CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024 – 2030

Raad Besluitvormingsronde 6 oktober 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ondertekening Schone Lucht Akkoord;42.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Het RIVM stelt een keer in de twee jaar een monitoringsrapportage op over de ontwikkeling van de concentraties en het bereiken van de doelen uit het SLA. Hier is voor gekozen om aan te sluiten bij de luchtramingen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die ook tweejaarlijks verschijnen. De Stuurgroep stelt deze rapportage vast. Daarna wordt de rapportage door IenW aan de Tweede Kamer verzonden. De eerste rapportage is in 2022 gepubliceerd en de tweede in 2024.

Rijkswaterstaat Leefomgeving verzorgt de overkoepelende rapportage op basis van de geleverde input. Deze rapportage beschrijft de (vaste en aanvullende) maatregelen en pilots en de fase van uitvoering per maatregel of pilot. De Stuurgroep neemt de rapportage in ontvangst en bespreekt of er, op basis van de bevindingen, aanvullende activiteiten nodig zijn om eventuele knelpunten op te lossen of kansen te benutten. In de loop van het jaar sluiten nieuwe partijen aan bij het SLA. Alleen partijen die zich vóór januari van het afgelopen jaar hebben aangesloten bij het SLA, zijn verplicht een uitvoeringsplan in te dienen. Bijvoorbeeld als een partij zich in augustus 2024 bij het Akkoord aansluit, is deze niet verplicht om een uitvoeringsplan in te dienen tot maart 2026. Partijen mogen dit uiteraard eerder doen op vrijwillige basis. De individuele gemeenten en provincies leveren elk een eigen uitvoeringsplan aan, ook als ze de uitvoering van het SLA (deels) in regionale samenwerking oppakken. Bij samenwerking worden de gezamenlijke maatregelen dus in elk uitvoeringsplan van de samenwerkende deelnemers opgenomen. Het format voor de uitvoeringsplannen wordt regelmatig onderhouden en waar nodig geactualiseerd om betere informatie van de deelnemers op te halen en om beter inzicht te krijgen in voortgang, omvang of bereik van maatregelen.

Deze informatie helpt thematrekkers en het Rijk om zicht te houden op de uitvoering van het SLA. Trekker

Alle SLA-deelnemers voor hun eigen uitvoeringsplan; Rijkswaterstaat Leefomgeving voor de overkoepelende rapportage. RIVM, themagroepen.

Overige stakeholders Planning Elk jaar op 1 maart: gemeenten, provincies en de Rijksoverheid leveren hun uitvoeringsplan in. Elk najaar: Rijkswaterstaat rapporteert over de voortgang van maatregelen zoals in de ingediende plannen opgenomen. Beoogd effect Zicht op de voortgang van de uitvoering van maatregelen en signalering van eventuele knelpunten en kansen.

22 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

De rapportage bevat de volgende onderdelen: • Rapportage van de emissies: emissies op landelijk niveau per sector van in ieder geval fijnstof (PM10 en PM2,5) en van NO2 voor het peiljaar van 2016, en een prognose voor 2030. • Rapportage van de luchtkwaliteit: concentraties op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau van de stoffen PM10, PM2,5 en NO2 voor het peiljaar van 2016 en een prognose voor 2030. Daarbij wordt ook gekeken naar het halen van de WHO-advieswaarden (uit 2005 en uit 2021) voor luchtverontreinigende stoffen in 2030 en de waarden in de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn. • Rapportage van de gezondheidseffecten: landelijke, provinciale en gemeentelijke gemiddelde gezondheidswinst en de voortgang ten opzichte van de doelstelling (landelijk gemiddeld 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016) voor 2030. Deze winst wordt uitgedrukt in levensduurverlenging in maanden en verloren levensjaren (YLL). In het SLA zijn geen doelstellingen voor gezondheidswinst voor gemeenten en provincies afzonderlijk opgenomen. • Uitsplitsing van de emissies, concentraties en relatieve bijdragen aan gezondheidseffecten naar de sectoren industrie, (weg)verkeer, mobiele werktuigen, landbouw, binnenvaart en havens, consumenten (houtstook), zeescheepvaart en visserij, handel, diensten, overheid (HDO) en bouw en luchtvaart van en naar Nederlandse luchthavens.

Daarbij wordt vermeld of de dalende trend in de sectoren wordt gerealiseerd en of het SLA op koers ligt om de streefdoelen per sector te behalen. Deelnemers aan het SLA leveren elke twee jaar tussen maart en eind mei gegevens over verkeer en veehouderij aan in de monitoringstool. Dit zijn gegevens over het gepasseerde jaar en ook een prognose over 2030. Dit is dezelfde monitoringstool als die voor de luchtkwaliteitsmonitoring onder de Omgevingswet wordt gebruikt, namelijk het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). SLAdeelnemers die deze gegevens al aanleveren voor de monitoring van de luchtkwaliteit onder de Omgevingswet, hoeven deze gegevens dus niet dubbel aan te leveren. De

SLA-deelnemers worden elke twee jaar meegenomen in de monitoringscyclus en bijbehorende procesafspraken. Eind mei sluit de monitoringstool en gaat het RIVM rekenen. Voor de monitoring van de luchtkwaliteit en de concentraties van luchtverontreinigende stoffen gebruikt het RIVM de Grootschalige Concentratiekaart Nederland (GCNkaart). Deze geeft de concentraties van PM10, PM2,5 en NO2 in vakken van 1 km2 weer. Deze gegevens vult het RIVM (voor zover beschikbaar) aan met verkeersgegevens om op een hoger detailniveau te kunnen rekenen. Trekker RIVM Overige Deelnemende gemeenten, provincies, stakeholders ministerie van IenW en Rijkswaterstaat, PBL. Planning Elke twee jaar wordt berekend over het doelbereik van het SLA: 2021, 2023, 2025, 2027, 2029. Vanwege (onvoorziene) omstandigheden lukt het niet altijd om de rapportage in hetzelfde jaar aan te leveren. Beoogd effect Zicht op ontwikkeling van emissies en gezondheidseffecten en toetsing of de doelstellingen van het SLA binnen bereik zijn of dat aanvullende activiteiten gewenst zijn.

Doorontwikkeling van de gezondheidsindicator Door wetenschappelijke en technische ontwikkelingen zal de huidige gezondheidsindicator achterhaald raken als deze niet wordt geactualiseerd. Gedurende de looptijd van het Akkoord zal het RIVM met het ministerie van IenW en de themagroep monitoring bespreken of er behoefte is aan verdere actualisatie en zo ja, hoe deze vorm moet krijgen. Te denken valt aan de volgende ontwikkelingen: • Ook andere zichtjaren dan 2030 gebruiken, bijvoorbeeld 2035 en 2040. • Andere luchtverontreinigende componenten gebruiken, bijvoorbeeld ultrafijnstof, roet/elementair koolstof en PAKs. • Verder verfijnen van de GCN-kaart naar bijvoorbeeld 250 x 250 m2 voor die bronnen waarvoor meer specifieke informatie over emissies op dat schaalniveau bekend is. • Een module ontwikkelen om gegevens over houtstook, mobiele werktuigen, binnenvaart en havens en aanvullende gegevens voor de industrie en landbouw toe te voegen voor de berekeningen van de luchtkwaliteit op hoger detailniveau dan GCN (1 km2). • Verder verfijnen van de prognoses: rekenen met klimaatscenario’s, verfijnen van de demografie, meer rekening houden met structuurwijzigingen in Nederland 23 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

(zoals wijken van het gas af, bijbouwen van 1 miljoen woningen). • Verbeteren van overige gegevens die nodig zijn voor nauwkeurige inschattingen, zoals de uitvoeringspraktijk en daadwerkelijke emissie(reductie)s. RIVM onderneemt deze verfijningen vaak om de emissieregistratie te verbeteren. De themagroep kennisagenda speelt ook een rol in het ophalen van signalen van gebrek aan gegevens en het bemoedigen van aanvullend onderzoek om de monitoring te verfijnen.

Tools om emissies, concentraties en gezondheidseffecten van luchtvervuiling in te schatten Er zijn meerdere tools om informatie te verkrijgen over de luchtkwaliteit en de effecten daarvan op gezondheid. De tools die op dit moment gebruikt worden zijn: • GCN-tool; • GGD rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid; • Beleidsondersteuning Lokale Gezondheidsberekeningen (BLG). Deze tools zijn op elkaar afgestemd en zijn geactualiseerd in samenhang met de doorontwikkeling van de gezondheidsindicator van het RIVM (die de voortgangsmeting van het SLA berekent). Tijdens de loop van het Akkoord bespreken het Rijk, het RIVM, en de themagroep monitoring hoe deze tools worden gebruikt, hoe ze verder kunnen of moeten worden ontwikkeld en of er andere tools nodig zijn.

Evaluatie en herijking uitvoeringsagenda De Stuurgroep bespreekt jaarlijks de voortgang van de uitvoering van vaste maatregelen, pilots en aanvullende maatregelen aan de hand van de daartoe opgestelde rapportage. Als het nodig en wenselijk is, doet de werkgroep voorstellen aan de Stuurgroep voor herijking van de uitvoeringsagenda. Als blijkt dat een of meer SLA-deelnemers geen uitvoeringsplan inleveren of maatregelen niet uitvoeren, dan bespreekt de Stuurgroep dit met de betreffende deelnemers. Op basis van de doorrekening van de effecten op de luchtkwaliteit en de gezondheidseffecten evalueren SLA-deelnemers of de partijen op koers liggen om de doelen uit artikel 1 van het SLA te halen. Is dit niet het geval, dan voegen SLA-deelnemers maatregelen toe aan de uitvoeringsagenda of aan de eigen uitvoeringsplannen. Besluiten partijen dat een wijziging van de afspraken uit het akkoord zelf noodzakelijk is, dan is toestemming van de deelnemers nodig.

Het Schone Lucht Akkoord loopt tot en met 2030. Uiterlijk in 2030 spreekt de Stuurgroep af wat voor evaluatie plaats gaat vinden over de doeltreffendheid van het Akkoord, of de doelen uiteindelijk daadwerkelijk zijn gehaald en wat het Akkoord heeft opgeleverd. Te denken valt aan beleidsdoorlichting, een onafhankelijk onderzoek na afloop en/of een wetenschappelijke studie of laatste voortgangsmeting van het RIVM over de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten in 2030 t.o.v. 2016. Artikel 12. Rapportage 1. Partijen leveren noodzakelijke input voor het opstellen van de rapportage met de gezondheidsindicator luchtkwaliteit van het RIVM over het bereiken van de doelen zoals benoemd in artikel 1. De Stuurgroep stelt deze rapportage vast en de Rijksoverheid informeert de Tweede Kamer. 2. Naar aanleiding van de jaarlijkse monitoring van de voortgang zoals genoemd in artikel 11, rapporteren Partijen jaarlijks over de voortgang van de uitvoering van de uitvoeringsagenda en de decentrale uitvoeringsplannen. De Rijksoverheid ondersteunt Partijen bij het aanleveren van gegevens ten behoeve van de rapportage. 4. Partijen werken nadere rapportageafspraken uit en leggen deze voor aan de Stuurgroep. De Rijksoverheid neemt daarbij het initiatief.

24 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Artikel 13. Evaluatie en herziening 1. Als bij de jaarlijkse rapportage aan de Stuurgroep, bedoeld in artikel 11.1.a, blijkt dat Partijen niet aan de afspraken over de uitvoeringsagenda en de decentrale uitvoeringsplannen voldoen, bespreekt de Stuurgroep dit met de betreffende Partijen. 2. Op basis van de resultaten van de monitoring die ten minste eens in de drie jaar plaatsvindt, bedoeld in artikel 12, evalueren Partijen of de doelen, zoals benoemd in artikel 1, gehaald worden. Als uit de monitoring met de gezondheidsindicator luchtkwaliteit blijkt dat extra inzet nodig is om de doelen te bereiken, voegen partijen maatregelen toe aan de uitvoeringsagenda, de uitvoeringsplannen en waar nodig aan het Schone Lucht Akkoord.

Trekker

De Stuurgroep van het SLA is verantwoordelijk voor de evaluatie en het doen van voorstellen voor herijking. Alle deelnemers aan het SLA.

Overige stakeholders Planning Jaarlijkse evaluatie van de voortgang van de maatregelen, en elke twee jaar evaluatie van het doelbereik (in 2025, 2027, 2029). Beoogd effect Borgen van de voortgang van de uitvoering van maatregelen en het doelbereik.

5 Hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen De gezondheidsschade van luchtverontreiniging is niet overal in Nederland even groot. Dat heeft verschillende oorzaken: • In sommige gebieden zijn de concentraties luchtvervuiling hoger dan op andere plekken; • Het aantal mensen dat wordt blootgesteld is met name in binnenstedelijke gebieden groter dan in het buitengebied; • Sommige mensen zijn gevoeliger voor de negatieve effecten van luchtverontreiniging, zoals kinderen, ouderen en mensen met gezondheidsklachten (bijvoorbeeld longpatiënten en mensen met hart- en vaatziekten). Met het Schone Lucht Akkoord (SLA) wordt nadrukkelijk rekening gehouden met blootstelling aan luchtvervuiling en niet alleen puur de concentraties. Hierdoor krijgen hoogblootgestelde gebieden en hooggevoelige groepen meer aandacht. In het SLA is daarom afgesproken dat, naast de generieke aanpak, een aanpak wordt uitgewerkt voor hoogblootgestelde gebieden en voor hooggevoelige groepen. De Gezondheidsraad heeft dit in 2018 ook geadviseerd.5 Dit is niet nieuw. Een aantal grotere gemeenten heeft al langere tijd beleid gericht op relatief hoogblootgestelde locaties of kwetsbare bestemmingen. Bestaande initiatieven worden bij de aanpak betrokken.

5

Gezondheidsraad (2018) Gezondheidswinst door schonere lucht.

25 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Ontwikkelingen tot 2024 In 2022 en 2023 zijn er pilots in hoogblootgestelde gebieden uitgevoerd om te verkennen welke aanvullende maatregelen de hoge concentraties omlaag kunnen brengen. De belangrijkste bron varieerde binnen de pilots van industrie, tot binnenhaven en wegverkeer. Er was ook een pilotgebied met een relatief lage blootstelling dat in gevaar kan komen door toekomstige ontwikkelingen. De uitkomsten van de pilots vormden de basis voor één aanpak die SLA-partijen moeten uitvoeren, ook voor landbouw als bron. In 2023 is het advies Bescherming hooggevoelige groepen uitgebracht, over beleid voor gevoelige functies, locaties waar hooggevoelige groepen zoals kinderen en ouderen langdurig blijven. Het gaat om afstand houden tot bronnen van luchtvervuiling. Dit advies is de invulling van de vaste maatregel over dit onderwerp in het Akkoord. SLA-partijen zijn dus verplicht om het advies over te nemen en hiervoor beleid in te voeren. De themagroep stimuleert en ondersteunt hierbij.

1 Hoogblootgestelde gebieden Artikel 4. Algemene afspraken en verplichtingen 1. Gebiedsgerichte aanpak hoogblootgestelde locaties: De Rijksoverheid faciliteert de uitwerking van een gebiedsgerichte aanpak voor hoogblootgestelde locaties. De Rijksoverheid faciliteert onder andere het opstellen van een gebiedsanalyse gericht op definiëring van hoogblootgestelde locaties, mogelijke aanpak en wijze waarop samenwerking tussen Rijk en/of provincie en gemeente mogelijk is om gezondheidswinst te bereiken. Partijen nemen naar aanleiding hiervan initiatieven tot aanvullend beleid, binnen hun eigen taken en bevoegdheden en werken zo nodig samen als de inspanningen en de bronnen daarom vragen.

Trekker Overige stakeholders Planning

Ministerie van IenW en RIVM. Gemeenten, provincies met hoogblootgestelde gebieden en GGD. 2024: Vier pilots zijn afgerond en de resultaten zijn gepubliceerd. De resultaten van de pilots worden verwerkt tot één aanpak die SLA-partijen moeten uitvoeren, waar het van toepassing is. Beoogd effect Vermindering van de negatieve gezondheidseffecten met een gebiedsgerichte aanpak in gebieden met een hoge blootstelling.

2 Hooggevoelige groepen Artikel 4. Algemene afspraken en verplichtingen 2. De Rijksoverheid werkt samen met Partijen een aanpak uit om de negatieve gezondheidseffecten bij hooggevoelige groepen te beperken. Deze richt zich onder andere op gevoelige bestemmingenbeleid. Partijen nemen naar aanleiding hiervan initiatieven tot aanvullend beleid, binnen hun eigen taken en bevoegdheden en werken zo nodig samen als de inspanningen en de bronnen daarom vragen.

RIVM heeft in 2021 een eerste analyse uitgebracht van hoogblootgestelde gebieden in Nederland.6 Het gaat hierbij om binnenstedelijke gebieden met veel verkeer en gebieden met hoge blootstelling vanuit landbouw, scheepvaart, houtstook of industrie. Vaak gaat het ook om gebieden waar verschillende bronnen samenkomen. Uit de analyse van het RIVM blijkt dat het vanuit gezondheidskundig oogpunt niet mogelijk is om een objectief onderscheid te maken tussen hoog- en niet-hoogblootgestelde gebieden. Uit gezondheidskundig oogpunt is vrijwel heel Nederland hoogblootgesteld; dit inzicht wordt onderstreept door de nieuwe WHO-advieswaarden. In 2022 zijn vier pilots gestart om dit onderwerp verder uit te zoeken (wat maakt een gebied hoogblootgesteld?) en om te verkennen welke aanvullende maatregelen doeltreffend zouden kunnen zijn om de hoge blootstelling omlaag te brengen. Het ging over een pilot in de IJmond (over een complex industrieel gebied), een pilot in Tilburg (met een binnenhaven en binnenstedelijke blootstelling), een pilot in Utrecht (met veel wegverkeer en andere binnenstedelijke bronnen) en een pilot in Eemshaven (met relatief lage blootstelling die eventueel in gevaar komt door toekomstige ontwikkelingen). Begin 2024 zijn de pilots afgerond en worden de resultaten van de pilots verwerkt tot één aanpak die SLA-partijen moeten uitvoeren waar het van toepassing is.

Het streven is om deze aanpak eind 2024 uit te brengen. Hier wordt ook rekening gehouden met hoge blootstelling in landbouwgebieden, ook al was er geen landbouw-specifieke pilot.

Artikel 9. Stuurgroep 4. De Stuurgroep bewaakt de doelen van het Schone Lucht Akkoord en draagt deze uit. Hiertoe kan de Stuurgroep Partijen adviseren over en aanspreken op de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. Daarnaast voert de Stuurgroep de taken uit die Partijen haar opdragen, waaronder: […] d. Opstellen aanpak om gezondheidseffecten bij hooggevoelige groepen te beperken. In januari 2023 is een advies Bescherming hooggevoelige groepen uitgebracht.7 Het advies gaat in op de stappen die SLA-partijen, vooral gemeenten, kunnen nemen om zogenoemde gevoelige functies (locaties waar hooggevoelige groepen zoals kinderen en ouderen langdurig blijven) te beschermen. Het gaat hier voornamelijk om afstand houden tot bronnen van luchtvervuiling. Het advies noemt geadviseerde afstanden tussen drukke wegen en gevoelige bestemmingen van de GGD’en.8

7 6

RIVM (2021) Methode voor het bepalen van hoogblootgestelde gebieden in Nederland.

26 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

8

SLA (2023) Advies beschermingen hoogggevoelige groepen. Academische Werkplaats Gezonde Leefomgeving (2022) Wegverkeer en gevoelige bestemmingen in relatie tot luchtkwaliteit.

Het advies is door de Stuurgroep vastgesteld en wordt beschouwd als de invulling van de desbetreffende maatregel in Artikel 4 van het Akkoord. SLA-partijen zijn dus verplicht om het advies over te nemen. Dat betekent dat zij beleid voor het beschermen van gevoelige bestemmingen moeten invoeren. Elke gemeente mag dat beleid zelf invullen, afhankelijk van de lokale situatie en het ambitieniveau. De themagroep werkt aan het stimuleren en ondersteunen van de SLA-partijen om beleid voor bescherming gevoelige groepen in te voeren. Ook niet-SLA-partijen worden aangemoedigd dergelijk beleid te ontwikkelen. De themagroep houdt bij hoe het advies wordt uitgevoerd door SLA-partijen en spreekt partijen aan die het advies (nog) niet uitvoeren.

Piekconcentraties en de luchtkwaliteitsindex Piekconcentraties treden op wanneer de concentraties van luchtvervuilende stoffen tijdelijk verhoogd zijn. Terwijl veel van het luchtkwaliteitsbeleid gericht is op jaargemiddelde blootstelling, kunnen tijdelijke pieken ook negatieve gezondheidseffecten veroorzaken. In Artikel 5 van het Akkoord staat, “De Rijksoverheid onderzoekt als onderdeel van deze kennisagenda het effect van piekconcentraties op de gezondheidsklachten en het welzijn van hooggevoelige groepen en onderzoekt welke maatregelen mogelijk zijn om piekconcentraties te verminderen en wat de effectiviteit van deze maatregelen is.”

27 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

RIVM gaat dit onderzoek in 2024 uitbrengen samen met een update van de wetenschappelijke inzichten die ten grondslag liggen aan de nieuwe WHO-advieswaarden. Bij hoge piekconcentraties kan iedereen gezondheidseffecten ondervinden van een slechte luchtkwaliteit. Voor zulke tijdelijke pieken kan een luchtkwaliteitsindex handvatten bieden. Een luchtkwaliteitsindex geeft de actuele luchtkwaliteit weer mét handelingsadviezen voor mensen in die omgeving. Er bestaat al een Nederlandse Luchtkwaliteitsindex (LKI). In 2023 heeft het RIVM een start gemaakt met een evaluatie en mogelijke herziening van deze LKI. Eén doel van de herziening is om de LKI te actualiseren op basis van de recentste wetenschappelijke inzichten. Ook wil het RIVM zorgen dat de handelingsadviezen begrijpelijk en onderbouwd zijn voor de doelgroep. Daarbij wil het RIVM de behoefte van potentiële gebruikers goed begrijpen. Naar verwachting wordt in 2024 de verkenning van de LKIherziening afgerond. Ook is de evaluatie van de handelingsadviezen dan gereed en is de behoefte van potentiële gebruikers in kaart gebracht. De LKI is dan te vinden op atlasleefomgeving.nl en luchtmeetnet.nl. De European Environment Agency gaat de Europese luchtkwaliteitsindex (Air Quality Index) actualiseren.

Het RIVM neemt deel aan de Europese werkgroep, die mee gaat denken over deze actualisatie, en brengt hun ervaringen met de Nederlandse LKI daar in.

6 Mobiliteit

Het wegverkeer droeg in 2016 gemiddeld voor 32% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. Voor het wegverkeer zet de Rijksoverheid in op een verdere aanscherping van de Europese emissie-eisen voor voertuigen en een verdere verbetering van de monitoring en het toezicht in Nederland. Bijvoorbeeld met het emissiemeetprogramma van TNO. Daarnaast leveren maatregelen uit het Klimaatakkoord, waaronder elektrificatie, lokaal beleid voor het stimuleren van schone en actieve mobiliteit, nul-emissie-stadslogistiek, en de werkgeversaanpak een belangrijke bijdrage aan schone lucht, vooral op de langere termijn. In steden kunnen lokaal verkeer- en parkeerbeleid, het stimuleren van het gebruik van de fiets, schoon openbaar vervoer en de ruimtelijke inrichting aanzienlijke emissiereducties en gezondheidswinst opleveren. Ook hebben (auto)belastingen grote invloed op de samenstelling van het wagenpark en de luchtemissies.

28 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Ontwikkelingen tot 2024 Voor het thema mobiliteit is het doel 70% emissiereductie in 2030 ten opzichte van 2016. In de periode tot 2024 lag het zwaartepunt op het verduurzamen van voertuigen en brandstoffen. Bij de nieuwverkoop van personenauto’s en gemotoriseerde tweewielers komt de ingroei van elektrische voertuigen op stoom; tegelijk neemt de leeftijd van de vloot toe en groeit de omvang van het wagenpark en de auto’s zelf. Verder lijken de jaren van verplicht thuiswerken deels een structureel effect te hebben op meer thuiswerken. De invoering van de rapportageplicht werkgebonden vervoer per juli 2024 geeft een blijvende impuls voor werkgevers om te sturen op duurzamer reisgedrag. De invoering van de ZE-zones voor stadslogistiek in een aantal steden in 2025-2026 geeft een stevige impuls voor vergroening van bedrijfswagens. Daarnaast is bij (her)ontwikkeling van nieuwbouwwijken toenemende aandacht voor autoluw ontwerp en actieve mobiliteit (zgn. STOMP). In bestaande wijken wordt verandering stapsgewijs gerealiseerd door verbetering van fietsinfrastructuur, ruimte voor lopen en verlaging van maximum snelheid van 50 naar 30km/u. Voor veel gemeenten vormen inmiddels andere beleidsdoelen dan luchtkwaliteit (klimaatbeleid, verkeersveiligheid) de belangrijkste motivatie voor mobiliteitsmaatregelen.

1 Gezondheidsdoelen in verkeersen vervoersplannen en regionale mobiliteitsprogramma’s 1a Verkeers- en vervoersplannen en regionale mobiliteitsprogramma’s SLA-maatregel 1 Mobiliteit Partijen streven ernaar gezondheidsdoelen voor schonere lucht op te nemen in relevante verkeers- en vervoersplannen.

SLA-maatregel 3 Mobiliteit Partijen nemen de gezondheidsdoelen uit dit akkoord mee in de uitwerking van Regionale Mobiliteitsprogramma’s.

Door gezondheidsdoelen voor schonere lucht op te nemen als (neven)doel voor verkeers- en vervoersplannen worden de plannen geoptimaliseerd op gezondheid. De nadruk ligt op grotere plannen met een mogelijk substantiële invloed op verkeersemissies en gezondheidseffecten. Dit geldt in het bijzonder voor de regionale mobiliteitsstrategieën waarin de maatregelen uit het Klimaatakkoord voor mobiliteit worden uitgewerkt. Op het niveau van de Rijksoverheid is in de ‘Schets Mobiliteit naar 2040: veilig, robuust, duurzaam’ een passage opgenomen over het Schone Lucht Akkoord (SLA) en daarin zijn de gezondheidsdoelen beschreven. Dit geldt ook voor de Nationale Omgevingsvisie. Trekker

Alle SLA-deelnemers; provincies voor de Regionale Mobiliteitsprogramma’s. Overige Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging stakeholders van Nederlandse Gemeenten (VNG). Planning De afspraak geldt doorlopend voor het opstellen van nieuwe plannen en het herzien van bestaande plannen. Beoogd effect Meer aandacht voor gezondheid in verkeersen vervoersplannen en regionale mobiliteitsplannen, waardoor gezondheid betrokken wordt bij de afweging voor nieuwe ontwikkelingen. Delen van kennis en ervaringen.

29 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

1b

Gezondheidseffecten bij effectstudies SLA-maatregel 4 Mobiliteit De Rijksoverheid verkent in samenwerking met gemeenten en provincies de mogelijkheden om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies te berekenen bij effectstudies voor projecten waarvan een mogelijk substantieel effect wordt verwacht. Hierbij worden bestaande instrumenten betrokken.

Trekker Rijksoverheid. Overige RIVM, provincies en gemeenten en GGD-en. stakeholders Planning Doorlopend. Beoogd effect Gezondheid beter meewegen in de afweging bij (infrastructuur)projecten.

2 Verduurzaming eigen voertuigen en transportdiensten SLA-maatregel 2 Mobiliteit Partijen nemen gezondheidsdoelen, in de vorm van emissie-eisen, op in hun eigen inkoop van voertuigen en transportdiensten en waar mogelijk in de vergunningen voor bedrijven en relevante activiteiten. De Rijksoverheid faciliteert dit via de maatschappelijk verantwoord inkoop (MVI) criteria voor duurzame inkoop en aanbesteding. Ambitie is, in aanvulling op de afspraken uit het Klimaatakkoord, zo snel mogelijk de inzet van (oudere) dieselvoertuigen te beëindigen en schone alternatieven te stimuleren. Uiterlijk in 2020 maken partijen afspraken over de concrete eisen en criteria in de gunningen en nadere afspraken over de periodieke aanscherping in de periode naar 2030. Operationeel materieel in beheer bij de krijgsmacht is hiervan uitgezonderd.

Sinds 2021 geldt voor aanbestedende diensten de Regeling bevordering schone wegvoertuigen. Doel van de regeling is om de markt voor schone en energie-efficiënte voertuigen via publieke inkoop te bevorderen. De regeling verplicht aanbestedende diensten om bij Europese aanbestedingen voor wegvoertuigen, en diensten waarbij voertuigen worden ingezet zoals vuilnisdienst of post, te voldoen aan een minimumpercentage van schone en emissievrije wegvoertuigen. De regeling maakt onderscheid tussen lichte en zware wegvoertuigen. De minimumpercentages zijn gekoppeld aan aankopen in twee referentieperioden: tot en met 2025 en 2026-2030.

Daarnaast nemen Rijksoverheid, gemeenten en provincies vanaf 2021 in aanbestedingen van voertuigen en transportdiensten aanbestedingseisen en gunningscriteria op die minimaal vergelijkbaar zijn met de MVI-criteria. De Rijksoverheid herijkt periodiek de MVI-criteria-tool. Voorafgaand aan het vaststellen van de MVI-criteria vindt afstemming plaats met bedrijfsleven, kennispartijen en milieu- en/of gezondheidsorganisaties. Deze herijking vindt iedere circa anderhalf jaar opnieuw plaats. Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) is sinds 2022 de opvolger van het eerdere Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI).

3 Voertuigemissies 3a Nieuwe Roetfiltertest SLA-maatregel 5 Mobiliteit De Rijksoverheid voert voor dieselauto’s een nieuwe roetfiltertest in op basis van aantal roetdeeltjes in de Algemene Periodieke Keuring (APK). Hiermee worden geen nieuwe of aanvullende eisen voor auto’s ingevoerd, maar dient ertoe om de bestaande regels beter te handhaven. Streefdatum hiervoor is 2021. Vooruitlopend hierop worden roetfiltertesten uitgevoerd bij wegkantinspecties door de politie. Daarnaast loopt onderzoek naar de verhoogde NOx-uitstoot van oudere benzineauto’s met slecht functionerende katalysator. De Rijksoverheid gaat onderzoek doen naar een nieuwe emissietest in de APK voor controle van katalysatoren van benzineauto’s, die ertoe dient om bestaande regels beter te handhaven. Streefdatum voor eventuele invoering van deze test is 2024.

De nieuwe APK-test voor controle van roetfilters van dieselauto’s is met ingang van 1 januari 2023 ingevoerd. Nederland behoort hiermee wereldwijd tot de eerste landen, die tot de invoering van een effectieve roetfiltercontrole in de APK zijn overgegaan. De nieuwe test kan bij ongeveer 7000 APK-bedrijven worden gedaan. Jaarlijks worden 1 à 1,2 miljoen roetfiltercontroles uitgevoerd. Zo'n 98.000 auto's zijn niet geslaagd voor de nieuwe roetfiltertest. In de brief van 15 mei 2023 (Vergaderjaar 2022–2022, 31 305 Mobiliteitsbeleid, Nr. 252) is de Tweede Kamer geïnformeerd dat TNO onderzoek doet naar eventuele mogelijkheden om in de APK de emissies van benzineauto’s beter te kunnen controleren. Mogelijkheden zijn onder meer: herinvoering in de APK van een zo mogelijk verbeterde emissietest voor controle van benzineauto’s met driewegkataly30 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

satoren én intensivering van het markttoezicht op de verkoop van vervangingskatalysatoren voor benzineauto’s. TNO onderzoekt hoe een verbeterde APK-emissietest voor benzineauto’s er precies uit kan zien en welk NOx-reductieeffect hiermee te realiseren is. Trekker Rijksoverheid. Overige RDW, autobranche. stakeholders Planning 1 juli 2022: ingangsdatum nieuwe APK-test. Beoogd effect Het structurele langetermijneffect van de nieuwe APK-test wordt geschat op een reductie van de fijnstofuitstoot van 121 ton per jaar. 3b Voorkomen defecte en gemanipuleerde AdBlue-systemen SLA-maatregel 6 Mobiliteit De Rijksoverheid gaat onderzoek doen naar de mate waarin in Nederland bij vrachtwagens defecte en gemanipuleerde AdBlue systemen voorkomen. Zo nodig worden in samenwerking met de politie en/of inspectie nieuwe test- en/of toezichtmethoden ontwikkeld voor controle van AdBlue manipulatie bij vrachtwagens.

AdBlue systemen verminderen bij goed functioneren de emissie van NOx bij voertuigen naar de lucht. De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) onderzoekt wat de beste manier voor handhaving is en maakt hiervoor een risicoanalyse. De belangrijkste onzekerheden in de effectschatting zitten in de effectiviteit van de handhaving en de huidige omvang van de manipulatie. De ILT gaat een nulmeting uitvoeren en gaat inventariseren hoe de naleving het beste te bevorderen is, zodat dit een bijdrage oplevert aan de emissiereductie van NOx. Deze stappen worden in gang gezet als vanuit het ministerie van IenW (duidelijkheid over) een wettelijke basis voor handhaving is gefaciliteerd. Trekker Rijksoverheid. Overige ILT. stakeholders Planning 2023 – 2030. Beoogd effect Handhaving van bronbeleid, zodat dieselvoertuigen in de praktijk daadwerkelijk minder schadelijke stoffen uitstoten.

3c Wet vrachtwagenheffing SLA-maatregel 8 Mobiliteit De Rijksoverheid streeft ernaar, zoals afgesproken in het regeerakkoord, in 2023 een vrachtwagenheffing in te voeren waarbij het tarief wordt gedifferentieerd naar Euroklasse en gewicht van het voertuig. De nettoopbrengsten vloeien terug naar de vervoerssector voor verduurzaming en innovatie, waaronder het beperken van de uitstoot van fijnstof en NOx en het versnellen van de invoering van niet-fossiel rijden.

Met het gedeeltelijk in werking treden van de Wet vrachtwagenheffing ging op 1 januari 2023 de realisatie van het heffingssysteem van start. Dit betekent dat de benodigde organisatie wordt ingericht en verschillende aanbestedingen zullen plaatsvinden. Op basis van de huidige inzichten zal de vrachtwagenheffing in 2026 starten. Parallel aan de voorbereiding van de realisatie van de vrachtwagenheffing wordt gewerkt aan het meerjarenprogramma voor innovatie en verduurzaming van de vervoerssector. Dit meerjarenprogramma bevat een pakket van subsidiemaatregelen die vanuit de netto-opbrengsten van de vrachtwagenheffing te financieren zijn, de zogenaamde ‘terugsluis’. Uit een in 2023 uitgevoerde effectstudie blijkt dat dit, afhankelijk van het type maatregelen die straks worden vastgesteld, tot ongeveer 17.400 extra emissieloze vrachtwagens in 2030 leidt. Dit leidt tot 0,9 Mton minder CO2-uitstoot en ongeveer 5.100 ton minder stikstofuitstoot. Nog voor de start van de vrachtwagenheffing moet de Wet vrachtwagenheffing gewijzigd worden om de herziene Europese richtlijn voor het in rekening brengen van het gebruik van wegeninfrastructuur aan voertuigen (Eurovignetrichtlijn) te implementeren. De tarieven moeten gedifferentieerd worden naar de CO2-emissieklasse van het voertuig. Uitgangspunt is een maximale korting voor zeroemissievoertuigen.

Uit een in 2023 uitgevoerde effectstudie blijkt dat de aangepaste tarieven zorgen voor een extra reductie van de CO2-uitstoot met 0,4 Mton per jaar in 2030 (t.o.v. de oude tarieven), een extra reductie van schadelijke stikstofemissies van 1.100 ton en een kleine afname in de groei van fijnstofemissies. Trekker Rijksoverheid. Overige Bedrijfsleven en overige stakeholders stakeholders (via programma vrachtwagenheffing). Planning 2026: invoering vrachtwagenheffing. Beoogd effect Emissiereductie door efficiëntere logistiek en versnelde ingroei schonere en emissieloze voertuigen.

31 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

3d Autobelastingen SLA-maatregel 9 Mobiliteit De Rijksoverheid onderzoekt mogelijkheden voor het verder reduceren van negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies bij de vormgeving van de autobelastingen.

Momenteel worden de subsidies voor tweedehands elektrische personenauto’s (de SEPP) geëvalueerd. Hierin worden de effecten van deze regelingen op de milieu- en klimaatdoelen meegenomen. Trekker Rijksoverheid. Overige Gemeenten, provincies, autobranche/ stakeholders vlootbeheerders, GGD-en. Planning Doorlopend. Beoogd effect Gezondheidseffecten van luchtemissies bij de vormgeving van autobelastingen in kaart brengen.

4 Internationaal bronbeleid SLA-maatregel 7 Mobiliteit De Rijksoverheid zet zich actief in voor verdere aanscherping van de Europese normstelling voor auto’s, vrachtauto’s en brommers. Voorzieningen voor het blijvend voldoen aan de normen, zoals bij het wegvervoer zijn daarbij een belangrijk aandachtspunt. De Rijksoverheid gaat een actieve bijdrage leveren aan het tot stand brengen van post Euro-6/VI emissienormen door de Europese Commissie. Ter onderbouwing hiervan wordt het emissiemeetprogramma voor auto’s voortgezet.

De Rijksoverheid zet zich actief in op verdere aanscherping van de Europese normstelling voor auto’s, vrachtauto’s en brommers. Voorzieningen voor het blijvend voldoen aan de normen, zoals bij het wegvervoer zijn daarbij een belangrijk aandachtspunt. Zo heeft de Rijksoverheid een actieve bijdrage geleverd aan het tot stand brengen van de nieuwe emissienorm Euro 7. Deze emissienorm geldt voor nieuwe personenauto’s, lichte bedrijfsvoertuigen en zware bedrijfsvoertuigen zoals vrachtauto’s en bussen. Aanscherpen van Europese emissienormen (bronbeleid) is de meest effectieve manier om de emissies in mobiliteit verder te laten dalen. De norm zal voor lichte voertuigen vanaf 29 november 2026 in werking treden en voor zware voertuigen vanaf 29 mei 2028. Vanaf 1 juni 2028 worden daaraan geleidelijk eisen aan de slijtage-emissies van banden toegevoegd. Vanaf 2030 gelden er ook grenswaarden voor de emissie van remdeeltjes. Trekker Rijksoverheid. Overige Onder meer Europese Commissie. stakeholders Planning Doorlopend. Beoogd effect Strenger bronbeleid waardoor snellere verschoning van vervoer optreedt.

32 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

7 Mobiele werktuigen

Mobiele werktuigen zoals bouwmachines, veegwagens, aggregaten en landbouwwerktuigen dragen ondanks hun beperkte aantal voor 11% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. In het SLA werken partijen samen om zo snel mogelijk de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en met een hoge stikstofdioxide-emissie te beëindigen en om de transitie naar emissieloze mobiele werktuigen naar 2030 te versnellen. Streefdoel uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) is om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies (NO2 en fijnstof ) van mobiele werktuigen in 2030 met minimaal 75% te hebben verminderd ten opzichte van 2016. Daarom wordt gestreefd naar onder meer emissieloze bouwlogistiek en het gebruik van zero- en lage emissie mobiele werktuigen in de stad. Ook is de afspraak gemaakt om met medeoverheden in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair te werken (werktuigen, materiaalketens) en dit (zo mogelijk gestandaardiseerd) uit te vragen in aanbestedingen. Nog steeds is een aanzienlijk deel van de mobiele werktuigen met dieselmotor niet voorzien van een effectief roetfilter. Bij oudere machines komen veel NOx-emissies vrij. Bij moderne machines met na-geschakelde technieken (zoals SCR-katalysatoren) komen veel NOx-emissies vrij als deze langere tijd stationair draaien of als deze technieken niet goed functioneren.

In de periode tot 2030 is belangrijke 33 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

gezondheidswinst te behalen door zo snel als mogelijk, haalbaar en betaalbaar de uitstoot van deze vervuilende mobiele werktuigen te reduceren.

Ontwikkelingen tot 2024 Er zijn belangrijke stappen gezet. Vanaf 2023 is het programma Schoon Emissieloos Bouwen in samenwerking met het SLA gestart. Met ongeveer een miljard aan middelen wordt tot aan minimaal 2030 gewerkt aan schone en zero-emissiebouwplaatsen, en het verduurzamen van het bouwtransport van en naar de bouwlocatie. Naast de subsidieregeling SEB (voor de aanschaf van en de ombouw naar emissieloze bouwwerktuigen en bouwvaartuigen door bouwbedrijven) is vanaf 2024 een subsidie beschikbaar voor overheden (SpUk – SEB). De routekaart naar emissieloze werktuigen is gepubliceerd (maatregel 2) en de MVI-criteria (Maatschappelijk Verantwoord Inkopen) zijn aangescherpt (maatregel 3). Voor het opnemen van duurzaamheidseisen in aanbestedingen van overheden (maatregel 4) is een leidraad gepubliceerd. Meerdere pilots zijn gestart en deze geven inzicht in de praktische uitvoerbaarheid en controlemogelijkheden voor de naleving van de emissie-eisen bij aanbestedingen. Hiermee is een aanzienlijk deel van de maatregelen uitgevoerd en/of in uitvoering. De opgave is om de mobiele

werktuigen buiten de bouw optimaal mee te nemen in de transitie naar elektrificatie. Kennisuitwisseling hoe te sturen op emissie-eisen, controle op naleving van de emissieeisen en een Europese aanpak krijgen binnen het Schone Lucht Akkoord blijvende aandacht.

Samenhang met ander rijksbeleid en stakeholderinitiatieven Behalve in het SLA wordt ook vanuit het Klimaatakkoord, de strategie ‘Naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfrastructuurprojecten’ (KCI) en de stikstofaanpak voor natuurdoelen, gewerkt aan het terugdringen van emissies van mobiele werktuigen. Er is veel overlap en synergie tussen deze trajecten. Op het terrein van mobiele werktuigen lopen diverse initiatieven die door stakeholders zijn gestart, zoals De Groene Koers; Emissieloos Netwerk Infra; Buyersgroup; Mobiele Werktuigen PIANOo; Greendeal Duurzaam GWW; Convenant Reinigingsvoertuigen (voertuigen voor de reiniging van openbare ruimte vallen onder de scope van mobiele voertuigen). Het SLA maakt deze ontwikkelingen inzichtelijk en zorgt voor kennisuitwisseling.

Schoon en Emissieloos Bouwen en overige Mobiele Werktuigen Het programma SEB (schoon en emissieloos bouwen) is door het Rijk in samenhang met het Klimaatakkoord en de stikstofaanpak gestart. Voor de overige mobiele werktuigen (dus buiten de bouw) wordt een soortgelijke samenhangende aanpak voorgesteld. Vanuit het Schone Lucht Akkoord is in samenwerking met het programma SEB onderzocht hoe een bredere toepassing van de afspraken uit dit convenant voor mobiele werktuigen buiten de bouw mogelijk is. Dat wil zeggen: mobiele werktuigen in havens, op industrieterreinen, voor land- en bosbouw, groenonderhoud, stadsreiniging, koeling van transport e.d. De uitkomsten worden verwerkt in deze hernieuwde uitvoeringsagenda.

34 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord 1 en 2 Routekaart naar emissieloze mobiele werktuigen SLA-maatregel 1 Mobiele werktuigen Partijen streven ernaar om zo snel mogelijk de inzet van (oudere) diesel mobiele werktuigen te beëindigen en schone alternatieven te stimuleren. Ambitie daarbij is om zo snel mogelijk de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en hoge stikstofdioxide emissie te beëindigen en het groeipad naar 0-emissie mobiele werktuigen naar 2030 te versnellen. Doordat partijen dezelfde standaarden hanteren, en door een langere termijnperspectief te bieden, ontstaat een gelijk speelveld en wordt zekerheid geboden aan marktpartijen om te investeren in schonere en 0-emissie mobiele werktuigen.

SLA-maatregel 2 Mobiele werktuigen De Rijksoverheid onderzoekt in samenwerking met Partijen hoe een ingroeipad (‘routekaart’) voor schone en 0-emissie bouwmaterieel eruit kan zien en publiceert de resultaten in 2020. Dit onderzoek kijkt naar de mogelijkheden, knelpunten en randvoorwaarden om schoner of zero emissie te werken en naar de manieren waarop overheden (Rijk en decentrale overheden) hieraan kunnen bijdragen zoals aanbestedingsbeleid, regelgeving of faciliterend. Hierbij wordt zo mogelijk aansluiting gezocht bij de versnelling die in het kader van de stikstofaanpak plaatsvindt. Onderzocht wordt of vanaf 2022 de toepassing van dieselmaterieel zonder roetfilter in de bebouwde kom kan worden beëindigd en hoe verdergaande emissiereductie in de aanbestedingen gestimuleerd kan worden.

Doel

Het startpunt voor de aanbestedingen bij SLA-deelnemers is dat bij alle nieuwe aanbestedingen voor mobiele werktuigen een ambitieniveau wordt gevraagd dat minimaal overeenkomt met de MVI-criteria. De grootste winst is te behalen door samen met medeoverheden en de markt een strategie voor de langere termijn vast te stellen om de inzet van mobiele werktuigen stapsgewijs te verschonen. Daarbij gaat het om het zo snel mogelijk beëindigen van de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en met een hoge stikstofdioxideemissie en het versnellen van de ingroei van emissieloze mobiele werktuigen. Doordat alle SLA-deelnemers dezelfde

standaarden hanteren, ontstaat een gelijk speelveld en wordt er zekerheid geboden aan marktpartijen voor investering in schonere en emissieloze mobiele werktuigen. Uitvoering tot nu toe

In de routekaart SEB en het bijbehorende convenant SEB komen de beleidsdoelen voor luchtkwaliteit en gezondheid, natuur en klimaat samen voor wat betreft mobiele werktuigen in de bouwsector. In de SLA-themagroep mobiele werktuigen hebben partijen vanuit het luchtkwaliteits- en gezondheidsperspectief input gegeven aan routekaart en convenant. Door de gekozen emissie-eisen in de routekaart SEB worden vanaf 2028 mobiele (bouw)werktuigen zonder roetfilter geweerd. Zo worden geleidelijk alle mobiele werktuigen (ook voor het gebruik buiten de bouw) schoner en uiteindelijk zero-emissie. Onderzocht is hoe de toepassing van dieselmaterieel zonder roetfilter in de bebouwde kom te beëindigen is en in aanbestedingen verdergaande emissiereductie te realiseren is. Mede uit onderzoek door de gemeente Utrecht blijkt dat het verbieden van vervuilende mobiele werktuigen onder de Omgevingswet een optie is. Dit vergt nog nader onderzoek. Dit is mede door het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet vertraagd. Trekker

Het Rijk (het ministerie van IenW) in samenwerking met de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Overige Ministeries van BZK en EZK, Rijkswaterstaat, Stakeholders Rijksvastgoedbedrijf, bedrijfsleven (bouwbedrijven, materiaalleveranciers, etc.) en kennispartijen. Planning 2024 en verder: toepassing van afspraken in routekaart en convenant SEB. Beoogd effect Minder emissies door beëindigen van de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en versnellen van het ingroeipad van emissieloze mobiele werktuigen. En specifiek minder emissies in de bebouwde kom.

35 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

3 Contracteren en handhaven Afspraken over gunningscriteria in aanbestedingen SLA-maatregel 3 Mobiele werktuigen Partijen maken uiterlijk in 2020 afspraken over concrete eisen en gunningscriteria in de aanbestedingen en maken nadere afspraken over de periodieke aanscherping van de eisen en gunningscriteria in de periode naar 2030. De Rijksoverheid neemt de eisen en gunningscriteria op in de MVI-criteria zoals gepubliceerd op de website van PIANOo en communiceert daarbij de afspraken. Zo kunnen (markt)partijen zich voorbereiden op toekomstige aanscherping van de criteria.

Doel

Onderdeel van de routekaart SEB, zoals beschreven in maatregel 2, is de stapsgewijze aanscherping van gunningscriteria in aanbestedingen. Op basis hiervan worden de MVIcriteria aangepast (zie MVI-criteria-tool). Uitvoering tot nu toe

De Rijksoverheid heeft minimumeisen en gunningscriteria voor mobiele werktuigen opgenomen in de MVI-criteriatool in de productgroepen “mobiele werktuigen, handwerktuigen, zware voertuigen en vaartuigen” (zie MVI-criteria-tool). Daarin staat ook het ingroeipad naar 2030. De periodieke aanscherping van deze eisen en gunningscriteria wordt medio 2024 gepubliceerd. Trekker

Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, deelnemende gemeenten en provincies uit de werkgroep Contracteren en handhaven. Overige Ministeries van BZK en EZK, bedrijfsleven, stakeholders kennispartijen en milieu- en gezondheidsorganisaties. Planning Periodiek: herijking van de MVI-criteria-tool door de Rijksoverheid. Rijk, gemeenten en provincies scherpen periodiek de eisen en gunningscriteria aan in de periode naar 2030 volgens de afspraken in de routekaart voor schoon en emissieloos bouwen. Een soortgelijke aanpak geldt voor de overige mobiele werktuigen. Beoogd effect Emissiereductie door het stimuleren van schonere mobiele werktuigen voor eigen materieel en voor relevante werken (grond-, weg- en waterbouw, groen, bouw, etc.) en het bieden van duidelijkheid aan de markt door vroegtijdig toekomstige stappen te communiceren.

4 Aanbestedingen voor (bouw) projecten voor mobiele werktuigen SLA-maatregel 4 Mobiele werktuigen Partijen nemen de geformuleerde eisen en stimulerende bepalingen op in aanbestedingen voor (bouw) projecten voor mobiele werktuigen. Indien gewenst, bijvoorbeeld voor hoogblootgestelde gebieden, kunnen partijen kiezen voor een verdergaande ambitie.

Doel

Vanuit het aanbestedingstraject richting uitvoerders hebben de Rijksoverheid, provincies en gemeenten een belangrijke invloed op de inzet van duurzamere mobiele werktuigen. De afspraken richten zich op bouwmachines, materieel voor groenbeheer, aggregaten voor bijvoorbeeld bronbemaling en festivals, koelvoorzieningen in het wegvervoer en speciale voertuigen die onder de categorie mobiele werktuigen vallen. Gemeenten en provincies hebben al veel inzicht in, en ervaring met, aanbesteding en uitvoering van projecten gericht op het verduurzamen van mobiele werktuigen. Afspraak uit het Schone Lucht Akkoord is dat alle deelnemers voor aanschaf van materieel en aanbesteding van werken minimaal de eisen en stimulerende bepalingen zoals geformuleerd in maatregel 3 overnemen. Waar wenselijk kunnen partijen verdergaande ambitie opnemen. Bijvoorbeeld voor de inzet van elektrisch materieel, ambitieuzere emissienormen (Stage IV of schoner) nabij stikstofgevoelige natuur, in hoog belast stedelijk gebied of nabij kwetsbare bestemmingen.

De SEB-aanpak werkt door voor overige mobiele werktuigen. SEB is sinds 2023 in uitvoering. Trekker Overige stakeholders Planning

Toepassing door alle SLA-deelnemers. Bedrijfsleven, initiatieven vanuit klimaaten stikstofbeleid. Doorlopend: Rijksoverheid, gemeenten en provincies nemen in aanbestedingen waarbij mobiele werktuigen worden ingezet, aanbestedingseisen en gunningscriteria op uit de routekaart SEB en voor overige mobiele eisen die minimaal vergelijkbaar zijn met de MVI-criteria. Beoogd effect Voorbeeldfunctie vanuit overheden voor hun eigen inkoop, stimulans van het versneld verschonen van het materieelpark en ingroei van emissieloos materieel.

5 Onderzoek naar mogelijkheden voor omgevingsvergunningen en milieuzones SLA-maatregel 5 Mobiele werktuigen Partijen onderzoeken, in overleg met betrokken (markt)partijen, de mogelijkheden en effecten van het opnemen van emissie-eisen in omgevingsvergunningen en milieuzones ten behoeve van stedelijke en in het bijzonder hoogblootgestelde gebieden voor mobiele werktuigen die worden ingezet, onder andere voor de logistiek, evenementen, groenbeheer, infra- en bouwwerken.

Uitvoering tot nu toe

Diverse gemeenten hebben pilots uitgevoerd in SpUk-SLA om de mogelijkheden te verkennen en toe te passen om emissies van eerdergenoemde werktuigen te reduceren. De uitkomsten van deze pilots geven een beeld in praktische uitvoerbaarheid en handhavingsmogelijkheden bij aanbestedingen. De uitkomsten van deze pilots worden actief gedeeld via het SLA en de SEB website. Door de gemaakte afspraken in de routekaart en het convenant SEB is de verwachting dat steeds meer medeoverheden duurzaamheidseisen zullen stellen bij aanbestedingen. Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen gebruik maken van twee vormen van ondersteuning: financieel via een nieuwe specifieke uitkering voor schoon en emissieloos bouwen en met expertise en advies om de maatregelen uit het convenant in de eigen organisatie door te voeren. Zie ook de leidraad schoon en emissieloos bouwen in aanbestedingen van CROW.

36 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Doel

In twee pilots (Amsterdam en Utrecht) zijn de mogelijkheden onderzocht om luchtkwaliteitseisen op te nemen in (omgevings)vergunningen en milieuzones. Uitvoering tot nu toe

De eerste pilot is in 2020-2021 uitgevoerd in AmsterdamWest: via de Algemene Plaatselijke Verordening werden vervuilende dieselaggregaten in de pilot verboden. De regelgeving richtte zich op dieselaggregaten tussen 19 en 37 kW, die het meest toegepast werden in het gebied. De minimumeis was Stage V, en om een verschuiving naar benzineaggregaten te ontmoedigen moesten deze tenminste 10 kW vermogen hebben. Gemeente Utrecht heeft de juridische haalbaarheid onderzocht van verplichting van een minimale emissienorm via omgevingsvergunningen in plannen rond bereikbaarheid,

leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC). Dit blijkt in principe mogelijk, maar er is nader onderzoek nodig om effecten op woningbouw (mogelijke vertraging door gebrek aan materieel) en op handhaving in te schatten. De resultaten worden ingebracht in en afgestemd met SEB en gedeeld voor een bredere toepassing in andere gemeenten, onder andere via de SLA-website.

zicht op de praktijkemissies. Daarnaast is de wens om te kunnen controleren of het ingezette materieel voldoet aan criteria in aanbestedingen, vergunningen en gebiedsbepalingen. Door het veelal ontbreken van een kenteken, kan de controle niet plaatsvinden zoals dat bij het wegverkeer wel het geval is. Uitvoering tot nu toe

De meeste mobiele werktuigen hebben geen kenteken, waardoor het moeilijk is om deze binnen de huidige wet- en regelgeving te weren uit bepaalde gebieden. Om een milieuzone voor vervuilende mobiele werktuigen mogelijk te maken moet daarom naar andere controlemanieren worden gezocht. Met het invoeren van de Omgevingswet komt hier mogelijk meer ruimte voor. Trekker

Gemeente Amsterdam en gemeente Utrecht. Overige Bedrijfsleven, andere (SLA-)gemeenten en stakeholders provincies, het ministerie van IenW. Planning 2024: voortzetting onderzoeken en delen van resultaten met andere SLAondertekenaars. Bekeken wordt of de aanpak toepasbaar is voor andere gemeenten en of aanvullend onderzoek, aanvullende maatregelen en andere pilots nodig zijn. Beoogd effect Emissiereductie, met name in gebieden met hogere blootstelling, door het opnemen van emissie-eisen of andere bepalingen in vergunningen of milieuzones.

6 Handhaven en keuringssystematiek SLA-maatregel 6 Mobiele werktuigen De Rijksoverheid onderzoekt in samenwerking met Partijen de mogelijkheden om de emissie eisen in de praktijk te handhaven en ontwikkelen indien nodig een keuringsystematiek voor toezicht en controle op de naleving van aanbestedingseisen voor schonere mobiele werktuigen. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van een vrijwillige roetfiltertest en NOx monitoring, bijvoorbeeld in de vorm van (vrijwillige) APK-emissiekeuring voor mobiele werktuigen en naar de mogelijkheden om luchtemissies op te nemen in de systematiek en certificering van de CO2 prestatieladder.

Doel

Door de invoering van emissie-eisen (stagenormen) worden nieuwe mobiele werktuigen steeds schoner. Een zorgpunt hierbij is of deze werktuigen in de praktijk ook blijvend voldoen aan de emissienormen. Er is nog onvoldoende

37 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Handhaving van vergunningen en gebiedsbepalingen blijkt in de praktijk lastig. Mogelijk dat de nieuwe Omgevingswet hier aanknopingspunten biedt. Daarom richten de afspraken in het convenant SEB zich op controle op de naleving bij het toepassen van emissie-eisen in aanbestedingen. In het SEB-convenant is afgesproken dat opdrachtgevers er bij aanbestedingen op toe zien dat afspraken in contracten over de inzet en emissies van materieel op de bouwlocatie en het bouwtransport (van en naar de bouwlocatie) in de praktijk worden nageleefd. De Rijksoverheid onderzoekt in overleg met partijen de mogelijkheden om bij openbare aanbestedingen en vergunningverlening de inzet en emissies van materieel van, naar en op de bouwlocatie in de praktijk beter te controleren. Hierbij is onder meer aandacht voor de administratieve lasten (zie onderzoek CROW).

Bij het onderzoek naar de mogelijkheden om emissie-eisen na te leven, plus de daarbij behorende keuringssystematiek, worden de volgende onderdelen betrokken: • Identificatie en vaststelling stagenorm van de ingezette machines; • Registratie per bouwplaats van de ingezette mobiele werktuigen (via een web-based monitoringtool); • Registratie totaal diesel- en stroomverbruik; • Monitoring positie, snelheid en machines aan/uit door uitlezing op afstand via software en hardware in werktuigen; • Periodieke controle roetfilter en SCR-katalysator; • Registratie individueel AdBlue en dieselverbruik; • Monitoring NOx-concentratie met NOx-sensor door uitlezing op afstand via software en hardware in werktuigen. De Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO) heeft in 2023 in opdracht van IenW een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar invoering van een controle-aanpak gebaseerd op een ladder, enigszins vergelijkbaar met de CO2-Prestatieladder. Resultaat van het onderzoek is dat invoering van een controle-aanpak met een daaraan gekoppeld certificeringssysteem voor bedrijven goed uitvoerbaar is. Met een certificering van bouwbedrijven hoeven opdrachtgevers niet langer zelf te controleren of aan de gestelde eisen wordt voldaan. Dit wordt gewaarborgd doordat een bouwbedrijf volgens de ladder gecertificeerd is.

Het SKAO-rapport van dit onderzoek is op 9 januari 2024 openbaar gemaakt: Haalbaarheidsonderzoek Inzet- en emissiecontroleladder en Kennisbank SEB.

De gemeenten Rotterdam, Amsterdam, Arnhem en de provincie Gelderland hebben pilots uitgevoerd met als focusgebied monitoring en handhaving (zie Mobiele werktuigen). Trekker

Ministerie van IenW, de gemeenten Rotterdam, Amsterdam en Arnhem en de provincie Gelderland. Overige Rijkswaterstaat, BMWT (brancheorganisatie stakeholders van importeurs en leveranciers in bouw- en transportmaterieel), bouwbedrijven, kennisinstellingen. Planning In de hernieuwde uitvoeringsagenda is extra aandacht nodig voor opleidingen voor naleving van emissie-eisen. Beoogd effect Het borgen van de effectiviteit van maatregelen gericht op het verduurzamen van mobiele werktuigen en het blijvend voldoen aan emissienormen.

7 Internationale inzet SLA-maatregel 7 Mobiele werktuigen De Rijksoverheid zet zich actief in voor verdere aanscherping van de Europese normstelling ten aanzien van luchtvervuilende emissies voor mobiele werktuigen. Voorzieningen voor het blijvend voldoen aan de normen zijn daarin een belangrijk aandachtspunt.

Trekker Ministerie van IenW/ Duurzame Mobiliteit. Overige Nader te bepalen. stakeholders Planning Op korte termijn is er geen moment om nieuwe stage-normen vast te stellen. Na de onderhandelingen over nieuwe EURO-7/VII normen zal er ook aandacht zijn voor mobiele werktuigen. De uitkomst is onzeker. De Rijksoverheid bespreekt met de Europese Commissie de wenselijkheid en mogelijkheden voor het instellen van CO2normen voor mobiele werktuigen, waarmee (ook) het aandeel elektrische mobiele werktuigen versneld vergroot zal worden. Beoogd effect Emissiereductie door versnelde ingroei van emissieloos materieel als gevolg van CO2normen en door aanscherping van de Europese emissie-eisen (Stage-normen) en bepalingen voor het blijvend voldoen aan de normen.

38 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

8 Industrie

Ontwikkelingen tot 2024 Voor het thema Industrie is het doel om de groei van de industrie te ontkoppelen met de groei van uitstoot. Hiervoor is een aantal maatregelen ingesteld, waaronder het aanscherpen van Rijksregels, een internationale inzet en het scherp vergunnen. De aangescherpte eisen zijn in werking getreden op 1 januari 2024. Internationaal hebben we ons ingezet bij de herziening van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) en de Richtlijn Luchtkwaliteit en blijft er een continue inzet bij de BREF-herzieningen. BREF staat voor BBT-referentiedocument en BBT staat voor beste beschikbare technieken. Het scherp vergunnen betekent het vergunnen aan de onderkant van de BREF-range. De BREFrange geeft richting voor vergunningverleners. Tot 2024 lag de nadruk op het ontwikkelen van hulpmiddelen, het opnemen van het uitgangspunt van scherp vergunnen in provinciaal beleid, en het organiseren van opleidingen voor omgevingsdiensten. Dit alles om vergunningverleners zo goed mogelijk in positie te brengen om realistisch, maar ook zo laag mogelijke emissiegrenswaarden te vergunnen. Daarnaast komt in de herziene Richtlijn Industriële Emissies het principe van scherp vergunnen ook terug. Samen met een verplichting voor bedrijfsleven om na te gaan welke lage eis haalbaar is. Dat gaat allemaal helpen om de industrie schoner te maken en bij te dragen aan gezondheidswinst.

39 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Verder helpen ook klimaat- en stikstofbeleid de lucht schoner te maken. Een voorbeeld is de Maatwerkaanpak verduurzaming industrie, die primair is gericht op het reduceren van broeikasgassen van grote uitstoters, maar waarbij ook wordt gekeken naar verlaging van luchtverontreinigende emissies. Ander aanverwant beleid is de Actieagenda Industrie en Omwonenden die in maart 2024 aan de Tweede Kamer is voorgelegd. Deze actieagenda is een uitwerking van aanbevelingen om de leefomgeving schoner te maken, uit het onderzoek 'Industrie en Omwonenden' van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. En daarnaast is er ook het Interbestuurlijk programma VTH, dat gericht is op het versterken van het stelsel VTH.

Maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord Bij de sector industrie kijken Rijk, provincies en gemeenten in de uitvoering van SLA-maatregelen breder dan alleen naar fijnstof, ammoniak en stikstofoxiden. Dit omdat ook andere luchtverontreinigende stoffen, die de industrie uitstoot, een belangrijke invloed kunnen hebben op de (lokale) luchtkwaliteit. Emissiereducerende maatregelen in de industrie hebben deels ook een positief effect op de emissiereductie van ultrafijnstof.

Voor de industrie is in het Schone Lucht Akkoord (SLA) een aantal vaste maatregelen opgenomen. Deze zijn hier verder uitgewerkt. Sommige ervan worden uitgevoerd door provincies en gemeenten als bevoegd gezag. Voor andere maatregelen is het Rijk verantwoordelijk. De tien maatregelen laten zich onderverdelen in drie sporen. Spoor 1: Vergunningverlening en handhaving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=cced1291-ae8e-47f8-beac-4893d57219e6