CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Visie Openbare Ruimte Spoorzone

Raad Besluitvormingsronde 16 december 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Visie Openbare Ruimte Spoorzone29.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

8.8 De rol van beeldende kunst Kunst doet iets met de mens. Dat gegeven kun je benutten om openbare ruimte aangenamer te maken of meer karakter te geven. Het kan plekken markeren, identiteit geven en bijdragen aan de beleving van de ruimte. Daarbij is kunst in de openbare ruimte voor de meeste mensen toegankelijk, zichtbaar en vormt het zo een genereuze manier om mensen in contact te brengen met kunst. In de Spoorzone zoeken we naar kunst die past bij het karakter van stedelijke hotspot, innovatiedistrict en de positie van het gebied als experimenteel ‘zusje’ van de binnenstad. We doen dat op die plekken waar dat het meest effectief is: langs het Engelenpad, rondom de Wärtsilä-hal (Hallenplein) en in het Koggepark. 48

Placemaking in de Spoorzone: mural Lübeckplein, straatboer Lübeckplein, Hanze Art Station en Kattegatfestival

(Water)kunst langs het Engelenpad Juist langs het Engelenpad kan beeldende kunst een belangrijke toevoeging zijn om het pad te activeren en als verhaal inhoudelijk te ‘laden’. Daarom wordt ingezet op een ambitieuze reeks van spraakmakende kunstwerken langs het pad. Een relatie tussen beeldende kunst en water dat ook nog een gebruikswaarde heeft ligt daarbij voor de hand. Zo’n afbakening helpt ook om richting te geven aan de onderlinge samenhang langs het Engelenpad en tegelijkertijd voldoende ruimte te houden om uiterst locatie-specifieke kunstwerken te realiseren. Sokkels als exporuimte en podium In het Spoorpark, met name rondom de hallen, willen we plekken maken voor meer dynamische exposities van kunstwerken. Het idee is om hier een aantal sokkels te plaatsen voor wisselende tentoonstellingen en optredens in de openbare ruimte. De Fundatie, ArtEZ en Cibap willen zorgdragen voor de invulling van een aantal ‘sokkels’ in de openbare ruimte in de buurt van hun toekomstige vestigingen. Hier kunnen wisselend objecten tentoongesteld kunnen worden of ‘on site’ kunstwerken gemaakt worden. De afmetingen en plaats hiervan zijn nog nader te bepalen. De sokkel moet ook een mooi object zijn als er geen kunstwerk op staat. Deze plekken zouden ook kunnen dienen als plek als podia voor buitenvoorstellingen van Artez of anderen.

Ze moeten dan voorzien worden van de benodigde voorzieningen om dit mogelijk te maken.

Referentie voor een ambitieuze programmering van het Engelenpad met beeldende kunst: Vier uiteenlopende voorbeelden van het Friese fonteinenproject in het kader van de programmering van de Friese elf steden als Culturele Hoofdstad in 2018. Binnen een eenvoudig maar daardoor helder overkoepelend concept (een fontein) ontstond een reeks van hyper locatiespecifieke monumentale kunstwerken die zowel individueel als in samenhang een verhaal vertellen.

49

8.9 Aandacht voor het nachtbeeld De openbare ruimte wordt ook in de avond- en nachtelijke uren gebruikt. Het nachtbeeld vormt daarom een integraal onderdeel van de ontwerpopgave van de openbare ruimte. Daarbij gaat het niet alleen om het realiseren van een functioneel gelijkmatig verlichtingsniveau maar ook om het inzetten van (kunst)licht om de sfeer en identiteit van de Spoorzone op een positieve manier te beïnvloeden. Aandacht voor ecologie Bij de uitwerking van verlichtingsplannen moet ook gekeken worden naar de invloed van licht op het ecologisch functioneren van de Spoorzone en dan met name de doorgaande structuren die (in potentie) van betekenis zijn als migratieroutes voor bijvoorbeeld vleermuizen. Denk daarbij aan de randen van het Spoorpark, de oeverzones en waterbegeleidende boomstructuren van het Koggepark, Hanzekwartier en de Willemsvaart. Binnen de reguliere eisen qua verlichtingsniveau willen we in die zones door middel van de keuze van armatuur, lichtkleur en de toepassing van reflectie-elementen in het armatuur ervoor zorgen dat lichtverstoring geminimaliseerd wordt. Accentverlichting en lichtkunst Een goed lichtplan draagt bij aan een herbergzame, comfortabele en plezierige buitenruimte. Op subtiele manier kan daarbij de beleving van (gesloten) plinten, toegangen naar binnenhoven, spooronderdoorgangen en bruggen positief worden beïnvloed.

Zoek de plekken waar dit een aandachtspunt is en maak er iets bijzonders van.

Een stap verder dan accentverlichting is het realiseren van lichtkunst in de openbare ruimte dan wel gebouwen. We zijn op voorhand terughoudend in de hoeveelheid accenten die we daarmee willen realiseren. Naast licht koesteren we namelijk ook de duisternis en het contrast tussen dag- en nachtbeeld. Om effectief te kunnen zijn kiezen we daarom op voorhand in welke zones we dergelijke elementen wel en niet passend vinden. Meer is namelijk zeker niet altijd beter. We dagen gebiedsontwikkelaars en gebruikers vervolgens uit om met voorstellen te komen hoe licht(kunst) een bijdrage kan leveren aan het accentueren van het innovatieve en creatieve karakter van de spoorzone op de volgende plekken: • Langs het Engelenpad als middel om de ‘geest van het Engelenpad’ uit te dragen. • Op de belangrijkste pleinen in de Spoorzone: het Lübeckplein, Hallenplein en Hanzeplein. Hier past meer spektakel of poëzie; een nachtbeeld dat past bij de stedelijke hotspot die de Spoorzone moet worden. • Geintegreerd in de nieuwe ‘Zwolse prominenten’: hoogbouwaccenten die bijzondere punten markeren zoals het station, de Wärtsilä-hal, de entree van de Hanzeallee en langs de rand van het Hanzekwartier. Hier streven we naar gebouwen die ook in het nachtbeeld van de stad een subtiele rol spelen.

Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om het uitlichten van gebouwen maar om het op een subtiele manier integreren van licht in de architectuur van het gebouw.

Subtiele lichtkeuzes in het nachtbeeld dragen bij aan een fijne omgeving.ct Z oude hallen

50

Engelenpad: combinatie van water, licht en beeldende kunst door het gebied heen.

51

Licht(kunst) als identiteitsdrager voor het nachtbeeld van de grotere pleinen. oude

hallenLicht

Thema E: ontmoeting .

Doelen

Ontwerpuitgangspunten •

E1: een veilige, comfortabele en plezierige buitenruimte voor iedereen

•

•

E2: afwisseling van rust en reuring

E3: een openbare ruimte die de zintuigen prikkelt

• •

•

E4: betrokkenheid van (toekomstige) gebruikers

• •

Hanteer de checklist van Jan Gehl als leidraad. Zorg dat elke buitenruimte op elk van de twaalf criteria aantoonbaar een positieve bijdrage levert.

•

Geef extra aandacht aan het aspect herbergzaamheid en zorg dat dit al op stedenbouwkundig niveau is geborgd.

•

Wees extra alert op de verschillende eisen die verschillende soorten mensen stellen qua sociale veiligheid. Neem niet alleen de ‘white adult reference man’ als uitgangspunt maar ook andere genders, culturele achtergronden etc.

Zorg voor een afwisseling tussen delen van de openbare ruimte die ontspannen en rustig zijn en delen die drukker en dynamischer zijn. Gebruik het schema van pagina 47 als basis.

•

Concentreer publiek programma in gebouwen en openbare ruimte in de hoogdynamische zones.

•

Zorg dat publiek programma in gebouwen altijd een directe relatie aangaat met de aangrenzende openbare ruimte. Voorkom monofuntionele gebieden.

Denk vanuit zintuigelijke belevingen. Bouw wisselende ervaringen in die gekoppeld zijn aan het moment van de dag, de seizoenen, het weer etc. Geef het nachtbeeld evenveel aandacht als het dagbeeld.

•

Geef placemaking een volwaardige plek in het ontwikkeltraject. Betrek (vertegenwoordigers) van de toekomstige gebruikers bij het ontwerpproces.

•

•

•

•

52

Zet beeldende kunst in als middel om de identiteit van de Spoorzone te onderstrepen en extra gebruikswaarde te realiseren. Pak extra uit langs het Engelenpad. Zorg dat alle principes van het pad goed naar voren komen.

Bouw in het ontwerp ruimte in voor nadere invulling door gebruikers. Omarm initiatieven vanuit gebruikers en partners om een rol te spelen in de (tijdelijke) programmering.

•

Betrek het nachtbeeld van gebouwen als onderdeel van de zintuigeljke beleving van de openbare ruimte in de avond en nacht (verlichting en inrichting interieurs op plintniveau.

Quartier des Spectacles In Montréal wordt al 20 jaar gewerkt aan het Quartier des Spectacles; een gebied waarin culturele instellingen, bedrijven en overheid samen werken aan de programmering van de openbare ruimte. De openbare ruimte vormt het verlengstuk van de programma’s in de gebouwen, maar wordt ook los geprogrammeerd. Om de creativiteit en het experiment in de openbare ruimte te stimuleren, worden er regelmatig prijsvragen georganiseerd. Het Quartier des Spectacles Partnership organiseert wedstrijden die lokale creativiteit en de opkomst van nieuwe artistieke praktijken in de openbare ruimte stimuleren, met name op het gebied van stedelijke installaties en digitale kunst. Hier ligt de visie aan ten grondslag dat de openbare ruimte gezien kan worden als territorium dat kan worden verkend door kunstenaars en het publiek. Er zijn de afgelopen jaren diverse ‘calls for proposals’ gedaan, met als doel de creatieve gemeenschap te betrekken bij de ontwikkeling van belangrijke, innovatieve en aansprekende projecten.

Zo is in de afgelopen jaren uitgevraagd: • Voorstellen voor een participatieve installatie voor de openbare ruimte • Voorstellen voor video=projecties op gevels van gebouwen • Voorstellen voor het versterken verspreiden van straatkunst • Voorstellen voor het maken van een groot publiek kunstwerk in Chinatown • Voorstellen voor het maken van een interactief digitaal kunstwerk in de openbare ruimte • Voorstellen in het kader van Luminothérapie: een auditieve, lichtgevende en participatieve installatie dat zowel overdag als ‘s nachts een gevoel van verwondering opwekt en actieve deelname van het publiek aanmoedigt, mensen aanmoedigt om te bewegen, elkaar te ontmoeten, te praten en een gedeelde ervaring op te doen in een feestelijke omgeving. De organisatie heeft daarnaast als doelstelling jonge makers te ondersteunen bij het realiseren van hun (eerste) werken en organiseert daarom ook begeleiding bij de uitvoering van projecten. De oproepen hebben een getrapte selectie, waarbij enkele geselecteerden hun idee uitwerken en daarvoor ook betaald worden. Op deze manier draagt de programmering van de openbare ruimte bij aan het ontwikkelen van de creatieve gemeenschap in het gebied en de creatieve gemeenschap zorgt voor een dynamische en afwisselende openbare ruimte, die steeds een reden geeft om het gebied te bezoeken.

intermezzo 53

9. Duurzaamheid en materiaalkeuze Zwolle heeft grote ambities op het gebied van duurzaamheid en circulariteit. Voor de transformatie van een bestaand stedelijk gebied zoals de Spoorzone roept dat een aantal bijzondere vragen op. Hoe gaan we om met het (verhardings)materiaal dat er al aanwezig is? Past dat bij het kwaliteitsniveau dat we nastreven en hoe kunnen we daar op sturen.

•

lage milieu-impact. Als de bestaande materialen niet meer voldoen, kunnen nieuwe (innovatieve) materialen geïntroduceerd worden. In het uiterste geval zetten we in op recyclen. Het materiaal (de grondstof) wordt getransformeerd naar een andere functie of element.

9.1 Circulaire basisprincipes Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt er met een circulaire blik gekeken naar de materialen in de openbare ruimte. Hiervoor hanteren we de volgende basisprincipes: • We weten wat we hebben. Elk ontwerptraject begint met een gedegen inventarisatie van de materialen die er al zijn (type, omvang, verwachte levensduur, herbruikbaarheid). • We verminderen de hoeveelheid verharding. Door te ontwerpen met minder materialen wordt de materiaalvraag verminderd en is er dus minder grondstof nodig. • We hergebruiken materialen zoveel mogelijk, bij voorkeur binnen het gebied waar de materialen vrijkomen en pas in tweede instantie als grondstof voor nieuwe toepassingen (zie ook paragraaf 9.3). • We gebruiken nieuwe materialen met een lange levensduur, goede mogelijkheden voor hergebruik en een lage milieuimpact. Bij de keus voor nieuwe verhardings materialen worden de aspecten levensduur, mogelijkheden voor hergebruik en milieuimpact expliciet meegewogen. • We verminderen de hoeveelheid ‘virgin’ minerale materialen. We passen bij voorkeur biobased of hergebruikte alternatieven toe met minimale minerale (toeslag)materialen. • We staan open voor innovatieve oplossingen voor verhardingsmaterialen of straatmeubilair met een

Zie voor het beleidskader qua circulariteit: Ciruclaire toekomstvisie van Zwolle (maart 2024).

Zie voor het ‘nieuwe normaal’ dat wordt gehanteerd: www.hetnieuwenormaal.nl van Cirkelstad

9.2 Hergebruik van verhardingsmaterialen Het toepassen van de circulaire basisprincipes leidt in de Spoorzone op sommige plekken tot een spanningsveld met de ambities zoals zijn vastgelegd in het Ontwikkelkader. De materialen die er nu liggen, met name asfalt en betonnen stoeptegels, passen namelijk niet (overal) bij het gewenste karakter van een centrumstedelijk verblijfsgebied. Tegelijkertijd zijn de meeste materialen nog niet zo oud en in goede staat. Er bestaat hier dus een spanningsveld tussen enerzijds het ontbreken van de noodzaak om vanuit de levensduur van de materialen iets te veranderen en anderzijds de noodzaak om met een nieuwe inrichting te communiceren dat het gebied een andere functie krijgt.

54

Om richting te geven aan dat dilemma zetten we in op de volgende koers: • In het Stationscarré en de aansluitende openbare ruimtes langs de Hanzelaan en het Lübeckplein heeft de transformatie naar een nieuw beeld prioriteit. De bestaande verhardingsmaterialen zijn daar in hoofdlijnen niet passend bij en worden vervangen. • In het Spoorpark en de aansluitende ontwikkelgebieden Lurelui, Werkplaatsen en in het Koggepark vormt hergebruik van de aanwezige materialen het uitgangspunt. Ter aanvulling kunnen materialen elders uit de Spoorzone worden geoogst, mits deze passend zijn bij de identiteit van het Spoorpark en het Koggepark. Beide gebieden zijn nadrukkelijk niet bedoeld als ‘vergaarbak’ voor materialen die we elders kwijt moeten. • In de overige deelgebieden wordt binnen het project de afweging gemaakt in hoeverre hergebruik van materialen passend is. Dit heeft de voorkeur maar alleen als deze een positieve en logische bijdrage leveren aan de beoogde identiteit. • Materiaal dat niet hergebruikt kan worden krijgt bij voorkeur een tweede leven binnen het Spoorpark of het Koggepark. • Voor aanvullende (nieuwe) materialen worden de circulaire basisprincipes uit paragraaf 9.1 gehanteerd.

• Bij het indienen van inrichtingsplannen ter toetsing door de gemeente wordt in een toelichting expliciet gemaakt op welke manier invulling wordt gegeven aan bovenstaande doelstellingen en welke afwegingen daarbij gemaakt zijn.

9.3 Duurzaamheid en ‘de Zwolse standaard’

9.5 Materialenpalet verhardingen

Naast duurzaamheid bepaalt ook het gewenste comfort van de routes voor de fietser en voetganger de keuze voor het materiaal, met name op hoofdroutes. Het kan dus zijn dat voor de hoofdfietsroutes wordt gekozen voor beton in plaats van klinkers, omdat dit veel comfortabeler fietst. Zwolle wil als wereldfietsstad excellente routes bieden voor fietsers.

In de spoorzone streven we naar een gedifferentieerd palet aan verhardingsmaterialen. Op voorhand worden daarbij in deze visie alleen de hoofdlijnen vastgelegd zodat de visie ook tijdsbestendig is en kan meebewegen met innovaties en keuzes die de komende jaren in de uitwerkingen gemaakt worden.. De feitelijke keuzes en de afweging met betrekking tot hergebruik van bestaande materialen zullen daarom tijdens de ontwerpuitwerkingen per deelgebied in overleg met ontwikkelpartners worden gemaakt.

ZIe voor de ‘Zwolse standaard’ toegankelijkheid: www.zwolle.nl/visie-toegankelijkestad

9.4 Kwaliteit- en investeringsniveau De Spoorzone wordt onderdeel van een breder centrumgebied. Conform de omgevingsvisie wordt daarbij een ‘aantrekkelijke buitenruimte en hoge ruimtelijke kwaliteit’ nagestreefd (‘niveau A’). Dit betekent dat gebruik wordt gemaakt van hoogwaardige materialen en dat bijzondere inrichtingselementen gebruikt kunnen worden (maatwerk) op plekken die dat nodig hebben, zoals de pleinen langs het Engelenpad.

Twee uitersten als polen van de identiteit van de openbare ruimte binnen de Spoorzone. Boven het ambachtelijke gedetailleerde ingetogen beeld van het Stationsplein waar met klassieke materialen is gewerkt. Onder een referentiebeeld voor het Spoorpark waar met hergebruikte industriële materialen wordt gebouwd aan een landschap waar het niet altijd even netjes en aangeharkt is.

Het beheerniveau en de daarvoor benodigde investeringen dienen afgestemd te zijn op dat hoge(re) inrichtingsniveau. Binnen de huidige Nota Beheer Kapitaalgoederen (2023-2026) wordt al ingezet op een hoger reinigingsniveau van de directe Stationsomgeving (hoogfrequenter onderhoud qua vegen, maaien, zwerfvuil verwijderen etc). Parallel aan de verdere doorontwikkeling van de Spoorzone zal het beheersgebied conform niveau A zich verder uitbreiden. De manier waarop wordt vastgelegd in de volgende Nota(‘s) Beheer Kapitaalgoederen.

55

De volgende hoofdlijn vormt het vertrekpunt: • Gebakken klinkers vormen het basismateriaal voor de inrichting van het Stations carré, Hanzehoven en de uitlopers richting waterbalkon Koggepark (het Lübeckplein) en waterplein (Hanzeplein). • Kleinformaat betonstenen en tegels worden alleen (additioneel) toegepast in de voetgangersgebieden van de deelgebieden Spoorpark, Willemskwartier en Hanze-Oost. • Groen doorlatende ‘open’ verhardingen worden toegepast op plekken die minder intensief belopen worden, extensief gebruikte parkeerplaatsen of incidenteel nodig zijn voor zwaar verkeer. • Stelconplaten en andere grootformaat tegels worden alleen toegepast in het Spoorpark (incl. aanliggende ontwikkelgebieden). • Natuursteen wordt terughoudend toegepast binnen het Stations carré en de uitloper richting waterbalkon Koggepark (het Lübeckplein). • Halfverharding: wordt spaarzaam toegepast voor wandelpaden en andere niet intensief gebruikte routes in de luwere delen van het Spoorpark en het Koggepark.

•

• •

Hout: wordt spaarzaam toegepast in de vorm van vlonder(paden) en kleinschalige verblijfsplekken in de nabijheid van water zoals de oeverzone rondom het Hanzekwartier, in het Koggepark en de Willemsvaart. Asfalt wordt alleen toegepast in de rijbanen van autowegen (50km) en fietsstraten. Beton is het voorkeursmateriaal voor vrijliggende fietspaden.

9.6 Materialenpalet verlichting De sociale veiligheid van de Spoorzone is gebaat bij een goed en gelijkmatig verlichtingsniveau. In principe wordt bij deze functionele verlichting gekozen uit de lijn standaardarmaturen die de gemeente Zwolle stadsbreed toepast. Bij de armatuurkeuze wegen duurzaamheidsaspecten als energieverbruik (zo laag mogelijk) en faunavriendelijkheid (zo min mogelijk effect op natuurlijk nachtritme) mee. Er wordt onderscheid gemaakt in: • IJsselallee: huidige verlichtingsarmaturen handhaven • Auto-ontsluitingen het gebied in: indien lichttechnisch mogelijk afwaarderen naar lagere masten met uithouders om het karakter van de Spoorzone als verblijfsgebied te benadrukken. • Fietsroutes en fietsstraten door het gebied: paaltop armaturen. • Woon-, werk- en verblijfsgebieden: paaltop armaturen of gevelarmaturen. • Nieuwe Veerallee: versterken relatie binnenstad en singelzone versterken door qua verlichting aan te sluiten op keuzes die daar worden gemaakt. • Stationsplein (zuid), Lübeckplein, Hanzeplein en Hallenplein: indien gewenst is een afwijkend armatuur en een andere hoogte mogelijk. Per plein kan het type armatuur verschillen.

9.7 Inpassing functionele voorzieningen Voor een goed functionerende Spoorzone zullen diverse voorzieningen in de openbare ruimte moeten worden ingepast. Omdat het om ingrijpende ruimteclaims kan gaan krijgen deze elementen al in het Voorlopig Ontwerp van de openbare ruimte een plek. De technische eisen die aan deze voorzieningen worden gesteld zijn vastgelegd in het eisen-document van het SNOER. In dit deel worden daarom alleen die doelstellingen benoemd die te maken hebben met het effect van dergelijke voorzieningen op het functioneren van de openbare ruimte voor mens, plant en dier en de beeldkwaliteit. Straatmeubilair Straatmeubilair bestaat uit een brede categorie functionele voorzieningen zoals zitbanken, afvalbakken, paaltjes et cetera. Algemeen uitgangspunt is dat deze spaarzaam worden toegepast met uitzondering van zitgelegenheid. Een buitenruimte die voor iedereen toegankelijk is voorziet namelijk in voldoende zitmogelijkheden en rustmomenten voor minder mobiele gebruikers. Het type straatmeubilair in de Spoorzone sluit in de basis aan op het standaard palet aan producten, materialen en kleurstellingen dat Zwolle elders gebruikt. Langs het Engelenpad, op het Hallenplein, Hanzeplein, Lübeckplein is ruimte voor afwijkend meubilair al is dit zeker geen doel op zich.

Nutsvoorzieningen & trafo’s In de Spoorzone zijn meerdere nieuwe nutsvoorzieningen zoals WKO-doubletten, MS-stations en trafo’s nodig. Algemeen uitgangspunt is dat deze nutsvoorzieningen geen negatieve impact mogen hebben op de duurzame ontwikkeling van bestaande en nieuw te realiseren boomstructuren.

56

Uitgangspunt voor het inpassen van de trafo’s is daarom dat zij inpandig worden opgenomen in de nieuwbouw. Bij bestaande bebouwing en alleen als dat niet inpandig kan, zullen de trafo’s onderdeel moeten worden van de openbare ruimte. Trafo’s, MS-stations en WKO-doubletten worden nooit in of direct grenzend aan wortelpakketten van bestaande bomen geplaatst om dit ‘groen kapitaal’ te beschermen tegen schade tijdens de aanleg of latere verleggingen van kabels en leidingen. De vormgeving van dergelijke voorzieningen die los in de openbare ruimte staan moet passen bij het innovatiedistrict. Wij zien ze daarom als canvas voor streetart. Door het toepassen van kunst dragen zij bij aan het experimentele, creatieve en ruige karakter van het gebied. Deze street-art kan een dynamische toevoeging zijn in het gebied, waarbij periodiek nieuwe kunstwerken worden aangebracht op de objecten. Indien plaatsing in groenblauwe structuren onvermijdelijk is, moeten de bouwwerken bijdragen aan de doelstellingen om de biodiversiteit te bevorderen. Bijvoorbeeld door de wanden te laten begroeien en natuurinclusieve maatregelen op te nemen in de bouwwerken. Afvalcontainers en milieueilanden In de Spoorzone wordt gewoond en gewerkt in een hoge dichtheid.

Bij gelijkblijvende capaciteit van de vuilcontainers, betekent dit óf een hoge frequentie van het legen (meerdere keren per week) óf het verhogen van het aantal ondergrondse afvalcontainers. Het eerste voert het aantal ongewenste verkeersbewegingen op. Het tweede zet de groene inrichting van de openbare ruimte onder druk. Er wordt daarom in 2024 in een pilot in Weezenlanden Noord onderzocht of er gewerkt kan worden met perscontainers waardoor het aantal containers en de verkeersbe-

wegingen voor legen beperkt kan blijven. De uitkomsten daarvan worden meegewogen in de uiteindelijke keuze voor de Spoorzone. Net als nutsvoorzieningen worden ook containers niet in grotere groen-blauwe structuren geplaatst of in wortelpakketten van boomstructuren. STOMP-voorzieningen en MIVA-parkeerplaatsen STOMP-voorzieningen worden zoveel mogelijk geconcentreerd in de HUB’s. Fietsvoorzieningen voor bewoners (bv. per appartementencomplex) en vanuit het project georganiseerde collectieve voorzieningen qua mobiliteit (deelauto’s, scooters, fietsen) worden inpandig ingepast. Desondanks zullen er waarschijnlijk op meerdere plekken in de Spoorzone laad- en losplekken en parkeerplaatsen voor minder validen (MIVA) moeten worden ingepast. Ook deze elementen krijgen al in het VO voor de openbare ruimte een plek zodat de inpassing kan worden beoordeeld als onderdeel van het totaalontwerp. Ook bij deze voorzieningen geldt dat ze niet in groen-blauwe structuren worden in gepast en geen negatieve impact mogen hebben op bestaande en nieuw te realiseren groenelementen. Geluidwerende voorzieningen Indien geluidswerende voorzieningen moeten worden opgenomen om het geluid vanuit het spoor of vanaf de IJsselallee te weren, moeten die passen bij de omgeving waar ze ingepast moeten worden. In het Spoorpark wordt een geluidsscherm/muur geïntegreerd in het groen.

De geluidswerende voorziening moet een vanzelfsprekend onderdeel worden van het Spoorpark waarbij de met groen begroeide muur een verticale doorzetting is van het Spoorpark. In deze muur zijn voorzieningen opgenomen voor insecten en vogels.

Openbare toiletvoorzieningen Een uitnodigende hoogstedelijke openbare ruimte zoals die van de Spoorzone voorziet in goed toegankelijke en schone toiletvoorzieningen. Deze voorzieningen worden net als andere collectieve mobiliteitsvoorzieningen geïntegreerd in gebouwen en niet los in de openbare ruimte geplaatst.

geen sprake van oplossingen die bij oplevering nog niet de gewenste privacy bieden (gaasschermen die nog volledig moeten dichtgroeien) of afhankelijk zijn van het beheer van de bewoners (b.v. klimopschermen die wel of niet worden gesnoeid). Bij lage erfafscheidingen tot 1 meter hoog kan een haag worden toegepast mits deze voldoende robuust is (minimaal 1,5 meter breed, 4 rijen rijen).

9.8 Inpassing erfafscheidingen Op enkele plekken in de Spoorzone zullen private of collectieve buitenruimten (tuinen, balkons, terrassen) gerealiseerd worden die grenzen aan de openbare ruimte. Hierdoor ontstaat een natuurlijke behoefte aan privacy en afscheiding die het noodzakelijk maakt dat er al vooraf nagedacht wordt over de manier hoe hierin voorzien kan worden om allerlei ongewenste en vaak rommelige oplossingen later te voorkomen. Uitgangspunt is dat in dergelijke situaties de overgang prive en openbaar in samenhang met de architectuur van het gebouw wordt ontworpen en als onderdeel van de bouw wordt opgeleverd (niet door bewoners zelf). Hoge erfafscheidingen (boven ooghoogte) worden in alle gevallen vermeden. Die behoefte aan afscherming ontstaat als er onvoldoende afstand is om de privacy te garanderen. De eerste stap in het ontwerp is dus een goed stedenbouwkundig ontwerp waarbij openbare ruimte, gebouw en private buitenruimte zo in samenhang zijn ontworpen dat die privacy gegarandeerd is en volstaan kan worden met lagere erfafscheidingen (onder ooghoogte). De tweede stap in het ontwerpproces is vervolgens om de erfafscheidingen te ontwerpen als onderdeel van de architectuur. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van duurzame materialen zoals steen en staal, of in combinatie om een vorm van transparantie te behouden.

Begroeiing is optioneel maar er is in ieder geval Erfafscheidingen komen maar beperkt voor in de Spoorzone. Waar dat toch het geval is worden ze als onderdeel van de architectuur ontworpen en al vooraf gerealiseerd.

57

Erfafscheidingen staan in alle gevallen op eigen grond en worden niet door de gemeente beheerd. Als er sprake is van individuele eigenaren worden er collectieve privaatrechtelijke afspraken gemaakt over de instandhouding en bij voorkeur ook het collectief organiseren van onderhoud. .

iin deThema F: duurzaamheid en materiaalkeuze .

Doelen •

Hergebruik materialen waar dat kan. Dat kan ook in creatieve andere vormen dan de oorspronkelijke toepassing. Ga uit van de ‘Zwolse standaard’ qua comfortniveau en materiaalgebruik.

•

•

In het Stationscarré en de aansluitende openbare ruimtes prevaleert de beoogde kwaliteitslag qua materialen boven de ambities om materialen circulair her te gebruiken.

•

Bijzondere plekken krijgen een onderscheidende inrichting ten opzichte van de basis.

•

Straatmeubilair wordt gekozen uit de standaard van de gemeente Zwolle. Uitzonderingen qua meubialir kunnen in overleg worden toegepast in de directe stationsomgeving, op de drie pleinen en langs het Engelenpad. Hoge erfafscheidingen (boven ooghoogte) worden vermeden door in stedenbouwkundig ontwerp voldoende afstand tussen buitenruimte/woning en paden etc. te garanderen.

•

Erfafscheidingen worden ontworpen als onderdeel van de architectuur en gemaakt van duurzame materialen. Erfafscheidingen worden als onderdeel van het bouwproject gerealiseerd. Duurzame instandhouding en beheer zijn vooraf gegarandeerd.

Begin elk project met een inventarisatie van de materialen die er zijn. Beschouw dit als startkapitaal. Minimaliseer de hoeveelheid verharding. Hanteer bij de materialisatie de circulaire basisprincipe.

•

F2: een hoogwaardig centrumste- • delijk verblijfsgebied

De totale spoorzone wordt ontworpen en ingericht op basis van kwaliteitsniveau A.

F3: minimaliseren impact van functionele voorzieningen

Functionele voorzieningen als trafo’s, straatmeubilair, afvalcontainer etc. krijgen al in het VO een plek. Inpassing van collectieve mobiliteitsvoorzieningen en trafo’s vindt inpandig plaats. Functionele voorzieningen leveren geen beperkingen op in de aanleg of het beheer van bomen. Straatmeubilair wordt m.u.v. banken beperkt toegepast.

F1: bevorderen circulair materiaalgebruik

• •

•

•

•

•

•

•

•

58

•

•

Zet in het Spoorpark, Lurelui, Werkplaatsen en Koggepark maximaal in op hergebruik als beeldrager van de identiteit. Ga uit van de toepassing van materialen zoals is benoemd op pagina 55-56.

59

III: sferen In de Spoorzone is het landschap voelbaar, net als het industrieel DNA en het eigenwijze karakter als innovatiedistrict en stedelijke hotspot . In deel I (Visie) is dat vertaalt in negen sferen. In dit deel worden die sferen uitgebreider beschreven en gevisualiseerd ter inspiratie voor de ontwerpers. We willen duidelijk maken waar we naar op zoek zijn en waar volgens ons de grootste ontwerpuitdagingen liggen. Samen met het toetsingskader van deel I en II en de eisenset uit het SNOER liggen daarmee alle ingrediënten op tafel om een prachtig plan te maken. Aan de slag!

60

61

62

10. Spoorpark, Lurelui, Werkplaatsen De ideale mix van industrieel erfgoed en urban rewilding Connectie met het landschap Het Spoorpark brengt het landschap vanuit de IJsselvallei de stad in tot aan het groenste station van Nederland. Het vormt een robuuste ecologische structuur die de Spoorzone verknoopt met de groen-blauwe scheg vanuit de uiterwaarden en de groenzone langs het spoor en de IJsselvallei richting het zuidoosten.

Identiteit Het Spoorpark is de metafoor voor een sfeer die alle deelgebieden langs het spoor bepaald. Robuust, stoer, groen en dynamisch. Die sfeer wordt gedragen door de combinatie van het industriële DNA en het concept van ‘urban rewilding’: een buitenruimte waar natuurlijke processen weer de ruimte krijgen. De ruimtelijke identiteit van het Spoorpark ligt daarom niet op voorhand vast maar wordt juist gekenmerkt door verandering en dynamiek. De ruggegraat van het Spoorpark bestaat uit de extensieve groene parkzone die direct langs het spoor wordt gerealiseerd. Om van ruimtelijke en ecologische betekenis te kunnen zijn is deze zone waar dat kan minimaal 20 meter breed en vrij van barrières in de vorm van gebouwen. Van daaruit loopt het park door tussen de woonblokken van Lurelui tot aan de Hanzesingel, omspoelt het de hallen en het Hallenplein om aan te komen op het opgetilde park boven de zuidelijke stationsentree. Daar verbindt het Spoorpark zich met de groene ‘Zwolse Prominent’ die aan het stationsplein staat. Van daaruit krijgt het spoorpark zijn vervolg in het profiel van de Hanzelaan die aan één en soms twee zijden bomen heeft en uiteindelijk de verbinding legt met de IJsselallee.

Ontwerpthema’s en opgaves Zonering rust en reuring Het Spoorpark kent een zonering qua gebruiksintensiteit. Direct bij het spoor is het gebruik minimaal om zoveel mogelijk ruimte te reserveren voor een robuust groenbeeld en de gewenste natuurlijke processen van het urban rewilding concept. Dieper de aansluitende ontwikkelgebieden in wordt het gebruik intensiever en diverser. Concentratiepunten daarbij zijn het Hallenplein voor de Wartsilla-hal en het Stationsplein. Met de programmering van de openbare ruimte qua routes en voorzieningen wordt hier rekening mee gehouden. Waterinfiltratie en vervuiling In het Spoorpark wordt water geïnfiltreerd en geborgen. Een helofytenfilter is nodig om te voorkomen dat verontreiniging in de bodem in het waterwingebied van Vitens terecht komt. Er komt een verbinding tussen de Willemsvaart en de Hanzesingel via het Spoorpark. Waar mogelijk wordt deze zichtbaar gemaakt (open water) en gebruikt als spelaanleiding en extra ecologische gradiënt. Biodiversiteit en natuur staat centraal Door aanplant van een mix van klimaatbestendige, liefst inheems bomen, natuurlijke hagen en struweel krijgt de biodiversiteit en de gewenste urban-rewilding in het spoorgebied een kickstart. Daarbij wordt geanticipeerd op de doelsoorten die hier kansrijk zijn (zie deel II).

Een beheer-, communicatie- en monitoringsprotocol voor Urban Rewilding Urban rewilding is in de Spoorzone niet hetzelfde als de natuur simpelweg haar gang laten gaan. Om spontane processen daadwerkelijk van ecologische en ruimtelijke betekenis te laten zijn in de hoogstedelijke context van de Spoorzone is allereerst voldoende maat nodig. Groen wordt daarom bij voorkeur geconcentreerd in grote vakken met ruimte voor meerdere vegetatietypes (zoom-mantelvegetaties) van 20 meter of meer. Die ruimte is niet overal voorhanden waardoor er in ontwerp goed nagedacht zal moeten worden in hoe de ambities uit het NVU waargemaakt kunnen worden. Daarnaast is het essentieel dat het concept niet alleen in het ontwerp maar ook in het beheer is verankerd. Het ontwerp van de buitenruimte wordt daarom gecombineerd met een beheerprotocol waarin concreet is vastgelegd hoe het gebied beheerd gaat worden en op welke punten de ontwikkeling van het groen wel of niet bijgestuurd wordt. Dit beheerprotocol bevat daarnaast afspraken over de ecologische monitoring van de ontwikkeling zodat er op vakkundige wijze bijgestuurd kan worden als dat nodig is. Het protocol wordt in overleg met gebiedspartners en specialisten vooraf opgesteld voor de totale Spoorzone als onderdeel van het SNOER als aanvullend toetsingskader voor de ontwerpuitwerkingen van de openbare ruimte van het Spoorpark.

Onderdeel van het protocol dient ook een pro-actieve communicatie te zijn richting toekomstige gebruikers en bewoners. Ook zij dienen meegenomen te worden in de achtergronden en doelstellingen die worden nagestreefd zodat alle partijen eenzelfde verwachtingspatroon hebben van de soort openbare ruimte die wordt ingericht en beheerd.

63

Industrieel DNA

Geen park maar landschap

Urban Rewilding

Opzet en materialisatie van de openbare ruimte is

Het Spoorpark is een landschap waarin diverse (grote)

Een dragend concept voor aanleg en beheer van het

geïnspireerd op het industrieel DNA van de Spoorzone.

gebouwen staan. Om die rol te kunnen spelen is maat

Spoorpark is de ambitie om natuurlijke processen

Afhankelijk van de plek kan dat een ruiger of meer

nodig; voldoende ruimte voor water, groen, bomen

weer de ruimte te geven in de stad. Daarmee ligt het

gecultiveerd beeld aannemen.

maar ook paden en pleinen.

eindbeeld van de openbare ruimte niet overal vast en krijgt de natuur letterlijk de ruimte.

Spoorpark, Lurelui, Werkplaatsen De ideale mix van industrieel erfgoed en urban rewilding 64

3.1 Beweeglijk zijn Door kansen die zich in het gebiedsontwikkelingsproces voordoen te pakken en te inspireren met het Engelenpad thema scheppen we ruimte om het pad door de jaren heen organisch te laten uitgroeien tot een herkenbare en aansprekende route. Dat betekent beweeglijk zijn. In het traject van de gebiedsontwikkeling trekt de gemeente daarom graag samen op met de gebiedscoalities en de al aanwezige partijen in de deelgebieden die in de Spoorzone liggen, zoals Hogeschool Windesheim. Kansen die zich voordoen wil de gemeente benutten om het Engelenpadthema erin te verwerken. Daarmee krijgt het innovatiedistrict vorm met onder meer werkplaatsen, dienstverlening, onderwijs en cultuur. Dat maakt dat het gebied meerwaarde heeft voor de stad. Door steppingstone voor steppingstone te blijven ontwikkelen, ontstaat een levendige (wandel)route en stedelijke levensader met een afwisselend patroon van bebouwing met drieduizend nieuwe woningen en als tegenhangers het groene Koggepark en het rustgevende, waardevolle IJssellandschap, met haar unieke natuurwaarden.

3.2 Beleving Een unieke route die in een tijdsbestek van drie kwartier voert langs de historie, de dynamiek van de Spoorzone met maak- en creatieve industrie, langs een interessante stadsboulevard met de Programmering groene flanken van het Koggepark naar de Windesheim Campus De programmering van het Spoorpark extensief nwaar geïn- je de delta kunt en verder naar de groene, weidse isIJsselzone spireerd op het industrieel DNA van het gebied. beleven. Een beleving die het verhaal vertelt van Zwolle. Dat maakt de route uniek voor Nederland. Dit wordt nog versterkt door langs de route ruimte te bieden voor monumentale kunst en cultuur, waar elke 200 meter iets te zien of te beleven valt dat de moeite waard is om te delen met anderen.

65

66

11. Willemsvaart historisch lint tussen singel en sluis Connectie met het landschap De Willemsvaart verbond 200 jaar lang Zwolle met de IJssel. Herstel van deze verbinding tussen sluis en singel en een open verbinding met de IJssel is een belangrijke ambitie voor de Zwolle. Het versterkt het Zwolse watersysteem, de verbinding met ‘buiten’ en vergroot de verblijfskwaliteit voor bewoners van de aanliggende gebieden.

Identiteit Binnen de relatief jonge stedenbouwkundige context van de Spoorzone vormt de Willemsvaart een historische structuurdrager van formaat. Daarom is het passend juist hier die historische identiteit als drager voor de stedenbouwkundige opzet en inrichting van de openbare ruimte te hanteren. Qua materiaalgebruik voor verhardingen en verlichting wordt aangesloten op het ontwikkelprogramma De Singel van Zwolle om zo maximale continuïteit langs de Vaart te realiseren.

Ontwerpthema’s en opgaves De Willemsvaart als ecologische en ruimtelijke drager De drager van het historische lint is de Willemsvaart zelf. Waar mogelijk krijgt deze binnen de spoorzone overal dezelfde breedte. De begrenzing met lage kademuren blijft behouden maar wordt zo ingericht dat er kansen ontstaan voor de ontwikkeling van een extra ecologische gradiënt voor muurvegetatie, insecten, vlinders en (korst)mossen. De oostzijde (het voormalige schootsveld) wordt daarbij deels verlaagd uitgevoerd waardoor er ruimte ontstaat voor een gradiëntrijke oever als leefgebied voor vissen, amfibieën, insecten en watervogels. Een robuuste klimaatadaptieve bomenstructuur De bomen langs de vaart vormen het foerageergebied voor vleermuizen en zijn in potentie een ecologische verbinding van

formaat tussen de groenzones van de singel en het Spoolderbos/ IJsselvallei. Bovendien geven de bomen koelte en dragen ze sterk bij aan het karakter van de Willemsvaart. Om de kwetsbaarheid van deze belangrijke groenstructuur voor boomziektes en klimaatverandering te verkleinen wordt ingezet op een grotere menging van soorten op die plekken waar nieuwe rijen worden toegevoegd. Daarbij vormt het huidige assortiment langs de Willemsvaart en Willemskade het vertrekpunt (Plataan, Linde, Amerikaanse eik). Een reeks van bijzondere plekken tussen singel en sluis Langs de Willemsvaart bevinden zich allerlei historische aanleidingen die inspiratie kunnen bieden voor het op een eigentijdse manier versterken van de historische identiteit van dit deel van de Spoorzone. Het gaat bijvoorbeeld om de bruggen, de locatie van de voormalige Luurderschans en Joodse begraafplaats maar ook om jonger erfgoed zoals het kantoorgebouw van Schrale Beton uit 1957 dat door Gerrit Rietveld is ontworpen. Dit zijn logische plekken om kleinschalige verblijfsplekken in de openbare ruimte aan te koppelen en zo te bouwen aan een afwisselend kralensnoer van bijzondere plekken tussen singel en sluis. Bewegen en ontmoeten De Willemsvaart vormt een route vanuit de stad richting IJssel, maar ook een verbinding met het (toekomstige) Singelpark om het stadshart en met Park Eekhout.

Bovendien wordt door het afwaarderen van de Nieuwe Veerallee en de ontwikkeling van het Willemskwartier de vaart en de aansluitende openbare ruimte het verblijfsgebied voor een groot aantal nieuwe bewoners. Net als in het Spoorpark wordt ook deze nieuwe verblijfsruimte zo ingericht dat het beweging en sportief gebruik van de openbare ruimte stimuleert. De oeverzone en de bruggen zijn daarnaast de logische locaties voor ontmoeting. Dit wordt gestimuleerd door 67

juist hier kleinschalige verblijfsplekken te realiseren gekoppeld aan de doorgaande wandel- en fietsroutes. Aansluiting op het Willemskwartier De nieuwbouw van het noordelijk deel van het Willemskwartier vormt een doorlopende bebouwingswand en bakent daarmee het continue profiel van de Willemsvaart op een heldere manier af. De inrichting van de openbare ruimte aan de voorzijde sluit aan op het kleinschalige, meer klassieke en gedetailleerde beeld van de Willemsvaart en kent een eenduidig lineair profiel met als centrale elementen de parkachtige oeverzone, de fietsstraat en een overgangszone naar de gebouwen met ruimte voor groen en voetgangers. De achterzijde van de bebouwingswand maakt onderdeel uit van het ‘stadsbos’ (zie hst. 18) en kent een lossere, parkachtige inrichting en een extensieve programmering met enkele verbindende wandel/fiets-routes. Verknoping met het Koggepark / de Koggetunnel Het centrale ‘publieke hart’ binnen het Willemskwartier vormt de plek waar Willemsvaart en Koggepark zich verknopen. Ruimtelijk wordt de openbare ruimte van dit deel ontworpen als verbreding van de Willemsvaartzone. Het vormt daarmee de tegenhanger van het groene hart van Hanze-Oost. Belangrijkste ontwerpopgave daarbij is om de verkeersroutes op een zo natuurlijk mogelijke manier te integreren in een hellingenlandschap.

De oude Luurderschans vormt daarbij een passende inspiratiebron voor een eigentijdse vertaling. Zie voor de ontwikkeling van de Singelzone waar de Willemsvaart mee verknoopt is de ‘startnotitie visie singel van Zwolle, gemeente Zwolle, 2024.

Caption NOTA VAN UITGANGSPUNTEN WILLEMSKWARTIER, ZWOLLE

84 - 118

Willemsvaart

Luurderschans

Openbaar (‘trek’)pad

Een lommerrijk kanaal met groene oevers en een vol-

Reliëfrijk ‘schansenpark’ als inspiratiebron voor het

De oevers van de Willemsvaart zijn bereikbaar en

wassen boomstructuur van verschillende boomsoorten.

landschappelijk inpassen van de nieuwe toegang naar

hebben een groen karakter. Het typische ‘plintje’ met

Rond bruggen en bijzondere panden wordt de connectie

de Koggetunnel.

kadewanden blijft behouden.

met het water versterkt door inpassing van kleinschalige verblijfsplekken.

Willemsvaart historisch lint tussen singel en sluis 68

n 1981

kantoor Schrale’s beton ca.1957

Schrale beton

Bruggen

Kadewand en plint

Bijzondere verblijfsplek gekoppeld aan het modernis-

Bruggen vormen beelddragers in de vaart. Geinspireerd

Het harde plintje met deksloof langs de Vaart vormt een

tistische kantoor van Rietveld. Het vormt samen met de

op de bestaande bruggen en de sluis wordt ingezet op

cruciaal ontwerpdetail. Bij vernieuwing van de kade-

bruggen een kralensnoer van kleinschalige bijzondere

monumentale, fraai gedetailleerde gemetselde bruggen

wand kan een ecologische gradiënt worden toegevoegd

plekken langs de vaart.

met een klassieke uitstraling.

door muurbegroeiing te stimuleren.

Zicht vanuit Veeralleeflat ca 1974

27 - 118

69

70

12. Hanzesingels

Zachte oevers met af en toe een hard randje

Connectie met het landschap De Hanzesingels verankeren het watersysteem van de Spoorzone met dat van Zwolle Zuid, Assendorp en in de toekomst de Willemsvaart. Door nieuwe verbindingen neemt de doorstroming, waterkwaliteit, bergingscapaciteit en ecologische en ruimtelijke betekenis verder toe. Met het water en de oevers brengen we het waterrijke IJssellandschap letterlijk tot in het hart van de Spoorzone.

Identiteit De Hanzesingel loopt om het Hanzekwartier heen en tussen de deelgebieden Hanzehoven en Hanzewonen richting Hanze-Oost. Het harde en ontoegankelijke beeld van water tussen muren wordt verzacht door waar mogelijk groene en toegankelijke oeverzones te introduceren. Afhankelijk van de plek krijgt dit een andere verschijningsvorm. Er ontstaat zo een contrast- en gradiëntrijke zone; zacht met af en toe een hard randje.

Ontwerpthema’s en opgaves Doorstroming vergroten De waterkwaliteit en daarmee de potenties van de Hanzesingel voor plant, dier en mens is gebaat bij extra doorstroming. De belangrijkste opgave is dan ook het realiseren van extra verbindingen richting de Willemsvaart, Hanze-Oost en, indien mogelijk, ook in het circuit van de Hanzesingels rondom het Hanzekwartier zelf. Nieuwe verbindingen krijgen een open karakter en worden alleen ter plekke van kruisingen met spoor of wegen ondergronds gebracht.

Van harde kades naar zachte oevers De oevers van de Hanzesingel worden minstens aan één zijde natuurvriendelijk ingericht met een volledig spectrum gradiënten van open water tot maaiveld. De focus ligt daarbij op de buitenzijde van het Hanzekwartier, de noordzijde van Hanzesingel langs het Koggepark en de binnenzijde van Hanze-Oost. Op plekken waar (hoge) kades aanwezig zijn wordt gewerkt met vooroevers of drijvende elementen die het beeld op de harde oevers verzachten en schuil- en nestelgelegenheid bieden voor watervogels, vissen en insecten. Het water bereikbaar en beleefbaar maken Het water langs de Hanzesingels is overal bereikbaar en beleefbaar. Oeverzones worden gecombineerd met doorgaande (vlonder)paden met kleinschalige verblijfsplekken. Op twee plekken wordt extra uitgepakt. Gekoppeld aan het Lübeckplein wordt in het Koggepark een ‘waterbalkon’ gerealiseerd; een getrapte overgang naar het water met een combinatie van veel groen en verblijfsplekken. Op de kruising van de Hanzesingel met het Engelenpad wordt vervolgens het Hanzeplein gerealiseerd; een uitvergrote versie van het waterbalkon in het Koggepark met meer programma en een stedelijker uitstraling. Aan de buitenzijde van het Hanzekwartier loopt langs de groene oever een struinpad dat via bruggetjes verbonden is met het Hanzekwartier. Hier kun je ‘een blokje om’ tijdens de lunch of in je vrije tijd.

71

Behoud van bomen Langs de Oostzeelaan zorgen de bestaande bomen voor een verkoelend effect langs de groene oever. Aan de overzijde bieden bestaande bomen aan de westelijke oever van Hanzekwartier een goede aanleiding om een koele plek aan het water te maken. Om die kwaliteit te bewaren is behoud van de groeiplaats van de bomen letterlijk van levensbelang. Voorkom daarom vergravingen, ophogingen binnen de kroonprojectie en houdt hier bij de profilering van de oeverzone rekening mee. Bruggen als beelddragers: een familie van Bailey-bruggen Verbindingen over het water worden bij voorkeur uitgevoerd als brug zodat het water(beeld) en de oeverzones maximaal doorlopen. De bruggen vormen bijzondere knooppunten in het weefsel van voetgangers- en fietsroutes en daarmee herkenningspunten in de Spoorzone. Bovendien liggen ze vaak middenin lange rechte waterassen waardoor ze niet alleen haaks, maar ook overlangs beleefd worden. De bruggen lenen zich daarom bij uitstek als beelddragers en vragen in de uitwerking bijzondere aandacht. Geïnspireerd op de al aanwezige Bailey-brug (De voetspoorbrug) wordt ingezet op het ontwerp van de bruggen als familie van nieuwe Baileybruggen. Elke brug mag daarbij een individuele uitstraling hebben qua architectuur en kleurstelling maar verwijst in zijn opbouw (vakwerk en sterk horizontaal) en materiaal (staal) naar het historische voorbeeld.

Zachte buitenranden

Harde binnenranden

Drijvende (voor)oevers

Singels kennen aan minstens een zijde flauwe na-

Combinaties van natuurvriendelijke oevers met

Op plekken waar geen ruimte is voor flauwe oevers

tuurvriendelijke oevers met een compleet pallet aan

(bestaande of getransformeerde) keerwanden en

worden drijvende elementen toegepast die het zicht op

gradiënen tussen open water en sturweel. Oevers zijn

trappen zorgen voor nieuwe biotopen en een ruimtelijk

de harde kadewanden verzachten

bereikbaar en beleefbaar voor mens en dier.

contrast tussen de binnen- en buitenoevers rondom het Hanzekwartier.

Hanzesingels Zachte oevers met af en toe een hard randje 72

Spelen met water

Bruggen

Water en oevers zijn bereikbaar en vormen in de verder

Een familie van eigentijdse ‘Baillybruggen’ over de

relatief droge Spoorzone bijzondere spelaanleidingen.

Hanzesingels vormen bijzondere accenten in de vaak lange rechte watergangen.

73

/ art va ms rk lle pa Wi ns ha Sc Sp

oo

rp

ark

Hanz ekwa

r tier

Gil

de

Waterplei n

Koggelaan

Waterbalkon Koggelaan

Spoo

rbru

nh

of

g kn

oop

Ha

nze

74

-oo

st d

akp

ark

13. Koggepark Kralensnoer van sferen Connectie met het landschap Het Koggepark verbindt de Willemsvaart met Assendorp, via de beide bruggenhoofden van de monumentale spoorbrug. De doorgaande fietsroute heeft daarmee betekenis op stadsniveau maar ruimtelijk is het Koggepark vooral van betekenis binnen de Spoorzone zelf en pas indirect (via de Willemsvaart en Spoorpark) als ecologische verbinding met het landschap.

Identiteit Het Koggepark kan het beste getypeerd worden als een kralensnoer. Het snoer bestaat daarbij uit de continue fiets- en wandelstructuur en een begeleidende (bestaande) boomstructuur. De kralen bestaan uit de deelgebieden waar het snoer door heen gaat en de bijzondere plekken die het park kent.

Ontwerpthema’s en opgaves Samenhang versus verschillen Het Koggepark biedt bewoners en gebruikers van de Spoorzone rust en groene beleving. Het beeld kleurt mee met de omgeving maar is overal groen van opzet. Op twee plekken kent het park een meer pleinachtige inrichting; ter hoogte van het Lübeckplein wordt een ‘waterbalkon’ gerealiseerd aan de Hanzesingel en op de kruising met het Engelenpad een ‘waterplein’ (Het Hanzeplein). Gezien het diffuse karakter van het park is juist de continuïteit van de doorgaande fietsroute van groot belang om het park daadwerkelijk als structuur te ervaren. De fietsroute is daarom zoveel mogelijk autovrij of uitgevoerd als fietsstraat. Bovendien wordt hij zo min mogelijk gekruist door autoverkeer en/of de bevoorradingsroute door de Spoorzone. Dergelijke kruisingen worden altijd haaks uitgevoerd waarbij de fietsroute van het Koggepark verkeerskundig en ruimtelijk voorrang krijgt.

In het lineaire deel van het Koggepark (tussen de Koggetunnel en de Spoorbrug) wordt de fietsroute aan de zuidkant begeleid met een enkele bomenrij van (bestaande) lindebomen en een lossere boomstructuur van gemengde samenstelling aan de andere zijde. Op de beide uiteinden van het Koggepark (in het Willemskwartier en de Hanze-Oost) verbreedt het park zich en versmelt het met de omgeving. Ook hier worden lindes langs de route aangeplant als beelddrager maar kan er gekozen worden voor een losser plantverband in groepen als dat beter past in het parkachtige beeld. Een deel van de Lindes die ten noorden van de Koggelaan in het Hanzekwartier staan kunnen worden verplant naar de volledig nieuw in te richten delen van het Koggepark in het Willemskwartier en Hanze-oost. Daarmee krijgen ook deze delen al vanaf het begin een even volwassen uitstraling wat helpt in het realiseren van het Koggepark als continue structuur door de hele Spoorzone. Deze bomen zijn door hun standplaats in het trottoir van de Koggeplaan vermoedelijk nog goed verplantbaar. Bovendien wordt daarmee in het Hanzekwartier een losser plantverband gerealiseerd dat beter aansluit op het beoogde parkachtige beeld dat daar wordt nagestreefd. Bewegen en ontmoeten Het Koggepark is een ontspannen groene ruimte, die optimaal is ingericht voor de fietser en voetganger.

Een continue wandeling door een groenblauw netwerk is mogelijk. In het park zijn beweegaanleidingen (trappen, muurtjes e.d.) die (ook) gebruikt kunnen worden om te sporten. Het water is bereikbaar en langs de oever zijn mogelijkheden om te zitten.

75

Cruciale knopen: Koggetunnel en spoorbrug Voor het goed functioneren en de ruimtelijke continuïteit van het Koggepark is de landschappelijke en verkeerskundige inpassing van de spoortunnel in het westen en de spoorbrug in het oosten cruciaal. In beide gevallen loopt het park zo maximaal mogelijk door en wordt er gewerkt met glooiende groene hellingen in combinatie met hellingbanen en trappen in het groen. Verzachten van de oevers Het verzachten van de stenige oevers langs het Koggepark is een aparte ontwerpopgave. Er kan daarbij gedacht worden aan drijvende vooroevers of het (deels) aanpassen van kademuren zodat ze geschikt worden voor muurvegetatie. Bij voorkeur wordt dit in samenhang ontworpen met de aansluitende oeverdelen rondom het Hanzekwartier zodat er een maximale ecologische en ruimtelijke samenhang wordt bereikt.

Zie voor een verdere duiding van de doelstelling en ontwerp opgave van het Koggepark: ‘Visie Koggepark: in zes stappen naar een nieuwe groenstructuur in de Spoorzone’, gem. Zwolle, 2022.

Verzachten van de oevers

Een groene wandel- en fietsroute

Twee waterpleinen

Voorzie de harde kades van vooroevers, cassetes met

Laat de doorgaande fietsroute opgaan in een landschap

Publiek programma en de stap naar het water wordt

ruimte voor muurbeplanting of een bloemrijke oever-

van vaste planten en grassen waardoor het parkbeeld

op twee plekken geconcentreerd; het wat bescheidener

rand om het harde beeld te verzachten.

de drager is van het beeld en niet het verkeer.

‘waterbalkon’ op de kop van het Lübeckplein en het grootse ‘waterplein’ op de kop van het Hanzekwartier

Koggepark Kralensnoer van sferen 76

lurelui

HUB KOGGELAAN

Parkachtige inpassing knoop met de Spoorbrug

Een familie van bruggen

Een aantrekkelijke verbinding onder het spoor door

De overgang van maaiveld naar de verhoogde spoorbrug

De bruggen in het Koggepark maken onderdeel uit van

Maak een royale, overzichtelijke en goed gedetailleerde

vindt plaats in het Koggepark waarbij het park op een

het beeldverhaal van de Hanzesingels. Een reeks auto-

tunnel onder het spoor door. Zorg dat het groene beeld

natuurlijke manier mee omhoog loopt.

nome bruggen, geinspireerd op het stalen vakwerk-

van het Koggepark tot aan de tunnel doorloopt en dat

beeld van de historische Baileybrug die al aanwezig is.

de groene wereld aan de andere kant al zichtbaar is. Ook verticaal groen op gebouwen en tunnelwanden kan daar bij helpen

77

nodigt uit

kunst langs het Engelenpad

78

14. Engelenpad Verbeeldt, verbindt, stroomt en klatert, verzacht, interacteert, wordt herkend en nodigt uit Connectie met het landschap Het Engelenpad verbindt de binnenstad met de Spoorzone en het IJssellandschap; noord-zuid. Daarnaast is het pad bedoeld om de mentale afstand van de Windesheim campus en de (binnen)stad te verkleinen door de stedelijkheid vanuit de stationsomgeving door te zetten over de IJsselallee tot aan de campus. Het Engelenpad is nadrukkelijk niet alleen een route. Het is een zone waarin zich allerlei bijzondere belevingen aandienen. Dat kan direct naast de feitelijke route zijn maar ook in de buurt ervan. Het Engelenpad is daarmee een route die zich vertakt, bijvoorbeeld naar het Hallenplein en de Wärtsilä-hal.

Identiteit De ruimtelijke identiteit van het Engelenpad wordt bepaald door de combinatie van de acht principes die zijn vastgelegd in de visie voor het pad. Daarbij is bewust niet gekozen voor een vooraf duidelijk vastgelegde overkoepelend beeldmerk of een autonoom herkenbare route. Dat maakt de identiteit op voorhand lastig grijpbaar. De sturing richt zich daarom eerder op de programmering van de route, het via placemaking aanjagen van de stapsgewijze ontwikkeling van het Engelenpad en niet zozeer op het exacte ruimtelijke beeld.

Ontwerpthema’s en opgaves Kiezen: concentratie van bijzonder programma Niet overal kan het even druk zijn. In de Spoorzone gaan we zuinig om met het ‘verstrooien’ van bijzonder publiek programma in gebouwen en de openbare ruimte (denk aan horeca, culturele publieksfuncties, beeldende kunst etc.). Omdat het succes van het Engelenpad valt of staat bij een levendige en bijzonder ingerich-

te openbare ruimte willen we bijzonder programma juist hier concentreren. Bij voorkeur verspreid langs de gehele route maar in ieder geval op de volgende bijzondere plekken: • Aankomstplein Passerelle: ontvangstruimte (welkom in de Spoorzone), kunst, cultuur, ruig en vernieuwend, water op het plein. • Rode halplein: plein op de kop van de Rode hal, verblijf, ontmoeting, relatie met horeca in de Rode Hal, groen plein met inpassing gele gashuisje, water op het plein. • Oever Hanzesingel/ Strandje: zonnige verblijfsplek aan het water, stadsstrandje, buitenruimte onderwijsinstelling, relaxed, spelen en sporten, ontmoeting. • Hanzeplein: plein aan het water als hart van de Spoorzone, kruising Koggepark en Engelenpad, reuring, ontmoeten, koele plek in het hart van de spoorzone. • Bruggenhoofd Spoorzone: sporten, bewegen, ontmoeten op een plein op hoogte, publiek avondprogramma in aangrenzende gebouwen. Visitekaartje van de Spoorzone aan de IJsselallee. Interactie met water Hanzesingel. • Bruggenhoofd Windesheim: Hoogteverschillen als ontwerpaanleiding. Interactie en visitekaartje van de campus aan de overzijde IJsselallee. Stromen en klateren: water als terugkerend ontwerpelement Water is een centraal en soms theatraal element in de inrichting en het verhaal van het Engelenpad. De manier waarop dit op elke plek vorm krijgt wordt op voorhand niet vastgelegd.

Wel dat er gereageerd wordt op de verschillende aanleidingen die zich langs de route voortdoen. Water krijgt in ieder geval een prominente rol in het ontwerp van de aanlanding van de Passerelle en het

79

aansluitende Rode halplein, het Hanzeplein en het bruggenhoofd vanuit de spoorzone aan de Hanzeallee. Ruimte voor bijzondere bomen In de Spoorzone wordt consequent toegewerkt naar een gevarieerder, inheems beplantingsassortiment waardoor het gebied wint aan ecologische betekenis en samenhang. Voor de zone direct langs het Engelenpad wordt echter ruimte geboden om hier (deels) van af te wijken zodat de route of specifieke plekken ook in het beplantingsbeeld verbijzonderd kunnen worden. Wel wordt ook hier gestreefd naar een maximale biodiversiteit door bij voorkeur bomen toe te passen die als waard- en drachtboom kunnen functioneren. Verlichting en beeldende kunst Meer dan elders in de Spoorzone vormt verlichting en beeldende kunst een essentieel onderdeel van de ontwerpopgave om de ‘geest van het Engelenpad’ te vangen. Dat kan in de vorm van autonome objecten die permanent of tijdelijk aan de route worden toegevoegd maar ook geïntegreerd in de architectuur en het interieur van de aangrenzende gebouwen.

Zie voor een verdere duiding van de doelstelling en ontwerp opgave van het Engelenpad: ‘Het Engelenpad: levensader van nieuwe stedelijkheid’, gem. Zwolle, zomer 2023

Stromen en klateren

Wisselende beleving

Concentratiepunt van bijzonder programma

Creëer levendigheid, interactie, verrassing met water

Zorg ervoor dat het Engelenpad meekleurt op het ritme

De plekken waar het Engelenpad zich verknoopt met de

in al zijn vormen en vertel zo het verhaal van het

van dag en nacht en de seizoenen en zo steeds op een

omgeving zijn de plekken waar we bijzonder (cultureel)

Engelenpad.

andere manier verrast.

programma concenteren. Dat kan in permanente vorm zijn maar ook in de vorm van tijdelijke installaties.

Engelenpad Verbeeldt, verbindt, stroomt en klatert, verzacht, interacteert, wordt herkend en nodigt uit 80

De overgang naar het landschap

Brug als onderdeel van het Engelenpad

De stap over de IJsselallee vormt een samenhangende

De brug over de IJsselallee is meer dan een functionele

ontwerpopgave waarbij de hoogstedelijke Spoorzone

verbinding. Het laat ook iets zien van de werelden die

aan de ene zijde van de IJsselallee overgaat naar de

het Engelenpad verbindt: stad en landschap. Dat wil

groene ontspannen Windesheimcampus aan de andere

niet zeggen dat de brug een opvallend icoon moet zijn.

zijde. Maak dat voelbaar in de manier hoe de brug

Wel dat de brug betekenisvol is op stadsniveau.

aansluit op het maaiveld.

81

82

15. Stationscarré, Lübeckplein, District Z, Hanzehoven Connectie met het landschap Het Stationscarré bestaat uit de beide stationspleinen en de verbindende structuren: de Passerelle en de voetgangerstunnel. In het ontwikkelkader wordt ingezet om hier ‘District Z’ te realiseren. Het meest hoogstedelijke deel van de Spoorzone waar de bezoeker welkom wordt geheten in Zwolle en in de Spoorzone. Juist hier laat de Spoorzone zich op haar best zien en komen alle kwaliteiten van het DNA samen; groen, verbonden met het landschap, innovatief en levendig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6a7cb71e-4f99-44da-b6e6-133689904d13