CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Concept provinciale omgevingsvisie.

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Concept provinciale omgevingsvisie36.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Afbeelding: De vier Leidende Principes

32

Ga naar inhoudsopgave

Op basis van deze Leidende Principes hebben we een Redeneerlijn ontwikkeld. De Redeneerlijn is het kader dat helpt bij de afweging ‘waar’ een ontwikkeling een plek kan krijgen. Het is daarmee een hulpmiddel dat helpt om binnen de kaders van de Omgevingsvisie een afweging te maken, of om te kunnen reageren op een initiatief tot functieverandering. Deze Redeneerlijn is ook in hoofdstuk 3 van deze Omgevingsvisie nader uitgewerkt. De Leidende Principes en de Redeneerlijn zijn de basis geweest voor deze Omgevingsvisie. Hieronder lichten we op hoofdlijnen onze visie toe voor verschillende -clusters – van thema’s. In hoofdstuk 6 zijn ambities, doelen en opgaven en strekking van beleid opgenomen.

Afbeelding: de Redeneerlijn op basis van de vier Leidende Principes

33

Ga naar inhoudsopgave

2.5 Brede welvaart voor al onze inwoners We zetten in op: • Het meewegen van brede welvaartsaspecten bij beleid met behulp van onze Rode Draden: Ruimtelijke Kwaliteit, Sociale Kwaliteit, Gezondheid en Duurzaamheid; • Het onderbouwen hoe brede welvaart bij nieuwe initiatieven is meegewogen aan de hand van de Rode Draden.

Aanleiding Brede welvaart is alles wat mensen van waarde vinden. Naast materiële / economische welvaart gaat het ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu, leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Bovendien betreft het niet alleen de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten de regio) en ‘later’ (toekomstige generaties). In onze provincie gaat het over het algemeen goed met de brede welvaart. De werkloosheid is laag en de gezondheid van mensen is over het algemeen goed. De ervaring van brede welvaart verschilt wel per bevolkingsgroep en is ook anders in de steden en in het landelijk gebied: de steden scoren over het algemeen beter op het gebied van voorzieningen, maar slechter op inkomen, werkloosheid, vrijwilligerswerk, criminaliteit, milieu en natuur. Ook is er sprake van afname van het aantal mensen dat vrijwilligerswerk doet en hebben mensen minder vaak contact met familie, vrienden en buren. Vanwege het ‘Noaberschap in ons DNA’, scoren we als provincie wel hoger dan de rest van Nederland. Op het gebied van bewegen, sporten en gezondheid, scoort onze provincie minder goed.

34

Op dit moment voldoen de inwoners van onze provincie maar voor ongeveer 50% aan de beweegnorm van minstens 150 minuten per week matig intensieve inspanning. Ondanks dat het over het algemeen goed gaat met de brede welvaart, is een deel van onze inwoners pessimistisch over de toekomst. Mensen maken zich zorgen over de betaalbaarheid van woningen en energie, stijgende kosten en of ze nog in hun levensonderhoud kunnen blijven voorzien, de milieuvervuiling en het gebruik van grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen, de gevolgen van de klimaatverandering en de verandering van het landschap en de natuur. Werken aan brede welvaart met Rode Draden Bij deze Omgevingsvisie gaat het niet alleen om het maken van ruimtelijke keuzes en afwegingen. Ook economische en sociaalmaatschappelijke aspecten spelen hierbij een rol. Als die aspecten ook meegewogen worden, dan dragen we bij aan het verbeteren van de brede welvaart van onze inwoners en ondernemers. Dit vinden we belangrijk. Met het vinden van de balans willen we komen tot een robuuste en duurzame inrichting en indeling van onze provincie, waarbij het welzijn en de gezondheid van onze inwoners centraal staat. Hierdoor wordt er ook oog gehouden voor de impact op de mens en de maatschappij. Dit wordt concreet in de toepassing van het werken met Rode Draden en in ons economische beleid.

Hiermee streven we in de basis dezelfde effecten en doelen na als die van brede welvaart en daarmee sturen we op behoud en versterking van brede welvaart. Bij nieuwe initiatieven vragen we om te onderbouwen hoe deze initiatieven bijdragen aan de brede welvaart. De Rode Draden zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze Omgevingsvisie. Ons economische beleid is op hoofdlijnen opgenomen in deze Omgevingsvisie in hoofdstuk 6. Hiermee worden ook de economische aspecten meegenomen in ons omgevingsbeleid.

Ga naar inhoudsopgave

Ruimtelijke Kwaliteit

Gezondheid

Hiermee bedoelen we datgene wat ruimte geschikt maakt voor mens, dier en plant. Het gaat hierbij niet over ‘mooi’, maar vooral over ‘goed’: gebiedseigen, functioneel en toekomstbestendig. Ontwikkelen met oog voor het bestaande. We zetten in op onderstaande kwaliteitsambities: • Natuur als ruggengraat; • voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; • Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen karakter; • het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken; • aantrekkelijke routes voor een toegankelijk en beleefbaar Overijssel; • Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; • Bodem als basis met een robuust en beleefbaar watersysteem.

Hierbij gaat het om gezondheidseffecten als gevolg van ons omgevingsbeleid, maar ook dat we actief bewegen en ons thuis voelen in onze provincie. Het gaat om zowel onze lichamelijke als geestelijke gezondheid. We zetten in op onderstaande kwaliteitsambities: • het realiseren van een langer leven in goede gezondheid en verminderde gezondheidsverschillen van de inwoners van Overijssel; • gezonde leefomgeving, met een goede milieukwaliteit, een groene en klimaatadaptieve leefomgeving en veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen; • actief in de wereld, waarin we met ons mobiliteitsbeleid inzetten op actief bewegen, in ons beleid voor de woon- en werkomgeving meer plek maken voor beweging en ontmoeting en initiatieven faciliteren die inzetten op meer bewegen; • thuis voelen, met aandacht voor inclusiviteit, cultuurhistorie en korte voedselketens.

Sociale Kwaliteit

Hiermee bedoelen we hoe mensen hun leefomgeving waarderen als het gaat om zaken als Noaberschap, vitaliteit, inclusie en gezondheid door het stimuleren van sport en beweging. We zetten in op onderstaande kwaliteitsambities: • een inclusieve en participatieve samenleving, een samenleving waar iedereen mee kan doen en zichzelf kan zijn; • een actieve samenleving waar de mogelijkheid om te sporten en bewegen in de directe omgeving beschikbaar is en de omgeving uitdaagt tot bewegen; • een gezonde samenleving, waar toegang is tot voorzieningen en/of activiteiten die bijdragen aan (positieve) gezondheid; • Overijssels Noaberschap, een samenleving waarin de sociale verbinding wordt versterkt vanuit de Overijsselse identiteit; • een samenleving waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten in een omgeving met voldoende vitaliteit van stads- en dorpscentra met beleving van jong en oud.

35

Duurzaamheid

Hiermee bedoelen we dat we nu en straks kunnen (blijven) wonen, werken en leven in onze provincie waarbij milieucondities op orde zijn en grondstoffen (efficiënt) worden (her)gebruikt. We zetten in op onderstaande kwaliteitsambities: • een schone en veilige leefomgeving; • het in stand houden en bevorderen van de leefcondities, waarbij we met inwoners, bedrijven, gemeenten en maatschappelijke organisaties de milieukwaliteit, biodiversiteit en de natuur in Overijssel duurzaam beschermen, benutten en beleven; • bevorderen van een duurzame economie en leefomgeving die voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen; • toekomstbestendige kringlopen sluiten, waarbij we inzetten op minder gebruik van niet hernieuwbare grondstoffen, efficiënt (her)gebruik van grondstoffen, producten en materialen en vermindering van de CO2-uitstoot.

Ga naar inhoudsopgave

2.6 We benutten de ruimte zuinig, zorgvuldig en meervoudig We zetten in op: • Inbreiding voor uitbreiding. Uitbreiding is alleen mogelijk als goed onderbouwd is dat inbreiding niet mogelijk is. • We benutten de ruimte binnen de bebouwde kom om kwalitatief goede woon-, leef- en werkmilieus te ontwikkelen. We werken hiermee aan nabijheid. Door slim te programmeren besparen we ruimte en stimuleren we de mobiliteitstransitie. • Bij inbreiding én uitbreiding is er oog voor hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte. Groen, klimaatadaptief, duurzaam, met ruimte voor ontmoeten. Er wordt ingezet op verdichting door onder andere een combinatie van sloop, herbestemming of transformatie. Er blijft ruimte voor open ruimten. Het bebouwde gebied en de groene omgeving blijven met elkaar in balans. • Vanwege de levendigheid en robuuste ontwikkeling van een leefomgeving, wordt waar mogelijk wonen, werken en ontspanning zelfs tot op gebouwniveau gecombineerd. Inbreiding en uitbreiding moet passen bij de bestaande omgeving qua schaal, kwaliteiten en identiteit. Nieuwe ontwikkelingen voegen kwaliteit toe aan de bestaande situatie. Nieuw helpt bestaand. • Bij uitbreiding wordt rekening gehouden met de verdeling van functies over de hele provincie.

36

Aanleiding Al onze ambities en opgaven vragen om ruimte. Niet alle opgaven passen naast elkaar binnen het grondgebied van onze provincie. We moeten daarom keuzes maken en zorgvuldig omgaan met de ruimte die we hebben, en deze zo goed mogelijk benutten. Zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik staat daarom voor ons voorop bij het maken van de keuzes in onze Omgevingsvisie. Daarom is dit ook een Leidend Principe voor deze Omgevingsvisie. Dit Leidende Principe is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 van deze Omgevingsvisie. Inbreiding voor uitbreiding en meervoudig en multidimensionaal ruimtegebruik In deze Omgevingsvisie zetten we in eerste instantie zo veel mogelijk in op inbreiding. Zo willen wij zuinig omgaan met de beschikbare ruimte en werken we ook aan nabijheid. Hierbij is een stedenbouwkundige visie op ontwikkeling van de gemeente van belang, om te kunnen bepalen waar de ruimte (langjarig) zit met maximaal benutten van de ruimte binnen het bebouwde gebied, met behoud van lokale schaal, eigenheid en identiteit. Uitbreiding in de groene omgeving kan als eerst goed onderzocht is of er binnen het bebouwde gebied geen andere locaties benut kunnen worden. Dit kan onderbouwd worden met bijvoorbeeld een ‘ruimtescan’, een visie op hoger bouwen of het in beeld brengen van de kwalitatieve woning- en/of andere bouwvraag die binnenstedelijk niet gevonden kan worden.

Ga naar inhoudsopgave

Bij inbreiding zetten we in op verdichting. Verdichting betekent niet dat alle open ruimte volgebouwd moet worden, want die open ruimte is belangrijk voor een prettige leefomgeving. Denk hierbij aan groen om te ontspannen of te verkoelen, of plekken om te spelen, of te ontmoeten. Verdichting vindt bij voorkeur plaats door slim te kijken naar een combinatie van sloop, herbestemming of transformatie. Hoger bouwen speelt hierbij een rol. Slim verdichten begint bij slim programmeren van de opgaven. Door te verdichten op goed bereikbare plekken met oog voor het creëren van nabijheid, worden mogelijkheden voor levendigheid gecreëerd en wordt bespaard op ruimte die benodigd is voor mobiliteit.

Uitbreiding onder voorwaarden Als inbreiding niet mogelijk is, dan is uitbreiding onder voorwaarden mogelijk. Bij het bepalen van de locatie voor deze uitbreiding wordt de Redeneerlijn uit hoofdstuk 3 van de Omgevingsvisie gehanteerd. Daarmee bereiken we dat de locatie van uitbreidingslocaties in lijn is met de Leidende Principes uit deze Omgevingsvisie.

Verder zetten we in op meervoudig en multidimensionaal (boven- en ondergronds) ruimtegebruik. Dat heeft de voorkeur boven monofunctioneel gebruik. Waar mogelijk wordt wonen, werken en ontspanning tot op gebouwniveau gecombineerd. Ook dat draagt bij aan levendigheid en meer robuuste leefomgevingen.

Bij de invulling van nieuwe uitbreidingslocaties gelden dezelfde uitgangspunten als bij inbreiding en verdichting. Dus ook bij uitbreidingslocaties streven we naar een invulling die streeft naar nabijheid, multifunctioneel en meerdimensionaal ruimtegebruik en waar mogelijk in hogere dichtheden. Daarbij met aandacht voor voldoende ruimte voor groen, klimaatadaptief en met ruimte voor ontspanning en ontmoeting. Uitbreidingslocaties worden niet ontwikkeld op een onbeschreven blad, maar houden rekening met het bestaande landschap en lokale identiteit. Een uitbreidingslocatie maakt daardoor ook qua identiteit direct onderdeel uit van de bestaande omgeving.

Bij inbreiding moet wel rekening gehouden worden met de bestaande omgeving – schaal, kwaliteiten en identiteit – en met ruimte voor andere grote opgaven op het gebied van biodiversiteit, klimaatverandering, duurzaamheid en ook brede welvaart. De uitwerking hiervan kan plaatsvinden in een stedenbouwkundig plan.

Uitbreiding van bebouwing in het landelijk gebied vindt bij voorkeur plaats binnen bestaande erven of aansluitend op bebouwd gebied. Hierbij kan als eis gesteld worden dat (elders) opstallen gesloopt worden en verharding wordt verwijderd. Hierdoor blijft het bebouwde en onbebouwde gebied met elkaar in balans.

Het inzetten op meervoudig en multidimensionaal ruimtegebruik geldt in principe ook voor de groene omgeving. Daarbij kijken we wel waar dit principe het meest passend is; vooral in gebieden waar meerdere gebiedsspecifieke opgaven spelen.

37

Ga naar inhoudsopgave

2.7 Voorbereid op de toekomst: klimaatbestendig en duurzaam (T.z.t. visiekaarten klimaat en energie toevoegen)

We zetten in op: • Inspelen op klimaatverandering en zuinig omgaan met onze voorraden door het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn in onze ruimtelijke inrichting bij nieuwe ontwikkelingen, en bestaand gebruik na verloop van tijd hierop aan te passen; • Bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering door het stimuleren van het besparen van energie, en het beperken van uitstoot van broeikasgassen door het opwekken van duurzame energie en het meer vastleggen van koolstof via het gebruik van natuur- en landbouwgrond; • Zuinig omgaan met voorraden door toe te werken naar een circulaire economie en maatschappij.

Aanleiding Als gevolg van klimaatverandering krijgen we steeds meer te maken met extreem weer. Klimaatverandering ontstaat onder andere doordat er te veel broeikasgassen uitgestoten worden. Door deze uitstoot te verminderen, kan geprobeerd worden om klimaatverandering tegen te gaan (klimaatmitigatie). Daarnaast moeten we leren om te gaan met de effecten van klimaatverandering (klimaatadaptatie). Deze effecten leiden namelijk tot diverse problemen voor onze inwoners. Bij extreem warm weer ligt in de dorpen en steden de temperatuur duidelijk hoger dan in de groene omgeving. Gebouwen en straten koelen ’s nachts nauwelijks af, waardoor de warmte langer blijft hangen, zeker in gebieden met veel steen en weinig groen en water. Dit gaat ten koste van nachtrust en productiviteit overdag én brengt – vooral voor kwetsbare mensen – extra gezondheidsrisico’s met zich

38

mee. Naast deze ‘hittestress’ hebben we in onze woon- en werkgebieden vaker te maken met wateroverlast: het water kan bij hevige regenbuien moeilijk infiltreren, worden opgevangen of worden afgevoerd in een omgeving met veel steen. Belangrijke voorzieningen kunnen daardoor tijdelijk onbereikbaar worden. In de groene omgeving kan de klimaatverandering zorgen voor verdroging, doordat er in bepaalde perioden water- en neerslagtekort is. Hierdoor gaat de kwaliteit van natuur achteruit en neemt de waterkwaliteit af. Het zorgt voor problemen bij het landbouwkundig gebruik en de droogval van onze beken. Ook leidt droogte tot bodemdaling, wat in ons veenweidegebied in Noordwest-Overijssel zorgt voor extra CO2-uitstoot of de funderingen van bijvoorbeeld woningen en andere gebouwen aantast. Droogte leidt ook tot een tekort aan voldoende schoon en zoet water. In droge periodes is de vraag naar drinkwater erg groot en kan de drinkwatervoorziening in de knel komen. Naast droogte zorgen periodes met veel regen de laatste jaren ook tot overlast in de groene omgeving. Over het algemeen heeft de groene omgeving meer bergingsruimte voor water dan het bebouwde gebied, maar soms valt er in een korte tijd zoveel water dat het water niet snel genoeg kan infiltreren, worden geborgen of afgevoerd. Delen van (spoor)wegen, akkers en bebouwing in de groene omgeving kunnen dan onder water komen te staan.

Tot slot raken onze voorraden op den duur op. Ook produceren we veel afval. Het wereldwijde gebruik van grondstoffen zorgt voor biodiversiteitsverlies, waterschaarste en uitstoot van broeikasgassen. Een circulaire economie is belangrijk om te voorkomen dat we in hoog tempo onmisbare grondstoffen uitputten.

Ga naar inhoudsopgave

Water- en bodemsysteem als sturend principe De klimaatverandering vraagt om een andere inrichting en gebruik van onze ruimte en grond, en om verschillende ingrepen in het water- en bodemsysteem. Alleen dán zijn we in staat om met de veranderingen om te gaan en behouden we een veilig, economisch sterk en gezond Overijssel. We zetten daarom in op het maken van keuzes die in balans zijn met het water- en bodemsysteem en waarbij we het water- en bodemsysteem als sturend principe inzetten. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 3 van deze Omgevingsvisie. Daarbij stimuleren we dat bij het inrichten van de bebouwde omgeving en de groene omgeving uitgangspunt is dat het gebied om kan gaan met het veranderende klimaat en de bijbehorende toenemende weersextremen. Bij het plannen van een ontwikkeling wordt de wateropgave meegenomen, in bebouwd gebied wordt gekeken naar mogelijkheden om water te infiltreren in de bodem en bij nieuwe ontwikkelingen wordt de wateropgave niet afgewenteld op de omgeving. Verder zetten we in op keuzes die bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering en de energietransitie. Omgaan met klimaatverandering (klimaatadaptatie) We streven naar regionale water- en bodemsystemen die robuust, veerkrachtig, klimaatbestendig, vitaal, schoon en veilig zijn.

Dit betekent een water- en bodemsysteem dat klimaateffecten opvangt, waaronder wateroverlast, overstromingen en droogte, en dat er voldoende en schoon water beschikbaar is voor functies zoals wonen, natuur, landbouw, (industriële) consumptie of drinkwaterwinning. Dit houdt in dat het water- en bodemsysteem in staat moet zijn om voldoende water vast te houden (met name in het voorjaar), het water te laten infiltreren in de bodem, en het water te bergen bij extreme neerslag. Regionale water- en bodemsystemen die robuust, veerkrachtig, klimaatbestendig, vitaal, schoon en veilig zijn, bereiken we door het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn. Dit passen we toe bij de ruimtelijke inrichting in gebiedsontwikkeling, projecten en initiatieven in

39

het bebouwde gebied en de groene omgeving. Bestaand gebruik willen wij na verloop van tijd hierop aanpassen. Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden ontworpen met het bestaande water- en bodemsysteem als uitgangspunt. Wij kijken daarbij naar stroomgebieden en maken onderscheid in maatregelen die passend en nodig zijn in de verschillende delen van de provincie. In veenweidegebieden vraagt dit iets anders dan op zandgronden of in de gebieden rondom de IJssel, Vecht en Delta. Technische maatregelen zijn en blijven lokaal mogelijk, maar daarbij wordt wel gekeken of deze technische maatregelen passen bij het ‘in balans zijn en komen met het water- en bodemsysteem’, houdbaar en betaalbaar zijn en ook of ze een goede keuze zijn gelet op de toekomst. Soms kan dit betekenen dat bepaalde functies op een bepaalde plek niet mogelijk zijn, omdat er niet voldoende water beschikbaar is of de effecten van de klimaatverandering niet voldoende kunnen worden opgevangen. Voor bestaande functies geldt dat we in sommige gevallen meer overlast moeten accepteren, de huidige situatie moeten aanpassen of omvormen. Het bereiken van regionale water- en bodemsystemen die robuust, veerkrachtig, klimaatbestendig, vitaal en veilig zijn, vraagt niet alleen maatregelen in de groene omgeving, maar ook binnen het bebouwde gebied.

Nieuwe plannen in en rond bebouwde gebieden zorgen voor toename van de druk op het bestaande areaal groen en water. Het is daarom belangrijk om nieuwe ontwikkelingen klimaatrobuust uit te voeren en zodanig vorm te geven dat ze een bijdrage leveren aan de bestaande opgaven in het bebouwde gebied. Voorbeelden van bestaande opgaven zijn wateroverlast, gebrekkige infiltratie naar de ondergrond, onderbroken natuurverbindingen of hitte-eilanden. Door ontwikkelingen in of aansluitend op deze gebieden met een opgave inventief te ontwerpen, kan de bebouwde omgeving klimaatadaptiever gemaakt worden. Dit geeft ook kansen om de kwaliteit en veiligheid van de woon-, werk- en leefomgeving te verbeteren.

Ga naar inhoudsopgave

Bijdragen aan het beperken van klimaatverandering (klimaatmitigatie, energietransitie, zorgvuldig omgaan met voorraden) Naast het omgaan met de effecten van klimaatverandering en het zoeken naar oplossingen voor de effecten daarvan, is het belangrijk om de klimaatverandering zo goed mogelijk tegen te gaan. We zetten hiervoor in op het zuiniger en zorgvuldiger omgaan met energie, grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen. En op het beperken van uitstoot van broeikasgassen door het opwekken van duurzame energie en het meer vastleggen van koolstof via het gebruik van natuur- en landbouwgrond. Dit vraagt om een forse verandering: Nederland – en ook onze provincie – is voor de energievoorziening nog grotendeels afhankelijk van fossiele brandstoffen. De omslag naar een nieuw energiesysteem is in volle gang. In onze provincie wekken we steeds meer energie op met onder andere windturbines, zonnepanelen en mestvergisters. Voor zonnepanelen op land hebben we onze doelstelling tot 2030 al gehaald. Het opwekken van hernieuwbare energie vraagt ruimte in onze eigen omgeving. We halen steeds minder fossiele energie van ver weg en wekken steeds meer schone of schonere energie op dichtbij. Met deze verduurzaming maken we ook een omslag naar een energiesysteem dat dynamisch is. Op heel veel plekken wordt energie in het netwerk gebracht, afhankelijk van het weer.

Terwijl er wordt gewerkt aan het besparen van energie, neemt de vraag naar elektriciteit tegelijkertijd toe, omdat veel bedrijven en huishoudens overstappen van gas op elektriciteit. We hebben daarvoor meer leidingen en kabels nodig en zullen de komende jaren te maken hebben met te weinig netcapaciteit. Ook als er meer capaciteit komt, zullen we moeten wennen aan het feit dat we opwek en verbruik beter op elkaar gaan afstemmen. Op sommige momenten is er meer dan genoeg beschikbaar, op andere momenten is het te druk op het net. Ondernemers die erin slagen hun energiebehoefte flexibel in te richten, kunnen bijvoorbeeld energie gaan verbruiken op momenten dat het goedkoop is en daarmee hun onderneming versterken. Dit heeft ook gevolgen voor waar welke

40

nieuwe functies mogelijk zijn. Ondernemers moeten kunnen blijven ondernemen en concurreren. Bewoners moeten, naast besparen op energie, hun huizen kunnen verwarmen zonder dat dit te veel geld kost. De industrie moet in onze provincie kunnen blijven bestaan. Maar we moeten meer dan ooit nadenken over waar dit wel kan, en waar niet. En welke infrastructuur, zoals waterstof, op welke plek kan worden aangelegd, zodat bepaalde ontwikkelingen wel mogelijk zijn, maar niet te duur worden. In de Energievisie kijken we naar hoe we dit richting 2050 willen zien ontwikkelen. Door meer koolstof vast te leggen via het gebruik van natuur- en landbouwgronden dragen we ook bij aan het tegengaan van klimaatverandering. Dit kan bijvoorbeeld door het toevoegen van bomen, bos en landschapselementen die CO2 opnemen en het tegengaan van bodemdaling in veenweidegebieden. En door het organische stofgehalte van de landbouwbodems te vergroten, waardoor koolstof wordt gebonden. Dit draagt bij aan betere omstandigheden voor de landbouw, verbetering van de natuur en biodiversiteit en voorkomt (verdere) verzakking van gebouwen en infrastructuur door bodemdaling. Op het gebied van het zuinig omgaan met voorraden werken we toe naar een circulaire economie en maatschappij.

Dit is een economie en maatschappij die spaarzaam omgaat met grondstoffen, waaronder energie en drinkwater, waar winning, gebruik en maximaal hergebruik dichtbij elkaar plaatsvinden (kringlopen sluiten) en waar gebruik van hernieuwbare grondstoffen wordt gestimuleerd. We zetten hierbij onder andere in op innovaties, optimalisatie van productieprocessen, versterken van regionale ketens en het verduurzamen van mobiliteit. We willen groene innovaties stimuleren, door kennisdeling, ketenontwikkeling en waar mogelijk en gewenst door actieve ondersteuning.

Ga naar inhoudsopgave

2.8 Goede bereikbaarheid en stedelijke netwerken als motor van onze sterke economie (T.z.t. visiekaart verstedelijking en mobiliteit toevoegen)

Wij zetten in op: • Zuinig en duurzaam gebruik van onze ruimte. Dit doen we door eerst te kijken naar de mogelijkheden binnen bestaand bebouwd gebied, met nadruk op de samenhang tussen de verschillende stedelijke functies zoals wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit en groen. • Een regionale aanpak waarin we de drie Overijsselse Daily Urban Systems versterken en daarbij ruimte bieden om te bouwen voor lokale behoefte. • De mobiliteitstransitie (minder, anders (STOMP-principe) en schoner), met inzet op een goede verkeersveilige basisbereikbaarheid in de héle provincie. Dit doen we met behulp van slimme locatiekeuzes, mobiliteitsstrategieën en impuls basiskwaliteit mobiliteitssystemen. • Het verder ontwikkelen van een vitale economie met voldoende en goede toekomstbestendige werklocaties die bijdraagt aan de brede welvaart van onze inwoners.

Aanleiding Op het gebied van verstedelijking en mobiliteit staan we voor grote uitdagingen. Er is en blijft onverminderd vraag naar ruimte voor wonen, werken en de bijbehorende mobiliteit. In heel Nederland zijn er tot 2030 980.000 nieuwe woningen nodig om de huidige wooncrisis te bezweren. Voor de periode na 2030 wordt nog een vergelijkbare bouwopgave verwacht. De woningbouwopgave komt voor een deel

41

omdat we met steeds minder mensen in één woning wonen, maar ook door groei van de bevolking. Het wordt dus drukker in onze provincie. De vraag naar woningen gaat over woningen in verschillende prijsklassen en voor verschillende doelgroepen. Op het gebied van werklocaties geldt dat er binnen onze provincie tot 2040 behoefte is aan ongeveer 1000 hectare voor bedrijventerreinen, voor de periode erna verwachten we dat er behoefte is aan nog meer hectares. Het alleen toevoegen van woningen en werklocaties is niet voldoende. Een bruisende, leefbare, veilige en economisch waardevolle leefomgeving heeft meer nodig. Goede woon-, werk- en leefomgevingen, en variatie daarin, draagt bij aan het welzijn van onze inwoners. Een plek waar het over vijftig jaar ook nog steeds prettig verblijven is. Mensen zijn gelukkiger als ze wonen en werken op een plek die ze mooi of aantrekkelijk vinden, of waarmee ze een band hebben. Daarom vraagt het een goede functiemix, eigen identiteit, ruimte om te ontspannen en te bewegen, verkoeling, voorzieningen, cultuur, onderwijs, zorg, prettige openbare ruimte en werkgelegenheid. En natuurlijk mogelijkheden voor mensen om zich te kunnen verplaatsen tussen al deze functies. Deze functies vragen allemaal om ruimte, hebben veel samenhang en beïnvloeden elkaar. Een goede leefomgeving is ook goed bereikbaar.

Niet alleen in verstedelijkt gebied, ook de dorpen onderling en binnen het landelijk gebied. De blijvende bereikbaarheid van de provincie, met openbaar vervoer, auto, fiets, of vrachtverkeer is daarom van blijvend groot belang. De omslag naar een duurzamere samenleving vraagt ook in mobiliteit een transitie waarbij iedereen bewuster kiest of fysiek verplaatsen nodig is (minder) en vervolgens hoe een benodigde fysieke verplaatsing het best gemaakt kan worden (anders), waarbij de systemen zo min mogelijk hinder en uitstoot veroorzaken (schoner).

Ga naar inhoudsopgave

Een samenhangende verstedelijkingsaanpak in Daily Urban Systems Voor het aanpakken van de grote opgaven op het gebied van verstedelijking en mobiliteit zetten we in op een samenhangende benadering van gebiedsontwikkeling. We hanteren bewust de term ‘verstedelijking’. Dit duidt op de samenhang tussen en diversiteit van de opgaven in het Daily Urban System. Verstedelijking gaat om méér dan ‘slechts’ woningbouw, economie en bereikbaarheid. En het gaat niet alleen over steden, maar over alle kernen in de provincie. Stad en platteland. Van buurtschap of klein dorp, tot de grote stad. Daarnaast hoort hierbij een leefbaar platteland, waar inwoners goed kunnen wonen, werken en leven in een gezonde en mooie omgeving. De gekozen term ‘verstedelijking’ omvat daarmee de vele functies die we in steden en dorpen tegenkomen: wonen, werken, winkels, voorzieningen (onderwijs, sport, cultuur, infrastructuur, etc.) en de samenhang hiervan met de opgaven rondom vergroening, biodiversiteit en klimaat in het bebouwde gebied. We zetten de Daily Urban Systems centraal in onze aanpak. Dat doen we onder andere door het opstellen van verstedelijkingstrategieën. Het dagelijks leven van wonen, werken en ontspannen speelt zich grotendeels af binnen een netwerk van steden en omliggende dorpen. Dat noemen we de ‘Daily Urban Systems’.

We kennen er in onze provincie drie: Regio Zwolle, Regio Stedendriehoek (Deventer) en Regio Twente. In deze DUS-regio’s spelen de grote steden een centrale rol op het gebied van wonen, werk en voorzieningen, zoals cultuur en zorg. Zwolle en Deventer bevinden zich in het economisch kerngebied van Nederland, terwijl de steden in Twente een eigen belangrijke positie innemen als een regio van kennis en innovatie met sterke internationale verbindingen. De grote steden concentreren de werkgelegenheid: een ruime keus aan werklocaties, een sterke mkbsector met florerende (familie-)bedrijven, een goede aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs. Dit biedt een vruchtbare voedingsbodem voor creativiteit en innovatie, wat essentieel is voor de concurrentiepositie van onze provincie. Hardenberg en Steenwijk hebben als streekcentrum in hun specifieke regio ook een centrale rol.

42

In een DUS-regio draait het niet alleen om de grote steden of de streekcentra, juist het samenspel met de omliggende kernen maakt de DUS-regio tot een eigen functionerend systeem. Het stimuleren van het STOMP-principe binnen de steden draagt bij aan de leefbaarheid en bereikbaarheid vanuit het landelijk gebied van de centrale voorzieningen in de steden. Door te investeren in het faciliteren van zoveel mogelijk lopen, fietsen en OV-gebruik door inwoners van de steden komt er ruimte voor verplaatsingen die meer afhankelijk zijn van de privéauto. Aan de randen van de steden faciliteren we de overstap van privéauto naar andere vormen van mobiliteit zoals OV, fiets, lopen en deelmobiliteit. Het bepalen van de behoefte aan nieuwe ontwikkelingen gebeurt door op regionaal niveau onderlinge afspraken te maken met medeoverheden en partners in onder andere woondeals en programmeringsafspraken. We zetten in deze aanpak zorgvuldig ruimtegebruik centraal (zie hiervoor paragraaf 2.6.). Dit gaat over inbreiding boven uitbreiding en meervoudig en multidimensionaal ruimtegebruik. Dit is belangrijk, want buiten het bestaande bebouwde gebied vragen ook andere uitdagingen en opgaven om ruimte. Denk hierbij aan de ruimtevraag voor de landbouw, natuur, drinkwaterwinning, waterberging, recreatie, etc.

Daarnaast zetten we in op geconcentreerde groei van steden én van de goed bereikbare middelgrote kernen en de dorpen. Iedere kern kan bouwen voor de lokale behoefte. Het streven naar nabijheid is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Nabijheid van wonen en werkgelegenheid, nabijheid van voorzieningen en cultuur, nabijheid van ruimte voor groen en ontspanning, etc. In de programmeringsafspraken concretiseren we dit, passend bij de regionale situatie. Een goede bereikbaarheid in de hele provincie, passend bij het profiel van de directe omgeving, is hierbij van belang, omdat hierdoor de basisvoorzieningen voor onze inwoners toegankelijk zijn. Daarbij is het een motor achter de mobiliteitstransitie, waarmee we streven naar schonere, actievere (lopen en fietsen) en minder mobiliteit.

Ga naar inhoudsopgave

Bij iedere toevoeging en/of uitbreiding wordt rekening gehouden met de bestaande situatie: de bestaande kwaliteiten, erfgoed, identiteit, etc. Dit betekent niet dat er niks mag veranderen, maar wel dat nieuwe ontwikkelingen worden ingepast en eventueel aangepast zodat ze passend zijn. Dat vraagt om een goede onderbouwing van de ontwikkeling. Daarbij moet onderbouwd worden hoe de nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de kwaliteitsambities van de Rode Draden. Hierbij moet ingegaan worden op Ruimtelijke kwaliteit (bij voorkeur toevoegen, minimaal in balans blijven), Sociale kwaliteit, Gezondheid en Duurzaamheid. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn essentieel in de hele provincie Onze provincie bevindt zich op een sleutelpositie in het Stedelijk Netwerk Nederland. We zijn een belangrijke schakel tussen de Randstad, verstedelijkte gebieden in Duitsland en het verdere Europese achterland. Onze provincie is bereikbaar via een aantal (inter)nationale hoofdassen waaronder de A28, A1, A50, A35/N35 en de N36, N48 en N18. Daarnaast kennen we goede spoorverbindingen van noord naar zuid en van oost naar west. En beschikken we over verschillende vaarwegen zoals de IJssel, het Twentekanaal en het kanaal Almelo-de Haandrik. Mede daarom zijn onze steden aantrekkelijk om in te wonen en vestigen bedrijven zich hier graag.

De relatie die er bestaat tussen bereikbaarheid en de planning van nieuwe functies wordt daarom steeds belangrijker. De beschikbaarheid van vervoer en bereikbaarheid is voor een goed woon-, werk- en leefklimaat essentieel. Dat geldt niet alleen voor gebieden waar veel nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden. Dat geldt voor de hele provincie. Stedelijk én landelijk gebied. Mobiliteit brengt immers mensen bij elkaar en is nodig voor een sterke economie. Goede bereikbaarheid is uiteraard belangrijk voor het verplaatsen van mensen tussen hun woning en werklocatie. Daarnaast is het van groot belang voor vrijetijdsbesteding en is belangrijk dat voorzieningen – onder andere op het gebied van zorg, onderwijs, winkels, cultuur - goed bereikbaar zijn. Dit draagt bij aan een inclusieve en toegankelijke samenleving.

43

We streven daarom, zoals ook eerder aangeven, naar dichter bij elkaar brengen van functies (nabijheid) en een goede verkeersveilige basisbereikbaarheid in onze hele provincie. Hiervoor werken we aan een geïntegreerd mobiliteitsnetwerk dat verplaatsen van mensen en goederen, op welke manier dan ook, mogelijk maakt. We zetten daarnaast in op het komen tot een streefnorm voor bereikbaarheid. Dat doen we in nauw overleg met onze inwoners en partners. Dit kan als basis dienen voor te maken keuzes in onze mobiliteitsaanpak. Voor de verbetering van de lokale en regionale mobiliteit richten we ons op de DUS-regio’s Zwolle, Stedendriehoek en Twente en de gebieden daarbinnen waarbij stad en land beter met elkaar verbonden zijn. We hechten veel waarde aan goede (inter)nationale verbindingen en willen de bestaande mogelijkheden hiervoor optimaal benutten. Vanwege deze toenemende hechte relatie tussen verstedelijking en bereikbaarheid, en het belang van een goede bereikbaarheid in de hele provincie, is blijvend aandacht voor instandhouding en verbetering van het bestaande netwerk van belang. Zowel voor het openbaar vervoer, als het goed functioneren en veilig maken en houden van ons wegennetwerk. Inclusiviteit van openbaar of publiek vervoer staat hoog op de agenda.

Ook zetten we actief in op het stimuleren van wandelen en fietsen, vanuit het STOMP-principe: stappen, trappen, openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten en privéautogebruik als volgorde van voorkeur. Dit STOMP-principe zien we als uitgangspunt voor het ontwerp van de stad. Voor plekken waar het STOMP-principe lastiger toe te passen is, omdat mensen afhankelijk zijn van de auto, moeten we zorgen voor een goed basismobiliteitsnet waarin ook plek blijft voor de auto. Daarom is blijvend aandacht voor voldoende kwaliteit van ons wegennetwerk en de verkeersveiligheid daarop van belang; met een slimme strategie met mobiliteitshubs aan de randen van de steden, in buurten en op geschikte locaties in het landelijke gebied. In de hele provincie werken we aan vormen van publieke mobiliteit waarin we openbaar vervoer, deelvervoer, fietsen, lopen of het gebruik van privéauto's (voor een deel van de reis) verknopen en combineren. We kijken naar wat

Ga naar inhoudsopgave

passend is in de directe omgeving en gaan de komende jaren ervaringen opdoen met verschillende HUB-locaties. In de landelijke gebieden kan dat een systeem van deelvervoer en (e-)fiets, aangevuld met bus zijn, in de dorpen, grotere kernen en steden een steeds fijnmaziger netwerk van typen vervoerswijzen. Hiermee stimuleren we dat mensen in hun dagelijkse verplaatsingen de mogelijkheid hebben om zodra dat mogelijk is over te stappen op duurzamer vormen van mobiliteit, die minder fysieke ruimte vragen in de stedelijke gebieden. Ook verkleint deze strategie de benodigde ruimte voor (auto-)mobiliteit in het stedelijk gebied. Daarnaast willen we dat het mobiliteitsnetwerk de andere opgaven ondersteunt door bij te dragen aan minder ruimtegebruik, een kleinere impact op natuur en milieu, de economie duurzaam ondersteunt en de sociale verbondenheid verbetert. We hanteren in ons beleid vijf mobiliteitsstrategieën: anders, schoner, minder/ nabijheid, veiliger en robuuster. Een vitale economie is van belang voor brede welvaart Onze visie is dat onze inwoners kans hebben op leuk, passend en gewaardeerd werk en mogelijkheden hebben om zich te ontwikkelen. Daarbij gaat het niet alleen om het hebben van voldoende en goede toekomstbestendige werklocaties die in grote mate bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en prettige leefomgeving. Het gaat ook om ontwikkelingskansen.

Onder andere op het gebied van circulariteit, digitalisering, innovatie, onderwijs en arbeidsmarkt. Hierbij hebben we specifiek aandacht voor het mkb (midden- en kleinbedrijf) en familiebedrijven, de motoren van onze economie. Ook hebben we specifieke aandacht voor de logistieke sector en defensie. Het belang van economie en bestaanszekerheid (door onder andere voldoende inkomen te kunnen verdienen) maakt deel uit van de balans van brede welvaart. Binnen onze provincie willen we daarom inzetten op economische groei die bijdraagt aan een hoger welvaartsniveau van onze inwoners in brede zin. Want een toekomstbestendige economische ontwikkeling is voor ons geen doel op zich, maar een essentieel middel dat bijdraagt aan maatschappelijke opgaven en transities, aan bestaanszekerheid van mensen, aan een hoogwaardig

44

voorzieningenniveau (bereikbaar en toegankelijk) voor inwoners en bezoekers, en daarmee aan het welbevinden van mensen. Economische vitaliteit ontstaat niet vanzelf. Daar moeten we hard voor werken. We vinden het als provincie belangrijk, om in nauw overleg met onze partners, te werken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor het bedrijfsleven, waaronder ons eigen mkb, familiebedrijven en nieuwe bedrijven en investeerders van buiten onze provincie die onze economie en samenleving verrijken. Daarbij sturen we op voldoende, goede, aantrekkelijke en toekomstbestendige werklocaties: bedrijventerreinen, kantoorlocaties, berisomgevingen, detailhandellocaties en dergelijke. Daarbij gaat het niet alleen om nieuwbouw, maar ook om inbreiding, herstructurering en transformatie. Ook hierbij gaan we uit van het uitgangspunt inbreiding voor uitbreiding en zetten we in op nabijheid. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat wordt ook bepaald door een goede aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs én ruimte voor innovatie en ondernemerschap, onder andere op het gebied van digitalisering, verduurzaming en internationalisering. Hiermee wordt de economische ontwikkeling in onze provincie in kwantitatieve, maar vooral in kwalitatieve zin verbeterd.

Voor het sociaal-economisch functioneren van onze (binnen)steden en dorpskernen is het belangrijk dat er gericht wordt geïnvesteerd in aantrekkelijke winkelomgevingen met een goed detailhandel- en voorzieningenniveau. Daarbij zijn de (cultuurhistorische) kwaliteiten en bereikbaarheid van deze plekken uitgangspunt. Dit is niet alleen van belang voor de instandhouding van het detailhandel- en voorzieningenniveau voor de eigen bevolking, maar ook voor het functioneren van de toeristisch-recreatieve sector. Voor de toeristisch-recreatieve sector zetten we in op het behouden en versterken van de vrijetijdseconomie. We zetten daarbij in op kwaliteit, nieuwe producten, voldoende ruimte voor de sector en spreiding van gasten (inwoners en bezoekers) in ruimte en tijd.

Ga naar inhoudsopgave

Bij groei van de economie moeten we rekening houden met het feit dat productie en consumptie meer in balans moeten komen met de omgeving en de natuurlijke hulpbronnen. We moeten meer in kringlopen en circulariteit denken. Een te groot deel van producten die we maken en kopen verandert in afval. Met vervuiling en uitputting van natuurlijke grondstoffen en ecologische schade tot gevolg. Daarom moeten natuur, bodem en water meer sturend zijn voor economische activiteiten dan voorheen. Dit kan vervolgens leiden tot meer bewustzijn, kennis en ervaring rond het circulair, natuurinclusief en slimmer inrichten van productieprocessen en verdienmodellen.

45

Ga naar inhoudsopgave

2.9 Toekomstbestendige landbouw met duidelijkheid en perspectief (T.z.t. visiekaart landbouw toevoegen)

Wij zetten in op: • Zuinig omgaan met ruimte en grond voor de landbouw; • Duidelijkheid bieden over ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw door onderscheid te maken tussen ‘landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen’ en ‘landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen voor klimaat, water en natuur’.

Aanleiding We zijn trots op onze boeren, onze natuur en onze gemeenschappen. De innovatieve agrarische sector is en blijft belangrijk voor onze provincie. Wij hebben de agrarische ondernemers nodig voor ons voedsel, de regionale economie en als belangrijke beheerders van het landschap. Daarnaast zijn ze een sociale drager op het gebied van leefbaarheid en sociale kwaliteit. In Nederland hebben we een aantal natuurlijke voordelen voor de landbouw en voedselvoorziening zoals een gunstig klimaat, veel vruchtbare grond en de nabijheid van grote zeehavens en een goede infrastructuur. Om goed gebruik te kunnen maken van deze voordelen, hebben er in de loop der jaren vele ruilverkavelingen en landinrichtingen plaatsgevonden om beter, grootschaliger en gemechaniseerd te kunnen telen en om wateroverschotten zo snel mogelijk af te voeren ten behoeve van de landbouw. Hierdoor is er een sterke landbouwsector ontstaan.

46

De sector loopt echter wel tegen problemen en grenzen aan, met name op het gebied van natuurbescherming, waterkwaliteit/-kwantiteit en milieu. Bescherming van landbouwgrond en perspectief voor de sector Wij willen met ons beleid richting geven aan de landbouw, zodat er zicht is op een goed toekomstperspectief met robuuste verdienmodellen voor de sector. Het werken aan voedselzekerheid is ons uitgangspunt. Daarbij streven we naar een innovatieve en concurrerende Agro en Food sector die duurzaam en zoveel mogelijk circulair is. We zoeken naar een passende balans tussen de landbouw met voldoende verdienvermogen en de draagkracht van de fysieke leefomgeving. Voor onze voedselvoorziening is het onder andere van belang dat onze landbouwbodems vitaal en gezond zijn, en dat er voldoende en schoon water beschikbaar is. Wij zien goede kansen om de positie van de landbouw als producent van voedsel en groene grondstoffen, als beheerder van natuur, water en bodem te versterken en vanuit kennis en innovatie voorop te blijven lopen. We zetten ons in om de randvoorwaarden daarvoor vanuit de Europese Unie, het Rijk en provincie op orde te brengen. Het is mede aan de overheid om langjarige duidelijkheid te bieden over ruimtelijke en financiële kaders. De overheid is één van de spelers om die financiële kaders te borgen.

Immers, de keten speelt een belangrijke rol in het toekomstbestendig maken van de agrarische sector, ook in onze provincie. Specifiek vanuit de overheid zijn nieuwe structurele financiële kaders nodig voor die gebieden waar gebiedsspecifieke doelen en kansen voor maatschappelijke natuur-, water- en klimaatopgaven liggen. Het is primair aan de landbouwsector zelf om binnen wettelijke randvoorwaarden en mogelijkheden tot een toekomstbestendig,

Ga naar inhoudsopgave

houdbaar en passend bedrijfsmodel te komen. Dit is maatwerk per onderneming, passend bij de ambities van de agrariër, de omgeving waarbinnen het bedrijf ligt en de daarbij behorende doelen. In gebiedsprocessen werken we dit in nauw overleg samen met de gebiedspartners en grondeigenaren uit. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten we weloverwogen keuzes maken, bijvoorbeeld bij woningbouw en ruimte voor bedrijven in de groene omgeving. We moeten ervoor zorgen dat er ruimte blijft voor de landbouw en voedselproductie. Dit past bij onze kracht als provincie, waarbij landbouw en voedselproductie deel uit blijft maken van onze cultuur, drager is van een vitaal platteland en het Overijssels landschap mede vormgeeft. We onderscheiden in ons omgevingsbeleid verschillende typen landbouwgebieden. Met dit onderscheid geven we richting en meer duidelijkheid voor toekomstige ontwikkelingen in deze typen landbouwgebieden. 1.

2.

47

Landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen. Dit zijn landbouwgebieden die vanuit de aanwezige omgevingscondities geschikt zijn voor landbouw. Met name in deze gebieden zetten we in op behoud van ruimte voor landbouw en zuinig omgaan met andere ruimtevragers. Dat betekent dat we het zuinig omgaan met deze landbouwgronden een nadrukkelijke plek geven bij planologische afwegingen. Landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen voor natuur, klimaat en water. In deze gebieden zien we naast voedselproductie, ook mogelijkheden voor maatschappelijke diensten op het gebied van natuur, water en klimaat. En combinaties met andere functies. Voorwaarde hiervoor is de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen. We zetten ons richting het Rijk dan ook in voor noodzakelijke financiering voor langjarige ecosysteemdiensten. In deze gebieden zien we vooral potentie voor multidimensionaal en multifunctioneel ruimtegebruik, vanwege de meervoudige opgaven.

Ga naar inhoudsopgave

2.10 Natuur ligt overal ‘om de hoek’ in een beeldbepalend landschap (Visiekaart natuur toevoegen)

Wij zetten in op: • Biodiversiteitsverbetering binnen Natura 2000 gebieden en ons Nationaal Natuur Netwerk; toewerken naar 10% groenblauwe dooradering en; (afhankelijk van de keuze van Provinciale Staten) werken aan de basiskwaliteit natuur; • Natuur dichterbij mensen brengen door kennis en bewustzijn bij onze inwoners en ondernemers over de sociale, economische en maatschappelijke meerwaarde van natuur in de eigen omgeving te vergroten; • Behouden en versterken van de (kern)kwaliteiten van onze landschappen, waaronder de Nationale Landschappen en landgoederen.

Aanleiding In onze provincie is de natuur altijd dichtbij, want zo’n 20% van onze provincie bestaat uit bos- en natuurgebieden. Daarnaast kent onze provincie vele landschapselementen zoals houtwallen, singels, poelen en waterpartijen. De bebouwde omgeving bevat ook veel groen en natuur. De variatie in natuur is groot. Dit heeft te maken met de verscheidenheid in bodem, reliëf en waterhuishouding. Denk aan de IJssel die loom meandert langs de Duursche Waarden, Vreugderijkerwaard en Reevediep richting de Keteldelta, het Vechtdal met de beboste rivierduinen, de Wieden-Weerribben als grootste laagveenmoeras van Noordwest-Europa en het glooiende landschap van Twente met stuwwallen en beken als de Regge en de Dinkel.

48

In onze provincie willen wij leven in een aantrekkelijke, prettige, gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving. Groen en natuur dragen hier in belangrijke mate aan bij. Dit geldt voor natuur zowel binnen als buiten de natuurgebieden én in het bebouwde gebied. Natuur is een onmisbaar onderdeel van onze leefomgeving. Natuur is een bron van rust en ruimte om te ontspannen, geeft ruimte om te sporten en te ontmoeten, levert een bijdrage aan verkoeling tijdens hete perioden, levert schoon water en schone lucht, draagt bij aan de landbouw, en het is een belangrijk onderdeel van een mooi landschap om in te wonen, werken, leven en recreëren. Het is daarom belangrijk om de natuur te behouden, te beschermen en verder te ontwikkelen. Een robuust water- en bodemsysteem schept hier de voorwaarden voor. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat onze inwoners, ondernemers en bezoekers de natuur kunnen beleven en benutten. De landbouw is vormend geweest voor het huidige landschap, hierdoor zijn er in verschillende tijdsperioden verschillende landschappen ontstaan. Afhankelijk van bijvoorbeeld de stand van de techniek en de beschikbaarheid van meststoffen is door de eeuwen heen een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen, dorpen) gegroeid.

Structuur, maatvoeringen en landschapselementen werden keer op keer aan de veranderende omstandigheden aangepast. Dit (veelgelaagde) verleden is overal zichtbaar. In de bebouwing, zoals de historische binnensteden en dorpen, bij oude molens en kerkgebouwen, karakteristieke boerderijen en landgoederen. In de ligging van de bebouwing, bij wegen en dijken. En in het landschap: van het oude organisch gegroeide essenlandschap tot de jonge ontginningen met een planmatige opzet en lange, rechte lijnen. Dit landschap is een trekpleister. Veel mensen brengen hier

Ga naar inhoudsopgave

fietsend, wandelend, sportend of varend hun vrije tijd door en genieten van natuur, landschap, rust en ruimte. Dat maakt onze groene omgeving zo bijzonder. En daarom willen we onze landschappen behouden en versterken. Werken aan biodiversiteitsverbetering via verschillende sporen De kwaliteit van onze natuur en de biodiversiteit gaat achteruit. Deze trend moet omgekeerd worden om de biodiversiteitsdoelen te halen. Ook voor het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn water (KRW) is nog verbetering van de waterkwaliteit nodig. Het is belangrijk dat er een goede balans is tussen natuur, water, samenleving en ontwikkelingen. We werken aan het verbeteren van de kwaliteit van de natuur, water en biodiversiteit: 1. Binnen natuurgebieden: het realiseren van goede ruimtelijke en milieucondities voor natuurtypen, planten en dieren binnen de natuurgebieden zelf; 2. Buiten natuurgebieden: het realiseren van goede ruimtelijke en milieucondities voor natuurtypen, planten en dieren in de omgeving van natuurgebieden en in boerenland; 3. Buiten natuurgebieden: het realiseren van een netwerk van groene en blauwe verbindingen waarmee we natuurgebieden met elkaar verbinden; 4. Buiten natuurgebieden: stimuleren om te komen tot een basiskwaliteit natuur in gebieden waar andere functies dan natuur leidend zijn (afhankelijk van de keuze van Provinciale Staten).

Beleven en benutten van natuur We zetten daarnaast ook in op het beleven en benutten van natuur. Onze ambitie is om natuur dichterbij mensen brengen. Het idee is dat wanneer je de natuur verweeft in het dagelijks leven, mensen vanzelfsprekend rekening houden met de natuur, de natuur ook meer beleven en benutten en er ook beter voor zorgen. Wij willen kennis en het bewustzijn bij Overijsselaren over de meerwaarde van de natuur in eigen omgeving vergroten. Via ons programma Natuur voor Elkaar geven we hier uitvoerig aandacht aan.

49

Behouden en versterken van onze landschappen Onze provincie kent in de groene omgeving een rijke diversiteit aan landschappen. We willen niet alleen dat die behouden blijft, maar ook dat deze versterkt wordt. Dit kan door elk project en elk initiatief, groot of klein, te laten bijdragen aan de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit. ‘Groene’ functies hebben prioriteit in de groene omgeving. Ontwikkelingen die hier niet primair thuishoren, worden alleen onder voorwaarden toegestaan. Voor ontwikkelingen die aansluiten op de leidende principes en bij het gewenste gebiedsperspectief, bieden we ruimte. Daarbij geldt dat ieder initiatief actief moet bijdragen aan behoud en versterking van landschap, natuur, cultuurhistorie en andere opgaven in de groene omgeving. Aanpassing aan de klimaatverandering is bij dit alles een overkoepelende opgave. Voor nieuwe ontwikkelingen in de groene omgeving geldt de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO). Ook is onze Catalogus Gebiedskenmerken van toepassing. Hierin beschrijven we voor alle landschapstypen in Overijssel welke kwaliteiten en kenmerken behouden, versterkt en ontwikkeld kunnen of moeten worden. In de Nationale Landschappen IJsseldelta en Noordoost-Twente zetten we in op het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten van deze gebieden. Ook willen we de recreatieve toegankelijkheid vergroten.

Landgoederen willen we ondersteunen in het duurzaam versterken van bestaande en het ontwikkelen van nieuwe (groene) ruimtelijke kwaliteiten. Dit doen wij door ruimte te bieden voor maatschappelijk ondernemerschap. We noemen dat de landgoedaanpak. Deze aanpak kan ook ingezet worden door andere partijen, zoals recreatieondernemers, groene bedrijventerreinen of agrarische bedrijven.

Ga naar inhoudsopgave

2.11 Gebiedseigen oplossingen in vier windstreken Onze visie voor Overijssel is niet in heel Overijssel hetzelfde. De opgaven en doelen zijn niet overal hetzelfde, en ook niet alle oplossingen zijn overal op dezelfde manier mogelijk. Dit komt door het ter plaatse aanwezige water- en bodemsysteem, maar ook omdat elk gebied zijn eigen kwaliteiten, cultureel erfgoed en identiteit kent waarmee we rekening willen houden. Salland is anders dan Twente en het Vechtdal verschilt weer van Noordwest Overijssel. We nemen de cultuur(historie), de identiteit en kwaliteit van een gebied, netwerk of kern en de kracht van de gemeenschap als basis en proberen dat te versterken. Door de kwaliteiten en het erfgoed te combineren met nieuwe ontwikkelingen, behouden of versterken we het streekeigen karakter van een gebied. Dit biedt kansen om te innoveren en tegelijkertijd een herkenbaar Overijssel te blijven. Deze aanpak sluit aan op de specifieke behoeften van de verschillende gebieden en biedt zoveel mogelijk ruimte voor maatwerk. Dit resulteert in gebiedseigen oplossingen. We gaan in nauw overleg aan de slag met de opgaven en we weten ook dat we te maken krijgen met nieuwe ontwikkelingen en nieuwe wensen en eisen van de samenleving en de leefomgeving. Door een lerende aanpak, monitoring en evaluatie en weten wat wél en niét werkt, kunnen we het geleerde vervolgens toepassen.

50

Voor de vier windstreken Salland, Noordwest Overijssel, Vechtdal en Twente hebben we dit verder uitgewerkt en uitgeschreven in gebiedseigen perspectieven. Daarbij is gebruik gemaakt van hetgeen we meekregen van onze partners tijdens de gebiedsdagen, inwonergesprekken en reacties op conceptteksten. We hebben daarin waar mogelijk ook aansluiting gezocht bij visies en gebiedsinitiatieven in de gebieden. Op de volgende pagina zijn verkleinde versies van de illustratieve uitsneden opgenomen behorende bij de gebiedseigen perspectieven. Deze zijn groter te vinden in de bijlage van deze Omgevingsvisie. De perspectieven geven een beeld van hoe de regio eruit kan komen te zien en zijn bedoeld ter inspiratie. We gaan uit van identiteit en kwaliteiten, de gemeenschappen en de tradities van de verschillende windstreken. Dit om inspiratie te bieden om op een gebiedseigen manier en in samenhang, invulling te kunnen geven aan de opgaven en uitdagingen die spelen. De uitgewerkte perspectieven zijn geen blauwdruk, maar inspirerend en uitnodigend bedoeld. We hopen dat onze partners en inwoners die met ons willen realiseren.

Ga naar inhoudsopgave

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Salland

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Het Vechtdal

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Noordwest Overijssel

Afbeelding: Uitsnede illustratief gebiedseigen perspectief Twente

51

Ga naar inhoudsopgave

2.12 In nauw overleg met de samenleving Voor het uitvoeren van deze visie is het van belang om de uitdagingen en opgaven samen aan te pakken. We kunnen én willen als provincie dit niet alleen doen. Samenwerken is samen werken. Het gaat dus niet vanzelf. De kracht van samenwerking is groot. Bij sommige opgaven heb je elkaar nodig om een doel te bereiken. Voor die opgaven willen we in nauw overleg aan de slag om ze te kunnen realiseren. Dat vraagt om creativiteit en lef: buiten de gebaande paden denken en aan de slag gaan om bij te dragen aan een duurzame toekomst voor Overijssel. Als provincie hebben we hierin taken, verantwoordelijkheden en positie. We zijn duidelijk in ‘wat’ we willen en moeten bereiken. We hebben hiervoor doelen, opgaven en kaders opgenomen in ons omgevingsbeleid. En we geven richting en ruimte aan ‘hoe’ we die doelen en opgaven gaan bereiken. Dat doen we zoveel mogelijk in nauw overleg met onze inwoners, medeoverheden, maatschappelijke organisaties en andere partners en stimuleren deze om onderling ook de samenwerking te blijven zoeken.

52

Daarom vinden we de regionale aanpak van de grote uitdagingen ook zo belangrijk. Tot slot willen we de afstand tussen de overheid en inwoners verkleinen en het vertrouwen herstellen. Een overheid die meer tussen haar inwoners staat en hun perspectief centraal stelt. Voor mensen is er maar één overheid. Met onze medeoverheden willen we de beste resultaten voor Overijssel behalen. Dat doen we met respect voor elkaars taken en verantwoordelijkheden. De Omgevingswet is daarbij de basis voor wat wij verwachten van elkaar. Daarbij gaan we uit van de kwaliteiten en karakteristieken van Overijssel en maken gebruik van de kennis en ervaringen van onze inwoners, ondernemers en organisaties. In nauw overleg met onze inwoners, ondernemers, partners en medeoverheden en met behulp van hun inzet en energie, denk- en ondernemerskracht, maken we onze provincie nóg mooier, nóg beter en nóg prettiger voor mensen om in te wonen, te werken en te leven. In hoofdstuk 5 van deze Omgevingsvisie wordt hier nader op ingegaan.

Ga naar inhoudsopgave

Hoofdstuk 3: Leidende Principes en Redeneerlijn. Het hart van onze Omgevingsvisie!

53

Ga naar inhoudsopgave

3.1 Inleiding Zoals al eerder aangegeven in deze Omgevingsvisie komen er veel uitdagingen op ons af. Dit vraagt om het maken van afwegingen en keuzes. Als hulp hierbij zijn we in deze Omgevingsvisie daarom uitgegaan van vier Leidende Principes. Met deze Leidende Principes geven we richting en/of maken we samenhangende (ruimtelijke) keuzes over wat waar wel, niet of onder voorwaarden kan. Onze Leidende Principes zijn: • Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden; • Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting; • Inzetten op krachtige DUS-regio’s (Daily Urban System); • Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken. Deze Leidende Principes worden hierna verder toegelicht. Op basis van deze Leidende Principes hebben we een Redeneerlijn ontwikkeld, die helpt bij het maken van die (ruimtelijke) keuzes. De Redeneerlijn is het kader dat helpt bij de afweging ‘waar’ een ontwikkeling een plek kan krijgen. Het is daarmee een hulpmiddel dat helpt om binnen de kaders van de Omgevingsvisie een afweging te maken, of om te kunnen reageren op een initiatief tot functieverandering. Deze Redeneerlijn wordt na de uitwerking van de Leidende Principes toegelicht.

Afbeelding: De vier Leidende Principes

54

Ga naar inhoudsopgave

3.2 Duurzaam omgaan met ruimte en voorraden Dit Leidende Principe houdt in dat we duurzaam willen omgaan met onze ruimte en onze voorraden. Zowel ruimte als natuurlijke voorraden raken op een gegeven moment op. Duurzaam omgaan met de ruimte Ruimte is schaars, terwijl we veel functies hebben die meer en meer ruimte vragen. Daarom moeten we zuinig omgaan met de ruimte die we hebben en deze zo goed mogelijk benutten. Zuinig, zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik staat daarom voor ons voorop bij het maken van de keuzes in onze Omgevingsvisie. Zuinig ruimtegebruik houdt in dat nieuwe ontwikkelingen die ruimte vragen - zowel bovengronds als ondergronds – zo goed mogelijk ingepast moeten worden. Dit om de schaarse ruimte te beschermen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderbouwd worden dat er een maatschappelijke behoefte is aan de beoogde ontwikkeling en moet er eerst onderzocht worden of er binnen het bebouwde gebied locaties benut kunnen worden, voordat uitbereiding plaatsvindt in de groene omgeving. Inbreiding gaat hierbij boven uitbreiding. Dit betekent vaak dat we ons bebouwde gebied zullen moeten verdichten. Niet door alle waardevolle groene ruimte in het bebouwde gebied vol te bouwen, maar wel door slim te kijken naar een combinatie van sloop, herbestemming of transformatie. Hoger bouwen speelt hierbij een rol. Dit alles passend bij de lokale schaal en identiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=3d582596-573b-4140-8f57-2c846ca28e43