CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 c. Natuurwaardenkaart

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Concept groen- en recreatiebeleid57.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

47

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

De platte daken van de bedrijfspanden op de Marslanden bieden nestgelegenheid voor verschillende vogelsoorten. De combinatie van deze veilige nestplaatsen met het voedselaanbod in het Almelose kanaal en de wegbermen biedt een uniek leefgebied voor soorten als de visdief en scholekster. In dit gebied zijn de groene (en blauwe) stroken van groot belang. De groenstroken vormen niet alleen geschikt leefgebied voor dier- en plantensoorten, maar zijn ook van belang voor migratie door het gebied heen. Hieronder vallen de wegbermen, bomenrijen, dijken van het Almelose kanaal en het kanaal zelf die van belang zijn voor diverse soorten. De uiterwaarden van het kanaal vormen groeiplaatsen van bijzondere plantensoorten

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de scholekster Scholekster (E. Witter)

Grinddak (iStock)

• •

•

• • •

Verdere verstening van het gebied kan lijden tot verdroging en afname van leefgebied voor verschillende soorten. Bermen zijn gebaat bij ecologisch beheer. Delen van de Marslanden worden intensief gemaaid, wat weinig natuurwaarde en biodiversiteit biedt. Gazon kan worden omgevormd naar begroeiing met bloeiende heesters. Versterking van de groenstructuur langs de spoorlijn tussen Zwolle en Groningen zorgt voor een groter leefgebied en meer verbinding voor vele soorten. Verbetering van groeiplaatsen voor de laanbomen. Bij transformatie van bedrijven meer de hoogte in bouwen en op die manier meer groen / maaiveld creëren. Bij het vervangen van essen omvormen naar andere inheemse soorten en soorten met natuurwaarde.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

1

Natte omgeving

2

Groene buitenruimte

3

Verharding

2

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: regenwormen, emelten en insecten.

Het vervangen van verharding door gazon. Bij nieuwe ontwikkelingen zorgen voor een natuurvriendelijke inrichting met groen.

Veiligheid: platte, open daken zijn open en bieden weinig beschutting. Het broeden op hoogte is daarnaast gevaarlijk voor de kuikens die nog niet kunnen vliegen.

Veiligheid voor de jonge scholekster kan op verschillende manieren worden verhoogd. Door schuilmogelijkheden te plaatsen (afdakje, kleine buizen, pallets) op het dak, kunnen kuikens schuilen voor hitte, regen en roofdieren. Een zachtere landing voor de kuikens wordt gerealiseerd door rondom bebouwing een ondergrond als gazon of planten van circa 1 meter aan te planten.

Vocht: kuikens die nog niet kunnen vliegen, kunnen water uit vijvers en plassen in de omgeving niet bereiken.

Plaats een ondiepe bak met water op het (grind)dak met warme dagen en vul deze in warme periodes geregeld bij. De bak mag niet te diep zijn, dan kunnen de kuikens verdrinken.

De “ambassadeur” van het gebied is de scholekster. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de scholekster behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

48

m(be)leefbaar

Mastenbroek en Stadsbroek

Landbouw Het leven in open landschap…

Mastenbroek en Stadsbroek worden gekenmerkt door veel monotone, open graslanden bestaande uit raaigras. Binnen het gebied bevinden zich verschillende veehouderijen. Het land van deze veehouders bestaat uit eiwitrijk gras, waar een specifieke groep vogelsoorten op afkomt. Grauwe gans, kolgans en soms zelfs kleine zwanen worden aangetrokken door het eiwitrijke gras. Maar ook knobbelzwanen hebben hun plek veroverd binnen deze landbouwgebieden. Naast de graseters komen nog andere typische vogelsoorten af op het open landschap. De blauwe reiger en de grote zilverreiger komen in veelvoud voor in het landbouwgebied. Deze reigers staan voornamelijk aan de slootranden om te jagen op vis, maar kunnen ook het veld intrekken om te zoeken naar onder andere kikkers, muizen en kleine vogels. De aanwezigheid van reigers, vertelt dus niet alleen dat er in de sloten voldoende vis aanwezig is, maar ook dat de graslanden ruimte bieden aan andere diersoorten. Typische soorten die verder te verwachten zijn binnen deze graslanden zijn natuurlijk de geliefde weidevogels. Grutto’s, tureluurs, wulpen, kemphanen, scholeksters, watersnippen en kieviten zijn hier allemaal waargenomen. Echter zijn er weinig

Eiwitrijk grasland (Google Street view)

Knobbelzwaan (D. Koopman)

broedgevallen van deze weidevogels bekend. De waargenomen kuikens binnen het gebied zijn voornamelijk van de kievit. De kievit broedt graag in kort grasland met afwisselende kale plekken. Kuikens moeten vanaf de geboorte gelijk zelfstandig voedsel zoeken. Totdat ze vliegvlug zijn de ouders erg beschermend en vallen elke mogelijke belager, zoals een reiger of een zwarte kraai, aan. Je verwacht het misschien niet, maar op de graslanden wonen nog meer kleine roofdieren: de wezel, hermelijn en de bunzing. Deze kleine marterachtigen jagen op hazen, muizen, kleine vogels, eieren en kikkers. De kans dat je een kleine marterachtige een keer ziet is zeer klein en veel mensen weten niet van hun bestaan af. Deze kleine dieren verstoppen zich in begroeiing aan de randen van sloten en weilanden of op de boerenerven, maar kunnen soms tijdens hun voedseltochten zichtbaar zijn in het open gebied. Een kievit moet zijn kuikens dus niet alleen tegen andere vogels beschermen, maar ook tegen deze kleine marters! Mastenbroek en Stadsbroek lijken op het eerste gezicht een monotoon landschap met weinig diversiteit aan soorten. Maar als je echt goed oplet, valt er toch veel te zien en is het een belangrijk gebied voor velen. Zo zijn de graslanden niet alleen een belangrijke locatie voor overwinterende vogels zoals de ganzen en zwanen, maar ook voor bijvoorbeeld spreeuwen en kieviten.

Bij zachte winters blijven de kieviten namelijk in Nederland. De Stadskolk is een andere, populaire plek voor vogels en dus ook voor vogelaars. Het is een perfecte plek om rustig te zitten en te kijken naar boerenzwaluwen en oeverzwaluwen die scherend over het water voedsel zoeken. Daarnaast kun je kijken naar de watervogels, zoals de brilduiker, dodaars, geoorde fuut en het nonnetje, die op het water dobberen.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

792,5 ha landbouw zand, zavel en klei

Het Landschap Mastenbroek is één van de oudste polders in Nederland en is in de middeleeuwen ontstaan. Het is mede daarom onderdeel van Nationaal Landschap IJsseldelta. Een beschermd landschap, waarvoor Zwolle, Kampen en Zwartewaterland één bestemmingsplan hebben opgesteld. De bodem van de oude polder bestaat voornamelijk uit een dunne laag rivierklei op een laag veen. Onder deze veenlaag ligt dan weer zand. Door ontwatering in het verleden werd uiteindelijk akkerbouw mogelijk. Echter werden de omstandigheden weer ongunstig voor akkerbouw door bodemdaling. Hierna werd Mastenbroek voornamelijk gebruikt voor veeteelt. In de afgelopen eeuw is de polder opnieuw ontwaterd, waardoor tegenwoordig zowel veeteelt als akkerbouw (voornamelijk maïs) mogelijk is. Stadsbroek is gelegen ten zuidoosten van de N331 en grenst aan de westzijde aan de wijk Stadshagen en de Milligerplas. Stadsbroek wordt voornamelijk gebruikt voor veeteelt. Echter is het gebied niet volledig bezet door veeteelt. In het zuidelijke deel ligt namelijk de Stadskolk. Dit pareltje is een circa 30 hectare groot natuurgebied met een doorbraakkolk. De oevers van de doorbraakkolk zijn bedekt met riet en her en der liggen ruigtes in de vorm van bomen en struiken.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

49

m(be)leefbaar

Ree (M. de Haas)

..versus leven langs de randjes Binnen Mastenbroek en Stadsbroek bevinden zich monotone graslanden en meer diverse boerenerven. Deze erven vormen andere habitats waardoor je er hele andere soorten kan vinden. Wat een opvallende verschijning is op deze erven is de spotvogel. Het gebied bestaat uit klei- en veengronden en laat deze vogel daar net van houden… De spotvogel houdt ook van open boerenland met erfbeplanting en singels. De vogel is slechts 3 maanden in Nederland om te broeden waarna ze de rest van het jaar weer vertrekken naar Afrika. Om de spotvogel te “spotten” heb je dus alleen een kans tussen half mei en half juli. Ook de steenuil maakt veelal gebruik van boerderijerven met veel natuurlijke variatie om te rusten, te broeden en te jagen. Jagen gebeurt op het open land. Vanaf paaltjes en andere verhogingen probeert deze uil muizen te vinden.

Naast boerenerven zijn enkele ruigtes in het gebied aanwezig waar op hun beurt weer andere soorten te vinden zijn. De ruigtes rondom de Stadskolk bieden veel mogelijkheden voor onder andere de dwergmuis en de ree. De ree is afhankelijk van de ruigtes om dekking en rust te vinden. Afhankelijk van hoeveel mensen rondlopen, zoekt de ree overdag de rust op in de ruigtes en komt in de schemering tevoorschijn om te gaan eten op open plekken. De uiterste noordrand wordt gevormd door de Riete Ruimzicht een oude afwateringskreek, van voor de bedijking van de polder Mastenbroek en in het verre verleden een oude Vecht arm (Oer Vecht). Deze Riete is hersteld door het terugbrengen van veel water. Het open landschap is versterkt door het weghalen van ruilverkavelingsbosjes en de oude riete langs de weg naar Hasselt te herstellen. De Oude en Nieuwe Wetering hebben een natuurvriendelijke oever gekregen en in Stadsbroek zijn moerasstroken aangelegd.

656 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (173 waargenomen) Blauwe reiger Buizerd Grote Canadese gans Kievit

Grote modderkruiper (123rf.com)

Wat verstopt zich daar in de modder? In diverse watergangen van Mastenbroek en van Stadsbroek zijn de geheimzinnige, slangachtige, modderkruipers aangetroffen. Modderkruipers zijn te onderscheiden in twee soorten: de kleine modderkruiper en grote modderkruiper. Vooral de grote modderkruiper heeft een bijzonder lichaam en kan overleven in situaties met lage zuurstofgehaltes. Zelfs drooggevallen wateren vormen geen probleem. De slijmlaag van de vis voorkomt uitdroging wanneer de soort zich in de modder ingraaft. De grote modderkruiper is sterk afgenomen in het verleden en is vrij zeldzaam geworden. Best bijzonder dus, dat deze vis hier te vinden is. Aanwezigheid van de grote modderkruiper geeft aan dat de watergangen ondiep zijn met een dikke modderlaag en veel waterplanten. Dat plaatselijk veel vegetatie aanwezig is blijkt ook uit de aanwezigheid van de zeelt en de rietvoorn. Ook de zeelt houdt namelijk van plantenrijke wateren met modderige bodems. En jonge rietvoorns voeden zich met plantaardig materiaal.

Knobbelzwaan Kolgans Spotvogel Steenuil Ringmus

Zoogdieren (18 waargenomen)

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis

Bunzing Dwergmuis Haas Hermelijn Otter

Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Dagvlinders (21 waargenomen)

Baars Bittervoorn Blankvoorn Grote modderkruiper

Atalanta Bont zandoogje Dagpauwoog Distelvlinder Groot koolwitje

Overige Ongewervelden (121 waargenomen) Bosbijvlieg Gamma-uil Grijze runderdaas Moerassprinkhaan Snorzweefvlieg

Tuinloopkever Wespspin Wilgenhoutrups Zevenstippelig lieveheersbeestje

beste deelgebied 2.905

Vleermuizen (6 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (21 waargenomen) Kleine modderkruiper Kleine watersalamander Rietvoorn Zeelt

0

656

Spotvogel (E. Witter)

Icarusblauwtje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder Landkaartje

Vaatplanten (260 waargenomen) Akkerdistel Beemdkroon Boerenwormkruid Doorwaskervel Gele plomp

Herderstasje Gulden boterbloem Veenreukgras Veldzuring

Ree Steenmarter Veldmuis Wezel Woelrat

Libellen (26 waargenomen) Azuurwaterjuffer Gewone oeverlibel Glassnijder Grote roodoogjuffer

Lantaarntje Variabele waterjuffer Vroege glazenmaker Vuurjuffer

Overige (10 waargenomen) Breekbaar kransblad Geschubde inktzwam Gesnaveld klauwtjesmos

Geweizwam Kogelhoutskoolzwam Sinaasappelkorst Zilveren boomkussen

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

50

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

•

Wat zijn de kansen?

De sloten binnen Mastenbroek en Stadsbroek vallen deels binnen de Zwolse hoofdgroenstructuur en hebben een hoge natuurwaarde. De watergangen zijn ondiep, hebben een dikke modderlaag, en bevatten veel watervegetatie. De grote modderkruiper, een Rode Lijst soort, heeft veel belang bij deze sloten. Ook diverse andere vissoorten vinden de modder en de vele watervegetatie prettig. De graslanden zijn belangrijk voor overwinterende ganzen en andere typische graslandsoorten, zoals de knobbelzwaan, spreeuwen en natuurlijk de weidevogels. De boerenerven en ruigtes in het gebied huisvesten hele andere soorten dan de graslanden. De afwisseling van grasland, ruigtes en erfjes maakt het gebied divers waardoor een hogere soortenrijkdom ontstaat. Het af en toe ‘rommelige’ karakter zorgt voor een hogere natuurwaarde. Het biedt beschutting aan vele soorten die niet te vinden is op het grasland. De Stadskolk vormt een interessant gebied voor vogelaars. Op het water en langs de oevers zijn meer dan 50 (!) verschillende soorten vogels waargenomen. Hierin zit een hoge variatie aan watervogels, zangvogels en roofvogels.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de grote modderkruiper

•

• •

•

Vernatting van de hele polder Mastenbroek om oxidatie van veen te voorkomen en daarmee inklinking en maaiveldsdaling. Daarnaast biedt dit kansen voor herstel van de weidevogelpopulatie en het verbeteren van het slotenmilieu. Het verbeteren van waterkwaliteit is gunstig voor de grote modderkruiper. Ecologisch maaibeleid waardoor inheemse bloemen en kruiden meer kans krijgen te groeien. Dit leidt vervolgens tot meer vlinders en insecten wat het belangrijkste voedsel is voor kuikens van weidevogels. Meer natuurontwikkeling op de ‘reststroken’ in het gebied, zoals rond verkeersknoop bij Ruimzicht.

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

1

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Veiligheid: larven van grote modderkruiper worden opgegeten door vissen.

Door een natuurlijk waterpeil te behouden, staat de sloot soms droog/met laag water. De grote modderkruiper overleeft dan in de modder en de eieren en larven kunnen beter overleven door het gebrek aan jagende vissen. Andere vissen overleven deze situatie slechter. Veel watervegetatie behouden, zodat de larven zich kunnen verstoppen.

Voortplanting: eitjes worden in ondiepe wateren gelegd tussen waterplanten.

Door het schonen van sloten buiten de gevoelige periode van voortplanting en de opgroeiperiode (maart – augustus) uit te voeren, zullen meer eitjes uitkomen. Bij het schonen dient 25-50% van de water- en oevervegetatie; de meest ondiepe slootdelen (slootkoppen); en oevers van sloten die 25-50 meter aaneengesloten zijn, volledig te worden ontzien.

Verbinding: diepe en ondiepe slootdelen moeten op elkaar worden aangesloten.

Verbindingen maken tussen leefgebieden, door watergangen optimaal te beheren (zie voortplanting) en een natuurlijk waterpeil in de sloten in te stellen.

Grote modderkruiper (123rf.com)

Natuurlijk waterpeil behouden (iStock))

Thema

De “ambassadeur” van het gebied is de grote modderkruiper. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de grote modderkruiper behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

51

Oeverwallen Vecht

m(be)leefbaar

Groene vinger Vruchtbare grond

Door het buiten de oevers treden van de Vecht is er achter de oeverwallen vruchtbaar slib afgezet. Daarom wordt dit gebied al sinds de Middeleeuwen gebruikt voor veeteelt. Vandaag de dag is dit gebied in gebruik als paardenweiden, hooilanden, maïs- en graslandpercelen. Dit afwisselende landschap biedt mogelijkheden voor een verscheidenheid aan planten en dieren. Op de voedselarme hooilanden komen enkele zeldzame planten voor, zoals veenreukgras. Op deze bijzondere planten komen dan weer vlinders af, zoals bruin zandoogje. Deze dagvlinder legt haar eitjes op diverse grassoorten, meestal laag bij de grond. Ook voor de roodborsttapuit en het paapje zijn hooilanden een geschikt leefgebied. Deze twee vogelsoorten maken een goed verstopt nest op de grond en eten met name insecten. De graslanden zorgen voor voedsel en onderkomen voor ganzen, zoals kolgans, brandgans, grauwe gans en grote Canadese gans. De uiterwaarden van de Vecht zijn aangewezen als speciale ganzengebieden, waardoor deze dieren ook kunnen rusten en eten in het gebied achter de oeverwallen van de Vecht. Ook weidevogels kunnen gebruikmaken van de weilanden, zo is de kievit vaak waargenomen in het gebied.

Boerderij met paardenweide (Google)

Kerkuil (iStock)

Ook de ernstig bedreigde velduil wordt een enkele keer waargenomen in dit gebied. De velduil broedt op de grond, dus genoeg beschutting in het boerenland is voor deze vogel erg belangrijk. Deze soort is landelijk sterk achteruitgegaan door het verdwijnen van dergelijke vochtige gebieden en de modernisering van de landbouw, waardoor de velduil op de Rode Lijst staat. Tussen de agrarische percelen lopen veel sloten, die leefgebied voor vissen, amfibieën, insecten en planten vormen. Overbemesting, een lage waterstand en baggeren vormen vaak bedreigingen voor een goede kwaliteit van boerensloten. Gelukkig zijn er in het gebied een aantal soorten waargenomen die aangeven dat de kwaliteit juist goed is, zoals het zeldzame wier gewoon kransblad. Voor de Rode Lijst-soort grote modderkruiper is watervegetatie erg belangrijk. Daarnaast heeft deze vis ondiepe delen nodig, waar de jonge individuen kunnen opgroeien. Het vetje is een vis met minder eisen en kan snel opduiken in nieuw gegraven watergangen: een echter pioniersoort. Zolang er watervegetatie aanwezig is, zijn de sloten in het agrarisch gebied geschikt voor het vetje. Ook de platbuik is een pioniersoort, die vooral voorkomt bij door mensen aangelegde wateren. Deze libel houdt juist van weinig begroeiing op de oevers en in het water. Tot slot vormen de boerenerven ook een thuis voor veel dieren.

Zo broedt de kerkuil in nestkasten die vaak aan schuren worden gehangen en jaagt deze soort in het open veld op muizen. Ringmussen kun je op het erf rond een boerderij aantreffen, waar ze graan, onkruidzaad en insecten eten. Ook zijn in het gebied alle soorten marterachtigen waargenomen die ons land rijk is: otter, das, boommarter, steenmarter, wezel, hermelijn en bunzing. Van deze marterachtigen zijn de steenmarter, hermelijn, wezel en bunzing echte bewoners van het boerenland die profiteren van de kleinschalige landerijen in dit gebied achter de oeverwallen. Marterachtigen hebben dekking nodig om zich te verplaatsen en maken hiervoor gebruik van de greppels, sloten, houtwallen en hagen.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

552,4 ha natuur, recreatie zand, zavel en klei

Het Landschap De Vecht is een regenrivier die in Duitsland ontspringt. Het gedeelte van de Vecht dat langs Zwolle stroomt kronkelt sterk door het landschap. De oeverwallen van de Vecht zijn ontstaan doordat zand en leem werd afgezet wanneer de rivier buiten haar oevers trad. Door het jaarlijks buiten de oevers treden werd er vruchtbare, kleiachtige slib afgezet in het overstromingsgebied. Vanaf de middeleeuwen werden deze natte, lage gronden achter de oeverwallen gebruikt voor veeteelt. De overstromingen van de Vecht werden hinderlijk en daarom begon de bedijking van het gebied. In de 17e en 18e eeuw werden op deze oeverwallen grote huizen gebouwd voor rijke kooplieden uit Amsterdam. Deze riante optrekjes staan er deels nog steeds. Achter deze woningen ligt agrarisch gebied. De oeverwallen van de Vecht grenzen aan het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht’.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

52

m(be)leefbaar

Leven langs de wegen In het gebied is goed zichtbaar dat bermen van landwegen een bron van leven kunnen zijn. De wegen zijn doorgaans rustig en men rijdt er niet harder dan 60 kilometer per uur. Daarnaast worden de bermen niet vaak gemaaid, waardoor veel plantensoorten de kans krijgen om op te komen. In het gebied zijn dan ook veel plantensoorten langs de landwegen waargenomen, zoals gewone vogelmelk, fluitenkruid en pinksterbloem.

Boerensloot (Google)

Bloemen produceren nectar en trekken daarmee allerlei insecten aan, zoals icarusblauwtje, kleine vos, oranjetipje en kleine vuurvlinder. Vlinders zijn voor de voortplanting afhankelijk van specifieke planten, ook wel waardplanten genoemd. Voor icarusblauwtje zijn dit vooral kleine, rol- en hopklaver, terwijl de kleine vuurvlinder hiervoor zuringsoorten gebruikt. Het oranjetipje zoekt de pinksterbloem en look-zonder-look hiervoor op.

Ook de bermen van drukkere wegen kunnen een groeiplaats zijn voor planten, zoals de bedreigde wilde kievitsbloem. Deze paars gevlekte of witte bloem wordt ook wel de Zwolse tulp genoemd. Deze plant heeft een voorkeur voor uiterwaarden, licht bemest grasland en hooiland. De mogelijke groeiplaats, de afslag van de A28, was vroeger buitendijks gebied, waardoor de bodemomstandigheden er goed zijn voor de plant.. Ook grote pimpernel is vaak langs deze afslag van de A28 aangetroffen. Grote pimpernel is de waardplant van het ernstig bedreigde pimpernelblauwtje. Helaas is deze vlinder niet waargenomen in het gebied. Ook langs de drukke wegen komen insecten voor, zoals sprinkhanen. De grote groene sabelsprinkhaan leeft hier in de ruigere bermen en struiken.

881 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (174 waargenomen) Blauwe reiger Buizerd Grauwe gans Grauwe klauwier Grote zilverreiger

Grote modderkruiper (iStock)

Klein bos, groot belang Door het gebied heen liggen hier en daar kleine bosschages. Langs sommige wegen staan rijen met bomen. Deze bosschages en bomenlanen zijn ondanks hun kleine formaat van groot belang voor vleermuizen, zoogdieren, vogels en insecten. Vleermuizen gebruiken de bomenlanen om langs te migreren, een zogeheten vliegroute. De bosschages kunnen vleermuizen dan weer gebruiken om tussen de boomtoppen insecten te zoeken. Sommige soorten vleermuizen, zoals de rosse vleermuis, watervleermuis en ruige dwergvleermuis hebben ook hun verblijfplaatsen in bomen; achter loshangend schors of in boomholtes. Ook paddenstoelen en (korst)mossen leven in deze bomenlanen, zoals purperkring en reuzenzwam, die beide voorkomen op loofbomen. Een klein stukje bos kan ook al voldoende zijn voor zoogdieren als eekhoorn en das om er hun onderkomen te vinden. Dassen maken hun burcht vaak aan de rand van zo’n bosschage en zoeken ’s nachts in de weilanden naar eten (vooral regenwormen), terwijl eekhoorns nestelen en foerageren in bosrijker gebied.

Kerkuil Kievit Kolgans Ringmus Velduil

Reptielen, Amfibieën & Vissen (15 waargenomen) Bittervoorn Blankvoorn Groene kikker Grote modderkruiper Kleine modderkruiper

Marmergrondel Poelkikker Rietvoorn Vetje Zeelt

Overige Ongewervelden (190 waargenomen) Bramesprinkhaan Bruine sprinkhaan Doornsprinkhaan Eikenprocessierups Grote groene sabelsprinkhaan

Kuifvlinder Kustsprinkhaan Moerassprinkhaan Ratelaar Sikkelsprinkhaan

Vleermuizen (14 waargenomen) Bosvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger

Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Watervleermuis

Dagvlinders (26 waargenomen) Argusvlinder Atalanta Bont zandoogje Bruin blauwtje Bruin zandoogje

Eikenpage Hooibeestje Icarusblauwtje Kleine vuurvlinder Oranje zandoogje

Vaatplanten (344 waargenomen) Boerenwormkruid Engels raaigras Gele kornoelje Gewone reigersbek Gulden boterbloem

Grote vossenstaart Kamgras Kweek Wilde kievitsbloem Zwanenbloem

0

881

Hermelijn (iStock)

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (23 waargenomen) Bever Boommarter Bunzing Das Haas

Hermelijn Konijn Ree Steenmarter Wezel

Libellen (27 waargenomen) Beekrombout Grote keizerlibel Blauwe breedscheenjuffer Platbuik Bruine winterjuffer Vuurjuffer Gewone oeverlibel Watersnuffel Glassnijder Weidebeekjuffer

Overige (68 waargenomen) Dun schaduwmos Eikenmos Fijn knoopjeskorst Gewoon kransblad Gewoon purperschaaltje

Groot dooiermos Papegaaizwammetje Purperkring Reuzenzwam Vliegenzwam

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

53

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

De vochtige graslanden verrijken de biodiversiteit en bieden veel nectarplanten voor dagvlinders, bijen, hommels en andere insecten. Dit soort landschappen nemen op landelijk niveau af en zijn daardoor waardevol. In het gebied liggen verscheidene bosschages en staan een aantal bomenlanen, waarin veel dieren en schimmels leven. Daarnaast functioneren bomenlanen vaak als vliegroute voor vleermuizen. Het is daarom belangrijk zuinig met deze, vaak oude, bomen om te gaan. Langs de landwegen zijn veel planten en insecten waargenomen. Wanneer de bermen niet te vaak gemaaid worden, vormen zij dus een belangrijk toevluchtsoord voor veel soorten, die op monotone akkers/graslanden niet kunnen gedijen.

•

• •

• •

Boerensloten vormen belangrijk habitat voor amfibieën, insecten, planten en vissen. Hiervoor mogen de sloten niet te vaak gebaggerd worden en dient dit gefaseerd te gebeuren. Ook overbemesting en een lage waterstand doen veel soorten vertrekken uit zulke sloten. Ecologisch bermbeheer is gunstig vele planten- en dierensoorten. Door met de biologische stadsboeren nog meer doelen en beheerdoelen af te stemmen, kunnen de natuurwaarden in deze delen nog meer worden verbeterd. Kleinschalige bosaanleg en natuurbouw in de gemeentelijke weilanden naast de Zwartewaterallee. Versterking van de ecologische passage in de A28 van de Vecht, als onderdeel van Ruimte voor de Vecht.

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

2

Tuinen en erven

1

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

2

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Zaden en insecten van de grond

Verbeteren van voedselaanbod waardoor wintersterfte afneemt. Dit kan door het behouden van voedselrijke percelen en/of overhoeken met graan of kruiden.

Dichte houtwallen en struiken

Hagen en houtkanten zijn cruciaal voor deze soort omdat de ringmus vanuit deze dekking korte voedselvluchten maakt. Dichte hagen met inheemse struiken als meidoorn, sleedoorn, Spaanse aak en liguster bieden veiligheid.

Holen of nestkasten

De ringmus broedt in natuurlijke holtes en onder dakpannen. Natuurinclusieve daken bieden nestgelegenheid aan deze soort. Ook het behoud van oudere bomen en het hangen van nestkasten vergroot de nestgelegenheid.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de ringmus

Thema

Ringmus (E.Witter)

Hagen en houtkanten voor de ringmus (E. Witter)

De “ambassadeur” van het gebied is de ringmus. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de ringmus behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

54

m(be)leefbaar

Park Wezenlanden & Nooterhof

Groene vinger Verschil mag er wezen

Park Wezenlanden is een drukbezocht park, niet alleen door mensen maar ook door dieren. Het park wordt niet alleen bezocht door wandelaars, maar er worden ook regelmatig activiteiten en festivals georganiseerd. Ondanks het geluid en de verstoring die dit oplevert, zijn er enkele vogels aanwezig die zich er niks van aantrekken en gewoon gaan broeden. Watervogels, zoals de meerkoet en de fuut, bouwen hun nest op het water en zoeken voedsel op het water. Deze watervogels trekken zich niks van de drukte aan! Ook holenbroeders, zoals de grote bonte specht, broeden in dit park. Deze vogels nestelen ergens hoog in een boom, in een klein holletje, waar niemand bij kan komen. Dus waarom zou een specht zich laten tegenhouden door wat geluid? Soorten die echt van rust houden zijn niet te vinden in het gebied. In park Nooterhof is het iets rustiger en krijgen onder andere zangvogels de kans om te broeden. Verstopt tussen het struikgewas kunnen de zwartkop en de winterkoning in alle rust broeden. Op de graslanden binnen park Wezenlanden zijn soorten als roek, zwarte kraai, ekster en spreeuw vaak actief voedsel aan het zoeken, terwijl deze binnen park Nooterhof weinig te vinden zijn. In Nooterhof zijn minder open graslanden aanwezig en is er meer struikgewas waardoor het aantrekkelijk is voor andere soorten. de Nooterhof (Google Street view)

Grote bonte specht (E. Witter)

Zo zijn de nachtegaal en de grauwe vliegenvanger enkel in Nooterhof aangetroffen. Deze soorten houden van struikgewas en open bossen en zullen niet snel binnen het kalere Wezenlanden te vinden zijn. Verspreid over de twee parken zijn veel verschillende vaatplanten te vinden die op de Rode Lijst staan. In totaal zijn 16 soorten waargenomen waarvan 6 in Wezenlanden en 13 in Nooterhof. Met name in de zuidwestelijke hoek van Nooterhof ligt een wild stukje met meerdere van deze beschermde soorten, waaronder de steenanjer, beemdkroon, bevertjes en veldsalie. Een mooi stukje verruigd grasland! Ook zijn er meer dagvlindersoorten te vinden in Nooterhof. Elk vlindersoort heeft een unieke dieetbehoefte en specifieke eisen voor planten om eitjes af te zetten. Vlinders zijn dus een graadmeter voor diversiteit; des te meer soorten, des te gevarieerder het landschap. Zo heb je de grote weerschijnvlinder welke eitjes afzet aan wilgen en zich als volwassen vlinder voedt met honingdauw en sap van bloedende bomen. Maar de kleine vuurvlinder zet voornamelijk eitjes af aan de schapenzuring en als volwassen vlinder voedt deze soort zich enkel met nectarplanten, zoals gewone ereprijs, beemdooievaarsbek, rode klaver en grote centaurie. De parken zijn onderdeel van de hoofdgroenstructuur van Zwolle. Diverse zoogdieren gebruiken het om te verplaatsen en om voedsel te zoeken.

De Nooterhof vormt door de vele bomen geschikt leefgebied voor de eekhoorn. En langs het Almelose Kanaal aan de noordzijde zijn meerdere malen otters waargenomen die zich via het water verplaatsen naar nieuwe leefgebieden. Ook de bunzing, een soort die van vochtige landschapselementen houdt, is meermaals aangetroffen. Niet alleen zoogdieren maken gebruik van deze structuur. De visdief broedt op het industrieterrein Marslanden, ten zuidoosten van de parken, maar verplaatst zich via deze groenstructuur om voedsel te zoeken boven het Almelose Kanaal.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

42,9 ha natuur

Het Landschap Park de Wezenlanden ligt aan de noordzijde van de wijk Assendorp en in de buurt Weezenlanden. Aan de noordzijde van het park stroomt het Almelose Kanaal. Het park is het drukst bezochte park van Zwolle. Jaarlijks worden hier meerdere festivals gehouden, waarvan de grootste het Bevrijdingsfestival is met ruim 150.000 bezoekers. Binnen het park is verder een kinderboerderij, speeltuin, skatebaan, basketbalveld, pannaveld en een parkpaviljoen aanwezig. Het park biedt verder voldoende wandelmogelijkheden. Diverse waterpartijen, graslandjes en bosjes maken het een enigszins gevarieerd park. Park Nooterhof ligt eveneens aan de noordzijde van de wijk Assendorp en Pierik en ten oosten van park Wezenlanden. Nooterhof is in 1961 aangelegd en heeft sindsdien altijd een bijzondere bestemming gehad, namelijk natuur- en milieueducatie. Er worden diverse lezingen gegeven, het Natuurrijk Zwolle Natuurfestival vindt hier plaats en expedities voor wilde planten en biodiversiteit worden georganiseerd. Langs het fietspad welke door het park heen loopt zijn rijen knotwilgen te vinden. Binnen het park zit een kinderopvang, een waterspeelplaats, een blote voetenpad en er zijn drie verschillende tuinen aanwezig: een moestuin, kruidentuin en boerentuin. In de Vlindertuin is tevens een amfibieënpoel aangelegd. 55

m(be)leefbaar

Groot avondrood (G.J. Assink)

Het Zwolse nachtleven Als iedereen weer vertrokken is uit de parken, verwacht je dat het rustig wordt. Maar als mensen weg zijn, komen andere dieren eens om de hoek kijken. Vleermuizen worden dan actief en komen naar de parken om voedsel te zoeken boven de waterpartijen en tussen de vele bomen. Wellicht zitten er zelfs vleermuisverblijfplaatsen in holtes van bomen. Vleermuissoorten als de rosse vleermuis en watervleermuis gebruiken verlaten spechtenholen of holen die door rotting bij een afgebroken tak ontstaan zijn. Andere vleermuizen komen vanuit bebouwing in de omgeving, of vanuit de verstopte vleermuizenkelder in Nooterhof. Wist je dat een enkele vleermuis wel 3000 muggen, motjes en kevertjes per nacht kan verorberen? Laat staan wat een hele kolonie kan bereiken! Je denkt er misschien nooit over na, of hebt ze misschien

nooit echt goed gezien, maar in de nacht worden ook nachtvlinders actief. Nachtvlindersoorten komen in heel veel verschillende kleuren en maten. Door fanatieke waarnemers in de Nooterhof weten we dat er zeker 50 verschillende soorten leven. De meeste soorten hiervan hebben een grauwe donkere kleur en vallen niet op. Maar andere soorten, zoals groot avondrood en witte tijger, zijn een stuk opvallender! Nest als dagvlinders, helpen deze nachtvlinders onder andere mee met het bestuiven van bloemen als ze op zoek zijn naar nectar. Dit zorgt ervoor dat binnen de parken Wezenlanden en Nooterhof verschillende plantensoorten, zoals akkerwortel, teunisbloem en gulden boterbloem, zich kunnen verspreiden en behouden kunnen blijven. Wist je dat er zoiets bestaat als ‘dagactieve’ nachtvlinders? Het klinkt vreemd, maar er zijn nachtvlinders, zoals de Sint-Jacobsvlinder, die ook overdag actief is. Als je een vlinder ziet moet je dus goed bekijken of het een dag- of nachtvlinder is!

958 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (126 waargenomen) Fuut Grote bonte specht IJsvogel Meerkoet

Viervlek (M. de Haas)

Een libellen-walhalla De wateren in de parken Wezenlanden en Nooterhof zijn zeer geliefd bij libellen. In totaal zijn 26 verschillende soorten waargenomen. De wateren hebben twee functies voor de libellen; het dient als leefgebied voor voortplanting en om voedsel te zoeken, maar ook als verbindingsbaan naar nieuwe leefgebieden. Een goede waterkwaliteit is voor libellen van belang, omdat de larven leven in het water. Veelal is de kwaliteit van het oppervlaktewater in Nederland negatief beïnvloed door stikstof en fosfaat. Hierdoor kunnen algen heel goed groeien, met als gevolg dat het zuurstofgehalte en het doorzicht afneemt. De larven van sommige soorten, zoals van de viervlek en de gewone oeverlibel, kunnen wel tot 3 jaar in het water leven! Hierna ‘sluipen’ de larven het water uit en kunnen ze vervolgens als volwassen libel met wel 60 kilometer per uur over het water scheren om te jagen op andere kleine en vliegende insecten. Sommige vogels, zoals de grauwe vliegenvanger, zijn weer gespecialiseerd in het jagen op libellen. Libellen zijn dus niet alleen mooi, maar hebben ook veel nut in de voedselketen.

Spreeuw Sijs Visdief Winterkoning Zwartkop

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis

Bruine rat Bunzing Eekhoorn Egel Konijn

Watervleermuis

Baars Driedoornige stekelbaars Gewone pad Kleine watersalamander

Bont zandoogje Boomblauwtje Dagpauwoog Gehakkelde aurelia

Agaatvlinder Groot avondrood Populierenwespvlinder Leptocerus

Limnephilus Sint-jacobsvlinder Wespspin Witte tijger Zwart weeskind

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (14 waargenomen)

Dagvlinders (25 waargenomen)

Overige Ongewervelden (460 waargenomen)

0

Vleermuizen (6 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (13 waargenomen) Rietvoorn Snoek Tiendoornige stekelbaars Zeelt

958

Watervleermuizen (E. Witter)

Grote weerschijnvlinder Kleine vos Oranjetipje Scheefbloemwitje

Vaatplanten (267 waargenomen) Akkerwortel Beemdkroon Bevertjes Gewone ereprijs Grote centaurie

Steenanjer Teunisbloem Wilde kievitsbloem Veldsalie

Mol Otter Rosse woelmuis Steenmarter Wezel

Libellen (26 waargenomen) Azuurwaterjuffer Blauwe breedscheenjuffer Bloedrode heidelibel Gewone oeverlibel

Glassnijder Grote keizerlibel Lantaarntje Viervlek Smaragdlibel

Overige (21 waargenomen) Gekraagde aardster Geschubde inktzwam Grote parasolzwam

Harde populierboleet Kapjesmorielje Muurschotelkorst Rond schaduwmos

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

56

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

• •

Wat zijn de kansen?

Beide parken zijn anders ingericht; park Wezenlanden heeft wat meer eentonige graslanden, terwijl park Nooterhof voornamelijk dichter begroeid is met meer struiken en bomen. Deze variatie zorgt voor een grote diversiteit aan vogelsoorten; sommige soorten worden meer aangetrokken door de open graslanden en andere juist meer door de dichte begroeiing. Deze variatie zorgt voor een hogere natuurwaarde. De waterpartijen binnen Wezenlanden en Nooterhof hebben een hoge natuurwaarde door de vele libellensoorten. De oevers van de waterpartijen zijn begroeid en er is veel (drijvende) watervegetatie aanwezig. Libellenlarven kunnen tussen de waterplanten jagen op kleine waterdieren. Sommige soorten rusten als libel op drijvende waterplanten. Met name Nooterhof is een belangrijk plantengebied. In het gebied groeien veel verschillende nectarplanten. Vlinders, zowel dag- als nachtvlinders, hebben erg veel baat bij de variatie aan planten. In het gebied zijn nog restanten van kievitsbloemhooilanden. Beide parken geheel vallen binnen de hoofdgroenstructuur van Zwolle. Veel soorten maken hier gebruik van om te verplaatsen naar nieuwe leefgebieden of om naar plekken te gaan om te zoeken naar voedsel.

•

•

Het maaibeleid is een belangrijk onderdeel binnen de parken. Binnen Nooterhof wordt ecologisch maaibeleid toegepast, maar hier is nog winst te behalen binnen Wezenlanden. Door (verbindings)delen meer te laten verruigen, kunnen meer vlindersoorten en andere insecten vanuit Nooterhof zich vestigen en verplaatsen. Door het gebied tussen het Almelose Kanaal en Koelwaterkanaal zo groen mogelijk in te richten en alleen extensieve recreatieve activiteiten toe te staan, worden de natuurwaarden vergroot en wordt de rust in het gebied behouden.

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

1

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: insecten, bessen en vruchten.

Grote delen van het park worden vaak gemaaid en het gras is kort. Door enkele delen te laten verschralen (minder te maaien en maaisel weg te halen), komen er meer kruiden en bloemen. Dit trekt dan weer veel insecten aan, waardoor er meer voedsel is voor vogels. Het aanplanten van inheemse, besdragende struiken en bomen is ook gunstig.

Voortplanting: maakt een nest in dicht struikgewas.

Het aanplanten van dicht, stekelig struikgewas zoals eenstijlige meidoorn is gunstig voor de zwartkop. Deze soort kan hierin een nest maken dat veilig is en beschut.

Veiligheid: beschutting van honden en roofdieren in dichte struiken.

Dichte struiken, zoals meidoorn-stekelstruiken of bramen zijn elementen waar de zwartkop zich thuis voelt en beschutting kan vinden van de honden en roofdieren in het park.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de zwartkop

Thema

Zwartkop (iStock)

Meidoornhaag (iStock)

De “ambassadeur” van het gebied is de zwartkop. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de zwartkop behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

57

m(be)leefbaar

Parklandschap Herfte - Wijthmen

Groene vinger Waar natuur en recreatie samengaan

Het landschap van dit gebied bestaat uit een hoofdgroenstructuur ook wel de “groene vinger” genoemd. Dit zijn groene verbindingen tussen de stad en het buitengebied. In dit gebied bevindt zich een variatie aan landschapstypen. Zo is er de Wijthmenerplas wat naast een recreatieplek ook een habitat is voor een tal van soorten. Denk aan ijsvogel, fuut en zeldzame gasten als de parelduiker. Deze soorten jagen onder water op de diverse vissoorten die hier leven als de stekelbaars, rietvoorn en zeelt. Ook vormt de plas in de nachtelijke uren het foerageerhabitat voor de watervleermuis. In het gebied bevindt zich ook rietmoeras. Het rietmoeras vormt voor een tal van soorten een perfect habitat. Soorten planten met de toepasselijke naam als moeraskartelblad, moerasandoorn en gevlekte rietorchis zijn hier te ontdekken. Wie goed oplet kan ook hier een kleine schuwe watervogel zien genaamd de dodaars. De dodaars is de kleinste futensoort van Nederland. Andere opvallende vogelsoorten die hier voorkomen zijn de blauwborst en baardman. De blauwborst leeft in dit soort vochtige gebieden met een gevarieerd landschap, zoals de overgangszone tussen moeras- en bosgebied.

Gebiedsfoto (Google)

Ringslang (G.J. Assink)

Door de aanwezigheid van water en waterplanten vormen de moerassen geschikte plekken voor libellen. Naast algemene soorten als de viervlek en glassnijder zijn ook de zeldzamere noordse winterjuffer, beekrombout en sierlijke witsnuitlibel hier waargenomen. Ook de zeldzame grote weerschijnvlinder is er gezien. Een andere vochtige plek in het gebied is het rabattenbos langs de Kroesenallee. Een rabattenbos ken herkend worden aan de lange greppels en een verhoogde strook. De greppels vangen regenwater op en houden het tijdelijk vast. De combinatie van natte en droge delen maakt het geschikt voor amfibieën, zoals de bruine kikker. Wegens het ontbreken van vissen is de kans om opgegeten te worden als dikkopje een stuk kleiner. Al is er wel een echte rover aanwezig in het rabattenbos en dat is de ringslang. De ringslang is eveneens watergebonden. Voor het leggen van eieren is het belangrijk dat er in omgeving bladhopen en of composthopen aanwezig zijn. Ook zal de ringslang zich thuis voelen in het rietmoeras. Nederland kampt met een toenemende verdroging door het verlagen van de grondwaterstand. Rabattenbossen zijn nog zelden echt vochtig. Naast natte bossen zijn hier ook droge bossen. Er is zoveel variatie in het gebied dat alle zeven van de in Nederland voorkomende marterachtigen hier zijn waargenomen. De grootste soort hiervan is de das. Gebieden als deze zijn uitermate geschikt.

In de droge bossen bevindt zich de veilige burcht van de dassenfamilie waar ze overdag in verscholen zitten. Als eenmaal de schemering komt trekken ze vanuit hun burcht naar de velden toe. Hier wordt gezocht naar allerlei soorten voedsel, maar vooral in de graslanden naar insecten(larven) als emelten en engerlingen. In dit gebied zijn er niet alleen veel putters in de houtwallen en op boerenerven te vinden, er bevindt zich namelijk ook een golfbaan binnen dit deelgebied. De baan kent door ecologisch beheer bloemrijke graslanden en vele vogels, waardoor de baan hoge natuurwaarden heeft.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

862,2 ha natuur zand, zavel en klei

Het Landschap Het landschap van Herfte Wijthmen, dat hier de maat heeft van een "metropolitaan park", is een parklandschap en maakt onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur, ook wel groene vinger genoemd, van Zwolle. Dit deelgebied is heel divers en bestaat uit boerenland met boerderijen, landgoederen (als De Helmhorst, Boschwijk, Landwijk) met bossen en graslanden, recreatie en bewoond gebied. De Westerveldse Aa, vormt samen met kleiner beekdalen in afwisseling met dekzandruggen een zeer gevarieerde bodem (zand, veen en klei). Ook metershoge rivierduinen in het heel oude Erfgenamenbos en bij Herfte zijn specifiek voor dit gebied. In de jaren ‘70 is ten behoeve van de bouw van wegen en dijken zand gewonnen en is de Wijthmenersplas ontstaan. Tegenwoordig is het een druk bezochte recreatieplek waar gedurende het jaar duizenden recreanten te vinden zijn. Ten noorden van de plas bevindt zich een golfbaan waar een unieke vorm van natuur te vinden is. Door het gebied heen loopt sinds 1880 een spoorweg. In het deelgebied bevinden zich de buurtschappen de Herfte, Veldhoek en Wijthmen. Sporen laten zien dat er bewoning is geweest sinds de jonge steentijd. De variatie die het gebied kenmerkt is terug te zien in de biodiversiteit. Met 2.177 aantal waargenomen soorten is het een vna de meest diverse en soortenrijke gebieden in gemeente Zwolle. 58

m(be)leefbaar

Groene specht (IStock)

Het leven in de wei Het korte gras van het boerenland in combinatie met oude bomen in de omgeving maakt het een zeer geschikte leefomgeving voor de groene specht. Oude bomen hebben sneller gaten en holtes, waar nesten worden gebouwd door deze soort en op het korte gazon wordt gezocht naar voedsel. Wie goed luistert kan het typische “gelach” van de groene specht horen. Waar de groene specht meestal alleen te zien is, zijn het de spreeuwen die vaak in grote getalen de weilanden en grasvelden afspeuren opzoek naar insectenlarven. Naast de graslanden worden soms zelf stallen bezocht door een kolonie spreeuwen. De delen waar extensief beheerd wordt, kunnen kruiden groeien waar insecten van profiteren. In het gehele gebied komen algemene dagvlindersoorten voor maar ook minder algemene soorten leven hier.

Eén van de belangrijkste voorwaarden voor het voortkomen van specifieke soorten is de aanwezigheid van de waardplant. Zo groeit hier het akkerviooltje en dit is de waardplant van de kleine parelmoervlinder. Deze kustsoort kan grote afstanden afleggen en komt zo in dit gebied zwerven. Andere planten die hier te vinden zijn, zijn typische akkerplanten als akkerdistel, akkerereprijs en akkerklokje. De veelvoorkomende akkerdistel is een ontzettend waardevolle plant vanwege de nectar. Soorten als de distelvlinder, dagpauwoog en akkerhommel bezoeken de bloemen van de akkerdistel dan ook graag. Daar waar rondom de boerenerven nog rommelhoekjes te vinden zijn met bijvoorbeeld een stapel snoeihout kunnen marterachtigen zoals de wezel en steenmarter hun verblijf hebben. Deze marterachtigen jagen op kleine knaagdieren en helpen om deze populaties in toom te houden.

2.177 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (176 waargenomen) Baardmannetje Blauwborst Dodaars Draaihals Groene specht

Kleine parelmoervlinder (E. Witter)

Kleine doch drukke dorpjes In de tuinen zijn verscheidene vogelsoorten te vinden. Naast de bosvogels die vanuit de nabijgelegen bossen de tuinen bezoeken, zijn er ook de meer typische tuinvogels te vinden. Merels nestelen maar al te graag in een tuin waar een struik of haag beschutting biedt. Dichte begroeiing in de tuin of tegen de schutting is perfect voor deze soort. Een vogelhuisje in de tuin zal dan weer een uitkomst bieden aan de mezensoorten als de koolmees. Mezen zijn namelijk echte holenbroeders en maken graag gebruik van nestkastjes. Huizen worden niet alleen door mensen bewoond, ook de huismus maakt graag gebruik van bebouwing door te nestelen in muuropeningen of ruimtes onder de dakpannen. Groene tuinen zorgen dat deze soort voldoende voedsel als zaden, insecten en bloemknoppen kan vinden. Deze koloniebroeders blijven graag bij elkaar en nestelen jaarlijks op dezelfde plek. Ook vleermuizen maken graag gebruik van onze huizen. De stootvoegen in woningen bieden perfecte verblijven voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger, maar een kier onder de dakpannen is ook geschikt.

Huismus IJsvogel Rietzanger Roodborsttapuit Spreeuw

Bosvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Meervleermuis Gewone dwergvleermuis Watervleermuis Gewone grootoorvleermuis

Boommarter Bunzing Das Haas Hermelijn

Baars Bastaardkikker Bermpje Blankvoorn Bruine kikker

Atalanta Bont zandoogje Bruin blauwtje Dagpauwoog Distelvlinder

Akkerhommel Appeltak Berkeneenstaart Bessenglasvlinder Bessenwants

Blindebij Bloedcicade Boomhommel Boomsprinkhaan Bossteekmier

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (24 waargenomen)

Dagvlinders (27 waargenomen)

Overige Ongewervelden (903 waargenomen)

0

Vleermuizen (12 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (30 waargenomen) Gewone pad Kleine modderkruiper Kleine watersalamander Rietvoorn Ringslang

2.177

Spreeuwen in een stal (G.J. Assink)

Eikenpage Grootdikkopje Grote vos Hooibeestje Kleine parelmoervlinder

Vaatplanten (581 waargenomen) Akkerdistel Akkerviooltje Blauw glidkruid Boswilg Dubbelloof

Gevlekte rietorchis Kleine zonnedauw Moerasandoorn Moeraskartelblad Zomereik

Otter Ree Steenmarter Vos Wezel

Libellen (40 waargenomen) Beekrombout Bloedrode heidelibel Bruine winterjuffer Gewone oeverlibel Glassnijder

Grote keizerlibel Noordse winterjuffer Sierlijke witsnuitlibel Viervlek Vuurlibel

Overige (384 waargenomen) Amaniet Roetkluifzwam Baardige melkzwam Roodvoetknotsje Berkenridderzwam Schaapje Bleke elzenzompzwam Slijmerige blekerik Leemstippel Sneeuwzwammetje

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

59

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

•

Wat zijn de kansen?

Het grote oppervlakte van dit gebied vormt een natuurwaarde. Hierdoor is het een grote, brede overgang tussen het bewoonde gebied en het buitengebied. Soorten die hun verblijf hebben in de steden kunnen hier foerageren. Daarnaast vormt het gebied een groene migratiezone voor allerlei verschillen soorten. De natte omstandigheden zorgen voor een variatie aan specifieke habitatten en daardoor neemt de soortenrijkdom toe. Zo zijn er rietmoerassen, is er open water en zijn er vochtige bossen. De bossen in de omgeving zijn van belang voor bosgebonden soorten. De oude dode bomen in de bossen zorgen voor nestgelegenheid voor verschillende holenbroeders. Maar ook omgevallen bomen zijn van grote waarde, voor verschillende schimmels, mossen en insecten. Nederland zoemt geeft voor dit gebied aan dat het geschikt is voor soorten als grote klokjesbij, pluimvoetbij en gewone slobkousbij. Deze soorten maken ondergrondse nesten in droge zandgronden.

•

•

•

•

Meer ruimte bieden aan nieuwe voorzieningen voor extensieve en amfibische recreatie, zoals het aanleggen van bos en recreatieplassen. Deze voorzieningen gaan hand in hand met natuurontwikkeling. Het behoud en ontwikkelen van een gebied waar donkerte en rust prioriteit is. Dit is van groot belang voor veel planten en dieren en vormt een enorme natuurwaarde naast een (drukke) stad. Stimuleren van extensieve landbouw en omslag naar biologische landbouw, het uitbreiden van het ecologisch randenbeheer en natuurvriendelijke akkerbouw. Optimaliseren van het ecologisch beheer van de natuurstroken op de golfbaan zal de natuurwaarden doen verhogen.

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

2

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voortplanting:

Het aanbieden van nieuwe plekken voor burchten, door het aanleggen van grondhopen of creëren van open, zandige delen in bosrijke gebieden. Het liefst worden deze plekken gerealiseerd in de omgeving van graslanden.

Verbinding:

Dassen verplaatsen zich graag door beschutte landschapselementen, zoals hoog gras; houtwallen en heggen. Door het aanplanten van heggen en houtwallen, kan deze soort zich beter verplaatsen door het gebied en worden leefgebieden vergroot.

Veiligheid: één van de grootste bedreiging voor dassen is sterfte door verkeer.

Door ecopassages rond de wegen en spoorwegen aan te leggen, kan de das zich veilig verplaatsen.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de das

Thema

Das (V.R. Jeronimus)

Dassentunnel (Econsultancy)

De “ambassadeur” van het gebied is de das. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de das behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

60

Ruiten en Veenekampen

m(be)leefbaar

Landbouw

Tussen de loeiende koeien door… Het jonge ontginningslandschap ligt voornamelijk op een veenbodem. Veengronden zijn natte, zure maar vruchtbare gronden die vooral geschikt zijn als grasland voor de melkveehouderij. Dit is ook terug te zien in buurtschap de Ruiten en Veenekampen. In het open landschap is de kans namelijk groot dat je een paar loeiende koeien hoort en als je goed kijkt zie je tussen de koeien door grazende hazen en reeën. De graslanden bestaan uit soorten als grote vossenstaart, gewoon reukgras en ruwe smele, die voornamelijk extensief beheerd worden door de koeien. Het grasland is niet alleen waardevol voedsel voor deze zoogdieren, maar (boerenland)vlinders als bruin zandoogje en argusvlinder gebruiken de grassen ook om eitjes af te zetten en hierin te overwinteren als rups. Vooral de waarde van de extensief beheerde grassen op wisselende vochtige bodem blijkt uit de waarneming van de argusvlinder, die de laatste jaren sterk achteruitgegaan is, maar ook van de kneu (Rode Lijst) - een echte zaadeter. Distels groeien voornamelijk op vochtige graslanden, zoals de akkerdistel en kale jonker. Kale jonker is iets unieker en is tevens een belangrijke nectarplant voor het bruine zandoogje, maar ook de distelvlinder haalt zijn nectar bij de distels.

Koeien en De Koperen Hoogte (S. Fidom)

Distel(vlinder) (E. Witter)

Het gebied vormt belangrijk leefgebied voor weidevogels. Onder andere doordat er in het gebied een groot aantal zandwegen ligt waar de verkeersintensiteit laag is en heeft het een lage dichtheid aan boerderijen. Dit blijkt ook uit de waarnemingen van grutto (Rode Lijst), kievit en de wulp (Rode Lijst). De wulp heeft ook broedsels in dit gebied; maakt één keer per jaar een nest en helaas is er zelfs dan nog de kans dat de kuikens worden bejaagd door torenvalken en buizerds. Weidevogels zijn niet de enige vogels die profiteren van het boerenland, de combinatie van graslanden met vele sloten zijn namelijk ook waardevol voor de graspieper. Langs de rechthoekige kavels zijn zowel verharde als onverharde wegen te vinden. Vooral langs de verharde wegen staan bomenrijen met soorten als de iep en es in waardevolle bermen. De bermen in de omgeving zijn ‘botanisch’ waardevol. In de bermen groeien soorten als grote pimpernel en diverse klaversoorten, waar het icarusblauwtje weer van kan profiteren. De bomenrijen zijn lijnvormige elementen die gebruikt kunnen worden door vleermuizen om zich een weg te banen tussen leefgebieden. Toch worden vleermuizen weinig waargenomen, want er zijn weinig oudere bomen met boomholtes en er staan slechts sporadisch boerderijen: weinig verblijfplaatsen dus.

Bij de boerderijen zijn nesten van ooievaars te vinden, ideaal voor de vogel aangezien hij een paar meter verderop zijn voedsel kan vinden in de graslanden. Een bijzonder type grasland dat te vinden is richting de noordoostelijke hoek van het gebied is blauwgrasland in beheer door Staatsbosbeheer. Opmerkelijk is de plantengemeenschap van schraal, nat grasland die bij dit type landschap voorkomt. Waardevol voor soorten als blauwe knoop (Rode Lijst), pijpenstrootje, groot rimpelmos, stijve ogentroost (Rode Lijst) en de naamzegger van dit landschap: blauwe zegge. Ook het klein geaderd witje leeft graag in dit half natuurlijke cultuurgebied.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

532,2 ha landbouw en natuur zand en veen

Het Landschap Eén ding valt je gelijk op aan de vorm van dit gebied, het lijkt op een ‘pizzapunt’ ingeklemd tussen het Haersterbroek en de Tolhuislanden. Aan de noordzijde van het gebied loopt de Dedemsvaart en de provinciale weg N377. Oostelijk van het gebied ligt ook een drukke weg: autosnelweg A28. De percelen in het gebied zijn voornamelijk in gebruik door de melkveehouderij, maar ook Staatsbosbeheer heeft een aantal kavels in beheer die onderdeel zijn van natuurgebied: het Staphorsterveld. Om het gebied geschikt te maken voor de melkveehouderij is omstreeks 1900 een begin gemaakt met de ontginning van de woeste grond. De Ruiten en Veenekampen liggen namelijk op een overgang van veen naar moerig zand, natte grond dus. Door het aanleggen van lange, evenwijdige en brede sloten langs de percelen kan het veen worden ontwaterd en kunnen de koeien er gemakkelijk rond lopen. Over het algemeen heeft het landschap een open karakter met enkele boerderijen. In de noordoostelijke hoek is er echter een opvallende verschijning in het landschap: het hotel en restaurant De Koperen Hoogte. Zoals de naam al doet vermoeden is het een voormalige watertoren van 55 meter hoog, gelegen naast De Koperen Plas. Door het afgraven van zand- en grind voor de A28 is de plas ontstaan, wat tegenwoordig een betaalde vislocatie is.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

61

m(be)leefbaar

Waterschorpioen (iStock)

Pijlkruid (S. Fidom)

…naar de watertijger in de sloot Het open jonge ontginningslandschap ligt op een bodem van veen en moerig op zand. Moerige gronden zijn mineraalrijk, hebben een ondiepe grondwaterstand en vormen in dit geval de overgang tussen veen- en zandgronden. Over het algemeen betekent dit natte voeten wanneer je over zulke terreinen heen wandelt. De sloten met langzaam tot stilstaand zoet water vormen waardevol habitat voor diverse soorten. Pijlkruid valt gelijk op, want steekt met zijn pijlvormige bladeren uit het water. Ook grote waterweegbree groeit in het water en langs de kant staat bijvoorbeeld grote kattenstaart en gele lis. Gele lis en grote waterweegbree zijn bovendien waardplanten voor de nachtvlinder het goudvenstertje. Sloten langs de Steenwetering (westzijde) zijn breder, hebben kale oevers, vrijwel geen waterplanten en geen krooslaag. Dit in combinatie met de aanwezige bodemtypes, vormt

belangrijk leefgebied voor de beschermde en Rode Lijst-soort: gestreepte waterroofkever. De Steenwetering is onderdeel van de Hoofdgroenstructuur. De algemenere staafwants verstopt zich ergens in de sloot, die bovendien verwant is aan de waterschorpioen. Het is soms oppassen in de slootjes, want de geelgerande watertor – ook wel watertijger genoemd – zwemt in het water. Dit zijn felle rovers die in de langzaam stromende wateren jagen op allerlei insecten maar ook op kleine jonge vissen en amfibieën. Er leeft dus van alles in de sloten. De grote modderkuiper, ook een beschermde en Rode Lijst soort, voedt zich gedurende de nacht met de kleine insectjes. Overdag is de grote modderkuiper vooral verstopt in de dikke modderlaag. Hoewel er vooral vissen in de sloten worden waargenomen, zijn er vrijwel geen amfibieën. Mogelijk staan de sloten soms droog of is er sprake van intensief beheer in en rondom de sloten, waardoor het ongeschikt leefgebied is. Of komt het toch door die geelgerande watertor? 283

Libellen 0 beste deelgebied 2.905 283 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna) Een deel van het kwelwater stroomt richting de brede sloten Vogels (90 waargenomen) Vleermuizen (3 waargenomen) Zoogdieren (10 waargenomen) die langs de kavels te vinden zijn. Kwelwater heeft een bijzondere waterkwaliteit, vanwege het feit. Buizerd Ooievaar Gewone dwergvleermuis Bruine rat Otter Graspieper Grutto Kievit Kneu

Begroeide sloot (S. Fidom)

Hét insect van 2022: de waterschorpioen! Dacht je dat er alleen schorpioenen op het land leven? Zeker niet! Ook in het water kun je ze tegenkomen, zoals in de sloten van dit gebied. Het zijn alleen geen echte schorpioenen, maar een soort waterwants. Om meer waardering en bekendheid voor insecten te krijgen wordt er jaarlijks een insect van het jaar gekozen. Een bekende Nederlander wordt als ambassadeur gekozen voor een insect en het Nederlandse publiek kiest zijn favoriet. Cabaretier en columnist – Pieter Derks – bracht de waterschorpioen tot zijn overwinning in 2022. Door zijn uiterlijk lijkt het platte en ovale insect op een dor blad. Met zijn twee ‘klauwen’ grijpt het zijn dagelijkse portie eten als kleine visjes en muggenlarven. De lange ‘angel’ aan het einde van zijn lichaam is niet om slachtoffers te steken, maar dient als adembuis. Ook al heeft de soort vliegspieren ontwikkeld dan nog is de kans zeer klein om vliegende dieren waar te nemen. Waterschorpioenen zijn dus vooral lopend over de bodem in het water te spotten dicht bij de oever en wateroppervlak, want het zijn ook nog eens slechte zwemmers. Het water moet het liefst voedselrijk, schoon en stilstaand zijn. Al met al zien ze er ‘gevaarlijker’ uit dan de wantsen eigenlijk zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=88536d54-fa7a-41ac-843f-17429815dd0e