Luttenbergstraat en de Wethouder Alferinkweg). Door Alcedo B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting vanwege het wegverkeer te bepalen en te toetsen aan de normwaarden van de Wgh en het gemeentelijk geluidbeleid (Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Herontwikkeling Weezenlanden Noord in Zwolle, Alcedo B.V., 20-07578.R01.V04, d.d.22 november 2021, Bijlage 6). Dit onderzoek is vooraf ter toetsing aangeboden aan de Omgevingsdienst IJsselland waarop zij een advies hebben uitgebracht (d.d. 13 oktober 2021). De resultaten van het akoestisch onderzoek en advies van de Omgevingsdienst worden hieronder toegelicht. Uitgangspunt voor het akoestisch onderzoek is de tekeningen set 00107_BCA_Weezenlanden Noord van Barcode Architects set 200107_BCA_Weezenlanden Noord van Barcode Architectsdatum 29 november 2021. Voor de verkeersgegevens is gebruik gemaakt van de gegevens van het onderzoeksrapport van Goudappel Coffeng met de titel 'Weezenlanden Noord te Zwolle, onderzoek verkeer en luchtkwaliteit' (kenmerk 006210.20200403.R1.03 d.d. 09 juli 2020). Na oplevering van dit onderzoek, zijn er enkele planwijzingen doorgevoerd.
Goudappel Coffeng heeft in een notitie van 5 november 2021 Bijlage 7 aangegeven of en zo ja, wat de gevolgen van de planaanpassing zijn voor het verkeersaspect en luchtkwaliteit. De opnieuw berekende verkeersgeneratie blijkt op basis van de aangepaste invulling circa 360 ritten lager uit te komen dan de worstcasesituatie uit het onderzoek van 2020. De hierna overgenomen geluidbelasting zal als gevolg van het plan niet hoger, eerder lager uitvallen.
Uit de rekenresultaten van het akoestisch onderzoek blijkt het volgende: De geluidbelasting vanwege de Luttenbergstraat op de gevels binnen het plangebied overschrijdt op een aantal gebouwen binnen het plan de voorkeursgrenswaarde (48 dB, obv Wgh). Wel wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare grenswaarde (63 dB, obv Wgh en de waarde uit het gemeentelijk gebiedsgerichte beleid). De geluidbelasting vanwege de Wethouder Alferinkweg op de gevels binnen het plangebied voldoet overal aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB, obv Wgh). De geluidbelasting vanwege enkele 30 km/uur wegen is tevens bepaald. Formeel hebben deze wegen geen geluidszone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting wel
57/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
beschouwd in lijn met de grenswaarden uit de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidsbeleid voor dit gebied. Uit de geluidbelasting van deze 30 km/uur wegen blijkt dat op een aantal gevels de voorkeursgrenswaarde (48 dB, obv Wgh) en plaatselijk ook de doelstellingswaarde (53 dB, obv gemeentelijk beleid) wordt overschreden. De gecumuleerde geluidbelasting van alle wegen samen is op de zuidgevels van de gebouwen aan de Luttenbergstraat het hoogst. Gebouw K1 kent een geluidbelasting van 66 dB en gebouwen J en L en geluidbelasting van 64 dB.
Bron akoestisch onderzoek alcedo Omdat plaatselijk de voorkeursgrenswaarden worden overschreden zijn maatregelen in het bron- en overdrachtgebied onderzocht die de geluidbelasting kunnen reduceren. De conclusie hiervan is dat bronmaatregelen (stiller asfalt) aan de Luttenbergstraat en Schuurmanstraat wel kunnen bijdragen aan het reduceren van de geluidbelasting, maar dat hiermee de voorkeursgrenswaarde (48 dB, obv Wgh) niet wordt bereikt. De wenselijkheid van deze maatregelen lijkt vooralsnog beperkt. Maatregelen in het overdrachtgebied (zoals schermen) worden in dit stedelijke gebied niet reëel geacht. Gelet hierop wordt voor een aantal (woon)gebouwen binnen het plan geadviseerd een hogere waarde vast te stellen als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van de Luttenbergstraat. Voor de woningen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld, dient (in het kader van de omgevingsvergunning bouwen) te worden aangetoond dat de gevelisolatie van de woningen voldoet aan de eisen conform afdeling 3.1 uit het Bouwbesluit. Met de huidige standaard bouwconstructies en materialen kan ervan worden uitgegaan dat tot en met een geluidsbelasting van 53 dB exclusief correctie conform artikel 110g Wgh aan deze eis wordt voldaan. Voor de woningen met een gecumuleerde geluidsbelasting hoger dan 53 dB (excl. correctie art.
110g Wgh) dient aanvullend onderzoek naar de geluidswering van de gevel uitgevoerd te worden. Zo nodig dienen geluidsisolerende maatregelen getroffen te worden om te kunnen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit en om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de woning te garanderen. Met name bij de gebouwen parallel aan de Luttenbergstraat en Schuurmanstraat dient rekening te worden gehouden met zware gevelweringsmaatregelen. Dit betreft de gebouwen K2, K1, J en L. Bij het indienen van omgevingsvergunning bouwen dient te worden aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit. Conclusie Het aspect geluid vormt, mits hogere grenswaarden wordt verleend als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van de Luttenbergstraat, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Voor de hieronder opgenomen gebouwen met betreffende gevel oriëntaties is een hogere
58/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
grenswaarde (tabel 4 uit het akoestisch rapport) nodig via ontheffing.. Bij de procedure om hogere waarden vast te stellen is in meer detail vastgelegd voor welke bouwlagen deze waarden gelden.
Verder dient rekening te worden gehouden met het voorzien van geluidsisolerende maatregelen om te kunnen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit en om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen. 3.10.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van milieubelastende functies, zoals bedrijven, in de omgeving van geplande milieugevoelige functies, zoals woningen, ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ook dient er rekening te worden gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de in de omgeving aanwezige milieubelastende functies. Om dit in beeld te brengen wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Situatie plangebied Binnen het plangebied worden met name milieugevoelige functies (woningen) mogelijk gemaakt. Er is ook ruimte voor maximaal 2.251 m² aan commerciële, recreatieve en maatschappelijke functies. Deze worden met name in de plinten van de gebouwen gerealiseerd. Het gaat om functies zoals kleinschalige (dag)horeca en detailhandel, een sportschool, een kinderdagverblijf, etc.
De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich vooral door aanwezigheid van gemengde en maatschappelijke functies (provinciehuis, openbaar ministerie en een school voor voortgezet onderwijs). Ten noordoosten van het plangebied zijn enkele woningen en woonboten aanwezig. Op kleine schaal zijn in de omgeving milieubelastende activiteiten aanwezig, zoals een tankstation zonder LPG aan de Hanekampweg. Functiemenging binnen plangebied De commerciële, recreatieve en maatschappelijke functies die in het plangebied worden gerealiseerd betreffen - conform de VNG notitie Bedrijven en Milieuzonering en de Staat van bedrijfsactiviteiten - vooral categorie A activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan
59/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor de scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Er worden ook enkele categorie B activiteiten toegelaten, welke een richtafstand kennen van maximaal 30 meter ten opzichte van een rustige woonwijk en voor het aspect gevaar een richtafstand van 10 meter. Ook dergelijke activiteiten kunnen aanpandig aan woningen worden uitgevoerd. Een sportschool en kinderdagverblijf vallen hieronder. Kortom, omdat sprake is van een gebied met functiemenging is het uitgangspunt dat te realiseren woningen en commerciële, recreatieve en maatschappelijke functies met elkaar verenigbaar zijn. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied past in de omgeving. Bepaalt dient te worden of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantast. Het plangebied is niet gelegen binnen richtafstanden van bedrijven waardoor deze niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. Omliggende activiteiten betreffen hooguit milieucategorie 2 activiteiten volgens de VNG handreiking 'bedrijven en milieuzonering'. In een gemengd gebied geldt voor dergelijk activiteiten een richtafstand van 10 meter.
Het Thomas a Kempis college (voortgezet onderwijs) ten noordwesten van het plangebied vormt wel een aandachtspunt met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Geluidhinder is hierbij het maatgevende aspect, waarbij vooral het parkeerterrein voor fietsers en scooters van scholieren een aandachtspunt vormt. Deze is gesitueerd aan de zijde van het plangebied Weezenlanden Noord. Voor geluidhinder afkomstig van gemotoriseerde scooters/brommers zijn geen wettelijke normen. Door Alcedo B.V. is in een notitie d.d. 14 september 2020 specifiek ingegaan op de invloed van het parkeerterrein voor (brom)fietsen en scooters bij de school vanwege de piekgeluiden (Alcedo B.V., 20-07578.N01, zie Bijlage 9 Op basis van een indicatieve berekening op basis van kentallen is een maximaal geluidsniveau van ten hoogste 72 dB(A) op de noordgevel van de nieuwe woongebouwen berekend. Uitgaande van een minimale geluidswering van 20 dB, (eis voor nieuwbouw conform Bouwbesluit 2012), is sprake van een binnenniveau van maximaal 52 dB(A) in de woningen. Dit voldoet aan de in het Activiteitenbesluit gestelde grenswaarde voor het binnenniveau van 55 dB(A) vanwege piekgeluiden. Daarnaast zijn er concrete plannen om een deel van de stalling voor (brom)fietsen en scooters te verplaatsten naar de andere kant van de school.
Hierdoor zal het geluid vanwege het gebruik van het parkeerterrein aan de zijde van de beoogde woningen afnemen. Het geluid van het nieuwe parkeerterrein in de richting van plan Weezenlanden Noord zal worden afgeschermd door de gebouwen op het terrein van de school. Tot slot zal ook de doorwerking van landelijk beleid een dempend effect hebben ten aanzien van piekgeluid van scooters en brommers. In 2025 mogen er geen nieuwe snorfietsen die op benzine rijden meer verkocht worden. Het streven is om vanaf 2030 ook de verkoop van bromfietsen op benzine te verbieden. De verwachting is dat mogelijke geluidhinder in de toekomst door de hiervoor genoemde factoren zeer waarschijnlijk zal gaan afnemen. Tevens is alleen sprake van een bepaalde mate van geluidshinder gedurende de dagperiode. Op basis van het bovenstaande worden de optredende piekgeluiden vanwege de arriverende en vertrekkende bromfietsen en scooters acceptabel geacht. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Binnen het plan worden commerciële, maatschappelijke en recreatieve functies mogelijk gemaakt. Het gaat om functies
60/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
vergelijkbaar aan een milieucategorie 1 of hooguit 2. Omdat de omgeving van het plangebied beschouwd kan worden als een gemengd gebied geldt voor milieucategorie 1 functies een richtafstand van 0 meter en voor milieucategorie 2 functies een richtafstand van 10 meter. Binnen deze afstand vanaf het plangebied zijn geen milieugevoelige functies aanwezig. Conclusie Het aspect bedrijvigheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 3.10.3 Luchtkwaliteit inclusief stikstofdepositie Luchtkwaliteit De belangrijkste wet- en regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. In deze paragraaf, ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit, is de basis gelegd voor een programmasystematiek voor maatregelen en projecten, hetgeen geconcretiseerd is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit: het NSL. Voor de toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen zijn in de praktijk vier normen van toepassing: jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide NO2 (40 ìg/m³); jaargemiddelde concentratie fijn stof PM10 (40 ìg/m³); aantal dagen overschrijding van de grenswaarde van de 24-uursgemiddelde concentratie fijn stof PM10 (maximaal 35 dagen per jaar >50 ìg/m³); jaargemiddelde concentratie fijn stof PM2,5 (25 ìg/m³).
Situatie plangebied Door GoudappelCoffeng zijn de concentraties langs de omliggende wegen getoetst aan de normen en is beoordeeld in hoeverre het plan 'niet in betekende mate' (nibm) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (Onderzoek verkeer en luchtkwaliteit, Weezenlanden Noord Zwolle, 006210.20200403.R1.03, d.d. 9 juli 2020, Bijlage 5). Uit het onderzoek blijkt dat in geen geval overschrijdingen van de normen uit de Wet milieubeheer zijn berekend. Langs alle wegen wordt ruim aan de normen voor luchtkwaliteit voldaan. In geen geval is sprake van concentratietoenames groter dan 1,2 µg/m3. Daarmee draagt het plan 'niet in betekende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit aspect vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de gebiedsontwikkeling. Na oplevering van het onderzoek van GoudappelCoffeng is het plan ten opzichte 2020 ten aanzien van de invulling beperkt gewijzigd. Het aantal woningen dat wordt gerealiseerd blijft in de nieuwe invulling nagenoeg gelijk. Echter, de verdeling van het soort woning (koop, sociale huur, vrije sector etc.) verandert, waardoor de uitgangspunten van de verkeersgeneratie wijzigen. Ook de invulling van de commerciële en maatschappelijke functies wijzigt beperkt.
In een oplegnotitie van GoudappelCoffeng van 5 november 2021 (met kenmerk 010913.20211105.N1.01) Bijlage 7 is ingegaan of en wat de eventuele gevolgen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. De conclusie is met de gewijzigde (lagere) verkeersgeneratie nog steeds kan worden voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Stikstofdepositie Uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) op 29 mei 2019 is gebleken dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet mag dienen als toetsingskader voor het geven van toestemming voor activiteiten. In het voormalige PAS werd als “drempelwaarde” een bijdrage van 0,05 mol N/ha/jr gehanteerd. Als gevolg van de Raad van State uitspraak is deze drempelwaarde niet meer geldig. Wanneer de stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol N/ha/jr is op voorhand te stellen dat er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten en is geen natuurvergunning nodig. Situatie plangebied t.a.v. stikstofdepositie In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door BJZ.nu onderzoek gedaan naar de te verwachten
61/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden (AERIUS Berekening Weezenlanden Noord, Zwolle, BJZ.nu, d.d.november 2021 Bijlage 15). De volgende activiteiten zouden kunnen leiden tot een (tijdelijke) verhoging van de stikstofdepositie op omringende en voor stikstof gevoelige natuurgebieden: Binnen het projectgebied worden de 180 bestaande woningen (6 appartementengebouwen) gesloopt. Daarnaast worden de aanwezige infrastructuur en een deel van de groenvoorzieningen verwijderd. Na de sloop en verwijdering worden binnen het projectgebied de volgende functies gerealiseerd: 1. circa 502 woningen; 2. circa 2.251 m² aan commerciële en maatschappelijke functies; 3. 2 parkeergarages; 4. Infrastructuur en groenvoorzieningen. De nieuwe bebouwing wordt gasloos uitgevoerd. Tijdens de aanlegfase (sloop en bouw) is sprake van verkeersbewegingen van bouwverkeer. Tijdens de gebruiksfase is sprake van gebruikersverkeer en de verkeersaantrekkende werking als gevolg van de aanwezige woningen, commerciële en maatschappelijke functies. De nieuwe bebouwing wordt gasloos uitgevoerd en gedeeltelijk voorzien van retentiedaken. De werkzaamheden vinden naar verwachting in circa 8 jaar plaats, namelijk in de periode 2021 tot en met 2029. De planning is dat alle bebouwing in 2029 gebruiksklaar.
Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van ingebruikname van alle bebouwing met bijbehorende verkeersbewegingen. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden betreffen de Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en Rijntakken, deze zijn gelegen op circa 3,0 kilometer afstand van het projectgebied. In het kader van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 in werking is getreden, is de aanlegfase van de ontwikkeling achterwege gelaten. In de Wsn is namelijk een partiële vrijstelling voor de bouwsector opgenomen. Dit houdt in dat de door de bouw mogelijke veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten bij een natuurvergunning. De vrijstelling geldt slechts voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw-, sloop en aanleg en ander werkzaamheden en niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk als gevolg van bijvoorbeeld bewoning, gebruik van utiliteitsbouw of verkeer dat over een weg rijdt. Concreet betekent dit dat de aanlegfase na 1 juli 2021 niet meer berekend hoeft te worden. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 van de rapportage van BJZ.( Bijlage 15) bijgevoegd. Op 20 januari 2022 is door het RIVM een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar gesteld. Met deze actualisatie gaat AERIUS uit van laatste inzichten, gegevens en regelgeving wat betreft emissies, rekenmodellen, depositie en de stikstofgevoelige natuur. Daarnaast is de maximale rekenafstand ingesteld op 25 kilometer voor alle brontypen in plaats van 5 kilometer. Naar aanleiding van de AERIUS-update is de berekening opnieuw uitgevoerd.( Bijlage 16) Uit de AERIUS-berekening blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig
Conclusie Het aspect luchtkwaliteit (inclusief stikstofdepositie) vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van 62/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
het plan. 3.10.4 Bodemkwaliteit Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Situatie plangebied Door Antea Group is een historisch onderzoek en een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied (Historisch onderzoek en verkennend asbestonderzoek Weezenlanden-noord Zwolle, Antea Group, 0454725-100, d.d. 29 mei 2019, Bijlage 8). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitgifte van het terrein voor woningbouw. Uit het historisch onderzoek blijkt dat de locatie tot 1965 een agrarisch karakter heeft gehad en bestond uit grasland. Na deze periode is het terrein bebouwd met de flats die momenteel nog op de locatie staan. Voor de bouw zijn twee sloten gedempt die over de locatie liepen. Aan de westzijde van het perceel hebben twee HBO-tanks gelegen welke in het verleden reeds zijn verwijderd. Op het terrein zijn voor zover bekend geen eerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Wel zijn verschillende bodemonderzoeken in de omgeving verricht. Daaruit blijkt dat ten noorden van het plangebied in de grond sterke verontreinigingen met zink en PAK zijn aangetoond. Deze hangen samen met de bijmengingen met kooltjes in de grond.
Deze bijmengingen zijn niet aangetroffen binnen het plangebied tijdens het onderzoek door Antea Group. Ten westen en zuiden van de onderzoekslocatie zijn bijmengingen met puin aangetroffen. Hier zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond. De locatie wordt als asbestverdacht aangemerkt omdat er aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht kan zijn gekomen. Het gaat om de aanwezige gebouwen die gebouwd zijn in de asbestverdachte periode (1945 – 1978) en twee slootdempingen. Uit het verkennend asbestonderzoek blijkt dat in de bovengrond (eerste halve meter) zwakke bijmengingen met puin zijn aangetroffen. Ter plaatse van de slootdempingen is geen dempingsmateriaal aangetroffen, de betreffende boringen zijn wel gestaakt op 2,0 m-mv. Er is geen verder onderzoek verricht naar deze gestaakte boringen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning bouw dient dit nader onderzocht te worden. Uit de analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters blijkt dat hierin geen asbest is aangetroffen (alle analyses <detectiegrens). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat voor de te verwachten algemene bodemkwaliteit uit kan worden uitgegaan van de bodemkwaliteitskaart. Op basis daarvan worden licht tot maximaal matig verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK verwacht (klasse industrie).
Uitgezonderd de verdachte locaties (HBO-tanks en slootdempingen) is deze conclusie juist. De bodemkwaliteit op de locatie is naar verwachting geschikt voor het beoogde gebruik. Ten behoeve van het verkrijgen van de omgevingsvergunning bouwen dient een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 te worden uitgevoerd. Hierbij dient aandacht te worden besteed aan de locaties van de gestaakte boringen bij de slootdemping en de (voormalige) HBO-tanks. Conclusie De aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Op basis van de getoetste informatie is voldoende bekend en is de conclusie dat de te verwachten bodemkwaliteit de uitvoerbaarheid van het plan niet belemmert. Voor de omgevingsvergunning bouw is nog nader onderzoek nodig. 3.10.5 Externe veiligheid Algemeen
63/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Plangebied Het project zelf maakt geen risicovolle inrichting mogelijk die leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. Binnen het plan worden wel kwetsbare objecten (woningen) mogelijk gemaakt. In de huidige situatie zijn ook al kwetsbare objecten (woningen) in het plangebied aanwezig. Er is met het beoogde plan wel sprake van een aanzienlijke toename van het aantal woningen en daarmee ook van het aantal personen dat in dit gebied aanwezig is. Dit kan mogelijk van invloed zijn op de hoogte van het groepsrisico. Beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein eventueel Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op het plan.
Om dit te beoordelen is de risicokaart geraadpleegd. Op de risicokaart zijn onder andere risicovolle inrichtingen en risicovol transport over spoor en weg weergegeven. Bevi-inrichtingen binnen en buiten het plangebied Binnen het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen en/of bedrijven die invloed hebben op het plangebied. Ook in de directe omgeving bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. Buisleidingen In de directe omgeving zijn geen (regionale transport)buisleidingen aanwezig. Route gevaarlijke stoffen Het plangebied ligt op voldoende afstand van transportroutes waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd (ruim 900 meter van het spoor en ruim 1.300 meter van de A28). Hiermee ligt het plangebied alleen in de zone 4 (0-1500 meter of meer: dit is het invloedsgebied toxisch gas), net zoals een groot deel van de Zwolse binnenstad en de gebieden aan weerszijden van het spoor en A28. Maatregelen die bij de verdere uitwerking van het plan overwogen moeten kunnen worden hebben betrekking op centrale afgrendeling van het airconditioning-/circulatiesystemen in gebouwen voor de huisvesting van grote groepen (minder/beperkt zelfredzame) personen om de schuilmogelijkheden in geval van een toxisch gas te vergroten.
Naarmate de afstand tot de bron toeneemt (300- 1500 meter), worden de verdunningsfactor groter in het geval van een incident met een toxische gaswolk en neemt de toegevoegde waarde van centrale afsluiting van het circulatiesysteem af. Hoogspanningsleidingen Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten nabij het plangebied. Conclusie Het plan zelf voorziet niet in de oprichting van een risicovolle activiteit. Binnen het plan worden wel meer kwetsbare objecten mogelijk gemaakt dan in de huidige situatie toegestaan zijn. Een verdere afweging in het kader van de externe veiligheid kan achterwege blijven omdat risicobronnen in de omgeving op voldoende afstand zijn gelegen. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
64/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
3.10.6 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: 1. Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. 2. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). 3. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Plangebied Onderhavig plan heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. In de D-lijst bij het Besluit m.e.r. is bijvoorbeeld o.a.
de volgende activiteit beschreven: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het realiseren van circa 502 woningen (in combinatie met een commerciële en maatschappelijke functies en twee parkeergarages) wordt gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject. De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarde voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. Om die reden dient een vorm vrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. Conclusie Door de initiatiefnemer is op 14 september 2020 een aanmeldnotitie (vorm vrije) m.e.r.-beoordeling aangeleverd. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 29 september 20202 besloten dat er geen milieueffectrapportage behoeft te worden opgesteld. Er zijn na dit besluit een aantal wijzigingen in het plan aangebracht, waarop de aanmeldnotitie is geactualiseerd. (Vorm vrije mer beoordeling, 25 november 2021 nr 128243/21-017.808 zie Bijlage 10). Conclusie van de aanmeldnotitie blijft dat op basis van onderliggend plan er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Er hoeft daarom geen milieueffectrapport te worden opgesteld. 3.10.7 Geur Het plangebied is gelegen in stedelijk gebied. Er zijn geen agrarische bedrijven aanwezig in de directe omgeving.
Zoals ook al blijkt onder de paragraaf over bedrijven en milieuzonering zijn in de directe omgeving ook geen (andere dan agrarische) bedrijven aanwezig die geurhinder veroorzaken binnen het plangebied. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig plan.
65/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
3.10.8 Afval Het uitgangspunt van het ontwerp is een autovrij plan. Dit geeft een conflict met de uitgangspunten voor het verwerken van afval zoals door de gemeente gedefinieerd in het Algemeen Programma van Eisen voor Weezenlanden-Noord. Er is voor de grondgebonden woningen in de noordwesthoek van het plan niet binnen 75 meter afstand een opstelplek voor minicontainers. In het plan wordt er daarom vanuit gegaan dat alle woningen gebruik maken van ondergrondse afvalcontainers voorzien van een toegangscontrole, die gepositioneerd kunnen worden aan de Luttenbergstraat en de Schuurmanstraat. Er zijn in het plan drie verzamelpunten voorzien die geplaatst gaan worden in het zoekgebied zoals aangegeven op de hieronder opgenomen afbeelding.
Hierbij wordt rekening gehouden met een opstelstrook voor het verzamelpunt aan de Luttenbergstraat. Per verzamelpunt worden er twee containers restafval, één container voor oud papier en één container voor plastic geplaatst.
66/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
De exacte positie van deze plekken dient nog nader uitgewerkt te worden in afstemming met de gemeentelijke afdeling. Aandachtspunt hierbij is de bestaande ondergrondse afvalcontainer op de hoek Wiecherlinckstraat – Buserstraat. Hiervoor is nadere afstemming met de gemeentelijke afdeling en de omwonenden nodig, waarbij rekening gehouden wordt dat een vuilniswagen niet achteruit kan rijden. Bij detailhandel, horeca, werkplekken en maatschappelijke voorzieningen is er sprake van bedrijfsafval. De gemeente heeft geen taak bij bedrijfsafval. Uitgangspunt is dat opslag inpandig plaatsvindt. Opslag en aanbieding moet met de gemeente worden afgestemd om overlast te voorkomen en om aanrijroutes te kunnen afstemmen. 3.10.9 Kabels, leidingen en straalpaden Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.
Binnen het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. Het plangebied is gelegen buiten straalpaden en hoogspanningsverbindingen. Binnen het plangebied wordt ondergrondse infrastructuur gerealiseerd ten behoeve van een warmtenet dat in de toekomst mogelijk aangesloten kan worden op een gemeentelijk warmtenet. In de bestemmingsomschrijvingen wordt hiermee rekening gehouden door nutsvoorzieningen toe te staan. Eventueel benodigde trafokasten zijn binnen de functie Groen mogelijk, tot een oppervlakte van 50 m².
3.11
Klimaatadaptatie, Energietransitie, Circulariteit (KEC)
K: Klimaatadaptatie: wonen in het groen: Dringt hittestress terug, stimuleert flora en fauna en gaat samen met water. Groen en gebouwen zijn in het plan verweven waarbij het groen een zichtbaar onderdeel van de bebouwing wordt. Op verschillende niveaus is het plan in het groen geïntegreerd en is groen in het plan geïntegreerd. 'Wonen in het groen' wordt een tastbare kwaliteit; vanuit de omgeving, in de buitenruimtes en vanuit de interieurs. De groene inrichting wordt afgestemd op het Flora en Fauna Plan Van Aanpak. Maatregelen en soortkeuzen ten behoeve van het in stand houden c.q. verbeteren van ecologische- en natuurwaarden die in dit plan naar voren komen zullen worden toegepast bij de verdere inrichting van het groen. Terrassen, loggia's en balkons worden ontworpen als kleine (groene) buitenruimtes met privégebruik. Een bijzondere toevoeging zijn de groene (kop-) gevels. Deze verbinden de groene inrichting van het maaiveld met die van het daklandschap in beeld en in ecologische aspecten. Groene energiedaken en vegetatiedaken dragen bij aan de biodiversiteit en bieden een aangenaam uitzicht vanaf hoger gelegen verdiepingen. Terrassen van de gebouwen bieden ruimte aan architectonisch geïntegreerde beplantingen en balkontuinen.
Het buurtpark krijgt een natuurlijk groen-blauw karakter met een diversiteit aan ruimten (zowel schaduw als zon) en verbijzonderingen in beplanting, waarbij bijzondere bestaande bomen geïntegreerd worden. Water krijgt een centrale rol in het plan door de beleving ervan te stimuleren met specifieke beplantingskeuzes, bijzondere elementen en een leesbare hemelwater afstroom. Een variëteit aan nieuwe boomsoorten wordt toegevoegd waarmee de bestaande natuurwaarden verrijkt worden.