CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 c. Natuurwaardenkaart

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Concept groen- en recreatiebeleid57.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

Roodborsttapuit Spotvogel Torenvalk Wulp

Reptielen, Amfibieën & Vissen (11 waargenomen) Baars Bermpje Gewone pad Grote modderkruiper Kleine modderkruiper

Marmergrondel Rietvoorn Snoek Tiendoornige stekelbaars Zeelt

Overige Ongewervelden (24 waargenomen) Aardappelprachtblind Grote spinnende watertor wants Bleek bootsmannetje Gestreepte waterroofkever Geelgerande watertor Waterschorpioen Staafwants Zoetwaterpissebed Goudvenstertje

Laatvlieger Rosse vleermuis

Ree Er staan soortenvan welEgel voedselrijke omstandigheden, maar Haas Steenmarter niet te voedselrijk, ze bemesten er blijkbaar met mate. Konijn Daarnaast groeien er enkele soorten die vaak voorkomen op Moloppervlakte komt. gronden waar kwel aan de

Dagvlinders (12 waargenomen) Argusvlinder Atalanta Bruin zandoogje Distelvlinder Icarusblauwtje

Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder Oranjetipje

Vaatplanten (121 waargenomen) Poelruit Blauwe knoop Blauwe zegge Pijpenstrootje Tormentil

Stijve ogentroost Gewone dotterbloem Pijlkruid Grote pimpernel Gewone dotterbloem

Libellen (9 waargenomen) Azuurwaterjuffer Bandheidelibel Bruine glazenmaker Bruinrode heidelibel Glassnijder

Grote keizerlibel Houtpantserjuffer Vuurjuffer Zwervende heidelibel

Overige (3 waargenomen) Gewoon puntmos Groot rimpelmos Kapjesvingermos

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

62

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

De diversiteit aan landbouwslootjes. Dit zorgt voor veel diversiteit in habitat waardoor er relatief veel verschillende (beschermde) soorten er voor kunnen komen. Vooral in combinatie met de (vochtige) matig voedselrijke bermen zorgt dit voor een waardevol landschap. De diversiteit in de landbouwslootjes en bermen is zo een natuurwaarde. Er zijn weinig boerderijen, zandpaden en het landschap is open. Sommige kavels zijn ook in beheer door Staatsbosbeheer. De kavels worden zoveel mogelijk extensief beheerd. Die combinatie zorgt voor leefgebied van weidevogels, die het al moeilijk hebben in Nederland. Dit type landschap in combinatie met rust en veiligheid vormt een natuurwaarde. Het gebied kent nog veel zandpaden.

•

•

•

Ecologische verbindingen kunnen worden verbeterd door de ecopassage bij de kruising A28-Steenwetering te optimaliseren en door de ecologische barrière van de N377 op te heffen middels ecopassages. Behoud van bestaande extensieve landbouw en het stimuleren van biologische en natuurinclusieve landbouw. Dergelijk agrarisch beleid vergroot de potenties voor weidevogels. Het behoud van ‘ouderwetse’ boerenlandelementen als weidepaaltjes, overhoeken en rommelhoekjes is daarnaast essentieel voor boerenlandsoorten. Verbeteren van de groenblauwe dooradering door ecologisch beheerde sloten, kruidenrijke akker- en weideranden.

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

1

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

2

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Vocht: groeit op vochtige tot natte grond.

Door het handhaven van een hoge(re) grondwaterstand wordt optimaal groeigebied voor deze plant gemaakt.

Veiligheid: te vroeg of te vaak maaien is nadelig voor de plant.

Ecologisch maaibeleid houdt rekening met het groei- en bloeiseizoen van planten. Gebieden met de gewone dotterbloem slechts één of twee keer per jaar te maaien. De periode is afhankelijk van de andere flora-soorten in de omgeving.

Voeding: de gewone dotterbloem houdt van voedselrijke grond.

Deze soort groeit daarom goed op veen, klei- en lössgronden. Daardoor hoeft er geen extra voeding aan de grond te worden toegevoegd.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de gewone dotterbloem

Thema

Gewone dotterbloem (H. Looman)

Natuurvriendelijk oeverbeheer (A. Wolma)

De “ambassadeur” van het gebied is de gewone dotterbloem. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de gewone dotterbloem behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

63

m(be)leefbaar

Schelle

Bebouwde kom Parken voor mens en dier...

Het gebied Schelle heeft drie parken: het Schellerpark, het Oldenelerpark en de Schellerdriehoek. Deze parken zijn van groot belang voor mensen om te kunnen ontspannen en recreëren. Maar ook voor veel planten en dieren zijn deze parken erg belangrijk. Veel soorten die zich niet kunnen handhaven in de woonwijken, vinden in deze parken wel een onderkomen. Door de vele watergangen in het Schellerpark komen er in dit park veel watervogels voor. Zo zijn aalscholver, blauwe reiger, knobbelzwaan, waterhoen en smient vaste bewoners. Door het riet langs deze watergangen komen ook rietvogels als rietgors, rietzanger, kleine karekiet en sprinkhaanzanger in de parken voor. Het Schellerpark biedt daardoor vooral onderkomen aan de kleine karekiet en rietgors. De mannetjes van de rietgors lijken op de huismus, maar hebben een zwarte kop en keel. De graslanden trekken ook bepaalde soorten aan. Grauwe gans, kolgans en grote Canadese gans komen veel in dit gebied voor en eten net als smienten veel gras. Als laatste watergebonden vogel kan de ijsvogel worden genoemd. Deze schuwe viseter zie je meestal pas als je hem hebt verstoord. De felblauwe rug hebben deze soort zijn bijnaam de “blauwe flits” gegeven.

Schellerpark (Google)

Rietgors (E. Witter)

Ook voor de ekster, een vogelsoort die zich goed kan handhaven in stedelijk gebied, is het Schellerpark een belangrijke plek. In de winter komen eksters hier namelijk samen om de nacht door te brengen in de bomen. Deze vogels eten in natuurlijkere gebieden insecten en kleine (zoog)dieren, maar in stedelijk gebied doen ze zich ook tegoed aan menselijk afval en zoeken ze in de ochtend naar verkeersslachtoffers. Dat de parken belangrijk zijn voor de biodiversiteit in het gebied is ook te zien aan het aantal insecten dat is waargenomen. Met name in het Oldenelerpark zijn veel soorten aangetroffen. De aanwezigheid van veel soorten insecten laat zien dat er ook veel soorten planten aanwezig zijn. Daarnaast dienen insecten als voedselbron voor veel vogels en amfibieën, die op hun beurt weer als voedsel dienen voor zoogdieren en roofvogels. Veel van de aan te treffen insecten zijn afhankelijk van bomen, zo ook de pauwoogpijlstaart. Deze nachtvlinder is afhankelijk van de populier, appel of wilg om zich voort te kunnen planten. Naast nachtvlinders profiteren ook dagvlinders en libellen van het groen in Schelle. In de parken en bermen wordt niet overal met regelmaat gemaaid, waardoor kruiden de kans krijgen op te komen. Hierdoor kunnen soms zelfs zeldzame planten worden waargenomen, zoals de orchideeënsoorten de moeraswespenorchis en rietorchis.

De kruidenrijke vegetatie is belangrijk voor veel vlinders, bijen, wespen, hommels en zweefvliegen. Daarnaast is het gebied ook erg waterrijk, waar dan weer vele libellen op af komen. De larven van libellen leven namelijk in het water en volwassen libellen zoeken boven het water naar kleine insecten als muggen.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

391,1 ha wonen zand, zavel en klei

Het Landschap Schelle is een gebied dat bestaat uit woonwijken, een campus, het Schellerpark, het Oldenelerpark, de Schellerdriehoek, Archenaultplantsoen, een sportpark, volkstuintjes en veel water. Het Oldenelerpark ligt in het zuidwesten van de wijk Ittersum, tegen de IJsseldijk aan. Het park is 16,7 hectare groot en bestaat uit kruidenrijke vegetatie, bomen en een aantal vijvers. Het Schellerpark is met 18,4 hectare iets groter dan het Oldenelerpark. Het Schellerpark bestaat uit een bosschage, veel watergangen, kruidenrijke vegetatie, gazon en heeft een skatebaan en een voetbalveldje. De woonwijken in Schelle bestaan voornamelijk uit rijtjeswoningen, gebouwd in de jaren ’80 en ’90. De bomen in de wijken zijn daardoor ook nog niet zo oud. Door de woonwijken lopen watergangen met beschoeide en gemaaide oevers. Middenin een woonwijk ligt de Schellerdriehoek, een park dat vooral voor recreatiedoeleinden is ingericht. Het Oldenelerpark en het Schellerpark zijn onderdeel van de hoofdgroenstructuur van Zwolle. Ook lopen er door de woonwijken stroken die onderdeel zijn van de hoofdgroenstructuur.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

In het oosten wordt Schelle begrensd door een spoorlijn en in het noorden door de N337. Ten zuiden en westen van Schelle liggen uiterwaarden en agrarisch gebied en ten westen daarvan loopt de IJssel.

64

m(be)leefbaar

Woonwijk in Schelle (Google)

.. woonwijken voor mens en dier In de woonwijken wonen niet alleen mensen, ook verschillende soorten planten en dieren hebben hier een plekje weten te vinden. Door heel Schelle heen zijn veel gierzwaluwen en huismussen waargenomen, soorten die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van gebouwen.

Bunzing (V. Jeronimus)

Naast woningen zelf zijn ook de tuinen van groot belang. De tuinen kunnen als stapstenen voor dieren fungeren. Door de hele wijk zijn daardoor vlinders waargenomen als citroenvlinder, dagpauwoog en atalanta. Ook de egel benut de tuinen hier. Dit zoogdier heeft beschutting nodig om langs te migreren en om overdag en ‘s winters in te slapen. Een ander zoogdier dat van de woonwijken een thuis heeft gemaakt is de steenmarter. Deze marterachtige heeft ook beschutting nodig om zich te verplaatsen. Verblijfplaatsen kunnen takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn.

Tot slot bieden de groenstroken en watergangen in de wijk ook onderkomen aan veel planten en dieren. De waterral, een geheimzinnig en schuwe moerasvogel, is door de vele verbindende watergangen tot diep in de woonwijk getrokken. Doordat veel oevers beschoeid zijn en het gras op de oevers kort gemaaid is, zijn de watergangen nauwelijks geschikt voor libellen en amfibieën. Wel zwemmen er verschillende soorten vis in de watergangen, zoals snoek en baars. Doordat er vis zwemt komen ook vogels in de wateren voor die vis eten, zoals grote zaagbek. Deze vogel heeft doorgaans een voorkeur voor grote wateren, maar komt dus zelfs in de woonwijken van Schelle voor. Ook de otter wordt in de wijk gezien.

1.964

De groenstroken, die met name uit bomen bestaan, trekken onder andere dagvlinders aan, zoals bruin zandoogje en eikenpage. Aan de randen van Schelle is de sleedoornpage, een doelsoort van Zwolle, veelvuldig gezien. beste deelgebied 2.905 1.964 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna) 0

Vogels (175 waargenomen) Aalscholver Blauwe reiger Ekster Kleine karekiet Kolgans

Pauwoogpijlstaart (E. Witter)

Oude IJsselcentrale In het zuiden van het gebied stond de Centrale Harculo, ook wel de IJsselcentrale genoemd. Sinds 2015 is deze centrale niet meer in werking en tussen 2016 en 2018 is de centrale gesloopt. De centrale werd gebruikt door de slechtvalk als uitkijkpost. De slechtvalk broedt nu nog steeds in een communicatiemast ten oosten van de voormalige IJsselcentrale. Het gebied wordt nu gebruikt door vleermuizen om te jagen. Ten noorden van de communicatiemast ligt een bosschage, waar eekhoorns voorkomen. Ook de schuwe wezel, een kleine marterachtige die op de Rode Lijst staat, is hier een aantal keer gezien. Er liggen plannen om het gebied opnieuw in te richten. Door verder natuurinclusieve ontwerpen toe te passen, wordt er meer leefgebied gecreëerd voor gebouwbewonende soorten als vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Bomenrijen en lage, dichte vegetatiestroken zorgen daarnaast voor migratieroutes voor dieren als marterachtigen en egels, maar zijn ook vliegroutes voor de vleermuizen en vogels in het gebied.

Rietgors Slechtvalk Smient Waterral Winterkoning

Reptielen, Amfibieën & Vissen (25 waargenomen) Baars Bittervoorn Blankvoorn Bruine kikker Gewone pad

Kleine modderkruiper Kleine watersalamander Rietvoorn Ringslang Snoek

Overige Ongewervelden (924 waargenomen) Aangebrande spanner Grijze stipspanner Agaatvlinder Pauwoogpijlstaart Akkerhommel Populierenpijlstaart Berkenkielwants Vuurrode eikenlichtmot Beukeneenstaart Witte tijger

Vleermuizen (6 waargenomen) Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis

Watervleermuis

Dagvlinders (31 waargenomen) Atalanta Bont zandoogje Bruin blauwtje Bruin zandoogje Citroenvlinder

Groot koolwitje Grote vos Kleine vos Oranjetipje Sleedoornpage

Vaatplanten (561 waargenomen) Boerenwormkruid Brede orchis Groot hoefblad Grote ratelaar Moeraswespenorchis

Rapunzelklokje Rietorchis Sleedoorn Weidegeelster Wilde kievitsbloem

Zoogdieren (22 waargenomen) Bever Bosmuis Bunzing Eekhoorn Egel

Haas Huisspitsmuis Konijn Steenmarter Vos

Libellen (33 waargenomen) Azuurwaterjuffer Bandheidelibel Bruine korenbout Bruine winterjuffer Lantaarntje

Plasrombout Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel Vroege glazenmaker Weidebeekjuffer

Overige (184 waargenomen) Amoebekorst Boomgaardvuurzwam Geschubde inktzwam Goudporieboleet Lindeschildmos

Muurschotelkorst Purper geweimos Reuzenbovist Rond schaduwmos Weidekringzwam

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

65

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? z

•

Wat zijn de kansen?

Het Oldenelerpark, Archenaultplantsoen en het Schellerpark zijn van grote waarde voor de biodiversiteit in Schelle. De bomen bieden onder-komen aan veel vogels en insecten. Ook het vele water in de parken trekt veel soorten aan, zoals watervogels, vissen en libellen. Doordat er niet vaak gemaaid wordt in het Oldenelerpark kunnen zeldzame planten opkomen. Op de kruidenrijke vegetatie komen veel dagvlinders, bijen en zweefvliegen af.

• De woonwijken van Schelle zijn waterrijk en de

•

waterkwaliteit is dusdanig goed dat er vis zwemt in de watergangen. Ook trekt het water verschillende watervogels aan, zoals grote zaagbek en waterral. De volkstuintjes in het noordwesten van Schelle zijn belangrijk voor dieren. In de tuintjes zijn veel dagvlinders waargenomen en ook in de groenstroken om de tuintjes heen zitten veel vogels.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de sleedoornpage

• Door de oevers natuurvriendelijk in te richten en beschoeiing te verwijderen, worden de natuurwaarden vergroot. Op deze manier kunnen zelfs soorten die voornamelijk in het buitengebied voorkomen, zoals rivierrombout, naar de woonwijk gelokt worden. Het creëren van ruige hoekjes waar geen mensen of honden kunnen komen biedt de otter rust.

• Ecologisch maaibeleid en meer gelaagdheid in de vegetatie

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

3

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte aanbrengen vergroot de biodiversiteit en trekt meer soorten aan. Verharding • Bij de herinrichtingsplannen van het gebied bij de oude IJsselcentrale zijn kansen voor de natuur door tijdens de werkzaamheden en inrichting rekening te houden met de huidige ecologische waarden. Daarnaast kan de biodiversiteit worden versterkt door natuurinclusief te ontwerpen en bouwen. • Verbeteren van groeiplaatsen van bomen leidt tot grotere Basisvoorwaarden ambassadeur Verbetermaatregel voor de ambassadeur en oudere bomen, die een grote natuurwaarde hebben.

2 1

Voortplanting: elke vlindersoort kent een plantensoort(en) waar de rupsen goed op gedijen (de waardplant).

Aanplanten en behouden van sleedoornstruwelen en pruimenbomen op zonnige plaatsen. Deze sleedoorns moeten vaak worden verjongd door ze gefaseerd te snoeien. Snoei eens in de vijf jaar, tussen eind juni – begin augustus. Bij wintersnoeien moet rekening worden gehouden met aanwezige eitjes.

Voedsel: de sleedoornpage heeft bloemen nodig om nectar te drinken.

Voor in de tuin, balkon of op het terras kunnen daarvoor worden aangeplant: koninginnenkruid en guldenroede.

Verspreiding: vlinders kunnen gebruik maken van groene verbindingen tussen de percelen en omliggende gebieden.

Door struweel, houtwallen en de sleedoornstruwelen te verbinden, wordt het leefgebied van de soort vergroot.

Sleedoornpage (iStock)

Sleedoorn (Econsultancy)

De “ambassadeur” van het gebied is de sleedoornpage. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de sleedoornpage behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

66

m(be)leefbaar

Schelle-Oldeneel en Windesheim

Landbouw Erven en landgoederen

De vele weilanden in Schelle-Oldeneel en Windesheim worden gescheiden door meidoornhagen en ruige bermen. Deze beschutte stroken bieden een uitstekende plek voor de hermelijn om te jagen en zich veilig door het gebied te verplaatsen. Ook de ree en tal van vogels zoeken de beschutting op van deze hagen.

Schelle-Oldeneel en Windesheim vormt het agrarisch buitengebied tussen de IJssel en Zwolle en wordt gekenmerkt door de kleinschalige weilanden met ruige bermen en hagen. Op de extensief beheerde graslanden krijgen tal van vaatplanten de kans om te groeien. Zo zijn er typische akkersoorten te vinden zoals de veldlathyrus, rode klaver, boterbloem en akkerdistel. De nectar van de bloemen zijn een belangrijke voedselbron voor de akkerhommel, weidebij en atalanta. Een andere veelvoorkomende soort in de weilanden is de haas. In tegenstelling tot het konijn graaft de haas geen hol, maar houdt zich schuil in een ‘leger’. Een soort kuil tussen het hoge gras, waar vooral jonge hazen zich schuil houden voor roofdieren zoals de vos. Een groot gevaar lopen jonge hazen dan ook wanneer vanaf half juni de grasmaaiers weer over het land uitrijden. Maar de een zijn dood, is de ander zijn brood. Nadat de boer over het land is geweest struint de ooievaar het land af, op zoek naar onfortuinlijke slachtoffers.

Gebedsfoto (Google)

Haas (E. Witter)

Gebiedskenmerken

In de ruige bermen en de dijkhellingen groeien veel bijzondere plantensoorten die een voorkeur hebben voor kalkrijke hellingen zoals de kleine pimpernel, gulden boterbloem en klein bevernel. In deze bermen komen wel 7 verschillende soorten sprinkhanen voor. Het zeldzame locomotiefje, wiens geluid doet denken aan een optrekkende trein, is hier nog niet bekend maar het gebied heeft wel potentie om leefgebied voor deze soort te vormen.

Het Landschap

Op de boerderijen in Schelle-Oldeneel en Windesheim komen we typische boerenerfvogels tegen. Zoals de naam al verklapt broedt de boerenzwaluw in grote groepen in de stallen en schuren op de boerderij. Als een ware luchtacrobaat jaagt de boerenzwaluw op vliegen die op de koeien zijn afkomen.

Schelle-Oldeneel en Windesheim is een groot gebied langs de IJssel in het buitengebied van Zwolle. Het gebied is opgedeeld in twee deelgebieden: de buurtschappen Schelle en Oldeneel, gelegen ten westen van de stad Zwolle; en het buurtschap Harculo en het dorp Windesheim, ten zuiden van Zwolle.

Een andere typische bewoner van boerenerven is het kleinste uiltje van Nederland, de steenuil. De steenuil bouwt zijn nest het liefst in holten van fruitbomen, knotwilgen en oude schuurtjes. Ze gebruiken ook speciaal voor de steenuil ontworpen nestkasten. Ze jagen het liefst vanaf een uitkijkpost zoals afrasteringspaaltjes van weilanden, waar ze jagen op kevers, insecten, wormen en muizen die zich tussen het gras en de struiken verscholen houden.

Het gebied is gelegen op een oude rivierduin. Doordat de IJssel in de vroege jaren niet bedijkt was, zette de rivier bij hoogwater slib en klei af. Door de eeuwenlange afzettingen en afbraak door de stroming, ontstond een dynamisch en gevarieerd landschap. Ondanks dat het gebied nu veilig achter de dijk ligt, is deze geschiedenis terug te zien in het huidige landschap. Op de vruchtbare bodem zijn boerenerven en weilanden aanwezig, die afgewisseld worden door kruidenrijke graslanden en meidoornhagen. Op het hoger gelegen deel is Landgoed Schellerberg gelegen, gekenmerkt door de eeuwenoude boomgaarden. Door het gevarieerde landschap aan de rand van Zwolle is Schelle/ Oldeneel en Windesheim een populaire bestemming voor fietsers en wandelaars.

In de bosrijke omgeving van Landgoed Schellerberg komen juist weer hele andere soorten voor dan op de weilanden. In de onderlaag scharrelt de koperwiek naar zaden en bessen en de groene specht naar mieren. Echter moeten zij op hun hoede zijn voor de havik, die sinds een aantal jaar op het landgoed broedt.

Oppervlakte Functie Bodem Overige

502 ha landbouw zand, zavel en klei

Langs de Schellerdijk ligt een oude rivierarm, de Schellerwade, omringd met moerasbos. De bewoning in het gebied bestaat uit naoorlogse huizen in de kern Windesheim en wisselende bebouwing en oude boerderijen in de gebieden er buiten. Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

67

m(be)leefbaar

Zwarte stern op nestvlotje (iStock)

Een reddingsboei In 2017 heeft Christelijke natuurbeweging A Rocha nestvlotjes voor zwarte sterns uit gelegd in de oude rivierarm van Schellerwade. De zwarte stern is een zeldzame soort die normaal op drijvende planten zoals krabbenscheer broedt. Doordat in de vorige eeuw de waterkwaliteit op veel plaatsen afnam en daarmee ook de hoeveelheid krabbenscheer, kwam de zwarte stern in het nauw. Gelukkig bleken de uitgelegde vlotjes een schot in de roos. Na dit succes besloot A Rocha een jaar later nog twintig vlotjes bij te plaatsen. Momenteel broedt er een stabiele populatie in de Schellerwade. Daarnaast zie je de krabbenscheer ook steeds meer terug in het water. De Schellerwade is niet alleen voor de zwarte stern een belangrijke plaats om zich voort te planten. Ook libellen en

amfibieën trekken naar het water om hier hun eieren af te zetten. Schone stilstaande wateren met een goed ontwikkelde oevervegetatie zoals in de Schellerwade, zijn ideaal voor soorten als de vroege glazenmaker en smaragdlibel of de kleine watersalamander. Naast de libellen en amfibieën die de Schellerwade opzoeken voor hun voortplanting, bieden de begroeide rietoevers en moerasbossen ook een veilig onderkomen voor veel vogelsoorten zoals de bosrietzanger en de kuifeend. En in de ondiepe delen van de Schellerwade en de sloten tussen de weilanden, houdt zich tussen de waterplanten en het slib de bijzondere grote en kleine modderkruiper op. Modderkruipers zijn unieke vissoorten die in drooggevallen wateren enige tijd kan overleven, door zich in te graven in de modder. Overdag houden deze vissen zich schuil in de dichte watervegetatie, om in de nacht te jagen op insecten en andere kleine waterdieren.

1.137 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (203 waargenomen) Aalscholver Boerenzwaluw Havik Kolgans Koperwiek

Nunvlinder (H. Looman)

Zoekt en gij zult vinden.. Men denkt vaak dat de meeste diersoorten in natuurgebieden als het bos te vinden zijn, maar in onze eigen huizen en tuinen gaat vaak meer schuil dan je denkt. Het is alleen een kwestie van weten waar (en vooral wanneer) je moet zoeken. Zo heeft een fanatieke waarnemer in Windesheim laten zien dat de biodiversiteit in je achtertuin eindeloos kan zijn. Hij heeft in zijn eentje al meer dan 300 soorten nachtvlinders waargenomen! Andere fanatieke nachtbrakers in Windesheim zijn de laatvliegers en gewone dwergvleermuizen. Deze vleermuissoorten verblijven overdag onder dakpannen of in spouwmuren van huizen en trekken ’s avonds naar hun foerageergebied. Laatvliegers jagen voornamelijk in het buitengebied en aan de randen van bebouwd gebied. Vanaf april zoeken de vrouwtjes elkaar op om gezamenlijk hun jongen groot te brengen. Een grote groep vleermuizen vond in Windesheim hun thuis, want hier bevindt zich een kraamkolonie van zowel de gewone dwergvleermuis als van de laatvlieger.

Ooievaar Spreeuw Steenuil kuifeend Zwarte stern

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Bosmuis Bruine rat Egel Haas Hermelijn

Baars Bruine kikker Gewone pad Groene kikker Zeelt

Atalanta Bont zandoogje Bruin zandoogje Dagpauwoog Icarusblauwtje

Appeltak Doodskopzweefvlieg Grasbij Grote voorjaarsspanner

Nunvlinder Meidoornspanner Rosse metselbij Sint-jacobsvlinder Weidebij

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (20 waargenomen)

Dagvlinders (27 waargenomen)

Overige Ongewervelden (444 waargenomen)

0

Vleermuizen (4 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (10 waargenomen) Grote modderkruiper Kleine modderkruiper Kleine watersalamander

1.134

Steenuil (iStock)

Kleine vos Koevinkje Oranje luzernevlinder Oranjetipje

Vaatplanten (344 waargenomen) Akkerwinde Gewoon speenkruid Gewone veldbies Gulden boterbloem

Karwijvarkenskervel Kleine bevernel Klein pimpernel Rode klaver Veldlathyrus

Konijn Ree Steenmarter Vos Wezel

Libellen (25 waargenomen) Bruine korenbout Gewone oeverlibel Glassnijder Grote keizerlibel

Lantaarntje Smaragdlibel Variabele waterjuffer Vroege glazenmaker

Overige (57 waargenomen) Dennevlamhoed Hulstdekselbekertje Gewoon dikkopmos Gewoon purperschaaltje

Paarssteelschijnridd erzwam Populierleemhoek Populierridderzwam Vroege leemhoed

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

68

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

•

•

Wat zijn de kansen?

De mozaïek aan extensief beheerde graslanden, ruige bermen en houtwallen vormt het leefgebied van een verscheidenheid aan diersoorten en zorgt voor een gevarieerde soortenrijkdom. De kleinere erven met kleinschalige landbouw vormen leefgebied en nestgelegenheid voor vogelsoorten als boerenzwaluw, huismus en steenuil. De Schellerwade en de sloten die door het gebied heen lopen, bieden een breed habitat voor allerlei soorten flora en fauna. In het water en langs de oevers zijn specifieke omstandigheden waar soorten zich kunnen vestigen. Oude woningen met pannendaken bieden voor vleermuizen belangrijke verblijfplaatsen. Zo zijn er in Windesheim kraamkolonies van de laatvlieger en gewone dwergvleermuis. De bosrijke omgeving van Landgoed Schellerberg biedt habitat voor bosgebonden soorten. De oude bomen zorgen voor nestgelegenheid voor verschillende holenbroeders en nestenbouwers.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de steenuil

•

• •

•

•

Extensief en ecologisch maaibeheer zorgt voor een toename van biodiversiteit in bermen en weilanden. Daarnaast is dit gunstiger voor jonge hazen, reeën en weidevogels. Natuurinclusieve renovaties en nieuwbouw zijn gunstig voor gebouwbewonende soorten. Een kans voor het verbeteren van de natuurwaarden is het beter inrichten en zoneren van het recreatief gebruik van het landschap tussen de IJsseldijk en Zwolle-Zuid, voornamelijk in de IJsseluitweraarden. Terugbrengen van landschappelijke elementen als meidoornhagen en knotwilgen zijn gunstig voor soorten als de steenuil en kleine marterachtigen. Het beter ecologisch verbinden van Landgoed Zandhove en Landgoed Windesheim middels aanplanten van landschappelijke elementen als meidoornhagen.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

2

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: de steenuil heeft een zeer gevarieerd dieet. Grote insecten zijn favoriet.

Om jachtgebied te maken in dit gebied is afwisseling tussen korte en lange vegetatie belangrijk. Agrarische percelen kunnen ‘oud-Hollandse’ afscheidingen maken / behouden van knotwilgen, weidepaaltjes en takkenrillen. Overhoeken, takkenrillen en ruigte zorgen voor meer insecten en muizen.

Veiligheid: een steenuil is vooral nachtactief en moet overdag meerdere verstopplekken hebben.

Speciale nestkasten voor steenuilen kunnen ook dienen als rustplaats. Plaats verdeeld over een aantal rustige plekken dergelijke kasten. Zorg voor voldoende bomen om de kasten te plaatsen.

Verbinding: de steenuil heeft een klein territorium. Verbinding met een bestaande populatie is belangrijk.

De (omliggende) landbouwgebieden huisvesten nog enkele paartjes steenuil. Zorg voor een bescherming van de soort in de omgeving. Tref ook daar maatregelen ten gunste van het jachtgebied en de voorplanting.

Steenuil (iStock)

Weidepaaltjes, ruigte en knotwilgen als erfscheiding voor de steenuil (Econsultancy)

De “ambassadeur” van het gebied is de steenuil Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de steenuil behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

69

m(be)leefbaar

Spoolde en Zalkerveerweg

Landbouw Grondige indeling…

Ga je in het veld staan om bodemprofielen te nemen, dan kom je er al snel achter waarop de inrichting van het gebied is gebaseerd. Tussen de Zalkerdijk en de N331 bestaat de bodem bestaat de bodem grotendeels uit lichte zavel en gedeeltelijk uit zand. Zand laat water en voedingsstoffen snel door en lichte zavel is een mix tussen klei en zand en bevat dus meer voedingsstoffen en houdt water langer vast dan alleen zand. Ideaal voor ‘Volkstuinen Zalkerdijk’ met ongeveer 100 tuinen. Iedere tuin heeft weer een andere indeling en productie. Zo zijn er bessensoorten aangeplant als aal- en bosbes. Dit zijn niet alleen waardevolle voedselplanten voor mensen, maar ook voor insecten zoals de bessentakvlinder een nachtvlinder met een Rode Lijst-status. Aalbes is overigens ook voor andere insectensoorten een waardevolle nectarleverancier. De kans is groot dat een klein geaderd witje en de opvallende koninginnenpage erop afvliegen. Net zoals framboos waarop de vuursteenvlinder graag vertoeft. Ook groenten als sla en andijvie zijn waardevolle voedselplanten voor insecten zoals blijkt uit het voorkomen van de grauwe monnik. De parkachtige omgeving van de volkstuinen, met hier en daar een regenton, trekt ook minder kieskeurige soorten aan als de blauwe glazenmaker.

Volkstuinen (S. Fidom)

Bont kroonkruid (S. Fidom)

Nemen we een bodemprofiel aan de oostzijde van de Vreugderijkerweg dan zien we zware zavel. Zware zavel bevat meer klei dan lichte zavel. Dit is logisch gezien de ligging naast het Natura 2000-gebied Rijntakken (IJssel). Dijken bestaande uit zavel zijn soortenrijker en bevatten meer gras- en kruidensoorten als bont kroonkruid en herik, die minder hoog uitschieten dan dijken bestaande uit alleen klei. De Zalkerdijk die overloopt in de Veecaterdijk en Vreugderijkerweg is een waardevol verbindend landschappelijk element dat deel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur van Zwolle. De ratelaar is hier ook te vinden, een veldsprinkhaan. De soort eet vooral grassen en cypergrassen op de dijk. Ook dagvlinders maken gebruik van deze groenstructuur zoals de distelvlinder, kleine vos en het icarusblauwtje. In deze omgeving is de Zalkerveerweg aangelegd met knotbomen, watergangen en nattige ruige stukjes. Zo nu en dan ook erfjes met bijvoorbeeld wilgentenen of een schapenboerderij. Vooral de natte lijnvormige ruigere delen (met wilgen) zijn interessant voor de hermelijn, die hij als dekking gebruikt om zich te verplaatsen tussen leefgebieden. Maar ook ransuilen maken dankbaar gebruik van de bomen om in te slapen. Iets meer richting het oosten vanaf de Schellerdijk bestaat de bodem uit zware klei. Zoals al eerder benoemd is, houdt kleigrond meer vocht vast maar is ook zwaarder van structuur.

Minder geschikt dus om te tuinieren, maar wel geschikt voor paarden- en koeienweides. De dieren kunnen genieten van de relatief kleinschalige, ietwat schrale, kruidenrijke graslanden, waar soorten als rode klaver en engels raaigras groeien. Dit soort vochtige en kruidenrijke gebieden zijn kostbaar als foerageergebied voor verschillende soorten, vooral door de ligging naast de IJssel. Grasetende vogelsoorten als brandgans, kolgans en smienten worden hier veelvuldig overdag gezien, en zullen later op de dag terugvliegen naar hun slaapplaats op of nabij de IJssel. Hazen eten hier ook graag en trekken later terug naar hun ondiepe uithollingen (leger) tussen de ruigtes in de omgeving.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

264,8 ha landbouw zand, zavel en klei

Het Landschap Het Spoolde en Zalkerveerweg en de omgeving vormen een belangrijk overgangsgebied van de stad Zwolle naar het Natura 2000 gebied ‘Rijntakken’. Het Zwolle-IJsselkanaal en bedrijventerrein Voorst delen Spoolde op in twee delen. De buurtschap Spoolde ligt op een rivierduin, de Spoolderberg, die in de loop der jaren steeds verder is afgegraven voor onder andere aanleg van wegen. Rivierduinen zijn vrij zeldzaam in het Nederlandse landschap. Een opvallende laan in de buurtschap is de Beukenallee, die zijn naam dankt aan het vroegere zandpad omzoomd door metershoge beuken. In de loop van de tijd werd bij de laan het ‘rode dorp’ gebouwd. Dit waren arbeiderswoningen met elk een eigen moestuin, maar vanwege de driehoekige kavel lopen de tuinen in een punt uit. De tuinen hebben tegenwoordig nog steeds deze vorm. De stad Zwolle breidt zich uit en dat is merkbaar in de buurtschap. Markante onderdelen maken tegenwoordig deel uit van het uitzicht in de buurtschap, namelijk de snelweg A28, IJsseltoren en het gebouw van Engie. Vanuit de buurtschap slingert de Zalkerveerweg door het Spoolder landschap. Aan de westzijde van de weg is de rivierdijk de IJsseldijk met aan de andere zijde de IJssel te zien. Langs de weg is vooral het ‘kleinschalige’ platteland te zien. De weg stopt aan aan het einde aan de Zalkerdijk. Waar Volkstuinen Zalkerdijk te vinden zijn. 70

m(be)leefbaar

…bij het Spoolde Tussen het Zwolle-IJsselkanaal en de A28 ligt Spoolde. De bodem bestaat uit zand, lichte en zware zavel. Geschikte bodem voor kleinschalige hobbyboeren. In het gehucht zijn dan ook relatief oudere boerderijen te vinden met onder andere kleine schuren, struwelen, rommelige hoekjes en weides voor paarden, koeien en schapen.

Boerenerfjes (S. Fidom)

Dit type boerenland vormt geschikt leefgebied voor boerenzwaluw, spotvogel en gele kwikstaart. Alle drie de soorten staan op de Rode Lijst, waaruit blijkt dat dit soort kleinschalige boerenerfjes steeds minder voorkomen in Nederland. Algemenere vogels vliegen ook rond als de putter, zwarte roodstaart en de ooievaar die hier ook graag hogerop broedt.

Een pronkstuk in het dorp zijn de oude beuken aan de Beukenallee die een verbinding vormen tussen de Hoofdgroenstructuren aan de randen van het dorp. De combinatie in dit lijnvormig element en woningen met pannendaken zijn waardevol voor vleermuizen. Vanuit de woning kunnen soorten als de gewone dwerg- en ruige dwergvleermuis de Beukenlaan richting hun maaltijd vliegen. Vooral de laatvlieger gebruikt deze waardevolle lange rechte vliegroute richting beschutte plekjes om te foerageren. Beschutte plekjes zijn onder andere te vinden aan de rand van Spoode, zoals de bosranden tegen de A28. Buizerds broeden graag in dit soort randen, vooral ook met de geschikte weilanden in de buurt waar hij zijn voedsel vandaan kan halen. Langs de noordzijde van Spoolde ligt het ZwolleIJsselkanaal met de meer kleiige grond. In dit voedselrijke water groeit het zeldzame rivierfonteinkruid die vooral bij de grotere rivieren van Nederland groeit.

740 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (171 waargenomen) Boerenzwaluw Buizerd Gele kwikstaart Ooievaar Putter

Boerenzwaluw (iStock)

Wat gluurt daar op mijn erfje? Heb je soms het idee dat je begluurd wordt op je erfje? Mogelijk staart één van de zes voorkomende uilensoorten van Nederland je vanuit een hoekje aan: de steenuil. Mensen zijn niet de enige zonaanbidders, maar ook kleine steenuilen zitten graag in de zon. Je kan van geluk spreken als je een steenuil op je erf hebt. Steenuilen zijn indicators voor de kwaliteit van de natuurlijkheid van het gebied. De standvastige soort stelt namelijk hoge eisen aan zijn leefgebied waar het hele jaar aan moet worden voldaan. Gevarieerde erven, houtwallen, knotbomen, lage vegetatie, hobby vee, rommelige hoekjes en zitplaatsen als paaltjes zorgen voor schuilplekken, foerageer- en voortplantingsplekjes. Als gevolg van deze erfindeling trekt dit voedsel aan voor de steenuil zoals muizen, insecten en kleine vogeltjes. Gaat het goed met de steenuil, dan is er een algehele balans in muizen- en insectenstand en variatie op je erf. Dit soort kleinschalige erven zijn erg kostbaar voor de steenuil, vooral gezien het feit dat het erg slecht gaat met de soort en deze op de Rode Lijst staat. Ook in dit deelgebied worden ze relatief weinig waargenomen, met maar vier territoria.

Ransuil Roek Spotvogel Steenuil Zwarte roodstaart

Zoogdieren (15 waargenomen)

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Bunzing Eekhoorn Egel Haas Hermelijn

Dagvlinders (22 waargenomen)

Bittervoorn Driedoornige stekelbaars Geelbuikschildpad Gewone pad Goudwinde

Bruin blauwtje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Gele luzernevlinder

Overige Ongewervelden (115 waargenomen) Bessentakvlinder Grauwe monnik Koolwants Kroonvogeltje Locomotiefje

Meidoornspanner Ratelaar Rozenblaadje Vogelwiekje Wilgenhoutrups

beste deelgebied 2.905

Vleermuizen (7 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (8 waargenomen) Groene kikker (onb.) Kleine watersalamander Lettersierschildpad

0

740

Steenuil (iStock)

Hooibeestje Icarusblauwtje Kleine vos Koninginnepage Oranje luzernevlinder

Vaatplanten (359 waargenomen) Aalbes Akkerleeuwenbek Akkerwinde Bont kroonkruid Engelse alant

Kleine bevernel Overblijvende hardbloem Rode ogentroost Steenanjer Voorjaarsganzerik

Konijn Mol Ree Steenmarter Vos

Libellen (14 waargenomen) Paardenbijter Bruine glazenmaker Blauwe glazenmaker Tengere grasjuffer Bruinrode heidelibel

Lantaarntje Vroege glazenmaker Grote keizerlibel Kleine roodoogjuffer Vuurlibel

Overige (29 waargenomen) Geschubde inktzwam Groot dooiermos Gestippeld schriftmos Kapjesmorielje Gewoon purperschaaltje Kapjesvingermos Gewoon purperschaaltje Nevelzwam Grijze bisschopmuts Witte schotelkorst

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

71

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

Dit deelgebied zorgt voor een relatief ‘rustige’ overgang van stad naar Natura 2000 gebied ‘de Rijntakken’. De rust (qua geluid en verlichting) en de extensief beheerde graslanden in dit deelgebied zijn goed voor foeragerende brandganzen, smienten en andere soorten. Hobbyboeren bieden waardevolle leefgebieden voor veel soorten met hun boerenerf. ‘Rommelige’ boerenerven zijn essentieel voor boerenerfsoorten als de steenuil. Relatief weinig amfibieën zijn waargenomen. Langs de Zalkerveerweg zijn watergangen die potentie in leefgebied kunnen bieden aan deze soortgroep. Verruigen van de waterkanten kan het geschikter maken.

•

•

•

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de boerenzwaluw

Het behoud van de waardevolle terreinen en elementen als kleinschalig boerenlandschap, vochtige ruigtes en oudere bomen in dit gebied. Wanneer oudere boerderijen met ‘rommelige’ erfjes worden opgekocht en herontwikkeld: focus op natuurinclusieve inrichting door het behoud van enige rommeligheid. Het gras niet te kort, schuren behouden of een nestkast plaatsen. Het voorkomen/verminderen van ‘vernetting’ zorgt voor het behoud van (Rode Lijst) soorten als steenuil en boerenzwaluw. De zeer waardevolle stadsrand valt qua natuurwaarden nog te verbeteren/optimaliseren door het simuleren van kleinschalige en/of biologische landbouw; het aanplanten van hoogstambooggaarden, knotwilgen, hagen etc.

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

2

Tuinen en erven

2

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voortplanting: deze soort nestelt in groepen in kleikommetjes in de boerenschuur.

Door boerenschuren niet volledig af te sluiten, kunnen boerenzwaluwen hier voedsel vinden en nestelen. Kunstnesten kunnen worden geplaatst om de zwaluw te helpen. Deze dienen in groepen in open schuren, onder een fors dakoverstek of onder balkons te worden geplaatst. Er moet genoeg ruimte boven het nest (ongeveer 15 cm) blijven voor de vogels om hun jongen te voeren.

Voeding: vliegende insecten worden in de vlucht gevangen.

Veedieren brengen vliegen met zich mee, het favoriete maaltje van de boerenzwaluw. Maar ook andere vliegende insecten worden gegeten. Door meer kruiden en ruigtevegetatie in te zaaien of te laten staan en overhoekjes te creëren, wordt het voedselaanbod vergroot.

Veiligheid: pesticiden vormen een gevaar voor de boerenzwaluw.

Natuurvriendelijke landbouw gebruikt geen pesticiden op het land. Door geen pesticiden te gebruiken, krijgen insecten en uiteindelijk de boerenzwaluwen dit ook niet binnen.

Boerenzwaluw (G.J. Assink)

Kruidenrijke / bloemrijke bermen (A. Wolma)

Thema

De “ambassadeur” van het gebied is de boerenzwaluw. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de boerenzwaluw behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

72

m(be)leefbaar

Stadshagen

Bebouwde kom Van weiland naar huizen

Ondanks dat Stadshagen pas 25 jaar bestaat, is de wijk bruisend van het leven. Vele mensen hebben hun plek in de wijk gevonden, maar ook vele vogels, vleermuizen en andere zoogdieren. Zo zijn er vele typische stadsbewoners als de huismus en de gierzwaluw, die hun plek al hebben gevonden en broeden in openingen van de aanwezige woningen. Ook gebouwbewonende vleermuizen als de gewone dwergvleermuis zijn blij met de bebouwing. Zo is aan de Boogmakerstraat een grote kolonie aangetroffen in een woning met wel 40 individuen. Naast dat vleermuizen verblijfplaatsen hebben in gebouwen zijn er voldoende insecten te vinden in de omgeving. Alle waterpartijen in de omgeving en de parken (o.a. Park de Stadshoeve en het Twistvlietpark) kunnen gebruikt worden om te jagen op muggen en andere vliegende insecten. Naast vliegende dieren, wordt de wijk ook veel gebruikt door de egel en de steenmarter. Deze dieren struinen de straten door op zoek naar voedsel. Beide soorten vertonen zich niet graag op geheel open terrein en kiezen het liefst een route langs of door struiken. Dat deze zoogdieren in de wijk zitten geeft dus aan dat er voldoende beschutting aanwezig is. De steenmarter staat erom bekend schade aan te brengen aan auto’s, maar ter geruststelling; in de meeste gevallen dat een Boogmakerstraat (Google Street View)

Egel (iStock)

steenmarter een auto bezoekt, gebeurt er niks. Het is echter wel lastig voor kleine zoogdieren om tuinen in te komen. De woningen binnen Stadshagen zijn namelijk van elkaar gescheiden door stenen muren. Deze muren zijn wel vaak begroeid met klimop, wat weer goed is voor de biodiversiteit. Klimop is een plant die vaak onderschat wordt, deze kan namelijk veel bijdragen aan de tuinnatuur en je kan er veel plezier van hebben. Klimop bloeit en produceert nectar wanneer andere planten allang zijn uitgebloeid. Soms blijft het zelfs in bloei tot ver in de winter! Voor sommige vlindersoorten, zoals de dagpauwoog en de atalanta, kan klimop van levensbelang zijn. Deze vlinders kunnen nog flink nectar eten in het najaar voordat ze in winterslaap gaan. Ook voor vogels is klimop erg in trek. Klimop biedt schuilmogelijkheden voor de vogels, maar ook bessen in een tijd van schaarste. De bessen van klimop zijn rond eind februari/begin maart rijp, wat best vroeg is! Veel typische tuinvogels, waaronder de merel, vink, groenling, heggenmus en houtduif, kunnen hierdoor goed de winter doorkomen. Doordat veel klimop in Stadshagen staat draagt de wijk flink bij aan de biodiversiteit in de omgeving. Naast de ‘klassieke’ tuinvogels, zijn er veel andere vogels in het gebied te vinden.

Buiten het bebouwde gebied bevindt zich boerenland waar verscheidene boerenland- en weidevogels voorkomen die soms het bebouwde gebied of de Milligerplas bezoeken. Maar ook soorten als de blauwborst en Cetti’s zanger zijn hier te vinden. Normaliter worden dergelijke vogelsoorten voornamelijk in natuurgebieden als de Biesbosch en Oostvaardersplassen aangetroffen, maar door de grote omvang van de groene en blauwe delen binnen deze wijk voelen deze soorten zich binnen Stadshagen ook thuis. De Cetti’s zanger wordt aangetrokken door de dichte vegetatie in de buurt van water en ook de blauwborst zoekt nattere gebieden op, met een grote diversiteit aan landschapselementen en veel insecten.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

713,1 ha wonen zand, zavel en klei

Het Landschap De wijk Stadshagen is gelegen in het noordwestelijke gedeelte van Zwolle. De wijk bestaat uit de buurten Milligen, Schoonhorst, Breecamp, Breecamp-West, Werkeren en Frankhuis. In de toekomst komen hier nog de buurten De Tippe en Breezicht bij. De wijk bestaat nu 25 jaar en is ontwikkeld in polder Mastenbroek. Voordat de wijk ontstond was er hier dus voornamelijk weiland. Het openbaar groen binnen Stadshagen bestaat vooral uit gazon, bomenspiegels en bomen langs de wegen. De wijk heeft drie parken; het Twistvlietpark, Park de Stadshoeve en het Frankhuispark. De voortuinen binnen de wijk zijn afwisselend groen en verhard. Wat niet kan ontbreken binnen de omschrijving van Stadshagen is de Milligerplas. Deze plas is in de jaren 60’ ontstaan na zandwinning voor de verbreding en verhoging van de A28. Later is de plas nog groter gemaakt. De zuidkant van de plas is hedendaags bestemd voor recreatie en de noordkant is een natuurgebied. Aan de oostzijde van de wijk stroomt rivier ‘Zwarte Water’ en aan de overkant van deze rivier ligt de wijk Holtenbroek. Aan de zuidzijde grenst Stadshagen aan de wijk Westenholte en verder ten zuiden ligt de wijk Spoolde. Stadshagen, Westenholte en Spoolde vormen samen het Zwolse stadsdeel West. Ten noorden van Stadshagen liggen de open delen van polder Mastenbroek. 73

m(be)leefbaar

Baardman (M. de Haas)

Het Twistvlietpark is een prachtig stukje natuur binnen Stadshagen. Het gehele park valt binnen de hoofdgroenstructuur van Zwolle. In het park is het water ondiep en bestaan de oevers uit rietkragen. Verspreid over het park staan niet veel bomen. Hiermee sluit het aan op het buitengebied van Stadshagen en het rivier- en polderlandschap. Hierbij kan je denken aan het Zwarte Water en aan de polder Mastenbroek. Dieren die gebonden zijn aan water, waaronder de otter, kunnen vanuit het Zwarte Water Stadshagen binnenkomen en via de wateren in het Twistvlietpark doortrekken naar andere delen. Maar er zijn ook dieren die het park prima vinden als leefgebied. Zo zijn de rietkragen van het Twistvlietpark erg in trek bij de mysterieuze roerdomp en waterral. De roerdomp vinden tussen het riet is een

ingewikkeld zoekplaatje. De vogel staat in een ‘paalhouding’ stijf rechtop en beweegt niet. En met kleuren die lijken op riet zijn ze gemakkelijk te missen. Zowel de roerdomp als de waterral zijn alleseters, ze jagen onder andere op kikkers, vissen en insecten. Aanwezigheid van deze vogels geeft dus aan dat het Twistvlietpark een divers park is met verscheidenheid aan vissen en amfibieën. Het riet is ook zeer in trek bij de baardman, die nergens anders in Stadshagen voorkomt. De naam van de vogel zegt eigenlijk alles. De mannetjes hebben karakteristieke bakkebaarden waardoor ze makkelijk te herkennen zijn. Het Twistvlietpark is niet alleen in trek bij dieren, maar ook bij enkele bijzondere planten. Moeraskartelblad is er één van. Deze Rode Lijst soort is één van de weinige halfparasitaire planten die doordringen in het wortelstelsel van andere planten om water en mineralen af te tappen.

1.877 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (210 waargenomen)

Europese aal (iStock)

Samenleven op de Milligerplas De Milligerplas is een geweldige plek voor recreanten om rustig aan te doen, te zonnen en te zwemmen. Waar veel mensen niet aan denken, is het feit dat er onder water veel en druk leven te vinden is. De meest bijzondere verschijning binnen de Milligerplas is bij uitstek de Europese aal. In april 2022 is de aal hier pas voor het eerst gezien. Hij heeft dus via alle slootjes, kanalen en rivieren zijn weg gevonden naar deze plas. De Europese aal wordt geboren op een grote diepte in zout water. Eenmaal geboren start de weg naar zoet water, ze kunnen honderden kilometers afleggen om de perfecte plek te vinden. En zodra ze volwassen zijn vertrekken ze weer op een soms lange tocht naar de zee om voort te planten. Niet alleen in het water, maar ook erbuiten gebeuren speciale dingen bij de Milligerplas. Zo zijn er voor oeverzwaluwen speciale voorzieningen gemaakt. Deze vogels maken holen in zandige steilwanden. Tijdens het broeden kunnen de oeverzwaluwen zonder veel moeite en zonder ver te hoeven vliegen voedsel zoeken boven de Milligerplas. Een heus hotel!

Baardman Blauwborst Heggenmus Kleine karekiet Kievit

Kwartelkoning Oeverzwaluw Roerdomp Tureluur Waterral

Reptielen, Amfibieën & Vissen (31 waargenomen) Baars Europese aal Grote modderkruiper Gewone pad

Rietvoorn Tiendoornige stekelbaars Vetje Zeelt

Overige Ongewervelden (711 waargenomen) Blauwe metselbij Blinde bij Gamma-uil Gelobd halmuiltje Gewone worteluil

Huismoeder Limnephilus Locomotiefje Vierlijneendagsvlieg

1.877

Veelzijdig leven in riet

Roerdomp (E. Witter)

0

beste deelgebied 2.905

Vleermuizen (8 waargenomen)

Zoogdieren (26 waargenomen)

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis

Bunzing Dwergmuis Haas Hermelijn Konijn

Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Dagvlinders (29 waargenomen) Atalanta Dagpauwoog Grote vos Grote weerschijnvlinder

Keizersmantel Kleine vos Koninginnepage Scheefbloemwitje

Vaatplanten (758 waargenomen) Akkerandoorn Klimop Knolspirea Moeraskartelblad Moeraslathyrus

Oosterse morgenster Steenanjer Veenreukgras Veldsalie

Otter Ree Steenmarter Veldmuis Wezel

Libellen (31 waargenomen) Bruinrode winterjuffer Gewone oeverlibel Grote roodoogjuffer

Houtpantserjuffer Lantaarntje Paardenbijter Steenrode heidelibel

Overige (73 waargenomen) Echt judasoor Kapjesmorielje Gewoon purperschaaltje geschubde inktzwam

Groot dooiermos Muurschotelkorst Reuzenbovist Rond dambordje Parapluutjesmos

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

74

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

• •

Wat zijn de kansen?

Het Twistvlietpark valt geheel binnen de Zwolse hoofdgroenstructuur en het vormt een unieke locatie. Door de vele waterpartijen en de dichte rietkragen is het een walhalla voor vele (riet)soorten, zoals de kleine karekiet, baardman of de blauwborst. Maar ook de mysterieuze roerdomp of waterral. Dit zijn soorten die niet altijd te vinden zijn in een stad, wat het park extra waardevol maakt. De variatie aan water, rietkragen, ruigtes en grasland maakt het een park met een zeer hoge natuurwaarde. De klimop die veelvuldig gebruikt wordt als afscheiding tussen woningen zorgt voor een hogere biodiversiteit. Het trekt diverse vlinders aan, overige insecten en vogels. Het heeft daarmee een hoge natuurwaarde. Ondanks dat Stadshagen veel nieuwbouw betreft is de wijk al gevonden door gebouwgebonden soorten als de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. De huismus en gierzwaluw broeden in de woningen en de vleermuizen hebben er verblijfplaatsen. De Milligerplas is een gebied waar oeverzwaluwen kunnen broeden. Ook biedt de plas een huis aan de Europese aal (een Rode Lijst soort). De visie voor de noordelijke zijde van de Milligerplas is het versterken van het natuurlijke karakter van de oever. Er worden natuurvriendelijke oevers gerealiseerd met robuuste rietzones. Voor recreatieve voorzieningen is de ruimte zeer beperkt, waardoor rustruimte ontstaat voor o.a. watervogels.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de wezel

• • •

•

•

•

Inzetten op natuurinclusief bouwen en renoveren is gunstig voor gebouwgebonden soorten. Door zachte erfafscheidingen te gebruiken, kunnen egels en andere dieren zich beter verplaatsen door het gebied. Door de graslanden en bermen binnen Stadshagen wat meer te laten verruigen, wordt de natuurwaarde verhoogd. Dit kan worden bereikt door ecologisch te maaien. Aan de noordzijde van de Milligerplas is er ruimte voor natuurontwikkeling, door de ontwikkeling van een brede groenzone en natuurvriendelijke oevers met rietzones. Meer natuurontwikkeling rond de verkeersknoop bij Ruimzicht (o.a. op oude tracé Werkerlaan en het weiland tussen Milligersteeg en N331) Het versterken van de natuurwaarden in het Frankhuispark.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

3

Natte omgeving

2

Groene buitenruimte

2

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Verbinding: de wezel gebruikt lijnvormige groene verbindingen in het landschap om zich te verplaatsen tussen leefgebiedjes.

Behoud en breng kleine landschapselementen terug in het landschap, zoals houtwallen en singels. Bosjes, rietkragen en ruige randen in het landschap zijn ook goed. Gebruik snoeihout om takkenrillen te maken.

Voedsel: per dag staan één of twee muizen per dag van de wezel.

Maak composthopen van groen- en snoeiafval, dit trekt muizen aan. Maak het terrein niet te ‘netjes’, maar behoud zoveel mogelijk rommelige hoekjes zoals takkenhopen en tolereer bramen of brandnetels.

Voortplanting: de wezel heeft meerdere rustplaatsen in zijn territorium en paart meestal van februari-april.

Zorg dat er meerdere geschikte verblijfplaatsen zijn binnen het gebied, dat kan middels bovenstaande maatregelen.

Wezel (iStock)

Takkenril / vluchtheg (Econsultancy)

De “ambassadeur” van het gebied is de wezel. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de wezel behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

75

m(be)leefbaar

Tolhuislanden

Landbouw Van de bodem naar de top

Hoewel het lijkt alsof de habitatseisen van alle weidevogels gelijk zijn, zit er wel degelijk een verschil tussen de behoefte van bijvoorbeeld de grutto en de kievit. De kuikens van de grutto’s eten voornamelijk grote vliegende insecten en snuitkevers die voornamelijk in een open vegetatie te vinden zijn. Ook slootranden kunnen hierbij door extensief beheer een belangrijk foerageerhabitat vormen. De kievitskuikens eten met name loop- en kortschildkevers die juist voorkomen op een bodem van kort gemaaid gras.

De uitgestrekte graslanden in de Tolhuislanden vormen in de zomer de thuishaven voor een breed scala aan weidevogels die vanuit het zuiden naar Nederland zijn gekomen om te broeden. Het gebied kent daardoor een grote diversiteit aan verschillende weidevogels. In het gebied is sinds 1998 dan ook de weidevogelgroep Tolhuislanden actief. De weidevogelgroep helpt met het beschermen van weidevogelnesten zodat de jongen groot kunnen worden door het monitoren van de nesten en de populatietrend door de jaren heen. Bij de weidevogels die hier voorkomen kan er gedacht worden aan de grutto, tureluur, wulp en kievit. Ondanks dat ze allemaal een ander verenkleed hebben komt wat betreft uiterlijk één ding overeen en dat is de lange snavel. Deze lange snavel hebben ze niet voor niets! De lange snavel wordt gebruikt om in de bodem naar voedsel als regenwormen en emelten te kunnen zoeken. De juiste omstandigheden van de bodem zijn dus van cruciaal belang voor de weidevogels. De bodem dient niet alleen vochtig te zijn zodat de snavel makkelijk de grond in kan, maar er dient ook genoeg voedsel in de grond te zitten. Het menu van de weidevogel bestaat uit larven, regenwormen en insecten. De kuikens van de weidevogel hebben nog geen lange snavel waardoor ze voornamelijk insecten als langpootmuggen eten. Gebiedsfoto (Google)

Wulp( Istock)

Het aanbod aan diverse insecten is afhankelijk van de aanwezige plantensoorten. Soorten als de dagkoekoeksbloem, adderwortel en wilgenroosje zorgen voor de aanwezigheid van insecten door het aanbod van nectar. Wat er groeit op een grasland heeft ook te maken met de bodemomstandigheden. Enkele belangrijke factoren zijn vocht, zuurgraad en beheer. Deze bodemfactoren bepalen ook het aanbod aan bodemleven waar de volwassen weidevogels van leven. In gezonde bodem leven veel verschillende bacteriën, schimmels, aaltjes, mijten en verschillende soorten wormen. Deze organismen en hun bodemleven speelt een belangrijke rol. Hier zijn namelijk soorten aanwezig die van belang zijn voor het afbreken van organisch materiaal. Het organische materiaal wordt vervolgens door deze soorten weer omgezet in voedingsstoffen. Dit zorgt ervoor dat de bodem op zichzelf een complex ecosysteem vormt die tevens ook kwetsbaar is voor verandering en aantasting. Boeren spelen hierdoor op meerdere niveaus een cruciale rol in het behoud van het leefgebied van de weidevogel; van bodemkwaliteit tot het maaibeleid.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

677,4 ha landbouw en natuur zand

Het Landschap Waar Tolhuislanden vroeger bestond uit natte gebieden met moerassige broekbossen, is het in het begin van de twintigste eeuw ontgonnen. De Tolhuislanden liggen dan ook op de overgang naar veenrijk gebied. Het gebied is sinds de ontginning in gebruik voor landbouw, waar het voornamelijk als grasland wordt benut. Om het gebied geschikt te maken voor de landbouw zijn er veel greppels en brede sloten gegraven om het gebied te ontwateren. De percelen in het landschap zijn onregelmatig verdeeld en het gebied heeft een open karakter. In het gebied zijn meerdere windmolens aanwezig en er zijn plannen om in het gebied meer duurzame energie te produceren. Het gebied wordt aan de oostelijke zijde begrensd door de spoorlijn en langs de westelijke zijde door de snelweg A28. De Steenwetering en de weg naar Nieuwleusen (N758) maken onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

76

m(be)leefbaar

Groene kikker (onbepaald) (iStock)

Leven in en langs de sloot In het gebied zijn veel sloten aanwezig die het waterpeil regelen. Een sloot kan een plek zijn waar volop leven is! Ook hierbij speelt het beheer van de sloot en de oever een belangrijke rol. Langs de randen van oever groeien planten als de spindotterbloem, gele lis, zwanenbloem, riet en moerasspirea. De ruige oevers bieden plekken waar vogels als de meerkoet en wilde eend hun nest in kunnen maken. Het overjarige riet wordt hierbij aan nestmateriaal gebruikt. Maar ook de vegetatie in het water zelf is van belang. Hier groeien waterplanten als pijlkruid en gewone dotterbloem. De planten die met hun wortels onderwater staan en met een deel van de stengel bovenwater staan zijn enorm belangrijk voor libellen. Het grootste gedeelte van het leven van een libelle speelt zich namelijk onder water af. Hier leven ze als libellelarve en zijn het echte jagers.

Alle waterbeestjes die kleiner zijn dan zijzelf, vallen ten prooi. Het lantaarntje, de vuurlibel en de watersnuffel zijn libellesoorten die hier langs de sloot te vinden zijn. De libellelarve staat echter niet boven aan de voedselketen. Vissen als de baars en snoek jagen op hun beurt graag op dergelijke larven. Een typische vissoort van sloten die hier voorkomt is de grote modderkruiper. De grote modderkruiper kan in water voorkomen waar de zuurstofgehalte laag is. Zelfs in drooggevallen sloten kan de modderkruiper enige tijd ingegraven in de modder overleven. Maar een nog grotere jager in dit gebied is de otter! Deze marterachtige is met name in de nacht actief. Overdag zit de otter verstopt ergens tussen de dichte oevervegetatie. Helaas zijn er al meerdere otters in het gebied verkeersslachtoffer geworden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=88536d54-fa7a-41ac-843f-17429815dd0e