CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ruimtelijk Ontwikkelplan Breecamp-West met bijlagen

Raad Besluitvormingsronde 16 juni 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Ruimtelijk Ontwikkelplan Breecamp-West27.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De maatschappelijke voorzieningen komen in één centraal gebouw, gecombineerd met woningen erboven. Bij de voorzieningen komen voldoende parkeerplaatsen (ong. 40 p.p., exact aantal n.t.b.), die deels met dubbelgebruik ook voor de woningen zijn.

64

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

ca. 1.640 m2

noordoost

zuidwest voorbeeld

n lle ui co kt f da el o e du vi

di

in f ie ct Indicatieve opzet Wijkgebouw, KDV en Gezondheidscentrum Breecamp-West

250 m

Kinderopvang

400 m

Dagbesteding, ambulante zorg, wijkzorg

200 m

Eerstelijnszorg, gezondheidscentrum

790 m

huisarts praktijkondersteuner behandelaar fysiotherapeut

appartementen 76 m2 BVO benedenwoningen 64 m BVO bovenwoningen 48 m2 BVO

2

Wijkgebouw + buurttuin

consultatiebureau verloskundige

2 2 2 2

200 m 2 100 m 2

120 m 2 130 m 2

120 m 2 120 m

2

Totaal gebouwd

1.640 m

2

dit is een voorbeelduitwerking Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

65

3.6

Specials

Binnen Breecamp-West komen bijzondere woongebouwen, bijzondere typologieën en bijzondere ensembles. De appartementengebouwen en gestapelde woningen zijn landmarks: ze zijn hoger en hebben een alzijdige uitstraling. Deze blokken staan op beeldbepalende locaties, aan een grote groene ruimte of in een zichtlijn, en dragen zo bij aan de oriëntatie binnen Breecamp-West. De gestapelde blokken staan aan of in het groen. Om dit te versterken loopt de landschappelijke inrichting van de strook waar ze in staan door tot tegen het gebouw. Op de special-kavels kunnen bijzondere woningen in een bijzondere architectuur of bijzondere typologie ontwikkeld worden. Deze hebben een eigen afwijkende architectuur. Verder wordt binnen Breecamp-West ruimte gereserveerd voor een proeftuin voor innovatieve woonconcepten. In de proeftuin komen duurzame woningen voor specifieke doelgroepen, zoals starters. Hier is ruimte voor experimenten met afwijkende typologieën (bijvoorbeeld geclusterde woonvormen), doelgroepen en technologieën. In de proeftuin komen in totaal zo’n 60 tot 70 woningen in een mix van prijscategorieën en dus een gedifferentieerd woningaanbod. Om kleinschalige werkgelegenheid te stimuleren, biedt Breecamp-West ruimte voor woningtypologieën die geschikt zijn voor werken aan huis.

Er zijn verruimde mogelijkheden voor diverse beroepen die weinig ruimte vragen of goed vanuit huis kunnen worden uitgevoerd. Denk aan administratief werk, accountancy, grafische vormgeving, websitedesign en tekstschrijven. Ook beroepen zoals fysiotherapie, kappers, schoonheidsspecialisten, fotografen, meubelrestaurateurs en kleermakers passen binnen deze opzet. Daarnaast is er ruimte voor kleinschalige zakelijke dienstverlening, zoals notarissen en advocaten, en voor kantoorfuncties van bedrijven die hun werkzaamheden elders uitvoeren, zoals schoonmaakbedrijven, schoorsteenvegers en glazenwassers. Woon-werkwoningen in Breecamp-West kunnen bestaan uit woningen met een extra werkruimte in of aan de woning, of in de tuin. In totaal gaat het om ongeveer 40 tot 50 woningen. Daarnaast kunnen de planvoorschriften worden verruimd, zodat een groter percentage woningen of een groter oppervlak voor werken aan huis wordt toegestaan dan gebruikelijk in een Omgevingsplan. Dit zou gelden voor heel Breecamp-West, maar vooral voor de oostelijke woonstroken nabij voorzieningen en voor hoekwoningen binnen bouwblokken. Deze vorm van werkgelegenheid draagt bij aan extra levendigheid in de wijk.

66

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

special-kavels

woon-werkwoningen proeftuin

woon-werkwoningen

3.7

Duurzaam bouwen

Energiezuinige gebouwen Zwolle wil in 2040 een energieneutrale en fossielvrije stad zijn. Dit betekent dat alle gebruikte energie lokaal en duurzaam wordt opgewekt. Gebouwen gaan van het aardgas af, en nieuwbouw wordt ontwikkeld met energieneutraliteit als uitgangspunt. Om dit te realiseren werken BPD en Roosdom Tijhuis samen om zoveel mogelijk woningen energieneutraal op te leveren. Voor Breecamp-West wordt dit bereikt door enerzijds de energiebehoefte zoveel mogelijk te verlagen en anderzijds energiezuinige installaties én zonnepanelen. Door vooral grondgebonden woningen te bouwen is per woning relatief veel ruimte op daken beschikbaar om zonnepanelen te plaatsen. De projectmatig te bouwen woningen (Roosdom Tijhuis) zijn uitstekend geïsoleerd, kennen een zeer hoge luchtdichtheid en zijn in de meeste gevallen voorzien van triple glas. Er wordt uitgegaan van een duurzame en toekomstbestendige warmte- en ventilatievoorziening, bijvoorbeeld met een hernieuwbare warmtebron. De installaties bestaan over het algemeen uit een bodemwarmtepomp en een WTW-systeem. Buiten dit solide systeem zijn er ook verscheidene hulpmiddelen die we kunnen inzetten om de energievraag van de woning verder te beperken, denk hierbij aan bijvoorbeeld een douchepijp-WTW.

Het inzetten van dergelijke hulpmiddelen is afhankelijk van het type woning, het ontwerp en de warmtevraag (kiest de toekomstige bewoner bijvoorbeeld voor een ligbad). Per woning wordt er dus gekeken naar de optimale verhouding tussen installatie, duurzaamheid en wooncomfort. Dit resulteert in energetisch uitstekende woningen die optimaal in balans zijn. Bij minimaal 85% van de woningen worden bodemwarmtepompen toegepast. Uit eerdere projecten/referenties blijkt dat er ondergronds een zeer minimale beïnvloeding is buiten de kavelsgrenzen door de bodemlussen van deze bodemwarmtepompen (ook bij een bodemdiepte beperking van 90 meter). Hiermee presteren wij dan ook beter dan de landelijk voorgeschreven norm van -1,5°C (maximale interferentie ter plaatse van de kavelgrens). Voor de andere kavels (15%) kan ook gebruik gemaakt worden van bodemwarmte, maar ook een anderen invulling voor het verwarmingsconcept is hier mogelijk. Als deze kavels ook bodemwarmtepompen toepassen dienen ook zei zich te conformeren aan de norm van maximaal -1,5°C interferentie ter plaatse van de kavelgrens

Voor het overige deel van de woningen (betaalbare koop & sociale huur) is de intentie om ook BENG 2=0 aan te bieden, mits de corporaties bereid zijn deze kosten voor hun rekening te nemen. Voor de betaalbare koop geldt dat deze woningen ook met BENG 2=0 worden gerealiseerd, mits de meerkosten passend zijn bij de marktconforme V.O.N. waardes. Voor hoogbouw is het vaak nog niet mogelijk om volledig energieneutraal te bouwen. Dit komt doordat er minder dakoppervlak voor zonnepanelen beschikbaar is dan bij grondgebonden woningen. Hierom hanteert de gemeente Zwolle voor gestapelde nieuwbouw de eis ‘optimaal’. De optimaal-eis is een eis tussen BENG en ENG in, met een BENG 3 eis van 70% hernieuwbare energie. Beide eisen gelden ook voor andere functies dan wonen.

Elektriciteitsnet et bepalen van de toekomstige elektriciteitsvraag is essentieel voor het plannen van de nodige infrastructuuruitbreidingen. Deze hebben een impact op de ruimte, waarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerp van het gebied. Om de druk op het elektriciteitsnet te beperken zetten we in op een lage warmtebehoefte, energiezuinige installaties, en wordt opgewekte energie binnen het gebied zoveel mogelijk benut. Op dit moment zit het elektriciteitsnet vol in Zwolle en is het niet mogelijk om een zakelijke grootverbruikersaansluiting te krijgen (o.a. voorzieningen met ≥ 3 x 80 ampère). Tot nu toe geldt dit binnen de gemeente niet voor nieuwbouw, hiervoor geldt een uitzondering. Dit kan in de toekomst veranderen. Daarom is het belangrijk om, zodra de nieuwbouwplannen concreet zijn, zo snel mogelijk een aansluiting aan te vragen bij Enexis.

Concreet zullen alle vrijesectorwoningen worden gerealiseerd op basis van ‘BENG 2=0’. Dit betekent niet alleen een duurzame impact voor Zwolle, maar ook een comfortabele woning voor de toekomstige bewoner. Niet alleen zullen bewoners een lage energierekening hebben, men maakt ook aanspraak op extra leencapaciteit en een groene hypotheek (lees: een aantrekkelijke rente).

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

67

Duurzaam materiaalgebruik Een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van Breecamp-West is het gebruik van bouwmaterialen en -technieken die milieuvriendelijk en langdurig zijn, met als doel de impact op het milieu te minimaliseren en de levensduur van gebouwen te verlengen. Hierbij wordt gedacht aan: • Toepassen van milieuvriendelijke materialen die minder belastend zijn voor het milieu, zoals: - Duurzame houtsoorten met FSC-certificering. - Recyclebare materialen zoals staal, glas en bepaalde kunststoffen. - Hernieuwbare materialen en bioplastics, geproduceerd uit hernieuwbare grondstoffen zoals hout, bamboe, katoen, hennep, wol, kurk, etc. - Losmaakbare materialen en elementen zoals puien, trappen, dakelementen, etc. - Bouwmaterialen met lage VOC (Vluchtige Organische Stoffen, ofwel verf, lijm en coatings). • Het minimaliseren van bouwafval door efficiënt ontwerp en materiaalgebruik. • Het ontwerpen en bouwen van gebouwen met het oog op de toekomst, rekening houdend met mogelijke behoefte aan aanpassingen en klimaatverandering.

Milieuprestatie Gebouwen De wettelijke maatlat voor duurzaam materiaalgebruik is de MPG: Milieuprestatie Gebouwen. Met deze maatlat kunnen bouwpartijen de effecten van concrete maatregelen berekenen. De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) drukt in één getalswaarde de milieukosten uit van alle ingrepen, activiteiten en materialen die voor een bouwwerk nodig zijn: van het delven van grondstoffen voor de bouw tot en met de latere renovatie of sloop van een bouwwerk en de verwijdering of hergebruik van restmateriaal. Het is een norm voor de schaduwkosten van de toegepaste materialen. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 0,8. Het verhogen van de ambitie ten aanzien van de MPG is een concrete maatregel die bijdraagt bij aan de doelstelling om duurzaam materiaalgebruik te stimuleren. Dat betekent dat waar mogelijk een lagere MPG-norm wordt voorgeschreven (hoe lager de norm, hoe beter de prestatie). Voor Breecamp-West is de ambitie om ten minste een MPG van lager dan 0,8 te realiseren en te streven naar 0,5.

Natuurinclusief bouwen De uitgangspunten van de gemeente Zwolle ten aanzien van natuurinclusief bouwen zijn gebaseerd op beleid dat gebruikmaakt van een puntensysteem. Dit beleid omvat verschillende maatregelen om natuurwaarden te bevorderen in zowel de bebouwde omgeving als de openbare ruimte. De kernpunten zijn: 1. Puntensysteem Voor nieuwe ontwikkelingen, zoals in Breecamp-West, moet worden aangetoond dat voldoende natuurinclusieve maatregelen worden genomen. Deze maatregelen worden gewaardeerd in een puntensysteem. 2. Vijf thematische categorieën De maatregelen worden onderverdeeld in vijf thema’s: Bebouwing en eigen terrein: 1. Bebouwing 2. Tuinen en erven Openbare ruimte (niet van toepassing bij duurzaam bouwen): 3. Natte omgeving 4. Groene buitenruimte 5. Verharding 3. Voorbeelden van maatregelen Concrete voorbeelden van maatregelen die bij natuurinclusief bouwen specifiek voor bebouwing worden toegepast: • Nestkasten voor vogels: Geïntegreerde nestkasten voor soorten zoals de gierzwaluw, huismus en spreeuw. Nestkasten kunnen in de gevels worden ingebouwd of aan de buitenkant worden bevestigd. • Vleermuiskasten voor vleermuizen: Ingebouwde verblijven in muren of gevels die als schuilplaats dienen voor vleermuizen, in combinatie met beperking van lichtvervuiling rond vleermuisroutes door strategische plaatsing van verlichting.

• Bijvriendelijke geveltuinen en insectenhotels voor insecten: Planten met een hoge nectar- en pollenproductie tegen gevels en gevelmodules of op maat gemaakte structuren die nest- en schuilgelegenheden bieden voor solitaire bijen en andere insecten. • Groene gevels: Begroeiing van gevels met klimplanten zoals klimop, wilde wingerd of kamperfoelie. Dit biedt schuilplaatsen voor kleine dieren en draagt bij aan biodiversiteit. 4. Integratie in planvorming Deze maatregelen worden verankerd in het Omgevingsplan en via afspraken vastgelegd, bijvoorbeeld in een anterieure overeenkomst. 5. Uitgangspunten voor effectiviteit Natuurinclusieve ontwerpen volgen de zogenaamde “vijf V’s”: - Voedsel: Aanbod voor fauna. - Veiligheid: Bescherming tegen predatie en weersinvloeden. - Verblijfplaatsen: Schuilmogelijkheden. - Variatie: Diversiteit in flora en fauna. - Verbinding: Samenhang in groenstructuren.

68

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

voor zou komen. materiaal te oogsten als nestmateriaal; de metselbij bijvoorbeeld. Aandacht voor een diversiteit aan inheemse insecten is van belang, omdat dit nodig is voor een evenwichtig systeem. Een monocultuur aan honingbijen levert weliswaar honing, maar mag geen vervanging zijn van het rijke insectenleven dat van nature voor zou komen.

indicatie beheerskosten

indicatie beheerskosten

indicatie aanlegkosten

indicatie aanlegkosten

kosten

kosten

belevingswaarden

belevingswaarden

beleving

beleving

tegengaan droogte

tegengaan droogte

verminderen wateroverlast

verminderen verminderen hittestresswateroverlast

klimaatadaptief

verminderen hittestress

klimaatadaptief

veiligheid - verblijf

voedsel - variatie

Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten die klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook als ladderVerticale dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren. 14. en hangende begroeiing

verbinding - verplaatsing

verbinding - verplaatsing

GEBOUW

veiligheid - verblijf natuurinclusief

14. Verticale en hangende begroeiing

Natuur- en klimaatscore

voedsel - variatie

natuurinclusief

GEBOUW

Natuur- en klimaatscore

Voorbeelden van natuurinclusief bouwen en natuurinclusieve inrichting Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen.

Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen

Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen

CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF

CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF

indicatie beheerskosten

indicatie beheerskosten

indicatie aanlegkosten

indicatie aanlegkosten

kosten

belevingswaarden

beleving

belevingswaarden

beleving

tegengaan droogte

tegengaan droogte

verminderen wateroverlast

kosten

verminderen wateroverlast

verminderen hittestress

klimaatadaptief verminderen hittestress

verbinding - verplaatsing

36

36

Insectenhotel - bron: Natuur voor Elkaar

Insectenhotel - bron: Natuur voor Elkaar

Referenties

s

Bron: De Dakakker

veiligheid - verblijf

indicatie beheerskosten

indicatie aanlegkosten

kosten

belevingswaarden

beleving

Referenties

tegengaan droogte

verminderen wateroverlast

verminderen hittestress

klimaatadaptief

verbinding - verplaatsing

veiligheid - verblijf

n klimaatscore

klimaatadaptief

verbinding - verplaatsing

veiligheid - verblijf

voedsel - variatie

Natuur- en klimaatscore

Insectenhotel in Zwolle - foto: Dana Wiersma

Insectenhotel in Zwolle - foto: Dana Wiersma

GEBOUW

voedsel - variatie

Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Natuur- en klimaatscore Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt.

GEBOUW

ndaken werken verkoelend in de zomer en werken als een extra deken in de winter. Op groendaken wordt het geslagen in planten en in het substraat. Ook is het mogelijk om een dunne laag kratten aan te brengen onder de xtra ruimte voor het bergen van hemelwater. Door verdamping verdwijnt een gedeelte van het water weer terug Intensieve groendaken hebben vaak een dubbelfunctie. Naast vergroening en/of waterberging kunnen deze gebruikt om te verblijven of om voedsel op te verbouwen. Intensieve groendaken vereisen een stevige constructie elasting van dit dak hoger is dan een extensief groen dak. Groendaken kunnen gecombineerd worden met Het rendement van de panelen is zelfs hoger door de lagere temperatuur van het dak. Daarnaast draagt een an de levensduur van de dakbedekking.

natuurinclusief

zorgen voor een geringere opwarming van het dakoppervlak, ze houden regenwater vast en hebben een p biodiversiteit. Ze kunnen over het algemeen in twee types worden opgesplitst, namelijk extensieve en intensieve ensieve groendaken zijn geringer in opbouw, vereisen minder onderhoud en hebben minder positieve effecten roendaken. Intensieve groendaken herbergen meer mogelijkheden voor beplanting, ze hebben een groter ermogen en isoleren beter dan extensieve groendaken. Ze zijn derhalve ook duurder in aanleg en in onderhoud.

Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten die Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt. Referenties klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort Gevelbeplanting en geveltuinen Toepassingen in de tuin Referenties kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook als ladder dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren.

natuurinclusief

ne daken Woning

Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing Genderdal - Bron: Buro Lubbers

Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing

Groenslingers, De Dampuurters, Gent

33

Groendak op winkelcentrum Miro in Enschede - foto: Mark van Veen

Bloeiende sedumvegetatie trekt bijen en vlinders aan - Bron: Groendaktotaal

Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing Genderdal - Bron: Buro Lubbers

Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing

Groenslingers, De Dampuurters, Gent

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

69

3.8

Openbare verlichting

De openbare verlichting zal alle (half)verharding in het openbaar gebied verlichten. Openbare verlichting wordt dus toegepast op alle buurtontsluitingswegen en woonstraten inclusief de bijbehorende trottoirs, parkeervakken en alle (hoofd)fietsroutes. Voor de toepassing van openbare verlichting geldt de Praktijkrichtlijn voor Openbare Verlichting (NPR 13201-1). Daarnaast worden ook binnenplaatsen, VVE-gebieden, achterpaden, etc. verlicht volgens deze Praktijkrichtlijn. Uitgangspunt is dat elke inwoner zijn of haar kavel verlicht moet kunnen bereiken met de fiets. De afstand tussen de lichtmasten is 22-25 meter, zodat het verlichtingsniveau kan voldoen aan het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW). De openbare lichtmasten (dus niet de verlichting op binnenplaatsen, VVE-gebieden, achterpaden, etc.) worden aangesloten op het net van Enexis. Het volgende armatuur wordt voorgesteld: • Orange Lighting Ekra 20 • LED module 1500-2000 lm - 3000K (warmwit) • incl. aluminium mast, blank, 4 meter • Paaltoparmatuur op een mast van 4 meter hoog, waardoor de totale hoogte op 4,5 meter komt. Bij het opstellen van een inrichtingsplan voor de openbare ruimte wordt een lichtberekening gemaakt.

70

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

71

3.9

Nutsvoorzieningen

Door verduurzaming van gebouwen, elektrificatie van vervoer (denk bijvoorbeeld aan laadpalen) en nieuwbouw stijgt de vraag naar elektriciteit snel. De stroom komt bovendien niet meer als eenrichtingsverkeer vanuit een energiecentrale, maar wordt ook opgewekt met zonnepanelen en windmolens. Om Breecamp-West goed aan te kunnen sluiten op het energiesysteem dient er per 80 tot 100 woningen een transformatorstation (MS/LS-station) in het gebied geplaatst te worden. NB: getoonde nutsvoorzieningen betreffen niet de MS/LS Pacto20

in parkeerkoffers

omzoomd met hagen

landschappelijk ingepast rioolgemaal

MS/LS stations Pacto20

Pacto 20

31m2

72

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

3.10

Afvalinzameling

Beleidskader

Processtappen van afstemming

De gemeente Zwolle heeft een wettelijke zorgplicht om huishoudelijk afval gescheiden in te zamelen volgens de Wet Milieubeheer. De uitvoering hiervan is vastgelegd in de Afvalstoffenverordening en gemeentelijke raadsbesluiten. Bedrijfsafval valt buiten deze zorgplicht en dient door erkende inzamelaars verwerkt te worden.

In de verschillende projectfasen is afstemming nodig met de gemeente Zwolle en ROVA: - Ontwerpfase (ROP): afstemming met adviseur afval en grondstoffen over wijze van inzameling en benodigde ruimte, hierbij ook rekening houdend met de benodigde verharding; - Planuitwerking: afstemming met adviseur afval en grondstoffen over inpassing ondergrondse containers en minicontainers - Uitvoering: afstemming met ROVA over plaatsing ondergrondse containers - Oplevering: afstemming met ROVA over levering minicontainers en milieupas

Inzameling huishoudelijk afval Inwoners die afvalstoffenheffing betalen, krijgen een inzamelmiddel dat past bij hun woningtype: - Laagbouw: Minicontainers voor gft (groente-, fruit- en tuinafval), pmd (plastic, metalen en drankkartons) en opk (oud papier en karton). Restafval wordt verzameld in ondergrondse containers. In verspreide bouw krijgen huishoudens een extra minicontainer voor restafval. - Hoogbouw: Inzameling via ondergrondse containers, losse zakken of cocons met toegangscontrole. Bewoners kunnen vrijwillig een gft-container krijgen als ze een tuin hebben. - Algemeen: Uniformering is de norm, maatwerk de uitzondering. Er geldt geen maximale loopafstand tot een verzamelcontainer. Opstelplaatsen minicontainers Bij het ontwerp van openbare ruimten moet rekening worden gehouden met: - Voldoende ruimte per container, verharde ondergrond en strategische plaatsing langs doorgaande wegen. - Geen plaatsing bij scholen, speelplekken, doodlopende wegen of smalle hofjes. Afvalinzameling bij appartementen Appartementengebouwen kennen verschillende inzamelmethodes, afhankelijk van de grootte en locatie. De gemeente adviseert projectontwikkelaars over geschikte voorzieningen. Inzameling gebeurt via ondergrondse containers, losse zakken of cocons met toegangscontrole. Restafval wordt altijd via ondergrondse containers ingezameld.

Specificaties locatie ondergrondse verzamelcontainers Bij projectontwikkeling is de projectontwikkelaar, in samenspraak met de projectleider van de gemeente, verantwoordelijk voor het vinden van een geschikte plaats voor de benodigde ondergrondse containers. Deze locatie wordt bij voorkeur gevonden in de openbare ruimte. Bij plaatsing op het terrein van derden wordt een bruikleenovereenkomst afgesloten. Bij het inpassen van ondergrondse containers moet rekening worden gehouden met onder meer: - Aanwezigheid van kabels en leidingen - Bereikbaarheid voor ledigingsvoertuigen - Bovengrondse ruimte in verband met ledigen (reikwijdte van de kraan) - Inpassing in de omgeving - Aanwezigheid obstakels of parkeerplaatsen in de omgeving - Archeologische waarden - Vergunningen (van toepassing in de binnenstad vanwege beschermd stadsgezicht) Er dient vroegtijdig afstemming plaats te vinden met de adviseur afval en grondstoffen van de gemeente Zwolle, zodat ook de kosten in de ontwerpfase duidelijk worden.

Kosten De kosten van aanschaf, plaatsen en exploitatie van ondergrondse containers en minicontainers zijn verwerkt in de afvalstoffenheffing en betaalt de gemeente. Let wel: het gaat hierbij om normale exploitatiekosten. Extra plaatsingskosten door bijvoorbeeld het moeten verleggen van kabels en leidingen komen voor rekening van ontwikkelaar of het project (bij gemeentelijk initiatief).

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

73

Samenvatting

Afvalinzameling vindt als volgt plaats: Grondgebonden woningen • Restafval: ondergrondse restafvalcontainer 7m3, 1/100 won. met toegangscontrole • Groenteafval, fruitafval en tuinafval (GFT) - Plastic, Metaal en Drankkartons (PMD) – papier: 3x minicontainer per woning

Appartementen • Restafval: ondergrondse restafvalcontainer 7m3, 1/100 won. met toegangscontrole • GFT: bovengrondse GFT-container (in een behuizing) met toegangscontrole, 1x per appartementengebouw of per 60 won. • PMD: aanbieden in plastic zakken • Papier: losse inzameling

+

restafval

GFT

PMD

papier

restafval

foto’s: ROVA afvalverwerkingsbedrijf

74

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

GFT

PMD

papier

Ondergrondse restafvalcontainers incl. route voertuig

Voor de ongeveer 650 woningen in Breecamp-West zouden er zo’n vijf ondergrondse restafvalcontainers van 5m3 inhoud moeten komen (1/120 woningen). Om lange loopafstanden naar de restafvalcontainers te beperken is te overwegen om een aantal (max. vijf) aanvullende locaties voor ondergrondse restafvalcontainers te reserveren, waardoor er vijf tot tien ondergrondse restafvalcontainers van 5m3 (1/120 woningen) kunnen komen. Bedrijfsafval wordt ingezameld door een private inzamelaar. Er dienen aparte voorzieningen te komen voor de inzameling van bedrijfsafval.

locatie ondergrondse restafvalcontainer eventuele locatie ondergrondse restafvalcontainer

foto’s: ROVA afvalverwerkingsbedrijf

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

75

bovengrondse GFT-container incl. route voertuig

76

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Opstelplaatsen mini-containers

Voor het aanbieden van het afval wordt ruimte gereserveerd voor opstelplaatsen voor mini-containers. Deze zijn zoveel mogelijk gepositioneerd nabij de toegang tot de achterpaden, zodat de rolcontainers (mini-containers) eenvoudig vanuit de achtertuin naar de aanbiedlocatie kunnen worden gebracht. Waar toegewezen opstelplaatsen te ver van de woning zijn, kunnen mini-containers direct aan of op de straat geplaatst worden. Alle opstelplaatsen dienen ruim genoeg te zijn om alle mini-containers naast elkaar te kunnen plaatsen. In enkele gevallen kunnen (lege) parkeerplaatsen gebruikt worden om de mini-container te plaatsen. De opstelplaatsen zijn altijd rechts t.o.v. de rijrichting van het voertuig gepositioneerd.

foto’s: ROVA afvalverwerkingsbedrijf

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

77

4. Mobiliteit

4

Mobiliteit

78

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Overzicht verkeersstructuur

calamiteitenontsluiting

calamiteitenontsluiting

calamiteitenontsluiting

buurtontsluitingsweg woonstraat I woonstraat II breed trottoir (woonpad) route openbaar vervoer + OV-halte vrijliggend fietspad Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

79

4.1

Mobiliteitsconcept – S.T.O.M.P.

De gemeente Zwolle zet in op een mobiliteitstransitie volgens het S.T.O.M.P.-principe: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, MaaS (Mobility as a Service) en als laatste de Privé-auto. Dit betekent dat voetgangers en fietsers prioriteit krijgen in de inrichting van Breecamp-West, gevolgd door openbaar vervoer en gedeelde mobiliteitsdiensten, terwijl de auto een ondergeschikte rol speelt. De belangrijkste voordelen van deze aanpak zijn duurzaamheid (minder CO2-uitstoot en meer groen), ruimte-efficiëntie (minder parkeerplaatsen, meer leefruimte), betere leefbaarheid en gezondheid (minder verkeersdrukte en geluidsoverlast), toegankelijkheid (meer mobiliteitsopties, lagere kosten) en innovatie (voorbereiding op elektrische en autonome voertuigen). Daarnaast levert het economische voordelen op, zoals lagere infrastructuurkosten en stimulering van de lokale economie. Dit vertaalt zich naar concrete ambities voor Breecamp-West. In eerste instantie betekent dit dat het gebied optimaal en veilig wordt ingericht voor voetgangers en fietsers. Er komen veilige routes naar de voorzieningen binnen Breecamp-West, naar Stadshagen en het centrum van Zwolle en het buitengebied, en naar de OV-haltes (treinstation en bushaltes) nabij Breecamp-West. Daarmee staan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer bovenaan in de ambities.

MaaS (mobility as a service) kan in deze gedachte een aanvulling zijn op een integraal mobiliteitsconcept, waarbij aanvullend deelauto-gebruik eventueel tot een lagere parkeernorm en beperkt tweede-autobezit kan leiden. Deelauto’s komen in ‘buurthubs’, waar ook een pakkethub aan gekoppeld kan worden waardoor pakketbezorging niet altijd iedere woonstraat in hoeft. Voor de privéauto wordt gezocht naar een passende parkeeroplossing voor de doelgroepen. Dit betekent dat daar waar parkeren op enige afstand van de woning gerealiseerd wordt, voor senioren en mindervaliden het parkeren dicht bij de woning mogelijk moet zijn. Om te komen tot een goed voetgangers- en fietsnetwerk is er de ambitie om naast de bestaande fietsverbindingen een nieuwe fietsverbinding tussen Breecamp-West en Stadshagen parallel aan de Stadshagenallee te realiseren. Daar waar er snelle en directe loop- en fietsroutes middendoor het plangebied komen, gaat de auto ‘buitenom’. Er komen geen doorgaande wegen voor de auto in het plangebied, en er komt één auto-verbinding op de N331 (provinciale weg). En natuurlijk wordt het parkeren zoveel mogelijk uit het zicht gerealiseerd, op eigen terrein, tussen of achter de woningen of omzoomd met groen.

80

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

Dit vertaalt zich naar een mobiliteitsconcept als een integrale benadering op mobiliteit, bestaande uit de volgende onderdelen: - Een optimaal fiets- en voetpadennetwerk. Een duidelijke en robuuste hoofdfietspadenstructuur en een fijnmazig netwerk van voetpaden. - Openbaar Vervoer. Goede bereikbaarheid van bestaande OV-haltes en (eventuele) toevoeging van een nieuwe OV-halte in het gebied. - MaaS (mobility as a service): Elektrische deelauto’s en bijvoorbeeld elektrische deelscooters en/of buurtbakfietsen. De richtlijn is dat voor iedere 30 tot 60 woningen één deelauto geïntroduceerd kan worden (bij succesvol gebruik uit te breiden). Vanuit het nieuwe programma voor Breecamp-West zijn in eerste instantie zo’n 10 deelauto’s bij aanvang realistisch (1 deelauto per 60 won.) - Buurthubs: collectieve parkeervoorzieningen in de buurt voor bewoners- en bezoekersparkeren, en waar verschillende modaliteiten worden samengebracht ((deel)-auto, fiets, scooter, etc.). - De buurthubs worden gecombineerd met laadvoorzieningen voor elektrische auto’s, een pakketpunt en voorzieningen voor afvalinzameling (o.a. papier, glas, PMD, textiel, etc.). Zo worden het meer dan alleen hubs voor mobiliteit, maar èchte ‘buurthubs’.

4.2

Voetgangers en fietsers

Binnen het S.T.O.M.P.-concept moet een voet- en fietspadennetwerk voldoen aan verschillende criteria om effectief bij te dragen aan de mobiliteit en leefbaarheid van een nieuwe wijk. Dit zijn de belangrijkste vereisten: 1. Veiligheid - Gescheiden van gemotoriseerd verkeer: Het voet- en fietspadennetwerk moet zoveel mogelijk gescheiden zijn van wegen die door auto’s worden gebruikt, om de veiligheid van voetgangers en fietsers te waarborgen. - Verkeersveiligheid bij kruispunten: Kruispunten moeten zodanig ontworpen zijn dat voetgangers en fietsers veilig kunnen oversteken. Dit kan door middel van voorrang voor fietsers of duidelijk gemarkeerde oversteekplaatsen. - Goede verlichting: Voet- en fietspaden moeten goed verlicht zijn om de veiligheid ‘s avonds en ‘s nachts te garanderen. 2. Directheid en efficiëntie - Korte en logische routes: Voet- en fietspaden moeten directe verbindingen bieden tussen woonbuurten, scholen, werkplekken, openbaarvervoerpunten en andere belangrijke bestemmingen, zonder onnodige omwegen. - Continuïteit: Het netwerk moet zonder onderbrekingen zijn, zodat fietsers niet hoeven om te rijden of met gevaarlijke situaties worden geconfronteerd. 3. Comfort - Hoge kwaliteit van het wegdek: Fietspaden moeten goed onderhouden zijn met een vlak en gelijkmatig wegdek, zonder gaten of scheuren, om comfortabel fietsen mogelijk te maken.

- Breedte van de fietspaden: De fietspaden moeten breed genoeg zijn om tweerichtingsverkeer en inhalen mogelijk te maken zonder gevaarlijke situaties. - Beschutting tegen weersomstandigheden: Waar mogelijk kan het fietspadennetwerk voorzien worden van beschutting tegen wind, regen of felle zon, bijvoorbeeld door bomen.

4. Toegankelijkheid en inclusiviteit - Geschikt voor diverse voetgangers en fietsers: Het netwerk moet toegankelijk zijn voor verschillende soorten voetgangers en fietsers, inclusief kinderen, ouderen, en mensen met beperkte mobiliteit, bijvoorbeeld door het aanleggen van gladde, schuine op- en afritten. - Aansluiting op openbaar vervoer: Vot- en fietspaden moeten goed aansluiten op openbaarvervoerpunten zoals het treinstation Stadshagen en bushaltes, om een naadloze overgang tussen verschillende vervoerswijzen mogelijk te maken. 5. Connectiviteit en integratie - Integratie met MaaS-platformen: Het voet- en fietspadennetwerk moet goed geïntegreerd zijn in Mobility-as-a-Service (MaaS)-systemen, bijvoorbeeld door fietsroutes, fietsdelen, en parkeerplekken beschikbaar te maken via een app. - Aansluiting op bredere regionale netwerken: Het netwerk binnen de wijk moet naadloos aansluiten op regionale of stedelijke fietspadennetwerken, zodat bewoners gemakkelijk naar andere delen van de stad of regio kunnen fietsen. 6. Belevingswaarde - Aangename omgeving: De voet- en fietspaden moeten aantrekkelijk landschappelijk ingepast zijn. - Verbinding met recreatieve routes: Naast functionele verbindingen moet het netwerk ook toegang bieden tot recreatieve fietsroutes, parken en andere vrijetijdslocaties. 7.

Ondersteunende infrastructuur - Fietsparkeerplaatsen: Voldoende en veilige fietsparkeerplaatsen bij belangrijke bestemmingen zoals openbaarvervoerstations, winkels en scholen. - Oplaadpunten voor e-bikes: In de buurt van voorzieningen kunnen oplaadpunten voor elektrische fietsen worden aangeboden om het gebruik van e-bikes te stimuleren.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

81

hoofdvoetgangers- en fietsroutes fijnmazig netwerk van voet- en fietspaden hoofdfietsroute op rijbaan informeel voetpad (halfverhard)

de hoofdfietsroutes worden in beton uitgevoerd

calamiteitenontsluiting

principeprofiel hoofdfietsroute • vrijliggend fietspad, 4,0m. breed • hoogteligging 0,40m.+MV • begeleid door haag aan één zijde • uitgevoerd in twee kleuren, als suggestie met loopstrook (voetgangers 1,5m. breed) • t.p.v. kruisingen 0,20m.+MV met inritbanden

langs de hoofdfietsroutes komt aan één kant een haag

Hoofdstructuur fiets De hoofdstructuur fiets (geel in tekening) dient een bijzondere ( niet verkeerstechnische) uitstaling te krijgen. Een haag en iets verhoogde ligging geven het pad een ruimtelijke dimensie. Voorstel: - verhoogde ligging (+ 40cm) - verhoogde ligging (=20cm) ter plekke van kruisingen met overige verkeer (met inritbanden) - aan één zijde begeleid door een brede, gemengde haag (tot 1.20m hoogte) - van ter plekke gestort beton - geen fietspad maar fietsroute en tevens wandelpad.

82

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

calamiteitenontsluiting

Door aan deze eisen te voldoen, draagt het voet- en fietspadennetwerk bij aan een efficiënte, veilige, en aantrekkelijke mobiliteit binnen het bredere S.T.O.M.P.-concept. Het uitgangspunt is daarom een fijnmazig fietspadennetwerk in Breecamp-West te ontwikkelen, dat het gebied op een comfortabele, snelle en veilige wijze ontsluit. De fietspaden moeten Breecamp-West, de OV-haltes, het buitengebied, voorzieningen in Stadshagen, èn scholen, sportvoorzieningen en winkels in Zwolle goed voor de fiets ontsluiten. Daarom zal de fietsstructuur een belangrijke ruggengraat van de ontwikkeling zijn.

In Zwolle ligt een goed fietsnetwerk met vrijliggende fietspaden. Binnen Zwolle zijn het centrum, het NS-station en de verschillende woonbuurten goed bereikbaar. Om de voetgangers- en fietsbereikbaarheid van Breecamp-West optimaal in te richten, zullen er binnen het plangebied (vrijliggende) fiets- en voetpaden komen die aantakken op het bestaande langzaam-verkeersnetwerk dat toereikend is voor goede verbindingen. Zo zal de fietsroute naar Stadshagen (Jac. P. Thijssepad) ervoor zorgen dat ook de bestaande OV-haltes goed te bereiken zijn. Binnen Breecamp-West worden de routes met elkaar verbonden en zijn alle woningen veilig en snel te bereiken per fiets, en ook de voorzieningen die in Breecamp-West komen zullen makkelijk per fiets zijn te bereiken. Alle vrijliggende fietspaden worden uitgevoerd in beton, zijn voldoende breed voor fietsverkeer in twee richtingen en hebben voorrang op de auto. De aansluiting van de fietsroute op de Stuurmansweg in het noorden en de fietsroute naar de Jac. P. Thijsselaan (richting Scholtensteeg en fietstunnel) zullen beiden geschikt zijn als calamiteitenontsluiting en berijdbaar zijn voor nood- en hulpdiensten in geval van een wegafsluiting elders in het gebied. De aansluiting van de buslijn op de Scholtensteeg (ten noorden van voorzieningencluster) is eveneens te gebruiken voor nood- en hulpdiensten.

Daarnaast is het belangrijk om ruimte te reserveren voor een zorgvuldige inpassing van fietsparkeren. In Breecamp-West wordt als volgt met fietsparkeren omgegaan: • Rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen zijn voorzien van een schuur, berging (in de tuin) en/of een tuin waarin fietsparkeren kan plaatsvinden. Het bezoekersparkeren vindt plaats op eigen terrein. • Bij appartementen wordt voorzien in een gemeenschappelijke fietsenberging. Per woning worden, afhankelijk van de woninggrootte, fietsparkeerplaatsen conform de gemeentelijke norm gerealiseerd. Voor appartementen worden 0,75 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers per woning gerealiseerd. Hiervoor zal op maaiveld ruimte ingericht worden. • Per fietsenberging is voldoende infrastructuur opgenomen voor elektrisch laden. • Fietsparkeren bij voorzieningen; op basis van de CROW fietsparkeerkencijfers 2025 is berekend dat voor eerstelijnszorg elf fietsparkeerplaatsen nodig zijn, voor het kinderdagverblijf drie. Voor het wijkgebouw en buurttuin zijn geen kencijfers beschikbaar. Uitgegaan wordt van ca. tien fietsparkeerplaatsen.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

83

84

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

4.3

ei d)

De nieuwe hoofdroutes door het plangebied zijn geschikt voor zowel fietsers als voetgangers. Het hoofdroutenetwerk is zodanig ingericht dat de bestaande bushaltes Hasselterweg / N331 (Regionale verbindingen 71, 74 en 171) en Martinetstraat (Stadslijn 11) goed en veilig bereikbaar zijn. Het huidige beleid is om bestaande busroutes niet te verleggen of te verlengen door het plangebied heen. Toch is dit beide te overwegen: huurders en woningeigenaren zonder eigen auto verdienen immers een alternatief in de nabijheid van hun woning. Om de ambities in te vullen voor het beperken van autoverkeer wordt geadviseerd om een OV-route voor de bus aan te leggen door de nieuwe wijk Breecamp-West. Dus als aanvulling op het bestaande buslijnen-netwerk en om de bereikbaarheid per openbaar vervoer voor de nieuwe bewoners van Breecamp-West te verbeteren, wordt binnen het plangebied een ruimtereservering opgenomen voor een busroute en -halte, en tevens wordt de kruising van de Stadshagenallee met de Scholtensteeg als rotonde ingericht die ruim genoeg is voor de bus. De busroute kan een korte ronde door het gebied maken met één bushalte voor beide rijrichtingen. Nabij de halte komen de nieuwe voorzieningen en een mobiliteitshub. Door de bushalte te combineren met de mobiliteitshub, ontstaat een èchte multimodale hub waar verschillende verkeersstromen bij elkaar komen.

Hier komt dan niet alleen de bushalte, maar zijn ook voldoende fietsparkeerplekken (nabij de hoofdfietsroute), deelauto’s en deelfietsen/-scooters en laadplekken voor elektrische auto’s. De aansluiting van de buslijn op de Scholtensteeg is tevens als calamiteitenontsluiting te gebruiken voor nood- en hulpdiensten.

route openbaar vervoer + OV-halte

in eve cl n . k tu ee ee rm l: h og ie el r O ijk V he -h id alt bu e s

(ru

im te re

se O rve V- ri ro ng ut ) e

O Vha lte

rt vo em o en rzie te ni n ng (h e og n e e n di ch th ap pa

Openbaar vervoer

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

85

4.4

Mobility as a service (MaaS) - deelmobiliteit

Een onderdeel in het S.T.O.M.P.-concept is het introduceren van MaaS (Mobility as a service). Een goed werkend mobiliteitsconcept met MaaS (ofwel deelmobiliteit) zal leiden tot met name minder tweede-autobezit en daarmee tot een lagere parkeernorm. Dit principe bestaat uit het beschikbaar stellen van elektrische deelauto’s en bijvoorbeeld elektrische deelscooters en/of buurtbakfietsen. De richtlijn is dat voor iedere 30 tot 60 woningen één deelauto geïntroduceerd kan worden (bij succesvol gebruik uit te breiden). Vanuit het nieuwe programma voor Breecamp-West zijn zo’n tien deelauto’s bij aanvang realistisch (1 deelauto per 60 woningen). Een richtlijn is dat voor iedere deelauto zo’n vier reguliere parkeerplekken minder gerealiseerd kunnen worden. Er komen twee buurthubs en verspreid over Breecamp-West meerdere parkeerplaatsen voor deelauto’s. Nabij de OV-haltes, bij de voorzieningen en de hoogste woningdichtheid, komen de twee buurthubs met twee deelauto’s per hub. De buurthubs liggen aan de hoofdfietsroute en hebben naast elektrische deelauto’s ook deelfietsen en deelscooters. Deze buurthubs hebben ook (collectieve) parkeervoorzieningen voor bewoners- en bezoekersparkeren. Zo worden verschillende modaliteiten samengebracht ((deel)auto, fiets, scooter, etc.).

De buurthubs worden verder gecombineerd met laadvoorzieningen voor elektrische auto’s, een pakketpunt en voorzieningen voor afvalinzameling.

Bij de voorzieningen en daar waar de woningdichtheid het hoogst is, komen de meeste deelauto’s

voorzieningen

Bij een buurthub komen deelauto’s en laadvoorzieningen voor ovrige auto’s samen, al dan niet met voorzieningen voor afvalinzameling (o.a. papier, glas, PMD, textiel, etc.) en een pakket-punt. 86

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

deelauto deelauto

deelauto

voorzieningen buurthub buurthub

Om het concept van deelmobiliteit succesvol te laten zijn, gelden enkele aspecten rond mobiliteit als voorwaarden bij de introductie. Dit zijn: - Deelmobiliteit dient geïntroduceerd en in werking te zijn bij oplevering van de eerste woning (dus niet pas na enige tijd). - Goede langzaam-verkeersverbindingen (fiets en voetganger) naar de rest van Zwolle, onderwijs- en sportvoorzieningen, het centrum van Stadshagen en Zwolle, bushaltes, treinstation en omgeving. - Goede openbaar-vervoersverbindingen. Het huidige beleid is om de busroutes niet te verleggen of te verlengen door het plangebied heen, maar het verleggen van busroutes en het verplaatsen van bestaande of realiseren van nieuwe bushaltes is te overwegen. - Goede fietsparkeervoorzieningen. Het moet voor korte afstanden makkelijker en sneller zijn om de fiets te nemen dan de auto. Er moeten voldoende en veilige fietsparkeervoorzieningen zijn, op voldoende plekken in de buurt nabij de woningen en de fietsroutes. - Voldoende ruimte en goede aanrijdroutes voor nood- en hulpdiensten. - Voldoende ruimte voor afvalinzameling. Hierbij past een visie op de route voor de afvalinzameling, deze kan niet voor iedere voordeur komen. - Makkelijke toegankelijkheid voor (parkeren) deelauto’s en mindervaliden. Het moet eenvoudiger zijn om een deelauto of een voertuig voor mindervaliden te parkeren dan overige auto’s.

De parkeervoorzieningen hiervoor liggen dichterbij, in het zicht en eenvoudig te bereiken. - Ontmoedigen autoverkeer en (te) snel rijden. Door de inrichting van de openbare ruimte wordt het autoverkeer ontmoedigd. Dit kan door (optisch) smallere rijbanen, bepaalde typen verharding, bochten en knikken in de weg, etc. Deelmobiliteit is in Zwolle nog geen ingeburgerd concept waar nu al veel mensen gebruik van maken. Ook aanbieders van deelmobiliteit zullen potentie moeten zien voor Breecamp-West. Door aan de voorkant hier aandacht aan te geven naast het feit dat vooral bij jongeren het denken over autobezit en -gebruik aan veranderen is, denken we deelmobiliteit op beperkte schaal te kunnen introduceren. Als terugval optie, mocht het onverhoopt niet (voldoende) werken, zijn er in de openbare ruimte reserveringen om meer parkeerplaatsen aan te leggen.

deelauto

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

87

4.5

Auto

Hoewel fiets- en OV-gebruik binnen het S.T.O.M.P.-principe wordt aangemoedigd, zal door de excentrische ligging van de wijk de auto nog een belangrijke rol vervullen in de vervoersbehoefte. Het is daarom zaak om goed naar de plek van de auto te kijken in de planontwikkeling. Immers, in het S.T.O.M.P.-concept speelt de privéauto een ondersteunende, minder dominante rol dan in traditionele mobiliteitsmodellen. De auto is nog steeds een belangrijk onderdeel van het mobiliteitssysteem, maar wordt anders ingezet om duurzaamheid, efficiëntie en leefbaarheid te bevorderen. De nadruk ligt op het verminderen van het gebruik van privéauto’s ten gunste van duurzamere vervoersopties, terwijl de auto nog steeds beschikbaar is voor specifieke situaties waar andere vervoersmiddelen minder geschikt zijn. Hierdoor wordt de auto onderdeel van een breder, geïntegreerd mobiliteitssysteem dat bijdraagt aan een duurzame, leefbare en toekomstbestendige wijk. Het ontwerp voor Breecamp-West is zodanig dat het sneller en makkelijker is om de fiets te pakken om naar sport of winkels te gaan dan de auto. Autogebruik en tweede-autobezit wordt niet onmogelijk gemaakt, alleen ontmoedigd.

De privéauto wordt gezien als een optie voor situaties waarin andere vervoersmiddelen (lopen, fietsen, openbaar vervoer) niet praktisch of mogelijk zijn, bijvoorbeeld voor langere afstanden, reizen naar gebieden met beperkte OV-dekking, of het vervoeren van grote hoeveelheden bagage. Voor mensen met mobiliteitsbeperkingen of specifieke behoeften kan de auto een essentieel vervoermiddel blijven, hoewel deze ook kan worden geïntegreerd in een MaaS-platform voor gemakkelijke toegang.

bestaande wegen buurtontsluitingsweg - type I 5,8m. rijbaan en type II 5,0m. rijbaan woonstraat I - 4,4m. rijbaan - geen parkeren of enkelzijdig langsparkeren woonstraat II - 4,4m. rijbaan + 2x 0,8m. manoeuvreer-strook dubbelzijdig (of enkelzijdig) haaksparkeren woonpad - 3,5m. trottoir 88

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

calamiteitenontsluiting

calamiteitenontsluiting

calamiteitenontsluiting

Het uitgangspunt is dat de verkeersstructuur rond Breecamp-West gehandhaafd blijft in de huidige vorm. Wel is het zo dat aangezien er dicht bij de bestaande spoorwegovergangen in de Stuurmansweg en Scholtensteeg significante ontwikkelingen worden uitgevoerd, ProRail verlangt in de fase van het Omgevingsplan een “Risicoanalyse Overwegen” voor beide locaties. Voor de ontsluitingsstructuur van Breecamp-West geldt dat er slechts één autoverbinding op de N331 / provinciale weg komt, ter hoogte van de Stadshagenallee. Op de kruising Scholtensteeg/Stadshagenallee komt een rotonde, omdat dit de meest verkeersveilige oplossing is en omdat deze de (verwachte) verkeersstromen het best kan verwerken. Tevens is deze rotonde geschikt voor OV-bussen, ook als keermogelijkheid. De gebiedsontsluitingswegen vanaf deze rotonde worden als 50km/u-weg ingericht, de rest van Breecamp-West wordt ingericht als 30km/u-gebied.

type II

type I

buurtontsluitingsweg type I (5,8m. rijbaan) en type II (5,0m. rijbaan)

woonstraat I - 4,4m. rijbaan geen parkeren of enkelzijdig langsparkeren

woonstraat II - 4,4m. rijbaan + 2x 0,8m. manoeuvreer-strook dubbelzijdig (of enkelzijdig) haaksparkeren

breed trottoir (woonpad) - 3,5m. trottoir

Er komt geen doorgaande wegenstructuur in het plangebied en er komt geen aansluiting op de Stuurmansweg zodanig dat er sluipverkeer door Breecamp-West mogelijk is. Het is dus niet mogelijk om via Breecamp-West van de N331 naar de Stuurmansweg (v.v.) te rijden. Op deze manier wordt sluipverkeer door Breecamp-West voorkomen. De structuur van de woonstraten wordt zo ontworpen dat het verkeer zoveel mogelijk ‘verdeeld’ wordt. Het woongebied wordt ingericht als ‘erftoegangsweg’ (30km/u) of in geval van doodlopende woonstraten eventueel als erf. In geval van calamiteiten en bij (gedeeltelijke) versperring van andere wegen in het gebied, is er een aantal calamiteitenontsluitingen. De aansluiting van de fietsroute op de Stuurmansweg in het noorden en de fietsroute naar de Jac. P. Thijsselaan (richting Scholtensteeg en fietstunnel) zullen beiden geschikt zijn als calamiteitenontsluiting en berijdbaar zijn voor nood- en hulpdiensten in geval van een wegafsluiting elders in het gebied. De aansluiting van de buslijn op de Scholtensteeg (ten noorden van voorzieningencluster) is eveneens te gebruiken voor nood- en hulpdiensten. Binnen het plangebied wordt de autostructuur zo aangelegd dat woningen indirect bereikbaar zijn via woonpaden of doodlopende wegen, terwijl voetgangers en fietsers snelle en directe routes hebben midden door het gebied.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

89

4.6

Principe-inrichting

Het uitgangspunt is om verharding te maken waar het moet, en groen waar het kan. Om deze reden worden de woonstraten ingericht met een smalle rijloper. Het beperken van verharding draagt bij aan de (duurzame) doelstellingen voor Breecamp-West: - Minder ruimte voor de auto, omdat voetgangers en fietsers de prioriteit hebben in Breecamp-West. - Minder verharding en meer groen betekent minder hittestress en meer klimaatadaptatie. - Verkeersveiligheid: een smalle rijloper beperkt de verkeerssnelheid. - Voorkomen van fout parkeren (in de berm aan de straat) omdat het profiel daar te smal voor is.

De rijlopers bestaan uit een klinkerstrook van 4,40 meter breed, met aan weerszijden een brede band van 0,20 meter die op hetzelfde niveau ligt als de klinkerstrook. Daarmee wordt de totale breedte 4,80 meter, maar door de brede banden aan weerszijden is deze visueel smaller. Waar de rijloper aan het groen ligt, komt er ook een rabatstrook (verstevigde berm) ten behoeve van passerend verkeer. Als er haaks parkeren wordt toegepast, wordt een manoeuvreer-strook geïntroduceerd die veilig in- en uitrijden van de parkeervakken mogelijk maakt. Bij enkelzijdig haaks parkeren is deze breder dan bij dubbelzijdig haaks parkeren, in welk geval aan beide zijden van de rijloper een manoeuvreer-strook komt. Maatvoering is opgenomen in onderstaand schema.

woonstraat I - 4,4m. rijbaan geen parkeren of enkelzijdig langsparkeren

woonstraat II - 4,4m. rijbaan + 2x 0,8m. manoeuvreer-strook dubbelzijdig (of enkelzijdig) haaksparkeren manoeuvreerstrook

manoeuvreerstrook

manoeuvreerstrook

Om te bepalen of deze principeinrichting goed werkt na aanleg en bewoning, in overeenstemming met de doelstellingen uit dit ROP, wordt deze na ingebruikname van de eerste fase geëvalueerd. Eventueel kan de inrichting van de openbare ruimte voor de opvolgende fasen bijgesteld worden. 90

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

rabatstrook

1.80

riool

4.40

2.30 0.10

2,5%

0.20

nutstracé

rabatstrook - verstevigde berm t.b.v. passerend verkeer

2,5%

nutstracé

0.10

0,5 0,3

MV=VP-0,30m.

7.40 0.20

1.80 0.10

0.10

18.50

principeprofiel aanleg openbare ruimte, incl. hoogtematen en afschotpercentages

Het ideale afschot voor een weg om een goede afwatering te waarborgen ligt meestal tussen de 2% en 3%. Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

91

4.7

Woonstraat

Materialisering

Klinker dikformaat, keperverband

Loopstroken (trottoirs) en Woonpad Klinker dikformaat, halfsteensverband

92

Parkeervakken

Aquabricks, 40% open, blokverband

Vrijliggend fietspad

Beton, geveegd

Halfverharde (informele) paden

Schots graniet

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

4.7

Materialisering

Woonstraat

Loopstroken (trottoirs) en Woonpad

Opsluitbanden

Klinker dikformaat (beton/gebakken) Agata grijs (of vergelijkbaar), keperverband

Klinker dikformaat (beton/gebakken) Agata grijs (of vergelijkbaar), halfsteensverband

Opsluitband 10x35x100 cm, beton standaard lichtgrijs

Parkeervakken

Vrijliggend fietspad

Halfverharde (informele) paden

Aquabricks 10x30x8cm, 40% open (beton, grijs) (of vergelijkbaar), blokverband

Beton, geveegd

Schots graniet

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

93

94

1

2

3

4

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

3 4

1 2

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

95

4.8

Parkeren

Voor parkeren geldt dat voldaan moet worden aan de gemeentelijke parkeernorm, waarbij - vanwege de toepassing van deelmobiliteit - wordt uitgegaan van een gereduceerde parkeernorm. Parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk uit het zicht gerealiseerd. Parkeren bij appartementengebouwen kan op maaiveld rondom appartementengebouwen, met zorgvuldige aandacht voor een goede ruimtelijke inpassing. Vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen parkeren op eigen terrein, en de overige woningen en bezoekers parkeren in parkeerkoffers tussen de woningen en in beperkte mate aan de straat. Dit draagt bij aan een groen, landschappelijk karakter van de woonstraten; zodat nergens het blik op straat domineert. Parkeerplaatsen worden zoveel als mogelijk gerealiseerd in half(open) verharding. Bij de voorzieningen kan gerekend worden met dubbelgebruik van het parkeren. Dubbelgebruik dient berekend te worden met aanwezigheidspercentages. Omdat S.T.O.M.P. het leidend ontwerpprincipe is, moet de fiets als eerste in beeld zijn bij het verlaten van de woning. Om bij de auto te komen moet men moeite doen. Er dient dus voldoende ruimte voor fietsparkeren te worden gemaakt. Deze ruimte wordt dicht bij de woningen gerealiseerd, op eigen terrein (grondgebonden woningen) en/of op sociaal veilige wijze in het openbaar gebied op maaiveld.

Ook bestaat de mogelijkheid om bij bijvoorbeeld appartementengebouwen een gebouwgebonden centrale fietsenstalling toe te passen. Bergingen/garages moeten te allen tijde goed toegankelijk zijn om deze met de fiets te verlaten, of te bereiken.

Parkeren t.b.v. woningen parkeren aan de straat

178 parkeerplaatsen

parkeren parkeerkoffers

522 parkeerplaatsen

privé

openbaar

700 parkeerplaatsen

96

Overig parkeren parkeren voorzieningen

40 parkeerplaatsen (n.t.b.)

parkeren deelauto’s

10 parkeerplaatsen

parkeren eigen terrein

110 parkeerplaatsen

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

zoeklocaties laadpalen

4.9

Laadpalen elektrische auto’s

Er komen voldoende laadpalen in het openbaar gebied voor elektrische auto’s. Binnen 100 tot 150 meter van iedere woning dient een laadpaal aanwezig te zijn. Deze worden vooral gerealiseerd bij de parkeerkoffers (tussen de woningen). Waar er vooral wordt geparkeerd op eigen terrein (bij twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen) is het uitgangspunt dat laadvoorzieningen op eigen terrein komen, en zullen daar dus minder laadpalen in het openbaar gebied zijn. Bij een toenemende vraag naar laadpalen kunnen deze voorzieningen worden uitgebreid.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

97

ing ter We uiden de O u enem /G dijk zee per am rK naa

Landbouw- en transportverkeer

N

Rond Breecamp-West blijft de Scholtensteeg een belangrijke verbinding voor landbouwverkeer en transportverkeer vanuit Mastenbroek naar de N331 Hasselterweg.

g we

ans urm

Stu

r naa

s

Bis

ete sw p cho

se

IJs

N331 Hasselterweg

ksp e o ek /Ko g rin

n ide u lm

Scholtensteeg

er old

N331 naar Zwolle/A28

98

lt

e ass H r naa 331

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

k roe enb ast rM naa d zee per am &K

Recreatieverkeer fiets Milligerplas

ijk

g we

ans urm

elaan hijss T . P ac.

Stu

J

De Stuurmansweg wordt druk bereden met landbouwverkeer en transportverkeer. Ook aanwonenden en bewoners uit de omgeving maken gebruik van de Stuurmansweg. Vanwege het smalle profiel van deze weg, is deze relatief onveilig voor fietsverkeer. Om die reden worden de hoofdroutes voor het (recreatief) fietsverkeer geleid via de hoofdfietsroutes binnen Breecamp-West. Met name het (verlengde) Jac. P. Thijssepad (Jac. P. Thijsselaan) wordt zo onderdeel van het recreatieve hoofdfietsroutenetwerk.

pen

nt r ce naa

am rK

naa

rum olle Zw

n age dsh Sta

en

rum

n age dsh Sta

nt r ce naa en olle Zw

naar de IJssel

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

99

100

Zw o l l e B re e c a m p -We s t R u i mt e l i j k O nt w i k ke l p l a n

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=991045f0-b8a8-421f-bb98-0c2b5ef2c61d