CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Toelichting BP Zevenhont Midden, Genemuiden vastgesteld (24-01-2023)

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Zevenhont-Midden21.656 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Om deze reden wordt Zevenhont Oost ook ontwikkeld (voor andere bedrijven in Genemuiden), desondanks blijft de behoefte zodanig groot dat ook Zevenhont Midden benodigd is om te kunnen voorzien in de behoefte. De voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein heeft van de realistische mogelijkheden de voorkeur, temeer het de verbindende schakel tussen het bestaande bedrijventerrein en Zevenhont Zuid betreft. Met het plan wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Gemeenteraden mogen gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer: a. er sprake is sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen; en b.

voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Van belang bij het uitbreiden van een bedrijventerrein is dat de uitbreidingslocatie op een adequate wijze wordt ingepast. Dit geldt voor voorliggende locatie des te meer vanwege de ligging in een bijzonder landschap (Nationaal Landschap IJsseldelta (NLIJ) en rand polder Mastenbroek) en nabijheid van woningen langs de Cellemuidendijk. Royal HaskoningDHV heeft in samenwerking met Odin Landschapsontwerpers een overkoepelende landschapsvisie en inpassing voor Zevenhont Oost + Zuid (incl. zonneweide) opgesteld. Deze visie is aangevuld met een notitie waarin Zevenhont Midden is toegevoegd. Bij de uitwerking van de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met het aanwezige bijzondere landschap. Zo wordt aan de westzijde van het toekomstig bedrijventerrein onder meer de kenmerken van de Mastenbroekerpolder gerespecteerd door inpassing van de westzijde van de locatie met transparant bomenscherm en het aanplanten van een stevige houtwal als overgang naar het kreekgebied en Cellemuiden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie, opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Wat betreft de toetsing aan het bepaalde onder 2 en 3 wordt verwezen naar de volgende subparagrafen, waarbij wordt opgemerkt dat afgeweken wordt van het geldende ontwikkelingsperspectief. Op basis van het bepaalde onder 4 is dit mogelijk. In dit geval is sprake van een sterk lokaal geworteld bedrijf en bedrijfskavels met name gericht op de tapijtindustrie, welke beiden van groot belang zijn voor de werkgelegenheid in de gemeente Zwartewaterland. Tot slot is reeds hiervoor beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.5.

Artikel 2.3.2 Realisatie nieuw bedrijventerrein 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuw bedrijventerrein als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek bedrijventerreinen. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen, zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek bedrijventerreinen, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor afspraken bedrijventerreinen van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2 - in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de afspraken bedrijventerreinen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Allereerst wordt opgemerkt dat met voorliggend plan de behoefte van Heutink wordt ingevuld evenals de behoefte van de tapijtindustrie (bijv. opslag/logistiek) of daaraan aanverwante bedrijvigheid. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 2.3.2 van de omgevingsverordening.

Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen (Nationaal Landschap) Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt gedeeltelijk in het ‘Nationaal Landschap IJsseldelta’. Naar aanleiding van voorliggende ontwikkeling wordt de begrenzing van het Nationaal Landschap door de provincie Overijssel aangepast. Dit met name vanwege het feit dat Zevenhont Zuid de buitenbegrenzing voor het bedrijventerrein gaat vormen. Het plangebied omvat een tussengelegen gebied die te beperkt van omvang is om nog van kwaliteiten te spreken die behoren tot het ‘Nationaal Landschap IJsseldelta’. Wel heeft Royal HaskoningDHV i.s.m. Odin landschapsontwerpers heeft een overkoepelende landschapsvisie en inpassing voor Zevenhont Oost + Zuid (incl. zonneweide) opgesteld. Deze visie is nadien aangepast waarbij Zevenhont Midden is toegevoegd. Bij de uitwerking van de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met het aanwezige bijzondere landschap.

Zo wordt aan de westzijde van het toekomstig bedrijventerrein onder meer de kenmerken van de Mastenbroekerpolder gerespecteerd door inpassing van de westzijde van de locatie met een transparant bomenscherm en het aanplanten van een stevige houtwal als overgang naar het kreekgebied en Cellemuiden. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie, opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 2.6.4 van de omgevingsverordening. Voor het overige zijn er in het kader van de “generieke beleidskeuzes” geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld 4.2.4.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Op basis van de kaarten behorend bij de Omgevingsvisie valt de uitbreidingslocatie binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. Hierna is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen, het plangebied is aangegeven met de rode omlijning.

Afbeelding 4.2

Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Hierna is een omschrijving van het perspectief ter plaatse opgenomen. “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap” Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Ten aanzien van het uitbreiden van het bedrijventerrein wordt opgemerkt dat de ontwikkelingsperspectieven een hoofdkoers geven op provinciaal niveau. Dit vraagt maatwerk op lokaal niveau. De begrenzing van de gebieden moet worden gezien als signaleringsgrens. Bij doorvertaling naar gemeentelijk niveau betekent dit dat er nog variaties en detailleringen kunnen voorkomen. Gemeenteraden mogen daarom gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer: • •

er sprake is van sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen, en; voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld Zoals uit paragraaf 4.2.4.1 is gebleken, is er in redelijkheid geen ruimte beschikbaar voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein van dergelijke omvang elders in de gemeente Zwartewaterland. Daarnaast betreft het plangebied een schakel tussen het bestaande bedrijventerrein Zevenhont en de uitbreidingslocatie Zevenhont Zuid. Een invulling van het plangebied als bedrijventerrein is dan ook vanuit ruimtelijk en functioneel oogpunt logisch en zelfs wenselijk. Tot slot wordt opgemerkt dat het realiseren van het voornemen gepaard gaat met het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de visie, opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Gezien het vorenstaande is het gerechtvaardigd om af te wijken van de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” wordt buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. De “Natuurlijke laag“ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen.

Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied (rode omlijning) is op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” aangeduid met de gebiedstype “Laagveengebieden (in cultuur gebracht)”.

Afbeelding 4.3

Uitsnede natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld “Laagveengebieden” De laagveengebieden zijn grote gebieden, waar onder invloed van stagnerend water en grondwater uitgestrekte veenmoerassen zijn ontstaan. Het is een samengesteld landschap van rietland op een pakket veenlagen (kraggen) en vaarten, afgewisseld met bos. Het landschap is ontstaan door turfwinning, rietteelt en extensieve veehouderij. Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenrestanten, dan dragen deze bij aan verhoging van het waterpeil om bodemdaling en verdwijnen van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend laagveen. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De gronden in het plangebied zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. Het plangebied wordt op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast in het landschap en de omgeving, waarbij tevens wordt voorzien in de wateropgave. Met de beoogde inrichting is rekening gehouden met de kenmerken van het bestaande landschap. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld.

Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie (rode omlijning) is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met de gebiedstype “Laagveenontginningen”.

Afbeelding 4.4

Uitsnede laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld “Laagveenontginningen” De laagveenontginningen is een open, laag en nat landschap, ontstaan door occupatie vanuit de bewoonde hogere randen. Deels door vervening, deels door alleen ontwatering. Kenmerkende zonering van intensief gebruik langs de bewoonde randen en extensief gebruik naar het achterland. Boerderijen zijn gesitueerd langs vaarten en wegen. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides met weidevogels geven dit landschap grote belevingswaarde. De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering - eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van deze gebieden zeer wenselijk. Het karakteristieke bebouwingspatroon (voorkant aan de openbare weg; achterkant aan het landschap) vormt vertrekpunt bij herstructurering, verdichting en uitbreiding van de agrarische bebouwing en de woon-/ werkmilieus. Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenontginningen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur.

Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Zoals beschreven in paragraaf 3.2 hebben Royal HaskoningDHV en Odin landschapsontwerpers bij het inrichten van Zevenhont Oost en Zuid rekening gehouden met het aanwezige landschap. De landschappelijke lijnen hebben de inpassing van de uitbreiding bepaald en de beplantingstypologie sluit aan bij de omgevingskenmerken. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie welke is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de laag van het agrarische cultuurlandschap. De ‘Laag van de beleving’ Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum van de ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. De Laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijker pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De ambitie is gericht op sterke ruimtelijke identiteiten als motor voor gebiedsontwikkeling.

Het gaat er om beleving, betekenis en kwaliteit van de omgeving te versterken en de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap te vergroten. Het plangebied (rode omlijning) heeft op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van de beleving’ de aanduidingen 'donkerte' en ‘IJssellinie inundatieveld’. Ten aanzien van de laatste aanduiding is in de omgevingsvisie geen gebiedsbeschrijving opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Afbeelding 4.5

Uitsnede laag van de beleving (Bron: Provincie Overijssel)

“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van de beleving” Ten aanzien van het aspect donkerte is het van belang om op te merken dat de volledige kern Genemuiden als zodanig is aangemerkt. In de omgeving van het plangebied is reeds sprake van verlichting door andere op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven.

Daarnaast is het gebruik van verlichting inherent bij woon- en werkgebieden. Wel zal onnodige verlichting (lichtvervuiling) zoveel mogelijk worden voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012 & Economisch beleid

4.3.1.1 Algemeen De ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 april 2012. De structuurvisie heeft geen directe bindende werking voor de burger, op basis van de structuurvisie worden nog geen ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk gemaakt. Wel biedt de structuurvisie het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Deze zijn wel rechtstreeks bindend voor de burger. In afbeelding 4.6 is een uitsnede van de structuurvisiekaart opgenomen.

Afbeelding 4.6

Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

4.3.1.2 Economisch beleid Het ondernemerschap is sterk aanwezig in de gemeente Zwartewaterland. Dat wordt zichtbaar door de vele grote ondernemingen - veelal familiebedrijven - in de gemeente. Zo is de gemeente een wereldspeler in de tapijtindustrie, zijn er in Zwartsluis en Hasselt toonaangevende scheepswerven, is de bouwsector sterk vertegenwoordigd en wordt er, vooral in Zwartsluis, voor de levensmiddelenindustrie geproduceerd. Er zijn relatief veel familiebedrijven. De bedrijven kunnen beschikken over toegenegen en trouwe arbeidskrachten, die voor een groot deel uit de eigen gemeente afkomstig zijn. Het bedrijfsleven wordt gezien als een belangrijke bondgenoot bij het streven naar het vitaal houden van de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld gemeente. Er zijn in Zwartewaterland veel arbeidsplaatsen. Het bedrijfsleven is vernieuwend en sociaal. De werkloosheid is relatief laag. Er is sprake van een inkomende pendel. Veel Zwartewaterlandse (familie)bedrijven toonden zich de afgelopen periode crisisbestendiger dan beursgenoteerde ondernemingen. Werknemers voelen zich betrokken bij hun bedrijf en werken vaak lang bij dezelfde werkgever. Deze betrokkenheid is wederkerig. Zwartewaterlandse werkgevers zijn zuinig op hun personeel. Zij spannen zich in voor medewerkers die arbeidsongeschikt raken. Zij hebben oog voor inwoners die zich minder goed op de arbeidsmarkt kunnen redden. Het lokale bedrijfsleven wordt gezien als een belangrijke bondgenoot. Actieve samenwerking wordt gezocht. Samen met ondernemers worden de mogelijkheden om de lokale economie vitaal te houden benut. In overleg met ondernemerskringen worden mogelijkheden om het ondernemersklimaat te versterken onderzocht. De uitbreidingsbehoefte van aanwezige bedrijven wordt zo goed mogelijk gefaciliteerd. Nieuwe bedrijven zijn welkom. De gemeente biedt ruimte voor de combinatie van wonen en werken. Een goede bereikbaarheid en infrastructuur zijn van groot belang. Dat geldt eveneens voor de doorstroming van het verkeer op de provinciale wegen en het openbaar vervoer. Verbetering van de bereikbaarheid is nodig.

Regionale samenwerking draagt bij aan de versterking van de economische structuur. Hiervan moet maximaal worden geprofiteerd. De gemeente investeert daarom in de strategische samenwerking met de provincie en binnen de regio Zwolle. De gemeente zet in op: • • • • • • • • •

een sterke economie; een goed ondernemersklimaat; behoud en versterking van de werkgelegenheid, ook voor moeilijk bemiddelbare werkzoekenden; een goede infrastructuur en bereikbaarheid; het benutten van kansen op het gebied van vervoer over water en het bieden van havenfaciliteiten langs de vaarweg IJsselmeer – Meppel; het vermarkten van de mogelijkheden voor watergerelateerde bedrijvigheid; het faciliteren van de ontwikkelbehoefte van de bedrijven; het benutten van de mogelijkheden voor toerisme en recreatie; promotie; strategische samenwerking met de provincie en binnen de economische regio Zwolle.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012 & Economisch beleid Heutink betreft een lokaal geworteld bedrijf dat van oorsprong gevestigd is in Genemuiden. In de structuurvisie wordt beschreven dat de tapijtindustrie en de bouwsector belangrijke onderdelen van de economie van Zwartewaterland vormen en dat uitbreidingsbehoefte van aanwezige bedrijven wordt zo goed mogelijk wordt gefaciliteerd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt hier invulling aangegeven door het omvormen van het plangebied naar bedrijventerrein. Door deze voorgenomen ontwikkeling is het voor Heutink mogelijk om uit te breiden, hetgeen ten goede komt aan het toekomstperspectief van dit familiebedrijf. Daarnaast omvat het plan twee bedrijfskavels die aan derden verkocht zal gaan worden. Deze kavels zijn uitermate geschikt voor bedrijven in of aanverwant aan de tapijtindustrie, met dien verstande dat productieprocessen vanuit milieutechnische redenen niet zijn toegestaan. In paragraaf 4.1 is beschreven dat er in Genemuiden geen bedrijfspercelen geschikt of geschikt te maken zijn middels herstructurering om te voorzien in de behoefte.

Gelet op het vorenstaande betreft het uitbreiden van het bedrijventerrein binnen het plangebied de enige realistische optie, waarbij opgemerkt wordt dat Zevenhont Midden tevens als verbindende schakel zal fungeren tussen het bestaande bedrijventerrein en Zevenhont Zuid. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de gemeentelijke structuurvisie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld 4.3.2

Stadsrandvisie Genemuiden

4.3.2.1 De Visie Op 12 januari 2012 is de Stadsrandvisie Genemuiden door de raad vastgesteld. Ook hier vormden de bedrijventerreinenvisie uit 2010 ( én dus de structuurvisie ‘Zicht op Zwartewaterland’ 2005-2020) als basis/uitgangspunt. In de stadsrandvisie is al aandacht voor de uitbreiding van Zevenhont en worden een aantal inrichtingsprincipes weergegeven. De stadsrandvisie is geen blauwdruk, maar moet gezien worden als een inspirerend streefbeeld met een flexibel uitvoeringskader. De geschetste maatregelen, tijdlijnen en financieringsopties per project zijn een leidraad die richting geeft, maar niet dwingt. In de uitvoering moet er ruimte zijn om onvoorziene ontwikkelingen op te vangen en nieuwe kansen onmiddellijk te grijpen. In een open planproces moeten betrokken partijen de vrijheid krijgen om, binnen de gezamenlijke ambities, projecten naar eigen inzicht in te vullen. Deze visie beoogt daar ruimte voor te bieden. De Stadsrandvisie een heldere schets over de economische en sociale kaders en het profiel van Genemuiden: "Minstens zo belangrijk voor de ruimtelijke ontwikkeling zijn de economische en sociale kaders. Genemuiden is met ruim 10. 000 inwoners veruit de grootste kern van de gemeente Zwartewaterland. Genemuiden heeft een relatief jonge bevolking en een grote natuurlijke aanwas.

De stad kent een hechte geloofsgemeenschap met sterke sociale verbanden en een bloeiend verenigingsleven. Gezinnen zijn kinderrijk en jongeren willen graag in hun stad blijven wonen. Daarom is er van krimp voorlopig nog geen sprake en blijft er behoefte aan nieuwe woningen. Ook in economisch opzicht is Genemuiden een bloeiende stad. Met ruim 125 ha bedrijventerrein (groter dan het woongebied), een eigen industriehaven en ruim 5.000 arbeidsplaatsen is Genemuiden een belangrijk werkgelegenheidscentrum. De tapijtindustrie is de drijvende kracht. Maar ook andere bedrijven bieden werkgelegenheid, zoals aannemings-, installatie en schildersbedrijven, weg- en waterbouwbedrijven, machinefabrieken en expeditiebedrijven, ateliers voor woningstoffering, groothandels in vloerbedekking, een leverancier van vorkheftrucks, accountantskantoren en bankinstellingen. In het buitengebied is de riethandel naast de landbouw een belangrijke bedrijfstak. Genemuiden is een echte werkstad, de ondernemingslust zit de bewoners in het bloed. Dat zal in de toekomst niet veranderen en daar moet ook ruimte voor blijven.

De Stadsrandvisie wil die ruimte bieden." In de Stadsrandvisie wordt ook als ambitie genoemd ‘om een fietsverbinding te creëren tussen de dijk van Cellemuiden en de stad Genemuiden, voor zowel utilitair verkeer (bijvoorbeeld woon-werkverkeer tussen Hasselt en Genemuiden) als recreatief verkeer (fietsrondje Genemuiden). Dit is nu een ontbrekende schakel in het fietspadennetwerk.’ Eén van de aangedragen varianten is een fietsverbinding langs de Roebollige Kreek. In afbeelding 4.7 is een uitsnede van de stadsrandvisie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Afbeelding 4.7

Uitsnede Stadsrandvisie Genemuiden (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Stadsrandvisie Genemuiden Voor het gebied Zevenhont Midden is in de Stadsrandvisie gedeeltelijk concrete uitwerking gegeven, namelijk uitbreiding bedrijventerrein en een aan te leggen of te verbreden groenstrook. Het is logisch, gelet op de ligging van het plangebied tussen het bestaande bedrijventerrein Zevenhont en uitbreidingslocatie Zevenhont Zuid, het volledige plangebied te herontwikkelen tot bedrijventerrein. Als voorwaarde geldt dat bij de verdere uitwerking een landschapsvisie en inpassingsplan wordt opgesteld, waarbij rekening dient te worden gehouden met kenmerken en gewenste ontwikkelingen van het polderlandschap zoals omschreven in het Landschapsontwikkelingsplan. Het vorenstaande is door Royal HaskoningDHV i.s.m. Odin landschapsontwerpers vertaald in een landschappelijke analyse en inpassingsvisie. In de visie wordt het Mastenbroekerpolder (Nationaal Landschap) gerespecteerd en wordt de westelijke zijde van bedrijventerrein Zevenhont een stevig landschappelijk raamwerk aangelegd. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de volledige visie welke is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Met de robuuste landschappelijke inpassing wordt de impact op het landschap verzacht.

Daarnaast wordt het plan in samenhang met de inpassing van Zevenhont Oost en Zuid bezien, zodat er sprake is van een logisch en samenhangend geheel. Geconcludeerd wordt dat de uitbreiding van het bedrijventerrein op een adequate wijze wordt ingepast in het aanwezige landschap, waarbij wordt opgemerkt dat in het plan rekening is gehouden met de aanleg van een fietspad langs de Roebollige Kreek. 4.3.3

Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland

4.3.3.1 Algemeen Op 1 december 2016 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland de ‘Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland - Slim bekeken’ vastgesteld. In deze welstandsnota worden negen deelgebieden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld onderscheiden, waarvan de ruimtelijke kwaliteit in grote mate overeenkomt. Dit ruimtelijk kwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het welstandsbeleid. Het plangebied gaat onderdeel uitmaken van het deelgebied ‘Industrieterreinen’. 4.3.3.2 Deelgebied ‘Industrieterreinen’ Voor dit deelgebied geldt het welstandsniveau ‘2’. Dit betreft een regulier welstandsniveau. Hier geldt niveau 2, omdat er sprake is van een gestructureerde stedenbouwkundige opzet met gangbare architectonische basiskwaliteiten. De inhoudelijke richting van de welstandstoets zal zijn gericht op het respecteren en interpreteren c.q. veranderen van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Dit om de mogelijkheid open te laten om de aanwezige architectonische kwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld in het kader van revitalisering van industrieterreinen. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland Voorliggend bestemmingsplan gaat voor wat betreft het terrein van Heutink vergezeld van een beeldkwaliteitsplan, om recht te doen aan deze zichtlocatie. Dit beeldkwaliteitsplan wordt gelijktijdig vastgesteld met het bestemmingsplan als aanvulling op de geldende welstandsnota. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen zal het ontwerp worden getoetst aan de criteria gesteld in het beeldkwaliteitsplan. 4.3.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten en ambities, zoals verwoord in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is het aspect railverkeerslawaai niet van belang, aangezien er geen geluidsgevoelig object of spoorweg mogelijk wordt gemaakt. De aspecten industrielawaai en wegverkeerslawaai zijn in voorliggend geval wel van belang. Hierna wordt op beide aspecten nader ingegaan. Industrielawaai Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze toelichting. Uit de toetsing van de rekenresultaten in de representatieve bedrijfssituatie van de afzonderlijke bedrijven blijkt dat voldaan wordt aan de gehanteerde richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Uit de toetsing van de rekenresultaten in de representatieve bedrijfssituatie van de afzonderlijke bedrijven blijkt dat voldaan wordt aan de gehanteerde grenswaarden voor het maximale geluidniveau. De transportbewegingen voor bestemmingsplan Zevenhont Midden komen en gaan via de Nieuwe weg (N759). Daarbij worden geen woningen van derden gepasseerd. Gelet hierop is geen sprake van indirecte hinder. Voorts blijkt dat het cumulatieve langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege alle bedrijven binnen het plangebied niet hoger is dan de richtwaarde van 45 dB(A), 40 dB(A) en 35 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond-, en nachtperiode.

Wat betreft de gecumuleerde geluidsbelasting van Zevenhont Oost, -Zuid en -Midden wordt verwezen naar de paragraaf 5.10 (Besluit milieueffectrapportage). Wegverkeerslawaai Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 5 bij deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld Binnen het plangebied worden geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Maar het bestemmingsplan voorziet wel in de aanleg van nieuwe verkeerswegen. De regels uit de Wet geluidhinder zijn slechts van toepassing ingeval geluidgevoelige bestemmingen gelegen zijn in de geluidzones van nieuwe wegen. De breedte van de geluidzones bedraagt 200 meter voor de nieuwe wegen. Op basis van afbeelding 1 in het rapport is af te leiden dat binnen deze geluidzones geen nieuwe en bestaande geluidgevoelige bestemmingen zijn gelegen. Gelet hierop is toetsing aan de Wet geluidhinder niet noodzakelijk. Vanwege het feit dat bestaande geluidgevoelige bestemmingen op meer dan 300 meter uit de randen van de nieuwe wegen binnen het plangebied zijn gelegen, speelt geluid van verkeerswegen op bestaande woningen derhalve geen rol van betekenis bij de beoordeling van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wat betreft de gecumuleerde geluidsbelasting van Zevenhont Oost,-Zuid en -Midden wordt verwezen naar de paragraaf 5.10 (Besluit milieueffectrapportage). 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. 5.2.2

Situatie plangebied

RB Geo heeft ter plaatse van de uitbreidingslocatie een verkennend bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6 bij deze toelichting. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. In de ondergrond zijn plaatselijk licht verhoogde gehalten aan Kobalt, Barium en Nikkel aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium aangetoond. Het is bekend dat er hier sprake is van een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde voor barium. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze parameters ook een natuurlijke oorsprong kennen. Verkennend waterbodemonderzoek NEN5720 De kwaliteit van eventueel vrijkomende bagger uit de segmenten 1 en 2 dient voor toepassing op of in de landbodem als vrij toepasbaar beschouwd te worden en is vrij verspreidbaar op aangrenzende percelen. Op basis van de onderzoeksresultaten kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie geschikt is voor het beoogde gebruik en er geen milieu-hygiënische belemmeringen zijn voor de afgifte van een omgevingsvergunning. 5.2.3

Conclusie

Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en (zeer) fijn stof (PM2,5 en PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM2,5 /PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een onderzoek luchtkwaliteitseisen uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 7 bij deze toelichting. In het onderzoek luchtkwaliteit zijn, uitgaande van representatieve jaargemiddelde bedrijfssituatie van de activiteiten in het plangebied, de concentraties (zeer) fijnstof en NO2 berekend. Qua toetsingspunten is uitgegaan van de meest nabij de inrichting gesitueerde verblijfslocaties waar een significante blootstelling niet op voorhand kan worden uitgesloten. De berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig de rekenregels uit de Ministeriële regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007 (RBL 2007). Uit de berekeningen dat de bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit veel lager is dan 1,2 µg/m 3. Dit betekent dat de ontwikkeling leidt tot een niet-in-betekenende-mate bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld Uit het voornoemde volgt dat op basis van artikel 5.16, eerste lid, onder c, Wet milieubeheer, het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van het plan. Wat betreft de cumulatie van Zevenhont Oost,-Zuid en -Midden wordt verwezen naar de paragraaf 5.10 (Besluit milieueffectrapportage). 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie in en bij het plangebied

Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 8 bij deze toelichting. Uit het onderzoek volgt dat: •

•

Nabij het plangebied vervoer plaatsvindt van gevaarlijke stoffen (alleen LPG en propaan (stofgroep GF3)). Deze route betreft geen doorgaande route. Uit de vuistregels van de Handleiding risicoanalyse transport blijkt dat het niet nodig is om het PR en GR met het voorgeschreven rekenprogramma RMBII te berekenen, omdat er geen PR 10-5 of 10-6 -contour aanwezig is. De oriënterende waarde van het GR en 10% van die waarde worden niet overschreden. In en nabij het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over het vaarwater.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld •

In en nabij het plangebied geen buisleidingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) met de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). • De projectie van het bouwbedrijf/de timmerfabriek en de algemene bedrijfsbestemmingen geen effecten heeft op de externe veiligheid in de omgeving van het plangebied. Wat betreft overstromingsrisico wordt verwezen naar paragraaf 6.2.2 van deze toelichting. 5.4.3

Conclusie

Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. In mei 2019 heeft de VNG de uitgave "Milieuzonering nieuwe stijl" gepubliceerd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een regeling die hierbij aansluit. Kern van de methodiek is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. Deze regels en normen worden gesteld in het belang van een goede ruimtelijke ordening/gezonde en veilige en fysieke leefomgeving, ten behoeve van een optimaal en doelmatig grondgebruik. Het gaat hierbij om regels in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte die vanuit dit belang naast de bestaande milieuregelgeving gelden. Voordeel van deze methodiek is dat een bedrijf niet vast zit aan een milieucategorie met bijbehorende richtafstand, maar dient te voldoen aan de gestelde normen.

Daarnaast biedt deze methodiek betere bescherming naar omliggende milieugevoelige objecten en zijn de opgenomen normen beter handhaafbaar dan de gehanteerde afstanden in voorgaande methodiek. 5.5.2

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Cauberg-Huygen heeft in voorliggend geval een onderzoek milieuzonering uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 9 bij deze toelichting. Uit het onderzoek volgt dat binnen de afstand van 100 meter uit de grens van bedrijfsbestemming geen milieugevoelige bestemmingen aanwezig en geprojecteerd zijn. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld Nu de richtafstanden in acht worden genomen, is in beginsel sprake van een goede ruimtelijke ordening in de zin van artikel 3.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening. Overigens wordt opgemerkt dat de bedrijfsactiviteiten van Heutink met name effecten hebben op het gebied van geluid. In voorliggend geval is dan ook een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.1 waar de onderzoeksresultaten nader worden beschouwd. In de regels van dit bestemmingsplan zijn, conform de methodiek ‘milieuzonering nieuwe stijl’, normen opgenomen voor onder meer geluid en geur. De hoogte van de normen zijn bepaald aan de hand van het uitgevoerde onderzoek. Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om onder voorwaarden af te wijken van de normen mits aangetoond kan worden dat aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Binnen het plangebied zijn geen nieuwe milieugevoelige objecten voorzien. Van enige vorm van hinder van de in de omgeving aanwezige functies is dan ook geen sprake. 5.5.3

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Geur

5.6.1

Wet geurhinder en veehouderij & Activiteitenbesluit

Veehouderijen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odour units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit staan milieuregels, vooral voor bedrijven. Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit, behalve als ze geen ‘inrichting’ zijn. Veel van de voorschriften van het Activiteitenbesluit zijn verder uitgewerkt in de Activiteitenregeling. In het Activiteitenbesluit staan regels per soort milieubelastende activiteit (bijvoorbeeld metaalbewerking) en per soort milieubelasting (bijvoorbeeld geluid). Soms is het mogelijk om met 'maatwerkvoorschriften' af te

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld wijken van de regels van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit kent verschillende regels voor verschillende typen inrichting. Het Activiteitenbesluit maakt een onderscheid tussen inrichting type A, B en C. Een bedrijf dat onder het Activiteitenbesluit valt moet soms een melding doen als het begint of verandert. 5.6.2

Situatie plangebied

Uitwaartse werking Zevenhont Midden zal ingericht worden voor in hoofdzaak een nieuwe productielocatie van Heutink, een bedrijf dat zich bezighoudt met het ontwikkelen en bouwen van bouwprojecten. De overige kavels zullen ontwikkeld worden als bedrijvigheid horend bij / dienstverlenend aan het Topwerklocatie ‘Tapijtcluster’, als uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. Het bestemmingsplan biedt mogelijkheden voor bedrijven die in bepaalde mate geur kunnen veroorzaken. Hiervoor is echter een regeling in de regels opgenomen, waarin aangegeven staat in hoeverre sprake mag zijn van geuremissie. Hiermee is verzekerd dat eventuele geuremissie binnen de toelaatbare grenzen blijft en er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Inwaartse werking In de omgeving van het plangebied bevinden zich een aantal grondgebonden veehouderijen. Bedrijfsgebouwen kunnen in sommige gevallen worden aangemerkt als geurgevoelige objecten. Het meest nabijgelegen agrarisch bedrijf is gevestigd aan de Cellemuiden 21/23. Het betreft een grondgebonden bedrijf waarvoor, uitgaand dat het plangebied binnen de bebouwde kom is gelegen, een afstand van 100 meter moet worden aangehouden. In voorliggend geval bedraagt de afstand tussen het agrarisch bouwvlak en de bedrijfsbestemming meer dan 200 meter.

Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de vaste afstand en is derhalve een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse van de nieuwe bebouwing te verwachten. Daarnaast wordt opgemerkt dat omliggende veehouderijen als gevolg van de ontwikkeling, gezien de ruime onderlinge afstand, niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. 5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwartewater en Vecht’ is gelegen op circa 300 meter afstand. Daarnaast zijn op grotere afstand een drietal andere Natura 2000-gebieden gelegen. In verband met het voornemen is onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk naar de effecten op de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld gebied, waardoor deze significante gevolgen kan hebben waarvoor het gebied is aangewezen. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 10 bij deze toelichting. Uit het onderzoek is gebleken dat de verstoringsfactoren geluid en stikstofdepositie mogelijk relevant zijn. In het akoestisch onderzoek (bijlage 3) is de geluidbelasting berekend op woningen in de directe omgeving, die op kortere afstand tot het plangebied is gelegen dan het Natura 2000-gebied. Daaruit blijkt dat de cumulatieve geluidniveaus ten hoogste 37 dB(A) etmaalwaarde bedraagt. Dit betekent ook dat het etmaalgemiddelde geluidniveau LAeq,24h ter plaatse van het Natura 2000-gebied altijd lager zal zijn dan 47 dB(A). Nu het etmaalgemiddelde geluidniveau (LAeq,24h) ruim lager is dan de grenswaarde van 47 dB(A) zijn negatieve effecten van geluid niet te verwachten. Ter bepaling van de stikstofdepositie is de AERIUS-berekening gebruiksfase geactualiseerd (bijlage 11). Significante gevolgen zijn uit te sluiten ingeval (geheel of gedeeltelijk) gesaldeerd wordt met het huidig gebruik van agrarische gronden. In aanvulling op de gebruiksfase is tevens een AERIUS-berekening gemaakt ten aanzien van de aanlegfase.

Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, namelijk ten hoogste 0,11 mol/ha/jaar voor het bouwrijp maken (optie i.) en 0,05 mol/ha/jaar voor het bouwen van het pand van Heutink (optie ii.). Onderzocht is of door middel van het planeffect negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Uit de rekenresultaten blijkt dat door het inzetten van het planeffect negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 12 bij deze toelichting. Gelet hierop heeft de vaststelling van het bestemmingsplan Zevenhont Midden geen significante gevolgen voor omliggende Natura 2000-gebieden. Wat betreft de gecumuleerde effecten van Zevenhont Oost,-Zuid en -Midden op Natura 2000 wordt verwezen naar de paragraaf 5.10 (Besluit milieueffectrapportage). 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De locatie is niet gelegen binnen concreet begrensde NNN.

Het dichtstbijzijnde gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN is gelegen op 300 meter afstand, samenvallend met de begrenzing van Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Zwartewater en Vecht’. Gezien de afstand van het plangebied tot aan het gebied en het feit dat van areaalvermindering geen sprake is, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Een ontheffing in het kader van het NNN is niet noodzakelijk. 5.7.1.3 Houtopstanden De houtopstand gelegen aan de oostzijde binnen het plangebied is beschermd onder de Wet natuurbescherming. De plannen bestaan uit het uitbreiden van deze groen-blauwe zone. Wanneer voor de waterberging bomen gekapt moeten worden, dan is een kapmelding en een herplantplicht van toepassing. De bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein bestaat uit populieren en is daarom niet beschermd onder de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden. Hierbij wordt opgemerkt dat ten aanzien van de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden, ook gemeentelijke kapregels van toepassing zijn. Vooralsnog voorziet het plan niet in de kap van bomen die onderdeel uitmaken van een houtopstand. 5.7.1.4 Weidevogelleefgebieden Door de provincie Overijssel zijn weidevogelleefgebieden aangewezen.

Deze leefgebieden zijn gekozen op basis van het voorkomen van bepaalde weidevogelsoorten en de kansrijkheid voor beheer. De omgeving Genemuiden en Hasselt kenmerkt zich door uitgestrekte weilanden die van grote betekenis zijn voor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld weidevogels. De provincie heeft dit gebied, waarvan het plangebied onderdeel uitmaakt, aangewezen als leefgebied ‘open grasland met weidevogelbeheer kritische soorten’. Ecogroen B.V. heeft in voorliggend geval onderzoek uitgevoerd naar het effect van het plan op de weidevogelleefgebieden. de volgende twee zaken inzichtelijk gemaakt: •

Wat is de impact van Zevenhont Midden op weidevogelgebied gegeven het feit dat Zevenhont Zuid ontwikkelt wordt

•

Wat is de impact van Zevenhont Midden aannemende dat Zevenhont zuid niet ontwikkelt wordt.

Uit het onderzoek, zie de kaarten in bijlage 13, blijkt dat indien Zevenhont Zuid en de rotonde gerealiseerd wordt het plan Zevenhont Midden geen aanvullende verstoring oplevert. Indien Zevenhont Zuid en de rotonde niet gerealiseerd wordt dan zal op een gebied van circa 7,7 hectare sprake zijn van verstoring. In het laatste geval zal dan ook sprake zijn van kwantitatief verlies van weidevogelleefgebied. Het provinciaal beleid stelt dat bij gebiedsontwikkelingen waarbij weidevogelleefgebied wordt aangetast dit gecompenseerd moet worden. Compensatie moet volgens het provinciale beleid plaatsvinden door kwaliteitsverbetering van al bestaande (weide)gebieden, omdat het niet mogelijk is in Nederland een vergelijkbaar gebied met dezelfde oppervlakte te vinden voor compensatie. Heutink zal, indien Zevenhont Zuid en de rotonde niet gerealiseerd wordt, samen met de betrokken overheden werken aan invulling van deze compensatie en geeft daar – indien compensatie nodig is - tijdig invulling aan. 5.7.2

Soortenbescherming

5.7.2.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Ecogroen B.V. heeft in voorliggend geval een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Hierna zijn de conclusies uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 14 bij deze toelichting. •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12485553/1