1. Gewijzigd bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Tekst van het document
De Belvédèrelaan is de centrale wijkontsluitingsweg. Waaranders wordt via de Duiker (1,05+NAP) op deze ontsluitingsweg aangesloten. Daardoor is het gebied bij overstroming nog een aanzienlijke tijd bereikbaar voor hulpdiensten en heeft deze laan een functie als evacuatieroute. Desgewenst kan in overleg met de Veiligheidsregio een evacuatieplan voor het plangebied worden opgesteld en wordt het plangebied aangesloten op de meest nabije hoofdontsluitingsweg. Op deze wijze kan de locatie zo snel mogelijk worden geëvacueerd. Dit is vooral voor de ambulancepost van groot belang. Energiewinning Door de energietransitie doen zich verschillende ontwikkelingen voor op het gebied van duurzame energiewinning die mogelijk ook impact hebben op de waterhuishouding. Algemeen uitgangspunt is dat ontwikkelingen niet mogen leiden tot een verslechtering van het watersysteem (inclusief het onderhoud ervan).
45/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Aardwarmte/geothermie Initiatiefnemer dient het Initiatief te toetsen als activiteit in verband met ligging ten opzichte van (toegang tot) watergangen, waterbergingen en onderhoudsstroken (minimaal 5 m) en (toegang tot) ten opzichte van waterkering en beschermingszones. Voorliggend bestemmingsplan doet geen afbreuk aan de bestaande toegang tot de watergang, waterbergingen en onderhoudsstroken.
3.8
Milieu
3.8.1
(Vormvrije)m.e.r.-beoordeling
3.8.1.1 Uitgangspunt bestemmingsplan Middels het voorliggende bestemmingsplan worden drie woonkavels ten behoeve van drie woningen mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is. Onderhavige ontwikkeling wordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage. Een logische aansluiting kan bij 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2) worden gemaakt. In dat geval geldt er een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit milieueffectrapportage zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan.
Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van drie woonkavels ten behoeve van drie woningen mogelijk gemaakt. Binnen het plangebied was een nutsgebouw aanwezig dat in het kader van onderhavig plan al is gesloopt. Er is ter plaatse nog echter wel een milieubelastende functie mogelijk volgens het vigerende bestemmingsplan. Het nutsgebouw had een oppervlak van circa 1.030 m². Ten behoeve van de woningen worden drie bouwvlakken opgenomen voor het plangebied, waarbinnen gebouwd moet worden. De functie wonen is niet milieubelastend voor de omgeving.
De gezamenlijke oppervlakte van de drie bouwvlakken bedraagt circa 750 m² waarvan maximaal 50% bebouwd mag worden. Dat betekent dat er in de beoogde situatie maximaal 375 m² aan bebouwing is toegestaan. Door afname van de bebouwde oppervlakte ten opzichte van de voormalige situatie ontstaat binnen het plangebied meer ruimte voor groen.
46/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Dit is o.a. goed voor de klimaatadaptatie en het vasthouden van water op eigen terrein. Als een project voorziet in een (gedeeltelijke) functiewijziging, maar de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, lijkt gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) geen sprake te zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. Op basis van deze uitspraak lijken de volgende aspecten voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject relevant: (een uitbreiding) van de bebouwde oppervlakte, de opzet en de vormgeving van de ontwikkeling. Ten aanzien van de relevante aspecten kan tevens een verwijzing worden gemaakt naar de uitspraak van de Raad van State van 29 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1832). Gelet op de afname van de bebouwde oppervlakte in de beoogde situatie in relatie tot bovenstaande uitspraak, de functie wonen geen milieubelastende activiteiten met zich meebrengt en er bijgedragen kan worden aan meerdere functies, wordt gesteld dat er geen (vormvrije)m.e.r-beoordeling uitgevoerd hoeft te worden. Een aanmeldnotitie wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. 3.8.2
Bedrijven en milieuzonering
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Hier wordt uitgegaan van de VNG uitgave 'Milieuzoneringslijst'. Wanneer een ontwikkeling wordt gerealiseerd, dan dient te worden bekeken of de nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Als wordt voldaan aan de richtafstanden van de VNG uitgave 'Milieuzoneringslijst' dan kan worden aangenomen dat er sprake is van een gunstig woonen leefklimaat. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. 3.8.2.1 Uitgangspunt bestemmingsplan Middels dit bestemmingsplan wordt de realisatie van drie kavels ten behoeve van wonen mogelijk gemaakt. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Zwolle. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen aanwezig. Derhalve dient het plangebied aangemerkt te worden als 'rustige woonwijk'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.
Middels dit bestemmingsplan wordt de functie wonen mogelijk gemaakt. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een aantasting van het woon- en leefklimaat van omliggende milieugevoelige functies. Interne werking Bij de interne werking gaat het enerzijds om de vraag of de nieuwe functie zelf hinder ondervindt van bestaande functies in de nabije omgeving, anderzijds of milieubelastende functies (o.a. bedrijven) als gevolg van de realisatie van de nieuwe functie in hun bedrijfsvoering/ontwikkelingsmogelijkheden beperkt worden. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich diverse functies, waarvan de woningen hinder kunnen ondervinden of de bedrijfsvoering/ontwikkelingsmogelijkheden. In de onderstaande tabel heeft een beoordeling van de dichtstbijzijnde milieubelastende functies plaatsgevonden of ter plaatse van de woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er is enerzijds gemeten vanaf de bestemmingsgrens van de bestemming waarbinnen een milieubelastende functie is toegestaan, en anderzijds de uiterste grens van het bouwvlak voor de woningen waarbinnen de bouw van een woning is toegestaan. De conclusie is dat ter plaatse van de woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en
47/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
leefklimaat. Adres
Bestemming
Planologisch max Grootste Afstand Wordt er toegestaan richtafstand VNG tussen de aan de bestemmings afstand grens van voldaan? deze functie en de uiterste grens van het bouwvlak voor de woningen
Is er sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat ?
Eerdelaan 43 Maatschappelijk Gebouwen t.b.v. 30 meter geluid maatschappelijke voorzieningen
41 meter
Ja
Ja
N.v.t.
Speelvoorziening- 30 meter geluid en
35 meter
Ja
Ja
Maatschappelijke X voorzieningen, sport, bedrijven
20 meter
X
Ja
Groen
Oude Gemengd-3 Wetering 15 Extra Toelichting Speelvoorzieningen
Ter plaatse van de groenbestemming mogen speelvoorzieningen worden gerealiseerd. Dit zijn bouwwerken, geen gebouw zijnde. Volgens het vigerende bestemmingsplan is de bouw van dergelijke bouwwerken toegestaan op een afstand van 1 meter uit het openbaar toegankelijk gebied. De onderlinge afstand tussen de uiterste grens van het bouwvlak voor de woningen en het einde van het openbaar toegankelijk gebied bedraagt 35 meter. Oude Wetering 15 Het genoemde toegestane gebruik wordt niet benoemd in de VNG uitgave. De afstand tussen de uiterste grens van het bouwvlak voor de woningen en de bestemmingsgrens van de bestemming Gemengd-3 bedraagt 20 meter. Opgemerkt wordt dat er op kortere afstand van de gemengde bestemming reeds woningen aanwezig zijn, waardoor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van de ter plaatse aanwezige functie al beperkt worden. Het is dus binnen deze bestemming niet mogelijk om op kortere afstand van de woningen activiteiten uit te voeren die tot hinder zouden kunnen leiden. Gelet op dat de afstand met het bouwvlak voor de beoogde woningen groter is, wordt gesteld dat ter plaatse van de woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3.8.3
Geluid
3.8.2
Geluid
Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij een ruimtelijke planontwikkeling ter waarborging van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat rekening te worden gehouden met weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai. Voor het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen, waaronder wonen, die binnen de onderzoekszone van (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen liggen, dient een toets aan de geluidsnormen plaatsvinden. In deze paragraaf wordt enkel ingegaan op de geluidszone van wegen, aangezien er geen spoorwegen of industrieterreinen aanwezig zijn. 3.8.3.1 Uitgangspunt bestemmingsplan Wegverkeerslawaai
48/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Op grond van het artikel 74 van de Wgh bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter Deze zonering geldt niet: b. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; c. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; d. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied bevindt zich nabij straten/wegen waarvoor een maximum snelheidsregime geldt van 30km/u. Voor deze wegen geldt op grond van artikel 74 sub d Wgh geen geluidszone. Daarnaast ligt het plangebied aan een 'doodlopende weg' die voor bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Met enkele bestemmingen op deze weg, is de verkeersintensiteit zeer laag. De dichtstbijzijnde weg die op grond van artikel 74 sub a Wgh een geluidszone heeft, is de Belvédèrelaan met een breedte van 200 meter aan weerszijde. Het plangebied valt buiten deze geluidszone. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek, het vaststellen van een hogere grenswaarde of het nemen van akoestische maatregelen is voor de onderhavige locatie niet aan de orde.
Railverkeerslawaai De dichtstbijzijnde spoorweg ligt op 412 meter ten westen van het plangebied. Dit betreft de spoorlijn tussen Zwolle en Kampen. Gelet op de onderlinge afstand met het plangebied en de omliggende maatgevende bestaande woningen wordt gesteld dat aan de voorkeursgrenswaarde voldaan wordt. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek, het vaststellen van een hogere grenswaarde of het nemen van akoestische maatregelen is voor de onderhavige locatie niet aan de orde. Industrielawaai Er is in de nabije omgeving van het plangebied geen gezoneerd industrieterrein aanwezig. Het uitvoeren van akoestisch onderzoek, het vaststellen van een hogere grenswaarde of het nemen van akoestische maatregelen is voor de onderhavige locatie niet aan de orde. Warmtepompen Ten behoeve van het verwarmen van de woningen zullen warmtepompen worden geïnstalleerd. Het geluid van een warmtepompen kan leiden tot hinder bij omwonenden. In eerdere voorschriften in het Bouwbesluit 2012 was onvoldoende aandacht voor geluid door buiten opgestelde warmtepompen. Voor woningen op verschillende percelen bedraagt de norm 40 dB op de perceelgrens (artikel 3.8, lid 2 Bouwbesluit). Deze norm sluit aan op geluidseisen die volgen uit de milieu- en ruimtelijke ordeningsregelgeving.
Gelet op dat sprake is van vrijstaande woningen die per geval moeten voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit, en dat de woningen op 10 meter afstand van elkaar liggen om niet tot een onaanvaardbare geluidbelasting te zorgen, wordt gesteld dat er geen sprake zal zijn van geluidhinder afkomstig van de warmtepompen. Wanneer bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning niet wordt aangetoond dat ten aanzien van warmtepompen voldaan wordt aan de norm van 40 dB, dan wordt de omgevingsvergunning niet verleend. Daarmee kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. 3.8.4
Trillingen
In de nabije omgeving van het plangebied (binnen 100 meter) liggen er geen spoorwegen, waardoor een onderzoek naar trillingen niet noodzakelijk is. Ook ligt het plangebied niet binnen 250 meter afstand van een spoorweg. De dichtstbijzijnde spoorweg bevindt zich op een afstand van circa 412 meter vanaf het plangebied. Er hoeft daarom geen beoordeling te worden gemaakt in hoeverre klachten, bodemopbouw en/of het treinbeeld aanleiding geven voor het uitvoeren van een trillingsonderzoek.
49/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat vanuit het aspect 'Trillingen' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan, mits bij de toepassing van lichte bouw een nader onderzoek is uitgevoerd en gevolg is gegeven aan de daaruit voortvloeiende adviezen/maatregelen. 3.8.5
Luchtkwaliteit
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 3.8.5.1 Uitgangspunt bestemmingsplan Op het plangebied aan de Buckhorstlaan 64 te Zwolle worden drie vrijstaande villa's gebouwd.
Dit betekent dat voorgenomen ontwikkeling ruim past binnen de kaders van het besluit 'niet in betekenende mate', nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is dus in principe niet noodzakelijk. Ondanks op voorhand vaststaat dat onderhavig plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is met behulp van de NIBM-tool (zie figuur 3.3) en kengetallen uit de CROW publicatie 381 een worst-case berekening uitgevoerd. Het plangebied kan op basis van de CROW uitgave worden aangemerkt als een gebied met een sterk stedelijkheidsgraad (1500-2500 adressen per km2) en bevindt zich in rest bebouwde kom. Hierbij geldt een
50/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
verkeersgeneratie van minimaal 7,8 per etmaal en maximaal 8,6 per etmaal. Gemiddeld is dit 8,2 per etmaal (berekening: 7,8+8,6/2). Aangezien er drie vrijstaande villa's worden gebouwd, moet dit met drie worden vermenigvuldigd. Gemiddeld voor drie woningen is de verkeersgeneratie 24,6 per etmaal (berekening: 8,2 x 3). Per week zijn dat afgerond 172 verkeersbewegingen voor drie vrijstaande villa's. (berekening: 24,6 x 7). Voor wat betreft het aandeel vrachtverkeer kan op basis van de CROW uitgave worden uitgegaan van een percentage van 2%. Als deze uitgangspunten in het NIBM-tool worden ingevuld, dan wordt geconcludeerd dat de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van dit plan in niet betekenende mate is. Zie ook figuur 3.4.
Figuur 3.4: worst-case berekening met het NIBM-tool (Bron: Info Mill) Daarnaast is gekeken naar de luchtkwaliteit ter hoogte van het plangebied. Volgens de kaart van Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIML) zijn ter hoogte van het plangebied geen toetspunten. De dichtstbijzijnde toetspunten zijn ter hoogte van de Havezathenallee (ca. 475 m) en Belvédèrelaan (ca. 350 m). Wettelijke grenswaarden moeten in Nederland binnen een bepaalde termijn worden behaald. Beleidsnormen en wetenschappelijke advieswaarden zijn wat vrijblijvender dan de wettelijke grenswaarden. Het gaat bijvoorbeeld om (wettelijke)richtwaarden/streefwaarden, waarop het beleid zich moet richten (inspanningsplicht). Nederland moet de EU-streefwaarden, waaronder WHO waarden zoveel mogelijk binnen een bepaalde termijn bereiken, waarbij geen sprake is van een directe resultaatsverplichting. Dit dus wel het geval bij wettelijke grenswaarden. Voor NO2, PM10 en PM2,5 bedragen de concentratiewaarden ter hoogte van de voornoemde punten respectievelijk: Havezathenallee, NO2 11,54 µg/m³, PM10 14,40 µg/m³ en PM2,5 7,66 µg/m³; Belvédèrelaan, NO2 13,36 µg/m³, PM10 15,21 µg/m³ en PM2,5 8,19 µg/m³. Voor NO2 bedraagt de wettelijke grenswaarde 40 µg/m³ en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarde 10 µg/m³. Voor PM10 bedraagt de wettelijke grenswaarde 40 µg/m³ en de WHO advieswaarde 15 µg/m³.
Voor PM2,5 bedraagt de wettelijke grenswaarde 25 µg/m³ en de WHO advieswaarde 5 µg/m³. Geconcludeerd wordt dat er aan de Havezathenallee en Belvédèrelaan voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5. Ten aanzien van de WHO waarden wordt geconcludeerd dat er momenteel niet voldaan wordt. Gelet op dat het plangebied niet direct aan de genoemde wegen is gelegen, wordt gesteld dat de concentratiewaarden ter hoogte van het plangebied nog lager zullen liggen. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.
51/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Derhalve wordt geconcludeerd dat er vanuit 'Luchtkwaliteit' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. 3.8.6
Bodemkwaliteit
Volgens het Bro moet in verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan onder meer een onderzoek verricht worden naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op daarvoor geschikte gronden te worden gerealiseerd. De bescherming van de bodem en de handhaving of verbetering van de bodemkwaliteit is landelijk geregeld via de wet bodembescherming en het besluit bodemkwaliteit. 3.8.6.1 Uitgangspunt bestemmingsplan Ten behoeve van voorliggend bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, teneinde de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem binnen het plangebied vast te stellen. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 3 bij de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan. In onderstaande alinea worden de belangrijkste conclusies beschreven. Voor de concrete inhoud van het onderzoek wordt kortheidshalve verwezen naar het in Bijlage 3 opgenomen verkennend bodemonderzoek. Opgemerkt moet worden dat dit versie 2 is van het uitgevoerde bodemonderzoek. In deze versie zijn, in verband met het sterke zinkgehalte in BG II, de separate analyses van de deelmonsters van BG II opgenomen. Versie 2 van het rapport vervangt versie 1 van 15 november 2023.
De analyseresultaten van de separate analyses zijn beschreven in paragraaf 4.6 van het onderzoek. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van asbest en chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 12 inspectiegaten en is er 1 boring verricht, waarvan 3 boringen zijn verdiept en boring 41 is afgewerkt met een peilbuis (PB 41). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit sterk tot zwak zandig klei afgewisseld met matig grof tot matig fijne zandlagen. In deze zandlagen zijn in de bovenen ondergrond roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen (puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is gemiddeld in de peilbuizen aangetroffen op 0.35 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met lood en koper en sterk verontreinigd met zink.
Het sterk verhoogde zinkgehalte geeft aanleiding voor analyse van dedeelmonsters: 1. boring 43 (0 - 0.50 m-mv) is niet verontreinigd met zink; 2. boring 43 (0.50 - 0.70 m-mv) is niet verontreinigd met zink; 3. boring 44 (0 - 0.20 m-mv) is niet verontreinigd met zink; 4. boring 50 (0.10 - 0.30 m-mv) is niet verontreinigd met zink; 5. boring 51 (0 - 0.50 m-mv) is niet verontreinigd met zink; de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 41) is (zeer) licht verontreinigd met barium en naftaleen; MM FF - 01 is geen asbest aangetoond; MM FF - 02 is geen asbest aangetoond; Hypothese
52/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
De hypothese "onverdacht" dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergronden streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "onverdacht" voor de aanwezigheid van asbest dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 41) zijn lichte tot een sterk verhoogde gehalten aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I) en in de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het sterk verhoogde zinkgehalte gaf aanleiding voor separate analyse van de 5 deelmonsters van BG II. In geen van de onderzochte deelmonsters is een verhoogd zinkgehalte aangetoond. Gesteld kan worden dat de bovengrond van de onderzoekslocatie BG II niet verontreinigd is met zink. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Asbest In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 02 is geen asbest aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). 3.8.7
Externe veiligheid
3.8.7.1 Uitgangspunt bestemmingsplan Op basis van de Atlas Leefomgeving is er een onderzoek verricht naar eventuele risicobronnen binnen en rondom het plangebied. In figuur 3.5 is een uitsnede opgenomen van de kaart met de mogelijke risico's. Het plangebied is met een rode ster aangegeven.
Figuur 3.5: uitsnede Atlas Leefomgeving met mogelijke risicobronnen in en rondom plangebied (bron: Atlas Leefomgeving) Zoals in figuur 3.4 te zien is, bevinden zich binnen het plangebied geen risicobronnen en ook niet in de directe omgeving (binnen een straal van 100 meter). De dichtstbijzijnde risicobron betreft de IJssel die onderdeel is van de landelijke basisnet, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De onderlinge afstand met het plangebied bedraagt ongeveer 2,13 kilometer. Zoals op de kaart hierboven af te leiden is, 53/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
valt het plangebied ver buiten de invloedssferen van de IJssel. Alleen een deel van de contour voor het explosieaandachtsgebied is op de kaart te zien, maar het plangebied ligt ruimschoots daarbuiten. De overige contouren liggen op een grotere afstand van het plangebied. De dichtstbijzijnde risicobron ligt aan de Gasthuisdijk 44T, waar een ammoniakkoelinstallatie aanwezig is. De onderlinge afstand met het plangebied bedraagt ongeveer 2,15 kilometer. Het plangebied valt niet binnen de daarvoor geldende PR 10-6 contour. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat binnen het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn, waarmee rekening gehouden hoeft te worden. Ook wordt geconcludeerd dat er geen contouren gelegen zijn op korte afstand van het plangebied, waarmee rekening gehouden hoef te worden. E.e.a. brengt met zich mee dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van externe veiligheid en geen belemmeringen zijn.
54/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Stadshagen I, Buckhorstlaan 64 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen.
De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.
Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de
55/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn.
Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen. 4. Afwijken van de bouwregels: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken.
Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 5. Specifieke gebruiksregels: In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels: Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 56/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit. De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). Hoofdstuk 3 Algemene regels: In de algemene regels zijn de volgende artikelen in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 6 Anti-dubbeltelregel. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels. Artikel 8 Algemene procedureregels. Artikel 9 Overige regels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.
4.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft. Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.
4.3
Bestemmingsregels
Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven: Artikel 3 Groen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overige gebouwen worden gebouwd. Artikel 4 Tuin Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van overige bouwwerken als bedoeld in 1.28 bij de regels van voorliggend bestemmingsplan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - waterhuishoudkundige functie' zijn geen gebouwen en overige bouwwerken toegestaan, teneinde de functie van de watergang te beschermen en toegang voor onderhoud en beheer te verschaffen ten behoeve van de watergang. Hiervan kan worden afgeweken middels een omgevingsvergunning. Artikel 5 Wonen
57/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Deze bestemming is bedoeld voor de eengezinshuizen. Dit zijn gebouwen, welke één woning omvatten. Uitgangspunten: Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd. Halve meters bij hoogtebepalingen worden in het kader van de deregulering afgerond naar boven. Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend. In de voortuinen en rondom het bouwvlak komt de bestemming 'Tuin'. Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen. De huidige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis, die groter zijn dan de standaardregeling worden als afwijkend gebruik toegestaan. Beroep aan huis: Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan huis verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'.
Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan huis verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is. De beperking van het ruimtebeslag van de woning met inbegrip van de bijgebouwen tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan huis verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep aan huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is. Overige bouwwerken: Bij de regeling van deze bouwwerken is geen verschil gemaakt tussen verschillende soorten bouwwerken. Elk bouwwerk dat functioneel past in de bestemming kan worden toegelaten.
Volstaan is met algemene bepalingen omtrent de maximum hoogte. Daarbij is voor erf- of perceelafscheidingen aansluiting gezocht bij het criterium voor vergunningvrij bouwen van het Bor en voor de afwijking bij het criterium van de Bouwverordening.
4.4
Algemene regels
Artikel 6 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 7 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van
58/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen. Artikel 8 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven. Artikel 9 Overige regels In dit artikel wordt geregeld dat een bouwplan moet voorzien in voldoende ruimte voor parkeren, laden en lossen. Wat voldoende is, wordt op basis van het algemene parkeerbeleid van de gemeente Zwolle bepaald tijdens de beoordeling van een bouwplan. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien.
Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de “Regeling Parkeernormen 2016”.
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 10 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen. Artikel 11 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
4.6
Handboek
Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.
59/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening 2008 (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform de door provincie Overijssel op 12 april 2023 opgestelde uitzonderingslijst is voor een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij drie woningen worden ontwikkeld geen vooroverleg noodzakelijk. Waterschap Drents Overijsselse Delta Op 5 juni 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Drents Overijsselse Delta, waarbij over en weer nadere contact heeft plaatsgevonden. De betrokkene RO-adviseur van het waterschap gaat akkoord met de in paragraaf 3.7 beschreven uitgangspunten.
Gemeente Zwolle In samenspraak met bewoners is destijds in een nauwkeurig proces de beeldkwaliteit/kavelpaspoorten tot stand gekomen waarin mede de wensen en eisen van omwonenden zijn verwerkt. In 2021 heeft de gemeente twee bijeenkomsten georganiseerd om met de direct omwonenden en de ontwikkelaar tot overeenstemming te komen over de invulling van het plangebied. Begin 2022 heeft de gemeente een standpunt ingenomen over de verschillen die tijdens die besprekingen naar voren zijn gekomen. Zowel de bewoners, als de ontwikkelaar zijn hierover toen geïnformeerd. In 2023 zijn de bewoners geïnformeerd over de kavelpaspoorten. Ook zijn de bewoners tegelijk op de hoogte gebracht op welke manier afspraken zijn gemaakt met de ontwikkelaar over de eerder ingebrachte zorgpunten vanuit de bewoners. Deze afspraken met de ontwikkelaar zijn vastgelegd in een Anterieure Overeenkomst. Het gemeentebestuur heeft middels het ontwerpplan een besluit genomen om voorliggend plan met bijbehorende bouwmogelijkheden mogelijk te laten maken. Hierbij zijn in het proces de stedenbouwkundige en beeldkwaliteitseisen zorgvuldig meegewogen.
60/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING
61/239
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Bijlage 1 Kavelpaspoorten
62/239
e nh N ij
Kavel paspoorten
la uis an d Eer
e la
an
voormalige KPN-locatie
3 d Eer
e la
an
1123 m2
2 r kho B uc
1
887 m2
800 m2
a stla n B
hor uck
a stla
n
Buckhorstlaan Zwolle kavel 1 t/m 3 15 november 2023 versie 1.6
B uc r kho a stla n
Kavelpaspoorten locatie Buckhorstlaan Zwolle
Kavelnummer 1
sloot
mogelijkheid voor een steiger max. 5 x 5 meter
o
w
talud
1000
achtererfgrens (waterlijn)
z
Kavelgegevens:
11980
Kavelnummer: 1 Vrijstaande woning Oppervlakte kavel: ± 800 m2 Oppervlakte bouwvlak: ± 214 m2
Legenda:
Bouwvlak bebouwing, max 50% te bebouwen
1000
Tuin
4000
8700
5000 Groenzone (mag niet aangepast worden zonder toestemming gemeente) Groenstrook, zie document "Beplantingsplan Kavels Buckhorstlaan te Zwolle d.d. 27-07-2023"
Buckhorstlaan
Keerstrook in bezit van toekomstige bewoners Erfafscheiding wintergroene haag, maximaal 1 meter hoog
sloot
Erfafscheiding wintergroene haag, maximaal 1,8 meter hoog Opstelplaats auto parkeren (parkeerplaats minimaal 3 x 6 meter)
P
zijerfgrens
25000
zijerfgrens (waterlijn)
600
1
Maatvoering in mm Bestaande heipalen (vanaf een diepte van 3 meter in de grond)
Regels voor het bouwen:
talud
Zie het document "Uitgangspunten Kavels Buckhorstlaan te Zwolle d.d. 28-07-2023" voor de regels ten behoeve van het bouwen op dit kavel.
4000
8700
5000
P
P
3000x6000
3000x6000
5000
1000
Wijzigingen voorbehouden. Aan de informatie kunnen geen rechten of plichten worden ontleend. voorerfgrens
Solitaire boom Type: Linde
w
inrit Buckhorstlaan
o z
Kavelpaspoorten locatie Buckhorstlaan Zwolle
Kavelnummer 2
sloot
mogelijkheid voor een steiger max. 5 x 5 meter
o
w
talud
1000
talud
achtererfgrens (waterlijn)
z
Kavelgegevens:
11970
Kavelnummer: 2 Vrijstaande woning Oppervlakte kavel: ± 887 m2 Oppervlakte bouwvlak: ± 272 m2
Legenda:
Bouwvlak bebouwing, max 50% te bebouwen Tuin
5000
11000
5000 Groenzone (mag niet aangepast worden zonder toestemming gemeente) Groenstrook, zie document "Beplantingsplan Kavels Buckhorstlaan te Zwolle d.d. 27-07-2023" Keerstrook in bezit van toekomstige bewoners Erfafscheiding wintergroene haag, maximaal 1 meter hoog Erfafscheiding wintergroene haag, maximaal 1,8 meter hoog Opstelplaats auto parkeren (parkeerplaats minimaal 3 x 6 meter)
P
zijerfgrens
2
25000
zijerfgrens
600
Maatvoering in mm Bestaande heipalen (vanaf een diepte van 3 meter in de grond)
Regels voor het bouwen:
Zie het document "Uitgangspunten Kavels Buckhorstlaan te Zwolle d.d. 28-07-2023" voor de regels ten behoeve van het bouwen op dit kavel.
11000
P 3000x6000
5000
P 3000x6000
5000
voorerfgrens w
inrit Buckhorstlaan o z
3000
5000
keerstrook in bezit bewoners
Wijzigingen voorbehouden. Aan de informatie kunnen geen rechten of plichten worden ontleend.
Kavelpaspoorten locatie Buckhorstlaan Zwolle
Kavelnummer 3
sloot
o
w
talud
1000
mogelijkheid voor een steiger max. 5 x 5 meter
1000
talud
achtererfgrens (waterlijn) z
Kavelgegevens:
11960
Kavelnummer: 3 Vrijstaande woning Oppervlakte kavel: ± 1123 m2 Oppervlakte bouwvlak: ± 235 m2
Legenda:
Bouwvlak bebouwing, max 50% te bebouwen Tuin
5000
9500
3000
9000 Groenzone (mag niet aangepast worden zonder toestemming gemeente) Groenstrook, zie document "Beplantingsplan Kavels Buckhorstlaan te Zwolle d.d. 27-07-2023" Keerstrook in bezit van toekomstige bewoners Erfafscheiding wintergroene haag, maximaal 1 meter hoog
600 zijerfgrens
3
Opstelplaats auto parkeren (parkeerplaats minimaal 3 x 6 meter)
P
groenstrook
25000
zijerfgrens
41960
Erfafscheiding wintergroene haag, maximaal 1,8 meter hoog
Maatvoering in mm Bestaande heipalen (vanaf een diepte van 3 meter in de grond)
Regels voor het bouwen:
Zie het document "Uitgangspunten Kavels Buckhorstlaan te Zwolle d.d. 28-07-2023" voor de regels ten behoeve van het bouwen op dit kavel.
keerstrook in bezit bewoners
9500
3000
P
P
3000x6000
3000x6000
Wijzigingen voorbehouden. Aan de informatie kunnen geen rechten of plichten worden ontleend. voorerfgrens
w
inrit Buckhorstlaan o z
9000
5000
3000
5000
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Bijlage 2 Beplantings-/inrichtingsplan Buckhorstlaan 64
67/239
Minimaal één egelkast
A a n p l a n t J u g l a n s r e gi a , W a l n o o t ma a t : 18 - 2 0 c m
Keerstrook
Minimaal één egelkast
J u g l a n s r e gi a , W a l n o o t
C. Verkade
Beplantings- en inrichtingsplan 14 - 0 1 - 2 0 2 4
Definitief
1 s t
15-01-2025 bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64
Bijlage 3 Verkennend (asbest)bodemonderzoek
69/239
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Buckhorstlaan 64 - Zwolle
Opdrachtgever HEA Vastgoed Locatie: Buckhorstlaan 64 8043 RL Zwolle
November 2023 (versie 2)
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Buckhorstlaan 64 - Zwolle
Opdrachtgever: HEA Vastgoed Enschedesestraat 163 7574 AC Oldenzaal Locatie: Buckhorstlaan 64 8043 RL Zwolle
Projectcode: 23063216 Rapportagedatum: 28 november 2023 (versie 2) Projectleider: De heer ing. J. Lammers Auteur: Mevrouw ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 6 7 8
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses
9 9 9 11 12 12
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
14
6
Literatuur en bronvermelding
16
2
3
4
Bijlagen I Regionale ligging locatie Ontwerp toekomstige situatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Consulmij, juni 1993 Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, januari 2009 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2020 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, november 2023 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 23063216 (versie 2)
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van HEA Vastgoed op een terrein aan de Buckhorstlaan 64 in Zwolle door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. In versie 2 van het rapport zijn, in verband met het sterke zinkgehalte in BG II, de separate analyses van de deelmonsters van BG II opgenomen. Versie 2 van het rapport vervangt versie 1 van 15 november 2023. De analyseresultaten van de separate analyses zijn beschreven in paragraaf 4.6. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van woningen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van asbest en chemische componenten uit het NEN5740standaardpakket. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in november 2023 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek.
De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 23063216 (versie 2)
Pagina 1 van 16
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Buckhorstlaan 64 binnen de bebouwde kom van Zwolle. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 199.973 en y = 505.339. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Zwolle, sectie S, nummers 5383 en 5384. De Buckhorstlaan bevindt zich ten westen en de Eerdelaan ten noorden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd. Het gebouw met een telefooncentrale van KPN is onlangs gesloopt. Het gehele terrein is momenteel braakliggend. Ten westen en noorden van de locatie is een watergang gelegen. Onderzoekslocatie Er zijn plannen voor de nieuwbouw van 3 woningen ter plaatse van de voormalige telefooncentrale. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de geplande bestemmingsplan-wijziging, de aanvraag van de omgevingsvergunning en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. Het terrein is onbebouwd en onverhard en omvat circa 2900 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Consulmij, juni 1993; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, januari 2009; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2020; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, november 2023. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel een bedrijfsbestemming (nutsvoorziening). Tot circa 2002 had de locatie een agrarische bestemming (landbouwgrond). In het verleden had de locatie het adres Oude Wetering 19. Het gebouw met een telefooncentrale van KPN is onlangs gesloopt. Het pand is gebouwd in 2002 en was tot de zomer van 2021 in gebruik als telefooncentrale; - voor zover bekend is er op het terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - het te onderzoeken terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - tot 2002 bevond zich ten oosten van de onderzoekslocatie een agrarisch erf.
Uit een eerder bodemonderzoek blijkt dat de bodem puinhoudend is, waardoor de bovengrond bij het onderzoek in 2020 als verdacht werd beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. In het bodemonderzoek van 2020 (Kruse Milieu BV) is geen asbest aangetoond. De bovengrond wordt daarom in dit onderzoek als onverdacht voor asbest beschouwd; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Zwolle (Tauw, februari 2021) vallen de bovenen ondergrond in de functieklasse landbouw/natuur; Kruse Milieu BV
Project: 23063216 (versie 2)
Pagina 2 van 16
- ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn eerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze worden hieronder nader toegelicht: Consulmij BV, verkennend bodemonderzoek weilanden Oude Wetering 3 te Zwolle, d.d. juni 1993 met kenmerk Z.930.041 Het bodemonderzoek is uitgevoerd op een aantal weilanden ten noordwesten van het erf aan de Oude Wetering 3 (tegenwoordig Oude Wetering 15). Ter plaatse van de onderzoekslocatie in onderhavig bodemonderzoek (vak 30, zie boorplan in bijlage I) zijn in de bovengrond, de ondergrond en het grondwater geen verontreinigingen aangetoond. Mateboer Milieutechniek BV, verkennend bodemonderzoek op 10 nieuwbouwlocaties in Stadshagen te Zwolle, d.d. 23 november 2000 met projectnummer 002121 en 002122 Op 10 nieuwbouwlocaties is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, waarvan de huidige onderzoekslocatie gelegen is in vak E (het boorplan is niet opgenomen). Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat de bovengrond ter plaatse van vak E plaatselijk licht verontreinigd is met lood en EOX. De ondergrond is niet verontreinigd. In het grondwater is plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan chroom aangetoond. Grontmij Nederland BV, verkennend bodemonderzoek KPN locatie Oude Wetering 19 in Zwolle, d.d.