1. Ruimtelijk Ontwikkelingsplan (ROP) Nieuwe Veemarkt
Tekst van het document
hplan
gplan
Zwolle
Nieuwe Veemarkt Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1
hplan
2
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Voorwoord Beste buurtbewoners, Zwollenaren en andere betrokkenen,
Met veel enthousiasme deel ik graag het ruimtelijk ontwikkelplan voor de Nieuwe Veemarkt. Deze plek draagt herinneringen van generaties Zwollenaren in zich. Herinneringen die we met trots en zorgvuldigheid willen laten voortleven in een nieuwe buurt in de Kamperpoort. Het was ooit de poort tot onze stad, waar mensen samenkwamen voor handel en ontmoeting. Dat vormt de inspiratiebron van waaruit we aan de toekomst voor het gebied werken. Ik ben dan ook blij dat we een volgende stap kunnen zetten in de ontwikkeling van dit gebied met een plan dat tot stand is gekomen dankzij de grote betrokkenheid van buurtbewoners, Zwollenaren en betrokken partijen. Van oude naar nieuwe veemarkt De Nieuwe Veemarkt is een plek doordrenkt van creativiteit, ondernemingsgeest en een rijke cultuurhistorie. Het terrein waar ooit de veemarkthallen stonden, zal transformeren tot een levendige buurt met ongeveer 750 woningen, waarvan 50% in het betaalbare segment. Herkenbaar in haar eigenzinnigheid en experimentele karakter. Bovendien richten we een groot deel van de ruimte in met water en een park. Zodat de huidige en toekomstige bewoners een een zeer gewenste, aangename groene leefomgeving krijgen.
Wijk van waarde In het ontwikkelplan is de overtuiging verankerd dat we een nieuwe bouwcultuur willen omarmen en aanjagen, een cultuur die wordt gedreven door het gebruik van biobased materialen en natuurinclusief bouwen. Deze materialen en manier van bouwen zijn niet alleen duurzaam, maar dragen ook bij aan een groenere en meer milieuvriendelijke leefomgeving. Gericht op het landschap én de samenleving.
Daarom stimuleren we op deze plek ook graag collectieve en experimentele woonvormen, waar Zwollenaren bijvoorbeeld samen leven en werken. Omdat we geloven in de kracht van gezamenlijkheid en ruimte willen bieden aan verschillende woonwensen. Hiermee creëren we niet alleen huizen, maar een thuis waar mensen zich verenigen, delen en groeien. En dat moedigen we ook buitenshuis aan. In het plan is ruimte voor (maatschappelijke) voorzieningen. We willen ervoor zorgen dat de Nieuwe Veemarkt niet alleen een plek is om te wonen, maar ook een plek waar mensen samenkomen, leren, ontspannen en zichzelf kunnen ontplooien. Hiermee bouwen we aan een buurt die van waarde is voor velen en waar iedereen welkom is. De Nieuwe Veemarkt is veel meer dan alleen een stuk grond en gebouwen; het is een plek doordrenkt van historie en verhalen. Deze rijke erfenis zullen we koesteren. Daarom geven we de oude kenmerkende gebouwen van de Elbertschool en de Bogenhal een nieuwe bestemming. We zijn trots op het verleden en kijken uit naar de toekomst van deze karaktervolle, duurzame stadsbuurt op loopafstand van de binnenstad. Gerdien Rots Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling Gemeente Zwolle
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
3
hplan
4
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Inhoudsopgave
plangebied NIeuwe Veemarkt
1. Inleiding en Leeswijzer
7
2. Opgaven en ambities
8
3. Programma Nieuwe Veemarkt 3.1 Wonen 3.2 Maatschappelijke en commerciële voorzieningen 3.3 Werken 3.4 Bijzondere opgaven
11
4. Ruimtelijk raamwerk en netwerken 4.1 Groenblauw netwerk 4.2 Klimaatadaptatie: 4.3 Biodiversiteit en natuur 4.4 Spelen en bewegen en ontmoeten 4.5 Mobiliteit 4.6 Energie / WKO - netwerken 4.7 Ondergrondse netwerken
23
5. Ontwikkelvelden in het raamwerk 5.1 Archeologie 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Beeldkwaliteit bebouwing 5.4 Beeldkwaliteit openbare ruimte 5.5 Duurzaamheid 5.6 Supervisie
56
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
6 Een gezonde en veilige leefomgeving 6.1 Geluid 6.2 Externe veiligheid 6.3 Luchtkwaliteit 6.4 Milieuzonering 6.5 Bodem 6.6 Stikstof 6.7 MER
92
7. Civiele techniek 7.1 Bouwrijp maken 7.2 Grondwerkzaamheden 7.3 Hoogteplan 7.4 Woonrijp maken 7.5 Fasering en planning
97
8. Ontwikkel- en uitgiftestrategie 8.1 De ontwikkeling 8.2 Gebiedsbrede opgaven 8.3 Gronduitgifte 8.4 Bijzondere opgaven 8.5 Fasering 8.6 Bestemmingswijziging
101
Bijlagen Participatiejournaal Onderzoeken
111
5
hplan
6
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
1. Inleiding Van gebiedsvisie naar Ruimtelijk Ontwikkelingsplan
In de gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt staat hoe het IJsselhallenterrein kan veranderen in een levendige, gemengde en duurzame stadswijk. Dit Ruimtelijk Ontwikkelingsplan (ROP) is de vertaling van de ambitie en doelen uit de gebiedsvisie naar een duidelijk en haalbaar plan. In het ruimtelijk raamwerk liggen de wegen, paden, het water en het groen vast (niveau Voorlopig Ontwerp). Dit raamwerk wordt na het ROP verder uitgewerkt tot een inrichtingsplan. Binnen het raamwerk liggen bouwvelden. Deze bouwvelden vullen we met woningen, werken en voorzieningen. In deze bouwvelden is meer flexibiliteit om aanpassingen te doen, binnen de bandbreedte die bepaald wordt door de gewenste bouwhoogten, de benodigde parkeerplaatsen en de soorten woningen. Als vervolg voor de bouwvelden wordt na vaststelling van het ROP een uitwerking per bouwveld opgesteld: het kavelpaspoort. In het kavelpaspoort beschrijven we voor elk bouwveld het programma en de ruimtelijke randvoorwaarden (inclusief beeldkwaliteit).
Leeswijzer
Om de relatie met de gebiedsvisie duidelijk te leggen, is in dit ROP dezelfde indeling gebruikt. Eerst geven we een beschrijving van de ontwikkelingen die invloed hebben op het ROP. In het volgende hoofdstuk vertellen we hoe het programma en de doelgroepen voor de nieuwe buurt eruit zien. Daarna lichten we het ruimtelijk raamwerk toe. Dit bestaat uit de groenblauwe structuur, de wegen en paden én de ondergrondse netwerken (= riolering, kabels en leidingen, energievoorziening). Hierna vertellen we over verschillende onderdelen van duurzaamheid in de wijk (energie, circulariteit) en over milieuaspecten zoals geluidsoverlast, externe veiligheid en luchtkwaliteit. De uitwerking van de bouwvelden, waaronder de bouwenvelop, het programma om te ontwikkelen en te bouwen, bouwhoogtes, overgangen van de straat naar de woning en de beeldkwaliteit beschrijven we in het volgende hoofdstuk. Daarna gaan we in op de civieltechnische aspecten, zoals het slopen van de IJsselhallen en het bouwrijp maken van het gebied. Tot slot bepalen we de ontwikkel- en uitgiftestrategie, de manier waarop we de grond willen gaan uitgeven en verkopen aan partijen die er gaan bouwen en hoe we die partijen selecteren. Ook zeggen we iets over het vervolgproces, zoals de planologische procedure. In de bijlage is het participatiejournaal opgenomen.
Hierin staat op welke manier we mensen die in de buurt wonen en belanghebbenden bij het ROP hebben betrokken.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
7
hplan
2. Opgaven en ambities
Kernwaarden
De Nieuwe Veemarkt – een karaktervolle stadsbuurt
Wonen in de Nieuwe Veemarkt betekent wonen op een plek met verhalen. Het terrein was vroeger de plek waar de hele regio samen kwam voor ontmoeting en handel op de veemarkt. Nu verandert deze plek in een karakteristieke stadsbuurt met dichtbebouwde woonblokken aan het water en in het groen. Het is een iconische en historische plek, herkenbaar aan de oude Veehal en de ondernemende en eigenzinnige geest die hier nooit weg is geweest. Stadsmensen van alle leeftijden voelen zich thuis in deze stadsbuurt. Er is ruimte om door te groeien: van jong talent en startende gezinnen, tot empty-nesters en ouderen met een zorgbehoefte. De bewoners kijken naar elkaar om en ontmoeten elkaar met een open blik. De verschillende bouwvormen zorgen voor een diversiteit aan buurtjes waar wonen hand in hand gaat met andere functies. Er is ruimte voor werken, aan huis of op gedeelde werkplaatsen. Voor ontspanning en ontmoeting, zoals in de horeca in en rond de Veehal. En het stadspark nodigt uit tot ontmoeten, spelen en bewegen, wat wordt versterkt door het autoluwe karakter van de buurt. Het stadspark ligt centraal in de buurt en grenst aan een watergang. De watergang slingert door het gebied en verbindt zo pleintjes, straatjes en hofjes met elkaar. De Nieuwe Veemarkt biedt ruimte voor experiment.
In de woningbouw, het gebruik van materialen, de samenlevingsvormen en in het ondernemerschap en vrijetijdsaanbod waar ruimte is voor ambacht. In deze eigenzinnige buurt is ruimte voor creatief aanbod met karakter. Alle ontwikkelingen samen zorgen ervoor dat de Nieuwe Veemarkt weer de allure krijgt van vroeger: een eigenzinnige, kleurrijke, ondernemende wijk. Vol trots en reuring. En altijd klaar voor de toekomst.
8
In de Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt hebben wij een aantal waarden benoemd, die als fundament onder de verdere planvorming liggen. Door de waarden van de nieuwe buurt te benoemen, willen wij duidelijk maken waar wij naar streven zonder voor te schrijven op welke manier dit precies zou moeten. Deze ontwikkelprincipes hebben richting gegeven in de verdere uitwerking van de gebiedsvisie in dit ROP. In dit ROP is aangegeven op welke manier dit gedaan is. Ook bij de uitwerking van het ROP, bijvoorbeeld in kavelpaspoorten, inrichtingsplannen of aanbestedingsdocumenten, zullen de ontwikkelprincipes leidend zijn. De hieronder genoemde waarden zijn uitgebreider beschreven in de Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt De hieronder genoemde waarden zijn uitgebreider beschreven in de Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt. 1. Eigenzinnig Authentiek en herkenbaar Ruimte voor Experiment 2. Veelkleurig Diversiteit aan mensen, buurtjes, functies Rust en reuring 3. Comeback kid Cultuurhistorie inspireert 4. Er voor elkaar zijn Welkom in de wijk Gezond en verbonden 5. Toekomtgericht Een KEC-ke wijk Groen is de basis voor mens en dier
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Ambities Nieuwe Veemarkt
Na vaststelling van de Gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt (juli 2022) is er op een aantal gebieden aanvullend onderzoek gedaan of is er aanvullend beleid vastgesteld, die de ambities van de gebiedsvisie verder aanscherpen. Naar aanleiding hiervan zijn enkele ambities in dit ROP verder aangescherpt: Woonprogramma: Het aandeel betaalbare woningen is verhoogd van 40% naar 50% (coalitieakkoord). Daarnaast zijn de uitgangspunten voor sociale huur vastgesteld (december 2022). Deze aanvullingen zijn uitgangspunt in het ROP. Parkeren / mobiliteit: De visie en het uitvoeringsprogramma Stadshart zijn vastgesteld. Vanuit deze besluiten is een aanvullende parkeeropgave voor de Nieuwe Veemarkt ontstaan. Er is in het ROP rekening gehouden met een beperkte compensatie van parkeerplaatsen vanuit het Stadshart. Het ROP compenseert de parkeerbehoefte vanuit het Emmadek volledig, maar dat wil niet zeggen alle parkeerplaatsen die nu beschikbaar zijn in het Emmadek worden gecompenseerd. Prijsvraag Biobased Bouwen: Vooruitlopend op de ontwikkeling van de Nieuwe Veemarkt is in samenwerking met het College van Rijksadviseurs een prijsvraag gestart. Deze prijsvraag levert een plan op voor één van de eerste bouwvelden op de Nieuwe Veemarkt. De lessen uit deze prijsvraag zijn vertaald in dit ROP.
In de verdere planuitwerking (bijvoorbeeld naar kavelpaspoorten) worden de lessen en ervaringen waar mogelijk en nodig benut.
Deelname City Deal Circulair en Conceptueel bouwen: Zwolle is deelnemer aan en ondertekenaar van de City Deal Circulair en Conceptueel bouwen, met de Nieuwe Veemarkt als casus. De ambitie van de City Deal is dat elk groot nieuwbouw- of transformatieproject (50+ woningen) dat wordt geïnitieerd, zo circulair en conceptueel mogelijk wordt gerealiseerd. Daarbij gaat het om projecten waarbij nieuwe woningen worden gecreëerd, en geldt de project- en stadsspecifieke context als randvoorwaarde. Onder ‘zo circulair mogelijk’ verstaan wij toepassing van circulaire bouwprincipes bij: • Het ontwerpproces: ontwerpen op basis van inzichten van alle partijen in de bouwketen inclusief onderhoud en hergebruik om (rest)waarde van een gebouw te optimaliseren • De ontwerpprincipes: • Detaillering: losmaakbaar en flexibele toepassing op basis van type verbinding, • toegankelijkheid en levensduur • Materialisatie: toepassen van secundair materiaal, biobased materiaal, niet-toxisch materiaal en in de toekomst herbruikbaar materiaal.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
9
hplan
impressie wetering 10
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
3. Programma Uitgangspunten programma: • 70-80% wonen en 30-20% werken en voorzieningen • Ca 70% appartementen en ca. 30% grondgebonden woningen • Verhouding Goedkoop/middelduur/duur = 30:40:30 • 50% woningen in de betaalbare categorieën: minimaal 20% sociale huur, 10% goedkope huur en/ of koop en 20% middeldure huur 1. • 10% van het aantal woningen is bestemd voor maatschappelijke doelgroepen • 10% van het aantal woningen zijn seniorenwoningen. • Hoofdzakelijk gele en rode doelgroepen volgens het BSR model.
De nieuwe Veemarkt wordt een stoere eigenzinnige stadsbuurt die zich kenmerkt door het creatieve en ondernemende karakter en rijke cultuurhistorie. Het gebied maakt onderdeel uit van het Stadshart. Binnen het Stadshart is de Nieuwe Veemarkt een gebied waar ruim groen aanwezig is en relatief veel gewoond wordt. Ongeveer 75% van het programma bestaat uit woningen. Ongeveer 30% van deze woningen bestaat uit grondgebonden woningen in diverse typologieën. Daarmee onderscheidt de buurt zich van de overige meer centrumstedelijke gebieden in het Stadshart. Daar is veel meer een gelijke mix van wonen met werk- en voorzieningenaanbod (50%-50%). Ook worden er in die gebieden hoofdzakelijk appartementen gerealiseerd.
3.1 Wonen
Voor het woonprogramma in het ROP hanteren we de uitgangspunten uit de gebiedsvisie, inclusief de aanvullingen zoals beschreven in hoofdstuk 2. In dit ROP is het aantal woningen vastgesteld op circa 750. Voor realisatie van sociale huurwoningen zijn de ‘Uitgangspunten Sociale huurwoningen’ van toepassing. Voor de realisatie van middeldure huurwoningen geldt de ‘Verordening middenhuurwoningen Zwolle 2022’.
Betaalbare woningen
Met betaalbaarheid bedoelen we blijvende betaalbaarheid van wonen voor minimaal 20 jaar met inbegrip van alle woonlasten. Te denken valt aan structureel lage energielasten, het delen van ruimten waardoor woningen kleiner kunnen zijn en vormen van eigenaarschap die langdurige lage huren garanderen. De invulling hiervan kan door keuzes te maken en/of eisen te stellen aan het programma, ontwerp, de ontwikkelwijze en/of in het beheer en exploitatie van de woningen.
Doelgroepen
De belangrijkste beoogde doelgroepen houden van wonen in de stad, met de bijbehorende reuring. Dit zijn starters/startende ambachtswerkers, kenniswerkers en pas-afgestudeerden, stedelijke gezinnen, jongeren, alleenstaanden (voornamelijk 30-55 en 75+) en vitale senioren (55-75). Doelgroepen van alle generaties die zich verbinden op het creatieve en eigenzinnig karakter van de wijk (de zogenoemde gele doelgroep in DISC met een vleugje rood) en die meer zoeken dan wonen. En open staan voor maatschappelijke doelgroepen die we eveneens een thuis bieden in deze buurt zoals jongeren die uitstromen uit beschermd wonen, statushouders en zorgbehoevenden. Door de mismatch tussen vraag en aanbod in de woningvoorraad is het voor grote groepen mensen steeds moeilijker geworden om passende en betaalbare huisvesting te vinden. Met het toevoegen van circa 750 woningen op de Nieuwe Veemarkt groeit de wijk
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
11
hplan
Kamperpoort fors. Dit geeft ook huidige bewoners van Kamperpoort de kans om binnen hun buurt naar een passende woning te verhuizen. Veel ouderen zouden daardoor in de wijk kunnen blijven wonen in een woning die beter geschikt is voor hun levensfase. Samen met de Zwolse woningbouwcorporaties wordt voor deze wijk nader verkend hoe we het vinden en verkrijgen van een passende woning kunnen verbeteren door bijvoorbeeld stimulering, ondersteuning en gerichte toewijzing. Het stadsbrede actieplan ‘Beter benutten bestaande voorraad (en doorstroming)‘, dat we op dit moment opstellen, vormt hiervoor de basis.
Woningtypologie
Het beoogde woonprogramma bestaat voor circa 30% uit grondgebonden woningen en voor circa 70% uit appartementen. Met stedelijke grondgebonden woningen wordt bedoeld een combinatie en/of variatie van de volgende elementen; • Woningen met een eigen voordeur aan de straat. • Ruime woningen met verdiepingen. • Woningen met een privétuin of privé dakterras. De appartementengebouwen bieden de mogelijkheid om een grote variatie aan type appartementen (plattegronden) te realiseren; van verschillende grootte, gelijkvloers of over meerdere verdiepingen verspreid, zonder of met collectieve voorzieningen, volledig afgewerkt of casco opgeleverd, loft-achtige woningen of maisonnettes, flexibel te schakelen en anders in te delen. Van belang is dat de ontsluitingstypologie zoveel mogelijk zorgt voor leefruimten aan beide gevels, zowel aan de straatzijde als aan de binnenzijde van het blok. Een portiekontsluiting is daarbij de meest geschikte vorm, maar hiervan kan worden afgeweken als dezelfde kwaliteiten kunnen worden behaald met een andere oplossing.
Bijzondere woon- en samenleefvormen
De Nieuwe Veemarkt kenmerkt zich door het experimentele karakter waarmee het een toekomstbestendige, eigenzinnig en creatieve stadsbuurt wil creëren. Dit doen we door ruimte te geven aan
12
nieuwe woonvormen, duurzame materialen en nieuwe manieren van ontwikkelen waarbij mensen de mogelijkheid krijgen (deels) zelf invulling te geven aan hun woonbehoefte. In ieder geval willen we vormen van zelfbouw, een collectieve woonvorm voor ouderen en een wooncoöperatie mogelijk maken. De variatie in typen woningen zorgt ervoor dat mensen op verschillende manieren in deze buurt kunnen gaan samenleven. Vormen van samenleven die geschikt zijn voor de Nieuwe Veemarkt zijn: • Collectieve woonvorm voor ouderen. • Meergeneratiegebouw, met wonen en gedeelde voorzieningen voor jong en oud. • Wooncoöperatie, waarin samenleven gepaard gaat met blijvende betaalbaarheid van woningen. • Casco-woningen, waarbinnen de eigen indeling gemaakt kan worden (bijvoorbeeld superlofts). • Zelfbouwwoningen in een rij (mogelijk duo-kavels). • Conceptueel en circulair bouwen; demontabele bouwwijze waarbij plattegronden flexibel kunnen worden ingericht passend bij de behoefte van dat moment. • Woon-werkwoningen waarbij ruimte is voor een werkatelier binnen de woning.
Wooncoöperaties
In de visie voor de Nieuwe Veemarkt is de ambitie vastgesteld om ruimte te maken voor bijzondere vormen van wonen. Omdat een wooncoöperatie als woonvorm in Nederland relatief onbekend is, is een behoefteonderzoek uitgevoerd onder 1000 (potentiële) inwoners van Zwolle. Ongeveer 30% van de respondenten geeft aan interesse te hebben voor collectief en/of coöperatief wonen. Op basis van deze resultaten wordt onderzocht om in elk geval één wooncoöperatie van circa 30 huishoudens op de Nieuwe Veemarkt te ontwikkelen en te gaan realiseren.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
3.2 Niet-wonen functies Ruimte voor Experiment en innovatie Uitgifte/ontwikkelwijze
Bouw/materiaal
Doelgroepen/woonvormen
Community Land Trust
Modulaire bouw
Woon-werk woningen
Wooncoöperatie
Cascowoning
(3)Generatiehuis
Collectief Particulier Opdrachtgeverschap
Biobased en circulair materiaalgebruik
Collectieve woonvormen bijv. Friends woning
Zelfbouwkavel
Flexibel bouwen
Ouderen
Erfpacht
Natuurinclusief bouwen
Kangoeroewoning
Mede-opdrachtgeverschap Smart living
Co-housing
• • • •
Eerstelijnszorg Economisch en werkprogramma Ruimte voor horeca en cafetaria (eventueel gecombineerd met werkplekken). Ondergeschikte of ondersteunende horeca bij een creatieve of kleinschalige leisure en/of sportfuncties (bijvoorbeeld escaperoom, personal training/cross-fit, kleinschalige wellness (stads-hamam), skating).
Uitgangspunt voor het ROP is een programma van ruim 9.000m2 BVO bestaande uit werken en voorzieningenprogramma (maatschappelijk en commercieel). In de al bestaande Bogenhal wordt ook ruimte gemaakt voor werken en voorzieningen. Dit programma is aanvullend op het programma uit de grondexploitatie. In de verdere planuitwerking wordt bepaald voor welke specifieke en definitieve functies en voorzieningen ruimte komt. De basis hiervoor is gelegen in de quick-scan maatschappelijke voorzieningen en het concept voorzieningenonderzoek specifiek voor de Spoorzone, het Stadshart en de Nieuwe Veemarkt. Voor de Nieuwe Veemarkt ligt het accent op een nieuwe stadswijk, waarbij wonen, werken en voorzieningen in een goede mix kunnen worden ontwikkeld.
fotografie: Luuk Kramer
Voorbeeld: Het Havenhuis
Havenhuis
De ontwikkeling van de Meeuwenlaan gaat voor een toename van het aantal bewoners zorgen. In de gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt is op het gebied van werken en voorzieningen onderstaand programma en functies vastgelegd:
Architectenbureau Hollands Zicht initieerde het CPO Havenhuis. Vier individuele kavels binnentuin zijn samengevoegd tot één collectief project. Door de collectieve aanpak kan de breedte Hollands Zicht initieerde het CPO Havenhuis. Een klein hoekperceel vereist een slimme aanpak. Vier individuele patio om van het we perceel optimaal worden aan de individuele woningen, die kavels hebben samengevoegd tot één collectief project. Doortoegewezen de collectieve aanpak kan de breedte van het perceel optimaal worden toegewezen aan de verschillende individuele woningen die om elkaar draaien. elkaar draaien. Elke woning is grondgebonden en elke woning heeft een woonlaag van Elke woning is grondgebonden en elke woning heeft een woonlaag van 8m breed voor een wijds uitzicht over de stad. Met de verschillende kopersopties zoals balkons, erkers en loggia’s maken toekomstige bewoners hun 8m breed voor een wijds uitzicht over de stad. Met verschillende kopersopties zoals huis hun ‘eigen’. meer weten: www.hollandszicht.nl balkons, erkers en loggia’s, maken de bewoners hun huis ‘eigen’.
Het onderzoek geeft aan aan welke extra voorzieningen behoefte is bij de groei van het aantal bewoners, aanvullend op de bestaande voorzieningen: • Dagelijkse detailhandel op het gebied van persoonlijke verzorging en zgn. Overige levensmiddelen. • Algemene kleinschalige dienstverlening (bijvoorbeeld uitzendbureau) • Horeca • Kleinschalige sportconcepten/functies
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
13
hplan
• • • •
Kleinschalige culturele functies/atelierruimte Integraal Kindcentrum Eerstelijnszorg/gezondheidscentrum (huisarts/fysiotherapie/ tandarts) Wijk- en ontmoetingsfuncties.
Maatschappelijke voorzieningen
Onderwijs In de gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt (2022) is opgenomen dat er ruimte is voor onderwijs in de nieuwe buurt. Over de specifieke invulling is nog geen duidelijkheid. In het plan en de grondexploitatie is ruimte om een onderwijsfunctie te faciliteren. Hierover ontstaat in een latere fase meer duidelijkheid. De afwegingen hiervoor moeten mede in samenhang met de gebiedsontwikkelingen van het Stadshart en de Spoorzone worden gemaakt. In de verkaveling van de Nieuwe Veemarkt blijft het mogelijk het bouwveld naast het park om te vormen tot ontwikkellocatie voor een nieuwe basisschool, in combinatie met KDV/BSO. Dit blok ligt op voldoende afstand van de A28, zodat externe veiligheid, geluid en luchtkwaliteit kunnen voldoen aan wet- en regelgeving. Een combinatie van deze onderwijsfuncties met wonen en zorg is een interessante onderzoeksrichting, die van meerwaarde kan zijn voor bewoners en schoolgaande kinderen.
de Rieteweg een grootschalige detailhandelsfunctie (supermarkt) ruimtelijk te faciliteren (in combinatie met woningen en de mobiliteitshub). Dit betreft een verplaatsing van de al aanwezige (bestaande) vierkante meters detailhandel (supermarkt). Mede door de ‘expeditiestraat’ langs de A28 past deze functie goed op die plek, onder voorwaarde dat hiervoor ook planologische marktruimte is. AFAC In de westelijke mobiliteitshub is rekening gehouden met het huisvesten van de AFAC. Ook deze functie kan gebruik maken van de expeditiestraat. Een koppeling van de fietseninzameling met circulair programma in de Bogenhal is wellicht een kansrijke; hier kunnen niet opgehaalde fietsen worden opgeknapt dan wel verwerkt tot nieuwe producten. Overige commerciële voorzieningen Voor een horecavoorziening reserveren wij de kop van de Bogenhal die aan het park ligt. Dit is een uitstekend op de zon en het groen georiënteerde plek in het hart van de nieuwe wijk. Uitgangspunt is dat deze horecavoorziening voor dubbelgebruik kan worden ingezet voor de te faciliteren functies in de Bogenhal. Ook is het voorstelbaar dat in de Elbertsschool een vorm van een buurtrestaurant een plek krijgt. De functie en doelgroep van beide horecavoorzieningen verschilt, zodat ze aanvullend zijn.
Commerciële voorzieningen
Bestaande dagelijkse detailhandel (supermarkt) Een supermarkt in het gebied maakt het mogelijk dat bewoners veel minder gebruik hoeven te maken van auto’s, omdat de dagelijkse boodschappen op loop- of fietsafstand zijn te halen. Uitgangspunt in dit ROP is het handhaven van de Jumbo-supermarkt op de huidige locatie en het handhaven van de parkeerplaats voor die supermarkt. Het ROP is op onderdelen flexibel. Dat wil zeggen dat er tussen de ontwikkelvelden geschoven kan worden met programma of functies. Het is mogelijk om in het ontwikkelveld 8 op de hoek van de A28 en School van biobased materialen 14
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Bij de opzet van de nieuwe gebouwen is het mogelijk om een hogere begane grondverdieping te ontwikkelen die aansluiten bij de eisen voor niet-woonprogramma in de plinten (zoals kleinschalige leisure of kleinschalige wellness (stads-hamam)). De Elbertsschool en de Bogenhal bieden daarnaast ook plek voor voorzieningen die passen in het profiel van de plek en de gemeenschap.
3.3 Werken
Onderdeel van de Kamperpoortse stedelijkheid is het mengen van functies; er is van oudsher gewerkt in deze wijk, eerst in fabrieken en later in de stallen, op de markt en in de cafés van de Veemarkt, de kantoorgebouwen en werkplaatsen. Ook in de nieuwe situatie vinden we het belangrijk om het werken een plek te geven. Dit betekent dat in elk ontwikkelveld ruimte is voor niet-woonprogramma, e.e.a. op basis van de uitgangspunten uit de gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt: • • • •
•
Ambacht en kleinschalige, kwalitatief hoogwaardige kantoorfuncties. Hoogwaardige co-workingconcepten verspreid of op één centrale locatie Hotspots: Bogenhal en Elbertsschool Bogenhal: de creatieve en slimme maakindustrie met een focus op het ambacht en/of impact ondernemen met een koppeling naar de circulaire economie en atelierruimte voor de creatieve en artistieke sector (kunstenaars). De Elbertsschool als hart voor de buurt (met buurt/welzijn initiatieven, (sociaal)ondernemerschap en cultuur/creativiteit.
•
•
creatieve invulling van de Bogenhal. Een deel van de Bogenhal kan daarnaast ingezet worden voor commerciële verhuur van kleinschalige werkplekken/kantoorruimten voor kleine ondernemers en zzp’ers. Hiermee ontstaat een sterke mix van commerciële en niet-commerciële activiteiten. In de plint van woongebouwen: voor kantoorgebruikers met een publieksfunctie of kleine ondernemers, al dan niet in combinatie met gedeelde voorzieningen. Solitaire multi-tenant kantoorgebouw(en): kantoorgebouw gericht op kleine ondernemers, starters of zzp’ers met aantrekkelijke co-working spaces met gedeelde voorzieningen en ontmoetingsplekken.
Gezien de goede OV-bereikbaarheid zien we kansen voor kantoorconcepten met een lage autoparkeer behoefte. Dit trekt een bepaald soort (innovatieve) kantoorgebruikers aan. De unieke uitstraling van de Bogenhal en de focus op circulaire ambachtsvormen, atelierruimte, kleinschalige maakindustrie, kan gezien het rauwige van de Bogenhal ook een bepaald type gebruikers aantrekken. In de nabijheid wordt The City Post gerealiseerd, een duurzaam multi-tenant kantoorgebouw, met een mogelijkheid voor verdere uitbreiding in de toekomst. Binnen de Nieuwe Veemarkt is ruimte voor kleine ondernemers, starters en zzp’ers. Indien deze willen doorgroeien kan dit in de City Post of richting de Spoorzone. Zo wordt de Nieuwe Veemarkt onderdeel van een breder ecosysteem van bedrijven. Daarnaast biedt de Nieuwe Veemarkt ruimte voor ondernemers uit de wijk.
Kleinschalige en hoogwaardige kantoorfuncties Door de ligging in een gemengde woonwijk is dit gebied vooral geschikt voor kleinschalige kantoorfuncties, waarbij we uitgaan van maximaal 1.500 – 2.000 m2 per pand. Dit kan op de volgende manieren ingevuld worden: •
In de Bogenhal: In de Bogenhal is ruimte voor atelierruimten voor kunstenaars en creatieve ondernemers. Bijvoorbeeld een kringloopwinkel kan bijdragen aan de circulaire en
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
15
hplan
Kaart Voorzieningen en werken Voorzieningen en werkfuncties Flexibele begane grond Zoekgebied collectieve voorzieningen wonen Sociaal maatschappelijk HUB
HUB voorzieningen Horeca Reservering onderwijs
AFAC
Reservering AFAC Reservering verplaatsing supermarkt
16
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
3.4 Bijzondere opgaven
Bogenhal: ondernemen, ontmoeten en creëren
De gemeente Zwolle is eigenaar van de IJsselhallen Zwolle. In deze gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt is de ambitie geformuleerd om een deel van de bestaande IJsselhallen te behouden en een nieuwe functie te geven in de Nieuwe Veemarkt. Het gaat om de Bogenhal uit 1972 (ca. 10.000 m2). Van oorsprong functioneerde de Bogenhal als veemarkt. Het is een belangrijke plek voor Zwolle en heeft een rijke geschiedenis. In de cultuurhistorische analyse krijgt de Bogenhal een hoge cultuurhistorische waarde. De Bogenhal is een sterke identiteitsdrager voor de Nieuwe Veemarkt en biedt ruimte voor de creatieve ondernemende stad die Zwolle wil zijn. Ruimtelijke inpassing Stedenbouwkundig en ruimtelijk vormt de enorme lengte van de Bogenhal een barrière vanuit Kamperpoort richting de nieuw te ontwikkelen woonwijk. Daarom moet de hal tenminste één keer doorsneden worden door een openbare route. Dit maakt de geweldige ruimtelijke constructie zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hierdoor ontstaan extra kopgevels met kansen voor nieuw programma dat een interactie aan kan gaan met de openbare ruimte. Met name de kopgevel aan het nieuwe park biedt veel kansen voor een invulling als ontmoetingsplek met ruimte voor horeca, co-workspaces en werkplaatsen (creatieve branche) die gericht zijn op publiek.
Uitgangspunten gebiedsvisie voor de Bogenhal: •
•
• • • •
In het Economische en cultureel perspectief is de Bogenhal benoemd als een kansrijke ontwikkeling voor de creatieve en slimme maakindustrie. De focus ligt op het ambacht. Het is ook een kansrijke plek voor Impact ondernemen, bijvoorbeeld als het gaat om de koppeling met circulaire economie. De Bogenhal is gemeentelijk eigendom en dit biedt dé kans om een “rafelrand” te realiseren die financieel betaalbaar is voor creatievelingen, artistieken en ambachtslieden met een sterke community en maakgemeenschap. Autonome kunstenaars, die gelet op lawaaiproductie binnen de geluidzone van de A28 passen. Kleinschalige kantoorplekken. Kleinschalige leisure. Ruimte voor horeca.
De enorme lengte van de Bogenhal stelt echter ook andere eisen aan de invulling. Een opengewerkte langsgevel aan beide zijden van het volume is noodzakelijk om de sociale veiligheid op straat te waarborgen en biedt kansen op meer uitwisseling tussen buiten en wat er in de hal gaat gebeuren. Technische staat Voor de herontwikkeling van de Bogenhal is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. Er is onderzocht op welke wijze het gebouw en de dakconstructie verduurzaamd kunnen worden. Uit dit onderzoek blijkt dat de houten spanten nog in goede conditie zijn en bij
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
17
hplan
evenredige belasting een zwaarder dakpakket (meer isolatie, zonnepanelen of een groen dak) tot op zekere hoogte kunnen dragen. Met enige versterking is het ook mogelijk een route te maken en het gebouw in delen te splitsen. De conclusie is dat bouwkundig gezien de Bogenhal behouden en getransformeerd kan worden.
3.
Programmatische invulling De Bogenhal is een interessante ontwikkeling voor creatieve en slimme maakindustrie (met focus op ambacht en Impact Ondernemen) en creatieve ambachten en de verbinding daarvan met de circulaire economie: een circulair ambachtscentrum. Dit kan aangevuld worden met ruimte voor experimenteren, kleinschalige kantoorplekken, en (autonome) kunstenaars. Voor de herontwikkeling van de Bogenhal werken we met een mix aan programma: 1) werkplekken, 2) horeca, 3) circulair programma en 4) creatieve (maak)industrie.
4.
Uitgangspunten herontwikkeling Bogenhal Voor de herontwikkeling van de Bogenhal worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De Bogenhal blijft (minimaal) 10 jaar in eigendom van de gemeente. 2. Een gemixt programma voor: werkplekken, horeca, (circulair) economisch programma, kleinschalige en creatieve (maak) industrie, aangevuld met ruimte voor experimenteren, kleinschalige kantoorplekken en (autonome) kunstenaars. De oppervlakteverdeling per programmaonderdeel kan in het vervolg nog beperkt wijzigen.
7.
5.
6.
8.
9.
Aan de voorkant van de Bogenhal die grenst aan het park, wordt een nieuwe kopgevel met twee stramienen teruggelegd, zodat een veranda ontstaat aan het park en er uitwisseling kan ontstaan tussen het park en de Bogenhal. In dit gedeelte is ruimte voor horeca in combinatie met werkplekken voor kantoorachtige bedrijvigheid en/of flexplekken. Een deel van het gebouw aan de zijde A28 moet worden gesloopt voor de inrichting van het openbaar gebied en de watergang langs de groenstrook. Hier wordt een nieuwe kopgevel gerealiseerd. Er komt één route door het volume; het volume wordt in twee delen opgedeeld, langs de route worden twee nieuwe kopgevels gerealiseerd. De potentiële gebruikers van de Bogenhal, moeten passen binnen het gemixte programma. De gemeente stelt een kwartiermaker aan om te verkennen welke potentiële gebruikers er zijn. De gemeente selecteert de toekomstige gebruikers op de wijze als vermeld in het hoofdstuk Ontwikkel- en uitgiftestrategie. De gemeente gebruikt de input van de kwartiermaker bij het opstellen van de selectiecriteria. Het streven is om de hal op termijn duurzaam en toekomstbestendig te maken. Ook hier kan het experiment een rol spelen, bijvoorbeeld door te onderzoeken in hoeverre nieuwe dak- en gevelmaterialen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit of biodiversiteit (zoals een groen dak, NOx-afvangend dak).
De transformatie wordt zoveel mogelijk circulair gedaan.
impressie Bogenhal. Beeld: ABT / Gemeente Zwolle 18
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
19
hplan
Elbertsschool: een plek voor en door de buurt Uitgangspunten gebiedsvisie voor de Bogenhal: • De Elbertsschool krijgt een sociaal maatschappelijk functie voor de bewoners in de Kamperpoort én de nieuwe bewoners op de Nieuwe Veemarkt en aan de Meeuwenlaan. • Het snel starten in een vorm van tijdelijk gebruik en de uitwerking van het programma in de Elbertsschool gebeurt in overleg met de bestaande gebruikers en de buurt. • Sociaal-maatschappelijke initiatieven zijn in het begin vaak kwetsbaar en hebben de tijd en ruimte nodig om zich te bewijzen en te groeien. • De instandhouding van een monument is gebaat bij een goede bouwtechnische staat, maar óók bij gebruikers die zorg dragen voor het gebouw. • In het gebouw is ruimte voor maatschappelijk programma, gecombineerd met programma dat als kostendrager kan fungeren.
De locatie Elbertsschool (Veemarkt 35 - 40) is onderdeel van de gebiedsontwikkeling de Nieuwe Veemarkt. De school ligt op een plek waar oud en nieuw bij elkaar komen; de ontwikkeling Meeuwenlaan, de Nieuwe Veemarkt en bestaand Kamperpoort. Naar aanleiding van een motie willen de gemeente en de bewoners van de Kamperpoort van het oude schoolgebouw een plek voor en door de buurt maken. Gemeentelijk monument De Elbertsschool is een groot (1.100 m2) monumentaal pand en eigendom van de gemeente Zwolle. Het is een iconisch gebouw voor de Kamperpoort. Veel Kamperpoorters gingen er naar school. Bij de transformatie van de Elbertsschool naar hart voor en door de buurt, wordt een nieuw gebruik voorgesteld, dat zich prima kan voegen naar de bestaande structuur van het schoolgebouw. Bij verduurzaming en het toekomstbestendig maken van het gebouw is er de kans en de verplichting om hiermee de monumentale waarden van het gebouw te behouden en te herstellen Verkenning maatschappelijke hart van de buurt In opdracht van de gemeente is door een extern bureau (Ziegler&Gautier) een verkenning uitgevoerd of de Elbertsschool het kloppende hart van de Kamperpoort kan worden en wat hiervoor nodig is. Zij hebben breed en intensief gesproken met verschillende belanghebbenden en belangstellenden uit de buurt en de stad. Uit deze gesprekken blijkt dat er veel interesse en animo is (o.a.
bij bewoners) om het gebouw te gebruiken. Programmering Elbertsschool Uit de verkenning blijkt dat een gemixt programma aansluit bij de behoeften van de Kamperpoort en de stad. Het gemixte programma bestaat uit: 1. Buurt(initiatieven); 2. Culturele initiatieven en activiteiten; 3. Sociaal Ondernemerschap.
20
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Vanaf september 2023 wordt tijdelijk onderwijs gefaciliteerd op de eerste verdieping in de Elbertsschool voor de kinderen die komen te wonen in de opvanglocatie van het COA aan de Meeuwenlaan. Het tijdelijk onderwijs draagt bij aan het integreren van de nieuwkomers in de Kamperpoort en het verder tot leven brengen van de Elbertsschool. Verder voorziet dit in de geleidelijke aanpak zoals beschreven in de uitgangspunten uit de gebiedsvisie Nieuwe Veemarkt.
Uitgangspunten verdere ontwikkeling Elbertsschool
Om te komen tot een vitale en toekomstbestendige invulling, programmering en verhuur van de Elbertsschool, zijn onderstaande punten voor de doorontwikkeling van belang: 1. Er moet een breed aanbod zijn, passend in de drie programmalijnen: buurt(initiatieven), culturele initiatieven en sociaal ondernemerschap. 2. Er moet multi geprogrammeerd worden in de ruimtes. Bijvoorbeeld door ruimtes te creëren die doordeweeks werkplekken zijn en in het weekend ruimte geeft voor kleinschalige culturele activiteiten. 3. Er wordt waar mogelijk gewerkt met verschillende huurniveaus (hoog/laag) en met huurders en gebruikers die passen binnen de programmalijnen. 4. Alle huurders moeten meer bijdragen dan alleen de huur betalen. Zij moeten op hun eigen manier bijdragen aan de gemeenschap en activiteiten (social return). 5. De komende drie tot vijf jaar is ruimte voor experimenteren en proberen. In die periode moet blijken of zelfstandige financiële exploitatie binnen de programmalijnen haalbaar is. 6. Een (verenigings)organisatie, die verantwoordelijk is voor de programmering, levendigheid en het beheer, met een zo groot mogelijke rol voor de buurt, maar aangevuld met expertise en rollen van buiten. 7. De Elbertsschool is een monumentaal pand. Bij het beheer (klein en groot onderhoud) van het pand, moet hier rekening mee gehouden worden.
Placemaking bij de Elbertsschool: bewonerscoöperatie Kamperpoorterij organiseerde het Bak-100 festival
Placemaking bij de Elbertsschool: bewonerscoöperatie Kamperpoorterij organiseerde samen met gemeente en CRa de tentoonstelling over de prijsvraag Biobased en Natuurinclusief bouwen
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
21
hplan
22
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
4. Ruimtelijk raamwerk
Uitgangspunten gebiedsvisie: • • •
4.1 Groenblauw netwerk Functies van de openbare ruimte
We willen groen realiseren dat daadwerkelijk bijdraagt aan klimaatadaptatie, gezondheid, biodiversiteit en er niet alleen mooi uit ziet. Bomen en beplanting zijn de ingrediënten voor de groenstructuren en de groene plekken op de Nieuwe Veemarkt, maar ook voor de groene daken en gevels. Groen is essentieel voor het realiseren van een klimaatbestendige omgeving en biodiversiteit. Daarnaast heeft groen een positieve werking op gezondheid en stimuleert om te bewegen en vergroot ook de leefbaarheid in een gebied. Variatie in beplanting en biodiversiteit zijn een belangrijke maat voor de kwaliteit en belevingswaarde van de beplanting. Met aandacht voor ontwerp, een zorgvuldige plantkeuze en rekening houdend met toekomstig beheer kan hoogwaardige kwaliteit groen worden gerealiseerd en richting geven aan de functies van het groen.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
• • •
• •
•
Groenblauw, bestaande uit A28-zone, Nieuwe Wetering, park, pocketparks en lanen; De zone langs de A28 heeft ecologische betekenis, evenals de rand langs het Kamperlijntje; Het park biedt een groene plek van maat, met ruimte om te spelen en te bewegen, om te zitten en te zonnen, om te praten en tot rust te komen; De pocketparks bieden ruimte voor kleinschaliger groen tussen de bouwblokken; Laanprofiel Rieteweg wordt versterkt en langs de Veemarkt komen ook bomen; We maken een watercascade, die trapsgewijs het regenwater opvangt; te beginnen bij de groene daken, naar een collectief binnenterrein en via wadi’s of andere voorzieningen naar de watergang; De inzet is om bij alle bebouwing natuurinclusief te bouwen; De inrichting en het beheer van de buitenruimte creëert optimale omstandigheden voor een biodivers gebied; Beplanting draagt zoveel mogelijk bij aan een goede omgeving voor insecten en andere dieren, maar levert ook voor mensen een aantrekkelijk beeld op.
23
hplan
De Nieuwe Veemarkt als schakel in groenblauwe netwerken
24
De Veemarkt als schakel tussen stedelijk programma (Binnenstad, Spoorzone en evenementenlocatie).
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
4.2 Klimaatadaptatie De watercascade
Uitgangspunt is een getrapt systeem van wateropvang, berging en infiltratie, en in laatste instantie afvoer. Waterberging Bij de Nieuwe Veemarkt speelt de noodzaak tot waterberging een grote rol. Het is het laagste gebied in de Kamperpoort. Om zoveel mogelijk capaciteit aan berging te realiseren is er een doorgaande watergang in het gebied: de Kamperpoortse Wetering. Er is een waterstructuurplan opgesteld voor het gebied van de Veemarkt en de Meeuwenlaan, waarbij ook de behoefte aan extra berging voor de bestaande Kamperpoort is meegenomen. Uit het waterstructuurplan blijkt dat de watergang voldoende capaciteit heeft voor het opvangen van de maatgevende bui van eens per 100 jaar. Daarbij gaat het om de opvang van 60 mm in 1 uur. Door aanvullende maatregelen, in de vorm van wadi’s, aangescherpte bergingseisen op eigen terrein (30mm ipv 20mm) en het verhogen van het vloerpeil van de woningen, is het mogelijk om aanvullend ca. 90% van de benodigde bergingscapaciteit voor heel Kamperpoort in het gebied op te lossen. Dit zorgt ervoor dat er bij heftige buien geen woningen onder water lopen, maar wellicht staat er wel op sommige plekken tijdelijk wat water in de straten.
Nieuwe ontsluitingsweg met wadi
De Kamperpoortse Wetering De nieuwe watergang heeft een asymmetrisch profiel. Door aan één zijde een kademuur te plaatsen besparen we ruimte, omdat er geen talud nodig is. Het wateroppervlak is daardoor breder en meer zichtbaar en heeft een grotere bergingscapaciteit. De kademuur ligt aan de zuid- of westzijde. Er is een groene oever aan de noord- of oostzijde. De groene oever ligt dus op de zon. De helling is flauw genoeg om een natuurvriendelijke oever te maken en op een aantal plaatsen een ligweide. Door de flauwe helling is het talud bovendien goed te beheren. Deel van de Kamperpoortse Wetering met aan één zijde een groene kademuur
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
25
hplan
De kademuur ligt aan de schaduwzijde. Dit is voordelig voor beplanting die we tegen de kademuur willen laten groeien; ze droogt niet te snel uit. De opbouw van de kademuur maakt dat er planten in kunnen groeien en dat hij deels water kan bergen. De Kamperpoortse Wetering sluit aan op het oppervlaktewater bij de Meeuwenlaan én op het water in de Veerallee (zowel het Prins Clauspark als uiteindelijk op de Willemsvaart). Als de Willemsvaart weer open gemaakt wordt, ontstaat er zo indirect een verbinding met de stadsgracht via een keersluis. Het waterpeil in de wijk wordt op een constant peil gehouden door het waterschap. Onderzocht kan worden in hoeverre gedeeltelijk mee laten bewegen van het waterpeil met het waterpeil in de stadsgracht de bergingscapaciteit verhoogt. Door verbinding te maken met de Meeuwenlaan en de toekomstige Willemsvaart en Stadsgracht, wordt de waterkwaliteit verbeterd.
Groene kademuur
Groene oever met stapstenen. Beeld: Nanda Sluijsmans
Wadi’s Langs de Rieteweg komt een grotere wadi (tussen de weg en het spoorterrein). Dit is een verlaging waar bij hevige regenval water kan komen te staan. Op plekken waar er voldoende breedte is, komen er in het gebied ook greppels of minder diepe wadi’s om water te bergen. Binnenterreinen Op de terreinen binnen de blokken wordt minimaal 20% groen in de volle grond gemaakt, waardoor er natuurlijke mogelijkheden ontstaan om water te infiltreren in de bodem. Uitzondering vormen de blokken met de parkeerhubs, die mogelijk te veel ruimte innemen. In dat geval wordt het gebouw voorzien van een (intensief) groen dak met voldoende bergingscapaciteit.
Stedelijke wadi/ regentuin en halfverharding (links) en collectief binnenterrein. Beelden: Nanda Sluijsmans
groene collectieve binnentuinen, soms openbaar toegankelijk. Beelden: Nanda Sluijsmans 26
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Kaart Binnenterreinen
Gevelgroen Noordoostgevels Geschikt voor nestkasten huismussen en gierzwaluwen Zuidwestgevels Geschikt voor verblijfsplekken vleermuizen Zuidoostgevels Geschikt voor vleermuizen, vogels en insecten
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
27
hplan
Zichtbare hemelwaterafvoer draagt bij aan bewustwording. Beeld: Nanda Sluijsmans (links) en Doesjka Majdandzic (rechts)
Groene gevel met plantsysteem (links). Beeld: Nanda Sluijsmans en groene gevel met spankabels en planten in de volle grond (rechts). Beeld: Doesjka Majdandzic
Minimaliseren van verharding (door bijvoorbeeld het toepassen van halfverharding of grastegels) draagt bij aan het tegengaan van hittestress. Beelden: Nanda Sluijsmans
28
Groene gevel van een parkeerhub. Beeld: Nanda Sluijmans
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Hittestress
Het groenblauwe raamwerk gaat ook voor verkoeling zorgen tijdens hete dagen. Dit doen we door op de juiste plekken bomen te planten. Ook zorgen we voor groen op daken en binnenterreinen. Aan de bezonde zijde van de gevels wordt ingezet op gevelgroen, om te zorgen voor een verkoelend effect. Ook de wetering kan een rol spelen in het bieden van voldoende verkoeling, op plekken waar het water bereikbaar is. Hiervoor moet wel de waterkwaliteit geschikt zijn. Maatregelen: • Tijdens warmere perioden zijn er voldoende koele en goed bereikbare plekken in de Nieuwe Veemarkt. Binnen 300 (loop) meter van elke woning streven we naar het inrichten van een koele plek van minimaal 200 m2 met natuurlijke schaduw door het aanplanten van bomen met een goede kroonbedekking en groot bladoppervlak. • Tenminste 30% van de essentiële routes voor fietsers en voetgangers bevindt zich op het heetst van de dag tijdens zomermaanden in de schaduw, zodat essentiële functies in de stad voor iedereen bereikbaar blijven. • In de verblijfsgebieden (bijvoorbeeld het park) is er tijdens de zomermaanden voldoende schaduw (minimaal 30% van de oppervlakte). Daarnaast zijn erdoor slim te ontwerpen uiteraard ook voldoende plekken aanwezig waar (in de overige maanden van het jaar) van de zon genoten kan worden.
• Er moet zoveel groen zijn dat er verdamping kan optreden en de gemiddelde luchttemperatuur wordt beperkt in de deelgebieden. Voor verdamping is met name van belang dat de watervoorziening voldoende is. Op hete dagen sluiten de huidmondjes van veel planten en neemt verdamping sterk af. • Groen koelt ook door een gunstiger albedo (meer inkomende straling wordt terug de ruimte in gekaatst) en doordat het nauwelijks hitte opslaat (en ’s avonds en ’s nachts weer afgeeft).
Droogte
Klimaatverandering leidt tot langere periodes van droogte. Hierdoor is er beperkt aanvoer van water via het Zwarte Water en de Sallandse Weteringen. Het water in Zwolle wordt dan nauwelijks ververst met gevolgen voor de waterkwaliteit. Blauwalg komt de laatste jaren steeds meer voor in de Zwolse watergangen en plassen. Een lage waterstand betekent ook daling van het grondwaterpeil. Ondanks dat de natuur veerkrachtig is, kunnen sommige bomen en planten de droogte niet goed aan. Dit vraagt om maatregelen om (grond)water beter vast te houden in de stad. Maatregelen: • Verminderen van droogteschade door de sponswerking van het gebied te vergroten. Hierbij gaat het zowel om bufferen van regenwater in het gebied als vertragen van de afvoer. Dit kan onder andere door een groene inrichting, toepassen van infiltratie- en bergingsmogelijkheden voor regenwater. • Beplantingskeuze is passend bij een veranderend klimaat; beter bestand tegen langere periodes van droogte. Hierbij is het interessant te onderzoeken of extra water kan worden vastgehouden in het gebied om beplanting in tijden van droogte te bevloeien.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
29
hplan
Wind
Windstroming in de stad wordt vooral beïnvloed door de aanwezige bebouwing en hoe de gebouwen ten opzichte van elkaar staan. Ten eerste is er op grote open ruimten, zoals grote pleinen, vaak meer wind omdat de wind de ruimte heeft om snelheid te maken. Vooral als er op zulke plekken mensen willen verblijven, is het dan wenselijk om windbescherming te bieden. Ten tweede ontstaan rondom hoge gebouwen ook veel windstromingen. Dit zijn enerzijds de stromen die door het hoge gebouw naar beneden worden geleid. Anderzijds ontstaan er stromen om de hoeken van grote volumes, omdat daar de lucht samen wordt geperst. Daarom valt er aan de voet van hoge gebouwen ook veel te verbeteren. De windstromen van boven kunnen door luifels of heel dichte boompakketten worden afgebogen. De windstromen aan de zijkant kunnen met verticale windschermen worden afgebogen naar plekken waar ze minder overlast veroorzaken. Met de te verwachten veranderende klimaatomstandigheden zullen met name buien frequenter en intensiever worden. De daarmee gepaarde windbelasting zal in de stad toenemen. De stroming van de wind wordt daardoor belangrijker in stedelijk gebied. Windstromingen moeten bij obstakels immers van richting veranderen. Daardoor vertraagt de wind op de ene plek er ontstaan luwteplekken, maar versnelt in vernauwde ruimtes waar de wind als het ware wordt samengeperst.
Bij deze richtingsveranderingen ontstaan er soms vlagen die steeds vaker zullen voorkomen. Bij sterkere wind zoals buien, en grotere obstakels zoals hoogbouw verhoogt dus de vlagenintensiteit. De hinder van wind willen we beperken, zodat je prettig kan lopen, slenteren of zitten in de openbare ruimte tussen de gebouwen. Windhinder kan voor straten, pleinen, parken en andere verblijfsgebieden ongewenste situaties opleveren voor fietsers en voetgangers. Om windhinder te voorkomen willen wij in de Nieuwe Veemarkt sturen op de windbelasting op maaiveld, vooral omdat er intensief verdicht wordt. Daarnaast moet de Nieuwe Veemarkt een gebied zijn waar je prettig kunt verblijven in de buitenruime om zo
30
Windhinder Klasse A Klasse B Klasse C Klasse D Klasse E
Windsimulatie bij overheersende windrichting (zuidwest). Donkerblauw is windklasse A. Beeld: gemeente Zwolle via OMTR Kans dat de
Kwaliteits-
drempelsnelheid
klasse
Activiteiten
(5m/s) overschreden wordt (%van aantal uren per
Doorlopen
Slenteren
Langdurig
jaar)
(niet
(wel
zitten (meest
windhindergevoelig)
windhindergevoelig)
windhindergevoelig)
Goed
Goed
Goed
Goed
Goed
Matig
Goed
Matig
Slecht
Matig
Slecht
Slecht
Slecht
Slecht
Slecht
< 2,5% 2,5-5% 5-10% 10-20% >20%
A B C D E
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
het gebruik voor ontmoeting, sport en spel te stimuleren. Ook hier hoort een minimale windbelasting bij voor de publieke ruimte. De NEN (NEN 8100:2006) geeft regels voor de hinder van wind. Onder de categorie “doorlopen” vallen niet of nauwelijks hindergevoelige plaatsen als parkeerterreinen, trottoirs en dergelijke. Onder de categorie “slenteren” vallen hindergevoelige plaatsen als entrees van gebouwen, parken, pleinen en dergelijke. Onder de categorie “langdurig zitten” vallen meest hindergevoelige plaatsen als terrassen, bankjes, balkons en dergelijke. Bij de ontwikkeling van gebouwen moet het voorkomen van windhinder worden aangetoond. Bij gebouwen hoger dan 25 meter is een hoogbouweffectrapportage verplicht. Voor de Nieuwe Veemarkt is een quickscan gedaan om te bepalen of er windhinder optreedt. Over het algemeen heeft het plan een goed windklimaat. Het park en de watergang en de meeste straten hebben een geschikt windklimaat voor verblijven en slenteren. Ten zuidwesten van de Nieuwe Veemarkt is een groot open gebied (de sportvelden) dat er in combinatie met de overheersende windrichting (zuidwest) voor zorgt dat in de dwarsstraatjes op plekken een matig of slecht windklimaat heerst voor de categorie lopen (en dus ook voor slenteren en verblijven).
De aanplant van bomen in deze straatjes, en het aanplanten van struweel langs de Rieteweg kan een dempend effect hebben op deze windhinder. Andere maatregelen zijn het maken van meer openingen in de wandbebouwing van de Rieteweg, het situeren van entrees op plekken met een gunstiger windklimaat en bouwkundige maatregelen, zoals het terugleggen van hoogteaccenten en het afschuinen van hoeken van gebouwen. In de uitwerking van de bouwvelden zal het voorkomen van windhinder één van de aandachtspunten zijn. Overigens kan de wind er ook voor zorgen dat gebieden afkoelen tijdens hete dagen. Het is de opgave om hier een goede balans in te vinden.
Overstromingsrisico
Een groot deel van Zwolle is beschermd door hoofdwaterkeringen. De laatste jaren is het overstromingsrisico vanuit de IJssel en het Zwarte Water teruggebracht vanuit het Programma Ruimte voor de Rivier en het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De komende jaren wordt verder gewerkt aan dijkversterkingen langs de Vecht, IJssel en het Zwarte Water. In de Omgevingsvisie is daarom ruimte gereserveerd om invulling te kunnen geven aan het beperken van gevolgen van overstromingen. Daarbij gaat het om het versterken van het watersysteem en het ontwikkelen van een robuuste blauwe structuur om risico’s van wateroverlast te beperken, zowel voor de stad als het omliggende landelijke gebied. De Weteringen in de gemeente Zwolle – het regionaal watersysteem – hebben een eigen beschermingsniveau en eigen regionale normen voor de dijken. Door de groei van Zwolle de afgelopen jaar en de verwachte investeringen voor de toekomst was deze normering niet meer in verhouding tot de optredende schade en mogelijke slachtoffers. De provincie heeft daarom deze norm in 2019 naar boven bijgesteld tot een overschrijdingsrisico van 1:1000. Een overstroming kan vergaande gevolgen en een ontwrichtende werking hebben in een groot deel van Zwolle, waaronder de Nieuwe Veemarkt. Het overstromingsrisico wordt daarom zoveel mogelijk beperkt door de waterkeringen langs de weteringen, de IJssel en het Zwarte Water.
Om de gevolgen van een eventuele doorbraak van de waterkering te beperken, hanteren we het principe van meerlaagse veiligheid. We richten de Nieuwe Veemarkt daarom waterrobuust in. In de Nieuwe Veemarkt wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het beperken van overstromingsschade door bij het situeren van vitale en kwetsbare functies en voorzieningen als meterkasten en drinkwatervoorzieningen in gebouwen rekening te houden met overstromingsrisico’s.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
31
hplan
4.3 Biodiversiteit en natuur
Biodiversiteit is cruciaal voor ecosysteemdiensten (de diensten die de natuur levert) waaronder het klimaat in de stad, de luchtkwaliteit en de waterhuishouding. Daardoor is een hoge biodiversiteit in de stad gunstig voor het welzijn en welbevinden van de bewoners. Een grotere diversiteit aan soorten maakt het groen minder kwetsbaar voor ziekten en plagen en voor de effecten van klimaatextremen. In de huidige situatie is de Nieuwe Veemarkt grotendeels versteend. Bij de herinrichting van de Nieuwe Veemarkt zetten we daarom in op het versterken van de biodiversiteit om de leefbaarheid van het gebied te vergoten. Daarbij is de (concept) Natuurwaardenkaart Assendorp en Kamperpoort het uitgangspunt. Verschillende maatregelen sluiten aan op de daarin genoemde verbeteringen, als het toevoegen van inheemse heesters langs de Rieteweg en het stimuleren van muurvegetatie. Als ecologische ‘ambasseur’ voor dit deelgebied geldt de huismus. De groene omgeving is daarop afgestemd, voor voedsel, veiligheid en voortplanting.
Bodem
Een divers bodemleven is een voorwaarde voor een goede bodemkwaliteit. De kwaliteit van de bodem bepaalt het leven bovengronds, is de basis voor gezonde beplanting en alles wat daarmee samenhangt. Voor iedere bodemsoort is dat weer anders. Het bodemleven is onmisbaar bij de vorming van mineralen, de samenhang van bodemdeeltjes, de bodemstructuur en daarmee de weerbaarheid tegen ziektes. In de Kamperpoort is veel verharding aanwezig. Bij vergroening van verharde gedeelten is het treffen van maatregelen op maat noodzakelijk voor een goede groeiplaats van de toekomstige beplanting. Om tot die goede bodemkwaliteit en een gezonde groeiplaats te komen wordt door de gemeente Zwolle voor de aanleg van groeiplaatsen van bomen het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen als richtlijn gebruikt.
32
Het gebruik van turfrijke grond moet zoveel mogelijk worden vermeden, omdat dit zorgt voor een grote CO2-emmissie doordat het veen oxideert. Daarnaast wordt veel natuur aangetast in landen waar het veen wordt afgegraven, zoals Duitsland, Ierland, de Baltische staten en Finland
Groene ruimte
Bij het ontwerpproces is rekening gehouden met de bestaande biodiversiteit in het gebied. Het doel is onder andere om aan te sluiten op de bestaande groenstroken langs de A28 en deze verder te versterken. Deze stroken zijn van belang als leefgebied voor verschillende vogelsoorten en grondgebonden diersoorten. De Rieteweg vormt nu een knelpunt in de verbinding tussen deze groenstroken. In de uitwerking wordt de mogelijkheid onderzocht om de groenstroken langs de A28 met elkaar te verbinden door een faunapassage aan te brengen onder de Rieteweg. Voor diersoorten is variatie in beplanting belangrijk om voedsel te vinden, zich voort te planten, voor verplaatsing en veiligheid. Bij het ontwerp zetten we zoveel mogelijk in op gevarieerd groen. Alleen intensief gebruikte groenvoorzieningen worden intensiever onderhouden. Dit is het geval bij het park en de speelplekken. Waar mogelijk komt er extensief beheerd groen. Voor de ecologische waarden levert dit extensieve beheer een grote bijdrage. Vooral langs de watergang en langs aan de Rieteweg wordt hierop ingezet. In de smallere bermen langs de Veemarkt worden inheemse bloemenmengsels toegepast. De wadi langs de Rieteweg wordt beplant met een mengsel van inheemse, natuurlijke heesters. Dit is een aanvulling op de natuurwaarde van de wijk; vooral inheemse heesters ontbreken op dit moment.
Dit vormt een ecologische verbinding, aansluitend op het terrein langs de spoorlijn. Het maakt ook het (extensieve) beheer van de wadi mogelijk. Bovenstaande inrichting is gunstig voor verschillende vogelsoorten, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren en insecten.
Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Nieuwe Veemarkt
hplan
Watergangen en natuurvriendelijke oevers
Bij de groenstrook langs de A28 en centraal door het gebied komen watergangen te liggen. Door de watergangen onderling met elkaar te verbinden kunnen diersoorten zich verplaatsen door het gebied. De oevers worden zo natuurlijk mogelijk ingericht en vormen een geschikt biotoop voor waterplanten en halofyten. Het gaat om plantensoorten als riet, gele lis, grote kattenstaart of dotterbloem. In en rond de watergangen leeft een grote diversiteit aan fauna zoals vissen, vogels en amfibieën. Watergangen worden gebruikt als jachtgebied door vleermuizen (ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis). Tot slot zijn er insectensoorten als libellen en vele andere aquatische ongewervelde soorten te vinden.