1. Ruimtelijk Ontwikkelingsplan (ROP) Nieuwe Veemarkt
Tekst van het document
Natuurvriendelijke kade
Aan de zuidelijke kant van de centrale watergang wordt een natuurvriendelijke kademuur gerealiseerd. Door een aparte ‘voorzetmuur’ toe te passen ontstaan er mogelijkheden voor bijzondere begroeiing op en tussen de stenen. Dit zijn mossen, muurplanten of varensoorten zoals muurvaren, steenbreekvaren en tongvaren. Daarnaast vormt een begroeide kademuur leefgebied voor verschillende ongewervelde diersoorten. De kademuur zal daarnaast worden voorzien van voorzieningen voor dieren om in- en uit het water te komen. Ook wordt onderzocht of er schuilplaatsen voor vissen en watervogels kunnen worden gemaakt.
Natuurinclusieve bebouwing
Te verwijderen boom
Te handhaven boom
Nieuw te planten boom
Bosperceel
De Nieuwe veemarkt bestaat vooral uit een stenig milieu en is sterk beïnvloed door menselijk ingrijpen. Desondanks biedt een stenig milieu, mogelijkheden voor gebouwbewonende dieren vanwege openingen, kieren en spleten. Bij de herinrichting zetten we in op natuurinclusief bouwen. We sluiten daarbij aan op de methodiek die gemeentebreed ontwikkeld wordt, waarbij voor natuurinclusieve maatregelen punten gehaald moeten worden. De verdere uitwerking vindt plaats bij het opstellen van de kavelpaspoorten. Van belang is vooral dat de maatregelen in en aan de bebouwing aansluiten bij de inrichting van de buitenruimte, om zo te voorzien in voldoende voedsel, veiligheid, mogelijkheid tot verplaatsing, voortplanting en variatie
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
33
hplan
Bomen
Het uitgangspunt is om zoveel mogelijk bestaande bomen te handhaven. Er bevindt zich nu een rij bomen langs de Rieteweg, bij de Elbertsschool en op het talud langs de A28. Dit zijn over het algemeen allemaal bomen die in goede conditie verkeren. Deze blijven bestaan (zie profiel Rieteweg). Er zal een beperkt aantal bomen op het IJsselhallenterrein moeten verdwijnen vanwege de bouwblokken en het ophogen van het terrein om bebouwing mogelijk te maken. Waar mogelijk worden bomen verplaatst. Naast de bestaande bomen komen er ook veel nieuwe bomen. Samen geven ze de buurt een groene aanblik, met voldoende schaduw. Dit draagt bij aan het tegengaan van hittestress. In het straatbeeld is altijd een boom in het zicht. Voor goede groeiomstandigheden worden bomen op lichte standplaatsen geplaatst. In het ontwerp is het gemeentelijk Handboek Bomen als leidraad gebruikt.
Beplanting
Bij de beplantingskeuze is het van belang om te kiezen voor de juiste plant op de juiste plaats en/of te zorgen voor de juiste groeiplaats voor de gewenste plant. Door bij het toepassen van beplanting vooraf de juiste voorbereidingen te treffen vergroot de kans dat de bomen en de beplanting tot een gezonde wasdom komen en het juiste eindbeeld kan worden gerealiseerd. In het nog op te stellen inrichtingsplan worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd: •
•
•
34
Natuurlijke gradiënten gebruiken met een diversiteit aan biotopen. Bij nieuw aan te leggen groen kunnen gradiënten gecreëerd worden door bodemsamenstelling, reliëf en/of oriëntatie. Voor bestaande beplanting is de minimale maat huidige kroon +1m vrijhouden van ontwikkelingen. Waarbij ook rekening wordt gehouden met groei van de beplanting en het ruimtebeslag boven – en ondergronds. Boomassortiment, inrichting en beheer richten op de landschappelijke positie/ omgeving van de locatie en benutten
Extensief onderhouden gras
Wadi
Intensief onderhouden gras
Heesters
Bloemenmengsel
Groene kademuur
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
*
*
Groenblauw raamwerk. Beelden: Nanda Sluijsmans, behalve * Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
35
hplan
• •
natuurlijke potenties. Bij de keuze voor beplanting is het principe ‘inheems waar het kan’. Bij de keuze voor beplanting wordt aangesloten op de behoeften van de soorten waarvoor ook maatregelen worden voorgeschreven voor natuurinclusief bouwen.
Natuurtoets
Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen in het kader van de wet natuurbescherming is zoals gebruikelijk in deze fase een Quickscan Ecologie opgesteld. Het plangebied ligt op ruime afstand (circa 2,5 kilometer) van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gezien de tussenliggende afstand zijn als gevolg van het voorgenomen plan geen (significante) negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland te verwachten. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen eveneens op circa 2,5 kilometer van het plangebied. Afgezien van stikstofdepositie zijn negatieve effecten over deze afstand op voorhand uitgesloten. Stikstofdepositie wordt apart behandeld in paragraaf 6.6.
36
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
visie
hplan
4.4 Spelen, bewegen en ontmoeten Beweegvriendelijke wijk In Kamperpoort wonen veel een- en tweepersoonshuishoudens en ten opzichte van het Zwols gemiddelde relatief weinig gezinnen met kinderen. De leeftijdsgroep tussen de 24 en 39 jaar is relatief groot. De ontwikkeling van de Nieuwe Veemarkt voegt met name appartementen toe. De verwachting is dus dat ook in de nieuwe wijk veel een- en tweepersoonshuishoudens komen wonen. Een deel van de grondgebonden woningen zal door gezinnen bewoond gaan worden. Voor kinderen worden speelplekken gemaakt, maar voor de overige bewoners van de wijk willen we ook specifieke mogelijkheden maken voor sporten, bewegen en ontmoeting. Dit doen we door: • Het maken van goede verbindingen tussen plekken. Door het goed verbinden van de bestaande wijk met de nieuwe wijk, krijgen bewoners meer kansen om ommetjes te maken, te bewegen en elkaar te ontmoeten. • Een inrichting van het park die geschikt is voor verschillende leeftijden. Het nieuwe park en het groen rondom de Elbertschool zijn belangrijk voor spelen en bewegen. Op deze plekken moet ook aandacht zijn voor sport- en beweegmogelijkheden voor adolescenten en volwassenen. • Inrichting van plekken in de openbare ruimte samen met bewoners.
Om het gebruik van deze plekken zo groot mogelijk te maken, zullen we de definitieve inrichting samen met bewoners van de bestaande wijk én de nieuwe bewoners vormgeven. • Het programmeren van de buitenruimte gericht op sport en spel. In de vervolgfase willen we kijken of er activiteiten rondom spelen en bewegen kunnen worden georganiseerd, zoveel mogelijk vanuit bestaande netwerken in de wijk. Speelplek voor kinderen 0-6 jaar
Ligweide
Speelplek voor kinderen 0-12 jaar
Hondenspeelveld
Speelveld voor kinderen 12+
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
37
hplan
Speelplekken
Binnen de Nieuwe Veemarkt wordt er rekening gehouden met genoeg speelvoorzieningen voor kinderen in alle leeftijden. De spreiding van speelvoorzieningen wordt gecategoriseerd in de volgende leeftijden: • 0-6 jaar • 0-12 jaar • 12+ Voor de eerste leeftijdscategorie zullen de speelplekken voornamelijk bij de woningblokken gesitueerd worden (maximaal 100 meter van de woningen), vooral op plekken met woningen waar gezinnen in komen wonen. In het centrale deel komt programma voor de oudere leeftijden. Hier houden we ook rekening mee met het idee dat er een school gevestigd kan worden. Hierdoor stimuleren we eventueel dubbelgebruik. Uitgangspunt is dat er natuurlijke speelplekken worden gerealiseerd. Ook maken we de speelplekken breed toegankelijk zodat alle kinderen mee kunnen doen.
Hondenuitlaatplaats
Ter hoogte van het talud parallel aan de A28 richten we een hondenspeelveld in. In dit deel mogen de honden los. Door dit gebied via een bruggetje te koppelen aan de route langs de Kamperpoortse Wetering ontstaat er een mooie routing. Deze sluit aan op de route langs de A28 bij de Meeuwenlaan. Aandachtspunt hierbij is de ecologische waarde die het talud heeft. Hier moet een goede zonering en afscherming ervoor zorgen dat honden niet het talud van de A28 kunnen betreden, zodat daar andere dieren ongestoord kunnen leven.
Ontmoeten
Het groen biedt ook een ontmoetingsplek voor de buurt. Spelen en sporten is voor sommigen een aanleiding om elkaar op te zoeken. Het park biedt daarvoor de mogelijkheden. Maar ook voor samen wandelen, zitten en praten. Bij de uitwerking kan onderzocht worden of in het park of rondom de Elbertsschool een collectieve tuin gemaakt kan worden, waar bloemen, groenten en fruit kan worden verbouwd. Dit is een van de suggesties vanuit de buurt. Vaak is samen tuinieren een uitstekende manier om met elkaar in contact te komen. Langs het water (in het park) maken we een flauw talud met ligweide zodat het hier tijdens warme dagen goed toeven is (met zon én schaduw). In het park kunnen ook voorzieningen komen die aansluiten op de Bogenhal, afhankelijk van welke functies in het gebouw komen. Terrasruimte voor de horeca die mogelijk in de kop van de bogenhal aan het park komt, is beperkt tot de ruimte onder de ‘veranda’. Op deze manier blijft er in het park zelf ruimte voor spelen, bewegen en ontspannen in het groen.
38
Ruimte voor natuurlijk spelen. Beeld: Nanda Sluijsmans
Natuurlijke oever. Beeld: Doesjka Majdandzic
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Beeld vanaf de oever van de wetering richting park en bogenhal. Beeld: Doesjka Majdandzic
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
39
hplan
INTERMEZZO: Spelen voor iedereen Mensen met een beperking, vrouwen en mensen met een laag inkomen en/of laag opleidingsniveau spelen en bewegen (veel) minder. Hoe kan de buitenruimte zo ingericht worden dat zij aantrekkelijker wordt voor deze doelgroepen?
Spelen voor iedereen
De gemeente Zwolle zet al enige tijd in op het toegankelijk maken van haar speelplekken voor kinderen met een beperking. In de Nieuwe Veemarkt zetten we dit beleid voort.
Sporten in de buitenruimte als alternatief voor de sportclub Uit onderzoek blijkt dat jeugd uit gezinnen met een laag gezinsinkomen minder sporten en bewegen: gemiddeld sporten zij 2,6 uur minder per week dan kinderen met een hoog gezinsinkomen. Het faciliteren van urban sports kan een geschikt middel zijn om sportparticipatie onder jongeren te verhogen. Door toegankelijke voorzieningen als skateparken, calisthenicsfaciliteiten en urban playgrounds te bouwen ‘voor sport moeilijk te bereiken jeugd’ in beweging te brengen en te houden. Hiermee worden jongeren bedoeld die zich niet (meer) willen of kunnen binden aan een vereniging en achterblijven in sportdeelnamecijfers.
Sporten en spelen voor meiden
Voor jongeren is de openbare ruimte vooral een sociale ontmoetingsplaats. Ze willen elkaar zien, gezien worden en elkaar ontmoeten. Sport- en
40
speelmogelijkheden in het zicht van huizen of plekken waar veel mensen komen zijn daarom favoriet. Uit studies blijkt dat het aantal meisjes van 9-13 jaar in openbare parken significant kleiner is in vergelijking met jongens. Ook meiden (14 – 18 jaar) zijn minder aanwezig in bijvoorbeeld parken dan jongens van dezelfde leeftijd. De reden voor de terughoudendheid van meisjes in de toeeigening van openbare ruimte ligt in een complex samenspel van ruimtelijk en sociale factoren. Er is een flink verschil in de manier waarop meiden en jongens gebruik maken van de buitenruimte Zo speelt voor meiden het gevoel controle te hebben over de sociale interacties een belangrijke rol. Zij worden bijvoorbeeld minder actief wanneer er meer jongens aanwezig zijn. Tegelijkertijd neemt het sportgedrag van meiden sterk af tijdens hun tienerjaren. Het probleem manifesteert zich met name wanneer er een gebrek aan ruimte om te spelen en te bewegen is en er daardoor een sterk verdringingsmechanisme optreedt tussen de verschillende gebruikersgroepen. In een zich verdichtende stad kan dit onbedoeld zorgen voor de afwezigheid van meisjes en meiden in de openbare parken en speel- en sportplekken. Dit heeft belangrijke implicaties voor hoe actief meisjes zijn en (daardoor) voor hun gezondheid op latere leeftijd. Ook bepaalt het hoe ze zichzelf zien als mensen die (niet) thuishoren in de openbare ruimte.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
beeld: https://www.makespaceforgirls.co.uk/ case-studies/stockholm
Frizon park. Beeld: Frederik
k Larsson
hplan
Het is daarom extra belangrijk dat we de buitenruimte zo inrichten dat deze aantrekkelijk blijft voor meiden om te gebruiken. Parken, speeltoestellen en openbare ruimtes voor oudere kinderen en tieners worden momenteel ontworpen voor de “standaard man”. Het aanbod bestaat bijna volledig uit skateparken, BMX-tracks, voetbalvelden en basketbalvelden, die bijna volledig door jongens worden gebruikt. De eerste stap is om een plek te creëren waar meiden zich sociaal veilig voelen en die aansluit bij hun wensen en behoeften. Stap twee is om op verschillende plekken ook aanbod te organiseren voor deze doelgroep. Uit een onderzoek naar een Krajicek Playground in Ede blijkt dat meiden, wanneer er specifiek activiteitenaanbod voor hen wordt georganiseerd, in de dagen daarna ook meer gebruik maken van de speelplek. Ook op Urban Dance Grounds worden activiteiten als danslessen georganiseerd om meiden bij de plek te betrekken.
Een mooi voorbeeld is de Urban Dance Ground in Utrecht en Amsterdam. Deze dansvloer in de openbare ruimte heeft een DJ-post waarmee je muziek kunt afspelen als je aan een wiel draait. Dit wiel wekt energie op en wanneer je een telefoon op de post legt, kun je muziek afspelen. Zo kunnen op de Dance Ground breakdancemoves getraind worden of dansjes, die dan weer via TikTok of Instagram gedeeld kunnen worden. De Urban Dance Ground richt zich daarmee specifiek op tienermeiden. Beeld: https://Nijha.nl
In verschillende Europese landen is onderzocht op welke manieren parken en pleinen veel aantrekkelijker gemaakt kunnen worden voor meisjes, zonder hoge kosten. De interventies omvatten: • betere verlichting; • bredere ingangen naar speelplaatsen; • kleinere, onderverdeelde sportterreinen, of het toevoegen van een tweede meer open plek; • zithoeken die in groepen in plaats van lijnen zijn opgesteld; • cirkelvormige paden rond de omtrek van het park; • meer schommels; • goede kwaliteit toiletten. Bronnen: kennisbanksportenbewegen.nl/?file=10995&m=1666349909&action=file. download; Case Studies - Make Space for Girls; planung.rtf (wien.gv.at) Parks - ways to implement gender mainstreaming (wien.gv.at); https://urbact.eu/ knowledge-hub/gender-equal-cities/public-spaces-foster-gender
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
41
hplan
4.5 Mobiliteit STOMP
In de Omgevingsvisie hebben we opgenomen dat we bij alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving de ladder duurzame mobiliteit als uitgangspunt hanteren om de juiste keuzes op het gebied van mobiliteit te maken. We beginnen daarbij altijd met de ruimtelijke ordening als middel om ervoor te zorgen dat er bij een nieuwe gebiedsontwikkeling gestreefd wordt naar zo weinig mogelijke groei van het autobezit en -gebruik. Hierbij is de STOMPmethode leidend bij onze ontwerp en inrichtingsopgaven van de buitenruimte. • • • • •
Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar Vervoer, Mobility as a Service (MaaS) en Privé-vervoer.
Voetgangers- en fietsnetwerken
In de Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt zijn de concepten voor de verkeersstructuren voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer en auto’s al opgenomen. In dit ROP zijn deze structuren verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Voor voetgangers wordt een fijnmazig netwerk gerealiseerd. Het bestaande (asfalt)profiel van de Rieteweg wordt versmald. Hierdoor ontstaat niet alleen meer ruimte voor groen, maar dit biedt ook de mogelijkheid om aan de (bebouwde) noordzijde van de Rieteweg een breed trottoir te realiseren.
Gebiedsontsluitingsweg (50km/uur) Erftoegangsweg (30km/uur)
De laanstructuur met bestaande bomen, aangevuld met nieuwe bomen langs de Rieteweg zorgt ervoor dat voetgangers en fietsers gescheiden worden van het overige (gemotoriseerde) verkeer. Daarnaast zorgen de bomen in de zomer voor schaduw en natuurlijke verkoeling en in natte perioden voor beschutting tegen regen. De nieuwe gebouwen langs de Rieteweg zorgen daarnaast voor ‘ogen op de weg’, waarmee de route ook sociaal veiliger wordt.
42
In- en uitrit HUB / toegangsweg parkeren (30km/uur) Voetpad toegankelijk voor hulpdiensten / verhuizing (incidenteel) Fietsers Voetganger Expeditiestraat (afgesloten)
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Het voetpad biedt niet alleen toegang tot de te realiseren woningen, maar vormt ook een belangrijke voetgangersverbinding tussen het station en de beoogde evenementenlocatie. Naast de route via de Rieteweg kunnen voetgangers en fietsers van of naar de eventlocatie ook van de Veemarkt gebruik maken. Via de Meeuwenlaan, de Burgemeester Vos de Waelstraat, of de Emmastraat kunnen voetgangers en fietsers vervolgens richting de historische binnenstad, het station of de Spoorzone gaan. De bestaande onderdoorgang onder de A28 (in het verlengde van de Veemarkt) is in de toekomst alleen nog te gebruiken door voetgangers en fietsers. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor deze verkeersdeelnemers en biedt tevens de mogelijkheid om de Veemarkt anders in te richten. Vanuit het STOMP-principe geven we hier prioriteit aan voetgangers en fietsers, bijvoorbeeld in de vorm van een fietsstraat. Autoverkeer richting de woningen en voorzieningen langs de Veemarkt blijft uiteraard nog mogelijk maar ze zijn hier niet langer de dominante verkeersdeelnemers. De twee hoofdroutes via de Rieteweg en de Veemarkt worden aangevuld met een recreatieve wandelroutes door de centrale groenblauwe structuur van de Nieuwe Veemarkt. Deze route, in het verlengde van de Emmastraat verbindt de hoofdgroenstructuur aan de zuidzijde van de A28, langs de bogenhal en via de Kamperpoortse Wetering met de Rieteweg.
Zwolle is een echte (wereld)fietsstad. Door de compactheid van de stad liggen veel voorzieningen en bestemmingen op fietsafstand. Zowel de historische binnenstad als het station zijn in circa 5-10 minuten fietsen te bereiken. Het fijnmazige en kwalitatief hoogwaardige fietsnetwerk maakt dat de fiets, zeker binnenstedelijk, een volwaardig alternatief is voor de auto. Een van de opgaven bij de ontwikkeling van de Nieuwe Veemarkt is goed ontsluiten van dit gebied voor de fiets. Daarbij wordt ook meteen Kamperpoort beter en fijnmaziger aangesloten op het bestaande fietsnetwerk. Hiertoe gaan we, aanvullend op de
Veemarkt, een aantal fietsverbindingen door de Nieuwe Veemarkt realiseren die dwars op de bestaande fietsstructuur langs de Rieteweg en de Katerdijk staan. Dit is een van de manieren om het voor de toekomstige bewoners van de Nieuwe Veemarkt nog aantrekkelijker te maken om voor de fiets te kiezen in plaats van de auto. Alleen een aantrekkelijk en fijnmazig fietsnetwerk is niet voldoende om mensen te verleiden om de fiets te pakken in plaats van de auto. Hoogwaardige fietsparkeervoorzieningen zijn hier ook een belangrijke schakel in. In de Nieuwe Veemarkt gaan we voldoende, aantrekkelijke en goed bereikbare fietsvoorzieningen realiseren in de plinten (op de begane grond) van de gebouwen.
Openbaar Vervoer
De Nieuwe Veemarkt ligt op circa 5-10 minuten fietsen van het station van Zwolle met directe verbindingen in alle richtingen. In ongeveer een uur ben je met de trein in Utrecht, Groningen of Arnhem. Daarnaast is de bushalte Centrum op iets meer dan 5 minuten lopen van het gebied. Vanaf deze locatie vertrekken vele (hoogwaardige) busverbindingen richting de diverse wijken en werklocaties in Zwolle en de regio. In 2024 gaat er ook weer een busverbinding over de Rieteweg rijden inclusief een halte ter hoogte van het viaduct met de A28, bij de nieuwe mobiliteitshub die daar komt. Hiermee krijgt de Nieuwe Veemarkt een directe openbaar vervoer verbinding met onder andere het station en de wijk Stadshagen.
Deelmobiliteit en Mobility as a Service
Deelmobiliteit biedt toekomstige bewoners of bezoekers van de Nieuwe Veemarkt of omliggende buurten de mogelijkheid om te voorzien in hun mobiliteits- of verplaatsingsbehoefte op basis van gebruik, in plaats van bezit. Op dit moment zijn al diverse aanbieders van deelmobiliteit actief in Zwolle en dus ook voor de toekomstige bewoners van de Nieuwe Veemarkt. In de mobiliteitshub komen mogelijkheden om deelmobiliteit aan te bieden.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
43
hplan
Privévervoer
De Nieuwe Veemarkt blijft uiteraard ook bereikbaar voor de (privé) auto. Deze krijgt geen prominente plek in de buitenruimte, maar in de mobiliteitshubs aan de randen van het gebied. In de Nieuwe Veemarkt wordt niet op straat geparkeerd. Uitzondering hierop vormen invalidenparkeerplaatsen op plekken waar de hubs te ver weg liggen. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor water, groen en leefruimte.
Parkeren en mobiliteitshubs
Mobihubs zijn voorzieningen, waar sociale netwerken, mobiliteitsnetwerken en energienetwerken samen komen. Met het faciliteren van het auto- en fietsparkeren in hubs in plaats van op straat ontstaat er in het openbaar gebied meer ruimte voor groen, water, spelen en ontmoeten. Waardoor deze bijdragen aan het bouwen aan een leefbare, toegankelijke en klimaatadaptieve stad. Mobihubs In voorliggend ROP is het uitgangspunt dat er twee mobiliteitshubs worden gerealiseerd. Eén in het oosten van het plangebied, aan de zijde van de binnenstad van circa 225 parkeerplaatsen en één in het westen, langs de A28 van circa 300 parkeerplaatsen. Aanvullend op deze twee mobihubs wordt de resterende parkeervraag opgelost met openbaar toegankelijke parkeerdeks in de diverse bouwblokken. Dit betekent ook dat ontwikkelaars bij het ontwerpen en ontwikkelen van de gebouwen rekening moeten houden met de bouwnormen en -regels voor wat betreft de parkeervoorzieningen. Het aantal parkeerplaatsen dat per bouwblok gerealiseerd kan worden is van een aantal factoren afhankelijk waaronder het woningtype en de aanwezigheid van andere voorzieningen. In de praktijk betekent dit dat per bouwblok voor een groot deel in de ‘eigen’ parkeerbehoefte kan worden voorzien, maar dat ook een deel van het parkeren per blok in de hubs kan worden gerealiseerd.
Uitgangspunt bij het parkeren is dat alle parkeervoorzieningen openbaar toegankelijk zijn (zie ook stap 5 Bepalen Parkeerbehoefte). Dit betekent in de basis dat zowel bewoners als bezoekers hier
44
gebruik van kunnen maken. De hubs zijn publieke voorzieningen en komen in eigendom en beheer van de gemeente. De parkeerdeks zijn ook openbaar toegankelijk en komen in publiek eigendom. In het streven van de Europese Unie om in 2050 klimaatneutraal te zijn is een van de maatregelen dat er vanaf 2035 geen nieuwe benzine- en dieselauto’s meer mogen worden verkocht. De ambitie van Nederland ligt op dit moment zelfs nog iets hoger. Zij wil zelfs dat er in 2030 geen fossiele brandstofauto’s meer mogen worden verkocht. In de afgelopen jaren is de verkoop van elektrische auto’s sterk toegenomen en daarmee neemt ook de vraag naar voldoende laadinfrastructuur toe. Eind 2022 was circa 20% van het aantal verkochte auto’s deels, of volledig elektrisch. De verwachting is dat dit aandeel met het oog op de ambities de komende jaren significant gaat toenemen, waarbij een toename van circa 10% per jaar realistisch is. Met het oog op de toekomst is het uitgangspunt op dit moment dat 50% van de parkeerplaatsen bij oplevering voorzien moet zijn van laadinfrastructuur. De overige 50% moet hierop voorbereid zijn, zowel qua (stroom)capaciteit als aanwezige (loze) leidingen et cetera, zodat ook bij een eventuele grotere vraag aan laadinfrastructuur in de hubs of parkeerdeks de infrastructuur eenvoudig kan worden uitgebreid.
Faciliteren parkeerbehoefte Dit plan draagt ook bij aan ambities van de omliggende wijken of een autoluwe binnenstad. Dit vertaalt zich in een aanvullende parkeeropgave voor de Nieuwe Veemarkt. In het ROP is onderstaande volgordelijkheid voor de parkeeropgave leidend: • We zorgen voor voldoende parkeergelegenheid voor de ontwikkeling van de Nieuwe Veemarkt (wonen en niet-wonen programma). • We bieden in de parkeeropgave ruimte voor de parkeerbehoefte van ontwikkelingen rondom het plangebied, bijvoorbeeld de wand langs de straat Veemarkt. • In de oostelijke mobihub, aan de zijde van de binnenstad, wordt conform de uitgangspunten uit de Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt een deel van het parkeren van het Emmadek
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Kaart Verkeersstructuur fietsers en voetgangers
Hoofdfietsverbinding Secundaire fietsverbinding Informele fietsroute Voetpad
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
45
hplan
gecompenseerd. We compenseren deels het bezoekersparkeerplaatsen dat in de binnenstad (Stadshart) verdwijnt als gevolg van ambities om het Stadshart te vergroenen en te verduurzamen. Langs de bestaande straat Veemarkt heeft een aantal partijen het initiatief genomen voor de herontwikkeling van bestaande locaties. Uitgangspunt bij dergelijke ontwikkelingen is altijd dat initiatiefnemers het parkeren op eigen terrein moeten oplossen. Met de gebiedsontwikkeling in de Nieuwe Veemarkt bestaat de mogelijkheid om de parkeeropgave centraal in het gebied op te lossen in de mobihubs. Dit voorkomt een versnippering van parkeervoorzieningen. •
Parkeernorm Eind 2016 heeft de gemeente Zwolle de Regeling Parkeernormen vastgesteld, inclusief een protocol parkeernormen. Deze regeling en het protocol worden als vertrekpunt gehanteerd bij het bepalen van de parkeerbehoefte voor de ontwikkeling van de Nieuwe Veemarkt. Hierbij wordt opgemerkt dat op dit moment wordt gewerkt aan een nieuwe Parkeerstrategie en in het verlengde daarvan een nieuwe regeling voor parkeernormen. Deze nieuwe regeling wordt opgesteld in de geest van de Omgevings- en Mobiliteitsvisie met het STOMPprincipe als uitgangspunt. Hierbij doorlopen we de volgende 5 stappen: 1. De toekomstige situatie als basis voor locatie en stedelijkheidsgraad 2. Onderbouwd afwijken van normen op basis van lokale situatie 3. Correctie op basis van ‘overkwaliteit’ fietsparkeren 4. Correctie op basis van realiseren nabijheid deelmobiliteit 5. Rekening houden met (optimaal) dubbelgebruik Locatie en Stedelijkheid Huidige situatie (stap 0) De ontwikkeling Nieuwe Veemarkt bevindt zich net ten westen van de historische binnenstad. Het gebied wordt in de huidige
situatie conform de kaart Locatie en stedelijkheidsgraad Zwolle uit 2016 gekwalificeerd als ‘Schil Centrum’. Kamperpoort heeft een oppervlakte van circa 0,47 km2 en had op 1 januari 2022 circa 1.400 huishoudens en circa 2.335 adressen per km2 *. Conform de cijfers van het CBS valt de wijk daarmee in de categorie ‘Sterk stedelijk’. Een sterk stedelijk gebied heeft 1.500 tot 2.500 adressen binnen een gebied van één km2. Dit is het vertrekpunt voor het bepalen van de parkeeropgave binnen de Nieuwe Veemarkt Stap 1:Toekomstige ontwikkeling als basis voor nieuw beleid In de Omgevingsvisie ‘Mijn Zwolle van Morgen’ van medio 2021 is het principe van De Stadskrans geïntroduceerd. Dit is de historische binnenstad inclusief de schil eromheen, waar de Nieuwe Veemarkt ook onder valt. De ontwikkeling (verstedelijking) van de stad maakt dat ook de schilwijken rondom het centrum steeds meer onderdeel worden van het centrum, zowel qua wonen maar ook op het gebied van voorzieningen. Zo zijn in het verleden de bioscoop (Pathé) en de bibliotheek (De Stadkamer) net buiten de grachten gebouwd. Deze ontwikkeling, in combinatie met de voorziene woningbouw in de, nu nog, schilwijken maakt dat De Stadskrans in het herziene parkeerbeleid als ‘Centrum’ gedefinieerd wordt.
Door het toevoegen van circa 750 woningen in de Nieuwe Veemarkt en nog eens circa 700 in de Meeuwenlaan neemt het aantal woningen binnen de wijk Kamperpoort toe van circa 1.400 naar ruim 2.800. Het gebied komt daarmee ruim binnen de grenzen die het CBS hanteert voor de Stedelijkheidsklasse ‘Zeer Sterk Stedelijk’ (meer dan 2.500 adressen per km2. Als uitgangspunt bij het bepalen van de parkeernorm voor auto’s hanteren we het midden van de bandbreedte van de parkeerkencijfers van het CROW voor de specifieke locatie en stedelijkheidsgraad per type woning of voorziening. Op dit moment heeft de gemeente nog geen specifieke fietsparkeernormen vastgesteld. In het bouwbesluit is wel opgenomen dat bij een woning *bron: Buurt Kamperpoort (gemeente Zwolle) in cijfers en grafieken (bijgewerkt 2023)
46
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
een niet-gemeenschappelijke bergruimte moet worden gerealiseerd van tenminste 5 m2 met een breedte van minimaal 1,8 m2 en een hoogte van 2,3 m2. Voor appartementen kleiner dan 50 m2 mag een gemeenschappelijke bergruimte gerealiseerd worden. Stap 2: Lokale situatie als basis voor afwijking parkeernorm In de parkeerkencijfers van het CROW wordt altijd gerekend met een bezoekersparkeernorm van 0,3 parkeerplaatsen per huishouden. Dit kencijfer is ongeacht de ligging van een te ontwikkelen gebied. In Zwolle zien we dat mensen bij de keuze van hun vervoerswijze voor een verplaatsing rekening houden met de lokale omstandigheden. In een stedelijk gebied met een relatief goed wandel-, fiets- en openbaar vervoer netwerk, nabijheid van voorzieningen en een parkeerbeleid (betaald parkeren en/ of vergunningen) kiezen bezoekers eerder voor de fiets, of het openbaar vervoer dan voor de auto vanuit kosten- of bereikbaarheidsoogpunt. De Nieuwe Veemarkt kent straks een hoogstedelijke uitstraling, waarbij het de verwachting is dat het gebied hetzelfde parkeerregime krijgt als de huidige binnenstad. Bezoekers van de Nieuwe Veemarkt nemen deze afwegingen mee in hun verplaatsingsgedrag, waarbij aangenomen mag worden dat ze vaker voor de fiets of het openbaar vervoer gaan kiezen in plaats voor de auto.
We passen de parkeernorm van 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers per woning daarom aan naar 0,2 parkeerplaatsen. Stap 3: Correctie op basis van ‘overkwaliteit’ fietsparkeren Zwolle is een echte fietsstad. De opbouw van de stad en het jarenlang investeren in een fijnmazig en goed fietsnetwerk zorgt ervoor dat naar schatting 90% van de stad binnen een kwartier fietsen vanaf het centrum bereikt kan worden. Verder inzetten op fietsen binnen en rondom Zwolle heeft een hoge prioriteit en past binnen onze ambitie om wereldfietsstad te worden. Daarbij draagt meer fietsgebruik ook bij aan klimaatdoelstellingen, gezondheid, bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Zwolle kent nog geen vastgestelde parkeernormen of kwaliteitseisen voor fietsparkeren. Los van de hiervoor genoemde
omgevingskenmerken als de centrale ligging van het gebied, het betaald parkeren en de nabijheid van voorzieningen als stimulans om te gaan lopen of fietsen zijn ook goed bereikbare en hoogwaardige fietsvoorzieningen een belangrijk aspect om te kiezen voor de fiets in plaats van de auto. De tijd waarbij de auto voor de deur voor het grijpen stond en de fiets weggestopt in slecht bereikbare berging ligt achter ons. Bij het ontwerpen van de Nieuwe Veemarkt worden fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd met de volgende uitgangspunten: • Elke appartementencomplex of bouwblok krijgt zijn eigen inpandige fietsenstalling. Dit zorgt niet alleen voor nabijheid van de fiets, maar ook dat de fiets veilig en droog gestald kan worden. Daarbij worden de stallingen hierdoor ook minder anoniem dan bij een grote algemene stalling • De stallingen worden in de plint van de bouwblokken gerealiseerd, waardoor ze goed bereikbaar en toegankelijk zijn • Per woning wordt 1 fietsparkeerplaats per kamer gerealiseerd voor bewoners • Per woning wordt 0,75 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers gerealiseerd • Bevatten voor iedere woning 1 ruimer gedimensioneerde plek (2.0 m2 in plaats van 1.5 m2) op de vloer (niet boven in rek), zodat er plek is voor buitenmodelfietsen (bakfiets, scooter, etc.); • Per woning is tenminste 1 stallingsplaats beschikbaar met een laadmogelijkheid voor een elektrische fiets.
• Per woning zijn minimaal 2 plekken in een laag rek of op de vloer beschikbaar (voor eenpersoonshuishoudens gaan we uit van 1 plek beneden). • Er worden extra reguliere fietsparkeerplekken gerealiseerd in de collectieve voorzieningen in de bouwvelden om extra ruimte te bieden; daarbij gaan we uit van twee extra reguliere fietsparkeerplekken per uitgespaarde autoparkeerplek. Bij het ontwerpen van fietsparkeervoorzieningen conform bovenstaande uitgangspunten verwachten wij dat de behoefte aan autoparkeerplaatsen voor bewoners in de Nieuwe Veemarkt met 10% afneemt ten opzichte van de aanvankelijke parkeerbehoefte uit stap 2.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
47
hplan
Stap 4: Correctie op basis van realiseren nabijheid deelmobiliteit Deelmobiliteit biedt toekomstige bewoners of bezoekers van de Nieuwe Veemarkt of omliggende buurten de mogelijkheid om te voorzien in hun mobiliteits- of verplaatsingsbehoefte op basis van gebruik, in plaats van bezit. Mobiliteitsonderzoek onder inwoners van Zwolle toont aan dat men meer open staat voor deelmobiliteit naar mate de stedelijkheid toeneemt. Uit diverse andere (landelijke) onderzoeken naar de effecten van deelmobiliteit blijkt dat autodelen daarnaast een positieve bijdrage levert aan onder andere de CO2-uitstoot, het autogebruik, de parkeerdruk en daarmee dus het leefklimaat in een buurt, wijk of stad. Met het aanbieden van deelauto’s als alternatief voor de eigen auto mogen in diverse gemeenten in Nederland reductiefactoren van 10% tot 40% gerekend worden. Het Mobiliteitsonderzoek in Zwolle toont aan dat 55-70% van de respondenten in het centrum en de Kamperpoort “Niet afwijzend staat ten opzichte van deelmobiliteit”. Dit wil echter nog niet zeggen dat ze ook bereid zijn om hun (2e) auto weg te doen. Landelijk onderzoek toont wel aan dat bij verhuizing, of bij een nieuwe baan mensen hun verplaatsingsgedrag extra kritisch beoordelen. De verhuizing naar de Nieuwe Veemarkt is zo’n moment.
Voor de Nieuwe Veemarkt hanteren we de volgende uitgangspunten met betrekking tot deelauto’s: • Eén deelauto vervangt 7 reguliere auto’s; • We zorgen dat deelmobiliteit aanwezig is bij de oplevering van de eerste woningen; • Deelauto’s krijgen, na eventuele (gereserveerde) gehandicaptenparkeerplaatsen goed zichtbare en bereikbare parkeerplaatsen; bijvoorbeeld nabij de ingang van de parkeervoorzieningen; • Deelauto’s zijn uitsluitend zero-emissie voertuigen Bij het realiseren van deelmobiliteit conform bovenstaande uitgangspunten wordt aangenomen dat de behoefte aan
48
autoparkeerplaatsen voor bewoners in de Nieuwe Veemarkt met nog eens 10% afneemt ten opzichte van de berekende parkeerbehoefte uit stap 3. Naast deelauto’s worden ook deel(bak)fietsen en deelscooters gefaciliteerd in de openbaar toegankelijke parkeer- en stallingsvoorzieningen. Naast deelauto’s worden ook deel(bak) fietsen en deelscooters gefaciliteerd in de openbaar toegankelijke parkeer- en stallingsvoorzieningen. Stap 5: Dubbelgebruik voor autoparkeren maximaal faciliteren Bij het ontwerp van de parkeervoorzieningen in de Nieuwe Veemarkt gaan we uit van maximaal dubbelgebruik. Dit betekent in de basis dat bewoners van de Nieuwe Veemarkt geen (vaste) gereserveerde parkeerplaats krijgen. Dit zou immers betekenen dat deze parkeerplaats niet door een bezoeker gebruikt kan worden wanneer de bewoner weg is. In plaats daarvan kunnen bewoners een abonnement in een parkeeraccommodatie aanschaffen. Dit abonnement geeft de bewoners toegang tot een parkeerplaats in een accommodatie naar keuze. Op deze manier kunnen de parkeerplaatsen overdag gebruikt worden door bijvoorbeeld werknemers of bezoekers en ‘s avonds en ‘s nachts door bewoners. Bij het realiseren van het aantal parkeerplaatsen houden we rekening met het zogenaamde maatgevende moment op basis van de hiervoor geformuleerde stappen.
Hiermee zorgen we niet alleen voor een goede ruimtelijke ordening, maar optimaliseren we ook het gebruik en dus de betaalbaarheid en exploitatie van de parkeeraccommodaties. Parkeernorm Nieuwe Veemarkt Aan de hand van bovenstaande stappen en passend bij de beoogde ontwikkeling van de stad en de Nieuwe Veemarkt wordt voor de Nieuwe Veemarkt een (gemiddelde) parkeernorm van 0,7 gehanteerd voor het aantal woningen. Gecombineerd het niet-woonprogramma en de compensatie van omliggende gebieden en opgaven resulteert dit in circa 955 parkeerplekken in het plan.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Kaart Verkeersstructuur auto en OV
Gebiedsontsluitingsweg Wijkverzamelweg Erftoegangsweg Toegang hulpdiensten Expeditiestraat Entree parkeren/expeditie Zoekgebied HUB Voetgangersuitgang HUB Zoekgebied parkeervoorziening Potentiele bushalte Bestaande bushalte Reikwijdte HUB 250 meter
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
49
hplan
4.6 Energie
Zwolle wil in 2040 een energieneutrale stad zijn. Dat betekent dat dan alle energie die in Zwolle wordt gebruikt lokaal en duurzaam wordt opgewekt. Voor de energie in de Nieuwe Veemarkt zijn de volgende uitgangspunten bepaald voor energie eisen, het warmtesysteem en het elektriciteitssysteem.
Energie-eisen voor nieuwbouw
Vanaf 1 januari 2021 geldt voor nieuwbouw (Bouwbesluit) dat de vergunningsaanvragen moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). In de gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt staat dat er een bovenwettelijke ambitie is voor het gebied, namelijk energieneutraal (ENG). N.a.v. recente inzichten (2022) heeft de gemeente Zwolle deze ENG-ambitie deels aangepast. Uit onderzoek komt naar voren dat voor het behalen van deze ENG-eis bij gestapelde woningnieuwbouw voor nu niet realistisch is. Voor de grondgebonden woningen is de eis/het uitgangspunt om NOM-woningen te ontwikkelen. Voor de gestapelde woningbouw de lagere de energie-eis ’optimaal’. Dit is een eis tussen BENG en ENG in, met een BENG 3 eis van 70% hernieuwbare energie. Beide eisen gelden ook voor andere functies dan wonen.
Grondgebonden woningen Energie-eis ENG
Gestapelde woningbouw** Energie-eis ‘Optimaal’
BENG 1
≤55* kWh/m2 (≤55)
≤65* kWh/m2 (≤65)
BENG 2
0 kWh/m2 (≤30)
≤25 kWh/m2 (≤50)
BENG 3
100% (≥50)
≥70% (≥40)***
‘* eisen ten gevolge van de vormfactor en lichte constructie zijn van toepassing. ** Voor de gestapelde woningbouw geldt dit voor meer dan vier bouwlagen. *** Hiermee is de gestapelde bouw nog niet energieneutraal
50
Warmtesysteem: naar aardgasvrij
Zwolle wil fossielvrij zijn in 2040. Daarbij is de nieuwbouw verplicht aardgasloos volgens de Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET). Er moet dus op een andere manier voorzien worden in warmte en koude. De keuze van het warmtesysteem hangt onder meer samen met het type bebouwing. De bebouwing in de Nieuwe Veemarkt bestaat uit nieuwbouw in dichte bouwblokken van 3 tot 6 bouwlagen, met enkele hogere accenten van 8 tot maximaal 12 lagen. Nieuwbouwappartementen en utiliteitsbouw hebben een lage warmtevraag. Hierbij past een goede isolatie en een lage temperatuur warmtesysteem. Open warmte-koudeopslag systemen (hierna: WKO) of luchtwarmtepompen zijn dan de meest voor de hand liggende warmtesystemen, omdat hiermee naast warmte ook kan worden voldaan aan de BENG eis voor koeling. Hierbij gaan we uit van het toepassen van de ‘Ladder van koeling’. De gemeente kiest voor bodemwarmte/opslag (WKO) voor het verwarmen en koelen van gebouwen in verband met het lagere elektriciteitsgebruik, minder geluid, geen hittestress en meer ruimte voor PV-panelen t.o.v. toepassen van luchtwarmtepompen. Er is onderzoek (2023) gedaan naar de haalbaarheid van een WKOsysteem voor het gebied Nieuwe Veemarkt. Daaruit blijkt dat de potentie van de ondergrond voldoende is voor WKO voor de geplande nieuwbouw in de Nieuwe Veemarkt, ook rekening houdend met de toekomstige ontwikkeling van de Meeuwenlaan.
WKO kan worden gerealiseerd per bouwblok (circa 9 doubletten) of met een WKO bronnet voor de hele buurt (circa 4 doubletten). Qua duurzaam gebruik van de bodem zijn er geen grote verschillen te verwachten tussen het collectieve en het individuele systeem. De gemeente kiest voor flexibiliteit: voor de warmte/koude voorziening wordt uitgegaan van WKO per bouwblok (en dus geen collectief WKO-systeem voor het hele gebied), daarmee schrijven we de oplossingsrichting voor. Mede omdat dit uitgangspunt eenvoudiger is qua beheer en exploitatie en voor wat betreft de fasering van de bouwblokken.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Elektriciteitsnet
4.7 Ondergrondse netwerken
In de huidige situatie bedienen twee transportverdeelstations (MST’s) samen nu de Nieuwe Veemarkt, namelijk MS-T bedieningsgebied 034 Blaloweg 5 en MS-T bedieningsgebied 058 Grote Voort 15a (zie figuren hieronder). Deze beide MS-T’s hebben nu samen nog een beperkt vrij vermogen beschikbaar. Er moet voor de ontwikkeling Nieuwe Veemarkt (en Meeuwenlaan) naar verwachting een MST-station bijkomen of een bestaand station worden uitgebreid. In samenwerking met Enexis worden in de verdere planuitwerking de definitieve keuzes gemaakt ten aanzien van het leidingennet en de keuzes voor plaatsing van de trafo’s en het MS-T-station.
In het ROP is in de nieuw aan te leggen straten ruimte gegeven aan bovengrondse voorzieningen en de ondergrondse infrastructuur. In de bestaande straten, waar al ondergrondse infrastructuur ligt, wordt dit nader bepaald bij de uitwerking van het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Dit gebeurt in overleg met de netbeheerders die hun plannen opstellen voor de nieuwe situatie. Ingeval er te weinig ruimte is, zijn kabel-/leidinggoten te overwegen. Kabel- en leidinggoten zijn duur in aanleg en het vergt veel tijd voor afstemming met de netbeheerders om deze te kunnen realiseren. Wel zorgen deze voor een beperkter ruimtebeslag in de bodem, waardoor bomen betere groeiplaatsen krijgen en er een toekomstbestendiger groenstructuur ontstaat. In de verdere planontwikkeling wegen we kosten en baten van deze oplossing tegen elkaar af.
Als de bouwplannen in de Nieuwe Veemarkt zijn gerealiseerd, verwachten we een grote stijging van het elektriciteitsgebruik door nieuwe elektrisch aangedreven warmtesystemen, mobiliteitshubs en laadvoorzieningen voor elektrische auto’s. Naar verwachting zijn er circa 18 nieuwe trafo’s (MS-D stations) nodig.
Het plaatsen van veel nieuwe trafo’s in de openbare ruimte van een dicht bebouwde buurt is moeilijk; dit gaat bijvoorbeeld ten koste van groen. In dit gebied, met een hoge bebouwingsdichtheid, wil de gemeente de trafo’s inpandig realiseren.
Door de aanleg van een warmtesysteem vraagt de ondergrondse infrastructuur meer ruimte dan in het verleden het geval was. Dit vergt goede afstemming met de bovengrondse voorzieningen in het plan. Dat geldt met name voor de locatie van nieuwe bomen met goede groeivoorzieningen.
trafo’s opgenomen in de bebouwing. Beeld: internet
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
51
hplan
Rieteweg De huidige situatie op de Rieteweg geeft, vooral voor fietsers en voetgangers, een grauwe indruk. De weg is recht en relatief lang. In de nieuwe situatie, wanneer er gebouwen langs de weg staan, met woningen, werkplekken en voorzieningen, zal de sfeer hier veranderen. Om het voor fietsers aantrekkelijker te maken, komt er een fietspad in twee richtingen aan de kant van de bebouwing te liggen. De bestaande bomen worden gehandhaafd en ingepast in de berm die de rijbaan van het fietspad scheidt. Zo is er meteen al een volwassen beeld. De bomenrij wordt aangevuld met nieuwe bomen op plekken waar dat kan. De schaduw van de bomen valt op het fietspad, wat de route aantrekkelijker maakt als het heet is. Aan de kant van het spoor maken we een bredere groenstrook met een wadi. Door dit groen aan te sluiten op het bestaande groen, op het terrein van Prorail, maken we een robuuste structuur. Dit draagt bij aan de ecologische waarden. (profiel indicatief)
52
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Aansluiting wetering - Rieteweg Dit is het smallere gedeelte van de watergang, tussen de woningen in. Aan weerszijden is er voor de bebouwing langs een smalle weg/brede stoep. Ook in dit gedeelte aan één zijde een kademuur om ervoor te zorgen dat het wateroppervlakte zo breed mogelijk blijft. Qua bomenstructuur passen we hier (kleinere) soorten toe die van elkaar verschillen in hoogte en vorm om een natuurlijke uitstraling te creëren. Visueel stopt de watergang hier, maar hij wordt via buizen ondergronds verbonden met de Willemsvaart. Hiervoor zijn 2 opties: of via een persing naar de watergang aan de andere kant van het spoor of via een nieuwe leiding in de Rieteweg richting de Willemskade/Nieuwe Veerallee. (profiel indicatief)
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
53
hplan
Kamperpoortse Wetering Een nieuwe watergang wordt door het midden van het gebied aangelegd. Met variërende oevers verbindt deze watergang het water en groen langs de A28 met een nieuw park op de plek van de voormalige veemarkt. Door afwisseling van de steilheid van de taluds langs het water ontstaan diverse interessante plekken voor zowel flora en fauna als voor de recreant. Contact maken met het water is op een aantal plekken mogelijk. (profiel indicatief)
54
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Nieuwe weg tussen Rieteweg en Veemarkt De weg tussen de Rieteweg en de Veemarkt vormt de belangrijkste buurtentree en ontsluit de hub voor binnenstad bezoekers. Tussen de rijweg en trottoir aan de ene zijde een buffer in de vorm van een haag en aan de andere zijde een berm. Deze wordt zo vormgegeven dat er hemelwater opgevangen kan worden. (profiel indicatief)
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
55
hplan
5. Ontwikkelvelden in het raamwerk 5.1 Archeologie
Voor het plangebied is archeologisch bureauonderzoek gedaan. Hierbij is onderzocht wat de archeologische verwachting van het plangebied is, wat het huidige archeologiebeleid voor het plangebied is en of archeologisch onderzoek voorafgaand aan de voorgenomen ingrepen noodzakelijk is. De volgende deelvragen zijn daarbij opgesteld: • Wat is de aard, datering en omvang van de eventuele verwachte archeologische resten? • Wat is de verstoringsgraad van het plangebied? • Wat zijn de consequenties van de ingreep voor de eventuele archeologische resten in het plangebied?
oopte hoofgebouw uit 1932 van het vroegere Onze Lieve Vrouwe-pension aan de Conclusies Harm Smeengekade, destijdsbureauonderzoek Oude Beestenmarkt (HCOPBKR1762).
Deze panden langs de Veemarkt zijn ontworpen door bekende architecten zoals J.D.C Krook en M. en H. Meijerink en H.C.M Beers. De panden zijn karakteristiek door hun hoofdvorm met twee bouwlagen en een hoge, met keramische pannen gedekte kap. Beeld: Cultuurhistorische Analyse Nieuwe Veemarkt
In het plangebied ligt een rivierduinflank met een rivieroverstromingsvlakte in het zuiden. Deze locatie was De Veemarkt in 1931, met zicht op de rijk nieuwe café-restaurants langs de minimale oppervlakte van 100 m2 en diepte van 0,5demnoordzijde van het van het mogelijk geschikt voor bewoning. De verwachting is dus dat er terrein. plangebied en de archeologische waarde van 50% en 10% wordt er nederzettingssporen uit de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd aanwezig een vervolgonderzoek aanbevolen. zouden kunnen zijn. Ook zou het rivierduin al in het Mesolithicum of Paleolithicum gebruikt kunnen zijn. De vraag is ook in hoeverre de De geadviseerde methode is een inventariserend veldonderzoek rivieroverstromingsvlakte door de tijd heen is gebruikt. Proefsleuven (IVO-P). Het is zeker dat er bij de geplande bodemingrepen archeologische gegevens verloren zullen Twee grotere huizen van Servaas Antonius Gallé en Arnoldia Antonia gaan. Specifieke onderzoeksvragen voor dit inventariserend Helmich liggen gedeeltelijk in het plangebied. Van deze huizen proefsleuvenonderzoek kunnen luiden: zouden funderingen in de bodem aanwezig kunnen zijn. Mogelijk zou • Heeft er een waterloop gestroomd in het gebied van de ook nog iets van een tuinindeling van deze huizen in kaart worden rivieroverstromingsvlakte in het zuiden van het plangebied? gebracht.
Hetzelfde geldt ook voor een boerderij ten zuidoosten Is hier een datering aan te koppelen? In welke fasen is deze van de huidige Elbertsschool. Van de oudste fase van de Nieuwe Het gebouwwaterloop van de Gezondheidsdienst voorZijn Dieren, aan de zuidoostzijde gedempt/opgevuld? er aanwijzingen dat deze van het Veemarkt uit de jaren ’30 van de vorige eeuw zouden funderingen Veemarktterrein. Het gebouw is enige jaren geleden gesloopt. Deze foto dateert uit 1973 (HCO potentiële waterloop gebruikt is door mensen? van de toegangspoort aangetroffen kunnen worden. Op basis van FD015017). • Zijn er nog sporen aanwezig van de huizen van Servaas Antonius ntie uit het Nieuw Israelietisch weekblad van 21 augustus 1931 (Delpher.nl). de bovengenoemde historische informatie, de overschrijding van Gallé en Arnoldia Antonia Helmich? 56
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
5.2 Algemene cultuurhistorische principes
Behoud en herstel waardevolle gebouwen
Structuur
Bebouwing aan de noordelijke Veemarkt Het stedenbouwkundig ensemble van tweelaagse hotels en caférestaurants met zadeldak uit de jaren 30 van de vorige eeuw aan de noordoostzijde van de veemarkt heeft een grote eenheid in verschijningsvorm. De nog bestaande panden uit deze tijdsperiode vertegenwoordigen een hoge ensemblewaarde. Dit geldt ook de voor de voormalige veestallen. Allen verwijzen ze nadrukkelijk naar de geschiedenis van de veemarkt.
De geschiedenis van de vermaarde Zwolse veemarkt leeft voort in het projectgebied. Deze is geschiedenis nog zichtbaar in bestaande bebouwen zoals de IJsselhal en de noordelijke gevelwand langs de Veemarkt, met voormalige horecagelegenheden, veestallingen en het kantoorgebouw van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). Het terrein en de bebouwing stammen uit de tijd dat Zwolle de spil vormde in de veehandel in oostelijk Nederland. Dit vormt de cultuurhistorische identiteit van het ontwikkelgebied. In dit ROP geven we dit vorm door: 1. Behoud en versterk van de historische hoofdstructuur; 2. Verbeelden van verloren gegaan erfgoed in nieuwbouw, architectuur en inrichting en verwijzing naar historische identiteit door herkenbare elementen in de wijk; 3. Behoud en herstel van de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen (IJsselhallen, ensemble Veemarktwand) en het monument (de Elbertsschool), met een toekomstgericht functie;
Bij de bouw van het Slachthuis rond 1933 is de Emmastraat in noordwestelijke richting doorgetrokken als scheiding tussen het rond 1930 ingerichte veemarktterrein en het Slachthuis. De lijn is bepalend geweest voor de inrichting van beide terreinen en is een goede inspiratie in het nieuwe ontwerp. In het ROP heeft deze lijn een vertaling gekregen als de nieuwe watergang met paden aan weerzijden. Ten opzichte van de oorspronkelijke rechtstand is deze lijn wel iets meanderend, omdat dit aanleiding geeft tot het maken van aantrekkelijke verblijfsplekken. Het nieuwe park is een substantiële open ruimte in het hart van het plangebied. Deze open ruimte vormt een herinnering aan het vroegere veemarktterrein. Via inrichting, kunst en/of informatievoorziening kan een verwijzing naar de vroegere functie een plek krijgen.
IJsselhallen - Bogenhal Het behoud van de IJsselhal (1972) verdraagt transformatie. Het doorsnijden van het gebouw met behoud van de oorspronkelijke spanten gelamineerd hout en het creëren van een nieuwe frontgevel geïnspireerd op het oorspronkelijk ontwerp zijn daarbij denkbare richtingen. Het behoud van (delen van) de oorspronkelijke bebouwing, bijvoorbeeld parallel aan de huidige straat, blijven de hal haar historische kenmerken geven en kunnen bijdragen aan de functionaliteit. De hal is meer dan de spantconstructie.
De braakliggende en de niet waardevolle delen aan de noordoostzijde van de Veemarkt kunnen worden aangevuld met gebouwen die aansluiten bij deze historische karakteristiek. De in het bestemmingsplan Kamperpoort gehanteerde rooilijnen kunnen daarbij gehandhaafd blijven. Het uitgangspunt is om aan te sluiten bij de bouwhoogte en kapvormen van de bestaande gebouwen, om de historische karakteristiek te versterken. De bestaande bebouwing, Veemarkt 21, 24,24a,25-25abc, 26, 27, 28, 35, Grote Baan 45, 78 dient zoveel mogelijk behouden te worden omdat deze panden nog deel uitmaken van de oorspronkelijke opzet. Daarbij ligt er een kans om de panden uit de jaren ’30 te renoveren en de puien op de begane grond weer vrij te maken zodat de oorspronkelijke vensterindeling met glas in lood weer zichtbaar wordt.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
57
hplan
5.3 Beeldkwaliteit bebouwing
Een mooie wijk is een duurzame wijk
De meest duurzame wijk is een wijk waar mensen graag wonen en goed zorgen voor hun omgeving en elkaar. We willen een wijk bouwen die minstens 150 jaar blijft bestaan, maar streven naar eenzelfde levensduur als de Zwolse binnenstad. Mooie gebouwen en zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte kunnen daarbij helpen. Dat betekent dat we voldoende kwaliteit en flexibiliteit in het gebied moeten realiseren. Maar ook dat er gekozen wordt voor materialen die duurzaam verouderen of die na het einde van hun levensduur makkelijk te vervangen zijn. Duurzaamheid en kwaliteit zijn daarmee onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Lange lijnen en korte straatjes
Openbare ruimte In het plan zijn enkele lange lijnen te onderscheiden: De Rieteweg, de Kamperpoortse Wetering en de Veemarkt. Daartussen, min of meer haaks daarop, staan kortere straatjes. In de openbare ruimte kiezen we voor een samenhangend profiel voor de lange lijnen. De samenhang zit in de materialisatie en de groenstructuur. De aansluitende zone tussen de stoep en de woning (de Kamperpoortse stoep) is langs de lange lijnen samenhangend; een stoepzone aan de Rieteweg met plantenbakken bij de woningen en een passende inrichting bij voorzieningen of werkplekken op de begane grond; een stedelijke wadi langs de zuidoever van de Kamperpoortse Wetering; een stoep op de zon, met bankjes en plantenbakken langs de noordelijke oever; en stevige bloemrijke bermen langs de Veemarkt. De straatjes ertussen hebben een informelere inrichting van de openbare ruimte en er is meer vrijheid in het vormgeven van de zone tussen de stoep en de woning. De materialisatie is samenhangend maar het groen is gevarieerder. Hier kunnen bewoners hun eigen plantenbakken en bankjes neerzetten en hun eigen bestrating kiezen voor de overgangszone die in privébezit of collectief (bijvoorbeeld VVE) bezit is. Uitzondering hierop vormt de nieuwe toegangsweg die tussen de Rieteweg en de Veemarkt loopt; als wijkentree heeft deze straat een iets formelere inrichting van de zone tussen stoep en woning.
Langs deze straat zetten we ook in op gevelgroen. 58
Uitgangspunten gebiedsvisie • • •
• • •
•
•
Lappendeken Menselijke maat Samengestelde bouwblokken met een eigen en eigentijdse architectonische verschijningsvorm en een alzijdige oriëntatie Rustige binnenzijde, dynamische buitenzijde Verspringende rooilijnen en daklijnen Variatie in architectuur en materialen, verticaal gerichte architectuur, passend bij het stedelijke karakter van de wijk Per bouwveld een vorm van collectiviteit; een gedeelde werkruimte, een collectieve tuin, een collectieve fietsenstalling en/of een parkeergarage Marge van 1-2m rondom bouwblok voor de vormgeving van de overgang openbaar-privé (van stoep naar de woning)
Bebouwing De bebouwing langs de lange lijnen is juist gevarieerd, om de grote lengte te geleden en het door de afwisseling prettiger te maken om er langs de lopen of te fietsen. De afwisseling zit in een geringe variatie in rooilijnen. Daarnaast verschilt de bouwhoogte en de dakbeëindiging. Het kleur- en materiaalgebruik moet bestaan uit een samenhangend palet van heldere kleuren. Over het algemeen is de lengte van de panden en de korrelgrootte langs de lange lijnen groter. De straatjes ertussen zijn korter. Hier is meer samenhang gewenst tussen de gebouwen, met name wat betreft de bouwhoogte en de dakbeëindiging. Geringe verspringingen van de rooilijn zijn hier wel mogelijk, als middel om een plek te maken van het straatje. De dakbeëindiging is gelijkvormiger bij de korte straatjes (<6 woningen). Langs deze straatjes is ook ruimte voor zelfbouw, in de vorm van rijwoningen. Het beeld langs deze straten zal daardoor gevarieerd
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
59
hplan
Lappendeken
verkavelen voor diversiteit en een menselijke maat. Een goede lappendeken vindt de balans tussen samenhang en variatie. Te veel variatie maakt het chaotisch, te veel samenhang maakt het saai. Programmatisch is er een variatie in woningtypen, waarbij elk bouwveld zowel grondgebonden woningen, als appartementen bevat. Daarbij is de begane grondverdieping flexibel in functie; hier kan ook gewerkt worden en is ruimte voor voorzieningen. In de bouwvelden is langs de Rieteweg ook plek voor zelfstandige werkruimten over meerdere verdiepingen. Deze panden voegen zich naar de architectuur van de woningen. Er is aan de zijde van de Rieteweg een meer gesloten blokverkaveling, mede vanwege de geluidsbelasting. Aan de zijde van de Veemarkt kunnen de blokken meer opengebroken worden, waarbij doorgangen door het collectieve groen een alternatieve scharrelroute naar het park mogelijk maken. Dit sluit ook aan bij het winnende ontwerp van de prijsvraag biobased en natuurinclusief bouwen.
zijn Het kleur- en materiaalgebruik bestaat uit een samenhangend palet van heldere kleuren met voldoende afwisseling. Over het algemeen is er in de dwarsstraatjes een pandsgewijze opbouw en is de korrelgrootte kleiner. De hoeken maken de overgangen tussen de straatjes en de lange lijnen. De meeste hoeken bevatten appartementengebouwen. Bij grondgebonden woningen sturen we op een verkaveling met gesloten hoeken en een tweezijdige oriëntatie. De hoekpanden dienen als een soort ‘boekensteunen’ waartussen de andere gebouwen staan. De hoeken staan daarom strak in de voorgeschreven rooilijn, terwijl de bebouwing daartussen wat kan verspringen.
60
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Kleurgebruik en materialisatie Voor deze nieuwe buurt wordt gestreefd naar een hoog aandeel biobased materialen. Dit hoeft zich niet op elke plek te vertalen naar de materialisatie van de gevels. Een mengvorm met traditionelere materialen als baksteen is goed mogelijk. Voor de lange lijnen en de dwarsstraatjes leggen we een samenhangend palet vast in het beeldkwaliteitsplan en vertalen we dit naar kavelpaspoorten. We streven daarbij naar variatie van materiaal- en kleurgebruik binnen een bepaalde bandbreedte. Bij voorkeur worden lichte en heldere kleuren toegepast. • • • •
Het materiaalgebruik is duurzaam Het materiaal veroudert natuurlijk en mooi; een goede detailering is daarbij essentieel Het materiaal is bij voorkeur circulair en bij voorkeur biobased; Bij de keuze voor kleur en materiaalgebruik wordt rekening gehouden met albedo-effecten, met name aan de zonzijde (Rieteweg).
Entreezijden en oriëntatie
Grondgebonden woningen hebben allemaal een voordeur aan de straat. Bovendien hebben ze ook een naar de straat gerichte leefruimte (werkkamer, woonkamer, eetkamer e.d.) om ervoor te zorgen dat er ‘ogen op straat’ zijn. De appartementengebouwen hebben hun entrees zoveel mogelijk op de hoek van de gebouwen om ervoor te zorgen dat de hoeken van deze gebouwen aan twee kanten aantrekkelijk zijn (open, sociaal veilig). Als er een nietwoonfunctie op de begane grond zit, kan dit anders zijn om ervoor te zorgen dat er op de hoek een levendig programma zit en de functies op de begane grond hun eigen (hoek)entree kunnen krijgen. • •
Marziale HV ClickBrick Vorm: Handvorm Formaat: ClickBrick Artikelnummer: 11114500 Metselverband: ClickBrick Voegkleur: 2750 Nevel Nuances Stootvoeg/lintvoeg: 0.0 mm / 0.0 mm
Let op! De precieze kleur baksteen kan afwijken van
Alle woningen zijn met leefruimten gericht op de openbare ruimte en in tweede instantie op een (collectieve) buitenruimte. Alle woningen hebben een entreezijde aan de straatkant; bij grote bouwvelden kan een deel van de woningen ook via een doorgang door het bouwveld worden ontsloten.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
61
hplan
Rooilijnen en geleding
In principe staan de hoekpanden van elk blok in de rooilijn. Een te strakke rooilijn langs de lange lijnen (Rieteweg, watergang) willen we voorkomen. Op enkele plekken is daarom de rooilijn van gebouwen teruggelegd, vooruitgeschoven of afgeschuind. Dit maakt een extra verblijfsruimte aan de straat, die mogelijk geactiveerd kan worden door functies in de aangrenzende gebouwen. Bovendien kunnen enkele bestaande bomen door het terugleggen van de rooilijn behouden worden. De panden tussen de hoekpanden kunnen enigszins verspringen, waarbij de sprongen niet groter dan 1m zijn, om te voorkomen dat er onveilige hoeken en nissen ontstaan. De geleding van gevels ondersteunt de pandsgewijze opbouw van de bouwvelden. Er moet gezocht worden naar een evenwicht tussen samenhang en variatie. Het is logisch om daarbij ook in te spelen op de verschillen in oriëntatie en omgeving. •