1 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg – Grote Voort (Retail)
Tekst van het document
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Stedenbouw
3.1.1
Huidige situatie
Voorsterpoort is een gebied met een sterke mix aan functies: kantoren, bedrijven, leisure, retail en maatschappelijke functies. In de afgelopen twintig jaar zijn enkele kavels vrijgekomen en is de bebouwing gesloopt in afwachting van nieuwe bestemmingen. De ambities waren daarbij hoog, zoals ook te zien is aan de kantoren (onder meer de IJsseltoren) op het Spooldereiland. De voortreffelijke bereikbaarheid en de zichtbaarheid waren bij deze ambitie belangrijke redenen: gelegen aan de A28 en de buitenring van Zwolle, in de nabijheid van een van de best bereikbare NS-stations van het land en op korte afstand van de historische Zwolse binnenstad. Ook loopt een belangrijke fietsroute Stadshagen/Westenholte-binnenstad langs Voorsterpoort. De bebouwing van Voorsterpoort is zeer divers, maar kenmerkt zich door de grote schaal. De kantoren zijn beeldbepalend door de hoogte, de overige bebouwing op Voorsterpoort is relatief laag (tot circa 12 meter). De uitstraling van de bebouwing varieert maar is doorgaans sober, met uitzondering van het kantorenensemble op Spooldereiland dat ook in de architectuur een grote ambitie laat zien. De inrichting van de openbare ruimte is kwalitatief zeer versnipperd en armoedig. Op het plangebied zelf was voorheen een school van het Deltion College gevestigd. Deze is in 2010 gesloopt en sindsdien ligt het terrein van ruim 2 hectare braak.
De oprit aan de Grote Voort en het parkeerterrein zijn blijven liggen en worden nog als zodanig gebruikt. Het plangebied is georiënteerd op de Grote Voort en de Russenweg. De kavel grenst ook aan de bestaande woonboulevard, die hier met de achterzijde naartoe staat. Daarnaast grenst de kavel aan een middelbare school.
24/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
3.1.2
Bebouwingsstructuur
Om tot een plankaart voor het plangebied te komen is heel Voorsterpoort in ogenschouw genomen. Uitgangspunt daarbij is het Ontwikkelkader Voorsterpoort 2012 waarin een optimistische en groene en lommerrijke sfeer worden genoemd als identiteit van Voorsterpoort. Er is een ontwerp gemaakt voor de openbare ruimte en er zijn regels opgesteld voor de kavels. Belangrijke drager van de nieuwe structuur is de Grote Voort, die de diverse stijlen van bebouwing, functies, oud en nieuw, met elkaar kan verbinden. Het is de centrale as in het gebied met op de kop het Spooldereiland en de IJsseltoren. Parallel aan de Grote Voort ligt een secundaire structuur van wadi's. De wadi's zijn op twee plekken gekoppeld aan de Grote Voort. Dit is noodzakelijk voor de waterafvoer en zorgt tegelijk voor de visuele samenhang in het gebied en een aantrekkelijk groen en duurzaam karakter. Voor de ontwikkeling van de retail vormt de wadi tevens een overgangszone naar de school, waardoor deze op passende wijze wordt omzoomd. De overgangszone naar de school bevat naast een wadi ook de nieuwe ontsluitingsweg van de school. Daarmee vervalt de bestaande auto-ontsluiting via het oude parkeerterrein. Ook geeft deze zone invulling aan de verplichte afstand tussen de school en de retail in verband met geluidwetgeving.
25/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Het plangebied ligt aan de centrale as van Voorsterpoort, de Grote Voort. Van belang is daarom dat een (toekomstig) retailcluster zich richt op deze centrale as van Voorsterpoort. Met andere woorden, hier bevinden zich de entrees en voorkanten. Ook de Russenweg is, als ontsluitingsweg van Voorsterpoort, een representatieve zijde. Aan deze beide wegen is naast de verplichte oriëntatie dan ook een verplichte rooilijn opgenomen. Deze geldt over minimaal 25% van de kavelbreedte. Het plangebied bevat een bouwvlak die terug ligt ten opzichte van de kavelgrens. Vanwege de grote schaal van de bebouwing grenst deze niet direct aan de openbare straat. Het bebouwingspercentage van de kavel is minimaal 30%. De toegestane hoogte is afgeleid van de omliggende bebouwing, namelijk maximaal 16 meter. Het is mogelijk dat er vanuit de functie een wens bestaat om in 1 bouwlaag te bouwen. Om in dit geval toch voldoende uitstraling te krijgen is een minimale bouwhoogte van 5 meter bij een gevel van minimaal 7 meter opgenomen. Bij grootschalige (geclusterde) retailgebouwen is een aantrekkelijke en levendige uitstraling naar de openbare straat gewaarborgd. Binnen een bouwveld is een eenheid in architectuurtaal te zien: de individuele gebouwen doen aan teambuilding en koesteren zich in elkaars gezelschap.
Het ontwerp van de plint, het voetgangersniveau op maaiveld, verdient veel aandacht: waar mogelijk is deze transparant, volledig gesloten vlakken komen niet voor. De bovenverdiepingen kunnen meer gesloten zijn, met accenten in de vorm van grote puien op daarvoor logische locaties zoals op de hoeken. Een accent op de hoek kan ook middels bijvoorbeeld een horecapaviljoen. De gevels zijn overwegend licht van kleur, mogelijk met kleuraccenten. Elk gebouw heeft één of meer herkenbare, goed zichtbare en uitnodigende entrees, die zijn georiënteerd op de openbare straat. Bewegwijzering naar en op de locatie verdienen aandacht en zijn onderdeel van het ontwerp. Naast aandacht te besteden aan een passende positionering, oriëntatie en uitstraling van het gebouw is het ook van belang om de buitenruimten passend en duurzaam in te richten. Het inrichtingsplan (het ontwerp voor de landschappelijke inpassing en de terreininrichting) dient door een landschapsontwerper/landschapsarchitect te worden ontworpen en overeenkomstig te worden uitgevoerd. Het resultaat draagt niet alleen bij aan de kwaliteit van de plek in relatie tot zijn omgeving, maar is ook toekomstbestendig en passend in het beleid voor de klimaatbestendige stad (zie nadere uitvoeringsaspecten). Bovendien zorgt een groene uitstraling met bomen voor een aangenaam en prettig winkelklimaat.
De gemeente Zwolle ziet het inrichtingsplan voor deze locatie als integraal onderdeel van het bouwplan en het ontwerp wordt dus beoordeeld en getoetst. Het goedgekeurde inrichtingsplan dient bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning te worden ingediend.
26/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
3.2
Detailhandel
Algemeen Dit plan maakt een perifere detailhandelsontwikkeling mogelijk op de hoek van de Russenweg en de Grote Voort met een maximaal winkelvloeroppervlak van 14.000 m² in de woonbranche en in bruin- en witgoedzaken. Het maximale winkelvloeroppervlak in bruin- en witgoedzaken is begrensd op 2.000 m². Geen duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur Omdat er economische ruimte is voor de toevoeging van 30.000 m² winkelvloeroppervlak in de woonbranche en in bruin- en witgoedzaken blijft er na de beoogde ontwikkeling van 14.000 m² voor alle detailhandel in de relevante branches voldoende omzet te behalen. Dit betekent dat de ontwikkeling binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt geen invloed heeft op de detailhandelsstructuur in Zwolle. Alle inwoners van Zwolle kunnen dan ook op dezelfde, aanvaardbare afstand producten uit de betreffende branches blijven aanschaffen. Er is daarom geen sprake van duurzame ontwrichting van de detailhandel structuur.
In de uitspraken van 18 september 2013 (201208105/1/R2) en 11 december 2013 (201210815/1/A1) heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State de criteria voor duurzame ontwrichting verder aangescherpt door te overwegen dat voor duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau doorslaggevend is of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften. Winkels in de woonbranche en bruin- en witgoedzaken worden niet als eerste levensbehoefte aangemerkt. Geen onaanvaardbare gevolgen voor de leegstand Omdat er voor detailhandelsontwikkeling (binnen de kaders die het bestemmingsplan biedt) voldoende economische ruimte is, heeft dit geen invloed op de omvang van het huidige winkelaanbod in de relevante branches in Zwolle. Er is daarom geen toename van de leegstand te verwachten in Zwolle. Daarnaast is geen van de leegstaande winkelpanden in Zwolle geschikt voor de opvang van de beoogde ontwikkeling, omdat deze op ongeschikte locaties liggen (het centrumgebied of de boodschappencentra) en/of een te geringe omvang hebben. Dienstenrichtlijn Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 30 januari 2018 een arrest gewezen over de toepassing van de Dienstenrichtlijn.
De crux van dit arrest is, dat het een gemeente in beginsel is toegestaan om in regels van bestemmingsplannen kwantitatieve of territoriale beperkingen te stellen aan de vestiging van bepaalde diensten (en meer specifiek: vormen van detailhandel); maar dan moeten dergelijke beperkingen wel goed worden gemotiveerd in het licht van de voorwaarden als genoemd in artikel 15, derde lid Dienstenrichtlijn. Dat wil zeggen dat de beperking non-discriminatoir moet zijn, noodzakelijk (gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang) en evenredig (de beperking moet geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken en mag niet verder gaan dan nodig is om dat doel te bereiken; het doel moet niet met minder beperkende maatregelen kunnen worden bereikt). Uiteraard moet het bestemmingsplan voldoen aan de criteria van een goede ruimtelijke ordening uit artikel 3.1 van de Wro van een goede ruimtelijke ordening. 1. Non-discriminatie De regels van het bestemmingsplan (en daarmee ook de gebruiksmogelijkheden en gebruiksverboden) gelden voor een ieder. De gebruiksmogelijkheden (en de gebruiksverboden) zijn niet afhankelijk gesteld van een specifieke persoon of rechtspersoon en daarmee zijn de regels van het bestemmingsplan non-discriminatoir. 2. Noodzakelijkheid BRO beschrijft de effecten in de ruimtelijk-functionele effectenanalyse Voorsterpoort (Bijlage 1). Als een
27/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
verdere uitbreiding van supermarktmeters en andere vormen van detailhandel, dan perifere detailhandel, niet zou worden tegengegaan op de Voorsterpoort, de situatie met zich zal brengen dat de potentie van de centrumzone alsmede de stadsdeel-, wijk- en buurtcentra als winkelgebied en daarmee de leefbaarheid van deze winkelcentra als geheel, in ernstige mate in gevaar worden gebracht. Het weghouden / wegtrekken van koopkracht uit de centrumzone alsmede de stadsdeel-, wijk- en buurtcentra zal een risico vormen voor de potenties van deze winkelcentra en kan daarmee een risico vormen voor leegstand en het verminderen van leefbaarheid in de bestaande winkelcentra. 3. Evenredigheid Om te voorkomen dat de hiervoor beschreven – ongewenste – ruimtelijke effecten (risico op leegstand de centrumzone alsmede de stadsdeel-, wijk- en buurtcentra en een risico voor de leefbaarheid in en rondom deze centra) zich voordoen, moet worden voorkomen dat (potentiële) koopkracht wordt 'weggetrokken' uit deze centra. De planologische regeling waarin dit bestemmingsplan voorziet, is daarmee evenredig, omdat daarmee wordt voorkomen dat nog meer supermarktaanbod naar het plangebied wordt getrokken en reguliere detailhandel zich daar kan vestigen. Voorkomen moet worden dat zich binnen het plangebied een "echt" winkelcentrum gaat ontwikkelen.
Een dergelijke ontwikkeling zal leiden tot ongewenste ruimtelijke effecten. De hiervoor omschreven ongewenste ruimtelijke effecten worden door het nieuwe bestemmingsplan voorkomen. Een minder vergaand alternatief zonder in strijd te komen met het gemeentelijk beleid is niet aanwezig. De conclusie is dan ook dat het bestemmingsplan noodzakelijk is en het juiste middel/maatregel is om het beoogde doel te bereiken. Conclusie detailhandel Detailhandelsontwikkeling binnen de kaders van het bestemmingsplan leidt niet tot duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur. Ook heeft het geen invloed op de omvang van de leegstand in Zwolle. Dit maakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt ruimtelijk-economisch aanvaardbaar zijn. Hieraan wordt nog toegevoegd dat in de analyse is uitgegaan van een worstcasescenario, waarbij de beoogde ontwikkeling geen effect heeft op de koopstromen. Dit is echter niet waarschijnlijk, omdat een geheel nieuwe aanbieder - van een schaal die nu nog ontbreekt in Zwolle - in staat zal zijn om meer bestedingen van inwoners van Zwolle te binden en om meer consumenten van buiten Zwolle aan te trekken. De beoogde ontwikkeling heeft daarom een positieve invloed op Zwolle als regionale winkelstad.
3.3
Horeca
In het BRO-rapport (Bijlage 1) is een benchmarkanalyse gemaakt van het horeca-aanbod gevestigd op de Woonboulevard Zwolle. De benchmark bestaat uit vergelijkbare perifere winkelgebieden. Het horeca-aanbod verschilt sterk per cluster zowel in het aantal zaken als typologie. Het horeca-aanbod van Woonboulevard Zwolle is vergeleken met het aanbod in de benchmarkcentra en naar branche weergegeven. Gekozen is om zowel het gemiddeld aantal zaken per cluster als het totaal aantal zaken weer te geven. Dit geeft een indicatie of er veel of weinig aanbod op de Woonboulevard Zwolle gevestigd is, maar ook met welk potentieel aanbod de woonboulevard zich mogelijk kan versterken. Er is geen horeca-aanbod op Woonboulevard Zwolle, terwijl er in 80% van de benchmarkcentra wel horeca is gevestigd. Dit biedt perspectief voor de ontwikkeling van horeca-aanbod op de Woonboulevard. Ondersteunende horeca-concepten bij perifere winkelgebieden vervullen doorgaans nauwelijks eigen aantrekkingskracht. Deze horeca haalt omzet vanuit het combinatiebezoek van winkelend publiek. Om deze reden zijn negatieve effecten op regulier horeca-aanbod niet te verwachten. De aanwezigheid van nieuw horeca-aanbod op Voorsterpoort zal bijdragen aan de algehele aantrekkelijkheid en kwaliteit van het winkelgebied (incl. de huidige woonboulevard).
Dit is noodzakelijk voor een goed toekomstperspectief gelet op de huidige trends en ontwikkelingen en behoefte van de consument.
28/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Er worden maximaal 2 horecabedrijven toe te staan ten dienste van perifere detailhandel in de woonbranche en bruin- en witgoedartikelen met een maximaal bruto vloeroppervlak van 300 m² per horecabedrijf. Het betreft bedrijven uit de horecacategorieën 2a en 3 van de Lijst met horecacategorieën. De openingstijden van de horeca worden gekoppeld aan de openingstijden van de detailhandel.
3.4
Archeologie
3.4.1
Huidige situatie
In 2002 is door de gemeente Zwolle een Archeologische Waarderingskaart Zwolle vervaardigd. Voor de waarderingskaart is gebruik gemaakt van informatie uit het Centraal Archeologisch Archief (CAA) bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed in Amersfoort (RvCE), informatie van amateur-archeologen, gegevens van de archeologische sectie van de gemeente Zwolle, het kadastrale minuutplan uit 1832, de geomorfologische kaart en waarnemingen in het veld. Dit heeft geresulteerd in een analoge en digitale waarderingskaart. De digitale versie is door de gemeente verwerkt en toegankelijk gemaakt binnen het geografische informatiesysteem Geopoort. In 2002 is vastgelegd dat de kaart dynamisch is. Dit betekent dat de waarde van de gebieden kan veranderen. In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Aan de verschillende waarden worden consequenties verbonden. Het archeologisch potentieel van de verschillende gebieden is in de volgende percentages uitgedrukt. 0% archeologisch leeg, geheel verstoord of reeds opgegraven. 10% archeologische waarde onbekend; proefonderzoek wordt aanbevolen. 50% archeologisch waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is 1:2.
Voor de binnenstad betekent een 50% locatie meestal dat de eerste meter bodemarchief verdwenen is, maar dat de onderste lagen nog bewaard zijn gebleven. 90% archeologisch zeer waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is nagenoeg 100%. 100% archeologische toplocatie; indien bescherming niet kan is een opgraving altijd noodzakelijk, de vondstkans is uiteraard 100%. De locatie heeft een archeologische verwachtingswaarde van 0% 3.4.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Voor de locatie is gelet op de archeologische verwachtingswaarde, geen onderzoeken of maatregelen nodig
3.5
Cultuurhistorie
3.5.1
Huidige situatie
In het plangebied is momenteel geen bebouwing aanwezig. De bebouwing is hier voorheen stond is gesloopt. 3.5.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
In het plangebied is geen bebouwing met cultuurhistorische waarde aanwezig.
29/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
3.6
Verkeer
Het plangebied is gesitueerd in de wijk Voorsterpoort die ontsloten wordt vanaf de Blaloweg. De Blaloweg vormt samen met de Zwartewaterallee de noordwestelijke zijde van de buitenring van Zwolle. Het plangebied grenst aan de Grote Voort en aan de Russenweg. De Grote Voort vormt een hoek om de bestaande meubelboulevard en sluit dan rechtstreeks aan op de Blaloweg. De Russenweg sluit eveneens aan op de Blaloweg. De Grote Voort en de Russenweg zijn beiden erftoegangswegen en toegankelijk voor zowel gemotoriseerd verkeer als fietsverkeer. Langs de Grote Voort ligt ter hoogte van het plangebied een vrijliggend fietspad. Vanaf het verkeersnetwerk van Voorsterpoort zijn er fietsverbindingen in alle windrichtingen. De belangrijkste / drukste route is de hoofdfietsroute die langs de noordzijde van Voorsterpoort loopt. Deze verbindt het centrum van Zwolle met Westenholte en Stadshagen via de fietsstraat Kamperweg, het Kamperpad, de Blalobrug en een fietspad langs de Hasselterweg. Het openbaar vervoer van en naar Voorsterpoort wordt verzorgd door streekbuslijnen richting de Veluwe. De dichtstbijzijnde bushaltes liggen langs de Blaloweg, nabij het kruispunt met de Grote Voort. Dat is op ongeveer 350 m. vanaf het hart van het plangebied. Het parkeren in Voorsterpoort is op verschillende manieren ingericht.
Een groot aantal parkeerplaatsen bevindt zich achter slagbomen op de eigen terreinen van de verschillende functies in het gebied. Daarnaast hebben verschillende ondernemingen semi openbare parkeerplaatsen, dat wil zeggen dat zij parkeerplaatsen op eigen terrein hebben die openbaar toegankelijk zijn en ontsloten worden vanaf de openbare weg. En dan zijn er nog openbare parkeerplaatsen langs de Grote Voort en de Russenweg . In de huidige situatie wordt een strook van het plangebied (tijdelijk) gebruikt om te parkeren. De Grote Voort is de belangrijkste as voor de ontsluiting van de gehele Voorsterpoort. Deze straat krijgt een geheel nieuw profiel als onderdeel van de Ontwikkelagenda Voorsterpoort. In de Ontwikkelkader is ook een herprofilering van de Russenweg voorzien. In de nieuwe inrichting van de Russenweg wordt het vrijliggende fietspad doorgetrokken tot aan de Grote Voort. En het wordt verlegd naar de andere zijde van de Russenweg, dat is de zijde van het plangebied. Het plangebied wordt ontsloten voor autoverkeer vanaf de Grote Voort. De ontsluiting voor fietsverkeer vindt plaats vanaf de Russenweg. In het plangebied komt 15.000 vierkante meter bvo voor grootschalige detailhandel. De parkeerbehoefte van dit programma beslaat 337 parkeerplaatsen voor personenauto's en stallingsvoorzieningen voor fietsen.
3.7
Natuur
3.7.1
Huidige situatie
Het onderzoeksterrein is gelegen tussen de Blaloweg en de Grote Voort op bedrijventerrein Voorst-B in Zwolle, nabij de afslag Zwolle Zuid van de autoweg A28. Het te onderzoeken terrein ligt ten noordoosten van de woonboulevard Zwolle. Momenteel bestaat het terrein grotendeels uit een voormalige maisakker. Het idee is om dit terrein om te vormen naar een retailgebied oftewel een winkelboulevard. 3.7.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Ten behoeve van de voorgenomen bouw van de sporthal aan de Grote Voort is door Bureau Biota een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 2 ). De conclusies van het onderzoek zijn hieronder opgenomen.
30/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
3.7.2.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plan om retail mogelijk te maken op de locatie leidt mogelijk tot een verslechtering van de kwaliteit van de omliggende beschermde habitats in Natura 2000-gebieden “Rijntakken”, “Veluwe” en “Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht”. In het kader van de besluitvorming van de Wet natuurbescherming moet daarom een beoordeling gemaakt worden. De ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van en naar de locatie met mogelijk een blijvende stikstofdepositiebijdrage op omliggende Natura 2000-gebieden. Ook gedurende aan de aanleg is mogelijk sprake van een tijdelijke stikstofdepositiebijdrage. Daarom is voor zowel de gebruiksfase als aanlegfase een stikstofberekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat er een blijvende stikstofdepositiebijdrage is geconstateerd in de gebruiksfase en de aanlegfase. Naar aanleiding van de resultaten is een ecologische effectbeoordeling uitgevoerd. Uit de effectbeoordeling volgt dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden. Het plan is daarmee uitvoerbaar in het licht van de Wet natuurbescherming. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het aspect stikstof geen belemmering is voor de realisatie van het bestemmingsplan. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt volledig buiten het Natuurnetwerk Nederland.
Voor provincie Overijssel geldt dat het NNN-beleid geen externe werking heeft, dus plannen buiten dit netwerk hoeven niet te worden getoetst aan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Los daarvan verwachten we op omliggende terreinen die wel behoren tot het netwerk ook geen negatieve in-vloeden als gevolg van de voorgenomen plannen. De gebieden behorende tot het netwerk liggen op een dus-danige afstand van de voorgenomen plannen dat we geen verstoring van de kwaliteit/natuurwaarden van het netwerk verwachten. 3.7.2.2 Soortenbescherming In het plangebied kunnen algemene broedvogels in de bosschages of in de bomen rondom de maisakker tot broeden komen en zich schuil houden. Er zijn echter geen nesten aangetroffen van vogelsoorten waarvan de nesten een jaarrond beschermde status hebben. Wanneer de bosschages en bomen voorafgaand aan het broedseizoen worden verwijderd verwachten we geen negatieve effecten op beschermde soorten. Algemene broed-vogels kunnen naar elders in de directe omgeving migreren. Daarvoor zijn voldoende voorzieningen voorhanden. Hetzelfde geldt voor kleine grondgebonden zoogdieren (denk aan muizen, konijnen etc.). Zij kunnen ook naar elders uitwijken. Met de nader inspectie van de drie abelen met enige potentie voor vleermuizen is vast komen te staan dat geen van de bomen op het terrein in gebruik is als verblijfplaats voor vleermuizen.
Ook als foerageerplaats of onderdeel van een migratieroute doet het plangebied naar verwachting geen dienst. Op de overige beschermde soorten worden ook geen negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen plannen verwacht. 3.7.2.3 Conclusies Beschermde soorten of potenties voor beschermde soorten In het plangebied zijn met uitzondering van algemene broedvogels geen (sporen van) beschermde natuurwaarden of potenties voor aanwezigheid van deze natuurwaarden aangetroffen. Het onderzoeksgebied is potentieel geschikt als rust- en verblijfplaats of broedlocatie voor diverse vogelsoorten, echter niet voor soorten met jaar-rond beschermde nesten. Wanneer er buiten het broedseizoen wordt gewerkt is er voor de algemene soorten die we in het plangebied kunnen verwachten, voldoende ruimte om uit te wijken naar elders, zonder dat dit invloed zal hebben op de instandhouding van deze soorten.
31/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Effecten op beschermde natuurgebieden Uit de Aerius-calculatie van het effect van de beoogde situatie is gebleken dat er geen nadelige effecten op de omliggende Natura 2000 terreinen worden verwacht. Ontheffing Wet natuurbescherming Voor de voorgenomen werkzaamheden hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden wanneer men de bosschages en bomen buiten het broedseizoen van het terrein verwijderd en hierbij dieren de mogelijkheid geeft te vluchten.
3.8
Water
3.8.1
Huidige situatie
3.8.1.1 Waterstructuur Waterstructuur Er bevinden zich geen watergangen in het plangebied. Riolering Het plangebied grenst aan het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Ontwateringsdiepte In het plangebied wordt een ontwateringsdiepte van minimaal 0,7 m gehanteerd om grondwateroverlast te voorkomen. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Watertoets De digitale watertoets voor dit plan is doorlopen. De uitgangspunten van het waterschap zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. 3.8.1.2 Overstromingsrisico Het plangebied is gelegen achter een waterkering, waarbij in extreme situaties een kans op overstroming bestaat. Het gebied dat dan overstroomt, wordt omsloten door IJssel, Zwolle-IJsselkanaal/Zwarte Water, Vecht en aan de oostzijde door hoger gelegen gronden. Voor bestemmingsplannen in gebieden waar een kans op overstroming vanuit het primaire watersysteem bestaat, is een overstromingsrisicoparagraaf vereist. Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor de primaire dijktrajecten ten westen en ten zuiden van het plangebied gelden overstromingskansen van 1 op 10.000 per jaar.
De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: “kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade”. Met behulp van de provinciale digitale Wateratlas wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 0,8 tot 2, meter (figuur 1). De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als ondiep. De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt. In figuur 2 is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de IJsseldijk bij de IJsselcentrale weergegeven. Dit is snel, namelijk 6 tot 24 uur.
32/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Figuur 1: Maximale waterdiepte bij een overstroming (bron: Wateratlas Provincie Overijssel)
33/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Figuur 2: Tijd tot overstroming na dijkdoorbraak t.h.v. IJsselcentrale (bron: Provincie Overijssel)
Maatregelen Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, zodanige inrichting gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op dichtstbijzijnde weg waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl. 3.8.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Waterstructuur De waterstructuur is onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. Riolering Grenzend aan het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel van de gemeente Zwolle. In het plangebied is sprake van een toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie. Er is echter geen sprake van overbelasting ten aanzien van de capaciteit van het rioleringsstelsel en de capaciteit van zuiveringstechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallatie, transportleidingen en rioolgemalen). De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken moet zo veel mogelijk binnen het plangebied worden geborgen (infiltreren). Binnen het plangebied wordt daartoe minimaal een statische berging gecreëerd van 60 mm per vierkante meter afvoerend verhard oppervlak. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen.
34/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Ontwateringsdiepte De ontwateringsdiepte is onveranderd ten opzichte van de huidige situatie. Wateroverlast Om wateroverlast en schade in gebouwen te voorkomen, wordt geadviseerd om een vloerpeil van minimaal 20 cm boven het niveau van de openbare weg te hanteren. Ook aan lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, ventilatieschachten) moet aandacht worden besteed om wateroverlast te voorkomen (bv. toepassing van waterdichte materialen of drempels).
3.9
Milieu
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod. 3.9.1
Aanmeldingsnotitie paragraaf
Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Besluit m.e.r. is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. Dat de m.e.r.-plicht voor een belangrijk deel is geregeld in het Besluit m.e.r. volgt uit art. 7.2 Wm. Het Besluit m.e.r. geeft aan dat activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden vallen getoetst moeten worden of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De inhoudelijke criteria waaraan getoetst dient te worden of er sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieueffecten staan benoemd in Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU (zie tabel 1). Tabel 1: Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - de omvang van het project; - de cumulatie met andere projecten; - het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - de productie van afvalstoffen; - verontreiniging en hinder; - risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
35/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bestaande grondgebruik, - de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, - het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands; b. kustgebieden; c. berg- en bosgebieden; d. reservaten en natuurparken; e. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn); f. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: - het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); - het grensoverschrijdende karakter van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
De initiatiefnemer van een activiteit die m.e.r.-beoordelingsplichtig is, moet dat voornemen schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag in de vorm van een aanmeldingsnotitie. Echter is dit niet nodig als het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is. In dit geval moet wel getoetst worden aan dezelfde criteria uit de Europese richtlijn. Het voorgenomen project valt onder categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Aangezien het project niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Voorsterpoort' (vastgesteld 2013-06-18) past, wordt een bestemmingsplanwijziging uitgevoerd. In het kader van de ontwikkeling zijn alle relevante milieuaspecten onderzocht en beschouwd op mogelijke nadelige gevolgen. De behandelde milieuaspecten zijn archeologie, bodem, waterhuishouding, natuur, stikstof, geluid, bedrijven en milieuzonering, verkeer, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Aan de hand van de criteria uit de Europese richtlijn zijn per milieuaspect getoetst of er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Op grond van deze analyse kan geconcludeerd worden dat, gelet op artikel 7.17, van de Wet milieubeheer, het project niet leidt tot belangrijke nadelige milieueffecten.
36/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
3.9.2
Geluid
Het plangebied ligt in en maakt onderdeel uit van de geluidszone Voorst (gezoneerd industrieterrein). Er zijn met de ontwikkeling geen zware bedrijfsactiviteiten (met veel geluidsproductie) voorzien, daarom worden er geen problemen verwacht met deze zone. In Voorsterpoort is één bestaande geluidsgevoelige functie (onderwijs) aanwezig op de hoek van de Blaloweg en Russenweg. Er wordt voldaan aan de richtafstand vanuit de VNG (milieucategorie 2) van 30 meter tussen de woonboulevard en de bestaande school. Daarom wordt verondersteld dat de ontwikkeling niet tot belemmeringen zal leiden en is in het kader van een goede ruimtelijke ordening het uitvoeren van akoestisch onderzoek vooralsnog niet van toepassing. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning, een akoestisch onderzoek dient te worden toegevoegd om de mogelijke gevolgen te kwantificeren én eventuele maatregelen om de geluidskwaliteit niet te verslechteren te onderzoeken. Tevens dient bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een zonetoets gedaan te worden door de zonebeheerder. 3.9.3
Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)
Er is een beschouwing gedaan van de ligging van de ontwikkeling ten opzichte van de omgeving op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Een woonboulevard wordt genoemd in bijlage 1 van de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering”. Het valt in milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter. Binnen deze richtafstand van 30 meter zijn geen woongebieden of andere gevoelige bestemmingen gelegen. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect bedrijvigheid geen belemmering is voor de realisatie van het bestemmingsplan. Naast het plangebied is het bedrijf Van Wijhe gelegen. Ruimtelijk gezien ligt Van Wijhe in het bestemmingsplan “Voorsterpoort” (vastgesteld op 18 juni 2013). Het ligt in de bestemming bedrijf met functieaanduiding “specifieke vorm van bedrijf - zone 5”. Binnen deze zone is de hoogst toelaatbare milieucategorie 4.2. Van Wijhe betreft een verfspuitbedrijf en staat vermeld in de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” onder “Verf, lak en vernisfabrieken” met milieucategorie 4.2. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden per milieuaspect weergegeven. Deze afstanden gelden vanaf de grens van de bestemming van het bedrijf tot en met de gevel van de woning, gelegen in een rustige woonwijk of rustig buitengebied. Tabel : Richtafstanden rustige woonwijk of rustig buitengebied GEUR
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
300
30
200
300
300
4.2
Als de omgeving wordt aangemerkt als gemengd gebied kunnen de in de tabel genoemde richtafstanden volgens de brochure met één afstandstap worden verlaagd. Het gebied waarin Van Wijhe en de woonboulevard gelegen is, kenmerkt zich als gemengd gebied. Hierdoor worden de richtafstanden gehanteerd zoals in onderstaande tabel weergegeven. Tabel : Richtafstanden gemengd gebied GEUR
STOF
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
200
10
100
200
200
4.2
Een woonboulevard (retail) is een gevoelig object ten aanzien van het aspect gevaar (externe veiligheid). Daarnaast is een woonboulevard een verminderd geurgevoelig object, het is een object dat niet de hoogste bescherming geniet. Deze twee aspecten worden hieronder verder toegelicht. Een woonboulevard (retail) is geen gevoelig object qua stof en geluid.
37/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
3.9.4
Gevaar
Er zijn geen bedrijven in of nabij het plangebied met grote invloed op de gebruiksmogelijkheden, zoals omschreven in het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI). Met het bedrijf Van Wijhe moet vanuit de invulling van goede ruimtelijk ordening rekening worden gehouden. Voor Van Wijhe geldt, dat er buiten de inrichting geen of minimale invloed c.q. beperking is. Het bedrijf is geen Bevi-bedrijf en heeft een PR 10-6 contour van 20 meter. Er is geen overlap met de woonboulevard. 3.9.5
Luchtkwaliteit
De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn een gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. De ontwikkeling valt niet onder de definitie 'gevoelige bestemming' op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen. In de Regeling Niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) is voor diverse categorieën aangegeven bij welke omvang van een initiatief deze niet in een betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Daarbij moet aannemelijk worden gemaakt dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Op basis van de gegevens over de verkeersgeneratie zoals uiteengezet in de verkeersparagraaf is de NIBM-tool ingevuld. Daar is uitgegaan van 3.9.6
Geur
Een woonboulevard is een verminderd geurgevoelig object. Dit betekent dat het niet een lagere bescherming geniet dan bijvoorbeeld een woning. Het valt in categorie C van het provinciale geurbeleid. Het provinciale geurbeleid werkt met een viertal categorieën geurgevoelige objecten (A t/m D): categorie A: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie wonen of buitengebied; categorie B: woningen en vergelijkbare objecten gelegen in gebiedscategorie werken of bedrijfswoningen; categorie C: verblijfsobjecten, niet zijnde woningen of vergelijkbare objecten, gelegen in gebiedscategorie wonen, werken of buitengebied; categorie D: verblijfsobjecten gelegen op een industrieterrein op de gronden die zijn bestemd voor bedrijven in categorie 4 of hoger conform de VNG brochure Bedrijven en Milieuzonering. Gedeputeerde Staten toetsen voor de categorieën geurgevoelige objecten A, B en C de geurimmissie van de inrichting aan de waarden die zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel : Toetsing geurimmisie Categorie geurgevoelige objecten Categorie A
Categorie B
Categorie C
Aard van de geur
Streef-w Richt-w Grensaarde aarde waarde
Streef-w Richt-w Grensaarde aarde waarde
Streef-w Richt-w Grens-w aarde aarde aarde
zeer hinderlijk
0,05
Hinderlijk
0,15
minder hinderlijk
0,5
niet hinderlijk
1,5
0,15
0,5
0,15
0,5
1,5
0,5
1,5
5
0,5
1,5
0,5
1,5
5
1,5
5
15
1,5
5
1,5
5
15
5
15
50
5
15
5
15
50
15
50
150
38/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
In de tabel is te zien dat categorie C (bedrijven) een lagere bescherming geniet dan categorie A (woningen). Af te lezen is dat deze lagere bescherming een factor 10 betreft. Advies geur De VNG richtafstanden hanteren een richtafstand voor geur van 200 meter tussen een bedrijf en een woning (categorie A in het provinciale geurbeleid). Zoals gezegd is een woonboulevard een geurgevoelig object maar met een lagere bescherming dan woningen. De VNG richtafstanden gaan uit van een vergelijking tussen een bedrijf en een woning. Om een goede vergelijking te maken dient een vergelijking gemaakt te worden tussen een bedrijf (Van Wijhe) en het bedrijf (woonboulevard). Woningen vallen in categorie A en bedrijven in categorie C van het provinciale geurbeleid. Tussen de categorieën zit een factor 10 verschil in bescherming. De richtafstand van 200 meter kan daarom met een factor 10 verlaagd worden. De afstand tussen Van Wijhe en de geplande woonboulevard is circa 26 meter. Gezien de verlaagde richtafstand van 20 meter bestaat er geen overlap. Daarom is het aspect geur geen belemmering voor de realisatie van het plan. 3.9.7
Bodemkwaliteit
In het verleden zijn er op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd en er zijn daarbij destijds geen bodemverontreinigingen aangetoond. Voor de bouwaanvraag moet nog een bodemonderzoek worden uitgevoerd waarmee wordt aangetoond dat de bodemkwaliteit op dat moment passend is voor de toekomstige functie. Als er sprake is van af te voeren grond dan kan die betreffende partij grond ook direct op de daarvoor voorgeschreven manier worden gekeurd. 3.9.8
Externe veiligheid
De ontwikkeling betreft de realisatie van een woonboulevard. Het standaard onderzoeksgebied betreft 200 meter vanaf de grens van het plangebied. Binnen 200 meter vanaf het plangebied zijn een aantal risicobronnen gelegen. Dit betreft de voormalige DMI-locatie, hogedrukaardgasleidingen en de A28. Met het bestaande bedrijf Van Wijhe binnen het plangebied moet vanuit de invulling van goede ruimtelijk ordening rekening worden gehouden. Voor Van Wijhe geldt dat er buiten de inrichting geen of minimale invloed c.q. beperking is. Aangezien de A28 en de nabijgelegen hogedrukaardgasleiding(en) binnen het onderzoeksgebied van 200 meter gelegen zijn is hiervoor door Oostkracht10 een Kwantitatieve Risicoanalyse uitgevoerd. De conclusies van dit onderzoek zijn hieronder weergegeven. Plaatsgebonden risico A28 Conform de Regeling Basisnet heeft de A28 ter hoogte van het plangebied een plaatsgebonden risicocontour 1×10-6 /jaar (of Basisnetafstand) als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen. In deze risicocontour (van 13 meter vanaf de as van de weg) zijn geen kwetsbare objecten aanwezig. Daarmee vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de planrealisatie. Groepsrisico A28 Het groepsrisico neemt in de toekomstige situatie op het hoogste punt van de f/N-curve, kijkend naar het kilometertraject met het hoogste groepsrisico ter hoogte van het plangebied, niet toe.
Het groepsrisico is in de toekomstige situatie, net als in de huidige situatie, boven de oriëntatiewaarde gelegen. Plaatsgebonden risico hogedruk aardgasleidingen Als gevolg van de nabij het plangebied gelegen hogedruk aardgastransportleiding N-570-20 is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour 10-6 per jaar ter hoogte van de planlocatie. Dit betekent dat wordt voldaan aan de gestelde grenswaarde uit het Bevb voor het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de planrealisatie. Groepsrisico hogedruk aardgasleidingen
39/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
De hoogte van het groepsrisico ter hoogte van het plan ligt onder 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. De planlocatie zelf levert geen relevante bijdrage aan de hoogte van het groepsrisico. In de verantwoording van het groepsrisico hoeft (conform artikel 12 lid 3 onder b Bevb) alleen aandacht besteed te worden aan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval en de zelfredzaamheid van de aanwezige personen. De verantwoording van het groepsrisico is hieronder uiteengezet. Verantwoording van het groepsrisico Omdat de berekeningen laten zien dat het groepsrisico in Voorsterpoort wordt overschreden, zal bij een ontwerpproces gezamenlijk initiatiefnemer/ gemeente/ veiligheidsregio) gezocht worden naar een verantwoorde ontwikkeling. Dit gebeurt door vanuit het "gebiedsgerichte beleidskader externe veiligheid" uit 2009 van de gemeente Zwolle, randvoorwaarden, uitgangspunten en handreikingen aan het ontwerp mee te geven ten aanzien van functies, inrichting en eventuele maatregelen. Ten aanzien van de verantwoordingsopgave geldt dat deze toeneemt naarmate de afstand tot de A28 kleiner wordt en het aantal relevante (stoffen)scenario's groter wordt. Het plangebied ligt in zone 2 (0-250 meter).
Voor het plangebied is het potentiële effect van een calamiteit met brandbare gassen, toxische vloeistoffen en toxische gassen relevant. Als het gaat om effectieve maatregelen wordt in het gemeentelijk beleidskader voor zone 2 aan het volgende gedacht: Maatregelen om de vluchttijd en -mogelijkheden te vergroten. Minimaal 2 vluchtroutes en aanrijdroutes hulpdiensten met voldoende capaciteit. De vluchtroutes moeten van de bron (transportroute) af gericht zijn. Maatregelen om de gevolgen van een brand zoveel mogelijk te beperken (zoals voldoende bluswater); Centraal afgrendelen van het luchtventilatiesysteem of andere maatregelen om schuilmogelijkheden in geval van een toxisch gas te vergroten; Aandacht voor risicocommunicatie (wat te doen in geval van een calamiteit). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er voor externe veiligheid geen onoverkoombare belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van het plan. 3.9.9
Kabels, leidingen en straalpaden
PM.
3.10
Klimaat/duurzaamheid
3.10.1 Klimaatadaptatie Voor klimaatadaptatie hebben we 2 richtinggevende ambities. Namelijk dat in 2050 Zwolle klimaatbestendig is ingericht, veilig voor overstromingen en aangepast aan extreem weer. Naar 2050 verzilvert Zwolle de kansen die klimaatbestendige ontwikkeling biedt en draagt daarmee bij aan een toekomstbestendige, leefbare en economisch sterke stad en regio. Om dat te bereiken is iedereen in de stad in 2020 klimaatadaptief aan het denken en handelen. Voor dit plangebied geldt de doelstelling dat hevige neerslag, wind, droogte of hitte nu en in de toekomst niet leidt tot grote overlast en schade. In onderstaande paragrafen wordt vooral ingegaan op de voor dit gebied meest relevante onderdelen: - wateroverlast door hevige neerslag; - waterveiligheid door overstromingen als indirect gevolg van hevige neerslag; - hitte.
40/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Wateroverlast voorkomen: Als we de bovengenoemde doelstelling verder vertalen naar wateroverlast dan mogen extreme buien die eens in de 100 tot 250 jaar (ook wel getypeerd als buien T=100 en T=250) voorkomen niet leiden tot grote schade of wateroverlast in het gebied en mogen niet worden afgewenteld op de omgeving. Water mag in daarvoor ingerichte delen gecontroleerd op maaiveld, bijvoorbeeld straat staan. Ook kunnen extra maatregelen worden genomen, zoals het benutten van parkeerkoffers en groen en indien mogelijk ook het inzetten van de vijvers bij de kantoren als waterbergingsgebied. Regenwater dat niet de grond in kan zakken wordt in Voorsterpoort nu nog afgevoerd met rioolwater via een gemengd systeem naar zuivering en alleen overstort op open water. In de toekomst wordt naar verwachting een gescheiden stelsel gerealiseerd en er wordt momenteel door 't Riohuys gewerkt aan een waterhuishoudkundig plan voor Voorsterpoort. Dit moet inzicht geven in welke wijze we in Voorsterpoort als gebied willen omgaan met neerslag gezien de lokale situatie, de klimaatscenario's en de toekomstig ontwikkelingen. Grofweg geldt dat we met hemelwater in de volgende volgorde willen omgaan: 1. vasthouden op locatie (op dak; in de bodem, oppervlakte water, wadi's en infiltratiekratten); 2.
bergen in gebied (speciaal daarvoor in te richten laagten in het gebied, open water in plangebied, bij extreme neerslag op straat); 3. afvoeren (aansluiten op HWA ). In bouwbesluit is vastgelegd dat 20 mm waterberging moet worden gerealiseerd, maar dit is achterhaald en absoluut niet voorbereid op de nieuwe klimaatscenario's. Met de huidige klimaatscenario's zou dit i.i.g. 60 mm moeten zijn.
Kaart uit Klimaatatlas waar met een extreme bui water op het maaiveld is te verwachten op basis van de
41/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
algemene hoogtekaart Nederland.
Kaartje huidig rioolstelsel 3.10.2 Hitte Door de klimaatverandering gaan we van circa 15 dagen per jaar boven de 25 graden naar circa 35 dagen in 2050. Aandachtspunt is het effect van hittestress op de gezondheid van mensen die vanwege werk langer in het gebied moeten verblijven. Het plangebied wordt zo ingericht dat het ook op warme dagen (>25°C) een aangename verblijfsplek is. Hiervoor wordt bij het ontwerp een kwalitatieve beschrijving gegeven van de te treffen maatregelen om hittestress nu en in de toekomst te voorkomen of beperken. In stedelijk gebied zorgen de volgende factoren voor hogere temperaturen: 1) absorptie en invangen van zonnestraling door donkere oppervlakken, 2) obstructie van hemelzicht houdt warmtestraling gevangen, 3) niet-natuurlijke warmteproductie, 4) windreductie, 5) toename warmteopslag vanwege thermische eigenschappen bouwmaterialen. Schaduw, wind en verdamping hebben temperatuurverlagende effecten. Hittestress wordt beperkt door schaduw en verdamping door groene gevels en groene daken, bomen en planten. Andere mogelijkheden met luifels, lichte kleuren of een waterdak. Overige voordelen van groene daken en groene gevels zijn: - waterberging - hoge isolatiewaarde - groen/biodiversiteit - verbetering luchtkwaliteit - vermindering reflectie van geluid; - groene daken verhogen het rendement van zonnepanelen.
Meer informatie is te vinden op de site van Groenblauwe netwerken.
42/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
In onderstaande hittestresskaart is voor de huidige situatie op basis van schaduwwerking, groen en stromend water de mate van opwarming berekent bij warme dagen weergegeven.
Kaart hittestress huidige situatie van klimaatatlas van WDOD. 3.10.3 Energietransitie De gemeente Zwolle wil in 2050 energieneutraal zijn en heeft nu als insteek om nieuwe plangebieden gasloos te ontwikkelen. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energie neutrale gebouwen (BENG) zijn. EPC is dan bijna 0 (norm moet nog worden bepaald maar zal ergens tussen de 0 en de 0,2 uitkomen). Het houdt in dat ontwikkelaars vanaf eind dit jaar hier al rekening moeten houden als er risico's te verwachten zien met kans op bezwaar en beroep. De doelstelling moet minimaal BENG en gasloos zijn. Echter de wens is om zodanig te ontwikkelen dat deze locaties ook in gebruik geen energie meer vragen. Dit valt nog niet af te dwingen, maar in een goed ontwerp en met goede businesscase en/of subsidiemogelijkheden zijn er kansen te verzilveren. Locatie ligt binnen grens Gebiedsbeheerplan grondwater Zwolle Centraal en daarom is er qua energiebron voor warmte en koeling voorkeur voor WKO. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van de WKO plankaart (zie onderstaande kaart uit het rapport Plankaart koude- en warmteopslag (KWO) A28-zone in Zwolle, Tauw, 22 september 2009) . Geothermie ligt minder voor de hand aangezien de vraag naar koeling hier groter zal zijn dan warmte. Wel is de verwachting dat het warmtenet hier in de toekomst langs zal komen. Daarom wel in overweging meenemen.
43/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Kaart koude- en warmteopslag (KWO) A28-zone in Zwolle Riothermie (warmte uit afvalwater in de riolering) is mogelijk ook een optie indien ontwikkeling gelijktijdig met de vervanging van een bestaand riool. Deze zal dan in combinatie met één van de andere bronnen ingezet moeten worden. 3.10.4 Duurzaamheid Bij de ontwikkeling van de meubelboulevard dient rekening te worden gehouden met een aantal duurzaamheidseisen van de Gemeente Zwolle, die als bijlage toegevoegd worden aan de uitgifteovereenkomsten. Duurzaam bouwen 1. In de bouw wordt gewerkt met duurzame materialen. Per 1 januari 2018 is de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) bij elke aanvraag voor een Omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100 m². De verplichting geldt niet voor winkels, maar kan ook op andere gebouwen worden toegepast. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum schaduwprijs van 1,00 euro per m2 BVO per jaar. 2. De grondbalans bij de inrichting van het gebied is rondom nul 3. Er wordt minimaal gebruik gemaakt van tijdelijke materialen binnen de gebouwde omgeving (zoals stelconplatenverharding, noodvoorzieningen, braakliggend terrein) tenzij elders in Zwolle herbruikbaar (minimaal bouwmateriaal afval. 4.
het opstellen van een materiaalpaspoort is verplicht. Duurzaamheid is voor de gemeente Zwolle de langdurige balans tussen people, planet en profit (de 3P's), hier en nu, daar en later. Met deze definitie is duurzaamheid breder dan milieu, duurzame energie en ecologie. Sociale en economische factoren zijn evenzeer van belang. Bovendien geldt de balans tussen de 3P's niet alleen voor onze eigen leefomgeving en economie. Ook op wereldschaal moet de balans er komen
44/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
(denk bijvoorbeeld aan eerlijke wereldhandel, ecologische footprints, etc.). Integrale ontwikkelstrategie Duurzame ontwikkeling draagt bij aan de langdurige balans tussen people, planet en profit. Daarmee is het een integrale ontwikkelstrategie, zowel voor de ontwikkeling van gebieden als voor beleidsontwikkeling. Dus niet: een groenbeleidsplan voor planet, een sociaal beleidsplan voor people en een economisch beleidsplan voor profit. Elk beleidsveld en elke gebiedsontwikkeling krijgt de centrale opgave mee om een bijdrage te leveren aan een duurzame toekomst, een bijdrage aan de langdurige balans tussen people, planet en profit. Duurzaamheid is daarmee een de maat voor de integrale kwaliteit van een gebied. Projecten die worden uitgevoerd in een gebied dragen maximaal bij aan de duurzame ontwikkeling van dat gebied. Het gebied staat dus centraal, projecten zijn instrumenten om de kwaliteit van het gebied te verbeteren.
Circulaire economie Ten aanzien van de pijler Circulaire economie is in de gemeentelijke begroting het volgende opgenomen: “In een circulaire economie wordt het gebruik van ruwe grondstoffen beperkt door bij de afweging voor en het ontwerp van een nieuw product: het gebruik van ruwe grondstoffen te beperken, in omloop zijnde producten en grondstoffen zo lang mogelijk in omloop te houden en aan het einde van de levenscyclus grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te hergebruiken met zo min mogelijk reststoffen (afval).” Hiermee dient in het ontwerp van het gebouw en de buitenruimte rekening te worden gehouden. Een materialenpaspoort van een bouwwerk maakt inzichtelijk welke materialen bij de bouw zijn gebruikt en hoe ze zijn verwerkt. Dat maakt het hergebruiken en terugwinnen van materialen bij de sloop of demontage veel eenvoudiger en geeft bouwwerken meer waarde.
45/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail) zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail).
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: PM
Hoofdstuk 1 Inleidende regels: De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels: Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen: Het gehele plangebied is onderverdeeld in enkelbestemmingen. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen. Een enkelbestemming kan in het plangebied op één plaats, maar ook op meerdere plaatsen voorkomen. De bij deze bestemmingen behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels;
46/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. Wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving: In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak'. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'.
Bij deze functies wordt dan alleen gebruik gemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q. bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen: Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie, en verkeersveiligheid.