CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

1 c. Natuurwaardenkaart

Raad Besluitvormingsronde 14 oktober 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Concept groen- en recreatiebeleid57.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de gierzwaluw

•

•

•

• •

Vergroten en verbeteren stadsgroen (boomspiegels, bermen/perken). Kansen voor muurflora door toepassen van kalkrijk mortel. Weinig (ecologisch waardevolle) groenvoorziening aanwezig op de pleinen in het centrum, zoals de Grote Markt en de Oude Vismarkt. Vergroening van de singelstructuur en daarbij inzetten op herstel van laanstructuren ter begeleiding van verbindingen en vliegroutes van o.a. vleermuizen. Natuurinclusieve renovaties voor het behoud van gebouwbewonende soorten. Het aanlichten van gebouwen in de avond- en nachturen vormt een bedreiging voor nachtactieve dieren, zoals vleermuizen en nachtvlinders.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

2

Natte omgeving

2

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: vliegende insecten worden in de lucht gevangen.

Door het aanbrengen van meer groen en water aan de gevels, tuinen, balkons en straten zullen er meer insecten in de binnenstad komen. Dit vergroot het voedselaanbod voor de gierzwaluwen. Ook insectenhotels kunnen hieraan bijdragen.

Veiligheid: onder de dakpannen en in de kasten zijn gierzwaluwen gevoelig voor predatie.

Huiskatten zijn een bedreiging voor de gierzwaluw. Broedende gierzwaluwen en gierzwaluwjongen zijn makkelijke prooien. Door huiskatten (in de zomer) binnen te houden, aan te lijnen of een belletje te laten dragen, vallen minder gierzwaluwen ten prooi.

Gierzwaluw (iStock)

Het plaatsen van nestkasten of -stenen te plaatsen aan de gevels biedt nestgelegenheid. Voortplanting: gierzwaluwen broeden onder Plaats deze in groepen, bij voorkeur onder goten en op minimaal 4 meter hoogte. De de dakpannen of in nestkasten. kast mag niet de hele dag in de zon staan en de invliegopening liever niet op het zuid/ westen. Er mogen geen obstakels voor de kasten zijn, anders kunnen ze niet invliegen.

Gierzwaluwtil aan de gevel (G.J. Assink)

De “ambassadeur” van het gebied is de gierzwaluw. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de gierzwaluw behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

18

m(be)leefbaar

Diezerpoort

Bebouwde kom Iedere kier benutten

Doordat de wijk Diezerpoort een van de oudste wijken van Zwolle is, varieert de bebouwing enorm. De oudere delen van de wijk, direct rond de binnenstad gelegen, kenmerken zich met een hoge dichtheid aan oude arbeiders- en rijtjeswoningen. In de tijd dat deze buurten zich ontwikkelden, was er nog weinig aandacht voor de groene omgeving in een wijk, wat heeft geresulteerd tot veel ‘steen’ in de wijk. Daarnaast bestaan de in omvang geringe tuintjes veelal uit verharding. Maar ondanks dit rotsachtige landschap weten veel plant- en diersoorten ieder gaatje en kiertje te benutten. Een veelgehoord geluid in het voorjaar komt van de ‘tjilpende’ huismussen. De openingen onder de dakpannen zijn geschikt voor de huismus om te nestelen. Daarnaast zijn her en der een dichte hagen en gemaaid gazons in de wijk, die een ideaal leefgebied voor deze veel geziene stadsvogel bieden. Alhoewel de huismus graag zijn hoofd droog houdt, geven andere vogels de voorkeur aan de platte daken van de portiekflats en bedrijfspanden in de oostelijke helft van Diezerpoort. De van oudsher aan het strand verblijvende scholekster heeft in de afgelopen decennia de Wadpiertjes omgeruild voor regenwormen en bij gebrek aan strand en duinen, en op de daken

Overzichtsfoto (Google)

Veel steen Verharde tuinen

Grote gele kwikstaart (G.J. Assink)

haar ei gelegd op de kiezels van onze hoogbouw. Een andere soort die de kiezeldaken in de wijk benut, is de grote gele kwikstaart. Deze zeldzame vogel broedt langs stromend water onder bruggen, maar zoekt in de winter graag de platte daken in stedelijk gebied op, waar het microklimaat gunstig is om de laatste insecten te vinden. Doordat in de spouwmuren en onder de dakpannen een relatief stabiel klimaat aanwezig is, weet een andere soortgroep ook dankbaar gebruik te maken van onze bebouwing: vleermuizen. Van een enkele laatvlieger die zijn zomer doorbrengt onder de dakpannen tot een zwermende groep van 18 gewone dwergvleermuizen die een portiekflat inspecteert om er de winter in door te brengen. Deze vleermuissoorten verblijven in bebouwing, maar foerageren elders; in parken, boven de grachten of in het buitengebied.

Wanneer we onze nekspieren even rust geven en kijken wat er zich rond onze voeten begeeft, zien we dat tussen de ‘rotsen’ iedere kier wordt benut. De naam verraadt dan ook al waar je moet kijken bij de muurleeuwenbek, muurvaren of de wegmier. Maar ook als we wat verder kijken op het gazon, zien we dat sommige tuinplanten zoals de donkere ooievaarsbek, kleine sneeuwroem en vingerhelmbloem zich ook prima staande weten te houden tussen het openbaar groen. Een andere kunstmatige rots waar we een onverwachte biodiversiteit aantreffen, vinden we op de Rooms-Katholieke begraafplaats. De eerste grafsteen is hier in 1841 in de grond geplaatst en de pionierende korstmossen zullen deze niet veel later gevonden hebben. Elke soort korstmos heeft een voorkeur voor een bepaalde groeiplaats. De een is schaduwminnend zoals het groot dooiermos, de ander houdt juist van de volle zon. Sommige groeien het liefst op kalksteen en andere komen bijna uitsluitend voor op begraafplaatsen, zoals het zeldzame zwarte grafkorst.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

169,7 ha wonen zand

Het Landschap Ten noordoosten van de Zwolse binnenstad ligt de wijk Diezerpoort. De wijk is gelegen op een zandrug die in de laatste ijstijd is gevormd. Het gebied is sinds de 10e eeuw bewoond en is, doordat het sinds 1384 bij Zwolle is gevoegd, een van de oudste wijken van de stad. De wijk kenmerkt zich door de brede mix aan woningen, van vooroorlogse arbeiderswoningen tot portiekflats die in de tweede helft van de 20ste eeuw zijn gebouwd. De huidige structuur en het stratenpatroon is te herleiden uit de verschillende wegen vanuit Berkum en Meppel, die uitkwamen bij de gelijknamige stadspoort. Langs deze wegen heeft de wijk zich in de loop van de eeuwen ontwikkeld. Naast de hoge dichtheid aan bebouwing is er rekening gehouden met voldoende ruimte voor groen, om zo de ‘leefbaarheid’ van de wijk hoog te houden. Vooral in het deel ‘Dieze-oost’ is tussen de portiekflats ruimte gereserveerd voor parken en plantsoen. Onmiskenbare groenstructuren centraal in de wijk zijn park de Hogenkamp en de Algemene Begraafplaats Meppelerstraatweg, die tevens een belangrijk onderdeel zijn van de Hoofdgroenstructuur. Langs de gehele noordzijde van Diezerpoort is de wijk begrensd door de Rijksweg A28.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

19

m(be)leefbaar

Ondanks dat sommige soorten zich prima weten staande te houden in versteende habitats, zien we de hoogste soortenrijkdom in Diezerpoort toch echt in de groenere delen.

Duifkruid met Sint Jansvlinder (iStock)

Dwars door de wijk is een brede strook van de Hoofdgroenstructuur aanwezig. Het betreft hier het park Hogenkamp en de Rooms-Katholiek begraafplaats. De inrichting van het park is vooral gericht op recreatie, met grasvelden en speeltoestellen. Ondanks dat de inrichting vooral op de mens is gericht, biedt het park een verscheidenheid aan habitats voor verschillende soortgroepen. De grasvelden bieden foerageermogelijkheden voor soorten als de merel en egel, die snel de veiligheid kunnen opzoeken van de nabijgelegen bomen en struiken. Aan de zuidwestzijde van het park zijn enkele vijvers aanwezig. Verschillende soortgroepen zijn voor hun voortplanting afhankelijk van zulke wateren,

waaronder libellensoorten als de houtpantserjuffer en viervlek maar ook amfibieën zoals de kleine watersalamander. Verder vinden tussen de begroeide oevervegetatie de kleine karekiet en waterhoen beschutting. Tevens biedt het park en de begraafplaats groeiplaatsen voor enkele zeldzame (Rode Lijst-) vaatplanten, zoals duifkruid, gulden sleutelbloem en zomerklokje. Het duifkruid is een nectarplant die veel insecten trekt, zoals de distelvlinder en koninginnepage. Duifkruid is succesvol geherintroduceerd in Diezerpoort, waardoor de soort nu niet alleen in natuurgebieden groeit, maar zelfs tussen de stoeptegels van Zwolle! In de Hoofdgroenstructuur staan grote bomen, waardoor er naast de algemene tuinvogels ook zeldzamere bos- en parkvogels te vinden zijn in de wijk. Zo zijn de appelvink, bonte vliegenvanger, goudvink en vuurgoudhaan veel geziene gasten in de woonwijk.

933 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (87 waargenomen)

Appelvink(iStock)

Een spitsstrook voor dieren Net als de mens, die zich dagelijks massaal van huis naar werk verplaatst, moeten dieren zich in hun leefgebied verplaatsen van hun nest- of verblijfplaats naar de geschikte foerageergebieden. Waar de mens een geasfalteerde rode loper voor zichzelf heeft uitgelegd, zullen dieren het veelal moeten doen met de loze hoekjes in de wijk waar ze ons niet tegenkomen. Een van de meest typische, maar ook kansrijke, voorbeelden is de groenstrook langs de A28. Een strook van aangeplante bomen om herrie en fijnstof te verminderen met daaronder een verwilderde ondergroei. Deze barrière wordt verder niet zozeer door de bewoners benut, maar juist van deze verwilderde landschapstypes maken veel diersoorten dankbaar gebruik. Vrijwel ongehinderd verplaatsen zoogdieren zoals de egel en steenmarter zich in de ondergroei en gebruiken kleine zangvogels juist de boomtoppen. Vleermuizen gebruiken deze groenstrook ook om zich te verplaatsen, maar niet zozeer voor de beschutting maar vooral voor de oriëntatie die de lange strook biedt.

Appelvink Bonte vliegenvanger Groenling Grote gele kwikstaart

Huiszwaluw Merel Roek Scholekster Vuurgoudhaan

Vleermuizen (6 waargenomen) Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis

Ruige dwergvleermuis Watervleermuis

Reptielen, Amfibieën & Vissen (2 waargenomen)

Dagvlinders (20 waargenomen)

Gewone pad Kleine watersalamander

Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Citroenvlinder Dagpauwoog

Overige Ongewervelden (238 waargenomen) Gamma-uil Genaveld tonnetje Grote groene sabelsprinkhaan Groene schildwants

Stadsreus Struiksprinkhaan Tijgerslak Vuurwants Wegmier

Distelvlinder Gehakkelde aurelia Groot koolwitje Kleine vos Koninginnepage

Vaatplanten (412 waargenomen) Duifkruid Donkere ooievaarsbek Gulden sleutelbloem Maretak

Muurleeuwenbek Muurvaren Zomerklokje Vingerhelmbloem Voorjaarshelmkruid

933

Het belang van groen

Egel (iStock)

0

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (9 waargenomen) Egel Bosmuis Eekhoorn Huismuis Konijn

Mol Otter Steenmarter Veldmuis

Libellen (22 waargenomen) Azuurwaterjuffer Bloedrode heidelibel Bruine glazenmaker Gewone oeverlibel

Houtpantserjuffer Lantaarntje Steenrode heidelibel Viervlek

Overige (137 waargenomen) Donkere schotelkorst Bruin bekermos Gewoon geleimos Kastanjebruine schotelkorst

Groot dooiermos Muurschotelkorst Plooivoetstuifzwam Rond dambordje Zwarte grafkorst

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

20

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

• •

Wat zijn de kansen?

De diversiteit aan soorten bebouwing biedt voor verschillende vogel- en vleermuissoorten mogelijkheden als nest- en verblijfplaatsen. In de wijk zijn dakpannen, (open) spouwmuren, hoge gebouwen en kiezeldaken aanwezig. De houtwallen langs de A28 bieden een veilige migratieroute voor grondgebonden zoogdieren, vogels en vleermuizen. De diversiteit aan micro-habitats binnen de Hoofdgroenstructuur, in het bijzonder het park Hogenkamp en de Algemene Begraafplaats Meppelerstraatweg, bieden groeimogelijkheden voor bijzondere vaatplanten en korstmossen. Daarnaast bieden de hoge bomen een veilig onderkomen voor algemene tuinvogels en zeldzamere bosvogels.

•

•

•

•

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de egel

Het Ontwikkelkader Stadshart biedt veel kansen voor de natuur zoals het vergroenen van de Burg. Drijbersingel en het vergroenen van de Turfmarkt Het versterken van verscheidene groenstructuren waardoor leefgebieden en verbindingen van vele soorten wordt verbeterd. Hieronder vallen bijvoorbeeld de groenstructuur langs de A28 richting het Zwarte Water en de structuur langs de oevers van het Zwarte Water en de stadsgracht. Verstening van tuinen vormt voor het stedelijk gebied een bedreiging. Door het verstenen van tuinen verdwijnen potentiële leefgebieden. Daarnaast zorgt het voor meer warmte en een slechte waterberging. Aanbrengen van bulten gravel als eilandjes van biodiversiteit.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

3

Natte omgeving

1

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Veiligheid: de winterslaap is een kritische periode voor de egel.

Maak in een hoekje van de tuin een plek waar bladeren en takken op een hoop liggen. Een egel kan er in de winter onder kruipen. Een egelkast bouwen of kopen is ook een optie, bladeren (lees dekens) blijven nodig.

Verbinding: een egel scharrelt langs tuinen en groenstroken op zoek naar slakken en wormen.

Er zijn veel obstakels in de stad die er voor zorgen dat de egel veel tijd verliest tijdens het zoeken naar voedsel. Maak je tuin toegankelijk door een opening onderaan de schutting te laten, of te maken.

Vocht: in droge zomers hebben egels het moeilijk, er is in droge grond weinig voedsel te vinden

Je kunt een drinkbakje voor egels plaatsen, maar geef ze geen melk. Als je egels wil bijvoeren tijdens warme periodes, koop dan speciaal voer.

Egel (G. Assink)

Bladhopen voor de winterslaap (iStock)

De “ambassadeur” van het gebied is de egel Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de egel behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

21

m(be)leefbaar

Dijklanden en Westerveldse bos

Groene vinger Daar boven op de berg

Hoewel er geen sprake is van een echte berg, is er wel degelijk een hoger gelegen deel in het gebied. Het bijzondere aan het Westerveldse bos is dat het deels gelegen is op een voormalig vuilnisbelt. In dit gehele deelgebied zijn maar liefst 2.904 soorten ingevoerd in de landelijke soortendatabase ! Hiervan zijn verreweg de meeste soorten waargenomen in het Westerveldse bos. De hoeveelheid waarnemingen laat zien dat het gebied veel bezocht wordt, door zowel mens als dier. In de oostelijke bosschages langs de Brinkhoekweg bevindt zich een broedkolonie van de blauwe reiger. De nesten worden vaak meerdere jaren gebruikt en de blauwe reiger is zeer honkvast. Het gebied wordt omringd door plekken waar de blauwe reiger voedsel kan vinden. Langs het Zwarte Water wordt gezocht naar vissen, amfibieën en kreeftjes en in de velden van Dijklanden staan muizen en mollen op het menu. Bossen als deze, die door de rivier begeleid worden, vormen leefgebied voor de wielewaal. Hoewel het een opvallende vogel is vanwege zijn gele kleur, is hij niet snel te zien. De wielewaal verblijft namelijk vooral in de toppen van de bomen. Door het vochtige karakter van het bos zijn er insecten waar wielewalen van profiteren. Onder andere staan er rupsen, nachtvlinders en sprinkhanen op het menu. Gebiedsfoto (Google)

In dit gebied komen meerdere soorten nachtvlinders voor als de dwergstipspanner, donsvlinder en de bruine snuituil. Deze soorten zijn afhankelijk van verschillende landschapselementen die het gebied te bieden heeft. Zo is de donsvlinder een bossoort waarvan de rupsen voornamelijk de bladeren van loofbomen eten en gaan de rupsen van de dwergstipspanner juist opzoek naar de afgevallen bladeren en de mossen op de vochtige bosbodem. Wat betreft sprinkhanen zijn hier ook meerdere soorten aan te treffen zoals de ratelaar, struiksprinkhaan en zuidelijke boomsprinkhaan. In dit soort cultuurlandschappen, met een afwisseling tussen bosschages en open landschap, voelt de koekoek zich thuis. Deze soort is goed te horen doordat de vogel zijn eigen naam roept, ook wel een ‘onomatopee’ genaamd. Een andere bijzondere eigenschap van de koekoek is dat de vogel haar eieren in een nest van een andere vogel legt. Deze zogenaamde waardvogels zijn dan ook aanwezig in dit deelgebied, waaronder heggenmussen, rietzangers en karekieten. In het Westerveldse bos zijn een tal van zeldzame paddenstoelen aangetroffen. Enkele van deze soorten zijn de anemonenbekerzwam en de lilabruine schorsmycena. Verschillende paddenstoelsoorten hebben verschillende groeiplaatsen. De anemonenbekerzwam groeit op de strooisellaag en parasiteert op de wortelstokken van de bosanemoon.

De lilabruine schorsmycena groeit op de stammen van levende bomen, op vochtige plekken en tussen de mossen.

Voor bijen en hommels is het gebied ook zeer geschikt en dit laten een aantal bedreigde zeldzaamheden zien. Er zijn meerdere waarnemingen van de bonte wespbij, roodsprietwespbij, weidebij en de grote koekoekshommel. De weidebij is Wielewaal iSstock) een soort die voornamelijk in Zuid-Limburg voorkomt en langs het rivierengebied, waar die nestelt in kleinschalige, bloemrijke graslanden onder hellingen. De bonte wespbij is vervolgens weer afhankelijk van de weidebij, omdat hij zijn eitjes ook in het nest van de weidebij legt.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

146,6 ha groene vinger klei

Het Landschap Dit deelgebied bestaat uit een gevarieerd landschap in het uiterwaardengebied van het Zwarte Water. Het “Westerveldse bos” is een bos dat deels gelegen is op een voormalige vuilnisbelt. Van 1930 tot aan 1978 werd het gebied gebruikt als stort van al het afval vanuit de stad. Het vuil ligt nog steeds onder het gebied verscholen en om te voorkomen dat afval als batterijen en ander chemisch afval vrij komt, is er een afdeklaag aanwezig. Hierop is eind jaren ’80 bos aangelegd en ook op de aansluitende, laaggegelen weilanden. In totaal is het Westerveldse bos daarmee zo’n 50 hectare. Tegenwoordig wordt het gebied gekenmerkt door natuur en gebruikt om te wandelen. De Dijklanden bestaan uit landbouwgronden met elementen als bomenrijen en greppels. In het zuiden van dit deelgebied bevinden zich sportcomplexen met onder andere tennisbanen en een atletiekbaan. Door de ligging van het gebied vlak naast de uiterwaarden heeft het een vochtig karakter. In het kader van ‘Ruimte voor de Vecht’ zijn hier moerasstroken en struinpaden aangelegd.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

22

m(be)leefbaar

Vochtige graslanden .. In het gebied bevinden zich enkele vochtige graslanden met als hoofdbestemming natuur. Door het vochtige karakter van de graslanden zijn er een tal van soorten aanwezig die specifiek onder deze omstandigheden groeien. De hooilandwasplaat en het papegaaienzwammetje zijn dergelijke soorten. Deze zeldzame paddenstoelen groeien in vochtige graslanden, met name op graslanden op een kleigrond.

Draadgentiaan (E. Witter)

Enkele Rode-Lijst plantensoorten die hier groeien zijn moeraskartelblad, Spaanse ruiter, blauwe knoop, parnassia, rietorchis, blonde zegge en draadgentiaan. Zoals de namen al verklappen, worden deze voornamelijk aangetroffen in vochtigere delen. Veel van deze planten zijn nectarplanten voor aanwezige vlindersoorten als de argusvlinder, het bruin zandoogje en het bont zandoogje. Het ‘parnassialandje’, een klein grasland binnen het bos, is een ware

hotspot voor biodiversiteit in het gebied! Naast zeldzaamheden als de eikenpage, sleedoornpage en gele luzernevlinder zijn alle algemene dagvlinders hier aan te treffen. De greppels in het landschap zorgen ervoor dat een rover als de bunzing zich hier thuis voelt. De bunzing is niet bang voor natte voeten en verplaatst zich via greppels en stroken met beschutting en ruigte. Vervolgens wordt er gejaagd op de aanwezige muizensoorten als de bosmuis, dwergmuis en rosse woelmuis. Het gehele gebied is geschikt voor vleermuizen om te foerageren. De grote hoeveelheid en diversiteit aan ongewervelden vormt een gevarieerd menu voor deze nachtdieren. Sommige soorten foerageren voornamelijk langs de boomkronen, terwijl andere boven het vochtige grasland of de IJssel foerageren. Ook de zeldzame meervleermuis, waarvan zich in Zwolle kraamkolonies bevinden, leeft zich hier uit.

2.904 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (170 waargenomen)

Papegaaizwammetje (iStock.)

.. en landbouwgronden Overdag zullen ze voornamelijk in het Westerveldse bos verscholen zitten, maar wanneer de schemering begint zijn de reeën hier te aanschouwen. Het bemeste gras is eiwitrijk en vormt een voedselrijke maaltijd. Deze combinatie van dichtere beschutting (het bos) en open landschap met een groot voedselaanbod (de graslanden), is geschikt leefgebied voor deze soort. Een kleiner zoogdier dat zich hier ook te goed doet aan het gras, is de haas. De haas heeft met zijn grazen veel invloed op de vegetatie in een gebied en wordt daarvoor vaak tot de kleine grazers gerekend. Weilanden kunnen ook interessant zijn voor weidevogels om te nestelen, maar de Dijklanden bestaan uit weiden met te kort gras, waardoor het niet geschikt is voor deze vogels. Daarnaast wordt het gebied veel gebruikt door recreanten en lopen er mensen met de hond. Deze verstoringen zijn nadelig voor (broedende) weidevogels.

Blauwe reiger Fitis Putter Grote bonte specht Koekoek

Koperwiek Matkop Nachtegaal Watersnip Wielewaal

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis

Bosmuis Bunzing Dwergmuis Eekhoorn Haas

Baars Bruine kikker Gewone pad Groene kikker Kolblei

Argusvlinder Atalanta Bont zandoogje Bruin zandoogje Bruinblauwtje

Bonte wespbij Ratelaar Bruine snuituil Roodspietwespbij Donsvlinder Struiksprinkhaan Dwergstipspanner Weidebij Grote koekoekshommel

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (22 waargenomen)

Dagvlinders (31 waargenomen)

Overige Ongewervelden (1288 waargenomen)

0

Vleermuizen (4 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (22 waargenomen) Kleine modderkruiper Kleine watersalamander Rietvoorn Snoek Zeelt

2.904

Haas (G.J. Assink)

Eikenpage Gele luzernevlinder Grote vos Oranje tipje Sleedoornpage

Vaatplanten (608 waargenomen) Akkerdistel Akkerwinde Blauwe knoop Blonde zegge Parnassia

Draadgentiaan Moeraskartelblad Rietorchis Spaanse ruiter Armbloemige waterbies

Hermelijn Mol Ree Rosse woelmuis Wezel

Libellen (46 waargenomen) Azuurwaterjuffer Gevlekte glanslibel Beekrombout Gevlekte witsnuitlibel Bruine korenbout Noordse winterjuffer Bloedrode heidelibel Sierlijke witsnuitlibel Blauwe breedscheenjuffer

Overige (713 waargenomen) Anemonenbekerzwam Glanzend veenmos Blauwe korstzwam Hooilandwasplaat Bonte berkenrussula Lilabruine Flesjesmos schorsmycena Fraaie knotszwam Papegaaizwammetje

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

23

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

•

Wat zijn de kansen?

Het Westerveldse bos vormt een habitat voor een veel verschillende soorten. Dit is terug te zien in het aantal waarnemingen. Het bos heeft een rijke ondergroei waar meerdere zeldzame paddenstoelen groeien. De vochtige graslanden verrijken de biodiversiteit en bieden veel nectarplanten voor dagvlinders, bijen, hommels en andere insecten. Dit soort landschappen nemen op landelijk niveau af en zijn daardoor waardevol. In het gebied bevinden zich greppels, bomenrijen en lanen die als coördinatie van belang zijn. Een soort als de meervleermuis maakt gebruik van dergelijke elementen om te navigeren en te foerageren. De afwisselende landschapstypen vlak bij elkaar; bos, open plekken in het bos, graslanden, bomenlanen en greppels. Dit zorgt voor veel verschillende habitats, waardoor veel verschillende soorten hier kunnen gedijen.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de bunzing

• •

•

Het doortrekken en realiseren van kievitsbloemhooiland langs de Urksteeg en Kolksteeg. Extensiever gebruik van de gemeentelijke agrarische percelen (door Stadslanderijen) zou kunnen worden omgezet naar een permanente vorm, met een combinatie van stadslandbouw en agrarisch natuurbeheer, natuurbeleving en lokale voedselproductie. Onderzoek naar geothermie in de weilanden ten noorden van het atletiekcomplex. Als dit een nuttige functie blijkt, moet worden gezocht naar een synergy met natuurontwikkeling binnen dit gebied.

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

2

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

1

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Voedsel: hazen, mollen, muizen, vogels, vogeleieren, amfibieën, insecten en fruit.

Natuurvriendelijke landbouw vergroot het voedselaanbod van de bunzing, omdat dit beheer leidt tot meer planten en dat dan weer leidt tot meer insecten en andere dieren. Op de erven kunnen composthopen worden gemaakt van snoei- en tuinafval, dit trekt muizen aan. Behoud ‘rommelige’ hoekjes en tolereer bramen en brandnetels.

Veiligheid: ‘opruimwoede’ vermindert het aantal schuilplaatsen van de bunzing.

Het behouden of aanbrengen van schuilplaatsen van de bunzing: holle bomen, overhoekjes en andere kleinschalige landschapselementen maar ook laten liggen/maken van takkenhopen, hooibalen en steenstapels, draagt hieraan bij.

Verbinding: de bunzing verplaatst zich via greppels, houtwallen en sloten met overhangende vegetatie.

Het behoud van de ‘oer-Hollandse’ landschapselementen als greppels, ruige sloten en houtwallen is essentieel voor de bunzing om beschutting in te vinden, zich te veilig te verplaatsen en hieruit te jagen.

Bunzing (Econsultancy)

Verbindende elementen (Google Maps)

De “ambassadeur” van het gebied is de bunzing. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de bunzing behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

24

m(be)leefbaar

Haersterbroek

Landbouw Multifunctionele plas

In het zuidwesten van gebied Haersterbroek ligt de Bomhofsplas. Deze plas is in 1975 ontstaan door zandwinning. Sinds 2020 ligt er op de plas ook een drijvend zonnepark. De plas wordt niet alleen door mensen gebruikt, ook veel soorten dieren maken gebruik van de plas. Door de grote oppervlakte, meer dan 62 hectare, trekt de plas veel ganzen, eenden, meeuwen en andere watervogels aan. Zo zijn er op en naast de plas honderden smienten, kolganzen en kokmeeuwen waargenomen. Deze vogels gebruiken de plas voornamelijk als slaap- en pleisterplaats. Een pleisterplaats is een plek waar vogels kunnen rusten, foerageren en bijkomen van een lange vliegreis. Aan de noordwestzijde van de plas, waar een moerasachtig gebied is ontstaan, komen veel plevieren, strandlopers en steltlopers voor. De grutto, kievit, wulp, kemphaan, scholekster en watersnip zijn steltlopers die veel zijn waargenomen aan de westkant van de plas. In het natte moerasgebied kunnen de steltlopers, plevieren strandlopers hun voedsel vinden, dat bestaat uit insecten, wormen en slakken.

Zandverwerking Bomhofsplas (Google)

Kleine plevier (iStock)

Naast vogels zijn er ook veel andere dieren waargenomen aan de noordwestkant van de Bomhofsplas. Zandafgravingen bieden leefgebied voor soorten die goed gedijen op zandige grond met nog weinig vegetatie; zogenoemde pioniersoorten. Het zanddoorntje, de naam zegt het al, is zo’n soort die voorkomt op open, zandige plekken. Het zanddoorntje is een insect die behoort tot de sprinkhanenfamilie. De kleur van dit kleine diertje kan variëren van bruin tot groen. Een ander voorbeeld van een echte pioniersoort is de zwervende heidelibel, die vaak is waargenomen in Haersterbroek. Het mannetje van deze libel heeft een dieprood achterlijf, terwijl de vrouwtjes een donkergeel tot strokleurig achterlijf hebben. Ook de ernstig bedreigde Kempense heidelibel is in het gebied waargenomen. In 2013 is van deze soort een populatie ontdekt in de Weerribben. De Kempense heidelibel die in Haersterbroek zijn gezien zijn vermoedelijk rondzwervende exemplaren afkomstig van de Weerribben. Voor planten is de noordwestkant van de Bomhofsplas het belangrijkste deel van het gebied Haersterbroek. Hier kunnen zowel soorten voorkomen die houden van droge, zandige grond, als soorten die houden van nattere grond. Zandblauwtje is een plant met blauwpaarse bloemen, die houdt van open plekken met zandige, droge grond. Wolfspoot is een voorbeeld van een plant die groeit op open plekken met natte, voedselrijke grond.

Kleine leeuwentand is een plant die juist voorkomt op de overgang tussen droge en natte delen. Zo zie je dat de aanwezigheid van de plas zorgt voor verschillende omstandigheden, waardoor er veel verschillende soorten planten en dieren kunnen voorkomen.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

469,5 ha landbouw, energiewinning zand

Het Landschap Haersterbroek is een gebied dat bestaat uit agrarische percelen en de Bomhofsplas. Het gebied ligt op de overgang tussen de zandgronden naar de veen- en kleigronden. Op de agrarische percelen wordt gras en maïs verbouwd. De Bomhofsplas is ontstaan doordat er in 1975 is begonnen met zandwinning. Jaarlijks wordt rond de 400.000 ton zand uit het gebied weggehaald ten behoeve van allerlei projecten. Inmiddels is de plas circa 62 hectare en heeft een diepte van ongeveer 35 meter. Aan de Bomhofsweg vindt ook de verwerking van het zand plaats. Sinds 2020 liggen in de plas ook 72.000 zonnepanelen, goed voor de energievoorziening van 7.000 huishoudens. Het drijvende zonnepark heeft een oppervlakte van circa 20 hectare. In de loop van het Holoceen ontstonden in Haersterbroek broekbossen, aan de randen van veengebieden. Uit de vondst van fossielen blijkt dat het gebied 74.000 jaar geleden al gebruikt werd door Neanderthalers. Pas vanaf 1850 zijn de eerste landbouwontginningen in Haersterbroek.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

25

m(be)leefbaar

Op het boerenland Naast de Bomhofsplas bestaat Haersterbroek volledig uit agrarische percelen. De percelen bestaan voornamelijk uit grasland, met daarnaast een aantal maïsvelden. Op de graslanden zijn soorten waargenomen die typerend zijn voor het boerenland, zoals de ree en de haas. Deze soorten zijn met name in de schemering en ’s nachts actief, dan maken ze gebruik van de akker- en graslanden om te eten. De sloten die tussen de agrarische percelen lopen zijn ook van belang voor veel planten en dieren. Amfibieën en vissen kunnen hier een thuis vinden. Zo is in 2012 zelfs een RodeLijst vissensoort aangetroffen middels eDNA-onderzoek. De grote modderkruiper wordt vooral aangetroffen in verlande wateren, zoals overstromingsvlakten en moerassen. Of de soort nog steeds in de sloten van Haersterbroek leeft, is onbekend.

Roek (iStock)

Ook vogels komen op de graslanden voor. De blauwe reiger en grote zilverreiger gebruiken het boerenland om te jagen op kikkers, vis, muizen en jonge hazen. Van de weidevogels die in Haersterbroek zijn waargenomen komen alleen de kievit, scholekster, wulp en de Rode Lijst-soort de veldleeuwerik nog veelvuldig voor in de graslanden. De andere weidevogels, zoals de kemphaan en de watersnip, komen met name in de trektijd aan de noordwestkant van de plas voor. In dit natte stuk is meer voedsel te vinden is dan op de agrarische percelen, die doorgaans een lage waterstand hebben en daardoor weinig insecten. Opvallend is dat de das een aantal keer is waargenomen op de agrarische percelen. De das komt doorgaans voor in bos(jes), houtwallen of heggen, waar ze hun burcht maken. ‘s Nachts bezoeken dassen weilanden waar ze met name wormen eten. De das verblijft waarschijnlijk in de nabijgelegen Vechtoeverzone.

465 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (181 waargenomen) Bonte strandloper Grote zilverreiger Grutto Kemphaan Kievit

Haas (H. Looman)

Langs de snelweg Helaas is de das niet alleen levend waargenomen op de agrarische percelen, maar ook als verkeersslachtoffer langs de A28. Het verkeer is één van de grootste bedreigingen voor de das; jaarlijks sterven er 700 dassen door aanrijdingen. Een snelweg zorgt gelukkig niet alleen voor slachtoffers, maar kan juist ook leefgebied creëren voor planten en dieren. Zo is er langs de A28, ter hoogte van een tankstation, een roekenkolonie gevestigd. De roek lijkt op de zwarte kraai, maar heeft in tegenstelling tot de zwarte kraai een lichtgrijze snavelbasis. De slordige nesten van deze koloniebroeders worden in de toppen van hoge bomen gebouwd. Een roekenkolonie kan soms wel uit 1.000 nesten bestaan, maar bestaan momenteel meestal uit minder exemplaren, omdat veel kolonies verstoord zijn door bomenkap of verjaagd vanwege overlast. Ook veel planten vinden hun thuis langs de snelweg. Het voordeel van zo’n plek is dat er weinig gelopen, gemaaid of gegraasd wordt en dat er veel stikstof (en dus voedsel) aanwezig is. Zo is de kamferalant frequent waargenomen langs de A28. Dit is een pioniersoort die goed kan groeien op zonnige, voedselrijke plekken.

Kolgans Roek Smient Watersnip Veldleeuwerik

Reptielen, Amfibieën & Vissen (9 waargenomen) Tiendoornige stekelbaars Brasem Zeelt Europese aal Groene kikker Grote modderkruiper snoek

Overige Ongewervelden (22 waargenomen) Bruine sprinkhaan Gewoon doorntje Hoornaar Koperuil Moerassprinkhaan

Vierlijneendagsvlieg Zanddoorntje Zeggedoorntje Zuringuil

Vleermuizen (2 waargenomen) Gewone dwergvleermuis Laatvlieger

Dagvlinders (14 waargenomen) Atalanta Bruin zandoogje Dagpauwoog Distelvlinder Groot koolwitje

Icarusblauwtje Klein geaderd witje Kleine vos Kleine vuurvlinder Oranje luzernevlinder

Vaatplanten (194 waargenomen) Akkerdistel Bijvoet Dagkoekoeksbloem Gewone waterbies Grote waterweegbree

Kleine leeuwentand Moeraszuring Muizenoor Wolfspoot Zandblauwtje

0

465

Veldleeuwerik (iStock)

beste deelgebied 2.905

Zoogdieren (13 waargenomen) Das Egel Haas Hermelijn Muskusrat

Otter Ree Rosse woelmuis Steenmarter Woelrat

Libellen (23 waargenomen) Bandheidelibel Gewone oeverlibel Kempense heidelibel Lantaarntje Platbuik

Steenrode heidelibel Viervlek Vuurjuffer Zwarte heidelibel Zwervende heidelibel

Overige (7 waargenomen) Blauwgroen trechtertje Zandhaarmos Gewone oesterzwam Zilvermos Haarmos Oranjerood trechtertje Parapluutjesmos

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

26

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

Wat zijn de kansen?

De noordwestkant van de Bomhofsplas is overduidelijk de meest biodiverse plek van Haersterbroek. Deze oever biedt een thuis voor veel planten, vogels en insecten. De dieren kunnen hier rusten en hun voedsel vinden. De afwisseling tussen natte en zandige delen zorgt ervoor dat er veel verschillende plantensoorten kunnen voorkomen. In het agrarisch gebied komen een aantal bijzondere soorten voor, zoals Rode Lijst-soorten als veldleeuwerik en graspieper. Dit gebied heeft echter veel potentie om nog veel meer soorten te kunnen huisvesten, doordat het nu nog monotoon en intensief onderhouden wordt.

•

• •

Mogelijkheid voor faunapassages bij de A28 onderzoeken, zodat zoogdieren als de das veilig kunnen passeren. De wegbermen van de A28 zijn daarnaast aantrekkelijk gebied voor muizen en trekken daarom uilen en roofvogels aan. Door stroken langs de agrarische percelen ecologisch te beheren en zo muizenrijker te maken, kunnen kerkuilen en buizerds veilig voedsel zoeken. Ecologisch berm- en oeverbeheer rondom de agrarische percelen kan onder andere de insectenaantallen en -diversiteit vergroten. Bij de Bomhofplas kan worden ingezet op het behoud van leefgebied voor watervogels, otter en andere soorten.

Basisvoorwaarden ambassadeur

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de haas

Thema

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

1

Tuinen en erven

1

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

2

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Milieuvriendelijke landbouw zorgt voor een groter voedselaanbod. Door overhoekjes te Voedsel: in de winter grassen en in de zomer laten staan en het gras niet te kort te maaien, komen er meer kruiden op. Deze landkruiden en akkerbouwproducten als graan, bouwtechniek gebruikt daarnaast geen pesticiden, waardoor het voedsel veilig is voor de maïs en klaver. haas. Veiligheid: hazen maken geen holen, maar verblijven in ‘legers’. Dit zijn platte, ondiepe uithollingen in het gras of onder struiken.

Grote landbouwmachines zijn gevaarlijk voor hazen, omdat ze niet de tijd hebben om op tijd weg te komen. Door te werken met een wildredder worden de dieren op tijd gewaarschuwd.

Voortplanting: tussen januari en augustus worden meerdere nestjes van hazen geboren in het leger.

Jonge hazen zijn relatief kwetsbaar in het open leger en kunnen zich nog niet snel en goed verplaatsen. Door minder te maaien en door minder machinegebruik in de periode februari – augustus, wordt het doden van jongen verminderd.

Haas (G.J. Assink)

Weiland (Google Maps)

De “ambassadeur” van het gebied is de haas. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de haas behoefte aan voedsel, voorplantingsplekken, veilige plekken om te rusten, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

27

m(be)leefbaar

Hanzeland

Bebouwde kom Mediterrane gasten

Het gebied in de spoorzone van station Zwolle, genaamd Hanzeland, wordt gekenmerkt door de vele bebouwing en het aanwezige asfalt. Hierdoor kan het op warme dagen fors warmer zijn dan in andere gebieden van Zwolle. Dit valt dan ook terug te zien in de ‘warmteminnende’ soorten die hier worden waargenomen. Door de steeds warmer en droger wordende zomers spreken klimaatwetenschappers van een ‘Mediterranisering’ van onze flora en fauna. Hanzeland biedt zo een warm welkom aan soorten die van oorsprong in het zuiden gedijen. Een van de soorten die het hier prima vertoeven vindt is de zuidelijke boomsprinkhaan. Tot voor kort werd deze soorten alleen gevonden in het Middellandse Zeegebied, maar sinds de jaren ‘90 wordt deze groene sprinkhaan ook in Nederland waargenomen. De eerste waarnemingen kwamen vooral uit het zuiden van Nederland, maar in deze eeuw heeft de soort zich over alle stedelijke gebieden van het land verspreid. De warme omstandigheden in het stedelijk gebied zijn optimaal voor deze sprinkhaansoort en de Nederlandse bomen bieden de sprinkhaan beschutting en voedsel door de aanwezige insecten als bladluizen.

Overzichtsfoto (Google)

Zuidelijke boomsprinkhaan (Dreamstime)

En ander typisch voorbeeld van een soort die goed gedijt in de op de stenen bebouwing, is de zwarte roodstaart. Een bescheiden zwart vogeltje met een roestrode staart, die vanaf hoge dakranden zijn knarsende liedje zingt. Oorspronkelijk broedt deze soort in gebergtes, maar vindt in de talloze holtes en kieren in onze hoogbouw genoeg alternatieve nestlocaties. De zwarte roodstaart is zelfs zo gebonden aan een stenige omgeving dat hij weer vertrekt wanneer het om hem heen te groen wordt. Naast de zwarte roodstaart zijn er tal van andere vogelsoorten die hun weg weten te vinden in Hanzeland. Kauwen, huismussen en stadsduiven scharrelen alles op wat de treinreizigers achterlaten, de gierzwaluw giert in de zomer hoog boven de gebouwen rond en de visdief vangt zijn maaltje in de watergangen, en broedt mogelijk zelfs op een van de platte daken.

Vaatplanten zijn een andere soortgroep die het in deze stenige omgeving goed doen. Plantensoorten die normaal op rotsen groeien hebben zich hier geschikt naar muur- of stoepplant. Deze soorten groeien tussen de voegen, die voor andere soorten te droog of onbereikbaar is. Muursla en muurleeuwenbek komen voor op stikstofrijke, warme en zonnige plaatsen. Terwijl de muurvaren en steenbreekvaren opvallend goed gedijen op de kalkhoudende en schaduwrijke kades langs de Koggelaan en het Lübeckplein. Wanneer je tijdens het wachten op de bus even de tijd neemt en om je heen kijkt, kun je soms wel 10 soorten planten tegenkomen op een stukje straat. Waar de een vooral ‘onkruid’ ziet, ziet de ander honderden soorten planten die ondanks de extreme omstandigheden een plek heeft weten te bemachtigen in de ‘stenen jungle’.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

83,1 ha wonen en bedrijventerrein zand en klei

Het Landschap Hanzeland is het gebied in de ‘spoorzone’ van Zwolle, grofweg gelegen tussen het treinstation en de IJsselallee. Toen het station in 1864 werd gebouwd, bestond het gebied voornamelijk uit agrarische percelen. Toen het station enkele jaren in gebruik was zijn er werkplaatsen voor het onderhoud van locomotieven en rijtuigen gebouwd, ten zuiden van het station. Eind jaren ‘90 is het overige gebied grondig ontwikkeld en zijn er diverse kantoorgebouwen, appartementencomplexen en het centraal gelegen Lübeckplein gerealiseerd. Hanzeland is een sterk versteend gebied en kenmerkt zich door, voor Zwolse begrippen, relatief veel hoogbouw. Het treinspoor, dat langs de gehele noordzijde loopt en ten westen van het station afbuigt naar het zuiden, beslaat een groot deel van het oppervlakte. Het groen in Hanzeland bestaat voornamelijk uit strakke bomenlanen langs de rijbaan, enkele braakliggende terreinen en grasvelden. Tussen de bebouwing zijn enkele waterwegen aanwezig, deze beschikken voornamelijk over harde kades.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

28

m(be)leefbaar

Konijnen (iStock)

‘’Life finds a way’’ Charles Darwin schreef ooit in een van zijn publicaties dat evolutie een langzaam proces was, die niet in een mensenleven kon worden waargenomen. Alhoewel Darwin voor zijn tijd baanbrekende ideeën had, valt bij deze opmerking toch een kanttekening te plaatsen. Wanneer we kijken naar een van de bewoners van Hanzeland valt namelijk iets bijzonders op. De bruine sprinkhaan, een relatief grote en vrij algemene veldsprinkhaan, weet zich moeiteloos staande te houden in de stedelijke omgeving. Uit onderzoek is gebleken dat de ‘stadssprinkhanen’ langere vleugels en achterpoten hebben en een lichter achterlijf, dan de sprinkhanen in het buitengebied. Op deze manier kunnen de sprinkhanen in de stad zich sneller verplaatsen van perk naar perk en de tegemoetkomende fietsers en auto’s ontwijken. Een mooi voorbeeld hoe diersoorten omgaan met de, door toedoen van de mens, veranderende omgeving.

Hun weg vinden in en naar Hanzeland doen soorten ook, net als wij, via het spoor. Een spoorlijn klinkt voor ons als een gevaarlijke plek, maar is voor veel planten en diersoorten een aantrekkelijk biotoop. Onder de spoorstaven liggen kalkrijke ballaststenen; het spoor is gelegen op een voedselarme zandige dijk. Hierdoor kunnen soorten die normaal in duinen of droge graslanden voorkomen prima gedijen langs het spoor. Zo zijn de duinroos, cipreswolfsmelk en de Rode Lijstsoort welriekende agrimonie waargenomen langs het spoor in Hanzeland. Doordat het spoorwegstelsel kriskras door Nederland loopt, is het niet alleen een belangrijk woongebied, het is ook een belangrijke corridor voor dieren en planten.

611 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (99 waargenomen) Steenbreekvaren (H. Looman)

Groene en blauwe aders Ondanks het vele steen en asfalt zijn er ook groene en blauwe plekken te vinden in Hanzeland. De speeltuin van Dinoland; de grasvelden aan de voet van de Hoge Spoorbrug en de tuinen van de woningen in het zuidelijke deel van het gebied, vormen ‘groene eilanden’ waar verschillende soorten dankbaar gebruik van maken. Op de kruidenrijke grasveldjes groeien belangrijke waardplanten van verschillende dagvlinders, zoals de atalanta (brandnetel), distelvlinder (akkerdistel) en icarusblauwtje (klaver). Opvallend veel konijnen worden op de grasvelden en braakliggende terreinen rond het spoor gezien, misschien een paar ontsnapte exemplaren uit het Zone College? De ‘groene eilandjes’ worden met elkaar verbonden door strakke bomenlanen en watergangen, die door de stenige omgeving heen snijden. Veel dieren maken hier dankbaar gebruik van. De bomenlanen worden gebruikt als vliegroute door de gewone dwergvleermuis en de groenling. Onder het wateroppervlak zwemmen snoeken en baarzen, en vangt de ijsvogel zijn dagelijkse kostje bij elkaar.

Huismus Groenling Heggenmus IJsvogel Kauw

Kleine karekiet Meerkoet Putter Witte kwikstaart Zwarte roodstaart

Zoogdieren (15 waargenomen)

Gewone dwergvleermuis Rosse vleermuis

Konijn Bruine rat Bunzing Egel Haas

Dagvlinders (24 waargenomen)

Baars Brasem Gewone pad Kleine watersalamander

Atalanta Bruin zandoogje Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder

Overige Ongewervelden (121 waargenomen) Bruine sprinkhaan Gamma-uil Grauwe schildwants Stadsreus

Steenhommel Vuurwants Zuidelijk spitskopje Zuidelijke boomsprinkhaan

beste deelgebied 2.905

Vleermuizen (2 waargenomen)

Reptielen, Amfibieën & Vissen (6 waargenomen) Rietvoorn Snoek

0

611

Zwarte roodstaart (iStock)

Gehakkelde aurelia Klein koolwitje Kleine vos Sleedoornpage

Vaatplanten (295 waargenomen) Bezemskruid Cipreswolfsmelk Duinroos Geel walstro Muursla

Muurleeuwenbek Muurvaren Steenbreekvaren Welriekende agrimonie

Bosmuis Huisspitsmuis Mol Rosse woelmuis Steenmarter

Libellen (11 waargenomen) Azuurwaterjuffer Blauwe breedscheenjuffer Bruine korenbout Bruine winterjuffer

Grote roodoogjuffer Platbuik Vuurjuffer Weidebeekjuffer

Overige (38 waargenomen) Gewoon kransblad Gewone krulzoom Grauw rijpmos Groot dooiermos Kauwgommos

Muurschotelkorst Muurzonnejte Schoorsteenjte Stoeprandvingermos Straatchampignon

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

29

m(be)leefbaar

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

Wat zijn de kansen?

De stenige omgeving in Hanzeland zorgt voor de aanwezigheid van dieren plantensoorten die zijn aangepast op warme en droge omstandigheden. Vogels als de zwarte roodstaart nestelen in de hoge bebouwing; diverse vaatplanten groeien tussen de voegen van de bestrating en kades, en door het relatief warme microklimaat komen er unieke insecten en andere ongewervelden voor. De symmetrische bomenlanen en watergangen dienen als verbindingszones voor verschillende diergroepen, zoals vleermuizen, vogels, amfibieën en vissen. Op en rond het treinspoor is de groeiplaats van soms zeldzame plantensoorten vanwege de zandige en kalkrijke bodem. Tevens fungeert het spoor, naast leefgebied, ook als verbinding voor tal van plant- en diersoorten.

•

•

•

• •

Herontwikkeling van het gebied biedt kansen voor natuurinclusief ontwerp waar verblijfplaatsen en leefgebied voor gebouwbewonende soorten wordt gecreëerd. De reeds aanwezige groenblauwe structuren doortrekken en verbinden, zoals bomen langs het Koggepark die kunnen fungeren als vliegroute en jaaggebied voor vleermuizen. Aanbrengen van drijvend groen en watervegetatie langs de harde oevers van de Koggelaan. Hierbij kan ook kalkrijk mortel worden gebruikt om muurflora te bevorderen. Het aanbrengen een Spoorpark met hagen om leefgebied voor sleedoornpage en zangvogels te realiseren. Vergroening van het gebied zal noodzakelijk zijn gezien de voorgenomen nieuwbouwwoningen in dit gebied.

Vermenigvuldigingsfactor

Bebouwing

3

Tuinen en erven

1

Natte omgeving

3

Groene buitenruimte

3

Verharding

2

Basisvoorwaarden ambassadeur

Verbetermaatregel voor de ambassadeur

Vocht/voedsel:

Klimop is een makkelijke plant die weinig eisen stelt aan de bodem, maar houdt van een goed doorlatende, humeuze grond. De plant vormt vervolgens zelf leefgebied en een voedselbron voor heel veel verschillende soorten!

Veiligheid: pas in de volle zon op voor uitdroging en in de schaduw voor te natte omstandigheden.

Halfschaduw is de makkelijkste groeiplaats voor klimplanten als klimop. Maar deze makkelijke planten kunnen ook in de zon of juist in de schaduw staan, zolang ze daar maar niet te droog of te nat worden.

Verbinding: klimplanten kunnen (snel) grote stukken begroeien en groeien makkelijk tegen objecten aan.

Klimplanten als klimop kunnen snel veel groenbedekking opleveren. Door ze te begeleiden langs structuren waar ze gewenst zijn (bijvoorbeeld met hekwerk, speciale palen of zelfs over de weg) kunnen ze snel de goede richting uit groeien.

“Ambassadeur” van dit deelgebied: de klimplant

Thema

Klimop met insecten (iStock)

Structuren voor klimplanten in stedelijk gebied (Google Maps)

De “ambassadeur” van het gebied is de klimplant. Deze soort is gekozen als vertegenwoordiger omdat dit deelgebied het optimale leefgebied vormt. Net als alle anders soorten heeft de klimplant behoefte aan voedsel, voorplantingsmogelijkheden, veiligheid, vocht en verbindingen tussen de verschillende delen van het leefgebied. Als het goed gaat met de ambassadeur kunnen veel andere soorten meeliften op zijn succes.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

30

m(be)leefbaar

Hessenpoort

Bedrijventerrein Tussen de bloemen

Wanneer je het woord bedrijventerrein hoort, denk je niet snel aan natuur. Toch is dat waar naar wordt gestreefd door de initiatiefgroep ‘Hessenpoort, Natuurlijk!’. De wens is minder beton en asfalt en meer bloemen, planten en dieren. Op het bedrijventerrein is dan ook een groot project gaande om de inrichting zo groen mogelijk te maken en de biodiversiteit te verhogen. Omdat het bedrijventerrein relatief nieuw is, is er nog veel braakliggend terrein. Een van de doelen van dit project is om de braakliggende terreinen van onverkochte kavels een tijdelijke invulling te geven, die bijdraagt aan het groene karakter van het terrein. Een voorbeeld van zo’n tijdelijke inrichting is de bijentuin die in 2018 werd aangelegd. Om te voorkomen dat bij de uiteindelijke verkoop van de kavel problemen ontstonden door aanwezigheid van beschermde planten- en dierensoorten, was de ‘ontheffing tijdelijke natuur’ geldig. Honingbijen halen de nectar voor de honing onder andere uit de gebiedseigen kruidenvegetaties die over het bedrijventerrein zijn ingezaaid. Daarmee zijn het concurrenten van de wilde bijensoorten geworden. Veel van onze wilde bijensoorten hebben moeite om voldoende voedsel te vinden. We zouden daarom voorzicht moeten zijn met het plaatsen van kasten met honingbijen.

Het kenniscentrum van insecten (EIS) heeft op basis van onderzoeken naar voedselconcurrentie adviezen over het maximum aantal bijenkasten dat in een gebied geplaatst kan worden. Impressie van Hessenpoort (P. Sluiter)

Icarusblauwtje (G.J. Assink)

Inmiddels is de vegetatie in de kruidenrijke bloemstroken enkele groeiseizoenen verder en heeft deze zich ontwikkeld met planten als akkerdistel, duizendblad, margriet, knoopkruid en verschillende gras- en zeggesoorten. Ook zijn teunisbloem en wilgenroosje te vinden op Hessenpoort. Beide soorten zijn waardplanten voor de zeldzame teunisbloempijlstaart en bieden kansen voor deze snel oprukkende nachtvlinder om zich te vestigen. Algemene vlindersoorten als atalanta, bruin zandoogje, dagpauwoog, icarusblauwtje en verschillende soorten witjes komen voor in het gebied. Een interessante vlindersoort die is aangetroffen, is de volgens de Rode lijst bedreigde gele luzernevlinder. Deze trekvlinder vliegt ieder voorjaar vanuit Midden-Europa richting het noorden en bereikt in sommige jaren Nederland. Ook zijn er veel andere insecten die afkomen op de bloemstroken, van kevers en wantsen, tot sprinkhanen en (zweef)vliegen. De bloemstroken zijn aantrekkelijk voor wilde bijen en hommels. Voor deze insecten zijn er voorzieningen gecreëerd in de vorm van insectenhotels. Tussen de bloemen bevinden zich ook enkele algemene zoogdiersoorten, zoals haas, konijn, mol en ree. Ree komt normaliter voor is bosachtige gebieden, maar past zich gemakkelijk aan cultuurlandschap aan, zolang er voldoende voedsel, dekking en rust aanwezig is.

Maar als het terrein in een latere fase meer bebouwd is, zal er voor deze soorten helaas weinig tot geen ruimte overblijven en zullen deze verdwijnen. Als onderdeel van de groenstructuur die door het bedrijventerrein loopt, is er een grote natuurlijke waterpartij aanwezig in de noordelijke punt van Hessenpoort, genaamd ‘De Markte’. Dit is een groen omzoomde plas met rietkragen en boomwortelformaties langs de oevers. Deze plas heeft een diepte van 10 tot 13 meter en wordt onder andere gebruikt om te vissen. Overig waterpartijen behorend tot de groenstructuur zijn de vele weteringen die verspreid over het terrein te vinden zijn.

Gebiedskenmerken Oppervlakte Functie Bodem Overige

427,7 ha bedrijventerrein zand

Het Landschap Hessenpoort vestigt verschillende bedrijven. Voorheen bestond dit gebied uit hoogveen. Het natte gebied pas in het begin van de twintigste eeuw ontgonnen. Hessenpoort is het eerste bedrijventerrein dat in 2017 het NL Greenlabel Gebiedslabel heeft ontvangen. Het bedrijventerrein kenmerkt zich verder door mogelijkheden om te wandelen en te lunchen, een fietsnetwerk dat aan elkaar gekoppeld is om duurzame mobiliteit te stimuleren en het toepassen van laagdrempelige initiatieven om het bedrijventerrein te vergroenen. Bij de aanleg van het gebied staat aandacht voor biodiversiteit centraal. Zo zijn er kruidenvegetaties die er van nature thuis horen ingezaaid. Ook zijn extra elementen toegevoegd om de biodiversiteit te bevorderen, zoals een insectenhotel en een natuurlijke waterpartij. Er is een forse, 70 tot 100 m brede Ecozone langs de gehele noordgrens van het bedrijventerrein aangelegd als begrenzing en overgang naar het agrarisch landschap. Hessenpoort is een regionaal bedrijventerrein met een goede groenstructuur, waar ook draagvlak en initiatieven zijn om op particulier terrein natuur toe te voegen.

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

31

m(be)leefbaar

Gevederde vrienden

Scholekster (H. Looman)

Een watergebonden soort van de categorie zoogdieren is ook terug te vinden op het terrein, namelijk de otter. Nadat deze in de tachtiger jaren is uitgestorven, werd vanaf 2002 gestart met de herintroductie van het dier. De otter leeft in oeverzones met voldoende dekking en rust, bij schoon en zoet water. Daar jaagt hij op (kleine) vissen als de in de omgeving voorkomende baars en snoek. Maar hij eet ook amfibieën, watervogels, ratten, wormen en grotere insecten, soorten die allemaal in de wateren van het bedrijventerrein te vinden zijn. Hoewel er nog geen waarnemingen bekend zijn van de bever in het gebied, zou ‘De Markte’ wel een mogelijk geschikt leefgebied voor deze soort kunnen zijn. Bevers komen namelijk voor in overgangsgebied tussen land en water en hebben een voorkeur voor rivieren en meren die omzoomd zijn door bossen en bosschages.

De kruidenrijke vegetatie en wateren zijn ook belangrijk voor roofvogels, weidevogels en andere broedvogels. De vegetatie biedt bescherming en er is voldoende voedsel te vinden in de vorm van de vele aanwezige insecten en kleine knaagdieren. Binnen het gebied van Hessenpoort zijn vele waarnemingen van soorten als (grote) gele kwikstaart, graspieper, witte kwikstaart, scholekster en zwarte roodstaart. Vooral deze laatste drie zijn vogels die veel op bedrijventerreinen worden gezien. Ook voor andere broedvogels zijn speciale voorzieningen aangelegd. Zo is er een oeverzwaluwwand en een ijsvogelwand aangelegd die inmiddels veel gebruikt wordt om te nestelen. Een andere soort die veelvuldig op het terrein wordt waargenomen is de roek, met name rond de A28 ter hoogte van ‘De Markte’. De roekenkolonie bevindt zich in de bomen op het terrein van het tankstation langs de A28. Deze roekenkolonie kan samen met het kleine broertje, de kauw, grote groepen vormen.

848 WAARGENOMEN SOORTEN (zoals bekend in Nationale Databank Flora en Fauna)

Vogels (162 waargenomen)

Otter (E. Witter)

De wateren herbergen verschillende biotopen en bieden daarmee ruimte aan een tiental vissensoorten, waaronder baars, grote en kleine modderkruiper, rietvoorn, snoek en tiendoornige stekelbaars. Verder vormen de wateren aantrekkelijk habitat voor libellen en juffers. Deze gebruiken het water als voortplantingsplaats en jagen hier op kleinere insecten. Wat opvalt is dat er vrij veel soorten heidelibellen te vinden zijn in het gebied. Vooral de bandheidelibel, steenrode heidelibel en zwarte heidelibel worden veel waargenomen. Terwijl de bandheidelibel gezien kan worden als pioniersoort als het aankomt op de voortplantingsplaatsen, komt de steenrode heidelibel juist vooral voor op plaatsen met een goed ontwikkelde oevervegetatie. Dit is een indicatie dat er voor verschillende soorten geschikt habitat te vinden is binnen Hessenpoort. Natuurlijk bevinden zich ook enkele amfibieënsoorten in het water, zoals de poelkikker en de kleine watersalamander. De poelkikker is een kritische soort wat betreft habitat en komt voor op goed begroeide oevers van stilstaande, zwak zure wateren. Het water nabij de plas ‘De Markte’ voldoet aan deze eisen. De kleine watersalamander, de enige salamandersoort die is aangetroffen in het gebied, is daarentegen een minder kritische soort met een brede keuze aan habitats.

Rietgors Aalscholver Roek Buizerd (Grote) gele kwikstaart Scholekster Torenvalk Fitis Zwarte roodstaart Oeverzwaluw

Reptielen, Amfibieën & Vissen (20 waargenomen) Baars Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Poelkikker

Grote modderkruiper Kleine modderkruiper Rietvoorn Snoek Tiendoornige stekelbaars

Overige Ongewervelden (192 waargenomen) Elzenhaantje Gamma-uil Grote groene sabelsprinkhaan Kolibrievlinder Moerassprinkhaan

Sint-jacobsvlinder Sint-jansvlinder Wespspin Zevenstippelig lieveheersbeestje Zuringspanner

848

Snoek (iSotck)

0

beste deelgebied 2.905

Vleermuizen (3 waargenomen)

Zoogdieren (13 waargenomen)

Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis

Bunzing Das Egel Haas Hermelijn

Dagvlinders (27 waargenomen) Atalanta Bruin zandoogje Dagpauwoog Hooibeestje Icarusblauwtje

Kleine vos Kleine vuurvlinder Landkaartje Oranjetipje Zwartsprietdikkopje

Vaatplanten (357 waargenomen) Akkerdistel Bezemkruiskruid Dagkoekoeksbloem Duizendblad Egelboterbloem

Geelgroene zegge Gevleugeld hertshooi Knoopkruid Tweerijige zegge Wilgenroosje

Konijn Mol Otter Ree Steenmarter

Libellen (37 waargenomen) Bandheidelibel Bruinrode heidelibel Gewone oeverlibel Grote keizerlibel Lantaarntje

Steenrode heidelibel Viervlek Vuurlibel Watersnuffel Zwarte heidelibel

Overige (37 waargenomen) Geschubde inktzwam Gewone oesterzwam Gewoon donsvoetje Groot dooiermos Klein leermos

Parapluutjesmos Plooivoetstuifzwam Soredium leermos Weidekringzwam Zandhaarmos

Projectnummer xx

Natuurwaardenkaart Bijlage bij Groen- en recreatiebeleidsplan

32

m(be)leefbaar

Wat zijn de kansen?

Wat zijn de natuurwaarden? •

•

•

•

De kruidenrijke bloemstroken zorgen voor meer biodiversiteit in de omgeving. De vegetatie trekt namelijk meerdere soorten fauna aan, waaronder dagvlinders en andere insecten, broedvogels en zoogdieren. Er is op deze manier een relatief divers ecosysteem aanwezig, zeker voor een bedrijventerrein. De hoofdgroenstructuur met grachten, bomen, en groenstroken biedt verbinding tussen het bedrijventerrein, overige delen van de stad en natuur in de omgeving. Op deze manier ontstaat er een meer aaneengesloten habitat dat door veel soorten gebruikt kan worden als foerageergebied, verblijfplaats en migratieroute. In de wateren op het bedrijventerrein zijn verschillende biotopen te vinden die geschikt zijn voor meerdere vissen- en amfibieënsoorten. Verder bieden de wateren voorplantingsplaatsen aan de vele soorten libellen en juffers die aanwezig zijn in het gebied. Dit maakt het gebied dan weer interessant voor meerdere broedvogelsoorten en voor de otter. De aanwezigheid van faunavoorzieningen zoals de oeverzwaluwwand en insectenhotels biedt meer mogelijkheden tot nestelen en zorgt ervoor dat meer soorten zich (permanent) kunnen vestigen binnen Hessenpoort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=88536d54-fa7a-41ac-843f-17429815dd0e