CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gewijzigd bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 64

Raad Besluitvormingsronde 10 februari 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stadshagen I, Buckhorstlaan 6433.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

19 maart 2009 met projectnummer 269068/45308 De aanleiding van het bodemonderzoek was de voorgenomen verkoop van de locatie (betreft tevens de huidige onderzoekslocatie, zie boorplan in bijlage I). Uit het bodemonderzoek blijkt dat de bodem plaatselijk zwak puinhoudend en zwak slakkenhoudend is. In de bovengrond, de ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Kruse Milieu BV, verkennend (asbest)bodemonderzoek Buckhorstlaan 64 te Zwolle, d.d. 8 september 2020 met projectnummer 20053423 De aanleiding van het (indicatief)bodemonderzoek was de geplande aankoop van het terrein, gevolgd door de nieuwbouw van 3 woningen, ter plekke van de huidige onderzoekslocatie. Er heeft alleen onderzoek plaatsgevonden naar asbest en PFAS. Uit de analyseresultaten bleek dat de bovengrond niet verontreinigd was met PFAS en asbest.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 3 van 16

Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron

Specificatie

Relevante informatie

Opdrachtgever

Huidig en voormalig gebruik en ontwikkelingsplannen

Ja

Gemeente Zwolle

Milieuhygiënische en historische bodeminformatie en eerdere bodemonderzoek

Ja

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Ja

Archief Kruse Milieu BV

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Ja

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINO-loket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Bodemkwaliteitskaart Zwolle 2021, Tauw bv, d.d. 18 februari 2021

Ja

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich op circa 0.5 meter boven NAP; - tot circa 6 meter diepte is een deklaag met een niet ingedeelde afzetting aanwezig (deels complexe eenheid). Het doorlatend vermogen tot circa 3 meter diepte is circa 5 - 25 m2/dag; - het eerste watervoerende pakket bestaat uit zandige afzettingen behorend tot de formaties van Boxtel, Kreftenheye, Drente, Urk, Enschede en Harderwijk. Tevens komen in dit pakket kleiige afzettingen voor van het Eemien en Holsteinien. De dikte van het eerste watervoerende pakket bedraagt circa 20 tot 80 meter. - onder het eerste watervoerende pakket bevindt zich een scheidende laag welke in hoofdzaak wordt gevormd door een kleilaag, behorend tot de Formatie van Tegelen. De dikte varieert van enkele meters tot circa 25 meter; - het tweede watervoerend pakket wordt gevormd door fijn zandige, slibhoudende marien pliocene zanden. Tevens bevinden zich grof zandige lagen in het tweede watervoerende pakket.

De afzettingen behoren voornamelijk tot de Formaties van Scheemda, Maassluis en Harderwijk; - de ondoorlatende basis bevindt zich op circa 200 meter min maaiveld en wordt gevormd door de kleiige afzettingen behorend tot de formatie van Breda; - de grondwaterspiegel bevindt zich ongeveer 1.5 meter diepte en is zuidoostelijke gericht; - op circa 3.5 kilometer ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Het Engelse Werk; - ten westen (Oude Wetering) en noorden van de onderzoekslocatie zijn watergangen gelegen. Op circa 1.5 kilometer stroomt ten oosten van de onderzoekslocatie het Zwarte Water en op circa 2.0 kilometer stroomt de IJssel; - de invloed van de watergangen en het grondwaterbeschermingsgebied is bij ons bureau niet bekend. Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 4 van 16

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie als onverdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket en asbest beschouwd. De hypothese "onverdacht" uit NEN5740 en NEN5707 (ONV-NL) worden voor onderzoekslocatie gebruikt. De hypothese "onverdacht" uit NEN5740 (ONV-NL) gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.

Op basis van het oppervlakte van 2900 m² kan op basis van norm NEN5740 en NEN5707, strategie onverdachte locatie worden afgeleid dat er 12 boringen dienen te worden verricht, waarvan 9 tot 0.5 meter en 3 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. In verband met het asbestonderzoek worden de boringen vervangen door inspectiegaten met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. De gaten worden in verband met eerdere onderzoeken gecodeerd als 41 tot en met 52. Er wordt 1 monsterpunt overeenkomstig NEN5766 afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters (PB 41). Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen.

In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 5 van 16

Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA in Deurningen of AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster

Analysepakket

Bovengrond (2x) Ondergrond (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (2x)

Asbest en droge stof

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 6 van 16

3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 7 van 16

3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 8 van 16

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en de resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.4. en 4.5 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in november 2023 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). Er is op 6 november 2023, in verband met het plaatsen van een peilbuis, 1 boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor verricht. De boring is doorgezet tot 2.00 m-mv (PB 41). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 41 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 41 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (41A). Er zijn op 13 november 2023, na maaiveldinspectie, in totaal 12 inspectiegaten gegraven, waarvan gat 41A, 42 en 43 zijn verdiept tot maximaal 1.5 m-mv. Ter plekke van gat 42 is tot 0.4 -mv een laag met puingranulaat aangetroffen. Deze puinlaag behoort niet tot de scope van dit onderzoek. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van de begroeiing (struiken, gras en onkruid) en puingranulaat niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, veel neerslag).

Door de veldwerkers zijn op het maaiveld visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld van de onderzoekslocatie waargenomen. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw bestaat globaal uit sterk tot zwak zandig klei afgewisseld met matig grof tot matig fijne zandlagen. In deze zandlagen zijn in de boven- en ondergrond roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 9 van 16

Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming

42

0 - 0.40

Volledig puingranulaat (0/40, geen bodem)

44

0.20 - 0.50

Sporen puin

45, 46 en 48

0 - 0.50

Sporen puin

47

0 - 0.30

Sporen puin

49

0 - 0.40

Sporen puin

50

0 - 0.10

Sporen puin

52

0 - 0.50

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Eén ondergrondmengmonster is komen te vervallen vanwege de kleihoudende ondergrond. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

BG I (sporen puin in klei)

45, 46, 48 en 52 44 47 49 50

0 - 0.50 0.20 - 0.50 0 - 0.30 0 - 0.40 0 - 0.10

NEN5740standaardpakket

BG II (zintuiglijk schoon zand)

43 en 51 43 44 50

0 - 0.50 0.50 - 0.70 0 - 0.20 0.10 - 0.30

NEN5740standaardpakket

OG (klei)

41A 41A 42 42 43 51

0.50 - 0.80 0.80 - 1.30 0.40 - 0.60 0.60 - 1.00 0.85 - 1.05 0.60 - 0.80

NEN5740standaardpakket

MM FF - 01

48 49 50 52

0 - 0.50 0 - 0.40 0 - 0.10 0 - 0.50

Asbest

MM FF - 02

44 45 46 47

0.20 - 0.50 0 - 0.50 0 - 0.50 0 - 0.30

Asbest

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 10 van 16

Boring 41 is doorgezet tot circa 2.00 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 13 november 2023 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 41

1.00 - 2.00

0.35

6.45

365

7.65

Goed

pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 41) zijn licht tot sterk verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de bovengrond (BG I) en in de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).

1

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of streefwaarde

Interventiewaarde

Lood Koper Zink

50 31 630

72.2 * 54.9 * 1197 ***

50 40 140

530 190 720

Barium Naftaleen

79 0.11

79 * 0.11 *

50 0.01

625 70

Monster

Component

BG II PB 41 AW2000

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 11 van 16

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG II - Lood, koper en zink Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn de zeer licht verhoogde gehalten aan lood en koper niet direct verklaarbaar. In een eerder uitgevoerd onderzoek (Mateboer Milieutechniek BV van november 2000) zijn ter plekke van de huidige onderzoekslocatie een licht verhoogd loodgehalte en een verhoogde EOX-waarde aangetoond. Het mengmonster van de bovengrond BG II is tevens sterk verontreinigd met zink. Het sterk verhoogde zinkgehalte geeft aanleiding voor een aanvullend bodemonderzoek. De zandhoudende bovengrond is mogelijk sterk verontreinigd met zink. Nader onderzoek is noodzakelijk om de mate en omvang van de zinkverontreiniging in kaart te brengen. Het verminderen of verplaatsen van de sterk verontreiniging is niet toegestaan, zonder toestemming van het bevoegd gezag. Grondwater - PB 41 - Barium Het zeer licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde.

In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 41 - Naftaleen Naftaleen is een PAK. De oorzaak kan mogelijk verband houdend met de lichte verontreinigingen in de bovengrond. Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. 4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 02 is geen asbest aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 12 van 16

4.6

Separate analyses

Naar aanleiding van het sterk verhoogde zinkgehalte in het bovengrondmengmonster (BG II) is besloten de deelmonsters uit deze mengmonsters separaat te laten analyseren op zink. De resultaten van de separate analyses zijn weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Gemeten zinkgehalten (mg/kg droge stof). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1

Interventiewaarde

Bovengrond (BG II)

1

Boring 43 (0 - 0.50)

Zink

55

50.3 -

140

720

Boring 43 (0.50 - 0.70)

Zink

55

51.3 -

140

720

Boring 44 (0 - 0.20)

Zink

30

50.6 -

140

720

Boring 50 (0.10 - 0.30)

Zink

25

59.3 -

140

720

Boring 51 (0 - 0.50)

Zink

< 20

30 -

140

720

AW2000

In de vierde kolom van tabel 7 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Uit de separate analyses blijkt dat in geen van de onderzochte deelmonsters is een verhoogd zinkgehalte aangetoond. Het gemeten sterk verhoogde zinkgehalte in het mengmonster van de bovengrond BG II wordt niet bevestigd. Er is sprake van een meetfout. Gesteld kan worden dat de bovengrond van de onderzoekslocatie niet verontreinigd is met zink.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 13 van 16

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van HEA Vastgoed is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 2900 m² aan de Buckhorstlaan 64 in Zwolle. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande (ver)koop van het terreindeel. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van woningen. In versie 2 van het rapport zijn, in verband met het sterke zinkgehalte in BG II, de separate analyses van de deelmonsters van BG II opgenomen. Versie 2 van het rapport vervangt versie 1 van 15 november 2023. De analyseresultaten van de separate analyses zijn beschreven in paragraaf 4.6. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van asbest en chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 12 inspectiegaten en is er 1 boring verricht, waarvan 3 boringen zijn verdiept en boring 41 is afgewerkt met een peilbuis (PB 41). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit sterk tot zwak zandig klei afgewisseld met matig grof tot matig fijne zandlagen.

In deze zandlagen zijn in de boven- en ondergrond roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen (puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater is gemiddeld in de peilbuizen aangetroffen op 0.35 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met lood en koper en sterk verontreinigd met zink. Het sterk verhoogde zinkgehalte geeft aanleiding voor analyse van de deelmonsters: * boring 43 (0 - 0.50 m-mv) is niet verontreinigd met zink; * boring 43 (0.50 - 0.70 m-mv) is niet verontreinigd met zink; * boring 44 (0 - 0.20 m-mv) is niet verontreinigd met zink; * boring 50 (0.10 - 0.30 m-mv) is niet verontreinigd met zink; * boring 51 (0 - 0.50 m-mv) is niet verontreinigd met zink; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 41) is (zeer) licht verontreinigd met barium en naftaleen; - MM FF - 01 is geen asbest aangetoond; - MM FF - 02 is geen asbest aangetoond; Hypothese De hypothese "onverdacht" dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond.

De hypothese "onverdacht" voor de aanwezigheid van asbest dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 14 van 16

Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG II) en in het grondwater (PB 41) zijn lichte tot een sterk verhoogde gehalten aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I) en in de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het sterk verhoogde zinkgehalte gaf aanleiding voor separate analyse van de 5 deelmonsters van BG II. In geen van de onderzochte deelmonsters is een verhoogd zinkgehalte aangetoond. Gesteld kan worden dat de bovengrond van de onderzoekslocatie BG II niet verontreinigd is met zink. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Asbest In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01 en MM FF - 02 is geen asbest aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 15 van 16

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Zwolle Consulmij BV, verkennend bodemonderzoek weilanden Oude Wetering 3 te Zwolle, d.d. juni 1993 met kenmerk Z.930.041 Mateboer Milieutechniek BV, verkennend bodemonderzoek op 10 nieuwbouwlocaties in Stadshagen te Zwolle, d.d. 23 november 2000 met projectnummer 002121 en 002122 Grontmij Nederland BV, verkennend bodemonderzoek KPN locatie Oude Wetering 19 in Zwolle, d.d. 19 maart 2009 met projectnummer 269068/45308 Kruse Milieu BV, verkennend (asbest)bodemonderzoek Buckhorstlaan 64 te Zwolle, d.d. 8 september 2020 met projectnummer 20053423 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en

GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 21 D, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 23063216 (versie 2)

Pagina 16 van 16

Bijlage I Regionale ligging locatie Ontwerp toekomstige situatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Consulmij, juni 1993 Boorplan verkennend bodemonderzoek Grontmij, januari 2009 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, september 2020 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, november 2023

Buckhorstlaan 64 te Zwolle

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 23063216 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 21 D

HEA Vastgoed BV Buckhorstlaan 64 8043 RL Zwolle

d spa fiet

Verkennend bodemonderzoek 26 groen op talud (onbereikbaar)

27 groen (onbereikbaar) braak

25

28

21 29 24

Telefooncentrale

30 23

67 32

= Onderzoekslocatie = Boring verplaatst = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

s gra

n tlaa ors ckh Bu

65

31

64

s gra

22 c Bu

n tlaa s r kho

62

0

25

Kruse Milieu BV 60

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: RV

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 20053423 : 1:500 (A4-formaat) : September 2020

HEA Vastgoed BV Buckhorstlaan 64 8043 RL Zwolle

d spa fiet

Verkennend bodemonderzoek

43 47 braak

49

46 44

voormalige telefooncentrale

braak

48 45

41

50

braak

67 51

52 n tlaa ors ckh Bu

65

= Onderzoekslocatie = Geplande nieuwbouw = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

42

c Bu

n tlaa s r kho

62

0

25

Kruse Milieu BV 60

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl

Veldwerker: JH/NP/BD

Tekenaar: JL

Projectcode Schaal Datum

: 23063216 : 1:500 (A4-formaat) : November 2023

Bijlage II Boorstaten

41

1

braak / cm t ov m aaiveld

0

44 0

braak / cm t ov m aaiveld

0

klei, st erk zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs

1 2

50

50 -80

100

klei, zwak zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs

100

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

-50

45

braak / cm t ov m aaiveld

150 1 -170 200

200 t ype dat um boorm eest er

41A 1

0 1

klei, st erk zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs -80

3

t ype dat um boorm eest er

klei, zwak zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs

-50

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

47

braak / cm t ov m aaiveld

0 1 150 t ype dat um boorm eest er

-150

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

42

puin / cm t ov m aaiveld

0

32x30cm , klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal oranje, bruin, m at ig oer

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

-50

48

0

32x31cm , puingranulaat (0/40)

braak / cm t ov m aaiveld

0 -40 50

1 2

100 t ype dat um boorm eest er

31x32cm , klei, zwak zandig, neut raal grijs, bruin, sporen t eelaarde

-100

t ype dat um boorm eest er

braak / cm t ov m aaiveld 1

2 3

5

0 2

-50

-70

-85

0

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige

klei, uit erst silt ig, donker grijs, edelm an

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

-75

50

braak / cm t ov m aaiveld 1 2

-105

veen, zwak kleiig, donker zwart

3 -115

50

-130

t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, bruin, sporen t eelaarde, zwak klei, edelm an -65

t ype dat um boorm eest er

klei, zwak silt ig, neut raal blauw, grijs

0

33x32cm , klei, st erk silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin, edelm an -40

50

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, st erk klei

4

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

braak / cm t ov m aaiveld 1

31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, st erk klei

50

t ype dat um boorm eest er

-50

49

0

0

30x31cm , klei, st erk silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen oer, sporen puin

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

0

43

100

-60

klei, uit erst silt ig, neut raal grijs, sporen wort els, zwak zand, edelm an

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

1 50

0

32x30cm , klei, st erk zandig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen puin -30

50 t ype dat um boorm eest er

0

30x30cm , klei, zwak zandig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen puin

50 -50

100

braak / cm t ov m aaiveld

0

31x31cm , klei, st erk zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs

50 2

-50

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

46 braak / cm t ov m aaiveld

0

t ype dat um boorm eest er

0

31x30cm , klei, st erk zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen zand, sporen puin

50 -200

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 6 -1 1 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

-20

30x30cm , klei, zwak zandig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin, sporen puin

0

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, bruin, zwak roest , edelm an

0

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 J. H a r t m a n

0

31x32cm , klei, st erk silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen puin, edelm an -10

31x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, zwak klei, sporen roest -30

klei, uit erst silt ig, donker grijs, edelm an -50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider

Bu ck h or st la a n 6 4 - Z w olle 23063216 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s

51

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

0

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, sporen oer

50 -60 2

klei, st erk silt ig, zwak hum eus, neut raal grijs, bruin -80

t ype dat um boorm eest er

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

52

braak / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

31x31cm , klei, st erk zandig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen zand, sporen puin -50

in sp e ct ie g a t 1 3 -1 1 -2 0 2 3 N . Pe p p in g

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform project leider

Bu ck h or st la a n 6 4 - Z w olle 23063216 N EN 5 1 0 4 Je r oe n La m m e r s

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage III Resultaten chemische analyses

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=5309588f-dd0e-4214-84c5-78066e7f8328