CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Gebiedsvisie Breecamp-West

Raad Besluitvormingsronde 22 januari 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gebiedsvisie Breecamp-West27.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

+

76

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

Programma Wonen

uitwerking woonstroken met verschillende sferen

e r ve nst ro ok ve lde nst ro ok f r u it b om e nstro ok water wonen b om e nst rook r iet st rook b os st rook

bosstrook losse woningen in het groen

rietstrook wonen tussen het riet

bomenstrook wonen aan de lanen

waterwonen

fruitbomenstrook wonen in de gaard

veldenstrook woonblokken aan de velden Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

77

Betaalbaar

Programmatische bouwstenen

8.4 Programmatische en typologische bouwstenen

In Breecamp-West wordt gebouwd voor een brede doelgroep. De programmatische bouwstenen bestaan uit bijzondere typologieën, zoals beneden-bovenwoningen, smalle rijenwoningen of rug-aan-rugwoningen. Verder zijn er meer ‘reguliere’ bouwstenen als rijenwoningen, twee-onder-één-kapwoningen, vrijstaande woningen en appartementen. In typologische zin bestaan de bouwstenen uit eengezinswoningen, kleinere woningen voor o.a. starters, levensloopbestendige woningen voor senioren en aangepaste woningen of woonvormen (o.a. geclusterd wonen) voor zorgbehoevenden. Op basis hiervan zijn de bouwstenen samengesteld met ‘basiswoningen’. Hiermee wordt enerzijds een woningbouwprogramma samengesteld dat voldoet aan de ambities ten aanzien van de betaalbaarheid en anderzijds wordt een proefverkaveling gemaakt voor Breecamp-West. De bebouwing bestaat uit een afwisseling van verschillende typologieën en segmenten. De rijenwoningen hebben wisselende bloklengtes en verspringende rooilijnen. Er is geen eenduidige kaprichting in de wijk (bij de oriëntatie van de kappen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met een optimale bezonning voor PV-panelen). De twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen hebben voornamelijk parkeren op eigen terrein, aangevuld met bezoekersparkeren in het openbaar gebied.

De rijenwoningen parkeren in het openbaar gebied, zoveel mogelijk in parkeerkoffers tussen of achter de woningen. In totaal zullen er in Breecamp-West ca. 600 woningen gerealiseerd worden. Gedurende de ontwikkeling van de afzonderlijke deelgebieden wordt zoveel mogelijk ingespeeld op de dan actuele marktvraag. Er wordt gewerkt met een flexibel woonprogramma om goed te kunnen inspelen op de toekomstige marktontwikkelingen.

beukmaat 3,9 - 4,5 - 4,8 5,1 - 5,4 - 5,7

rijenwoningen

voorzieningen

beukmaat 6,0 - 6,3 - 6,6

twee-onder-één-kapwoningen

proeftuin

Voorbeelden Typologische verscheidenheid

S-M-L

vrijstaande woningen

starters - gezinnen senioren

S-M-L

appartementen

starters - senioren - zorg

beukmaat 6,0

beneden-boven woningen

starters - senioren - zorg

De kavelbibliotheek geeft een keuzepalet waarmee het gebied ingevuld gaat worden gedurende de ontwikkeling. De precieze vorm en verdeling is afhankelijk van de marktvraag, positie in het gebied en de stedenbouwkundige randvoorwaarden.

Typologische verscheidenheid voor een brede doelgroep

zorg

senioren

empty-nester

eenouder-gezin

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

gebroken relatie

gezin

jong gezin

starters

alleenstaanden

studenten

78

geclusterd wonen

Duurzaam Materiaalgebruik

8.5

Plegt-Vos (Zwolle de Tippe)

Plegt-Vos (Zwolle de Tippe)

Proeftuin ruimte voor innovatieve woningconcepten

Woningbouw dient in het kader van de klimaatopgave ook bij te dragen in het verminderen van de CO2-uitstoot en het circulair maken van processen en eindproducten. Binnen Breecamp-West wordt ruimte gereserveerd voor een ‘proeftuin’ voor innovatieve woonconcepten. In de proeftuin komen duurzame woningen voor bijvoorbeeld starters en specifieke doelgroepen. Hier is ruimte voor experimenten met afwijkende typologieën, doelgroepen en technologieën. De ambitie is om hier biobased of circulair gematerialiseerde woningen te bouwen. Dit past in de trend van bouwen met modulaire of prefab woningen. In Nederland zijn er meerdere conceptbouwers die deze woningen kunnen produceren. Met marktpartijen die hier ervaring mee hebben zal worden bekeken of fabrieksmatig bouwen en duurzame materialisatie gecombineerd kan worden met betaalbaar wonen. In de proeftuin is ruimte voor 30 tot 60 ‘innovatieve woningen’.

Startblock

Barli

pro eftu i n

ru imte voor in n ovat ieve woon con cepten

Ekowood Houses

Barli

Roosdom Tijhuis

Roosdom Tijhuis

Tala Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

79

Programma Wonen

8.6

Woon-werkwoningen

Om kleinschalige werkgelegenheid te stimuleren is er binnen Breecamp-West ruimte voor woningtypologieën voor werken aan huis, en zijn er verruimde mogelijkheden voor werken aan huis. Te denken is aan woningtypologieën met een extra werkruimte in of aan de woning of in de tuin. En als deze er niet is, zouden er bovenop de planvoorschriften verruimde mogelijkheden kunnen zijn om een werkruimte te realiseren. Deze zouden voor heel Breecamp-West kunnen gelden, maar in het bijzonder in de oostelijke woonstroken nabij de voorzieningen en bijvoorbeeld eindwoningen op de hoeken van een bouwblok. Dit soort werkgelegenheid zorgt in ieder geval voor extra levendigheid in Breecamp-West.

woon- wer kwon i nge n

t y p olo gie ën e n ve rru im de m oge lijk he den vo or we r ke n aan h u is

80

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

Programma Voorzieningen

Ontmoeting, sport en spel, ondersteundende horeca en detailhandel

8.7

Voorzieningen op de ‘Hagenplaats’

De voorzieningen worden in Breecamp-West geconcentreerd op en rondom de oorspronkelijke boerderijkavel (Scholtensteeg 5). Hier kan gebruik gemaakt worden van bestaande elementen: de bestaande (schuur)-bebouwing kan geheel of gedeeltelijk ingezet worden voor de voorzieningen, en de bestaande bomen geven direct schaduw en een aangenaam groene blik op de nieuwe plek. De voorzieningen liggen hier nabij de belangrijkste auto-ontsluiting (nabij kruising Stadshagenallee en N331). Dit wordt “de Hagenplaats”, een plek in de wijk waar ontmoeting, activiteiten en aangenaam verblijven centraal staan. Zowel in de openbare ruimte als in bebouwing komen functies die in het teken staan van zorg, spel, ontmoeting en samen bezig. Ten aanzien van de voorzieningen wordt ingezet op voornamelijk maatschappelijke zorgvoorzieningen (ZO), zoals een huisartsenpost, een tandartspraktijk en fysiotherapie (ook voor bijvoorbeeld Breecamp-Oost en ’s Heerenbroek). Om invulling te geven aan de programmaonderdelen ‘cultuur en ontmoeting’ (CU) en om deze te stimuleren, kan een ‘buurthuis’ als ontmoetingsruimte de eerder genoemde zorgfuncties combineren met kleinschalige werkvoorzieningen (flexwerkplekken, deelwerken, ‘thuiswerken’ op locatie) en een kleinschalige commerciële voorziening voor horeca en enkele dagelijkse boodschappen.

Al met al een voorzieningenprogramma met vooral zorg en ontmoeting, waar ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel onderdeel van uitmaken. De Hagenplaats kan voorts ook de plek zijn waar de buurthub (mobiliteitshub) met deelauto’s en deelfietsen komt.

hage n plaat s

buur t voorz ieni ngen

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

81

9. Duurzame leefomgeving

9

Duurzame leefomgeving 82

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

9.1

Ambities

Om de mondiale klimaatverandering te beperken, is het van belang dat de energievraag verminderd wordt en meer duurzame energie wordt toegepast. Dit beperkt de uitstoot van broeikasgassen (zoals CO2). Bij de nieuwe ontwikkeling dienen kansen voor energiebesparing en duurzame energie benut te worden, om zo bij te dragen aan de energietransitie en een duurzame leefomgeving. Daarbij ligt er een sterke koppeling met de betaalbaarheidsagenda. Immers, als een woning weinig, en vooral duurzame, energie verbruikt, hebben bewoners lagere kosten. Daarmee creëren we een grotere kans voor woningzoekenden om een nieuwbouwwoning te betrekken. Er wordt gebruik gemaakt van energiezuinige vormen bij realisatie (transport, bouwlogistiek), gebruik (verlichting, klimaatbeheersing, ventilatie) en beheer en onderhoud.

Ten aanzien van energiezuinige gebouwen is de huidige wettelijke eis (Bouwbesluit) om ‘bijna energieneutraal’ te bouwen (BENG). De ambitie voor Breecamp-West is indien mogelijk energieneutraal (ENG) en/of nul-op-de-meter (NOM) te bouwen. Wat betreft duurzaam materiaalgebruik wordt uitgegaan MilieuPrestatie Gebouwen (MPG). De MPG is een belangrijke maatstaf voor de duurzaamheid van een gebouw. Hoe lager de MPG, hoe duurzamer het materiaalgebruik. Per 1 juli 2021 is de milieuprestatie voor nieuwe woningen 0,8. Voor Breecamp-West is de ambitie om naar een MPG van 0,5 te streven. Tot slot is het de ambitie om Breecamp-West sociale en vitale wijk te laten zijn. Voor een duurzame leefomgeving is dus ook de sociale duurzaamheid en inclusiviteit van belang. Ook hier sluiten de ambities voor het plangebied bij aan, waar o.a. het realiseren van goede voorzieningen, speel- en ontmoetingsplekken daarbij horen.

zongericht bouwen ruimte voor groen en landschap

voorkomen hittestress zonnepanelen

natuurinclusief installaties uit zicht

hoge isolatiewaarde

polderondergrond als basis

hemelwater opvangen

parkeren uit zicht elektrisch laden

biobased e/o circulair

speelplek

warmtepomp klimaatadaptief

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

83

Energie Gebiedsniveau en Gebouwniveau

9.2

Energiezuinige gebouwen

Als het gaat om energiezuinige gebouwen, wordt ingezet op een aantal aspecten. Enkele daarvan zijn reeds wettelijk verplicht en sommige gaan verder om tegemoet te komen aan de ambities voor Breecamp West. Het is de eis om aardgasvrij te bouwen, met als doel de vermindering van het gebruik van fossiele brandstof en afhankelijkheid van aardgas. Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde gesteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Dit komt door een wijziging van de gasaansluitplicht. De wetswijziging betekent dat nieuwbouw met een kleinverbruikersaansluiting niet meer mag worden aangesloten op het gasnet. Verder is het ook de eis om ‘bijna energieneutraal’ te bouwen (BENG), met als doel om het energieverbruik te verminderen. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ). Deze vervangt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw. Voor Breecamp-West wordt dit bereikt door voor het opwekken van elektriciteit zonnepanelen toe te passen.

Door vooral grondgebonden woningen te bouwen is er per woning relatief veel ruimte op daken beschikbaar om zonnepanelen te plaatsen, in tegenstelling tot wanneer voor veel appartementen wordt gekozen. En natuurlijk is er de ambitie om energieneutraal (of -leverend) te bouwen. De BENG-eisen gaan namelijk niet uit van volledige energieneutraliteit. Er wordt uitgegaan van een duurzame en toekomstbestendige warmte- en ventilatievoorziening, bijvoorbeeld door het toepassen van een hernieuwbare warmtebron. Warm water zou verkregen kunnen worden door een warmtepomp (bijv. bodemwarmte), een zonneboiler of door de toepassing van PVT-panelen. Welke technologie toegepast kan worden dient nog nader uitgezocht te worden.

84

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

Duurzaam Materiaalgebruik

In samenwerking met FLETTS

9.3

Roosdom Tijhuis

Willemsen Veenendaal Loer Architecten | FLETTS | Kleurrijk Wonen | Parijsch Culemborg

11

Duurzaam materiaalgebruik

Een belangrijk uitgangspunt bij de ontwikkeling van Breecamp-West is het gebruik van bouwmaterialen en -technieken die milieuvriendelijk en langdurig zijn, met als doel de impact op het milieu te minimaliseren en de levensduur van gebouwen te verlengen. Hierbij wordt gedacht aan: • Toepassen van milieuvriendelijke materialen die minder belastend zijn voor het milieu. - Duurzame houtsoorten met FSC-certificering. - Recyclebare materialen zoals staal, glas en bepaalde kunststoffen. - Hernieuwbare materialen en bioplastics, geproduceerd uit hernieuwbare grondstoffen zoals hout, bamboe, katoen, hennep, wol, kurk, etc. - Losmaakbare materialen en elementen zoals puien, trappen, dakelementen, etc. - Bouwmaterialen met lage VOC (Vluchtige Organische Stoffen, i.e. verf, lijm en coatings). - Etc. • Het minimaliseren van bouwafval door efficiënt ontwerp en materiaalgebruik. • Het ontwerpen en bouwen van gebouwen met het oog op de toekomst, rekening houdend met mogelijke behoefte aan aanpassingen en bijvoorbeeld klimaatverandering. 23 Juli 2021

Milieuprestatie Gebouwen De wettelijke maatlat voor duurzaam materiaalgebruik is de MPG: Milieuprestatie Gebouwen. Met deze maatlat kunnen bouwpartijen de effecten van concrete maatregelen berekenen. De Milieuprestatie Gebouwen (MPG) drukt in één getalswaarde de milieukosten uit van alle ingrepen, activiteiten en materialen die voor een bouwwerk nodig zijn: van het delven van grondstoffen voor de bouw tot en met de latere renovatie of sloop van een bouwwerk en de verwijdering of hergebruik van restmateriaal. Het is een norm voor de ‘schaduwkosten’ van de toegepaste materialen. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 0,8. Het verhogen van de ambitie ten aanzien van de MPG is een concrete maatregel die bijdraagt bij aan de doelstelling om duurzaam materiaalgebruik te stimuleren. Dat betekent dat waar mogelijk een lagere MPG-norm wordt voorgeschreven (hoe lager de norm, hoe beter de prestatie). Voor Breecamp-West is de ambitie om een MPG van lager dan 0,8 te realiseren en te streven naar 0,5. Daarbij wordt voor alle woningen in Breecamp-West een materialenpaspoort opgesteld.

Proeftuin In de ‘proeftuin’ worden woningen ontwikkeld waar met name de nadruk ligt op de duurzaamheidsaspecten. Circulair bouwen, biobased bouwen en duurzaam materiaalgebruik zijn de ambities voor de proeftuin. Met circulair bouwen wordt met name verstaan het ‘losmaakbaar’ ontwerpen en bouwen zodat materialen in de toekomst hergebruikt kunnen worden en zo het gebruik van nieuwe grondstoffen in de toekomst beperkt kunnen worden. In de proeftuin wordt er dus naar gestreefd zo om veel mogelijk biobased en/of circulair te bouwen. Biobased bouwen is een benadering in de bouwsector waar de nadruk ligt op het gebruik van natuurlijke, hernieuwbare en biologisch afbreekbare materialen in plaats van traditionele, op fossiele brandstoffen gebaseerde bouwmaterialen. Deze benadering heeft als doel om de milieu-impact van bouwprojecten te verminderen, de CO2-uitstoot te beperken en duurzamere, gezondere gebouwen te creëren. In geval van biobased bouwen heeft het de voorkeur om nieuwe woningen in CLT-bouw (Cross-Laminated Timber oftewel kruislaaghout) of houtskeletbouw uit te voeren. Naast her te gebruiken materialen of losmaakbare materialen of elementen gaat het ook om toekomstbestendig te ontwerpen, rekening houden met een veranderend gebruik. De woningen worden zo efficiënt mogelijk ontworpen qua kosten, materiaal en ruimte. Dat is op zich een duurzaam uitgangspunt.

Het risico is echter dat daardoor het ontwerp weinig flexibiliteit biedt voor functionele verandering op termijn. Het is de ambitie om daar rekening mee te houden in het ontwerp. Denk aan extra dragend vermogen, flexibel indeelbare plattegronden, mogelijkheden voor aanbouw, overdimensioneren draagstructuur etc.

aanvullende ambitie enkele woningen

deels c

bouw en

ircula

MPG

de meeste woningen

mat eria

ir bou

0,8 ->

wen

0,5

lenp

alle woningen

Roosdom Tijhuis

ouwen

bioba sed

een deel van de woningen

basisambitie

volledig circula ir b

duu

rzaa m

aspo ort

mat eria alge

bru ik

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

85

9.4

Sociaal en vitaal

Er kan een meerwaarde voor Breecamp-West worden bereikt als er interactie is tussen de (toekomstige) bewoners onderling en met de (huidige) omwonenden. Het zou jammer zijn als al het leven zich achter de gesloten voordeur of omheining voltrekt, de ontwikkeling niet in verbinding staat met zijn omgeving en de buitenruimte alleen verkeersruimte is. Zo kan er gebruikt gemaakt worden van de huidige voorzieningen in Stadshagen en ’s-Heerenbroek en kunnen omwonenden gebruik maken van de nieuwe functies in Breecamp-West. De publieke ruimtes, zowel binnen als buiten, moeten stimuleren tot ontmoeting, beweging en/of spel. In Breecamp-West moet iedereen zich welkom voelen. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende ambities: - Sociaal veilig ontwerp: Zorg voor zichtbaarheid (‘zien en gezien worden’). Het is belangrijk om te zien en te weten wat er zich afspeelt in de omgeving en om erop te kunnen vertrouwen dat anderen dit ook zien en weten. Zichtbaarheid wordt voor een groot deel bepaald door zichtlijnen, overzichtelijkheid en verlichting. Ook is de aanwezigheid van mensen en toezicht bepalend voor zichtbaarheid. Zorg ook voor eenduidigheid, voor zowel gebruikers als voor beheerders moet het duidelijk zijn welke status en functie een gebied heeft en wie voor het beheer verantwoordelijk is.

Verder moeten gebruikers een bepaalde locatie kunnen gebruiken, zoals zij dat volgens de bestemming zouden moeten kunnen. De gebouwde omgeving moet daarvoor toegankelijk zijn voor gewenst gebruik en hulpdiensten en, waar nodig, ontoegankelijk voor ongewenst gebruik. Tot slot is sociale veiligheid gebaat bij een omgeving waar zorg en aandacht aan is besteed, omdat hiermee een bepaalde gedragsnorm wordt uitgestraald. Een verwaarloosde omgeving straalt namelijk uit dat het overschrijden van normen en wanorde wordt toegelaten. De mate van onderhoud en beheer in de toekomst is hierbij ook van groot belang. ‘Wij als maatschappij’ zijn met ons allen verantwoordelijk voor de toekomstwaarde van een leefomgeving. - Sociaal-inclusief ontwerp en ‘interactief’ ontwerp: Faciliteer met het ontwerp ontmoetingen van bewoners in het dagelijks leven. Bij het ontwerpen en realiseren van de woningen in Breecamp-West dient rekening gehouden te worden met de oriëntatie op het omliggend openbaar gebied. Vanuit de woningen zijn er niet alleen ‘sociale ogen’ op het openbaar gebied, wat bijdraagt aan de sociale veiligheid, maar worden collectieve binnenruimtes en collectieve tuinen naar de openbare ruimte toe gelegd. Ruimtelijk en functioneel lopen de collectieve (uitgegeven) en openbare groene ruimtes in elkaar over, om een buurtgevoel te creëren zonder harde grens.

Een inclusief ontwerp betekent dat zoveel mogelijk mensen, onafhankelijk van zaken als leeftijd, levensfase, functiebeperking, geslacht of herkomst, goed in staat zijn om gebouwen en de openbare ruimte te gebruiken. - Groen en buurt-ontmoetingsplekken: Huidige en toekomstige bewoners en schoolkinderen kunnen betrokken worden bij het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van het groen in het algemeen en het speelveld en ontmoetingsplekken in het bijzonder. Zorg ervoor dat bewoners zich ruimtes kunnen toe-eigenen als collectief, zo ontstaat er gevoel van eigenaarschap en bewustwording, en daarmee meer leefkwaliteit. 86

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

Ten aanzien van speel- en ontmoetingsplekken geldt een aantal vuistregels met betrekking tot de loopafstand. Voor kinderen van 0 tot 6 jaar geldt een maximale afstand tot een speelvoorziening van ca. 100 meter. Voor 6 tot 12 jaar is dit 300 meter en voor kinderen vanaf 12 zo’n 800 meter. Deze speelplaatsen kunnen als plek dienen waar ook volwassenen elkaar kunnen ontmoeten, net als in de hoofdplanstructuur (hond uitlaten, rondje (hard)-lopen, etc.) of bij het voorzieningencluster. Bij de realisatie van speel- en ontmoetingsplekken is het de intentie om de landschappelijke polderidentiteit herkenbaar te houden. Speelplekken dienen bijvoorbeeld op te gaan in het landschap door het gebruik van natuurlijke materialen, opvangen van regenwater of toepassing van inheemse beplanting. Daarnaast kan de verbinding met het landschap gezocht worden door het aanleggen van gemeenschappelijke (moes)-tuinen of speciale kindertuinen.

9.5

Overige aspecten inrichting leefomgeving

Voor de duurzame leefomgeving is er een aantal andere mogelijkheden om hieraan bij te dragen. Het is van belang om fietsparkeren en elektrisch laden voor de auto te integreren in het ontwerp. De fiets speelt een belangrijke rol in de gewenste duurzame mobiliteitstransitie. Fietsparkeren is daarom een belangrijk aandachtspunt. In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor bewoners, maar ook voor bezoekers. Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Het fietsparkeren neemt minder ruimte in dan autoparkeren, maar het ruimtebeslag is niet nihil. Bovendien komen er steeds meer soorten fietsen (bakfietsen, elektrische fietsen). Een goede integratie van voldoende fietsparkeren in het ontwerp moet als doel hebben de ruimtelijke kwaliteit te vergroten én om het gebruik van de fiets te stimuleren. Als onderdeel van de energiestransitie wordt elektrisch rijden gestimuleerd door het vergroten van de laadinfrastructuur (laadvoorzieningen). Bouwontwikkelingen moeten voldoende laadvoorzieningen realiseren. Het CROW heeft hiervoor een richtlijn opgesteld, die als uitgangspunt gehanteerd dient te worden. Als laadvoorzieningen inpandig worden gerealiseerd (in een parkeergarage), dient aan de juiste veiligheidseisen voldaan te worden.

Bij het realiseren van laadvoorzieningen ligt er de uitdaging om te gaan met de problemen die netwerkbedrijven hebben met het opwaarderen van hun netten. Ondanks de landelijke problemen is het zaak een adequate, toekomstbestendige laadinfrastructuur te realiseren voor Breecamp-West.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

87

10. Ontwikkelstrategie

10

Ontwikkelstrategie

88

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

10.1

Gebiedsvisie

Breecamp-West als sluitstuk van het nieuwe stadsdeel Stadshagen te Zwolle. De overgang van stad naar de historische polder Mastenbroek. Anno 2023 kan geen partij op zichzelf een dergelijke ontwikkeling tot stand brengen, daarom bundelen marktpartijen en gemeente Zwolle de krachten om een antwoord te geven op de grote vraag naar woningen in de regio Zwolle. De gebiedsvisie is opgesteld in nauwe afstemming met de gemeente Zwolle door BPD|Bouwfonds Gebiedsontwikkeling en Roosdom Tijhuis. Zij zijn initiatiefnemers en eigenaren van het plangebied en zij zullen ook de volgende stappen zetten in lijn met de Zwolse methode van gebiedsontwikkeling. In deze verkenningsfase zijn de genoemde ambities en uitgangspunten in deze Gebiedsvisie zowel ruimtelijk als financieel langs de maatlat van de haalbaarheid gelegd, zodat aan de vervolgfases van de ontwikkeling een gezonde basis kan worden meegegeven. Zo vormt deze gebiedsvisie de basis voor een integrale gebiedsontwikkeling op deze bijzondere locatie.

10.2

Proces en planning

Het opstellen van een gebiedsvisie is onderdeel van de verkenningsfase voor een nieuwe gebiedsontwikkeling en een uitwerking van de Startnotitie Breecamp-West welke door de gemeenteraad van Zwolle in oktober 2022 is vastgesteld. De Gebiedsvisie Breecamp-West wordt in het najaar van 2023 aangeboden aan het bestuur van de gemeente Zwolle. Na vaststelling start de haalbaarheidsfase waarin een Ruimtelijk Ontwikkelingsplan (ROP) wordt opgesteld. Hierin wordt de Gebiedsvisie verder uitgewerkt en ondersteunen (technische) onderzoeken de keuzes van het ROP. Daarnaast is reeds vóór de opstart van de verkenningsfase een participatiestrategie ingezet en tijdens het opstellen van de gebiedsvisie is deze doorgezet. Ook in de haalbaarheidsfase zal participatie uitgevoerd blijven worden zodat omwonenden, belanghebbenden en toekomstige bewoners een inbreng kunnen hebben in de planvorming. Vaststelling van het ruimtelijk ontwikkelingsplan zal naar verwachting medio 2024 kunnen plaatsvinden door het college van burgemeester en wethouders. Het betreft een mijlpaal om te kunnen starten met de RO-procedure (2024-2025) om uiteindelijk tot realisatie over te gaan (2e helft 2025).

2021

2023

2024

2024-2030

Diverse onderzoeken uitvoeren Participatie met de omgeving

Gebiedsvisie GO

Ruimtelijk ontwikkelingsplan GO

Omgevingsplan GO

verkennings­fase

haalbaarheids­fase

RO-procedure

intentieovereenkomst

samenwerkingsovereenkomst

anterieure overeenkomst

realisatie

10.3

Fasering

10.4

Regie en flexibiliteit

De bouw van de woningen zal niet in één keer plaats vinden. Afhankelijk van de marktvraag (koop + huur) zal er fasegewijs worden gebouwd. Voor Breecamp-West wordt ingestoken op een fasering van gemiddeld circa 100 woningen per jaar, wat een bouwperiode van ongeveer 6 jaar betekent. Afhankelijk van de marktomstandigheden en de woningvraag zou de fasering versneld dan wel vertraagd kunnen worden. Per deelgebied zullen bouw- en woonrijpmaken worden uitgevoerd. De voorzieningen in de omgeving van de ‘Hagenplaats’ zullen waarschijnlijk gerealiseerd worden in de tweede helft van de totale ontwikkeling, zodat er bij oplevering voldoende bewoners zijn die gebruik gaan maken van de voorzieningen.

Zoals gezegd doe je gebiedsontwikkeling niet alleen maar met een tal van partijen en de omgeving. Initiatiefnemers BPD en Roosdom Tijhuis zien het als hun taak om de belangen van de toekomstige bewoner en van de bestaande omgeving met elkaar te verbinden om tot een fijne woonomgeving te komen. Het plan is niet rigide en kan gedurende de ontwikkeling nieuwe ideeën of marktvragen adapteren. Dat kunnen ideeën zijn voor inrichting van speellocaties tot een nieuwe vraag voor bepaalde woonvormen, de basis van de afweging hiervoor ligt in de Gebiedsvisie Breecamp-West. Het gedurende de ontwikkeling in balans houden van programma, fijne woonomgeving, haalbaarheid, duurzaamheid en maakbaarheid vraagt sturing van initiatief tot realisatie. Doordat ambities en doelstellingen vooraf zijn besproken en geformuleerd met de omgeving en de gemeente houden we op een evenwichtige manier regie welke tegemoetkomt aan de gevraagde ontwikkelsnelheid en woonkwaliteit. Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

89

Bijlagen

Bijlagen

90

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

A. Huidig beleid

bijlage A

Huidig beleid

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

91

I

Opgave

De locatie van Breecamp-West zal de komende jaren transformeren naar een woningbouwlocatie als sluitstuk van de ontwikkeling van Stadshagen II. In deze fase wordt onderzocht op welke wijze ongeveer 600 woningen een plek kunnen krijgen en hoe de aansluiting op het omliggende landschap gerealiseerd kan worden, waarbij tempo en betaalbaarheid belangrijke aspecten zijn. Uitgangspunt is dat de uitwerking geen doorvertaling is van Stadshagen, maar een veel meer landschappelijk karakter krijgt. In de Startnotitie Breecamp-West (2022) staat: “Breecamp-West wordt een kwalitatieve toevoeging van een woonwijk aan de stadsrand van Zwolle, vormgegeven in een aantrekkelijk landschappelijk plan en passend bij de ligging en identiteit van het gebied tussen stad en polder”

Afspraken en spelregels tussen markt en overheid in het samen werken aan de ontwikkeling van complexe (binnen)stedelijke opgaven

hom geven

september 2021

Zwolle

CONCEPT

De Zwolse methode van gebieds­ ontwikkeling

Startnotitie Breecamp-West Status: CONCEPT

juni 2022

Woonagenda West-Overijssel

Beleid

Deze Gebiedsvisie gaat uit van gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid, voor zover relevant voor Breecamp-West. Zo is bijvoorbeeld vanuit landelijk beleid de ‘Kamerbrief over rol van water en bodem bij ruimtelijke ordening’ (25-11-2022) een belangrijk uitgangspunt. De ambities en uitgangspunten uit de relevante beleidsstukken zijn de basis van deze Gebiedsvisie. In de Startnotitie Breecamp-West (2022) is de volgende lijst met beleidskaders opgenomen (niet limitatief): -

Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen 2030 Ontwikkelstrategie wonen 2019-2023 Betaalbaarheidsagenda 2022 en het Zwols pakket van Maatregelen Programma Wonen & Zorg Woonvisie ‘Ruimte voor Wonen’ 2017 Woonagenda West-Overijssel 2021-2025 Actieplan seniorenhuisvesting Wonen in een 3e levensfase Beter benutten bestaande woningvoorraad Zwolle Coalitieakkoord 2022-2026 Position Paper Concilium Zwolse klimaat adaptatiestrategie Zwolse visie op mobiliteit Energievisie Beleidskader Groene Agenda Zwolse Aanpak Circulair Bouwen NOVI – regio Zwolle Plan van doorpakken ‘Delta van de Toekomst’ Deltaplan Biodiversiteitherstel

Ons Zwolle van morgen 2030 Omgevingsvisie

1

daanpak

II

aaan de slag

Zwolle

Zwolle

2

2021-2025

2

24 februari 2021

-

2

asamen

Zwolle

ddoorstroom

ZWOLSE ADAPTATIESTRATEGIE ONDERDEEL GROENBLAUW ZWOLLE

7

Maatregelen voor een Delta met toekomst Waterbeheerprogramma 2022-2027 Deel 1. Programma

Mobiliteit brengt Zwolle verder Mobiliteitsvisie 2020 - 2030

Ontwikkelstrategie wonen 2019-2024 1

Raalte. Foto: gemeente Raalte

92

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

Wonen en Zorg Visie en ambities

Datum: 4 juni 2019 Eindredacteur: Nanco Dolman 1 Waterbeheerprogramma 2022-2027

Samen voor een waarde(n)volle toekomst Coalitieakkoord 25 mei 2022

ChristenUnie - GroenLinks - D66 - CDA

Zwolle

III

Korte beschrijving per beleidsdocument

III-1

Omgevingsvisie

De Zwolse strategische ontwikkelzones De vernieuwing en verjonging van Zwolle ontwikkelt zich van binnen naar buiten. We gaan gebiedsgericht aan de slag. Dat betekent dat we gebieden in onze stad zien waar de ontwikkelingen plaatsvinden. Deze gebieden hebben onderling relaties, vanuit de ontwikkelgeschiedenis van onze stad. Hierdoor ontstaan zones. Het zijn drie karakteristieke ‘schillen’, of ook wel strategische ontwikkelzones, met daarbinnen gebieden die onze stad (deels) transformeren naar een andere functie: 1. De binnenstad en de schil rondom de historische binnenstad, we noemen dit de StadsKrans; 2. De zone verbonden aan onze stadsring en dus aan de belangrijkste openbaar vervoer en autoverbindingen. We noemen dit de StadsRuit met daarin een aantal belangrijke ontwikkelgebieden, zoals de Spoorzone en de Zwartewaterallee; 3. De schil waar de stad het omliggende buitengebied ontmoet. De scherpe rand tussen het groen van het landschap en het grijs en rood van de stad. Dit is de StadsRand. Doordat de schillen gelijkmatig de stadsplattegrond van Zwolle bestrijken, kunnen alle stadsdelen profiteren van dynamiek, het toevoegen van nieuwe woningen, groen, speel- en ontmoetingsplekken en water. Ook bestaande winkelcentra profiteren, door meer inwoners en daarmee bezoekers en verbetering in de bereikbaarheid. En er ontstaan nieuwe verbindingen tussen het centrum en de stadsdelen.

De stadsdelen worden daarmee meer en meer plekken van ontmoeting, ze treden uit de anonimiteit. De stadskrans en stadsruit zijn, vanwege de hoge dynamiek en functiemix, bij uitstek gebieden die geschikt zijn voor ontwikkelen van aanbod voor het aan te trekken talent en kenniswerkers. Dit helpt Zwolle om straks klaar te zijn voor de voor de economie van de toekomst. De StadsKrans: de binnenstad ontwikkelt zich verder Het doel voor een beter en gezonder verblijfs-, leef en woonklimaat in de Stadskrans en de binnenstad is afhankelijk van goede langzaam verkeersverbindingen. De ruimte hiervoor is echter beperkt. Daarom gaat de auto steeds meer plaatsmaken voor de fiets en de voetganger en worden (parkeer)voorzieningen voor de auto aan de buitenzijde van de gracht toegevoegd. Daarmee laten we een autoluwe singel ontstaan. Ook worden doorgaande routes naar de stad aantrekkelijke fietsroutes en het openbaar vervoer is comfortabel en slim, zodat dit goede alternatieven zijn voor de auto.

Tussen StadsKrans en StadsRuit: één vergroot centrumgebied De binnenstad en de Spoorzone groeien langzaam naar elkaar toe. De ambitie is om dit gehele centrumgebied een integrale, stedelijke uitstraling te geven waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Een mix van functies zorgt voor een levendig centrumgebied. Het karakter van de verschillende deelgebieden in het centrumgebied blijft aanwezig. De historische binnenstad richt zich hoofdzakelijk op winkelen, cultuur en horeca (consumptie) en de Spoorzone hoofdzakelijk op werken, onderwijs en innovatie (productie). Ze versterken op passende wijze onze stedelijke setting, zorgen voor de menging tussen wonen, werken, het genot van een hoogwaardige buitenruimte, cultuur, culinaire verwennerij en ontspanning. Beide gebieden bieden nadrukkelijk ook ruimte voor nieuwe woningen. De stedelijkheid waarmee dat plaats zal vinden, verschilt: de binnenstad en het gebied daarom heen volgens de principes van de StadsKrans en de Spoorzone volgens de principes van de StadsRuit. Tussen StadsRuit en StadsRand Veel relatief jonge wijken liggen tussen de StadsRruit en de StadsRrand. De jongste is Stadshagen. Stadshagen maken we af in de komende 10 jaar. Dat gaat nog om circa 3000 woningen, waarbij we ook de locatie Breecamp West willen ontwikkelen voor woningen.

Veel van deze wijken hebben de bijzondere kwaliteit te grenzen aan ons buitengebied, gemarkeerd door de Stadsrand. Het buitengebied is direct, zonder stedelijke onderbrekingen en op een robuuste wijze verbonden aan de stedelijke hoofdgroenstructuur. Dit is een kernkwaliteit van Zwolle, die we behouden en beschermen Via de stadsstraten en met de ingrepen in de StadsRuit verbinden we de stadsdelen met het centrumgebied. Met de nadruk op de fietser en de voetganger verbinden we de stadsdelen ook veel meer onderling. Daarvoor zijn alle ontwikkelingen in de StadsRuit de drager.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

93

Suburbaan gebied/groenstedelijk Suburbane en groenstedelijke gebieden kennen vooral een woonfunctie, met voornamelijk grondgebonden woningen. In Zwolle spreken we dan over de woonwijken Zwolle Zuid, Stadshagen, Westenholte, Holtenbroek, Aa-landen en Berkum. De verschillende wijken onderscheiden zich in de stedenbouwkundige opzet, omdat ze in verschillende periodes zijn gerealiseerd met de ontwerpprincipes die toen golden. Er zijn voorzieningen aanwezig (winkels, scholen, sociaal culturele voorzieningen). Er is ruimte voor groen en water. Naast de woonfunctie komen in een sub-urbaan gebied ook kleinschalige kantoren en ‘schone bedrijvigheid’ voor. Werken van uit woningen neemt toe en is wenselijk, mits dat niet tot (milieu)overlast leidt. Het woongenot heeft het primaat. De directe nabijheid van groene buitengebieden is één van de grote kwaliteiten van deze gebieden. In de toekomst onderscheiden de suburbane gebieden zich nog steeds als ruim opgezette woonbuurten, met een groen, duurzaam en veilig woonkarakter.

III-2

Waar gaan we voor in suburbane gebieden als Breecamp-West?: • Bijzondere aandacht voor behoud van ontmoetingsplekken als ‘kloppende harten’ van de buurten, waarbij onderwijslocaties in combinatie met andere functies als fundament kunnen dienen voor ontmoeting in de buurt; • Toevoeging van aanvullend (sub)urbane woonmilieus in aansluiting op de behoefte en in aanvulling op de bestaande (sub)urbane woonmilieus; • Ruimte creëren voor plekken waar ondernemers onder één dak kunnen werken. Dit stimuleert ontmoeting, creatie en innovatie; • (recreatieve) Verbindingen naar het fraaie Zwolse buitengebied in stand houden en waar mogelijk versterken. Bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een recreatieve verbinding tussen de Stadshagen en de IJssel; • Voorkom nieuwe doorgaande autoroutes door woongebieden, die de leefbaarheid en woongenot aantasten. Het verbeteren van de verkeersveiligheid is in deze gebieden een opgave; • Benut de kans om de kwaliteit van groene ruimten te versterken. Bijvoorbeeld door het toevoegen van meer biodiversiteit;

III-3

Ontwikkelstrategie wonen 2019-2024

In de ontwikkelstrategie wonen laat de gemeente zien hoe ze de ambities uit de Woonvisie 2017 wil realiseren, met een scope van vijf jaar. De kern van de Ontwikkelstrategie is, dat het een werkwijze is, een dynamisch samenspel tussen gemeente, marktpartijen en corporaties. Het woningbouwprogramma bestaat voor 30% uit goedkope woningen, 40% uit middeldure en 30% uit dure woningen. Hiermee beoogt de Woonvisie een gevarieerd woonaanbod, zodat voor iedere inkomenscategorie een passende woning is te vinden; een ongedeelde stad voor iedereen. In de overspannen markt is het van belang strak te sturen op deze leidraad, zodat niet alleen voldoende sociale huur en goedkope koop wordt toegevoegd in Zwolle, maar ook voldoende middeldure woningen. Inmiddels is het ook voor de middeninkomens moeilijk om een betaalbare woning te vinden.

Betaalbaarheidsagenda Zwolle 2022

Doel blijvend betaalbaar wonen Betaalbaar wonen is een opgave die binnen het woonbeleid doorlopend onze aandacht heeft. Zwolle is een sociale stad met een rijk sociaal kapitaal en goede kwaliteit van leven. In de Omgevingsvisie en Ontwikkelstrategie Wonen hebben we onszelf tot doel gesteld om een aantrekkelijke en inclusieve stad te blijven waar voor iedereen en voor elke portemonnee een passende woning te vinden is. Ons doel is om het aantal betaalbare woningen in Zwolle te laten toenemen en te borgen dat er een kwalitatief goed betaalbaar segment ook op langere termijn beschikbaar blijft in de stad. Bovendien willen we dat er voor diverse doelgroepen en huishoudenssamenstellingen betaalbare woningen zijn en beschikbaar blijven. In de betaalbaarheidsagenda 2022 zetten we daarom in op het vergroten van het betaalbaar aanbod waarbij we er specifiek op gaan sturen dat 40% van het aanbod in het betaalbare segment wordt gerealiseerd. De grootste uitdaging in de huidige marktomstandigheden is om het betaalbare aanbod dat we realiseren, ook in het betaalbare segment te behouden. Daarom zetten we bewust in op een verschuiving van koop naar huur en een regeling middeldure huur. Op deze manier kunnen we in de huidige woningmarkt ervoor zorgen dat het betaalbare aanbod ook op de langere termijn beschikbaar blijft.

Daarnaast spannen we ons in om versneld tijdelijk betaalbare woningen te realiseren, waarin de basiskwaliteit geborgd blijft. In aanvulling op de betaalbaarheidsagenda is in het coalitieakkoord 2022-2026 opgenomen om in de categorie middelduur 1, 10% extra woningen te realiseren. Hiermee komt het totaal aantal betaalbare woningen conform de te hanteren Zwolse definitie op 50%.

94

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

III-4

Woonvisie Ruimte voor wonen 2017

De Woonvisie bevat 4 ambities: 1. Sterke Groeistad: Zwolle zal ook op langere termijn economisch en in werkgelegenheid verder groeien. Om Zwolle als vitale en aantrekkelijke groeistad verder te ontwikkelen is een nieuwe stap naar verstedelijking nodig. Als we onze toppositie in Nederland willen behouden en versterken moeten we duurzaam met onze ruimte om gaan, rekening houden met de wensen van onze (nieuwe) bewoners en het woningaanbod daarop afstemmen. 2. Vernieuwende Woonstad: Zwolle biedt ruimte aan vernieuwing, eigenheid en creativiteit. Ruimte voor diverse doelgroepen en ondernemers, particuliere initiatiefnemers, marktpartijen en corporaties om invulling te geven aan vernieuwend wonen in de stad. Een veranderende huishoudsamenstelling (kleiner) en vergrijzing vragen ook om vernieuwing. We zetten in op transformatie en hergebruik van vastgoed en vernieuwende duurzame woonvormen. 3. Solidaire Leefstad: Zwolle werkt aan solidaire wijken en levensloopbestendige woningen waardoor mensen langer in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen. De voorzieningen en de ruimtelijke kwaliteit dragen bij aan een prettige woonomgeving. Een wijk waar jong en oud zich “thuis voelt”. In deze context staan we samen voor de opgave om verder invulling te geven aan de mogelijkheid om zelfstandig te (blijven) wonen en te functioneren. 4.

Duurzame Deltastad: Water en groen hebben een grote aantrekkingskracht op mensen en een positief effect op de omgeving. Ook het wonen in nabijheid van water wordt hoog gewaardeerd en willen we in Zwolle stimuleren met oog voor natuurwaarden en duurzaam ruimte- en energiegebruik. Bewust zijn van de waarde van groen en water betekent ook beter voorbereid zijn op de nadelige effecten van klimaatveranderingen. De opgaven voor klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit zijn een belangrijk onderwerp in onze woonopgaven.

III-5

Actieplan seniorenhuisvesting

Meer geclusterde woningen Adviesbureau Companen heeft de huisvestingsopgave voor ouderen met een (toekomstige) zorgvraag in Zwolle onderzocht. Het aantal ouderen in Zwolle zal de komende jaren sterk groeien, gelijk landelijk beeld. We spreken van een dubbele vergrijzing: een steeds grotere groep van onze bevolking is 65 jaar en ouder én ouderen worden gemiddeld ouder. In 2020 waren er circa 22.000 65-plussers in Zwolle, in 2040 loopt dit aantal op tot bijna 31.500. Met de grotere groep ‘oudere ouderen’ stijgt ook het aantal mensen met een zorgvraag. We zien dat senioren steeds vaker en langer zelfstandig blijven wonen, ook als zij zorgbehoeftig worden. Dat vraagt om aanpassingen in het woningaanbod: meer geschikte woningen voor senioren, meer geclusterde woonvormen en meer plekken in woonzorgvoorzieningen. Tegelijkertijd vraagt het om aanpassingen in het aanbod aan zorg en ondersteuning in de buurt. Tot 2030 worden in Zwolle ongeveer 10.000 woningen gebouwd. Het is van belang hieraan betaalbare woningen en woonvormen voor senioren toe te voegen. Om aan te sluiten bij de toekomstige vraag is er meer diversiteit nodig in geclusterde woonvormen. Denk daarbij aan woningtype, leefstijlen, leeftijden, aanwezigheid van welzijnsvoorzieningen en de mate van collectiviteit.

Geschikte woningen De meeste ouderen wonen verspreid in de bestaande woningvoorraad en zullen dat ook in de toekomst blijven doen. Omdat sommige ouderen te maken krijgen met enige vorm van mobiliteitsbeperking is een levensloopgeschikte woningvoorraad wenselijk. Voor mensen met een mobiliteitsbeperking bedraagt de huidige vraag naar geschikte woningen, dus niet uitsluitend de geclusterde, circa 3.910 woningen. Conform de trend van vergrijzing loopt deze behoefte in 2040 op tot circa 4.960 woningen. Dit aantal verhoudt zich in principe gunstig ten opzichte van het huidig geschikte woningaanbod. Volgens de doorzonscan kent Zwolle momenteel namelijk 19.400 geschikte woningen. De woonomgeving De woonomgeving speelt een belangrijke rol in prettig wonen. Bewoners hebben in de loop der jaren vaak een sociaal netwerk opgebouwd en willen graag in de wijk blijven wonen. Daarvoor is een passend aanbod aan geschikte woningen in iedere wijk nodig. Daarnaast zijn laagdrempelig vervoer en bereikbaarheid van voorzieningen essentieel om mensen prettig te laten wonen en leven, evenals een veilige, toegankelijke en tevens dementievriendelijke leefomgeving, die ontmoeting stimuleert. Zowel in de bestaande stad als bij nieuwbouw is het van belang op lokaal niveau deze aspecten mee te laten wegen in ontwerpkeuzes. Daarbij is het belangrijk om aandacht te hebben voor gemengde buurten en wijken.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

95

III-6

Wonen in een 3e levensfase

Buurtgerichte samenwerking gericht op positieve gezondheid en preventie Veel ouderen willen het liefst blijven wonen in hun huidige woonplaats of wijk. Dit vraagt om een bijpassend aanbod aan ouderenhuisvesting. De keten-partners in wonen, welzijn en zorg zien potentie in gezamenlijke gebieds-ontwikkeling en buurtgerichte zorg. Deze samenwerking speelt op diverse facetten: • De woonzorgcentra in Zwolle kunnen een brede maatschappelijke functie hebben voor de buurt. • Creëer naast ontmoetingsgelegenheden of gezamenlijke activiteiten in gebouwen ook mogelijkheden voor ontmoeten en activiteiten in de buitenruimte. • Een wijkgerichte benadering vraagt ook om aansluiting met woningbouw: mantelzorgwoningen, tussenvormen en ook woningaanpassingen. • Samen staan partijen in de wijk aan de lat om doorstroming op gang te brengen. • De omgeving biedt belangrijke randvoorwaarden voor bijvoorbeeld participeren, zingeving en andere vormen van positieve gezondheid. • Hanteer het concept van ‘asset based community’. In deze manier van denken is meer aandacht voor preventie vanuit intergenerationele contacten met bijvoorbeeld de buurt of familie. Nieuwbouw meer oriënteren op nieuwe woonconcepten Realiseer nieuwe woonconcepten voor een meer divers aanbod: hofjes-woningen, woonboerderijen en serviceflats.

Om de gewenste diversificatie te bereiken is co-creatie een goede mogelijkheid, waarbij corporaties sociale huurwoningen ‘turnkey’ afnemen van ontwikkelaars. Goede ondersteuning voor de mantelzorger In Nederland wordt een fors beroep gedaan op de mantelzorg. Als een mantel-zorger wegvalt door overbelasting, ontstaat er een acute woonvraag voor de zorgbehoevende. Dat willen wij voorkomen. Door het sociaal (en digitaal) netwerk rondom de mantelzorger te verstevigen en respijtzorg aan huis te bieden, heeft de mantelzorger straks meer opties om op terug te vallen. Voorkomen eenzaamheid Ouderdom is geen ‘medisch probleem’, dat vraagt om ‘oplossingen’ die enkel vanuit zorg worden aangevlogen. Er is gerichte zorg nodig voor de groep die dat echt nodig heeft, maar voor een veel grotere groep ouderen is het vooral belangrijk om oog te hebben voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid.

96

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

III-7

Actieplan beter benutten bestaande woningvoorraad Zwolle

In 2022 lieten drie Zwolse journalisten met hun Manifest Stenenkoorts zien hoe moeilijk het is een woning te vinden op de vastgelopen woningmarkt. Voor wie op zoek is naar een mooiere of fijnere woning is dat vervelend, maar voor starters en iedereen die om allerlei redenen met spoed een woning zoekt is dat méér dan vervelend. We zien de wanhoop toeslaan. De Zwolse partijen vinden de huidige woningnood onacceptabel en willen alles in het werk stellen om de nood te verminderen. Eerst en vooral vraagt dat om het bouwen van woningen. De gemeente streeft naar de nieuwbouw van 10.000 woningen tot 2030. Het wordt echter lastig om die aantallen daadwerkelijk te gaan realiseren, om verschillende redenen: bouwkosten, oplopende rente, vertraging in de planvorming (stikstof, bezwaarprocedures, flora-en-fauna-regelgeving), gebrek aan personele capaciteit, enzovoort. Hoewel we er alles aan doen de bouwproductie op peil te houden, moeten we ook kijken hoe we op andere manieren zoveel mogelijk woningzoekenden kunnen helpen. Dat doen we op twee manieren. In de eerste plaats door werken aan het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. En in de tweede plaats door in zowel de nieuwbouw als de bestaande bouw langere verhuisketens te realiseren. Dit actieplan bestaat uit een pakket maatregelen die hier zo concreet mogelijk aan moeten bijdragen.

Het pakket is gebaseerd op: • De zorgen en ideeën die we hebben gehoord bij de bewoners en woningzoekenden uit Zwolle; • De ideeën en ervaringen die de professionele partijen hebben aangedragen: corporaties, makelaars, ontwikkelaars en zorgpartijen; • De ervaringen en inzichten die we kennen uit andere delen van het land, waar vaak hetzelfde vraagstuk speelt.

III-8

Coalitieakkoord 2022-2026

In het Coalitieakkoord 2022-2026 is de ambitie van de coalitie beschreven. Hierin is opgenomen wat de speerpunten zijn voor het College van B&W voor de komende jaren. Relevante punten voor de ontwikkeling van Breecamp-West uit dit coalitieakkoord gaan o.a. over woningbouwprogrammering. In het akkoord staat dat wordt vastgehouden aan een verhouding van 30-40-30, maar wel dient gekeken te worden of binnen de bestaande verhouding in prijsklassen het aantal betaalbare woningen vergroot kan worden door het percentage middelduur I (nu 10%) te verhogen naar 20%. Ook dienen woningen voor inwoners met een zorgvraag en voldoende woonruimte voor specifieke doelgroepen zoals senioren, jongeren en studenten gerealiseerd te worden, rekening houdend met de verwachte groei van één- en tweepersoonshuishoudens. Verder is de ambitie uitgesproken over het uitbreiden van het aantal betaalbare woningen door extra in te zetten op het realiseren van flexwoningen (nadruk op sociale huurwoningen en woonruimte voor starters en studenten). Deze woningbouwambitie gaat gepaard met de ambitie voor een klimaatbestendige en energieneutrale gebiedsontwikkeling, waarbij een integrale visie op mobiliteit niet mag ontbreken. En in het coalitieakkoord staan ambities om te komen tot een inclusieve en circulaire stad.

III-9

Programma wonen en zorg

Een veilig gevoel thuis en in de buurt is één van de belangrijkste voorwaarden om een gezonde leefomgeving te ervaren. Leefbaarheid in wijken is een voortdurend gesprek tussen gemeente, corporaties, zorgorganisaties en huurdersverenigingen. Samenwerking tussen partijen is van belang om dit goed te borgen en om verder invulling te geven aan langer zelfstandig wonen en de extramuralisering van de zorg. We werken aan gezonde, veilige en groene stadsdelen waarbij inwoners niet alleen fysiek, maar ook mentaal en sociaal maatschappelijk welzijn ervaren en waarbij mensen in staat zijn zoveel mogelijk regie over hun leven te voeren. We werken hierbij aan een gebiedsgerichte aanpak. De samenleving verandert, ook de Zwolse samenleving. We leven langer en blijven langer zelfstandig wonen. Het aantal 65-plussers is de afgelopen 10 jaar in Zwolle fors toegenomen en dit percentage blijft de komende jaren stijgen. Daarbij is door decentralisaties in het sociaal domein een beweging op gang gekomen naar extramuralisering van de zorg. Dit betekent dat meer mensen met een vorm van begeleiding zelfstandig gaan wonen.

III-10

Woonagenda West-Overijssel 2021-2025

1. Toevoegen van 60.000 woningen tot 2030 In de regionale woonagenda’s gaan gemeenten en provincies de slag maken van sturen op aantallen naar sturen en verleiden op kwaliteit en toegankelijkheid. 2. Inspelen en voorsorteren op veranderende woningvraag Tegelijkertijd met de bevolkingsgroei vindt een verandering van de huishoudenssamenstelling en leeftijdsopbouw plaats. Door vergrijzing, ontgroening en huishoudensverdunning neemt het aandeel kleine huishoudens fors toe. Dit leidt tot een gedifferentieerde kwaliteitsvraag binnen de regio’s. 3. Verstedelijking en stedelijke vernieuwing De verstedelijking van onze regio’s kan niet los gezien worden van economischeen mobiliteitsvraagstukken. Gebiedsontwikkelingen dienen als belangrijke motor voor woningbouw en vragen om inbreiding en uitbreiding om de groei te accommoderen, altijd in samenhang met de regio. 4. Sterke dorpen en platteland in het regionale Netwerk Sterke regio’s bestaan uit sterke steden én sterke dorpen en platteland. Er wordt steeds meer naar de dorpen gekeken voor het verlichten van de woningbouwopgave in de steden. 5. Verduurzaming Het regionale schaalniveau komt om de hoek kijken als het gaat om het verbinden en sluiten van ketens, het verknopen van besparing en individuele woningen aan collectieve opwek op wijkniveau. Maar ook als het gaat om experimenteren en kennisdeling. 6.

Versnelling Ondanks de inzet van provincie, marktpartijen, corporaties en gemeenten, stokt de woningproductie en wordt niet het benodigde tempo gehaald om tijdig voldoende nieuwbouwwoningen te realiseren. Versnelling realiseren we door tegelijk in te zetten op inbreiding en uitbreiding, met bijpassende stimuleringsmaatregelen, samenwerkingsvormen en proces- en procedureafspraken. 7. Toegankelijkheid en doorstroming Naast dat de woningbouwproductie stokt, komt ook de doorstroming in de huidige woningvoorraad maar moeizaam op gang. De toegang voor verschillende doelgroepen tot de woningmarkt staat daarmee onder druk. Strategische nieuwbouw is een manier om de kansen voor verschillende doelgroepen te verbeteren, maar het vraagt om een breed palet van interventies en samenwerking.

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

97

III-11

Position paper Concilium

Zwolle vervult een belangrijke centrumfunctie in een economisch netwerk van een grote regio verspreid over vier provincies. Zowel in verzorgende als in stuwende zin. Dat maakt dat de snel groeiende trek naar de stad zich in dit deel van het land in Zwolle voltrekt. De wijze waarop de woningmarkt zich in de afgelopen periode in Nederland hersteld heeft, geeft een bevestiging van de trend van de trek naar de stad.

Door vooral actieve vormen van vervoer te stimuleren en te faciliteren, zoals wandelen of fietsen, voorkomen we meer luchtvervuiling en geluidshinder en dragen we bij aan de vitaliteit en gezondheid van mensen. De verwachte toename van de mobiliteit botst op deze manier niet met onze ambities voor een gezonde leefomgeving.

Verbind de verstedelijkingsopgave met de relevante maatschappelijke opgaven: • Energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie • Nieuwe mobiliteit, bereikbaarheid en Internationale connectiviteit • Voorkomen van de tweedeling van de maatschappij • Nieuwe economie: creëren van interactiemilieus Differentieer in woonmilieus We pleiten voor een ontwikkeling van de stad, waarvoor in alle segmenten, voor alle doelgroepen een gevarieerd aanbod is. In een mix van centrumstedelijk, stedelijk, groenstedelijk en suburbane woonmilieus.

De afgelopen jaren hebben we daarom al veel geïnvesteerd in aantrekkelijke fietsroutes, een betere doorstroming voor het vrachtautoverkeer op de ring, looproutes, snellere busverbindingen, prettige openbare verblijfsruimte en voldoende parkeerplekken voor de auto of de fiets.

III-12

Om Zwolle in de toekomst bereikbaar en gastvrij te houden, gaan we vaker de fiets pakken, met de deelauto rijden of met het openbaar vervoer reizen. We gebruiken het STOMP-principe hierbij als volgorde: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, MAAS (mobility as a service), Privé-vervoer.

Zwolse adaptatiestrategie

Relatie met de Zwolse Omgevingsvisie Een groenblauwe inrichting vormt een van de onderleggers voor de Zwolse Omgevingsvisie. Door groenblauw te borgen in de woningbouwopgave (10.000 tot 20.000 woningen) kunnen de ruimtelijke ontwikkelingen de komende jaren het groenblauw netwerk en de sponzen versterken. Dit uitgangspunt is sterk bepalend voor hoe de woningbouwopgave zich architectonisch en landschappelijk zal uiten (zie deelproduct ‘regelgeving’).

Zw o l l e B re e c a m p -We s t G e b i e d s v i s i e

Mobiliteitsvisie 2020-2030

De stedelijke groei van centrumgemeente Zwolle staat op gespannen voet met de leefbaarheid op wijk- en buurtniveau. De toevoeging van woningen betekent bijvoorbeeld extra auto’s in de stad waardoor we moeten zoeken naar nieuwe parkeeroplossingen. Het stimuleren van deelautogebruik, openbaar vervoer en fietsen helpt om het autogebruik te beperken. Ook willen we ruimte voor groen, recreatie en spelen niet opgeven voor extra parkeerplekken. Dit vraagt dus om duidelijke keuzes.

Het investeren in een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting in 2050 draagt bij aan het terugbrengen van en omgaan met risico’s en aan het versterken van een leefbare, aantrekkelijke stad. Het betrekken van onze leefomgeving en sociale waarden is van vitaal belang. Wij maken immers deel uit van het stedelijke ecosysteem. In de ruimtelijke uitwerking van de Zwolse Adaptatiestrategie (ZAS) zet Zwolle in op het realiseren van voldoende sponswerking en groenblauwe netwerken, zowel in de wijk, stad als in aansluiting met het buitengebied. Deze groenblauwe inrichting is gebaseerd op de volgende drie opbouwende principes: 1. Voldoende ‘sponswerking’ door water te benutten, vast te houden of te vertragen. 2. Groenblauw netwerk waarop ‘sponzen’ overtollig water kunnen afvoeren en waarin afvoer en berging plaatsvindt. 3. Noodventielen voor het groenblauwe netwerk en overloopgebieden waar water tijdelijk heen kan in extreme situaties. Het werken aan een groenblauw Zwolle draagt bij aan ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving,

98

III-13

Ruim baan voor voetganger en fietser We zetten in op het realiseren van een netwerk van aantrekkelijke en herkenbare doorfietsroutes en het wijzigen van het mobiliteitsgedrag: meer fietsgebruik in plaats van de auto, vooral in de spitsuren. Doorfietsroutes We zetten de komende jaren dan ook in op het realiseren van meer doorfietsroutes. Dit zijn regionale of lokale routes die direct en ongehinderd doorlopen tot in het centrum. Voor veel verplaatsingen willen we dat de fietser via deze routes straks ergens sneller is dan met de auto: Slow = Snel. Voetgangersnetwerken Voor voetgangers verbinden we buurten en wijken met bestemmingen zoals winkels, parken, het buitengebied en met voorzieningen als scholen, het ziekenhuis of de bibliotheek. In de wijken hebben we doorlopend aandacht voor leefbaarheid. De verwachte extra parkeerdruk mag niet ten koste gaan van ruimte voor spelende kinderen, groen en recreatie. Dat vraagt bijvoorbeeld om aandacht voor alternatieve parkeeroplossingen, zoals parkeren aan de randen van een wijk en betere mogelijkheden voor fietsparkeren in de wijken.

tom geven

tom geven

6.2. Dynamisch centrum (bestaand en gewenst): Het Zwolse centrumgebied Dit is het centrumgebied van de stad Zwolle (binnenstad, schil om de binnenstad, Zwartewaterkwartier, onderwijscampus Windesheim, Spoorzone/Hanzeland) met een stedelijke sfeer en een functie voor de hele stad en regio. Door de mix aan voorzieningen in combinatie met unieke ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteiten is dit gebied van belang om beleving en ontmoeting voor bewoners, bezoekers en werknemers te faciliteren. In deze gebieden ligt het accent op het toevoegen van stedelijke dynamiek. Het streven is om de dynamiek van de binnenstad verder uit te breiden naar de schil daaromheen, het Zwartewaterkwartier, Weezenlanden, de nieuwe Veemarkt, delen van Voorsterpoort, de Spoorzone, Hanzeland en de campus Windesheim. Dit door de intensiteit en diversiteit aan functies te verhogen. Het gebied kent een hoge kwaliteit van de buitenruimte met het accent op langzaam verkeer. Veel transformatiegebieden liggen in het dynamisch centrum van Zwolle. Daar waar de Binnenstad zich vooral richt op winkelen, cultuur en horeca ligt het accent in de Spoorzone op werken, onderwijs en innovatie. Samen vormen zij één vergroot centrum waardoor uitwisseling van functies mogelijk is. Zo is onderwijs nu ook aanwezig in de binnenstad en zal cultuur ook een plek kunnen krijgen in de Spoorzone.

De aanloopstraten/gebieden Diezepoort en Assendorperstraat hebben ook een belangrijke winkelfunctie voor Zwolle, in samenhang met de binnenstad. • Mobiliteit: garanderen van optimale bereikbaarheid voor bewoners en bezoekers voor alle vervoersmiddelen (auto, openbaarvervoer, fiets en lopend) en het tegen gaan van parkeeroverlast; • Aantrekkelijke buitenruimte en hoge ruimtelijke kwaliteit, waardoor beleving en ontmoeting in gebouwen en buitenruimte gestimuleerd worden; • Zorgvuldig gebruik en hergebruik van cultureel erfgoed. Cultuurhistorie (ook archeologie) koesteren we en vormt een inspiratiebron voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving; • Toevoeging van ruimtelijke kwaliteit, een mix van functies en goede verbindingen (micro en macro niveau) zijn leidend in dit gebied. Transformatie en vernieuwing van het centrumgebied kan een impuls geven aan bestaand stedelijk; • Slimme vormen van vergroenen (behoud en uitbreiding) van de buitenruimte is nodig om water op een goede wijze op te vangen en af te voeren, de biodiversiteit te vergroten en om hittestress tegen te gaan. De buitenruimte kan ook een impuls geven aan het bevorderen van de gezondheid van centrumbewoners en bezoekers.

Specifieke opgaven zijn: • Het “versterken” van de Veerallee als groene vinger • Het herstel van de Willemsvaart als groen/blauwe verbinding tussen de binnenstad en het Engelse We • Toevoegen van groene gebieden in een parkachtige setting in Kamperpoort, Spoorzone en de zuidzijde v Assendorp; • Ruimte bieden aan hoog stedelijke vormen van won (in de vorm van onderscheidende woonmilieus) en werken; • Meer mengen van functies om de dynamiek van het centrum te vergroten; • Zero emissie stadslogistiek.

6.3. Stedelijk gebied

Het stedelijk gebied van Zwolle zijn de buurten rondom het centrum van Zwolle (Dieze Oost, Indische buurt, Pierik, Assendorp (deels), Veerallee, Kamperpoort en Wipstrik en Floresstraat). Het gebied kenmerkt zich door stedelijk wonen met dynamiek om de hoek. Het woonmilieu is onderscheidend in de regio, is het mee divers in Zwolle en voorziet in een grote behoefte. Daarmee is dit gebied geschikt om in de toekomst selectief te worden verdicht met meer woningen en andere functies. Als de verdichting bestaat uit het toevoegen van kleine woningen (ook in bestaande gebouwen) dan is dat niet overal toegestaan, om de ruimtedruk niet te hoog te laten oplopen. Ook als verdichting door kleine woningen is toegestaan is een goede balans tussen de kwaliteit van de woningen in relatie tot de directe omgeving noodzakelijk. Doordat de gebouwen dicht op elkaar staan en soms voortuine ontbreken, is de ruimtedruk in het stedelijk gebied relatief hoog. Dat leidt op veel plekken tot knelpunten op het gebied van mobiliteit en parkeren en een relati hoge mate van verstening (hittestress).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=2c2a6701-5ed0-4f03-ac3d-58205b7ecf9d