CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Concept provinciale omgevingsvisie.

Raad Besluitvormingsronde 23 september 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Concept provinciale omgevingsvisie36.715 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Overijssel voor en met Elkaar! Concept Nieuwe Omgevingsvisie - Provincie Overijssel Concept 18 juni 2024

1

Colofon Dit document is opgesteld door de provincie Overijssel. Datum: 18 juni 2024 Inlichtingen bij: nieuweomgevingsvisie@overijssel.nl Adres- en contactgegevens Provincie Overijssel : Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl Disclaimer: Deze versie van de Omgevingsvisie bieden wij conform de Omgevingswet elektronisch (digitaal) aan op www.PM.nl. Daarnaast wordt deze Omgevingsvisie ook in een viewer getoond die u kunt benaderen via onze provinciale website www.omgevingsvisie.nl. Tevens stellen wij een publieksvriendelijke versie en te downloaden pdf versie beschikbaar. Bij verschillen tussen de publieksvriendelijke / de pdf versie en de digitale versie geldt de digitale versie op www.PM.nl.

2

Voorwoord Voor u ligt ‘Overijssel voor en met Elkaar!’: het concept van de nieuwe Omgevingsvisie van de Provincie Overijssel. De ruimte in Overijssel is schaars. Hoe en waar landen alle opgaven op het gebied van klimaat, energie, natuur, landbouw, woningbouw, economie en mobiliteit? Deze Omgevingsvisie is hiervoor richtinggevend. We beschrijven op hoofdlijnen welke ontwikkelingen we graag waar zien en hoe we dit in overleg met onze partners willen realiseren. Daarmee willen we ruimtelijk, economisch en sociaal-maatschappelijk richting geven en zetten we een toekomstbeeld neer van het Overijssel in 2035, met een doorkijk naar 2050. Een rijke diversiteit aan landschappen, van het coulisselandschap van Twente tot aan de waterrijke Kop van Overijssel, een ijzersterke vitale economie door het kenmerkende Overijsselse ondernemerschap, sterke steden en een prachtig en leefbaar platteland. Je kunt niet anders concluderen dan: Overijssel is de mooiste provincie van Nederland. En dat willen we zo houden.

3

Tijdens het opstellen van deze Omgevingsvisie hebben we met onze partners, medeoverheden, belangenorganisaties, grondeigenaren, ondernemers en inwoners, gesproken over de toekomst van Overijssel. Zo hebben we deze visie met elkaar gebiedseigen uitgewerkt. Ook voor de komende jaren hebben we in Overijssel forse uitdagingen. Die willen we in nauw overleg aangaan: met de gemeenten, de regio’s, de rijksoverheid en de waterschappen als één overheid in en met de samenleving. Zo geven we samen vorm aan de toekomst en zorgen we dat Overijssel in 2050 nog altijd de mooiste provincie van Nederland is.

Gedeputeerde Liesbeth Grijsen

De Omgevingsvisie van Jarno Bremmer en Jan Paul ten Berge De leefomgeving ‘We waren al een tijdje op zoek naar een groener plekje buiten de drukte van de stad, toen we de mogelijkheid kregen om dit tiny house aan de rand van Deventer te huren.’ Aan het woord is diskjockey Jarno Bremmer (48 jaar). Zijn huisje van 35 m2 maakt deel uit van de Tuinen van Zandweerd, het project van woningcorporatie Rentree dat in totaal uit 8 tiny houses en een gemeenschapsgebouw bestaat. ‘Mijn vriendin, zoontje en ik wonen hier pas een half jaar, maar we zijn absoluut enthousiast. We wilden graag kleiner wonen, ontspullen en wat bewuster leven. Dat is precies wat we hier nu doen. Samen met de andere bewoners vormen we een gemeenschap die naar elkaar omkijkt en duurzame initiatieven ontplooit. En we wonen middenin het groen. Ik wil hier nu al niet meer weg.’

Focus op goede faciliteiten Ook politieagent Jan Paul ten Berge is heel tevreden met het huis waar hij sinds 2018 samen met zijn vrouw en twee kinderen woont: ‘Hiervoor woonden we in een Vinex-wijk in Zwolle, maar eerlijk gezegd voelde dat helemaal niet goed. Die drukte en al die hoogbouw. Mijn vrouw en ik komen allebei uit een dorp. Toen we kinderen kregen, besloten we opnieuw in een dorp te gaan wonen.’ Hoewel Jan Paul in Heino is geboren, valt zijn keuze uiteindelijk op een twee-onder-eenkapwoning in Raalte-Noord. ‘Dat heeft te maken met het feit dat de vraagprijs voor de beschikbare woningen in Heino zwaar werd overboden, als zo’n woning niet al onderhands was verkocht. Daarom zijn we in Raalte-Noord gaan kijken. De wijk waar we nu wonen is ruim opgezet en groen en alle faciliteiten, zoals de basisschool, de sportclubs, het bos en de supermarkt, zijn vlakbij. Na vijf jaar kan ik zeggen dat dit huis echt ons thuis is geworden.’ Net als Jan Paul is Jarno blij met de faciliteiten in de buurt van zijn huis. ‘Naast de voorbeelden die Jan Paul al noemde, vind ik het heel belangrijk dat er bijvoorbeeld ook een goede bibliotheek, een poppodium en een museum in de buurt is.

Dergelijke culturele faciliteiten vergroten mijn woongeluk.’ Bijdragen aan het klimaat en de energietransitie Als Jarno en Jan Paul vanuit hun persoonlijke leefomgeving kijken naar de grootste uitdagingen waar de samenleving voor staat, komen enkele opgaven duidelijk naar voren. De klimaatverandering en de energietransitie bijvoorbeeld. Jarno: ‘In de zoektocht naar een groene wereld draag ik bij waar ik kan. Zo scheiden we ons afval en verzamelen we als woongemeenschap de compost in de tuintjes. Ons tiny house is gasloos en energiezuinig en er liggen vier zonnepanelen op ons dak die best veel energie opleveren. Daarnaast liggen er

4

zonnepanelen op het dak van de gemeenschappelijke ruimte, waarmee we energie opwekken voor de wasmachines en drogers van de bewoners die daar staan. Aan de andere kant heb ik wel een camperbusje waarmee ik het land doorkruis om als diskjockey naar optredens te rijden. Ik schaam me voor de rookpluim als ik ’s ochtends de dieselmotor start. Natuurlijk zou ik graag overstappen naar een elektrisch aangedreven camper, maar helaas beschik ik niet over de benodigde financiële ruimte. Het zou super zijn als de overheid dit gaat stimuleren, maar ik snap ook dat dit heel veel geld kost.’

Het fossiele brandstofprobleem Ook Jan Paul en zijn gezin dragen op hun manier bij aan een meer duurzame wereld, zo vertelt hij. ‘Net als Jarno scheiden wij ons afval, we hebben dertien zonnepanelen en twee WTW (warmteterugwinning)systemen op ons dak liggen, we eten zoveel mogelijk biologisch en we pakken regelmatig de fiets. Vooralsnog hebben we twee auto’s, maar we zitten eraan te denken de kleine auto de deur uit te doen en

5

daarvoor in de plaats een elektrische fiets te kopen waarmee je maximaal 45 kilometer per uur kunt rijden. Maar als ik bijvoorbeeld kijk naar het productieproces van elektrische voertuigen, de stroom die nodig is voor het opladen en de afvoer van uitgerangeerde auto’s en fietsen, dan twijfel ik eerlijk gezegd of elektrisch rijden echt de meest duurzame oplossing is voor het fossiele brandstofprobleem. Ook omdat de moderne benzine- en dieselauto’s al lang niet meer zo vervuilend zijn. Wat ik wel heel goed vind, is dat met de opgewekte restwarmte uit de rioolzuivering in Raalte het zwembad Het Tijenraan wordt opgewarmd. Dergelijke initiatieven in onze gemeente juich ik van harte toe.’ Jarno is het met Jan Paul eens. ‘Vlakbij de Tuinen van Zandweerd ligt een waterzuiveringsgebied. Met de warmte die vrijkomt bij het zuiveren van het water, wordt de wijk Groeneweerd verwarmd. Dat vind ik een prachtig initiatief.’ Mobiliteit en bereikbaarheid Aangezien Jan Paul als politieagent in Zwolle werkt en Jarno als diskjockey in heel Nederland optreedt, zijn beide heren afhankelijk van het wegennetwerk in Overijssel. De mening over de staat van dit netwerk is een beetje dubbel, zo legt Jan Paul uit. ‘Aan de ene kant denk ik dat we het in Overijssel heel goed voor elkaar hebben. Buiten de spits heb je vaak nergens last van.

Maar als ik na mijn vroege dienst rond 15.00 uur uit Zwolle naar Raalte rijd, mijd ik de N35 en neem ik altijd een route binnendoor. Want bij kruispunt Bos in Raalte staat het rond die tijd helemaal vast.’ Jarno herkent dit probleem. ‘Zoals gezegd heb ik een groene insteek, maar wat mij betreft mag de N35 helemaal dubbelbaans worden, zodat het verkeer lekker doorloopt.’ Voor zowel Jan Paul als Jarno vormt de trein niet echt een aantrekkelijk alternatief. Zo moest Jarno onlangs ruim 37 euro betalen voor een retourtje Deventer-Utrecht. ‘Dat vind ik echt heel veel geld.’ Jan Paul is het met Jarno eens. ‘Voor dat geld kan je met de auto een paar keer heen en weer rijden. Kijk je naar de prijs van een treinkaartje, dan begint reizen met de trein zo langzamerhand echt iets voor de elite te worden. En dat lijkt me niet de bedoeling.’

Verbeterpunten voor de toekomst Vanzelfsprekend willen Jarno en Jan Paul ook in de toekomst fijn wonen en werken. Maar wat hen betreft hoeft Nederland op het gebied van bijvoorbeeld het stikstofprobleem niet altijd het beste jongetje van de klas te zijn. Jan Paul legt uit: ‘Het lijkt wel of wij als Nederlanders soms niet inzien hoe goed we het hebben en hoe goed we het doen. Natuurlijk is het belangrijk dat we met het oog op de grote opgaven stappen blijven zetten, maar we moeten niet doorslaan. Als ik bijvoorbeeld kijk hoe de boeren jarenlang zijn gepusht om te groeien en nu ineens moeten inkrimpen, dan begrijp ik dat ze hun hakken in het zand zetten.’ Jarno knikt instemmend. ‘Deventer heeft nieuwe plannen voor hoogbouw, waarbij de flats negen verdiepingen tellen. Maar eigenlijk wil geen enkele Deventenaar dit. Daar moet je als gemeente wel rekening mee houden.’ Jan Paul besluit deze dialoog met een goede raad. ‘Als overheid moet je mensen de kans en de tijd geven om veranderingen door te voeren. Volgens mij speelt communicatie daarbij een heel belangrijke rol. Als je daar wat meer aandacht aan besteedt, krijg je de inwoners sneller mee en zorg je ervoor dat we met z’n allen nog gelukkiger worden.’

6

Samenvatting Voor u ligt het concept van de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel. Hierin beschrijven we waar we in Overijssel naar toe willen voor de middellange en lange termijn (2035-2050) en hoe we daar, in nauw overleg met medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners, willen komen. Deze Omgevingsvisie biedt doelen, kaders en houvast voor invulling van de uitdagingen waar onze provincie voor staat. En voor de wijze waarop de uitvoering in gebiedsprocessen en met beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s gaat plaatsvinden. Deze Omgevingsvisie biedt niet alleen richting voor ons als provincie, maar ook voor gemeenten, waterschappen, het Rijk en andere gebiedspartners. Zo werken we aan een nóg mooier, nóg beter en nóg fijner Overijssel. Wij hebben onze gebiedspartners en inwoners betrokken bij het opstellen van deze Omgevingsvisie. In het participatieverslag staat hoe we dat hebben gedaan. We staan voor een aantal grote uitdagingen. Denk aan de overgang naar duurzamere en schonere mobiliteit, de vraag naar nieuwe woningen en ruimte voor bedrijven, klimaatverandering, de overstap naar nieuwe duurzame energie, de toekomst en leefbaarheid van ons landelijk gebied, en het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit. Onze visie op al het moois van Overijssel Overijssel is een mooie provincie. Prettig om in te wonen, te werken en te leven. En dat willen we graag zo houden.

Overijsselaars voelen zich verbonden met de plek waar ze wonen, daar delen ze een gezamenlijke identiteit, zoals streektaal en tradities. Het noaberschap en samen de schouders er onder zetten, zit in ons bloed.

7

Wij mogen trots zijn op het vele moois dat onze provincie te bieden heeft en onze inwoners en ondernemers voelen zich hier thuis. Levendige steden en mooie dorpen, met musea van betekenis, rijk cultureel erfgoed, grote sportevenementen en bruisende festivals. Onze leefomgeving is uitgestrekt en heeft mooie landschappen, waardevolle natuur, hechte gemeenschappen en veel boeren en andere ondernemers die er hun bedrijf hebben. De landbouw is vormend geweest voor het huidige landschap en dat geldt ook voor de toekomst. Onze Overijsselse economie heeft een sterke mkb-sector en veel familiebedrijven. Zij vormen de motor van onze economie en zijn belangrijk voor de leefbaarheid. Overijssel is sterk in technologie, agro & food, chemie, bouw, zorg en vrijetijdseconomie. De variatie in mensen, landschappen, steden en dorpen is één van de sterke punten van onze provincie. Dit betekent ook dat de opgaven én oplossingen per gebied verschillen. Voor de vier windstreken Salland, Noordwest Overijssel, Vechtdal en Twente is dit verhaal verder uitgewerkt en uitgeschreven in gebiedseigen perspectieven. Doelen staan voor ons centraal; in nauw overleg met partners in gebieden werken we uit hoe we de doelen kunnen bereiken. We constateren dat er veel opgaven zijn die veel effect (kunnen) hebben op onze inwoners en ondernemers.

We willen ruimte bieden om van onderop in gebiedsprocessen of met initiatiefnemers oplossingen te vinden. Daarvoor is het van belang de doelen helder te maken: waar moet aan worden voldaan? Met ons omgevingsbeleid sturen we daarom op doelen. Daar is vervolgens nog uitwerking voor nodig. Die uitwerking willen wij doen met gebiedspartners en betrokkenen. Dat kan in de vorm van beleidsen/of uitvoeringsprogramma’s, de Omgevingsverordening, gebiedsprocessen en met projecten en initiatieven. Dit betekent dat in de loop van de tijd meer en meer duidelijkheid zal ontstaan over de uit te voeren maatregelen. Waar dat kan zetten wij in op het combineren van opgaven, waar het nodig is om te kiezen tussen opgaven dan zijn

wij daar duidelijk over en bieden wij houvast voor het maken van keuzes. Combineren: Alle opgaven naast elkaar in de ruimte plaatsen gaat niet passen. De oplossing zit in zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, samenhangende oplossingen en verweving van opgaven. Wij denken dat opgaven elkaar kunnen versterken.

‘Waar’ kan een initiatief een plek krijgen? Niet alles kan altijd overal. Daarvoor is in deze Omgevingsvisie een denkwijze uitgewerkt die duidelijk maakt hoe wij prioriteren, wegen en waar mogelijk ruimte laten voor lokale eigen bestuurlijke afwegingen. De ‘redeneerlijn’ is het kader dat ons en onze partners helpt bij de afweging ‘waar’ een ontwikkeling een plek kan krijgen.

Kiezen: Omdat niet alles overal (meer) kan, is het nodig om keuzes te maken. Deze Omgevingsvisie biedt houvast bij het maken van keuzes. Kiezen doen we met de volgende Leidende Principes: • Duurzaam omgaan met onze ruimte en voorraden; • Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting; • Inzetten op krachtige DUS-regio’s (Daily Urban System); • Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken.

Afbeelding: Leidende Principes

8

Voor de economische kant van brede welvaart hebben we economisch beleid. Dit is op hoofdlijnen opgenomen in deze Omgevingsvisie. Hiermee worden ook de economische aspecten meegenomen in ons omgevingsbeleid. Bestaand en nieuw beleid integraal en samenhangend We hebben als provincie al vele jaren een Omgevingsvisie. We zijn bij het opstellen van deze Omgevingsvisie niet opnieuw begonnen. In deze Omgevingsvisie hebben we alle thema’s met bijbehorende opgaven en uitdagingen in samenhang bekeken en beschreven in onze visie. Deze Omgevingsvisie is een visie die richting geeft en integrale afwegingen mogelijk maakt voor bijvoorbeeld beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s of gebiedsprocessen. In hoofdstuk 6 zijn de ambities, doelen en opgaven en strekking van beleid beschreven die we met deze Omgevingsvisie meegeven voor verdere uitwerking en detaillering. Hierin is ook nieuw beleid opgenomen dat we ontwikkeld hebben voor de grote uitdagingen op het gebied van klimaat en energie, verstedelijking en mobiliteit en natuur en landbouw.

Afbeelding: Redeneerlijn voor het maken van locatiekeuzes

Brede welvaart en Rode Draden Met onze Rode Draden zorgen we ervoor dat bij het maken van keuzes ook oog is voor het zorgvuldig afwegen van alle belangen op het gebied van brede welvaart. Dus ook economische en sociaal-maatschappelijke belangen. De Rode Draden Ruimtelijke Kwaliteit, Sociale Kwaliteit, Gezondheid en Duurzaamheid geven ons daarvoor houvast en maken onderdeel uit van ons ruimtelijk beleid. Aan nieuwe initiatieven vragen we om te onderbouwen hoe ze bijdragen aan deze Rode Draden.

9

Onze visie en ons (nieuwe) beleid op het gebied van klimaat en energie, verstedelijking en mobiliteit en landbouw en natuur Onze steden en dorpen groeien en onze landbouwgrond en natuur is waardevol maar schaars. Wij vinden het essentieel dat we verstandig omgaan met de beschikbare ruimte in onze provincie en hier zuinig op zijn. Daarom zetten we bij alles wat we doen in op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Op het gebied van klimaat en energie maken wij keuzes die bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering en stimuleren wij dat bij de inrichting van het bebouwde gebied en de groene omgeving, waar nodig, rekening wordt gehouden met toenemende weersextremen. Voor het bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering zetten we in op het zuiniger en zorgvuldiger omgaan met energie, grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen. En op het beperken van uitstoot van broeikasgassen door het opwekken van duurzame energie en het meer vastleggen van koolstof via het gebruik van natuur- en

landbouwgrond. Voor het omgaan met klimaatverandering willen we komen tot regionale water- en bodemsystemen die robuust, veerkrachtig, klimaatbestendig, vitaal en veilig zijn. Hiermee creëren we tegelijkertijd een gezondere leefomgeving voor onze inwoners. Wij kijken daarbij naar stroomgebieden en maken onderscheid in maatregelen die passend en nodig zijn in de verschillende delen van de provincie. In veenweidegebieden vraagt dit iets anders dan op zandgronden of in de gebieden rondom de IJssel, Vecht en Delta. En het vraagt zowel maatregelen in de groene omgeving als binnen bebouwd gebied. Dit onderscheid komt dan ook terug. Er blijft onverminderd vraag naar ruimte voor wonen en werken. Op regionaal niveau gaan wij door met het onderling afstemmen van deze behoefte. De ontwikkeling in de woon- en leefomgeving van onze inwoners raakt logischerwijze ook aan de behoefte aan voorzieningen, aan mobiliteit, ontspanning, energie, groen, cultureel erfgoed en klimaat. Daarom pakken we deze opgaven niet los van elkaar, maar in samenhang op. In onze provincie zien we drie stedelijke netwerken, de ‘Daily Urban Systems’ (DUS): Regio Twente, Regio Stedendriehoek (Deventer) en Regio Zwolle. Dit zijn samenhangende gebieden van steden en omliggende kernen waar mensen dagelijks heen en weer bewegen tussen wonen, werken en leven.

Zwolle, Almelo, Hengelo, Enschede en Deventer zijn belangrijke centrale motoren hierin, maar juist het samenspel met de omliggende kernen maakt het Daily Urban System tot een eigen functionerend systeem. We zetten de Daily Urban Systems centraal in onze aanpak, dat doen we onder andere in verstedelijkingstrategieën. Wij zetten hierbij in op het zuinig en zorgvuldig gebruiken van onze ruimte en kijken daarvoor in eerste instantie naar het benutten van bestaand bebouwd gebied. We zetten in op geconcentreerde groei van steden én van de goed bereikbare middelgrote kernen en de dorpen, met functies in nabijheid van elkaar. Iedere kern kan bouwen voor de lokale behoefte. Het bebouwde gebied en de groene omgeving blijven met elkaar in balans. De landbouw in onze provincie zorgt voor voedselzekerheid, is een economische en sociale drager van onze groene omgeving en draagt bij aan de kwaliteit van ons landschap. Tegelijk is er veel onzekerheid over

10

het toekomstperspectief. Het is nodig dat een passende balans wordt gevonden met de draagkracht van de fysieke leefomgeving, waarbij ook voldoende verdienvermogen is. In de Omgevingsvisie geven wij hiervoor op hoofdlijnen richting en in gebiedsprocessen kijken wij met partners hoe wij invulling kunnen geven aan doelen voor natuur, water en klimaat. We onderscheiden landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen en landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen. In de landbouwgebieden met generieke opgaven en kansen zetten we in op het beschermen van de ruimte voor de landbouw. In de landbouwgebieden met gebiedsspecifieke opgaven en kansen zien we naast voedselproductie, ook kansen voor maatschappelijke diensten om de opgaven op het gebied van natuur, water en klimaat aan te pakken. Voorwaarde hiervoor is de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen. We zetten ons richting het Rijk dan ook in voor noodzakelijke structurele financiering voor langjarige ecosysteemdiensten. Wij dragen bij aan het verder verbeteren van de waterkwaliteit en bijbehorende ecologische doelen door verder te werken aan de Kaderrichtlijn Water. Wij zetten ons in om de neergaande trend van biodiversiteit te stoppen en te werken aan biodiversiteitsherstel.

Wij doen dit door verder te werken aan Natura 2000, voldoende groenblauwe verbindingen en we willen werken aan de basiskwaliteit natuur in gebieden waar natuur niet de leidende functie is. Aan de slag Met de concept Omgevingsvisie als kader zoeken we in nauw overleg met gebiedspartners in de uitvoering oplossingen in gebiedsprocessen en in beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s.

(hier later nog de visiekaart toevoegen – zit nu in de kaartenbijlage)

11

De Omgevingsvisie van Aniek Olsman en Oscar Schippers De leefomgeving ‘Ik was anderhalf jaar oud toen ik een epilepsieaanval kreeg die vier dagen duurde. Ik lag zwetend en schokkend in bed en had 42 koorts. Hoewel de dokter mij daarna maar weinig kans gaf, heb ik het toch overleefd. Sindsdien ben ik half verlamd en zit ik in een rolstoel, maar dat heeft geen invloed op mijn humeur. Ik lach elke dag en haal graag geintjes uit. Hoe gekker de grap, hoe mooier ik het vind’, aldus Aniek Olsman (30 jaar) uit Vroomshoop. Natuurlijk baalt ze er wel eens van dat ze niet zonder haar rolstoel kan, maar Aniek vindt zichzelf niet zielig. Integendeel. ‘Als ik mijn leven een cijfer tussen de 1 en 10 moet geven, kies ik voor een 10+. Gewoon omdat ik altijd lekker in mijn vel zit én omdat ik een heel fijn appartement heb hier in Vroomshoop.’

Verplaatsen per fiets Net als Aniek is Oscar Schippers (15 jaar) best tevreden met zijn leefomgeving. De 4-vwo-leerling woont bij zijn ouders thuis in Almelo en hij heeft het geluk dat de openbare scholengemeenschap Het Erasmus op slechts vier minuten lopen ligt. ‘De middagpauze duurt een half uur en dat biedt me net genoeg tijd om naar huis te lopen, een lekkere kop koffie te zeten en te drinken en weer op tijd op school te zijn voor het volgende lesuur. Dat kunnen niet veel klasgenoten mij nazeggen.’ In zijn vrije tijd is Oscar druk met huiswerk en korfbal en in het voor- en zomerseizoen heeft hij een bijbaantje bij IJscotheek Van Olffen in het centrum van de stad. ‘Ik kan alle plekken makkelijk met de fiets bereiken. Dat is het voordeel van Almelo, want qua omvang is het geen stad als Amsterdam, maar eerder een groot dorp.’ Zelfstandig wonen Aniek woont sinds 2014 in Spoor 12, een woonlocatie voor (jong)volwassenen met een lichte tot matige verstandelijke en/of lichamelijke beperking. ‘Toen mijn vier oudere broers, mijn oudere zus én mijn jongere broer het huis van mijn ouders verlieten, wilde ik ook op mijzelf gaan wonen. Dat kan ik hier zelfstandig, omdat ik indien nodig hulp krijg. De zorgmedewerkers helpen mij bijvoorbeeld bij het uit bed komen en naar bed gaan en bij het douchen.

Verder heb ik gewoon een eigen woonkamer en keuken, een slaapkamer, een eigen badkamer met douche en toilet en ik geniet van het mooie uitzicht. In dit complex wonen in totaal 22 mensen en ik ben bevriend met een aantal van hen. We komen bij elkaar op bezoek, halen een grap uit en meestal eten we samen. Want we zijn gek op gezelligheid.’

12

Bereikbaarheid en vermaak Ook Oscar brengt graag tijd door met zijn vrienden. Ze zitten vaak in de schuur van zijn ouders, waar ze kunnen snookeren en darten. ‘Natuurlijk willen we ook weleens de stad in, maar helaas biedt het uitgaanscentrum in Almelo eigenlijk geen gelegenheden voor jongeren van mijn leeftijd. Voor de meeste cafés moet je achttien jaar of ouder zijn. Discotheek Lucky in Rijssen organiseert weleens een Teenageparty voor jongeren vanaf 12 jaar, maar dat is wel een heel eind om te fietsen. Daarom ga ik soms met vrienden per trein naar Amsterdam, Groningen of Utrecht om een concert te zien of de stad te verkennen. Als we de laatste trein nemen, komen we rond 01.00 uur ’s nachts in Almelo aan. Het nadeel van de trein is dat je met een kortingskaart niet tijdens de spits mag reizen en een gewoon treinkaartje is best prijzig.’

Meedraaien in de maatschappij Aniek realiseert zich ook hoe duur sommige dingen zijn. ‘Ik krijg ieder jaar een Persoonsgebonden budget (pgb) waarmee ik samen met mijn ouders zorg en ondersteuning inkoop. Van dat geld betaal ik bijvoorbeeld de huur van mijn appartement. Daarnaast krijg ik ongeveer iedere zeven jaar een nieuwe rolstoel die al snel 30 duizend euro kost. En eens in de anderhalf jaar kopen we nieuwe schoenen waar je al snel ruim tweeduizend euro voor moet betalen. Hoewel ik geen loon verdien, vind ik het wel belangrijk om mee te draaien in de maatschappij. Gewoon, om collega’s en klanten te zien en te spreken. Daarom werk ik vier dagen per week in de winkel van arbeidscentrum De Vlinder in Ommen, waar ik achter de kassa zit en gastvrouw ben. Samen hebben we daar echt dikke schik.’ Teruggaan naar Almelo Voor Oscar duurt het nog wel even voordat hij officieel aan het werk gaat. Eerst moet hij het vwo afronden en vervolgens gaat hij waarschijnlijk een technische opleiding volgen. ‘Maar het kan ook zijn dat ik fysiotherapie ga doen, dat lijkt me ook heel leuk. In ieder geval ben ik van plan om tijdens mijn opleiding op kamers te gaan. Misschien in Almelo, omdat je hier wat makkelijker een kamer vindt. Of ik ga naar een grotere stad, maar ik weet dat het veel lastiger is om daar een kamer te vinden.

In ieder geval ben ik van plan om na mijn studie weer terug naar Almelo te komen. Ik vind het hier gemoedelijk en het is niet zo druk. Ik zou nooit in de Randstad willen wonen.’ Bijdragen aan de opgaven Hoewel Aniek en Oscar wel degelijk geïnteresseerd zijn in de opgaven rondom klimaatverandering, de stikstofproblematiek en bijvoorbeeld de woningbouw, doen ze er niet heel veel mee. ‘Simpelweg omdat ik er vanuit mijn rolstoel niet veel aan kan doen’, aldus Aniek. Oscar maakt zich wel zorgen, maar hij vraagt zich af wat hij er als individu aan kan doen. ‘Thuis scheiden we het afval en ik verplaats me per fiets en trein, maar verder kan ik niet veel. En omdat ik nog geen achttien ben, mag ik nog niet stemmen en heb ik dus geen invloed op de politiek.’

13

Een meer of minder groene omgeving Als ze naar hun eigen leefgebied kijken, hebben Aniek en Oscar een duidelijke voorkeur als het gaat om meer of minder groen in hun omgeving. Zo vindt Oscar het belangrijk dat er voldoende planten en bomen in zijn wijk staan. ‘Dat ziet er gewoon gezelliger uit. En ik vind het fijn dat er vlakbij ons huis een bos ligt waar ik bijvoorbeeld lekker kan gaan hardlopen.’ Als het aan Aniek ligt, mag het aanwezige groen in Vroomshoop best worden vervangen door beton en asfalt. ‘Maar dat zeg ik alleen omdat het voor mij dan veel makkelijker is om in mijn rolstoel rond te rijden, haha.’

14

De Omgevingsvisie van Tiny Makkinga-Boesenkool, Kees de Vos en Martine Bisschop 24

Inhoudsopgave

Overijssel voor en met Elkaar!

1

Colofon

2

Voorwoord

3

De Omgevingsvisie van Jarno Bremmer en Jan Paul ten Berge

4

Samenvatting

7

De Omgevingsvisie van Aniek Olsman en Oscar Schippers

12

Inhoudsopgave

15

Hoofdstuk 1: Aanleiding 17 1.1 Aanleiding voor deze Omgevingsvisie 18 1.2 ‘Overijssel voor en met elkaar!’ 19 1.3 Status van deze Omgevingsvisie 20 1.4 Totstandkoming van deze Omgevingsvisie, participatie en vervolg 22 1.5 Leeswijzer 23

15

Hoofdstuk 2: Onze visie: Overijssel voor en met elkaar! 27 2.1 Het vele moois van Overijssel 29 2.2 Noaberschap zit in ons DNA 30 2.3 Omgaan met grote uitdagingen en zoeken naar balans 31 2.4 Afwegingen en keuzes met Leidende Principes en een Redeneerlijn 32 2.5 Brede welvaart voor al onze inwoners 34 2.6 We benutten de ruimte zuinig, zorgvuldig en meervoudig 36 2.7 Voorbereid op de toekomst: klimaatbestendig en duurzaam 38 2.8 Goede bereikbaarheid en stedelijke netwerken als motor van onze sterke economie 41 2.9 Toekomstbestendige landbouw met duidelijkheid en perspectief 46 2.10 Natuur ligt overal ‘om de hoek’ in een beeldbepalend landschap 48 2.11 Gebiedseigen oplossingen in vier windstreken 50 2.12 In nauw overleg met de samenleving 52

Hoofdstuk 3: Leidende Principes en Redeneerlijn. Het hart van onze Omgevingsvisie! 3.1 Inleiding 3.2 Duurzaam omgaan met ruimte en voorraden 3.3 Water en bodem sturend maken in onze ruimtelijke inrichting 3.4 We zetten in op krachtige DUS-regio’s 3.5 Voortbouwen op onze bestaande sterke netwerken 3.6 De Redeneerlijn: toepassen van de Leidende Principes

53 54 55 58 61 63 64

Hoofdstuk 4: Werken aan brede welvaart met Rode Draden 4.1 Inleiding 4.2 Ruimtelijke Kwaliteit 4.3 Sociale Kwaliteit 4.4 Gezondheid 4.5 Duurzaamheid

68 69 70 72 74 75

Hoofdstuk 5: Bestuursstijl, uitvoering, samenwerking en monitoring. Van Visie naar Praktijk 5.1 Bestuursstijl 5.2 Samenwerking en uitvoering 5.3 Monitoring, Evalueren en Leren

76 77 80 83

Hoofdstuk 6: Kaderstelling voor beleid 6.1 Water, bodem en klimaatadaptatie 6.2 Klimaatmitigatie en energie(transitie) 6.3 Landbouw en voedselvoorziening 6.4 Natuur en landschap 6.5 Cultureel erfgoed 6.6 Verstedelijking 6.7 Wonen 6.8 Ondernemen, werken, voorzieningen en logistiek 6.9 Mobiliteit en luchtvaart 6.10 Vrije tijd, recreatie en toerisme (vrijetijdseconomie) 6.11 Milieu en Gezondheid 6.12 Sociale Kwaliteit en (positieve) gezondheid

84 85 88 92 94 97 99 100 102 105 108 110 113

16

Bijlagen

115

Bijlage 1: Gebiedseigen perspectieven voor vier windstreken

116

Bijlage 2: Totstandkoming en participatie

117

Bijlage 3: Omgevingseffectrapport (OER)

134

Bijlage 4: Gebiedsvisie Technology Base

135

Bijlage 5: Begrippenlijst

136

Hoofdstuk 1: Aanleiding

17

Ga naar inhoudsopgave

1.1 Aanleiding voor deze Omgevingsvisie Overijssel is een mooie provincie om in te wonen, te werken en te leven. Op het gebied van brede welvaart scoort onze provincie bovengemiddeld, onder andere door ons ‘Noaberschap’. Dat willen we graag zo houden. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen die om ruimte vragen. Denk aan de vraag naar nieuwe woningen en ruimte voor bedrijven, de overgang naar duurzamere en schonere mobiliteit, klimaatverandering, schoner water en vitalere bodems, de omslag naar nieuwe duurzame energie, de toekomst en leefbaarheid van ons landelijk gebied en het herstellen en verbeteren van de kwaliteit van de biodiversiteit. Hoe willen we hier mee omgaan? En welke kansen, perspectief en toekomstvormen zien we voor de oplossingen van deze grote uitdagingen? Hoe zorgen we ervoor dat onze provincie een mooie, prettige, veilige en gezonde plek blijft om te wonen, werken, recreëren en leven, voor nu en in de toekomst? Stuk voor stuk ingewikkelde vragen en de antwoorden hierop hebben invloed op elkaar. Al deze opgaven moeten namelijk samenkomen op het beperkte grondgebied van onze provincie. Het inpassen ervan is een ingewikkelde puzzel. Niet alleen om ruimte te vinden voor bestaande en nieuwe functies. Maar ook omdat daarbij rekening gehouden moet

18

worden met de wisselwerking tussen de huidige situatie en bestaande kwaliteiten onder andere op het gebied van erfgoed, cultuur en identiteit, het benodigde ruimtegebruik en alle verschillende uitdagingen die op een bepaalde plek spelen. Hoe kunnen woonwijken niet alleen snel worden aangelegd, maar ook zodanig dat ze tegen langere periodes van droogte, warmte en heftigere regenbuien kunnen? Hoe kan de landbouw zich verder ontwikkelen en tegelijkertijd bijdragen aan de biodiversiteit en de aanpak van verdroging? En hoe kunnen windturbines voldoende maatschappelijk geaccepteerd worden door de mensen die er wonen en een plaats krijgen zonder landschappen al te veel aan te tasten? En hoe nemen we, naast ruimtelijke belangen, ook sociale, culturele, economische en duurzame belangen mee in de te maken keuzes? Met deze Omgevingsvisie geven we ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, kan er ingespeeld worden op lokale kenmerken en wensen en bieden we duidelijkheid door middel van doelen en kaders voor de invulling van de uitdagingen, waar wij met onze medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners voor staan.

Ga naar inhoudsopgave

1.2 ‘Overijssel voor en met elkaar!’ In een notendop is onze visie dat we onze inwoners en ondernemers een aantrekkelijke, prettige, gezonde en veilige woon-, werk- en leefomgeving bieden. Zowel in het bebouwde gebied als in de groene omgeving. In deze leefomgeving willen we ruimte bieden voor de belangrijke uitdagingen op het gebied van verstedelijking en mobiliteit, klimaat en energie en landbouw en natuur. Tegelijkertijd willen we ook oog houden voor het bestaande, dat wat er al is, dat wat ons bindt. Zoals het waardevolle landschap, kenmerkende bebouwing met de daarbij samenhangende lokale en regionale identiteit, cultuur en het immateriële erfgoed. Dit willen we niet alleen behouden, maar ook versterken en ontwikkelen. In deze Omgevingsvisie bekijken we de opgaven in samenhang. Alle opgaven naast elkaar in de ruimte plaatsen gaat niet passen. Daarom moeten we zuinig en zorgvuldig met die ruimte omgaan. Dit vraagt om het maken van keuzes, het goed inpassen van ontwikkelingen en het grijpen van kansen. We zoeken dus naar samenhangende oplossingen en verweving van opgaven. Hierdoor kunnen opgaven elkaar versterken. Door in een gebied een oplossing te zoeken voor hitte in het dorp of de stad, bijvoorbeeld door meer groen aan te brengen, kan deze oplossing tegelijkertijd bijdragen aan biodiversiteit.

Dit kan ook weer zorgen voor verbetering op het gebied van gezondheid, sociale kwaliteit en leefbaarheid. In een gebied moeten alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn zorgvuldig worden afgewogen. Hiervoor nemen we vier Leidende Principes als uitgangspunt: 1) duurzaam omgaan met ruimte en voorraden, 2) water- en bodem sturend, 3) inzetten op krachtige DUSregio’s en 4) voortbouwen op onze bestaande netwerken. Naast ruimtelijke aspecten spelen in deze afwegingen ook sociaalmaatschappelijke en economische aspecten een rol. Die wegen we mee met behulp van onze Rode Draden: Ruimtelijke Kwaliteit, Sociale Kwaliteit, Gezondheid en Duurzaamheid en met ons economische beleid.

19

Hierdoor krijgt brede welvaart ook een plek in de afweging. Niet alle oplossingen passen overal in Overijssel op dezelfde manier. Daarom is ook maatwerk per gebied nodig. Overijssel kent namelijk meerdere gebieden, ieder met een eigen cultuurhistorische ontstaansgeschiedenis en identiteit. We hebben bij het opstellen van ons omgevingsbeleid gesprekken gevoerd met inwoners over de identiteit van Overijssel en deze op basis daarvan in beeld gebracht. Hiermee heeft ook de stem van de inwoners een plek in ons omgevingsbeleid gekregen. En dat is belangrijk, want onze inwoners willen zich thuis voelen en goed en prettig kunnen wonen, werken en leven in onze/hun provincie. Soms zijn uitdagingen en de bijbehorende oplossingen zo groot dat een aanpak of benadering op een hoger schaalniveau nodig is. De water-, natuur- of landbouwopgaven houden niet op bij een lokale grens. En we lossen het woningbouwprobleem ook niet op in één stad of gemeente. We hebben als provincie daarbij een sleutelrol in de fysieke leefomgeving. Vanuit wettelijke taken, zoals bijvoorbeeld op het gebied van zorg voor voldoende en schoon water en het provinciale wegennet. Maar ook vanuit het provinciaal belang. Dat zijn onderwerpen die bijvoorbeeld om een afweging vragen op de schaal van de provincie. Maar ook regels over zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit.

We pakken daarom als provincie onze rol als gebiedsregisseur. In de ‘Memorie van Toelichting bij de Omgevingswet’ staat hierover het volgende genoemd: “De provincies hebben een belangrijke bestuurlijke rol bij het verbinden en regisseren van de opgaven in de fysieke leefomgeving, opdat het geheel meer is dan de som der delen”. Die rol als gebiedsregisseur komt bij uitstek naar voren bij de provinciale Omgevingsvisie en vullen wij in om zo te komen tot een mooi en sterk Overijssel.

Ga naar inhoudsopgave

1.3 Status van deze Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is een instrument onder de nieuwe Omgevingswet, elke provincie moet een Omgevingsvisie hebben. Deze Omgevingsvisie is een integrale visie met ambities, doelen, beleid en een omschrijving van de beoogde uitvoering voor (gebieden in) Overijssel voor de fysieke leefomgeving voor de middellange termijn (10 jaar – tot ongeveer 2035), met een doorkijk naar de lange termijn (tot 2050). Deze doorkijk is nodig, zodat we nu keuzes kunnen maken, die ook passend zijn voor de lange termijn.

Concreet betekent dit dat deze Omgevingsvisie ingaat op de kwaliteit van de leefomgeving, de keuzes die gemaakt zijn en de samenhang tussen onder andere ruimte, erfgoed, water en bodem, klimaat, milieu, gezondheid, natuur, landbouw, landschap, wonen en werken, recreëren, mobiliteit, ondergrond, sterke netwerken en cultuur. Ook komen sociaalmaatschappelijke en economische thema’s aan bod, zodat ook dat in samenhang meegewogen wordt.

Afbeelding: Overzicht van de inhoud van de Omgevingsvisie

20

Ga naar inhoudsopgave

In onze Omgevingsvisie bakenen we af waar we voor de fysieke leefomgeving in onze provincie vanuit wettelijke taken aan de lat staan en wat we van provinciaal belang vinden. Daarbij is echter niet alles van ‘even groot’ provinciaal belang. Belangrijk is dat we sturen op doelen en dat er ruimte blijft voor maatwerk en gebiedseigen oplossingen. Zodat er ook flexibel ingespeeld kan worden op nieuwe ontwikkelingen. De Omgevingsvisie bindt alleen de provincie, maar geeft voor de komende jaren wel richting aan (nieuwe) ontwikkelingen binnen onze provincie en de inspanning die wij leveren. We zeggen bewust dat we richting geven. Deze Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor hoe onze provincie er straks bij ligt.

21

We geven een beeld van waar we vandaan komen, wat we van waarde vinden en dus willen behouden, waar we naartoe willen en welke Rode Draden en Leidende Principes we gebruiken bij het maken bij verdere afwegingen en keuzes. We beschrijven de doelen en kaders voor het omgevingsbeleid voor de middellange en lange termijn, de wijze waarop we richting geven en de manier waarop we naar nieuwe initiatieven en de bestaande inrichting zullen kijken. Ook geven we een systematiek voor afweging, keuzes en uitvoering van oplossingen voor de grote uitdagingen en andere thema’s: de Redeneerlijn. Tot slot geven we in deze Omgevingsvisie aan hoe we, in nauw overleg met onze medeoverheden, partners, ondernemers en inwoners, deze visie willen gaan realiseren.

Ga naar inhoudsopgave

1.4 Totstandkoming van deze Omgevingsvisie, participatie en vervolg Deze Omgevingsvisie is tot stand gekomen via een uitgebreid proces met veel consultatie van partners, ondernemers en inwoners. De kennis en ervaring van onze partners, ondernemers en inwoners zijn nodig voor goede oplossingen en om te komen tot een kwalitatief goede Omgevingsvisie. In bijlage 2 van deze Omgevingsvisie is een uitgebreid participatieverslag opgenomen van het doorlopen proces. Dit proces heeft geleid tot een mooi resultaat: een toekomstvisie voor Overijssel en gebiedseigen perspectieven voor haar deelgebieden, met bijbehorende ambities, doelen en opgaven en beleid, een omschrijving van onze bestuursstijl en een strategie voor de uitvoering.

22

Overijssel is nooit af en daarmee deze Omgevingsvisie ook niet. Deze Omgevingsvisie bevat een visie voor de langere termijn, die nadere uitwerking vraagt. Deze uitwerking pakken we op in nauw overleg met onze inwoners, ondernemers en partners. Met behulp van hun inzet en energie, denk- en ondernemerskracht, maken we onze provincie nóg mooier, nóg beter en nóg prettiger voor mensen om in te wonen, te werken en te leven.

Ga naar inhoudsopgave

1.5 Leeswijzer Deze Omgevingsvisie is een integrale visie met ambities, doelen en opgaven, (strekking van) beleid en een omschrijving van de beoogde uitvoering voor (gebieden in) Overijssel voor de fysieke leefomgeving voor de middellange termijn (10 jaar – tot ongeveer 2035), met een doorkijk naar de lange termijn (tot 2050). In deze Omgevingsvisie hebben we alle thema’s met bijbehorende opgaven en uitdagingen in samenhang bekeken en beschreven. Deze Omgevingsvisie is een visie die richting geeft en integrale afwegingen mogelijk maakt voor nadere uitwerking in bijvoorbeeld beleids- en/of uitvoeringsprogramma’s of gebiedsprocessen. Deze Omgevingsvisie is zelfbindend en geeft dus richting voor ons eigen handelen.

ontwikkeling een plek kan krijgen. Het is daarmee een hulpmiddel dat helpt om binnen de kaders van de Omgevingsvisie een afweging te maken, of om te kunnen reageren op een initiatief tot functieverandering. Bij het maken van keuzes is het belangrijk om, naast ruimtelijke afwegingen, ook rekening te houden met sociaal-maatschappelijke gevolgen en de economie. We willen namelijk met onze visie ook bijdragen aan de brede welvaart van onze inwoners. Dit doen we met onze Rode Draden: 1) Ruimtelijke Kwaliteit, 2) Sociale Kwaliteit, 3) Gezondheid en 4) Duurzaamheid. Dit is beschreven in hoofdstuk 4. Voor de economische kant van Brede Welvaart hebben we economisch beleid.

Naast deze Omgevingsvisie kennen we ook een Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening is een eigenstandig document dat juridische doorwerking heeft en zaken kan afdwingen richting medeoverheden en initiatiefnemers. Een bijlage bij deze Omgevingsverordening is de Catalogus Gebiedskenmerken. Waar nodig verwijzen we in deze visie naar deze documenten.

In hoofdstuk 5 van deze Omgevingsvisie gaan we in op de manier waarop we ons omgevingsbeleid, in nauw overleg met medeoverheden, partners, ondernemer en inwoners, willen uitvoeren en welke rol we daarbij pakken. In hoofdstuk 6 geven we een overzicht van ambitie, doelen en opgaven en strekking voor beleid als kaderstelling voor de verschillende beleidsterreinen in de fysieke leefomgeving.

We beginnen deze Omgevingsvisie met onze visie voor Overijssel (hoofdstuk 2). Waar willen we naartoe? Deze visie voor Overijssel is geen blauwdruk voor hoe Overijssel er straks bij ligt. We geven een beeld van waar we naartoe willen, waarbij er ruimte is voor maatwerk en flexibiliteit. We nemen onze kracht – de bestaande kwaliteiten – als basis. Deze basis willen we beschermen en ontwikkelen. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen. De oplossingen voor deze uitdagingen zullen een plek moeten krijgen in Overijssel. We beschrijven in onze visie hoe we met deze grote uitdagingen om willen gaan. In deze Omgevingsvisie hebben we gezocht naar balans én geven we richting om te helpen bij het maken van keuzes. Hierbij maken we gebruik van Leidende Principes en een Redeneerlijn (hoofdstuk 3). De Redeneerlijn is het kader dat helpt bij de afweging ‘waar’ een

Bij deze Omgevingsvisie horen een aantal bijlagen. De eerste bijlage bevat gebiedseigen perspectieven van de windstreken van Overijssel: Salland, Noordwest Overijssel, het Vechtdal en Twente. De perspectieven geven een beeld van hoe de regio eruit kan komen te zien en zijn een gebiedseigen uitwerking van deze Omgevingsvisie. De uitgewerkte visies zijn geen blauwdruk, maar inspirerend en uitnodigend. Bijlage 2 bevat een uiteenzetting van de totstandkoming van en participatie hoe we gekomen zijn tot deze Omgevingsvisie. Bijlage 3 is het Omgevingseffectrapport (OER) dat is opgesteld ten behoeve van deze Omgevingsvisie. Deze is nog in ontwikkeling en wordt bij een volgende versie van deze Omgevingsvisie toegevoegd. Tot slot bevat bijlage 4 de Gebiedsvisie Technology Base Twente en bijlage 5 een begrippenlijst.

23

Ga naar inhoudsopgave

De Omgevingsvisie van Tiny Makkinga-Boesenkool, Kees de Vos en Martine Bisschop De leefomgeving ‘Wat ik zo fijn vind aan Nieuwleusen? De rust en de vrijheid. Ik ben hier geboren en getogen, ken de mensen die hier wonen en zie hen zo ongeveer als familie. Dat “ons-kent-ons-gevoel” vind ik niet beklemmend, maar juist aangenaam, aldus Martine Bisschop (47 jaar). Samen met haar man, zoon en dochter woont ze inmiddels alweer 22 jaar in het huis dat ze zo goed als helemaal zelf hebben ontworpen en gebouwd. ‘De grond kochten we nog nét in de “guldentijd” in 2001 en in 2002 zijn we daadwerkelijk gaan bouwen. Daarvoor woonden we een tijdje in Staphorst, waar mijn man vandaan komt. Maar ook toen deed ik de boodschappen in Nieuwleusen, om toch even een praatje met bekenden te kunnen maken. Je kan wel zeggen dat ik vrij honkvast ben. Ik hou van deze vertrouwde en veilige omgeving.’

Gebrek aan geschikte woningen Wat dat betreft hadden Kees en Tiny ruim een jaar geleden enorm veel geluk, zo vertelt Kees. ‘Nadat onze partners waren overleden, zijn Tiny en ik na verloop van tijd gaan samenwonen in het huis van Tiny. Die eengezinswoning was eigenlijk te groot voor ons en dus gingen we op zoek naar een kleiner huis of een appartement die helaas niet of nauwelijks beschikbaar zijn in Ommen. Dat horen we van meerdere oudere mensen die we bijvoorbeeld via de kerk spreken. Dit appartement was wel een optie, maar de prijs lag te hoog, ook omdat er tot zo’n twee jaar geleden veel werd overboden. We hebben ons daarom ingeschreven voor een nieuwbouwwoning, hoewel de realisatie van een nieuwe wijk naar onze mening vaak erg lang duurt.’

Het belang van sociale contacten ‘In tegenstelling tot Martine zijn Tiny en ik wat minder honkvast, hoewel ook wij alweer zo’n zeventien jaar samen in Ommen wonen’, zo vertelt Kees de Vos (77 jaar). Voor zijn pensioen werkte Kees 40 jaar bij de PTT (de voorloper van KPN). ‘Omdat ik door de jaren heen diverse functies binnen de organisatie heb bekleed, woonde ik met mijn partner en twee kinderen onder meer in Zwolle en Zevenaar. Nadat mijn vrouw overleed, kreeg ik een relatie met Tiny.’ Tiny Makkinga-Boesenkool (79 jaar) komt oorspronkelijk uit het Drentse Zuidwolde en groeide op in Gramsbergen. ‘Nadat ik getrouwd was, woonde ik in verschillende Overijsselse plaatsen, kreeg ik kinderen, werkte ik als poetsinstructrice en tandartsassistente bij de Schooltandverzorging en verzorgde ik administratieve werkzaamheden bij de Thuiszorg. Toen ik met pensioen ging, zijn mijn man en ik in Ommen gaan wonen, omdat dit het geboortedorp van mijn man was en hij hier nog veel sociale contacten had. Dat maakte dat we weer graag in Ommen wilden wonen.’

24

Ga naar inhoudsopgave

Nieuwbouw op oud industrieterrein Op het oude industrieterrein in Ommen worden nu bijvoorbeeld oude bedrijfspanden gesloopt om nieuwe woningen te kunnen bouwen. Dat vindt Kees een goede zaak, maar… ‘Voordat die nieuwe woningen klaar zijn en er ook maar een boom groeit, ben je zo drie jaar verder. Dus toen Tiny en ik na verloop van tijd opnieuw op Funda keken en zagen dat de prijs van dit appartement gezakt was, besloten we het snel te kopen.’ Net als Kees beseft Tiny maar al te goed hoeveel geluk ze hebben met deze woning. ‘Iedereen die bij ons op bezoek komt, zegt dat ook. We hebben een woonkamer vol daglicht, twee slaapkamers, een balkon met een wijds uitzicht en aan de andere kant van de woonkamer zicht op de Vecht en het centrum. Vanuit deze plek kunnen we heerlijk wandelen, fietsen of boodschappen doen. Bovendien wonen we vlakbij onze vijf kinderen en dertien kleinkinderen. En dat is ons heel veel waard.’

Tiny houses op de plek van boerderijen Martine kan zich dit helemaal voorstellen, hoewel haar leven zich in een ander stadium bevindt. ‘Op dit moment wonen mijn zoon van 21 en dochter van negentien nog thuis, maar ik kan me voorstellen dat er een moment komt waarop zij op zichzelf willen gaan wonen. Dan zullen ze niet voor de stad kiezen, maar net als mijn man en ik in Nieuwleusen willen blijven wonen. Gewoon omdat hun vriendenkring hier is en hun sociale leven zich grotendeels in dit dorp afspeelt. Helaas is ook in Nieuwleusen het aanbod van betaalbare huizen zeer beperkt, hoewel er op woongebied wel allerlei initiatieven zijn. Zo komen er misschien diverse tiny houses op erven bij enkele boerderijen te staan. Dat zou voor mijn autistische zoon ideaal zijn, omdat hij daar lekker klein en overzichtelijk kan wonen. Kijk ik naar mijn man en mijzelf, dan zou ik in de toekomst graag in een appartement als dat van Kees en Tiny willen wonen, maar dan wel in Nieuwleusen natuurlijk.’ Stad versus dorp Het is niet zo dat Martine alleen het leven in een dorp kent. Integendeel. Sinds zes jaar werkt ze als servicecoördinator bij ouderenzorgorganisatie Stichting Driezorg, waarbij Martine 28 uur per week vanuit een vestiging in Zwolle de extramurale bewoners op allerlei gebieden ondersteunt en faciliteert. ‘Ik vind de stad prima, maar wel heel druk.

Als ik iets in een Zwolse winkel wil kopen, dan sta ik opzettelijk al tien minuten voor de opening voor de deur, om te voorkomen dat ik door een volle winkelstraat moet lopen waar iedereen tegen je aanbotst. Daarnaast moet ik mijn auto in een parkeergarage parkeren en een stuk lopen, terwijl ik in Nieuwleusen mijn auto heerlijk voor de deur kan parkeren. In vergelijking met de stad vind ik Nieuwleusen zo lekker prikkelarm. En we leven hier in een dorps tempo, waarbij alles wat minder hectisch is. Dat vind ik fijn, want tijdens mijn werk sta ik constant al “aan”, zoals dat heet.’

25

Ga naar inhoudsopgave

Het sociale welzijn staat onder druk Waar Martine op doelt, is de steeds luidere en toenemende zorgvraag. ‘De vergrijzing neemt toe, bejaardentehuizen zijn verdwenen, er zijn steeds meer zorgvragen aan psychiatrie en traumaverwerking en er zijn steeds meer zorgmedewerkers nodig, terwijl het aantal niet toeneemt. Dat is behoorlijk frustrerend. De zorg is een snelle wereld geworden waarbij steeds meer moet en steeds minder tijd is voor een echt gesprek met de bewoners. Ik begrijp dat de overheid graag wil dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, maar dat mag niet ten koste gaan van hun gezondheid en veiligheid. Ik voel me simpelweg heel erg betrokken en vind het verdrietig als ik bijvoorbeeld zie of merk dat bewoners van onze aanleunwoningen steeds minder contact hebben met een netwerk.’

Leven in de brouwerij Ondanks dat Tiny vier jaar geleden is gestopt met haar vrijwilligerswerk, heeft ook zij nog volop contact met de buitenwereld. ‘Als je op latere leeftijd naar een andere plek verhuist, kost het veel energie om een nieuw sociaal netwerk op te bouwen. En dat willen we niet meer. We zijn blij hier in Ommen. De natuur is prachtig en je kunt hier van alles doen. Natuurlijk is het in de zomer wat drukker door de toeristen, maar dat vinden Kees en ik eigenlijk wel gezellig. Een beetje reuring zorgt voor leven in de brouwerij.’

Deel uitmaken van de maatschappij Martine prijst zich dan ook gelukkig dat ze zelf over best een groot sociaal netwerk beschikt. ‘Ik heb mijn gezin, zie mijn collega’s natuurlijk meerdere dagen per week, ik tennis regelmatig met een groepje kennissen en ik ga op pad om te fotograferen. Daarnaast neem ik deel aan de activiteiten in het dorp, zoals het jaarlijkse Oranjefeest, en ik zet me in als vrijwilliger bij de sportverenigingen. Wat dat betreft maak ik echt deel uit van de gemeenschap waarin ik woon.’ Datzelfde geldt voor Kees en Tiny. Zo is Kees vrijwilliger bij verpleeghuis De Hoekstee, waar hij met bewoners gaat fietsen en zwemmen. En samen met Tiny en andere bewoners van appartementencomplex Molenerf praat hij eens per maand onder het genot van een drankje gezellig bij in een restaurant vlakbij het complex. ‘Juist met het oog op ons sociale netwerk zijn we niet naar Dalfsen of bijvoorbeeld Den Ham verhuisd.’

26

Ga naar inhoudsopgave

Hoofdstuk 2: Onze visie: Overijssel voor en met elkaar!

27

Ga naar inhoudsopgave

(Totaalvisie kaart toevoegen)

28

Ga naar inhoudsopgave

2.1 Het vele moois van Overijssel Overijssel is een mooie provincie om in te wonen, te werken, te leven en te recreëren. Levendige steden en hechte dorpen, een aantrekkelijke groene omgeving met hoogwaardige natuur, innovatieve agrarische bedrijven, mooie landgoederen en landschappen en de mooiste rivieren van Nederland: de IJssel en de Vecht. Onze inwoners en ondernemers voelen zich hier thuis. Onze provincie verenigt met schijnbaar vanzelfsprekend gemak grote contrasten. Hanzesteden én platteland. De hoogten van de Sallandse Heuvelrug én het laagveen in de Weerribben. Het coulisselandschap in Twente én het polderland in de Kop van Overijssel. De zandgronden in het oosten én het water van de IJsseldelta in het (noord)westen. De dienstensector rond Zwolle én de maakindustrie en nanotechnologie in Twente. En dynamische gebieden, met veel bedrijvigheid, mobiliteit, attractieparken, voorzieningen en cultuur met evenementen en festivals, en rustige en ‘luwe’ gebieden, waar het ‘s nachts nog echt donker is en je je ver waant van de stad. Een veelzijdig en afwisselend landschap met hechte gemeenschappen, fraaie dorpen, bruisende steden én drie grote stedelijke netwerken met elk een onderscheidend profiel (Regio Twente, Regio Zwolle en de Stedendriehoek). Met musea van betekenis, rijk cultureel erfgoed, grote sportevenementen en bruisende festivals.

29

De kwaliteit van onze provincie is verscheidenheid en variatie: de waterrijke Kop van Overijssel met Giethoorn als grote publiekstrekker. Het ‘open’ landschappelijk patroon van de laagveengebieden en kleiontginningen van Noordwest-Overijssel. De houtwallen, singels en bomenlanen in het agrarische gebied van Salland. Het Wilde Hart van Vecht, Regge en Sallandse Heuvelrug. Het rivierenlandschap met de afwisseling van landbouw en natuur in het Vechtdal en langs de IJssel met Hanzesteden Deventer, Zwolle, Kampen en Hasselt. De intimiteit van het Twentse boerenland met het essen- en stuwwallenlandschap. De stoere maat van de grote ontginningen van Twente en de afwisselende Twentse steden. Vooral gaafheid, herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. Al deze contrasten koesteren we en willen we verder ontwikkelen.

Ga naar inhoudsopgave

2.2 Noaberschap zit in ons DNA Onze provincie is door het verleden gevormd. Omdat elk gebied anders is ontstaan, zijn in elk gebied het landschap, de bebouwing en de ordende en dragende structuren zoals wegen en landschapselementen ook steeds anders. Dit geldt ook voor gebieden met een verschillende grondsoort: op veen is de ruimtelijke ontwikkeling anders geweest dan op zand of klei. De rijkdom aan cultureel erfgoed, zoals aardkunde, archeologie, gebouwde monumenten, het historische cultuurlandschap en het Overijsselse immateriële erfgoed vertellen gezamenlijk het verhaal van Overijssel: van haar ontstaan en ontwikkeling en zijn onderdeel van de identiteit van de provincie en de mensen die hier wonen, werken, ondernemen en recreëren. We willen ons kenmerkende en typisch Overijsselse cultureel erfgoed, waaronder het landschap, behouden en versterken, en gebruiken als drager van identiteit en gebiedseigen ontwikkelingen.

Wij willen dat iedereen kan genieten van een breed cultureel aanbod, ongeacht de grootte van iemands portemonnee. Cultuur zorgt namelijk voor ontspanning, verwondering, inspiratie en het versterkt onze lokale en regionale identiteit. Onze kracht zit daarom niet alleen in onze fysieke leefomgeving. Ook ons sociale leven is een grote kracht van Overijssel. Onze inwoners hebben bij het opstellen van deze Omgevingsvisie aangegeven wat zij belangrijke waarden vinden. Die staan op onderstaande afbeelding weergegeven. Deze waarden willen we behouden en versterken en zijn daarom onderdeel van onze visie voor Overijssel.

Dit vinden we belangrijk, want ons culturele erfgoed is van invloed op de identiteit en sociale cohesie in onze provincie. Onze inwoners voelen zich verbonden met de plek waar ze wonen, daar delen ze een gezamenlijke identiteit, zoals streektaal en tradities. Noaberschap zit in ons bloed. Overijsselaars werken hard en velen zijn actief voor hun omgeving. Dat zien we terug in het verenigingsleven, de culturele activiteiten en het vrijwilligerswerk. We zijn een ondernemende provincie. We zien kansen en mogelijkheden en die benutten we volop. Ons ondernemerschap is veelzijdig. Van de boeren die ons voedsel produceren tot aan de hightechbedrijven die de nieuwste technologieën ontwikkelen. De mkb- en familiebedrijven vormen de ruggengraat van onze regionale economie. Sociale contacten zijn belangrijk voor het welzijn en welbevinden. Mensen lezen, werken en ontmoeten elkaar onder andere in bibliotheken. Culturele ondernemingen zorgen voor vernieuwing en laten talent tot bloei komen. Afbeelding: een weergave van belangrijke waarden die door inwoners van onze provincie zijn benoemd

30

Ga naar inhoudsopgave

2.3 Omgaan met grote uitdagingen en zoeken naar balans We zien een aantal grote maatschappelijke opgaven op ons afkomen die ons raken. Het veranderende klimaat zorgt ervoor dat we steeds meer te maken krijgen met hevige regenval of juist langdurige droogte, hoge waterstanden, overstromingen en toename van langdurige perioden met hoge temperaturen. Daarnaast staan we voor een grote uitdaging om ruimte te vinden voor de vraag naar nieuwe woningen, voor verschillende doelgroepen, en bedrijven, de overgang naar duurzamere en schonere mobiliteit, voor de omslag naar duurzame energie, ruimte voor defensie, behoud van voldoende ruimte voor landbouw (voedselzekerheid), de toekomst en leefbaarheid van ons landelijk gebied en voor het herstellen en verbeteren van de kwaliteit van de biodiversiteit. De kwaliteit van het milieu is één van de factoren in de leefomgeving die van invloed is op de gezondheid en veiligheid van mensen. Dit betekent ook dat milieucondities op orde moeten zijn. Ook op economisch gebied zijn de opgaven groot: denk aan digitalisering, verduurzaming, voldoende ruimte voor economie, meer hergebruik van materialen (circulaire economie) en het vinden van geschikt en voldoende personeel.

Bij de ruimtelijke afweging (ook als het gaat om verzoeken van het rijk in het kader van nationale veiligheid/defensie) nemen we expliciet de belangen van het bestaande gebruik en andere (toekomstige) ruimtewensen mee. Hoe bereiden we ons hierop voor en hoe gaan we hiermee om?

31

Dat doen we door te zoeken naar balans. Denk aan: • Balans in het vinden van ruimte voor verschillende functies door zorgvuldig ruimtegebruik; • Balans tussen stedelijk en landelijk gebied: hechte en unieke dorpen met de dagelijkse voorzieningen binnen handbereik op een mooi en vitaal platteland met ruimte voor de landbouw versus levendige steden waar het goed wonen en werken is, met volop voorzieningen en vertier; • Balans tussen rust en reuring: de stilte, donkerte en ruimte van het platteland versus dynamische (inter)nationale netwerken en knooppunten waarlangs we ons verplaatsen en handelen met de rest van Nederland en Noordwest-Europa; • Balans tussen natuurlijke omstandigheden en het landgebruik: we houden oog voor de lange termijn en de grenzen van de natuurlijke omstandigheden. Waarbij we ook zoeken naar een goede balans tussen voedselproductie, leefomgeving en verdienmodel. We maken gebruik van technische oplossingen en innovaties die passen bij de natuurlijke omstandigheden.

Ga naar inhoudsopgave

2.4 Afwegingen en keuzes met Leidende Principes en een Redeneerlijn Het zoeken naar balans vraagt om keuzes, slimme combinaties, zorgvuldig ruimtegebruik en innovaties. Niet alles kan overal, want alle opgaven naast elkaar in de ruimte plaatsen gaat niet passen. Daarom moeten we zuinig en zorgvuldig met die ruimte omgaan. We zoeken naar samenhangende oplossingen en verweving van opgaven. Hierdoor kunnen opgaven elkaar versterken. In een gebied moeten alle belangen die bij een ontwikkeling betrokken zijn zorgvuldig worden afgewogen. Van belang hierbij is dat de doelen helder zijn: waar moet aan worden voldaan? Met ons omgevingsbeleid sturen we daarom met name op doelen. De uitwerking van hoe we die doelen gaan halen vindt plaats in nauw overleg met medeoverheden, partners en betrokkenen in beleidsen/of uitvoeringsprogramma’s, gebiedsprocessen, projecten en initiatieven van onderop. Voor het zoeken naar balans en bij het maken van onze visie en ons beleid, maken we gebruik van vier Leidende Principes: 1) duurzaam omgaan met de ruimte en voorraden, 2) water en bodem sturend, 3) inzetten op krachtige DUS-regio’s en 4) voortbouwen op sterke netwerken. Deze Leidende Principes zijn in hoofdstuk 3 van deze Omgevingsvisie nader uitgewerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=3d582596-573b-4140-8f57-2c846ca28e43