CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. Toelichting BP Zevenhont Midden, Genemuiden vastgesteld (24-01-2023)

Raadsvergadering 23 maart 2023, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Zevenhont-Midden21.656 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De houtopstanden binnen het plangebied vormen geschikt leefgebied (foerageergebied en potentiële vaste verblijfplaatsen) voor egel en kleine marterachtigen (hermelijn, bunzing en wezel). Als gevolg van de plannen gaat geschikt leefgebied van egel en kleine marterachtigen verloren.

•

In de bomen zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Mogelijk zijn er wel potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig in de oostelijke houtopstand: vanwege het aanwezige bladerdek was een volledige inspectie niet mogelijk. In de bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein zijn geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Als gevolg van de plannen gaan mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Van aantasting van vliegroutes of onmisbare foerageergebieden als gevolg van de plannen is geen sprake.

•

In de oostelijke houtopstand is een potentieel jaarrond beschermd nest aangetroffen dat mogelijk in gebruik is door sperwer, ransuil of boomvalk. Mogelijk zijn er meer potentiële jaarrond beschermde nesten aanwezig: vanwege het aanwezige bladerdek was een volledige inspectie niet mogelijk. In de bomenrij ten zuiden van het huidige bedrijventerrein zijn geen potentieel jaarrond beschermde nesten aanwezig. Als gevolg van de plannen gaan mogelijk jaarrond beschermde nesten en/of essentieel leefgebied van vogels met jaarrond beschermde nesten verloren. Tevens zijn er algemeen voorkomende vogels broedend te verwachten.

•

De watergangen in het plangebied vormen geschikt leefgebied voor grote modderkruiper. Als gevolg van de plannen gaat dit leefgebied verloren.

•

Exemplaren van grauwe wilg op beschutte plaatsen in de oostelijke houtopstand vormen potentieel leefgebied voor grote weerschijnvlinder. Als gevolg van de plannen gaan mogelijk vaste voortplantingsplaatsen van grote weerschijnvlinder verloren.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld •

In het plangebied zijn geen groei-, voortplantings- of andere vaste verblijfplaatsen van bij de Wet natuurbescherming beschermde flora, overige grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, overige vissen of overige ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd de soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel.

Uit de resultaten volgen de volgende voorwaarden/aanbevelingen: •

Nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen, jaarrond beschermde nesten van vogels en grote weerschijnvlinder is noodzakelijk als het niet mogelijk is om de bomen in de oostelijke houtopstand te behouden en in te passen in de uitbreiding van de groen-blauwe zone. Nader onderzoek naar jaarrond beschermde nesten van vogels is ook nodig wanneer de bomen behouden blijven maar wanneer er werkzaamheden gepland staan in de broedperiode, tussen februari en augustus.

•

Voor het uitvoeren van de plannen is een ontheffing Wet natuurbescherming (onderdeel soortbescherming) nodig voor egel, kleine marterachtigen en grote modderkruiper. Er is in voorliggende situatie zicht op ontheffing, omdat o.a. maatregelen kunnen worden getroffen om schade aan individuen te voorkomen en er alternatief leefgebied kan worden gerealiseerd. Zodoende vormt de aanwezigheid van leefgebied voor deze soorten geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

•

Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen moeten altijd voorkomen worden. Dit is voor de te verwachten soorten mogelijk door de werkzaamheden in elk geval op te starten na half juli en voor begin maart. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te voeren.

Wat betreft de effecten op het weidevogelleefgebied wordt verwezen naar subparagraaf 5.7.1.4. 5.7.3

Conclusie

De benodigde ontheffingen zijn aangevraagd. Op dit moment is geen sprake van kap van bomen onderdeel uitmakend van de houtopstand. Indien dit in de toekomst toch gaat gebeuren dan dient er aanvullend onderzoek te worden verricht naar de aanwezigheid van beschermde soorten in de betreffende houtopstand.

5.8

Archeologie & Cultuurhistorie

5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Beoordeling De locatie is getoetst aan de Archeologische Waarderingskaart Zwartewaterland. Het volledige plangebied valt binnen het 10%-gebied. In een 10% gebied zijn de verwachtingen onbekend en geldt er geen onderzoeksplicht in het kader van archeologie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Situatie plangebied Binnen het plangebied zijn geen monumenten, karakteristieke bouwwerken of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

5.9

Niet-gesprongen explosieven

5.9.1

Beoordeling

De gronden ter plaatse van het plangebied zijn betrokken in een vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven. Het is gebleven bij een vooronderzoek, waardoor verwacht mag worden dat er geen niet gesprongen explosieven te verwachten zijn. 5.9.2

Conclusie

Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.

5.10

Besluit milieueffectrapportage

5.10.1 Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •

•

•

Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).

In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.11.2 Situatie plangebied In het kader van de plannen Zevenhont Oost en Zuid is gekozen voor een m.e.r. met het karakter van een gecombineerde plan/projectm.e.r (bijlage 1). De Commissie m.e.r.

heeft in het advies op de NRD in algemeen geadviseerd om de begrenzing van het plangebied nader te onderbouwen en in het bijzonder een onderbouwing van de ruimte tussen het bestaande bedrijventerrein Zevenhont en de uitbreiding Zevenhont Zuid. Naar aanleiding daarvan is geconstateerd dat de huidige invulling niet logisch is en geen toekomstperspectief heeft, immers zal het plangebied nagenoeg volledig omgeven zijn door bedrijventerrein. Het vorenstaande heeft uiteindelijk erin geresulteerd in het betrekken van Zevenhont Midden bij de MER (bijlage 2). In onderstaand tabel worden de bevindingen van het MER samengevat voor de alternatieven, waarbij wordt opgemerkt dat de varianten de verschillende inrichtingsvarianten voor Zevenhont Oost zijn. De alternatieven zijn voor het vaststellen van de effecten vergeleken met de referentiesituatie waarin de autonome ontwikkelingen zijn meegenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Op basis van de hiervoor opgenomen tabel wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van Zevenhont tot positieve effecten leidt voor wat betreft het aspect geur. Op bepaalde criteria, te weten verkeer, geluid, natuur en landschap, cultuurhistorie en archeologie treden (mogelijk) licht negatieve effecten op. Geen van deze negatieve effecten maakt echter dat de voorgenomen ontwikkeling van bedrijventerrein Zevenhont geen doorgang kan vinden. Voor de volledige MER wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting evenals de aanvulling daarop in bijlage 2. 5.11.3 Conclusie Het Besluit m.e.r. vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van Zevenhont Midden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 6

WATERASPECTEN

6.1

Waterparagraaf

6.1.1

Europees- en rijksbeleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027 . Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. 6.1.2

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.3

Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD)

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft de taken vastgelegd in het Waterbeheerplan 2022-2027. Het bevat de uitwerking van de ambities in onze Watervisie “Meer dan water” en geeft voor de periode 2022 tot en met 2027 aan wat de maatregelen zijn om het watersysteem, de waterketen en de waterkeringen op orde te brengen. Ook zijn de maatschappelijke doelen voor duurzaamheid, circulaire bedrijfsvoering, klimaatadaptatie, educatie en voorlichting uitgewerkt.

6.2

Watertoets

6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21 e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen er zijn gemaakt ten aanzien van water. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt besluitvorming ten aanzien van water transparant. De waterparagraaf is een vertaling van het gevoerd overleg en het resultaat van de watertoetsprocedure. Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen in de digitale watertoets van het waterschap heeft ertoe geleid dat de zogenoemde ‘normale procedure’ van de watertoets van toepassing is. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is onderzoek verricht naar het aspect waterhuishouding. Hierna is de waterparagraaf opgenomen. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 15 bij deze toelichting. Invloed op waterhuishouding Hemel- en afvalwater In de toekomstige situatie zal het regenwater vertraagd afvoeren volgens de trits ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. Daarbij gaat, waar mogelijk, de voorkeur uit gaat naar bovengrondse afvoer. De bergingsvoorzieningen zorgen voor een vertraagde afvoer van hemelwater naar het omliggende watersysteem (landelijk gebied).

De ontwikkeling van nieuwe gebouwen en verhardingen zorgen voor een toekomstig bruto verhard oppervlak van circa 8,25 hectare. De toename in verhard oppervlak leidt tot een bergingsopgave van 6.300 m³ (bergingseis 80 mm). Door de ontwikkeling van het plangebied gaat een wateroppervlak (zowel secundaire- als tertiaire watergangen) verloren. Door het dempen van de secundaire en tertiaire watergang dient nog 700 m³ extra retentie te worden gerealiseerd waarbij rekening is gehouden met een peilstijging van 30 cm, waarmee de bergingsopgave 7.000 m³ wordt. Bij het bepalen van het watersysteem voor Zevenhont Midden is rekening gehouden met de situering ten opzichte van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont, Zevenhont-Oost en Zevenhont-Zuid. In afbeelding 6.1 is het toekomstige watersysteem weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Afbeelding 6.1

Toekomstig watersysteem (Bron: Roelofs)

De berging wordt gerealiseerd in nieuw aan te leggen bergingsvijvers en watergangen aansluitend op de watergangen van Zevenhont 4 en Zevenhont-Zuid (VEBE). In de bergingsvijvers is circa 8.000 m³ berging meer aanwezig dan noodzakelijk voor Zevenhont-Midden. Deze extra berging wordt ingezet door 5,54 hectare aan bestaand dakoppervlak van het bluswaterriool af te laten voeren evenals de daken van Betap. In totaal resteert dan nog ruim 1.300 m3 welke ingezet kan worden voor Zevenhont Oost of voor nog extremere neerslag. Door vergroting van de westelijke watergang wordt 300 m³ extra waterberging gerealiseerd die voor 100% ten gunste komt van Zevenhont 4. Nieuw te bouwen bedrijfspanden dienen op het vuilwaterriool te worden aangesloten. Het vuilwaterriool moet worden aangesloten op het bestaande gemeentelijke rioolstelsel in de Blokmat en de Sisalstraat. In De Blokmat ligt een DWA-riool ø 200 mm met b.o.b. NAP – 1,68 m. In de Sisalstraat ligt een DWA-riool ø 250 mm met b.o.b. NAP – 2,48 m. Het maaiveld in De Blokmat en de Sisalstraat ligt op ongeveer NAP + 0,50 m, bij Heutink wordt uitgegaan van een minimaal maaiveldniveau van NAP + 0,40 m (bouwrijpfase). Uitgaande van een buisverhang in de eerste 100 m van 1:250 en daarna 1:400, kan de droogweerafvoer op Zevenhont Midden nog onder vrijverval afvoeren naar het bestaande rioolstelsel en is geen extra rioolgemaal nodig.

Het waterschap wordt betrokken bij de nadere uitwerking van het water- en rioleringssysteem.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

50

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld Waterkwaliteit Indien de oppervlakken van de daken en wegen schoon zijn, kunnen deze op een HWA-riool worden aangesloten welke uitkomen in de te realiseren waterberging aan de oostkant. Vervuild hemelwater en afvalwater wordt afgevoerd via het vuilwaterriool, welke aangesloten wordt op het bestaande gemeentelijke rioolstelsel. Wateroverlast Wateroverlast wordt voorkomen door de inrichting van het plangebied af te stemmen op de (geo)hydrologische situatie binnen het plangebied. Op basis van de ingewonnen informatie ligt de GHG rond NAP -0,60 m Voor de nieuwe maaiveldhoogten geldt dan dat de wegen minimaal NAP + 0,40 moeten worden gelegd en de bebouwing daar minimaal 0,20 m boven. Om aan te sluiten op de hoogtes van het bestaande bedrijventerrein dus NAP + 0,50 m voor de wegen en de bebouwing daar minimaal 0,10 m boven (bij voorkeur 0,20 – 0,30 m boven as weg). Beheer en onderhoud De watergangen aan west- en oostkant sluiten aan op het bestaande industrieterrein Zevenhont 4 en op het te realiseren Zevenhont Zuid, en worden varend (nieuwe bergingsvijver) danwel rijdend (watergangen) onderhouden. Voor het toekomstige watersysteem wordt verwezen naar afbeelding 6.1. Beschermingszone Aan de west- en de zuidkant liggen primaire watergangen met een beschermingszone.

Werkzaamheden binnen deze zone zijn vergunning- of meldingsplichtig. Het plaatsen van bomen binnen deze zone dient afgestemd te worden met waterschap en gemeente. Wat betreft het dempen van watergangen en compensatie daarvan wordt verwezen naar het onderdeel hemel- en afvalwater. Overstromingsrisico Het plangebied bevindt zich in Dijkring 10, Mastenbroek. Op basis van de risicokaart komt onderstaand beeld naar voren bij overstromingen met een kleine kans (1/1.000 jaar). Voor het plangebied is bij overstromingen met een kleine kans sprake van een maximale waterdiepte van 2,0 tot 5,0 meter. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de dijktrajecten is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/maatregelen: • • • •

•

Voldoende sheltercapaciteit in de buurt; Voldoende hoog aanbrengen vloerpeilen, eventueel verhoogde drempels; Aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; Zowel te voet als per fiets of auto kan het gebied daarmee snel verlaten worden. Zodanig inrichten van de gebouwen dat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijvoorbeeld materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten begane grond); Opstellen van een evacuatieplan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

51

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 7 7.1

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. Dit bestemmingsplan is opgesteld met gebruik van de Crisis- en herstelwet (Chw), meer specifiek met gebruik van artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw) dat de mogelijkheid biedt voor een zogenaamd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.

Middels een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kan de gemeente als experiment onder de werking van de Chw vooruitlopen en anticiperen op de komst van de Omgevingswet. In het BuChw is artikel 7c van toepassing verklaard op het gehele grondgebied van de gemeente Zwartewaterland. Zevenhont Oost is tevens als ontwikkelingsgebied aangewezen, waardoor het mogelijk is om onder meer met open normen te werken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.2.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

52

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels en bestemming. Omgevingsvergunningenstelsel

In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. • Algemene bouwregel (Artikel 8) Het is verboden enig terrein of bouwperceel zodanig te bebouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, bouwvlak of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de regels van dit plan zou overeenstemmen, of voorzover er reeds aldaar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bebouwen, dat deze afwijking zou worden vergroot. • Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. • Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

53

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. “Bedrijf" (Artikel 3) Verantwoording De uitbreidingslocatie en de ontsluitingswegen hebben net als de bedrijfspercelen op Zevenhont de bestemming ‘Bedrijf’ gekregen, conform de gemeentelijke systematiek. Beschrijving De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'bouwbedrijf’ uitsluitend bedrijfsactiviteiten behorend bij een timmer- en houtskeletbouwfabriek, een bouwbedrijf en een bedrijf op het gebied van projectontwikkeling, een en ander met de daarbijbehorende voorzieningen waaronder kantoren en bedrijfsverzamelgebouwen. Ook ondergeschikte voorzieningen zijn toegestaan. Gebouwen moeten ten minste 3 meter van de perceelgrenzen worden gebouwd. De bouwhoogte mag maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangeduide hoogte voor bedrijfsgebouwen bedragen (12 en 16 meter). Daarnaast dient te worden voldaan aan het in de bijlage opgenomen beeldkwaliteitsplan. Voor overkappingen geldt dat de bouwhoogte ten hoogste 8 meter bedraagt, tenzij het gaat om overkappingen die aan een gebouw vast worden gebouwd. Dit soort overkappingen mogen ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van dat gebouw bedragen, vermeerderd met 0,25 meter.

Daarnaast zijn tevens bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan, met inachtneming van de gestelde maatvoeringseisen. Voorwaardelijke verplichting In voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een zogenoemde ‘voorwaardelijke verplichting’ voor zowel de uitvoering van de landschapsvisie ter inpassing van Zevenhont Midden als de verplichte waterberging. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak blijkt dat in een bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting, zoals hierboven beschreven, kan worden opgenomen. De voorwaardelijke verplichting voorziet in een borging opdat verzekerd is dat de maatregelen om te komen tot een aanvaardbare ruimtelijke situatie. Deze maatregelen zijn (mits ruimtelijk relevant, niet geheel geborgd middels sectorale wetgeving of middels de privaatrechtelijke overeenkomst welke is gesloten) als voorwaardelijke verplichting in de regels van het plan opgenomen. “Groen” (Artikel 4) Verantwoording Aan de landschappelijk inpassing en overig groen is de bestemming ‘Groen’ toegekend. Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor groenvoorzieningen, (fiets- en wandel)paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waterstaatkundige voorzieningen en wegen uitsluitend bestemd voor hulp- en nooddiensten. Binnen deze bestemming zijn gebouwen en overkappingen niet toegestaan.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan tot een hoogte van 3 meter. “Verkeer” (Artikel 5) Verantwoording Aan de nieuwe openbare infrastructuur is de bestemming ‘Verkeer’ toegekend. Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor gebiedsontsluitingswegen en fiets-, bromfiets- en wandelpaden met een inrichting hoofdzakelijk gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer. Ondergeschikt zijn diverse functies toegestaan, waaronder parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van beeldende kunst, infrastructurele voorzieningen, waaronder rotonden, groenvoorzieningen, waaronder begrepen oevers en bermen, water, waterhuishoudkundige en waterstaatkundige voorzieningen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

54

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld Binnen deze bestemming zijn gebouwen en overkappingen niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan tot een hoogte van 10 meter.

“Water” (Artikel 6) Verantwoording Aan de bergingsvijvers en watergangen is de bestemming ‘Water’ toegekend. Beschrijving Dergelijke gronden zijn onder meer aangewezen voor water, waterhuishoudkundige, waterstaatkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, (fiets- en wandel)paden, oevers en bermen. Op of in deze gronden is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 3 meter.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

55

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Zwartewaterland. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

56

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

HOOFDSTUK 9 9.1

Vooroverleg

9.1.1

Rijk

VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Het plan is in het kader van het vooroverleg naar de provincie toegezonden. Het vooroverleg met de Provincie heeft geleid tot het opnemen van de actuele stikstofregeling waarin de stikstofdepositie is berekend op basis van de nieuwste versie van Aerius Calculator versie 2021. Daaruit blijkt dat het nieuwe bestemmingsplan van Zevenhont Midden leidt tot een afname van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Het vaststellen van het bestemmingsplan Zevenhont Midden heeft dus geen significante gevolgen voor de Natura 2000- gebieden. Tevens is op verzoek van de Provincie inzichtelijk gemaakt de impact van Zevenhont Midden op weidevogelgebied gegeven het feit dat Zevenhont zuid wel/niet ontwikkelt wordt. 9.1.3

Waterschap Drents Overijsselse Delta

Het plan is in het kader van het vooroverleg naar het waterschap toegezonden. De reactie van het waterschap is beoordeeld en het plan is naar aanleiding hiervan op onderdelen aangepast. 9.1.4

Veiligheidsregio IJsselland

Het plan is in het kader van het vooroverleg naar de veiligheidsregio toegezonden. De veiligheidsregio had geen op- en aanmerkingen op het plan.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of en hoe inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Gelet op de aard en omvang wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3

Zienswijzen

Vanaf 15 september tot en met 27 oktober 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan voor een ieder ter inzage gelegen. De papieren versie lag in de genoemde periode, op afspraak, ter inzage bij de receptie van het gemeentehuis in Hasselt tijdens openingstijden. Pdf-documenten van het bestemmingsplan waren in te zien op de website van de gemeente. Tevens was het bestemmingsplan te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl, het planidentificatienummer is NL.IMRO.1896.BP0083-OW01. Gedurende de ter inzage periode heeft een ieder zijn of haar mening en/of opmerkingen in de vorm van een mondelinge of schriftelijke inspraakreactie kenbaar kunnen maken. Binnen de hiervoor genoemde periode zijn op het bestemmingsplan geen zienswijzen ingediend.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

57

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

58

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 1

Plan-MER

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

59

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 2

Aanvulling Plan-MER

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

60

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 3

Landschapsvisie Zevenhont Midden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

61

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek industrielawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

62

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

63

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 6

Bodem en waterbodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

64

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 7

Luchtkwaliteitsonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

65

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 8

Onderzoek externe veiligheid

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

66

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 9

Onderzoek milieuzonering

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

67

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 10

Voortoets ecologie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

68

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 11

AERIUS-berekening gebruiksfase

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

69

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 12

AERIUS-berekening aanlegfase

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

70

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 13

Onderzoek mogelijke verstoring weidevogelleefgebied

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

71

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 14

Quickscan natuurwaarden

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

72

Bestemmingsplan Zevenhont Midden Genemuiden Vastgesteld

Bijlage 15

Waterstructuurplan en waterparagraaf

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12485553/1