CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ruimtelijk ontwikkelplan Centrumgebied Oosterenk, mei 2024, incl. bijlagen (1 t/m/ 13)

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ruimtelijk Ontwikkelplan Centrumgebied Oosterenk33.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

9.3 Van de enk naar de Ceintuurbaanzone

9. STEDENBOUWKUNDIG PLAN

9.2 Herkenbaar

Vanuit het perspectief van de stad zijn de gebouwaccenten op logische plekken geplaatst. Oplopend in hoogte van de enk naar de toekomstige Ceintuurbaanzone. De plaatsing van de gebouwaccenten en de hoogtes hiervan dienen als plekken ter herkenning. Hiermee wordt Centrumgebied Oosterenk onder meer als woongebied gemarkeerd. De zichtlijnenstudie, zie hoofdstuk Planaspecten, toont hoe de nieuwbouw op verschillende plekken te ervaren is. Vanaf de Leo Majorlaan is, vanaf het passeren van het Almelose Kanaal, het hoogteaccent van de Kop van de

ling van elkaar in gevelpatroon en materialisatie, maar hebben een familiaire relatie, zodat er

Boulevard zichtbaar. Vanaf de Ceintuurbaan zal de Kop van de Boulevard

samenhang ontstaat tussen de verschillende gebouwen.

zichtbaar zijn. Naast de accenten die vanaf een afstand herkenbaar zijn, wordt ook de levendige plint gepresenteerd. Hierbij is de menselijke maat, dus hoe beleef je dit vanaf maaiveld, essentieel.

Zichtlijn vanaf de Campherbeeklaan.

Vanaf het landschap zal juist de bebouwing van de Stadsrand ervaren worden als onderdeel van het coulisselandschap. Losse bouwblokken zijn dusdanig gepositioneerd dat er aantrekkelijke doorkijkjes ontstaan. De fietsers die dagelijks vanuit het zuiden naar de scholen en kantoren fietsen, zien het hoogteaccent van de Kop van de Boulevard achter de lagere bebouwing van de Stadsrand als nieuw herkenningspunt.

Zichtlijn vanaf de Gooseveldweg.

Rustige uitstraling, expressie per typologie 42

Verspringing in rooijlijn. Voorkomen lange gevellijnen.

Zichtlijn vanaf de Kuyerhuislaan.

43

De Kop van de Boulevard heeft een basisopbouw. Hogere gebouwen

Voor de Kop van de Boulevard is een quickscan Hoogbouweffectrappor-

De deelgebieden Kop van de Boulevard en de Stadsrand zijn de eerste deelgebieden die

die met elkaar verbonden worden via een plint met daarop een centrale

tage gedaan. Uit de Hoogbouweffectrapport blijkt dat de effecten van de

herontwikkeld worden. Hier worden de eerste stappen gezet om te komen tot het Centrum-

ontmoetingsplek. Vanuit deze ontmoetingsplek op hoogte is er zicht op

hoogbouwontwikkeling op de omgeving voor wat betreft bezonning, wind

gebied. Een hart voor de wijk is voor dit centrumgevoel essentieel. Dit zorgt er mede voor

zowel het landschap als de stad.

en privacy als acceptabel worden aangemerkt. Op basis van de rappor-

dat er sociale samenhang ontstaat.

9. STEDENBOUWKUNDIG PLAN

Levendige plinten

Accenten en opbouw

tage zijn er geen belemmeringen voor het realiseren van de hoogbouw, zie Bij de Kop van de Boulevard zorgt het basement van ongeveer 5 bouwlagen

De Kop van de Boulevard zal daarom, als eerste fase van het hart van de wijk, ruimte bieden

hoofdstuk Onderwerpen fysieke leefomgeving.

voor dagelijkse behoeften en voorzieningen. Het programma in de plinten zorgt ervoor dat

voor een actieve plint met programma en woningen. De volumes boven op de deze plint, worden slank en hebben verschillende hoogtes en massa’s.

De Stadsrand heeft een getrapte opbouw in gebouwhoogtes: aan het land-

er gedurende de dag verschillende mensen passeren en gebruikmaken van het gebied.

De hoogteaccenten spelen een rol in het stadssilhouet. Het basement en

schap lager, aan de Dokter van Thienenweg iets hoger. Op zichtlijnposities

Hierdoor transformeert een gebied waarin vooral veel gebeurde in de ochtend- en de

de hoogteaccenten vormen een samenhangend architectonisch ensemble.

is er ruimte voor een hoger accent. In het verlengde van de Dokter van

avondspits, naar een buurt waarin zich over de hele dag actieve gebruikers bevinden. De

De gezamenlijke stadstuin op het parkeerdek zorgt mede voor verbinding

Heesweg is er ruimte voor een hoogteaccent en in het verlengde van de

afwisseling van woningen, werkplekken en voorzieningen zorgt voor sociale controle. Op

tussen de verschillende volumes.

Kop van de Boulevard (aan de Dokter van Thienenweg).

verschillende tijdstippen zijn er ogen op straat. Het programma op de begane grond creëert een actieve en levendige uitstraling. Langs alle zijden van het blok zijn met regelmaat entrees gesitueerd om binnen-buiten-relaties te stimuleren. De belangrijkste plekken die programma vereisen in de plint zijn de twee koppen aan de Dokter Spanjaardweg. Ze bieden een goede plek in de zone en vormen de entree van het gebied. Een andere belangrijke locatie is de woonstraat tussen de Kop van de Boulevard en de ABC-locatie van Isala. Dit zal een prettige ruimte moeten zijn, ook als de ontwikkeling op de ABC-locatie nog even op zich laat wachten. Om te voorkomen dat het aan zal voelen als een achterzijde, moeten hier entrees komen. Dit kan in de vorm van woningen of als werkruimtes. De ruimtes aan de straat zijn dan ook flexibel in te richten. Nu als werkruimte, in de toekomst als woning. Of andersom. De programma's concentreren zich op de Dokter Spanjaardweg en het dwarsstraatje maar hebben ook verbinding en uitstraling aan de noordzijde met het Bonepadsweg zodat sociale veiligheid wordt geborgd.

Fietsenmaker Bloemen

Buurtsuper

Co- Working

De Stadsrand is meer gericht op wonen; een rustig stedelijk woonmilieu in het landschap.

Ondersteunende horeca

Voor programma naast het wonen is er ruimte op de hoeken; een andere invulling dan op de

Ontmoetingsplek

Kop van de Boulevard. Ook is er ruimte voor een aanvullend zorgprogramma, zie hoofdstuk

Gemakswinkel

Programma.

Zorg

Woon/werken

Bakker Fitness

Sport

Logopedie Fysio

Notaris

kantoren 44

Isala

hoogteaccent

stadsrand Voorbeeld van mogelijke programma invullingen op de Kop van de Boulevard

45

9.4 Vitaliteit als motor

Zoekgebied parkeergarage

In Centrumgebied Oosterenk staan de wandelaar en de

fietser voorop, conform het STOMP-principe, zie ook het hoofdstuk Mobiliteit. Vriendelijke routes voor voetgangers en fietsers zorgen ervoor dat de

Route fiets

Zoekgebied inrit fietsparkeren

verblijfskwaliteit verbetert. De ambitie is om de verkeersdruk op Oosterenk te verlagen. We maken het voor bewoners aantrekkelijker om vanuit de woonomgeving te gaan lopen en sneller de fiets te pakken. De ontwikkellocaties worden zo ontworpen dat de auto zo snel mogelijk weer uit het zicht gaat.

9. STEDENBOUWKUNDIG PLAN

Zoekgebied fietsparkeren

Wandelroute

Langzaam verkeer routes

46

47

9. STEDENBOUWKUNDIG PLAN

9.5 Architectuurpalet voor uitstraling materialen en kleuren Het architectuurpalet zorgt voor een samenhangende uitstra-

ling in Centrumgebied Oosterenk, waardoor de 2 deelgebieden een familiaire relatie krijgen, maar toch anders zijn. Het kleuren- en materiaalpalet dat wordt voorgeschreven is aanvullend aan de uitgangspunten die eerder zijn benoemd, zoals de korrelgrootte en de menselijke maat, zie ook spelregels bij de randvoorwaardenkaarten in hoofdstuk 13.

Het uitgangspunt is een rustige uitstraling; architectuur die ervoor zorgt dat het landschap leidend wordt. Het Isala ziekenhuis is opvallend qua vorm en kleurgebruik. De nieuwe bebouwing zal de aandacht niet proberen te ‘winnen’. Het kleurenpalet bestaat uit natuurlijke tinten zoals zand, bruin en beige tinten.

De materialen die voor het Centrumgebied worden voorgeschreven zijn baksteen, hout en glas. Deze komen in beide deelgebieden terug. Het onderscheid tussen de twee verschillende locaties wordt in de materialen duidelijk gemaakt door een gradiënt van het landschap van de Westerveldse Aa naar stedelijke accenten op de Kop van de Boulevard. Richting het landschap komt er meer hout in de uitwerking, terwijl op de Kop van de Boulevard meer glas en baksteen terug te vinden is. In de architectuurfase wordt hierdoor de overgang van stedelijk naar landschappelijk herkenbaar.

Kop van de Boulevard

48

Stadsrand

49

9. STEDENBOUWKUNDIG PLAN

Dit is een stedenbouwkundige proefverkaveling. In de volgende fase wordt aan de hand van de randvoorwaardenkaarten de verkaveling per deelgebied definitief uitgewerkt.

50

51

9. STEDENBOUWKUNDIG PLAN

9.6 Proefverkaveling in vogelvlucht Dit is een voorbeelduitwerking van hoe

Centrumgebied Oosterenk er in de toekomst uit kan zien. In de volgende fase worden beide deelgebieden met architecten uitgewerkt, waardoor dit toekomst-

vogelvlucht impressie van mogelijke uitwerking

52

inclusief de ABC-locatie.

beeld kan veranderen.

Dit is een voorbeelduitwerking

53

In dit hoofdstuk tonen we onze ambities op het gebied van landschap en natuurinclusiviteit. We onderscheiden drie niveaus: algemene kansen in landschap, flora en fauna en klimaatadaptiviteit, het schetsontwerp en tot slot het meest tastbare niveau. Wat zien en horen de bewoners straks om zich heen? De drie niveaus vormen samen de uitwerking van het ontwikkelprincipe 'De Westerveldse Aa als inspiratie'.

In de volgende fase wordt het landschap ontworpen, zowel voor beide deelgebieden door de gebiedsontwikkelaars in samenspraak met de gemeente, als het schetsontwerp openbare ruimte voor de Dokter van Thienenweg en Dokter Spanjaardweg door de gemeente, samen met belanghebbenden.

Plankaart

mogelijke uitwerking

LANDSCHAP EN NATUUR

54

10.

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

INCLUSIVITEIT

55

Aan de rand van Oosterenk ligt het beeklandschap de Wester-

vormt een stevig groenblauw landschappelijk raamwerk de basis voor een

veldse Aa. In dit stroomgebied van de Westerveldse Aa en in Watersteeg

gezonde stad. Het raamwerk legt een basis voor de waarde van de natuur.

heeft de afgelopen jaren veel natuurontwikkeling plaatsgevonden, in

Door in het groenontwerp aandacht te hebben voor lokale biodiversiteit, en

combinatie met beekherstel en waterberging. Dit landschap is de inspiratie-

elementen toe te voegen die deze versterken, wordt ervoor gezorgd dat de

bron voor de landschappelijke inrichting van Centrumgebied Oosterenk.

natuur zich in de stad kan gaan ontwikkelen.

Het landschap voor Centrumgebied Oosterenk krijgt een gelaagde opzet.

De huidige ecologische waarde én de huidige kwaliteit van de leefomgeving

De bestaande hoofdstructuur biedt interessante aanknopingspunten om de

van het gebied is inzichtelijk gemaakt. Op basis hiervan, met inachtneming

pracht van de Westerveldse Aa - en het aangrenzend landschap - door te

van de doelstelling van gemeente en provincie, zijn de kansen en doelstel-

trekken tot aan de Ceintuurbaan. Deze groene oost-west-zones verbinden

lingen voor de ontwikkeling in beeld gebracht. Deze zijn de basis voor de

de wijk Wipstrik, via Oosterenk, met het landschap van watergangen en

verdere uitwerking van de Stadsrand en de Kop van de Boulevard.

breken de huidige barrièrewerking van het gebied tussen stad en land.

→ De oostzijde van het gebied grenst aan natuurontwikkeling rondom

het landschap en het maaiveld. Hierdoor gaat het landschap niet enkel langs

een watergang. Dit is de context waarop de planontwikkeling aansluit.

de bouwvelden maar wordt het landschap ook daadwerkelijk naar binnen getrokken tot aan de woning. Goed stedelijk groen zorgt voor verkoeling in de zomer, buffert water, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals de huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij al deze bewoners komen steden en dorpen écht tot leven. 01 - Westerveldse Aa als landschappelijke drager

geving zijn. Investeren in groene kwaliteit levert immers veel meer op dan

02 - O  ost-West-verbindingen met de Dokter Spanjaardweg, en Dokter van Heesweg tussen Ceintuurbaan en Westerveldse Aa. Bonepadsweg als ambitie (eigendom Isala)

alleen maar een mooie omgeving. Een natuurinclusieve omgeving stimuleert bewoners en bezoekers om te spelen en te bewegen. Bovendien draagt natuurinclusief bouwen bij aan een aangenaam leefklimaat. Stadsvogels en vleermuizen delen al honderden jaren hun woonruimte met mensen. Maar deze dieren hebben het moeilijk gekregen in de afgelopen decennia. Bij natuurinclusief bouwen worden gebouwen zo ontworpen, dat zonder verlies

het recreatief gebruik van het groen optimaal gefaciliteerd worden

en onderdeel van recreatieve routes de omgeving in. Het is een

en sturen naar de plekken waar dit het meest passend is. Daarmee

kleinschalig agrarisch landschap met karakteriserende bomenlanen en

spelen we ruimte vrij om ook natuur een eigen plek te geven in het

heggen. De natuurzone is met name een retentiegebied; veel land-wa-

gebied. Samen met een landschapsarchitect wordt deze zonering, in

terovergangen, riet, natte bosjes en vochtige vegetatie. Dat past bij de

samenspraak met verschillende disciplines van de de gemeente, verder

inspiratie voor het landschap in Centrumgebied Oosterenk. → Er liggen enkele poelen rondom de ontwikkellocatie Stadsrand, voor (zeldzame) amfibieën zoals kikkers, padden of salamanders. Deze

(richting Wipstrik) is het vergroenen van de Kop van de Boulevard

poelen worden in de planvorming gekoesterd.

essentieel. Door het toevoegen van gevelgroen, het vergroenen van de

→ Er zijn velden afgeplagd, waardoor de grond is verschraald en vernat.

daktuin en het aanbrengen van nestkasten in de gebouwen, wordt de

Dat zorgt voor de ontwikkeling van waardevolle natuurlijke vegetatie.

gebouwen een fijne verblijfsplek voor insecten, vogels en vleermuizen.

De hierdoor ontstane vegetatie is de basis voor de verdere vegetatie

→ Door het aansluiten op de Herinneringslaan loopt men zonder barrière

het gebied in. Het 'op sommige plekken' afplaggen van het landschap

het landschap in. Vanuit connectiviteit is dit niet noodzakelijk, maar wel

doorzetten in het gehele gebied zodat de bestaande vegetatie vanuit 03 - Noord-Zuid-verbindingen met de Dokter van Thieneweg en de doorsteek

04 - G  roene kwaliteit van Westerveldse Aa naar binnentrekken

is, wat zorgt voor een variatie aan vogels. → Met het doortrekken van de vegetatie in Centrumgebied Oosterenk

Door het minimaal inzaaien (niet inplanten) kunnen we deze vegetatie

liant’ zijn: bestand tegen de invloeden van het veranderende klimaat zoals

ontworpen. → Het toevoegen van struiklagen zodat er een diversiteit aan beplanting

inclusief een poel op de locatie zelf. Dit kunnen belangrijke plekken zijn

→ In de omgeving is een vochtige kruidenrijke vegetatie aanwezig.

Natuurinclusief gaat niet alleen over flora en fauna, ook moet de wijk ‘resi-

56

→ Het is van belang om het openbaar groen goed te zoneren. Zo kan

vegetatie.

plek krijgen.

bomen in de omgeving.

van het kantorenpark, maar ook bewoners van de omliggende wijken,

tussen de bouwblokken bij de Stadsrand versterkt de natuurlijke

van veiligheid of comfort voor mensen ook diersoorten en planten weer een

Deze soort is heel goed voor de biodiversiteit en sluit mooi aan op de

Het is een veel gebruikte wandelroute voor werknemers en bezoekers

oude beekloop die de landschappelijke context vormt. Dit vormt de

steden en dorpen te creëren die voor alle gebruikers een prettige leefom-

hittestress, overstromingen, epidemieën, etc. In Centrumgebied Oosterenk

06 - Groene interieurs in relatie tot de context

Kansen

Op schaal van de bouwblokken worden de bouwblokken geopend richting

Door natuurinclusief te bouwen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke

05 - Ontwikkelvelden in groene vingers

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

10.1 Landschap

het landschap de stad inkomt. → Veel bomen die er nu nog staan zijn zomer­eiken; bomen van mooi formaat die het behouden/verplaatsen waard lijken als ze gezond zijn.

vanuit recreatief oogpunt. → Het bieden van een thuis voor vogels, vleermuizen, amfibieën en andere dieren in het gebied. Dit doen we door voor elke woning die gebouwd wordt ook een woning voor dieren te realiseren. → Ongehinderd kunnen wonen bij hoog water. De Stadsrand inzetten voor berging van water: de locatie aanduiden als noodventiel "(zie paragraaf 10.3)" en toch ongehinderd kunen wonen bij hoog water. 57

Flora Om de bestaande natuur zo veel mogelijk Centrumgebied Oosterenk in te laten komen, zijn kruidenrijke vegetaties wenselijk. Eenzelfde vegetatie zoals deze zich al bevindt op de Westerveldse Aa en beplanting die voldoet aan de 5V's. Daarnaast is er oog voor biodiversiteit en inheemse en biologische plantensoorten met daarin meegenomen de 5 V's (verblijfplaatsen, voortplanting, voedsel, verbinding met de omgeving en veiligheid). Door het doorzetten van de landschapstructuur via de Stadsrand middels de openbare ruimte naar de Kop van de Boulevard, richting de Wipstrik, ontstaat de mogelijkheid voor insecten om dieper de stad in te komen; een zogenaamde insectensnelweg. Langs deze groene verbinding

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

10.2 Flora en fauna

verandert ook het type groen: van naadloze aansluiting op de Westerveldse Aa tot stadsnatuur gericht op maximale biodiversiteitswinst op kleinere oppervlakken bijvoorbeeld op en aan gebouwen. De bestaande bomen in de Stadsrand dienen zoveel mogelijk behouden te worden, conform de Bomenverordening. Het betreffen vooral zomereiken. Dit soort trekt veel insecten aan. Het toevoegen van wilgen geeft goede kansen. Wilgen zijn uitstekend bestand tegen vochtige en natte gronden en trekken insecten aan. Vooral bij de Stadsrand, aangezien hier een wateropgave ligt. Bij het toevoegen van bomen dient met de soortenkeuze tevens aandacht te zijn voor allergieën, plagen en ziektes. Bij de Kop van de Boulevard worden naast nieuwe bomen voornamelijk klimplanten en hangplanten toegevoegd. De beplanting in de plantenbakken en op daken behoeven weinig onderhoud en zijn van een inheems soort die veel insecten aantrekt en goed tegen droogte kan. Er wordt gebruikgemaakt van groene daken en verticaal groen. Door slimme waterberging en -opslag kan het groen in droge periodes bewaterd worden met eerder opgevangen regenwater. Het toevoegen van vegetatie ván verschillende hoogtes en óp verschillende hoogtes is wenselijk: zoals hagen en zoombeplanting. Zo zijn er voor verschillende vogels veilige plekken. Op de gevels wordt gevelbeplanting geplant.

De gevelbeplanting draagt bij aan geluidsabsorptie en daarmee een gunstig akoestisch klimaat. De gevelbeplanting wordt beheerd door de VvE. De beheersafspraken worden bij start van de verkoop opgenomen in het huishoudelijk reglement. Hierbij horen heldere communicatie en afspraken richting de toekomstige bewoners zodat de gevelbeplanting goed onderhouden wordt en in stand blijft. Met een landschapsarchitect en een ecoloog wordt de inrichting van de locaties verder ontworpen, waar nodig in samenspraak met de afdeling Beheer van de gemeente Zwolle. Bovenstaande uitgangspunten gelden 58

als leidraad voor het uitwerken van het ontwerp.

59

In het gebied zijn een aantal diersoorten aanwezig. Deze

ontstaat een robuust leefgebied voor dieren. Dat zij zich

diersoorten willen we behouden en een plek bieden. Het

waarnemingen bekend van de gewone- en ruige

gemakkelijk van het ene groengebied naar het andere

betreft:

dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. De kans

kunnen bewegen is cruciaal voor hun welzijn en het stimu-

→ Kleine watersalamander: zorg dragen dat de kleine

bestaat dat de vleermuizen momenteel huizen in de

leren van biodiversiteit. Kleine dieren, zoals vogels en insecten, kunnen een leefgebied vinden in de fijnmazige groenstructuur of (de stepping stones van) de binnentuinen. De strategie voor fauna focust zich op locatiespecifieke doelsoorten en daarbij behorende maatregelen, zoals de 5v's voor de betreffende doelsoorten. Denk aan het het toevoegen van water voor de watersalamander en het creëren van een paddenpoel bij een kleinschalig vegetatielandschap. Ook voor de scholekster, huiszwaluw, gierzwaluw, vleermuis en egel creëren we passende plekken.

watersalamander behouden blijft in de waterrijke gebieden die nu grenzen aan het plangebied én door het toevoegen van water zorgen dat de salamander zich kan verspreiden de stad in. → Scholekster: zorg dragen dat de scholekster haar plek kan vinden in Centrumgebied Oosterenk. De scholekster broedt op platte grinddaken en sedumdaken. Enige beschermig tegen roofvogels en hitte is wenselijk. PV-panelen kunnen deze bescherming bieden. Haar voedsel haalt ze van graslanden en uit schelpen. → Huiszwaluw: zorg dragen dat de huiszwaluw in het oostelijke deel van Centrumgebied Oosterenk haar plek vindt. De huiszwaluw bevindt zich op de zogenoemde rode lijst. Actieve beschermingsmaatregelen, door hun leefgebieden te verbeteren, is dan ook essentieel. Om nesten te bouwen, zijn klei poeltjes noodzakelijk. Kunstnesten kunnen aanmoedigen tot broeden. De zwaluwen bouwen het nest bij voorkeur onder fors bemeten dakoverstekken en balkons. Open water en bloeiende bermen zijn belangrijk voor de voedselvoorziening van de zwaluw. Ze eten voornamelijk insecten (vooral muggen). → Gierzwaluw: zorg dragen dat de gierzwaluw in geheel De gebouwen kunnen voorzien worden van neststenen: immers elke holte is wenselijk. De gierzwaluw neststenen of -kasten bij elkaar aanwezig zijn. De beste

60

overgegaan wordt tot sloop en eventueel kap, wordt een vervolgonderzoek gedaan inclusief de te nemen mitigerende maatregelen. Het staat buiten kijf dat de vleermuizen behouden dienen te blijven. Nestkasten voor vleermuizen worden mee-ontworpen in de nieuw gebouwen. In het openbaar gebied wordt gebruikgemaakt van vleermuisvriendelijke verlichting. → Overige zoogdieren: er zijn waarnemingen van de nationaal beschermde eekhoorn (ten westen en noorden van het plangebied), egel (ten noorden van het plangebied), steenmarter en wezel (oostelijke deel van het plangebied). Deze dieren zijn niet op de ontwikkellocaties aangetroffen, echter de egel is van harte welkom. Met lage struiken, nestkasten voor het overwinteren en houtwallen (van snoeiafval) zal de egel zich thuisvoelen in Centrumgebied Oosterenk. In de volgende fase onderzoeken we hoe we een prettige leefomgeving voor de egel kunnen maken. → Padden en kikkers: beiden hebben water nodig om zich voor te kunnen planten. Vissen en padden gaan niet samen, dus een paddenpoel is wenselijk. In de nabijheid van een poel is bij voorkeur een landhabitat met opgaande vegetatie (zodat er tijdens de paddentrek geen wegen overgestoken hoeven te worden).

ou

B

eet voornamelijk insecten die ze vangt in de volle lucht.

er vleermuizen huizen in holtes van bomen. Alvorens

de

oriëntatie is het noorden of het oosten. De gierzwaluw

te slopen gebouwen. Tevens is er het vermoeden dat

n va

is een koloniebroeder, daarom moeten er meerdere

St ad s

p Ko

Centrumgebied Oosterenk haar leefomgeving heeft.

→ Vleermuizen: nabij het plangebied zijn diverse

nd ra

Door groenstructuren in het gebied met elkaar te verbinden,

De deelgebieden in Centrumgebied Oosterenk zijn kansrijk voor specifieke flora en fauna.

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Fauna

le va rd 61

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Een greep aan de maatregelen voor een natuur­inclusief Oosterenk

bruine daken i.c.m. zonnepanelen

stengels laten staan, hier kunnen insecten in overwinteren

duurzaam tuinieren en beheer = bladeren laten liggen

zand en water voor vogels en insecten

bomen om in te schuilen met nestkastjes

groene daken, natuurdaken

oevers en wadi's voor amfibieën

gemengde hagen, heesters en lage beplanting

grote diversiteit aan inheemste soorten en beplanting in lagen

inbouwkasten voor o.a. huismussen

ingemetselde nestkasten voor vleermuizen

diverse klimplanten langs gebouw / lamellen

takkenrillen om te schuilen en te fourageren

natuurlijke vegetatie

vogels fourageren in de streekeigen en inheemse heesters en planten

klei voor de zwaluwen zodat ze hun nesten kunnen maken

bloemrijk en kruidenrijk gras

Verschillende gevels zijn geschikt voor specifieke verblijven en doelsoorten

Noordgevels Geschikt voor huiszwaluw, gierzwaluw en huismus. Oostgevels Geschikt voor huismus en gierzwaluw Westgevels Geschikt voor vleermuizen Zuidgevels Geschikt voor vleermuizen en insecten.

62

ingemetselde neststenen voor gierzwaluwen

63

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

10.3 Klimaatadaptief

Oosterenk dient als noodventiel. De grondslag

Naast het bestaande water is er een wateropgaaf. Bij hevige

De groene gevels in combinatie met de daktuinen

van een 'noodventiel' vindt de oorsprong in het groenblauwe

regenbuien mag er geen hinder zijn in de omgeving. Dat

houden het water vast en verminderen de afvoer van het

netwerk zoals deze is opgenomen in de Omgevingsvisie van

betekent dat aan de volgende randvoorwaarden voldaan

regenwater. Het overtollige water wordt opgevangen in

de Gemeente Zwolle. De noodventiel-gebieden zijn aange-

dient te worden:

reservoirs of tanks en wordt vervolgens in droge peri-

wezen waarbij ten tijde van uitzonderlijk extreme situaties

→ Er is een risico op wateroverlast in en rondom het plan-

het water actief gestuurd kan worden naar een noodven-

gebied (Klimaateffectatlas: hevige bui 70 mm per uur

→ Benutten, lokaal verwerken of vertraagd afvoeren van

tiel om overlast en schade elders te voorkomen. Dit heeft

en 140 mm per 2 uur). De locaties dienen deze buien te

hemelwater op percelen en in de openbare ruimte.

tot gevolg dat Oosterenk 0,5 tot 0,8 m water ten opzichte

kunnen opvangen en bergen conform zowel de Hemel-

Daar waar water wordt vastgehouden op daken en in

van het huidige maaiveld moet kunnen bufferen. Op deze

waterverordening van de Gemeente Zwolle als ook aan

reservoirs wordt het opgeslagen water in droge tijden

specifieke momenten mogen de woningen geen water-

de eisen en richtlijnen in de Watertoets van het Water-

gebruikt voor bewatering van de daktuinen.

hinder ondervinden. Dat betekent dat er voor de Stadsrand

schap.

odes gebruikt om het groen te bewateren.

→ Gescheiden stelsel voor hemelwater en rioolwater.

gedacht kan worden aan waterkerende natuurlijke wallen en

→ Vasthouden-bergen-afvoeren. In de Stadsrand bete-

→ Capaciteitseisen voor de afvoer van hemelwater. In

het verhogen van het vloerpeil in de woningen ten opzichte

kent dit enerzijds het maken van wadi's. Deze wadi's

het Omgevingsplan wordt op basis van de definitieve

van het maaiveld. De Kop van de Boulevard ligt iets hoger

staan niet direct in verbinding met het open water en

ontwerpen aangetoond dat een toename van het

en daar zal de impact kleiner zijn. Dit is een ontwerpopgaaf

dienen als buffering om vervolgens te infiltreren. Ter

verhard oppervlak wordt gecompenseerd. Let wel: voor

voor de volgende fase.

plaatse van de daktuinen wordt water opgevangen in de

de Stadsrand is de bestaande situatie 2020 toen het

constructie van de daktuinen (boven de parkeerdekken). De aanwezigheid van water in de nabijheid van het plange-

Voor de Kop van de Boulevard zal het regenwater zoveel

bied op grond van de gemeente is een enorme kwaliteit. De

mogelijk worden opgevangen en vastgehouden in

waterpartij is een primaire watergang, het onderhoud valt

de verschillende lagen van de daktuinen en balkons.

kantoor van het Waterschap er nog stond. → Voorkomen wordt dat de woningen en commerciële ruimtes wateroverlast ondervinden.

onder de verantwoordelijkheid van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. In samenspraak met het Waterschap wordt bekeken op welke wijze de waterkwaliteit verbeterd kan worden. Dit is nodig om amfibieën, vissen, libellen en andere insecten hier een goede leefomgeving te bieden. 64

Bij hevige regenval dient er 80 mm/uur gebufferd te worden in de deelgebieden.

65

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

10.4 Hittestress De bezoeker van Oosterenk ervaart nu hittestress op warme dagen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt

door

de

hoeveelheid

verharding.

Het

groenblauwe raamwerk gaat voor verkoeling zorgen tijdens hete dagen. Dit doen we door op de juiste plekken bomen te planten. En natuurlijk door het naar binnen trekken van het bekenlandschap van de Westerveldse Aa. Ook zorgen we voor groen op daken en parkeerdekken. Aan de bezonde zijde van de gevels wordt, voor een verkoelend effect, ingezet op gevelgroen.

Droogte Klimaatverandering leidt tot langere periodes van droogte.

Maatregelen:

Hierdoor is er beperkt aanvoer van water via het Zwarte

→ Tijdens warmere perioden zijn er voldoende koele en

Water en de Sallandse Weteringen. Het water in Zwolle

goed bereikbare plekken in Oosterenk.

wordt dan nauwelijks ververst. Dit heeft gevolgen voor de

→ De woningen aan de Stadsrand staan met hun voeten

waterkwaliteit. Blauwalg komt de laatste jaren steeds meer

in het landschap. Er is minimale verharding en er staan

voor in de Zwolse watergangen en plassen. Een lage water-

volwassen bomen die zorgen voor schaduwwerking.

stand betekent ook daling van het grondwaterpeil. Ondanks

De Kop van de Boulevard krijgt een groen ingerichte

dat de natuur veerkrachtig is, kunnen sommige bomen en

collectieve binnentuin.

planten de droogte niet goed aan. Dit vraagt om maatre-

→ De bomen aan de Dokter Spanjaardweg zorgen al voor

gelen om (grond)water beter vast te houden in de stad.

veel verkoeling. Deze Boulevard wordt vergroend met beplanting op verschillende lagen. → De beek langs de Stadsrand blijft een stroom, zodat blauwalg wordt voorkomen. → Verminderen van droogteschade door de sponswer-

→ Verminderen van droogteschade door de sponswerking van het gebied te vergroten. Hierbij gaat het zowel om bufferen van regenwater in het gebied als

king van het gebied te vergroten. Hierbij gaat het zowel

het vertragen van de afvoer. Dit kan onder andere door

om het bufferen van regenwater in het gebied als het

een groene inrichting en het toepassen van infiltratie-

vertragen van de afvoer. De wadi’s zorgen hiervoor.

en bergings­mogelijkheden voor regenwater.

→ Beplantingskeuze is passend bij een veranderend

66

Maatregelen:

→ In de volgende fase wordt onderzocht of extra water

klimaat en beter bestand tegen langere periodes van

kan worden vastgehouden in het gebied om beplanting

droogte.

in tijden van droogte te bevloeien. 67

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

10.5 Schetsontwerp openbare ruimte

Onderdeel van het plan is de herinrichting van de Dokter

Spanjaardweg en de Dokter van Thienenweg. Dit zijn de aanliggende straten aan de ontwikkellocaties. Hierbij komen thema's terug als het vergroenen van de wijk, klimaatadaptatie en het STOMP-principe. De openbare ruimte wordt een belangrijke drager en dient als groenblauw cement.

Transformatie Dokter Spanjaardweg Ook de Dokter Spanjaardweg krijgt op langere termijn een nieuw profiel, passend bij wonen en werken, met bomen aan beide zijden. Waar mogelijk zijn dat de bomen die blijven staan, aangevuld met nieuwe bomen. Het fietspad is een vrijliggend pad om veiligheid van de fietser te garanderen. Door de groenzone langs de trottoirs is er een ontspannen afstand tussen de gevels en de straat. De precieze invulling wordt de aankomende jaren verder

Dokter Spanjaardweg (west)

uitgewerkt door de gemeente in samenspraak met belanghebbenden.

Dokter Spanjaardweg (zuid) 68

Impressie van de Dokter Spanjaardweg 69

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Transformatie Dokter van Thienenweg De ambitie is om de Dokter van Thienenweg te herinrichten van bedrijfsontsluitingsweg naar een meer ontspannen en groenere inrichting die past bij een woonstraat, zodat er meer leefkwaliteit ontstaat, bijvoorbeeld naar een 30-kilometer-per-uur-gebiedsontsluitingsweg. De fietser krijgt voorrang op de auto. De doorgaande busverbinding die gebruik maakt van de Dokter van Thienenweg zal blijven bestaan. Doordat de Dokter van Thienenweg een ander karakter krijgt, door de toevoeging van een nieuw woongebied, zal de straat opnieuw ingericht worden. Met de nieuwe woningen komen er nieuwe adressen aan de straat en daardoor ook nieuwe levendigheid. De bestaande bomen langs de straat worden zo veel mogelijk behouden en waar mogelijk worden er nieuwe bomen toegevoegd en wordt het profiel vergroend. De precieze invulling wordt de aankomende jaren verder uitgewerkt door de gemeente in samenspraak met belanghebbenden.

Dokter van Thieneweg

Impressie van de Dokter van Thieneweg 70

71

De Bonepadsweg ligt aan de noordzijde van de Kop van de Boulevard. Dit is private grond van Isala en een belangrijke fiets- en looproute voor hen. Er zal zorgvuldig gekeken worden naar de overgangen tussen de nieuwbouw en het fietspad. Het voorstel is een pad voor voornamelijk voetgangers, met aan de zijde van de Kop van de Boulevard mogelijkheden om te vergroenen. Het betreft een nevengroenstructuur waarbij het uitgangspunt is dat de bomen blijven staan.

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Bonepadsweg

Profiel Bonepadsweg en noordzijde Kop van de Boulevard 72

73

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Tussenstraat Kop van de Boulevard en ABC De straten tussen de Kop van de Boulevard en de ABC-locatie zullen zoveel mogelijk autoluw worden met voldoende ruimte voor de gebruikers en groen. Door minimaal 10 meter afstand te nemen vanaf de erfgrens is hier voldoende ruimte voor en krijgen de gebruikers op de begane grond (de plint) voldoende zonlicht. Om de ruimte te activeren zijn entrees aan de straat verplicht. De ruimtes zullen flexibel beschikbaar zijn voor zowel woningen als werkplekken. Om de groene kwaliteit te borgen zijn groene oplossingen voor de overgangen van privé naar openbaar vereist. Langs de gevel zal gevelgroen er bijvoorbeeld voor zorgen dat er een ontspannen en duurzaam verblijfsklimaat ontstaat. De zijde van de erfgrens met de ABC-locatie wordt ook vergroend. Aan deze straat is tot slot de indicatieve entree voor de fietsgarage gepositioneerd.

Profiel tussenstraat 74

75

Met de komst van nieuwe bewoners in Oosterenk, horen ook de bijbehorende voorzieningen op orde te zijn. Denk aan plekken om te spelen voor kinderen. Maar ook het stimuleren van beweging. Er wordt onderscheid gemaakt in leeftijden. → de allerkleinsten (0-5 jaar) spelen bij huis waar ouders goed zicht hebben op de spelende kinderen. Zij zullen vooral in de collectieve tuinen spelen (op het parkeerdek en in de groene daktuin).

Beweegaanleiding, bestaande schoolpleinen Spelen 0 - 5 jaar Spelen 6 - 12 jaar

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Spelen

→ De leeftijdcategorie 6-12 jaar kan spelen op een aangewezen plek in het gebied: op de Stadsrand in het verlengde van de Bonepadweg. Het spelen staat hier voornamelijk in het teken van bewegen in een natuurlijke omgeving. Omdat er nieuwe woningen omheen komen en het vooral de kinderen van de toekomstige bewoners zijn die hier spelen, wordt in samenspraak met deze bewoners de exacte invulling gerealiseerd. → De oudere kinderen kunnen op schoolpleinen in de buurt spelen. Er worden op de ontwikkellocaties geen sportveldjes gerealiseerd.

76

77

Plankaart landschap

Het groen in de openbare ruimte, langs de straten zoals de

Dokter van Thieneweg en Dokter Spanjaardweg, dient als het groenblauwe cement van het gebied. De structuren brengen de twee plangebieden samen tot één groenblauw netwerk. Naast de groenstructuren op een grotere schaal zijn er ook verschillende landschapssferen in het plangebied. In de profielen, sfeerbeelden en referentiebeelden worden de verschillende plekken en sferen verbeeld en beschreven. Vanaf de ecologische oevers zullen de groene vingers het landschap van de Westerveldse Aa het plangebied intrekken. In de Stadsrand zullen de groene vingers onderling van

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

10.6 Landschapsontwerp deelgebieden

elkaar verschillen, ze spelen in op unieke locatiespecifieke kansen. Dit zal terug te vinden zijn in de beplantingskeuze. Dit kunnen de volgende sferen zijn: → Wonen aan het struweel → Wonen aan het landschapspad → Wonen en spelen aan riet en knotwilgen → Wonen aan de paddenpoel → Wonen aan de laan Rondom de Kop van de Boulevard zal er een meer groenstedelijk milieu ontstaan. Hier is het van groot belang om de levendige plinten te combineren met groen voor verblijfskwaliteit. Het groen dient tevens voor het tegengaan van hittestress, opvang van regenwater en het absorberen van verkeersgeluid. Rondom het blok zien we de volgende sferen: → Levendige Kop → Wonen/werken aan de woonstraat → Groene entree van Centrumgebied Oosterenk → Fietsen en wandelen door het groen langs het Bonepadsweg

Principe hoe het bekenlandschap Centrumgebied Oosterenk in komt. 78

In de volgende fase wordt het landschap ontworpen, zowel voor beide deelgebieden door de gebiedsontwikkelaars in samenspraak met de gemeente, als het schetsontwerp openbare ruimte voor de Dokter van Thienenweg en Dokter Spanjaardweg door de gemeente, samen met belanghebbenden. 79

Groen op maaiveld

Verticaal groen

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Kop van de Boulevard

10.7 Intens stedelijk groen

Het groen op de Kop van de Boulevard omschrijven we als intens

stedelijk groen. Het is: maximaal gebruik maken van de beschikbare ruimte, en creatief zijn door ook de hoogte te benutten. Het groen is passend bij de stedelijke omgeving, maar wel nadrukkelijk aanwezig. Zowel in uitzichten als op ontmoetingsplaatsen. De bomen en beplanting geven schaduw en zoveel mogelijk verkoeling op warme zomerdagen. Het verticale groen op de Kop van de Boulevard zorgt voor een win-winsituatie, naast een verzachting van het hoogstedelijke uiterlijk voegen we groene componenten toe aan de nu versteende en monotone omgeving. Een prettige omgeving voor bewoners en bezoekers, hittestress wordt tegengegaan en regenwater wordt op een slimme manier opgevangen en opgeslagen. Het toevoegen van het verticale groen zorgt voor meer ruimte voor biodiversiteit en het aantrekken van fauna. Immers de planten zorgen voor de 5V's én geven verkoeling. Daarnaast draagt gevelgroen bij aan geluidsabsorptie.

80

81

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Groen collectief hof De binnentuinen zorgen voor een prettige, gezonde buitenruimte voor omwonenden. Ze versterken het gemeenschapsgevoel in het bouwblok. Er is ruimte voor plekken die aanleiding bieden voor ontmoeting in de vorm van bijvoorbeeld speelplekken, een buurtkas of een moestuin. De groene uitstraling moet passend zijn bij de verdichtingslocatie en de doelgroep. Door het groen van het parkeerdek zichtbaar te maken vanaf het maaiveld (met bomen en hangplanten) zal de uitstraling van het bouwblok worden verzacht. In de keuze van de beplanting moet gekeken worden naar de doelsoorten in het plangebied. Van het oppervlak van de binnenterreinen zal minimaal 50% met groen worden ingericht. Paden en verharde ruimtes vallen hier niet onder. Ter plaatse van een boom zal de gronddekking op het dek voldoende zijn. Naast struwelen, hagen en hoge grassen zullen ook een aantal bomen geplaatst worden. Het exacte formaat van de bomen zal een uitkomst zijn uit onderzoeken zoals schaduwwerking, belasting op de constructie en hittestress.

Principes: → Opening heeft verticaal groen tussen maaiveld en verhoogd maaiveld. → Vanaf maaiveld wordt ervaren dat er een groen verhoogd maaiveld is. → Minimaal 50% van het dak is groen. → Groen is kwalitatief groen. Denk aan hoge grassen, kleine bomen, beplanting passend bij een stedelijke omgeving, geïnspireerd op het landschap van de Westerveldse Aa. → Minimaal speelruimte. → Minimaal een collectief programma, denk aan een groentekas, ontmoetingsruimte en beweegaanleiding. → Privé buitenruimtes grenzend aan collectief dek. → Overgangen worden met groen opgelost d.m.v. hagen. → Dakterrassen op hogere niveaus hebben een groene uitstraling. → Nestkasten/verblijfsplekken voor doelsoorten passend bij locatie. → Opvang regenwater op dek, tot 80mm/uur.

Schetsimpressie van een mogelijke invulling van het

→ Waterberging middels groene daken en groene gevels

collectieve dek. Een groene plek voor ontmoeting.

/ verticaal groen. 82

83

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Stadsrand 10.8 Wonen in het landschap

De groene vingers in de Stadsrand verschillen

van maat. Er geldt wel een aantal basisprincipes. De entrees van de woningen zijn altijd op de groene vingers georiënteerd. De voortuinen op het zuiden zijn altijd royaler vormgegeven. Dit door de ideale ligging op de zon en de daarbij behorende verblijfskwaliteit. Deze tuinen grenzen aan een

Wonen aan een landschappelijk pad

smal pad die voor de tuinen langsloopt.

Wonen in het groen

Aan de noordzijde van de bouwblokken ligt een smallere privézone. Dit kan uitgevoerd worden in de vorm van een natuurlijk vormgegeven zone. Aangrenzend ligt een pad van twee meter met daarnaast een halfverharde strook. Hierdoor zijn deze paden ook geschikt voor nooddiensten of verhuiswagens.

minimaal 20

Smalle groene vinger. Kleinere wadi.

In alle groene vingers liggen wadi's om het regenwater van de woningen en de omgeving op te vangen en vertraagd te laten infiltreren in de grond. Het in de toekomst mogelijk doortrekken van de landschap-

Wonen aan het riet en knotwilgen

pelijke structuur van de Bonepadsweg zorgt ervoor dat de meest zuidelijke van de drie groene vingers de best aangewezen plek is voor een grotere ecologische tussenzone. In deze groene vinger is meer ruimte voor een ecologische

e

n n aa

won

oever, wat een sterke impuls geeft aan flora en fauna. Door

de

l

poe

den

pad

Wonen in het groen

de afmeting is er ook meer ruimte voor grotere bomen in vergelijking met de smallere groene vingers. En daarmee is dit ook een geschikte plekken voor een speelaanleiding in het landschap. minimaal 30

Er zal een waterkering moeten komen om de woningen te beschermen tegen wateroverlast. Deze bescherming kan bestaan uit natuurlijke dijkjes of keermuurtjes. 84

Wonen aan de paddenpoel

Grote groene vinger. Meer ruimte voor opvang en infiltrate regenwater. 85

Wandelpad langs Stadsrand

Uitgangspunt in het plan is om aan de noord- en zuid-

Parallel aan het populaire wandelpad zal een nieuw pad

zijden zo veel mogelijk bestaande bomen te behouden. Dit

komen. Deze landschappelijke wandeling neemt de gebrui-

geeft een uniek karakter aan de woningen. De overgangen

kers mee op een meanderende route over het water en de

worden zorgvuldig vormgegeven, met voldoende afstand

oevers van de Westerveldse Aa.

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Groene randen

tussen de woningen en de bomen. Het pad wordt verbonden met de Herinneringslaan aan Het pad voor de woningen zal vooral voor de bewoners

de noordzijde en loopt tot het pad voorlangs het Ronald

zijn om de voordeur te bereiken. Ook voor nooddiensten

McDonald Huis.

en verhuiswagens zullen de woningen bereikbaar zijn. Om

nieuwe woningen

bestaande bomen

fase, zie pagina 141.

Ronald Mc Donald huis

king. Deze zone wordt integraal ontworpen in de vervolg-

verharding.

bestaand pad

hiervoor opgelost moeten worden in halfverharding of open

bestaande bomen

Het landschappelijke karakter ziet men terug in de uitwer-

nieuwe woningen

brede verharde paden te voorkomen zal de vereiste breedte

Het pad langs de Westerveldse Aa. Een informeel struinpad langs en door het landschap. Soms een halfverhard pad, soms een vlonder over het water. Als onderdeel van de openbare ruimte. breedte: zie spelregels

breedte: zie spelregels

Wonen aan de laan

86

Wonen aan struweel

87

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Overgang parkeerdek en Westerveldse Aa De overgangen tussen de wereld van de tuinen en het collectieve hof op het parkeerdek zal aandacht vragen in de verdere uitwerking. De ambitie is om het landschap van de Westerveldse Aa naar het parkeerdek te brengen zoals ook in de ontwikkelprincipes is benoemd. Om dit voor elkaar te krijgen zal de overgang landschappelijk moeten worden ingericht waarbij de auto's uit het zicht verdwijnen. Dit kan zoals in de schema's hiernaast geïllustreerd op verschillende manieren. Een van de methodes is om een volledig groen talud met beplanting tussen het parkeerdek en het maaiveld te ontwerpen. Om onder andere natuurlijke ventilatie mogelijk te maken is een gedeeltelijk talud ook een mogelijkheid. De afstand tussen de groene helling en het parkeerdek mag maximaal 0.99 meter zijn. Dit garandeert dat het blik uit zicht is en dat er geen valbeveiliging op het parkeerdek nodig is. Lichtvervuiling van de parkeergarage richting het landschap moet worden voorkomen, dit kan door bewuste keuzes te maken in materialisatie van het hekwerk.

Uitgangspunten voor de landschappelijke overgang van de Westerveldse Aa naar het parkeerdek 88

89

Het parkeren wordt uit het zicht opgelost. Dat betekent dat het parkeren aan weerszijde wordt omsloten door woningen en appartementen. Het parkeren wordt voorzien van een dak. Dit dak wordt deels ingericht met privétuinen voor de woningen én deels collectieve tuin voor de bewoners van het bouwblok. De overgang van privétuinen naar het collectieve gedeelte vereist in de landschappelijke uitwerking aandacht. Tussen privétuin en collectief gedeelte zal een groene buffer komen. De doorsnede op naastgelegen pagina is hier een voorbeeld van. Om onderhoud en kwaliteit te waarborgen wordt de groene buffer eigendom van het collectief/de toekomstige VVE. De maatvoering van de buitenruimtes is dusdanig dat er een goede balans ontstaat tussen privé en collectief. Naast een groen parkeerdek dient het dek ook voor opvang van overtollig regenwater en watervoorraad voor besproeiing van de planten in droge tijden.

90

Principes: → Auto uit het zicht aan zijde westerveldse Aa (middels een groene helling of verticaal groen). → Minimaal 50% van collectief dek is groen. → Groen is kwalitatief groen (niet enkel gras, beplanting passend bij Westerveldse Aa, aansluitend op toolbox natuurinclusiviteit). → Minimaal 1 speelruimte voor de allerkleinsten, minimaal 1 collectieve plek. → Privé buitenruimtes grenzend aan collectief dek, onderdeel van VVE. → Overgangen landschappelijk opgelost, voor-

10. LANDSCHAP EN NATUURINCLUSIVITEIT

Een groen parkeerdek Stadsrand

komen van privé afscheidingen. Overgangen onderdeel van VVE/collectief. → Nestkasten/verblijfsplekken voor doelsoorten passend bij locatie zoals zwaluwen. → Opvang regenwater op het dek, tot 80 mm/uur.

91

MOBILITEIT

11. MOBILITEIT EN VERKEER

EN VERKEER

92

11.

De transformatie van Oosterenk van een monofunctioneel kantorengebied naar een dynamische stedelijke omgeving vraagt om een toekomstbestendige visie op mobiliteit, vanuit het STOMP-principe. Passend bij het ontwikkelprincipe 'Vitaliteit als motor'. In dit hoofdstuk presenteren we het toekomstige mobiliteitsplan de parkeeropgave en de verkeersontsluitingen.

→ Mobiliteitsstrategie Oosterenk → Parkeerstrategie 2040 (2023) → Verstedelijkingsstrategie regio Zwolle (2023) → Omgevingsvisie gemeente Zwolle (2021) → Gebiedsvisie Oosterenk (2020) → Mobiliteitsvisie (2019)

Zwolle staat net als veel andere steden voor een grote mobiliteitstransitie. De afgelopen jaren zijn er meerdere nieuwe visies en strategieën voor de gemeente en de regio gemaakt, waarvan een groot deel iets zegt over de toekomst van duurzame mobiliteit. Zoals de Parkeerstrategie 2040, de mobiliteitsstrategie voor geheel Oosterenk en het MIRT-onderzoek. Voor Centrumgebied Oosterenk hebben de ontwikkelaars een mobiliteitsplan gemaakt, zie dit hoofdstuk. 93

Vanuit Zwolle en de omliggende regio komen bezoekers naar

Uit gesprekken en bijeenkomsten kwam vanuit betrokkenen naar voren dat

Oosterenk. Bijvoorbeeld naar het Isala ziekenhuis, een wedstrijd van PEC

een aantal oversteekplaatsen momenteel als onveilig wordt ervaren. Tevens

Zwolle of een instelling voor bijzonder of voortgezet onderwijs. Daarnaast

is er de beleving dat er geen goede doorstroming is vanaf de Ceintuurbaan

komen er dagelijks veel mensen naar Oosterenk om te werken.

waardoor het tijdens de spits lastig is om de wijk in en uit te komen.

Vanuit de regio is Oosterenk goed bereikbaar via de A28 en de N35. Vanuit

In de huidige situatie wordt parkeren op Oosterenk met name op eigen

de stad zijn er twee toegangswegen van en naar het Centrumgebied

terrein gefaciliteerd. Dubbelgebruik is niet altijd mogelijk vanwege de

Oosterenk: de Dokter Spanjaardweg en de Dokter van Heesweg. Beide

aanwezigheid van slagbomen, wel wordt het parkeerterrein van PEC Zwolle

wegen komen uit op de Ceintuurbaan, die functioneert als een belangrijke

ook gebruikt door medewerkers van het ziekenhuis en dat van het Health

hoofdontsluiting van Zwolle.

Innovation Park tijdens voetbalwedstrijden van PEC Zwolle. Daarnaast

11. MOBILITEIT EN VERKEER

11.1 Huidige situatie

werd tijdens de diverse participatiemomenten parkeeroverlast vanuit Isala Hoewel Oosterenk zich aan de rand van Zwolle bevindt, zijn de binnenstad

aangegeven, zowel in Wipstrik als Oosterenk.

(10 minuten) en het station (15 minuten) met de fiets goed bereikbaar. Voor fietsers zijn er twee ongelijkvloerse verbindingen met de omliggende wijk, die maken dat Centrumgebied Oosterenk uitstekend bereikbaar is. Ook de bereikbaarheid van Oosterenk met het OV is goed, met busverbindingen binnen Zwolle en de regio.

Mobiliteitsstrategie Oosterenk De Gemeente Zwolle heeft onderzoeksbureau Rebel ingehuurd om een mobiliteitsstrategie op te stellen voor de gehele wijk Oosterenk. Het onderzoek is inmiddels uitgevoerd. In het onderzoek worden verschillende verdichtingsscenario's onderzocht. De Gemeente gebruikt het rapport om een strategie voor heel Oosterenk te bepalen.

94

95

De voetganger en fietser staan centraal in het Centrumgebied

Oosterenk. Het STOMP-principe is voor het toevoegen van de nieuwe woningen leidend. STOMP staat voor hoe we verplaatsingen in een gebied onderscheiden: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer,

T-Trappen

O-Openbaar Vervoer

P-Privé-auto

Als wereldfietsstad heeft Zwolle hoge ambities en een concreet actieplan

Centrumgebied Oosterenk is goed ontsloten door

Oosterenk is met de auto goed bereikbaar vanuit de regio

om te werken aan onder meer de verbetering van de fietsinfrastructuur. Nu al

verschillende buslijnen die stoppen bij het ziekenhuis.

en de A28. Dit maakt dat het voor veel mensen vanzelfspre-

scoort Zwolle hoog als het gaat om het aandeel fietsgebruik binnen stedelijk

Lokale en regionale bussen rijden door het centrumgebied.

kend is om voor de auto te kiezen. Met name voor vervoers-

gebied. De ontwikkelingen in Centrumgebied Oosterenk dragen eraan bij

Het station is hiermee met 15-20 minuten goed bereikbaar.

bewegingen van buiten Zwolle naar Oosterenk en vice

om toekomstige gebruikers en bewoners te motiveren de fiets te kiezen. Door onder meer de aanwezigheid van meerdere scholen

leefstijlen kijken we naar de maat en schaal van de parkeer-

De fietsparkeervoorzieningen in de nieuwe woongebouwen stimuleren het

zien we dat het openbaar vervoer op piektijden veelvuldig

voorzieningen die nodig zijn voor de nieuwe woningen. Het

gebruik van de fiets. In deze voorzieningen is plek voor tal van soorten fietsen;

gebruikt wordt. Door de toevoeging van nieuwe woningen

uitgangspunt is dat de parkeeropgave voor de bewoners en

denk aan bakfietsen, kratfietsen, racefietsen en mountainbikes. Hierdoor

komen er nieuwe OV-reizigers bij. Dit biedt kansen om het

bezoekers op eigen terrein wordt opgevangen, waarbij het

S-Stappen

maken we het aantrekkelijk om snel de fiets te pakken. Om in te spelen op

OV in de toekomst verder te onderzoeken. De gemeente

‘blik’ uit het zicht wordt gehaald. In principe wordt er niet op

het steeds grotere aandeel elektrische fietsen wordt ook aandacht besteed

Zwolle doet zogenoemde MIRT-onderzoeken waarin

straat geparkeerd behoudens invalideparkeren en het laden

Allereerst te voet (Stappen)

aan fietslaadinfrastructuur.

onder meer wordt gekeken naar kansen voor openbaar

en lossen van verhuis- en vrachtwagens.

Mobility as a Service (MaaS) en Privéauto. Het STOMP-principe geeft een duidelijke prioritering in denken en doen aangaande de mobiliteitsvraag. Dit is ook zichtbaar in de ontwikkelprincipes en het ruimtelijk raamwerk.

Op dit moment zijn er enkele voorzieningen in het gebied op loopafstand vanuit het hart van het centrumgebied. We zien nu vooral veel wandelaars die het gebied doorkruisen om in het naastgelegen natuurgebied de Westerveldse Aa te wandelen. Bewoners vanuit de wijk Wipstrik doorkruisen Oosterenk van west naar oost om het natuurgebied te bereiken.

vervoer op Oosterenk. Net als de wandelroutes worden ook de fietsroutes in het openbare gebied aangepakt. Door bestaande fietspaden te verleggen of fietsers te sturen in een bepaalde richting, wordt de bereikbaarheid per fiets in en uit het gebied verbeterd. Door het aantrekkelijker te maken om de fiets te pakken, ook in de parkeervoorziening, zorgen we ervoor dat het aantal auto’s en autobewegingen in het gebied vermindert.

van vervoersmiddelen. In de parkeervoorzieningen in het gebied wordt deelmobiliteit gerealiseerd voor auto’s en bijvoorbeeld scooters, fietsen

toegevoegd, wat maakt dat het voor de voetganger een

en bakfietsen. Mensen die slechts enkele keren per maand een auto nodig

interessanter gebied wordt. Je hoeft de wijk niet meer uit

hebben, kunnen altijd een deelauto gebruiken, met als bijkomende voordeel

voor je dagelijkse boodschappen. Er wordt aangesloten

dat hun vaste lasten lager worden.

op bestaande wandelstructuren en de routes worden aantrekkelijker gemaakt door de kwaliteitsimpuls van

Deelmobiliteit past bij de trend van ‘bezit’ naar ‘gebruik’. Het resultaat is de

het openbare gebied. Door het toevoegen van voorzie-

vervanging van de eigen auto, of van de tweede auto. Deelmobiliteit maakt

ningen zijn er voor toekomstige bewoners faciliteiten op loopafstand.

onderdeel uit van de mobiliteitsstrategie en wordt bij de verkoop en verhuur

De openbare ruimte wordt opnieuw ingericht, waarbij

dan particuliere auto’s, zijn er bij de inzet van deelauto’s in een mobiliteits-

van woningen actief gepromoot. Omdat deelauto’s meer gebruikt worden concept minder parkeerplaatsen nodig. Volgens het CROW en het beleid in

de wandelaar en de fietser voorop komen te staan. Door

vervangen.

routes zullen mensen sneller de benenwagen nemen. Daarnaast worden er rondom de Stadsrand nieuwe

Een mobiliteitshub in het gebied zou kansen bieden, echter heeft de

recreatieve wandelpaden toegevoegd die ervoor

gemeente aangegeven op dit moment nog geen mobiliteitshub te voorzien

zorgen dat de verbindingen met het natuurgebied worden versterkt. Er worden ommetjes toegevoegd.

Auto

diverse gemeenten in Nederland kan één deelauto 5 tot 10 parkeerplaatsen

het toevoegen van kwalitatief hoogwaardige wandel-

96

M-Mobility as a Service (MaaS) MaaS houdt in dat het gebruik van mobiliteit voorop staat en niet het bezit

In de nieuwe plannen worden meer voorzieningen

Wandelen

versa. Vanuit de behoefte van de beoogde doelgroepen en

11. MOBILITEIT EN VERKEER

11.2 STOMP-principe als basis ontwerp

Fietsen

in Oosterenk. 97

11. MOBILITEIT EN VERKEER

11.3 Mobiliteitsplan Centrumgebied Oosterenk

Om de ambities in de huidige context waar te maken is er een

mobiliteitsplan opgesteld. Deze voorwaarden en uitgangspunten gelden onder meer als basis: → Het Mobiliteitsplan voorziet alle toekomstige doelgroepen (bewoners en bezoekers) in hun mobiliteitsbehoefte.

→ Kansen dubbelgebruik verkennen Oosterenk is een gebied met veel parkeercapaciteit. Dat moet efficiënter. We streven ernaar om parkeercapaciteit te combineren

→ De wandelaar en de fietser voorop

door dubbelgebruik. Daar liggen kansen voor, in samenwerking met

In het ruimtelijke ontwerp komt de focus te liggen op langzaam verkeer

omliggende instellingen. Op de Kop van de Boulevard geldt dat een deel

in plaats van op de auto, zoals dat nu het geval is. Om dit te doen zetten

van de parkeerplaatsen van de bewoners overdag gebruikt kan worden

we in op aantrekkelijke looproutes en een goede aansluiting op de

ten behoeve van werknemers of bezoekers van de voorzieningen. Ook

fietsinfrastructuur met goede centrale fietsparkeervoorzieningen. Ook

bij de Stadsrand is er sprake van dubbelgebruik: de bezoekers van de

zal deelmobiliteit toegepast worden zodat er minder auto/scooterbezit

voorzieningen, functies met reguliere kantoortijden, maken gebruik van

nodig is. In welke mate, wordt in het vervolg onderzocht.

de zwerfparkeerplekken van de bewoners. In het ontwerp wordt hier rekening mee gehouden, ook ten aanzien van NEN 2443. Dat houdt in

→ De parkeernorm onderbouwd omlaag

dat er voor het ontwerp van de garages rekening wordt gehouden met

De vigerende autoparkeernormen zijn fors voor wat past bij het

de maatvoeringen behorend bij het type garage (stallingsgarage, niet-

gemengde woon-werkgebied dat we willen creëren. We zijn voornemens

openbare parkeergarage en openbare parkeergarages). Per deelproject

de parkeeropgave onderbouwd omlaag te brengen tot een niveau dat

wordt onderbouwd welk type garage er toegepast dient te worden.

past bij de ambities en de sfeer van Centrumgebied Oosterenk. We concentreren het parkeren in centrale voorzieningen.

→ Dubbelgebruik bestaande functies Voor de Kop van de Boulevard wordt onderzocht of de bewoners gebruik

Legenda Wandelen Fietsen Auto Herinrichting wegen De verschillende verkeersstromen in Oosterenk: wandelen, fietsen en gemotoriseerd verkeer. Incl. toegangen tot de verschillende stallingsplaatsen.

98

We verwachten dat een aanzienlijk deel van de toekomstige bewoners

kunnen maken van de parkeerplaatsen van de bestaande kantoren. Het

nog wel gemakkelijk een eigen auto wil kunnen parkeren. Voor

voordeel is dat Jansen Vastgoed al een aantal kantoren in de directe

doelgroepen die openstaan voor deelmobiliteit gaan we onderzoeken

nabijheid in eigendom heeft, waaronder het Health Innovation Park. Door

hoe we dit organiseren. In ieder geval als alternatief voor de tweede

het gebruik van een ‘slimme slagboom’ kunnen bewoners 's avonds

auto, maar we kijken ook of deelmobiliteit voor de Kop van de Boulevard

en in het weekend mogelijkerwijs parkeren op de vaak leegstaande

een alternatief kan zijn voor de eerste auto. Dit concept zal bestaan uit

parkeervelden. Daarnaast worden in een vervolgstadium gesprekken

deelauto’s en wellicht ook uit deelbakfietsen en/of deelfietsen, zo veel

gevoerd met eigenaren uit de buurt om ook op die parkeerterreinen

mogelijk elektrisch.

dubbelgebruik mogelijk te maken. 99

Methodiek om ruimtelijke opgave voor parkeren van voertuigen te bepalen bepalen we de parkeeropgave voor fiets, deelmobiliteit en auto als

Stap 2: correctie vertrekpunt o.b.v. autobezit en aanpassen bezoekersnorm

onderdeel van het mobiliteitsplan. Volgens het STOMP-principe geven we

Autobezit

(voor zover mogelijk) de voorkeur aan alternatieven voor de auto. We sturen

We nemen het verwachte autobezit ook mee in de bere-

We hanteren voor het niet-wonenprogramma een reductie van 40% op de

ook naar alternatieven door geen parkeerplek beschikbaar te stellen aan

denering van de parkeeropgave. Op basis van de beoogde doelgroepen

vigerende autoparkeernorm. Dit is mogelijk omdat we vooral buurtvoorzie-

wie dat niet nodig heeft, en hier een alternatief voor te bieden. De stappen

Stap 0: vertrekpunt vanuit het huidig beleid

volgens de Whize systematiek weten we uit data wat het autobezit is

ningen realiseren. De voorzieningen zijn niet wijkoverstijgend en hebben

in Zwolle. Zie daarvoor de figuur hieronder. We zien vooral bij de doel-

daardoor geen aantrekkingskracht voor bezoekers buiten de wijk. Op

groepen Dromen en Rondkomen, Jong en Hoopvol, huurders van de sociale

deze manier komt de normering neer op het beleid voor een schillocatie

woningen en bewoners van de zorgwoningen dat het autobezit gemiddeld

(in plaats van ‘rest bebouwde kom’) met een hogere stedelijkheidsgraad.

onder de 0,5 ligt.

Deze reductie is daarnaast te verantwoorden doordat het niet-wonenpro-

Met als leidend kader de Regeling Parkeernormen (2016) van de gemeente,

voor het bepalen van de parkeeropgave zijn:

1. Het vertrekpunt op basis van de ligging van het gebied

Oosterenk wordt in het huidige beleid gekwalificeerd als

‘matig stedelijk gebied in rest bebouwde kom’. In de ontwikkeling wensen

2. Correctie vertrekpunt op basis van autobezit en aanpassen bezoekersnorm

we af te wijken van de bijbehorende parkeernormen. Oosterenk kent op dit

3. Stimuleren fietsgebruik

Stap 1: het vertrekpunt op basis van de ligging van het gebied

4. Correctie op basis van deelmobiliteit 5. Toepassen dubbelgebruik op deelgebied 6. Flexibel ontwerp om voorbereid te zijn op de toekomst

gramma grotendeels een tegengestelde bezetting heeft in vergelijking met

moment een adressendichtheid van 1,010 adressen.

In de eerste stap bepalen we het beleidsuitgangspunt. We

bepalen de vigerende norm (stap 0), maar vooral de norm op basis van het gebied waar de gebiedsontwikkeling in wordt gerealiseerd. Dit vormt het

het woonprogramma. Zodra de bewoners afwezig zijn wordt er door het

en woningtypes is het verwachte autobezit doorgerekend. Deze informatie

niet-wonenprogramma geparkeerd en andersom.

nemen we mee. Om het autobezit te corrigeren, hanteren we als vertrekpunt (voor de bewonersnorm) het gemiddelde van de geactualiseerde stedelijk-

Bezoekersnorm

heidsgraad en het autobezit.

In de parkeerkencijfers van het CROW wordt altijd gerekend met een bezoekersparkeernorm van 0,3 parkeerplaatsen per huishouden. Dit kencijfer is

A Dromen en Rondkomen

basis van de ligging van het gebied, zonder aanvullende maatregelen, zoals

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=458807c1-3c50-4388-a726-e212903ee2b6