1. Ruimtelijke onderbouwing V3.0 (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 53 van 128
variantenonderzoek, het minst negatief wordt beoordeeld, zowel op het aspect van wind- als van zonneenergie. Juist in deze variant liggen kansen voor het creëren van een nieuwe landschappelijke samenhang, doordat in deze relatief compacte variant de oostrand van bedrijventerrein Hessenpoort duidelijk wordt gemarkeerd en afgerond en daarmee ook de overgang naar het buitengebied. De gekozen variant lijkt over het algemeen iets minder negatief uit te pakken op de openheid van het landschap, omdat deze variant pal langs de dichte rand van Hessenpoort ligt. Op basis van beschikbaarheid van gronden is het zonnepark ten opzichte van het variantenonderzoek naar het noorden verschoven en kleiner gemaakt. De zichtbaarheid van het zonnepark vanaf de openbare ruimte is zeer beperkt door een maximale bouwhoogte van 4 meter, een groenblauwe inpassing aan de noord- en westzijde en een verhoogde spoorlijn aan de oostzijde. Tot slot is het zonnepark gepositioneerd in een ‘restruimte’, waardoor het open gebied van Tolhuislanden zoveel mogelijk behouden blijft. Figuur 4.9 Zicht vanuit het zuidoosten
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 54 van 128
5 Onderzoek gevolgen voor de omgeving De realisatie en exploitatie van het Energiepark Tolhuislanden is een nieuwe activiteit in het gebied en heeft dan ook gevolgen voor de fysieke leefomgeving in de huidige situatie. Deze gevolgen zijn onderzocht en beoordeeld in dit hoofdstuk. Beoordeeld of geconcludeerd kan worden dat de gevolgen aanvaardbaar zijn en daarmee sprake van een goede ruimtelijke ordening, al dan niet door aanpassingen in het plan of door het stellen van voorwaarden en/of beperkingen. Voor de invloed op het landschap in de directe en ruime omgeving is in het voorgaande hoofdstuk al vastgesteld dat geconcludeerd kan worden dat deze voldoen aan een goede ruimtelijke ordening. In de volgende paragrafen zijn de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid onderzocht. Het zonneveld heeft, in termen van slagschaduw en externe veiligheid, geen impact op de omgeving. De zonnepanelen produceren zelf geen relevant geluid. Dat geldt mogelijk wel voor de bijbehorende transformators, die (enig) geluid produceren. Voor de bijbehorende transformator kan een vergelijking worden gemaakt met de in de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven van <100 MVA’.
Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 50 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. Aangezien de afstand van het zonnepark tot de dichtstbijzijnde woningen meer is dan 130 meter is op voorhand te stellen dat het zonnepark geen relevante geluidsbelasting veroorzaakt op de omliggende woningen. Het geluid afkomstig van de windturbines is leidend voor het bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Paragrafen 5.2 (geluid), 5.3 (slagschaduw) en 5.4 (externe veiligheid) richt zich daarom op de drie te plaatsen windturbines en laat het zonneveld verder buiten beschouwing.
5.1 Uitgangspunten windturbines 5.1.1 Algemene uitgangspunten Voorbeeldwindturbine Voor het bepalen van milieueffecten van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden wordt gebruik gemaakt van een voorbeeldturbine, omdat de keuze voor een specifieke windturbine met bijbehorende specificaties pas in een later stadium plaats vindt. Met uitzondering van geluid worden voor alle omgevingsaspecten berekeningen of beschrijvingen uitgevoerd voor een worst-case windturbinetype. Voor het aspect geluid wordt uitgegaan van een ‘real-case’ windturbine, waarbij er wordt uitgegaan van een relatief luide windturbine passend binnen de bandbreedte van afmetingen (zie paragraaf 4.2). Voor de overige omgevingsaspecten geldt dat een windturbine met maximale afmetingen de worst-case situatie is, de onderzoekconclusies zijn dan ook geldig voor kleinere en lagere windturbinetypes dan de voorbeeldwindturbine, ongeacht hun afmetingen binnen de bandbreedte van afmetingen. Als voorbeeldturbine is voor het bepalen van milieueffecten uitgegaan van een windturbine met de maximale afmetingen. Dat wil zeggen een tiphoogte van maximaal 252 meter, een maximale ashoogte 167 meter van en maximale rotordiameter van 172 meter.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 55 van 128
5.1.2 Algemeen kader voor lokale milieunormen Voor de aspecten geluid, slagschaduw en externe veiligheid golden uniforme regels in Nederland voor windturbines. Deze regels bevatten normen als waarborg voor een aanvaarbare maximale belasting voor de omgeving. Deze uniforme regels kunnen door een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘de Afdeling’) niet meer worden gehanteerd, zoals hierna toegelicht. Om die reden is ten behoeve van de besluitvorming over het Energiepark Tolhuislanden een locatie- en projectspecifieke beoordeling uitgevoerd. Onderdeel van deze aanvraag is het verzoek om maximale waarden in de vorm van normen te hanteren en als voorschrift aan de omgevingsvergunning voor het Energiepark te verbinden ter waarborging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening. Bijlage 2 (milieunormenonderzoek Energiepark Tolhuislanden) voorziet in de uitleg en motivering van deze lokale en projectspecifieke milieunormen. In deze paragraaf wordt een samenvatting van de motivering gegeven. In paragraaf 5.2, 5.3 en 5.4 wordt voor Energiepark Tolhuislanden onderzocht en beoordeeld welke gevolgen er optreden voor de betreffende aspecten en hoe die zich verhouden tot de lokale, projectspecifieke waarden die zijn voorgesteld.
Achtergrond: uitspraak Raad van State Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ABRvS) een uitspraak gedaan in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (DZU) over -samengevat - de vraag of voor het vastleggen van milieunormen voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer een plan-MER-plicht bestaat op grond van de Europese SMB-richtlijn . De Afdeling is in die uitspraak tot het oordeel gekomen dat op grond van het Europese recht inderdaad een dergelijke beoordeling moet worden gemaakt van de gevolgen voor het milieu. Die beoordeling zal in eerste instantie door het Rijk worden opgesteld. Tot die beoordeling is gemaakt mogen de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling niet zonder meer worden gebruikt bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een nieuw bestemmingsplan en/of de vergunbaarheid van een omgevingsvergunning vanuit het oogpunt van de bescherming van het milieu. De Afdeling geeft in haar uitspraak echter ook aan dat het bevoegd gezag bij het beoordelen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een plan ten behoeve van het vaststellen van een plan voor een concreet project eigen normen kan stellen ter vervanging van de normstelling uit het Activiteitenbesluit en de -regeling.
Daarvoor geldt dat de te hanteren normen moeten worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Die motivering wordt voor deze ruimtelijke onderbouwing gegeven (zie bijlage 2). Op 12 april 2023 heeft de ABRvS de uitspraak gedaan in de zaak Windpark DZU waaruit volgt dat het nieuwe windpark mag worden gebouwd. In deze uitspraak heeft de afdeling geconcludeerd dat de getoetste project-specifieke normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid actueel en deugdelijk zijn, op zichzelf staan en op de lokale situatie zijn toegepast. Deze uitspraak leert dat de realisatie van windparken door kan gaan in de afwezigheid van landelijke normen voor deze milieuthema’s waaraan getoetst zou moeten worden.
Aanpak om te komen tot een normstelling Normen worden dus over het algemeen vastgesteld op basis van de een projectspecifieke beoordeling van de aanvaardbaarheid van enige mate van hinder of risico voor omgeving ten opzichte van het
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 56 van 128
algemene maatschappelijk belang - in deze bij het realiseren van windturbines - om duurzame energie op te wekken en daarmee de landelijke, provinciale en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en klimaatdoelstellingen te behalen. De afweging dient gebaseerd te zijn op basis van de meest recente inzichten. Daarmee is sprake van een belangenafweging tussen het individueel belang van een omwonende, op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en gezondheid, versus het algemeen maatschappelijk belang van de energietransitie naar hernieuwbare energie en verbetering van het klimaat. De afweging tussen (individuele) hinder voor de omgeving enerzijds en het (algemeen) belang van duurzame elektriciteitsopwekking anderzijds vindt dus ook plaats bij beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de mate van geluidhinder, slagschaduwhinder en externe veiligheidsrisico's van windturbines. In het milieunormenonderzoek (bijlage 2) is voor de milieuthema’s die eerder genormeerd zijn in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling (geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering): •
inzichtelijk gemaakt welke effecten optreden als gevolg van de exploitatie van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden;
•
aangegeven aan de hand van welke criteria en (reken)methodieken deze effecten inzichtelijk zijn gemaakt en beoordeeld;
•
inzichtelijk gemaakt hoe deze effecten zich lokaal manifesteren in het beoogde project en;
•
welke normstelling, rekening houdend met alle relevante aspecten op deze specifieke locatie, voldoende bescherming biedt om onaanvaardbare milieugevolgen te voorkomen.
In deze onderzoeken is gebruik gemaakt van de actuele stand van wetenschappelijk kennis op verschillende milieuthema's. Dat betreft naast de gevolgen voor de omgeving ook de gehanteerde methodieken om de omvang van de gevolgen vast te stellen.
5.1.3 Voorstel normstelling voor Energiepark Tolhuislanden In deze paragraaf is een voorstel voor de toelaatbare belasting in de vorm van geluid, slagschaduw en externe veiligheid opgenomen met een beknopte toelichting. De achterliggende motivering is opgenomen in bijlage 2. De motivering is tot stand gekomen in overleg met de leden van de coöperatie op basis van onderzoek naar de omvang van de gevolgen. Daarbij is relevant dat de bewoners van het gebied, waaronder de leden van de coöperatie, goed bekend zijn met de karakteristieken van deze gevolgen door de aanwezigheid van de 10 bestaande windturbines. De coöperatie DTHL stelt als onderdeel van haar vergunningsaanvraag voor deze normen vast te leggen en als voorschrift te verbinden aan de omgevingsvergunning (zie paragraaf 5.12).
Lokale norm voor geluid Voorgestelde toelaatbare geluidsbelasting voor de windturbines van Energiepark Tolhuislanden: •
een jaargemiddelde geluidbelasting van 47 dB Lden en 40 dB Lnight op de gevel van geluidgevoelige objecten27.
Op basis van de gebiedskenmerken, beschikbare kennis uit wetenschappelijk onderzoek en de uitgevoerde analyses naar de effecten op de omgeving worden de geluidnormen 47 dB L den en 40 dB Lnight aanvaardbaar geacht voor het plangebied van Energiepark Tolhuislanden. Het verder terugdringen naar een strengere geluidnorm leidt tot geringe milieuwinst ten opzichte van de toename in
27
Geluidgevoelige objecten zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 57 van 128
energieopbrengstverlies op basis van het gehanteerde turbinetype. Beargumenteerd is om een iets strengere nachtelijke geluidnorm vast te leggen dan geformuleerd in het Activiteitenbesluit (41 dB Lnight), omdat er gedurende de nacht het geluid van andersoortige geluidbronnen in de omgeving deels wegvalt. Wanneer de cumulatieve geluidbelasting met andersoortige geluidbronnen wordt beschouwd, kan worden gesteld dat het hanteren van strengere normen dan 47 dB Lden / 41 dB Lnight voor Energiepark Tolhuislanden beperkt effect heeft op de kwaliteit van de akoestische omgeving in de nieuwe situatie. Wel zal een strengere norm van 40 dB Lnight hinder in de nachtperiode verder kunnen beperken wanneer het geluid van andersoortige geluidbronnen wegvallen. Op het bedrijventerrein Hessenpoort zijn een aantal kantoorpanden gesitueerd waar mogelijke hinder kan worden ondervonden van geluid. Door het reeds aanwezige geluid van bedrijvigheid en wegverkeer op het bedrijventerrein wordt verwacht dat toevoeging van windturbinegeluid gedurende werktijden niet tot onaanvaardbare hinder zal leiden.
Op het moment wanneer windturbinegeluid meer overheersend kan zijn (wanneer geluid van andere geluidbronnen afneemt in de avond- en nachtperiode) zal in de kantoren tevens geen of slechts heel sporadisch bezetting zijn waardoor op deze momenten ook geen significante hinder van windturbinegeluid wordt verwacht. Om deze redenen is het aannemelijk dat de bedrijfs- en kantoorpanden op het bedrijventerrein geen separate bescherming behoeven van de drie nieuwe windturbines. Handhavings- en rekenmethodiek De windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling bevatten ook regels voor rapportage van akoestisch onderzoek, rekenmethodiek, handhaving en registratie emissieterm voor geluid van windturbines. Verzocht wordt om middels voorschriften in de omgevingsvergunning de betreffende regels op te nemen. Deze vertegenwoordigen de best beschikbare en meest geschikte methode voor handhaving en berekenen van windturbinegeluid. Voor de formulering kan worden aangesloten op de formulering uit de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en -regeling omdat dit de best beschikbare rekenmethodiek en basis voor handhaving geluid is.
Lokale norm voor slagschaduw Voorgestelde maximale belasting voor slagschaduw ten gevolge van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden: •
slagschaduwnorm van maximaal 1 uur28 per jaar voor slagschaduwgevoelige objecten29.
Op basis van beschikbare kennis en de uitgevoerde analyses naar de effecten op de omgeving wordt voor Energiepark Tolhuislanden een normstelling van maximaal 6 uur slagschaduw per jaar op slagschaduwgevoelige objecten geschikt geacht. Uit het onderzoek blijkt ook dat de stap van mitigeren tot 6 uur per jaar naar 0-1 uur per jaar relatief veel milieuwinst oplevert ten opzichte van de geringe toename in energieopbrengstverlies. Vanuit het oogpunt van hinderbestrijding in de omgeving ten overstaande van de baten van het project, wordt een slagschaduwnorm van maximaal 1 uur per jaar voor slagschaduwgevoelige objecten geschikt geacht voor Energiepark Tolhuislanden. 28
In de praktijk is terug regeling naar 0 uur per jaar niet mogelijk. Tijdens afwisselende zonnige momenten kan er gedurende kortstondige duur slagschaduw aanwezig zijn. Deze perioden zijn nooit zodanig langdurend dat er sprake kan zijn van een significante hinderbeleving. Deze categorie dient dus gelezen te worden als ‘zoveel reductie als mogelijk’. 29 Met slagschaduwgevoelige objecten worden objecten bedoeld voor bewoning of anderszins voor permanent verblijf van personen (woningen, woonboten of woonwagens en zorginstellingen).
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 58 van 128
Belangrijk is om op te merken dat de voorgestelde slagschaduwnorm van 0-1 uur alleen betrekking heeft op slagschaduw als gevolg van Energiepark Tolhuislanden. Ter plaatse van 9 woningen binnen het slagschaduwgebied van Energiepark Tolhuislanden kan reeds slagschaduw optreden als gevolg van bestaande windturbines. De toevoeging van Energiepark Tolhuislanden met een slagschaduwnorm van 01 uur heeft verder geen invloed op de slagschaduw veroorzaakt door bestaande windturbines. De slagschaduwduur die optreedt op bedrijven dan wel kantoorpanden en -ruimten die gevoelig voor slagschaduw kunnen zijn heeft een aanzienlijk andere mate van hinderbeleving als slagschaduw die optreedt op woningen of zorginstellingen met permanent verblijf van personen (slagschaduwgevoelige objecten). De aanwezigheid van personen in kantoorruimten tijdens momenten waarop slagschaduw kan optreden is beperkt. De benodigde bescherming tegen de slagschaduweffecten bij deze objecten zal lager zijn dan bij woningen, gezien de werkzaamheden en bezettingsgraad in vergelijking met leven en wonen. Er zijn in veel gevallen relatief eenvoudig maatregelen beschikbaar bij kantoren om optredende effecten te beperken (zoals zonwering).
Het wordt vanuit het oogpunt van hinderbestrijding bij deze objecten dan ook voorgesteld om geen separate norm te stellen voor de optredende slagschaduwduur op kantoorpanden en kantoorruimten.
Lokale norm voor externe veiligheid voorgestelde maximale waarde voor de windturbines: •
Het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van Energiepark Tolhuislanden, is niet hoger dan 10-6 per jaar.
•
Het plaatsgebonden risico voor een beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van Energiepark Tolhuislanden, is niet hoger dan 10-5 per jaar.
Uitgangspunt van het landelijke risicobeleid in zijn algemeenheid is dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer op een bepaalde plaats een daar aanwezig individu geen hogere kans op overlijden heeft dan maatschappelijk is geaccepteerd. Deze basisbescherming, die veelal een limiet kent van 10-6 of 10-5 per jaar, wordt uitgedrukt in het plaatsgebonden risico (PR). Dit geldt voor onder andere industrie, transport en opslag van gevaarlijke stoffen zoals toxische of brandbare stoffen maar is ook toepasbaar voor windturbines. Het externe veiligheidsbeleid van alle risicobronnen is met introductie van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in 2004 gelijkgetrokken. Het hanteren van PR10 -5 en PR10-6 voor een aanvaardbaar risico dateert al van eerder, zo wordt het onder andere genoemd in het Nationaal milieubeleidsplan 4 (juni 2001) maar ook daarvoor werd deze norm als aanvaardbaar gehanteerd. In het kader van de vuurwerkramp in Enschede (2000) en het daarop volgende rapport van de commissie Oosting heeft er toe geleid dat het gehele externe veiligheidsbeleid in Nederland tegen het licht is gehouden en er uiteindelijk maatschappelijk aanvaardbare normen in het Bevi zijn vastgelegd. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plaatsgebonden risiconiveaus van 10-5 en 10-6 die optreden voor andere risicobronnen.
Weliswaar is er een kans op een effect, maar het hanteren van een andere kans als beoordelingsniveau leidt niet tot een afname van het gevolg maar alleen van de kans dat dit effect kan optreden. Het feit dat een zekere mate van risico, alhoewel zeer beperkt, wordt geaccepteerd is inherent aan het feit dat Nederland een drukbevolkt land is en multifunctioneel ruimtegebruik toegepast wordt.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 59 van 128
Overige windturbinebepalingen De windturbinebepalingen kennen naast normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid ook nog een aantal (technische) bepalingen om hinder te beperken en veiligheid te borgen welke wenselijk zijn om vast te leggen. Dit betreffen de volgende regels ten aanzien van het in gebruik nemen en hebben van windturbines: •
ter voorkoming van lichtschittering;
•
ten aanzien van algemene veiligheid en controle;
•
verplichte IEC-certificering van de windturbines.
Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde oppervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvanger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet-reflecterende materialen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NENISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Algemene veiligheid en controle Bij een geconstateerd of vermoed gebrek dient een windturbine buiten bedrijf te worden gesteld, daarmee wordt voorkomen dat het gebrek een gevaarlijke situatie voor de omgeving oplevert. Met het opleggen van een verplichting op dit punt worden alle mogelijke effecten voorkomen. IEC-certificering van de windturbines Het ontwerp van een windturbine dient te voldoen aan de internationale ontwerpnorm voor windturbines (IEC 61400). Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen, er is verder dus geen inhoudelijke afweging van een normering aan de orde. Daarom zijn deze bepalingen ook verder niet afgewogen maar wel aangevraagd als vergunningvoorschrift.
Windturbines dienen aan deze bepalingen/regels te voldoen.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 60 van 128
5.2 Geluid Windturbines produceren geluid wanneer de rotoren draaien. Dit geluid wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de turbinebladen door de wind 'zoeven': aerodynamisch geluid. Daarnaast produceren windturbines ook mechanisch geluid: geluid afkomstig van het overbrengen van de energie vanuit de turbinebladen naar de generator en geluid uit de generator zelf. Het mechanische geluid is doorgaans veel minder dan het aerodynamische geluid. Net als voor andere geluidbronnen is het voor windturbines wenselijk om normen vast te leggen voor de hoeveelheid geluid die mag optreden op de omgeving. Zodoende kan de hinder hiervan beperkt worden tot een aanvaardbaar geacht niveau. Om te komen tot een normstelling speelt het daadwerkelijk optredende geluidniveau, de betreffende omgeving en de hinderlijkheid van het specifieke geluid een rol.
5.2.1 Toetsingskader Het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (kortweg: het Activiteitenbesluit milieubeheer) als kader voor de toetsing van geluid van windturbines mag zoals aangegeven voorlopig bij de beslissing over de goede ruimtelijke ordening niet meer worden gebruikt. Dit als gevolg van de uitspraak van de Raad van State in de zaak Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding op 30 juni 2021. Volgens richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement dient omgevingslawaai in alle lidstaten op dezelfde wijze behandeld te worden. De geluidbelasting dient daarbij in decibel (dB) L den of dB Lnight te worden uitgedrukt. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidsbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 dB omdat in deze periode geluid als hinderlijker wordt ervaren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De nachtelijke geluidbelasting wordt uitgedrukt in Lnight. Lnight wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring te bepalen. Voor het bepalen van de hinder wordt gebruik gemaakt van Lden. Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is de Lden-normering een geschikte maat om toe te passen. Een andere geluidsdosismaat dan de Lden toepassen is ook overwogen.
Een andere dosismaat levert echter geen hoger beschermingsniveau op en is niet evident beter ter bescherming van de omgeving tegen windturbinegeluid.
Lokale geluidnorm Voor onderhavig plan wordt getoetst aan de volgende lokale normen voor geluid (zie ook paragraaf 5.1 en bijlage 2). Voorgestelde toelaatbare geluidsbelasting voor de windturbines van Energiepark Tolhuislanden: •
een jaargemiddelde geluidbelasting van 47 dB Lden en 40 dB Lnight op de gevel van geluidgevoelige objecten30.
Cumulatie met alle geluidbronnen Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines31. In het geval van dit project zijn dat het gezoneerde bedrijventerrein Hessenpoort, het aangrenzende verdeel- en schakelstation Hessenpoort (hierna: transformatorstation), de auto(snel)wegen A28, N340 en N758 (Nieuwleusenerdijk), railverkeer op de spoorlijn tussen Zwolle en Meppel en de bestaande windturbines 30 31
Geluidgevoelige objecten zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Activiteitenregeling milieubeheer Bijlage 4
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 61 van 128
van Windpark Tolhuislanden, Windpark Westenwind en Windpark Synergie. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter de cumulatie van geluid met andere bronnen wel te worden afgewogen. Een gevestigde en door de Afdeling geaccepteerd methodiek om cumulatieve geluideffecten te beoordelen is de 'Methode Miedema', deze wordt hiervoor dan ook toegepast.
Laagfrequent geluid Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op laagfrequent geluid (geluid met trillingen in een lage frequentie). Het meest voorkomende ‘gewone’ geluid zit tussen de 125 en 8.000 Hertz. Hoe meer trillingen per seconde, hoe hoger de frequentie en hoe hoger de toon. Bij minder dan 100 trillingen per seconde (100 Hz) hebben we het over laagfrequent geluid. Geluid onder de 20 Hz is niet hoorbaar, alleen voelbaar. Beneden de 20 Hz wordt gesproken van infrasoon geluid.
5.2.2 Onderzoek Ten behoeve van het toetsen van een goede ruimtelijke ordening in het kader van akoestiek en slagschaduw van de toekomstige windturbines is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de effecten op de omgeving in beeld te brengen (zie bijlage 3 Onderzoek akoestiek en slagschaduw). Referentieturbine Ter bepaling van de akoestische effecten is in het akoestisch onderzoek uitgegaan van een realistische Nordex N163/5.X STE windturbine met 167 meter ashoogte. De Nordex N163/5.X STE heeft een gemiddelde geluiduitstraling in vergelijking tot andere windturbines binnen dezelfde bandbreedte. Doordat een aantal woningen nabij één of meerdere windturbines van Energiepark Tolhuislanden gelegen zijn, zal een zeer luid windturbinetype niet rendabel zijn omdat relatief vergaande maatregelen nodig zijn om geluid te mitigeren, wat resulteert in relatief veel energieopbrengstverlies als gevolg van geluidmitigatie. Om deze reden is in de onderzoeken nu uitgegaan van een turbine met gemiddelde geluiduitstraling, die wel realiseerbaar is op deze locatie. Van de turbinetypes met gemiddelde geluiduitstraling is het gekozen turbinetype (Nordex N163-5.X met STE) nog wel relatief luid, zodat de bovenkant van de bandbreedte in beeld is gebracht.
Lokale geluidnorm In de akoestische berekeningen zijn 9 referentietoetspunten gedefinieerd ter plaats van maatgevende woningen in het gebied rondom de locatie van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden. Op elk toetspunt is het jaargemiddelde geluidniveau berekend. Details van de invoergegevens van het rekenmodel zijn gegeven in bijlage 3 (Onderzoek akoestiek en slagschaduw). Voor de referentiewoningen zijn in Tabel 5.1 de jaargemiddelde geluidniveaus Lnight en Lden gegeven die optreden op +5 m hoogte. De Lden is het tijdgewogen gemiddelde van: • het jaargemiddelde geluidniveau in de dag Lday; •
het jaargemiddelde geluidniveau in de avond Leven vermeerderd met 5 dB;
•
het jaargemiddelde geluidniveau in de nacht Lnight vermeerderd met 10 dB.
Tabel 5.1 Rekenresultaten Energiepark Tolhuislanden [dB(A)] Geluidbelasting Toetspunt
Adres Lnight
Lden
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 62 van 128
tp01
Lichtmisweg 6
37
43
tp02
Steenwetering 2
41
47
tp03
Vriezendijk 2
39
45
tp04
Nieuwleusenerdijk 37
40
47
tp05
Nieuwleusenerdijk 27
45
51
tp06
Nieuwleusenerdijk 29
44
51
tp07
Nieuwleusenerdijk 28
43
49
tp08
De Bese 8
43
49
tp09
De Bese 17
42
48
De resultaten in Tabel 5.1 laten zien dat de getoetste geluidnormen Lden=47 dB en Lnight=40 dB wordt overschreden ter plaatse van meerdere toetspunten. De vetgedrukte waarden laten de overschrijdingen zien. Om aan de project-specifieke geluidnorm te voldoen, zijn geluidmitigerende voorzieningen voor de gehanteerde windturbine aan de orde. Voorzieningen geluidsmitigatie Om te voldoen aan de project-specifieke geluidnorm kan ervoor worden gekozen om een andere windturbine met een lagere geluidemissie en of lagere ashoogte te nemen. Ook kan ervoor worden gekozen om (voor bepaalde perioden) de bedrijfsinstellingen van specifieke turbines te wijzigen. Met deze aangepaste bedrijfsinstellingen worden de bronsterkten van de turbines gereduceerd door bijvoorbeeld het toerental te verlagen en/of de bladhoek te verdraaien. Dit gaat enigszins ten koste van de energieopbrengst. Voor Energiepark Tolhuislanden is onderzocht om de windturbines in geluidmitigerende modi te laten draaien gedurende de nachtperiode (tussen 23:00 uur ’s avonds en 7:00 uur in de ochtend). Zie bijlage 3 voor meer informatie over de gehanteerde geluidmitigerende modi. De resultaten in geluidbelasting wanneer geluidmitigatie wordt toegepast, zijn gegeven in Tabel 5.2. Tabel 5.2 Rekenresultaten EP Tolhuislanden met geluidmitigatie [dB(A)] Geluidbelasting Toetspunt
Adres Lnight
Lden
tp01
Lichtmisweg 6
35
42
tp02
Steenwetering 2
40
47
tp03
Vriezendijk 2
37
44
tp04
Nieuwleusenerdijk 37
36
44
tp05
Nieuwleusenerdijk 27
39
47
tp06
Nieuwleusenerdijk 29
39
47
tp07
Nieuwleusenerdijk 28
38
46
tp08
De Bese 8
38
46
tp09
De Bese 17
37
45
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 63 van 128
De berekening ter plaatse geven, na toepassen van de geluidvoorzieningen, geen overschrijding van de voorgestelde geluidnorm. De 47 Lden contour is zichtbaar in Figuur 5.1. In het akoestisch onderzoek (bijlage 3) wordt ook de Lnight-contour getoond. Figuur 5.1 Geluidcontour 47 dB Lden – Energiepark Tolhuislanden gemitigeerd
Zonder de toepassing van geluidmitigatie kan niet worden voldaan aan de geluidnorm. Uit de onderzochte mitigatie blijkt dat voldaan kan worden aan de voorgestelde geluidsnorm. In de hierop volgende berekeningen (voor cumulatie met bestaande windturbines, cumulatie met andere geluidbronnen en geluidbelasting bij niet-geluidgevoelige objecten) wordt uitgegaan van de realisatie van Energiepark Tolhuislanden mét geluidmitigatie.
Cumulatie met andere geluidbronnen Andere windturbines Cumulatie met de bestaande windturbines van Windpark Tolhuislanden, Windpark Westenwind en Windpark Synergie is inzichtelijk gemaakt. De geluidemissie van de bestaande windturbines is bepaald op basis van de geluidemissiegegevens die zijn vrijgegeven door de turbinefabrikant van het desbetreffende turbinetype. De cumulatieve geluidbelasting van de bestaande windturbines (referentiesituatie) en de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden is gegeven in Tabel 5.3 laat zien dat de geluidbelasting als gevolg van Energiepark Tolhuislanden gelijk is aan de cumulatieve geluidbelasting. Dit komt omdat de bestaande windturbines in de referentiesituatie relatief ver weg gelegen zijn ten opzichte van de nieuwe windturbines. Er zijn dus geen extra mitigerende maatregelen nodig. Tabel 5.3 Cumulatie met bestaande windturbines [dB(A)] Toetspunt
Adres
Referentiesituatie
EP Tolhuislanden*
Cumulatief
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 64 van 128
Lnight
Lden
Lnight
Lden
Lnight
Lden
tp01
Lichtmisweg 6
23
29
35
42
35
42
tp02
Steenwetering 2
24
31
40
47
40
47
tp03
Vriezendijk 2
29
36
37
44
38
44
tp04
Nieuwleusenerdijk 37
25
31
36
44
36
44
tp05
Nieuwleusenerdijk 27
22
28
39
47
39
47
tp06
Nieuwleusenerdijk 29
23
29
39
47
40
47
tp07
Nieuwleusenerdijk 28
23
29
38
46
38
46
tp08
De Bese 8
23
29
38
46
38
46
tp09
De Bese 17
21
27
37
45
37
45
* Resultaten voor EP Tolhuislanden met mitigatie.
Overige geluidsbronnen Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn geen wettelijke normen van kracht, zij wordt gebruikt ter indicatie van het heersende en gewijzigde leefklimaat. De kwaliteit van de akoestische omgeving wordt met onderstaande tabel beoordeeld (ook wel bekend als ‘methode Miedema’). Tabel 5.4 Classificering kwaliteit van akoestische omgeving in milieukwaliteitsmaat volgens ‘Methode Miedema’ Kwaliteit van de akoestische omgeving
Geluidbelasting
Goed
< 50 dB Lden
Redelijk
< 55 dB Lden
Matig
< 60 dB Lden
Tamelijk slecht
< 65 dB Lden
Slecht
< 70 dB Lden
Zeer slecht
≥ 70 dB Lden
Toegepaste kleurcode
De cumulatieve rekenmethode uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Ten behoeve van deze rekenmethode moet de geluidbelasting L bekend zijn van ieder van de bronnen, berekend volgens het voorschrift dat voor die bronsoort geldt. Hieruit ontstaat een voor die bronsoort vervangende geluidbelasting L* die als resultante overeenkomt met de geluidbelasting vanwege wegverkeer die evenveel hinder veroorzaakt. •
Windturbine
L*WT = 1,65 * LWT – 20,05 dB
•
Wegverkeer
L*VL = 1,00 * LVL + 0,00 dB = LVL
•
Railverkeer
L*RL = 0.95 * LRL – 1,40
•
Industrie
L*IL = 1,00 * LIL + 1,00 dB
De cumulatieve geluidbelasting wordt bepaald door de afzonderlijke waarden L* bij elkaar op te tellen (zogenoemde energetische sommatie). De geluidbelasting (grootheid L) wordt uitgedrukt in Lden, met uitzondering van industrielawaai en scheepvaartlawaai waarvoor de etmaalwaarde geldt.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 65 van 128
In het geval van dit project zijn dat het gezoneerde bedrijventerrein Hessenpoort, het aangrenzende verdeel- en schakelstation Hessenpoort (hierna: transformatorstation), de auto(snel)wegen A28, N340 en N758 (Nieuwleusenerdijk), railverkeer op de spoorlijn tussen Zwolle en Meppel en de bestaande windturbines van Windpark Tolhuislanden, Windpark Westenwind en Windpark Synergie. Voor de referentiewoningen is inzichtelijk gemaakt wat de realisatie van Energiepark Tolhuislanden betekent voor de cumulatieve geluidbelasting. De geluidbelasting in de referentiesituatie, berekend conform Methode Miedema, is weergegeven in Tabel 5.5. Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat er al een significante geluidbelasting is in de referentiesituatie, voornamelijk als gevolg van wegverkeer, railverkeer en industrie. Tabel 5.5. Cumulatieve geluidbelasting referentiesituatie [dB(A)] Toetspunt
Adres
Wegverkeer
Railverkeer
Industrie
Windturbines (bestaand)
Lcum ref
tp01
Lichtmisweg 6
65
38
51
28
65
tp02
Steenwetering 2
56
40
51
30
58
tp03
Vriezendijk 2
47
48
45
39
52
tp04
Nieuwleusenerdijk 37
59
62
48
32
63
tp05
Nieuwleusenerdijk 27
55
52
53
27
59
tp06
Nieuwleusenerdijk 29
56
53
52
28
59
tp07
Nieuwleusenerdijk 28
53
60
50
28
61
tp08
De Bese 8
48
60
49
28
61
tp09
De Bese 17
45
52
49
25
54
De cumulatieve geluidbelasting op de referentiewoningen voor de toekomstige situatie waarbij Energiepark Tolhuislanden is gerealiseerd, is gegeven in Tabel 5.6. De cumulatieve geluidbelasting is met kleurcodes geclassificeerd zoals gedefinieerd in Tabel 5.4. Tabel 5.6 Cumulatieve geluidbelasting toekomstige situatie, Energiepark Tolhuislanden met geluidmitigatie [dB(A)] Toetspunt
Ref. situatie
Na realisatie EP Tolhuislanden
Lcum
LWT,nw
L*WT,nw
Lcum,nw
Verschil [dB (A)]
Adres
tp01
Lichtmisweg 6
65
42
49
65
0
tp02
Steenwetering 2
58
47
57
60
3
tp03
Vriezendijk 2
52
44
53
55
3
tp04
Nieuwleusenerdijk 37
63
44
52
64
0
tp05
Nieuwleusenerdijk 27
59
47
58
61
3
tp06
Nieuwleusenerdijk 29
59
47
58
62
3
tp07
Nieuwleusenerdijk 28
61
46
56
62
1
tp08
De Bese 8
61
46
56
62
1
tp09
De Bese 17
54
45
54
57
3
* LWT,nw is de toekomstige cumulatieve geluidbelasting als gevolg van de bestaande windturbines en de nieuwe windturbines van EP Tolhuislanden (met geluidmitigatie) tezamen
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 66 van 128
In de toekomstige situatie zijn er vijf referentiewoningen (tp02, tp03, tp05, tp07 en tp09) die met één klasse verslechteren op basis van de classificering ‘Methode Miedema’. Het verschil in cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie en de nieuwe situatie varieert tussen de 0 en 3 dB. In de toekomstige situatie met Energiepark Tolhuislanden, na mitigatie ter voldoening aan de geluidsnorm Lden =47 dB en Lnight = 40 dB, wordt de akoestische kwaliteit van de omgeving ter plaatse van de geselecteerde toetspunten in iets meerdere mate bepaald door windturbines en voor een groot deel nog steeds door industriegeluid, rail- en wegverkeer. De toekomstige akoestische kwaliteit van de omgeving varieert van matig (≤ 60 dB Lden) tot slecht (< 70 dB Lden). Gezien het belang van het realiseren van de windturbines als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling en de samenhang met de beleidsmatige keuze om het plangebied aan te wijzen als windenergielocatie, wordt de toekomstige cumulatieve akoestische situatie bij woningen van derden acceptabel geacht. Wanneer met de definitieve windturbine keuze gekozen wordt voor realisatie van een 'stillere' windturbine neemt ook de cumulatieve geluidbelasting af.
Geluid bij niet-gevoelige objecten Voor een selectie niet-gevoelige objecten is de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt. Het betreft bedrijfspanden met een kantoorfunctie (volgens BAG) en panden die op het oog een kantoordeel hebben (beoordeeld op basis van Google Streetview™), maar niet zijn aangeduid met kantoorfunctie volgens BAG. De objecten zijn allen gelegen op het bedrijventerrein Hessenpoort. De ligging van de beoordeelde niet-gevoelige objecten is gegeven in bijlage 3. De jaargemiddelde geluidniveaus Lday (bedrijfstijden van de bedrijven zijn voornamelijk overdag) en Lden zijn gegeven in Tabel 5.7. Tabel 5.7 Geluidbelasting Energiepark Tolhuislanden bij niet-gevoelige objecten [dB(A)] Geluidbelasting EP Tolhuislanden* Toetspunt
Omschrijving Lday
Lden
b01
Paderbornstraat 21
44
50
b02
Ravensburgstraat 8
39
44
b03
Lippestraat 15
37
42
b04
Lippestraat 3
33
38
b05
Lippestraat 1
32
37
b06
Lingenstraat 1
33
37
b07
Siegenstraat 5
39
43
b08
Steinfurtstraat 3
41
45
b09
Steinfurtstraat 10
35
39
b10
Holsteinstraat 4
28
33
b11
Holsteinstraat 6
29
33
b12
Paderbornstraat 1
44
48
* Resultaten voor EP Tolhuislanden met geluidmitigatie.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 67 van 128
De geluidbelasting op de niet-geluidgevoelige objecten is inzichtelijk gemaakt als indicatie voor het leef- of werkklimaat. De berekende geluidbelasting Lday als gevolg van de windturbines is merkbaar, maar er wordt verondersteld dat de toevoeging van geluidsproductie door windturbines geen onaanvaardbare toevoeging zal zijn op de al aanwezige geluidniveaus op het bedrijventerrein.
Laagfrequent geluid Een terugkerend thema in de discussie rond de normen voor windturbinegeluid is laagfrequent geluid (LFG) en infrageluid. Dit betreft geluidemissie in het spectrum beneden de circa 100 Hz (laagfrequent) en beneden de 20 Hz (infrasoon). In het kennisbericht Geluid van windturbines (2015) is het volgende opgenomen: “Omwonenden zijn bezorgd dat door een toename van de hoogte van windturbines meer laagfrequent geluid zal ontstaan. Op basis van metingen wordt dit verschil echter gering geacht. Daarnaast wordt de nadruk op het laagfrequente aandeel onterecht genoemd omdat het normaal geaccepteerde geluid van wegverkeer meer laagfrequent geluid bevat dan wat wettelijk is toegestaan bij windturbines.” Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage en hoge tonen, net als andere geluidbronnen. Wanneer gekeken wordt naar de spectrale verdeling van de geluidemissie van windturbines is er geen sprake van een specifiek groot aandeel in de frequenties lager dan 100 Hz. In het onderzoek van Soendergaard (2015)32.wordt opgemerkt dat ‘nieuwere’ grote turbines naar verwachting een beperkter aandeel LFG hebben dan ‘oudere’ grote turbines als gevolg van de techniekontwikkeling van de windturbine (het pitchen van de bladen en optimalisatie van bladontwerp).
Ook het RIVM stelt in haar recente literatuurstudie uit 2020 dat laagfrequent geluid en infrageluid van windturbines niet voor andere effecten zorgt dan ‘normaal’ geluid. Er ontbreekt bewijs dat laagfrequent geluid en infrageluid ver onder de gehoordrempel tot enig effect kan leiden. Bij blootstelling aan windturbinegeluid vormt voornamelijk het geluidniveau en de amplitudemodulatie (zie bijlage 2) van het algehele windturbinegeluid de oorzaak van de hinder. Kortom: het aandeel laagfrequent geluid is niet onevenredig groot bij windturbines (in tegenstelling tot bijvoorbeeld compressoren of transformatoren), het aandeel LFG is niet significant toegenomen met het formaat van de windturbine en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat specifiek LFG en infrageluid een effect op de volksgezondheid veroorzaken of tot additionele hinder leiden ten opzichte van dat wat reeds wordt beoordeeld. Bekend is de beoordeling van het RIVM dat een geluidsnorm van 47 dB L den ook voldoende bescherming biedt voor het laagfrequente deel als dit bijvoorbeeld wordt vergeleken met de Deense norm.
In 2014 concludeert de Staatsecretaris van I&M33 dan ook: ‘De Deense norm voor laagfrequent windturbinegeluid in het binnenmilieu van een woning biedt geen extra bescherming ten opzichte van de Nederlandse norm voor de gevelbelasting in geval van een standaard geïsoleerde woning.’ Het specifiek toevoegen van een norm voor LFG van windturbines leidt daarmee dus niet tot een betere beoordeling en bescherming van de optredende effecten van geluid. Bovengenoemde bevindingen
32
Soendergaard, B. (2015). Low frequency noise from wind turbines: do the Danish regulations have any impact? An analysis of noise measurements. Int. Journal of Aeroacoustics volume 14. 33 Tweede Kamer brief Structuurvisie wind op land, 31 maart 2014 (kamerstuk 33612, nr 22)
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 68 van 128
worden eveneens bevestigd in een recente review door de Expertgroep gezondheid van de gemeente Amsterdam pag. 35 uit Advies expertgroep gezondheidseffecten Windturbines, 4 april 2022): "Windturbines produceren niet meer laagfrequent geluid en infrageluid dan andere geluidbronnen: een drukke weg die op een woning 55 dB Lden veroorzaakt, bevat meer laagfrequent geluid dan een windturbine bij 40 dB Lden. Ook wijst onderzoek uit dat grotere windturbines niet meer laagfrequent geluid en infrageluid produceren dan kleinere windturbines. De gemeten toename van laagfrequent geluid bij windturbines is evenredig met de toename van het totale geluidniveau van windturbines. De controle op laagfrequent geluid is derhalve verdisconteerd in de huidige normering voor (het volledige spectrum van) windturbinegeluid.” In een recent onderzoek van Woolcock Institute of Medical Research34 is onderzocht of infrageluid invloed heeft op de psychologische en fysiologische toestand van mensen, zoals het veroorzaken van duizeligheid, misselijkheid, hartklachten of slaapverstoring. Uit dit onderzoek is geen invloed gevonden van infrageluid op de onderzochte psychologische en fysiologische aspecten.
Met bovenstaande wetenschappelijk onderzoek kan worden geconcludeerd dat het hanteren van een L den en eventueel een Lnight norm volstaat ter bescherming van laagfrequent geluid en infrasoon geluid van windturbines. Het is dan ook niet noodzakelijk onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid voor deze windturbines.
5.2.3 Conclusie De voorgestelde norm voor windturbinegeluid van Lden 47 dB en Lnight 40 dB op gevoelige objecten voor toekomstig Energiepark Tolhuislanden is aanvaardbaar. Deze norm is ruimtelijk aanvaardbaar op basis van een afweging tussen de te verwachten hinder en het belang van opwekking duurzame energie door de toekomstige windturbines. Het bevoegd gezag wordt verzocht om de gehanteerde norm op te nemen als voorschrift in de omgevingsvergunning. Aan de ruimtelijk aanvaardbare norm voor windturbinegeluid kan worden voldaan. De geluidhinder, waaronder laagfrequent geluid, is aanvaardbaar. Cumulatief met andere geluidbronnen vindt er bij woningen van derden een cumulatieve verslechtering van één stap op de schaal van Miedema plaats op vijf van de negen beschouwde toetspunten. Het verschil in cumulatieve geluidbelasting in de referentiesituatie en de nieuwe situatie varieert tussen de 0 en 3 dB. Bij de overige vier toetspunten blijft de akoestische kwaliteit gelijk. Geconstateerd wordt dat de cumulatieve verandering van de geluidbelasting beperkt is. Dit wordt mede aanvaardbaar geacht gezien het belang van het realiseren van een windpark als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
34
Mashall et al. (2022). The Health Effects of 72 Hours of Simulated Wind Turbine Infrasound: A Double-Blind Randomized Crossover Study in Noise-Sensitive, Healthy Adults. Environmental Health Perspectives.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 69 van 128
5.3 Slagschaduw De turbinebladen van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. Deze 'slagschaduw' kan als hinderlijk worden ervaren. De mate van hinder wordt onder andere bepaald door de duur van de slagschaduw. Flikkering bij windturbines is gerelateerd aan de draaisnelheid van de windturbinebladen. Slagschaduw met flikkerfrequenties vanaf 2,5 Hz wordt als extra hinderlijk ervaren en kan schadelijk zijn (dit komt bij gangbare turbines echter vrijwel nooit voor). De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn bepalende aspecten voor de duur van de periode waarin slagschaduw optreedt (slagschaduwduur).
5.3.1 Toetsingskader Lokale norm voor slagschaduw Zoals reeds beschreven in paragraaf 5.1.2 mag niet zonder meer worden getoetst aan de milieunormen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Derhalve wordt getoetst aan de project-specifieke slagschaduwnorm. Voorgestelde maximale belasting voor slagschaduw ten gevolge van de windturbines van Energiepark Tolhuislanden: •
slagschaduwnorm van maximaal 1 uur35 per jaar voor slagschaduwgevoelige objecten36.
Aanvullend geldt daarbij: •
voor zover er tussen de windturbine en de woningen er nog sprake is van een minimale afdekking van 20% van de zon door het rotorblad (gebied waarbinnen er nog sprake kan zijn van hinderlijke slagschaduw). De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het object.
•
voor zover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen ramen bevinden;
•
de slagschaduwnormen zijn niet cumulatief met bestaande windturbines in het gebied geformuleerd.
Met slagschaduwgevoelige objecten worden objecten bedoeld voor bewoning of anderszins voor permanent verblijf van personen (woningen, woonboten of woonwagens en zorginstellingen). Het bevoegd gezag wordt verzocht om de gehanteerde norm op te nemen als voorschrift in de omgevingsvergunning. De windturbines dienen te worden voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien bij slagschaduwgevoelige objecten meer dan de toegestane jaarlijkse slagschaduwduur van maximaal 1 uur per jaar optreedt.
5.3.2 Onderzoek Ten behoeve van de windturbines is een slagschaduwonderzoek uitgevoerd om enerzijds te toetsen aan de eerder toegelichte slagschaduwnorm van maximaal 1 uur per jaar en anderzijds de effecten op de omgeving in beeld te brengen. In deze paragraaf zijn de resultaten van het uitgevoerde
35
In de praktijk is terug regeling naar 0 uur per jaar niet mogelijk. Tijdens afwisselende zonnige momenten kan er gedurende kortstondige duur slagschaduw aanwezig zijn. Deze perioden zijn nooit zodanig langdurend dat er sprake kan zijn van een significante hinderbeleving. Deze categorie dient dus gelezen te worden als ‘zoveel reductie als mogelijk’. 36 Met slagschaduwgevoelige objecten worden objecten bedoeld voor bewoning of anderszins voor permanent verblijf van personen (woningen, woonboten of woonwagens en zorginstellingen).
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 70 van 128
slagschaduwonderzoek (bijlage 3) weergegeven. Zie bijlage 3 voor een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten en resultaten van dit onderzoek. Referentieturbine Ter bepaling van de maximale slagschaduweffecten (worst-case) is in het slagschaduwonderzoek voor het plan uitgegaan van (fictieve) referentieturbines met een maximale ashoogte van 167 meter en een rotordiameter van 172 meter. Voor de slagschaduwberekeningen zijn enkel deze geometrische eigenschappen van belang.
Slagschaduwduur op gevoelige objecten De referentiewoningen die als toetspunt zijn opgenomen in het akoestisch onderzoek zijn ook opgenomen in het slagschaduwonderzoek. Daarbij is nog een aantal referentiewoningen als toetspunt opgenomen die iets verder weg gelegen zijn van Energiepark Tolhuislanden, om hier ook de verwachte slagschaduwduur per jaar inzichtelijk te maken. De situering van de beoordeelde referentiewoningen is weergegeven in bijlage 3. De berekende gemiddelde slagschaduwduur per jaar, wanneer géén stilstandvoorziening zou worden toegepast, is gegeven in onderstaande Tabel 5.8 en gevisualiseerd in Figuur 5.2. Tabel 5.8. Slagschaduwduur Energiepark Tolhuislanden [uu:mm per jaar] Toetspunt
Adres
Verwachte slagschaduw per jaar [uu:mm]
tp01
Lichtmisweg 6
15:21
tp02
Steenwetering 2
34:09
tp03
Vriezendijk 2
23:05
tp04
Nieuwleusenerdijk 37
48:21
tp05
Nieuwleusenerdijk 27
37:05
tp06
Nieuwleusenerdijk 29
30:20
tp07
Nieuwleusenerdijk 28
38:45
tp08
De Bese 8
39:08
tp09
De Bese 17
38:01
tp10
Tolhuisweg 3
3:22
tp11
Blokweg 1A
6:58
tp12
Haersterbroekweg 2
3:40
tp13
Lichtmisweg 4
7:19
tp14
Noordeinde 1
10:49
tp15
De Brandt 10
4:19
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 71 van 128
Figuur 5.2. Slagschaduwcontour Energiepark Tolhuislanden
Om te voldoen aan de voorgestelde norm van maximaal 1 uur slagschaduw per jaar, moet slagschaduw worden beperkt middels een stilstandregeling tot het niveau van 0-1 uur per jaar wordt bereikt. Voorzieningen mitigatie slagschaduw De windturbines zullen worden uitgerust met een stilstandsvoorziening om te voldoen aan de voorgestelde project-specifieke slagschaduwnorm van maximaal 1 uur slagschaduw per jaar. In de turbinebesturing kunnen hiervoor blokken van dagen en tijden worden geprogrammeerd waarop de rotor wordt gestopt indien de zon schijnt en de turbine draait omdat er op die momenten slagschaduw valt op woningen waar de betreffende turbine bijdraagt aan een overschrijding van de norm. Een dergelijke voorziening leidt tot enig productieverlies. De totale stilstandsduur kan met een zonneschijnsensor beperkt worden door de turbine alleen te stoppen op geprogrammeerde tijden indien ook tegelijkertijd de zon schijnt. Wanneer de zon niet schijnt zal er ook geen sprake zijn van slagschaduw en kan de turbine door blijven draaien. Wanneer de definitieve keuze van het turbinetype bekend is zal er een stilstandskalender worden bepaald waarmee de stilstandsvoorziening van de turbines kan worden geprogrammeerd.
Cumulatie met andere windturbines Cumulatie met de bestaande windturbines (Windpark Tolhuislanden, Windpark Westenwind en Windpark Synergie) is beschouwd om de totale slagschaduwduur per jaar inzichtelijk te maken. De slagschaduwduren in de referentiesituatie (bestaande windturbines) en cumulatie van de bestaande windturbines met de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden is bepaald voor de referentiewoningen. In Tabel 5.9 is uitgegaan van de slagschaduw van Energiepark Tolhuislanden wanneer deze niet gemitigeerd zou worden. Aangezien voldaan moet worden aan de voorgestelde slagschaduwnorm van maximaal 1 uur per jaar, zal de toevoeging van Energiepark Tolhuislanden ten opzichte van de referentiesituatie dus maximaal 1 uur per jaar zijn. Alleen bij toetspunt 10 en 11 van de beschouwde toetspunten zal cumulatie van slagschaduw met bestaande windturbines kunnen ontstaan. De andere
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 72 van 128
toetspunten liggen buiten het slagschaduwgebied van de bestaande windturbines en zullen dus in de toekomstige situatie alleen 0 tot 1 uur slagschaduw per jaar van Energiepark Tolhuislanden kunnen ondervinden. Tabel 5.9 Slagschaduwduur cumulatie [uu:mm per jaar] Toetspunt
Adres
Referentiesituatie
Energiepark Tolhuislanden
Cumulatie
tp01
Lichtmisweg 6
--
15:21
15:21
tp02
Steenwetering 2
--
34:09
34:09
tp03
Vriezendijk 2
--
23:05
23:05
tp04
Nieuwleusenerdijk 37
--
48:21
48:21
tp05
Nieuwleusenerdijk 27
--
37:05
37:05
tp06
Nieuwleusenerdijk 29
--
30:20
30:20
tp07
Nieuwleusenerdijk 28
--
38:45
38:45
tp08
De Bese 8
--
39:08
39:08
tp09
De Bese 17
--
38:01
38:01
tp10
Tolhuisweg 3
12:40
3:22
16:21
tp11
Blokweg 1A
5:43
6:58
12:41
tp12
Haersterbroekweg 2
--
3:40
3:40
tp13
Lichtmisweg 4
--
7:19
7:19
tp14
Noordeinde 1
--
10:49
10:49
tp15
De Brandt 10
--
4:19
4:19
Slagschaduw op andere objecten dan gevoelige objecten Ook gekeken naar effecten op overige slagschaduwgevoelige objecten. Onder overige slagschaduwgevoelige objecten worden objecten bedoeld waar gedurende langere tijdsduur mensen aanwezig zijn, maar niet permanent wonen. Relevante dergelijke objecten in de omgeving van Energiepark Tolhuislanden zijn panden met algehele kantoorfunctie of panden met aanwezigheid van kantoorruimten. Deze zijn gelegen op het bedrijventerrein Hessenpoort. Tabel 5.10 geeft de slagschaduwduur weer op overige slagschaduwgevoelige objecten tijdens kantoortijden37. Tabel 5.10. Slagschaduwduur tijdens kantoortijden [uu:mm per jaar] Toetspunt
Adres
Jaarlijkse slagschaduw tijdens kantoortijden
b01
Paderbornstraat 21
18:45
b02
Ravensburgstraat 8
5:49
b03
Lippestraat 15
3:29
b04
Lippestraat 3
1:24
b05
Lippestraat 1
1:23
37
Voor deze berekening is uitgegaan van kantoortijden tussen 7:30u en 17:30u, de zomertijd-periode van het jaar 2022 en 5/7e kans dat de slagschaduw op een weekdag optreedt.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 73 van 128
b06
Lingenstraat 1
--
b07
Siegenstraat 5
9:20
b08
Steinfurtstraat 3
14:34
b09
Steinfurtstraat 10
--
b10
Holsteinstraat 4
--
b11
Holsteinstraat 6
--
b12
Paderbornstraat 1
19:13
Door de zuidwestelijke ligging van de kantoorpanden ten opzichte van de windturbines, treedt slagschaduw alleen in de ochtenden op vóór 11:00 uur. Omdat voor slagschaduwgevoelige objecten moet worden voldaan aan de norm van maximaal 0-1 uur slagschaduw per jaar, kan het zijn dat door het stilzetten van de windturbines, de slagschaduw op overige slagschaduwgevoelige objecten lager uitvalt dan nu is berekend. Doordat het panden met kantoorfunctie of panden waar een kantoordeel aanwezig is betreft, kan er hinder worden ondervonden door mensen die langdurig op één plek aanwezig zijn in het kantoor. Er is in het uitgevoerde milieunormenonderzoek voor Energiepark Tolhuislanden (bijlage 2) beschreven dat er geen noodzaak is om een aparte norm op te nemen voor het beperken van slagschaduw bij de kantoren. Om slagschaduwhinder te beperken kunnen lokale maatregelen worden getroffen door bijvoorbeeld het toepassen van zonwering bij de gevels waar slagschaduw wordt verwacht.
5.3.3 Conclusie In het slagschaduwonderzoek is getoetst aan de voorgestelde project-specifieke norm van maximaal 1 uur slagschaduw per jaar. Bij de getoetste woningen treedt meer dan 1 uur slagschaduw op als gevolg van de nieuwe windturbines van Energiepark Tolhuislanden. Door een automatische stilstandvoorziening in te regelen kan normoverschrijding worden voorkomen. De stilstandsregeling leidt enigszins tot een productieverlies van de windturbines. Een norm voor slagschaduw van maximaal 1 uur per jaar op gevoelige objecten voor alle windturbines van Energiepark Tolhuislanden is op basis van een afweging tussen de te verwachten hinder en het belang van opwekking duurzame energie met windturbines ruimtelijk aanvaardbaar. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 74 van 128
5.4 Externe veiligheid 5.4.1 Toetsingskader Voor de ruimtelijke inpassing van windturbines speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van de windturbines op de veiligheidssituatie van de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, die zijn afgeleid uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. Deze toetsingscriteria hebben zowel betrekking op externe veiligheid als op leveringszekerheid ten aanzien van elektriciteitskabels- en (buis)leidingen. Het zonneveld heeft, in termen van externe veiligheid, geen impact op de omgeving. De rapportage richt zich daarom op de drie te plaatsen windturbines en laat het zonneveld verder buiten beschouwing. Het Activiteitenbesluit en -regeling is gedeeltelijk het kader voor de (externe) veiligheid van windturbines en mag voorlopig niet worden gebruikt op basis van de uitspraak windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (zie ook paragraaf 5.1.2). In het Activiteitenbesluit milieubeheer was onder andere geregeld hoe vaak een windturbine moet worden gecontroleerd en wanneer een windturbine wel of niet in werking mag zijn.
Zo mag bijvoorbeeld een windturbine niet in werking worden gesteld indien een zodanige ijslaag is afgezet op de rotorbladen dat dit een risico vormt voor de veiligheid van de directe omgeving. Bij moderne windturbines kan door middel van ijsdetectiesystemen de windturbine zo nodig automatisch stilgezet worden. Daarnaast bestaat ook nog de interne veiligheid van windturbines. De interne veiligheid van windturbines is geregeld via de certificering van het ontwerp en de productie van windturbines. In Nederland mogen alleen windturbines worden geplaatst die gecertificeerd zijn volgens de veiligheidsnormen ten behoeve van het voorkomen van risico's voor de omgeving.
Lokale normstelling plaatsgebonden risicocontour 10-5 en 10-6 Voor onderhavig plan wordt voor externe veiligheid voor wat betreft het plaatsgebonden risico getoetst aan de voorgestelde lokale normstelling van een plaatsgebonden risicocontour van 10 -5 per jaar voor beperkt kwetsbare objecten en 10-6 per jaar voor kwetsbare objecten (zie ook bijlage 2 - milieunormenonderzoek). Omdat in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportleidingen (Bevt) een aanvaardbare kans op overlijden is omschreven die niet afhankelijk is van het type inrichting wordt het niet nodig geacht voor windturbines afwijkende normen voor te schrijven. Met betrekking tot veiligheidsafstanden wordt in grote lijnen aangesloten op het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en daarmee dat zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden binnen de PR 10-6contour en geen beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10 -5-contour. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van maximaal 1 op 100.000, PR 10-6 een kans van 1 op 1.000.000.
Met een kans van 1 de 100.000 jaar bij continue jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10-5 contour bij beperkt kwetsbare objecten en 1 op de miljoen bij continue jaarlang onbeschermd verblijf op de PR10-6 contour bij kwetsbare objecten is daarmee sprake van een risico dat aanmerkelijk lager ligt dan andere algemeen aanvaarde (maatschappelijke) risico's en gelijk is aan andere risicobronnen van externe veiligheid. Een norm voor externe veiligheid van windturbines van PR10-5 voor