CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024 – 2030

Raad Besluitvormingsronde 6 oktober 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ondertekening Schone Lucht Akkoord;42.951 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024 – 2030

2 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Voorwoord De ambitie in het Schone Lucht Akkoord is helder: elke inwoner in Nederland heeft het recht om schone lucht in te ademen. Samen streven we naar 50% gezondheidswinst door schonere lucht in 2030 ten opzichte van 2016. Als het om onze gezondheid gaat, kan en moet het beter. Te veel mensen in Nederland wonen in vervuilde lucht, waar ze (ernstig) ziek van worden. Mensen die langdurig worden blootgesteld aan luchtverontreiniging verliezen te veel gezonde levensjaren. Deze mensen verdienen een betere bescherming. En dat geldt in het bijzonder voor de kwetsbare groepen met luchtwegaandoeningen, kinderen en ouderen. Gemeenten, provincies en het Rijk werken sinds 2020 aan de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord en hebben inmiddels vele maatregelen genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren. En dat lukt. Alle provincies zijn aangesloten en het aantal deelnemende gemeenten is gegroeid naar meer dan 100. Inmiddels is meer dan de helft van onze inwoners via hun gemeente aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord. We zijn nu bijna halverwege het traject richting 2030 en volgens de doorrekening van het RIVM liggen we op koers om de 50% gezondheidswinst te behalen. Wij willen die goede stappen borgen. Dus blijven we actief monitoren en daar waar nodig nemen we extra maatregelen. Anders halen we de doelen niet.

Ook binnen Europa is men bewust van de schade en de risico’s van een slechte luchtkwaliteit en worden de luchtkwaliteitsnormen aangescherpt. Een grote stap voorwaarts, want vervuilde lucht houdt zich niet aan grenzen.

Vivianne Heijnen

Huib van Essen

3 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Willen we de luchtvervuiling significant en permanent verminderen, dan kan dat alleen met een Europese aanpak. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) streeft naar nog strengere normen, maar in onze visie is deze Europese tussenstap realistisch en haalbaar. We hebben de afgelopen vier jaar stappen gezet waardoor de lucht ook daadwerkelijk schoner wordt. Maar er moet nog steeds heel wat gebeuren. In deze geactualiseerde Uitvoeringsagenda 2024-2030 kunt u dit allemaal lezen. De conclusie is dat we op de goede weg zijn, maar niet mogen verslappen. We moeten blijven zorgen dat de doelen voor 2030 daadwerkelijk worden gehaald en bovendien vooruitkijken naar in hoeverre het haalbaar is om de Nederlandse lucht nog schoner en gezonder te maken. Deze geactualiseerde uitvoeringsagenda neemt ons daarbij aan de hand. Verder blijven we gemeenten stimuleren zich aan te sluiten, ondersteunen we regionale samenwerking en organiseren we kennisbijeenkomsten voor beleidsmakers bij gemeenten en provincies. Deze gezamenlijke aanpak is onze sleutel tot succes: een gezonde leefomgeving en schonere lucht voor al onze inwoners.

De Stuurgroep van het Schone Lucht Akkoord, Vivianne Heijnen, Staatssecretaris van IenW Huib van Essen, Gedeputeerde provincie Utrecht Tobias van Elferen, Wethouder gemeente Nijmegen Bennie Wijnne, Wethouder gemeente Barneveld Eva Oosters, Wethouder gemeente Utrecht

Tobias van Elferen

Bennie Wijnne

Eva Oosters

Samenvatting De Uitvoeringsagenda 2024 -2030 bevat de uitwerking van de maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is een bestuurlijk akkoord uit 2020 voor gemeenten, provincies en het Rijk. Het streven is om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. De doelstelling is 50% gezondheidswinst door schonere lucht in 2030 (ten opzichte van 2016). Deelname is vrijwillig maar niet vrijblijvend. De deelnemende 106 gemeenten, alle 12 provincies en het Rijk hebben zich gecommitteerd aan het uitvoeren van de maatregelen. Gemeenten en provincies voeren tevens lokale aanvullende luchtmaatregelen uit. Deze zijn opgenomen in decentrale uitvoeringsplannen (overzicht: Dashboard SLA). Gezondheid voorop Het SLA richt zich op gezondheidswinst. We kijken daarom niet alleen naar de algemene concentraties van luchtvervuiling, maar ook naar de blootstelling in specifieke gebieden. Plekken dichtbij bronnen of met hogere vervuiling verdienen daarom soms extra aandacht, bijvoorbeeld hoogblootgestelde gebeiden. Tegelijkertijd treden negatieve gezondheidseffecten overal op – zelfs in gebieden die relatief schoon zijn. Elke vermindering van luchtvervuiling is winst. We richten ons op twee luchtverontreinigende stoffen: stikstofdioxide en fijnstof. Dit sluit aan bij het advies van de Gezondheidsraad uit 2018.

Die twee stoffen veroorzaken de meeste gezondheidsschade en de concentraties zijn met binnenlands beleid grotendeels te verminderen. Monitoring Jaarlijks rapporteren alle SLA-deelnemers over de voortgang van de uitvoering van maatregelen en pilots. Dit doen zij om te evalueren of deelnemende partijen met hun doelen op koers liggen of dat herijking van de aanpak nodig of wenselijk is. De doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord worden blijvend gemonitord en tweejaarlijks doorgerekend door het RIVM. Hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen Iedereen lijdt door luchtvervuiling, maar sommige groepen kennen nog hogere risico’s. Dit zijn mensen die in hoogblootgestelde gebieden (plekken met hoge concentraties) wonen of verblijven. En mensen die extra gevoelig zijn voor luchtvervuiling (bijvoorbeeld jongeren, ouderen, mensen met een luchtwegaandoening). Conform het advies van de Gezondheidsraad, wordt er gewerkt aan specifieke aanpakken voor deze groepen. In januari 2023 is het advies bescherming hooggevoelige groepen uitgebracht. Hierin

4 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

staan adviezen om gevoelige functies te beschermen, dit gaat vooral om afstand houden tot luchtvervuilingsbronnen. Dit advies is een verplichte maatregel voor alle deelnemers. De themagroep houdt de uitvoering ervan bij. Mobiliteit De negatieve gezondheidseffecten zijn voor 32% terug te herleiden naar luchtvervuiling door mobiliteit. Vanaf 2021 geldt voor aanbestedende diensten de Regeling bevordering schone wegvoertuigen. Doel van de regeling is om de markt voor schone en energie-efficiënte voertuigen via publieke inkoop te bevorderen. De regeling verplicht aanbestedende diensten om bij Europese aanbestedingen voor wegvoertuigen te voldoen aan een minimumpercentage van schone en emissievrije wegvoertuigen. Daarnaast nemen Rijksoverheid, gemeenten en provincies vanaf 2021 in aanbestedingen voor voertuigen en transportdiensten eisen en gunningscriteria op die minimaal vergelijkbaar zijn met MVOI-criteria voor maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen. Het Rijk herijkt samen met bedrijfsleven, kennispartijen en milieu- en gezondheidsorganisaties iedere anderhalf jaar de MVOI-criteria-tool. Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen zijn machines zoals bouwmachines, aggregaten en overige verbrandingsmotoren die tijdelijk draaien en dus ‘mobiel’ zijn.

Mobiele werktuigen dragen ondanks hun beperkte aantal voor 11% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. SLA-partijen werken samen om de inzet van mobiele werktuigen zonder roetfilter en met een hoge stikstofdioxide-emissie zo snel mogelijk te beëindigen. Én om de transitie naar emissieloze mobiele werktuigen te versnellen. Streefdoel van het SLA is om de negatieve gezondheidseffecten van luchtemissies (NO2 en fijnstof ) van mobiele werktuigen tot 2030 met minimaal 75% te verminderen ten opzichte van 2016. Einddoel: emissieloze bouwlogistiek en zero- en lage emissie mobiele werktuigen in de stad. Ook is afgesproken met medeoverheden om in 2030 zoveel mogelijk klimaatneutraal en circulair te werken en dit uit te vragen in aanbestedingen. In 2023 is het programma Schoon Emissieloos Bouwen (SEB) gestart, dat gericht is op bouwmachines. Het SEB pakt de stikstofuitstoot aan met de realisatie van emissieloze bouwplaatsen. Daarnaast levert het SEB ook gezondheidswinst op, met name in de naaste omgeving van de bouwplaatsen. Opgave: mobiele werktuigen – ook die van buiten de bouw – optimaal meenemen in de transitie naar elektrificatie.

Industrie De sector industrie is verantwoordelijk voor 12% van het gezondheidsverlies door luchtvervuiling. Er zijn tien maatregelen voor de industrie, die binnen drie sporen vallen: vergunningverlening & handhaving, algemene regels (vanuit het Rijk) en internationale inzet. Provincies en gemeenten streven ernaar zo laag en realistisch mogelijk te vergunnen als het gaat om emissies naar de lucht. Het Rijk heeft in het kader van het SLA meerdere emissie-eisen in algemene regels aangepast. Deze zijn op 1 januari 2024 in werking getreden. Verder zet het Rijk zich in voor strenge en realistische emissie-eisen in internationale regelgeving. Houtstook Luchtvervuiling uit woningen levert 14% van de gezondheidsschade uit binnenlandse bronnen. Het overgrote deel hiervan bestaat uit houtrook. De emissiecijfers van het RIVM laten zien dat het aandeel van houtstook in de emissies van primair fijnstof 23% is. Zonder aanvullend beleid neemt de relatieve bijdrage van houtstook van particuliere huishoudens toe. De maatregelen uit het SLA streven naar een daling van luchtemissies ten opzichte van 2016 en daarmee een afname van negatieve gezondheidseffecten. Er is speciale aandacht voor handhaving van overlastsituaties en het creëren van een gezondere leefomgeving voor gevoelige groepen.

De uitstoot van houtkachels wordt binnen het SLA via drie sporen aangepakt: voorlichting & informatie, regelgeving en handhaving. Binnenvaart en havens De binnenvaart draagt zo’n 6% bij aan negatieve gezondheidseffecten van luchtvervuiling uit binnenlandse bronnen. Rond vaarwegen kan dit flink hoger zijn. Het SLA streeft bij de binnenvaart naar een emissiereductie van verontreinigende stoffen van minimaal 35% in 2035 ten opzichte van 2015. Een belangrijk deel van de luchtkwaliteitsverbetering komt door de aanleg van walstroom, met name in havens in stedelijk gebied. In 2030 zullen de meeste ligplaatsen van de Rijksrederij van walstroom zijn voorzien. Het onlangs ingevoerde emissielabel voor de binnenvaart zal verdere uitwerking krijgen de komende periode. Van deelnemende gemeenten en provincies wordt een aanpak verwacht hoe te komen tot een zero emissie binnenhaven. Landbouw De landbouw draagt 11% bij aan de negatieve gezondheidseffecten van binnenlandse bronnen. Dit komt enerzijds door secundair fijnstof via de uitstoot van ammoniak en anderzijds door primair fijnstof, vooral afkomstig van de pluimveehouderij. De emissie van ammoniak komt

5 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

met name uit stallen en door bemesten. Ammoniak speelt ook een grote rol bij de stikstofdepositie in natuurgebieden. Het streven is een reductie van de negatieve gezondheidseffecten van de landbouwemissies van 37% in 2030 ten opzichte van 2016. Er zijn drie sporen van maatregelen om deze reductie te bewerkstelligen: inzet op het toepassen van technieken, aanvullende maatregelen in stallen en instrumenten uit de Omgevingswet. Internationaal luchtbeleid Ongeveer de helft van de Nederlandse gezondheidseffecten van luchtverontreiniging komt uit buitenlandse emissies. Ambitieus internationaal beleid is nodig om ook in het buitenland de emissies te laten dalen. Het gaat daarbij om Europees bronbeleid voor emissies van voertuigen, schepen, mobiele werktuigen, industrie en landbouw én om luchtkwaliteitsbeleid. Dit loopt voornamelijk via de Rijksoverheid, maar gemeenten en provincies hebben mogelijkheden via Europese samenwerkingsverbanden en instituties. De internationale inzet streeft naar een sterke afname van de gezondheidsimpact door buitenlandse emissies van fijnstof en NOx. Participatie en citizen science Voor een complex vraagstuk als luchtkwaliteit is samenwerking tussen overheid, bewoners en organisaties een randvoorwaarde voor succes. Via citizen science worden bewoners in staat gesteld om zelf de luchtkwaliteit te meten.

Hierdoor krijgen zij beter inzicht in de luchtkwaliteit in hun omgeving en de bijdrage hieraan vanuit verschillende bronnen. De data die wordt verzameld via citizen science draagt ook bij aan het versterken en verfijnen van het meetnet. Pilots en cofinanciering De uitvoeringsagenda sluit af met twee bijlagen. Bijlage 1 bevat een overzicht van alle pilots voor 2024. Alleen voor de pilots in deze bijlage is in 2024 cofinanciering via de Specifieke Uitkering aan te vragen. Bijlage 2 schetst de invloed van de SLA-maatregelen op natuur en klimaat. Samenwerking Luchtvervuiling houdt zich niet aan de grenzen van een gemeente, provincie of land. Ook waar de lucht relatief schoon is, is gezondheidswinst te behalen voor de eigen inwoners en voor buurgemeenten. Hoe meer deelnemers, hoe schoner de lucht. Daarom is de inzet gericht op nog meer deelnemers, intensiveren van regionale samenwerking en kennisdeling.

Inhoud Voorwoord – 3 Samenvatting – 4 1

Inleiding – 9 Bouwstenen van de uitvoeringsagenda – 9 Doel uitvoeringsagenda – 10 Afbakening – 10 Leeswijzer – 10

2

Hoe we samenwerken – 11 Stuurgroep – 11 Werkgroep – 11 Themagroepen – 12 SLA brede samenwerking en kennisdeling – 12 Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord (SpUk SLA) – 12 Pilot Regionale Samenwerking – 12 Participatie van stakeholders – 13 Samenhang met andere relevante beleidsdoelen – 13 Toetreden nieuwe deelnemers – 14

3

Hoe we werken aan gezonde lucht voor iedereen en een permanente verbetering van de luchtkwaliteit – 15 Permanente verbetering – 15 Advieswaarden WHO 2021 – 17 Nieuwe EU-richtlijn Luchtkwaliteit – 17 Streefwaarden per thema – 17 Alle luchtkwaliteitswaarden bij elkaar – 18 De stoffen – 18 Kennisagenda – 19

4

Monitoring – 21 Monitoring voortgang van de maatregelen en pilots – 22 Monitoring doelen SLA: luchtkwaliteit en gezondheidsindicator – 22 Doorontwikkeling van de gezondheidsindicator – 23 Tools om emissies, concentraties en gezondheidseffecten van luchtvervuiling in te schatten – 23 Evaluatie en herijking uitvoeringagenda – 23

5

Hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen – 25 Ontwikkelingen tot 2024 – 25 1 Hoogblootgestelde gebieden – 26 2 Hooggevoelige groepen – 26 Piekconcentraties en de luchtkwaliteitsindex – 27

6 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

6

Mobiliteit – 28 Ontwikkelingen tot 2024 – 28 1 Gezondheidsdoelen in verkeersen vervoersplannen en regionale mobiliteitsprogramma’s – 29 2 Verduurzaming eigen voertuigen en transportdiensten – 29 3 Voertuigemissies – 30 4 Internationaal bronbeleid – 32

7

Mobiele werktuigen – 33 Ontwikkelingen tot 2024 – 33 Samenhang met ander rijksbeleid en stakeholderinitiatieven – 34 Schoon en Emissieloos Bouwen en overige Mobiele Werktuigen (MW) – 34 Maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord – 34 1 en 2 R  outekaart naar emissieloze mobiele werktuigen – 34 3 Contracteren en handhaven – 35 4 Aanbestedingen voor (bouw)projecten voor mobiele werktuigen – 36 5 Onderzoek naar mogelijkheden voor omgevingsvergunningen en milieuzones – 36 6 Handhaven en keuringssystematiek – 37 7 Internationale inzet – 38

8

Industrie – 39 Ontwikkelingen tot 2024 – 39 Maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord – 39 Stakeholders – 40 1 Vergunnen (spoor 1) – 40 2 Handhaving: kansen inventariseren en afspraken met ILT (spoor 1) – 41 3 Advisering over toepassen BBT (spoor 1) – 42 4 Actualiseren factsheets reductietechnieken (spoor 1 en 2) – 42 5 Actualiseren algemene regels (spoor 2) – 42 6 Internationale inzet (spoor 3) – 43 Pilot Industrie – 43

9

Houtstook en particuliere huishoudens – 44 Ontwikkelingen tot 2024 – 44 De maatregelen – 45 Stakeholders – 45 1 Voorlichting en informatie (spoor 1) – 45 2 Regelgeving uitstoot (spoor 2) – 47 3 Handhaving houtstook (spoor 3) – 48 4 Pilot Houtrook – 50 5 Informatievoorziening – 51

10 Binnenvaart en havens – 52 Ontwikkelingen tot 2024 – 52 1 Realiseren van walstroomvoorzieningen – 53 2 Gebruik walstroom en verduurzaming binnenvaart – 54 3 Gunningscriteria bij aanbesteding van infrastructurele werkzaamheden – 55 4 Stimuleren van elektrificatie van de eigen vloot als launching customer – 55 5 Gunningscriteria bij veerdiensten, watertaxi’s en pleziervaart – 55 6 EU-fonds stimulering schone motoren – 56 7 Duurzame binnenhaven – 57

7 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

11 Landbouw – 58 Ontwikkelingen tot 2024 – 58 De maatregelen – 58 1 Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv) (afgerond) – 59 2 Sectorale afspraken over integrale brongerichte reducties – 59 3 Reductie primair fijnstof in pluimveesector – 60 4 Invoering generieke emissie-eisen voor biologisch gehouden kippen en varkens – 60 5 Verbeteren van effectiviteit van emissiearme stallen – 61 6 Subsidiemodules brongerichte verduurzaming stal- en managementmaatregelen (Sbv) (spoor 2) – 63 7 Experiment Crisis- en herstelwet – 63 8 Inzet instrumenten van de Omgevingswet – 64 Samenhang met relevante Green Deals en akkoorden – 65 Pilot Vergunningverlening toezicht en handhaving – 65 12 EU-beleid en internationale inzet – 66 Ontwikkelingen tot 2024 – 66 De maatregelen – 67 1 Ambitieus internationaal luchtbeleid (spoor 1) – 67 2 Afstemmen Europees bronbeleid (spoor 2) – 68 13 Participatie en citizen science – 69 Ontwikkelingen tot 2024 – 69 1 Jongerenparticipatie – 70 2 Inwoners en bedrijven actief informeren – 70 3 Citizen science – 71 4 Pilot participatie – 71 Bijlage 1 Overzicht pilots uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord – 74 Toelichting – 74 1 Regionale Samenwerking Schone Lucht (open pilots) – 74 2 Hoogblootgestelde gebieden (specifieke pilots) – 75 3 Mobiele Werktuigen (open pilot) – 75 4 Industrie (open pilots) – 76 5 Houtstook en Particuliere Huishoudens

(open pilots) – 76 6 Landbouw (open pilots) – 77 7 Participatie en Citizen Science (zowel specifieke als open pilots) – 77 8 Mobiliteit (open pilot) – 78 Bijlage 2 – 79 1 Hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen – 79 2 Mobiliteit – 80 3 Mobiele werktuigen – 82 4 Industrie – 84 5 Houtstook – 86 6 Binnenvaart en havens – 88 7 Landbouw – 90 8 EU-beleid en internationale inzet – 92 9 Participatie en Citizen Science – 93

8 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

1 Inleiding Op 13 januari 2020 tekenden 46 partijen het Schone Lucht Akkoord (SLA) met als doel: gezondheidswinst voor iedereen door een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Steeds meer partijen doen mee. Dat is van groot belang. Luchtvervuiling houdt zich immers niet aan de grenzen van een gemeente of provincie. In april 2024 stond de teller op 119 deelnemers, waaronder alle provincies. Partijen werken vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid aan de doelen en ambities uit het SLA.

Artikel 1: Doelen en ambities 1. Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren. Waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof in 2030. 2. Partijen stellen tot doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van Nederlandse bronnen. 3. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in de zetten van emissies van stikstofdioxide en fijnstof naar de lucht. 4. Partijen erkennen dat eenieder verantwoordelijk is voor de eigen bijdrage aan de doelstelling en dat partijen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van het akkoord.

In deze uitvoeringsagenda staat hoe de deelnemende partijen de afspraken in het SLA uitvoeren om de doelen te behalen. Tweejaarlijks wordt berekend of we op koers liggen om te bepalen of een herijking van de afspraken gewenst is. Deze versie van de uitvoeringsagenda betreft de derde actualisatie van de afspraken.

9 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Bouwstenen van de uitvoeringsagenda • 10 oktober 2017: regeerakkoord, afspraak om te komen tot “een nationaal actieplan luchtkwaliteit dat zich richt op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit”. • 2017-2019: onderzoek en co-creatieproces met stakeholders. • 2018: advies Gezondheidsraad, Gezondheidswinst door schonere lucht. • 2019: rapport Interdepartementaal Beleidsonderzoek, IBO luchtkwaliteit. • 2019: methoderapport gezondheidsindicatoren en doorrekening indicatief maatregelenpakket met de gezondheidsindicator. • 13 januari 2020: ondertekening Schone Lucht Akkoord (46 deelnemers). • 1 april 2021: 1e tranche subsidieregeling (SpUk) voor gemeenten en provincies. • 1 april 2021: Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord vastgesteld. • September 2021: nieuwe advieswaarden luchtkwaliteit Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). • 15 september 2021: rapport Risico’s van ultrafijnstof in de buitenlucht uitgebracht door de Gezondheidsraad. • 14 maart 2022: 1e voortgangsmeting doelbereik Schone Lucht Akkoord en 1e monitoringsrapportage uitvoering van de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord. • 1 april 2022: 2e tranche subsidieregeling (SpUk) voor gemeenten en provincies. • Mei 2022: publicatie 1e kennisagenda Schone Lucht Akkoord. • 5 oktober 2022: 2e monitoringsrapportage uitvoering van de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord.

• 1 april 2023: 3e tranche subsidieregeling (SpUk) voor gemeenten en provincies. • December 2023: 3e monitoringsrapportage uitvoering van de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord. • 1 maart 2024: 4e tranche subsidieregeling (SpUk) voor gemeenten en provincies. • 2024: 2e voortgangsmeting doelbereik Schone Lucht Akkoord.

Doel uitvoeringsagenda

Afbakening

In het SLA is afgesproken dat er een uitvoeringsagenda wordt opgesteld. De Stuurgroep stelt de uitvoeringsagenda vast. De uitvoeringsagenda gaat over de gezamenlijke aanpak van de deelnemers van het SLA. In de uitvoeringsagenda staat welke maatregelen, pilots en activiteiten de deelnemers uitvoeren om de afspraken in praktijk te brengen. Dit betreft de (verdere uitwerking van de) afspraken uit het SLA. Daarnaast stellen gemeenten en provincies hun eigen decentrale uitvoeringsplannen vast. Daarin nemen ze de relevante afspraken uit het SLA op en geven ze aan welke aanvullende maatregelen ze nemen. De decentrale uitvoeringsplannen bieden dus ruimte voor lokaal maatwerk en aanvullende ambities. Het doel van de uitvoeringsagenda is het uitwerken van de afspraken uit het SLA.

1. De uitvoeringsagenda gaat alleen over de gezamenlijke afspraken uit het SLA. Aanvullende eigen maatregelen van gemeenten, provincies en de Rijksoverheid om de luchtkwaliteit te verbeteren zijn opgenomen in de uitvoeringsplannen. 2. Afspraken uit het Akkoord zijn niet via de uitvoeringsagenda te wijzigen. Voor wijziging van het Akkoord is instemming van alle partijen nodig.

Artikel 3. Uitvoering en samenwerking 3. Partijen stellen een gezamenlijke uitvoeringsagenda op, ter uitwerking en uitvoering van het Schone Lucht Akkoord. De Rijksoverheid neemt hiertoe het initiatief en committeert zich hieraan.

De uitvoeringsagenda geeft richting aan de uitvoering in de periode 2024 tot en met 2030. Deze uitvoeringsagenda is samengesteld op basis van de resultaten van de doorrekening, de voortgang van maatregelen en de resultaten van de pilots en kennisagenda.

Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat de uitwerking van de algemene bepalingen uit het SLA. Hoofdstuk 2 beschrijft de organisatie van de samenwerking en de governance. Hoofdstuk 3 schetst hoe we de permanente verbetering van de luchtkwaliteit en gezondheid vormgeven.

De uitvoeringsagenda geeft antwoord op de volgende vragen: 1. Hoe we samenwerken: afspraken over de organisatie van de samenwerking en de governance van het SLA: Stuurgroep, werkgroep en themagroepen en het betrekken van stakeholders. 2. Hoe we de afspraken uitwerken naar concrete maatregelen: afspraken over wie, wanneer en hoe de maatregelen uitgevoerd worden. 3. Hoe we de voortgang meten en we kansen en knelpunten signaleren: afspraken over monitoring, evaluatie en herijking van de uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda geeft richting, maar is geen statisch document. De afspraken zijn aan te vullen en te herijken om in te springen op nieuwe kansen en ontwikkelingen. Daartoe bespreken partijen jaarlijks of, en zo ja, welke aanpassingen gewenst zijn.

10 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Het tweede deel van deze uitvoeringsagenda – de hoofdstukken 4 tot en met 13 – beschrijven achtereenvolgens de uitvoering van de thema’s van het SLA: monitoring (4), hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen (5), mobiliteit (6), mobiele werktuigen (7), industrie (8), houtstook (9), binnenvaart en havens (10), landbouw (11), internationaal luchtbeleid (12) en participatie en citizen science (13). De uitvoeringsagenda sluit met twee bijlagen. Bijlage 1 geeft een overzicht van alle pilots en bijlage 2 schetst de invloed van de maatregelen van het SLA op de natuur (stikstof ) en het klimaat. De uitvoeringsagenda volgt zo veel mogelijk de structuur van het SLA. Per afspraak staat hoe de activiteiten en maatregelen worden uitgevoerd, wanneer dat gebeurt en wie dit doet. Bij iedere maatregel staat in een blauw tekstvak de oorspronkelijke tekst van die maatregel uit het Akkoord. Deze teksten zijn in 2020 geschreven en hierdoor niet altijd actueel.

2 Hoe we samenwerken Inleiding

SLA-deelnemers hierover bij het indienen van de uitvoeringsplannen.

Centraal in de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord (SLA) staan de themagroepen. Hierin werken deelnemende partijen per thema aan de uitvoering van afspraken, de uitvoering van pilots en de ontwikkeling van effectieve maatregelen. De kennis en ervaringen worden actief gedeeld met andere deelnemers van het SLA via bijeenkomsten voor alle deelnemers, via de nieuwsbrief en via de samenwerkruimte op de website. De overkoepelende werkgroep van het SLA coördineert de inzet over de thema’s heen en bereidt besluitvorming in de Stuurgroep voor. Externe stakeholders, zoals bedrijven, gezondheids- en milieuorganisaties en kennisinstellingen, worden betrokken bij de uitwerking van maatregelen in de themagroepen en bij het opstellen en actualiseren van de kennisagenda. Ook worden ze betrokken via het Schone Lucht Jaarcongres, de website en de nieuwsbrieven (figuur 1). Rijksoverheid, gemeenten en provincies voeren binnen de eigen taken en bevoegdheden de afspraken in het Akkoord en aanvullende maatregelen in de decentrale uitvoeringsplannen uit. Partijen hoeven maatregelen niet uit te voeren als deze betrekking hebben op bronnen die voor hen niet relevant zijn. Zo kunnen gemeenten zonder havenfaciliteiten, zonder landbouw of zonder industrie van betekenis ervoor kiezen om de afspraken uit het akkoord voor deze thema’s niet uit te voeren. Partijen informeren de andere

Stuurgroep De Stuurgroep van het SLA bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordigers van de deelnemende partijen. De Rijksoverheid wordt vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Verder is er één vertegenwoordiger voor de provincies en zijn er drie voor de gemeenten. Zij zijn dusdanig gekozen dat de provincies en gemeenten zich vertegenwoordigd weten. Het gaat om een gedeputeerde van de provincie Utrecht en wethouders van de gemeenten Barneveld, Nijmegen en Utrecht. De Stuurgroep heeft in 2020 een Reglement van Orde opgesteld, waarin de taken en bevoegdheden zijn vastgelegd.

Werkgroep De werkgroep van het SLA bestaat uit ambtelijk vertegenwoordigers van deelnemende partijen. De werkgroep bespreekt de voortgang van het SLA, signaleert kansen en knelpunten, bereidt besluitvorming door de Stuurgroep voor, ondersteunt deze waar nodig en voert door de Stuurgroep opgedragen taken uit. De samenstelling van de werkgroep is dusdanig dat partijen zich vertegenwoordigd

Figuur 1: De organisatie van het Schone Lucht Akkoord

Stuurgroep Werkgroep Themagroepen • Maatregelen • Pilots • Kennisdeling

Mobiliteit

Mobiele werktuigen

Industrie

Houtstook

Binnenvaart en havens

Landbouw

Stakeholders consultatie + betrekken bij maatregelen

Participatie en citizen science

Kennisdeling via landelijke bijeenkomsten, website, nieuwsbrieven

11 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Monitoring

Hoogblootgestelde gebieden en gevoelige groepen

Internationaal

voelen en dat er een gespreide vertegenwoordiging is uit verschillende thema’s, regio’s en expertise. Voor specifieke onderwerpen zijn anderen dan de vaste werkgroepleden uit te nodigen om een bijdrage te leveren aan de werkgroepvergadering. Dit kunnen vertegenwoordigers van gemeenten en provincies, belangenorganisaties of deskundigen zijn. De huidige deelnemers aan de werkgroep zijn: Rijksoverheid (ministerie van IenW), de provincies Utrecht, NoordBrabant, Zuid-Holland en Noord-Holland, de gemeenten Rotterdam, Nijmegen, Ede, Den Haag, Utrecht en Amsterdam, Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en RIVM (adviserend lid).

Themagroepen In het SLA wordt gewerkt aan de verschillende thema’s. Bij de thema’s is ook een themagroep actief. In de themagroepen werken partijen samen aan: • Maatregelen uitwerken, concretiseren en periodiek herijken voor de uitvoering door partijen per thema. • Pilots opzetten, uitvoeren en evalueren. • (Externe) stakeholders betrekken bij de uitvoering van maatregelen en pilots. • Afstemmen en samenwerken met activiteiten op aanpalende beleidsterreinen. • Kennis ontwikkelen en delen binnen de themagroep en actief informeren van alle bij het SLA betrokken partijen. • Input leveren voor de monitoring, de aanpak van hoogblootgestelde gebieden en participatie. Deelname aan themagroepen staat open voor alle partijen die een actieve bijdrage aan de uitwerking van de maatregelen willen leveren. De leden van de themagroep kunnen naar behoefte (tijdelijke) werkgroepen oprichten om maatregelen en pilots uit te werken.

SLA brede samenwerking en kennisdeling De kennis en praktijkervaringen uit de themagroepen en de pilots worden actief gedeeld met andere partijen in het SLA. Dit gebeurt tijdens themabijeenkomsten die openstaan voor alle deelnemers, via de nieuwsbrief, de website, de online samenwerkruimte en op het Schone Lucht Jaarcongres. De Rijksoverheid faciliteert dit proces. In deze uitvoeringsagenda staan afspraken over welke pilots partijen uitvoeren. Voor aanvullende activiteiten en pilots kunnen partijen hun voorstellen bespreken binnen de themagroep en/of bij het ministerie van IenW. Op voorstel van de themagroep en na goedkeuring door de Stuurgroep zijn de pilots toe te voegen aan de uitvoeringsagenda. 12 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord (SpUk SLA) De Rijksoverheid ondersteunt sinds 2021 de uitvoering van pilots via de Specifieke Uitkering Schone Lucht Akkoord (SpUk SLA). Op de websites van RVO en het Schone Lucht Akkoord staat een actueel overzicht van pilots waarvoor gemeenten en provincies een SpUk kunnen aanvragen. Het doel van de pilots is om nieuwe aanpakken te ontwikkelen waar geschikte maatregelen nog onvoldoende beschikbaar zijn. Na afronding van de pilots worden de uitkomsten geëvalueerd. Wat zijn de ervaringen, zijn er effectieve maatregelen en aanpakken uit naar voren gekomen, zijn deze toepasbaar voor andere deelnemers, zijn hier ook voor andere thema’s lessen uit te trekken en komen er nog kennisvragen uit de pilots naar voren? Bij een positieve evaluatie kunnen partijen besluiten om relevante nieuwe aanpakken en maatregelen aan de uitvoeringsagenda toe te voegen of om deze in de eigen uitvoeringsplannen als aanvullende maatregel op te nemen voor de eigen provincie, gemeente of regio. Ook kunnen partijen voorstellen om nieuwe pilots te starten. Bijvoorbeeld omdat in de uitvoering ervan knelpunten optreden of omdat er nieuwe kansen en risico’s voor het terugdringen van de emissies en de negatieve gezondheidseffecten zijn geagendeerd. Een overzicht van de pilots waarvoor SpUk aan te vragen is staat in Bijlage 1.

Pilot Regionale Samenwerking Samenwerking van gemeenten en provincie in de uitvoering van het luchtbeleid kan belangrijke voordelen opleveren. Een aantal provincies en gemeenten hebben hier al belangrijke stappen in gezet. Regionale samenwerking kan een belangrijke rol spelen bij de ondersteuning van met name kleinere gemeenten en het draagt bij aan een effectieve uitvoering en een besparing van tijd en middelen bij de uitvoering van luchtmaatregelen. In de pilot regionale samenwerking gaat het om nieuwe projecten, of aanvullende activiteiten binnen bestaande initiatieven waarbij een gemeente of provincie voor meerdere gemeenten in de regio activiteiten organiseert ten behoeve van: • Ondersteuning, inclusief externe opdrachten of inzet omgevingsdiensten, bij het opstellen en uitwerken van effectieve luchtkwaliteitsplannen door gemeenten die hier redelijkerwijze niet zelf in kunnen voorzien. • Activiteiten gericht op een gezamenlijke implementatie van effectieve maatregelen uit het SLA en/of de decentrale uitvoeringsplannen. Speciale aandacht is hier voor uitvoering in andere afdelingen, zoals inkoop voor mobiliteit en mobiele werktuigen en ruimtelijke ontwikkeling infra-

structuur. Hier kunnen nadrukkelijk ook activiteiten onder vallen die gericht zijn op het borgen van de effectiviteit van beleid door het monitoren in de praktijk, toezicht en handhaving voor bijvoorbeeld emissiearme stallen, houtstook, industrie, binnenvaart en havens en mobiele werktuigen (inkoop en via publiekrechtelijke instrumenten). • Activiteiten gericht op versterken van de samenwerking, gezamenlijke uitvoering en kennisdeling, inclusief de organisatie van bijeenkomsten voor bestuurders, stakeholders en het brede publiek. Om deze regionale samenwerking te ondersteunen, is voor de uitvoering hiervan SpUk (specifieke uitkering) aan te vragen. Een van de doelen hiervan is om de uitvoering van maatregelen uit het SLA en effectief aanvullend beleid makkelijker en effectiever te maken, met name voor kleinere gemeenten. Aanpalende initiatieven die elders georganiseerd of ondersteund worden, zoals de Regionale Energiestrategieën en de Regionale Mobiliteitsstrategieën, vallen hierbuiten. Voor initiatieven gericht op het vergroten van de gezondheidswinst door schonere lucht binnen deze activiteiten is wel een aanvraag in te dienen.

Participatie van stakeholders Het SLA is een akkoord tussen overheden. Ook andere partijen zijn belangrijk bij de uitvoering van het akkoord: burgers, bewoners, bedrijfsleven, milieu- en gezondheidsorganisaties en kennisinstellingen. Deze partijen worden actief geïnformeerd over en betrokken bij de uitwerking, uitvoering en doorontwikkeling van de plannen. Dit wordt per themagroep georganiseerd door de partijen die in de themagroep deelnemen. Daarnaast betrekken de deelnemers zelf relevante partijen voor de eigen uitvoeringsplannen en de eigen aanvullende maatregelen. In het kader van participatie zijn in het SLA de onderstaande twee afspraken opgenomen in de algemene bepalingen. Daarnaast is een specifieke themagroep opgericht rondom het thema participatie en citizen science (hoofdstuk 13).

Artikel 8. Participatie en informatie 1. Partijen betrekken inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven bij de uitwerking van de maatregelen van het Schone Lucht Akkoord. 2. Partijen dragen zorg voor een adequate informatie­ voorziening over de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord onder meer via de website van de Rijksoverheid.

De themagroepen betrekken stakeholders bij de verschillende maatregelen. Rijksoverheid, provincies en gemeenten betrekken relevante stakeholders bij de eigen uitvoerings13 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

plannen en aanvullende maatregelen. Overkoepelend worden stakeholders geïnformeerd en betrokken bij het opstellen en actualiseren van de kennisagenda, via het Schone Lucht Jaarcongres, de website en de nieuwsbrieven. In 2020 is het SLA ter consultatie gelegd en is een jongerenpanel georganiseerd. De ideeën, kennis en praktijkervaringen van jongeren, bedrijfsleven en milieu- en gezondheidsorganisaties worden doorlopend betrokken bij de ontwikkeling van het Schone Lucht Akkoord en de kennisagenda.

Samenhang met andere relevante beleidsdoelen Het SLA is nauw verweven met andere beleidsdoelen. Voorbeelden van andere programma’s die voor gezondheidswinst door schonere lucht zorgen zijn: het Klimaatakkoord, het Interbestuurlijk Programma Vergunning Toezicht en Handhaving, de Regionale Energiestrategieën, het Programma Gezonde Leefomgeving, het Gezond en Actief Leven Akkoord, het Nationaal Programma Landelijk Gebied, het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering, de Klimaat en Energieverkenningen, de Strategie Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur, de Meerjarige Adaptieve Uitvoeringsagenda Fiets, de Agenda Ruimte voor Lopen, de Inventarisatie Fiets, Regionale Mobiliteitsstrategieën, het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen en de Luchtvaartnota. In het SLA is daarom opgenomen: “Het Schone Lucht Akkoord maakt die gezondheidswinst zichtbaar en voegt alleen waar nodig en effectief maatregelen en activiteiten toe.” De maatregelen uit de andere beleidsdoelen worden, als dat mogelijk is, ook doorgerekend met de gezondheidsindicator. Dit geldt bijvoorbeeld voor inspanning op het gebied van zeevaart of luchtvaart die geen deel uitmaken van het Schone Lucht Akkoord. Zo staat bijvoorbeeld in de Luchtvaartnota het doel om te komen tot een stelsel van normen en maatregelen om de gezondheidseffecten van ultrafijnstof rond luchthavens aantoonbaar te verminderen.

Uitgangspunt is dat dit beleid aansluit bij het doel van het SLA, namelijk 50% gezondheidswinst afkomstig van binnenlandse bronnen in 2030 ten opzichte van 2016. Een uitgangspunt voor de uitvoering van het SLA is dat de maatregelen worden afgestemd met de initiatieven en maatregelen voor klimaat en natuur. Ook is een uitgangspunt dat de uitvoering van beleid ten behoeve van natuur (stikstof ), klimaat en gezondheid zo veel mogelijk wordt geïntegreerd en afgestemd. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de invloed van de SLA maatregelen op de natuur (stikstof ) en het klimaat.

Toetreden nieuwe deelnemers De emissies uit een bepaalde gemeente of provincie kunnen grote invloed hebben op de lucht in gemeenten en provincies in de omgeving. Hoe meer partijen meedoen, hoe groter de winst is. Begin 2020 ondertekenden 36 gemeenten, 9 provincies en de Rijksoverheid het SLA. April 2024 stonden er 119 handtekeningen van overheden onder het Akkoord: die van het rijk, alle provincies en 106 gemeenten (afbeelding 1). De ambitie is om door te groeien naar deelname van alle gemeenten.

Afbeelding 1: Deelnemers Schone Lucht Akkoord

14 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Deelname aan het SLA staat open voor alle gemeenten en provincies die de doelen van het Akkoord onderschrijven en de afspraken willen uitvoeren. Gemeenten en provincies kunnen een verzoek tot toetreding aan de Stuurgroep van het SLA indienen. Een overzicht van de deelnemende partijen staat op de website van het SLA. Provincies, regio’s en bestaande samenwerkingsverbanden (G40 en andere) spelen een belangrijke rol bij de werving van gemeenten. Ze informeren gemeenten over deelname en nodigen hen uit om mee te doen. Daarnaast spelen leden van de Stuurgroep en de werkgroep een actieve rol in het informeren van gemeenten over deelname.

3 Hoe we werken aan gezonde lucht voor iedereen en een permanente verbetering van de luchtkwaliteit Sturen op gezondheidswinst verschilt van sturen op grenswaarden, emissies en concentraties. De gezondheidswinst is de optelsom van de blootstelling aan emissies naar lucht, het aantal mensen dat hieraan is blootgesteld en de gezondheidseffecten van de verschillende stoffen. Om het sturen op gezondheidswinst mogelijk te maken, hebben we instrumenten nodig die gezondheidseffecten en gezondheidswinst zichtbaar en doorrekenbaar maken. Het RIVM heeft daarvoor de gezondheidsindicator ontwikkeld. Een beschrijving hiervan staat in hoofdstuk 4, Monitoring.

Permanente verbetering Met het Schone Lucht Akkoord (SLA) willen partijen de luchtkwaliteit permanent verbeteren en gezondheidswinst realiseren. Voor luchtkwaliteit bestaat geen veilige grens; iedere verdere verlaging van de concentratie levert gezondheidswinst op. Ook op plekken waar al wordt voldaan aan de Europese normen voor luchtkwaliteit of aan de advies-

15 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

waarden voor luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Deze ambitie is omschreven in de doelen en ambities uit het Akkoord in Artikel 1.

Artikel 1. Doelen en ambities 1. Partijen streven naar een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren, waarbij wordt toegewerkt naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof in 2030. 2. Partijen stellen als doel om landelijk in 2030 gemiddeld minimaal 50% gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen, voor de negatieve gezondheidseffecten afkomstig van binnenlandse bronnen. 3. Partijen onderschrijven de ambitie om in de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide en fijn stof naar de lucht.

Elke twee jaar rapporteert het RIVM over het beoogde halen van deze doelen. Ook in 2024 is een voortgangsmeting gedaan. Uit deze meting blijkt dat met de uitvoering van het voorgenomen beleid 46% gezondheidswinst gehaald wordt in 2030 ten opzichte van 2016. Als de uitvoering van het geagendeerde (klimaat)beleid wordt meegenomen behalen we 49% gezondheidswinst. Ook de WHO-advieswaarden uit 2005 worden naar verwachting in bijna heel Nederland gehaald. De prognoses voor de sectordoelen zijn in figuur 5 opgenomen. Deze prognoses bevestigen dat wij goed op weg zijn om de doelen te halen, maar dat we moeten zorgen voor goede uitvoering van onze maatregelen. De nieuwe, gezondheidsgerichte benadering van het SLA vergt ook een nieuwe methode om luchtkwaliteitsdoelen mee te wegen bij het opstellen van ander beleid. Er is immers niet meer simpelweg te toetsen of een plan of project zorgt voor overschrijding van de normen. In het SLA is daarom afgesproken dat de Rijksoverheid verkent hoe permanente verbetering van de luchtkwaliteit en gezondheid beter te verankeren zijn in relevante sectoren en beleidsterreinen. Daarbij gaat het om beleid met meekoppelkansen voor het verbeteren van de luchtkwaliteit en de gezondheid. Denk aan klimaatbeleid voor mobiliteit, de stikstofaanpak en de Agenda Fiets.

Het gaat ook om beleid dat zonder aanvullende maatregelen tot een toename van emissies en negatieve gezondheidseffecten kan leiden. Denk aan de inzet van biomassa voor verwarming, stedelijke verdichting in hoogblootgestelde gebieden en infrastructurele projecten. In het SLA zijn hiervoor de volgende afspraken opgenomen.

Artikel 4. Algemene afspraken en verplichtingen 3. De Rijksoverheid verkent de wijze waarop permanente verbetering van de luchtkwaliteit en gezondheidsdoelen beter kunnen worden verankerd in relevante sectoren en beleidsterreinen en maakt nadere afspraken met partijen en derden over de doorwerking en verankering van deze kansen. De focus ligt op beleid met grote impact op de luchtkwaliteit en/of waar overheden een belangrijke voorbeeldfunctie hebben zoals de eigen bedrijfs­ voering en inkoop, fiscaal beleid, energie- en klimaatplannen, mobiliteitsbeleid, ruimtelijke plannen en vergunningverlenende en toezicht­ houdende taken. In 2020 wordt de verkenning afgerond en worden de resultaten verankerd in de uitvoeringsagenda.

16 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Artikel 6. Implementatie in beleid 1. Partijen implementeren de doelen en ambities zoals benoemd in artikel 1 uit het Schone Lucht Akkoord, binnen de eigen taken en bevoegdheden, zo snel mogelijk in hun omgevingsvisies, -plannen en -programma’s en voor zover mogelijk in andere beleidsinstrumenten. 2. Partijen nemen waar nodig en wenselijk maatregelen om de effectiviteit van bestaand beleid te borgen en te versterken.

Trekker Rijksoverheid, gemeenten en provincies. Overige Andere ministeries wiens beleid van invloed stakeholders is op de luchtkwaliteit. Hetzelfde geldt ook voor de SLA-partijen. Planning 2024 – 2030: uitvoering. De Rijksoverheid gaat een verkenning doen naar de wijze waarop permanente verbetering en gezondheidsdoelen kunnen worden verankerd in aanpalende sectoren en beleidsterreinen. In 2025 worden de resultaten van deze verkenning gedeeld met partijen. Beoogd effect Emissiereductie en minder blootstelling van mensen aan emissies, door luchtkwaliteit en gezondheidsdoelen aan de voorkant mee te nemen in omgevingsbeleid. Het SLA zet zich in voor een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Dat betekent dat het niveau van luchtkwaliteit niet achteruitgaat. Dit kan gebeuren als de concentraties onder de wettelijke normen komen. Daardoor worden aanvullende emissies toegestaan en komt de luchtkwaliteit weer op het oude niveau. Dan verbetert de luchtkwaliteit niet. De Rijksoverheid gaat nader verkennen hoe gezondheidsdoelen te verankeren zijn in relevante sectoren en beleidsterreinen. Rapportage hierover volgt in 2025.

Figuur 2: Proces voor de uitvoering van het Schone Lucht Akkoord 2020

2021

2023

2025 e.v.

2030

Monitoring Uitvoering maatregelen/ activiteiten

• Minimaal 50% gezondheidswinst

Uitvoeringsagenda Akkoord afspraken SLA

Uitvoeringsplan per deelnemer

• Toewerken naar WHOadvieswaarden

Ontwikkelen: kennis, innovatie en pilots

• Dalende trend in alle sectoren • Streefwaarden gezondheidswinst per sector

Participatie en communicatie

Herijken

Advieswaarden WHO 2021 In september 2021 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) nieuwe, aangescherpte advieswaarden gepubliceerd voor luchtkwaliteit. De reden voor deze aanscherping is dat uit onderzoek blijkt dat luchtvervuiling ook bij lage concentraties negatieve gezondheidseffecten heeft. De oude advieswaarden van de WHO komen uit 2005. Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de nieuwe WHO-advieswaarden in Nederland in 2030 (juli 2022). Schone Lucht Akkoord: toewerken naar WHO-advieswaarden Een van de afspraken uit het Schone Lucht Akkoord is dat partijen toewerken naar de WHO-advieswaarden in 2030. De advieswaarden uit 2005 zijn daarbij uitgangspunt. Die golden toen het Akkoord is gesloten en de Stuurgroep SLA heeft besloten om de nieuwe WHO-advieswaarden uit 2021 niet als doel voor 2030 over te nemen maar te blijven werken naar de ‘voormalige’ waarden uit 2005.

Nieuwe EU-richtlijn Luchtkwaliteit De Europese Commissie heeft in 2022 een voorstel gedaan voor een nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit. Het meest opvallende in dit voorstel is de aanscherping van de grenswaarden voor de meest luchtvervuilende stoffen. Met als doel om ze

17 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

meer in lijn te brengen met de aangescherpte advieswaarden die de WHO in 2021 heeft uitgebracht. Zo moeten uiterlijk in 2030 de jaargemiddelde concentraties PM2,5 en PM10 gedaald zijn naar respectievelijk 10 en 20 μg/m3. Dit is nu 25 en 40 μg/ m3. Voor NO2 wordt de nieuwe waarde 20 μg/m3. Dit was 40 μg/m3. Voor PM2,5 en PM10 komt dit voorstel overeen met het streefdoel voor 2030 van het Schone Lucht Akkoord. Voor NO2 is er nog extra inspanning nodig. In 2050 moeten volgens de Commissie dan de WHO-advieswaarden zelf behaald zijn, in lijn met de visie ‘Zero Pollution’ die de EU heeft geformuleerd. Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar de haalbaarheid in Nederland van het voorstel voor een nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit (april 2023). Raad en Parlement hebben hun onderhandelingen over de herziene richtlijn onlangs afgerond. De verwachting is dat de nieuwe richtlijn in het voorjaar van 2024 definitief wordt vastgesteld. In de loop van 2024 wordt onderzocht wat dat betekent voor het Schone Lucht Akkoord.

Alle luchtkwaliteitswaarden bij elkaar Figuur 3 geeft een overzicht van de huidige streefwaarden met betrekking tot luchtkwaliteit. Hierbij gaat het om jaargemiddelde waarden.

Figuur 3: Luchtkwaliteitswaarden Omgevingswet, Schone Lucht Akkoord, EU-richtlijn en WHO 2021 Stof

Omgevingswaarden, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) §2.2.1

Streefdoel 2030 Schone Lucht Akkoord WHO-waarden 2005

Herziene EU-Richtlijn 2030*

EU-beleid zero-pollution 2050, streven naar WHO-waarden 2021

NO2

40 µg/m3

40 µg/m3

20 µg/m3

10 µg/m3

PM10

40 µg/m3

20 µg/m3

20 µg/m3

15 µg/m3

PM2,5

25 µg/m3

10 µg/m3

10 µg/m3

5 µg/m3

*Onder voorbehoud van een definitief akkoord, verwacht in het voorjaar van 2024.

Figuur 4: Streefdoel reductie van de negatieve gezondheidseffecten van lucht­emissies in 2030 t.o.v. 2016 %

100 90

70% reductie

75% reductie

35% reductie

Verdere ontkoppeling groei en uitstoot en het realiseren van een continue daling van emissies naar de lucht

Dalende trend van emissies naar de lucht

35% reductie*

Sterke afname van emissies uit het buitenland een aanscherping van bronbeleid

Mobiliteit

Mobiele werktuigen

Landbouw

Industrie

Houtstook

Binnenvaart en havens

Internationaal beleid

80 70 60 50 40 30 20 10 0

* Reductie van de emissies van verontreinigende stoffen van de binnenvaart van ten minste 35% in 2035 ten opzichte van 2015.

Streefwaarden per thema

De stoffen

Figuur 4 geeft aan welk doel is opgenomen per thema. Hierbij gaat het om de vermindering van de negatieve gezondheidseffecten door luchtemissies. Bij de voortgangsmeting van het SLA in 2024 heeft het RIVM getoetst of de themadoelen binnen bereik liggen. De resultaten zijn in figuur 5 weergegeven. Deze resultaten geven nog geen aanleiding tot aanpassing van het SLA, maar vergen aanvullende aandacht voor volledige uitvoering van beleid en goed aanhaken bij relevant klimaat- en stikstofbeleid.

Het Schone Lucht Akkoord richt zich op de twee meest relevante luchtverontreinigende stoffen: stikstofdioxide en fijnstof (in PM, particulate matter). Dit sluit aan bij het advies van de Gezondheidsraad uit 2018.1 Die twee stoffen veroorzaken de meeste gezondheidsschade en zijn grotendeels met binnenlands beleid te beïnvloeden. Dit in tegenstelling tot ozon, wat ook veel gezondheidsschade oplevert, maar waar wij als land afhankelijk zijn van internationale bronnen. De inzet van Nederland is om in internationaal verband de oorzaken van ozon aan te pakken.

1

18 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

2018, Gezondheidsraad: Gezondheidswinst door schonere lucht

Figuur 5: Prognose reductie per streefdoel voortgangsmeting 2024 (RIVM) Sector

Streefdoel (2030 t.o.v. 2016)

Prognose met Prognose met voorgenomen beleid aanvullend klimaaten stikstofbeleid

Ligt op koers?

Mobiliteit (wegverkeer)

70% gezondheidswinst

46% gezondheidswinst

50% gezondheidswinst

Nog niet

Mobiele werktuigen

75% gezondheidswinst

50% gezondheidswinst

64% gezondheidswinst

Nog niet

Landbouw

37% gezondheidswinst

40% gezondheidswinst

46% gezondheidswinst

Ja

Industrie

Dalende trend emissies en ontkoppeling uitstoot en groei

PM10: -5% PM2,5: -6% NO2: -50%

PM10: -5% PM2,5: -6% NO2: -50%

Ja

Houtstook

Dalende trend emissies

PM10: -40% PM2,5: -39% NO2: -20%

PM10: -40% PM2,5: -39% NO2: -20%

Ja

Binnenvaart en Havens

35% reductie in emissies (in 2035 t.o.v. 2015)

PM10: -40% PM2,5: -39% NO2: -17%

PM10: -40% PM2,5: -39% NO2: -17%

Deels (NO2 nog niet)

Fijnstof is een verzamelterm voor stofdeeltjes kleiner dan maximaal 10 micrometer in diameter. PM10 is de term voor alle deeltjes kleiner dan 10 micrometer. PM2,5 is het fijnstof dat kleiner is dan 2,5 micrometer in diameter. PM2,5-deeltjes zijn dus kleiner en dringen dieper het lichaam in, wat vermoedelijk schadelijker is voor de gezondheid. Het Schone Lucht Akkoord richt zich op fijnstof (PM10 én PM2,5) en stikstofdioxide. Er is steeds meer aandacht voor de nog kleinere fractie van fijnstof, het zogeheten ultrafijnstof (UFP, ultrafine particles). Deze fijnstof deeltjes zijn kleiner dan 0,1 micrometer. Het lichaam ruimt UFP minder snel op dan grotere deeltjes. Het gevolg hiervan is dat UFP langer in de longen achter blijft en zelfs via het bloed andere organen kan bereiken. De precieze gezondheidseffecten van UFP zijn nog onbekend. In het kader van het Schone Lucht Akkoord heeft de Rijksoverheid daarom advies gevraagd aan de Gezondheidsraad. Het advies van de Gezondheidsraad is in september 2021 verschenen.2 Daarin staan aanbevelingen om de uitstoot van UFP terug te dringen, om afstand te houden tot bestaande bronnen en om de emissies en concentraties van UFP meer te gaan monitoren.

In reactie op het rapport heeft de Rijksoverheid een quick scan laten doen waar kwalitatief is gekeken naar de effecten van de bestaande SLA-maatregelen op emissies van UFP. Daaruit blijkt dat de SLA-maatregelen inderdaad bijdragen aan het terugdringen van UFP-emissies. Het RIVM doet onderzoek naar hoe UFP structureel gemeten en gemodelleerd kan worden in het kader van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML).3 Het aanschaftraject voor UFP meetapparatuur loopt vanaf 2024 en de verwachting is dat UFP vanaf 2025 structureel gemeten gaat worden op verschillende plekken in Nederland. Deze metingen worden gebruikt om het UFP model te verbeteren, om bronnen van UFP te identificeren en te monitoren, en om in de toekomst waar mogelijk de uitstoot van UFP terug te dringen. Het RIVM is ook bezig met het verder uitzoeken van de blootstelling en gezondheidseffecten van UFP. Zo is er in 2022 een rapport gepubliceerd over de gezondheidseffecten van UFP van vliegverkeer rondom Schiphol.4 De resultaten lijken er op te wijzen dat langdurige blootstelling aan UFP nadelige effecten heeft op het hart- en vaatstelsel, op de 3 4

2

2021, Gezondheidsraad: Risico’s van ultrafijnstof in de buitenlucht

19 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Kamerstuk 30 175, nr 439 (d.d. 31 mei 2023) 2022, RIVM: Gezondheidseffecten van ultrafijnstof van vliegverkeer rond Schiphol

luchtwegen en op de ontwikkeling van ongeboren kinderen bij zwangere vrouwen. Of er daadwerkelijk een oorzakelijk verband is tussen deze gezondheidseffecten en langdurige UFP blootstelling, moet nog verder onderzocht worden. De partijen van het Schone Lucht Akkoord volgen de wetenschappelijke ontwikkelingen over ultrafijnstof en kijken of dit moet leiden tot aanscherping van het SLA of andere inzet.

Kennisagenda Om een permanente verbetering mogelijk te maken, werken we in het Akkoord zowel aan maatregelen die op korte termijn de lucht gezonder maken als aan activiteiten om ook op langere termijn extra gezondheidswinst te boeken. Sommige van die afspraken zijn direct uit te voeren; andere vergen eerst een verkenning of een uitwerking of test van een maatregel of methode. Innovatie, kennisontwikkeling en actieve kennisdeling vormen de motor voor permanente verbetering. Een gedegen kennisbasis is van groot belang voor een effectieve en efficiënte uitvoering van lucht- en gezondheidsbeleid. Er is al veel informatie beschikbaar, maar er zijn ook nog belangrijke kennisvragen over de gezondheidseffecten van componenten, effectieve meet- en monitoringsstrategieën, praktijkemissies van verschillende bronnen en de effectiviteit van oplossingsstrategieën. Ook is nog veel winst te behalen door onderzoeksresultaten vroegtijdig te delen en door bedrijfsleven, milieu en gezondheidsorganisaties en kennisinstellingen er actiever bij te betrekken. Dat voorkomt dat verschillende partijen hetzelfde onderzoek moeten uitvoeren en het zorgt ervoor dat meer partijen gebruik kunnen maken van de ontwikkelde kennis. Daarom is in 2021-2022 de kennisagenda ontwikkeld.

De kennisagenda heeft twee hoofddoelen: • Het in kaart brengen van de kennisvragen die SLApartijen nodig achten om toekomstig beleid (beter) te maken en uit te voeren. • Het delen van lopende onderzoeken en onderzoeksresultaten tussen kennisinstellingen, SLA-partijen en overige belanghebbende partijen. In 2022 is een eerste inventarisatie van kennisvragen gemaakt. Die kennisvragen zijn terug te vinden op de SLAwebsite en geven richting aan onderzoekers en organisaties die onderzoek financieren over welke vragen nog onbeantwoord zijn en prioriteit hebben.

20 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

Artikel 5. Kennisdeling en innovatie 1. Partijen werken samen aan een kennis- en innovatieagenda om beter inzicht te verkrijgen in de luchtkwaliteit en gezondheidseffecten, innovatieve nieuwe maatregelen en de effectiviteit van beleid te realiseren. Kosteneffectiviteit is hierbij een belangrijk aandachtspunt. De Rijksoverheid onderzoekt als onderdeel van deze kennisagenda het effect van piekconcentraties op de gezondheidsklachten en het welzijn van hooggevoelige groepen en onderzoekt welke maatregelen mogelijk zijn om piekconcentraties te verminderen en wat de effectiviteit van deze maatregelen is. De Rijksoverheid werkt verder aan de ontwikkeling van een monitoringsinstrumentarium, waaronder de gezondheidsindicator en instrumenten om gezondheidseffecten van maatregelen op kleinere schaal in beeld te brengen. Daarnaast vraagt de Rijksoverheid de Gezondheidsraad om advies over ultrafijn stof.

In 2023 heeft het SLA een themagroep kennisagenda opgericht met deelnemers uit SLA-gemeenten, -provincies, kennisinstellingen, GGD-en en omgevingsdiensten. Sinds 2024 worden via de kennisagenda onderzoeken en onderzoeksresultaten gedeeld over luchtkwaliteit en gezondheid tussen de deelnemers aan de themagroep en met alle SLApartijen. De kennisagenda en themagroep worden ook benut om onderzoekers en beleidsmakers vaker in contact te brengen. Zo kan beleid beter gebruik maken van aanwezige wetenschappelijke kennis en zijn onderzoeken beter toe te spitsen op de beleidsopgaves in Nederland. Jaarlijks zal de kennisagenda stilstaan bij bepaalde kennisvragen om uit te lichten. In 2024 wordt extra aandacht besteed aan kennisvraag 2 (luchtkwaliteit in de woonomgeving) en kennisvraag 12 (gedragsverandering). Over deze kennisvragen worden sessies georganiseerd om informatie over deze onderwerpen te delen en om te kijken of er (gezamenlijk) onderzoek naar deze onderwerpen kan worden gedaan om deze vragen deels te beantwoorden Een aantal specifieke acties over kennis zijn opgenomen in het Akkoord. Hoofdstuk 3 behandelt het Gezondheidsraadadvies over ultrafijnstof, hoofdstuk 4 gaat in op de ontwikkeling van het monitoringsinstrumentarium en hoofdstuk 5 bespreekt het onderzoek naar piekconcentraties.

4 Monitoring

Monitoring van de voortgang van maatregelen en pilots van luchtemissies en gezondheidseffecten is belangrijk om te evalueren of deelnemende partijen op koers liggen om de doelen te halen, of dat herijking van de aanpak nodig of wenselijk is.

Artikel 11. Monitoring 1. Partijen monitoren: a. Jaarlijks de voortgang van de uitvoering van de uitvoeringsagenda en de decentrale uitvoeringsplannen. b. Ten minste eens in de drie jaar de ontwikkeling in (lokale en regionale) luchtkwaliteit (NO2, PM10 en PM2,5). Partijen leveren daartoe de benodigde informatie aan, waaronder, voor de partijen die het betreft, de informatie die jaarlijks wordt aangeleverd volgens voorschriften in de Wet Milieubeheer en na inwerkingtreding de Omgevingswet (artikel 10.11 en 10.12 Bkl). c. Ten minste eens in de drie jaar het doelbereik van het Schone Lucht Akkoord door middel van de gezondheidsindicator. Partijen leveren daartoe de benodigde informatie aan.

21 | Uitvoeringsagenda Schone Lucht Akkoord 2024-2030

2. De Rijksoverheid draagt zorg voor het noodzakelijke monitoringsinstrumentarium, waaronder de gezondheidsindicator en monitoring van de luchtkwaliteit. De Rijksoverheid draagt zorg voor de verdere doorontwikkeling van deze instrumenten en betrekt gemeenten en provincies daarbij. De Rijksoverheid ondersteunt Partijen bij het aanleveren van gegevens voor de monitoring. 3. Partijen werken nadere monitoringsafspraken uit en leggen deze voor aan de Stuurgroep. Hierbij wordt bekeken hoe deze zo goed mogelijk kunnen aansluiten op andere monitoringsafspraken, zoals de klimaat- en energieverkenning. De Rijksoverheid neemt daarbij het initiatief.

Monitoring voortgang van de maatregelen en pilots

Monitoring doelen SLA: luchtkwaliteit en gezondheidsindicator

Jaarlijks rapporteren alle SLA-deelnemers over de voortgang van de uitvoering van maatregelen en pilots. Elke SLAdeelnemer vult het format voor het uitvoeringsplan in. Dit moet jaarlijks uiterlijk op 1 maart geactualiseerd en ingediend zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=cced1291-ae8e-47f8-beac-4893d57219e6