1. Gebiedsvisie Breecamp-West
Tekst van het document
mobiliteitshub deelauto - deelscooter
pakkethub - fietsreparatie recycle-punt
dagelijkse boodschappen lunchroom - koffie
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
ontmoetingsruimte werkplekken en bewegen
28
gezondheidscentrum kinderopvang
Uit het voorzieningenonderzoek blijkt dat het toevoegen van eerstelijns zorg een gunstige uitwerking heeft op een betere spreiding van eerstelijns zorg over Stadshagen. Het is van belang om deze functie ook aan de westelijke kant van Stadshagen te versterken. Verder is er in dit deel van Stadshagen behoefte aan het faciliteren van ontmoeten van de inwoners. Ook ligt er in dit gebied een behoefte om ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel op te nemen in de plannen. Gedacht 6.1.1 wordt aan een totaal aan voorzieningen van circa 1.500 – 2.500 m2, al dan niet in één of meerdere bouwlagen.
Afbeelding 2: Invulling voorzieningenkavels Stadshagen
Voorzieningenkavel Breezicht Deze kavel leent zich voor het realiseren van een combinatie van functies, geb op uitkomsten van het voorzieningenonderzoek en de mogelijkheden van de ka gaat hier synergie om functies waar een substantieel tekort aan is volgens het van functies op de Hagenplaats (voorzieningenkern in Breecamp-West) voorzieningenonderzoek. Ook draagt het realiseren van deze functies bij aan e
kleinschalige ondersteunende retail
hergebruik erfbebouwing
hergebruik erfbebouwing (stal/schuur) voor andere functies
gezondheidscentrum
gezondheidscentrum
kleinschalige ondersteunende retail
mobiele fietsenmaker
buurthuis voor ontmoeting
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
29
4.6
Dorps wonen in Breecamp-West
Breecamp-West wordt een ontspannen, landschappelijk en natuurlijk woonmilieu. Het wordt een buurt voor de duurzame starter, voor de actieve senior, voor de natuurliefhebber en voor de duurzaam bewuste mens die de auto liever laat staan. Omdat het enigszins landelijk is gelegen (op enige afstand van de grote stad en aan de rand van het buitengebied), zal een dorpse sfeer een belangrijke identiteit voor Breecamp-West worden. Dorps wonen is een concept dat draait om het leven in dorpen of landelijke gebieden in plaats van in grotere steden of stedelijke gebieden. Het benadrukt een meer gemeenschapsgerichte manier van leven, met de nadruk op de landelijke omgeving en de voordelen van het wonen in een hechte gemeenschap. Daar past een ‘kleine gemeenschap’ bij met een sterke gemeenschapszin, een rustige en natuurlijke omgeving (men kan genieten van de rust en de nabijheid van de natuur), kleinschalige woningen, gemeenschapsvoorzieningen (lokaal winkelen en betrokken zijn bij de gemeenschap) en in beperkte mate ‘zelfvoorzienendheid’ zoals het verbouwen van eigen groenten. In zekere zin legt ‘dorps wonen’ de nadruk op de waarde van sociale relaties, gemeenschapsparticipatie en de schoonheid van de natuurlijke omgeving. Concreet is dorps wonen als volgt in Breecamp-West te herkennen: 1. Dichtheid: in Breecamp-West is een lagere dichtheid dan gemiddeld in nieuwbouwwijken voorkomt.
Er komen minder dan 25 won./ha. 2. Landelijke omgeving: Breecamp-West ligt aan de rand van Zwolle, in de polder Mastenbroek en buiten (de ‘klimaatdijk’ van) Stadshagen. Het gebied ligt in het groen en nabij ’s-Heerenbroek. 3. Sfeer en architectuur: Er komen voornamelijk grondgebonden woningen in Breecamp-West in een herkenbare architectuur met bijvoorbeeld baksteen. En de verschillende woningen worden op ‘dorpse wijze’ gemengd, met verschillende woningtypes in een variërende uitwerking door elkaar. 4. Voorzieningen: net als in bestaande dorpen worden in Breecamp-West verschillende functies met elkaar gemengd. Er komen maatschappelijke voorzieningen zoals een gezondheidscentrum of een buurtcentrum voor ontmoeting, er kan kleinschalige horeca of detailhandel komen en er zijn veel mogelijkheden voor ‘werken aan huis’. Ook in de openbare ruimte komen ontmoetingsplekken voor alle leeftijden. 5. Door de hele buurt heen kan geplukt worden (fruit, kruiden, bessen) en komen er buurthubs (deelmobiliteit, pakketpunten). 6. Er komen bijzondere woningtypologieën en woonvormen voor bijvoorbeeld senioren en zorgbehoevenden. Te denken is aan een geclusterde woonvorm voor begeleid wonen met een collectieve tuin, als ware het een ‘hofje’. 30
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
31
Stadshagen
Mastenbroekerpolder
gemeente Kampen
foto: Freddy Schinkel in De Stentor 32
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
5. Gebiedsvisie
5
Gebiedsvisie
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
33
5.1
Gebiedsvisiekaart
woninge
Wanneer alle inzichten uit de participatiesessies, de inzichten uit de analyse van het ‘DNA van de plek’ en de ruimtelijke analyses, de doelgroepen en de gezamenlijk vastgestelde ambities worden samengebracht, dan leidt dat tot het kaartbeeld zoals te zien op de volgende pagina. Deze Gebiedsvisiekaart is een ‘essentiekaart’ die de hoofdlijnen laat zien van de ruimtelijke ontwikkeling van Breecamp-West. De kaart is opgebouwd uit een landschappelijke ondergrond, die de oorspronkelijke lijnen van de polder Mastenbroek respecteert en daarop voortborduurt met o.a. een robuust watersysteem, met daarover een laag met alle verbindingen naar de omgeving voor voetganger, fiets en auto. Samen vormen deze lagen het raamwerk voor de derde laag met nieuwe woningbouw en de voorzieningen. De ondergrond is een landschappelijke laag gaat uit van een natuurlijke hoofdplanstructuur die ruimte kan bieden aan ecologie, klimaatadaptatie en stedelijk water en groen. De laag met verbindingen gaat over mobiliteit met daarin opgenomen de ambities ten aanzien van auto-, fiets- en looproutes. De bebouwings-laag landt in dit landschappelijk casco, met variaties in dichtheid en typologie.
n , a p p abr e b o u w i n g v o o r ztieemn e n t e n ingen
f i e t s - evne r b i n d i n g e n a u t o - ol on o p r o u t e s tsluiting
landsch la b o d e ma p- p e l i j k e k e nnmd s c h a p e en wate r s y s t er keemn
Bij de Gebiedsvisiekaart horen 10 ontwerpprincipes, of 10 essenties voor de gebiedsontwikkeling. In de uitwerking van deze Gebiedsvisie naar een ruimtelijke invulling wordt er verfijnd, genuanceerd, afgeweken en doorontworpen, maar van deze 10 essenties mag niet afgeweken worden.
In de hoofdstukken hierna wordt per hoofdthema de ambities en de doorkijk naar de concrete uitwerking toegelicht. Het gaat dan over Landschap, Mobiliteit, Bebouwing en de Duurzame Leefomgeving. 34
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
ondergr d e b aosni sd
Gebiedsvisiekaart Zwolle Breecamp-West Ou de
polder Mastenbroek
We te rin g
mi
lie
ir uc
ke l
Landschappelijke ondergrond
mi
Breecamp
bo
uw
ing
Hasselterweg N331 Ontsluiting auto Hoofdroute fiets en voetganger
an
be
Water / retentie
sla
ht e
Waterstructuur
an
dic
Groene zone
im
of
Nieuwe bomenrijen
n
He
ge
Thi
laa jsse
Eli
ho
J
P. ac.
Hasselterweg N331
en
ke l
uu
eg
Scholtensteeg
ge
lie
ir uc
St
a rm
w ns
Spoor Tunnel/viaduct Bushalte
Stadshagenallee Bestaande woningen Nieuwe woningen Hoge dichtheid <35 won./ha. Lage dichtheid <20 won./ha.
Ha Bestaande voorzieningen
nz
at
Zoekgebied nieuwe voorzieningen
he
‘s - H e e re n bro e k
ve
gemeente Kampen
na lle e
N
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
35
5.2
Ontwerpprincipes
Ou
1. De huidige ondergrond is de ruimtelijke drager Het bestaande landschappelijke verkavelingspatroon vormt de ondergrond voor ontwikkeling.
de
polder Mastenbroek
We
2. De hoofdplanstructuur wordt ‘voortgezet’ buiten de plangrens De hoofdplanstructuur houdt niet op bij de plangrens. De inrichting van Breecamp-West en de ‘Binnentuin’ (’s-Heerenbroek) worden landschappelijk met elkaar verbonden. Watergangen, bomenrijen, zichtlijnen, etc. liggen in elkaars verlengde.
te rin g
lie mi
3. Landschappelijk wonen op alle schaalniveaus Het woongebied is dooraderd met verbonden landschappelijk groen. Het groen is altijd ‘om de hoek’ en tot aan de ‘vensterbank’ voelbaar. mi
lie
ke l
uu
r
sw
irk
el
eg Jac
9. 3.
be
bo
uw
ing
10. 7.
6.
2.
an
5. Er komen goede fietsverbindingen met Stadshagen en het buitengebied Er is een fietstunnel naar de Jac. P. Thijsselaan en er komt een fietsroute naar De Tippe, en verder komt er parallel aan de Stadshagenallee een veilige fietsverbinding. De vrijliggende fietsroutes worden in het plangebied met elkaar en met de Stuurmansweg verbonden.
ht e
sla
1.
4. dic
an
of
im
ge
n
He
ho
elaa
Eli
en
ijss
Hasselterweg N331
ge
Th . P.
Breecamp
Scholtensteeg
4. Van dicht naar dun, van polderlandschap naar rivierenlandschap De woningdichtheid is aan de oostzijde (nabij N331) het hoogst en aan de westzijde (kruising Stuurmansweg-spoor) het laagst. Hier is ook geen hoogbouw toegestaan. Aan de noordzijde (Stuurmansweg) overheerst de openheid van de polder en is het zicht op het orthogonale open polderlandschap belangrijk. Aan de zuidzijde (spoorzijde), richting de rand van de polder, is het landschap ingebed in het rivierenlandschap met een variërende polderkavelrichting en opgaande beplanting.
ir uc
St
n ma
uc
Stadshagenallee
5.
8. Ha
6. Er komt één auto-verbinding op de N331 / de Stadshagenallee De Scholtensteeg is naar het zuiden doodlopend, en niet verbonden over het spoor. De Scholtensteeg blijft in ieder geval in gebruik voor de ontsluiting van de voorzieningen tussen de Scholtensteeg en de N331.
ve nz na lle e
Zwolsew
e g N 76 4
9. Parkeren zoveel mogelijk uit het zicht Het parkeren wordt zoveel mogelijk opgelost aan de rand van het gebied, op eigen terrein, op binnenterreinen of parkeerkoffers. Het parkeren ligt in ieder geval dicht bij de woningtypes die dat nodig hebben (levensloopbestendige woningen, seniorenwoningen). 10. Er komt een ‘buurtplaats’ waar ruimte is voor voorzieningen Bij of nabij de bestaande woning (Scholtensteeg 5) komen maatschappelijke en commerciële voorzieningen en deelfaciliteiten, zoals een gezondheidscentrum met eerstelijns zorg, een buurthuis, een buurthub met deelmobiliteit, een kleinschalige buurtsuper, etc. 36
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
he
8. Er komt geen doorgaande wegenstructuur in het plangebied Behalve naar de Stadshagenallee wordt het gebied voor de auto niet verbonden met de omgeving. De hoofdontsluitingsstructuur is ‘doodlopend’ en er komen geen doorgaande (woon)-straten.
We r k e r e n
at
7. De auto buitenom, de fiets en voetganger binnendoor ‘s - H e e re n bro e k De auto-ontsluiting komt aan de rand van het gebied. Hier komen ook de meeste parkeervoorzieningen. Midden door het gebied en het buurtgroen komen de fiets- en voetgangersverbindingen.
De Tippe
Gebiedsvisiekaart onderverdeeld naar de drie belangrijke thema’s
Landschap
Ve r k e e r
Bebouwing
van polderlandschap...
van dun...
...naar dicht voorzieningen
...naar rivierenlandschap
De huidige ondergrond is de ruimtelijke drager
Goede fietsverbindingen met Stadshagen en het buitengebied
Van dicht naar dun, van polderlandschap naar rivierenlandschap
De hoofdplanstructuur wordt ‘voortgezet’ buiten de plangrens
Er komt één autoverbinding op de N331 / Stadshagenallee
Er komt een ‘buurtplaats’ waar ruimte is voor voorzieningen
Landschappelijk wonen op alle schaalniveaus
De auto buitenom, de fiets en voetganger binnendoor Geen doorgaande wegenstructuur in het plangebied Parkeren zoveel mogelijk uit het zicht
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
37
5.3
Ruimtelijk concept
De gebiedsvisiekaart (‘essentiekaart’) en de ontwerpprincipes zijn vertaald naar een ruimtelijk concept voor Breecamp-West. Het plangebied ligt volop in de openheid van het buitengebied van Stadshagen en maakt onderdeel uit van de enorme weidsheid van de Mastenbroekpolder. Haar driehoekige vorm met scherpe begrenzingen is markant en ‘grafisch’, evenals de Mastenbroekpolder zelf. De grote kwaliteit van de locatie zit in de weidsheid van de Mastenbroekpolder, deze wordt optimaal benut in het ruimtelijke concept dankzij een reeks lange noord-zuid gerichte zichtlijnen/zichtstroken. Het ruimtelijk concept met stevige landschapsstroken en drie lange lijnen is eveneens ‘grafisch’. Zo kent Breecamp West straks vooral een ruimtelijke gerichtheid op de Mastenbroekpolder en een functionele koppeling aan Stadshagen. De basis van het ruimtelijk concept is het landschap, de landschappelijke noord-zuidstroken die ieder een eigen karakter krijgen. Deze stroken zijn gebaseerd op de huidige agrarische ondergrond, met als belangrijk kenmerk dat de ligging van nieuwe watergangen is gebaseerd op waar nu de sloten liggen. De landschappelijke stroken hebben grote maten en geven zo doorzichten vanuit het zuiden gezien en naar het noorden geven deze zicht op de polder Mastenbroek. Ze worden ‘formeel’ ingericht met veel bomen of juist als open landschap met gras of riet.
Dwars door deze strokenstructuur snijden de hoofdroutes voor langzaam verkeer. Deze routes liggen in het verlengde van de Jac. P. Thijsselaan en de Stadshagenallee, of maken een nieuwe diagonaal door het gebied heen. Er ontstaat zo een ‘driehoek’ van hoofdroutes, met snelle routes tussen de woningen, de speel- en ontmoetingsplekken, het voorzieningencentrum en Stadshagen (en verder). De ‘driehoek’ fungeert als draaischijf voor het langzaam verkeer en is verbonden met bestaande hoofdroutes in de omgeving. Haaks op de landschappelijke stroken komen informele routes, oost-westverbindingen voor fiets en voetgangers. Deze routes zorgen voor snelle verbindingen tussen de woningen, de groene ontmoetingsruimtes en de voorzieningen. Deze worden kleinschalig en geborgen ingericht. Waar de noord-zuidstroken voor ruimte, overzicht en uitzicht zorgen, zijn de oost-westroutes intiem en geborgen. De auto- en waterstructuur zijn geënt op (en ondergeschikt) aan landschappelijke structuur met noord-zuidstroken. De structuur voor de auto’s is zo dat er geen doorlopende structuur is. De woonstraten worden informeel en groen ingericht, met parkeren zoveel mogelijk uit het zicht. Tot slot zijn de woonvelden de resultante van de andere ‘ontwerplagen’.
De woonvelden vallen binnen het landschappelijk casco, waarbij iedere strook een eigen karakter krijgt gebaseerd op het karakter van de landschappelijke strook. Het wonen wordt ontspannen, landschappelijk en dorps, passend bij de plek. Als alle ‘ontwerplagen’ over elkaar worden gelegd, ontstaat de ruimtelijke-conceptkaart. Deze is uitgewerkt in een vlekkenplan, als een nadere uitwerking van de gebiedsvisiekaart. 38
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Ruimtelijk concept
p a rk v o o rz ie n in g e n
landschap
noord-zuidstroken grote maten, formeel iedere strook een eigen karakter zicht op Mastenbroek
hoofdroutes
informele routes
fiets en voetgangers verbinden met Stadshagen, de Tippe, omgeving
oost-westverbindingen fiets en voetgangers kleinschalig geborgen ontmoetingsplekken verbinden
auto
woonvelden
geënt op en ondergeschikt aan landschappelijke structuur geen doorlopende structuur informeel ingericht parkeren zoveel mogelijk uit zicht
binnen landschappelijk casco iedere strook een eigen karakter woonsfeer ontleend aan landschapsstroken ontspannen, landschappelijk, dorps Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
39
er venst ro ok ve lde nstro ok fr uit b omenst ro ok wate r won e n b omenst ro ok r iet st rook b osst ro ok b omenst rook won e n aan de lan en
r iet st rook won e n t uss en h et riet
b osst rook loss e won ingen in h et g ro en
spoor Zwolle-Kampen
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
40
en mp Ka llewo rZ oo sp
= + Principedoorsnede over het gebied
er venst rook
Scholtensteeg
won e n t uss en de h ou t wallen
ve lde nst ro ok woon blokken aan de velden
fr uit b om e nst rook won e n in de gaard
wate r wonen
Scholtensteeg
41 Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
42
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Vlekkenplan Zwolle Breecamp-West
polder Mastenbroek Groen Groen - Rietzone
St
Water
u
m ur
a
w ns
eg P
. Jac
P
P. T
sela hijs
an
Bomen
P
Hoofdroute - vrijliggend fiets-/voetpad
P
P proeftuin
Bushalte
P
Woonstraat
Hagenplaats
Mobiliteitshub P
Zoeklocatie parkeerkoffer
P
P
Woonstroken
Hasselterweg N331
P
Scholtensteeg
Oost-westroute - fiets-/voetpad
Stadshagenallee P
Mogelijkheid collectieve (binnen)-tuin Voorzieningen Proeftuin - innovatieve woningbouw
gemeente Kampen
‘ s - HBebouwingsaccent e e r e n b r o e-kappartementen Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
43
6. Landschap
6
Landschap
44
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
6.1
Ambities en ontwerpprincipes
Voor de landschappelijke inrichting van Breecamp-West zijn ambities geformuleerd op het gebied van de natuurlijke hoofdplanstructuur, ecologie, klimaatadaptatie en stedelijk water en groen. Voor de hoofdplanstructuur is de polder Mastenbroek, de bodem en het water de basis. De ondergrond vormt dus de ruimtelijke drager van het plan, die vertaald wordt in de natuurlijke hoofdplanstructuur. En deze hoofdplanstructuur houdt niet op bij de plangrens. Indien mogelijk, wordt de inrichting van Breecamp-West en de ‘Binnentuin’ (’s-Heerenbroek) landschappelijk met elkaar verbonden. Watergangen, bomenrijen, zichtlijnen, etc. liggen in elkaars verlengde. Hier wordt door het ontwerp op ingespeeld door hoofdstructuren zo te maken dat er een logische aansluiting gemaakt kan worden aan de overzijde van het spoor. Voor ecologie geldt dat deze in dienst staat van een natuurinclusieve en biodiverse inrichting van het gebied. Daarbij is een maximaal verbonden groenstructuur van belang: het groen moet verbonden zijn voor een optimale meerwaarde voor de ecologie. Het plan moet ook klimaatadaptief zijn. In de eerste plaats gaat dat over het opvangen en vasthouden van hemelwater. Het opvangen van hemelwater draagt ook bij aan het voorkomen van droogte, bodemdaling en hittestress.
Conform de afspraken met het waterschap Drents Overijsselse Delta dient uitgegaan te worden van een minimale bergingseis van 80 mm. Deze bergingseis is gebaseerd op een bui van 111 mm in 48 uur en een landelijke afvoer van 1,6 l/s/ha. Het is de ambitie om van een ruimere bergingscapaciteit van meer dan 80mm uit te gaan. Dit alles leidt tot een groen plan, met ‘groen om de hoek’ in de directe woonomgeving, waar ruimte is voor spelen, bewegen en ontmoeten.
1.
Huidige ondergrond als landschappelijke drager
2.
De hoofdplanstructuur wordt ‘voortgezet’ buiten de plangrens
3.
Landschappelijk wonen op alle schaalniveaus
3. 1. 2.
Ambities: • Landschappelijke ondergrond als ruimtelijke drager. • Natuurinclusiviteit en biodiversiteit in een maximaal verbonden groenstructuur. • Opvangen en vasthouden hemelwater met een bergingseis van >80 mm. • Realiseren van zoveel mogelijk groen en water en het beperken verharding (alleen waar het moet). • Groenstructuur met ‘groen om de hoek’ in de directe woonomgeving, waar ruimte is voor spelen, bewegen en ontmoeten. Deze ambities leiden tot de volgende ontwerpprincipes: • Huidige ondergrond als landschappelijke drager. • De hoofdplanstructuur wordt ‘voortgezet’ buiten de plangrens. • Landschappelijk wonen op alle schaalniveaus. Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
45
6.2
Landschappelijke ondergrond als ruimtelijke drager
Een belangrijk uitgangspunt bij de inrichting van Breecamp-West is de meerlaagsveiligheid (waterveiligheid), die gaat over de bescherming tegen overstromingen vanuit rivieren en kanalen en de veilige afvoer van water, ijs en sediment. Zonder waterkeringen zou een groot deel van Nederland regelmatig onder water staan. In Nederland werken we op drie niveaus aan waterveiligheid. Dat heet meerlaagsveiligheid (MLV), een benadering voor duurzaam waterveiligheidsbeleid. Het gaat uit van drie lagen: • Laag 1 sterke waterkering: Primaire waterkeringen beschermen land tegen overstromingen vanuit zee, de grote meren en de grote rivieren. • Laag 2 duurzame ruimtelijke ontwikkeling: Het zodanig inrichten van de ruimte dat hiermee gevolgbeperking van overstromingen mogelijk is. • Laag 3 rampenbeheersing: Het op orde hebben van de crisisorganisatie. Hoewel de kans klein is, zijn overstromingen nooit helemaal uit te sluiten. Bij eventuele overstromingen is het belangrijk goed voorbereid te zijn om snel en adequaat te kunnen reageren.
Breecamp-West ligt in de polder Mastenbroek. In deze polder is volgens de Klimaateffectatlas de overstromingskans klein, wat betekent dat eens in de 1000 jaar een overstroming voor kan komen met grote gevolgen (maximale overstromingsdiepte van 2.0 tot 5.0 meter). Dit geldt dus niet alleen voor Breecamp-West maar ook voor Stadshagen en ‘s-Heerenbroek. In het kader van meerlaagsveiligheid heeft het de voorkeur dat het gebied zodanig wordt ingericht dat gevolgbeperking van overstromingen mogelijk is. Het principe van bodem en water sturend ontwikkelen kan hier aan bijdragen. Dit is een benadering die zich richt op duurzaam beheer van bodemen waterbronnen met een aanpak die streeft naar het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de bodem, het water en de leefomgeving, en het minimaliseren van de ecologische impact. Hieronder vallen o.a. bodembehoud, waterbeheer, natuurlijke habitats, klimaatadaptatie en duurzame stedenbouw. Concreet betekent dit voor Breecamp-West dat gekeken moet worden naar klimaatrisico’s en extreme neerslag, duurzaam bouwrijp maken (integraal of gedeeltelijk ophogen) alsmede de bijbehorende beheerkosten en eventuele herstelkosten.
46
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Natuurlijke Hoofdplanstructuur Klimaatadaptatie Water Klimaatadaptatie Tegengaan hittestress
peilgebieden
Kortom, bodem en water sturend ontwikkelen is essentieel voor het verbeteren van de veerkracht van Breecamp-West tegen milieu- en klimaatveranderingen. Het uitgangspunt is het huidige polder- en ontwateringssysteem van sloten en watergangen, en die robuuster te maken. Zo wordt gebruik gemaakt van een bodem en water sturende structuur die doorschemert in de nieuwe ruimtelijke structuur, en tegelijk worden er nieuwe elementen aan toegevoegd zoals bebouwing, paden en wegen. Het ligt dus voor de hand om een raamwerk vorm te geven dat gebaseerd is op de oorspronkelijke (agrarische) ondergrond. Naast een robuuste waterstructuur wordt ingezet op een afwisselend landschappelijk casco waarbinnen de structuren variëren in type (bijv. waterrijk, riet of bomen), in beplanting en in gebruik. Op deze wijze wordt het omliggende landschap verweven met het woongebied. Groene lijnen dringen vanuit het omliggende landschap het woongebied binnen. Het zijn groen-, water- of ontsluitingsstructuren, of combinaties daarvan.
waterpeilen Breecamp-West
zomerpeil: -1,05 winterpeil: -1,30
zomerpeil: -0,75 winterpeil: -0,95
zomerpeil: -0,25 winterpeil: -0,45
zomerpeil: -0,85 winterpeil: -1,10
De landschappelijke verbinding van de hoofdplanstructuur met de omgeving wordt vooral zichtbaar ten zuiden van het plangebied. Hier ligt een gebied dat in het ‘Dorpsplan ‘s Heerenbroek’ (augustus 2022) de Binnentuin wordt genoemd. In het Dorpsplan ’s-Heerenbroek wordt als doel voor dit gebied genoemd het inrichten en (mede-)gebruik van het gebied als een maximaal open, natuurlijk (agrarisch/natuur) landschap voor recreatie en natuurbeleving, voor de bewoners en mensen van elders. Het ligt dus voor de hand om de mogelijkheid te creëren om de inrichting van Breecamp-West en de Binnentuin (’s-Heerenbroek) landschappelijk met elkaar te verbinden. Dit kan door watergangen, bomenrijen, zichtlijnen, etc. in elkaars verlengde te leggen. Op deze wijze wordt vanuit het zuiden gezien (vanaf de Zwolseweg) het zicht niet dichtgezet door aaneengesloten bebouwing in Breecamp-West, maar blijven de landschappelijke lijnen vrij van bebouwing. Door één landschappelijke structuur te maken in Breecamp-West en de Binnentuin, gebaseerd op de oorspronkelijke ondergrond, wordt het NS-spoor Zwolle-Kampen minder als barrière gevoeld. Het spoor is minder nadrukkelijk en zichtbaar opgenomen in een groter landschap.
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
47
Natuurlijke Hoofdplanstructuur
6.3
Concept
Op basis van het landschap en het daarop gebaseerde ruimtelijk concept, worden verschillende ‘uitgesproken’ landschappelijke stroken geïntroduceerd. In de noord-zuidrichting zijn dit de structurerende elementen, ieder met een eigen landschappelijke sfeer. Afwisselend open en dicht. Daartussen zorgen smalle stroken (water, openheid) voor een doorzicht ‘door het gebied heen’. Iedere strook krijgt naast een eigen landschappelijke sfeer ook een eigen woonsfeer. Omdat de stroken niet geheel bebouwd wordt, ontstaan er in het onbebouwde middengebied groene en open plekken die tezamen een aaneengesloten parkzone vormen, als centrale ruimte in het gebied. De stroken worden als het ware ‘recht afgesneden’ aan de randen van het gebied, en zo ontstaan er gestaffelde randen die landschappelijk worden ingericht en zo de overgang naar de grotere omgeving maken.
48
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Stedelijk water en groen
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
49
6.4
Openbare-Ruimtebibliotheek
De invulling van de stroken, de parkzone en overige groene plekken (speel- en ontmoetingsruimtes, collectieve tuinen, etc.) wordt nader uitgewerkt in het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan (ROP). Daarbij wordt gezocht naar een variatie binnen een landschappelijke eenheid. Voor de groene ruimtes, de plaatsing van de bomen, de uitwerking van watergangen en wadi’s of de groene inrichting van de woonstraten zijn er verschillende mogelijkheden. Samen vormen deze een ‘openbare-ruimtebibliotheek’ die ingezet kan worden bij de uitwerking.
50
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Groen
Water
Bomen
Straten
rand noord
wonen aan water
losse bomen
brede hoofdstraat
aan de watergang
smalle watergang
boomgroepen
groene woonstraat
autovrije hof
watergang
bomenrij
langs de singel
‘dorpsplein’
autovrije hof
brede watergang
boomgaard
langs het water
collectieve binnentuin
rand zuid
retentievijver
gestrooide bomen
groene hof
centrale parkzone
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
51
Stedelijk water en groen
6.5
Groen in de directe leefomgeving
De landschappelijke onderlegger is de belangrijkste drager van het plan. Het is cruciaal dat het polderlandschap op alle schalen leesbaar en voelbaar is. De oorspronkelijke polderverkaveling schemert door in de hoofdstructuren van het plan en leggen een ruimtelijke verbinding met de omgeving. Zo lopen wegen, groenstructuren en nieuwe watergangen parallel aan de richting van de poldersloten, en is vanuit de hoofdstructuur het omliggende landschap en de polder Mastenbroek zichtbaar. Maar ook op een kleiner schaalniveau moet het ‘poldergevoel’ te herkennen zijn. Dit kan bijvoorbeeld gerealiseerd worden door de toepassing van gebiedseigen beplanting, tuinen die aan de poldersloten grenzen of bebouwing die qua materialisering en vormgeving aansluit bij de omgeving. In de directe leefomgeving wordt voldoende ruimte gereserveerd voor spelen en ontmoeting. Er komen lanen, plantsoenen, speelveldjes, groene oevertaluds, etc. Het groen is zoveel mogelijk met elkaar verbonden, zodat het een doorlopend netwerk van groene en bruikbare ruimtes wordt. Samen met het water is dit groenblauwe raamwerk de contramal voor de woningbouw. Onderdeel van het landschappelijk raamwerk zijn de hoofdontsluitingsstructuur en de hoofdfietsroutes. De ontsluitingsstructuur is zoveel mogelijk geënt op de landschappelijke structuur.
Alle woonstraten zijn ingericht als 30km/u gebied en worden door een overmaat in het openbaar profiel als groene woonstraten ingericht. De landschappelijke structuren scheiden verschillende bouwstroken van elkaar. Zo ontstaat een kleinschalig en intiem woongebied, waar korte zichtlijnen op bebouwing worden afgewisseld met lange zichtlijnen op het landschap in de richting van de polder Mastenbroek en de Binnentuin. Binnen het raamwerk wordt een informele en ontspannen woonsfeer ontwikkeld, met een afwisseling van woningtypologieën.
52
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Ontmoetingsplekken in het groen
Ecologie natuurinclusiviteit en biodiversiteit
6.6
Natuurinclusiviteit en biodiversiteit
De urgentie voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen is evident. De biodiversiteit loopt terug en de gevolgen van de klimaatverandering zijn merkbaar in de dagelijkse leefomgeving. De zomers kunnen extreem droog zijn waardoor de bodem daalt en planten en dieren het moeilijker hebben. Daartegenover staan hevigere buien met veel overlast tot gevolg. Een natuurinclusieve en klimaatadaptieve inrichting van de leefomgeving draagt bij aan het terugdringen van de negatieve effecten. En daarnaast zorgt een leefomgeving met meer biodiversiteit, een robuuste waterhuishouding, minder hittestress, en een op natuurlijke wijze gezuiverde lucht ook voor het welzijn van mensen. In Breecamp-West wordt fors ingezet op het realiseren van een natuurinclusieve wijk. Daarbij wordt alles beschouwd: het bevorderen van flora èn fauna, het gebruiken van groen èn water, inzetten op openbare ruimte èn de bebouwing, etc. Natuurinclusief bouwen betekent onder andere dat de nieuwe wijk ecologisch verbonden wordt met de omgeving, en dat er gericht wordt op (kwetsbare) gebiedseigen soorten. Het groenblauwe raamwerk van Breecamp-West staat in verbinding met het omliggende landschap. Binnen Breecamp-West wordt inheemse en gebiedseigen beplanting toegepast, waardoor planten en dieren in het omliggende landschap in verbinding staan met de nieuwe wijk. Er komen nieuwe gradiënten (nat vs. droog, zon vs.
schaduw, etc.), schuilmogelijkheden en nest- en broedvoorzieningen voor fauna, er komt beplanting die tevens als voedselvoorziening kan dienen voor dier (en mens), etc. Het groen is zoveel mogelijk met elkaar verbonden, zodat het een doorlopend netwerk van groene en bruikbare ruimtes wordt.
Een groenstructuur met een afwisseling van bomenlanen, bonte bermen, bloeiende singels, mantelzomen en fruitbomen zorgt voor variatie en gradiënten (overgang natdroog, overgang zon-schaduw, overgang hoge en lage beplanting, etc.). De beplanting is gevarieerd, met bomen, heesters, struiken en lage beplanting en (ruig) gras. De beplanting dient daarbij tevens als voedsel voor vogels, insecten, etc. Voor bomen geldt dat de wortels als ‘spons’ in de ondergrond dienen en dus ook in of nabij de wadi’s geplant kunnen worden. Het loof van de bomen zorgt voor schaduw en verkoeling. De wadi’s en andere groenstroken worden ingeplant met ruige en (kruiden)-rijke ‘wadi-beplanting’, wat tevens kan dienen als voedsel voor insecten. En de oevers van de watergang krijgen flauwe en natuurvriendelijke oevers. In alle gevallen worden de speel- en ontmoetingsplekken gecombineerd met de hoofdgroenstructuur (ook combinatie met wadi’s), en worden er ‘natuurspeelplekken’ gerealiseerd. Er komen verspreid door de wijk insecten- en wormenhotels. Verder wordt natuurvriendelijke straatverlichting toegepast. Voor de omliggende natuur is het van belang dat er zo min mogelijk lichtvervuiling is. Dit houdt in dat de openbare verlichting wordt beperkt tot een minimum. Niettemin is voor een prettige en veilige leefomgeving openbare verlichting noodzakelijk, met inachtneming van natuurwaarden.
Openbare verlichting is vleermuis-vriendelijk. Vleermuizen zijn gevoelig voor lichtverstoring. Zowel bij hun verblijfplaatsen, op vliegroutes als in hun jachtgebied. Vooral straatverlichting kan leiden tot pijnlijke verblinding bij deze beschermde nachtdieren. Lichthinder voor vleermuizen kan aanzienlijk worden beperkt door de toepassing van amberkleurig UV-vrije ledlampen (de ‘Batlamp’), lagere lichtmasten en een scherpe afsnede van de lichtinval.
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
53
Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten die klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook als ladderVerticale dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren. 14. en hangende begroeiing
indicatie beheerskosten
indicatie beheerskosten
indicatie aanlegkosten
kosten
indicatie aanlegkosten
belevingswaarden
beleving
kosten
belevingswaarden
beleving tegengaan droogte
verminderen wateroverlast
tegengaan droogte
verminderen wateroverlast
verminderen hittestress
klimaatadaptief verminderen hittestress
Referenties
enties
n - intensief - Bron: De Dakakker Groendak op winkelcentrum Miro in Enschede - foto: Mark van Veen Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e 54
veiligheid - verblijf
indicatie beheerskosten
indicatie aanlegkosten
kosten
belevingswaarden
beleving
Referenties
tegengaan droogte
verminderen wateroverlast
verminderen hittestress
klimaatadaptief
verbinding - verplaatsing
veiligheid - verblijf
ur- en klimaatscore
verbinding - verplaatsing
Natuur- en klimaatscore
klimaatadaptief
verbinding - verplaatsing
veiligheid - verblijf
voedsel - variatie
ve groendaken werken verkoelend in de zomer en werken als een extra deken in de winter. Op groendaken wordt het ater opgeslagen in planten en in het substraat. Ook is het mogelijk om een dunne laag kratten aan te brengen onder de e voor extra ruimte voor het bergen van hemelwater. Door verdamping verdwijnt een gedeelte van het water weer terug mosfeer. Intensieve groendaken hebben vaak een dubbelfunctie. Naast vergroening en/of waterberging kunnen deze worden gebruikt om te verblijven of om voedsel op te verbouwen. Intensieve groendaken vereisen een stevige constructie ien de belasting van dit dak hoger is dan een extensief groen dak. Groendaken kunnen gecombineerd worden met anelen. Het rendement van de panelen is zelfs hoger door de lagere temperatuur van het dak. Daarnaast draagt een ak bij aan de levensduur van de dakbedekking.
Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Natuur- en klimaatscore Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt.
voedsel - variatie
daken zorgen voor een geringere opwarming van het dakoppervlak, ze houden regenwater vast en hebben een effect op biodiversiteit. Ze kunnen over het algemeen in twee types worden opgesplitst, namelijk extensieve en intensieve aken. Extensieve groendaken zijn geringer in opbouw, vereisen minder onderhoud en hebben minder positieve effecten nsieve groendaken. Intensieve groendaken herbergen meer mogelijkheden voor beplanting, ze hebben een groter ergend vermogen en isoleren beter dan extensieve groendaken. Ze zijn derhalve ook duurder in aanleg en in onderhoud.
natuurinclusief
Groene daken Woning
Kabels of een pergola constructie kunnen de klimplanten ook horizontaal laten groeien en zo voor schaduw zorgen. Begroeide gevels kunnen ontstaan door klimplanten die zich hechten aan het geveloppervlak. Er zijn echter ook klimplanten die Ook draagt dit bij aan het groene karakter van bijvoorbeeld een woonbuurt. klimhulp nodig hebben. Architectuur, plantsoort en oriëntatie van de gevel hangen daarom sterk samen. Naar gelang de soort Gevelbeplanting en geveltuinen kan worden gekozen voor een ruw hechtoppervlak, een raster of kabels. Een groene gevel vormt als het ware een extra laag op de gebouwschil en biedt schuilplaatsen voor vogels, insecten en kleine zoogdieren. Sommige vogels kunnen hier zelfs hun nest bouwen en bij andere vogels kan het groen goed gecombineerd worden met nestvoorzieiningen. Een groene gevel kan ook al ladder dienen om naar een hoger gelegen groendak te kunnen migreren.
natuurinclusief
voorbeelden van natuurinclusief bouwen en natuurinclusieve inrichting
Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing Genderdal - Bron: Buro Lubbers
Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing
Groenslingers, De Dampuurters, Gent
33
Bloeiende sedumvegetatie trekt bijen en vlinders aan - Bron: Groendaktotaal
Verticale staalkabels voor windende gevelbegroeiing -
Gevelraster als ondersteuning voor gevelbegroeiing
Groenslingers, De Dampuurters, Gent
indicatie beheerskosten
indicatie behe
indicatie aanlegkosten
indicatie aanl
kosten
koste
belevingswaarden
beleving
belevingswaa
belev
tegengaan droogte
tegengaan dr
verminderen waterover
verminderen verminderen hittestress
klimaata
Ecologie natuurinclusiviteit en biodiversiteit
Toepassingen in de tuin
Insectenhotel - bron: Natuur voor Elkaar
hotel - bron: Natuur voor Elkaar
Groenstroken en plantsoenen
Parkjes en parken
Natuurvriendelijke oevers
Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen
Schutting gevuld met natuurlijk materiaal waar insecten zich kunnen verschuilen
CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF
CENTRUMKWADRAAT ENSCHEDE KLIMAATBESTENDIG EN NATUURINCLUSIEF
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
55
Klimaatadaptatie Water Klimaatadaptatie Tegengaan hittestress
6.7
Klimaatadaptatie
Het klimaat verandert en door hevige regenval krijgen we steeds meer te maken met piekmomenten waar een wijk veel regenwater te verduren krijgt. Belangrijk is dat we hier nu al op inspelen en de wijk hiervoor weerbaar maken. Dit vraagstuk is niet alleen een probleem, maar ook een kans. In principe wordt al het hemelwater (bebouwing, openbare ruimte) oppervlakkig afgevoerd naar wadi’s en sloten, incidenteel gebeurt dit ‘ondergronds’ maar dan staat dit systeem wel in verbinding met het waterafvoerstelsel. Het regenwater kan namelijk gebruikt worden als ontwerpprincipe. Er wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van kolken en zoveel mogelijk van groene wadi’s en eventueel molgoten (verhard). Wadi’s hebben een dubbele functie, deze kunnen immers ingeplant worden met verschillende typen beplanting voor een hogere biodiversiteit. Het uitgangspunt is een systeem dat hemelwater opvangt, vasthoudt en vertraagd afvoert. Op deze wijze wordt bij hevige neerslag eventueel overlast beperkt. Het voorkomt niet alleen piekbelasting in het watersysteem, maar beperkt ook verdroging van de ondergrond. Het hemelwater dat op de daken van bebouwing en in de tuinen valt, wordt niet afgevoerd via een rioolsysteem maar vastgehouden in de tuin en bij extreme neerslag afgevoerd naar het openbaar gebied.
De opvang en afvoer van het hemelwater van de bebouwing en de privétuinen is een integrale ontwerp-opgave, en er zal bij de ontwikkeling goed gekeken moeten worden hoe er op een mooie en duurzame wijze omgegaan kan worden met de afvoer van hemelwater op eigen terrein, bovengronds danwel ondergronds. Zo hoeven er naderhand geen ongewenste ‘noodoplossingen‘ gecreëerd te worden. Om het water zo goed mogelijk te kunnen vasthouden en afvoeren, is een robuuste waterstructuur nodig. Het watersysteem bestaat uit oppervlaktewater (watergangen/ sloten) in combinatie met wadi’s. Het watersysteem zorgt ervoor dat het hemelwater kan worden opgevangen en niet via het riool wordt afgevoerd. Via de wadi’s wordt het vastgehouden en vertraagd afgevoerd. Het watersysteem is verbonden aan de omliggende waterstructuren. Door de nieuwe waterstructuur aan te sluiten op de bestaande sloten in de omgeving, ontstaan er nieuwe waterverbindingen in het gebied. Dit zorgt niet alleen voor een sterkere beleving van het water in de wijk, maar zorgt ook voor een duurzame omgeving. Omdat er in de nieuwe groene wijk Breecamp-West meer groen en open oppervlak (niet verhard) is, kan bij hevige regenval het hemelwater in oppervlaktewater gebufferd worden.
56
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Omdat bestaande sloten worden verbreed en nieuwe watergangen worden aangelegd, kunnen de oevers een nuttige rol spelen in het infiltreren van water als deze gevarieerd beplant worden. Daarnaast kan er gevarieerd worden met het talud, door de watergang te verdiepen of het maaiveld te verhogen. Watergangen hebben een oever met een talud dat niet steiler is dan 1:3, en het talud wordt zonder beschoeiing aangelegd om een groene oever te kunnen maken. Op plekken waar het kan wordt een flauwer talud gemaakt, om een natuurvriendelijke oever te maken. Een flauwer talud zorgt voor een betere ‘gradiënt’ (overgang nat-droog) en draagt bij aan de biodiversiteit. Voor de wadi- en waterstructuur moet nog een watertoets (instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen) uitgevoerd worden. Tijdens de uitwerking zal in gesprek met Waterschap Drents Overijsselse Delta deze toets gedaan worden, mede om te bepalen of er voldoende bergingscapaciteit is.
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
57
Klimaatadaptatie Water Klimaatadaptatie Tegengaan hittestress
voorbeelden van klimaatadaptief bouwen en klimaatadaptieve inrichting
Woning
Tuin
Grijze goot / molgoot
Regenton in de tuin
Overstortsteen
‘Hemelwater-steen’
Regenton als schutting
Kleine regenbuffer voor bevloeiing van tuinplanten
Afkoppelen op eigen terrein
Regenton in de tuin als bloempot
Waterspuwer met creatieve afwatering 58
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Slimme regenton
Grijsgoot - brede molgoot
Wadi
Plas-drasgebied
Open water
Inpassen bestaande sloten
Wadi
Inpassen bestaande sloten
Landschappelijke zones
Schotten voor vasthouden water
Wadi na hevige regenbui
Wadi na hevige regenbui Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
59
7.
Mobiliteit
7
Mobiliteit
60
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
7.1
Ambities en ontwerpprincipes
De gemeente Zwolle zet in op mobiliteitstransitie. Mobiliteit gaat allang niet meer alleen over asfalt, maar over anders denken vanuit het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, MAAS en privé-auto). Bij het STOMP-ontwerpprincipe staat de auto niet langer centraal bij de inrichting van de ruimte, maar wordt eerst uitgegaan van de voetganger (Stappen) en vervolgens de fietser (Trappen), OV en MAAS (mobility as a service). Als laatste wordt de privé-auto meegenomen in de inrichting. Het is een nieuwe kijk op ruimte, veiligheid, duurzaamheid en de kwaliteit van leven. Dit vertaalt zich naar concrete ambities voor Breecamp-West. In eerste instantie betekent dit dat het gebied optimaal en veilig wordt ingericht voor voetgangers en fietsers. Er komen veilige routes naar de voorzieningen binnen Breecamp-West, naar Stadshagen en het buitengebied, en naar de OV-haltes nabij Breecamp-West. Daarmee staan voetgangers, fietsers en openbaar vervoer bovenaan in de ambities. MAAS (mobility as a service) kan in deze gedachte een aanvulling zijn op een integraal mobiliteitsconcept, waarbij aanvullend deelauto-gebruik eventueel tot een lagere parkeernorm en beperkt tweede-autobezit kan leiden. Deelauto’s zouden in een ‘buurthub’ kunnen komen, waar ook een pakkethub aan gekoppeld kan worden, waardoor pakketbezorging niet altijd iedere woonstraat in hoeft.
Voor de privéauto wordt gezocht naar een passende parkeeroplossing voor de doelgroepen. Dit betekent dat daar waar parkeren op enige afstand van de woning gerealiseerd wordt, voor senioren en mindervaliden het parkeren dicht bij de woning mogelijk moet zijn.
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
61
Mobiliteit auto-fiets-voetganger & parkeren
Om te komen tot een goed voetgangers- en fietsnetwerk volgt uit de ontwerpprincipes dat er een derde fietsverbinding met Stadshagen komt langs de Stadshagenallee. Daar waar er snelle en directe loop- en fietsroutes middendoor het plangebied komen, gaat de auto ‘buitenom’. Er komen geen doorgaande wegen voor de auto in het plangebied, en er komt één auto-verbinding op de N331 / de Stadshagenallee. En natuurlijk wordt het parkeren zoveel mogelijk uit het zicht gerealiseerd, op eigen terrein, tussen of achter de woningen of omzoomd met groen. Ambities: • Inrichten voor voetgangers en fietsers • Passende parkeeroplossing voor de doelgroepen Deze ambities leiden tot de volgende ontwerpprincipes: • Er komen goede fietsverbindingen met de omgeving (Stadshagen en het buitengebied) • Er komt één auto-verbinding op de N331 / de Stadshagenallee • De auto buitenom, de fiets en voetganger binnendoor • Er komt geen doorgaande wegenstructuur in het plangebied • Parkeren zoveel mogelijk uit het zicht
62
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
7.2
Mobiliteitsconcept
Een mobiliteitsconcept is een integrale benadering op mobiliteit. Er wordt een concept geïntroduceerd voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, MAAS (mobility as a service) en privéauto’s, passend in het STOMP-principe. Voor Breecamp-West bestaat het mobiliteitsconcept uit de volgende onderdelen: - Een optimaal fiets- en voetpadennetwerk. - Openbaar Vervoer. - Regionale verbindingen 71 (Zwolle-Emmeloord), 74 (Zwolle-Genemuiden/Kampen) en 171 (Zwolle-Vollenhove) van OV Regio IJsselmond (halte Hasselterweg / N331). - Stadslijn 11 (Winkelcentrum Stadshagen, NS-Station Stadshagen, centrum van Zwolle) van RRReis (halte Martinetstraat). - MAAS (mobility as a service): Elektrische deelauto’s en bijvoorbeeld elektrische deelscooters en/of buurtbakfietsen. De richtlijn is dat voor iedere 30 woningen één deelauto geïntroduceerd kan worden (bij succesvol gebruik uit te breiden). Vanuit het nieuwe programma voor Breecamp-West zijn in totaal zo’n 20 deelauto’s bij aanvang realistisch. - Mobiliteitshubs: collectieve parkeervoorzieningen in de buurt voor bewoners- en bezoekersparkeren, en waar verschillende modaliteiten worden samengebracht ((deel)-auto, fiets, scooter, etc.). - De mobiliteitshubs worden gecombineerd met laadvoorzieningen voor elektrische auto’s, een pakketpunt en voorzieningen voor afvalinzameling (o.a. papier, glas, PMD, textiel, etc.).
Zo worden het meer dan alleen mobiliteitshubs, maar èchte ‘buurthubs’. Een goed werkend mobiliteitsconcept met MAAS (i.e. deelmobiliteit) zal leiden tot met name minder tweede-autobezit en daarmee tot een lagere parkeernorm. Een richtlijn is dat voor iedere deelauto zo’n 4 reguliere parkeerplekken minder gerealiseerd kunnen worden.
Om zo’n mobiliteitsconcept met MAAS succesvol te laten zijn, zijn er aspecten rond mobiliteit die als voorwaarden gelden bij de introductie. Dit zijn: - Deelmobiliteit dient geïntroduceerd en in werking te zijn bij oplevering van de eerste woning, en niet na enige tijd. - Goede langzaam-verkeersverbindingen (fiets en voetganger) naar de rest van Stadshagen en Zwolle, naar onderwijsvoorzieningen, het centrum van Stadshagen en Zwolle, bushaltes en de omgeving. - Goede openbaar-vervoersverbindingen. Het huidige beleid is om de busroutes niet te verleggen of te verlengen door het plangebied heen, maar het verleggen van busroutes en het verplaatsen van bestaande of realiseren van nieuwe bushaltes is te overwegen. Om de ambities in te vullen voor het beperken van autoverkeer en belasting van het wegennet, wordt sterk geadviseerd om na te denken over een OV-lus door de kern van de nieuwe wijk Breecamp-West. Huurders en woningeigenaren zonder eigen auto verdienen een alternatief in de nabijheid van hun woning. - Goede fietsparkeervoorzieningen. Het moet makkelijker en sneller zijn om de fiets te nemen voor korte afstanden dan de auto. Er moeten voldoende en veilige fietsparkeervoorzieningen zijn, op voldoende plekken in de buurt nabij de woningen en de fietsroutes. - Voldoende ruimte en goede aanrijdroutes voor nood- en hulpdiensten. - Voldoende ruimte voor afvalinzameling.
Hierbij past een visie op de route voor de afvalinzameling, deze kan niet voor iedere voordeur van iedere woning komen. - Makkelijke toegankelijkheid voor (parkeren voor) deelauto’s en mindervaliden. Het moet eenvoudiger zijn om een deelauto of een voertuig voor mindervaliden te parkeren dan voor overige auto’s. De parkeervoorzieningen hiervoor liggen ‘dichterbij’, in het zicht en eenvoudig te bereiken. - Ontmoedigen autoverkeer en (te) snel rijden. Door de inrichting van de openbare ruimte wordt het autoverkeer ontmoedigd. Dit kan door (optisch) smallere rijbanen, bepaalde typen verharding, bochten en knikken in de weg, etc.
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
63
64
De hoofdstructuur voor de fietsers en voetgangers is gericht op een snelle, veilige en comfortabele verbinding tussen de parkzone, de voorzieningen op de Hagenplaats, de bushaltes en Stadshagen (waar winkels, onderwijs, sport, kinderopvang zijn).
Alles is gericht op de fietser en voetganger. Er komt een fijnmazige structuur van vrijliggende fiets- en voetpaden, looppaden en trottoirs, fietsstraten, doorsteekjes, bruggetjes, etc. om alles goed met elkaar te verbinden. Het is makkelijk en snel om je als fietser of voetganger door het gebied te bewegen, alles is met elkaar verbonden.
Hoofdstructuur fiets en voetganger
Fijnmazige structuur fiets en voetganger
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Mobiliteit auto-fiets-voetganger & parkeren
De hoofstructuur en het fijnmazige weefsel van fiets- en voetpaden werken samen om snel in het park, bij de voorzieningen of de bushaltes te komen via directe routes.
Met je auto kun je ook overal komen, maar dan indirect. Je moet dan omrijden omdat je niet in een rechte lijn naar de voorzieningen kan. Dat mogen alleen de fietsers en voetgangers. En bij de voorzieningen zijn er meer plekken om je fiets te stallen dan dat er auto-parkeerplekken zijn.
Hoofdstructuur en fijnmazige structuur werken samen
Structuur auto
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
65
7.3
Fietsers en voetgangers
Het uitgangspunt is een fietspadennetwerk in Breecamp-West, dat alles op comfortabele, snelle en veilige wijze ontsluit. De fietspaden moeten Breecamp-West, Stadshagen, de OV-haltes, het buitengebied, voorzieningen in Breecamp-West, èn scholen, sportvoorzieningen en winkels in Stadshagen goed voor de fiets moeten ontsluiten. Naast de landschappelijke structuur zal daarom ook de fietsstructuur de ruggengraat van de ontwikkeling zijn.
fietsers en voetgangers
In Stadshagen ligt een goed fietsnetwerk met brede, vrijliggende fietspaden. Binnen Stadshagen zijn het centrum van Stadshagen, het NS-station en de verschillende woonbuurten goed bereikbaar. Om de fietsbereikbaarheid van Breecamp-West optimaal in te richten, zullen er binnen het plangebied (vrijliggende) fiets- en voetpaden komen die aantakken op het bestaande langzaam-verkeersnetwerk. Voor de fiets wordt ingezet op drie belangrijke routes. De fietsroute die in het verlengde van de Jac. P. Thijsselaan ligt (fiets/voetgangerstunnel) wordt doorgetrokken in het plangebied, de fietsroute over het spoor (Scholtensteeg) wordt verbonden met de fietsroutes door De Tippe en er komt een nieuwe vrijliggende fietsverbinding richting Stadshagen parallel aan de Stadshagenallee. Binnen Breecamp-West worden de routes met elkaar en het buitengebied verbonden. Er komt een fietsverbinding naar de Stuurmansweg, ten behoeve van o.a. recreatief fietsverkeer. Binnen het plangebied zijn alle woningen veilig en snel te bereiken per fiets, en ook de voorzieningen die in Breecamp-West komen zullen makkelijk per fiets zijn te bereiken. En met name de fietsroute naar de fietstunnel (Jac. P. Thijsselaan) zorgt ervoor dat ook de bestaande OV-haltes goed te bereiken zijn. Alle vrijliggende fietspaden worden uitgevoerd in asfalt of beton, en zijn voldoende breed voor fietsverkeer in twee richtingen.
fietstunnel naar Stadshagen
66
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
mobiliteitshub
Mobiliteit auto-fiets-voetganger & parkeren
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
67
Mobiliteit auto-fiets-voetganger & parkeren
7.4
Openbaar Vervoer
De nieuwe hoofdroutes door het plangebied zijn geschikt voor zowel fietsers als voetgangers. Het hoofdroutenetwerk is zodanig ingericht dat de bestaande bushaltes Hasselterweg / N331 (Regionale verbindingen 71, 74 en 171) en Martinetstraat (Stadslijn 11) goed en veilig bereikbaar zijn. Het huidige beleid is om bestaande busroutes niet te verleggen of te verlengen door het plangebied heen. Toch is het verleggen van busroutes en het verplaatsen van bestaande of realiseren van nieuwe bushaltes te overwegen. Huurders en woningeigenaren zonder eigen auto verdienen immers een alternatief hiervoor in de nabijheid van hun woning. Om de ambities in te vullen voor het beperken van autoverkeer wordt geadviseerd om een OV-route voor de bus aan te leggen door de nieuwe wijk Breecamp-West. Dus als aanvulling op het bestaande buslijnen-netwerk en om de bereikbaarheid per openbaar vervoer voor de nieuwe bewoners van Breecamp-West te verbeteren, wordt binnen het plangebied rekening gehouden met een ruimtereservering voor een busroute en een -halte. De busroute kan een korte ronde door het gebied maken met één bushalte voor beide rijrichtingen. Nabij de halte komen de nieuwe voorzieningen en de mobiliteitshub. Door de bushalte te combineren met de mobiliteitshub, ontstaat een èchte multimodale hub waar verschillende verkeersstromen bij elkaar komen.
Hier komt dan niet alleen de bushalte, maar zijn er ook voldoende fietsparkeerplekken (nabij de hoofdfietsroute), deelauto’s en deelfietsen/-scooters en laadplekken voor elektrische auto’s.
aanvullend openbaar vervoer
68
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
ruimtereservering bij de Hagenplaats voor een bushalte
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
69
7.5
Autoverkeer en parkeren
Hoewel fiets- en OV-gebruik binnen het STOMP-principe wordt aangemoedigd, zal door de excentrische ligging van de wijk de auto nog een belangrijke rol vervullen in de vervoersbehoefte. Het is daarom zaak om goed naar de plek van de auto te kijken in de planontwikkeling. Het ontwerp voor Breecamp-West is zodanig dat het sneller en makkelijker is om de fiets te pakken om naar sport of winkels te gaan dan om met de auto te gaan. Autogebruik en tweede-autobezit wordt niet onmogelijk gemaakt, alleen ontmoedigd. Het uitgangspunt is dat de verkeersstructuur rond Breecamp-West gehandhaafd blijft in de huidige situatie. De Stuurmansweg en Scholtensteeg blijven met elkaar en de N331 en Stadshagenallee verbonden. Alleen de Scholtensteeg is bij de spoorwegovergang afgesloten voor autoverkeer. Voor de ontsluitingsstructuur van Breecamp-West geldt dat er slechts één auto-verbinding op de N331 / Stadshagenallee komt, ter hoogte van de huidige kruising. Wanneer een auto-ontsluiting op de N331 en Stadshagenallee bij de bestaande kruising wordt gerealiseerd, dan dient ook de kruising zelf herzien te worden. Dit kan betekenen dat er bijvoorbeeld wegvakken bij de verkeerslichten toegevoegd moeten worden. Er komt geen doorgaande wegenstructuur in het plangebied en er komt geen aansluiting op de Stuurmansweg zodanig dat er sluipverkeer door Breecamp-West mogelijk is.
Het is dus niet mogelijk om via Breecamp-West van de Stadshagenallee naar de Stuurmansweg (v.v.) te rijden. Wel wordt overwogen om voor een zeer beperkt aantal woningen in de punt van Breecamp-West (15 à 20 won.) een directe verbinding op de Stuurmansweg te maken. Dit wordt zo ontworpen dat er geen verbinding voor auto’s vanuit het overige deel van Breecamp-West mogelijk is. Bij de uitwerking in de vervolgfase zal blijken of het verkeersnetwerk in de omgeving dit aan kan. Binnen het plangebied wordt de autostructuur zo aangelegd dat de auto ‘buitenom’ gaat en de fiets en voetganger binnendoor. Met andere woorden: de voetgangers en fietser hebben snelle en directe routes midden door het gebied, en de auto moet ‘omrijden’. Hiermee is het in veel gevallen sneller en makkelijker om de fiets te pakken om naar sport of winkels te gaan dan om met de auto te gaan. Voor het parkeren geldt in de basis dat voldaan moet worden aan de gemeentelijke parkeernorm. Door toepassing van een integraal mobiliteitsplan, afgestemd op het uitgewerkte programma, kan voor bepaalde woonsegmenten een lagere parkeernorm gehanteerd worden. Parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk uit het zicht gerealiseerd.
Vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen parkeren op eigen terrein, en de overige woningen en bezoekers parkeren in het openbaar gebied in parkeerkoffers tussen de woningen en in beperkte mate aan de straat. Dit draagt bij aan een groen, landschappelijk en autoluw karakter van de woonstraten en dat nergens het ‘blik op straat’ domineert. 70
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
autostructuur in Breecamp-West
Mobiliteit auto-fiets-voetganger & parkeren
Hasselterweg N331
ing ter We de Ou
autostructuur in grotere context (hoofdfietsroutes in geel)
g we
ans urm
Stu
Stadshagenallée
g N76
4
Scholtensteeg
ng
ri ete sw op
sch
Bis
Zwols ewe
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
71
• 1. 2. 3.
Parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk uit het zicht gerealiseerd. Parkeerkoffers tussen de woningen - rijenwoningen en bezoekersparkeren Parkeren op eigen terrein - vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen Parkeren aan de straat - in beperkte mate Parkeerkoffers tussen de woningen
Parkeren op eigen terrein
Parkeerkoffers
Parkeren aan de straat
tussen bebouwing
achter bebouwing
achter appartementen
tussen en achter bebouwing
tussen en achter bebouwing 72
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Mobiliteit auto-fiets-voetganger & parkeren
8. Bebouwing
8
Bebouwing
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
73
8.1
Diversiteit aan woningen
De woningen worden ontwikkeld met een diversiteit aan woonvormen, waarbij ook seniorenwoningen, starterswoningen en woningen voor eenpersoonshuishoudens niet ontbreken. Er is ruimte voor specifieke woningtypologieën, zoals levensloopbestendige woningen, zorgwoningen, geclusterd wonen en woon-werkwoningen (werken aan huis). Het programma is flexibel: als de ontwikkeling van een deelgebied aanvangt, zullen de exacte woonvormen op basis van de actuele woningvraag bepaald worden. Ten aanzien van de voorzieningen wordt ingezet op voornamelijk maatschappelijke voorzieningen, zoals een huisartsenpost, een tandartspraktijk en fysiotherapie. Een ‘buurthuis’ kan deze functies combineren met kleinschalige werkvoorzieningen (flexwerkplekken, deelwerken, ‘thuiswerken’ op locatie) en een kleinschalige commerciële voorziening voor enkele dagelijkse boodschappen. Dit kan dan ook de plek zijn waar de buurthub met deelauto’s en deelfietsen komt.
74
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
Programma Wonen
Hoge dichtheid <35 won./ha.
Lage dichtheid <20 won./ha.
8.2
uitwerking woningdichtheden
Ontwerpprincipes bebouwing
<35 won./ha.
<25 won./ha.
<15 won./ha.
Als één van de ontwerpprincipes voor de bebouwing is vastgelegd dat gevarieerd wordt in bebouwingsdichtheid, met een lage bebouwingsdichtheid aan de westzijde en een hogere bebouwingsdichtheid richting Stadshagen. Een ander ontwerpprincipe volgt uit de landschappelijke en cultuurhistorische ondergrond. In de polder Mastenbroek is een planmatige opzet te herkennen met een overwegend regelmatig verkavelingspatroon, maar dit rationele ontginningssysteem is niet helemaal tot aan de randen van de polder doorgetrokken. De rivierduinen en doorbraakwaaiers vormen hier een ruimtelijke afwijking met begroeiing en een afwijkend slotenpatroon. De regelmaat van de ontginningsvlakte overheerst, maar aan de randen is deze ingebed in het rivierenlandschap. Binnen Breecamp-West wordt de overgang van polderlandschap naar rivierenlandschap voelbaar in de landschappelijke structuur en de bebouwingsstructuur. Verder komen er een ‘buurtplaats’ met ruimte voor voorzieningen en een ‘proeftuin’ met ruimte voor innovatieve woonvormen.
gemiddeld <25 won./ha.
Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e
75
8.3
Ruimtelijke concept
Voor de bebouwing is een concrete doorvertaling gemaakt. De oorspronkelijke ondergrond vormt de basis voor de nieuwe hoofdplanstructuur. Deze ondergrond schemert door in de nieuwe structuur waar ook nieuwe landschappelijke elementen aan toegevoegd worden. Er wordt ingezet op een afwisselend landschappelijk casco, de structuren variëren in type (bijv. waterrijk, riet of bomen), in beplanting en in gebruik. Het omliggende landschap wordt zo met lange lijnen verweven met het woongebied. Deze structuur is de contramal voor de nieuwe woningen, die als ‘woonstroken’ in dit landschap komen te liggen. Iedere strook krijgt een eigen karakter, passend bij de landschappelijke kenmerken. Wonen in het groen, tussen het riet, aan de lanen of in de gaard. Bij een watergang komen woningen aan het water, waar bestaande erfbeplanting is wordt deze geïntegreerd met het woonmilieu. En iedere strook krijgt een eigen programma, passend bij de dichtheid.