1 c. Natuurwaardenkaart
Tekst van het document
•
• •
• •
De nog te ontwikkelen percelen natuurinclusief in te richten, met ingebouwde verblijfplaatsen, groene gevels of daken en het aanplanten van hagen en kruidenrijke zomen. Voorkomen van verkeersslachtoffers rond de A28 door het aanleggen van rasters en faunapassages. Het aanplanten van bomenrijen en bossen. Ook zijn er nog weinig hagen en struwelen aanwezig die met elkaar verbonden zijn. Dergelijke vegetatie zorgt voor meer verbinding en beschutting voor dieren. Bijvoorbeeld het aanplanten van bos in de ‘oksels’ van de N340-afritten. Het doortrekken van de blauwgroene zone naar de Vecht bij de ontwikkeling van het Energiecluster. Het creëren van ruige rustige stukjes aan de oever en doorgaande routes voor de otter. Voor deze soort is een verbinding tussen de Weerribben en het centrum van Zwolle van belang.
Vermenigvuldigingsfactor
Bebouwing
2
Tuinen en erven
1
Natte omgeving
2
Groene buitenruimte
3
Verharding
3
Basisvoorwaarden ambassadeur
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Voedsel: veel verschillende grassoorten.
Door het beheer van (bepaalde) in te zetten op grassen en cypergrassen, waaronder riet en pijpenstrootje, wordt het voedselaanbod vergroot.
Veiligheid: veel insecten gaan dood bij het maaien van bermen.
Ecologisch maaibeleid van de bermen en groenstroken in het gebied zal de sterfte onder insecten en daarmee de moerassprinkhaan doen afnemen. Door zo laat mogelijk (augustus/september) te maaien, worden de nimfen niet gedood.
Verbinding: moerassprinkhaan verplaatst zich graag door beschutte, ruige delen.
De soort is vrij mobiel en kan zich ook door korte vegetatie verplaatsen. Maar de grootste overlevingskansen heeft de soort in ruigere structuren, waardoor die zich makkelijk en veilig over het gebied kan verspreiden.
“Ambassadeur” van dit deelgebied: de moerassprinkhaan
Thema
Moerassprinkhaan (iStock)
Ruigtevegetatie (iStock)
De “ambassadeur” van het gebied is de moerassprinkhaan. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de moerassprinkhaan behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
33
m(be)leefbaar
Holtenbroek
Bebouwde kom Huisgenoten
Holtenbroek is een grote woonwijk in het noorden van Zwolle. De wijk bestaat voornamelijk uit rijtjeshuizen en flats waarvan het grootste gedeelte rond de jaren ’60 gebouwd is. Tussen de bebouwing ligt veel ruimte. Hier vind je grasvelden met speeltuinen, plantsoenen, waterpartijen en lanen. De bebouwing in Holtenbroek biedt ruimte aan soorten zoals de huismus en gierzwaluw. Deze soorten bouwen een nest onder dakpannen en in kieren van gebouwen. Gierzwaluwen leggen grotere afstanden af om te zoeken naar voedsel, maar huismussen blijven dicht bij huis. In de woonwijk zoeken zij naar zaden, bloemknoppen en voornamelijk insecten. De hagen en schuttingen met klimop in de wijk zijn hiervoor van groot belang. Ook de laatvlieger voelt zich thuis onder de pannendaken in de wijk. Deze relatief grote vleermuizen hebben vaak meerdere verblijfplaatsen dicht bij elkaar in de buurt, waar ze in kleine groepen verblijven. In Holtenbroek is ook een kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. In deze kraamverblijven komen vrouwelijke vleermuizen samen in groepen van soms wel 200 dieren om de jonge vleermuizen groot te brengen. Hierbij zorgen de volwassen dieren voor elkaars jongen, het is dan ook erg handig om zoveel huisgenoten te hebben. Overzichtsfoto (Streetview)
Huismus (E. Witter)
Holtenbroek wordt omgeven door de hoofdgroenstructuur. Dit is goed te merken in de spreiding van de soorten. Middenin de wijk tref je veelal soorten aan die zich thuis voelen in een groene stedelijke omgeving. Behalve de huismus en de gierzwaluw kun je hier in de groene tuinen ook de heggenmus en merel verwachten. Groenlingen en appelvinken zoeken voornamelijk de plekken met bomen op, zoals de bomenlanen door de wijk. Wanneer er genoeg bloeiende planten aanwezig zijn, worden ook de nodige vlinders aangetrokken. Zo worden de dagpauwoog en de atalanta veel waargenomen in de wijk. Aan de buitenranden van Holtenbroek vind je soorten die afhankelijk zijn van ruigte en struweel. Tijdens een wandeling in het park Holtenbroekbos naast de sportvoorzieningen kun je de zangkwaliteiten van de nachtegaal bewonderen. Je zal deze kleine vogel misschien niet zo snel te zien krijgen, met zijn bruine schutkleur maakt hij handig gebruik van de dichte begroeiing. In ditzelfde park kun je ook de zeldzame sleedoornpage aantreffen. De rupsen van deze vlinder eten van de sleedoornstruwelen die langs de sportvelden te vinden zijn. Behalve dat de sleedoorn prachtig wit bloeit in het vroege voorjaar, zijn deze struwelen dus ook erg belangrijk voor bijzondere soorten. De ligging van de wijk aan de oever van het Zwarte Water heeft ook effect op de soorten die je in Holtenbroek kunt tegenkomen.
Zo leidt de Cetti’s zanger een verborgen bestaan in de dichte struwelen aan de noordzijde van de wijk. Deze soort kwam voorheen nog weinig in Nederland en regio Zwolle voor, maar maakt een snelle opmars. De Cetti’s zanger broedt altijd in de directe omgeving van water. De struwelen en dichte begroeiing aan het Zwarte Water vormen dus een perfecte plek om een nest te bouwen.
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
220 ha wonen
Het Landschap Holtenbroek is een woonwijk die grotendeels gebouwd is in de jaren ’60. De wijk bestaat voornamelijk uit rijtjeshuizen en flats. Tussen de flats liggen grote grasvelden en waterpartijen. Ook staan er relatief veel grote bomen. Deze structuren geven Holtenbroek een groene uitstraling. Holtenbroek ligt aan het Zwarte water en aan dit water zijn verschillende kleine havens te vinden. Aan de noord- en oostzijde wordt de wijk begrensd door de Middelweg. Aan de middelweg liggen diverse sportvoorzieningen en een groot volkstuinencomplex. Tussen de sportvelden is ruimte voor struweel en ruige groenstroken. In het zuiden van de wijk vind je een aantal grote schoolgebouwen gelegen aan de A28. Deze buitenranden van de wijk zijn onderdeel van de Zwolse hoofdgroenstructuur.
Deze oevers zijn daarnaast zeer rijk aan libellen en juffers. Wanneer je even zoekt, vind je zomaar één van de vijf soorten heidelibellen die in de wijk worden waargenomen. Grote kans dat je ook de grote keizerlibel tegenkomt tijdens je zoektocht.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
34
m(be)leefbaar
Woonwijk met een groen randje
De volkstuinencomplexen in Holtenbroek vormen kleinschalige structuren van heggen, bomen, struiken en gewassen. Deze structuren vormen geschikt habitat voor kleine zoogdieren zoals de egel en verschillende soorten muizen. Op deze manier kunnen ook volkstuinen bijdragen aan het vergroenen van een woonwijk. De bewoners van Holtenbroek zijn daarnaast ook actief betrokken bij het vergroenen van hun wijk. Doormiddel van wijkplatform Groen Holtenbroek worden diverse initiatieven ondersteund om natuur de ruimte te geven in de wijk. Ook werd met veel enthousiasme meegedaan aan het NK tegelwippen. Tegels worden hierbij ingeruild voor groen waardoor de wijk groener en duurzamer wordt. Daardoor kent Holtenwijk een relatief grote diversiteit aan soorten en krijgen dieren de kans veilig door te trekken.
Planten staan aan de basis van een ecosysteem. Rijkdom aan plantsoorten levert ook soortenrijkdom op in andere groepen. In Holtenbroek zijn vooral de randen van de wijk rijk aan plantensoorten. Deze stroken worden minder gemaaid en er is daardoor ruimte voor struweel en ruigte. Nachtegaal (Dreamstime)
Op plekken met een dergelijk aangepast maaibeleid krijgen kruiden en bloemen een kans. Zo groeit er knoopkruid en veldlathyrus in de bermen en vind je dagkoekoeksbloem en look-zonder-look aan de rand van struwelen. Allerlei bestuivende insecten profiteren hiervan en worden aangetrokken door de rijke bloei. Daarnaast zijn veel insecten afhankelijk van de aanwezigheid van specifieke waardplanten. Waar look-zonder-look groeit, zal bijvoorbeeld al snel het oranjetipje verschijnen.
804 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (121 waargenomen)
Ransuil (G.J. Assink)
Even een uiltje knappen.. In de bomen bij de jachthaven aan het Zwarte water worden opvallend vaak ransuilen waargenomen. Het gaat hier namelijk om een roestplaats, een plek waar ransuilen uit de wijde omgeving in het najaar samenkomen om te overwinteren. Vanaf september tot en met het vroege voorjaar kun je hier een groepje slapende ransuilen aantreffen. Je moet wel even goed zoeken, ransuilen zijn ontzettend goed gecamoufleerd. Vaak worden dan ook bomen uitgekozen die geen blad verliezen in de winter, maar ook met klimop begroeide loofbomen voldoen. De ransuil is één van de weinige soorten uilen die op deze manier samenleeft met soortgenoten. Zo’n roestplaats is overigens ook heel handig om alvast een partner te vinden voor het nieuwe broedseizoen. In het vroege voorjaar verlaten de uilen hun vaste roestplaats en trekken ze naar de broedterritoria.
Ransuil Nachtegaal Cetti’s zanger Appelvink Braamsluiper
IJsvogel Huismus Groenling Heggenmus Boomkruiper
Reptielen, Amfibieën & Vissen (23 waargenomen) Kleine modderkruiper Bittervoorn Kleine Bruine kikker watersalamander Zeelt Baars Europese aal Snoek Tiendoornige Gewone pad stekelbaars
Overige Ongewervelden (168 waargenomen) Blinde bij Muntvlindertje Grote wintervlinder Stadsreus Karmozijnrood weeskind Vuurwants Kolibrievlinder Elzenhaantje Kraamwebspin Geel soldaatje
0
804
Oranjetipje (Istock)
beste deelgebied 2.905
Vleermuizen (4 waargenomen)
Zoogdieren (16 waargenomen)
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis
Bunzing Dwergmuis Egel Haas Huisspitsmuis
Dagvlinders (24 waargenomen) Atalanta Bont zandoogje Bruin zandoogje Dagpauwoog Klein koolwitje
Kleine vuurvlinder Kleine vos Sleedoornpage Oranjetipje Icarusblauwtje
Vaatplanten (385 waargenomen) Dagkoekoeksbloem Gewone dotterbloem Veldlathyrus Donker kaasjeskruid Duizendblad
Bijvoet Akkerhoornbloem Pinksterbloem Knoopkruid Jacobskruiskruid
Konijn Mol Otter Steenmarter Veldmuis
Libellen (29 waargenomen) Steenrode heidelibel Gewone oeverlibel Lantaarntje Bruine korenbout Bruine glazenmaker
Vroege glazenmaker Grote keizerlibel Weidebeekjuffer Vuurjuffer Viervlek
Overige (33 waargenomen) Gewoon purperschaaltje Gele trilzwam Geschubde inktzwam Gewoon schildmos Groot dooiermos
Reuzenbovist Kauwgommos Goudhoed Parelamaniet Kastanjeboleet
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
35
m(be)leefbaar
Wat zijn de natuurwaarden? •
•
•
Wat zijn de kansen?
Holtenbroek is zeer goed verbonden met de hoofdgroenstructuur. Door de ligging van de groenstructuur rondom de wijk komen veel soorten van ruigte, struweel en kruidenrijk grasland voor in de wijk. Door de ligging aan de oever van het Zwarte Water is er in Holtenbroek ruimte voor soorten die afhankelijk zijn van water. Ook in de wijk zijn relatief grote waterpartijen te vinden. Groene bewonersinitiatieven zorgen ervoor dat het groen in Holtenbroek beleefd wordt. Deze initiatieven vormen een belangrijke kans voor groene ontwikkeling in de wijk.
•
•
•
•
•
“Ambassadeur” van dit deelgebied: de ransuil
Ecologisch maaibeleid van de groenstroken in de wijk. Dit maaibeleid is gunstig voor inheemse planten en dieren en vergroten de biodiversiteit en natuurwaarden in de wijk. Aanleg van oeverzones langs de watergangen. Door de beschoeiing aan te passen, ontstaat er meer ruimte voor oevervegetatie waar watergebonden vogels, zoogdieren en insecten als libellen van profiteren. De huidige kadewanden langs het Zwarte Water (tussen de A28 en Holtenbroekerbrug) kunnen ecologisch versterkt worden door drijvende oevers te introduceren. De groenstrook ten noorden van de A28 ecologisch versterken bij de gebiedsontwikkeling van de Zwartewaterallee. Natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw in de Zwartewaterzone en aan de Zwartewaterallee.
Vermenigvuldigingsfactor
Bebouwing
3
Tuinen en erven
3
Natte omgeving
2
Groene buitenruimte
2
Verharding
1
Basisvoorwaarden ambassadeur
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Voedsel: vooral muizen, maar ook kleine vogels.
Ransuilen jagen vooral op (woel)muizen. Door een takkenril of composthoop in de tuin te plaatsen, worden muizen aangetrokken. Een composthoop kan je zelf maken van snoeien tuinafval. Na het knotten van de wilgen, kunnen de takken worden gebruikt voor het maken van takkenrillen.
Veiligheid: rustende ransuilen zijn makkelijk te spotten en worden snel verstoord.
Ransuilen roesten (rusten) in de winter veelal op vaste plekken: roestbomen genaamd. Deze soort doet dat in groepen, waardoor er vele uilen in één boom kunnen zitten. Een leuk tafereel om te aanschouwen! Maar de ransuilen zijn snel verstoord, dus kom niet te dichtbij en laat geen honden/katten in de buurt komen.
Voortplanting: veelal in oude ekster- of kraaiennesten, maar ook in kunstnesten.
Ransuilen kraken vaak oude nesten van andere soorten. Maar ze kunnen ook een handje geholpen worden, door het plaatsen van kunstnesten. Deze manden moeten op 10-15 meter hoogte in een boom worden geplaatst, het liefst dichtbij de roestbomen.
Ransuil (E. Witter)
Takkenril (E.Witter)
Thema
De “ambassadeur” van het gebied is de ransuil. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de ransuil behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
36
m(be)leefbaar
Ittersum
Bebouwde kom Van de woonwijken…
Het deelgebied Ittersum bestaat voornamelijk uit woonwijken, die grotendeels worden gekenmerkt door rijtjeshuizen en enkele losstaande woningen. Deze woningen zijn voornamelijk gebouwd in de jaren ’80 en gebouwbewonende soorten hebben hier veel baat bij. Zo is in een gebouw in de buurt van Park Geerenbroek een kraamkolonie aangetroffen van de gewone dwergvleermuis met welgeteld 98 individuen! Ook zitten op verscheidene plekken inbouwvoorzieningen en inbouwstenen voor de gierzwaluwen. Dit zorgt voor nog meer ‘gegier’ in de wijk tussen april en augustus. Het openbaar groen in het gebied is veelal eentonig en is vooral aanwezig in de vorm van gazonnetjes en boomspiegels. Langs sommige wegen, bijvoorbeeld langs de Oldeneelallee en de Nieuwe Deventerweg, staan oudere bomen aan weerszijden van de weg. Een soort die van deze bomen gebruik maakt voor het bouwen van een nest is de ekster, die vaak is gezien in Ittersum. Wat verder opvalt binnen Ittersum is de aanwezigheid van typische stadsvogels. De merel en de koolmees zijn het meest waargenomen, maar ook veel Turkse tortels, pimpelmezen, roodborstjes, kauwen, huismussen en gierzwaluwen. Ook gaaien zijn
Ittersum (Google)
Groenling (E. Witter)
met enig regelmaat te vinden in de wijk. Deze soort was vroeger een uitgesproken bosvogel, maar is tegenwoordig steeds vaker in de stad te vinden. Groenlingen worden veel gezien in de wijk. Daaraan is af te lezen dat Ittersum een groene wijk is. Dit is ook te merken door de aanwezigheid van roofvogels, zoals de sperwer en de ransuil. Heb je wel is een sperwer gezien in de tuin? Dan betekent het dat je een tuin een plek is waar alle vogels terecht kunnen, vogelvriendelijker kan je het niet maken! De ransuil wordt alleen aangetroffen in Ittersumerbroek, waar ze broedlocaties en slaaplocaties hebben. Broeden en slapen doet de ransuil alleen op plekken waar zij genoeg voedsel kunnen vinden en waar het rustig is.
Bij de woningen in de wijk zijn de voortuinen afwisselend verhard of beplant. De groenere tuinen in het deelgebied zorgen voor een lokaal verhoogde biodiversiteit, maar deze biodiversiteit kan uitgebreid worden door rondom het gehele deelgebied heen natuur meer ruimte te geven. De waarde van groene tuinen is duidelijk zichtbaar bij enkele fanatieke waarnemers aan de Gruitmeesterslaan, Luzacware, Ulgerkamp en Boddemate. De fanatiekste waarnemer heeft meer dan 100 verschillende soorten planten, meer dan 200 soorten ongewervelden, 45 vogelsoorten en 20 vlindersoorten waargenomen in eigen tuin en de directe omgeving. Zoveel verschillende soorten planten zorgt dus duidelijk voor een flinke verrijking aan leven. Verschillende vlinders en overige ongewervelden (o.a. bijen, zweefvliegen, wantsen en kevers) komen op de verschillende planten af. Ook de vogels komen hier op af. Enerzijds voor de insecten die op de planten afkomen en anderzijds voor de besdragende planten. Veel verschillende plantensoorten creëren dus als het ware een positief dominoeffect naar een hogere biodiversiteit.
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
268, ha wonen klei
Het Landschap Ittersum is een voormalig dorp dat vroeger behorende tot de gemeente Zwollerkerspel, dat in 1967 is opgeheven. Sindsdien is Ittersum steeds meer opgeslokt door Zwolle en is tegenwoordig een wijk in Zwolle-Zuid. Binnen wijk Ittersum liggen de buurten Ittersumerbroek, Ittersumerlanden, Gerenbroek, Gerenland en Geren. De wijk is voornamelijk in de jaren ’80 ontwikkeld en is gelegen in het stedelijke gebied van Zwolle. Opvallend is de rij losstaande woningen aan de Nieuwe Deventerweg, deze woningen zijn in de jaren ’30 al ontwikkeld. Het openbaar groen binnen Ittersum bestaat voornamelijk uit gazons, bomenspiegels en bomen langs de weg. De voortuinen binnen het gebied zijn afwisselend groen en verhard. Verder zijn drie parkjes te vinden binnen de wijk. Het Ittersumerpark in de buurt Ittersumerbroek, Park Geerenlanden in buurt Gerenlanden en Park Geerenbroek in buurt Gerenbroek. Verspreid door de wijk zijn nog enkele speeltuinen te vinden. Ittersum grenst aan de noordoostzijde aan de provinciale weg N337 en aan de wijk Marslanden. En aan de westzijde aan de wijk Schelle. Op een afstand van circa 1,2 kilometer ten zuidwesten van Ittersum stroomt rivier De IJssel.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
37
m(be)leefbaar
Eekhoorn (G.J. Assink)
…naar de groenstructuren Een redelijk deel van Ittersum behoort tot de hoofdgroenstructuur van Zwolle. De straten Nieuwe Deventerweg, Oldeneelallee, Ittersumallee, het park Ittersumerbroek en de gehele oostgrens van Ittersum vallen onder de groenstructuur. Het Ittersumerbroek park is een vrij eentonig grasveld waar veel wordt gegraasd door soorten als de nijlgans en de grauwe gans. Maar de oostzijde van Ittersum is veel gevarieerder en wordt veelvuldig gebruikt door soorten. Zoogdieren, waaronder reeën en eekhoorns, gebruiken het om door te trekken naar ander gebieden. Ook de steenmarter en de bunzing worden regelmatig waargenomen. Deze soorten kunnen je ook ineens midden in de woonwijk verrassen. Ook vlinders en libellen maken veelvuldig gebruik van de groenstructuur. Zo legt het boomblauwtje eieren op de
bovenste takken van bomen of struiken en voedt zich met nectar of sap van bloedende bomen. Langs de oostgrens stroomt een watertje waardoor het perfect leefgebied vormt voor diverse libellen en juffers, waaronder de houtpantserjuffer. Deze juffer zet eieren af onder de bast van takken van bomen naast water. De boom of struik reageert hierop met lichte galvorming. Gebruikte takken zijn daardoor te herkennen aan een spoor van bobbeltjes, waar de eieren onder zitten. Let hier maar eens op als je langs het water loopt! Hangen er takken boven het water? Dan kan het zomaar voorkomen dat je ineens een ijsvogel ziet zitten. Of je ziet een visdief over het water heen scheren. De ijsvogel en de visdief geven aan dat er voldoende vissen in het water zitten. Ook de grote zaagbek is een opvallende verschijning. Deze soort is een echte wintergast en komt voor in gebieden met open water langs het rivierengebied.
1.339 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (121 waargenomen) Blauwe reiger Gierzwaluw Groenling Huismus IJsvogel
Geschubde inktzwam tilt betonplaat op (E. Witter)
Grote verassing onder de stoep Heb je wel is paddenstoelen gezien op straat die tegels omhoog leken te duwen of probeerden door asfalt te komen? Dit kan behalve de geschubde inktzwam ook zomaar de straatchampignon zijn, die sterk genoeg is om tegels uit het trottoir te drukken. Maar waar de straatchampignon slechts tegels omhoog kan krijgen, kan de toverchampignon nog veel meer kracht laten zien! Toverchampignons worden aangetroffen op de vreemdste plekken, zoals in kruipruimtes, loodsen en schuren. De champignon is verbazingwekkend sterk en kan met zijn forse hoed gemakkelijk tegels opzij drukken en zich overal een weg doorheen banen. Er is zelfs een situatie bekend waarin de champignon door beton heen groeide. Je kan de toverchampignon zien als een onverwachte vandaal die schade toebrengt aan vloeren, gazons en straten, maar het is een mooie verschijning die je bijna nergens kan vinden in Nederland. Het interessante is dat de champignon pas sinds 2010 ontdekt is in Nederland en niemand heeft ook maar enig idee waar de soort precies vandaan is gekomen. Daarnaast is de toverchampion in Vlaanderen en NordrijnWestfalen opgedoken en zijn er sinds 2000 twee vondsten gemeld in Engeland.
Koolmees Ransuil Sperwer Turkse tortel Visdief
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis
Bosmuis Bunzing Das Eekhoorn Egel
Kleine dwergvleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis
Baars Blankvoorn Brasem Bruine kikker Gewone pad
Bont zandoogje Boomblauwtje Citroenvlinder Dagpauwoog Groot koolwitje
Blauwe metselbij Gamma-uil Grote koekoekshommel Grote narcisvlieg
Heidewespbij Huismoeder Kolibrievlinder Limnephilus Roodsprietwespbij
beste deelgebied 2.905
Zoogdieren (18 waargenomen)
Dagvlinders (26 waargenomen)
Overige Ongewervelden (584 waargenomen)
0
Vleermuizen (7 waargenomen)
Reptielen, Amfibieën & Vissen (13 waargenomen) Kleine modderkruiper Kleine watersalamander Rietvoorn Zeelt
1.339
Houtpantserjuffer (iStock)
Kleine vos Kleine vuurvlinder Koninginnenpage Scheefbloemwitje Sleedoornpage
Vaatplanten (450 waargenomen) Akkerdistel Bolderik Ruige anjer Sikkelklaver Veldsalie
Gele kornoelje Korenbloem Franse silene Wilde kievitsbloem
Konijn Otter Ree Steenmarter Veldmuis
Libellen (31 waargenomen) Blauwe breedscheenjuffer Gewone oeverlibel Houtpantserjuffer lantaarntje
Paardenbijter Platbuik Steenrode heidelibel Vuurjuffer
Overige (89 waargenomen) Gladstelige heksenboleet Grote aderbekerzwam Gewoon varkensoor
Rosse populierboleet Paarssteelschijnridderzwam Toverchampignon Lindeschildmos
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
38
m(be)leefbaar
Wat zijn de natuurwaarden? •
•
•
•
Wat zijn de kansen?
De grote aanwezigheid van groenlingen laat zien dat er groene, goed ontwikkelde achtertuinen aanwezig zijn. De hoeveelheid sperwers geeft weer aan dat er voldoende kleine vogels in de tuinen te bejagen zijn. Ondanks dat het al een groene wijk is bieden de voortuinen nog veel kansen. Voor elke tegel een nieuwe plant zou je kunnen zeggen. Zo kan de wijk nog groener gemaakt worden dan het al is. De groenstructuur binnen Ittersum geeft veel kansen voor zoogdieren die de structuur gebruiken om te verplaatsen. Ook veel vogels maken gebruik van de grote oude bomen langs de wegen Nieuwe Deventerweg en Oldeneelallee. Het park Ittersumlanden is een eentonig grasveld met enkele bomen en wat water. Hier worden veel ganzen aangetroffen. Voor andere soortgroepen is het geen heel interessant gebied wegens het ontbreken van kruidenrijke planten of nectarplanten. Het water in Ittersum is wegens aanwezigheid van de visdief en de ijsvogel duidelijk visrijk. Echter bieden de oevers nog veel kansen; door steile taluds en smalle rietkragen zijn er weinig kansen voor amfibieën.
“Ambassadeur” van dit deelgebied: de ijsvogel
•
•
•
• •
•
Natuurinclusieve renovatie en ontwikkelingen zijn gunstig voor gebouwbewonende soorten als vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Door beschoeiingen om te vormen naar natuurvriendelijke oevers wordt de biodiversiteit vergroot en wordt de overgang van land naar water voor dieren mogelijk. Ecologisch verantwoord baggeren is gunstig voor vissen en ander waterleven. Dit is ook gunstig voor de dieren die afhankelijk zijn van vissen (o.a. ijsvogel, visdief). Overbodige verharding weghalen en wadi’s realiseren. Vergroenen en verbeteren aanwezige groen rondom de Nieuwe Deventerstraatweg. Aansluitende lintbebouwing open houden en niet verdichten, waardoor het groen van de tuinen onderdeel wordt van de groenstructuur. Vergroenen van de boomspiegels.
Thema
Vermenigvuldigingsfactor
Bebouwing
3
Tuinen en erven
3
Natte omgeving
2
Groene buitenruimte
2
Verharding
1
Basisvoorwaarden ambassadeur
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Voortplanting: de ijsvogel is een holenbroeder die zijn eigen gang graaft in een oever.
Het proces van afkalving van de beekoevers zorgt voor natuurlijk aanbod van nestgelegenheid. Daar waar deze dynamiek ontbreekt kunnen oevers worden afgestoken worden of beschoeiing worden verwijderd om zo een steilwand te creëren. Er kan ook een ijsvogelwand geplaatst worden.
Voedsel: de ijsvogel zoekt kleine visjes, vooral stekelbaars.
Voor de bereikbaarheid van voedsel zijn uitkijkposten nodig. Zorg voor voldoende (overhangende) boomtakken langs de watergangen.
Veiligheid: de ijsvogel is een schuwe soort en vliegt al op grote afstand weg.
Zorg voor voldoende rustige delen langs de watergangen waar geen recreatie/toegang/ aanwezigheid van honden mogelijk is. Zoek de balans tussen beleefbaarheid en bescherming van de ijsvogel. Delen met dichtere vegetatie langs de watergangen is daardoor ook voordelig voor deze soort.
IJsvogel (G. Assink)
IJsvogelwand (NMC Schijndel)
De “ambassadeur” van het gebied is de ijsvogel. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de ijsvogel behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
39
m(be)leefbaar
Katerveer en Engelse Werk
Groene vinger Wandelen door vochtige parken…
Trek de wandelschoenen maar aan en pak de verrekijker erbij, want hier kan iedere wandelaar en natuurliefhebber genieten van de soortenrijke omgeving. Rijksmonument het Engelse Werk is het oudste en meest bezochte park van Zwolle. Samen met Het Spoolderbos ten noorden van het park is het onderdeel van de Hoofdgroenstructuur van Zwolle.
De wandeling loopt vervolgens naar de zuidkant van Het Spoolderbos, met een open karakter, wat tevens de overgangszone is richting het eeuwenoude park Engelse Werk.
Het Engelse Werk is ontworpen volgens de principes van de romantische Engelse landschapsstijl. Deze stijl kent veel water, kronkelende paadjes en (een grote) afwisseling in vegetatie. De afwisseling in plantensoorten blijkt een paradijs te zijn voor de eekhoorn, die meerdere nesten heeft in het park en zijn voedsel Het noordelijk deel van Het Spoolderbos bestaat uit een vrij overwegend vochtig het gehele jaar door kan verzamelen. Het parkachtige structuur bosgebied waar deels elzenbroekbos is met bomen als zwarte els en zeggen. De trekt ook groepjes staartmezen, appelvinken en vuurgoudhanen wandeling loopt verder richting vochtig hooiland in Het Spoolderbos, waar waterleidingsbedrijf Vitens een natuurtuin, oftewel een heemtuin extensief beheerd. In de aan. In het park zijn relatief veel oudere bomen te vinden en dat tuin zijn een sloot, vijver met daaromheen moeras en vier dijken te vinden waarin een betekent dus veel boomholtes en hoge bomen. De boomholtes vormen geschikte broedplekken voor holenbroeders als de bosuil grote verscheidenheid aan (stroomdal)flora zoals waterdrieblad, blaassilene en en de middelste bonte specht. In de hoge bomen worden dan avondkoekoeksbloem groeien. Verspreid over het hooiland groeien zeldzame brede orchissen, maken wespspinnen hun web en fladderen er vlinders als oranjetipje. Ook weer nesten gemaakt door roofvogels als buizerd.
de platte schijfhoren is waargenomen in het water met rijke begroeiing. Dit is een De vochtige bodem in combinatie met een goed afbreekbare beschermde Rode Lijst soort en een indicator-soort voor schoon water. De natte strooisel- en humuslaag (door verschillende loofbomen) zijn ideaal laagtes in het terrein zijn waardevol voor paddenstoelen, zoals bevestigd wordt door voor zachte naaldvaren, paddenstoelen en amfibieën. Veel de waarneming van, de zeldzame en Rode Lijst soort, het moerasmosoortje. Dit amfibieën lokken weer bunzingen. paddenstoeltje groeit op puntmos, wat vooral op vochtige plekken voorkomt. Vooral dichtbij beuken is de kans groot om de zeldzame Vitens natuurtuin (S. Fidom) spechtinktzwam te spotten. Zoals de naam al doet vermoeden, lijkt het patroon van de zwam sterk op de verenpracht van de grote bonte specht. De zwam is mede dankzij de vereniging voor mossen- en korstmossenonderzoek (BLWG) waargenomen, een werkgroep die actief is in het Engelse Werk. Wespspin (S. Fidom)
De soorten zijn allemaal goed waar te nemen vanaf de kronkelende paadjes die uiteindelijk naar het Kieftegat lopen, het zuidelijke punt van het Engelse Werk. Dit gebied kent een constante hoge grondwaterstand, wat goed is voor moerasplanten, zoals ook terug te zien is in de vele waarnemingen van bosanemoon en moerasspirea. Soms staat bij hoogwater in de rivier het gebied blank door kwelwater.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
118,9 ha wonen zavel en klei
Het Landschap Aan de noordzijde ligt het Spoolderbos dat aangelegd is ter gelegenheid van de viering van 750 jaar Zwolse stadsrechten in 1980. Een Koningslinde werd als symbolische eerste boom geplant door prinses Beatrix, daarna hebben inwoners van Zwolle toen zo’n 4.000 bomen of struiken geplant. Aan de zuidkant ligt de natuurtuin dat in beheer is door Vitens. Dankzij de ligging nabij de IJssel en zijn uiterwaarden, vormt de natuurtuin samen met het Engelse Werk het grootste waterwingebied van Overijssel. Het Engelse Werk ligt tussen bebouwing en uiterwaarden van de IJssel. In de 80-jarige oorlog lag hier de verdigingslinie ‘De Nieuwe Schans’ vanaf de stad Zwolle naar de IJssel. De vesting werd in 1790 gesloopt en zorgt voor variatie in het bodemreliëf. Er zijn nog delen van de verdedigingslinie in het park, wat het oudste plekje van Zwolle is en tevens een Rijksmonument. Begin 19e eeuw werd het (druk)bezochte park aangelegd in de Engelse landschapsstijl, waar ook de naam van het park vandaan komt. Komende jaren worden er aanpassingen aangebracht in het park zoals het creëren van zichtlijnen richting de IJssel en komen er extra bomen als haagbeuk en tamme kastanje. Aan de noordzijde van Het Engelse Werk en de Willemsvaart ligt een relatief groene woonwijk met een oude eikenlaan dat Het Katerveer genoemd wordt.
Tot 1964 was de Willemsvaart een drukke vaarweg, totdat het bredere Zwolle-IJsselkanaal geopend werd. Hedendaags staan er nog de Katerveersluizen.
40
m(be)leefbaar
Spechtinktzwam (S. Fidom)
…vleermuis- en vogelparadijs Tijdens de nacht is het een heus vleermuizenparadijs in het Engelse Werk. Vanuit het Katerveer en omgeving komen vleermuizen als de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger vanuit hun verblijfplaatsen in bebouwing via de Willemsvaart en oude beukenlaan richting het park om muggen of andere insecten te vangen. In het netwerk aan (oudere) bomen met kleine spleten en gaten verblijven soorten als de rosse en watervleermuis. Rond 2012 zijn er overigens ook kraamverblijfplaatsen van de watervleermuis aangetroffen in het park. Logisch, want ze hoeven niet ver te vliegen: een paar meter verderop is er al perfect foerageergebied boven het wateroppervlakte en de boomtoppen. Na de zomer is het tijd voor de vleermuizen om in ‘spaarstand’ te gaan in een constante binnenklimaat. Het voormalig kruitmagazijn in het Engelse Werk is geschikt hiervoor door zijn dikke muren en is toegankelijk met kleine
openingen in de massieve deur. Mogelijk wordt dit nog steeds gebruikt door vleermuizen als winterverblijfplaats. Ook voor andere dieren vormen de wateren een paradijs. Het Vogeleiland met steile oeverwanden is afgesloten voor publiek en vormt daardoor een oase van rust voor broedende ijsvogels. De vegetatie van het Vogeleiland zorgt voor beschaduwde oevers, waarin blauwe glazenmakers, metaalglanslibellen en smaragdlibellen zich graag voort planten. Ooit was er een vestinggracht in het Engelse Werk, die nu omgevormd is tot een meanderende bosbeek met bruggetjes. Blauwe reigers hebben hier een kolonie. Een andere vijver aan de noordzijde van het Engelse Werk heeft oevers met vrij hoge beplanting door intensief beheer. De randen van de vijver met vochtige bodem vormen een overgangszone naar bos, dat waardevol leefgebied is voor de grote keverorchis. Ook hier komen veelvuldig libellen voor die minder waargenomen worden bij de Willemsvaart door de relatief steile en kale oevers.
1.785 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (162 waargenomen) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Bosuil Buizerd
Vleermuisbunker (S. Fidom)
Groen uitzicht vanuit het Katerveer… Bewoners van de Oude Veerweg in woonwijk het Katerveer hebben uitzicht op de groene parken. De vrijstaande woningen hebben relatief grote groene voor- en achtertuinen, die bijdragen aan de groene verbinding met omliggende stad. Tussen de woningen bevinden zich intensief beheerde wegbermen. Vooral bij de beschaduwde wegbermen groeit bijvoorbeeld gewoon speenkruid en straatchampignon. In de wijk staan ook iepen, een belangrijke waardplant van de grote vos een beschermde en Rode Lijst soort die daar in het verleden is waargenomen. De (bos)randen van de woonwijk zijn onderdeel van de Hoofdgroenstructuur en waardevol voor vogels als boomklevers, grote bonte specht en roodborst, maar ook vlinders als gehakkelde aurelia. De sloten in de woonwijk hebben extensief of intensief beheerde oevers met soorten als gele lis en riet. De Willemsvaart heeft door zijn steile oevers vrijwel geen begroeiing, maar bestaat al een gelangere tijd. Door de oude muren hebben zeldzame soorten als muurvarens zich erop kunnen vestigen. Ook de ijsvogel vliegt graag tussen de oude muren van het kanaal waar geen drukke scheepsvaart meer te vinden is. Volgens de Zoogdierverenging werd de Willemsvaart wellicht in het verleden als migratieroute door otters gebruikt, waarschijnlijk verloopt de route nu via het Zwolle-IJsselkanaal.
IJsvogel Middelste bonte specht Sperwer Vuurgoudhaan Bonte vliegenvanger
Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis
Bosmuis Bunzing Dwergmuis Eekhoorn Egel
Ruige dwergvleermuis Watervleermuis
Baars Bruine kikker Blankvoorn Geelbuikschildpad Gewone pad
Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin zandoogje Icarusblauwtje Klein koolwitje
Bosbesuil Kleine voorjaarsuil Doodshoofdvlinder Kleine wintervlinder Gestreepte Kolibrievlinder eikenblindwants Meidoornspanner Grote voorjaarsspanner Platte schijfhoren Karmozijnrood weeskind
beste deelgebied 2.905
Zoogdieren (17 waargenomen)
Dagvlinders (31 waargenomen)
Overige Ongewervelden (529 waargenomen)
0
Vleermuizen (7 waargenomen)
Reptielen, Amfibieën & Vissen (21 waargenomen) Kleine modderkruiper Kleine watersalamander Rietvoorn Zeelt
1.785
Vogeleiland (S. Fidom)
Kleine vos Kleine vuurvlinder Koevinkje Sleedoornpage Landkaartje
Vaatplanten (523 waargenomen) Blauw walstro Brede orchis Duifkruid Grote keverorchis Gulden boterbloem
Karwijvarkenskervel Waterdrieblad Wilde kievietsbloem Zachte naaldvaren Zomerklokje
Haas Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Vos
Libellen (32 waargenomen) Beekbrombout Bloedrode heidelibel Bruine korenbout Grote keizerlibel Kempense heidelibel
Variabele waterjuffer Viervlek Vroege glazenmaker Vuurjuffer Watersnuffel
Overige (463 waargenomen) Rechte koraalzwam Biefstukzwam Gele korstzwam Gewoon elfenbankje Gewoon elfenschermpje
Melig takmos Paarse eikerschorszwam Platte tonderzwam Specht inktzwam Moerasoortje
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
41
m(be)leefbaar
Wat zijn de natuurwaarden? •
•
• •
Wat zijn de kansen?
De hoge waterstand is een belangrijke natuurwaarde in dit deelgebied. De aanwezigheid van het waterwingebied, vijvers, sloten en moerassen, alles is te vinden in dit deelgebied. Zeldzame soorten als moerasmosoortje en grote keverorchis zijn afhankelijk hiervan, daarom is het belangrijk om dit zoveel mogelijk te behouden. Binnen het Engelse Werk zijn de delen die niet verstoord worden van grote waarde voor vele vogels, insecten en zoogdieren. De rust op het vogeleiland en rondom de kelders met winterverblijfplaatsen is daardoor een natuurwaarde. Oude bomen zijn belangrijk voor het gehele ecosysteem in het gebied. Deze natuurwaarde bepaald in grote mate de soorten die er voorkomen. Wilgen zijn belangrijk voor tal van insectensoorten, bijvoorbeeld zwartrosse zandbij, vroege zandbij, grijze zandbij en roodbuikje.
•
• • •
•
De toekomstige onderhoudsplannen voor het Engelse Werk geven aan dat rondom de vijvers oevers intensiever beheerd (gaan) worden. Door de oevers ecologisch te beheren, blijven de levensvoorwaarden van plant en dier behouden. Ecologisch bermbeheer in Katerveer, gunstig voor insecten. Optimaliseren van het kruidmagazijn als winterverblijf voor vleermuizen. Door de oevers van de watergangen binnen dit gebied ecologisch te beheren, wordt de natuurwaarde van deze verbindingen en het leefgebied sterk vergroot. Herstel van waterverbinding Willemsvaart-IJssel vergroot het ecologisch functioneren in de binnenstad. Het spoorwegcomplex vormt een barrière tussen het Engelse Werk en Landgoed Schellerberg. De aanleg van faunapassages en het aanhouden van ecologisch verantwoord lichtregime vermindert het barrière-effect.
•
“Ambassadeur” van dit deelgebied: de rosse vleermuis
Vermenigvuldigingsfactor
Bebouwing
1
Tuinen en erven
1
Natte omgeving
3
Groene buitenruimte
3
Verharding
2
Basisvoorwaarden ambassadeur
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Veiligheid: heeft veilige verblijfplaatsen nodig en is gebaat bij ecologisch beheer van bomen en groeiplaatsen.
Deze boombewonende soort verblijft in oude spechtenholen, achter loshangend schors en in andere boomholtes. Maar de soort kan een handje geholpen worden door het plaatsen van vleermuiskasten voor boombewonende soorten. Deze kast moet op min. 4 meter hoogte aan bomen worden geplaatst waarbij die niet op het zuid/westen hangt.
Voortplanting: de kraamkolonies van deze soort bevinden zich in (oude) bomen.
Kraamkolonies van deze soort verblijven veelal in (oude) bomen. Kraamkolonies komen minder snel in vleermuiskasten voor, waardoor het behoud van oudere bomen cruciaal is. Door tijdige boominspecties en eventueel door groeiplaatsverbetering, blijven bomen gezond en worden ze ouder.
Verbinding: de rosse vleermuis jaagt in waterrijk gebied en boven landbouwgrond.
De rosse vleermuis jaagt boven wateren zoals de IJssel en Vecht en verplaatst zich daarvoor langs donkere, lijnvormige structuren. Door minder kunstmatig licht te gebruiken rondom vegetatie, kan de vleermuis zich beter en veiliger verplaatsen.
Rosse vleermuis (RVO)
Vleermuiskast boombewonende soorten (Econsultancy)
Thema
De “ambassadeur” van het gebied is de rosse vleermuis. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de rosse vleermuis behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
42
Maatgraven en Marshoek
Landbouw Boerenland
Op een aantal plekken in Maatgraven en Marshoek zijn boerderijen te vinden die worden omgeven door een dichte beplanting van struweel en grote bomen. Een soort die afhankelijk is van deze structuren middenin het agrarisch landschap is de spotvogel. Deze kleine zangvogel komt helemaal vanuit tropisch Afrika om hier te broeden. De spotvogel arriveert in mei en begint na ongeveer 3 maanden alweer aan de terugreis. In de tussentijd kun je vlakbij de boerenerven in Maatgraven en Marshoek genieten van zijn langgerekte zang waarin allerlei soorten vogels geïmiteerd worden.
Maatgraven en Marshoek zijn gebieden die gekenmerkt worden door agrarisch landschap bestaande uit permanent grasland. Een kenmerkende soort voor dit landschapstype is de kievit. De kievit valt meteen op door zijn zwart-witte kleur en in het oog springende kuif. In het vroege voorjaar worden 4 eieren gelegd in een kuiltje in de grond. Direct na het uitkomen van de eieren zullen de jongen het nest verlaten, erg veel aandacht voor het bouwen van een nest is dan ook niet nodig. De wulp is een andere weidevogelsoort die broedt in Maatgraven en Marshoek. De wulp is ook een zeer opvallende verschijning, niet alleen door zijn harde roep maar ook door zijn lange kromme snavel. Deze snavel komt goed van pas bij het zoeken naar voedsel in de vochtige bodem. Over de velden kun je hazen zien rennen en met een beetje geluk zie je zelfs een ree grazen. Langs een klein boerenslootje staat een grote zilverreiger muisstil te wachten tot een nietsvermoedende kikker of vis voorbij komt. Ook voor de buizerd is er meer dan genoeg voedsel te vinden in de graslanden van Maatgraven en Marshoek. Je vindt deze grote roofvogel gemakkelijk wanneer hij uitrust op een paaltje of hoog in de lucht speurt naar prooidieren.
Overzichtsfoto (Streetview)
Kievit (G.J. Assink)
m(be)leefbaar
Ook de steenuil leeft op boerenerven. Op een paar boerderijen in Maatgraven en Marshoek broedt de steenuil. De steenuil is een kleine uil, nauwelijks groter dan een merel, die broedt in stille hoekjes van boerderijen en schuren of holtes in knotwilgen of fruitbomen. De steenuil is gek op de zon, op zonnige dagen zal je ze dan ook vaak vlakbij hun nestplaats in de zon zien zitten. In het noordelijke deel dit deelgebied is wat meer ruimte voor ruigte en struweel. Enkele stroken langs de dijk van de Vecht en langs het spoor zijn al genoeg voor de aanwezigheid van de roodborsttapuit. De roodborsttapuit is een zangvogel die afhankelijk is van ruigte en struweel. Ruig grasland is ook het leefgebied van de kwartel. Hoewel je deze vogel niet zo snel te zien zal krijgen, komt hij wel voor in de omgeving van Maatgraven en Marshoek. De kwartel scharrelt goed verborgen tussen ruige, kruidenrijke graslanden rond. De manier waarop kwartels zoeken naar zaden en allerlei insecten doet een beetje denken aan een kip. Het gaat hier echter toch echt om een trekvogel die jaarlijks grote afstanden aflegt van de overwinteringsgebieden in Zuid-Europa of de Sahel naar de broedterritoria.
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
626 ha landbouw zand
Het Landschap Van oudsher waren Maatgraven en Marshoek drassige streken door de laaggelegen ligging. Bewoning in dit gebied was alleen mogelijk op iets hoger gelegen rivierduinen. Deze rivierduinen zijn gevormd tijdens de laatste ijstijd. Doordat de wind vat kreeg op drooggevallen zandbanken in het stroomdal van de Vecht werden duinen gevormd. De zandruggen in het landschap worden ook wel horsten genoemd en bovenop de horsten zijn de dorpen Hoonhorst, Wijthmen en Herfte ontstaan. Het overgrote deel van Maatgraven en Marshoek bestaat echter uit landbouwpercelen. Het grootste deel van de landbouwgrond is blijvend grasland. De landbouwpercelen in dit gebied zijn relatief groot, waardoor er weinig ruimte is voor afwisseling met ruigte of houtopstanden. Op de boerenerven vind je hier en daar nog groen in de vorm van bomen, hagen en struiken. Deze optimale agrarische inrichting vindt zijn oorsprong in de uitvoering van de ruilverkaveling Marshoek-Hoonhorst. Slechts enkele smalle stroken van Maatgraven en Marshoek maken deel uit van de hoofdgroenstructuur. Deze stroken bestaan uit enkele bermen en braakliggende stroken langs de weg, het spoor of de watergangen.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
43
m(be)leefbaar
Grote zilverreiger (G.J. Assink)
Ruimte voor ruigte Permanent agrarisch grasland is in Nederland vrijwel altijd zeer arm aan soorten. Door vaak te maaien en bemesten krijgen bloemen en kruiden in deze graslanden geen kans. Voor de natuur zijn overblijvende stukjes groen in dit landschap erg belangrijk. Op deze plekken kunnen bloemen, kruiden en struiken groeien waar insecten van profiteren. Hierin zijn bermen en slootkanten erg belangrijk. Waar minder intensief beheerd wordt, schieten allerlei kruiden en bloemen op tussen het gras. Zo ontstaan kleine stukjes ruigte in een strak landschap. Deze plaatselijke soortenrijkdom van planten trekt weer insecten aan die dienen als voedsel voor vogels en zoogdieren. Zo kan een klein beetje ruigte al heel veel impact hebben op het aantal soorten dat voorkomt in de omgeving. In Maatgraven en Marshoek is vooral in het noordelijke deel van het deelgebied ruimte voor ruigte.
In de bermen en langs het spoor vind je planten als fluitenkruid, jacobskruiskruid en zelfs de gewone bevernel. Langs de waterkant is ruimte voor bloemen als gele lis, harig wilgenroosje en grijskruid. Allerlei insecten zijn afhankelijk van deze kruiden en bloemen. Vaak eten rupsen en larven maar van één of enkele plantsoorten. Een voorbeeld hiervan is de zuringspanner: de rupsen van de zuringspanner eten alleen van veld- en schapenzuring. Doordat deze planten te vinden zijn in de bermen kun je dit prachtig gekleurde nachtvlindertje ook in Maatgraven en Marshoek bewonderen. Langs de bermen tref je hier ook onverwachte soorten. Het Hertshoornweegbree en Deens lepelblad zijn planten die alleen groeien op zilte en zanderige bodems. Normaal gesproken tref je deze plantjes dan ook alleen aan langs de kust, maar door het gebruik van strooizout ontstaan ook in de bermen van Zwolle geschikte groeiplaatsen voor deze soorten.
398 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (136 waargenomen) Kieviet Wulp Spotvogel Steenuil Roodborsttapuit
Zuringspanner (G.J. Sieperda)
Wintergasten In de winter komen grote hoeveelheden ganzen, eenden en zwanen naar Nederland om hier de winter door te brengen. Het eiwitrijke gras dat op de landbouwgronden in Maatgraven en Marshoek groeit, vormt het perfecte krachtvoer voor deze vogels om de winter door te komen. De meest algemene wintergast in Nederland is de kolgans. De kolgans broedt op de Siberische toendra’s en vliegt in de winter naar zuidelijk gelegen streken. Intensief gemaaide graslanden zijn erg aantrekkelijk voor deze dieren, het gras is gemakkelijk toegankelijk en zit bovendien boordevol met voedingsstoffen. Sinds de eeuwwisseling weet ook de grote zilverreiger Nederland te vinden als overwinteringsgebied. Hoewel deze sierlijke witte vogel nog niet heel lang geleden een zeldzaamheid was, kun je met name in de winter tegenwoordig grote aantallen vinden in ons polderlandschap. Een bijzondere wintergast in Maatgraven en Marshoek is de zeldzamere kleine zwaan. Maar liefst driekwart van de wereldwijde populatie overwintert in Nederland, hoewel dit aantal wel terugloopt de afgelopen jaren. Dat maakt de kleine zwaan een gast om goed op te passen.
Kleine zwaan Kolgans Knobbelzwaan Buizerd Grote zilverreiger
Reptielen, Amfibieën & Vissen (3 waargenomen) Bastaardkikker Groene kikker Grote modderkruiper
Bont schaapje Langsprietgraswants Ratelaar Wekkertje Zuringspanner
Grasbloemwants Wilgenhoutrups Weidevlekoog Gewone haft Riempje
beste deelgebied 2.905
Vleermuizen (5 waargenomen)
Zoogdieren (14 waargenomen)
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis
Ree Haas Mol Egel Vos
Dagvlinders (17 waargenomen) Atalanta Bont zandoogje Klein geaderd witje Hooibeestje Kleine vos
Overige Ongewervelden (44 waargenomen)
0
398
Kolganzen (E. Witter)
Oranjetipje Landkaartje Citroenvlinder Dagpauwoog Groot dikkopje
Vaatplanten (148 waargenomen) Kleine bevernel Fluitenkruid Gele lis Gewone engelwortel Jacobskruiskruid
Grijskruid Harig wilgenroosje Hertshoornweegbree Deens lepelblad Holpijp
Steenmarter Konijn Dwergmuis Otter Eekhoorn
Libellen (22 waargenomen) Blauwe breedscheenjuffer Bandheidelibel Bruine korenbout Grote keizerlibel Lantaarntje
Paardenbijter Vroege glazenmaker Gewone pantserjuffer Azuurwaterjuffer Gewone oeverlibel
Overige (9 waargenomen) Gele trilzwam Geschubde inktzwam Gewoon dikkopmos Gewoon sterrenmos
Gewoon watervorkje Groot dooiermos Kapjesvingermos Vliegenzwam
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
44
m(be)leefbaar
Wat zijn de natuurwaarden? •
•
•
Wat zijn de kansen?
Bomen en struiken rondom boerderijen bieden veiligheid en broedgelegenheid voor bijzondere soorten. Groene erven brengen structuur en variatie in het landschap. Stroken langs landbouwgrond, waterwegen en spoor bieden ruimte aan ruigte vegetaties en kruidenrijke graslanden. Op deze plaatsen vind je meer insecten, waar vervolgens een tal van andere soorten van profiteren. De grote, open graslanden vormen geschikte overwinteringsgebieden voor ganzen, eenden en zwanen. Maatgraven en Marshoek wordt door de kleine zwaan gebruikt als pleisterplaats.
•
•
• •
“Ambassadeur” van dit deelgebied: de ree
Natuurinclusief weiderandenbeheer en akkerrandenbeheer zouden kansen bieden voor het vergroten van de biodiversiteit middels een samenwerking tussen gemeente Zwolle en desbetreffende boeren. Intensief beheer van sloten en slootkanten maakt dat slootkanten armer worden in soorten. Ecologisch beheer van sloten en oevers geeft de ruimte aan kruidenrijke oevervegetaties en is daarnaast goed voor de waterkwaliteit. Het versterken van de watergang Maatgrave met natuurvriendelijke oevers en doorgangen voor otters. Er is weinig ruimte tussen de landbouwpercelen in Maatgraven en Marshoek, daardoor ontbreekt het aan heggen en houtwallen die kunnen dienen als groene verbindingszones.
Thema
Vermenigvuldigingsfactor
Bebouwing
1
Tuinen en erven
1
Natte omgeving
3
Groene buitenruimte
3
Verharding
1
Basisvoorwaarden ambassadeur
Verbetermaatregel voor de ambassadeur
Voedsel: kruiden, grassen, scheuten, bladeren en knoppen.
Natuurvriendelijke landbouw en het behoud van verschillende vegetatiestructuren (grassen, struiken, houtwallen etc.) zorgt voor een groot en gevarieerd voedselaanbod.
Veiligheid: reeën zijn alerte dieren die graag beschut herkauwen en rusten.
Dichte, hoge vegetatie is belangrijk voor de ree. Hierin voelt de ree zich veilig en kan rustig het eten worden herkauwd. Door het behoud en het aanleggen van houtwallen, struweel en haagstructuren wordt deze veiligheid gegarandeerd.
Verbinding: houtwallen en dichte structuren zorgen voor veilige verbindingen.
De beschutting zoals hierboven beschreven dient daarnaast in lijnvormige structuren door het landschap te vinden te zijn, zodat de dieren zich veilig kunnen verspreiden over een groot gebied.
Ree (G. Assink)
Houtwallen langs graslanden vormen geschikt en veilig gebied voor de ree (A. Wolma)
De “ambassadeur” van het gebied is de ree. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de ree behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
45
m(be)leefbaar
Marslanden
Bedrijventerrein Het dak op!
Als je door de Marslanden loopt, lijkt er op het eerste oog weinig ruimte voor planten en dieren. In deze stenige omgeving, vol asfalt en bedrijfspanden, heeft de natuur niets te zoeken, toch..? Niets is minder waar! De bedrijvigheid in de lucht verklapt al welke soortgroep van de Marslanden hun thuis heeft gemaakt. Op het immense grinddak van het distributiecentrum van de Albert Heijn broedt sinds jaar en dag een kolonie visdieven. Deze sternsoort komt van oorsprong voor langs de kust en visrijke wateren, waar ze bij voorkeur broeden op kale zanderige eilandjes, uit het zicht van roofdieren. In combinatie met het visaanbod in het Almelose kanaal, zijn de platte daken bedekt met grind voor deze soort prima alternatieve eilandjes om te broeden. Geen vos zal hier de nesten weten te bereiken.
Overzichtsfoto (Google)
Visdief (iStock)
Een andere vogel, die de afgelopen decennia de grinddaken heeft weten te koloniseren, is de scholekster. Waar het aantal broedparen op de weilanden en rond de Waddenzee sinds de vorige eeuw hard achteruit zijn gegaan door intensieve landbouw en voedselafname, is het broedsucces in de stad juist toegenomen. De wadpieren zijn ingeruild voor regenwormen en een klein kuiltje in het grind doet dienst als nest, waarin de eieren perfect gecamoufleerd zijn, alsof ze op een schelpenbankje langs de kust liggen. Vanaf half maart is vanaf de dakrand weer een andere typische vogel te horen, die de daken van de bedrijfspanden in Marslanden heeft weten te vinden. Waar de platte daken voor de visdief en scholekster een alternatief zijn voor het strand en de wei, is in de ogen van de zwarte roodstaart onze bebouwing een mooie rotspartij. In plaats van holtes in de rotswanden, nestelt de zwarte roodstaart bij gebrek aan hooggebergtes, hier in spleten en nisjes in de bebouwing. Met zijn knarsende zang laat hij andere mannetjes weten, dat dit ‘rotsblok’ bezet is. Tussen alle bebouwing, wandelpaden en autowegen doorkruisen verschillende bermen en waterwegen de aanwezige verharding. Langs de ontsluitingswegen zijn brede, kruidenrijke bermen aanwezig met aan weerszijden lange bomenrijen. Een van de gasten waar je hier soms letterlijk ‘niet omheen kunt’, is de Canadese gans.
In het broedseizoen trekken grote groepen richting de Marslanden om hier hun jongen groot te brengen. Door de relatieve veiligheid van de aanwezige waterwegen; de afwezigheid van roofdieren zoals de vos; en het onbeperkte voedselaanbod in de bermen, is de Marslanden een meer dan geschikte plek om de kuikens op te laten groeien.
Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige
285,4 ha bedrijventerrein zand en klei
Het Landschap Marslanden is een bedrijventerrein gelegen aan de zuidkant van Zwolle. De naam stamt waarschijnlijk af van de oude benaming voor de stadsweide (Marsch). Het gebied bestond uit een uiiterwaardengebied van de weteringen, wat van oudsher als agrarisch weidegebied in gebruik was. Hier kwam de kievitsbloem zo massaal voor dat dichter Rhijvis Feith (Boschwijk) hierover lyrisch schreef. In de jaren ‘50 van de vorige eeuw vestigden zich de eerste bedrijven. De eerste industriële bebouwing was de IJsselcentrale aan de Weteringkade (Marslanden A). Hier staat nog een groot transformatorstation en hiervandaan loopt een viertal hoogspanningsleidingen. In de decennia die volgden, is het bedrijventerrein uitgegroeid tot de grootste van Overijssel. De omvang van het bedrijventerrein is dan ook terug te zien in het grote aantal bedrijfspanden in het gebied. Marslanden wordt ‘omsloten’ door enkele van de drukste verkeerswegen van Zwolle (N337 en N35) en twee spoorwegen. Dwars door het bedrijventerrein ligt het Almelose Kanaal, die halverwege vertakt in de Nieuwe Wetering en Soestwetering. Deze kanalen vormen samen met de bermen en bomenrijen langs de ontsluitingswegen de Hoofdgroenstructuur in het gebied.
Projectnummer xx
Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan
46
m(be)leefbaar
Gulden boterbloem (Istock)
Waar de auto’s zich over het asfalt verplaatsen en de voetgangers over de stoep, vormen bermen verbinding voor verschillende dier- en plantensoorten. Het grootste gedeelte van de bermen in Marslanden wordt extensief gemaaid. Hierdoor krijgen verschillende vaatplanten de kans om te groeien en tot bloeien te komen. Bijzondere soorten zoals de Oosterse morgenster en de veldsalie, die vaak door middel van zaaimengsels in bermen terecht komen, groeien in Marslanden. De bloeiende bermplanten bieden voedsel en verbinding voor verschillende ongewervelden zoals (algemene) dagvlinders als de atalanta en icarusblauwtje. Vlindersoorten zijn afhankelijk van de planten voor nectar, maar ook voor de voortplanting. Eitjes worden op deze specifieke planten afgezet, omdat de kieskeurige rupsen alleen die plantensoorten eten.
Niet alleen langs de autowegen profiteren vaatplanten en dieren van de verbindingen en het extensieve maaibeleid. Dwars door de Marslanden doorkruist het Almelose kanaal de stenige omgeving als een heuse ‘Grand Canyon’. Verschillende soortgroepen zijn bijzonder afhankelijk van dit kanaal. Het vormt leefgebied voor (bijzondere) vissen zoals de kleine modderkruiper; eieren worden op de vele waterplanten afgezet door de blauwe breedscheenjuffer; de dodaars en bosrietzanger houden zich schuil tussen het riet en de bomen langs de waterkant en de visdief vangt hier zijn maaltje. Tevens biedt het Almelose kanaal een veilige verbinding tussen het buitengebied en de binnenstad voor zoogdieren als de otter en de gewone dwergvleermuis. Doordat ook de dijken en uiterwaarden van het kanaal extensief gemaaid worden, gedijen hier zeldzame plantensoorten zoals de gulden boterbloem, kruisbladwalstro en wilde kievitsbloem.
661 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)
Vogels (136 waargenomen)
Grijs slanke amaniet (Dreamstime)
Van de één profiteert de ander In de Hoofdgroenstructuur van de Marslanden zijn enkele bijzondere voorbeelden te vinden van soorten die in hun voortbestaan afhankelijk zijn van een andere soort. Veel vlindersoorten zijn bijzonder kieskeurig in hun keuze op welke planten zij hun eitjes afzetten. De sleedoornpage zet, zoals de naam al prijsgeeft, behoedzaam haar eitjes af onder de stekels van de sleedoorn. Het oranjetipje geeft juist weer de voorkeur aan de pinksterbloem, die rijkelijk bloeit langs het Almelose kanaal. In sommige gevallen profiteren zelfs beide soorten van elkaars aanwezigheid. Aan de voet van de oude populieren en abelen langs de Marsweg schieten zeldzame schimmels zoals de populierridderzwam en de grijze slanke amaniet uit de grond. De schimmels werken via schimmeldraden en boomwortels samen met de bomen. De schimmels absorberen mineralen uit de bodem die ze vervolgens afstaan aan de boom, in ruil daarvoor krijgen ze suikers terug voor hun eigen voeding.
Bosrietzanger Buizerd Dodaars Grote Canadese gans
Scholekster Putter Visdief Waterhoen Zwarte roodstaart
Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Watervleermuis
Konijn Otter Bosmuis Bunzing Egel
Baars Blankvoorn Driedoornige stekelbaars Gewone pad
Atalanta Bruin blauwtje Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog
Bruine sprinkhaan Gewone haft Grote groene sabelsprinkhaan Notitobia
Kustsprinkhaan Ratelaar Sint-jacobsvlinder Zuidelijke boomsprinkhaan
beste deelgebied 2.905
Zoogdieren (15 waargenomen)
Dagvlinders (23 waargenomen)
Overige Ongewervelden (99 waargenomen)
0
Vleermuizen (4 waargenomen)
Reptielen, Amfibieën & Vissen (16 waargenomen) Kleine modderkruiper Poelkikker Rietvoorn Tiendoornige stekelbaars
660
Groene en blauwe wegen
Icarusblauwtje (E.Witter)
Hooibeestje Icarusblauwtje Kleine vuurvlinder Oranjetipje Sleedoornpage
Vaatplanten (301 waargenomen) Beemdkroon Gulden boterbloem Pinksterbloem Kruisbladwalstro
Oosterse morgenster Sleedoorn Veldsalie Wilde kievitsbloem
Haas Mol Steenmarter Vos Wezel
Libellen (21 waargenomen) Blauwe breedscheenjuffer Bruine korenbout Gewone oeverlibel Lantaarntje
Grote keizerlibel Grote roodoogjuffer Vroege glazenmaker Weidebeekjuffer
Overige (45 waargenomen) Grijze slanke amaniet Groot dooiermos Harde populierboleet Kruipwildrussula
Populiermelkzwam Populierridderzwam Schubbige bundelzwam Vals dooiermos