1. Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen.
Tekst van het document
Dat is de basis voor de visie op hoogbouw in de gemeente. Onder hoogbouw verstaat de gemeente gebouwen hoger dan de gemiddelde kroonhoogte van de bomen. Ongeveer 25 meter of te wel ongeveer 8 bouwlagen. Vanaf deze hoogte is het belangrijk om effecten op de omgeving in beeld te brengen. Bij gebouwen tussen 45 en 70 meter spreek je echt van hoogbouw. Deze bepalen mede het aanzicht van de stad en geven een beeld van de stedelijkheid en de allure van een specifiek gebied.
24
In de ruimtelijke visie is een aantal ontwikkelzones in de stad aangegeven. De visie op hoogbouw visie haakt aan op deze zones. Zoals hiervoor aangegeven ligt het plangebied binnen de historische binnenstad. Nieuwe gebouwen mogen in deze zone niet hoger worden dan deze hoogte van 35-45 meter. Voorliggend plan is op het hoogste punt 20 meter. Hoogte is niet de enige eis. Zichtlijnen op Peperbus moeten behouden blijven en dus vrij van hogere gebouwen. Omdat hoogbouw hier het beschermde stadsgezicht aanraakt, gelden hier specifieke architectonische uitgangspunten: -
verticaliteit in de gevelopbouw ambachtelijke materialen menselijke maat en schaal, variatie en afleesbare eenheden in de opbouw onderzoek verrichten naar schaduwwerking en windval (hoogbouw effectrapportage >25 meter) uitnodigend om aan te raken door gebruik van bepaalde materialen, zoals hout en baksteen. een kenmerkende dak beëindiging, variatie op kappen balkons hangend aan de gevel, loggia’s vermijden levendige begane grond of plint mix aan functies
Relatie met initiatief Voorliggend bestemmingsplan voorziet in bebouwing tot maximaal 20 meter hoog. Het plan voldoet hierdoor aan de hiervoor gestelde gemeentelijke Visie op hoogbouw. Maar ook aan de overige criteria voldoet het plan: -
de gevelopbouw van de gebouwen is verticaal er wordt gebruik gemaakt van ambachtelijke materialen door gebruik te maken van verschillende hoogten is er variatie in de opbouw doordat gebruik wordt gemaakt van setbacks het plan voorziet in variatie in de hoogte van de kappen, mede in relatie tot de omgeving er is sprake van een levendige begane grond door de aanwezigheid van een commerciële plint, waardoor sprake is van een mix van functies in het pand
Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat het plan aansluit op de Omgevingsvisie en als onderdeel daarvan op de Visie op hoogbouw. Raamwerken Om het goed ondernemen en prettig wonen in Zwolle te borgen wordt gewerkt aan het behouden, beschermen en ook ontwikkelen van de Zwolse omgevingskwaliteiten. Dit door het vastleggen van de belangrijkste fysieke structuren van Zwolle: raamwerken genoemd, het geraamte van Zwolle. Het raamwerk laat de grote fysieke structuren zien die bepalend zijn voor de ontwikkeling op lange termijn. Een hoofdstructuur waarbinnen ontwikkelingen mogelijk zijn en benoemd de condities om Zwolle in de toekomst aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. Het gaat om de volgende raamwerken: het fysiek kapitaal (landschap, cultuurhistorie en natuur), klimaatadaptatie, gezondheid, mobiliteit, circulariteit, de ondergrond en de buitenruimte.
25
Eén van de geformuleerde topambities is het behouden en beschermen van cultuurhistorie, biodiversiteit en landschap als belangrijke fysieke waarden. Er is inzichtelijk gemaakt waar die waarden aanwezig zijn. Gebiedsprofielen In de omgevingsvisie zijn gebiedsprofielen opgenomen. De gebiedsprofielen beschrijven een integraal toekomstbeeld voor de betreffende gebieden. Er is aandacht voor het gewenste woonmilieu, de sociale en economische dynamiek, de ruimtelijke kwaliteit, de mate van functiemenging, het mobiliteitsbeleid, gezondheid, de mogelijkheden van vergroening en de verduurzaming van gebouwen en de buitenruimte. Elk gebiedsprofiel is opgebouwd uit de volgende twee onderdelen: -
Beschrijving van het gebied De gewenste ontwikkelrichting met specifieke opgaven.
De bestaande kenmerken (fysiek en sociaal) en kwaliteiten van gebieden zijn het vertrekpunt voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De volgende gebiedsprofielen worden onderscheiden: -
Dynamisch centrum (bestaand en gewenst); Stedelijk gebied; Levendige gebieden (winkelcentra en ontmoetingsplekken); Suburbaan gebied/groen-stedelijk; Dorpen in het buitengebied van Zwolle; Werkgebieden en –locaties; Stedelijk groen; Agrarisch landschap; Gemengd landelijk gebied en buurtschappen; Natuurlandschap ‘Vechtcorridor’
Realisatiestrategie Aan de slag met het grote aantal opgaven en uitdagingen kan alleen door samen op te trekken met de Zwolse samenleving, met andere overheden, ondernemers en investeerders. Ons vertrekpunt is, we doen het samen, waarbij de rol van de gemeente telkens maatwerk is en zijn we iedere keer duidelijk over onze rol. Participatie is van groot belang om doelen en ambities in de leefomgeving te bereiken. De opgaven worden met een gebiedsgerichte benadering aangepakt op die wijze kunnen opgaven worden gebundeld en meekoppelkansen benut. Bij ieder initiatief in de fysieke leefomgeving, groot of klein, staan de doelen uit de Omgevingsvisie centraal. De Omgevingsvisie is het integrale beleidskader voor de eerste beoordeling van ruimtelijke initiatieven. Vertaling naar plangebied In de Omgevingsvisie ligt het plangebied in het gebiedsprofiel ‘Dynamisch centrum’. Dit is het centrumgebied van de stad Zwolle (binnenstad, schil om de binnenstad, Zwartewaterkwartier,
26
onderwijscampus Windesheim, Spoorzone en Hanzeland) met een stedelijke sfeer en een functie voor de hele stad en regio. Op de volgende afbeelding is dat weergegeven.
Door de mix aan voorzieningen in combinatie met unieke ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is dit gebied van belang om beleving en ontmoeting voor bewoners, bezoekers en werknemers te faciliteren. In deze gebieden ligt het accent op het toevoegen van stedelijke dynamiek. Het streven is om de dynamiek van de binnenstad verder uit te breiden naar de schil daaromheen, het Zwartewaterkwartier, delen van Voorsterpoort, de Spoorzone, Hanzeland en de campus Windesheim. 27
Dit door de intensiteit en diversiteit aan functies te verhogen. Het gebied kent een hoge kwaliteit van de buitenruimte met het accent op langzaam verkeer. In de omgevingsvisie is voor het dynamisch centrum het volgende streven geformuleerd: -
-
Garanderen van optimale bereikbaarheid voor alle vervoersmiddelen (auto, openbaarvervoer, fiets en lopend). Aantrekkelijke buitenruimte en hoge ruimtelijke kwaliteit, waardoor beleving en ontmoeting in gebouwen en buitenruimte gestimuleerd worden; Zorgvuldig gebruik en hergebruik van cultureel erfgoed. Cultuurhistorie (ook archeologie) koesteren we en vormt een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Toevoeging van ruimtelijke kwaliteit, een mix van functies en goede verbindingen (micro en macro niveau) zijn leidend in dit gebied. Transformatie en vernieuwing van het centrumgebied kan een impuls geven aan aangrenzende bestaande wijken zoals Kamperpoort, Assendorp en Diezerpoort. Slimme vormen van vergroenen (behoud en uit breiding) zowel in openbare als private ruimte zijn nodig om water op een goede wijze op te vangen en af te voeren, de biodiversiteit te vergroten en om hittestress tegen te gaan.
Voorliggend plan ligt in de binnenstad. Het gebied is op basis van verschillende vervoersmiddelen goed bereikbaar. Binnen het plangebied is sprake van voldoende fietsenbergingen en ook bevinden zich in de binnenstad voldoende parkeermogelijkheden voor auto’s. Het plan voorziet in het toevoegen van groen op het dak van het gebouw waardoor de (be)leefbaarheid van het gebied wordt vergroot. Bij de planbeschrijving is dit nader toegelicht. Het toevoegen van woningen draagt daar eveneens aan bij. De ruimtelijke en functionele opwaardering van het pand draagt, zoals eerder beschreven en ook expliciet benoemd in de Omgevingsvisie, bij aan de verbetering van de verbinding tussen de Diezerstraat en het Broerenkwartier, maar ook met overige delen van de stad buiten de gracht. Door een verruiming van het woningaanbod wordt Zwolle aantrekkelijker als woonstad. Dat straalt de stad nationaal reeds uit. Daarnaast worden op regionaal niveau woningbouwafspraken gemaakt waar onderliggend plan invulling aan geeft. Het gegeven dat het plan duurzaam wordt gerealiseerd (benutten van een bestaand pand, technische toepassingen en gasloos) draagt bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. Verder is er landelijk sprake is van een nieuwe trend dat mensen in of nabij de binnenstad. Hier geeft voorliggende ontwikkeling invulling aan.
De gemeente Zwolle richt zich op het grootstedelijk ontwikkelen (waaronder in de vorm van woningen) van het centrumgebied. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat voorliggend plan past binnen de ambities uit de omgevingsvisie.
3.4.2 Ontwikkelprogramma ‘Ons Stadshart van Morgen’ Het ontwikkelingsprogramma ‘Ons stadshart van Morgen' richt zich daarom op het verder versterken van de economische en culturele positie van Zwolle en het creëren van een meer groene, aantrekkelijke en toekomstbestendige centrum-binnenstad voor zowel haar inwoners als (internationale) bezoekers. Het stadshart krijgt een forse impuls; meer ruimte voor voetgangers en fietsers, bereikbaar, compact, veilig, gastvrij, groen én toegankelijk voor iedereen. En blijven vasthouden aan onze kenmerkende identiteit en eigenheid. 28
Aan het Ontwikkelprogramma is een uitvoeringsprogramma gekoppeld. Hierin staat concrete projecten benoemd die invulling geven aan de ambities zoals opgenomen in het ontwikkelingsprogramma ‘Ons stadshart van Morgen'. In het uitvoeringsprogramma is aandacht voor woningbouw, waarbij de volgende ambitie is geformuleerd: Wonen in het Stadshart wordt steeds aantrekkelijker. Daarbij zetten we in op lage parkeernormen en zoeken we de samenhang met de geplande en bestaande mobiliteitshubs. Voormalige fabrieksterreinen, een ziekenhuisterrein, lege parkeerterreinen en gebouwen die hun functie hebben verloren, zijn getransformeerd naar woonlocaties voor Zwollenaren en nieuwe bewoners van onze stad. Diverse grote bouwprojecten zijn opgestart. Zo wordt er op dit moment gebouwd in het Broerenkwartier. Circa 300 woningen en andere functies zoals horeca, retail, hotel en cultuur worden hier gerealiseerd. Andere voorbeelden van grootschalige woningbouwprojecten in het Stadshart zijn Weezenlanden Noord, de Schuttevaerkade en de transformatie van het oude KPNgebouw nabij de Westerlaan. In het Noorderkwartier is het doel om een gemengd gebied te ontwikkelen, met een groot aantal voorzieningen en ruim 500 woningen. Daarnaast wordt aangegeven dat het Broerenkwartier prioriteit heeft, onder andere in aansluiting op omliggende delen van de binnenstad.
Voorliggend plan draagt bij aan de ambitie door in de vorm van woningbouw een impuls te geven aan het Broerenkwartier.
3.4.3 Gemeentelijke Woonvisie ‘Ruimte voor Wonen’ 2017-2027 Met de Woonvisie Zwolle ‘Ruimte voor Wonen 2017 – 2027 ’ wil de gemeente onderbouwd en in samenwerking met alle woonpartners beter kunnen sturen op gezamenlijke ambities voor Wonen in Zwolle. Als gevolg van landelijke trends en veranderingen in de samenleving en in (woning)wetgeving zal anders naar de nieuwe woonopgaven moeten worden gekeken. De transitie van de zorg, het langer zelfstandig wonen, de duurzaamheidsagenda en de sterke huishoudensgroei vergroten de druk op de woningvoorraad. In de Woonvisie zijn de ambities en opgaven beschreven waar Zwolle de komende jaren aan zal werken. Ambities In de Woonvisie zijn de volgende ambities beschreven: 1. Sterke groeistad Om Zwolle als vitale en aantrekkelijke groeistad in de regio verder te ontwikkelen is een nieuwe stap naar verstedelijking nodig. Om duurzaam te kunnen groeien, moet de gemeente keuzes maken voor inbreiding, (hoog)stedelijkheid en functiemenging op daarvoor geschikte (centrum)locaties. 2. Vernieuwende woonstad Zwolle wil ruimte bieden voor vernieuwing, eigenheid en creativiteit. Ruimte voor diverse doelgroepen en ondernemers, particuliere initiatiefnemers, marktpartijen en corporaties om invulling te geven aan vernieuwend wonen in de stad. Een veranderende huishoudsamenstelling (kleiner) en vergrijzing vragen ook om vernieuwing. 3. Solidaire leefstad 29
Zwolle is een stad van verbinders. De stad biedt ruimte om elkaar op te zoeken, samen te leven en te zorgen. Zwolle wil werken aan solidaire wijken en levensloopbestendige woningen waardoor mensen langer in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. 4. Duurzame Deltastad Nieuwe woningen en wijken worden water robuust, energieneutraaal en klimaatadaptief ontwikkeld. Het maakt de stad op langere termijn beter bestand tegen hitte, droogte en regen en leidt tot een duurzamer en efficiënter gebruik van water. Relatie met initiatief Onderliggend initiatief geeft invulling aan voorgaande ambities. Het initiatief draagt zowel kwalitatief als kwantitatief bij aan de groei van de stad. Kwantitatief door het aantal woningen (68), kwalitatief door het bedienen van verschillende doelgroepen, de verscheidenheid aan omvang van appartementen en de duurzame wijze waarop het plan onder architectuur wordt ontwikkeld.
3.4.4 Ontwikkelstrategie wonen 2019-2024 In de Woonvisie ‘Ruimte voor Wonen’ (2017-2027), is de groei van Zwolle tot 2040 geraamd op 10.000 huishoudens. Sinds 2017 groeit Zwolle echter veel sneller, met gemiddeld 1.000 woningen per jaar in plaats van de voorspelde 600 woningen. Deels is sprake van een inhaalvraag, maar de gemeente constateert ook een groeiende behoefte naar stedelijk wonen en een trek uit de Randstad naar andere grote steden met goede verbindingen over weg en spoor zoals Zwolle. De landelijke trend naar stedelijk wonen en de overloop van de Randstad betekenen dat Zwolle serieus rekening moet houden met een hogere groei dan in de Woonvisie. In Zwolle is sprake van een overspannen woningmarkt, waardoor de kwalitatieve groei van een inclusieve stad onder druk staat en de beschikbaarheid van betaalbare woningen is afgenomen. De niet goed functionerende markt vertaalt zich vooral in een veel grotere vraag naar (stedelijke)woningen. De oplossing voor de stijgende woningprijzen en de toegankelijkheid van de woningmarkt zit dan ook met name in het creëren van nieuw aanbod. In de Ontwikkelstrategie wonen 2019-2024 en in de omgevingsvisie 'Ons Zwolle van morgen 2030 is daarom rekening gehouden met een groei van 1.000 woningen per jaar.
Een uitdaging voor Zwolle is dat de huidige woningvraag grotendeels binnenstedelijk moet worden opgelost, maar het huidige aanbod aan centrumstedelijke woonmilieus beperkt is. Over het algemeen is er schaarste aan binnenstedelijke en centrumstedelijke locaties. Gelet op de huidige krapte op de woningmarkt in Zwolle moet goed worden gekeken waar huidige bebouwing kan worden verdicht en waar mogelijkheden zijn voor transformatie van winkels, kantoren en werklocaties. In de binnenstad van Zwolle wordt sterk ingezet op de woonfunctie om de stad en de schil levendig te houden. Een centrumstedelijk woonmilieu sluit aan bij de behoefte van jongeren en alleenstaanden, maar ook van ouderen. De totale stedelijke woon-mix bestaat uit de verdeling in prijs van 30% goedkoop, 40% middelduur en 30% duur. In de Betaalbaarheidsagenda 2022 is deze 30-40-30-verdeling nader gespecificeerd. De gemeente wil strategisch programmeren en voorzien in een evenwichtig programma in de stad en de wijken. Tegelijkertijd wil de gemeente ook rekening houden met de marktvraag en ook wat het gebied nodig heeft om toekomstbestendig en vitaal te blijven. Tot slot heeft de gemeente als doel dat gebieden complementair aan elkaar kunnen zijn in kwaliteit en diversiteit.
30
Daarom verwacht de gemeente dat de verdeling 30-40-30 als (gemiddeld) streven bij nieuwbouw realistisch is, maar ook afhankelijk van het aantal, de ligging van de ontwikkellocatie en het woningaanbod in de omgeving. In de ‘Woningmarktanalyse 2017 - 2032 Uitkomsten op wijkniveau’ is voor de binnenstad aangegeven dat de samenstelling van de huishoudens verandert, de bevolking van de Binnenstad veroudert wat. Het aantal jonge huishoudens in de leeftijd tot 30 jaar neemt af, terwijl het aantal huishoudens in de leeftijd van 30 tot 65 jaar juist toeneemt, met name het aantal alleenstaande huishoudens in deze leeftijdscategorie. Ook het aantal ouderen in de Binnenstad neemt de komende jaren toe. Gezien deze ontwikkelingen moet het accent voor de komende jaren liggen op het in beperkte mate toevoegen van kleinere appartementen. Relatie met initiatief Voorliggend plan in de vorm van 68 appartementen in de Zwolse binnenstad, voorziet in de groeiende vraag naar stedelijk wonen. Door de binnenstedelijke ligging geeft het plan invulling aan het vergroten van de dichtheid, waarbij de combinatie met andere stedelijke functies bijdraagt aan de levendigheid van de binnenstad. Gezien de binnenstedelijke ligging van het plangebied en de omvang van de appartementen, bestaat de doelgroep voornamelijk uit één- en tweepersoons huishoudens.
Het programma van de 68 appartementen is afgestemd op de gemeentelijke onderverdeling in 30-4030 (goedkoop, midden, duur). Dat betekent concreet dat het programma verdeeld is in: -
20 goedkope appartementen 28 middendure appartementen 20 dure appartementen
Relatie met de Beleidsregel zelfstandige wooneenheden Zoals in hoofdstuk 2 is aangegeven is de Beleidsregel Zelfstandige wooneenheden niet van toepassing op voorliggend plan omdat er sprake is van een ontwikkeling van meer dan 20 wooneenheden. De beleidsregel is mede opgesteld om te borgen dat er bij nieuwbouw of verbouwplannen sprake is of blijft van een goed woon- en leefklimaat. Ook bij dit plan is dit een belangrijk streven. Bij de planvorming is daarom voor een belangrijk deel invulling geven aan de uitgangspunten van de beleidsregel. Zo heeft het grootste deel van de appartementen een oppervlakte van 50 m² of meer, zoals dat op basis van de beleidsregel geldt voor centrumstedelijke gebieden. Ook beschikken veel appartementen over een eigen inpandige berging en over een aparte fietsenstalling. Enkele appartementen hebben een kleiner oppervlakte van 50 m². Desondanks doet dit geen afbreuk aan een goed woon- en leefklimaat door de ligging in de Zwolse binnenstad, de aanwezigheid van bergruimte en de aanwezigheid van gemeenschappelijke buitenruimten op het dak van het gebouw en op de aanwezige balkons bij een deel van de appartementen.
3.4.5 Verstedelijkingsstrategie Zwolle In de periode tot 2040 zullen er in de regio Zwolle minimaal 50.000 woningen worden gerealiseerd. Het klimaatadaptief accommoderen van deze groei, mét behoud en ontwikkeling van de kwaliteit van de leefomgeving, de bereikbaarheid en haar economie, is een integrale opgave die vraagt om keuzes in een langetermijnstrategie.
31
De verstedelijkingsstrategie adresseert 7 ontwikkelprincipes voor de verstedelijkingskoers van de regio. In deze koers staan ‘Warme harten’ centraal. Zwolle is daarbij het stedelijke Warme Hart van de regio. De strategie van ‘Warme Harten’ bouwt voort op het uitgangspunt dat als je bouwt waar de mensen al zijn, dit als hefboom kan werken voor de grote opgaven in die bestaande gebouwde omgeving. Nieuwbouw zal zo bij moeten dragen aan de sociale samenhang, economisch draagvlak, de mobiliteitstransitie en de opgaven van klimaatadaptatie en energietransitie. Deze strategie maakt lokaal maatwerk mogelijk zodat zowel nieuwe als bestaande inwoners van de investeringen profiteren. Met voorliggend plan wordt hier invulling aan gegeven. Er wordt gebouwd op een plek waar mensen al zijn (het centrum) en zorgt binnen het Broerenkwartier voor sociaal en economisch draagvlak.
3.4.6 Welstandsnota 2022, versie juli 2022 Het doel van de welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad. Binnen de welstandsnota ligt het plangebied binnen het toetsingskader van de het gebied ‘Binnenstad, binnen de stadsgracht’. Voor dit gebied geldt het volgende beleid: -
Het niveau van de welstandstoetsing is hoog. Het beleid is gericht op het behouden en herstellen van de cultuurhistorische karakteristieken van de ruimtelijke structuur, de openbare ruimte en de bebouwing. De specifieke historische kenmerken van de ruimtelijke structuur en de openbare ruimte van de binnenstad vormen de uitgangspunten voor herstel en nieuwbouw. Voor de gebieden die zijn aangetast door grootschalige ingrepen wordt gekozen voor kwalitatief herstel. Bij herstel en nieuwbouw behouden van de individuele opzet van de bebouwing en de relatie met de openbare ruimte. Aandacht voor zorgvuldige detaillering en ambachtelijke materialen, waarbij de historische stijlkenmerken van de binnenstad de inspiratiebron vormen. Een eigentijdse vormgeving is hierbij zeker niet uitgesloten.
Relatie met het plan Bij het tot stand komen van de plannen is, zoals bij de toelichting op het plan (paragraaf 4.1.2) is beschreven, rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden en kenmerken van het Broerenkwartier. De ligging in relatie tot de Thorbeckegracht en het kernwinkelgebied zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Voor een nadere toelichting op het plan wordt verwezen naar hoofdstuk 5. Daarbij is beschreven en gevisualiseerd dat het plan architectonisch aansluit op de historie van de omgeving, maar ook beschikt over eigentijdse vormen. Het plan speelt op eigentijdse wijze in op de schaal en maat van de (historische) binnenstad, onder meer door een variatie in volumes (qua breedte en hoogte) en door de voorgestelde architectuur, materialen en kleuren. Met name de hoogteverschillen, setbacks en de oriëntatie van de nieuwe woonlagen zorgen voor samenhang en vormen een goede stedenbouwkundige toevoeging aan het gebied. Het programma zorgt voor meer levendigheid in dit gebied. Het plan komt zeer aansprekend over en kan zorgen voor de gewenste positieve impuls en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied.
32
Het plan is hiermee in lijn met de gemeentelijke welstandsnota. Welstandscommissie van het Oversticht heeft aangegeven dat het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Volgens welstand is het plan zorgvuldig en met aandacht voor details uitgewerkt, zowel architectonisch als ten aanzien van materiaalgebruik.
Conclusie Het voorziene bouwplan is in lijn met het geldende welstandsbeleid. Het plan voorziet in een eigentijdse architectuur met behoud van cultuurhistorische waarden en kenmerken van het Broerenkwartier.
3.4.7 Visie Broerenkwartier (2017) Zwolle heeft de ambitie om de meest aantrekkelijke binnenstad van Noordoost Nederland te worden en te blijven. Daarvoor moeten de komende jaren keuzes worden gemaakt, onder andere ten aanzien van de ontwikkeling van het Broerenkwartier. De door de gemeenteraad op 12 juni 2017 vastgestelde visie op het Broerenkwartier geeft richting aan hoe de gemeente de ambitie hier kan waarmaken. In de voorgaande hoofdstukken is al een aantal keer geput uit het visiedocument. Daaruit komt naar voren dat onderliggend plan invulling geeft aan de algemene doelstelling om het Broerenkwartier te transformeren om ook op langere termijn voldoende flexibel en daarmee toekomstbestendig te kunnen zijn. Met als doel om een volwaardig onderdeel van de binnenstad te gaan vormen waar wordt gewerkt, gewoond en dat een aanvulling vormt op het terrassen en winkelaanbod van de rest van de historische binnenstad. Met het realiseren van woningen, een inpandige fietsenstalling en het toevoegen van groen, in combinatie met bestaande detailhandel, wordt bijgedragen aan de ruimtelijke en functionele verbinding van dit deel van het Broerenkwartier met de rest van de binnenstad.
3.4.8 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Cultuurhistorisch beleid
33
In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen.
Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
3.4.9 Verkeersbeleid Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het rijks – en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zondermeer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat ervoor wordt gezorgd dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al deze maatregelen kunnen de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende weg worden genomen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen.
Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting.
34
3.4.10 Groenbeleid Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2021 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben. Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. In het kader van de inrichting van het plangebied en omgeving wordt rekening gehouden met de bomenverordening en de groene kaart bij het eventueel vellen van bomen en het bepalen of compensatie noodzakelijk is.
3.4.11 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Waterkwaliteit Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21 eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. e
Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de bescherming van water en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een 'goede toestand' hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Deze termijn kon worden verlengd met maximaal twee periodes van zes jaar, tot 2027. Worden de normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde plantenen dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat een goede ecologische toestand’. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven 35
bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: -
vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.
Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Zwolle ligt in het beheergebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). Het algemene beleid van WDOD is verwoord in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik.
Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota 'Water raakt!' door het Algemeen Bestuur vastgesteld en in 2021 geactualiseerd. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en
36
niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. Het waterschap heeft een beleid voor het bergen van water. Uitgangspunt van beleid is een berging vaneen T=100+10% bui (111 mm/48uur). Gemeentelijk beleid De gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de Hemelwaterverordening van 2022. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 (GRP) ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Er is vanaf 5 oktober 2022 een hemelwaterverordening van kracht voor dit gebied. Vanuit de verordening is er een opgave voor de berging van 60 mm. De ontwikkellocatie ligt in een aandachtsgebied wat betekent dat in overleg met de gemeente kan worden gekeken naar de mogelijkheden en eventuele aanvullende voorwaarden. Het is een verplichting vanuit bouwbesluit om schoon en vuilwater gescheiden aan te bieden in de openbare ruimte op een door de gemeente te bepalen locatie. Hierover wordt in het kader van het plan met de gemeente gesproken. Ook heeft Zwolle een raamwerk klimaat- en watersysteem vastgesteld als onderdeel van de Omgevingsvisie van 2021. Bij de uitwerking van het plan wordt hier rekening mee gehouden.
3.4.12 Milieubeleid Algemeen Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties maar ook energiewinning voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen). De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en tenslotte geur. Op diverse thema’s is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven. Bedrijvigheid Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering.
Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. 37
Milieuzonering heeft twee doelen: -
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.
Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009). Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven c.q. voorzieningen en woningen. Geluid In de omgevingsvisie wordt beschreven dat rondom de belangrijkste werkgebieden van Zwolle geluidzones zijn vastgelegd . Deze geluidzones hebben als doel de bewoners te beschermen tegen het geluid van de bedrijven. De bedrijven hebben deze geluidruimte nodig om te werken en geen overlast te veroorzaken naar omwonenden. Het plangebied valt niet binnen geluidzones die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. De zones zoals opgenomen in de Omgevingsvisie hebben betrekking op gezoneerde industrieterreinen. Daar is in voorliggend plan geen sprake van.
Luchtkwaliteit Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de luchtkwaliteitssituatie in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: -
voldoen aan wet- en regelgeving; anticiperen op de toekomst; knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid.
De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. Stikstof De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering, die per 1 juli 2021 inwerking is getreden, voorziet in een structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om stikstofreductie te bereiken en de natuur te herstellen. In het kader van het plan dient door middel van een AERIUS-berekening de stikstofemissie en -depositie van de aanlegfase en gebruiksfase te worden bepaald. Dit is in paragraaf 4.6 gedaan. Externe veiligheid De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid. Dit betekent dat: 38
-
Overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; Een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; Veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; Zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau.
Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Bodem Het bodembeleidsplan (2017) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond. Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle op 9 december 2008 een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijks gebied, AW2000 ('schone grond') en hoofdwegen. Het plangebied valt in de huidige situatie binnen het functieklassengebied wonen.
Met de invoering van het Besluit bodemkwaliteit zijn de kwaliteitsklassen landbouw/natuur, wonen en industrie ingevoerd. Volgens de meest recente Bodemkwaliteitskaart van de Gemeente Zwolle (2021) valt het plangebied binnen de kwaliteitsklasse wonen en industrie. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, is een bodemonderzoek (vooronderzoek NEN5725) nodig om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden. In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd. Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: 39
-
Werken met ondergrondse bestemmingen / functies Structureel en georganiseerd gebruik maken van WKO (warmte- / koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer Bodemsanering gebiedsgericht benaderen Natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied Structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte.
Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: -
Het kader te geven voor gebiedsgericht benadering van de bodemsanering De doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond De mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning.
Duurzaamheids- en Energietransitie De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven: voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen. Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid. Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Benutting van lokale bronnen. Transitie en innovatie: deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes. De gemeenteraad heeft op 17 juli 2017 haar ambities ten aanzien van de energietransitie vastgelegd. Zwolle wil uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn en heeft tussendoelstellingen geformuleerd. Dat betekent voor de tussenliggende periode dat de hoeveelheid CO2-uitstoot in 2025 ten opzichte van 1990 gereduceerd wordt met 25 % en wordt 25 % van de totale energievraag op duurzame wijze opgewekt. Tevens is Zwolle voornemens deze energietransitie in te zetten als katalysator voor economische en sociale meerwaarde. Om deze doelstelling te bereiken zal gestreefd moeten worden naar energie neutrale nieuwbouw, waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals aardgas voor ruimteverwarming.
Conclusie algemeen milieubeleid Het plan is in de basis in overeenstemming met het milieubeleid, de nadere toetsing vindt plaats in hoofdstuk 4.
3.4.13 Duurzaam bouwen In januari 2007 heeft de gemeenteraad de ‘Beleidsvisie Duurzaam Bouwen’ vastgesteld. Het beleid is van toepassing op gebouwen en grond-, weg- en waterbouw en is erop gericht dat overal een minimaal niveau voor duurzaamheid bereikt moeten worden. Duurzaam bouwen heeft betrekking op de thema's energie, materialen, afval, water, gezondheid en woonkwaliteit. Het minimaal te bereiken niveau van kwaliteit- en duurzaamheidsprestaties komt overeen met de toepassing van de vaste, kosten neutrale 40
maatregelen uit het Nationaal Pakket Duurzame (Utiliteits)bouw (maatregelen, die altijd technisch goed toepasbaar zijn en in de regel kostenneutraal zijn). Onderliggend plan wordt uitgevoerd overeenkomstig dit gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Het bouwplan voorziet in voorzieningen die bijdragen aan het onderwerp ‘Duurzaamheid en energie(transitie)/CO2 reductie’. Het installatieconcept is warmtepomp centraal, wtw en een boiler. Daarnaast is er sprake van zonnepanelen op het dak en wordt het plan all-electric uitgevoerd. Het pand is niet energieneutraal.
3.4.14 KEC KEC staat voor Klimaat adaptief, Energieneutraal en Circulair. De gemeente Zwolle heeft beleid geformuleerd om bij nieuwe ontwikkelingen waar mogelijk aan te sluiten bij deze aspecten. Bij onderliggend plan wordt invulling gegeven aan dit beleid. Klimaatadaptief De deltabeslissing Ruimtelijk Adaptatie geeft aan dat Nederland in 2050 water-robuust en klimaatbestendig is ingericht. Het college heeft klimaatadaptatie en energietransitie benoemd als speerpunten voor de toekomstige stad Zwolle waarin het prettig wonen, werken en recreëren is. Zwolle wil kloploper zijn in het praktisch maken van de deltabeslissing Ruimtelijk Adaptatie en ziet klimaatadaptatie als kans om te innoveren en als verdienmodel. De gemeente wil hieraan invulling geven door samen met partners in de stad, denkend vanuit de generieke opgaven (klimaatadaptatie), bij ruimtelijke ontwikkelingen te zoeken naar mogelijkheden om meerwaarde robuustheid (of veerkracht) en een aantrekkelijk stadsklimaat te creëren. Een klimaatadaptieve omgeving is een leefomgeving die toekomstbestendig is. Dat wil zeggen voorbereid op hoogwater, bestand tegen langdurige droge periodes, om kunnen gaan met hevige regenval en voldoende resistent tegen hittestress. Het plangebied wordt vergroend middels het realiseren van daktuinen. In de bestaande situatie is sprake van één groot verhard oppervlakte.
Het toevoegen van meer dan 130 m2 groen oppervlak maakt het plangebied minder gevoelig voor hittestress én draagt bij aan de opvang van hemelwater. Dit zijn preventieve maatregelen. Energieneutraal Zwolle onderkent de energietransitie als een belangrijke nieuwe opgave. De gemeenteraad van Zwolle heeft bij het vaststellen van de Agenda Duurzaamheid in 2015 bepaald dat Zwolle op termijn energieneutraal wil zijn. Dit gelet op de ambities en doelstellingen in EU-verband, in het SER Energieakkoord, de klimaatconferentie van Parijs én meest recent tijdens de Nationale Klimaattop. Het is daarom van belang om in de verkenning te bezien hoe de beoogde herontwikkeling energieneutraal uitgevoerd kan worden. Dat wil zeggen dat de aan het gebouw gebonden energiegebruik en het huishoudelijke energiegebruik duurzaam worden opgewekt. Dit kan door: -
Zonnepanelen op daken leggen (afgestemd op de uitgangspunten van de welstandsnota); Warmtepompen of andere voorzieningen te installeren; Te besparen op energiegebruik (individueel en/of collectief).
41
De Agenda Duurzaamheid is niet meer van kracht, maar het gemeentelijk beleid is hier nog wel op geënt. Wat betreft de voorgenomen ontwikkeling kan in ieder geval gesteld worden dat er gasloos gebouwd gaat worden. Verder komen er op een deel van de daken van de gebouwen zonnepanelen. Daarnaast kan vermeld worden dat geen gebruik wordt gemaakt van uitlogende materialen, maar van duurzame materialen en de woningen worden volgens hedendaagse standaard geïsoleerd. Circulair In de voorgenomen ontwikkeling worden de levensduur, flexibiliteit, impact van materialen en ontwerp voor demontage waar mogelijk meegenomen in het ontwerp. Het gebruik van primaire grondstoffen wordt verminderd. De te gebruiken materialen zijn zoveel mogelijk uit hernieuwbare en afbreekbare grondstoffen of reststromen afkomstig. Het gebruik van biobased en gerecyclede materialen Bij de materiaalkeuzes voor de nieuwbouw wordt rekening gehouden met beperking van materialen, de inzet van hernieuwbare grondstoffen en biobased bouwmaterialen. Zo wordt er bijvoorbeeld uitsluitend duurzaam geproduceerd hout toegepast met FSC of PEFC keurmerk. Ook zal er reken worden gehouden met zoveel mogelijk groen op de (dak)terrassen. Bij de materialen die worden toegepast wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van hergebruik na de functionele levensduur.
Daarnaast wordt er gebouwd op een inbreidingslocatie wat op zichzelf duurzaam is. De voorgenomen ontwikkeling speelt in op de (woon)behoefte wat een duurzaam toekomstperspectief biedt voor de locatie. Wateropgaaf In de bestaande situatie is het gehele gebied verhard. Met voorliggend plan wordt een aantal bouwlagen toegevoegd, maar neemt het verhard oppervlak niet toe. Het gemeentelijk uitgangspunt is om bij nieuwbouw of transformatie een bijdrage te leveren aan het opvangen van hemelwater op eigen terrein. Indien er nieuwbouw of verbouw plaats vindt en deze is groter dan 30 m2 dan dient het hemelwater van dit dakoppervlak te worden geïnfiltreerd. Omdat sprake is van een verbouw met een oppervlak van meer dan 30 m2 dient het hemelwater van dit dakoppervlak geïnfiltreerd te worden. De opgave van 20 mm berging op eigen terrein kan worden ingevuld door retentiedaken en groene daken. De eigen bergingsopgave moet aantoonbaar (met een berekening en tekening) worden ingevuld. Met voorliggend plan wordt ingespeeld op de opgave om hemelwater op te vangen door het realiseren van groene daken. Er wordt gebruik gemaakt van twee soorten groen om te zorgen voor biodiversiteit, wateropvang en vertraagde waterafvoer. Op de hoeken van de 3e en 4e verdieping van het gebouw wordt over een oppervlakte van 131 m2 het type ‘verblijfsdak’ gerealiseerd.
Dit type dak heeft een waterbuffering van 110 – 160 liter per m2. De vegetatie bestaat uit vaste planten, heesters en gazon. Op het dak boven de 4e verdieping wordt over een oppervlakte van 687 m2 een retentiedak aangelegd. Dit type dak heeft een waterbuffer van 20 liter per m2. Dit type dak zorgt voor een Meanderende afvoer van regenwater, enorme vermindering piekafvoer, is toe te passen met extensieve begroeiing. Er is geen sprake van waterbuffering in de drainagelaag, enkel van vertraging. Dit levert een verbetering op van de huidige situatie waar geen hemelwater op wordt gevangen op eigen terrein en rechtstreeks wordt geloosd op het gemeentelijk riool. Naast het opvangen van hemelwater op basis van groene daken, wordt ook de mogelijkheid onderzocht om door middel van
42
het plaatsen van regentonnen een deel van het hemelwater op te vangen. Met voorgaande matregelen wordt met dit plan ingespeeld op de gemeentelijke doelstellingen ten aanzien van wateropvang. Natuur inclusief bouwen In voorliggend plan is sprake van natuur inclusief bouwen. Natuur inclusief bouwen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een bouwwerk bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Dat uit zich in voorliggend plan in groen, maar ook wordt onderzocht of in de bebouwing nestplaatsen gerealiseerd kunnen worden, water op het dak wordt benut en hotels en stenen voor insecten worden gebruikt. Conclusie Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat onderliggend bouwplanplan voorziet in maatregelen die in lijn zijn met het KEC-beleid én met natuur inclusief bouwen.
3.4 Conclusie Voorliggend initiatief is in lijn met relevant ruimtelijk beleid. Met de realisatie van 68 appartementen en een inpandige fietsenstalling in combinatie met commerciële ruimten, wordt op een duurzame wijze invulling gegeven aan een kwalitatieve en kwantitatieve (woning)behoefte op basis van een binnenstedelijke transformatieopgave. Daarnaast sluit het plan aan op het gemeentelijk woonbeleid dat als doel heeft om te komen tot een passend woningaanbod voor eenieder. De combinatie met commerciële functies is in lijn met de wens van functiemenging in de binnenstad waardoor de binnenstad en met name het Broerenkwartier, als economische en leefbare omgeving wordt versterkt. Het plan draagt bij aan een grotere transformatie van het Broerenkwartier, zoals in de ‘Visie Broerenkwartier’ is beschreven.
43
4. Planbeschrijving 4.1 Stedenbouw 4.1.1 Stedenbouwkundige situatie Morfologie Een kenmerk van de morfologische structuur (ruimtelijke verschijningsvorm) van de binnenstad van Zwolle is de afwisseling in schaal en maat van de gebouwen en de afwisseling in schaal en maat van de openbare ruimte. Met name deze mix draagt bij aan een levendig stadsbeeld. Op onderstaande afbeelding is de bestaande morfologie van het Broerenkwartier weergegeven.
Morfologie Broerenkwartier. Bron: gemeente Zwolle.
Het spel tussen grote en kleine schaal (korrel) en afwisselende openbare ruimtes is in het Broerenkwartier echter beperkt aanwezig. Het is niet goed zichtbaar en de samenhang ontbreekt. Met een aantal (forse) ingrepen is het, in lijn met het gemeentelijk beleid, mogelijk om de huidige morfologische structuur te wijzigen, daarmee de afwisseling in korrel te vergroten en de ruimtelijke samenhang sterk te verbeteren. De eerste aanzet daartoe is reeds gegeven door de transformatie van de noord- en zuidzijde van de Weeshuispassage te transformeren naar een architectonisch kleinere schaal en sterke toename van woonfunctie. Ook de voormalige locatie van de V&D worden plannen voorbereid (westzijde Broerenkwartier). Met voorliggend plan wordt door het toevoegen van woningen de ruimtelijke en functionele binding met de omgeving ook aan de oostzijde van het Broerenkwartier vergroot. De oorspronkelijke bebouwing in het Broerenkwartier is grootschalig en sterk naar binnen gekeerd. Met name aan de kant van de Nieuwstraat is sprake van achterkant situaties die ruimtelijke gezien een onaantrekkelijke situatie vormen. Hierdoor is er nauwelijks verbinding met de omgeving. Omdat de woonfunctie op bepaalde plekken ontbreekt of de relatie met de openbare ruimte ontbreekt, is er
44
weinig sociale controle na sluitingstijd van de winkels. De transformatie van het gebied moet deze situatie veranderen. Voorliggend plan draagt hier aan bij. Broerenkwartier Het Broerenkwartier ligt aan de noordelijke rand van de binnenstad, ingeklemd tussen de Thorbeckegracht, het binnenstedelijke kernwinkelgebied en het Noordereiland. Het is niet alleen letterlijk de positie maar ook zeker de gebrekkige routing die maken dat het Broerenkwartier geïsoleerd ligt ten opzichte van de rest van de binnenstad. In de vorm van ‘Waanders in de Broeren’ bevindt zich in de directe omgeving van het plangebied een grote publiekstrekker die zorgt dat er een behoorlijke hoeveelheid winkelend publiek van de kerk naar de Diezerstraat loopt. Bezoekers van de binnenstad lieten andere gebieden van het Broerenkwartier, met name de Weeshuispassage, de afgelopen jaren links liggen. Het Broerenkwartier is van oudsher een kloostercomplex, omringd door kleinschalige bebouwing in een lineaire structuur. In de jaren ’60 van de vorige eeuw heeft een grote sanering plaatsgevonden en in de jaren ’70 van de vorige eeuw is het gebied wederopgebouwd. Het betreft een schoksgewijze transformatie waarbij een overwegend monofunctionele invulling van retail is ontstaan waarbij vier bebouwingsclusters zijn gerealiseerd: het pand van de Hema, het pand van de voormalige V&D, de Weeshuispassage en het pand van de C&A.
Rond 2002 is ‘Het Eiland’ gebouwd. Dit deel van het Broerenkwartier, een combinatie van wonen en winkels, ligt ten noorden van het plangebied, richting de gracht. Het ontwerp van de bebouwing is beter afgestemd op de ruimtelijke structuur van de binnenstad dan het in de jaren ’70 ontwikkelde deel van het Broerenkwartier. Toch wordt het nog wel als een grootschalige ingreep ervaren en mist het de afwisseling in schaal en maat die de organisch gegroeide middeleeuwse binnenstad zo kenmerkt2. Bestaande situatie Aan de hand van de begrenzing van het plangebied wordt de bestaande situatie in beeld gebracht. In hoofdstuk drie wordt dieper ingegaan op de stedenbouwkundige, architectonische en programmatische overwegingen die aan het plan ten grondslag liggen in relatie tot de omgeving en het bestaande pand. Begrenzing zuidzijde: Nieuwstraat De zuidzijde van het plangebied wordt begrensd door de Nieuwstraat. De Nieuwstraat bestaat uit een afwisseling van ‘achterkanten’, woningen, enkele winkels en hier en daar een horecagelegenheid. Het pand heeft aan de zijde van de Nieuwstraat een overwegend stenig en gesloten karakter. Langs de gevel zijn bomen geplant om het stenige aanzien van het pand te doorbreken. Tegen de gevel bevinden zich enkele parkeerplaatsen die worden gebruikt door bewoners van de binnenstad.
Op de volgende foto is een impressie van de huidige situatie aan de Nieuwstraat weergegeven.
2
Bron: Broerenkwartier, eerste ruimtelijke invulling, gemeente Zwolle, 2017
45
Begrenzing van het pand aan de Nieuwstraat. Op de hoek is de uitbouw op de hoek Nieuwstraat – Broerenstraat zichtbaar.
Het pand kent aan de Nieuwstraat twee hoeken. Op de hoek van de Nieuwstraat en de Broerenstraat bevindt zich een uitbouw die in de huidige situatie in vormgeving, hoogte en kleurstelling afwijkt van de rest van het gebouw. Op voorgaande afbeelding is dat zichtbaar. Op de hoek van het pand aan de oostzijde van de Nieuwstraat, grenst het gebouw aan bestaande bebouwing van het winkelpand waar Sikkes is gevestigd. Dit pand is als het ware tegen de zijkant van de C&A aangeplakt. Hierdoor is aan de zijde van de Nieuwstraat sprake van begrenzing van enkele meters aan openbaar gebied. Hier bevinden zicht parkeerplaatsen en fietsenstallingen. Aan de noordzijde grenst het pand van Sikkes aan de Drie Pistolengang. Op de volgende afbeeldingen is de begrenzing aan de oostzijde met de Nieuwstraat weergegeven.
Begrenzing van het pand aan de oostzijde van de Nieuwstraat.
46
Begrenzing westzijde: Broerenstraat De begrenzing van het plangebied wordt aan de westzijde gevormd door de Broerenstraat. Deze straat verbindt de Diezerstraat met de Broerenkerk. Omdat via deze zijde de Broerenkerk en de entree van de Weeshuispassage aanwezig zijn, is hier sprake van een behoorlijke hoeveelheid winkelend publiek. Aan deze zijde van het plangebied bevindt zich de entree van de C&A. Er is sprake van een open plint door de aanwezige raampartijen. Op de verdieping is, net zoals dat geldt voor de overige zijden van het gebouw, sprake van een betonnen rand. Op de volgende afbeelding is de westzijde van het gebouw weergegeven, met op de achtergrond de Broerenkerk.