CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Weezenlanden - Noord_vastgesteld_1_TOELICHTING.pdf

Raad Besluitvormingsronde 7 maart 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weezenlanden Noord33.143 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. Conclusie

27/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Het plan is in overeenstemming met het natuur-en groenbeleid.zie hoofdtstuk 3.6.2 2.3.4.5 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Waterkwaliteit Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water Sinds 2009 heeft de Nederlandse implementatie van de KRW veel bijgedragen aan het verbeteren van de ecologische waterkwaliteit. Begin 2022 start de derde planperiode van de KRW, die loopt tot en met 2027. Voordat deze periode start gaan de Nederlandse waterkwaliteitsbeheerders hun eerder vastgestelde ecologische KRW-doelen voor oppervlaktewateren en de daarbij behorende maatregelen actualiseren, zoals de KRW vereist. Deze leggen ze vast in nieuwe stroomgebiedbeheerplannen, die in 2022 in werking treden. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd.

De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden.

De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. Deze zaken worden opgepakt door het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) Stadsdijken Zwolle. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris, waarvan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de coördinerende bewindspersoon is. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en

28/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. Jaarlijks wordt een update van de het Deltaprogramma in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld.

Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. In de Zwolse Adaptatiestrategie (2019) is het klimaatadaptatiebeleid door de Gemeenteraad vastgelegd. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid. zie hoofdstuk 3.7.2

2.3.4.6 Economisch beleid Beroep- en bedrijf aan huis Beroep aan huis wordt toegestaan. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het economisch beleid. 2.3.4.7 Coffeeshopbeleid Het Zwolse coffeeshopbeleid gaat, onder andere, uit van de handhaving van maximaal 5 te gedogen coffeeshops in Zwolle. 2.3.4.8 Prostitutiebeleid

29/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Het Zwolse prostitutiebeleid gaat uit van een maximaal stelsel. Het maximum aantal seksinrichtingen is daarbij gesteld op 10 (inclusief escortbedrijven). Deze mogen zich alleen bevinden in het zogenaamde vestigingsgebied. Dit gebied bestaat uit het gebied binnen de stadsgrachten, enige uitvalswegen (Willemskade, Harm Smeengekade, Pannekoekendijk, Schuttevaerkade, Zamenhofsingel, Diezerkade, Thomas à Kempisstraat tot de hoek Vechtstraat, Groot Wezenland, Assendorperstraat tot Molenweg), alsmede het gebied buiten de bebouwde kom. 2.3.4.9 Horecabeleid De Horecavisie van Zwolle 2019 - 2023 Op 8 juli 2019 heeft de gemeenteraad de Horecavisie vastgesteld. In de Horecavisie 2019-2023 is beschreven hoe horeca kan bijdragen aan de doelstellingen benoemd in de strategische agenda. De visie richt zich met name op het centrumgebied, maar doet ook uitspraken over wijken en bedrijventerreinen. Met de visie wordt de horecasector gestimuleerd de stad een kwalitatieve impuls te geven en worden nieuwe initiatieven gefaciliteerd. De visie biedt de nodige flexibiliteit om op trends en ontwikkelingen te kunnen inspelen. Daarnaast is de visie een sturingselement om de balans tussen levendigheid en leefbaarheid te bewaken. In de visie wordt een proces voorgesteld om te komen tot herindeling van de terrassen op de Grote Markt.

Ook zal een onderzoek worden gestart naar planologische regels rond horeca en bezorgconcepten. Verder wordt in de visie richting gegeven aan de aanpak om te komen tot realisatie van circa 200 hotelkamers in de komende 5 jaar. Voor Weezenlanden Noord geldt dat de toevoeging van horeca beperkt mogelijk is. Het gaat om een vernieuwend concept voor Zwolle, passend binnen het profiel van dit deelgebied; Maximaal 250 m² ; In de plint van de hoofdgebouwen; Op een zichtlocatie, waarmee de horeca een verbindende rol vervult tussen het centrum van de stad en Assendorp. Het plan is in overeenstemming met het horecabeleid. 2.3.4.10

Milieubeleid

2.3.4.10.1

Algemeen beleid

Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en tenslotte geur. Op diverse thema's is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven.

30/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

2.3.4.10.2

Bedrijvigheid

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” (2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. 2.3.4.10.3

Geluid

In de omgevingsvisie wordt beschreven dat rondom de belangrijkste werkgebieden van Zwolle geluidzones zijn vastgelegd . Deze geluidzones hebben als doel de bewoners te beschermen tegen het geluid van de bedrijven. De bedrijven hebben deze geluidruimte nodig om te werken en geen overlast te veroorzaken naar omwonenden. In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. Onderhavig plangebied is gelegen op de rand van het gebiedstype 'Centrum stedelijk'. Dit is een gebied met een hoge dynamiek. De bebouwings- en woningdichtheid is zeer hoog. De ontsluiting per openbaar vervoer en fiets is zeer goed. Er zijn gebieden waar relatief veel geluid is, maar ook tref je er stille gebieden aan zoals hofjes en parken. De parkeernorm per woning is laag. Er zijn ondergrondse gebouwen, voorzieningen en infrastructuur zoals bijvoorbeeld parkeergarages, winkelcentra, discotheken, magazijnen en punten voor afvalinzameling. Aan de kwaliteit van de buitenruimte is veel aandacht besteed. Het beheer is zeer intensief. Water heeft overwegend een harde vorm: kanalen, riolen, grachten.

Onderhavig plan voorziet in de realisatie van geluidsgevoelige objecten (woningen) en bedrijfsmatige activiteiten die geluidhinder kunnen veroorzaken op de omgeving. 2.3.4.10.4

Luchtkwaliteit

Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitssituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: voldoen aan wet- en regelgeving; anticiperen op de toekomst; knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het

31/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving.

2.3.4.10.5

Stikstof

De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 inwerking is getreden, voorziet in een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om stikstofreductie te bereiken en de natuur te herstellen. De wet maakt ook een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Dat betekent dat voor onderhavig bestemmingsplan alleen door middel van een AERIUS-berekening de stikstofemissie en -depositie van de gebruiksfase dient te worden bepaald. 2.3.4.10.6

Externe veiligheid

In de Omgevingsvisie van de gemeente Zwolle worden de ambities en de doelstellingen van de gemeente beschreven. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen.

Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd. Onderhavig plangebied is gelegen op de rand van het gebiedstype 'Centrum stedelijk'. Dit is een gebied met een hoge dynamiek. De bebouwings- en woningdichtheid is zeer hoog. De ontsluiting per openbaar vervoer en fiets is zeer goed. Er zijn gebieden waar relatief veel geluid is, maar ook tref je er stille gebieden aan zoals hofjes en parken. De parkeernorm per woning is laag. Er zijn ondergrondse gebouwen, voorzieningen en infrastructuur zoals bijvoorbeeld parkeergarages, winkelcentra, discotheken, magazijnen en punten voor afvalinzameling. Water heeft overwegend een harde vorm: kanalen, riolen, grachten. Het bestemmingsplan is niet gelegen binnen een Stroomzone.

32/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

2.3.4.10.7

Bodem

Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijksgebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Het plangebied valt in de huidige situatie binnen het functieklassengebied Wonen. Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebiedvolgens de bodemkwaliteitskaart binnen twee deelgebieden. Het zuidoostelijk deel valt binnen deelgebied 'stedelijke uitbreiding (voor 1960). Dit deelgebied kent de bodemfunctie 'Wonen'. De ontgravingskwaliteit van bovengrond (bovenste 50 cm onder maaiveld) betreft 'Wonen'. De ontgravingskwaliteit van de ondergrond (van 0,5 tot 2,0 meter onder maaiveld) betreft 'Landbouw/Natuur'.

Het noordwestelijk deel valt binnen deelgebied 'oude stadskern (voor 1900). Dit deelgebied kent de bodemfunctie 'Wonen'. De ontgravingskwaliteit van bovengrond (bovenste 50 cm onder maaiveld) betreft 'Industrie'. De ontgravingskwaliteit van de ondergrond (van 0,5 tot 2,0 meter onder maaiveld) betreft ook 'Industrie'. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd.

Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: Werken met ondergrondse bestemmingen / functies; Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer; Bodemsanering gebiedsgericht benaderen; Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied; Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning.

33/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

2.3.4.10.8

Conclusie milieubeleid

Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in de milieuparagraaf (hoofdstuk 3).

34/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.

3.1

Stedenbouw

3.1.1

Huidige situatie

De bestaande bebouwingsstructuur bestaat uit zes appartementengebouwen, totaal 180 appartementen en 2 bedrijfspanden. Langs het Almelose kanaal zijn drie “H”-vormige bouwblokken van zes bouwlagen op een parterre met garages geplaatst en haaks op de Schuurmanstraat zijn drie “I”-vormige bouwblokken van vier bouwlagen gesitueerd. De woningen zijn in 1958 gebouwd en in eigendom van woningcorporatie Openbaar Belang (WOB). De woningen zijn gedateerd en toe aan structurele verbetering. Na grondig onderzoek is geconcludeerd dat renovatie van de appartementen financieel niet gerechtvaardigd is. De zes flatgebouwen zijn gesitueerd in een groene setting volgens het principe van het campusmodel. Dit betekent dat het maaiveld in de stedenbouwkundige opzet is behandelt als een continue groene ruimte, waarin de blokken te gast zijn. Aan de Schuurmansstraat wordt deze ruimte echter begrensd door een dubbele bomenrij. Maar ook de inrichting van de Schuurmanstraat zelf met veel verharding en dominante verkeersfunctie is de verblijfskwaliteit gering en sluit niet aan op de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet. Aan de zijde van het Almelose kanaal zijn het de H-blokken die een wand vormen naar de omgeving. De overgang tussen de gebouwen en het maaiveld bestaat op verschillende plekken uit bergingen en garages waarmee de aansluiting beperkt is.

Het resultaat is dat er een groene ruimte is ontstaan dat is versnipperd, weinig relatie heeft met de omgeving en waarvan de opzet van kijkgroen niet meer goed aansluit op de wens van meer gebruiksgroen. Weezenlanden Noord is onderdeel van een gebied dat pas in de jaren '50 is ontwikkeld omdat het daarvoor nog niet voldoende tegen overstromingen was beveiligd. Alleen de woningen aan het Groot Weezenland vanaf Kerkbrugje tot langs het Almelose kanaal zijn, aansluitend op de bebouwingsstructuur aan de Bagijnesingel, al van eerdere datum. De stedenbouwkundige Dudok en later van Embden stonden aan de wieg van de situering van onder andere het provinciehuis, rechtbank en ziekenhuis in dit gebied. Het ziekenhuis is inmiddels verleden tijd maar de rechtbank (25 m hoog) en provinciehuis (30 m hoog) dragen voor een belangrijke mate bij aan het karakter van het gebied. Stoere grote bouwblokken die de Schuurmanstraat begeleiden als entree van de historische binnenstad en de verbinding met het stadspark Wezenlanden. Het Takcollege (15 m hoog) maakt met de bijzondere kop een mooie verbinding tussen de singel en de Schuurmanstraat. 3.1.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

In mei 2020 is het Stedenbouwkundig plan voor Weezenlanden Noord vastgesteld door de gemeenteraad. Een hoogstedelijk plan waar groen en water sterk bijdragen aan de identiteit en waarmee een onderscheidend woonmilieu wordt toegevoegd aan de stad. Het stedenbouwkundig plan is beperkt aangepast. De parkeergarages zijn geoptimaliseerd en worden niet meer geheel ondergronds gerealiseerd, waarmee een beter financieel haalbaar plan is ontstaan. De aanpassingen hebben effect gehad op de bebouwingsstructuur. De hogere garage komt nu tussen de blokken waardoor nu een meer gesloten bouwblok ontstaat met een geprivatiseerd binnenhof op het dak van de garage. De ruimtelijke consequenties voor het stedenbouwkundig plan zijn beperkt en positief beoordeeld. De aanpassingen zijn weergegeven in Bijlage 18 Weezenlanden Noord Volumestudie 29 november 2021 Het plangebied ligt tussen Park de Wezenlanden, de Zwolse singelstructuur en het Almelose Kanaal, als schakelpunt tussen drie belangrijke groene structuren in de stad. Het maakt onderdeel uit van Park de

35/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Wezenlanden en markeert de transitie naar de singelstructuur. Alle drie structuren zijn gedefinieerd door een sterk groen beeld en de relatie met water, maar zijn zeer verschillend van karakter. De singelstructuur heeft een helder singelpark karakter (landschapsstijl) met cultuurhistorische betekenis. Het jaren '60 Park de Wezenlanden combineert een formeel orthogonaal opgezet stadspark met een informeel eigentijds ontwerp. Het Almelose kanaal en Koelwaterkanaal vormt een belangrijke ecologische verbinding door de stad en is een verbinding met het omliggende landschap. In de ruimtelijke structuur van Weezenlanden Noord loopt het groene landschap door en zijn de gebouwen te gast. Het maaiveld verbindt de groene structuren, draagt bij aan een nieuw groen karakter van de Schuurmanstraat als een gastvrije entree van de binnenstad, en vormt daarmee een waardevol woonmilieu. Om de relatie met het Almelose kanaal te versterken is de keuze gemaakt om de Buserstraat bij het plangebied te betrekken. De huidige woonstraat wordt vervangen door een groenere inrichting en op deze wijze loopt het maaiveld van het plangebied vloeiend over in het aangrenzende waterlandschap. Behalve ruimtelijk heeft deze verbinding ook functionele betekenis voor de wijze waarop het hemelwater integraal wordt meegenomen in de inrichting van de buitenruimte.

De bebouwingsstructuur van grondgebonden woningen en appartementen is opgedeeld in twee clusters waar tussen de grootste groene ruimte centraal in het plangebied is gesitueerd. Met de centrale positie ontstaat een zichtrelatie tussen Schuurmanstraat en Almelose kanaal. Vanuit het plangebied ontstaan daarmee zichtrelaties met de omgeving, bijvoorbeeld door het zicht op de watertoren aan de Turfmarkt. In dit openbaar toegankelijke gebied zijn de belangrijkste wandelroutes gelegen die aansluiten op de routes uit de omgeving en dragen daarmee bij aan een fijnmazig netwerk van langzaam-verkeerroutes. De bebouwingsclusters zijn elk opgebouwd uit een samengesteld bouwblok rondom een semi openbaar hof en twee solitaire gebouwen waarmee het plangebied zich naar de omgeving opent. In elk hof is een parkeergarage gesitueerd. De rooilijnen in het plan verspringen waarmee een informeel karakter ontstaat en lange wanden wordt voorkomen. De verspringende rooilijn langs de Schuurmanstraat leidt bovendien de centrale groene ruimte in en ontstaan er verblijfsruimtes voor de gebouwen die bijdragen aan de verblijfskwaliteit van deze belangrijke verbinding. De openbaar toegankelijke buitenruimte is autovrij.

De hoofdzakelijk losse bebouwingsstructuur, de verspringende rooilijnen en het doorlopende autovrije en groene maaiveld dragen allemaal bij aan de gewenste sfeer waarbij de gebouwen te gast zijn en het maaiveld de continue factor vormt. Hiermee wordt Weezenlanden Noord optimaal verbonden met het Almelose kanaal, de Schuurmanstraat en singel. Schaal en Maat De schaal en maat van de bouwblokken (korrel) is zo gekozen dat deze een overgang vormt tussen de kleinschalige korrel van de binnenstad naar de grote blokken van de jaren '60. Aan de noordwestzijde sluit de bebouwing aan bij de rijwoningen en het TAK college. Vervolgens loopt de maat en schaal van de blokken op naar de Luttenbergstraat en het provinciehuis. Het stedenbouwkundig plan maakt daarmee de overgang tussen de verschillende omliggende schalen en structuren. Bouwhoogte De bouwhoogtes in het stedenbouwkundig plan reageren op de hoogte van de omliggende gebouwen zodat ook hierin een samenhangend structuur ontstaat. Daarnaast verspringen de bouwhoogtes onderling waarmee het individuele karakter van de verschillende bouwmassa's wordt versterkt en daarmee de sfeer van “de gebouwen te gast” wordt versterkt. De rijwoningen in de noordwestelijke hoek van het plan (10 – 13 m) relateren aan de woningen aan de singel en het TAK college (15 m). Van daaruit lopen de hoogtes langzaam op.

Aan de Luttenbergstraat en Schuurmanstraat zoeken de bouwblokken (20 – 23 m) aansluiting op de bouwmassa's van de rechtbank (20 – 25 m) en het provinciehuis (26 – 32 m). Aan de zijde van het Almelose kanaal is gekozen voor een onderscheidend hoogteaccent (40 m) die relateert aan de watertoren aan de overzijde van het kanaal (41 m). Het hoogteaccent vangt de zichtlijn vanuit de Nieuwe Vecht en markeert de kruising van het Almelose

36/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

kanaal als landschappelijke drager met de Luttenbergstraat als onderdeel van de binnenring. Op de kruising Schuurmanstraat en Wiechelinckstraat is een accent gesitueerd (30 m) die de zichtlijnen langs de singel opvangt. Met de positionering van deze verschillende bouwhoogtes draagt Weezenlanden Noord bij aan de gewenste ruimtelijke structuur waarbij de Luttenbergstraat wordt benadrukt als hoofdverbinding met daaraan een opeenvolging van grote bouwmassa's, wordt de Schuurmanstraat als entree van de binnenstad begeleid en markeert een hoogteaccent de loop van het Almelose kanaal als onderdeel van de blauwe waterstructuur door de stad. Op deze wijze draagt Weezenlanden Noord bij aan een goede ruimtelijke verbinding in de stad en tussen de wijken Assendorp (Groot Weezenland) en de Wipstrik. De bouwhoogte van 40 meter is in overeenstemming met de ( Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030". Levendige openbare ruimte Om de levendigheid in de openbaar toegankelijke buitenruimte te waarborgen en daarmee de sociale veiligheid te versterken is veel aandacht geschonken aan aantrekkelijke plinten (gevel op de begane grond) en hebben de gebouwen een alzijdig karakter. Behalve dat de plinten open en uitnodigend worden vormgegeven, wordt een deel van de gebouwen voorzien van functies als horeca, werkplekken en sportgerelateerde functies.

De woningen in de plint krijgen een voordeur aan de openbaar toegankelijke ruimte, rondom gemeenschappelijke entrees wordt aandacht geschonken aan collectieve voorzieningen en is aandacht voor spontane ontmoeting. Veel zichtrelatie met de openbare ruimte en voldoende reuring draagt bij aan een sociaal veilige woonomgeving. Natuurinclusiviteit Het concept voor Weezenlanden Noord is gebaseerd op het idee dat de gebouwen te gast zijn op een continu groen maaiveld. In de inrichting van dit maaiveld is ruime aandacht voor versterking van de natuurwaarden. Ook voor de gebouwen is aandacht voor natuurwaarden. Middels het toepassen van geïntegreerde nestkasten, vegetatiemix op daktuinen en gevelgroen wordt een bijdrage geleverd aan het natuurinclusief bouwen en wordt de natuur dichter bij de bewoners gebracht. In paragraaf 3.11 Klimaatadaptatie, Energietransitie, Circulariteit (KEC) onder het kopje "Natuurinclusiviteit om flora en fauna in stand te houden" is dit nader beschreven.

Uitwerking stedenbouwkundige uitgangspunten in de bestemmingsplanregels Het stedenbouwkundig plan Weezenlanden Noord vormt de basis voor het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kent bestemming woongebied waarbinnen de bouwvlakken zijn opgenomen. Binnen de bestemmingsvlakken is er mogelijkheid om te schuiven waarmee enige flexibiliteit ontstaat. De rooilijnen langs de buitenranden liggen grotendeels vast omdat deze zijn gebaseerd op de profielen van de straat, om de continuïteit van het maaiveld te waarborgen of omdat bepaalde gevels bijdragen aan de presentatie van Weezenlanden Noord aan de stad. Ook langs de langzaamverkeerroutes door het plangebied zijn rooilijnen vastgelegd om voldoende ruimte te waarborgen. Aan de binnenzijde van de samengestelde bouwblokken en het dakenlandschap is ten behoeve van de flexibiliteit een marge opgenomen zodat de diepte van de gebouwen eventueel is aan te passen. Bijgebouwen als bergingen en fietsenstalling maar ook technische ruimtes dienen inpandig opgelost te worden. Beeldkwaliteit Het in mei 2020 vastgestelde stedenbouwkundig plan is de basis voor het bestemmingsplan. Om de verschijningsvorm van Weezenlanden Noord te waarborgen is er een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat als toetsingskader gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Het beeldkwaliteitsplan wordt onderdeel van de welstandsnota.

In het beeldkwaliteitsplan wordt op de specifieke kenmerken van het stedenbouwkundige plan in de context van de omgeving ingegaan. Hiervoor zijn algemene regels opgesteld en wordt daarnaast het plan ingedeeld in zes sfeergebieden die reageren op positie in het plangebied en de relatie met de omgeving.

37/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

3.2

Groen

3.2.1

Huidige situatie

Volgens de Omgevingsvisie behoren de bomenrijen en grasbermen langs de Schuurmanstraat en de Luttenbergstraat tot de hoofdgroenstructuur. 3.2.2

Uitgangspunten bestemmingsplan

De bomen en de groene berm langs de Luttenbergstraat worden gerespecteerd. De bomen worden gehandhaafd en de bermen worden integraal onderdeel van het inrichtingsplan voor de buitenruimte van Weezenlanden Noord. De Schuurmanstraat krijgt een nieuwe inrichting waarbij de verblijfskwaliteit wordt versterkt en de verkeersfunctie minder dominantie krijgt. De bomen van de huidige boomstructuur aan de noordzijde van de Schuurmanstraat zijn niet gezond. De bomen dienen te worden vervangen. In de huidige situatie vormen ze een scherm tussen de Schuurmanstraat en Weezenlanden Noord. Uitgangspunt van het stedenbouwkundig plan is juist dat het maaiveld doorloopt en op een informele wijze een verbinding vormt met de omliggende openbare ruimte. Om deze reden worden de bomen niet één op één vervangen maar krijgen een plek elders in het plangebied. Alle bomen in het plangebied handhaven is technisch niet mogelijk. Monumentale bomen en waardevolle bomen als een deel van de overige bomen worden gehandhaafd. Voor de bomen die niet kunnen worden gehandhaafd geldt een (kap)omgevingsvergunning. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom binnen het plangebied. Voor de soortkeuze wordt een variëteit aan nieuwe boomsoorten toegevoegd die bijdragen aan de natuurwaarden.

In het plangebied zal het maaiveld worden ingericht met zowel vochtige als droge milieus. Er wordt een grote variatie aangebracht aan beplantingen voor drogere en vochtige milieus, deels extensief beheer kennen en beplantingen die goede schuilmogelijkheden bieden voor vogels. Hiermee wordt een positieve bijdrage geleverd aan de natuurwaarden in het plangebied.

3.3

Archeologie

3.3.1

Huidige situatie

Op de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (AWK) is het plangebied onderdeel van een groter gebied met een archeologische waarde van 50%. Dit houdt in dat bij een bodemingreep van meer dan 100 m2 en een diepte van 0.5 meter onder het maaiveld een archeologisch onderzoek nodig is. De archeologische waarde van het grotere gebied is vooral gebaseerd op archeologische onderzoeken aan de Schuurmanstraat/Groot Wezenland en het terrein van het voormalige Ziekenhuis De Weezenlanden. Tijdens het eerste onderzoek dat bestond uit het graven van een proefsleuf in 2005 werden de restanten van een (rest)geul aangetroffen. Deze geul was ook bij de bouw van het Provinciehuis aan de Luttenbergstraat al waargenomen en is op het oudste kadastrale minuutplan van 1832 goed te zien. Op het terrein van Ziekenhuis De Weezenlanden is een dekzandrug aangesneden waarbij vooral aan de kant van de Assendorperstraat archeologische sporen aanwezig waren die teruggingen tot de Volle Middeleeuwen. Hier lag ook het hoogste punt van de dekzandrug die afhelde richting de Schuurmanstraat. In het plangebied tussen Schuurmanstraat, Wiecherlinkstraat en Buserstraat is in mei 2019 door Antea Group een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (IVO-O) uitgevoerd. Uit dit booronderzoek kwam naar voren dat de ondergrond bestond uit verspoeld pleistoceen dekzand waarop in latere perioden klei en veen is afgezet.

De kleilaag werd in verband gebracht met de aanwezigheid van een rivierdal- en overstromingsvlakte. Alleen aan de kant van Schuurmanstraat, ter hoogte van boring 3, werd de mogelijkheid geopperd voor de aanwezigheid van de aanzet of oever van een restgeul. Het zou dan om dezelfde geul kunnen gaan die in 2005 is aangetroffen.

38/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

In maart en april 2020 is door ADC Archeoprojecten een aanvullend karterend booronderzoek (IVO-O) uitgevoerd. Hoofddoel was de mogelijke aanwezigheid van de historische waterloop of restgeul. Uit het onderzoek werd duidelijk dat deze restgeul niet in het plangebied heeft gelegen. De bodemopbouw bestond net zoals tijden het verkennend booronderzoek is vastgesteld uit een ophogingspakket van schoon zand met een dikte tussen de 1.85 en 2.70 cm. Dit pakket is in de jaren 50 van de vorige eeuw opgebracht en gedeponeerd op een klei op veen bodem. Onder het veen lag op een diepte tussen de 0.0 tot 0.6 meter onder NAP een pakket verspoeld pleistoceen dekzand 3.3.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De bodemopbouw met de diepte van het verspoeld dekzand onder NAP vormt samen met het ontbreken van een restgeul genoeg onderbouwing voor de conclusie van archeologische vrijgaven van het plangebied. Bij onverwachte archeologische vondsten en sporen wordt verzocht dit te melden bij het bevoegd gezag (gemeente Zwolle) op basis van artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

3.4

Cultuurhistorie

3.4.1

Huidige situatie

Voor het plangebied is een inventarisatie van cultuurhistorische waarden uitgevoerd door Het Oversticht. Zwolle, Wiecherinkstraat: zes woongebouwen in een groene aanleg. (oktober 2013) Met name is onderzoek verricht naar de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, maar ook andere aspecten zoals de historisch-ruimtelijke structuren zijn geanalyseerd en gewaardeerd. Het complex woningen rond de Wiecherlinckstraat bestaat uit 3 rechte blokken van 4 lagen en 3 blokken met een H-vormige plattegrond van 6 woonlagen op een parterre met garages. Het ensemble staat in een stedenbouwkundig plan dat W.M. Dudok in 1948 voor dit stadsdeel maakte. Tot in de jaren '50 was het hele gebied langs het Almelose kanaal nog niet tegen overstromingen beveiligd met dijken en bemaling, het stond dan ook regelmatig blank. Tot het nieuwe land dat Dudok verkavelde hoorde het gebied van het Park de Weezenlanden en het Provinciehuis. Het Almelose kanaal is een historische watergang die het water van de weteringen uit het zuid-oostelijke buitengebied al vanaf de late middeleeuwen door de stad voerde. In het begin van de 14de eeuw werd het water van waterlopen die zuidelijk van Zwolle lagen, afgesloten voor uitwatering op de IJssel. Om voor een goede afwatering te zorgen werden deze weteringen naar de stad Zwolle geleid.

Het zuidelijkwestelijk watertransport, via de Zandwetering vond plaats via de Kleine Aa die in de loop van de tijd steeds verder verzandde. De Nieuwe Wetering nam het watertransport van de meer oostelijke weteringen voor zijn rekening en later ook die van de Zandwetering. De Nieuwe Wetering komt op de kaart van Jacob van Deventer uit ongeveer 1560 al voor maar zal dus veel ouder zijn. De weteringen waren in die tijd een belangrijke transportader voor de aanvoer van landbouwproducten uit het zuidelijk buitengebied. Met het graven van de Nieuwe Vecht die uitmond in de wetering kon Zwolle de handel via de Vecht en met name de zandsteenhandel voor lange tijd domineren. De transportfunctie werd nog versterkt toen rond 1850 de Overijsselsche Kanalisatie Maatschappij (O.K.M.) de concessie kreeg om een aantal kanalen te graven in de provincie Overijssel. Het eerste kanaal, gegraven in 1855 is het Overijssels Kanaal van Zwolle via Lemelerveld en Vroomshoop naar Almelo. Het kanaal werd aangesloten op het tracé van de Nieuwe Wetering. Tot in het midden van de 20ste eeuw bleef het kanaal een belangrijke verkeersader voor het goederentransport. Samen met de goede aansluitingen op het Zwarte Water, de Vecht en later de IJssel kon Zwolle zich als handelsstad sterk ontwikkelen. Het kanaal ligt aan een laaggelegen gebied 'De Weezenlanden' dat grenst aan de historische Assendorperdijk.

Deze dijk vormde tevens een verbinding tussen de stad en de zuidoostelijk gelegen Marslanden, een weidegebied dat in de 14de eeuw door de Bisschop van Utrecht aan de burgers van Zwolle 39/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

was geschonken. De naam Weezenlanden is ontstaan doordat het gebied in 1591 door de stad werd toegewezen aan de weesmeesters van de weeshuizen van Zwolle. Tot de aanleg van de Afsluitdijk (1932) stonden de Weezenlanden nog regelmatig blank, omdat het steeds buitendijks was blijven liggen. In de 17de eeuw vormde het gebied onderdeel van een defensieve linie als inundatiezone. Parallel aan het Almelose kanaal ligt de uitmonding van het uitwateringskanaal van de voormalige IJsselcentrale, de eerste elektriciteitscentrale van de stad die aan het begin van de 20ste eeuw werd gebouwd. Samen vormen deze kanalen de karakteristieke randen aan de noord-oostzijde van het park. De flats en hun omgeving In de verkavelingen die Dudok tekende, nam de Luttenbergstraat een belangrijke plaats in als richtinggevende noord-zuid as. De Schuurmanstraat en de Wethouder Alferinkweg staan hier loodrecht op, zij het met een aansluiting in bajonetvorm. Binnen de velden tussen deze assen introduceerde Dudok subtiele hoekverdraaiingen, waarvan er één met 10 graden bepalend was voor de richtingen van de H-blokken van de Wiecherlinckstraat. De architecten van de rechtbank hebben deze hoofdassen en hoekverdraaiingen als uitgangspunt genomen. De richtingen van de rechte bouwblokken wijken iets af van de H-blokken.

Waarschijnlijk is de precieze verkaveling van de blokken in dit plangedeelte nader ingevuld naar ontwerp van Van Embden, die vanaf 1955 Dudok opvolgde als stedenbouwkundig ontwerper voor Zwolse uitbreidingen. Het maaiveld is in het hele plan voor de Weezenlanden behandeld als een continue groene ruimte, waarin de blokken 'te gast' zijn. De inrichting van de groene ruimte is zo gemaakt dat er nauwelijks overgangen tussen de bouwblokken en de groene ruimten zijn gemaakt. De aanwezigheid van garages op de begane grond, met deuren en gesloten wanden, draagt aan de abstractie van die maaiveldrichting nog bij. De groenvoorziening is vooral gazon en ruimte, met hier en daar een volwassen solitaire boom. De locatie wordt met de dubbele bomenrij in het trottoir van de Schuurmanstraat sterk begrensd. De langgerekte blokken zijn als strokenverkaveling haaks op de Schuurmanstraat gezet en zijn dus globaal noord-zuid georiënteerd. De H blokken zijn oost-west georiënteerd. De hoekverdraaiing is hier ingezet om verspringingen te maken om de wandwerking te voorkomen. De gebouwen werden in opdracht van woningbouwvereniging 'Ons Belang' ontworpen door architect C. van Heelsbergen. Dit is geen belangrijke architect. Er is dan ook geen sprake van een hoogstaand ontwerp en de flats zijn in de loop der tijd nog aangepast.

Cultuurhistorische waarden Noord-oostrand De noordoostrand vormt door het Almeloos kanaal en het parallel hieraan gelegen uitwateringskanaal een belangrijk ruimtelijk element met een hoge cultuurhistorische waarde. Gebouwcomplex De belangrijkste waarden in het complex zitten in de stedenbouwkundige opzet: de strokenverkaveling in vier bouwlagen, gecombineerd met meer torenachtige volumes in zeven lagen langs het kanaal. Het raffinement van de hoekverdraaiingen is daarbij een zeer belangrijk element, net als de schaal en maat van de binnentuinen en de afsluiting ervan door de maat van de H-blokken. Daarnaast is de groenaanleg en de situering van de blokken in die groene ruimte, die welgemikt van solitaire bomen is voorzien en de bijzondere begrenzing op de stoep van de Schuurmanstraat waardevol. Dit geldt ook voor de Prunus-boomgaarden aan de zuidranden van de binnentuinen. Qua type en architectuur zijn de langgerekte blokken van mindere betekenis. De H blokken zijn qua compositie van de gevels sterker. De stedenbouwkundige /ensemblewaarde van het complex is hoog. De cultuurhistorische betekenis als jaren '50 bouwcomplex is neutraal. De architectonische waarde van de langgerekte blokken is neutraal en die van de H blokken hoog.

40/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

3.4.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

De grootste kwaliteit van het complex is de stedenbouwkundige opzet met de groenaanleg en de situering van de blokken in die groene ruimte, zoals uit een cultuurhistorische analyse van het Oversticht uit 2012 blijkt. De zeldzaamheid van het complex groeit met de dag omdat uit deze periode veel wordt gesloopt. Ook voor dit complex geldt dat het opwaarderen naar de huidige normen financieel niet haalbaar is. Het kenmerk van het complex van een groene ruimte met daarin woonblokken gesitueerd blijft en is als basis genomen voor de nieuwe stedenbouwkundige opzet. De beperkte aansluiting van de woonfunctie op de buitenruimte en de verbinding met de omliggende ruimtelijke structuren worden beter uitgewerkt waarmee een nieuw woonmilieu ontstaat dat optimaal is verbonden met de omgeving en waar de groene kwaliteit sterk bijdraagt aan de woonkwaliteit. De karakteristieke oeverwallen en het koelwaterkanaal van de voormalige IJsselcentrale worden specifiek beschermd door toekenning van de dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie aan de gronden.

3.5

Verkeer

3.5.1

Huidige situatie

Verkeersstructuur Het plangebied ligt ten westen van de oude binnenstad, in de oksel die gevormd wordt door de gracht en het Almelose kanaal. Het gebied wordt voor de auto ontsloten door Schuurmanstraat, Groot Wezenland, de Buserstraat en de Wiecherlinckstraat. Voor fietsers en voetgangers is er hiernaast nog ontsluiting vanuit de binnenstad via het Kerkbrugje. In het plangebied is een 30 km-zone, die onderdeel uitmaakt van een groter 30 km-gebied (tussen de Luttenbergstraat, de gracht, de Assendorperstraat en het Almelose kanaal). De Luttenbergstraat is een gebiedsontsluitingsweg waar 50 km geldt. Fietsverk eer De Schuurmanstraat en Groot Wezenland maken onderdeel uit van het fietshoofdroutenetwerk. Openbaar Vervoer Het plangebied wordt ontsloten met openbaar vervoer door middel van bushaltes op de Schuurmanstraat, de Luttenbergstraat en Groot Wezenland. Parkeren In het plangebied zelf zijn er parkeerplaatsen aanwezig. Daarnaast zijn er parkeerplaatsen langs de Schuurmanstraat en langs de gracht tussen Groot Wezenland en de Schuurmanstraat. 3.5.2

Uitgangspunt bestemmingsplan

Verkeer Het plangebied Weezenlanden Noord is gelegen ten noorden van de Schuurmanstraat en deLuttenbergstraat. De herontwikkeling van het plangebied omvat de bouw van woningen in combinatie met commerciële en maatschappelijke functies. De komende jaren worden bestaande woningen gesloopt en komen er meer woningen en extra functies voor terug. Deze grootschalige ontwikkelingen genereren verkeersstromen die effect hebben op het lokale wegennet. In het kader van deze ruimtelijke ontwikkelingen is verkeerskundig onderzoek gedaan naar de verkeersafwikkeling op het lokale wegennet voor de maatgevende ochtend- en avondspits. Zie de bijlage Onderzoek verkeer en luchtkwaliteit Weezenlanden Noord 9 juli 2020, kenmerk:006210.20200403.R1.03 en de bijlage Effecten gewijzigde invulling

41/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Weezenlanden Noord -Zwolle 5 november 2021 , kenmerk 010913.20211105.N1.01: Er is gekeken naar twee voorrangskruispunten en één kruispunt met verkeerslichten. Vanwege enkele beperkte wijzigingen van de invulling van het plangebied is het onderzoek “verkeer en luchtkwaliteit Weezenlanden Noord” geactualiseerd. De wijzigingen en de effecten hiervan zijn beschreven inde hierboven genoemde rapportage “Effecten gewijzigde invulling Weezenlanden Noord”. Verkeersafwikkeling Uit de hierbovengenoemde onderzoeken blijkt dat de onderzochte kruispunten het verwachte verkeer kunnen afwikkelen met de huidige inrichting. Met de geactualiseerde aantallen, waarbij de verkeersgeneratie lager uitkomt, zal ook de belasting van de kruispunten lager zijn. In deze aangepaste plansituatie zijn dan ook geen problemen te verwachten ten aanzien van de verkeersafwikkeling. Dit betekent dat met de huidige inrichting van de kruispunten het verkeer in de autonome situatie en de plansituatie goed afgewikkeld kan worden. Er is geen sprake van onacceptabel lange wachttijden en er is voldoende restcapaciteit aanwezig. Bij de verkeersregelinstallatie op het kruispunt Luttenbergstraat – wethouder Alferinkweg wordt het verkeer met een acceptabele cyclustijd afgewikkeld.

Op het voorrangskruispunt Luttenbergstraat – Schuurmanstraat zijn de verliestijden (wachttijden) beperkt en wordt de verkeersafwikkeling als 'goed' gekwalificeerd. Op het voorrangskruispunt Groot Wezenland – Assendorperstraat zijn de verliestijden eveneens beperkt en is de verkeersafwikkeling 'goed'. Toepassing Parkeernormen Afhankelijk van de omvang, de bestemming, de functie en het gebruik van het gebouw en / of het terrein, moeten er voor het parkeren of stallen van auto´s voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd conform de parkeeropgave. Binnen het plangebied wordt twee parkeergarages gerealiseerd. Bij nieuwe planontwikkelingen worden geen parkeervergunningen voor parkeren op de openbare weg verstrekt. De adressen van de planontwikkeling vallen onder de zogenaamd Nulvergunningenafspraak Het doel van deze afspraak is te voorkomen dat gebruikers en / of bezoekers van dergelijke ontwikkelingen parkeren in het openbare gebied dat primair voor anderen bestemd is. De initiatiefnemer dient toekomstige bewoners in een nieuwe planontwikkeling hierover te informeren. Het bepalen van de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting vindt plaats op basis van onderstaande stappen. Deze stappen zijn bij de regels opgenomen als Bijlage 1 Stappenplan parkeren en is op grond van artikel 16.2 Parkeren het toetsingskader voor de omgevingsvergunningen.

Stap 1: Bepalen normatieve parkeerbehoefte Het bepalen van de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting vindt plaats op basis van onderstaande stappen. Stap 1: Bepalen normatieve parkeerbehoefte Gebiedstypologie Welke parkeernormen er voor een gebied gelden begint met het bepalen van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod - en de kwaliteit – van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. Daarnaast kan een onderscheid worden gemaakt naar de stedelijke zone (centrum, schil, rest bebouwde kom,) van een gemeente. De hoogte van de parkeernorm wordt mede bepaald door de stedelijke zone. Gebiedstypologie

42/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Welke parkeernormen er voor een gebied gelden begint met het bepalen van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod - en de kwaliteit – van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast. Daarnaast kan een onderscheid worden gemaakt naar de stedelijke zone (centrum, schil, rest bebouwde kom,) van een gemeente. De hoogte van de parkeernorm wordt mede bepaald door de stedelijke zone. Toepassing Parkeernormen Onderstaande tabellen tonen de parkeernormen per functie, te beginnen met de functie 'wonen'

De goedkope koopwoningen worden ontwikkeld voor huishoudens zonder auto: een doelgroep die bewust kiest voor duurzaam en centraal gelegen wonen. In een kettingbeding wordt aangegeven dat er geen ruimte is voor het stallen van een eigen auto en dat men niet in aanmerking komt voor een parkeervergunning. De sociale woningbouw laag woningen zijn bestemd voor kleine huishoudens zonder auto. Het gaat om een doelgroep die enthousiast is over de locatie, de beoogde sfeer, uitstraling en woonfunctionaliteit en die autobezit intrinsiek gezien minder relevant vindt. Er is een toenemende doelgroep – veelal de jongere generatie twintigers en dertigers – die autobezit eerder een last vindt en gewend is aan alternatieve concepten zoals deelmobiliteit. In de huurovereenkomst moet worden opgenomen dat er geen ruimte is voor het stallen van een eigen auto en dat men niet in aanmerking komt voor een parkeervergunning. De parkeernormen zijn gedifferentieerd naar prijssegment en type bewoning (koop, huur). Dit onderscheid is bepaald aan hand van de volgende prijssegmenten ( 2021) .Deze koop- en huurprijzen worden jaarlijks geindexeerd.

De parkeernormen zijn gedifferentieerd naar prijssegment en type bewoning (koop, huur). Dit onderscheid is bepaald aan hand van de volgende prijssegmenten ( 2021) .Deze koop- en huurprijzen worden jaarlijks geindexeerd.

43/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Voor de functie ´wonen´ wordt tevens onderscheid gemaakt tussen een parkeernorm voor bewoners en bezoekers. Bij de ontwikkeling wordt voor goedkope koopwoningen en sociale woningbouw laag actief ingezet op huishoudens zonder eigen auto. De parkeernorm voor bewoners is hier 0. Er is uiteraard wel een parkeervraag van bezoekers. Voor het commercieel programma gelden de onderstaande normen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen personeel en bezoekers.

Mocht er sprake zijn van een functie die hier niet genoemd is, dan wordt voor de daarvoor geldende parkeernorm verwezen naar de CROW-kencijfers. Bij het bepalen van de parkeeropgave wordt onderscheid gemaakt in aandelen gebruikers en bezoekers. Gebruikers zijn de bewoners en de bedrijven die in een bouwwerk of op een terrein woonachtig of gevestigd zijn. De werkwijze om het aantal benodigde parkeerplaatsen te bepalen, is als volgt: 1. Bepaal de betreffende functie of voorziening. 2. Zoek in de betreffende tabellen op voor welke maten van schaalgrootte van de functie of voorziening kencijfers zijn opgenomen. 3. Bepaal de schaalgrootte van de gewenste functie of voorziening, druk deze uit in een maat van schaalgrootte waarvoor de kencijfers zijn opgenomen of zelf zijn af te leiden (bijvoorbeeld een oppervlakte van 3.000 m² bvo is gelijk aan 30 eenheden van 100 m² bvo, waarvoor de kencijfers zijn gegeven). 4. Vermenigvuldig het betreffende aantal eenheden met het kencijfer dat op basis van de ligging van toepassing is. De uitkomst is een indicatie van het aantal benodigde parkeerplaatsen. Stap 2: Toets dubbelgebruik

44/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

Aanwezigheidspercentages Bij de berekening van de parkeeropgave wordt bij de ontwikkelingen van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Bij meerdere functies kan er namelijk sprake zijn van een verschillend patroon van tijden waarop gebruikers (bewoners, bezoekers, werknemers) aanwezig zijn. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld vooral 's avonds / nachts groot. Overdag ligt de aanwezigheid lager omdat een deel van de bewoners met de auto naar het werk gaat. Dit biedt mogelijkheden om andere functies (bijvoorbeeld een kantoor) deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden. Met de aanwezigheidspercentages per functiegroep per moment van de week wordt berekend wat de maatgevende parkeerbehoefte is. De hoogst opgetelde minimale parkeerbehoefte die hoort bij alle functies gezamenlijk is maatgevend. Voor het aanwezigheidspercentage per functie wordt verwezen naar de volgende tabel. Voor de parkeerplaatsen in het blauwe vak geldt een aanwezigheidspercentage van 100% als er sprake is van eigen vaste parkeerplekken. Uitwisseling is dan niet mogelijk. Heeft iemand een parkeerrecht en geen vaste plek maar een zwerfplek, dan geldt het tweede aanwezigheidspercentage. Uitwisseling is dan wel mogelijk.

De aanwezigheidspercentages voor de takeaway, de lunchroom en de bakker zijn gebaseerd op 'detailhandel' uit de CROW-kencijfers. Voor de zondagmiddag is het aanwezigheidspercentage op 100% gezet; gelet op de geldende winkeltijden. Ook voor 'fitness' is het aanwezigheidspercentage voor zondagmiddag op 100% gezet. Voor eventueel andere toe te voegen functies, wordt voor de aanwezigheidspercentages verwezen naar de CROW-kencijfers. Voorzover de crow geen aanwezigheidspercentages voor functies aangeeft of voor functies die niet onder de in de tabel opgenomen functies te brengen zijn, zal er maatwerk wordt geleverd voor wat betreft de aanwezigheidspercentages

45/83

15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord

. Stap 3: Toepassen mobiliteitscorrectie Door maatregelen in te zetten die bijdragen aan een lagere parkeerbehoefte, is een mobiliteitscorrectie toepasbaar. De mobiliteitscorrectie wordt op de normatieve parkeerbehoefte in mindering gebracht. De initiatiefnemer dient een mobiliteitsplan op te stellen om aan te tonen hoe hij gebruik gaat maken van de mobiliteitscorrectie; de reguliere parkeerplaatsen welke benodigd zijn voor de parkeerbehoefte worden dan op een andere manier ingevuld. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de uitvoering van het mobiliteitsplan. Uitgangspunt van het mobiliteitsplan moet zijn dat er zo min mogelijk parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld omdat een collectief van opdrachtgevers voor een woningblok de ambitie heeft om een autovrij gebied te ontwikkelen en er daarom voor kiest om geen eigen auto's te hebben, maar gebruik te maken van gezamenlijke deelauto's. De mobiliteitsoplossingen dienen een houdbaarheid van minimaal 10 jaar te hebben. De verantwoording van het mobiliteitsplan ligt bij de initiatiefnemer. Dit kan door de parkeeropgave (deels) op te vangen: 1. door het inzetten van deelauto's voor bewoners; 2. de inzet van duurzaam alternatief vervoer. Ad 1: deelauto De woonsegmenten goedkope koop en sociale huur laag kennen een bewonersparkeernorm van 0.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2b0f7630-f243-4e17-b46e-e0fdb3051612