1 Bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92_totaal
Tekst van het document
De gemeente Zwolle heeft aangegeven dat er bij dergelijke transformaties moet worden voldaan aan een binnenwaarde van 33 dB, overeenkomend met de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit. Aangetoond moet worden dat de gevelgeluidswering voldoende is (of wordt verbeterd). Bij het berekenen van de benodigde geluidswering moet worden uitgegaan van de geluidsbelasting exclusief aftrek art. 110g Wgh. De maximaal benodigde karakteristieke geluidswering (GA;k) bedraagt derhalve GA;k = 63 dB - 33 dB = 30 dB(A).
Doorwerking in het plan Zoals beschreven is de maximaal benodigde geluidswering GA;k = 63 dB - 33 dB = 30 dB(A). Om een binnenwaarde van 33 dB te garanderen, is voor de beoogde ontwikkeling een onderzoek naar geluidswering van de gevel uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4 bij de toelichting. In dit onderzoek is de geluidsbelasting per appartement doorgerekend zodat inzichtelijk wordt dat er voldaan wordt aan de gewenste voorwaarden t.a.v. geluid en het Bouwbesluit. Om te voldoen aan een binnenniveau van ten hoogste 33 dB dienen minimaal de volgende bouwkundige elementen toegepast te worden: dak: betonnen dak; gesloten gevels: stenen spouwmuur, massa van circa 400 kg/m²; houten kozijnen of kunststof dubbelwandige kozijnen; kierdichting: ren kunstrubber O-profiel met een indrukking van 3,5 mm. De profielen dienen in de hoeken aan elkaar gelast te zijn; beglazing (ramen en schuifdeuren): 1. beglazing met als opbouw 4 mm glas, 16 mm gasgevulde spouw en 10 mm glas (RA = 31,6 dB) of gelijkwaardig bij de verblijfsgebieden; 2.
beglazing van type SGG Stadip Silence 44.2 Si (RA = 34 dB) of gelijkwaardig bij de volgende verblijfsruimten: - appartement 2 - woonkamer: de beglazing in de voorgevel; - appartement 12 - slaapkamer: alle beglazing; - appartement 20 - woonkamer op derde verdieping: alle beglazing; - appartement 24 - slaapkamer op de derde verdieping die zowel grenst aan de voor- als zijgevel: de beglazing in alleen de voorgevel. Op basis van deze maatregelen wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de woningen gerealiseerd.
Voorwaardelijke verplichting
53/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
In de planregels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze voorwaardelijke verplichting borgt dat het bouwen en/of gebruik van woningen (gevoelige object) alleen is toegestaan als door middel van een onderzoek kan worden aangetoond dat wordt voldaan aan een binnenwaarde van 33 dB, overeenkomend met de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit. Daarnaast borgt deze voorwaardelijke verplichting dat een geluidsgevoelig object ten minste één geluidsluwe gevel heeft of ten minste één gevel met geluidsluw te openen delen grenzend aan een geluidsgevoelige ruimte. In het akoestisch onderzoek, zoals opgenomen in bijlage 4 en zoals hiervoor beschreven, zijn maatregelen opgenomen. Indien deze maatregelen worden overgenomen, wordt voldaan aan de voorwaardelijke verplichting.
Hogere grenswaarde Uit de akoestische onderzoeken blijkt dat niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan worden voldaan, daarom moet voor dit bestemmingsplan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Hiervoor wordt de hogere grenswaarde procedure doorlopen. 3.7.4
Bedrijvigheid (Wet milieubeheer)
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Ingeval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Het plangebied is in de huidige situatie bestemd als 'gemengd'. In de directe omgeving komen verschillende functies voor. Daarom kan de omgeving als gemengd gebied worden aangemerkt. Er is weinig tot geen bedrijvigheid in de directe nabijheid van het plangebied en het plan zelf maakt geen activiteiten mogelijk die milieuhinder veroorzaken. De wijzing van kantoorgebouw naar woongebouw vormt geen belemmering voor omliggende functies. De omliggende functies vormen ook geen belemmering voor de ontwikkeling zelf. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorziene ontwikkeling. 3.7.5
Luchtkwaliteit
Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (nibm) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er worden 24 appartementen mogelijk gemaakt. Hiermee blijft het aantal woningen ruim onder de gestelde grens waarbinnen het voornemen vrijgesteld blijft van toetsing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool. Uit de gegevens blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; gemiddeld 17,3 µg/m³ voor NO2, 17,0 µg/m³ voor PM10 en 9,3 µg/m³ voor PM2,5.
Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de maatgevende weg (Ceintuurbaan en Dokter Spanjaardweg) ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan,
54/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn daarmee uitgesloten. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. 3.7.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, lpg en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (2015) moet rekening worden gehouden met het zogenaamde basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uitgangspunt van het basisnet is dat door het vastleggen van veiligheidszones de gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd. Uit de risicokaart blijkt dat in de directe omgeving van het pand geen risicobronnen/inrichtingen aanwezig zijn. Er vindt bovendien geen transport van gevaarlijke stoffen plaats over nabij gelegen wegen. Buisleidingen liggen op voldoende afstand. Over rijksweg A28 vindt ook transport van gevaarlijke stoffen plaatst.
Voor deze route geldt voor het plaatsgebonden risico een zone van 13 m. Voor het groepsrisico geldt een invloedsgebied van 0 m. Wel dient rekening gehouden te worden met plasbranden. Het plangebied ligt op circa 1.900 m ten opzichte van de A28. Het plangebied ligt daarmee op ruime afstand en buiten de risicocontouren. Verder komen er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen voor en vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. De locatie ligt ook niet binnen het invloedsgebied voor transport van gevaarlijke stoffen over spoorwegen. Het invloedsgebied van deze route ligt voor het plaatsgebonden risico op 1 m. Voor het groepsrisico 10-8, geldt een zone van 142 m. Het plangebied ligt op circa 900 m afstand, voor deze transportroute zijn de afstanden die opgenomen zijn in de volgende twee tabellen van belang.
Scenario giftige wolk bij spoorvervoer ammoniak Door een incident op het spoor met een ketelwagon met ammoniak kan een giftige wolk ontstaan. De kans op een giftige wolk als gevolg van een incident met een ketelwagon met ammoniak op het spoor is klein (2 tot 6 x 10-8 per wagenkilometer per jaar). Onderstaande tabellen geeft voor dit scenario de effectafstand en de interventiewaarde weer.
55/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Tabel: Effectenafstanden en Interventiewaarden (bron: veiligheidsregio IJsselland)
Het plangebied ligt in het stedelijk gebied van Zwolle, op een afstand van minimaal 900 m. Het plangebied ligt dus ruim buiten de effecten afstand van de 3e ring. De alarmeringsgrenswaarde bedraagt voor LBW en AGW minimaal een 1 uur. Verder komen er in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichten voor en of vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor dit plan. 3.7.7
Klimaatadaptatie, Energietransitie, Circulariteit
Het Nieuwe Normaal in de gemeente Zwolle is dat plannen klimaatadaptief zijn. In de Zwolse adaptatiestrategie (ZAS) is een analyse gemaakt van de kwetsbaarheid van de stad Zwolle voor klimaatverandering: wateroverlast door hoosbuien, hittestress, droogte en overstroming uit het primaire systeem (IJssel en Zwarte Water/Vecht) en regionale systeem (Sallandse Weteringen/Stadsgrachten). De gemeente Zwolle heeft een analyse opgesteld, zie bijlage 7. In deze analyse zijn de kwetsbaarheden van de wijk Oosterenk voor klimaatverandering aangegeven en wordt geadviseerd hoe daar mee om te gaan. Daarbij gaat het om wateroverlast door neerslag, hitte, droogte en de gevolgen van overstroming.
Klimaatadaptatie Zoals beschreven in paragraaf 3.1.2, worden gevels van het gebouw gewijzigd. De onderste drie bouwlagen van de kopgevels worden voorzien van groene gevels. Ten behoeve van de gevelbeplanting wordt het hemelwater dat op het dak van het gebouw valt, opgevangen in de directe nabijheid van het gebouw. Aan de voorzijde van het gebouw, aan de Dokter van Deenweg, wordt alle bestaande verharding verwijderd en een gemeenschappelijke tuin aangelegd. Deze maatregelen hebben een positief effect voor de aspecten water adaptatie en hittestress.
Energietransitie In de huidige situatie is het kantoorgebouw aangesloten op het gas. In het kader van de energietransitie
56/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
worden alle 24 appartementen niet aangesloten op het gas. Om dit mogelijk te maken worden op het dak zonnepanelen aangebracht. Ook wordt het gebouw voorzien van een warmtepomp. Onder het dak wordt een waterbuffertank gerealiseerd. In dit buffervat wordt in de eerste plaats energie opgeslagen die door thermische zonnepanelen en de warmtepomp wordt aangeleverd. De overtollige warmte blijft in het buffervat bewaard tot die nodig is.
Circulariteit Met onderhavig plan sluit aan op de ambitie om circulair te bouwen. Met dit plan wordt een bestaand kantoorgebouw getransformeerd in een woongebouw. Deze transformatie/herbestemming zorgt ervoor dat een leegstaand gebouw een nieuwe functie krijgt en het voorkomt ook de onnodige sloop van een gebouw en productie van bouwafval. 3.7.8
Kabels, leidingen en straalpaden
In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Wel is er een straalpad aanwezig ter hoogte van het plangebied. Door de hoogteligging leveren deze straalpaden geen beperkingen op voor het plan. Dit aspect vormt geen belemmering voor het plan.
57/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Hoofdstuk 4 4.1
Juridische aspecten
Inleiding
Dit bestemmingsplan is gemaakt conform het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21. Dit handboek is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. De regels zijn binnen de systematiek van de SVBP2012 aangepast aan de Zwolse situatie en uitgebreid met extra standaardbestemmingen, waaraan in Zwolle behoefte is. De regels van Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92 zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied van het bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Gevolgd door de volgende bijlagen: geen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels De inleidende regels zijn van algemene aard en bestaan uit de volgende regels: Artikel 1 Begrippen; Artikel 2 Wijze van meten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Toelichting op de regels voor de enkelbestemmingen Het gehele plangebied is bestemd met een enkelbestemming. Dit in tegenstelling tot een bestemming die andere bestemmingen als dubbelbestemming overlapt. De dubbelbestemmingen behoeven niet in het gehele plangebied voor te komen.
De bij deze enkelbestemming behorende regels zijn per bestemming in een apart artikel ondergebracht. Alle regels die op een bepaalde bestemming van toepassing zijn, worden zoveel mogelijk in de bestemmingsregels zelf geregeld. Op deze wijze wordt bij de digitale versie van het plan bij het aanklikken op adres of bestemmingsvlak zo veel mogelijk informatie gegeven zonder dat er verder doorgeklikt behoeft te worden. De opbouw van een bestemmingsregel is als volgt: 1. bestemmingsomschrijving; 2. bouwregels; 3. nadere eisen; 4. afwijken van de bouwregels; 5. specifieke gebruiksregels; 6. afwijken van de gebruiksregels; 7. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. wijzigingsbevoegdheid. Per bestemmingsonderdeel wordt hierna een korte toelichting wordt gegeven. 1. Bestemmingsomschrijving
58/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
In de bestemmingsomschrijving wordt een nadere omschrijving gegeven van de aan de gronden toegekende functie(s). De hoofdfunctie wordt als eerste genoemd. Indien van toepassing, worden ook aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid wordt aangegeven door de zin 'met daaraan ondergeschikt'. De ondergeschikte functies staan ten dienste van de hoofdfunctie in de bestemming. De bestemmingsomschrijving is niet alleen functioneel maar bevat ook inrichtingsaspecten. 2. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Bij woningen wordt een onderscheid gemaakt tussen 'hoofdgebouwen', 'bijbehorende bouwwerken' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak'. Een 'bijbehorend bouwwerk' is een uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. Deze definitie is gelijk aan de definitie in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Voor de andere functies geldt dat er meestal geen sprake is van 'bijbehorende bouwwerken'. Bij deze functies wordt dan alleen gebruikgemaakt van de begrippen 'gebouwen' en 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde'. De maatvoering waaraan een (hoofd)gebouw, bijbehorend bouwwerk c.q.
bouwwerk, geen gebouw zijnde, dient te voldoen wordt in deze regel opgenomen. De maximum goothoogte en maximum bouwhoogte worden in meters weergegeven, de dakhelling in graden. De hoogte van de gebouwen wordt op de kaart aangegeven, indien er geen uniforme hoogteregels voor de gehele bestemming van toepassing zijn. Dit wordt in de verbeelding op papier van het plan gedaan door middel van een symbool in de vorm van een rondje verdeeld in een matrix met 2 of 3 vlakken. Linksboven staat bijvoorbeeld de maximum goothoogte in meters vermeld, rechtsboven de maximum bouwhoogte in meters en onderaan staat zo nodig het maximum bebouwingspercentage aangegeven. Het symbool is gekoppeld aan het bouwvlak, of indien er geen bouwvlak aanwezig is, aan het bestemmingsvlak. 3. Nadere eisen Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder d, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen worden gesteld. Het betreft hier nadere eisen ten behoeve van bepaalde doorgaans kwalitatief omschreven criteria, zoals stedenbouwkundig beeld, woonsituatie en verkeersveiligheid. De nadere eisenregeling biedt de mogelijkheid om in concrete situaties in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning sturend op te treden door het stellen van nadere eisen. De criteria zijn in de bepaling van nadere eisen zelf opgenomen.
De procedure voor het stellen van nadere eisen is in deze bestemmingsregels omschreven in Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Algemene procedureregels. 4. Afwijken van de bouwregels Op grond van artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat bij een omgevingsvergunning van het bestemmingsplan kan worden afgeweken. In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan kan worden afgeweken. Een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels wordt alleen opgenomen, indien dit noodzakelijk wordt geacht in verband met het gewenste beleid en het een afwijking of verduidelijking betreft van de algemene afwijkingsregels. De criteria zijn in de afwijkingsregel zelf opgenomen. De procedure voor het afwijken van de bouwregels is omschreven in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
59/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
5. Specifieke gebruiksregels In artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt aangegeven dat het verboden is zonder omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Ter verduidelijking worden in een aantal bestemmingen in de specifieke gebruiksregels specifieke vormen van gebruik met name uitgesloten. Dit zijn gebruiksvormen, waarvan het op voorhand gewenst is aan te geven dat deze in ieder geval niet zijn toegestaan. 6. Afwijken van de gebruiksregels Bij specifieke gebruiksregels wordt in een aantal bestemmingen een daarop gerichte afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Bij zo'n specifieke afwijkingsbevoegdheid zijn ook hier de criteria opgenomen. Ook deze afwijkingsbevoegdheid is gebaseerd op artikel 3.6, eerste lid onder c, van de Wro. De procedure voor het afwijken van de gebruiksregels is omschreven in de Wabo. 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Door het opnemen van de eis voor een omgevingsvergunning overeenkomstig artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo, kunnen specifieke inrichtingsactiviteiten aan een omgevingsvergunning worden verbonden. Het betreft het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Het bouwen wordt niet aangemerkt als zo'n inrichtingsactiviteit.
De eis voor een dergelijke omgevingsvergunning wordt opgenomen om extra bescherming aan een specifieke waarde van de bestemming te bieden, zoals de landschappelijke of cultuurhistorische waarde. De eis voor deze omgevingsvergunning wordt met de criteria voor vergunningverlening in de bestemmingsregel opgenomen. Dit betekent dat in die gevallen dat er gebouwd wordt, er niet ook nog een vergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, tenzij de (bouw)aanvraag ook ziet op het uitvoeren van werken (bijvoorbeeld het inrichten van een terrein met parkeerplaatsen). 8. Wijzigingsbevoegdheid Het gaat hier om een specifieke op een bepaalde bestemming gerichte wijzigingsbevoegdheid als bedoel in artikel 3.6, eerste lid onder a, van de Wro. Hierin wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om de betreffende bestemming op de aangegeven punten te wijzigen. Op het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid is de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Uov) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.
Hoofdstuk 3 Algemene regels In de algemene regels zijn de volgende regels in onderstaande volgorde opgenomen: Artikel 5 Anti-dubbeltelregel; Artikel 6 Algemene afwijkingsregels; Artikel 7 Algemene wijzigingsregels; Artikel 8 Algemene procedureregels. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In dit laatste hoofdstuk komen de overgangsregels en de slotbepaling aan de orde.
4.2
Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
60/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Hierin worden de in de regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Ze zijn alfabetisch gerangschikt met uitzondering van de begrippen plan en bestemmingplan die als eerste zijn genoemd. Het doel van deze regels is om misverstanden of verschillen in interpretatie te voorkomen. Dit als aanvulling op de gevallen waarbij het woordenboek van Van Dale geen uitsluitsel geeft.
Artikel 2 Wijze van meten Dit is de handleiding voor de manier van meten van diverse in het plan bepaalde maten.
4.3
Bestemmingsregels
Hierna wordt - voor zover nog nodig - een toelichting op een aantal artikelen van de bestemmingsregels gegeven.
Artikel 3 Tuin Een gedeelte van het perceel is bestemd als 'Tuin'. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en carports bij recht worden gebouwd.
Artikel 4 Wonen - Meergezinshuis Deze bestemming is bedoeld voor meergezinshuizen. Dit zijn flats en andere gebouwen met meerdere naast en/of boven elkaar gelegen woningen, welke in tegenstelling tot het eengezinshuis qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kunnen worden. De definitie van eengezinshuis en meergezinshuis is opgenomen in de begrippen. Uitgangspunten Alle meergezinshuizen in het plangebied worden als zodanig bestemd. Binnen het bouwvlak mogen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder dak worden gebouwd. Bij de bepaling van de voorzijde wordt gekeken waar de naar de weg toegekeerde grens van een bouwvlak en de naar de weg toegekeerde grens van de gevel van een hoofdgebouw is gelegen. Hierbij is de zijde van de hoofdtoegang van het hoofdgebouw bepalend. Zo nodig kunnen nadere eisen worden gesteld aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, zodat bij het ontwikkelen van ongewenste situaties nog kan worden ingegrepen.
Beroep-aan-huis Volgens vaste jurisprudentie moet binnen een woonbestemming ook een aan-huis-verbonden beroep worden toegelaten. Uit de jurisprudentie kan als enige ruimtelijk relevant criterium worden afgeleid het hebben van 'een ruimtelijke uitwerking of uitstraling, die in overeenstemming is met de woonfunctie van het betrokken perceel'. Er is in dit plan een regeling opgenomen voor het gebruik van een deel van een woning voor een aan-huis-verbonden beroep, zoals in de gemeente Zwolle bij deze bestemming gebruikelijk is. De beperking van het ruimtebeslag van de woning tot 30% van het vloeroppervlak van de woning (met een absoluut maximum van 50 m²) dient om het verlies of de bovenmatige aantasting van de woonfunctie of van het woonkarakter tegen te gaan. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat de verkeersaantrekkende werking te groot zal worden. Het verhuren of anderszins beschikbaar stellen van woonruimte aan derden voor de uitoefening van een
61/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
beroep of bedrijf, hoe gering ook van omvang, is zonder meer als strijdig met de woonbestemming aan te merken. In de begrippen is een definitie opgenomen over wat onder een aan-huis-verbonden beroep moet worden verstaan. Het gaat om een dienstverlenend beroep. De definitie van beroep-aan-huis is gelijk aan de landelijk gehanteerde standaarddefinitie. Indien er personeel in dienst wordt genomen, kan er eerder sprake zijn van een ruimtelijke uitwerking of uitstraling die niet met de woonfunctie in overeenstemming is.
Bijgebouwenregeling De regels voor bijbehorende bouwwerken wijken af van de regeling voor de eengezinshuizen. Buiten het hoofdgebouw zijn geen bijgebouwen ten behoeve van de appartementen toegestaan, eventuele bergingen moeten inpandig worden gerealiseerd.
4.4
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een perceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Bij een omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken, indien anderszins in voldoende ruimte kan worden voorzien. Ten slotte kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken in bijzondere omstandigheden, onder andere op basis van criteria van de 'Regeling Parkeernormen 2016'.
Artikel 6 Algemene afwijkingsregels In deze regels is als eerste de op grond van vaste jurisprudentie vereiste algemene afwijking in de vorm van de zogenaamde 'toverformule' opgenomen. Bij een omgevingsvergunning moet van het gebruiksverbod worden afgeweken, indien strikte toepassing zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd. Daarnaast wordt in deze regels de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde in het bestemmingsplan geregelde onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.
Artikel 7 Algemene wijzigingsregels Deze regel maakt het mogelijk de bestemming 'Wonen - Meergezinshuis' onder in deze regel omschreven voorwaarden zodanig te wijzigen dat de situering en de vorm van de in het plan aangegeven bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden gewijzigd dan wel nieuwe bouwvlakken met bijbehorende tuinen, erven, wegen en groenvoorzieningen worden aangegeven.
Artikel 8 Algemene procedureregels Hierin wordt de standaardprocedure bij Zwolse bestemmingsplannen voor de voorbereiding van een besluit tot het stellen van een nadere eis beschreven.
62/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
4.5
Overgangs- en slotregels
Artikel 10 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven. Tevens is een hardheidsclausule opgenomen in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht op de wijze zoals door de regering bij de totstandkoming van het Bro werd aanbevolen.
Artikel 11 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de aanhalingstitel van het plan, de aanhalingstitel van de regels van het plan als de vaststellingsregel van het plan.
4.6
Bijlagen
In dit bestemmingsplan zijn er geen bijlagen bij de regels.
4.7
Handboek
Dit bestemmingsplan is vervaardigd conform de richtlijnen van het 'Handboek bestemmingsplannen Zwolle' versie 21.
63/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Inleiding Indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, (hierna 'een aangewezen bouwplan'), in combinatie met een bestemmingsplan, wijzigingsplan, projectuitvoeringsbesluit of omgevingsvergunning is de afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (Grondexploitatiewet) van toepassing. Dit houdt in dat de gemeenteraad een exploitatieplan dient vast te stellen tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte dan wel, of in combinatie met, een anterieure overeenkomst de kosten in de grondexploitatie anderszins verzekerd zijn en, indien noodzakelijk, er afspraken zijn gemaakt over een tijdvak, fasering en locatie-eisen. Met de ontwikkelaar is een anterieure overeenkomst gesloten, waardoor er geen verplichting bestaat tot vaststelling van een exploitatieplan en de economische uitvoerbaarheid van het project verzekerd is.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In deze paragraaf wordt uitgelegd hoe het initiatief is gecommuniceerd met de buurt en wijkvereniging en wat de resultaten zijn van het vooroverleg met de vooroverlegpartners. Hiermee wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid toegelicht. 5.2.1
Overleg met de buurt
Voor onderhavige bestemmingsplan zijn belanghebbenden door middel van een brief geïnformeerd. Daarna is er met verschillende partijen (telefonisch) overleg geweest. Deze gesprekken zijn samengevat, deze samenvatting is opgenomen in bijlage 8 van deze toelichting. 5.2.2
Uitkomsten overleg
Het bestemmingsplan is in het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening naar 4 instanties verzonden met het verzoek om binnen vier weken schriftelijk te reageren. Het plan is toegezonden naar de volgende instanties: 1. provincie Overijssel; 2. Waterschap Drents Overijsselse Delta; 3. Veiligheidsregio IJsselland; 4. ondernemersvereniging OVB. Hieronder zijn de ontvangen vooroverlegreacties opgenomen met hierop de reactie van de gemeente.
Provincie Overijssel Het ontwerpplan past in het provinciaal ruimtelijk beleid, er zijn geen bezwaren.
Reactie gemeente Van deze reactie wordt met instemming kennisgenomen.
Waterschap Drents Overijsselse Delta
64/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Er wordt een parkeerkelder gebouwd en hierin komt een pompinstallatie. Onduidelijk is waar deze installatie op afwatert. Ten behoeve van de permanente situatie van de pompinstallatie in de kelder wordt verzocht aan te geven waar het vrijkomende water heen gaat en wat de impact is op de omgeving. Verder zal bij de aanleg van de kelder ook bronbemaling nodig zijn om de bouwput droog te krijgen. Ook hiervoor zal goed bekeken moeten worden waar het vrijkomende grondwater heen moet tijdens de bouw. Voor de realisatiefase van het plan is het aandachtspunt voor bemaling en vergunningplicht/meldingsplicht voor tijdelijke werkzaamheden van toepassing.
Reactie gemeente In een eerder plan was er sprake van een parkeerkelder. In het huidige ontwerp is deze parkeerkelder niet meer aanwezig. Bovenstaande aanvulling van het waterschap is dus niet meer van toepassing op het plan.
Veiligheidsregio IJsselland a. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele risicobronnen aanwezig waarbij bij een incident toxische stoffen vrijkomen. Daarbij ontstaat een toxische wolk die over het plangebied trekt. De aanwezigen in het plangebied krijgen dan het advies om naar binnen te gaan, ramen en deuren te sluiten en de ventilatie af te sluiten. Mechanisch afsluitbare ventilatie helpt zo om veilig te kunnen schuilen. b. Bij een incident bij een van de risicobronnen krijgen de bewoners het advies om binnen te schuilen. Daarbij is het belangrijk dat ze weten wat ze zelf kunnen doen. Het helpt daarbij als de bewoners al eerder zijn geïnformeerd over de risico's vanuit de omgeving en wat zij bij een incident zelf kunnen doen. Daarom wordt geadviseerd om de toekomstige bewoners hierover voor te (laten) lichten. Reactie gemeente a. Het bouwplan voorziet in een mechanisch ventilatiesysteem, die door de bewoners kan worden afgesloten van elektriciteit (afhankelijk van uitvoering door installateur met een schakelaar of door de stekker uit het stopcontact te trekken). b. De opmerking wordt meegegeven aan de initiatiefnemer zodat deze de toekomstige bewoners kan informeren.
65/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
66/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
67/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Bijlage 1 Memo parkeerbehoefte
68/313
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN AAN CC
18 april 2023 Jasper Tromp
Zwolle - Dokter van Deenweg 84-92 PROJECT OPDRACHTGEVER AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N) Projectnummer 20210176
PARKEREN - HERONTWIKKELING DOKTER VAN DEENWEG 84 - 92, ZWOLLE 1. INLEIDING De initiatiefnemer wil de panden aan de Dokter van Deenweg 84-92 te Zwolle herontwikkelen. Voor deze ontwikkeling is op 28 april 201 het voorontwerp bestemmingsplan ‘Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84-92’ ter inzage gelegd. In het voorontwerp bestemmingsplan is de parkeerbehoefte voor 24 woningen berekend op 39 parkeerplaatsen. Er is destijds gekozen om te rekenen met 1 parkeernorm (1,6 per woning) omdat het type woning (prijsklasse) nog niet bekend was. De plannen zijn nu verder uitgewerkt, en het woonprogramma is bekend. Op basis van het gemeentelijke beleid geldt voor een woningbouwprogramma het principe van 30%/40%/30% (goedkoop/middelduur/duur). Voor dit principe geldt een prijssegmenten van de verschillende woningtypen,
Prijssegmenten gemeente Zwolle (peil 2022) Met de beoogde ontwikkeling worden op basis van de prijssegmenten van de gemeente Zwolle (Peil 2022)de volgende type woningen gerealiseerd: • • • •
7 goedkopen appartementen; 7 middelduur 1; 8 middelduur 2; 2 dure appartementen.
Op basis van bovenstaande uitgangspunten is de parkeerbehoefte onderbouwd. Deze memo voorziet hierin.
2. TOETSINGSKADER Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van de Regeling Parkeernormen 2016 en het paraplubestemmingsplan ‘Zwolle – parapluplan parken’ vastgesteld op 7 maart 2017. In de regeling wordt verwezen naar de parkeerkencijfers van het CROW. De Regeling Parkeernormen 2016 versie 2021, schrijft voor dat de parkeeropgave wordt bepaald aan de hand van het gemiddelde in de bandbreedte van het parkeerkencijfer CROW. Op basis van de stedelijkheidsgraad van de gemeente Zwolle valt de gemeente Zwolle in sterk stedelijk gebied. Op basis van de stedelijkheidsgraadkaart die de gemeente Zwolle voor haar ambtsgebied heeft opgesteld, valt het projectgebied in matig stedelijk en is gelegen in de rest bebouwde kom.
3. PARKEERBEHOEFTE 3.1 Parkeerbehoefte (auto) Met de beoogde ontwikkeling verandert de functie van het gebied. Deze verandering van functie kan negatieve gevolgen hebben op de parkeerbehoefte van het gebied. Hieronder zijn een aantal tabellen opgenomen die berekeningen laten zien waarbij ook het dubbelgebruik is meegenomen van de parkeerplaatsen. In deze tabel is de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie weergegeven. Voor het beoogde appartement gelden de parkeernormen 1,4 (midden/ goedkoop) en 1,8 (duur) per woning. De parkeernormen zijn inclusief 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers van de woningen. Naar verwachting ligt de werkelijke parkeerbehoefte lager, binnen de beoogde doelgroep voor de goedkoop woningen beschikt niet iedereen over een auto en zal meer gebruik maken van de fiets. Een lagere parkeernorm (1 per woning) voor deze woningen zou meer realistisch zijn. Omdat in het gemeentelijke parkeerbeleid voor de goedkopen woningen geen afzonderlijk kengetallen beschikbaar zijn, is zekerheidshalve toch uitgegaan van de parkeernorm 1,4. Daarnaast wordt in de berekening ervan uitgegaan dat de parkeerplaatsen niet worden verhuurd/ verbonden zijn aan een appartement. Alle parkeerplaatsen zijn dus voor alle gebruikers en bezoekers vrij beschikbaar. Tabel 1: Parkeerbehoefte Beoogde situatie
Functie
Eenheid
Parkeernorm
parkeerbehoefte
Huur, appartement, midden/goedkoop
22 stuks
1,4 per woning
30,8 parkeerplaatsen
Huur appartement duur
2 stuks
1,8 per woning
3,6 parkeerplaatsen
Totaal
34,4 parkeerplaatsen
Tabel 2: De parkeerbehoefte aan de hand aanwezigheidspercentages (huidig en nieuw) Functie aanwezigheidspercentages Werkdagen parkeerbehoefte Ochtend Middag Avond Nacht
Zaterdag Middag Avond
Zondag Middag
Wonen bewoner Wonen bezoekers Kantoor
27,2 7,2 -24,6
Totaal (afgerond)
50% 10%
50% 20%
90% 80%
100% 0%
60% 60%
80% 100%
70% 70%
100%
100%
5%
0%
0%
0%
0%
-10
-10
29
27
21
29
24
Tabel 3: De parkeerbehoefte aan de hand aanwezigheidspercentages (nieuw situatie) Functie aanwezigheidspercentages Werkdagen parkeerbehoefte Ochtend Middag Avond Nacht
Zaterdag Middag Avond
Zondag Middag
Wonen bewoner Wonen bezoekers Totaal (afgerond)
2/6
27,2 7,2
50% 10%
50% 20%
90% 80%
100% 0%
60% 60%
80% 100%
70% 70%
15
16
31
27
20
29
24
Uit tabel 1 blijkt dat voor de ontwikkeling maximaal 34,4 (afgrond 35) parkeerplaatsen noodzakelijk. Op basis van aanwezigheidspercentages (tabel 2) van de verschillende gebruikersgroepen is de parkeervraag op diverse momenten bepaald. De situatie op de werkdag (ochtend, middag, avond en nacht), de zaterdag (middag en avond) en zondag is hierbij in beeld gebracht. Op basis hiervan is in de avondperiode (werkdag en zaterdag) een maximale parkeerbehoefte van 29 parkeerplaatsen. In de nieuwe situatie verdwijnt de kantoorfunctie volledig uit het plangebied daarom, is in tabel 3 de parkeerbehoefte enkel op basis van de aanwezigheidspercentages van de nieuwe functies berekend. Hieruit blijkt dat op werkdagen in de avond een parkeerbehoefte is van 31 parkeerplaatsen. Dit is het moment dat de kantoren in de omgeving dicht zijn en werknemers van deze kantoren naar huis gaan. 3.3 Parkeerbehoefte (Fiets) Voor de beoogde woonfunctie is het bouwbesluit 2012 relevant. Voor woningen wordt verwezen naar het Rijksbouwbesluit Artikel 4.31. op basis van dit artikel, geldt dat er per appartementen een berging volgens de juiste afmetingen aanwezig moet zijn. In het beoogde plan worden in de souterrain 24 bergingen ten behoeve van de appartementen gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de regels uit het bouwbesluit.
Ten behoeve van bezoekers, wordt op het maaiveld een (overdekte) fietsenstalling gerealiseerd. Geconcludeerd kan worden dan binnen het plangebied voldoende fiets parkeervoorzieningen worden gerealiseerd.
4. VERANTWOORDING PARKEERBEHOEFTE (AUTO) In figuur 1 is de situeringstekening van de openbare ruimte weergeven. Om meer groen binnen het projectgebied te realiseren is afgesproken dat op eigenterrein 29 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Op basis van tabel 3, worden 2 parkeerplaatsen te weinig gerealiseerd.
Figuur 1. Inrichtingstekening (maaiveld)
3/6
Om het parkeerterrein te bereiken, moeten gebruiker door een slagboom. Ondanks dat bezoekers ook achter de slagboom morgen parkeren, kan deze slagboom voor een ‘barrière’ zorgen. Met als gevolg dat bezoekers (voor kort bezoek) elders in de omgeving gaan parkeren. Zoals is weergegeven in figuur 1, zijn twee parkeerplaatsen voor de slagboom gesitueerd. Deze parkeerplaatsen moeten ervoor zorgen dat (kort)bezoek, niet uitwijkt naar de parkeerplaatsen in de omgeving. Ook wordt middels een (verkeers)bord kenbaar gemaakt dat het parkeerterrein voor zowel bewoners en bezoekers van het complex te gebruiken is. 4.1
Autobezit specifieke doelgroep
Autobezit naar type huishouden: kleinere huishoudens lager autobezit Met het plan worden 14 appartementen gerealiseerd die vallen in de categorie goedkope en middelduur 1. Deze appartementen zijn bestemd voor bewoners met een kleine beurs. Dit betekend voor bewoners die huursubsidie nodig hebben om de goedkope appartementen te kunnen huren. Uit ervaring en diverse onderzoeken blijkt dat het autobezit van deze doelgroep lager is. Zie hiervoor bijvoorbeeld (https://www.mobiliteitsplatform.nl/artikel/veel-vrije-parkeerplaatsen-bij-socialehuurwoningen) en https://www.bpd.nl/media/1jhnansr/bpd-parkeernormen.pdf Dit wordt ook bevestigd door cijfers van het CBS. Om het autobezit voor verschillende typen huishouden te analyseren, is gebruikgemaakt gegevens van CBS/Statline. In het figuur 2 is een overzicht van het gemiddeld aantal auto’s per type huishouden weergegeven. Figuur 2 laat zien dat de huishoudenssamenstelling van grote invloed is op het gemiddelde autobezit.
Gemiddeld aantal auto's per type huishouden, (bron: CBS/Statline) Op basis van de woninggrootte zijn de te realiseren huurappartementen voornamelijk geschikt voor 1- tot 2-persoonshuishoudens. Gezinnen gaan zich doorgaans niet vestigen in kleine woningen. De te realiseren appartementen met één slaapkamer zijn derhalve geschikt voor één- en tweepersoonshuishoudens. Bij deze specifieke doelgroep is het gemiddelde autobezit 80% van het gemiddelde autobezit per huishouden (0,88 auto per huishouden ten opzichte van 1,1 auto per huishouden). Uitgaande van de doelgroep ‘één- en tweepersoonshuishoudens‘ van de appartementen met één slaapkamer, bedraagt de parkeervraag van bewoners 80% van de parkeervraag conform de gemeentelijke parkeernormen. In totaal gaat het om 7 appartementen.
4/6
4.2 Alternatieven voor autogebruik De beschikbaarheid van openbaar vervoer en goede fietsvoorzieningen zorgen voor een lager autobezit. De locatie heeft een zeer goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer. De locatie ligt op een loopafstand van circa 450 meter van de bushalte Zwolle, Dr. Hengeveldweg en 650 meter vanaf bushalte Kuyperhuislaan. Het treinstation van Zwolle ligt op 10 minuten fietsen van het projectgebied. Voor het gebruik van de fiets zijn goede fietsvoorzieningen noodzakelijk. Met de ontwikkeling worden zowel op het maaiveld als in de souterrain parkeervoorzieningen voor fietsen gerealiseerd. Op deze wijze sluit de ontwikkeling aan bij de gemeentelijke ‘Mobiliteitsvisie 2020 – 2030’. De gemeente Zwolle gaat het fietsen en wandelen aantrekkelijker maken. Daarmee blijft de stad voor alle vervoersmiddelen beter bereikbaar. Het openbaar vervoer en de fiets als concurrent voor de auto, zowel in reistijd als in de kwaliteit van het vervoer. Zowel bij de (her)inrichting van de buitenruimte als bij (nieuw) bouwprojecten ontwerpt de gemeente vanuit de voetganger en fietser. Hierbij wordt het STOP-principe gehanteerd: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer en Privé-vervoer. De ambitie van Zwolle is om innovatieve oplossingen in te zetten als bijdrage aan het oplossen van mobiliteitsvraagstukken.
De ontwikkelaar wil door middel van de te realiseren fietsenstallingen het fietsgebruik, en daarmee het gebruik van een duurzame mobiliteitsvorm, bij de ontwikkeling actief stimuleren. Kwalitatief hoogwaardige en makkelijk toegankelijke fietsenstallingen onderschrijven het effect van de verlaging van het autobezit door het aanbieden van het mobiliteitsconcept. 4.3
Parkeerbalans specifieke eigenschappen
Ervan uitgegaan dat 7 appartementen met één slaapkamer (of studio) enkel geschikt zijn voor ‘één- en tweepersoonshuishoudens‘. Resulterende in de berekening zoals opgenomen tabel 4.1. en 4.2. Uit tabel 4.1 blijkt dat de ontwikkeling maximaal 33 parkeerplaatsen noodzakelijk. Op basis van aanwezigheidspercentages (tabel 4.2) een maximale parkeerbehoefte van 29 parkeerplaatsen. Tabel 4.1 Parkeerbehoefte (maatwerk) Functie Beoogde situatie
Doelgroep
Huur, appartement, mid- Bewoners den/goedkoop Huur, appartement, 1 Bewoners slaapkamer Huur appartement duur Bewoners bezoekers
Totaal
5/6
Eenheid
Parkeernorm
parkeerbehoefte
15 stuks
1,1 per woning
16,5 parkeerplaatsen
7 stuks
0,9 per woning
6,3 parkeerplaatsen
2 stuks
1,5 per woning
3 parkeerplaatsen
24
0,3
7,2 parkeerplaatsen 33 parkeerplaatsen
Tabel 4.2 De parkeerbehoefte aan de hand aanwezigheidspercentages (maatwerk) Functie aanwezigheidspercentages Werkdagen parkeerbehoefte Ochtend Middag Avond Nacht
Zaterdag Middag Avond
Zondag Middag
Wonen bewoner Wonen bezoekers
25,8 7,2
Totaal (afgerond)
50% 10%
50% 20%
90% 80%
100% 0%
60% 60%
80% 100%
70% 70%
14
14
29
26
20
28
23
5. CONCLUSIE Op basis van deze notitie kunnen verschillende conclusies worden getrokken. • • •
•
6/6
Ten behoeve van de ontwikkeling worden 29 parkeerplaatsen gerealiseerd. Op basis van de gemeentelijke parkeernormering hebben de bewoners en bezoekers van de woningen parkeervraag van 31 parkeerplaatsen tijdens een werkdagnacht. Het autobezit van de doelgroep ‘één- en tweepersoonshuishoudens’ resulteert in een maatgevende parkeervraag van 29 parkeerplaatsen op een werkdagnacht. De realisatie van 29 parkeerplaatsen resulteert derhalve in een sluitende parkeerbalans. Op het maaiveld en in de sortering worden voldoenden parkeervoorzieningen voor fietsen gerealiseerd.
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Bijlage 2 Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.- beoordeling
75/313
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84
Gemeente Zwolle Project: 20200595
identificatie
planstatus
Auteur:
datum:
status:
J. Tromp
18-11-2022
definitief
Rho adviseurs voor leefruimte
Inhoud
1.
2.
3. 4.
Inleiding
4
1.1. 1.2. 1.3.
4 5 5
Aanleiding Wat houdt een vormvrije m.e.r.-beoordeling in? Leeswijzer
Kenmerken en plaats van het project
6
2.1. 2.2. 2.3.
6 7 8
Kenmerken van het project Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Plaats van het project
Kenmerken van de milieueffecten
10
3.1.
10
Milieu- omgevingsaspecten
Conclusie
Rho adviseurs voor leefruimte
15
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding Het pand aan de Dokter van Deenweg 84-92 in Zwolle is in onbruik geraakt. De nieuwe eigenaar wil het voormalige kantoorgebouw transformeren naar een woongebouw met in totaal 24 appartementen. Het beoogde gebruik is niet toegestaan in het huidige bestemmingsplan 'Ceintuurbaanzone'. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. De beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r, namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden. Om die reden is formeel een vormvrije m.e.r.beoordeling vereist. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegd gezag (college of raad) voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegd gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie.
Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het plan en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit plan. De betreffende planlocatie is weergegeven in het volgende figuur.
Luchtfoto met aanduiding projectgebied
1.2.
Wat houdt een vormvrije m.e.r.-beoordeling in?
De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als er sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: - de plaats van het project; - de kenmerken van het project; - de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan moet een m.e.r.beoordelingsbesluit worden genomen. De voorliggende notitie vormt de basis voor dit besluit. In geval van dit bestemmingsplan is de gemeente bevoegd gezag. Het college van burgemeester en wethouders neemt bij de vrijgave van het ontwerp bestemmingsplan een besluit over de noodzaak van een m.e.r.-procedure.
1.3.
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: beschrijft in hoofdstuk 2 de kenmerken en de plaats van het project; gaat in hoofdstuk 3 in op de kenmerken van de potentiële milieueffecten; geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van de informatie uit het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken.
2. Kenmerken en plaats van het project
2.1.
Kenmerken van het project
Algemeen Bij de kenmerken van een project wordt conform Bijlage III van de EU richtlijn in overweging genomen wat de omvang van het project is en in welke mate er sprake kan zijn van cumulatie met andere projecten. Ook wordt ingegaan op de mate van gebruik van natuurlijke hulpstoffen, de productie van afvalstoffen en de mate van verontreiniging en hinder als gevolg van het project. Tot slot wordt ingegaan op het risico van ongevallen. Fysieke kenmerken De voorziene ontwikkeling bestaat uit de transformatie van het bestaande kantoorgebouw naar een woongebouw met in totaal 24 appartementen van verschillende grootte en typologie. Bij de transformatie van het gebouw worden de gevels gewijzigd. De onderste drie bouwlagen van de kopgevels worden voorzien van groene gevels, net als het stijgpunt van de lift over de gehele hoogte van het gebouw. De bestaande bouwhoogte blijft na de transformatie gelijk. In de huidige situatie is op het dak van het gebouw een opbouw aanwezig ten behoeve van de liftschacht en techniek. De hoogte van deze opbouw zal bij de transformatie van het gebouw als hoogte van de gehele verdieping worden genomen. In deze 'nieuwe' woonlaag worden woningen met dakterras gerealiseerd. In het nieuwe dak zijn uitsparingen aanwezig op de plekken waar de dakterrassen zich bevinden. Op het dak van het nieuwe gebouw worden zonnepanelen aangebracht.
De ontsluiting vindt plaats via de bestaande situatie. Het projectgebied ligt aan de Dokter van Deenweg en wordt voor het verkeer ontsloten vanaf een lus vanaf de doorgaande weg. De lus is verkeersarm is bedoeld als ontsluiting voor de aangelegen percelen.
Impressie huidige situatie
Impressie beoogde ontwikkeling
Cumulatie Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt daarom geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid.
2.2.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de nieuwe omgeving zal plaatsvinden op een conventionele manier en geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een MER dient te worden uitgevoerd. Verontreiniging en hinder De ontwikkeling leidt in principe niet tot een risico op verontreiniging van het milieu. Op de effecten van de ontwikkeling wordt nader ingegaan in hoofdstuk 3. Verder is er geen sprake van een onaanvaardbare mate van hinder. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de milieu- en omgevingsaspecten in hoofdstuk 3. Risico van ongevallen De uitvoering van de plannen en het gebruik van de te realiseren woningen brengen geen verhoogd risico op ongevallen met zich mee. Er is geen sprake van het gebruik van gevaarlijke stoffen en technologieën. Risico’s voor de menselijke gezondheid Uit toetsing van de verschillende milieuthema’s op het gebied van leefomgevingskwaliteit en verkeer blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot een belangrijke toename van risico’s voor de menselijke gezondheid. Er wordt voldaan aan de normen voor geluid, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Energie en duurzaamheid Met de ontwikkeling is de ambitie om de duurzaamheidsconditie op het gebied van energievoorzieningen op te schroeven.
Met de beoogde ontwikkeling worden gevels van het gebouw gewijzigd. De onderste drie bouwlagen van de kopgevels worden voorzien van groene gevels. Ten behoeve van de gevelbeplanting wordt het hemelwater dat op het dak van het gebouw valt, opgevangen in de directe nabijheid van het gebouw. Aan de voorzijde van het gebouw aan de Dokter van Deenweg wordt alle bestaande verharding verwijderd en een gemeenschappelijke tuin aangelegd. Op het dak van het worden zonnepanelen aangebracht. Daarnaast wordt momenteel onderzocht welke mogelijkheden er zijn om warmtepompen toe te passen.
2.3.
Plaats van het project
2.2.1 Bestaand grondgebruik Het projectgebied ligt aan de oostzijde van de Ceintuurbaan in Zwolle. Het projectgebied maakt deel uit van de zogenaamde 'ceintuurbaanzone'. Deze ceintuurbaanzone is een gebied waar hoofdzakelijk kantoren, maatschappelijke voorzieningen en bedrijvigheid zijn gevestigd. De ruimtelijke opzet van dit gebied is ook als dusdanig ingericht; brede profielen met vijflaagse bebouwing op ruime percelen met parkeren op eigen terrein. Op onderstaand kaartbeeld is de ligging van het projectgebied in de stad Zwolle weergegeven.
Huidige situatie in het projectgebied
De huidige invulling van het project bestaat uit het kantoorgebouw, met aan de noord- en westzijde parkeerplaatsen op maaiveld. Het gebied is grotendeels verhard, met langs de randen enkele groenvakken. Het parkeerterrein wordt ontsloten vanaf de zuidzijde. Voor voetgangers is het gebouw tevens vanaf de Dokter van Deenweg bereikbaar. De hoofdentree van het gebouw is gesitueerd aan de Dokter van Deenweg. Het gebouw bestaat in totaal uit vijf bebouwingslagen; een souterrain met daarboven vier lagen en een plat dak. Regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft opzichzelf geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Opnamevermogen natuurlijk milieu De ontwikkeling vindt niet plaats in een gevoelig gebied. De dichtstbijzijnde gevoelige gebieden (zoals genoemd in de EU richtlijn) zijn Natura 2000 gebieden, die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Het projectgebied ligt op circa 1,5 km afstand van het Natura 2000-gebied. Tot het dichtstbijzijnde NNN-gebied bedraagt de afstand ook 1,5 km. In de nabijheid liggen geen andere gevoelige gebieden zoals genoemd in de EU richtlijn (wetlands, kustgebieden, bosgebieden, natuurparken, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingdichtheid, landschappelijk van historisch cultureel of archeologische gebieden van belang).
Ligging projectgebied ten opzicht van Natura 2000-gebieden en NNN
9
3. Kenmerken van de milieueffecten
Algemeen In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van het project beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de nieuw aangevraagde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief de effecten van ontwikkelingen in de omgeving waarvan de realisatie zeker is (autonome ontwikkelingen). In de directe omgeving van het gebied zijn geen ontwikkelingen voorzien die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is gebaseerd op de informatie zoals opgenomen in de toelichting bij het bestemmingsplan en de onderliggende onderzoeken. Conform de EU richtlijn wordt in ieder geval ingegaan op het bereik van het effect, waaronder het grensoverschrijdende karakter daarvan. De waarschijnlijkheid van het effect en de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Om hier inzicht in te geven worden eerst de milieu- en omgevingsaspecten behandeld.
3.1.
Milieu- omgevingsaspecten
3.1.1 Verkeer De ontsluiting voor het autoverkeer wijzigt minimaal. De bestaande inrit gebruikt ten behoeve van een het parkeerterrein. Doordat deze inrit is gelegen aan een verkeersarme los, heeft dit geen negatieve effecten op de verkeersontsluiting van deze weg. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van 24 woningen bedraagt volgens de kencijfers van het CROW (publicatie 381) 161 motorvoertuigen per etmaal (6,7 per etmaal/ per woning). In de huidige situatie is een kantoorgebouw van 448 m2bvo aanwezig. Deze functie kent een verkeersaantrekkende werking van 0,47 per 100 m2bvo. De huidige situatie heeft een verkeersgeneratie van 22 motorvoertuigen per etmaal. Met de beoogde ontwikkeling ontstaat dus een toename van 139 motorvoertuigen per etmaal. De huidige infrastructuur is goed en kan een dergelijke toename verwerken. Belangrijke nadelige gevolgen zijn daarmee uitgesloten. Binnen het projectgebied worden 29 parkeerplaatsen gerealiseerd. Het parkeren voor de volledige ontwikkeling kan op eigen terrein plaatsvinden. Hiermee zijn belangrijke nadelige milieugevolgen uitgesloten.
3.1.2
Wegverkeerslawaai
Ter onderbouwing van het bestemmingsplan, is een onderzoek naar de geluidbelasting door het wegverkeerslawaai uitgevoerd door Rho Adviseurs. Het onderzoeksrapport is als bijlage 3 bij het bestemmingsplan gevoegd. In dit onderzoek is nagegaan wat de geluidbelasting zal zijn na het realiseren van de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Uit het akoestische onderzoek blijkt dat voor een aantal woningen door de gemeente een besluit hogere grenswaarde genomen moet worden. Hiervoor wordt de hogere grenswaarde procedure doorlopen. Tevens is voor de beoogde ontwikkeling een onderzoek naar geluidwering van de gevel uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 4 van het bestemmingsplan. In dit onderzoek is de geluidsbelasting per appartement doorgerekend zodat inzichtelijk wordt dat er voldoen wordt aan de gewenste voorwaarden t.a.v. geluid en het Bouwbesluit. Op basis van deze maatregelen wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de woningen gerealiseerd. 3.1.4
Luchtkwaliteit
De toevoeging van 24 woningen valt ruim onder de grenswaarden en draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool. Uit de gegevens voor 2019 blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2020; gemiddeld 17.3 µg/m³ voor NO2, 17.0 µg/m³ voor PM10 en 9,3 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen. Hieruit blijkt dat ter plaatse van de maatgevende weg (Ceintuurbaan en Dokter Spanjaardweg) ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn daarmee uitgesloten. 3.1.5 Externe veiligheid Uit de risicokaart blijkt in de directe omgeving van het projectgebied geen risicobronnen/inrichtingen aanwezig zijn. Er vindt bovendien geen transport van gevaarlijke stoffen plaats over nabij gelegen wegen.
Buisleidingen liggen op voldoende afstand. De locatie ligt ook niet binnen het invloedsgebied voor transport van gevaarlijke stoffen over spoorwegen. Het invloedsgebied van deze route ligt voor het plaatsgebonden risico op 1 meter. Voor het groepsrisico 10-8, geldt een zone van 142 meter. Het projectgebied ligt op circa 900 meter afstand en valt dus niet in het invloedsgebied van deze transportroute. Over rijksweg A28 vindt ook transport van gevaarlijke stoffen plaatst. Voor deze route geldt voor het plaatsgebonden risico een zone van 13 meter. Voor het groepsrisico geldt een invloedsgebied van 0 meter. Wel dient rekening gehouden te worden met plasbranden. Het projectgebied ligt op circa 1900 meter ten opzichte van de A28. Het projectgebied ligt daarmee op ruime afstand en buiten de risicocontouren. Verder komen er in de omgeving van het projectgebied geen risicovolle bronnen voor.