1 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg – Grote Voort (Retail)
Tekst van het document
Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail) vastgesteld
nr. NL.IMRO.0193.BP18018-0004
Afdeling Ruimtelijke Planvorming Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl Opdrachtgever ZWPP Opdrachtnemer ZWRP Publicatieversie: NL.IMRO.0193.BP18018-0004 Datum:
14 december 2021
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Inhoudsopgave
TOELICHTING
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen
6 6 6 7
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Inleiding 2.2 Ruimtelijk beleid 2.2.1 Rijksbeleid 2.2.2 Provinciaal beleid 2.2.3 Gemeentelijk beleid 2.3 Archeologisch beleid 2.4 Verkeersbeleid 2.4.1 Provinciaal verkeersbeleid 2.4.2 Gemeentelijk verkeersbeleid 2.5 Groenbeleid 2.6 Waterbeleid 2.7 Detailhandelsbeleid 2.8 Milieubeleid
8 8 8 8 10 14 15 16 16 16 17 17 19 21
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Stedenbouw 3.1.1 Huidige situatie 3.1.2 Bebouwingsstructuur 3.2 Detailhandel 3.3 Horeca 3.4 Archeologie 3.4.1 Huidige situatie 3.4.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.5 Cultuurhistorie 3.5.1 Huidige situatie 3.5.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.6 Verkeer 3.7 Natuur 3.7.1 Huidige situatie 3.7.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.8 Water 3.8.1 Huidige situatie 3.8.2 Uitgangspunt bestemmingsplan 3.9 Milieu 3.9.1 Aanmeldingsnotitie paragraaf 3.9.2 Geluid 3.9.3 Bedrijvigheid (Wet milieubeheer) 3.9.4 Gevaar 3.9.5 Luchtkwaliteit 3.9.6 Geur 3.9.7 Bodemkwaliteit 3.9.8 Externe veiligheid
24 24 24 25 27 28 29 29 29 29 29 29 30 30 30 30 32 32 34 35 35 37 37 38 38 38 39 39 2/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
3.9.9 3.10 3.10.1 3.10.2 3.10.3 3.10.4
Kabels, leidingen en straalpaden Klimaat/duurzaamheid Klimaatadaptatie Hitte Energietransitie Duurzaamheid
40 40 40 42 43 44
Hoofdstuk 4 Juridische aspecten 4.1 Inleiding 4.2 Inleidende regels 4.3 Bestemmingsregels 4.4 Algemene regels 4.5 Overgangs- en slotregels 4.6 Bijlagen 4.7 Handboek
46 46 48 48 49 49 50 50
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2.1 Overleg met de buurt 5.2.2 Uitkomsten overleg
51 51 51 51 51
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
53
Bijlage 1
Ruimtelijk-functionele effectenanalyse Voorsterport
54
Bijlage 2
Quickscan Wet natuurbescherming
119
Bijlage 3
Ecologische effectbeoordeling Natura 2000
157
REGELS
193
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
194 194 202
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Detailhandel Verkeer
204 204 208
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
210 210 211 213 214
Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
215 215 217
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
219
Bijlage 1
220
Lijst met horecacategorieën
3/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
4/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
TOELICHTING
5/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorsterpoort is één van de aantrekkelijkste locaties in Zwolle, op korte afstand van de binnenstad. Een ontwikkelingslocatie waar er ruimte en mogelijkheden zijn om verschillende functies in Zwolle te faciliteren. De basis hiervoor is het Ontwikkelkader Voorsterpoort. In 2018 heeft het bureau BRO in opdracht van de gemeente een onderzoek verricht, waarin een voorstel is gedaan voor een programma voor de ontwikkeling Voorsterpoort. Het is geactualiseerd in 2020. In het onderzoek zijn alle perifere detailhandelsvestigingen (PDV) en grootschalige detailhandelsvestigingen(GDV) onderzocht. In samenhang met het behoefteonderzoek heeft BRO een notitie opgesteld waarin nader wordt geadviseerd over de haalbaarheid en behoefte van de ontwikkeling van retail op Voorsterpoort. Dit advies bestaat uit een programmavoorstel, de ruimtelijke inpassing, juridisch-planologische uitgangspunten en de planontwikkeling. Het onderzoek van BRO vormt de basis van dit bestemmingsplan. In dit bestemmingsplan wordt geregeld dat er in het plangebied 12.000 m² winkelvloeroppervlak mogelijk is binnen het hoofdthema 'in en om huis' in de woonbranche alsmede in bruin- en witgoedzaken.
1.2
Plangebied
Het plangebied betreft de voormalige Deltionkavel en is gelegen op de hoek van de Russenweg en de Grote Voort.
6/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
1.3
Geldende bestemmingsplannen
In het plangebied geldt het bestemmingsplan Voorsterpoort, dat is vastgesteld op 18 juni 2013.
7/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Inleiding
2.2
Ruimtelijk beleid
2.2.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur (hierna: SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Uitgangspunt van de SVIR is decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of; het een onderwerp betreft dat provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Conclusie Er is bij het plan geen sprake van rijksbelangen, waardoor de conclusie is dat het plan niet in strijd is met het rijksbeleid. 2.2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ook de ladder voor duurzame verstedelijking' (art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)) doorlopen. De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (art. 1.1.1.
Bro) moet worden getoetst. De beoogde ontwikkeling moet worden opgevat als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de Ladder van kracht. Het tweede lid van art. 3.1.6. is nu als volgt: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Omdat de locatie zich binnen het bestaand stedelijk gebied bevindt, hoeft de locatiekeuze niet nader te worden gemotiveerd. De behoefte aan en de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling is beoordeeld op kwalitatieve en kwantitatieve gronden. Een en ander is onderzocht door BRO ( zie Bijlage 1). Op basis van de marktanalyse in deze rapportage wordt geconcludeerd dat er zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve behoefte is aangetoond aan het voorgestelde indicatieve programma aan detailhandel, horeca en leisure ten behoeve van de versterking van Woonboulevard Zwolle. Verder zal de beoogde uitbreiding niet leiden tot onaanvaardbare leegstand en daarmee tot onaanvaardbare effecten op de detailhandelsstructuur en of de consumentenverzorging.
Per saldo zal de detailhandelsstructuur zelfs worden versterkt en de consumentenverzorging worden verbeterd. Verder wordt geconcludeerd dat de stedelijke ontwikkeling in een behoefte voorziet. Aan deze conclusie liggen de volgende overwegingen ten grondslag: Er is landelijk sprake van een sterke groei van de omzet in de woonbranche, mede verklaard door de sterk aantrekkende economie en woningmarkt. In Nederland is sprake van schaalvergroting in de detailhandel, omdat winkels het volledige assortiment willen uitstallen en ruimte willen bieden voor beleving. Mede als reactie op de verkoop via internet.
8/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Verder kiest de hedendaagse consument voor de grotere perifere winkelclusters met een gevarieerd winkelaanbod binnen het brede thema 'wonen', waarbij ook de aanwezigheid van horeca en leisure wordt gewaardeerd. De behoefte aan PDV/GDV (perifere en grootschalige detailhandel) neemt toe en als reactie op deze trend ontwikkelen de traditionele woonboulevards zich middels een beperkte branche-verruiming tot retailparken. In regio Zwolle is een dergelijk regionaal verzorgend retailpark niet aanwezig, hetgeen wel verwacht wordt bij een regio met een dusdanig groot draagvlak. De voorgestelde uitbreiding en verruiming van Woonboulevard Zwolle voorziet in de transformatie van een monotone traditionele woonboulevard naar een duurzaam retailpark. Voor de consument ontstaan daardoor gemak en meer keuzemogelijkheden op één locatie. Ondernemers kunnen van elkaars nabijheid profiteren. Verder zet het beoogde indicatieve programma naast nieuwvestiging in op verplaatsing van solitair gelegen winkelaanbod. De verspreide bewinkeling neemt hierdoor af en de concentratie van winkelaanbod neemt toe, wat een versterking van de detailhandelsstructuur betekent. Beleidsmatig (provinciaal, regionaal en gemeentelijk) voorziet de ontwikkeling in een behoefte en ambitie om Zwolle als winkelstad nog meer op de kaart te zetten.
Uit de leegstandsanalyse blijkt dat de aangetoonde behoefte niet in bestaand leeg staand (winkel)vastgoed kan worden ingepast. Er is, gelet op de omvang en locatie-aspecten, geen leeg-staand vastgoed geschikt om het beoogd initiatief te ondervangen. Het initiatief is bovendien onderdeel van een gebiedsontwikkeling die inzet op een beleidsmatig aangewezen winkelgebied voor ontwikkeling. In kwantitatieve zin (distributieve zin) voorziet het initiatief deels in een behoefte. In een aantal detailhandelsbranches is distributieve uitbreidingsruimte berekend In enkele andere branches is de uitbreidingsruimte beperkt en wordt vooral ingezet op verplaatsing van solitair gelegen winkelaanbod, buiten de hoofdwinkelstructuur. Om voorgaande redenen leidt het voorgestelde programma niet tot onaanvaardbare effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat. De eventuele effecten zijn aanvaardbaar voor de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur, de leegstand en in het verlengde daarvan het woon-, ondernemers- en leefklimaat De uitbreiding van Woonboulevard Zwolle heeft per saldo een positief effect op de consumentenverzorging. De consument in de regio Zwolle krijgt de beschikking over een regionaal verzorgend retailpark met een meer gevarieerd winkelaanbod binnen het brede thema 'wonen'.
De ontwikkeling van Woonboulevard Zwolle heeft per saldo een positief effect op de detailhandelsstructuur. De traditionele Woonboulevard Zwolle kent een monocultuur van woonwinkels, terwijl de consument juist behoefte heeft aan retailparken met een breder aanbod aan winkels, horeca en leisure. Middels het voorgestelde indicatieve programma met een beperkte brancheverruiming wordt een duurzaam retailpark gerealiseerd, zonder dat er onaanvaardbare effecten zullen optreden op de Zwolse binnenstad of andere winkelgebieden behorende tot de hoofdwinkelstructuur. Het voorgestelde programma aan grootschalig winkelaanbod is door de aard en omvang complementair aan de andere tot de hoofddetailhandelsstructuur behorende winkelgebieden in Zwolle en omgeving. De binnenstad van Zwolle kan daarnaast in beperkte mate profiteren van de versterkte Woonboulevard en andersom. Van onaanvaardbare effecten op de detailhandelsstructuur (waaronder de binnenstad) is per saldo geen sprake. Het is niet uit te sluiten dat de uitbreiding van Woonboulevard Zwolle binnen sommige branches zal leiden tot enige omzetverschuivingen. De omzeteffecten zullen echter met name terechtkomen bij momenteel slecht functionerende zaken op verspreide locaties in Zwolle. Indien er eventueel een zaak verdwijnt, is dit echter aanvaardbaar voor de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand.
De uitbreiding van Woonboulevard Zwolle heeft naar verwachting ook geen onaanvaardbare effecten op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand in de regio. De regionale detailhandelsstructuur wordt per saldo versterkt. Een omzeteffect zal zich spreiden over een ruim aantal zaken in de regio en zal per zaak beperkt zijn en zich daarbij concentreren bij solitair liggende winkels, buiten de reguliere winkelgebieden. Mocht er onverhoopt winkelaanbod verdwijnen dan
9/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
is er geen sprake van een onaanvaardbaar effect op de detailhandelsstructuur. Ook indien er enig aanbod verdwijnt in de lokaal verzorgende perifere winkelgebieden zal dit niet leiden tot een onaanvaardbaar effect op de detailhandelsstructuur. Conclusie Om in de aanwezige behoefte en marktruimte voor de uitbreiding van de retailmogelijkheden te voorzien wordt voor een gefaseerde uitbreiding gekozen. Van de maximale uitbreidingsmogelijkheden (ruim 30.000 m² bruto verkoop vloeropparvlak (bvo), wordt in eerste instantie 15.000 m² bvo gefaciliteerd in het plangebied. Dit komt neer op 14.000 m² winkelvloeroppervlak. 2.2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel van 1 mei 2017 geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en op 1 mei 2017 in werking getreden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld.
Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijvoorbeeld. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij.
Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
10/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generiek e beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zogenaamde. 'SER-ladder' gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedsk enmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
11/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Uit voeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017 (Bron: Provincie Overijssel)
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel 2017 Indien het initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generiek e beleidskeuzes Of een ontwikkeling nodig of mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Toekomstbestendigheid De eis dat gekozen oplossingen voor maatschappelijke opgaven toekomstbestendig moeten zijn, houdt in dat een initiatief de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te kunnen voorzien niet in gevaar mag brengen. Initiatieven moeten bijdragen aan een duurzame benadering van ontwikkelingen die voorzien in de behoefte van de huidige generatie, maar die opties openhoudt om ook te voorzien in behoeften van toekomstige generaties. Het gaat dan om een evenwichtige benadering van het welzijn van mensen, economische welvaart en van het beheer van natuurlijke voorraden. Bij toekomstbestendigheid gaat het ook om de effecten van ingrepen op verschillende schaalniveaus (van directe buren tot ver over de grens) en over de vraag of het project over 20 of 30 jaar nog steeds toegevoegde waarde heeft.
Het concentratiebeleid van de provincie Overijssel houdt in dat stedelijke ontwikkelingen (wonen, werken en voorzieningen) zoveel mogelijk geconcentreerd worden in de stedelijke netwerken Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Deventer Stedendriehoek. Daar mag gebouwd worden voor de (boven)regionale behoefte. De kernen Hardenberg en Steenwijk kunnen bouwen voor de regionale behoefte mits dit past binnen de regionale programmering.
12/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven Woon -en werklocaties binnen stedelijke netwerken "8.2.1 Ontwikkelingsperspectief Stedelijke netwerken als Het ontwikkelingsperspectief Stedelijke netwerken als motor omvat de drie stedelijke netwerken in Overijssel: Twente (Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne), Zwolle-Kampen en Deventer-Stedendriehoek. 8.2.1.2 Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerk Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast.
Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dak oppervlak te benutten)." Gebiedsk enmerken - stedelijke laag "Kenmerken 3.4 Stedelijke laag • Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven. Het zijn meestal mono functionele werkgebieden met een 'nog nonsense' karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. Hiërarchie: Meestal geen, soms een hoofdas. Typen: industriegebieden, meubelboulevards, kantorenparken en gemengde bedrijventerreinen. Beeld: Bedrijfspanden, hallen, kantoorcomplexen, industriegebieden, en showrooms. Parkeer- en opslag ruimtes aan een willekeurig netwerk van verkeerslijnen. Ontwikkelingen Gebrekkig onderhoud en leegstand op de uitgegeven kavels. Gebrekkig onderhoud en beheer van de openbare ruimte.
Niet per se op bedrijventerrein horende functies (moskee, disco, evenementenhal) doen hun intrede. Nivellering van de verschillen tussen de terreinen (van alles wat terreinen). Toename aantal woon- werklocaties. Parkmanagement en collectieve beheersorganisatie doen hun intrede. Ambitie Vitale werklocaties. Een vernieuwings- en herstructureringsproces van bedrijventerreinen op gang brengen waardoor: de interne structuur verbetert; een multifunctionele route er doorheen kan het hermetische karakter opheffen. de aansluiting op het landschap en de omliggende wijken verbetert. verdichting en intensivering van grondgebruik plaats vindt, en nieuwe uitleg wordt vermeden (zuinig
13/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
ruimtegebruik). duidelijke profilering en differentiatie van terreinen wordt verkregen de kwaliteit van de buitenruimte en de architectuur verbetert en meer samenhang krijgt. opwaardering van het beeld en verbetering levensvatbaarheid plaats vindt. eventuele culturele / historische waarden worden benut. Sturing Richting Als ontwikkelingen plaats vinden op of rond bedrijventerreinen, dan dragen deze bij aan versterking van het vitale karakter en de kwaliteit van bedrijventerreinen, aan het verbinden van het terrein met de omgeving en aan versterking van de profilering gericht op onderlinge differentiatie, met respect voor het verstedelijkingspatroon. Actieve kwaliteitsborging via beheer van bebouwing, uitgegeven (parkeer- en opslag-) terreinen en openbare ruimte. Benutten bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten op bedrijventerreinen. Toepassen park-management (energie, parkeren, water, groen)." Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. 2.2.3
Gemeentelijk beleid
2.2.3.1 Structuurplan Zwolle 2020 Het structuurplan dat op 16 juni 2008 door de raad is vastgesteld geeft de gemeentelijke visie op de gewenste sociale, economische en ruimtelijke structuur in 2020 weer. Het Structuurplan verwoordt niet alleen een kwantitatieve opgave, maar heel nadrukkelijk ook een kwalitatieve opgave. De visie wordt uiteengerafeld in programma's voor de verschillende beleidsterreinen. De globale visies op de toekomstige sociale, economische en ruimtelijke structuur zijn uitgewerkt tot de kern van het structuurplan: de plankaart met een beschrijving in hoofdlijnen van de meest gewenste ontwikkelingen voor de komende vijftien jaar. De plankaart geeft zo een integraal beeld van de beoogde functies van stad en ommeland tot 2020. Op de kaart van het structuurplan is het plangebied aangemerkt als 'centrumstedelijk gebied'. Dit is dynamische gebied speciaal aangewezen voor stedelijke en regionale centrumfuncties. Elk gebied kent haar eigen mix van functies, zoals kantoren, dienstverlening, onderwijs, detailhandel, gezondheidszorg, vrije tijd en uitgaan. De gebieden onderscheiden zich daarmee van de bedrijventerreinen. Specifiek voor Voorsterpoort zijn de centrale ligging en de goede bereikbaarheid vanuit de stad waarmee het een cruciaal stedelijk knooppunt is.
Er kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling ten behoeve van perifere detailhandel passend is in het structuurplan. 2.2.3.2 Omgevingsvisie Naast het geldende structuurplan Zwolle 2020, wordt inmiddels hard gewerkt aan het opstellen van een omgevingsvisie ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. In november 2017 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie "Mijn Zwolle van morgen deel 1" vastgesteld. Een toekomstvisie op hoofdlijnen die uitnodigt, inspireert en stimuleert om samen de ruimte in de stad in te vullen. Deel 1 is “slechts” een document op hoofdlijnen, waarin, met aandacht voor de strategische opgaven, de verschillende ambities op integrale wijze worden samengebracht. Het document geeft op hoofdlijnen richting aan de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de toekomst, maar dient in een opvolgend document, omgevingsvisie deel 2, nader te worden uitgewerkt. Dan kunnen ook keuzes gemaakt worden op gebiedsniveau. Dat betekent dat het Structuurplan 2020 zijn status als structuurvisie, zoals bedoeld onder
14/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
de huidige Wet ruimtelijke ordening, voor het grootste deel behoudt. Het document kan pas vervallen, nadat de volledige omgevingsvisie (deel 2) zal zijn vastgesteld. Deze ontwikkeling past binnen de hoofdlijnen en ambities uit de omgevingsvisie deel 1. 2.2.3.3 Ontwikkelagenda Voorsterpoort Op 5 maart 2012 heeft de gemeenteraad ingestemd met het ontwikkelkader Voorsterpoort. Dit kader beoogt de realisering van een toekomstbestendige, hoogwaardige en flexibele zone waar een mix van programma is: werken, winkelen, ontspannen en ontdekken. Naast een programmatisch kader, zijn kaders gegeven voor de infrastructuur, de beeldkwaliteit en de openbare ruimte. Deze kaders zijn voor zover relevant voor deze locatie, toegepast. Inmiddels is het ontwikkelkader op punten toe aan een actualisatie. Tegelijk met dit bestemmingsplan zal dit nieuwe ontwikkelkader in de besluitvorming worden gebracht. Het nieuwe ontwikkelkader zal echter in de geest van het kader uit 2012 zijn. 2.2.3.4 Welstandsnota De welstandsnota 2016 is op 18 april 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Het doel van de Welstandsnota is het bieden van een toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit van de stad. De nota kent twee belangrijke gebruikers. Voor de overheid biedt de nota een toetsingskader voor ingediende bouwinitiatieven.
Voor de burger biedt de welstandsnota vooraf het kader en de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van nieuwe bouwinitiatieven. Het bestemmingsplan is altijd kaderstellend voor de welstandstoetsing. Wat in het bestemmingsplan is toegelaten of is voorgeschreven aan bouwhoogte, bouwvolume, functie enzovoorts, kan door het welstandsbeleid niet worden ingeperkt. Voor het plangebied is in de Welstandsnota beschrijving nummer 11 ´Gemengde zone ' van toepassing. "De gebieden hebben een bijzondere ruimtelijke kwaliteit, vanwege de ligging in de stad en de goede ontsluitingsmogelijkheden. Grootschalige stedelijke instellingen, voorzieningen en bedrijven gebruiken deze gebieden als representatieve en functionele vestigingsplaatsen." Het niveau van de welstandstoetsing is regulier: Versterken van de kwaliteit van de gebieden als hoogwaardig stedelijk verblijfsgebied. Respecteren van de diversiteit aan gebouwen en gebouwenensembles. Versterken van de relatie van gebouwen en gebouwenensembles met de stedelijke structuur, de wegen en de langzaam verkeersroutes. Tegelijk met dit bestemmingsplan zal het nieuwe (geactualiseerde) Ontwikkelkader Voorsterpoort in besluitvorming worden gebracht. Dit kader zal beeldkwaliteitseisen bevatten voor het bouwplan, met criteria waar de welstand aan zal toetsen. 2.2.3.5 Conclusie Op basis van het voorgaande past deze ontwikkeling in het gemeentelijk beleid.
2.3
Archeologisch beleid
Archeologisch beleid Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988.
15/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's).
2.4
Verkeersbeleid
2.4.1
Provinciaal verkeersbeleid
Het verkeer en vervoerbeleid van de provincie staat weergegeven in de Omgevingsvisie Overijssel (laatste actualisatie 2017/2018). In deze omgevingsvisie heeft de provincie onder andere als ambities geformuleerd: Een vlotte en veilige reis over weg, water, spoor en per fiets van en naar stedelijke netwerken binnen en buiten Overijssel. Goede bereikbaarheid voor het autoverkeer van en naar de stedelijke netwerken en streekcentra. Een duurzaam en betaalbaar openbaar vervoer systeem. Vergroten van de rol, positie en gebruik van de fiets. De Provincie hanteert in de afweging ten aanzien van (nieuwe) infrastructuur de systematiek van de mobiliteitsladder. 1. Ruimtelijke ordening (denk aan compact bouwen zodat reisafstanden kort zijn, dicht bij openbaar vervoer (ov)-knooppunten bouwen zodat autogebruik niet nodig is, bij voorkeur daar ontwikkelen waar de multimodale bereikbaarheid op orde is). 2. Prijsbeleid (betaald parkeren, tolheffing of directer betalen voor gebruik in plaats van bezit beïnvloedt mede de keuze van de automobilist). 3. Optimalisatie van het openbaar vervoer (faciliteren van overstappen en vergroten van het comfort, reistijden (doorstroming, frequenties et cetera). 4. Mobiliteitsmanagement (anders, niet of later verplaatsen door gebruik te maken van bijvoorbeeld de fiets, telewerken, carpoolen, telefonisch vergaderen). 5.
Beter benutten van bestaande infrastructuur (informeren en sturen van verkeer over alternatieve routes met voldoende restcapaciteit). 6. Aanpassing van bestaande infrastructuur (onder meer verruimen van opstelstroken bij kruispunten of verlengen van in- en uitvoegstroken. 7. Nieuwe infrastructuur (bijvoorbeeld realisatie van ontbrekende schakels, ongelijkvloerse kruispunten of extra rijstroken). De herontwikkeling van het plangebied sluit aan bij de gehanteerde filosofie van de Provincie. Een publiek aantrekkende functie wordt gerealiseerd op een locatie die goed ontsloten is voor het openbaar vervoer en de fiets. En voor de ontsluiting wordt (overwegend) gebruik gemaakt van bestaande weginfrastructuur. 2.4.2
Gemeentelijk verkeersbeleid
Mobiliteitsvisie (2009) In maart 2009 is door de gemeenteraad van Zwolle de Mobiliteitsvisie vastgesteld. De Mobiliteitsvisie vervangt het GVVP uit 2001. De Mobiliteitsvisie richt zich vooral op niet-infrastructurele aspecten omdat dit tot op heden onderbelicht gebleven in het mobiliteitsbeleid van de gemeente. In het GVVP en in de Mobiliteitsvisie is de categorisering van wegen vastgelegd. In deze documenten is de Blaloweg gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg B (50 km/uur). De Grote Voort is gecategoriseerd als 16/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
een erftoegangsweg (50 km/u). Om de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid op peil te houden werkt de Gemeente Zwolle aan een volgend beleidsdocument voor de periode tot 2030, de zogenaamde Mobiliteitsagenda (najaar 2018). Regeling Parkeernormen 2016 In 2016 zijn de Parkeerverordening 2016 en de Regeling Parkeernormen 2016 vastgesteld. De Regeling Parkeernormen 2016 geldt als toetsingskader voor vastgoed ontwikkelingen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen in Zwolle. In deze Regeling is onder andere vastgelegd dat de parkeeropgave bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden opgelost met een parkeervoorziening op eigen terrein. In de Regeling staat verder omschreven hoe de parkeeropgave moet worden bepaald. Ook wordt omschreven onder welke voorwaarden het bevoegd gezag een omgevingsvergunning kan verlenen die afwijkt van de eerder omschreven parkeeropgave.
2.5
Groenbeleid
Groenbeleidsplan en Structuurplan 2020 Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad. Het netwerk van groene dragers in het Structuurplan 2020 is grotendeels afgeleid van het Groenbeleidsplan en aangevuld met nieuw structuurgroen dat voor de periode tot 2020 op het programma staat. Buurtgroen staat niet zelfstandig op de plankaart van het Structuurplan. Wel vormt het een onlosmakelijk onderdeel van de ruimtelijke opzet en inrichting van woon- en werkmilieus. Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2013 vastgestelde Bomenverordening. Voor het vellen van een boom binnen de op de Groene Kaart weergegeven groenstructuren (Hoofdgroenstructuur, Wijkgroenstructuur, Groenvoorzienend boomgebied en Hoogstedelijk boomgebied), zoals die staan aangegeven op de Groene Kaart, is een (kap)omgevingsvergunning nodig voor bomen met een omtrek groter dan 30 cm, die staat op een perceel van 400 m² en groter. Onder vellen valt ook het rooien, het verplanten en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van een houtopstand als gevolg kunnen hebben.
Bomen die, vanwege ouderdom, omvang, soort of andere redenen bijzonder zijn, staan op de Groene Kaart aangegeven als bijzondere boom. Voor deze bomen geldt dat ze in principe niet gekapt mogen worden, tenzij daarvoor een uitzonderlijke reden is. Dit verbod geldt voor alle bijzondere bomen, ongeacht de locatie op de Groene Kaart, de stamomvang van de boom en de perceelsgrootte van het perceel waarop de bijzondere boom staat. Het basisprincipe is dat bij kap van bomen herplant plaats vindt; voor iedere gekapte boom een nieuwe boom. Wanneer er geen mogelijkheden zijn voor (voldoende) herplant, moet financiële compensatie plaatsvinden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid.
2.6
Waterbeleid
Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water
17/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritair (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat “een goede ecologische toestand”. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritair (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheersplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype.
De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd. Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden.
De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. Deze zaken worden opgepakt door het hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) Stadsdijken Zwolle. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris, waarvan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu de coördinerende bewindspersoon is. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal.
Deze beslissingen gaan over de normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. In 2014 zijn de deltabeslissingen in de Tweede Kamer besproken. Provinciaal beleid
18/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Waterschapsbeleid Het algemene beleid van Waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerplan 2016-2021, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2007 is de nota "Leven met Water in stedelijk gebied" vastgesteld. Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van deze wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van Waterschap Drents Overijsselse Delta is de keur van toepassing. In de keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van Waterschap Drents Overijsselse Delta.
Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl. Gemeentelijk beleid Gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. Gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid.
2.7
Detailhandelsbeleid
Het gemeentelijke detailhandelsbeleid voor perifere detailhandel is vastgelegd in de Kadernota Detailhandel. Voor het onderdeel centrum heeft BRO de kadernota in 2017 geactualiseerd. Ten aanzien van PDV- en GDV-aanbod is Voorsterpoort benoemd als dé aankoopplaats voor doelgerichte en laagfrequente aankopen binnen het thema 'in/om huis' in Zwolle en de regio. Uitgangspunt is wel dat de ontwikkeling complementair moet zijn aan het centrumgebied van Zwolle. Het programma van Voorsterpoort bestaat primair uit PDV-branches. Deze zijn beleidsmatig sowieso primair op Voorsterpoort toegestaan, omdat deze zaken zich vanwege de aard van het assortiment, de omvang van de winkels en het bijbehorende bereikbaarheidsen bezoekprofiel al jaren kunnen vestigen op perifere locaties. Voor het GDV-aanbod geldt, dat de binnenstad prioriteit heeft. Als hier geen mogelijkheden zijn kan GDV-aanbod gefaciliteerd worden op Voorsterpoort, mits dit past binnen het thema 'in/om huis'. De Zwolse binnenstad biedt nauwelijks mogelijkheden voor grootschalige detailhandel. Om deze reden wordt ook GDV toegestaan op Voorsterpoort, maar uitsluitend de branches die passen binnen het thema 'in/om huis'. In het onderzoek van BRO van 14 december 2020 (Bijlage 1) zijn de effecten van een aanzienlijke uitbreiding van de Woonboulevard Zwolle per branche geanalyseerd.
De effecten zijn afhankelijk van de te vestigen zaken en hun omvang. Toch kunnen op basis van de voorgaande modelmatige marktbenadering, de trends en ontwikkelingen en de vraag- en aanbodanalyse de te verwachten effecten geanalyseerd worden. Hierbij is een aantal algemene uitgangspunten van belang: De benaderde uitbreidingsruimte, is geen 'hard programma' maar een indicatie of er ruimte is voor één of meerdere grootschalige winkels. Voor de GDV is het verstandig een minimale maat op te nemen van 400 m² winkelvloeroppervlak (wvo). Hierdoor is de functie van Woonboulevard Zwolle beter te onderbouwen en kan de complementariteit met reeds bestaande zaken in bijvoorbeeld de binnenstad en de buurt- en wijkcentra beter geborgd worden. Ook is het een mogelijkheid om het aantal zaken in de GDV-branches te maximeren met één zaak per
19/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
branche. Hierdoor kunnen de effecten op aanbod in de reguliere winkelcentra worden beperkt. De eventuele omzeteffecten zullen zich in eerste instantie voordoen bij soortgelijke grootschalige én solitair gelegen aanbieders en in mindere mate bij grootschalig aanbod binnen de reguliere winkelgebieden (binnenstad en de buurt- en wijkcentra). Het solitaire aanbod heeft namelijk een iets zwakkere uitgangspositie omdat zij niet profiteren van combinatiebezoek en de aanwezigheid van andere trekkers. Opgemerkt wordt wel dat het combinatiebezoek in een aantal branches beperkt zal zijn, omdat deze doelgericht worden bezocht. Toch zal het beperkte combinatiebezoek altijd groter zijn dan bij solitair liggend winkelaanbod. Van belang is verder dat een versterkte Woonboulevard Zwolle en de binnenstad in beperkte mate kunnen profiteren van combinatiebezoek tussen beide winkelgebieden. In het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking worden navolgend de effecten van toevoeging van grootschalig aanbod getoetst. Hierbij gaat het niet om effecten op individuele winkels maar op de aanvaardbaarheid van de effecten op de hele consumentenverzorging, detailhandelsstructuur en leegstand. De aanvaardbaarheid wordt bepaald op basis van actuele jurisprudentie van de Ladder.
Opgemerkt wordt dat de aanvaardbaarheid van eventuele effecten niet per definitie betekent dat er geen effecten te verwachten zijn op het bestaande aanbod en de leegstand. Met het oog op de centrale vraagstelling van onderhavig onderzoek wordt hier ook op ingegaan. Dit geeft een afwegingskader of de beoogde winkeluitbreiding in een bepaalde branche ook bestuurlijk/beleidsmatig wenselijk is. Woonbranche (incl. keukens en badkamers) Uitbreidingsruimte: in de woonbranche ontstaat naar de toekomst toe distributieve uitbreidingsruimte (maximaal ca. 35.000 m² wvo). Uitgangspunt hierbij is dat het aanbod in de woonbranche met een versterking van de woonboulevard aanzienlijk toeneemt. Dit betekent dat er meer koopkracht uit de eigen gemeente gebonden kan worden en meer koopkracht van buiten getrokken kan worden. Omzeteffect: indien er maximaal ca. 35.000 m² wvo aan de branche wonen wordt toegevoegd zal de gemiddelde vloerproductiviteit in de woonbranche dalen, maar gemiddeld nog steeds ca. 2% boven het landelijk gemiddelde functioneren. Op basis hiervan wordt verwacht dat het gevestigd aanbod voldoende rendabel zal blijven functioneren.
Een effect in de vorm van een dalende gemiddelde vloer productiviteit moet daarbij nog worden genuanceerd, omdat dit grotendeels bij de grootschalige zaken zelf terechtkomen zal komen (extensief ruimtegebruik) en in veel minder bij de kleinschalige woonzaken in het centrum. Het is niet waarschijnlijk dat er woonwinkels uit de binnenstad verdwijnen bij versterking van de woonboulevard. De aanwezige winkels bestaan namelijk al langer naast de woonboulevard en zijn gewoonlijk gericht op andere doelgroepen. Ruimtelijk-functionele effecten: per saldo zijn er geen onaanvaardbare effecten te verwachten-ten op de consumentenverzorging, de detailhandelsstructuur en de leegstand. a. Consumentenverzorging: het effect van versterking van Woonboulevard Zwolle met grootschalig woonwinkelaanbod is per saldo positief. Er is marktruimte aangetoond en daarbij blijkt uit de trends en ontwikkelingen dat de vraag naar grootschalig perifeer winkelaanbod toeneemt. De consument krijgt een ruimere keuze in winkelaanbod. b. Detailhandelsstructuur: op basis van het voorgaande is het niet de verwachting dat er bestaande aanbieders zullen verdwijnen als gevolg van de versterkingen van Woonboulevard Zwolle.
Het negatieve omzeteffect in de vorm van een dalende vloer-productiviteit zal zich met name voordoen bij soortgelijk grootschalig winkelaanbod, buiten de reguliere winkelgebieden, en in mindere mate bij de kleinere woonwinkels in de reguliere winkelcentra. c. Leegstand: het niet de verwachting dat er zaken zullen verdwijnen, maar dit is echter niet uit te sluiten en is vooral ook afhankelijk van de te vestigen winkels en hun gezamenlijke omvang. Het eventueel verdwijnen van 1 woonzaak, door omzeteffecten of verplaatsing naar Woonboulevard Zwolle, zal echter niet leiden tot onaanvaardbare leegstand, gelet op het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Juist omdat het omzeteffect zich voordoet bij verspreid gelegen winkels, op voornamelijk bedrijventerreinen, waardoor de effecten op de omgevingskwaliteit gering zijn. Conclusie
20/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Op basis van het voorgaande is een uitbreiding van 14.000 m² winkelvloeroppervlak in de woonbranche in het plangebied haalbaar en zal dit niet tot onaanvaardbare effecten leiden op de detailhandelsstructuur en de consumentenverzorging. Door de vestiging van nieuwe woonzaken worden de keuzemogelijkheden voor de consument ruimer en krijgt het themacentrum in totaal meer aantrekkingskracht. De concurrentie voor de elders gevestigde aanbieders neemt daardoor toe, evenals de kans op leegstand elders. Dit kan ook het effect zijn als gevestigde partijen gaan verplaatsen naar het plangebied. De meeste kans op het verdwijnen van woonaanbod is er op de Marslanden B en op de verspreide locaties. Bezien vanuit de consumentenverzorging of de detailhandelsstructuur is dat niet erg: er is immers sprake van een herstructurering gericht op een sterkere clustering.
2.8
Milieubeleid
Milieu algemeen De gemeenteraad van Zwolle heeft in 2005 de milieuvisie "Milieu op scherp" vastgesteld. De milieuvisie geeft de richting aan van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie worden ambities en doelstellingen geformuleerd en worden prioriteiten gesteld in de ontwikkeling en uitvoering van het Zwolse milieubeleid. In de milieuvisie is de strategie geformuleerd die Zwolle wil hanteren om te komen tot een effectief en efficiënt milieubeleid. Er worden parallelle sporen gevolgd. Per sector (geluid, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit enz.) wordt beleid geformuleerd. Op dit moment is voor de sectoren energie, duurzaam bouwen, bodem, grondwater, geluid, afval en externe veiligheid beleid vastgesteld. Zwolle heeft daarnaast gebiedsgericht milieubeleid ontwikkeld. Door middel van een gebiedsgerichte aanpak wordt het sectorale milieubeleid per gebied geïntegreerd. Het principe is dat binnen het grondgebied van Zwolle diverse gebiedstypen worden onderscheiden op basis van ruimtelijke kenmerken en functies. Vervolgens wordt vastgesteld welke milieukwaliteit nagestreefd wordt bij een dergelijk gebiedstype. Uiteindelijk zal dit referentie milieu kwaliteitsprofiel de basis vormen voor de uitwerking van het milieubeleid in een specifiek gebied.
Het beleid voor de aspecten geluid, luchtkwaliteit, bedrijvigheid en externe veiligheid zijn relevant voor de ontwikkeling van een woonboulevard op Voorsterpoort. Dit beleid wordt in de volgende paragrafen kort beschreven. Geluid In de milieuvisie “Milieu op scherp” wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven. Zwolle is een dynamische stad met geluidniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling. In de door de gemeenteraad vastgestelde “Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle (juli 2007) en in de beleidsregel Hogere waarden Wet geluidhinder (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd. Het bestemmingsplan Voorsterpoort (waar het plan in gelegen is) behoort tot het gebiedstype “Bedrijfsterrein zwaar”. Voor dit gebiedstype zijn geen geluidambities vastgesteld.
Wel geldt voor het bedrijventerrein Voorsterpoort een wettelijke vastgesteld geluidzone. Ten aanzien van de AMvB-bedrijven, zogenaamde Activiteitenbesluit of BARIM (Besluit Algemene Regels Inrichtingen Milieubeheer) bedrijven, op gezoneerde industrieterreinen is het uitgangspunt dat deze bedrijven niet worden beperkt in de door hun gewenste geluidsruimte, maar dat de representatieve geluidsruimte in beeld wordt gebracht en juridisch wordt vastgelegd. Bij het doen van de melding zal het bedrijf ook toekomstige ontwikkelingen in beeld moeten brengen, zodat hier in het zonemodel rekening mee kan worden gehouden. In de Nota Industriegeluid Zwolle (2007) worden afstandcriteria genoemd voor AMvB-bedrijven.
21/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
Indien een bedrijf zich vestigt binnen de gestelde afstand van de zone, dan wordt door de gemeente een akoestisch onderzoek vereist en op basis hiervan eventueel maatwerkvoorschriften opgelegd. Bedrijvigheid en Inwaartse zonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we enerzijds het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen en gevoelige bestemmingen zoals woningen. Anderzijds worden milieugevoelige functies zoals wonen en recreëren beoordeeld. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. De onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1. Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteit duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. De gemeente Zwolle hanteert bij de uitwerking van het bovenstaande principe de veel gebruikte VNG-handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” (2009).
Hierin zijn richtafstanden aangegeven die aangehouden kunnen worden tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen (voorzieningen en woningen). Luchtkwaliteit Het luchtkwaliteitsplan gemeente Zwolle 2007-2011 beschrijft de situatie van de luchtkwaliteit in Zwolle, de opgave, de ambitie en de aanpak om de vastgestelde doelen te bereiken. Zwolle wil, binnen de beïnvloedingssfeer van de gemeente, een significante bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Om dat te bereiken zijn de volgende doelen geformuleerd: voldoen aan wet- en regelgeving; anticiperen op de toekomst; knelpunten in de toekomst moeten voorkomen worden. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen: beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid. De gemeente streeft ernaar dat het aspect door gaat werken in het verkeers- en vervoersbeleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid en het beleid van vergunningen en handhaving. Externe veiligheid De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid.
Dit betekent dat: overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; een gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 20 januari 2009 heeft het college van B & W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van ene mogelijke toename van het groepsrisico. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd. Het beleidskader voor de stroomzone is, anders dan de overige gebieden,
22/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)
niet normatief (t.a.v. het groepsrisico) maar is vooral gericht op een goede borging van de externe veiligheid belangen in het gebiedsontwikkelingsproces. Dit betekent dat er bij het ontwerpproces op voorhand geen maximaal groepsrisiconiveau voorgeschreven wordt maar dat er gezamenlijk gezocht wordt naar een verantwoorde ontwikkeling. Dit gebeurt door vanuit het beleidskader randvoorwaarden, uitgangspunten en handreikingen aan het ontwerp mee te geven ten aanzien van functies, inrichting en eventuele maatregelen. Op deze manier zal het groepsrisico zoveel mogelijk beperkt worden en kan het bestuur een verantwoord besluit nemen over het eventueel te accepteren restrisico. Conclusie Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid.
23/220
14 december 2021 bestemmingsplan Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)