CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ruimtelijk Ontwikkelplan Breecamp-West met bijlagen

Raad Besluitvormingsronde 16 juni 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ruimtelijk Ontwikkelplan Breecamp-West27.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

a e v

Mogelijkheden voor schuilen - Er zijn voldoende droge derde verdiepingen. Dit geldt voor alle grondgebonden woningen, met uitzondering van kleinere woningen (senioren- of starterswoningen, één laag met kap), en alle appartementengebouwen. - In de omgeving zijn er locaties met een beperkter gevolg bij overstroming, locaties die “hoog en/of droog” zijn. Te denken is aan locaties op of nabij de klimaatdijk (die om Stadshagen ligt), of andere locaties binnen Stadshagen die door de klimaatdijk beschermd zijn.

i e

t e

>2 verdiepingen

e v

u a c

a t

o i e r

u t

e

k l i m a a t d i j k

Evacuatiemogelijkheden - Voor Breecamp-West wordt een evacuatieplan gemaakt. Hierbij is aandacht voor kwetsbare doelgroepen (senioren, kinderen, zorgbehoevenden) en op welke wijze en waarnaartoe deze geëvacueerd kunnen worden (vervoer, routes). Een communicatieplan is onderdeel van zo’n evacuatieplan. - De routes van en naar Stadshagen (ook: routes voor nood- en hulpdiensten) zijn geschikte evacuatieroutes, om bewoners (ook uit de kwetsbare doelgroepen) te evacueren.

c

t u a

u r o

>2 verdiepingen

>2 verdiepingen

e v a c u a t i e r o u t e

30

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

31

voorbeelden van klimaatadaptief bouwen en klimaatadaptieve inrichting

Woning

Tuin

Molgoot / grijze goot

Regenton in de tuin

Overstortsteen

‘Hemelwater-steen’

Regenton als schutting

Kleine regenbuffer voor bevloeiing van tuinplanten

Afkoppelen op eigen terrein

Regenton in de tuin als bloempot

Waterspuwer met creatieve afwatering 32

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Slimme regenton

Grijsgoot - brede molgoot

Bodem en Water Sturend betekent voor Breecamp-West dat de inrichting zoveel mogelijk volgens de principes uit de landelijke maatlat zal zijn. Dat betekent “duurzaam en klimaatbestendig inrichten van gebouw tot landschap”, volgens de principes zoals genoemd in de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. De hier getoonde voorbeelden zullen later nader uitgewerkt worden. Wadi / groengoot

Plas-drasgebied

Open water

Inpassen bestaande sloten

Wadi

Inpassen bestaande sloten

Landschappelijke zones

Schotten voor vasthouden water

Wadi na hevige regenbui

Wadi na hevige regenbui Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

33

Watersysteem Er komt een watersysteem in Breecamp-West dat uitgaat van een structuur waarin alle watergangen verbonden zijn (geen doodlopende watergangen) en waarin alle watergangen voldoende breed zijn om een goede doorstroming, waterkwaliteit en bergingscapaciteit te garanderen. De open watergangen worden aangevuld met wadi’s of groengoten (geen infiltratie, alleen afvoerende functie). Deze wadi’s dragen bij aan de benodigde bergingscapaciteit voor Breecamp-West. Uitgangspunt voor de bergingscapaciteit is in de eerste plaats het opvangen en vasthouden van hemelwater, conform de afspraken met waterschap Drents Overijsselse Delta. Er dient uitgegaan te worden van een minimale bergingseis van 80 mm. Deze bergingseis is gebaseerd op een bui van 111 mm in 48 uur en een landelijke afvoer van 1,6 l/s/ha. Als bijlage bij dit Ruimtelijk Ontwikkelplan is een “Waterstructuurplan” bijgevoegd, waarin nader wordt ingegaan op de technische aspecten.

watergang wadi / groengoot stroomrichting (verhang) 34

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

autobrug

hoofdfietsbrug

stuw

Bruggen en overige kunstwerken In Breecamp-West worden bruggen en duikers toegepast. Om (spele)varen mogelijk te maken, komen er bruggen over enkele hoofdwatergangen. De bruggen dienen een zodanige maatvoering te hebben, dat ze ondervaarbaar zijn. Bij de aanleg van bruggen wordt rekening gehouden met de passeerbaarheid voor fauna. Alle kruisingen met overige watergangen krijgen duikers. Om eenheid, identiteit en herkenbaarheid te geven aan de hoofdplanstructuur wordt voorgesteld om de vormgeving van bruggen, duikers en andere elementen (o.a. hekwerken en taludtrappen) eenheid in vormgeving, kleur en materiaalgebruik te geven. Hiermee wordt de herkenbaarheid versterkt. Bruggen krijgen een eigentijds ontwerp met als belangrijke kenmerken soberheid, terughoudendheid en utilitaire bouw. In een later op te stellen Beeldkwaliteitplan voor Breecamp-West, worden nadere vormgevingsprincipes vastgelegd voor de bruggen en overige kunstwerken.

stuw (peilscheiding)

fietsbrug

duiker voetgangers autobrug (auto-fiets-voetganger)

7x

hoofdfietsbrug (fiets-voetganger) 4x fietsbrug (fiets-voetganger)

6x

duiker

13x Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

35

2.3

De landschappelijke stroken

36

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

de tuinen

het arboretum

de boomgaard

de singel

de plantage

de rietstrook

het bosplantsoen

Het landschappelijk concept gaat uit van verschillende landschappelijke stroken. Dit zijn structurerende elementen in de noord-zuidrichting, ieder met een eigen landschappelijke sfeer. De stroken zijn afwisselend open en dicht en krijgen naast een eigen landschappelijke sfeer ook een eigen woonsfeer. Wanneer men in oost-westrichting door het plan gaat, zal de afwisseling in landschappelijke sferen voelbaar zijn. De verschillen worden gemaakt door bijvoorbeeld losse bomen en heesters in een willekeurige plaatsing (Bosplantsoen, Arboretum) vs. bomen in een strak gelid (Plantage, Boomgaard) vs. open meer natte stroken (Rietstrook, Singel). De inrichting van iedere strook dient bij te dragen aan deze landschappelijke contrasten en de afwisseling in sfeer.

groene uitstraling van veld 23. Door natuurlijke erfafscheidingen in de vorm van gemengde hagen in bescheiden hoogte wordt bovendien bereikt dat de som der tuinen meer is dan het geheel der delen.

2.3

BOUWVLAK

Voor alle woningen geldt dat ze gelegen zijn in 1 van de 5 boskamers waardoor een parkachtige groene woonomgeving ontstaat. Vervolgens is er per kavel een bouwvlak aangegeven waarbinnen de woning gebouwd dient te worden. Van dit bouwvlak mag maximaal 180 m2 bebouwd worden.

2.4

Het ruimtelijk raamwerk legt op zich niets vast voor de inrichting van de tuin. Maar in overleg met het Q-team kan worden gezocht naar landschappelijke en 3.3 LANDSCHAPPELIJKE TUIN samenhangende oplossingen.

4.1 VOORBEELDVERKAVELING

MAAT TUSSEN WONINGEN

De woningen hebben een vrije ligging op de kavel en staan als volume in de tuin. De ruime tuinen dragen bij aan de ruimtelijke opzet van veld 23 en maken deel uit van het grotere parkachtige landschap waarin de woningen zijn opgenomen. Om dit te bereiken dient er voldoende ruimte tussen de woningen te bestaan. Hierbij geldt altijd en minimale afstand van 9 meter tussen 2 woningen.

Op basis van de hiervoor beschreven uitgangspunten is een voorbeeldverkaveling opgesteld die een mogelijke invulling geeft aan de ontwikkeling van het veld. Bij de configuratie van bouwvelden is flexibiliteit een belangrijk uitganspunten geweest. De voorbeeldverkaveling is het wensbeeld maar biedt wel nog ruimte voor andere invullingen. De ontspannen woonsfeer met een groene landschappelijke uitstraling blijft wel het uitgangspunt.

Schuytgraaf Veld 23 I Ruimtelijk raamwerk

21

34

Schuytgraaf Veld 23 I Ruimtelijk raamwerk

De allure en ruimtelijkheid van het veld hangen in grote mate af van de inrichting van de tuinen. Overzichtelijke tuinen met goed ingepaste beplanting in een losse setting dragen bij aan de landschappelijke groene uitstraling van veld 23. Door natuurlijke erfafscheidingen in de vorm van gemengde hagen in bescheiden hoogte wordt bovendien bereikt dat de som der tuinen meer is dan het geheel der delen. Het ruimtelijk raamwerk legt op zich niets vast voor de inrichting van de tuin. Maar in overleg met het Q-team kan worden gezocht naar landschappelijke en samenhangende oplossingen. Schuytgraaf Veld 23 I Ruimtelijk raamwerk

28

29

Schuytgraaf Veld 23 I Ruimtelijk raamwerk

Het Bosplantsoen Het Bosplantsoen is een boomrijke omgeving. Het bestaat uit een mix van verschillende inheemse eerste-grootte bomen en verschillende struiken, heesters en bodembedekkers. Het boomrijke gevoel loopt door tot aan de woning. Dat betekent dat ook in de tuinen meerdere bomen komen en dat de erfscheidingen uit natuurlijke heesters en hagen bestaan. De boomrijke omgeving vormt de ruimtelijke drager, en de woningen vallen daarin (op den duur) weg. De bomen zijn inheemse soorten, er worden verschillende soorten toegepast. De bomen zijn informeel geplant (niet in een rechte rij of grid). De lage beplanting/onderbeplanting is een bosbodem, met bodembedekkers, lage struiken, heesters en kleine meerstammige boompjes.

Schuytgraaf Veld 23 I Ruimtelijk raamwerk

28

33

Schuytgraaf Veld 23 I Ruimtelijk raamwerk

In het Bosplantsoen wordt minimale verharding toegepast. Er komen alleen rijwegen, en de inritten worden uitgevoerd in open grasbetonstenen (vergelijkbaar met de parkeervakken). De erfscheidingen bestaan uit hagen, gemengde heesters (breed) en takkenrillen, al dan niet in combinatie met een (lage) aarden wal. Er komen geen schuttingen. Iedere kavel krijgt tenminste drie bomen. Om het Bosplantsoen te realiseren en in stand te houden, zal later een maatwerk uitgifteprincipe worden gemaakt. Te denken is aan het al dan niet deels collectief uitgeven (beheer door een VvE) of dat een deel van de uitgegeven kavels bestemd wordt voor bosplantsoen. In een volgende fase wordt onderzocht hoe de bestaande bodem wordt voorbereid om zo optimale groeiomstandigheden te creëren.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

37

Referentiebeelden woningen in het riet

et

onen in e gast in

Architectuur - De maximale bouwhoogte is drie lagen (maximaal 11m); - Ramen en deuren liggen gerangschikt in een evenwichtige gevelcompositie; - Bergingen zijn in het bouwvolume opgenomen; - De uitwerking van terrassen en erfafscheidingen is onderdeel van het architectonische ontwerp.

en lud

n assen en

Kleur- en materiaalgebruik - Gevels zijn uitgevoerd in baksteen en/of hout; - Uitgangspunt is het gebruik van natuurlijke materialen en een natuurlijk en gedempt kleurpalet. Kleuren en materialen passen in het palet van de woonbuurt als geheel; - Toegepast hout in gevels, terrassen en vlonders is harmonisch in kleur en verschijningsvorm; - Ter versterking van de beeldtaal zijn accenten in afwijkende kleuren toegestaan.

eiing, vegetatie

orden kleine

25

De Rietstrook De Rietstrook is een landschappelijke strook met aan beide zijden water en brede rietkragen in plasbermen. Aan de oostzijde is een brede watergang met daaraan een brede strook met riet en gras. In tegenstelling tot de naastgelegen stroken (Bosplantsoen en Plantage) is deze strook open van karakter, met (laag) riet en enkele bomen, bijvoorbeeld verschillende soorten wilgen. De landschappelijk open sfeer loopt door tot tegen de woning, waar geen riet groeit komt verruigd, extensief te beheren gras. De wilgen zijn informeel geplant, vrijstaand en in clusters van drie tot vijf bomen. De oeverlijnen lopen niet parallel, maar convergeren of divergeren. Op enkele plekken kan een openbare (vis)steiger komen. Aan de zuidzijde komen (smalle) vlonderbruggen als onderdeel van de informele oost-westroute. Aan de noordzijde komt een natuurlijke speelplek met water en riet als thema, uiteraard met aandacht voor de veiligheid van spelende kinderen nabij het water. Het is denkbaar dat het water inclusief de rietkragen in beheer komt bij waterschap Drents Overijsselse Delta.

38

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

De Plantage In de Plantage-strook woont men tussen de bomen. Hier is het gevoel dat er in deze bomenplantage, met bomen strak in het gelid, uitsparingen zijn gemaakt voor de woonblokken. Het landschappelijke contrast is maximaal: tussen deze rijk ingeplante strook en de open landschappelijke stroken aan weerszijden, en tussen de informele plaatsing van bomen in bijvoorbeeld het Bosplantsoen en het strakke gelid in deze strook. De Plantage wordt gevormd door verschillende boomsoorten met een beplanting van struiken en lage planten als tussenlaag. De bomen kunnen verschillende soorten populieren zijn, afgewisseld met andere boomsoorten die als toekomstboom kunnen uitgroeien. De bomen worden geplant in een grid met een tussenafstand van 6 tot 7 meter, waarbij de boomkronen in elkaar grijpen. Onder de bomen komt kruidenrijk gras, extensief gemaaid (3x per jaar), of anderszins in overleg te bepalen.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

39

De Singel In de Singel liggen de woningen met de achtertuin direct aan het water. Hier woont men dus aan de brede watergang (>10m) met een eigen steiger. Met een klein bootje is het mogelijk om binnen Breecamp-West te varen. Daarom is deze watergang gekoppeld aan de verbrede watergang aan de zuidzijde. Voor het groene beeld komen er overal rietkragen, met daartussen af en toe een steiger of vlonder (max. 30% van de kavelbreedte). Het water komt in beheer bij waterschap Drents Overijsselse Delta, maar bewoners dienen zelf of samen met buren de oever in stand te houden (instandhoudingsplicht van de oever/beschoeiing) met in de oeverlijn riet of andere begroeiing. Voor de rest bestaat de landschappelijke inrichting uit kruidenrijk grasland met een extensief maaibeheer, en enkele bomen in verschillende soorten die los verspreid staan. Centraal in het gebied bij de kruising van de fietsroutes komt een lange steiger. Hier kunnen ook een (collectieve) moestuin of een buurttuin komen; de inrichting kan met toekomstige bewoners worden afgestemd.

40

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

De Boomgaard In deze strook woont men (letterlijk) in een boomgaard. Deze strook heeft dan ook de landschappelijke kenmerken van een boomgaard, met bloesembomen of sierkersbomen op regelmatige afstanden, zodat een zee van (bloeiende) bomen ontstaat. Het idee is om vooral sierkersbomen toe te passen, met op delen wellicht fruitdragende bomen (afhankelijk van beheer, buurtbeheer). Voor de diversiteit komen er meerdere soorten bloesem- en fruitbomen, afgewisseld met andere boomsoorten die als toekomstboom kunnen uitgroeien. Onder de bomen komt gras en een beplanting van struiken en lage planten als tussenlaag. Centraal in de Boomgaard wordt een open plek vrijgehouden als speel- of ontmoetingsplek voor heel Breecamp-West.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

41

Het Arboretum Een arboretum of bomentuin is een verzameling van levende bomen en struiken in een (grote) tuin of een park. Het woord arboretum stamt van het Latijnse arbor, boom. In een arboretum worden de bomen en struiken al dan niet systematisch gegroepeerd (soms geografisch), en wordt er, rekening houdend met de klimatologische omstandigheden, veelal naar gestreefd een zo volledig mogelijk aantal soorten en variëteiten te houden, of vertegenwoordigers van alle voor een educatief doel van belang geachte groepen. Bij de aanleg van een arboretum moeten de afzonderlijke soorten goed tot hun recht komen. Naamgeving en etikettering spelen een rol. Het moeten vanzelfsprekend klimaatbestendige bomen zijn. Deze strook staat in het teken van Daniel Lako, een Zwolse tekenleraar en botanicus (1853-1918). In 2021 is in het Zwols Historisch tijdschrift een artikel verschenen over Daniel Lako. In dat jaar is ter nagedachtenis aan deze botanicus ook een gedenksteen gelegd op zijn graf. Mede naar aanleiding daarvan zal in Breecamp-West een straat naar hem worden vernoemd. Aansluitend aan Breecamp-West zijn in de wijk Stadshagen al straten vernoemd naar andere bekende natuurvorsers; Jac. P. Thijsse, Eli Heimans, Frederik van Eeden en Victor Westhoff. Voorgesteld wordt om in het openbare groen van de nieuwe wijk rekening te houden met deze botanicus.

Dit kan door een stukje natuur te creëren dat de natuurwaarden uit de tijd van Lako’s onderzoek naar wilde flora weerspiegelt. In deze strook wordt het groen ingericht als botanisch waardevol grasland (dotterbloemgrasland en/of blauwgrasland, ofwel drassig hooiland met o.a. Spaanse ruiter, Kranskarwij, Kleine schorseneer en Vlozegge) en als bloemrijk grasland.

42

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

De grote variëteit blijkt uit de verschillende toegepaste soorten, waarbij inheems het uitgangspunt is. Om het groenbeeld compleet te maken komen in de tuinen ook bomen, heesters en hagen. De landschappelijke inrichting geeft alles bij elkaar een divers beeld. In een volgende fase wordt onderzocht hoe de bestaande bodem wordt voorbereid om zo optimale groeiomstandigheden te creëren.

De Tuinen Deze landschappelijke strook is breder dan de andere stroken. De Tuinen bestaat uit een patchwork-achtige ordening van woonvelden (of voorzieningen), afgewisseld met groene openbare plekken die als rechthoekige (openbare) tuinen tussen de woningen liggen. Aan weerszijden van deze strook komen landschappelijke bomenrijen of singels (grasstroken met daarin diverse boomsoorten op onregelmatige afstand en niet geheel in rij). Ook door de strook heen komen kortere en langere boomsingels. Er komen klimaatbestendige inheemse bomen, eveneens gericht op biodiversiteit. Het landschappelijk beeld wordt afgemaakt met hagen die breed en gemengd zijn en die als erfscheiding of rond de openbare groenplekken worden toegepast. Op de openbare groenplekken (openbare tuinen) is vanalles mogelijk: een vaste plantentuin, sport, buurttuin, moestuinen, etc. Het levert een landelijk en divers groenbeeld op dat gericht is op biodiversiteit.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

43

2.4

Natuur incVoorkant lusief bouwen Zwolle

Natuurinclusiviteit en biodiversiteit

De urgentie voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen is evident. De biodiversiteit loopt terug en de gevolgen van de klimaatverandering zijn merkbaar in de dagelijkse leefomgeving. De zomers kunnen extreem droog zijn waardoor de bodem daalt en planten en dieren het moeilijker hebben. Daartegenover staan hevigere buien met veel overlast tot gevolg. Een meer natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting van de leefomgeving draagt bij aan het terugdringen van de negatieve effecten. En daarnaast zorgt een leefomgeving met meer biodiversiteit, een robuuste waterhuishouding, minder hittestress, en een op natuurlijke wijze gezuiverde lucht ook voor het welzijn van mensen. Natuurinclusief ontwerpen is een benadering waarbij de natuurlijke omgeving en biodiversiteit worden geïntegreerd in het ontwerp van de woningen en de openbare ruimte. Het biedt tal van voordelen, zowel ecologisch als maatschappelijk. Zo ondersteunt en vergroot een natuurinclusieve leefomgeving de leefgebieden voor planten en dieren in een steeds verder verstedelijkte wereld. Groen in de bebouwde omgeving helpt bij het reguleren van temperaturen (hitte-eilandeffect), en planten en bomen absorberen regenwater waardoor overstromingen en wateroverlast worden verminderd.

Natuurinclusief ontwerpen voor meer flora en fauna in de buitenruimte werkt het beste als de vijf V’s worden gecombineerd in het ontwerp: voedsel, veiligheid, verblijfplaats, variatie en verbinding.

droogte 44

biodiversiteit

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Voor natuurinclusief bouwen wordt uitgegaan van het beleid dat door de gemeente Zwolle is ontwikkeld. Dit werkt aan de hand van een puntensysteem. Voor Breecamp-West betekent dit dat aangetoond moet worden dat er voldoende natuurinclusieve maatregelen worden genomen. Aan elke maatregel zijn punten toegekend. De aanwezige en toe te voegen natuurwaarden worden in het omgevings- of bestemmingsplan opgenomen via specifieke bestemmingen, bepalingen en voorwaardelijke verplichtingen, of vastgelegd in een anterieure overeenkomst. De maatregelen zijn weergegeven volgens vijf thema’s: 1. Bebouwing 2. Tuinen en erven 3. Natte omgeving 4. Groene buitenruimte 5. Verharding

1

In het gemeentelijk beleidsdocument worden allerlei voorbeelden gegeven die toegepast kunnen worden bij de realisatie van Breecamp-West, ieder met een eigen aantal punten. De maatregelen voor 1. bebouwing en 2. tuinen en erven worden onderdeel van een later op te stellen Beeldkwaliteitplan voor Breecamp-West. Voor de openbare ruimte worden in 3. natte omgeving, 4. groene buitenruimte en 5. verharding voorbeelden gegeven. Voorbeelden van natuurinclusieve maatregelen zijn natuurvriendelijke oevers, takkenrillen, ecologisch bermbeheer, verbonden groenstructuren, bloemrijke en kruidenrijke ruigtes/boomspiegels, het toepassen van specifieke beplanting voor vogels/insecten/vleermuizen, etc.

bodemdaling

hittestress

wateroverlast

De takkenril aanleggen op een rustige plek. Insecten, bodemleven, kleine aanvullen zoogdierenmet en nieuwe vogels. takken. Eén keer per jaar de takkenril

Eisen en randvoorwaarden Gebied:

Buiten- en stedelijk gebied.

Oppervlakte: Puntentelling

Minimaal 100 m².

2

Toelichting

Aanplant vogelbosje Gefaseerd maaien kan overal worden toegepast. Hierbij zijn de overstaande stukken nooit Voor het maken van een takkenril kan snoeien takkenhout gebruikt worden. dan dertig procent worden bij Aanplant van inheemsemeer (besdragende) bomen enenstruiken. een volgende maaibeurt wel weer gemaaid (bron: Vlinderstichting).

Ten gunste van:

Zangvogels, insecten en kleine zoogdieren.

5

Puntentelling Eisen en randvoorwaarden Per 100 m² insectvriendelijk maaibeheer: punten (mits beheer minimaal 3 jaar actief). Maximaal Buitenen stedelijk5 gebied. Gebied: 15 punten per project. Oppervlakte:

Toelichting

Minimaal 100 m².

BEBOUWING GROENE BUITENRUIMTE

6 m² takkenril = 2 punten; per extra 2 m²per eenjaar extra punt. Maximaal 7 punten. Onderhoud: Maximaal 1 keer gefaseerd maaien op zandgrond en maximaal 2 keer per jaar gefaseerd maaien op kleigrond en laagveen. Maaisel afvoeren. Sinusbeheer is een alternatieve manier van gefaseerd maaien. Het werkt met meanderen

UWING E BUITENRUIMTE

Plaatsingseisen: Ten gunste van:

Groenstroken en plantsoenen

Parkjes en parken

Natuurvriendelijke oevers

N.v.t. Min. benodigd/ Op de websites van de Vlinderstichting en EIS Kenniscentrum Insecten, is veel informatie te vinden over gefaseerd max. toegestaan: maaien en sinusbeheer. Plaatsingseisen:

Aanleg ruigte/distelstrook

Aanleg ruigte/distelstrook bij bermen, akkerranden en overhoekjes. Ten gunste van:

takkelrillen

Zaadetende vogels, kleine zoogdieren en insecten.

5

Puntentelling Per 100 m²: 5 punten. Maximaal 20 punten.

Eisen en randvoorwaarden Gebied: Toelichting

Buiten- en stedelijk gebied.

100 meter en 5 meter Oppervlakte: Als plantafstand kan 1,5Minimaal bij 1,5 meter wordenlang gehanteerd. Bijbreed. het aanplanten van verschillende soorten in één bosje, dienen de soorten in groepjes van 5-7 stuks per soort aangeplant te worden, om overgroei door sneller N.v.t. Min. benodigd/ groeiende soorten te voorkomen. Na een paar jaar zal het vogelbosje meer gesloten raken. Snoeien alleen waar max. toegestaan: takken problemen geven.

BEBOUWING GROENE BUITENRUIMTE

Inheemse (besdragende) bomen en struiken, zoals lijsterbes, meidoorn, dauwbraam, veldesdoorn sleedoorn en Gelderse roos. Bij voorkeur bomen aanplanten in de kern van het bosje en aan de rand van het vogelbosje aanplant van besdragende struiken.

ecologisch maaibeheer

Plaatsingseisen:

Deze maatregel kan eenvoudig worden gerealiseerd door plekken als bermen, akkerranden en overhoekjes niet of maximaal 1 keer per jaar te maaien en spontane plantenontwikkeling zijn gang te laten gaan. De strook dient minimaal 2 jaar te blijven staan.

Puntentelling

5

Per 500 m² : 5 punten. Maximaal 10 punten.

Toelichting De akkerdistel is de door insecten meest bezochte plant. Hommels, bijen (zweef)vliegen, nacht- en dagvlinders worden op distels aangetroffen. Distels groeien alleen daar waar de grond niet intensief bewerktvogelbosje wordt.

ruigte Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

45

2.5

Bewegen, ontmoeten, spelen, sporten

Het BOSS-beleid (Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten) van Zwolle richt zich op het creëren en verbeteren van openbare ruimtes waar inwoners van alle leeftijden en beperkingen kunnen samenkomen en actief kunnen zijn. Dit beleid draagt bij aan een inclusieve stad waarin zelfstandigheid en zelfredzaamheid worden gestimuleerd. Vier gebruikslagen: • Stadsniveau: Grote parken zoals de Wezenlanden en Wijthmenerplas bieden ruimte voor recreatie, evenementen en ontmoetingen op grotere schaal. • Wijkniveau: Toegankelijke plekken voor sport en ontmoeting, gericht op oudere kinderen, jongeren en volwassenen. Sportclubs en wijkactiviteiten worden hier gefaciliteerd. • Buurtniveau: Kleinschalige ontmoetingsplekken met eenvoudige sport- en speelmogelijkheden, vaak centraal in de buurt en goed bereikbaar. Hier staan (inclusieve) speeltoestellen en is ruimte voor sociale activiteiten. • Straatniveau: De basislaag waar bewoners bewegen, elkaar ontmoeten en zich verplaatsen. Dit netwerk verbindt alle BOSS-voorzieningen in de stad. Door deze lagen te verbinden, ontstaat een stad waarin bewegen en ontmoeten voor iedereen toegankelijk en vanzelfsprekend is.

46

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

aandacht voor inclusiviteit

Toepassing BOSS-beleid op Breecamp-West Voor de aanleg van BOSS-plekken in Breecamp-West kijken we vooral naar het wijken buurtniveau. Hier zijn de normen op de rij gezet. Deze zijn toegepast om zowel het aantal benodigde plekken te bepalen als de situering van die plekken op de plankaart. De volgorde van aanleg hangt af van de fasering van de woningbouw.

Normering voor wijk en buurten

tĞŐǁŝũnjĞƌŵĞƚĞĨĨĞŶŽƉǀƵůůŝŶŐ

tĂĂƌǁŝůůĞŶǁĞŚĞĞŶ

^ƚĂĂĨĚŝĂŐƌĂŵ

tĂĂƌƐƚĂĂŶǁĞŶƵ

/ŶŚŽƵĚ

dĞƌƵŐ

sĞƌĚĞƌ

BUURTSTRUCTUUR met focus op plekken voor spelen en ontmoeten

WIJKSTRUCTUUR met focus op plekken voor sporten en ontmoeten

Doelgroep

jongeren en bovenbouw basisschool, bijna altijd in groepen (2-50), sporters buiten verenigingsverband, senioren/mensen met beperking

Doelgroep

kinderen van 4-12 jaar en hun begeleiders, indien ruimtelijk mogelijk tot 18 jaar, buurtbewoners (2-50 personen)

Aandachtsgroep

mindervaliden, medegebruikers studenten, volwassenen en georganiseerde (sport)activiteiten verenigingen en ondernemers, hondenuitlaters

Aandachtsgroep

begeleiders van kinderen (bankjes op speelplek) en volwassenen met kleine actieradius of mensen met beperking (maatwerk voorzieningen)

Kwantiteitstoets

Sport: 1 plek per 100 jongeren (12-18 jaar) voor sport waarvan 20% een wijkplek sporten. Ontmoeten: 1 ontmoetplek per 15 jongeren verdeeld naar 50% zelfregulatie (geen voorziening nodig), 20% ontmoetplekken op sport en speelplekken en 30% kletsplekken (banken voor jongeren als plus op norm bankenbeheerplan, zie moodboard straatplek ontmoeten). Voor elke 500 jongeren een verwijsplek (JOP) voor ontmoeten.

Kwantiteitstoets

1 buurtplek spelen en sportenper 100 0-11 jarigen goed verdeeld naar speelbuurten* hiervan is 20% een wijkplek, aangevuld met een steunplek spelen en/of sporten indien de buurtplek decentraal ligt (7 minuten lopen 3 minuten fietsen) ligt, ruimtelijk niet ingepast kan worden of een hele hoge kinderdichtheid is (norm voor een plek is minimaal 30 0-5 jarigen en 70 6-11 jarigen). In buurten met minder dan 100 0-11 jarigen minimaal 1 steunplek.

Spreidingstoets

grote ruimtes (ca 3,5-10 ha) goed gespreid over de wijk/het stadsdeel in aansluiting op bevolkingsopbouw Spreidingstoets

Type plekken

goed bereikbaar, in zicht en centraal gelegen grote ruimte voor sport of spel (wijkplekken en eventueel aanvullende buurtsportplekken), bij voorkeur groot genoeg om sport en spel te combineren, denk aan openbare sportparken, parkeerplaatsen bij winkelcentra, grote sportplekken, in parken en grote plantsoenen aan rand van de wijken, verwijsplekken (liefst ook in combinatie met iets te zien of te doen) iets verder van de woningen situeren

grote ruimtes (500-3500m2) goed gespreid over de wijk in aansluiting op bevolkingsopbouw, buurtplekken liggen vast en steunplekken wandelen meer door de wijk om in te spelen op wijzigingen in bevolkingssamenstelling, bij reconstructie van de wijk nieuwe analyse maken

Type plekken

bij voorkeur buurtplekken en deze waar kan combineren met schoolpleinen, speeltuinen, centraal liggende groenzones en dierenweides, steunplekken met maatwerk kleinschalig sport of spelen afgestemd op behoefte buurt (bijv. extra trapveld bij veel jongeren of extra speeltoestellen voor kinderen in nieuwbouw)

Inrichtingstoets

multifunctioneel, zie staalkaarten buurtplekken, steunplekken en speelroutes

Routestructuur

bij grote barrières kan door oversteekplekken en gemarkeerde routes de bereikbaarheid van plekken verbeterd worden. Is maatwerk per buurt. Ook bij lage kinderdichtheden routing naar dichtsbijzijnde buurtplek. Denk aan speelroute, beweegroute, schoolroute, educatieve of informatieve route, natuurbelevingsroute e.d.

Levensduurprincipe

buurtplek zie stadsdeel/wijk, steunplek inrichten voor middellange termijn (14 jaar) met 25% van de plek korte levensduur (7 jaar) of gemakkelijk wisselbare/verplaatsbare elementen, onderhoud op een bijpassend niveau uitvoeren

Inrichtingstoets

multifunctioneel, zie moodboards wijkplekken, buurtplekken, steunplekken, ontmoetplekken en kletsplekken

Routestructuur

de beweegroutes liggen direct om de wijken en zijn tussen 2 en 7 km lang; geschikt voor wandelen, joggen en rondje skaten; voor alle doelgroepen; verbindt de wijkplekken, stadsplekken en recreatiegebieden met elkaar; kletsplekken langs veelgebruikte routes situeren

Levensduurprincipe

plek ligt altijd op geschikte locatie onafhankelijk van doelgroepontwikkeling dus kan ingericht worden voor lange levensduur 28 jaar, door 25% -50% van de plek in te richten met middellange (14 jaar) of korte levensduur (7 jaar) of gemakkelijk wisselbare of verplaatsbare elementen kan hier ingespeeld worden op wensen van gebruikers, onderhoud op bijpassend niveau uitvoeren

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

47

BOSS-plekken

Totaal: minimaal maximaal

15.400 m2 22.630 m2

6,0% 8,8%

buurt(moes-)tuin bosplaats

wijkplek sport (6-99)

boomgaard

proeftuin

wijkplein

buurtplek spelen en sporten (0-11)

entreetuin buurtplek spelen (0-11)

kleine plek spelen (0-5 / 0-11) kleine splek sporten (12-18) klets-/ontmoetplek (12-99) 48

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

BOSS-plekken

Jantje Beton-norm

Als basis voor de locaties van de BOSS-plekken is uitgegaan van de ruimtelijke hoofdplanstructuur. In de structuur zijn kleinere en grotere plekken, centraal gelegen of juist meer aan de rand. Er is een typering en spreiding van plekken toegepast vanuit de normering van het BOSS-beleid van de gemeente Zwolle.

De Jantje Beton-norm is een informele richtlijn in Nederland die gebruikt wordt om de hoeveelheid beschikbare speelruimte voor kinderen in een wijk of gebied te beoordelen. De norm is genoemd naar Jantje Beton, een Nederlandse stichting die zich inzet voor meer buitenspeelruimte en speelplezier voor kinderen. De norm helpt gemeenten, projectontwikkelaars en beleidsmakers om bij stadsontwikkeling voldoende aandacht te besteden aan speelvoorzieningen. De stichting benadrukt het belang van buitenspelen voor de fysieke, sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen. Hoewel het geen wettelijke verplichting is, wordt deze norm gebruikt als richtlijn voor de ontwikkeling van Breecamp-West.

Bewegen Het groenblauwe netwerk en de autoluwe verkeersstructuur zorgen ervoor dat voetgangers en fietsers prettig en veilig de verschillende plekken kunnen bereiken. Een beweegroute ontstaat als vanzelf over de doorgaande fietspaden, langs de verschillende sportplekken naar de aangrenzende wijken of het buitengebied. Ontmoeten Ontmoeting in de buitenruimte vindt plaats op straat maar vooral bij speel- en sportplekken. Elke van deze plekken wordt voorzien van een zitmogelijkheid, om ontmoeting te stimuleren. Daarnaast is ontmoeting voor jongeren een extra aandachtspunt. Voor hen zijn op de plankaart extra klets-/ontmoetplekken aangewezen (roze ster) waar een (eenvoudige) zitmogelijkheid geplaatst kan worden. Het zijn plekken waar iets te zien of te doen is voor jongeren (sporten, vissen) maar die ook voor andere gebruikers een leuke zitplek kunnen zijn. Spelen en Sporten De speelplekken hebben een gelijkmatige verdeling over het stedenbouwkundig plan. De kleine speelplekken zijn gericht op jonge kinderen (0-5), behalve waar er tijdens de bouwfase ook al behoefte is aan een plek voor de jeugd (6-11). Hier kan (tijdelijk) aanbod voor 6 tot 11-jarigen bij komen. Deze kleine plekken kunnen wanneer de kinderaantallen weer afnemen na 20-25 jaar (deels) worden omgevormd tot groene straatplekken. De buurtplekken zijn voor kinderen en jeugdigen (0-11).

Voor de jeugd is hier op twee plekken ook sport aan toegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld een pannaveldje, tafeltennistafel of basket zijn. De grote sportvoorziening ligt centraal in de wijk. Hier moet een divers sportaanbod van formaat komen, geschikt voor jeugd, jongeren en volwassenen. Daarnaast ligt een ‘buurtplek spelen’ die het aanbod in deze centrale zone compleet maakt.

Wat houdt de norm in? Volgens de Jantje Beton-norm moet voor kinderen in een woonwijk minimaal 3% van de totale oppervlakte van een wijk beschikbaar zijn als goed ingerichte speelruimte. In Breecamp-West is minimaal het dubbele van de norm ingericht als speelplek (BOSSplek). Er is 6% tot 9% ruimte voor gereserveerd. Criteria voor speelruimte • Kwaliteit: Het moet om veilige, goed onderhouden en uitnodigende speelplekken gaan. • Bereikbaarheid: De speelplekken moeten voor kinderen veilig en makkelijk te bereiken zijn, bij voorkeur binnen vijf minuten lopen. • Variatie: Er moet een gevarieerd aanbod zijn dat past bij verschillende leeftijden en speelbehoeften.

Totaal: minimaal maximaal

15.400 m2 22.630 m2

6,0% 8,8%

Vanwege het voorspelde aantal jongeren in de wijk en het krappe aanbod in de aangrenzende wijken, is voor hen een tweede kleine sportplek aangewezen. Door deze in een vroege fase aan te leggen is er op tijd aanbod voor jongeren, wat de kans op overlast verkleint.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

49

natuurlijke materialen in natuurlijke kleuren geen (of nauwelijks) kunststof gebruik maken van de omgeving (water, bos, etc.) gebruik maken van beplanting (klim- of plukbomen) hagen rond speelplaatsen

50

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

51

2.6

Leidraad groen

Het 2-22-200 principe

Voor een gezonde stad en het behoud van het groene karakter van Zwolle, is het nodig dat er voldoende groen is en blijft (in verhouding tot het aantal woningen). In het coalitieakkoord is ook aangegeven dat dit niet alleen wenselijk maar ook nodig is om invulling te kunnen geven aan een leefbare stad. Groen zorgt voor herkenbaarheid en is nodig voor gezondheid, biodiversiteit en klimaataanpassing (hitte en koelte, water). Om dit te bereiken hanteert Zwolle een leidraad van 75 m2 openbaar groen (met onder andere parken en plantsoenen) per woning in het stedelijk gebied. In Breecamp-West wordt per woning zo’n 125 m2 openbaar groen gerealiseerd, ruim boven de norm.

- 2: Elke straat heeft ten minste twee toekomstbomen. Voor een straat hanteren we een afstand van maximaal 100 meter. Een toekomstboom heeft boven- en ondergronds de ruimte om minstens 80 jaar oud te worden.

De 75 m² nieuw groen is afgestemd op de benodigde functies en zorgt ervoor dat de hoeveelheid groen per woning in Zwolle (circa 90 m² in 2021) niet te sterk afneemt. Dit sluit aan bij de beoogde Europese natuurherstelwet, die stelt dat de hoeveelheid en de kwaliteit van het groen in de stad niet mag achteruitgaan. Dit nieuwe groen wordt deels lokaal en deels stadsbreed aangelegd. Stadsbreed wordt de hoofdgroenstructuur versterkt en uitgebreid, zodat de hoofdgroenstructuur de vele functies die ze vervult kan blijven borgen. Voor mens en dier ontstaat zo een bruikbare verbinding tussen stad en buitengebied. Lokaal zoeken we op straat- en buurtniveau naar vergroening om elke inwoner schaduw en groene routes te kunnen bieden dicht bij huis. Niet alleen op de locaties waar gebouwd wordt, maar ook in de bestaande stad waar nu maar weinig groen in de straten aanwezig is. Deze lokale invulling is vertaald in het 2-22-200 principe.

- 200: Alle inwoners hebben binnen 200 meter toegang tot een plantsoen of park. Een plantsoen of park heeft een oppervlak van minimaal 200 m2 en biedt schaduw en zitplekken. Idealiter wordt dit gecombineerd met ontmoeting, spelen en/of beweegmogelijkheden.

- 22: Zwolle heeft stadsbreed een kroonbedekking van minstens 22%. Hierbij zijn we ons ervan bewust dat er wijken en buurten zijn waar dit niet wordt gehaald. Hier is de noodzaak van een toekomstboom per straat en het zoeken naar alternatieve schaduwroutes groot.

(be)leefbaar

CONCEPT Groen- en recreatiebeleidsplan (Be)leefbaar voor iedereen mei 2024

52

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Er komen 885 nieuwe bomen, dat is >1,35 boom per nieuwe woning De ‘kroonbedekking’ van het openbaar gebied is 34,5% (bij volwassen groei)

De meeste woningen liggen binnen 100m. van een parkje, plantsoen of grotere speel-/ ontmoetingsplek. Alle woningen liggen altijd binnen 200m. van een plantsoen of een park.

100 m.

100 m.

100 m.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

53

polder Mastenbroek

St

u

m ur

s an

we

g Jac

Hasselterweg N331

Hagenplaats

Scholtensteeg

proeftuin

. P.

jss Thi

Stadshagenallee

‘s - H e e re n bro e k

54

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

elaa

n

3. Stedenbouwkundig Plan

3

Stedenbouwkundig Plan

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

55

3.1

Om te bepalen wat de identiteit is van Breecamp-West, is de locatie vergeleken met andere buurten in Zwolle Stadshagen en de omgeving. De verschillende buurten zijn tegen elkaar afgezet op gebied van dichtheid, relatie met landschappelijke omgeving, hoeveelheid groen en water, nabijheid van de stad en voorzieningen, etc. Dit is een weergave van deze benchmark.

De identiteit van Breecamp-West binnen Stadshagen

Als bekend is waarin Breecamp-West zich onderscheidt van andere buurten, kan richting gegeven worden aan de vraag “wie wil er wonen in Breecamp-West”?

Breezicht

A

Breecamp-West

Breecamp C

Milligen

B

D

Werkeren

De Tippe

Centrum Stadshagen

F Havezathe Park

Breecamp-West als ontspannen, landschappelijk en natuurlijk woonmilieu. Groener dan de meeste andere buurten binnen Stadshagen. Landelijk gelegen op enige afstand van de grote stad, aan de rand van het buitengebied. Voor de duurzame starter, de actieve senior, de natuurliefhebber, de duurzaam bewuste mens die de auto zou willen laten staan.

56

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

E

Frankhuis

Schoonhorst

3.1

De identiteit van Breecamp-West binnen Stadshagen

In vergelijking met andere buurten in Stadshagen heeft Breecamp-West een relatief lage dichtheid met relatief veel groen en water en een ‘landelijke ligging’ (buiten de klimaatdijk en relatief ver van de stad en voorzieningen).

Br ee

Niet iedereen houdt hier van, dus zou Breecamp-West de doelgroepen moeten aanspreken die hier graag willen wonen.

+

ca m

pWe st

Mi

llig en

Breecamp-West als ontspannen, landschappelijk en natuurlijk woonmilieu. Groener dan de meeste andere buurten binnen Stadshagen. Landelijk gelegen op enige afstand van de grote stad, aan de rand van het buitengebied. Voor de duurzame starter, de actieve senior, de natuurliefhebber, de duurzaam bewuste mens die de auto liever laat staan.

Sc

ho

Fra n

on h

ors t

kh

-

uis

+

stedelijkheid

Br ee

ca m

p

landschappelijkheid

-

hoeveelheid groen - hoeveelheid bomen hoeveelheid water nabijheid en diversiteit van omliggend landschap toegankelijkheid landschap

dichtheid - uitgiftepercentage nabijheid van commerciele voorzieningen nabijheid van maatschappelijke voorzieningen afstand tot centrum Zwolle

Ha ve zat h

eP ark

We rke re

n

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

57

nuit daar kan vert

zouden voelen. Va

Aqua leefstijl 20%

3.2

De comfortabele bewoners

Leefstijlen en doelgroepen

Persoon Breecamp-West heeft in vergelijking tot andere buurten een landelijke enzijneen Belangrijk voorligging de aqua bewoners rust en veiligheid in de buurt. Deze bewoners zijn bedachtzaam, evenwichtig, serieus, kalm en intelligent. De praktische voorzieningen relatief lage bebouwingsdichtheid. Oftewel: in Breecamp-West moeten is meer ruimte voor goed zijn. Ze klussen en tuinieren graag, daarnaast zijn deze bewoners fervente krantenlezers en tv-kijkers. groen en water. Op basis van deze locatie-eigenschappen kunnen leefstijlen en doelgroepen aangewezen worden die zich thuis voelen in deze omgeving. Van daaruit kan een vertaling worden gemaakt naar een (woon)programma en inrichting die aansluiten op de specifieke leefstijlen en woonwensen.

Focus leefstijlen

72

Vanuit de locatie-eigenschappen zien we een aantal voorkeursleefstijlen die goed binnen Breecamp-West kunnen aarden. Een rustige woonomgeving aan de rand van de stad trekt namelijk een ander type mens aan dan een woonlocatie vlakbij of in de binnenstad van Zwolle. De gemene deler van Breecamp-West is dat deze locatie geschikt is voor mensen die op zoek zijn naar een relatief rustige plek, een (kleine) tuin willen en het aantrekkelijk vinden om op het grensvlak van stad en ommeland te wonen. Deze eigenschappen sluiten uitstekend aan bij de gele, oranje en aqua leefstijl. De oranje leefstijl is te typeren als gezellig, sfeervol, gehecht aan sociaal contact, plezier en actie. Mensen zijn geïnteresseerd in elkaar, zijn actief en ze waarderen een kindvriendelijke buurt met veel mogelijkheden voor sport en ontspanning. Ze zoeken ook een plek waar ze anderen kunnen ontmoeten. Gezinsuitbreiding kan een motivator zijn om te verhuizen, en ze zijn geïnteresseerd in deeleconomie zoals een deelauto, gemeenschappelijke tuin of een klusschuur. Hun huis heeft een mooie uitstraling en ligt bij voorkeur aan een park of aan het water. De mensen in de gele groep zijn hartelijk, gezellig, behulpzaam, spontaan, vrolijk en zachtaardig. Deze groep zoekt een gemoedelijke, knusse sfeer. Woonwensen zijn een tuin of balkon en een speelkamer voor de kinderen.

De keukentafel is de centrale ontmoetingsplek in het huis. Voor deze groep is de ideale woonomgeving kindvriendelijk, met scholen en winkels in de buurt. Groen of een park in de buurt vinden ze belangrijk. Ze zijn vaak in bezit van een auto en hebben interesse in (praktische) duurzaamheid. Mensen die de aqua leefstijl omarmen, zijn comfortabele bewoners die rust en veiligheid in hun omgeving waarderen. Ze zijn bedachtzaam, evenwichtig, kalm en serieus. De praktische voorzieningen moeten goed zijn, ze klussen en tuinieren graag, lezen de krant en kijken tv. Mensen uit de aqua leefstijl willen graag een eigen plek om zich terug te kunnen trekken. Activiteiten in de wijk vinden ze minder belangrijk, ze kunnen goed alleen zijn. De aqua bewoners zijn in bezit van een auto en staan open voor duurzame maatregelen. Goede gezondheidsvoorzieningen op korte afstand zijn een grote pré voor deze leefstijl. 58

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

r nnen aarden. �en ku t es w pm ca ee goed binnen Br Focus lee�s�jlen urs leefs�jlen die ke or vo al nt aa n we ee ge ad van genschappen zien ar een rela�ef rus� ak bij de binnenst na vl jn e zi a� ek oc zo nl op �anuit de loca�e ei oo e w di n n ee voor mensen r t�pe mens aan da loca�e geschikt is ze de t da namelijk een ande is t es w mpe deler van Breeca Zwolle. De gemen aqua leefs�jl. de gele, oranje en j bi n aa nd ke ac�e. te ts ui l contact, plezier en aa ci so , ol rv ee sf g, zelli elijke is te t�peren als ge eren een kindvriend rd aa w ze f, De oranje leefs�jl �e ac jn ar, zi ek waar 14% ïnteresseerd in elka Zoek22%en ook een pl Oranje jn ge g. leefstijl in nn pa ts �ensenGelezileefstijl on en t or de or sp mogelijkheden vo ngrijke keuze voor een bela met veelbewoners is urtgezellige g in buDe id De actieve bewoners re itb su in Hun ontmoeten. Gez , tuin, klusschuur. to au s al zo ie om ze anderen kunnen . in deelecon Persoon Persoon rk of aan het water zijn geïnteresseerd n en ze ee n groep n de gele zijn hartelijk, gezellig, Deur actieve bewoners zijnpa gezellig, spontaan, vrolijk, aa ininge on ke wMensen or j vo creatief, avontuurlijk en impulsief. Ze hebben een sterk behulpzaam, spontaan, vrolijk en zachtaardig. Belangrijk uitstralening en ligt bi ooieverbondenheid zijn gastvrijheid, geborgenheid, karakter en zijn geïnteresseerd in anderen.

Ze zitten niet een msociale e� he is vrolijk en hu taan vriendschap. In hun vrije tijd bezoeken ze familie en ze graag stil. Activiteiten een ,gezellig avondje met , spon lpzazijnam huavontuurlijke beeen g, lli nemen tijd voor het gezin. Iedereen is welkom en er mag vrienden, vakantie, shoppen, koken, ze ge , ijk el rt jn een ense oeptezijn ha geleefd worden in huis. Het is belangrijk onderdeel uitgaan en popconcerten bezoeken. Ze hebben veeln zi nwgraag oo r. isWwelkom. ee in de geleomgr sf se sen us kn zijn dat je altijd kunt aankloppen bij de actie om zich heen en iedereen , evanmeenenbuurt, D ke lij moede gezellig, behulpzaam, l is het centralegezellig, sfeervol, sociaal contact, een ge comfortabele bewoner, bedachthartelijk, buren en dat je voor elkaar zorgt. Deze groep zoekt g. keukentafe di ar Dezachtaardig ta ch eren.en za zaam, evenwichtig, kalm en serieus spontaan, vrolijk plezier en actie or de kind vo er scholen am lk ee sp n kindvriendelijk met is ng vi ge tuin of balkon en ee m no oo w Ze zijn vaak het huis. De ideale nden ze belangrijk. vi t ur bu ontmoe�ngsplek in de in rk pa urt. Groen of een zaamheid. en winkels in de bu in (prak�sche) duur e ss veiligheid i re te in en bb to en he houden van rust en s au er n on ee w n be va t e zi ez D be � . in s�jl te beschrijven krant en kijken tv.

ef de le n ua ze le aq g, de aa in gr n n se en tuiniere woner, zo zijn men ed zijn, ze klussen go n te oe De comfortabele be m n ge in en ze minder e prak�sche voorzi n in de wijk vinden ite ite �v kalm en serieus. D �c n. ke en ek terug te kunnen tr bezit van een auto in ch zi jn zi om s er ek on pl w n ge be ei . De aqua rte en goed alleen zijn oorzieningen op ko sv id he nd zo ge belangrijk, ze kunn de en. Goe urzame maatregel staan open voor du efs�jl. e pr� voor deze le afstand is een grot 41

29

KAART N KLEUREN OP DE VA P O O RL VE O ET NM AFBEELDING MAKE

Volks en Uitgesproken: Deze groep houdt van een levendige buurt met veel sociale interactie. Ze geven de voorkeur aan woningen in stedelijke gebieden met veel voorzieningen zoals cafés, markten en gemeenschappelijke ruimtes. Appartementen of rijtjeshuizen in een bruisende wijk passen goed bij hen. Ze willen een omgeving met veel culturele evenementen, festivals en een diversiteit aan mensen.

Gewoon Gemiddeld: Deze doelgroep zoekt naar een comfortabele en praktische woning. Ze geven de voorkeur aan eengezinswoningen in rustige woonwijken met goede voorzieningen zoals scholen, winkels en openbaar vervoer. Een rijtjeshuis of twee-onder-een-kapwoning is ideaal voor hen. Ze waarderen een veilige en stabiele buurt met parken, speeltuinen en een sterke gemeenschap.

3.3

Kansrijke doelgroepen

Waar de focusleefstijlen iets zeggen over de gewenste inrichting en voorzieningen in een wijk, moet er voor het bepalen van programma ingezoomd worden op de meest kansrijke doelgroepen. De nieuwbouw in Breecamp-West richt zich op een breed scala aan doelgroepen om te voldoen aan de grote vraag naar woningen. De focus ligt op het creëren van een gevarieerde woonomgeving met betaalbare, middeldure en dure woningen. Dit betekent starters, doorstromers, alleenstaanden, gezinnen, jong en oud allen tot de beoogde bewoners behoren. Daarnaast is er veel aandacht voor duurzaamheid en een goede aansluiting op het omliggende landschap. De buurt krijgt een dorps karakter met voorzieningen die gericht zijn op gezondheid en veiligheid. Hierdoor is Breecamp-West aantrekkelijk voor mensen die op zoek zijn naar een rustige, groene woonomgeving met een sterke gemeenschap. Vanuit marktanalyse zijn op basis van de Whize segmentatie meerdere focusdoelgroepen bepaald voor de ontwikkeling van Breecamp-West.

Gezellige Emptynester: Dit zijn vaak oudere koppels die op zoek zijn naar een rustige en comfortabele woning. Ze geven de voorkeur aan gelijkvloerse woningen of appartementen met gemakkelijke toegang tot sociale activiteiten en ontspanningsmogelijkheden. Een bungalow of een appartement in een rustige buurt is perfect. Ze zoeken een omgeving met goede medische voorzieningen, wandelpaden en sociale clubs.

Zorgeloos en Actief: Deze doelgroep houdt van een actieve levensstijl en zoekt naar woningen met veel groen en sportfaciliteiten in de buurt. Ze geven de voorkeur aan huizen met een tuin of nabij parken en recreatiegebieden. Eengezinswoningen in groene wijken zijn ideaal voor hen. Ze waarderen een omgeving met fietspaden, sportclubs en mogelijkheden voor buitenactiviteiten zoals wandelen en hardlopen.

Plannen en Rennen: Deze groep bestaat uit drukke professionals en jonge gezinnen die behoefte hebben aan een efficiënte woonomgeving. Ze geven de voorkeur aan woningen met goede verbindingen naar werk en scholen, zoals appartementen of moderne eengezinswoningen in goed bereikbare wijken. Ze willen een omgeving met snelle toegang tot openbaar vervoer, sportfaciliteiten en winkels.

Whize is een instrument wat de specifieke woonwensen en kenmerken in kaart brengt van mensen die voor een nieuwbouwwoning hebben gekozen. Daarmee beantwoordt het belangrijke vragen bij elke gebiedsontwikkeling. Zoals: wie zijn de toekomstige bewoners? Voor welke doelgroep gaan we aan het werk? Welke woonomgeving maakt hun levensstijl mogelijk, en waarom kiezen ze voor deze plek? Whize is ontworpen om alle ruim 7,7 miljoen huishoudens in Nederland te beschrijven en classificeren. De huishoudens zijn gesegmenteerd in 59 subsegmenten, die zijn samengevoegd in 11 hoofddoelgroepen, zogenaamde persona’s. Het resultaat is een classificatie die duidelijk beeld schetst van de Nederlandse consumenten voor wat betreft hun sociodemografie, levensstijl en (koop-)gedrag. Aan de hand daarvan kun je gedetailleerd zien wat mensen willen als ze wonen in – of willen verhuizen naar – een nieuwbouwwoning. Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

59

3.4

Woonprogramma

De diversiteit aan leefstijlen en kansrijke doelgroepen maakt Breecamp-West geschikt voor een gevarieerd woonprogramma, waarin zo’n 650 huishoudens een thuis gaan vinden. Het programma bestaat voornamelijk uit grondgebonden producten. Hierbij kan gedacht worden aan reguliere rijwoningen in diverse afmetingen, maar ook rugaan-rug woningen of beneden-bovenwoningen behoren tot de mogelijkheid. In kleinere aantallen, tot circa 10% van het woningaanbod, wordt gerealiseerd in appartementen.

Betaalbaarheid Extra aandacht is er voor betaalbare woningprogrammering. Partijen hebben afgesproken tenminste 70% van het programma in het sociale en middeldure segment te realiseren in de verhouding 30% sociaal, 20% middelduur I en 20% middelduur II conform de betaalbaarheidsdoelstellingen vanuit het Rijk en de betaalbaarheidsagenda van de gemeente Zwolle. Om dit programma op lange termijn in het betaalbare segment te behouden, zetten we binnen Breecamp-West verschillende middelen in.

Sociale woningen In Breecamp-West realiseren we tussen 25% en 30% sociale woningen. De woningen die worden gerealiseerd blijven voor minimaal 25 jaar in de categorie sociale huur. De drie Zwolse woningcorporaties zijn hiervoor preferent partner.

Goedkope en middeldure koop Voor het goedkope en middeldure koopprogramma is gezocht naar producten die passend zijn bij de prijssegmentatie. Daarnaast zijn instrumenten als zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding beschikbaar om te voorkomen dat woningen bij speculanten of particuliere beleggers terechtkomen. Zo komen én blijven de woningen beschikbaar voor de mensen voor wie ze bedoeld zijn.

Middeldure huur In aanvulling op het aandeel sociale huur wordt in Breecamp-West het BPD Woningfonds en het woningfonds van Roosdom Tijhuis ingezet voor de betaalbaarheid. BPD Woningfonds is een uniek woningfonds dat duurzame, betaalbare nieuwbouwhuurwoningen realiseert en verhuurt voor huishoudens met een middeninkomen, zoals (her)starters, gezinnen en zelfstandig wonende ouderen. Daarmee bedienen we de groeiende groep mensen die niet in aanmerking komt voor sociale of dure huur, of voor wie een koopwoning vooralsnog buiten bereik ligt. Voor huurwoningen in de categorie middenhuur I wordt de nieuwe Wet Betaalbare Huur gehanteerd.

60

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Rijwoning 4,50

Rijwoning 4,80 Middelduur I

Rijwoning 4,80

Beneden-bovenwoning Middelduur I

52 m

2

54/80 m

2

64 m

2

92 m

2

55 m

2

57 m

2

60 m

2

70 m

2

92 m

2

89 m

2

Beneden-bovenwoning 18 won.

Beneden-bovenwoning + Beneden-bovenwoning 24 won. + Rijwoning 4,50

GBO globaal Aantal

89 won. 66 won.

Beneden-bovenwoning 32 won.

Beneden-bovenwoning + Beneden-bovenwoning 6 won. + Rijwoning 4,20

Rijwoning 4,20

Rijwoning 4,50 Middelduur II

Indicatief woonprogramma Breecamp-West Whize-doelgroep Jong en Hoopvol / Volks en uitgesproken Jong en Hoopvol / Volks en uitgesproken Volks en uitgesproken / gezellige Empty Nesters Volks en uitgesproken / gewoon gemiddeld Volks en uitgesproken / gewoon gemiddeld Gewoon gemiddeld / Plannen en rennen Gewoon gemiddeld / Plannen en rennen Gezellige Empty Nesters / Zorgeloos en Actief Plannen en Rennen Gezellige Empty Nesters / Zorgeloos en Actief Plannen en Rennen

Rijwoning 4,50

RijwoningMiddelduur 4,80 II Rijwoning 5,10

Woningtype BeBo / rug-aan-rug Rijwoning BeBo / Appartement Rijwoning BeBo / Appartement Rijwoning Rijwoning Rijwoning levensloop 2^1 kap 2^1 kap levensloop Vrijstaand

Indicatief oppervlak GO in m²

Segment

50 - 55 75 - 105 50-65 60-80 60-85 80-100 110 - 125 110 - 125 125-150 115 - 125 140-200

Sociale huur Sociale huur Middelduur 1 koop/huur Middelduur 1 koop/huur Middelduur 2 koop/huur Middelduur 2 koop/huur Duur Duur Duur Duur Duur

42 155 60 70 6 124 66 20 56 22 32

Totaal

653

* Dit is een voorbeelduitwerking van het woonprogramma. In de volgende fase worden de woonproducten, onder meer met een architect, tot in detail uitgewerkt. Hierdoor kunnen de definitieve metrages licht afwijken. Aan de afgesproken segmentatie (30-40-30) wordt niet getornd.

Indicatief aantal Duur eenheden

Rijwoning 4,80 Rijwoning 5,10

38 won. 54 won. 30 won. 94 won.

Rijwoning 5,40

Rijwoning 5,70 R i j l a be l s

30%

Rijwoning 5,70

36 won. 30 won.

Vrijstaand M Vrijstaand L

middelduur 2 Totaal

Vrijstaand M Vrijstaand L

20%

14 won. 12 won.

Totaal

653 won.

Sociaal Middelduur I Middelduur II Duur

Sociaal Middelduur I Middelduur II Duur

197 won. 130 won. 130 won. 196 won.

Totaal

Totaal

653 won.

J

24Jong won.en Hoopvol 54/80 m

2

J

89Jong won.en Hoopvol 64 m

2

J

66Jong won.en Hoopvol 92 m

2

J

32Gewoon won. Gemiddeld 55 m

2

G

6Gewoon won. Gemiddeld 57 m

2

G

38Gewoon won. Gemiddeld 60 m

2

G

54Gewoon won. Gemiddeld 70 m

2

G

30Gewoon won. Gemiddeld 92 m

2

G

94Gewoon won. Gemiddeld 89 m

2

G

G

G

G

2

G

2

G

20Plannen won. en Rennen 120 m

2

P

20Plannen won. en Rennen 139 m

2

P

16Plannen won. en Rennen 147 m

2

P

6Plannen won. en Rennen 152 m

2

P

14Plannen won. en Rennen 164 m

2

P

12Plannen won. en Rennen 164 m 20%164 mmiddelduur 1

2

P

30%2

Middelduur 1 2^1-kapwoning koop/huur 2^1-kapwoning levensloopbestendig levensloopbestendig 22 won. 123 m 2 Middelduur 2 2^1-kapwoning koop/huur 2^1-kapwoning S S 20 won. 120 m Duur 2 2^1-kapwoning M 2^1-kapwoning M 20 won. 139 m Ei ndt ot a a l 2 2^1-kapwoning L 2^1-kapwoning L 16 won. 147 m

6 won.

2

2

120 m

2

2

Vrijstaand S

18Jong won.en Hoopvol 52 m

36Gewoon won. Gemiddeld 113

113

Rijwoning 6,60 levensloopbestendig 20 won. 115 m Sociale huur Rijwoning 6,60 levensloopbestendig

Vrijstaand S

GBO globaal Whize-do

sociale huur + 2 2 85 m 6Gewoon won. Gemiddeld 85 m sociale koop m2 m2

duur + Beneden-bovenwoning Beneden-bovenwoning 6 won. + RijwoningDuur 5,40

zorg

Beneden-bovenwoning Sociaal

Aantal

senioren

Woningtype

empty-nester

Woningtype Segment

eenouder-gezin

gebroken relatie

gezin

Sociaal

jong gezin

starters

alleenstaanden

studenten

Segment

152 m

2

164 m

2

30Gewoon won. Gemiddeld 120 m

20Gezellige won. Emptynester 115 m 22Gezellige won. Emptynester 123 m

2

653 won.

30% 20% 20% 30%

197 won. 130 won. 130 won. 196 won.

30% 20% 20% 30%

653 won.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

61

62

sociaal - 197 won. - 30%

middelduur I - 130 won. - 20%

middelduur II - 130 won. - 20%

duur - 196 won. - 30%

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Segment Sociaal

Woningtype Segment Beneden-bovenwoning Sociaal

Woningtype

Aantal

Rijwoning 4,80 Middelduur I

Beneden-bovenwoning Middelduur I

52 m

2

54/80 m

2

64 m

2

92 m

2

55 m

2

57 m

2

60 m

2

70 m

2

92 m

2

89 m

2

Beneden-bovenwoning 18 won.

Beneden-bovenwoning + Beneden-bovenwoning 24 won. + Rijwoning 4,50

GBO globaal Aantal

Rijwoning 4,50 Rijwoning 4,80

89 won. 66 won.

Beneden-bovenwoning 32 won.

Beneden-bovenwoning + Beneden-bovenwoning 6 won. + Rijwoning 4,20 Rijwoning 4,50 Middelduur II

RijwoningMiddelduur 4,80 II Rijwoning 5,10

Rijwoning 4,20 Rijwoning 4,50 Rijwoning 4,80 Rijwoning 5,10

38 won. 54 won. 30 won. 94 won.

duur + Beneden-bovenwoning Beneden-bovenwoning 6 won. + Duur

RijwoningDuur 5,40

Rijwoning 5,40

36 won.

113 m

Rijwoning 6,60 levensloopbestendig Rijwoning 6,60 levensloopbestendig 20 won. 115 m

2

2^1-kapwoning levensloopbestendig 2^1-kapwoning levensloopbestendig 22 won. 123 m

2

120 m

2

139 m

2

147 m

2

152 m

2

164 m

2

164 m

2

2^1-kapwoning S 2^1-kapwoning M 2^1-kapwoning L Vrijstaand S Vrijstaand M Vrijstaand L

2^1-kapwoning S

30 won.

20 won.

2^1-kapwoning M 20 won. 2^1-kapwoning L Vrijstaand S

20%

Vrijstaand M Vrijstaand L

16 won. 6 won. 14 won. 12 won.

Totaal middelduur 2 Totaal

653 won.

Sociaal Middelduur I Middelduur II Duur

Sociaal Middelduur I Middelduur II Duur

197 won. 130 won. 130 won. 196 won.

Totaal

Totaal

653 won.

2

Jong Volkse

24Jong won.en Hoopvol 54/80 m

2

Jong Volkse

89Jong won.en Hoopvol 64 m

2

Jong Volkse

66Jong won.en Hoopvol 92 m

2

Jong Volkse

32Gewoon won. Gemiddeld 55 m

2

Gewoo Volks

6Gewoon won. Gemiddeld 57 m

2

Gewoo Volks

38Gewoon won. Gemiddeld 60 m

2

Gewoo Volks

54Gewoon won. Gemiddeld 70 m

2

Gewoo Volks

30Gewoon won. Gemiddeld 92 m

2

Gewoo Planne

94Gewoon won. Gemiddeld 89 m

2

Gewoo Planne

36Gewoon won. Gemiddeld 113 m

30%120 m

Rijwoning 5,70 30%

18Jong won.en Hoopvol 52 m

sociale 2 huur + 2 85 m 6Gewoon won. Gemiddeld 85 m sociale koop 2 2 2

Rijwoning 5,70

GBO globaal Whize-doelgroe

20%

Gewoo Planne

2

Gewoo Planne

2

Gezelli Zorge

2

Gezelli Zorge

20Plannen won. en Rennen 120 m

2

Plannen

20Plannen won. en Rennen 139 m

2

Plannen

16Plannen won. en Rennen 147 m

2

Plannen

6Plannen won. en Rennen 152 m

2

Plannen

14Plannen won. en Rennen 164 m

2

Plannen

12Plannen won. en Rennen 164 m

2

Plannen

30Gewoon won. Gemiddeld 120 m

20Gezellige won. Emptynester 115 m 22Gezellige won. Emptynester 123 m

middelduur 653 1won.

30% 20% 20% 30%

Gewoo Planne

197 won. 130 won. 130 won. 196 won.

30% 20% 20% 30%

653 won.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

63

3.5

Voorzieningenprogramma

De voorzieningen worden in Breecamp-West geconcentreerd op en rondom de oorspronkelijke boerderijkavel (Scholtensteeg 5). Hier geven de bestaande bomen direct schaduw en een aangenaam groene blik op de nieuwe plek. De voorzieningen liggen hier nabij de belangrijkste auto-ontsluiting (kruising Stadshagenallee en N331). Dit wordt “de Hagenplaats”, een plek in de wijk waar ontmoeting, activiteiten en aangenaam verblijven centraal staan. Zowel in de openbare ruimte als in bebouwing komen functies samen die in het teken staan van zorg, spel en ontmoeting. Er wordt ingezet op voornamelijk maatschappelijke zorgvoorzieningen (ZO), zoals een huisartsenpost, een tandartspraktijk en fysiotherapie (ook voor bijvoorbeeld Breecamp-Oost en ’s Heerenbroek). Om invulling te geven aan de programmaonderdelen ‘cultuur en ontmoeting’ (CU) en om deze te stimuleren, kan een buurthuis als ontmoetingsruimte de eerdergenoemde zorgfuncties combineren met kleinschalige werkvoorzieningen (flexwerkplekken, deelwerken, thuiswerken op locatie) en een kleinschalige commerciële voorziening voor horeca en enkele dagelijkse boodschappen. Al met al een voorzieningenprogramma met vooral zorg en ontmoeting, waar horeca en detailhandel ondersteunend onderdeel van uitmaken. De Hagenplaats kan ook de plek zijn waar de buurthub (mobiliteitshub) met deelauto’s en deelfietsen komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=991045f0-b8a8-421f-bb98-0c2b5ef2c61d