1 Weezenlanden - Noord_vastgesteld_1_TOELICHTING.pdf
Tekst van het document
Weezenlanden - Noord vastgesteld nr. NL.IMRO.0193.BP19018-0004 Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever ZWPP Opdrachtnemer ZWRP Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP19018-0004 Datum:
15 februari 2022
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 8
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 2.1.2 Ladder voor duurzaame verstedelijking 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030" 2.3.2 Stedenbouwkundig plan 2.3.3 Beeldkwalititeitplan 2.3.4 Thematisch beleid
10 10 10 11 12 16 16 23 23 24
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.2 Groen 3.2.1 Huidige situatie 3.2.2 Uitgangspunten bestemmingsplan 3.3 Archeologie 3.3.1 Huidige situatie 3.3.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.4 Cultuurhistorie 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Verkeer 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Natuur 3.6.1 Huidige situatie 3.6.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.7 Water 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.8 Wonen 3.8.1 Huidige situatie 3.8.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.9 Voorzieningen 3.9.1 Sport & recreatie 3.9.2 Maatschappelijk 3.9.3 Commercieel 3.10 Milieu 3.10.1 Geluid 3.10.2 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)
35 35 35 35 38 38 38 38 38 39 39 39 41 41 41 41 50 50 50 52 52 53 55 55 55 55 55 55 55 57 57 59 2/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
3.10.3 3.10.4 3.10.5 3.10.6 3.10.7 3.10.8 3.10.9 3.11
Luchtkwaliteit inclusief stikstofdepositie Bodemkwaliteit Externe veiligheid Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Geur Afval Kabels, leidingen en straalpaden Klimaatadaptatie, Energietransitie, Circulariteit (KEC)
61 63 63 65 65 66 67 67
Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Bijlagen 4.7 Handboek
70 70 73 73 76 77 78 78
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Uitkomsten vooroverleg
79 79 80 80 80
3/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
4/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
TOELICHTING
5/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Woningbouwvereniging Openbaar Belang heeft begin 2017 aan het college gevraagd om medewerking te verlenen aan de sloop van haar woningbezit (180 huurwoningen) aan de Luttenbergstraat/Schuurmanstraat/Wiecherlinckstraat/Buserstraat en ter plaatse 230 sociale huurwoningen te bouwen. Openbaar Belang en de gemeente hebben dit initiatief gezamenlijk verkend. De ambities op het gebied van klimaatadaptatie en energietransitie, maar ook trends en ontwikkelingen op het vlak van mobiliteit en parkeren zijn daarbij betrokken. In juni 2017 heeft het college gevraagd om de verkenningen naar de verstedelijkingsopgave te verbreden met onder andere de volgende vragen: wat is de betekenis van dit gebied aan de oostkant van de stad in relatie tot het centrumgebied en is er een verdichting van deze locatie wenselijk. De resultaten van de onderzoeksvragen zijn vertaald in een visie voor dit gebied. De visie 'Centrum-Oost en globale project-ontwikkelingsopgave Weezenlanden-Noord d.d. 18 september 2018'. Deze visie is op 26 november 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie wordt aangegeven dat deze locatie de mogelijkheid biedt om ca. 300 tot 500 woningen en (commerciele) voorzieningen te realiseren. De stedelijke verdichting is gebaseerd op een goede, groene toegankelijke buitenruimte.
Het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de woningen en bezoekers kunnen daarom niet op het maaiveld worden gerealiseerd. In de visie wordt daarom uitgegaan van gebouwde parkeervoorzieningen waarbij ook de parkeerplaatsen aan de Buserstraat en Schuurmanstraat worden opgenomen. Door ontwikkelcombinatie Nijhuis/Explorius (OCNE) is een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de ontwikkeling. Deze gelden, na vaststelling door de gemeenteraad, als uitgangspunt voor het bestemmingsplan en voor de aanvraag van de omgevingsvergunningen. In het onderhavige bestemmingsplan worden de randvoorwaarden en de planologische mogelijkheden aangegeven voor de ontwikkeling van de locatie Weezenlanden Noord.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen in de wijk Assendorp en wordt globaal begrensd door het Almelose kanaal in het noordoosten, door de Luttenbergstraat in het zuidoosten, door de Schuurmanstraat in het zuidwesten en door de Wiecherlinckstraat in noordwesten. De ligging van het plangebied is op de onderstaande kaart aangegeven.
6/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
7/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Bestemmingsplan Assendorp Vastgesteld door de raad op 13 mei 2013, in werking getreden op 19 juli 2013.
Uitsnede bestemmingsplan Assendorp Voor het plangebied gelden de bestemmingen 'Wonen- meergezinshuizen, Tuin, Verkeer- Erftoegangsweg, Water en Groen '. Daarnaast geldt voor een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'waarde-cultuurhistorie' en de dubbelbestemming Waterstaat- Waterkering. De voorgenomen ontwikkeling is op grond van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, onder andere omdat de toegestane bouwhoogte van maximaal 21 meter wordt overschreden. De maximale bouwhoogte wordt 40 meter. Daarnaast past de geprojecteerde bebouwing niet binnen de bouwvlakken van het geldende bestemmingsplan. Tevens passen de (commerciele) functies niet binnen de geldende regels
8/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
van het bestemmingsplan. Bestemmingsplan Zwolle, Parapluplan Parkeren Vastgesteld door de raad op 3 juli 2017, in werking getreden op 24 augustus 2017. In dit parapluplan zijn de parkeernormen planologisch geregeld. In het onderhavige bestemmingsplan wordt hiervoor een specifieke regeling opgenomen.
9/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Inleiding Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie ( hierna: NOVI) door het kabinet vastgesteld en samen met de zogeheten Uitvoeringsagenda naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. In de uitvoeringsagenda wordt inzichtelijk welke inzet het Rijk en regio nu al verrichten en welke gezamenlijke acties de NOVI daaraan toevoegt. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Ook Regio Zwolle is aangewezen als voorlopig NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland.is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel vanuit maakt.In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie De herontwikkeling van het gebied Weezenlanden noord maakt het gebied sterker en leefbaarder.
10/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Daarnaast wordt Weezenlanden-Noord klimaatadaptief en waterrobuust ingericht.Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI. 2.1.2
Ladder voor duurzaame verstedelijking
Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In artikel 1.1.1 van het Bro is omschreven wat verstaan moet worden onder een stedelijke ontwikkeling. Namelijk een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden.
In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015:ECLI:NBL:RVS:2015:2921 een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. In het onderhavige bestemmingsplan wordt de bouw van maximaal 502 woningen mogelijk gemaakt. In Dit is een toename van 322 woningen ten opzichte van de huidige 130 huurwoningen in het gebied. Dit betekent dat er wel sprake is een woningbouwlocatie, welke aan te merken is als een stedelijke ontwikkeling. Derhalve is de ladder van duurzame verstedelijking wel van toepassing. De gemeenten in West-Overijssel hebben de hoofdafspraak gemaakt dat iedere gemeente maximaal 100% van de eigen vraag naar woningen als harde plancapaciteit beschikbaar maakt. Dat is in lijn met de Ladder voor duurzame verstedelijking en de visie van provincie. Tot 2019 gold voor de gemeente Zwolle het Regionaal Woonprogramma (RWP) West Overijssel 2017 als kader voor de kwantitatieve behoefte en de regionale afstemming van woningbouwplannen.
Het ministerie van BZK, de provincie Overijssel en de gemeente Zwolle hebben op 7 maart 2019 de overeenkomst “Pilot woningbouw Zwolle” ondertekend waarin voor de jaren 2019 en 2020 is vastgelegd dat voor woningbouwplannen binnen bestaand stedelijk gebied in Zwolle de behoefteprognoses die gehanteerd worden binnen het RWP West Overijssel worden losgelaten. Voor de provincie Overijssel betekent dit een lichte planologische toetsing op bestemmingsplannen met woningbouw. Op dit moment bereidt de provincie Overijssel nieuwe regionale woonafspraken voor die in de loop van 2020 moeten worden vastgesteld en voor Zwolle moeten gaan gelden voor 2021 en verder. Dit neemt niet weg dat een onderbouwing van de behoefte in het kader van de ladder nodig blijft. In de Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 is als actualisatie op- en uitvoering van de Woonvisie de woningbouwbehoefte voor de komende 10 jaar vastgesteld op 1.000 woningen per jaar. Basis hiervoor ligt onder andere in de regionale bevolkingsprognose 2019 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, in samenwerking met het CBS) waarin voor Zwolle tot 2035 een huishoudensgroei van 13% wordt voorzien. Daarnaast biedt de hittekaart van BPD en de krapte-indicator van de NVM (aantal beschikbare woningen voor de consument die een woning zoekt) een goede indicatie van de krapte op de woningmarkt en de behoefte aan woningen.
De krapte-indicator staat per 4e kwartaal 2019 op 1,8 terwijl een indicator tussen 5 en 10 staat voor een evenwichtige woningmarkt. Een indicator van 1,8 duidt op een zeer krappe
11/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
woningmarkt en de grote behoefte aan het toevoegen van nieuwe woningen. De harde plancapaciteit in Zwolle omvat ruim 4000 woningen (peildatum 1 januari 2020). Aangezien de woningbouwbehoefte voor de komende 10 jaar 1.000 woningen per jaar bedraagt, is de restcapaciteit feitelijk 6000 woningen voor de komende 10 jaar. Het aantal van maximaal 502 woningen in dit bestemmingsplan maakt deel uit van de zachte plancapaciteit. Gelet op het feit dat er een ondercapaciteit is in de vraag naar het aantal woningen, is er ruim voldoende kwantitatieve ruimte voor de woningen. Daarnaast worden de woningen gefaseerd opgeleverd over een periode van circa 8 jaar. Dat betekent dat voor het woningbouwplan Weezenlanden Noord voldoende planologische ruimte bestaat. Tevens voorzien de woningen in een kwalitatieve behoefte. Het aantal een- en tweepersoons huishoudens groeit en er is een groeiende behoefte aan stedelijk wonen. Die ontwikkeling onderbouwt de kwalitatieve behoefte aan kleinere woningen/ appartementen binnen bestaand stedelijk gebied. Voor de verder onderbouwing wordt verwezen naar "Woonvisie Ruimte voor Wonen 2017" in paragraaf 2.3.4.1 Gemeentelijke Woonvisie 2017-2027 Tenslotte is het plangebied reeds voorzien van bestemmingen op basis waarvan stedelijke functies gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast wordt ten behoeve van de ontwikkeling bestaande bebouwing gesloopt.
Hiermee is sprake van een ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied waarbij, gelet op het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking, wordt gestreefd naar een optimale benutting van de ruimte in stedelijk gebied. De woningbouwontwikkeling voorziet dus in een behoefte en is gepland is binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Nadien zijn er nog enkele actualisaties en herzieningen doorgevoerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.
Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De
12/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel.
Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zgn. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving.
Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
13/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Uit voeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel 2017 Indien het initiatief, de sloop van 180 woningen en de bouw van maximaal 502 woningen, wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld Generiek e beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De voorgenomen bouw vindt plaats op een binnenstedelijke locatie. De bestaande flatgebouwen worden gesloopt en er komen maximaal 502 (gestapelde en grondgebonden) woningen De herstructurering van deze plek versterkt de ruimtelijke kwaliteit van de locatie. Tevens wordt met deze appartementen en deels grondgebonden bijgedragen aan de woningbehoefte. Voor een onderbouwing van de woningbehoefte wordt verwezen naar paragraaf 2.1.2 Ladder voor duurzaame verstedelijking en paragraaf 2.3.4.1 Gemeentelijke Woonvisie 2017-2027 Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Het plangebied heeft op basis daarvan het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken'.
Binnen dit perspectief is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie naar diverse woon- werk- en gemengde stadsmilieus. Omdat het hier gaat om een herstructurering van een locatie binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding) is dit plan in overeenstemming met dit ontwikkelingsperspectief. Gebiedsk enmerken
14/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Ter plaatse van het plangebied zijn de natuurlijke laag, de stedelijke laag en de laag van beleving aan de orde. 1. de natuurlijke laag Als gebiedskenmerk geeft de omgevingsvisie ‘dekzandvlakte en ruggen’. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Het voorgenomen plan heeft geen negatieve effecten op het omliggende landschap en de landschappelijke kwaliteiten en structuren. De woningbouw vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied op een al bebouwde en een te herontwikkelen woonlocatie. 2. de stedelijke laag De kaartlaag “stedelijke laag” geeft aan dat er grotendeels sprake is van een ‘woonwijken 1955 -nu’. De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken,wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes.
Lokaal zijn kleine eenheden die afwijken van het systeem, zoals 'goudkustjes' aan de rand van de wijk. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Herstructurering naoorlogse wijken is een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen de bouwblokken. Markante gebouwen zoals leegkomende kerken en winkelstrips worden waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven. In de wijken van de jaren '70 en '80 (woonerven) vereisen de kwaliteit van de buitenruimte en de parkeeroplossingen bijzondere aandacht. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. De locatie van de appartementen is momenteel bebouwd met zes flatgebouwen met in totaal 180 appartementen. Na de sloop van deze gebouwen komen er maximaal 502 woningen verdeeld over diverse gebouwen met verschillende bouwhoogten. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitplan opgesteld.
De maat en schaal van de blokken uit de jaren 50 staat in schril contrast met het karakter van de historische binnenstad. Hier is juist een hele menselijke schaal en maat. Om het plan aan te laten sluiten bij zijn omgeving, en ook om een prettig woonmilieu te maken, wordt in het plan de binnenstedelijke intimiteit geïntroduceerd. Dit leidt tot een (1) prettige maat en geleding van de blokken, (2) meer differentiatie in de bebouwing en de openbare ruimte, en (3) het maken van interactie tussen binnen en buiten. Weezenlanden-Noord brengt het groenblauwe karakter van Park de Wezenlanden verder in een samenspel van groen, bebouwing, water en natuur. Deze (misschien soms tegenstrijdige) ingrediënten versterken elkaar in Weezenlanden-Noord en vormen een uniek leefmilieu. Waar de singel en Park de Wezenlanden nog vrij duidelijke grenzen tussen groen en blauw, tussen natuur en cultuur, bebouwing en landschap hebben, stelt Weezenlanden- Noord een samenspel, transities en gradiënten voor. Het buurtpark ligt als verbindende groene ruimte centraal tussen de singel en Park de Wezenlanden met daarbinnen verborgen groene hoven. Tegelijkertijd zal Weezenlanden-Noord meedoen in het versterken van de Luttenbergstraat en Schuurmanstraat als belangrijke assen in de stad: een entree-boulevard en een flaneer-promenade. 3. de laag van de beleving
15/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Vanuit deze laag valt het plangebied in de “IJssellinie inundatieveld”. De IJssellinie was een militaire verdedigingslinie die tussen 1951 en 1954 langs de IJssel gebouwd werd om Nederland door middel van inundatie (het onder water zetten van land) te beschermen tegen een landinvasie. In de gebiedskenmerken is dit gebied één van de bakens in de tijd en geldt er een cultuurhistorische ambitie. Cultuurhistorische waarden dienen behouden te worden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. Het plangebied kent cultuurhistorische waarden. Voor de beschrijving wordt verwezen naar paragraaf 3.4 Cultuurhistorie. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan past binnen de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Overijssel.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Omgevingsvisie "Ons Zwolle van morgen 2030"
Inleiding Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente de omgevingsvisie “Ons Zwolle van morgen 2030” opgesteld. De omgevingsvisie, die op 13 september 2021 door de raad is vastgesteld, beschrijft de koers voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Zwolle vooral op de periode tot 2030. De visie helpt om de volgende stappen te zetten in de ontwikkeling van de gemeente waarin leefbaarheid, gezondheid, wonen, mobiliteit, klimaat, duurzaamheid en economie hoog in het vaandel staan. Steeds meer Zwolle: ambities en k ernopgaven Aan de hand van de Zwolse Kernopgaven wordt de omgevingsvisie opgebouwd. “De drager” van de gemeente is het menselijk kapitaal. Centraal staat de ambitie: Zwolle versterkt en benut het menselijk kapitaal van Zwolle. De kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en biodiversiteit van de bestaande stad en haar natuurlijke omgeving is een ijzersterk “fundament”, om op verder te bouwen. Centraal staat de ambitie: Zwolle behoudt en versterkt haar ruimtelijke, cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten.
De drager en het fundament vormen de structurele verbindingen in het 'Huis van Zwolle' te midden van de volgende drie leidende ambities voor de verdere ontwikkeling: Zwolle versterkt haar stedelijkheid, wordt nationaal en internationaal aantrekkelijker en bestendigt zo haar (economische) toppositie als regio; Zwolle is in 2050 klimaatbestendig en energieneutraal; Vitale, solidaire, gezonde en duurzame stadsdelen. Dit is terug te vertalen naar de volgende afbeelding:
16/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Ontwikkelingen en opgaven verbonden aan ambitie De wereld om ons heen verandert voortdurend. Er zijn allerlei factoren die van invloed zijn hoe we de ruimte inrichten. Trends en ontwikkelingen op gebieden als leef-, klimaatbestendige-, duurzame- en werkgemeente, een gemeente waar we ons verplaatsen en Zwolle als onderdeel van Nederland en de regio geven inzicht voor de visie met een doorkijk naar de effecten ervan voor Zwolle.
Ruimtelijke koers Basis De ruimte om te leven is de belangrijkste waarde. Ruimte om te leven voor mens, plant en dier. Leefbaarheid of kwaliteit van leven staat voorop en is leidend bij iedere ontwikkeling: een gezonde balans tussen welzijn en welvaart. Sturen op kwalitatieve ontwikkeling Voor de inrichting van de stad en van het buitengebied zijn de volgende spelregels en principes van toepassing als sturingsfilosofie: 1. 2. 3. 4.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; De kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen; De Omgevingsvisie wordt gebruikt als gids voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ambities mogen gewogen worden in een goed proces met de omgeving en met de gemeenteraad; 5. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Daarbij gelden ook de opgaven, doelen, randvoorwaarden en ambities uit de thematische raamwerken en de gebiedsprofielen. Randvoorwaarden Deze ontwikkeling vinden plaatsen binnen een aantal randvoorwaarden: Ruimte voor een leefbare stad Er is ruimte nodig om het woningtekort aan te pakken. Er is ook ruimte nodig voor een gezonde buitenruimte met veel groen. Er is ruimte nodig voor ondernemers. Ruimte is ook nodig om te
17/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
wandelen, te fietsen, voor de bus, de trein en de auto. 1000 woningen per jaar met een focus op stedelijk wonen Uitgangspunt is het toevoegen van stedelijke woonkwaliteit door te ontwikkelen als een sterke groeistad, een vernieuwende woonstad, een solidaire leefstad en een duurzame deltastad. Met 1000 woningen per jaar tot 2030 wordt het woningtekort op alle fronten aangepakt met onderscheidende woonmilieus en een gevarieerd woonaanbod voor iedere inkomenscategorie. Het woonprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% is middelduur en 30% duur. Grofweg landt 60% van de nieuwe woningen in de bestaande stad met verschillende stedelijke woonmilieus en stedelijke woonvormen. Grofweg 40% van de woningen wordt gerealiseerd in de suburbane woonmilieus wat hoofzakelijk bestaat uit grondgebonden woningen. In de ontwikkeling van de woningen wordt gestreefd naar nieuwe onderscheidende, stedelijke woonvormen en combinaties van wonen en werken. Mobiliteit en bereikbaarheid als belangrijke drager voor leefbaarheid Meervoudig ruimtegebruik en denken in drie dimensies is het vertrekpunt. Dat betekent enerzijds de hoogte opzoeken (hoogbouw en verdichting) anderzijds wordt ingezet op beter passende vormen van mobiliteit en bereikbaarheid met minder ruimtebeslag. Tenslotte wordt meer aandacht besteed aan de fietser en de voetganger en minder voorrang gegeven aan de automobilist.
Er zal onderzocht gaan worden of mobiliteitHubs kunnen worden gecreëerd in de Spoorzone, bij de Nieuwe Veemarkt, in de Voorsterpoort, op het knooppunt van de Rembrandtlaan en de Zwartewaterallee, bij Wijkcentrum Aa-landen in de omgeving van PEC stadion en het Isala Ziekenhuis en bij Weezenlanden. Daarme kunnen ongeveer alle windstreken van de gemeente worden bediend om zo buitengebied en regio te verbinden aan de stad, de stedelijke economie en via Zwolle ook met de rest van Nederland en Europa via hoogwaardig vervoer per trein. Aandacht voor de economie van stad, gemeente en regio De economie wordt versterkt, voornamelijk voor het cluster rond gezondheidszorg, voor ict/e-commerce en de creatieve industrie. Er wordt ruimte gezien voor groei van de logistieke sector. Innovatie en nieuwe bedrijvigheid wordt gestimuleerd waarbij gekeken wordt naar de koppeling met maatschappelijke thema's.
De Zwolse strategische ontwikkelzones Er is een drietal strategische ontwikkelzones met daarbinnen diverse gebieden die (deels) transformeren naar een andere functie: 1. De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad: de StadsKrans; 2. De zone verbonden aan de stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen: de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee; 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad: de StadsRand. Visie op hoogbouw Voor de verdere verdichting biedt hoogbouw een oplossing. Dat vraagt een zorgvuldige aanpak passend bij het huidige Zwolse stadsilhouet. Naar een multifunctioneel buitengebied: stad en land verbonden Centraal staat de ambitie om te werken aan een vitaal, solidair, gezond en duurzaam buitengebied. Om die ambitie in te vullen staan de volgende doelen centraal: Behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteiten (o.a. landschap, stilte, cultuur(historie) en natuur (planten en dierenleven)); Bieden van ruimte voor ontwikkelingen (o.a. landbouw, recreatie, klimaatadaptatie, energietransitie,
18/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
niet-agrarische bedrijvigheid, vrijetijdseconomie en wonen); Een goede digitale bereikbaarheid van het buitengebied (bijvoorbeeld via glasvezel); Het verbinden van stad en ommeland, met onder andere recreatieve fiets- en wandelroutes voor inwoners en bezoekers van de stad Zwolle. Raamwerken: Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte. Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn. Daaruit volgen een achttal spelregels hoe hier om te gaan wanneer sprake is van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.
Gebiedsprofielen: De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: Beschrijving van het gebied De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven. De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: Het Zwolse centrumgebied; Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra, ontmoetingsplekken en evenementenlocaties); Sub-urbaan gebied/groenstedelijk; Dorpen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; Natuurlandschap; Vechtcorridor. Realisatiestrategie: In het realiseren van onze opgaven staan we niet alleen. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is een belangrijk onderdeel van het proces om opgaven aan te pakken en bij initiatief.
De omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de beoordeling van ruimtelijke initiatieven. De gebiedsopgaven en de opgaven in onze raamwerken zijn daarbij leidend. De initiatieven sluiten daarop aan en leveren een kwaliteitsbijdrage aan private én publieke ruimte.
19/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Toetsing ontwikkeling Weezenlanden Noord aan de Omgevingsvisie Het plangebied is aangemerkt als strategisch ontwikkelzone: "Stadskrans: de binnenstad ontwikkelt zich verder (tegen de oude binnenstad aan)". De gebieden aan weerszijden van de stadsgracht zijn de afgelopen jaren al behoorlijk veranderd. Oude en nieuwe k waliteiten komen bij elkaar met als sprekende voorbeelden het Kraanbolwerk, de opgeknapte Kamperpoort met het Katwolderplein, de voetgangersbrug de Tanerij bij de Spiegel, de ontwikkeling van Weezenlanden en de Bagijneweide. Met deze gebiedsontwikkelingen zijn de oude 'voorsteden' Kamperpoort, Assendorp en Diezerpoort beter verbonden met de historische binnenstad. Zij bieden ook ruimte aan centrumvoorzieningen die aantrekkelijk zijn voor de stad en regio. De bijzondere kwaliteiten van onze prachtige maar kleine historische kern willen we behouden. Bij het ontwerpen van de buitenruimte is en wordt de standaard van de binnenstad aangehouden. De kwaliteit laten we ook terugkomen in de opzet van de nieuwe gebieden en de gebouwen die worden gemaakt. In de gebiedsgerichte benadering vanuit de Stadskrans sturen we op een innige relatie met de historie. Zo worden oude en nieuwe kwaliteiten via de openbare ruimte en via gebouwen aan elkaar gesmeed. De aandacht voor samenhang en ruimtelijke kwaliteit van de Stadskrans leidt tot een rijker aanzien, dat is onze ambitie.
De Stadskrans is een belangrijk voor nieuwe woningen, vooral in een stedelijke setting. Plannen zijn in voorbereiding aan de Schuttevaerkade, Weezenlanden noord, aan de Burgemeester Drijbersingel (locatie vastgoed Rijksvastgoedbedrijf), het Broerenkwartier, de Veemarkt en de Bagijneweide. De Kamperpoort is goed op streek maar nog niet afgerond. De stadsgracht is het samenbindend element, het klittenband tussen de weerszijden van het water. Het water is al veel meer onderdeel geworden van de beleving van de stad. Juist het gebied rondom de Stadsgracht en de verschillende plannen bieden de kansen om het centrumgebied nog aantrekkelijker en leefbaarder te maken. De herinrichting van de buitenruimte draagt duidelijk bij aan sociaal contact, verschillende tempo's van leven en een prettige verblijfsruimte voor mens, plant en dier."
Gebiedsprofiel Het plangebied is aangemerkt als 'dynamisch gebied'
20/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
In de omgevingsvisie is hierover het volgende opgenomen: "Dit is het centrumgebied van de stad Zwolle (binnenstad, schil om de binnenstad, Zwartewaterkwartier, onderwijs campus Windesheim, Spoorzone/Hanzeland) met een stedelijke sfeer en een functie voor de hele stad en regio. Door de mix aan voorzieningen in combinatie met unieke ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is dit gebied van belang om beleving en ontmoeting voor bewoners, bezoekers en werknemers te faciliteren. In deze gebieden ligt het accent op het toevoegen van stedelijke dynamiek. Het streven is om de dynamiek van de binnenstad verder uit te breiden naar de schil daaromheen, het Zwartewaterkwartier, Weezenlanden, de nieuwe Veemarkt, delen van Voorsterpoort, de Spoorzone, Hanzeland en de campus Windesheim. Dit door de intensiteit en diversiteit aan functies te verhogen. Het gebied kent een hoge kwaliteit van de buitenruimte met het accent op langzaam verkeer. Veel transformatiegebieden liggen in het dynamisch centrum van Zwolle" Visie op hoogbouw In de omgevingsvisie is hierover het volgende opgenomen: "Welke hoogtes zijn waar mogelijk ? In de ruimtelijke visie is een aantal ontwikkelzones in de stad aangegeven. De visie op hoogbouw visie haakt aan op deze zones. De StadsKrans Deze ontwikkelzone is het domein van onze Peperbus, de scherprechter qua hoogte; de 'toets-toren.
De Kop van Hoog en de Koningin op het Kraanbolwerk hebben een hoogte tussen 35 en 45 meter. Met deze hoogte blijven ze ruim onder de 'trans'/'uitkijkplek' van de Peperbus want die is 55 meter hoog. Nieuwe gebouwen mogen niet hoger worden dan deze hoogte van 35-45 meter. Dat is niet de enige eis. Zichtlijnen op Peperbus moeten behouden blijven en dus vrij van hogere gebouwen. Kenmerkende zichtlijn op de Peperbus zijn: dichtbij vanaf het Katwolderplein, op afstand vanaf de Provincieroute in Zwolle-Zuid en vanaf het Twistvlietpad in Stadshagen. Ook gaat het om de 'compositie' van de gebouwen bij elkaar, zowel bestaand als nieuw.Omdat hoogbouw hier het beschermde stadsgezicht aanraakt, gelden hier specifieke architectonische uitgangspunten: • Verticaliteit in de gevelopbouw • Ambachtelijke materialen • Menselijke maat en schaal, variatie en afleesbare eenheden in de opbouw • Onderzoek verrichten naar schaduwwerking en windval (hoogbouw effectrapportage >25 meter) • Uitnodigend om aan te raken door gebruik van bepaalde materialen, zoals hout en baksteen. • Een kenmerkende dak beëindiging, variatie op kappen • Balkons hangend aan de gevel, loggia's vermijden • Levendige begane grond of plint • Mix aan functies" De Hoogbouw Effect Rapportage (HER) Hoogbouw moet kwaliteit toevoegen aan onze stad. Het is een noodzakelijk middel en geen doel op zich.
In de visies en plannen die gemaakt worden voor gebieden is daarom altijd onderzoek nodig naar de effecten van hoogbouw. Het toont aan hoe een plan zich verhoudt tot de gestelde uitgangspunten.
21/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Daarnaast geeft het inzicht in de gevolgen voor schaduwwerking, windval, sociale veiligheid, het landschap en het omliggende gebied (o.a. cultuurhistorische waarden). Dit betekent dat voor nieuwe gebouwen hoger dan 25 meter een hoogbouweffectrapportage verplicht is, als onderdeel van de ruimtelijke planvorming. Het rapport maakt onderdeel uit van de besluitvorming door college en gemeenteraad zodat een integrale beoordeling mogelijk is.
Als onderdeel van de planologische procedure is een studie verricht naar de diverse mogelijke hoogbouweffecten ten gevolge van de herontwikkeling van Weezenlanden Noord. zie Bijlage 1 Bij de voorgenomen ontwikkeling is daar sprake van, waardoor het uitvoeren van een HER noodzakelijk is. In afbeelding 1.1 zijn het beoogde aantal bouwlagen aangegeven, waarbij de gebouwen waarbij sprake is van hoogteaccenten (hoger dan 25 meter) middels een oranje ster specifiek zijn aangeduid.
In een hoogbouweffectrapportage worden de hoogbouweffecten van een plan beoordeeld. Het gaat hierbij vooral om een analyse van de mogelijke effecten op de (directe) omgeving en van de uitwerking van diverse aspecten, waaronder windklimaat en bezonning. Dit samenstel van ruimtelijke aandachtspunten is gericht op het minimaliseren van mogelijke hinder door de gebouwen zelf (o.a. schaduw, wind en lichthinder) In deze HER komt achtereenvolgend aan de orde: • Bezonning; • Windklimaat; • Sociale veiligheid; • Effecten op grotere afstand; • Ruimtelijke inpassing Gelet op de resultaten van de diverse onderzochte aspecten wordt gesteld dat er geen sprake is van
22/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
relevante negatieve effecten. Het plan is vanuit een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar. In de omgevingsvisie is het volgende opgenomen over mobihus 5.5.5. Parkeren en stallen, naar mobihubs "Een vierde categorie is de centrumhub. Dit is feitelijk een combinatie van categorie 2 en 3. Het zijn hubs op loopafstand van het centrum, waar OV, deelmobiliteit en autoparkeren samenkomen en waar reizigers comfortabel over kunnen stappen van het ene naar het andere vervoermiddel. Deze hubs hebben niet alleen een functie voor de wijk waar ze liggen, maar aanvullend daarop hebben ze door hun strategische ligging ook een belangrijke functie voor het parkeren voor bezoekers van het centrum. Katwolderplein en Diezerpoort zijn bestaande parkeergarages buiten de singels die door toevoeging van deelmobiliteit kunnen transformeren naar deze centrumhubs. Aan de oost- en zuidwestkant van het centrum ontbreken op dit moment nog goede voorzieningen en wordt bij herontwikkeling van gebieden gekeken naar kansen om dit te realiseren.” De komende tijd wordt onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van de hubs. Mocht dit invloed hebben op de ontwikkeling van Weezenlanden-Noord dan wordt dit met de ontwikkelende partijen nader onderzocht. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan past binnen de hoofdlijnen en ambities uit de omgevingsvisie. 2.3.2
Stedenbouwkundig plan
Op 25 mei 2020 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Stedenbouwkundig plan. In dit plan zijn de randvoorwaarden voor de herontwikkeling van Weezenlanden Noord vastgelegd en is de onderlegger van het bestemmingsplan. Het Stedenbouwkundig plan is als Bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. Het stedenbouwkundig plan is beperkt aangepast. (zie de bijlage Weezenlanden Noord Volumestudie 29 november 2021) Aanleiding voor de verschuivingen in de volumes is de parkeeroplossing. De parkeergarages zijn geoptimaliseerd en worden niet meer geheel ondergronds gerealiseerd, waarmee een beter financieel haalbaar plan is ontstaan. De aanpassingen hebben effect gehad op de bebouwingsstructuur. De hogere garage komt nu tussen de blokken waardoor nu een meer gesloten bouwblok ontstaat met een geprivatiseerd binnenhof op het dak van de garage. Tegelijkertijd is het ontwerp op enkele punten verder aangescherpt om het informele karakter van het plan te versterken (verspringende hoogtes van naastgelegen gebouwen, verspringende rooilijnen, lengte van de blokken voor menselijke maat en schaal en verticaliteit). De ruimtelijke consequenties voor het stedenbouwkundig plan zijn beperkt en positief beoordeeld In paragraaf 3.1.2 van de toelichting is het verder plan toegelicht. 2.3.3
Beeldkwalititeitplan
Voor het plangebied is een beeldkwaliteitplan opgesteld dat als Bijlage 3 aan de toelichting is opgenomen. Er is voor gekozen om het beeldkwaliteitplan juridisch te verankeren als onderdeel van de welstandsnota, zodat iedere aanvraag om omgevingsvergunning getoetst kan en zal worden aan het beeldkwaliteitplan. Het doel van de Welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad. De nota kent twee belangrijke gebruikers. Voor de overheid biedt de nota een toetsingskader voor ingediende bouwinitiatieven. Voor de burger biedt de welstandsnota vooraf het kader en de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe bouwinitiatieven. De welstandstoets wordt uitgevoerd op basis van relatieve criteria. Eisen aan het gebruik van 'relatieve' criteria is dat zij niet uitkomen op één resultaat, maar dat zij meerdere uitkomsten mogelijk maken. Relatieve criteria vragen dus om nadere oordeelsvorming, bijvoorbeeld de bepaling dat kleurgebruik van een bijgebouw hetzelfde karakter moet hebben als dat van het hoofdgebouw. Om een goede kwaliteit van de ontwerpresultaten te bevorderen, kunnen er aanvullende richtlijnen worden geformuleerd.
23/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Het bestemmingsplan is altijd kaderstellend voor de welstandstoetsing. Wat in het bestemmingsplan is toegelaten of is voorgeschreven aan bouwhoogte, bouwvolume, functie enzovoorts, kan door het welstandsbeleid niet worden ingeperkt. Soms gaan bestemmingsplannen verder en worden ook regels gegeven voor bijvoorbeeld plaatsing in de rooilijn of voor kappen en dakkapellen. Dan is er sprake van enige overlap met welstand. 2.3.4
Thematisch beleid
2.3.4.1 Gemeentelijk e Woonvisie 2017-2027 Woonvisie Ruimte voor Wonen 2017 De Woonvisie Ruimte voor Wonen 2017 is vastgesteld door de raad op 8 mei 2017 en geldt als onderlegger voor de Omgevingsvisie. De Woonvisie bevat vier ambities: sterke groeistad, moderne woonstad, solidaire leefstad en duurzame deltastad. Zwolle groeit hard en staat voor de grote uitdaging veel nieuwe woningen toe te voegen. Binnen die groeiopgave wil Zwolle zorgen voor vernieuwende woonconcepten die aansluit bij (nieuwe) woonbehoeftes en voldoende betaalbare woningen zodat Zwolle een inclusieve stad blijft. De groei van het aantal huishoudens in Zwolle (en daarmee dito de behoefte aan nieuwe woningen) bestaat voor een belangrijke deel uit de groei van een- en tweepersoons huishoudens. Op 14 oktober 2019 heeft de raad Ontwikkelstrategie Wonen 2019-2024 vastgesteld als actualisatie en uitvoeringsprogramma van de Woonvisie 2017. In de Woonvisie en Ontwikkelstrategie zijn kaders vastgelegd voor de woningbouw in Zwolle: Het programma voor een project groter dan 30 woningen bestaat in beginsel uit 30% goedkoop , 40% middelduur en 30% duur ( zie de onderstaande tabel prijspeil 2021)
Tenzij initiatiefnemer, corporatie en gemeente eens worden dat een andere verdeling beter is voor de wijk of het gebied waar het project deel van uitmaakt. 60% van de nieuwbouwopgave van Zwolle vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding), 40% vindt suburbaan plaats.(uitbreiding). De nadruk ligt op het toevoegen van betaalbare huur- en koopwoningen voor huishoudens met een inkomen tot de huurtoeslaggrens en voor de middeninkomens. Tevens is sterk behoefte aan betaalbare middeldure huurwoningen dat wil zeggen huurwoningen in de categorie middelduur-1. Bijzondere aandacht ook voor de groei van een- en tweepersoons huishoudens en de groeiende behoefte aan stedelijk wonen. Die ontwikkeling onderbouwt de kwalitatieve behoefte aan kleinere woningen/ appartementen binnen bestaand stedelijk gebied. In het verlengde daarvan zetten Woonvisie en Ontwikkelstrategie in op doorstroming in de bestaande voorraad waarbij huishoudens die door gezinsverdunning klein zijn geworden, intrek nemen in een kleinere woning/appartement waardoor ook op die manier grondgebonden gezinswoningen vrij komen.
24/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
2.3.4.2 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg, .hierna te noemen: Wamz) Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). De gemeentelijke overheid heeft op grond van de Wamz de wettelijke zorgplicht om archeologie een plek te geven in de ruimtelijke processen.
Volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de gemeente verplicht om in de toelichting van het bestemmingsplan een gemotiveerde beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening gehouden is met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden (gebouwd erfgoed, archeologie en cultuurlandschap). Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Dit betekent dat de gemeente een analyse moet maken van de cultuurhistorische waarden in het plangebied en daar conclusies aan verbindt die in een bestemmingsplan verankerd worden. Ten aanzien van de afgifte van de Omgevingsvergunning worden archeologische voorschriften opgenomen zoals de mogelijkheid tot bescherming en behoud in situ, inventariserend veldonderzoek (IVO-O en IVO-P) en definitieve opgravingen (DO). De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal vanaf 2021 overgaan naar de nieuwe Omgevingswet. Andere onderdelen waaronder bijvoorbeeld de aanwijzing van gebouwde en archeologische rijksmonumenten en de daarbij behorende subsidiebepalingen, de regelgeving over archeologische opgravingen, meldingen van archeologische toevalsvondsten en het eigendom van archeologische vondsten en archeologische depots zijn vanaf 1 juli 2016 overgegaan naar de Erfgoedwet.
Cultuurhistorisch beleid Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwolse monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit: het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.. Op grond van de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Op 1 juli 2015 is artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Daarmee dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
Dit betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en daar conclusies aan verbinden die in een bestemmingsplan verankerd worden. De gemeente Zwolle heeft als onderdeel van de hele inventarisatie van haar grondgebied
25/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
voor dit plangebied inventarisaties van cultuurhistorische waarden laten uitvoeren. Binnen het bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de geïnventariseerde cultuurhistorische waarden door een beschermende regeling voor cultuurhistorisch waardevolle objecten op te nemen. Daarnaast houdt het bestemmingsplan er rekening mee dat de directe omgeving van monumenten niet onevenredig wordt verstoord. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologisch en cultuurhistorisch beleid. zie hoofdstuk 3.4.2
2.3.4.3 Verkeerbeleid Provinciaal beleid Het verkeer en vervoerbeleid van de provincie staat weergegeven in de Omgevingsvisie Overijssel (2010). In deze omgevingsvisie heeft de provincie als ambities geformuleerd: Een vlotte en veilige reis over weg, water, spoor en per fiets van en naar stedelijke netwerken en streekcentra binnen en buiten Overijssel. Goede bereikbaarheid voor het autoverkeer van en naar de stedelijke netwerken en streekcentra. Vergroten van kwaliteit en aandeel van het openbaar vervoer. Vergroten van de kwaliteit en het aandeel van het fietsverkeer. In het hieruit voortvloeiende Koersdocument Fiets (2015) en de uitwerking van het Koersdocument Fiets zijn ambities genoemd om het fietsgebruik te stimuleren, als alternatief voor de auto. De herontwikkeling van Weezenlanden Noord sluit aan bij de laatste twee ambities van het provinciaal beleid, omdat herontwikkeling van binnenstedelijke locaties bijdraagt aan het compact houden van de stad. Compacte steden werken positief uit voor het langzaam verkeer en het gebruik van het openbaar vervoer. Ook het stimuleren van alternatieven voor de auto, is een voorwaarde om de herontwikkeling mogelijk te maken. Mobiliteitsvisie 2020-2030 De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019.
Een gastvrije en bereikbare stad, een veilige en toegankelijke stad en een innovatieve en vitale wereldfietsstad zijn de drie pijlers in de mobiliteitsvisie Zwolle 2020-2030. Met het nieuwe verkeersbeleid wordt ingespeeld op de verdere groei en verstedelijking van Zwolle. Mobiliteit draagt direct bij aan andere Zwolse vraagstukken. Voorbeelden hiervan zijn de groei van de stad, het slim omgaan met klimaatverandering en de energietransitie. Ambities uit de Mobiliteitsvisie die voor Weezenlanden Noord relevant zijn, betreffen: Stimuleren fiets en ov Realiseren van mobipunten Gebruik STOP-principe (stappen, trappen, OV, privé vervoer) Een toegankelijke stad voor iedereen Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid. zie hoofdstuk 3.5.2 2.3.4.4 Natuur -en groenbeleid Wet Natuurbescherming (2017) Vanuit Europa is de bescherming van soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Nederland heeft de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd: de Wet natuurbescherming.
26/83
15 februari 2022 bestemmingsplan Weezenlanden - Noord
Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ's) aan te wijzen. Dit zijn de Natura 2000-gebieden en deze vormen samen één Europees netwerk van natuurgebieden. Het is verboden zonder vergunning een project te realiseren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Een vergunning kan rechtstreeks worden aangevraagd bij de provincie. Daarnaast is het mogelijk om de natuurtoestemming aan te haken bij een aanvraag voor de omgevingsvergunning. Soortenbescherming: Flora en fauna De Wet natuurbescherming regelt eveneens de bescherming van dier- en plantensoorten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming. Als hiervan sprake is, moet een ontheffing worden gevraagd tenzij een provinciale vrijstelling geldt. Rijks-en provinciaal natuurbeleid Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. De bescherming is zodoende planologisch geregeld. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe.
In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Gemeentelijk groenbeleid Omgevingsvisie – Hoofdgroenstructuur: De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk. Het is op stedelijk niveau in belangrijke mate structuur – en identiteit bepalend, het behoort op stedelijk niveau tot de belangrijkste recreatieve gebruiksruimtes, het begeleidt recreatieve routes, het heeft een belangrijke betekenis voor de stedelijke ecologische structuur en het draagt in belangrijke mate bij aan de leefbaarheid van de stad. De visie is dat de wijkgroenstructuur in de toekomst in essentie behouden moet worden, vanwege het belang voor een aantrekkelijke en leefbare wijk. We zijn terughoudend met het toevoegen van nieuwe bebouwing binnen de wijkgroenstructuur. Initiatieven worden getoetst aan de groene functies die de wijkgroenstructuur ter plaatse moet vervullen. Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening.