1. Ruimtelijke onderbouwing V3.0 (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
Daarbij zijn verschillende alternatieven, met en zonder zonne-energie en in verschillende vormen onderzocht.
12
Regionaal Energiecluster Zwolle Noord
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 21 van 128
Kader 2.2 Voorgenomen ruimtelijke beleid zonne-energie 12 oktober 2023
De provincie Overijssel heeft op 6 september 2023 een voorbereidingsbesluit genomen om het beleid ten aanzien van zonneparken te wijzigen. Het voorgenomen beleid treedt in werking op 12 oktober 2023. Binnen het voorgenomen beleid wordt beoogd om de realisatie van zonneprojecten met toepassing van de tweede en derde trede van de bovengenoemde zonneladder niet meer toe te staan. De belangrijkste aanleiding voor het wijziging is omdat de provincie aangeeft dat: •
de aanleg van nieuwe, cq de uitbreiding van zonneparken in de Groene Omgeving voor de verduurzaming van de energievoorziening in Overijssel niet langer nodig is;
•
de uitbreiding van het areaal aan zonneparken in de Groene Omgeving vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik ongewenst is.
In het voorgenomen beleid is aangegeven dat de doelstelling vanuit de regionale energiestrategieën (RES) van Twente en West-Overijssel voor de opwek met zonnepanelen van 1,3 TWh al wordt bereikt. Deze 1,3 TWh betreft daadwerkelijk gerealiseerde projecten en projecten die in de pijplijn zitten en naar alle waarschijnlijkheid gerealiseerd zullen worden. Energiepark Tolhuislanden is in het RES proces opgenomen in de projecten die in de pijplijn zitten. Daarmee is de realisatie van het zonnepark van Energiepark Tolhuislanden nodig om de doelstellingen van de RES West Overijssel te halen en is de realisatie van het zonnepark voor de verduurzaming van de energievoorziening in Overijssel nodig. In het definitieve zonbeleid komt er ook een overgangsregeling waarbij er rekening wordt gehouden met de verschillende fases waarin een project zich bevindt. Het gebied Tolhuislanden in de Zwolse Energiegids (2017) en gemeentelijke omgevingsvisie (2021) aangewezen als zoekgebied voor de opwek van grootschalige wind- en zonne-energie. Vervolgens zijn de gemeente Zwolle en de coöperatie DTHL in 2020 een gebiedsovereenkomst overeengekomen met als doel om 0,13 tot 0,30 Petajoule jaarlijks op te wekken in het gebied Tolhuislanden door de realisatie van windturbines en/of zonneparken (zie ook paragraaf 4.1).
De keuze om ook een zonnepark te realiseren als onderdeel van de duurzame energieproductie mix is het resultaat van het doorlopen gebiedsproces (zie hoofdstuk 4). Het is wenselijk dat te respecteren.
Artikel 2.15 Windturbines De toelichting van de Omgevingsverordening verwijst ook naar de Omgevingsvisie voor wat betreft de kansrijke zoekgebieden voor windenergie en dat met name hier de kansen liggen voor de ontwikkeling van windenergie (zie paragraaf 2.3). Energiepark Tolhuislanden is gelegen in een kansrijk zoekgebied voor windenergie. Het oprichten van windturbines is - behalve in uitsluitingsgebieden windturbines - in principe toegestaan op grond van het provinciale beleid. Energiepark Tolhuislanden is niet gelegen in een uitsluitingsgebied. Of medewerking kan worden verleend aan een initiatief wordt beoordeeld met behulp van het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie (OF, WAAR, HOE). Een belangrijk punt daarin is de vraag hoe de plaatsing van een windturbine zich verhoudt tot de gebiedskenmerken die van toepassing zijn in de specifieke lokale situatie (zie paragraaf 2.4.3). Er zal sprake moeten zijn van een goede landschappelijke inpassing op basis van de aanwezige gebiedskenmerken. Windladder De provincie Overijssel heeft in 2021 de windladder gepubliceerd. Deze ladder is gebaseerd op de Provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 en de uitgangspunten voor wind die in 2021
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 22 van 128
in de RESsen zijn vastgelegd. In de windladder staat de voorkeur wat voor soort ontwikkeling waar plaats mag vinden, zie Figuur 2.4. In de windladder zijn samengebracht: •
De voorkeursvolgorde in opstellingen, zoals opgenomen in de vastgestelde RESsen 1.0;
•
De provinciale uitsluitingsgebieden, zoals onderdeel van het huidige Omgevingsbeleid (Omgevingsvisie en Omgevingsverordening);
•
Nationale uitsluitingsgebieden;
•
Natura 2000- en NNN-gebieden;
•
Gebieden met hoge economische, landschappelijke of ecologische waarden die van belang zijn bij afwegingen rond windenergie, gebaseerd op de Omgevingsvisie en Catalogus Gebiedskenmerken;
•
Voorbeelden van opstellingen die aansluiten bij het landschap, zoals opgenomen in ontwerponderzoek voor de RESsen.
In Figuur 2.4 is weergegeven waar ruimte is voor welke trede op de ladder. Zoals in Figuur 2.4 te zien is ligt het plangebied in een zone met groen gebied. Dit betekent dat trede 1 hier van toepassing is. Dit is een gebied met ruimte voor grote clusters van windenergie in hoogveenontginningen, veenkoloniaal landschap en jonge heide- en broekontginningslandschappen. Deze windladder heeft dus al voor een deel rekening gehouden met de lokaal aanwezige gebiedskenmerken (zie ook de paragraaf 2.4.3). Figuur 2.4 Globaal kaartbeeld provincie Overijssel
Bron: Provincie Overijssel
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 23 van 128
2.4.2 Ontwikkelperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief 'Ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Figuur 2.5 bevat een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming wordt verstaan: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Wat betreft windenergie liggen vanuit de optiek van rendement de beste (wind)kansen in het noorden en noordwesten van de provincie: daar waait het hardst. Het plan, waarbij windturbines en zonne-energie worden gerealiseerd, past binnen dit ontwikkelingsperspectief.
Het plan voorziet in de opwekking van hernieuwbare energie. Figuur 2.5 Ontwikkelperspectieven Omgevingsvisie Overijssel
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 24 van 128
2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De volgende vier lagen worden onderscheiden in de Catalogus Gebiedskenmerken13: •
Natuurlijke laag (in en op de bodem);
•
Laag van het agrarisch cultuurlandschap (grootschalig gebruik en inrichting van de bodem);
•
Stedelijke laag (bebouwing en infrastructuur);
•
Laag van de beleving (beleving, toerisme, cultuurhistorie en landgoederen).
De Natuurlijke laag De provincie Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer beeldbepalend worden. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Natuurlijke laag' aangeduid met het gebiedstype ‘Beekdalen en natte laagtes’. Figuur 2.6 Uitsnede kaart Gebiedskenmerken ‘Natuurlijke laag’ - Omgevingsverordening Overijssel (geconsolideerde versie)
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
Beekdalen en natte laagtes
13
Provincie Overijssel. 4 oktober 2022
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 25 van 128
De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Beekdalen en laagtes krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van het watersysteem, de waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water. Tot slot dient het waterpeil in de beekdalen en natte laagtes niet lager te zijn dan voor graslanden noodzakelijk is. Door de bouw van energiepark Tolhuislanden neemt het verhard oppervlak toe (zie paragraaf 5.8). Dit komt met name door de fundaties, kraanopstelplaatsen en toegangswegen die aangelegd moeten worden. Door een toenemend verhard oppervlak stroomt hemelwater sneller af. Wanneer dit direct versneld in het bestaande oppervlaktewatersysteem terecht komt, kan dit problemen veroorzaken voor de instandhouding van een bepaald peilbeheer. Daarom zal er in de detailuitwerking van de civiele werken zoveel als mogelijk half open verharding worden toegepast bij de toegangswegen en kraanopstelplaatsen, zodat het water wel kan infiltreren.
Verder zal er in overleg met het waterschap de toename aan verhard oppervlak worden gecompenseerd (zie ook paragraaf 5.8). Te denken valt aan om naast toegangswegen, fundaties en kraanopstelplaatsen extra sloten te creëren, waardoor het waterbergend vermogen toeneemt. De noodzaak en hoeveelheid van de benodigde berging wordt in overleg met het waterschap bepaald. Wanneer het windpark op zich wordt bekeken is ter plaatse voldoende planologische ruimte om hemelwater vertraagd af te voeren door de ligging in agrarisch gebied. De detailuitwerking op het gebied van de verharding zal op een later moment verder worden afgestemd met het waterschap. Wanneer de funderingen van de windturbines niet op het maaiveld geplaatst worden is er voor de aanleg van de fundering van de windturbine mogelijk tijdelijk bronbemaling nodig. Ook voor het aanleggen van eventuele duikers, transformatorstations, inkoopstation en kabels is wellicht kortdurend bemaling nodig. Tijdens de gebruiksfase zal het energiepark geen invloed hebben op het waterpeil. Geconcludeerd wordt dat bij de planontwikkeling rekening wordt gehouden met het watersysteem. De ingreep heeft op gebiedsniveau een beperkte invloed die met name beperkt is tot de aanlegfase. Er is dan ook geen relevant negatief effect op de natuurlijke laag ‘beekdalen en natte laagtes’ te verwachten die in de weg staat aan het initiatief.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Het aanzien van ruim twee derde van het oppervlak van Overijssel wordt bepaald door het agrarisch gebruik. Van deze landschappen maken zowel de agrarische productiegronden, de landschappelijke beplantingen, routes, waterlopen, reliëfs, als de erven, buurtschappen en dorpen deel uit. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' aangeduid met het gebiedstype 'Jong heide- en broekontginningslandschap'. Jong heide- en broekontginningslandschap De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. De landbouwontginningen zijn relatief grote open en rechtlijnige ruimtes.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 26 van 128
De jonge heide- en broekontginningslandschappen krijgen in gebieden met weidevogels een beschermende bestemmingsplanregeling, gericht op instandhouding van de openheid. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. De gebiedscatalogus geeft tot slot aan dat een opstelling van windturbines in een groot cluster het grootschalige en lineaire karakter van het jonge heide- en broekontginningslandschap versterkt. Energiepark Tolhuislanden bestaat uit drie windturbines in een rechte lijnopstelling langs het bestaande bedrijventerrein Hessenpoort aan de rand van het open gebied van Tolhuislanden. De opstelling markeert duidelijk de overgang van Hessenpoort naar de dragende lineaire structuren van het jonge heide- en broekontginningslandschap. Het zonnepark kan een impact hebben op het weidse open ontginningslandschap in Tolhuislanden. Echter, de relatief kleine schaal van het zonnepark, de ligging tussen het spoor, bedrijventerrein en de N758 maakt dat deze impact zeer beperkt is. Bovendien wordt het ontwerp van het zonnepark (hoogte tafels) en de groene inpassing zo ingericht dat de beleving van openheid en zichtlijnen op de lineaire structuren van het landschap behouden blijft.
In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op het landschappelijke beeld van Energiepark Tolhuislanden als geheel en in paragraaf 4.4 wordt ingegaan op de landschappelijke inpassing van het zonnepark. De ontwikkeling van Energiepark Tolhuislanden past binnen het gebiedskenmerk van de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. Figuur 2.7 Uitsnede kaart Gebiedskenmerken ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ - Omgevingsverordening Overijssel (geconsolideerde versie)
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 27 van 128
De stedelijke laag De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'Verspreide bebouwing'. Verspreide bebouwing De stedelijke laag 'Verspreide bebouwing’ heeft vooral betrekking op agrarische erven in het buitengebied en bijbehorende bebouwing. Binnen het gebiedstype 'Verspreide bebouwing' wordt gestuurd op dat de ontwikkeling van nieuwe erven draagt bij aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. De 'stedelijke laag' voorziet niet in aanwijzingen voor de ontwikkeling van onderliggend plan waardoor gesteld kan worden dat het initiatief in overeenstemming, dan wel niet in strijd, is met de uitgangspunten uit de "Stedelijke laag". De bijdrage van het initiatief via de KGO-bijdrage biedt een aanknopingspunt voor verdere ontwikkeling van kenmerken zoals versterking van erven. Figuur 2.8 Uitsnede kaart Gebiedskenmerken ‘Stedelijke laag’ - Omgevingsverordening Overijssel (geconsolideerde versie)
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
Laag van de beleving De 'laag van de beleving' is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijke pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 28 van 128
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de belevenis' aangeduid met 'Donkerte'. Donkerte Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. Voor de locatie van het initiatief geldt dat sprake is van aanwezigheid van relatief veel kunstmatige lichtbronnen op bedrijventerrein Hessenpoort en van de nabijgelegen Rijksweg. Tijdens de bouwfase zoveel mogelijk overdag gewerkt met daglicht. Indien ’s avonds of ’s nacht werken toch noodzakelijk is op bepaalde momenten zal er verlichting nodig zijn. Deze verlichting zal zoveel mogelijk worden afgeschermd en alleen plaatselijk worden ingezet om uitstraling naar de omgeving en de ecologische zone langs de Steenwetering te voorkomen.
Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) op deze locatie geldt dat een windturbine voorzien dient te worden van obstakelverlichting ten behoeve van de zichtbaarheid van de windturbines voor de luchtvaart. Deze verlichting leidt niet tot een toename van het verlichtingsniveau aangezien het puntbronnen zijn die horizontaal uitschijnen. Voor het windpark is noodzakelijke verlichting, gericht op het zo veel mogelijk hinder beperken voor de omgeving, het uitgangspunt (zie ook paragraaf 4.9). Onnodig gebruik van verlichting wordt zoveel mogelijk vermeden. Mogelijkheden om hinder te beperken zijn bijvoorbeeld toepassen van vastbrandende verlichting, dimmende verlichting naar gelang de zichtbaarheid en het toepassen van radardetectie zodat verlichting alleen aan gaat wanneer er een vliegtuig overvliegt. Geconcludeerd wordt dat er bij de planontwikkeling voldoende rekening wordt gehouden met de ‘Laag van de beleving’ en dat de impact op de laag verwaarloosbaar is vanwege de reeds aanwezige kunstmatige verlichting in de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 29 van 128
Figuur 2.9 Uitsnede kaart Gebiedskenmerken ‘Laag van de beleving’ - Omgevingsverordening Overijssel (geconsolideerde versie)
Bron: ruimtelijkeplannen.nl
2.5 Ruimtelijke beleid – Gemeente Zwolle 2.5.1 De Zwolse Energiegids De Zwolse Energiegids is een concretisering van de ambities die zijn neergelegd in ‘Zwolle geeft je energie’ en geeft een ‘houvast’ voor initiatiefnemers en de inwoners van Zwolle bij initiatieven voor grootschalige duurzame energie. Grootschalige opwek van wind- en zonne-energie wordt verder afgebakend en de kaders van de ruimtelijke ontwikkeling worden uiteengezet: •
Windenergie: in diverse Zwolse bestemmingsplannen voor het buitengebied zijn kleine windmolens (tot 15 meter) toegestaan via een binnenplanse ontheffing (bevoegdheid college van B&W). Plaatsing van hogere windmolens vraagt daarmee in bijna alle gevallen om een afweging via de Zwolse Energiegids.
•
Zonne-energie: Gebruik en plaatsing van zonnepanelen in (open) agrarisch gebied of in stedelijk gebied op parkeerterreinen en langs/op geluidswallen en -schermen vraagt om een bestemmingsplanwijziging en dus om een afweging via de Zwolse Energiegids 14.
14
Zwolse Energiegids, 2017.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 30 van 128
De grootschalige opwekking van duurzame energie is gebonden aan beleid en wetgeving. Per energievorm heeft de gemeente dit uitgewerkt in een verkenningskaart, zie Figuur 2.10. De verkenningskaart laat zien of een project op basis van beleid en wetgeving al dan niet mogelijk is. De rode cirkel in de figuur geeft het globale plangebied van Energiepark Tolhuislanden weer. Figuur 2.10 laat zien waar eventuele ontwikkelingen voor wind mogelijk zijn. Ook voor zon is een dergelijke verkenningskaart gemaakt, zie Figuur 2.11. Het plaatsen van zonnepanelen zijn op een aantal locaties uitgesloten: Bos en bomenrijk gebied, Natura2000 gebieden en Natuurnetwerk Nederland. De rode cirkel in de figuur geeft het globale plangebied van Energiepark Tolhuislanden weer. De Zwolse Energiegids geeft daarnaast verschillende afwegingscriteria mee voor de ontwikkeling van duurzame energie vanuit ruimtelijk perspectief, vanuit de bijdrage aan sociale en maatschappelijke doelen en geeft verschillende procesafspraken mee. Voor de bijdrage aan sociale en maatschappelijke doelen en procesafspraken wordt verwezen naar hoofdstuk 7 (maatschappelijke uitvoerbaarheid) en het communicatieplan (bijlage 12). Vanuit ruimtelijke perspectief wordt aangegeven dat de kansen voor meervoudig ruimtegebruik moeten worden benut.
Voor Energiepark Tolhuislanden sprake van meervoudig ruimtegebruik (windenergie, zonne-energie, groene inpassing en waterberging). Bovendien grenst het energiepark aan het bebouwd gebied van bedrijventerrein Hessenpoort, een mogelijke uitbreiding van bedrijventerrein Hessenpoort, uitbreiding van hoogspanningsstation TenneT/Enexis, en overige energiegerelateerde gebiedsontwikkelingen15. Verder geeft de Zwolse Energiegids aan dat de landschappelijke inpassing van wind en zon belangrijk is. Zie hoofdstuk 4 voor een nadere toelichting over de thema’s meervoudig ruimtegebruik en landschappelijke inpassing.
15
Regionaal Energiecluster Zwolle Noord
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 31 van 128
Figuur 2.10 Energie Verkenningskaart Wind
Bron: Zwolse Energiegids
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 32 van 128
Figuur 2.11 Energie Verkenningskaart Zon
Bron: Zwolse Energiegids
2.5.2 Omgevingsvisie Zwolle ‘Ons Zwolle van Morgen 2030’ Op 13 september 2021 is de omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van Morgen 2030’ vastgesteld. Hierin zijn de ambities van de gemeente Zwolle voor de komende 10 jaar verwoord. Zwolle wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Voor de opwek van duurzame energie heeft de gemeente kansrijke gebieden aangewezen, zie Figuur 2.12. De kansrijke gebieden voor windenergie betreffen agrarische gronden met uitzondering van het deel in het Nationaal Landschap IJsseldelta (Mastenbroek). Specifiek gaat het om gebieden als: Haerst, Tolhuislanden, nabij Wijthmen, Sekdoorn en Hoog-Zuthem. Dit zijn vaak open gebieden en herbergen sommige waardevolle weidevogelleefgebieden.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 33 van 128
Figuur 2.12 Kansrijke gebieden voor wind en zon
Bron: Omgevingsvisie Zwolle
Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik worden kansen gezien voor het clusteren van grootschalige opwek van zonne-energie op maaiveldniveau tussen de A28 en het spoor Zwolle-Meppel (Tolhuislanden). Dit is een gebied waar ook het plaatsen van windmolens kansrijk is. Hierbij wordt ook de verdere (door) ontwikkeling van bedrijventerrein Hessenpoort bij betrokken. In combinatie met het aanwijzen van dit gebied voor de grootschalige opwek van duurzame energie is het ook mogelijk om de
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 34 van 128
benodigde energie infrastructuur hier te realiseren van Tennet en Enexis (hoogspaning/middenspanning (HS/MS station Hessenpoort). De Omgevingsvisie vermeld expliciet over Tolhuislanden: “Het gebied heeft in de toekomst mogelijk een belangrijke rol om onze ambities te realiseren voor duurzame energie. Grootschalige opwekking van elektriciteit vanuit zon en wind (alleen in het gebied Tolhuislanden) is hier mogelijk. Dat kan alleen als we perspectief bieden voor de agrarische sector, het gebied goed (recreatief) ontsluiten en de biodiversiteit vergroten. Ons doel is deze meervoudige opgave met het gebied aan te pakken.” Het Energiepark Tolhuislanden voorziet in een meervoudige opgave waarin wind en zon worden gecombineerd en zo dicht mogelijk tegen bestaande functies worden gepositioneerd zoals het bedrijventerrein Hessenpoort en spoorlijn Zwolle-Meppel. Op deze manier wordt het open agrarische gebied van Tolhuislanden zoveel mogelijk behouden. Het project sluit aan bij de eventuele uitbreiding van bedrijventerrein Hessenpoort, uitbreiding van het hoogspanningsstation van TenneT/Enexis en overige energie-gerelateerde gebiedsontwikkelingen16.
Het zonnepark zal voor 20 procent groen of met water worden ingepast ter versterking van de biodiversiteit en de conform de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving zal het project het verlies aan ecologische en landschappelijke waarden waar mogelijk compenseren (zie paragraaf 4.4). Verder laat de gemeentelijke Omgevingsvisie (paragraaf 5.2 - fysiek kapitaal) ook zien dat het plangebied is gelegen in een gebied met waardevolle natuur (weidevogelleefgebied) en waardevol landschap (openheid). Over de landschappelijke en natuurwaarden geldt de volgende spelregel (paragraaf 5.2.4 Omgevingsvisie): ingrepen in de fysieke leefomgeving mogen netto kwalitatief niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten, de Zwolse hoofdgroenstructuur en zouden als vertrekpunt de aanwezige natuurwaarden moeten versterken. Over de effecten op natuur en landschap en hoe hier mee om wordt gegaan binnen de planvorming voor Energiepark Tolhuislanden wordt in paragrafen 4.4 (landschappelijke inpassing zonnepark), 4.10 (landschappelijke beoordeling) en 5.6 (effecten ecologie) nader op ingegaan. Het zonnepark en windturbines zijn gelegen in de directe nabijheid van een gebied dat in de Omgevingsvisie van de gemeente Zwolle is aangewezen als stedelijke groenstructuur. Het zonnepark en de windturbines vallen net buiten deze stedelijke groenstructuur.
De stedelijke hoofdgroenstructuur bestaat uit een samenstel van groenelementen die tezamen een betekenis hebben voor de stad als geheel. De hoofdgroenstructuur dient meerdere functies: het draagt ruimtelijk of functioneel bij aan een min of meer aaneengesloten netwerk. De ontwikkeling van het zonnepark zal een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van deze hoofdgroenstructuur door groene inpassing en een natuurvriendelijke oever te realiseren grenzend aan het zonnepark en de stedelijke groenstructuur. In paragraaf 4.4 wordt dit nader uitgewerkt en visueel weergegeven.
2.6 Conclusie De ontwikkeling van duurzame energie in het gebied Tolhuislanden sluit aan bij het Rijks-, provinciaal en gemeentelijke beleid. In verschillende bovengenoemde beleidsdocumenten komt naar voren dat deze locatie als kansrijk wordt gezien voor zowel wind- als zonne-energie. Daarnaast draagt het project bij aan de nationale en lokale klimaatdoelstellingen op het gebied van duurzame energie opwek.
16
Regionaal Energiecluster Zwolle Noord
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 35 van 128
3 Huidige situatie 3.1 Plangebied en directe omgeving Het plangebied is het gebied in de gemeente Zwolle ingesloten tussen de Rijksweg A28, de spoorlijn Zwolle-Meppel, bedrijventerrein Hessenpoort en de provinciale weg Hasselt-Nieuwleusen. Het gebied heeft een oppervlakte van circa 664 ha en kent circa 50 woonadressen. Het huidige gebiedsgebruik is overwegend agrarisch gericht op melkvee en er bevinden zich dan ook diverse melkveehouderijen in het gebied. Aan de zuidkant van het plangebied bevindt zich bedrijventerrein Hessenpoort. Hierna wordt een toelichting gegeven op de huidige situatie.
3.2 Infrastructuur Er zijn verschillende infrastructurele verbindingen in het gebied aanwezig. Ten eerste is er de Rijksweg A28 ten noorden van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de spoorweg Zwolle – Meppel. Aan de zuidkant van het plangebied bevindt zich tevens het transformatorstation en distributiestation Hessenweg van landelijke netbeheerder TenneT en regionale netbeheerder Enexis aan de Berkummerbroekweg, waarvandaan bovengrondse hoogspanningsleidingen lopen in meerdere richtingen, onder meer parallel aan de spoorlijn Zwolle - Meppel. Daarnaast loopt er nog een ondergrondse buisleiding door het plangebied. Ten zuiden van het bedrijventerrein Hessenpoort ligt de relatief recent in gebruik genomen provinciale weg N340. Tot slot zijn er in de omgeving van het plangebied twee helihavens gelegen: nabij de Koperen Hoogte (kruising A28/ N377) en het Isala ziekenhuis in de stad Zwolle. Figuur 3.1 Infrastructuur omgeving plangebied
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 36 van 128
3.3 Woningen Binnen het plangebied liggen circa 50 woonadressen. De dichtstbijzijnde woningen liggen op een afstand van minimaal 375 meter van het initiatief. De meeste woningen in de directe omgeving van het initiatief zijn woningen van agrariërs en een groot deel van de bewoners en/of eigenaren van nabijgelegen woningen zijn lid van de coöperatie duurzaam Tolhuislanden. De dichtstbijzijnde woonkern is de woonwijk Berkum en ligt op meer dan 3 kilometer. Het dorp Dalfsen ligt op meer dan 4 kilometer. In de directe nabijheid van de windturbines en het zonnepark liggen verspreidt liggende woningen langs de Nieuwleusenerdijk, Vriezendijk, de Bese en de Steenwetering. Figuur 3.2 Woningen
Bron: Pondera
3.4 Bedrijvigheid Ten noordoosten van het plangebied bevinden zich veelal melkveehouderijen. Ten zuidwesten ligt het bedrijventerrein Hessenpoort. Op het bedrijventerrein zijn tientallen bedrijven aanwezig. Zo is er een IKEA, Van der Valk, Intratuin en heel veel andere bedrijven. Ook de RWZI van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) is op het bedrijventerrein gevestigd. Een deel van het bedrijventerrein is nog braakliggende grond. Het bestemmingsplan “Hessenpoort”17 maakt de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsgebouwen hier mogelijk.
17
vastgesteld op 2 oktober 2012
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 37 van 128
3.5 Natuur Het plangebied maakt geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN) of Natura 2000-gebieden (N2000). In het zuiden van het gebied ligt de rivier de Vecht. De rivier en het gebied rondom de rivier is Natura-2000 gebied (Natura 2000-gebied Zwarte Water en Vecht). Dit gebied ligt op circa 650 meter afstand ten zuiden van het plangebied. Ook ligt er in het omringend gebied onderdelen van Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie Figuur 3.3. NNN ligt dichterbij dan N2000 gebieden, op circa 300 meter in het zuiden van het plangebied. In het noordwesten ligt het plangebied tegen NNN aan. Natura 2000 kent externe werking wat betekent dat ontwikkelingen buiten N2000 gebieden toch effect kunnen hebben op soorten binnen N2000 gebied of op het gehele gebied. NNN kent geen externe werking. Het plangebied is in de provinciale Omgevingsvisie en het Natuurbeheerplan Overijssel aangewezen als weidevogelgebied (‘open grasland weidevogelbeheer kritische soorten’). In het gebied Tolhuislanden komen onder andere de volgende weidevogels voor: Grutto, Wulp, Tureluur, Veldleeuwerik, Graspieper en Gele Kwikstaart18. In dit gebied is subsidieverstrekking mogelijk aan agrariërs voor het uitvoeren van agrarisch natuurbeheer om de weidevogelstand te ondersteunen en/of verbeteren. Figuur 3.3 Natura 2000 en NNN
3.6 Windparken in de omgeving In en rondom het plangebied staan enkele bestaande windturbines. Het gaat om de vier windturbines van het gelijknamige windpark Tolhuislanden, vier van windpark Westenwind, drie van windpark Spoorwind en twee windturbines van windpark Synergie. Op enige afstand staat in de gemeente Staphorst windpark 18
Natuurbeheerplan provincie Overijssel 2023
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 38 van 128
Bovenwind (3 windturbines) en in het zuidwesten, in de gemeente Oldebroek, windpark Hattemerbroek (4 windturbines) (zie Tabel 3.1 en Figuur 3.4). Tabel 3.1 Afmetingen bestaande windparken rondom plangebied Windpark
Ashoogte
Rotordiameter
Tiphoogte
Tolhuislanden
85
82
126
Westenwind
85
82
126
Spoorwind
85
82
126
Synergie
131
138
200
Bovenwind
128.5
138
197.5
Hattemerbroek
90
120
150
Figuur 3.4 Bestaande windturbines nabij het plangebied
3.7 Landschappelijke structuur Het gebied bestaat uit een grootschalig, voormalig broekgebied met een blokvormige verkaveling, die door vroegere ontginningen is ontstaan. De hoofdrichtingen van de verkaveling staan min of meer haaks op het voormalige Lichtmiskanaal (tegenwoordig de snelweg A28), de Nieuwendijk en de Tolgracht / Westeinde (N758). Hierdoor is een soort dambordpatroon van kavels ontstaan. De huidige noordoostrand van Hessenpoort bestaat uit een brede houtsingel, die uitkomt bij de plas De Markte, naast de verzorgingsplaats aan de A28. In paragraaf 4.10 wordt verder ingegaan op het landschappelijk beeld.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 39 van 128
3.8 Recreatie In de directe omgeving van het initiatief zijn er niet veel recreatiemogelijkheden aanwezig. Tussen de rivier de Vecht en de N340 zijn een aantal recreatieve aangelegenheden gevestigd. Dit is onder andere het entertainment centrum Swolland, de camping/BNB Buitenplaats de Luwte, het beeldenpark Landgoed Anningahof, de zeeverkenners Zwolle en de camping en jachthaven Terra Nautic. De afstand tot deze bedrijven is minimaal 1,5 km. Tot slot zijn er overnachtingsmogelijkheden bij Van der Valk op bedrijventerrein Hessenpoort aan de Rijksweg A28 en de Koperen Hoogte langs de A28. Er zijn twee fietsroutes die direct door het plangebied lopen19. Overige recreatieve routestructuren zoals vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening 20 liggen op ruime afstand van het plangebied.
19 20
Fietsnetwerk.nl Geconsolideerde versie vanaf 2017
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 40 van 128
4 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een nadere beschrijving gegeven van het plan. Eerst komt het gebiedsproces aan bod. Daarna wordt stilgestaan bij de locatiekeuze en de onderzochte varianten. Vervolgens wordt het plan toegelicht.
4.1 Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden Voor het eerst in het najaar van 2017 hebben een aantal inwoners van het gebied Tolhuislanden bij de gemeente aangegeven open te staan voor grootschalige duurzame opwekking van energie in het gebied Tolhuislanden, mits ze daarbij zelf het initiatief kunnen nemen en de regie hebben. De coöperatie wil dit om een evenwichtige verdeling van lusten en lasten te kunnen waarborgen. Dit heeft geleidt tot de oprichting van de Coöperatie Duurzaam Tolhuislanden (DTHL). Duurzaam Tolhuislanden is een initiatief van de bewoners en eigenaren van het gebied Tolhuislanden. Eind 2017 heeft de gemeente Zwolle de Zwolse Energiegids vastgesteld waarin het gebied Tolhuislanden werd gezien als één van de gebieden waar grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie zou kunnen plaats vinden. De coöperatie en de gemeente hebben eind 2018 procesafspraken gemaakt voor de ontwikkeling van duurzame energieopwekking.
4.1.1 Gebiedsovereenkomst Op basis van bovengenoemde verkenning zijn de gemeente Zwolle en de coöperatie in 2020 een gebiedsovereenkomst21 overeengekomen om de mogelijkheden naar de opwek van duurzame energie door zon en/of wind te onderzoeken in het gebied van Tolhuislanden. Het aanbod van de coöperatie van 0,13 tot 0,30 Petajoule jaarlijks op te wekken is hierbij leidend. Op basis van dat aanbod zijn er een aantal varianten onderzocht. Deze varianten zijn opgebouwd uit zowel zonne- als windenergie. Een enkele variant was alleen gericht op windenergie. Op basis van een set aan gezamenlijk opgestelde uitgangspunten is een variantenonderzoek gestart.
4.1.2 Locatieonderbouwing gebied Tolhuislanden In deze paragraaf wordt de locatie voor wind- en zonne-energie in het gebied Tolhuislanden nader onderbouwd. Vanuit ruimtelijk en milieutechnisch oogpunt zijn de aspecten voor windenergie leidend vergeleken met zonne-energie voor de locatieonderbouwing. De gemeente Zwolle heeft naar aanleiding van het ambitiedocument ‘Zwolle geeft je energie’ een ruimtelijke verkenning22 uitgevoerd gericht op het bepalen van geschikte locaties voor de opwek van grootschalige windenergie. In het onderzoek zijn vier gebieden geïdentificeerd voor de opwek van windenergie (zie ook Figuur 4.1). Het gebied Tolhuislanden is locatie III in Figuur 4.1. Figuur 4.1 Mogelijke locaties windturbines
21 22
9 maart 2020 met kenmerk 2020-03 JK Royal Haskoning DHV (2017), ‘Verkenning Duurzame Energie Zwolle’.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 41 van 128
Bron: Royal Haskoning DHV (2017)
In deze paragraaf volgt een nadere ruimtelijke analyse voor windenergie in de gemeente Zwolle. Hierbij is gelet op een aantal zaken: •
Gevoelige objecten (woningen, ziekenhuizen, onderwijsinstellingen etc.);
•
Infrastructuur (hoogspanning, buisleidingen, wegen, bestaande turbines etc.);
•
Natuur (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland).
Figuur 4.2 neemt de bovenstaande aspecten mee en laat de toelaatbare afstanden zien ten opzichte van een windturbine. Voor infrastructuur wordt aangesloten bij de toetsafstanden conform het Handboek voor Risicozonering van Windturbines (HRW) bestaande uit een handleiding23 en de handreiking24. Voor het alternatievenonderzoek van Pondera Consult in opdracht van de coöperatie is een indicatieve afstand van
Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid Module IV – Windturbines, versie oktober 2020, Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW2020), 20 mei 2020, versie 1.1, Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving door DNV GL 23 24
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 42 van 128
400 meter aangehouden tot geluidgevoelige objecten (woningen) in plaats van 150 meter zoals in de verkenning door de gemeente. De laagvliegroute 10A vervalt, zie ook par 5.10.2. deze is in de verkenning door de gemeente nog in de analyse, maar is niet meer relevant en buiten beschouwing gelaten. In Tabel 4.1 staan alle afstanden van objecten die zijn aangehouden voor het alternatievenonderzoek. Tabel 4.1 Indicatieve afstanden en objecten windenergie Aspect
Advies
Afstand (in meters)
Leefomgeving (geluid en slagschaduw)
Circa 400 meter afstand tot geluidgevoelige objecten
400
Hoogspanningsleidingen
Adviesafstand minimaal ashoogte + ½ rotordiameter
252
Buisleidingen
Adviesafstand minimaal ashoogte + ½ rotordiameter
252
Risicobronnen
Adviesafstand minimaal ashoogte + ½ rotordiameter
252
Hoofdwegen
Adviesafstand minimaal ½ rotordiameter
86
Spoorwegen
Adviesafstand minimaal ½ rotordiameter + 7,85 meter
95
Vaarwegen
Adviesafstand minimaal ½ rotordiameter
86
Primaire waterkeringen
Adviesafstand minimaal buiten de beschermingszone binnenkant
86
Aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland)
-
Externe veiligheid
Ecologie
In Figuur 4.2 zijn de mogelijke gebieden omcirkelt die naar voren komen als locaties waar mogelijk ruimte is voor een windpark bestaande uit minimaal 3 windturbines met een maximale tiphoogte van 252 meter in de gemeente Zwolle. In Figuur 4.2 komen twee gebieden overeen met de analyse van de gemeente Zwolle voor de Zwolse Energiegids die geschikt zijn voor de realisatie van windenergie. Dit zijn de gebieden I en III in Figuur 4.1. Daarnaast is er in het oosten van het gebied, net onder de spoorlijn ruimte voor drie turbines. De locaties II en IV in Figuur 4.1 zijn weggevallen. Dit komt met name door de contouren voor gevoelige objecten. Bovendien liggen locaties II en IV in gebieden in de directe nabijheid van Natura 2000-gebieen en NNN. Om de doelstellingen van de gemeente Zwolle voor het opwekken van 1,2 PJ in 2025 25 aan duurzame energie te behalen zijn alle drie de geschikte locaties, zoals weergegeven in Figuur 4.2, benodigd. Het gebied Tolhuislanden, is vergeleken met de overige twee locaties, in het bijzonder geschikt voor windenergie gezien de grotere afstand tot woonkernen en aansluiting bij het bedrijventerrein Hessenpoort en verschillende infrastructurele werken. Bovendien is de afstand tot het hoogspanningsstation Hessenweg van Enexis/Tenne het kleinst waardoor er slechts een zeer beperkte lengte aan ondergrondse elektriciteitsinfrastructuur is vereist.
25
Zoals geformuleerd in ambitiedocument ‘Zwolle geeft je energie’
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 43 van 128
Figuur 4.2 Mogelijkheden voor windenergie gemeente Zwolle
4.1.3 Totstandkoming varianten In de zomer van 2021 zijn een 5-tal onderzoeksvarianten vastgesteld door de coöperatie Duurzaam Tolhuislanden (DTHL). Tijdens verschillende werksessies met de werkgroep leefomgeving van de coöperatie DTHL zijn de volgende criteria besproken: landschap, hinder, ruimtelijke functies, uitvoerbaarheid, ecologie en energieproductie. De leden van coöperatie DTHL hebben op basis van deze criteria bepaald welke ruimtelijke uitgangspunten het gebied stelt aan de ontwikkeling van duurzame energie. De coöperatie DTHL heeft aangegeven welke criteria belangrijk zijn en welke elementen binnen het criterium belangrijk zijn. Enkele leidende principes die naar voren zijn gekomen voor het opstellen van varianten zijn (niet-uitputtende opsomming): •
Windenergie buiten de contouren zoals weergegeven in Figuur 4.3;
•
Windenergie is leidend voor bepalen varianten, geen varianten met alleen maar zonne-energie;
•
Zoveel mogelijk behouden van het weids- en open landschap van het gebied Tolhuislanden;
•
Zo min mogelijk versnippering van duurzame energie, daarom clustering van duurzame energie en zonne-energie aansluiten op de windposities;
•
Aansluiten windenergie op bedrijventerrein Hessenpoort, bestaande windturbines en/of infrastructuur;
•
Zoveel mogelijk beperken van hinder en zichtbaarheid;
•
Onderlinge afstand windturbines circa 4 maal de rotordiameter (ca. 600m);
•
Geen zonne-energie in het midden van het plangebied in verband met behoud open landschap en weidevogels;
•
Aanbrengen van variatie tussen de verschillende varianten om inzicht te krijgen in verschil in gevolgen op de criteria;
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 44 van 128
Figuur 4.3 Belemmeringenkaart Windenergie binnen Tolhuislanden
Op basis van de belemmeringenkaart zijn er 8 onderzoeksvarianten ontworpen, waarvan vervolgens 5 hiervan door de coöperatie DTHL zijn gekozen om verder te onderzoeken in het variantenonderzoek.
4.2 Variantenonderzoek en voorkeursvariant In het variantenonderzoek zijn de verschillende varianten onderzocht om inzicht te geven in de belangrijkste milieueffecten, omgevingseffecten en economische effecten. Dit onderzoek heeft de basis gevormd voor het komen tot een weloverwogen keuze voor een voorkeursvariant. Het variantenonderzoek is bij deze rapportage gevoegd als bijlage 11. De volgende aspecten zijn hierin onderzocht: •
Geluid
•
Slagschaduw
•
Ecologie
•
Landschap
•
Externe veiligheid
•
Overige gebruiksfuncties
•
Elektriciteitsopbrengst
Op basis van het variantenonderzoek, de beschikbaarheid van gronden en de wensen van de omgeving hebben de leden van coöperatie DTHL gekozen voor variant 8, bestaande uit 3 windturbines en een zonnepark. Het variantenonderzoek heeft laten zien dat variant 8 naar verwachting de minste impact heeft als het gaat om hinder voor omwonenden door geluid en slagschaduw. Verder wordt geconcludeerd dat variant 8 naar verwachting een beperktere invloed of verstoringseffect heeft op weidevogels vergeleken met varianten 3, 6 en 7 aangezien de turbines zijn gepositioneerd nabij het bedrijventerrein en op afstand
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 45 van 128
van de groten open ruimtes in het plangebied die hogere aantallen weidevogels kent. Echter, naar verwachting zullen de aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen van variant 8 (net als variant 7) hoger liggen vergeleken met variant 2, 3 en 6. Variant 8 heeft vanuit landschappelijk perspectief de beste beoordeling, omdat er minder sprake is van versnippering van het landschap en een duidelijke markering of grens vormt tussen het bedrijventerrein en het open agrarische landschap. Tot slot heeft variant 8 een relatief hoge elektriciteitsopbrengst en resulteert in een financieel haalbaar plan. Op basis van beschikbaarheid van gronden is het zonnepark ten opzichte van het variantenonderzoek naar het noorden verschoven. Bovendien is het zonnepark kleiner gemaakt om het verlies aan agrarische gronden te beperken. Het voorkeuralternatief (VKA) is weergegeven in Figuur 4.4. Figuur 4.4 Voorkeursalternatief (VKA) (aangepast zonnepark)
4.3 Windturbines Het plan bestaat uit drie windturbines met bijbehorende voorzieningen. De maximale rotordiameter is 172 meter, de maximale ashoogte op 167 meter en de maximale tiphoogte op 252 meter (zie Tabel 4.2 voor bandbreedte afmetingen). Het te plaatsen turbinetype is nog niet gekozen, ook de exacte afmetingen zijn nog niet bekend aangezien die volgen uit de aanbesteding onder meerdere turbineleveranciers. om die reden is gekozen om een flexibele vergunning aan te vragen. In Figuur 4.5 is ter indicatie een illustratie van een windturbine weergegeven met de bandbreedte aan afmetingen die worden aangevraagd. Het onderzoek in het volgende hoofdstuk gaat uit van de worst case afmetingen ten einde in de beoordeling en afweging uit te gaan van de potentiële maximale effecten die het gevolg zijn van het plan.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 46 van 128
Tabel 4.2 Afmetingen windturbines Eigenschap
Minimaal (in meters)
Maximaal (in meters)
Ashoogte
149
167
Rotordiameter
149
172
Tiphoogte
230
252
Figuur 4.5 Schematische weergave windturbine Max 172 m
Max 252 m
Max 167m
In Tabel 4.3 zijn de coördinaten en de kadastrale gegevens van de middelpunten van de positie van de drie windturbines weergegeven. Tabel 4.3 Coördinaten windturbines (Rijk Driehoeks stelsel) Kadastrale gegevens Windturbine
X-coördinaat
Y-coördinaat
Kadastrale gemeente
Sectie
Perceelnummer
Windturbine 1
209375
505912
ZLE00
W
2
Windturbine 2
209091
506596
ZLE00
Z
222
Windturbine 3
208879
507026
ZLE00
Z
188
4.4 Zonnepark Het zonnepark heeft een oppervlakte van circa 6,5 hectare en zal op hetzelfde perceel worden gerealiseerd als windturbine 1. Het zonnepark bestaat uit rijen met zonnepanelen in een zuid-opstelling. Bij een zuid opstelling zijn de panelen in rijen gericht naar het zuiden (tussen zuidoost en zuidwest). Ook
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 47 van 128
bij het zonnepark is sprake van een bandbreedte. De minimale en maximale bandbreedte is in Tabel 4.4 weergegeven. Bovendien zullen er een aantal kleine transformatorhuisjes (ca. 4) van ca. 6 m2 worden geplaatst in het zonnepark. Tabel 4.4 Bandbreedte zonnepark Tafel hoogte (m)
Tafel lengte (m)
Afstand tussen tafels (m)
Hoek (in graden)
Minimaal
2
3
2
15
Maximaal
4
11
6
25
In Figuur 4.6 hierna is de begrenzing van het zonnepark globaal weergegeven. Bijlage 15 geeft het principeontwerp van het zonnepark en de landschappelijke inpassing. Tevens zijn in bijlage 15 principedoorsnedes van het zonnepark weergegeven. Het definitieve ontwerp van het zonnepark zal voorafgaand aan de bouw ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente Zwolle (voorschrift omgevingsvergunning). De water gerelateerde aspecten zullen (waterberging en natuurvriendelijke oever) zullen worden afgestemd met het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De volgende aspecten zijn onderdeel van het ontwerp, zoals weergegeven in bijlage 15: •
Aan de westrand, langs de bestaande watergang wordt een natuurvriendelijke oever (ca. 8m breed) voorgesteld met gebiedseigen ruigtestroken bestaande uit rietkragen en lage begroeiing. Bovendien is er ruimte gereserveerd voor een ontsluitingsweg voor het zonnepark en de toekomstige windturbine. De afstand van de bebouwde delen van het initiatief (ontsluitingsweg) en de huidige insteek van de watergang is ca. 8 meter. De oostzijde van de watergang zal bereikbaar blijven voor het waterschap via de ontsluitingsweg.
•
Aan de noordrand (ca. 15m breed) wordt een combinatie voorgesteld van gebiedseigen riet en (wilgen)struweel of -bosjes en in die rand kan extra waterberging worden gecreëerd. De waterberging kan dienen ter compensatie van de toename aan verhard oppervlak door de komst van de windturbines en bijbehorende werken (zie ook paragraaf 5.8 (waterparagraaf).
• De zuidelijke punt wordt als een ecologische stepping-stone worden ingericht (bosje, poel, of iets vergelijkbaars); •
Het ontwerp van het zonnepark (hoogte tafels) en de groene inpassing wordt zo ingericht dat het de beleving van openheid en uitzicht vanuit de woningen aan de Nieuwleusenerdijk zo min mogelijk wordt aangetast. Vrij van hoge opgaande beplanting, maar ook vrij van direct zicht op zonnepanelen (zie doorsnedes bijlage 15);
•
De zichtlijnen vanaf Hessenpoort (rotonde Nieuwleusenerdijk/Paderbornstraat) worden zoveel mogelijk vrijgehouden;
Door het realiseren van bovengenoemde groene en blauwe inpassing van het zonnepark wordt voldaan aan de 80-20 referentie uit de Handreiking zonnevelden van de provincie Overijssel: 80% ruimte voor het panelenveld en 20% ruimte voor groen en/of water. Bovendien is er sprake van meervoudig ruimtegebruik (windenergie, zonne-energie, groene inpassing en waterberging) en grenst het zonnepark aan het bebouwd gebied van bedrijventerrein Hessenpoort, een mogelijke uitbreiding van bedrijventerrein Hessenpoort, uitbreiding van hoogspanningsstation TenneT/Enexis, en overige energie-gerelateerde
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 48 van 128
gebiedsontwikkelingen26. Op deze manier wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten uit de provinciale zonneladder uit de provinciale handreiking zonnevelden (april 2020). Tot slot wordt er ook een bijdrage geleverd aan het ontwikkelen van de stedelijke hoofdgroenstructuur (zie omgevingsvisie gemeente Zwolle) door de beschreven groene inpassing en een natuurvriendelijke oever te realiseren grenzend aan het zonnepark en de stedelijke hoofdgroenstructuur. Op dit moment zijn geen aanvullende maatregelen getroffen voor deze structuur en is deze beperkt tot de aanwezigheid van de rechte watergang. Figuur 4.6 Zonnepark Tolhuislanden
4.5 Kraanopstelplaats Het plan omvat naast de te plaatsen windturbine ook de bij de windturbine behorende voorzieningen zoals een kraanopstelplaats voor bouw en onderhoud. De kraanopstelplaats maakt onderdeel van het plan en wordt gerealiseerd binnen de maximale rotordiameter van de windturbine (zie bijlage 17). De kraan wordt gebruikt tijdens de bouw, maar moet ook voor onderhoud aan de windturbine tijdens de exploitatiefase bij de windturbine kunnen komen. De locatie van de windturbine dient voldoende bereikbaar te zijn voor de bouw en voor onderhoud en daarmee dient ook de aanvoerroute van materialen voldoende breed te zijn (doorgaans circa 5-6 meter, uitgezonderd bochten en kruisingen met andere wegen). De exacte positionering en technische uitwerking (waaronder minimale draagkracht) van de kraanopstelplaats wordt in een later stadium bepaald tijdens de detailengineering. De kraanopstelplaats wordt onder de overdraai van de windturbines bij de voet van de mast geplaatst. De kraanopstelplaats wordt via een ontsluitingsweg aangesloten op de openbare weg. Zie Figuur 4.7 voor een voorbeeld 26
Regionaal Energiecluster Zwolle Noord
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 49 van 128
tekening van de kraanopstelplaats. Verwacht wordt dat de kraanopstelplaats een afmeting heeft van maximaal 40 bij 60 meter. Figuur 4.7 Voorbeeld kraanopstelplaats (indicatief)
* Bron: https://www.stowa.nl/publicaties/handreiking-kraanopstelplaatsen-bij-de-bouw-van-windturbines
4.6 Toegangswegen Toegangswegen naar de windturbines zijn onderdeel van het plan (zie bijlage 17). De twee windturbines ten noorden van de N758 worden ontsloten via de bestaande weg Steenwetering door middel van een korte weg. De steenwetering zal naar verwachting moeten worden verbreed en verstevigd. De windturbine ten zuiden van de N758 wordt ontsloten door middel van weg die parallel loopt aan de sloot haaks op N758 en wordt middels een brug verbonden met de N758. Gedurende de bouw zullen tijdelijke bouwwegen en /of verbreding van bestaande wegen vereist zijn. Onder meer betreft dit mogelijk een brug over de watergang parallel aan de N758. Hiervoor wordt separaat goedkeuring verzocht.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 50 van 128
4.7 Parkbekabeling en overige elektrische werken Parkbekabeling en overige elektrische werken zijn ook onderdeel van dit plan (zie bijlage 17). In de windturbine worden faciliteiten geplaatst voor de eerste transformatie (naar 10/33 kV). Bovendien zullen er kleine transformatorhuisjes (max. 10 huisjes en maximaal 15 m2) worden geplaatst in het zonnepark. De transformatorhuisjes worden binnen de begrenzing van het zonnepark gerealiseerd en het inkoopstation worden op minimaal 100 meter van de dichtstbijzijnde woningen gerealiseerd. Vervolgens worden er kabels getrokken van de windturbines en de transformatorhuisjes naar het inkoopstation om de opgewekte energie te kunnen leveren aan het net. De parkbekabeling van de windturbines wordt gerealiseerd parallel langs de toegangswegen van de windturbines. Er wordt naar verwachting één inkoopstation gebouwd voor de drie turbines en het zonnepark. Een inkoopstation is een station dat is bedoeld voor het onderbrengen van schakel- en meetapparatuur om de windturbine te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. Naar verwachting heeft een inkoopstation een oppervlakte van circa 40 m 2. Wanneer nodig wordt voor het inkoopstation tevens een omgevingsvergunning aangevraagd. Zie Figuur 4.8 voor een foto van inkoopstation ter indicatie.
De exacte locatie, omvang en verdere invulling van de parkbekabeling en overige elektrische werken wordt in een later stadium uitgewerkt. Figuur 4.8: Inkoopstation (indicatief)
* Bron: https://batenburg.nl/industriele-componenten/batenburg-energietechniek/producten/transformatorstations/
Netaansluiting Het inkoopstation van het windparken en zonnepark wordt met ondergrondse elektriciteitskabel verbonden met het aansluitpunt op het elektriciteitsnetwerk. Er wordt aangesloten op het Enexis station aan de Berkummerbroekweg (station Hessenweg). De exacte ligging van deze aansluiting dient nog bepaald te worden en maakt geen onderdeel uit van dit plan. Met het kabeltracé wordt waar mogelijk de openbare weg gevolgd. Als de kabeltracés zijn bepaald zal hiervoor, indien nodig, separaat een omgevingsvergunning voor worden aangevraagd.
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 51 van 128
4.8 Oppervlakte grondgebruik Wind Voor het grondgebruik van de fundering van de windturbine wordt uitgegaan van een doorsnede van maximaal 30 meter voor het betonnen deel. Daarmee is de maximaal benodigde oppervlakte voor de fundatie per windturbine circa 710 m2 (2.130 m2 totaal). Daarnaast wordt rekening gehouden met een permanente kraanopstelplaats per windturbine van maximaal 40 bij 60 meter (circa 2.400 m2) voor de bouw van en het onderhoud aan de windturbine. Voor de bouw van en het onderhoud aan de windturbine is aanvullende ruimte voor tijdelijke wegen, het kunnen wegleggen van turbineonderdelen en opstelruimte van hulpkranen voor de opbouw van de giek van de hoofdkraan nodig. Dit zijn tijdelijke voorzieningen en naar verwachting onverhard. Er is daarnaast circa 7200 m2 aan (half)verharding nodig voor de ontsluitingsweg in de exploitatiefase (circa 5 meter breed) naar de windturbine. Van de windturbine wordt 2.170 m2 in ieder geval verhard uitgevoerd (fundering en inkoopstation) en de overige verhardingen zoveel mogelijk waterdoorlatend.
Zon Voor het zonnepark worden er kleine metalen palen in de grond geplaatst. Verder worden er in het zonnepark enkele transformatorhuisjes kleiner dan 15 m2 geplaatst. Het zonnepark maakt gebruik van hetzelfde inkoopstation als de windturbines.
4.9 Obstakelverlichting Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting (2020) voorzien dient te worden van obstakelverlichting (zie ook Kader 4.1). Dit geldt dus ook voor de beoogde windturbines. Voor de windturbines wordt voor de aanvang van de bouw een definitief verlichtingsvoorstel uitgewerkt, gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder, overeenkomstig het Informatieblad. Mogelijkheden om hinder te beperken zijn bijvoorbeeld toepassen van vastbrandende verlichting, dimmende verlichting naar gelang de zichtbaarheid en toepassen van radardetectie zodat verlichting alleen aan gaat wanneer er een vliegtuig overvliegt. Coöperatie DTHL zal zich inspannen om een naderingsdetectiesysteem voor obstakelverlichting toe te passen. Een voorstel voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op de windturbine dient voorafgaand aan de realisatie ter instemming worden voorgelegd aan de Inspectie Leefomgeving en Transport. De op dat moment best beschikbare technieken kunnen dus ook in het verlichtingsplan betrokken worden. In de omgevingsvergunning wordt een voorwaarde opgenomen dat de windturbines moeten worden voorzien van obstakelverlichting op basis van een goedgekeurd verlichtingsplan door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT).
Ruimtelijke onderbouwing 720153 | Energiepark Tolhuislanden | Definitief | 18 september 2024 Pagina 52 van 128
Kader 4.1 Toepassing obstakel- en markeringsverlichting
Er worden markeringslichten op de windturbine geplaatst onder meer indien windturbines, met een hoogte van 100 meter of meer (tiphoogte) ten opzichte van het maaiveld, binnen een afstand van 120 meter van een snelweg of waterweg zijn gelegen of wanneer er sprake is van een windturbine met een tiphoogte van 150 meter. In mei 2020 is een aanpassing van de richtlijn voor de toepassing van obstakelverlichting gepubliceerd waarin onder meer alternatieve verlichtingsmethoden zijn vastgelegd ter beperking van hinder. Zo mag het rode licht in de nacht vast brandend zijn maar kan ook dat een (wisselende) lichtintensiteit kan worden toegepast, afhankelijk van de zichtbaarheid. Nieuw is dat gebruik gemaakt kan worden van obstakelverlichting op basis van naderingsdetectie. Wanneer obstakelverlichting dient te worden toegepast dienen de volgende windturbines in een windpark te worden voorzien van obstakellichten: a. windturbines op de hoekpunten van het windpark; b. windturbines op de randen van het windpark, tenzij de maximale horizontale afstand tussen twee windturbines voorzien van obstakellichten minder dan 900 meter bedraagt; c. windturbines welke in hoogte boven de omringende windturbines uitsteken. Voorstellen voor het aanbrengen van markering en obstakellichten op windturbines en windparken worden ter instemming voorgelegd aan de Inspectie, voorafgaand aan de bouw.
Overigens veroorzaken deze markeringslichten gezien de afstanden tot woningen geen lichthinder in de gangbare zin, waarbij woonruimtes in woningen door inschijnen worden opgelicht. In dit verband kan eerder worden gesproken van landschappelijke invloed, door het zichtbaar zijn van de windturbinelocatie in de nachtelijke uren. Bron: Inspectie Leefomgeving & Transport.
4.10 Landschappelijk beeld De maat en schaal van moderne windturbines zijn zodanig groot dat feitelijk niet gesproken kan worden van een landschappelijke inpassing, maar eerder van een landschappelijk beeld. Landschap heeft betrekking op de onderlinge samenhang tussen de elementen in een bepaald gebied en op de samenhang tussen een gebied en het gebruik daarvan. Landschap bestaat bij de gratie van waarneming en beleving door mensen én bij de gratie van verandering in de tijd. Landschap is geen statisch begrip. Het landschappelijk beeld van het plan wordt geïllustreerd aan de hand van de fotovisualisaties (zie Bijlage 1). In deze visualisaties zijn windturbines weergegeven met een ashoogte van 166 meter, een rotordiameter van 172 meter en een tiphoogte van 252 meter. In Figuur 4.9 is ter indicatie een visualisatie weergegeven. In het variantenonderzoek heeft een landschappelijke beoordeling plaatsgevonden van de verschillende varianten (zie paragraaf 4.6 in bijlage 11). De landschappelijke beoordeling heeft plaatsgevonden aan de hand van de methodiek waarbij de waarnemer centraal wordt gesteld en waarbij standpunten, schaalniveaus en beoordelingscriteria worden gehanteerd. Op basis van de beoordeling kan worden geconcludeerd dat de gekozen variant (variant 8), vergeleken met de overige varianten uit het