1 Bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92_totaal
Tekst van het document
Alle woningen bestaan hier uit appartementen, grotendeels voor verhuur, gecombineerd met voorzieningen of werken in de plint. Het gaat om woningen in verschillende financieringscategorieën met een totaalverdeling van 30% goedkoop/sociaal, 40% middelduur en 30% duur. In de zone kunnen 450 à 600 woningen worden gebouwd. Toevoegen van een strategisch geplaatst hoogteaccent aan de Dokter Spanjaardweg en het hart (van ongeveer 10 bouwlagen ten opzichte van maximaal 5 in de rest van de zone; overeenkomstig geldend beleid). Zoals beschreven is de locatie in de gebiedsvisie aangewezen als ontwikkelveld Wonen. Met dit plan wordt een bestaand kantoorgebouw getransformeerd in een woongebouw ten behoeve van 24 appartementen. In paragraaf 3.1 wordt de ontwikkeling verder beschreven. Het plan past binnen de hoofdlijnen en ambities van de visie. 2.5.2.4 Archeologisch en cultuurhistorisch beleid Archeologisch beleid
27/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid van de gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's).
Cultuurhistorisch beleid In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Het Zwolse beleid, zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000), is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimten en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (Rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen.
Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar wordt gebracht.
Conclusie Het plan is in overeenstemming met het archeologische en cultuurhistorisch beleid. In paragraaf 3.2 wordt hier nader op ingegaan. 2.5.2.5 Verkeersbeleid Mobiliteitsvisie Het op dit moment vigerende Zwolse mobiliteitsbeleid vloeit voort uit het Rijks- en provinciaal beleid en is verwoord in de Mobiliteitsvisie. De Mobiliteitsvisie is door de gemeenteraad vastgesteld op 16 december 2019. In de mobiliteitsvisie komt naar voren dat de verdere groei van de mobiliteit niet zonder meer opgevangen wordt door de mobiliteitsvraag te faciliteren met nieuwe infrastructuur. En dat de ambitie is voornamelijk te investeren in een bereikbaar en toegankelijk Zwolle, waarbij mobiliteit gaat bijdragen aan andere Zwolse doelstellingen. Van economische groei tot de woningbouwopgave; van klimaat neutrale gemeente tot gezonde en vitale wijken. De ambitie is dat we ervoor zorgen dat Zwolle ook in de toekomst goed bereikbaar is door fietsen, lopen en reizen met het openbaar vervoer te stimuleren én door het autogebruik beter te spreiden. Alleen met al
28/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
deze maatregelen kunnen we de knelpunten in het Zwolse verkeer voldoende wegnemen om de verwachte groei van verkeersdeelnemers op te vangen en Zwolle bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Zwolle heeft een gunstige positie qua ontwikkeling. In de na te streven doelen op het gebied van duurzaamheid, milieu, bereikbaarheid, economische groei, leefbaarheid en dergelijke is het daarom noodzakelijk om prioriteiten te stellen. Zwolle wil de kwaliteiten als bereikbare en gezonde stad vasthouden door, naast de noodzakelijke uitbreiding van de infrastructuur, de samenleving te mobiliseren om de groeiende vraag naar mobiliteit om te buigen in een duurzame richting.
Conclusie Het plan is in overeenstemming met het verkeersbeleid, in paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan. 2.5.2.6 Groenbeleid Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 1998, geeft aan dat de hoofdgroenstructuur stevig genoeg moet zijn om duurzaam in stand te worden gehouden. Het groen zal meerdere functies vervullen, zal natuurwaarden in zich bergen en duidelijk herkenbaar zijn in de stad.
Bomenverordening en Groene Kaart Voor de bomen geldt de in 2021 vastgestelde Bomenverordening. De Groene Kaart met beschermde houtopstanden is beslissend voor de vraag wat wel en niet beschermd is en daarmee wat wel en niet omgevingsvergunningplichtig is. Wat ingekleurd op deze kaart staat, is beschermd (Bijzondere houtopstand, Hoofdgroenstructuur, Nevengroenstructuur). Voor bijzondere houtopstanden geldt een 'Nee, tenzij-principe' en wordt in beginsel geen kapvergunning afgegeven. Voor alle bomen en houtopstanden binnen de hoofdgroenstructuur wordt enkel bij zwaarwegende redeneren een omgevingsvergunning kap afgegeven. Voor de nevengroenstructuur geldt een basisbescherming en wordt enkel bij goede redenen een vergunning afgegeven. In beginsel wordt altijd een herplantplicht of verplantingsplicht of financiële herplant opgelegd. Bij hoge uitzondering kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als er al ruim voldoende bomen aanwezig zijn en niet eenvoudig ter plaatse of in de nabijheid herplant kan worden. Wat niet ingekleurd op deze kaart staat, wit (blanco) gebied, behoeft in beginsel geen gemeentelijke vergunning voor kappen, maar kan eventueel wel onder andere regels vallen, zoals eigendomsrecht, burenrecht of natuurbeschermingsregels.
Conclusie Het plan is in overeenstemming met het groenbeleid. 2.5.2.7 Waterbeleid Europees en nationaal beleid Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. Dat zijn heel in het kort de belangrijkste doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Waterbeheer 21e eeuw (WB21), die voortaan samengaan via het Nationaal Bestuursakkoord Water. Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan normen voor bepaalde chemische stoffen (waaronder de zogeheten prioritaire (gevaarlijke) stoffen). Worden die normen gehaald, dan spreken we van 'een goede chemische toestand'. Daarnaast moet het oppervlaktewater goed zijn voor een gevarieerde
29/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
planten- en dierenwereld. Is dat het geval, dan heet dat 'een goede ecologische toestand'. Hieronder valt ook een groot aantal andere chemische stoffen dan de hierboven al genoemde prioritaire (gevaarlijke) stoffen. Voor het grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Daarnaast moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen bijvoorbeeld natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand (goede kwantitatieve toestand). In de geldende Europese richtlijnen en de EU richtlijn Prioritaire Stoffen staat precies omschreven wat een goede chemische toestand voor oppervlaktewater is. De ecologische doelstellingen stellen de lidstaten onderling vast in zogeheten (internationale) stroomgebiedbeheerplannen. Voor verschillende typen wateren gelden verschillende ecologische doelstellingen. In een plas leven bijvoorbeeld andere planten- en dierensoorten dan in kustwater. Daarom verschillen de ecologische doelen per watertype. De chemische normen zijn bij ieder water ongeveer hetzelfde, met uitzondering van de nutriënten. Daarvoor geldt weer wel een benadering die per watertype kan verschillen. Van 2010 tot 2015 is de eerste tranche uitgevoerd. De derde tranche maatregelen loopt van 2016 tot 2027.
Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering centraal. Er wordt uitgegaan van het geheel van relaties tussen waterkwaliteit, waterkwantiteit, oppervlaktewater, grondwater, watergebruikers en grondgebruikers. Hierbij wordt het kader geschept voor het Nederlandse waterbeheer in de komende decennia. Per 1 januari 2017 is de Waterwet gewijzigd. De beoordeling van de veiligheid van primaire waterkeringen wordt nu gebaseerd op de overstromingskans. In 2050 moeten de waterkeringen voldoen aan de normen die per 1 januari 2017 van kracht zijn.
Waterbeheer 21e eeuw WB21 anticipeert op toekomstige ontwikkelingen zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze ontwikkelingen stellen strengere eisen aan het waterbeheer. In WB21 wordt uitgegaan van twee principes (tritsen) voor duurzame waterkwantiteit- en duurzaam waterkwaliteitsbeheer: vasthouden, bergen en vertraagd afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Bij 'vasthouden, bergen en afvoeren' wordt regenwater zoveel als mogelijk bovenstrooms vastgehouden in de bodem en het oppervlaktewater. Wanneer er toch een wateroverschot ontstaat wordt het water eerst tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en dan pas afgevoerd. Bij 'schoonhouden, scheiden en zuiveren' gaat het om een voorkeursvolgorde waarbij de voorkeur uitgaat naar het voorkomen van verontreiniging (schoonhouden). Als toch verontreiniging ontstaat, moeten schoon en vuil water zoveel mogelijk worden gescheiden. Ten slotte wordt het verontreinigde water zo goed mogelijk gezuiverd.
Deltawet Het doel van de Deltawet, aangenomen op 28 juni 2011, is ons land nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en de zoetwatervoorziening op orde houden. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. Hevigere weersomstandigheden, zoals meer regen en periodes van droogte, zijn zaken om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma is er om de huidige veiligheid op orde te krijgen en ervoor te zorgen dat ons land is voorbereid op de toekomst. En om daarbij de juiste maatregelen te nemen voor een veilig en aantrekkelijk Nederland met voldoende zoetwater. In het Deltaprogramma werken het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen samen met maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en kennisinstituten. Dit gebeurt onder regie van de Deltacommissaris. Naast de lopende programma's, zoals Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, Zwakke Schakels Kust en HWBP, staan in het Deltaprogramma vijf deltabeslissingen centraal. Deze beslissingen gaan over de
30/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
normen van onze belangrijkste dijken en andere waterkeringen en de strategieën voor onze waterveiligheid, over de beschikbaarheid en verdeling van zoetwater, over het peil van het IJsselmeer, over de manier waarop gebieden veilig kunnen blijven zonder aan economische waarde in te boeten en over hoe bij het bouwen van buurten en wijken rekening kan worden gehouden met water. Jaarlijks wordt een update van de het Deltaprogramma in de Tweede Kamer besproken.
Provinciaal beleid Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening worden jaarlijks geactualiseed. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer.
Waterschapsbeleid Het algemene beleid van waterschap Drents Overijsselse Delta is verwoord in het Waterbeheerprogramma 2022-2027, de beleidsnota Leven met Water in Stedelijk Gebied, de Strategische Nota Rioleringsbeleid 2007, de Visie Beheer en Onderhoud 2050 en het Beleidskader Recreatief Medegebruik. Het beleid van het waterschap sluit nauw aan bij de uitgangspunten van WB21. In 2013 is de beleidsnota 'Water raakt!' door het Algemeen Bestuur vastgesteld en in 2021 geactualiseerd . Deze nota beschrijft de voor het waterschap gewenste situatie in bestaand en nieuw stedelijk gebied. Om deze situatie te bereiken, heeft het waterschap in 2015 het beheer en onderhoud van veel wateren overgenomen van de gemeente Zwolle. Op watergangen van waterschap Drents Overijsselse Delta is de Keur van toepassing. In de Keur is aangegeven wat wel en niet mag bij watergangen, waterkeringen en kernzones. Bijvoorbeeld regels voor bouwwerken op of langs watergangen. De genoemde beleidsdocumenten liggen ter inzage op het hoofdkantoor van waterschap Drents Overijsselse Delta. Ook zijn deze te raadplegen op de website: www.wdodelta.nl.
Gemeentelijk beleid De gemeente Zwolle heeft in de Wateragenda (2015) uitgangspunten vastgelegd om vorm te geven aan de opgaven rondom water en (aanpassen aan het) klimaat. De gemeente Zwolle heeft haar beleid ten aanzien van hemelwaterinfiltratie vastgelegd in de gemeentelijke bouwverordening. Verder zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 ontwerprichtlijnen en beleidskeuzes beschreven waaraan voldaan moet worden.
Conclusie Het plan is in overeenstemming met het waterbeleid, in paragraaf 3.5 wordt hier nader op ingegaan. 2.5.2.8 Milieubeleid 2.5.2.8.1 Algemeen beleid Zwolle beschouwt milieu in de omgevingsvisie als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Milieuruimte is niet fysiek zichtbaar maar van groot belang om de bewoners, werkers en bezoekers van Zwolle te beschermen tegen de nadelige effecten van een groeiende en verdere verstedelijking van de stad van bijvoorbeeld de nadelige effecten op de gezondheid van werklocaties, infrastructuur en energiewinning. Aan de andere kant hebben bijvoorbeeld werklocaties, maar ook energiewinning, voldoende milieuruimte nodig om optimaal te kunnen functioneren en zich te kunnen ontwikkelen. Het betekent overigens niet dat ontwikkelingen of gebruik door kwetsbare functies binnen de zones uitgesloten worden, er dient wel rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de milieuruimte (en de bijbehorende belangen).
31/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
De volgende milieuaspecten kennen milieuzones: geluid, trillingen, externe veiligheid, luchtkwaliteit, bodem, ondergrond en ten slotte geur. Op diverse thema's is separaat beleid geformuleerd in Zwolle. Het beleid voor de aspecten die relevant zijn voor het plangebied wordt hierna beschreven. 2.5.2.8.2 Geluid In de milieuvisie 'Milieu op scherp' wordt de ambitie voor geluid als volgt omschreven. Zwolle is een dynamische stad met geluidsniveaus die passen binnen de wettelijke grenswaarden. Er zijn alleen geluiden die passen bij de functie van een gebied. Een belangrijke doelstelling is het verminderen van geluidshinder in bestaande woningen en voorkomen van geluidshinder bij renovatie en nieuwbouw. Een belangrijke maatregel om deze doelstelling te bereiken, is het toepassen van stillere wegdeksoorten. Een andere maatregel is het meenemen van de geluidsdoelstellingen bij de ruimtelijke planontwikkeling. In de door de gemeenteraad vastgestelde 'Handreiking gebiedsgericht werken aan milieu gemeente Zwolle' (juli 2007) en in de beleidsregel 'Hogere waarden Wet geluidhinder' (9 februari 2007) worden de ambities en de grenswaarden (dit is de maximale waarde waarvoor nog hogere grenswaarden worden vastgesteld) per gebiedstype genoemd.
Is de geluidsbelasting lager dan de grenswaarde uit het Gebiedsgericht Milieubeleid, dan kan na een eenvoudige administratieve toets de hogere waarde worden vastgesteld. Is de geluidsbelasting hoger dan de grenswaarde uit het Gebiedsgericht Milieubeleid, maar onder het wettelijke maximum, dan is een meer diepgaande beoordeling noodzakelijk. Bij de beoordeling komt het onderzoeken van varianten nadrukkelijk aan bod en wordt gekeken naar mogelijkheden van bijvoorbeeld een geluidsluwe gevel, aangepaste indeling van de woning (hoofdslaapkamer aan de geluidsluwe gevel), een balkon of tuin aan de geluidsluwe zijde van de woning, indien het balkon aan de voorzijde is gesitueerd wordt gekeken naar mogelijkheden om deze afsluitbaar te maken, waardoor akoestische compensatie wordt verkregen. Het plangebied van de Ceintuurbaanzone behoort grotendeels tot het gebiedstype 'Kantoren en voorzieningen'. Voor het gebied ten zuidoosten van de Ceintuurbaan, ook wel Wipstrikpark genoemd, is het gebiedstype 'Groenstedelijk' van toepassing, aan de andere zijde (westelijke richting) van de Ceintuurbaan is gebiedstype stedelijk/gemengd gebied van toepassing. De omgeving heeft verschillende gebiedstypen. Daarom is er voor deze locatie uitgegaan van de grenswaarden die horen bij gebiedstype 'Gemend gebied'. Per gebiedstype staan hieronder de grenswaarden vermeldt.
gebiedstype
wegverkeer
railverkeer
industrie
kantoren en voorzieningen
63 dB
68 dB
55 dB(A)
groenstedelijk
53 dB
63 dB
55 dB(A)
gemengd gebied
63 dB
68 dB
55 dB(A)
Voor de Ceintuurbaanzone gelden derhalve op basis van gemeentelijk beleid dezelfde maximale grenswaarden als volgens de Wet geluidhinder. Op 2 april 2007 is door de gemeente Zwolle de Beleidsregel Hogere waarden Wet geluidhinder vastgesteld. In dit beleid wordt aangesloten bij het Gebiedsgericht Milieubeleid van de gemeente. Voor het aspect geluid houdt dit in dat de maximale ontheffingswaarde die door de gemeente Zwolle wordt verleend, afhankelijk is van de gebiedstypering volgens onderstaande tabel.
32/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Ten aanzien van wegverkeerslawaai wordt door de gemeente Zwolle alleen ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verleend.
Voor nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom, die: 1. door de gekozen situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen of voor andere geluidsgevoelige objecten; of 2. ter plaatse noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; of 3. door de gekozen situering een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; of 4. ter plaatse gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing. Ingeval van overschrijding van de grenswaarden uit het Gebiedsgericht Milieubeleid is het onderstaande van toepassing. Een milieuplanologische beoordeling is in ieder geval bij een aanvraag bijgevoegd als de grenswaarden uit het Gebiedsgerichte Milieubeleid worden overschreden. Er wordt getoetst of voldaan wordt aan de normen van de Wet geluidhinder. Bij de beoordeling komt het onderzoek van varianten nadrukkelijk aan bod en wordt gekeken naar mogelijkheden van een geluidsluwe gevel, aangepaste indeling van de woning (hoofdslaapkamer aan de geluidsluwe gevel), een balkon of tuin aan de geluidsluwe zijde van de woning, indien het balkon aan de voorzijde is gesitueerd wordt gekeken naar mogelijkheden om deze afsluitbaar te maken, waardoor akoestische compensatie wordt verkregen. Bezien wordt waarom in deze specifieke situatie niet voldaan kan worden aan het gebiedsgericht milieubeleid.
Daarnaast kunnen niet akoestische factoren compensatie bieden, zoals veel groen in de omgeving, een speelplaats en een parkje. In het gemeentelijke beleid, in gemengd gebied, is een ambitiewaarde van 48 dB en een basiskwaliteit van 58 dB voor wegverkeerslawaai. In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is de eventuele hogere grenswaarde maximaal 63 dB wegverkeerslawaai. In paragraaf 3.7.3 wordt het aspect geluid verder beschreven. 2.5.2.8.3 Luchtkwaliteit In het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit wordt de luchtkwaliteit langs alle wegen in Zwolle jaarlijks gemonitord. Hieruit blijkt dat de kwaliteit gestaag verbetert. Om de kwaliteitsverbetering voort te zetten zijn in het luchtkwaliteitsplan van gemeente Zwolle de volgende doelen geformuleerd: voldoen aan wet- en regelgeving; knelpunten in de toekomst voorkomen, wat betekent dat de luchtkwaliteit in het planvormingsproces van ruimtelijke plannen en verkeersplannen wordt meegenomen; beleid ten aanzien van luchtkwaliteit inbedden in bestaand gemeentelijk beleid voor verkeer en vervoer, ruimtelijke ordening en vergunningen en handhaving. 2.5.2.8.4 Stikstof De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of plannen conflicteren met beschermde natuurwaarden. Emissies van stikstof kunnen over grotere afstand tot negatieve effecten leiden op natuur.
Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stil gestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden.
33/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
De vervallen Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Op 2 november 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over de bouwvrijstelling in relatie met stikstofdepositie die per 1 juli 2022 via de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) in werking is getreden. De Wsn en de Bsn regelden een vrijstelling voor de vergunningsplicht van artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Met de uitspraak van 2 november 2022 komt deze bouwvrijstelling (de zgn. aanlegfase) te vervallen. Voor ruimtelijke plannen en projecten dient daarom de aanleg- en exploitatiefase meegenomen te worden om te bepalen of er een stikstofdepositie is. Dat betekent dat voor onderhavig bestemmingsplan door middel van een AERIUS-berekening de stikstofemissie en -depositie van de aanlegen exploitatiefase dient te worden bepaald. 2.5.2.8.5 Externe veiligheid De beleidsvisie externe veiligheid is op 6 maart 2007 vastgesteld door de gemeenteraad en geactualiseerd in 2013. De gemeente streeft ernaar voor haar gehele grondgebied te voldoen aan de basisveiligheid.
Dit betekent dat: overal voldaan wordt aan de normen voor plaatsgebonden risico; een gebiedsgerichte invulling wordt gegeven aan groepsrisicobeleid met een gebiedsgericht kader externe veiligheid; veiligheidsdoelstellingen passend bij de typering van het gebied worden ontwikkeld; zoveel mogelijk geanticipeerd wordt op de landelijke beleidsontwikkeling die een ongunstige invloed kunnen hebben op de veiligheidssituatie in Zwolle met als doel het bewaken van een optimaal veiligheidsniveau. Op 20 januari 2009 heeft het college van B&W het gebiedsgericht beleidskader externe veiligheid vastgesteld. Het gaat om een ruimtelijke uitwerking van het externe veiligheidsbeleid dat aansluit op het gebiedsgerichte milieubeleid. Op basis van kenmerken (fysieke omgeving, hulpverleningsniveau en zelfredzaamheid) die bij een bepaald gebiedstype horen, is een beleidsstandpunt bepaald ten aanzien van een mogelijke toename van het groepsrisico. Tevens is op basis van dezelfde kenmerken van een gebiedstype bepaald of er plaats is voor nieuwe risicobronnen. Een afwijkend gebiedstype vormen de stroomzones. Stroomzones zijn gebieden rondom infrastructuur (spoorlijnen, wegen en waterwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor stroomzones is een apart beleidskader geformuleerd. Het plangebied behoort tot het gebiedstype 'Kantoor en voorzieningen'.
Dit gebiedstype is overwegend monofunctioneel maar er is ook menging van functies mogelijk. De gebieden zijn compact en kennen een hoge personendichtheid (werknemers en bezoekers). De ontsluitingsstructuur is berekend op grote vervoersstromen. Parkeren vindt zoveel mogelijk geconcentreerd plaats.
Aandachtspunten Vanwege de dreigende overbelasting van de infrastructuur door hulpverleningsdiensten enerzijds en vluchtende mensen anderzijds ingeval van calamiteiten is het van belang om te zorgen voor: een optimalisatie van de zelfredzaamheid door de organisatiegraad op object -en gebiedsniveau te verhogen en te zorgen voor een goede alarmering; voldoende capaciteit infrastructuur in combinatie met verkeersmanagement/organisatie verkeersstromen ten tijde van calamiteit; voldoende en toegankelijke vluchtroutes (eventuele barrières opheffen). Naast het gebiedstype is in de beleidsvisie externe veiligheid ook het afwegingskader Stroomzone opgenomen. Het risiconiveau in de stroomzone wordt bepaald door het transport van gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor. Het plangebied ligt buiten het gebiedstype stroomzone. In paragraaf 3.7.6 wordt nader ingegaan op het aspect externe veiligheid.
34/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
2.5.2.8.6 Bodem Het bodembeleidsplan (2021) kent in overeenstemming met het gemeentelijk milieubeleid een gebiedsgerichte benadering. In het plan wordt onderscheid gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond.
Bovengrond Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. In dat kader heeft de gemeente Zwolle een bodemfunctieklassenkaart vastgesteld, waarop voor de hele gemeente wordt aangegeven welke functie de bodem heeft of welke functie in de toekomst wordt nagestreefd. De functieklassenindeling is gebaseerd op het gebiedsgericht milieubeleid van de gemeente. De volgende functies worden onderscheiden: wonen, industrie, water, buitendijks gebied, landbouw/natuur en hoofdwegen. Het plangebied valt binnen het gebied met de kwaliteitsklasse 'industrie' vanwege de oud-stedelijke verontreiniging van de bovengrond. Volgens het gemeentelijke Bodembeleidsplan mag de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs worden gebruikt bij het ontwikkelen van een locatie. Een onderzoek is dan niet nodig. Eventueel vrijkomende grond mag volgens het bodembeleid binnen de gemeente worden hergebruikt met de bodemkwaliteitskaart als kwaliteitsbewijs. Voorwaarde hiervoor is dat de bodem niet verdacht is van verontreiniging op basis van het huidige of historische gebruik, en er geen (al dan niet gesaneerd) geval van bodemverontreiniging bekend is. Indien er aanwijzingen zijn dat de bodemkwaliteit niet geschikt is voor de functie, kan een bodemonderzoek nodig zijn om te bepalen of de locatie gesaneerd dient te worden.
In principe worden verontreinigingen in de bovengrond functiegericht gesaneerd.
Ondergrond In juni 2007 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de Visie op de Ondergrond en besloten de volgende vijf basisprincipes vast te stellen en te gaan toepassen in projecten: 1. werken met ondergrondse bestemmingen/functies; 2. structureel en georganiseerd gebruikmaken van WKO (warmte-/koudeopslag) en WKO koppelen aan grondwatersanering en waterwinning en peilbeheer; 3. bodemsanering gebiedsgericht benaderen; 4. natuur, recreatie, agrarische activiteiten, waterwinning en bescherming van kwalitatief hoogwaardig grondwater met elkaar te combineren in één gebied; 5. structureel en georganiseerd afstemmen van vraag en aanbod van (grond)water, koude en warmte. Deze vijf basisprincipes vormen ook het vertrekpunt voor de beleidsmatige invulling voor het omgaan met de ondergrond. Het bodembeleidsplan levert een bijdrage aan de implementatie van de basisprincipes door: het kader te geven voor gebiedsgerichte benadering van de bodemsanering; de doelstelling voor sanering te koppelen aan de beoogde functies in de ondergrond; de mogelijkheid te creëren om de aanpak van bodemverontreiniging integraal af te wegen tegen en af te stemmen met koude-warmte opslag, peilbeheer en/of grondwaterwinning. Verordening bodembescherming Zwolle 2019 In mei 2019 heeft de gemeenteraad van Zwolle ingestemd met de verordening bodembescherming 2019.
Met deze verordeningen zijn vier punten vastgesteld: 1. bestaande en toekomstige functies van de bodem en ondergrond voor het grondgebied van Zwolle zoveel mogelijk te beschermen; 2. met dit doel voor het Zwolse grondgebied een boringsvrije zone in te stellen vanaf 90 m minus maaiveld voor de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen; 3. de boringsvrije zone van 90 m op te nemen in de Verordening bodemsanering Zwolle en deze
35/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
verordening te actualiseren; 4. de verordening bodembescherming Zwolle 2019 vast te stellen onder intrekking van de Verordening bodemsanering Zwolle 2007. 2.5.2.8.7 Duurzaamheid (KEC: klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit) De gemeente Zwolle heeft in 2011 een visie op duurzaamheid aangenomen, waarin een omschrijving van het begrip duurzaamheid wordt gegeven: voor Zwolle betekent duurzaamheid een langdurige balans tussen people, planet en profit. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten voor beleids- en gebiedsontwikkelingen. Duurzaamheid als leidend principe; beslissingen worden genomen op basis van duurzaamheid. Duurzaamheid is van en voor de stad; niet opgelegd maar gedragen door de stad, omdat het de stad dient. Benutting van lokale bronnen. Transitie en innovatie: deze zijn nodig voor het realiseren van de voorgaande principes. Klimaatadaptatie, energietransitie en circulariteit zijn belangrijke pijlers in het coalitieakkoord en in de Zwolse omgevingsvisie. Het college heeft genoemde thema's benoemd als speerpunten voor de toekomstige stad Zwolle waarin het prettig wonen, werken en recreëren is. Zwolle wil koploper zijn in het praktisch maken van het energieakkoord en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en ziet klimaatadaptatie en energietransitie als kans om te innoveren en als verdienmodel.
Klimaatadaptatie (aanpassing) gaat over het verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering (zowel fysiek als mentaal = acceptatie) en het profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Belangrijk is om schade door (weers)extremen te voorkomen en de woon-werkomgeving zodanig in te richten dat mensen zo min mogelijk last hebben van extreme weersomstandigheden. Kenmerken van een veranderd klimaat zijn bijvoorbeeld extreme regenbuien en langdurige hitte. Voorbeelden van uitwerking zijn een groene inrichting/gevel, waterdoorlatende verharding, beperkte zoninval in de zomer, maar ook een regenafvoer met een noodoverlaat zodat er bij een hoosbui geen regenwater het gebouw instroomt. Rekening houden met een veranderd klimaat levert tevens wooncomfort op. Denk bijvoorbeeld aan slapen of werken in (te) warme ruimten wat onprettig is en bij langdurig aanhoudende hitte zelfs negatieve effecten heeft op de gezondheid. Door bij het ontwerp hier rekening mee te houden, kunnen gebouwen en openbare ruimten robuust, gezond en comfortabel worden ingericht én voorbereid zijn op extremen. Ten aanzien van water is het beleid verder uitgewerkt in paragraaf 2.5.2.7 Waterbeleid. Wat betreft energie, heeft de gemeenteraad op 17 juli 2017 haar ambities ten aanzien van de energietransitie vastgelegd.
Zwolle wil uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn en heeft eveneens voor 2025 tussendoelen vastgelegd. In 2025 wil Zwolle de hoeveelheid CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 gereduceerd hebben met 25% en wordt 25% van de totale energievraag op duurzame wijze opgewekt. Tevens is Zwolle voornemens deze energietransitie in te zetten als katalysator voor economische en sociale meerwaarde. Om deze doelstelling te bereiken, zal gestreefd moeten worden naar energie neutrale nieuwbouw, waarbij geen gebruik meer wordt gemaakt van fossiele brandstoffen, zoals aardgas voor ruimteverwarming. In 2010 heeft het college van B&W al besloten om in Stadshagen II geen gasinfrastructuur meer aan te leggen. Inmiddels is dit vanuit de landelijke overheid nu ook de standaard geworden bij de nieuwbouw van woningen. 2.5.2.8.8 Conclusie milieubeleid Het plan is in overeenstemming met het milieubeleid. In hoofdstuk 3 wordt de herziening getoetst aan de verschillende milieu aspecten.
36/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt de bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied omschreven. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij het maken van dit bestemmingsplan.
3.1
Stedenbouw
3.1.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de oostzijde van de Ceintuurbaan in Zwolle. Het plangebied maakt deel uit van de zogenaamde 'ceintuurbaanzone'. Deze ceintuurbaanzone is een gebied waar hoofdzakelijk kantoren, maatschappelijke voorzieningen en bedrijvigheid zijn gevestigd. De ruimtelijke opzet van dit gebied is ook als dusdanig ingericht; brede profielen met vijflaagse bebouwing op ruime percelen met parkeren op eigen terrein. Op volgend kaartbeeld is de ligging van het plangebied in de stad Zwolle weergegeven.
Op de volgende luchtfoto is het plangebied aangegeven door middel van een zwarte stippellijn. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Zwolle, sectie B, nummer 6383. Het perceel is circa 1.700 m² groot.
37/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
De huidige invulling van het plangebied bestaat uit het kantoorgebouw, met rondom het gebouw aan de noord-, oost- en westzijde parkeerplaatsen op maaiveld. Het gebied is grotendeels verhard, met langs de randen enkele groenvakken. Het parkeerterrein wordt ontsloten vanaf de zuidzijde. Voor voetgangers is het gebouw tevens vanaf de Dokter van Deenweg bereikbaar. De hoofdentree van het gebouw is gesitueerd aan de Dokter van Deenweg. Het gebouw bestaat in totaal uit vijf bebouwingslagen; een souterrain met daarboven vier lagen met een plat dak. Op onderstaande foto's is de huidige situatie weergegeven.
De huidige invulling van het plangebied gezien vanaf de Dokter van Deenweg.
38/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
De huidige invulling van het plangebied gezien vanaf de zuidzijde.
39/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
3.1.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
De voorziene ontwikkeling bestaat uit de transformatie van het bestaande kantoorgebouw naar een woongebouw met in totaal 24 appartementen van verschillende grootte en typologie. Daarnaast worden er rondom het gebouw parkeervoorzieningen gerealiseerd. Hieronder wordt de ontwikkeling beschreven en weergegeven.
Beschrijving ontwikkeling Het casco van het gebouw blijft bestaan. Het gebouw wordt getransformeerd waarbij een gedeelte van de appartementen wordt opgesplitst over twee lagen. Deze appartementen krijgen inpandig een eigen trap. Het overige deel van de appartementen is over één laag verdeeld. Het bestaande stijgpunt met trappenhuis en lift blijft gehandhaafd terwijl de hoofdentree geheel vernieuwd wordt. De nieuwe hoofdentree wordt bereikbaar vanaf maaiveld en krijgt nu een hoogte van 1½ bouwlaag. Er wordt een extra lift met trap toegevoegd om de extra ½ bouwlaag te overbruggen. De bestaande verhoogde entree met trap vervalt. In het souterrain komen privé bergingen voor de bewoners en opslag van afvalcontainers. De bestaande bouwhoogte blijft na de transformatie gelijk. In de huidige situatie is op het dak van het gebouw een opbouw aanwezig ten behoeve van de liftschacht en techniek. De hoogte van deze opbouw zal bij de transformatie van het gebouw als hoogte van de gehele verdieping worden genomen. In deze 'nieuwe' woonlaag worden woningen met dakterras gerealiseerd. In het nieuwe dak zijn uitsparingen aanwezig op de plekken van de dakterrassen. Het nieuwe dak krijgt een overstek. Op het dak van het nieuwe gebouw worden zonnepanelen aangebracht. Bij de transformatie van het gebouw worden de gevels gewijzigd.
De onderste drie bouwlagen van de kopgevels worden voorzien van groene gevels, net als het stijgpunt van de lift over de gehele hoogte van het gebouw. De plint van de langsgevels worden antraciet gestuukt en de onderste drie lagen van de langsgevels worden voorzien van verticale houten sponningschroten. Ten behoeve van de gevelbeplanting wordt het hemelwater, dat op het dak van het gebouw valt, opgevangen in de directe nabijheid van het gebouw. De bovenste twee lagen worden uitgevoerd in houten beplating. Aan de voor- en achterzijde van het gebouw worden om en om glazen balkons gerealiseerd, deze krijgen een plek tussen verticale gevelelementen die over de volledige hoogte van het gebouw worden gerealiseerd. De bestaande noodtrap blijft ongewijzigd maar de kooi wordt antraciet geschilderd. Op de volgende afbeelding is de bestaande situatie weergegeven.
40/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Op de volgende afbeelding is de impressie weergegeven na transformatie.
41/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Op volgende afbeelding wordt een impressie van de materialisering aan de voorzijde weergegeven.
Op de volgende afbeelding wordt een impressie van de materialisering aan de achterzijde weergegeven.
42/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Bij de ontwikkeling wordt de buitenruimte rondom het gebouw gewijzigd. Aan de voorzijde van het gebouw aan de Dokter van Deenweg wordt alle bestaande verharding verwijderd en een gemeenschappelijke tuin aangelegd, voorzien van diverse beplanting, een pad en de hoofdentree. Nabij de hoofdentree zijn fietsparkeerplekken voor bezoekers gesitueerd. Bewoners kunnen inpandig hun fiets stallen in de berging, gelegen in het souterrain. Aan de achter- en zijkant worden, gelijk aan de huidige situatie, parkeerplaatsen gerealiseerd. Met de transformatie wordt het oppervlak van het gebouw enigszins vergroot. Dit komt door de nieuwe gevelbekleding en uitstekende ondergeschikte delen, zoals de entree en houten verticale stijlen. De hoogte van het nieuwe gebouw is gelijk met de huidige situatie en met de ontwikkeling wordt het plangebied sterk vergroend, zowel in de ruimte rondom het gebouw als de gevels.
3.2
Archeologie
3.2.1
Huidige situatie
In de Wet voor de archeologische monumentenzorg en het daarop gebaseerde archeologiebeleid binnen de gemeente Zwolle is vastgelegd dat de archeologische waarden in de bestemmingsplannen vastgelegd moeten worden met de erbij horende consequenties. Aan de verschillende waarden worden consequenties verbonden. Het archeologisch potentieel van de verschillende gebieden is in de volgende percentages uitgedrukt: 0% archeologisch leeg, geheel verstoord of reeds opgegraven; 10% archeologische waarde onbekend; proefonderzoek wordt aanbevolen; 50% archeologisch waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is 1:2. Voor de binnenstad betekent een 50% locatie meestal dat de eerste meter bodemarchief verdwenen is, maar dat de onderste lagen nog bewaard zijn gebleven;
43/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
90% archeologisch zeer waardevol; een opgraving is noodzakelijk en de vondstkans is nagenoeg 100%; 100% archeologische toplocatie; indien bescherming niet kan is een opgraving altijd noodzakelijk, de vondstkans is uiteraard 100%. 3.2.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
Het plangebied is aangeduid met een waarde van 10%. In gebieden met een archeologische waarde van 10% is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.
3.3
Verkeer
3.3.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Dokter van Deenweg en wordt voor het verkeer ontsloten vanaf een lus vanaf de doorgaande weg. De lus is verkeersarm en is bedoeld als ontsluiting voor de aangelegen percelen. Het parkeren vindt in de huidige situatie op eigen terrein plaats. 3.3.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
3.3.2.1 parkeren De ontsluiting voor het autoverkeer wijzigt in de toekomstige situatie niet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is een notitie opgesteld en afgestemd met de gemeente Zwolle. Deze notitie is opgenomen in bijlage 1 van de toelichting. Uit deze notitie blijkt dat de parkeerbehoefte op basis van parkeernormen en het toepassen van de aanwezigheidspercentages 31parkeerplaatsen bedraagt. Op basis van o.a. de specifieke doelgroep kleinere huishouden en sociale huur (nader toegelicht in bijlage 1), wordt onderbouwd waarom kan worden volstaan met 29 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn ten behoeve van bewoners en bezoekers. Om het parkeerterrein te bereiken moet verkeer langs een slagboom. Deze slagboom kan voor (kort)bezoek zorgen voor een 'barrière', met als gevolg dat bezoekers uitwijken naar deomgeving. Om ervoor te zorgen dat kort bezoek ook binnen het plangebied parkeert, worden tweeparkeerplaatsen voor de slagboom gerealiseerd. Het stallen van fietsen vindt in principe plaats in de bergingen die voor de bewoners in het souterrain worden gerealiseerd. Voor bezoekers wordt op het maaiveld een (verdekte) fietsenstalling gerealiseerd. Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de parkeerdruk in de omgeving. In de volgende afbeelding wordt de verkeer- en parkeersituatie weergegeven.
44/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Parkeren Maaiveld 3.3.2.2 Verkeer De ontsluiting voor het autoverkeer wijzigt minimaal. De bestaande inrit wordt gebruikt ten behoeve van het parkeerterrein. Doordat deze inrit is gelegen aan een verkeersarme lus, heeft dit geen negatieve effecten op de verkeersontsluiting van deze weg. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van 24 woningen (huurappartement midden/goedkoop (incl. sociale huur)) bedraagt volgens de kencijfers van het CROW (publicatie 831) 86,4 motorvoertuigen per etmaal (3,6 per etmaal/ per woning). In de huidige situatie is een kantoorgebouw van 448 m² bvo aanwezig. Deze functie (kantoor, zonder baliefunctie) kent een verkeersaantrekkende werking van 7,2 per 100 m² bvo. De huidige situatie heeft een verkeersgeneratie van 32 motorvoertuigen per etmaal. Met de beoogde ontwikkeling ontstaat dus een toename van 54,4 motorvoertuigen per etmaal. De huidige infrastructuur is goed en kan een dergelijke toename verwerken. Belangrijke nadelige gevolgen zijn daarmee uitgesloten. Daarnaast zijn de verkeersbewegingen in vergelijking met de huidige situatie tegenovergesteld. In de huidige situatie tijdens de ochtendspits gaan de verkeersbewegingen, door de kantoorfunctie, het gebied in en tijdens de avondspits het gebied uit. Door de functiewijziging naar woningen gaan de verkeersbewegingen tijdens de ochtendspits juist het gebied uit en in de avondspits het gebied in.
Hierdoor komen de verkeersbewegingen beter in evenwicht en komt ten goede aan de infrastructuur. 3.3.2.3 Openbaar vervoer Het plangebied ligt nabij twee bushalte, nameijk de halte 'Zwolle, Dr. Hengeveldweg' en 6halte Kuyperhuislaan.
45/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
3.4
Natuur
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Dit is geregeld in de Wet natuurbescherming. Op provinciaal niveau heeft een uitwerking plaatsgevonden. In de provinciale verordening worden gebieden die van belang zijn voor het Natuur Netwerk Nederland (NNN) beschermd.
Natuurbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de provinciale bescherming van het NNN en Weidevogelleefgebieden. In relatie tot stikstof, zijn de potentiële effecten van onderhavig plan hoofdzakelijk het gevolg van verkeer en tijdelijke werkzaamheden in de aanlegfase. Vanwege de aard van de emissie hiervan (beperkt in hoeveelheid en laag bij de grond) wordt ingeschat dat een toename van de stikstofdepositie niet zal optreden op een afstand van meer dan 5 kilometer. Gezien de ligging van het projectgebied en de afstand van 1,5 kilometer tot de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden en de aard van de ontwikkeling kunnen negatieve effecten op deze gebieden op voorhand niet worden uitgesloten. Daarom is voor de beoogde ontwikkeling een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 5 Memo Stikstof Dokter van Deenweg. Uit de stikstofberekening blijkt dat tijdens de gebruiksfase en aanlegfase op geen van de onderzochte gebieden een stikstofdepositie > 0 mol/ha/jaar plaatsvindt.
Het aspect stikstofdepositie vormt daarom geen belemmering voor de vaststelling van het plan.
Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Het doel van de ontwikkeling is de transformatie van een kantoorgebouw naar een appartementengebouw. Het betreft hierbij een bouwkundige ingreep waarbij mogelijke negatieve effecten ontstaan op beschermde soorten. Daarom wordt voor het plan een quickscan soortenbescherming uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat: op de onderzochte locatie is het voorkomen van middels de Wnb beschermde diersoorten niet aangetoond; gericht vervolgonderzoek volgens vleermuisprotocol is niet noodzakelijk; de voorgenomen plannen hebben geen invloed op het Natuurnetwerk Overijssel en Natura 2000-gebied en/of de gunstige staat van instandhouding van wettelijk beschermde plant- en diersoorten; het aanvragen van een ontheffing inzake de Wnb is niet noodzakelijk.
46/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
3.5
Water
3.5.1
Huidige situatie
3.5.1.1 Waterstructuur Binnen het plangebied bevindt zich geen oppervlaktewater. In de omgeving van het plangebied zijn wel oppervlaktewater en wadi's aanwezig. 3.5.1.2 Riolering In het gebied ligt een gescheiden rioolsysteem. De vuilwaterrioolpomp loopt momenteel tegen haar grens aan. Het hemelwater wordt geloosd op het stedelijk water (Westerveldse Aa en bergingsvijvers). 3.5.1.3 Ontwateringsdiepte Er zijn in de huidige situatie geen problemen met betrekking tot grondwateroverlast. 3.5.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
3.5.2.1 Waterstructuur De waterstructuur wijzigt niet ten aanzien van de huidige situatie. 3.5.2.2 Riolering Zoals beschreven in paragraaf 3.5.1.2 is een gescheiden rioolsysteem aanwezig. In het plangebied is sprake van een toename van de hoeveelheid afvalwater ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast is er sprake van overbelasting ten aanzien van de capaciteit van het rioleringsstelsel dat is gelegen in de omgeving. Voor de realisatie moet worden onderzocht, in overleg met het waterschap, welke oplossingen/maatregelen er zijn voor de toename aan afvalwater. De hemelwaterafvoer (HWA) van de daken en het verharde oppervlak moet zo veel mogelijk binnen het plangebied worden geborgen. Minimaal 20 mm moet worden geborgen en vervolgens worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bodem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Dit gebeurt door de realisatie van een hemelwateropvang aan de voorzijde van het gebouw, op eigen terrein. Vanuit deze waterbuffer wordt de gevelbeplanting voorzien van water. De afvoer van overtollig hemelwater uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen.
Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van het perceel om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. 3.5.2.3 Ontwateringsdiepte De ontwateringsdiepte wijzigt niet. Er worden geen problemen voorzien met betrekking tot de grondwaterstand.
47/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
3.5.2.4 Wateroverlast De Oosterenk is kwetsbaar voor wateroverlast door neerslag vanwege te veel verstening ondanks het aanwezig oppervlaktewater. Een aantal gebouwen in de wijk Oosterenk hebben bij een bui van T=100 water tegen of in het pand staan. In onderstaand figuur is wateroverlast ten opzichte van de bestaande gebouwen weergegeven. Hieruit blijkt dat voor het plangebied geldt dat bij een T=100 bui er geen water tegen de drempel van het gebouw aanstaat.
Aan de voorzijde van het gebouw aan de Dokter van Deenweg wordt alle bestaande verharding verwijderd en een gemeenschappelijke tuin aangelegd. Deze maatregelen hebben een positief effect voor de aspecten wateradaptatie binnen het plangebied. 3.5.2.5 Overstromingsrisico Er is een overstromingskans vanuit het primaire watersysteem (IJssel en Zwarte Water/Vecht) en vanuit het regionale watersysteem (Sallandse Weteringen/Stadsgrachten).
48/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
Overstroming vanuit primair systeem
De maximale overstromingsdiepte vanuit het primaire systeem voor Oosterenk is 2,0 m - 5,0 m. De kans op overstroming vanuit het primaire systeem is klein en met het HWBP wordt de kans nog kleiner.
Overstroming vanuit regionaal systeem
De maximale overstromingsdiepte vanuit het regionale systeem voor Oosterenk is 0,5 m - 2,0 m. Momenteel is die kans erg hoog (1/200). De provincie Overijssel onderzoekt, samen met het waterschap en de gemeente Zwolle, op dit moment naar de overstromingsnorm van het regionale systeem.
49/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
(Waterrobuust Zwolle). 3.5.2.6 Risico-inventarisatie Dijktrajecten die een gebied tegen overstromingen beschermen, kennen een overstromingskans. Voor het primaire dijktraject ten zuidwesten van het plangebied geldt een overstromingskans van 1 op de 10.000 per jaar. De overstromingskans wordt in de Waterwet toegelicht als: 'kans op verlies van waterkerend vermogen van een dijktraject, waardoor het door het dijktraject beschermde gebied zodanig overstroomt, dat dit leidt tot dodelijke slachtoffers of substantiële economische schade'. Met behulp van de risicokaart wordt de maximale waterdiepte in het plangebied tijdens een overstroming geschat tussen de 2,0 tot 5,0 m. De mogelijke waterdiepte kan daarmee worden aangeduid als diep. De tijd tot overstroming is afhankelijk van de locatie waar de waterkering faalt. In de tweede afbeelding is de tijd tot overstroming van het plangebied bij een dijkdoorbraak van de IJsseldijk bij de (voormalige) IJsselcentrale weergegeven. Dit is snel, namelijk 6 tot 24 uur.
3.5.2.7 Maatregelen Bij de ontwikkeling in het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Het betreft hierbij ook bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Wat betreft maatregelen kan worden gedacht aan: aanvullend ophogen (voor zover mogelijk) van het plangebied, voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, verhoogde drempels, een zodanige inrichting van het gebouw dat bij eventuele overstroming schade zoveel mogelijk wordt beperkt (denk aan materiaalgebruik en minder gevoelige ruimten op de begane grond), aansluiting van het plangebied op de dichtstbijzijnde weg, waardoor bereikbaarheid gewaarborgd blijft en het opstellen van een evacuatieplan. Meer informatie is o.a. te vinden op de website www.onswater.nl.
50/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
3.5.2.8 Watertoets In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het verplicht ruimtelijke plannen te ‘toetsen op water’, de zogenaamde watertoets. De watertoets is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen en besluiten. Ten behoeve van de ontwikkeling is de watertoets uitgevoerd op 29-06-2020. Op basis van de uitkomsten uit de watertoets kan de korte procedure worden doorlopen. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen.
3.6
Wonen
3.6.1
Huidige situatie
In de huidige situatie zijn binnen het plangebied geen woningen aanwezig. Op basis van het geldende bestemmingsplan, zie paragraaf 1.3, zijn geluidsgevoelige objecten niet toegestaan. 3.6.2
Uitgangspunt bestemmingsplan
3.6.2.1 Woningbouwprogramma De voorziene ontwikkeling bestaat uit een woongebouw met appartementen van verschillende grootte en typologie. Het woningbouwprogramma bestaat uit 24 huurappartementen, met verschillende prijsklasse (goedkoop en duur). Van deze 24 appartementen vallen minimaal 20% in de klasse middenhuur -1. In de planregels van dit bestemmingsplan is het maximum aantal woningen en het percentage middenhuur -1 vastgelegd.
3.7
Milieu
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieuaspecten die van belang zijn bij het toekennen van bestemmingen. Tevens komt de ligging van kabels, leidingen en straalpaden aan bod. 3.7.1
Vormvrije m.e.r.-beoordeling/Milieueffectrapportage
Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het
51/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.
Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 24 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Uit de aanmeldingsnotitie (bijlage 2) blijkt dat, vanwege kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Mitigerende maatregelen zijn dan ook niet noodzakelijk. 3.7.2
Bodem
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Op 17 juni 2021 heeft de gemeenteraad de Bodemkwaliteitskaart Zwolle 2021 vastgesteld. Dit betekent dat de actuele kwaliteit van de bodem is vastgelegd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de bovenste halve meter en de bodem (tot 1,5 m) daaronder. Hiermee kan (in veel gevallen) voor het afvoeren van overtollige grond de kwaliteit worden aangetoond met de kaart, zonder dat een bodemonderzoek of partijkeuring nodig is. Op basis van deze interactieve kaart kan op perceelsniveau worden bepaald wat de bodemkwaliteit is. Het plangebied is ook opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. Hieruit blijkt dat de locatie niet verdacht is van asbest.
De bodemfunctie is 'industrie' en de ontgravingsklasse van zowel boven- als ondergrond zijn landbouw/natuur. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de locatie voldoende is onderzocht en dus geen nader onderzoek nodig is. De transformatie van kantoren naar wonen maakt geen gevoeliger bodemgebruik mogelijk een bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. Op basis van de bodemkwaliteitskaart kan voor de openbare gronden worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit voldoet en dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorziene ontwikkeling. Indien werkzaamheden in de bodemplaatsvinden is mogelijk wel een bodemonderzoek noodzakelijk. 3.7.3
Geluid
Rho Adviseurs heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het wegverkeerslawaai. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeer Dokter van Deenweg 84. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Level day-evening-night (Lden) = 48 decibel (dB) wordt overschreden als gevolg van de Ceintuurbaan en de Dokter van Deenweg. De hoogste geluidsbelasting treedt op vanwege de Dokter van Deenweg als gevolg van de kortere afstand en het feit dat het een relatief drukke weg is.
52/313
25 april 2023 bestemmingsplan Ceintuurbaanzone, Dokter van Deenweg 84 - 92
De maximale grenswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Het herontwikkelen van het pand Dokter van Deenweg 84 naar wonen is daarmee mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder. Er wordt niet voldaan aan de grenswaarde van 58 dB, zoals vastgelegd in de gemeentelijke Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder. In dergelijke gevallen wordt getoetst of voldaan wordt aan de normen van de Wet geluidhinder. Bij de beoordeling komt het onderzoeken van varianten nadrukkelijk aan bod en wordt gekeken naar mogelijkheden van een geluidsluwe gevel, aangepaste indeling van de woning (hoofdslaapkamer aan de geluidsluwe gevel), een balkon of tuin aan de geluidsluwe zijde van de woning, indien het balkon aan de voorzijde is gesitueerd wordt gekeken naar mogelijkheden om deze afsluitbaar te maken, waardoor akoestische compensatie wordt verkregen. Bezien wordt waarom in deze specifieke situatie niet voldaan kan worden aan het gebiedsgericht milieubeleid. Vanwege de beperkte omvang van het plan zijn geluidsreducerende maatregelen (stiller asfalt e.o. afscherming) niet aan de orde. Stedenbouwkundig gezien is afscherming van de maatgevende weg (Dokter van Deenweg) niet mogelijk. Daarnaast gelden dat een alternatieve locatie of indeling niet goed mogelijk is, omdat het een bestaand pand is. Er is sprake van transformatie van een kantoorpand naar wonen.