CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

a. OBP Bestemmingsplan Zevenhont Oost ter vaststelling def Toelichting

Raadsvergadering 8 december 2022, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Zevenhont Oost en beeldkwaliteitsplan21.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarom wordt bij nieuwe ontwikkelingen gekeken hoe ze bijdragen aan de compartimenteringsstrategie, zodat voorkomen wordt dat er bij overstromingen ineens een groot gebied overstroomt. Aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal de gemeente in de toekomst eisen stellen om wateroverlast te voorkomen zonder dat hiervoor aanvullende investeringen in riolering en waterberging nodig zijn."

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

26

Binnen het plangebied wordt voorzien in de aanleg van waterberging door middel van open water. De ontwerpvoorwaarden zijn afgestemd met het waterschap, zie hiervoor paragraaf 5.11. Een overstromingsparagraaf maakt deel uit van deze waterparagraaf. Overige thema's omgevingsvisie In de hiervoor genoemde alinea's zijn de belangrijkste thema's uit de omgevingsvisie benoemd en voorzien van een motivering. De overige thema's uit de omgevingsvisie zijn niet of minder relevant voor de ontwikkeling van Zevenhont-Oost. Daar waar wel raakvlakken met overige thema's bestaan sluit dit plan aan bij het beleid dat daarop is geformuleerd. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de gemeentelijke omgevingsvisie. 3.3.3

Stadsrandvisie Genemuiden

3.3.3.1 De Visie Op 12 januari 2012 is de Stadsrandvisie Genemuiden door de raad vastgesteld. Ook hier vormden de bedrijventerreinenvisie uit 2010 (én dus de structuurvisie ‘Zicht op Zwartewaterland’ 2005-2020) als basis/uitgangspunt. In de stadsrandvisie is al aandacht voor de uitbreiding van Zevenhont en worden een aantal inrichtingsprincipes weergegeven. De stadsrandvisie is geen blauwdruk, maar moet gezien worden als een inspirerend streefbeeld met een flexibel uitvoeringskader. De geschetste maatregelen, tijdlijnen en financieringsopties per project zijn een leidraad die richting geeft, maar niet dwingt. In de uitvoering moet er ruimte zijn om onvoorziene ontwikkelingen op te vangen en nieuwe kansen onmiddellijk te grijpen. In een open planproces moeten betrokken partijen de vrijheid krijgen om, binnen de gezamenlijke ambities, projecten naar eigen inzicht in te vullen. Deze visie beoogt daar ruimte voor te bieden. De Stadsrandvisie geeft een heldere schets over de economische en sociale kaders en het profiel van Genemuiden: "Minstens zo belangrijk voor de ruimtelijke ontwikkeling zijn de economische en sociale kaders. Genemuiden is met ruim 10.000 inwoners veruit de grootste kern van de gemeente Zwartewaterland. Genemuiden heeft een relatief jonge bevolking en een grote natuurlijke aanwas.

De stad kent een hechte geloofsgemeenschap met sterke sociale verbanden en een bloeiend verenigingsleven. Gezinnen zijn kinderrijk en jongeren willen graag in hun stad blijven wonen. Daarom is er van krimp voorlopig nog geen sprake en blijft er behoefte aan nieuwe woningen. Ook in economisch opzicht is Genemuiden een bloeiende stad. Met ruim 125 ha bedrijventerrein (groter dan het woongebied), een eigen industriehaven en ruim 5.000 arbeidsplaatsen is Genemuiden een belangrijk werkgelegenheidscentrum. De tapijtindustrie is de drijvende kracht. Maar ook andere bedrijven bieden werkgelegenheid, zoals aannemings-, installatie en schildersbedrijven, weg- en waterbouwbedrijven, machinefabrieken en expeditiebedrijven, ateliers voor woningstoffering, groothandels in vloerbedekking, een leverancier van vorkheftrucks, accountantskantoren en bankinstellingen. In het buitengebied is de riethandel naast de landbouw een belangrijke bedrijfstak. Genemuiden is een echte werkstad, de ondernemingslust zit de bewoners in het bloed. Dat zal in de toekomst niet veranderen en daar moet ook ruimte voor blijven. De Stadsrandvisie wil die ruimte bieden." 3.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de stadsrandvisie Genemuiden Voor het gebied Zevenhont-Oost is in de Stadsrandvisie geen concrete uitwerking gegeven, omdat op dat moment geen concrete ontwikkeling voor lag.

In de Nota van Uitgangspunten voor Zevenhont Oost en Zuid is de voorwaarde opgenomen dat bij de verdere uitwerking een landschapsvisie en inpassingsplan wordt opgesteld, waarbij rekening dient te worden gehouden met kenmerken en gewenste ontwikkelingen van het polderlandschap zoals omschreven in de landschappelijke inpassingsvisie (Bijlage 2). De landschappelijke inpassingsvisie vormt een belangrijke leidraad voor de uitwerking.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

27

3.3.4

Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland

3.3.4.1 Algemeen Op 1 december 2016 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland de ‘Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland - Slim bekeken’ vastgesteld. In deze welstandsnota worden negen deelgebieden onderscheiden, waarvan de ruimtelijke kwaliteit in grote mate overeenkomt. Dit ruimtelijk kwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het welstandsbeleid. Het plangebied gaat onderdeel uitmaken van het deelgebied ‘Industrieterreinen’. 3.3.4.2 Deelgebied 'Industrieterreinen' Voor dit deelgebied geldt het welstandsniveau ‘2’. Dit betreft een regulier welstandsniveau. Hier geldt niveau 2, omdat er sprake is van een gestructureerde stedenbouwkundige opzet met gangbare architectonische basiskwaliteiten. De inhoudelijke richting van de welstandstoets zal zijn gericht op het respecteren en interpreteren c.q. veranderen van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Dit om de mogelijkheid open te laten om de aanwezige architectonische kwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld in het kader van revitalisering van industrieterreinen. 3.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland Ten behoeve van de het plan Zevenhont-Oost is een beeldkwaliteitplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitplan wordt opgenomen in de Welstandsnota. Op dit moment zijn nog geen concrete bouwplannen aanwezig.

Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen zal het ontwerp worden getoetst aan het beeldkwaliteitplan Zevenhont-Oost. 3.3.5

Beleidsregel hoger bouwen met hogere kwaliteit / beeldkwaliteitsplan

3.3.5.1 Algemeen In 2016 is door de gemeenteraad de ‘Leidraad Hoger Bouwen met hogere kwaliteit’ vastgesteld welke moet worden toegepast wanneer er, in afwijking van het bestemmingsplan, hoger dan de in het bestemmingsplan opgenomen bouwhoogte wordt gebouwd. In 2016 is door de gemeenteraad de ‘Leidraad Hoger Bouwen met hogere kwaliteit’ vastgesteld welke moet worden toegepast wanneer er, in afwijking van het bestemmingsplan, hoger dan de in het bestemmingsplan opgenomen bouwhoogte wordt gebouwd. Ten behoeve van Zevenhont-Oost wordt er in zone 1 niet hoger dan 16 meter gebouwd en in zone 2 niet hoger dan 12 meter (zie afbeelding 3.7). Niettemin heeft de gemeente ervoor gekozen deze leidraad voor wat betreft vorm, kleur, materiaal en landschappelijke inpassing voor Zevenhont-Oost uit te werken in een beeldkwaliteitsplan. 3.3.5.2 Richtlijnen bij beoordeling De richtlijnen zijn gebaseerd op de onderstaande zonering. Voor iedere zone gelden specifieke beeldkwaliteitseisen. Deze eisen zijn opgenomen in Hoofdstuk 3 van het Beeldkwaliteitsplan (zie hiervoor Bijlage 1 van deze toelichting). Ook in paragraaf 4.3.2 wordt op de beeldkwaliteit ingegaan. 3.3.6 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten en ambities, zoals verwoord in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

28

Hoofdstuk 4

4.1

Planbeschrijving

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Het vertrekpunt voor de opzet van dit bestemmingsplan is de Nota van Uitgangspunten, zoals deze door het college van Zwartewaterland op 7 juli 2020 is vastgesteld. Omwonenden hebben op basis van 'keukentafelgesprekken' op voorhand mee kunnen denken en praten over de uitbreiding van Zevenhont naar het oosten en zuiden. De uitkomsten hiervan zijn meegenomen in de Nota. Daarnaast heeft de bevolking inspraak kunnen leveren door middel van zienswijzen. De nota is op 2 juli 2020 ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

Afbeelding 4.1 Kaartbeeld nota van uitgangspunten. In de nota worden de volgende, meest relevante uitgangspunten voor Zevenhont-Oost beschreven: Gebruiksmogelijkheden Circa 15 ha netto voor algemene bedrijfsdoeleinden hoofdzakelijk ter aanvulling en ondersteuning van het Tapijtcluster, als uitbreiding van het bestaande Zevenhont. Naast kavels voor de grote(re) bedrijven moet er ook direct en/of indirect ruimte gecreëerd worden voor de kleine(re) bedrijven. De volgende functies zijn niet toegestaan: (volumineuze) detailhandel, bedrijfswoningen,

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

29

tankstations, risicovolle inrichtingen (conform (AMvB) Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), geluidzoneringsplichtige inrichtingen op grond van de Wet geluidhinder, zelfstandige kantoren, zelfstandige horeca, chemische industrie, seksinrichting. Milieu, natuur en duurzaamheid Toepassing van een systematiek voor inwaartse milieuzonering die anticipeert op de Omgevingswet (in plaats van een systematiek op basis van SBI-categorieën). De milieugebruiksruimte verdelen over de bedrijfskavels (en maximeren voor de individuele kavels). Toepassing van interne salderingsmethoden om te kunnen voldoen aan actuele regelgeving inzake stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In elk geval zal daarbij aan de beleidsregels van de provincie moeten worden voldaan. Waar nodig nader onderzoek en mitigerende maatregelen treffen met het oog op instandhouding van beschermde dier- en plantensoorten. Duurzaamheidskansen liggen op o.a. klimaatadaptatie (realisatie van water en groen), reductie van hittestress (idem dito), energietransitie (bijvoorbeeld zonnepanelen op de daken), circulaire economie. Landschappelijke inpassing en waterhuishouding Voor de landschappelijke inpassing wordt aan de oostzijde van Zevenhont-Oost ruimte gereserveerd voor een strook met een breedte van minimaal 30 meter.

In deze strook zullen in hoofdzaak bomen en struiken worden aangeplant, maar zal er mogelijk ook gezocht worden naar een (dubbel)functie van waterberging om bij extreme regenbuien tijdelijk water te kunnen bergen. Ook zullen er de noodzakelijke watergangen in aangebracht worden. Om de gebiedsontwikkeling zo klimaat-adaptief mogelijk te maken is het van belang (o.a.) voldoende groen en water aan te leggen, op zowel het private deel als de openbare ruimte. Dit helpt namelijk bij het reduceren van zowel de warmte als het overstromingsrisico. Hierbij worden de bestaande (verschillende) watersystemen in acht genomen. Bebouwing en verkeer Met het oog op de woningen langs de Cellemuidendijk wordt er binnen een zone aan de oostzijde van Zevenhont-Oost (de zone aansluitend aan de groenzone) een bouwhoogte van maximaal 12 m toegestaan. Op het overige deel van het bedrijventerrein bedraagt de bouwhoogte maximaal 16 m. Verwezenlijking van eenvoudige bouwvormen met zo min mogelijk details, opgetrokken uit duurzaam en onderhoudsarm gevelmateriaal. In de Nota van Uitgangspunten zijn voorts kleurprofielen opgenomen voor bebouwing die is gericht op het omliggende gebied / landschap. Zevenhont-Oost sluit aan op de bestaande verkeersstructuur van bedrijventerrein Zevenhont. Er wordt uitsluitend op eigen terrein geparkeerd, zowel personenauto's als vrachtauto's.

4.2

Relatie met projecten omgeving

De uitbreiding van bedrijventerrein Zevenhont bestaat uit drie uitbreidingslocaties: Zevenhont-Oost, -Zuid en -Midden. Voor Zevenhont-Oost en -Zuid vloeit de wens om uit te breiden voort uit de behoefte om productielocaties te clusteren voor een efficiënter bedrijfsproces. Voor Zevenhont-Oost komt deze wens vanuit Topwerklocatie - Tapijtcluster. De behoefte voor uitbreiding naar Zevenhont-Zuid komt vanuit de Condor group. Daarnaast is in het MER een derde locatie nabij Zevenhont meegenomen. Die locatie wordt Zevenhont-Midden genoemd. Voor de ontwikkeling van een deel van deze locatie is Heutink Groep initiatiefnemer. Op dit deel wordt de uitbreiding en verandering van de bedrijfsactiviteiten van Heutink Groep mogelijk gemaakt (productiehal, kantoor). Een kleiner deel van de locatie Midden wordt bestemd zoals Zevenhont-Oost. Voor heel Zevenhont-Midden wordt een separate bestemmingsplanprocedure gevolgd.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

30

4.3

Ruimtelijk-functioneel plan

4.3.1 Landschappelijke inpassing Zowel de provincie als de gemeente hebben de voorwaarde uitgesproken dat de uitbreiding van Zevenhont robuust moeten worden ingepast in het landschap. Belangrijke aanleiding daarvoor is de ligging in het 'Nationaal Landschap IJsseldelta', maar ook de nabijheid van de woningen ten oosten van Zevenhont. Dit is in 2012 reeds vastgesteld in de 'Stadsrandvisie Genemuiden – 12 januari 2012'. Om de landschappelijke inpassing te onderzoeken en af te wegen is een landschappelijke inpassingsvisie opgesteld, zie Bijlage 2 van deze toelichting. Een belangrijk uitgangspunt van deze visie is dat bij de landschappelijk inpassing voldoende rekening moet worden gehouden met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Voor deze landschappelijke inpassing wordt aan de oostzijde van Zevenhont Oost (doorlopend tot en met de oost- en zuidzijde van Zevenhont-Zuid) ruimte gereserveerd voor een strook met een breedte van minimaal 30 meter. Een gedeelte van deze strook is 50 m breed. In deze strook worden bomen en struiken aangeplant. Hierbij staat voorop dat het groen de bedrijvigheid (gezien vanaf het omliggende landschap) zoveel mogelijk aan het zicht moet onttrekken.

Op de door de gemeente medio 2019 georganiseerde informatieavonden voor de omwonenden van het Hogeland en de dijk Cellemuiden over de landschappelijk inpassing van Zevenhont is deze randvoorwaarde door de omwonenden ook duidelijk aangegeven. Verder worden er in de groenstrook watergangen voor waterbering aangelegd. De exacte vormgeving van de strook, waaronder de inpassing van deze watergangen en de keuze en situering van de bomen en andere beplantingen, wordt later bepaald. Ook in het MER is onderzoek gedaan naar de landschappelijke effecten van dit bestemmingsplan. Genoemd worden onder meer de mindere herkenbaarheid van de karakteristieke rationele verkaveling en de verdichting van het open landschap, waardoor ook bestaande zichtlijnen in het gebied verdwijnen. In het MER wordt de ontwikkeling daarom als licht negatief beoordeeld. De landschappelijke inpassingsvisie biedt maatregelen om deze effecten zoveel mogelijk te beperken. Op de landschappelijke aspecten cultuurhistorie en archeologie wordt in paragraaf 5.13 ingegaan. 4.3.2 Beeldkwaliteit Voor Zevenhont-Oost is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, zie hiervoor Bijlage 1 van deze toelichting. In het plan is onderscheid gemaakt tussen twee zones, zie afbeelding 4.2. Voor de binnenste schil van het bedrijventerrein (zone 1) geldt een hogere maximum bouwhoogte dan voor de buitenste schil (zone 2).

In zone 1 zijn bovendien verbijzonderingen toegestaan, maar niet in zone 2. De overige eisen uit het beeldkwaliteitsplan gelden voor het hele gebied en hebben betrekking op zaken als materialisering en architectonisch ontwerp van de nieuwe gebouwen en bouwwerken. Maar bijvoorbeeld ook op de plaatsing en uitvoering van zonnepanelen.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

31

Afbeelding 4.2: Aanduiding van zones in het beeldkwaliteitsplan behorende bij de uitbreiding Zevenhont-Oost. 4.3.3

Verkeerskundige inpassing

In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Onderzoek Door Royal HaskoningDHV is onderzoek verricht naar de verkeersontsluiting (Bijlage 3). Daaruit blijkt dat de uitbreiding van Zevenhont, in combinatie met de autonome groei, een dermate hoge verkeersdruk geeft dat maatregelen nodig zijn om tot een passende verkeersontsluiting en -structuur te komen. In het onderzoeksrapport worden verschillende mogelijkheden onderzocht ten aanzien van extra verkeersontsluiting, een fietsroute, openbaar vervoer en mobiliteitsmanagement. In het MER is specifiek naar de effecten van de varianten binnen Zevenhont-Oost gekeken. Zowel op het gebied van verkeersaantrekkende werking, bereikbaarheid als verkeersveiligheid, scoren de drie alternatieven licht negatief. Deze score is terug te voeren op het feit dat er in de omgeving van Zevenhont-Oost meer verkeersbewegingen zullen plaatsvinden vanwege de toegenomen bedrijvigheid.

Dit heeft (overzienbare) gevolgen voor de verkeersafwikkeling, het milieu en de verkeersveiligheid. Hierna wordt ingegaan op de maatregelen die worden genomen om aan deze gevolgen tegemoet te komen. Verkeersstructuur Er is aanvullende infrastructuur nodig voor de ontsluiting van Zevenhont-Zuid. De aanvullende infrastructuur is ook nodig om ervoor te zorgen dat zowel op korte als lange termijn voldoende capaciteit en veiligheid op het totale bedrijventerrein (Zuid, Oost, Midden en bestaand) en op de ontsluitende provinciale weg (N759) kan worden gewaarborgd. Het voorkeursmodel uit het rapport bestaat uit: Een extra rotonde op de N759, gelegen nabij Zevenhont-Zuid (definitieve positie nog te bepalen); Een nieuwe weg in oostelijke richting (definitieve positie nog te bepalen);

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

32

Verbindingen naar De Bloksmat en Sisalstraat (definitieve positie nog te bepalen). Dit model zorgt zowel voor een directe ontsluiting van Zevenhont-Zuid op de N759, als voor (op termijn) een extra aansluiting voor (het zuidelijke deel van) het bestaande Zevenhont, Zevenhont-Oost en Zevenhont-Midden. Uitgangspunt is dat er een extra ontsluiting komt ten noorden van de uitbreidingslocatie van de Condor Group. Door provincie Overijssel is aangegeven dat deze aansluiting, in verband met verkeersveiligheid, uitgevoerd moet worden in de vorm van een rotonde. Parkeren Het uitgangspunt is dat het parkeren van personenauto's en vrachtwagens volledig op eigen terrein gaat plaatsvinden. In de regels van dit plan is hiertoe een bepaling opgenomen. Langzaam verkeer Het gebied wordt bereikbaar voor langzaam verkeer. Het is aannemelijk dat voornamelijk werkenden hier fietsen en lopen. In het wegontwerp wordt rekening gehouden met mogelijkheden voor fietsverkeer en voetgangersverkeer. De gemeente wil een snelle fietsroute aanleggen tussen Hasselt en Genemuiden, om zodoende het fietsverkeer te faciliteren en stimuleren. Momenteel is die route ruim 7 km lang. Met de volgende twee nog aan te leggen fietspaden wordt deze route aanzienlijk verkort: 1. Op relatief korte termijn: de oost-west-doorsteek tussen de Cellemuiden en Zevenhont verkort de route tot een kleine 5 km.

De bestaande Cellemuiden vormt de rest van de fietsroute (waarbij fietsverkeer is gemengd met het aldaar aanwezige autoverkeer); 2. Op termijn (wensvoorziening): een vrij liggend fietspad langs de N759 tussen Genemuiden en Hasselt. In een nader onderzoek zal de aanleg van beide fietspaden verder uitgewerkt worden. Daarnaast wordt gestreefd naar een informeel wandelommetje via de beheerpaden in groenzone. Openbaar vervoer De gemeente streeft ernaar de gebruiksmogelijkheden van het OV te verbeteren. Voor Zevenhont kan dat worden geconcretiseerd door: Realisatie van een extra bushalte bij nieuwe zuidelijke aansluiting (rotonde) op de N759. In overleg met het vervoersbedrijf en de provincie als concessieverlener moet gekeken worden of er in de dienstregeling ruimte voor is om de bus hier extra te laten stoppen (want dat kost tijd). Verbeteren van de bereikbaarheid van de bestaande noordelijke bushalte bij het bestaande Zevenhont / naar Zevenhont-Oost. De huidige loopverbinding tussen de bushalte en Zevenhont-Oost is indirect, en duurt daardoor een kleine 20 minuten. Realisatie van een nieuwe directe looproute tussen de bedrijven door zou deze looptijd aanzienlijk verkorten. Hier is nu geen ruimte voor, maar de kans dient zich mogelijk in de toekomst aan bij verhuizing van bestaande bedrijven. Het gebruik faciliteren van OV-fietsen, zodat de lange looptijd fietsend wordt verkort.

Bij de bushalte kunnen hiertoe kluisjes met OV-fietsen worden geplaatst, die met behulp van een abonnement gebruikt kunnen worden. Door uitvoering van de hiervoor genoemde maatregelen, die uitvoerig zijn afgestemd met de provincie Overijssel, wordt zoveel mogelijk tegemoet gekomen aan de verkeerskundige effecten van de uitbreiding van Zevenhont. Hierdoor is er ook in de toekomst sprake is van een aanvaardbare verkeerskundige situatie in (de omgeving van) het plangebied Zevenhont-Oost. De verkeersstructuur binnen het plan moet nog verder worden uitgewerkt is afhankelijk van twee aspecten: de uiteindelijke verkaveling, die mede bepaald waar binnen het plangebied ontsluitingswegen moeten komen (dan wel waar ze niet nodig zijn); de ontwikkeling van Zevenhont-Midden, die mogelijk aanleiding geeft om de voorgenomen aansluiting van Zevenhont-Oost op het direct aangrenzende gebied aan te passen. Het plan houdt rekening met verschillende verkeerskundige ontwerpen. Dit heeft echter geen invloed op de integrale afweging ten aanzien van de ontwikkeling van Zevenhont-Oost.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

33

4.3.4 Verkaveling en inrichting bedrijventerrein De ruimtelijke hoofdstructuur wordt bepaald door: structuurelementen groen en water (gebaseerd op landschappelijke inrichtingsvisie); omliggende verkeersontsluitingswegen gebaseerd op verkeersstructuur; verkaveling. Dit plan maakt de uitbreiding van bestaande bedrijven mogelijk, alsmede de vestiging van diverse nieuwe bedrijven. Nadere uitwerking hiervan vindt nog plaats. 4.3.5 Duurzaamheid In aansluiting op de in paragraaf 4.1 vermelde duurzaamheidskansen wordt dit uitgangspunt als volgt in dit plan ingevuld: een brede zone voor een goede landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein; het creëren van waterberging in het plangebied; invulling van de groenzone met hoogopgaande beplanting (waardoor tevens reductie van hittestress); planologische mogelijkheden voor de bedrijven om aanvullende maatregelen te treffen. Verder worden in het beeldkwaliteitsplan eisen gesteld op het gebied van duurzaamheid, zoals voor de aanleg van zonnepanelen. Bij gronduitgifte worden duurzaamheidsmaatregelen beloond via een puntensysteem. Daarnaast zullen de bedrijven moeten voldoen aan het per 1 januari 2021 in werking getreden (nieuwe) Bouwbesluit, waarin strengere eisen gelden op het gebied van milieuprestatie-eisen.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

34

Hoofdstuk 5

5.1

Omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Voor het bestemmingsplan Zevenhont-Oost is een milieueffectrapport (MER) opgesteld dat de m.e.r.-procedure doorloopt. In deze paragraaf is het MER samengevat. Het bestemmingsplan Zevenhont-Oost is planm.e.r.-plichtig omdat reeds voor Zevenhont-Zuid een Passende Beoordeling doorlopen moet worden. Daardoor wordt de gehele ontwikkeling van Zevenhont (Oost, Midden en Zuid) planm.e.r-plichtig op grond van de Wet natuurbescherming. Het bestemmingsplan is daarnaast m.e.r.-beoordelingsplichtig omdat voorzien wordt in industriële activiteiten die de drempelwaarde van 75 hectare niet halen. Omdat reeds een MER wordt opgesteld is het niet meer nodig een afzonderlijke m.e.r.-beoordeling uit te voeren. In het MER wordt een voorkeursvariant gepresenteerd, waarop dit bestemmingsplan is gebaseerd. De belangrijkste resultaten van het m.e.r.-onderzoek, waaronder de analyse die heeft geleid tot de voorkeursvariant, zijn hierna beschreven. Het volledige MER-rapport is opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting. Alternatieven (locatiekeuze) In het MER wordt eerst ingegaan op alternatieve mogelijkheden om te komen tot uitbreiding van bedrijventerrein in de gemeente Zwartewaterland of in nabijgelegen gemeenten. De volgende alternatieven zijn beoordeeld: Uitbreiding van bedrijventerrein Meppelerdiep in oostelijke richting.

Met het oog op verstoring van Natura 2000-gebieden verdient dit alternatief de voorkeur. In dit plangebied liggen echter nog diverse agrarische bedrijven en woningen. Hierdoor is de ontwikkeling van dit alternatief niet haalbaar. Realisatie van een geheel nieuw bedrijventerrein met een netto oppervlakte die vergelijkbaar is met de oppervlakte van Zevenhont-Oost. Binnen de gemeente Zwartewaterland is de ontwikkeling van een geheel nieuw bedrijventerrein (dat niet aansluit op een bestaand bedrijventerrein) zowel op grond van het ruimtelijk beleid als uit het oogpunt van milieuhygiëne niet gewenst. Op regionaal niveau is onderzoek gedaan naar mogelijkheden binnen West Overijssel (Kampen, Zwolle, Staphorst en Steenwijkerland). Er is een inventarisatie gemaakt van aanwezige bedrijventerreinen de daarbij beschikbare ruimte voor uitbreiding. De conclusie daarvan is dat bestaande bedrijventerreinen in de regio geen reëel alternatief vormen voor Zevenhont-Oost. Er is geen ruimte beschikbaar of met uitbreiding van deze terreinen wordt niet tegemoet gekomen aan het locatiespecifieke doel van de beoogde uitbreiding: namelijk het bieden van ruimte aan bedrijven in het tapijtcluster. Op basis van de beoordeling van genoemde alternatieven is de conclusie dat een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont in oostelijke richting de voorkeur heeft.

Uit het oogpunt van milieueffecten is dit alternatief haalbaar en inpasbaar. Daarnaast sluit dit alternatief het beste aan op het locatiespecifieke doel om het Tapijtcluster te versterken. Ook sluit dit alternatief aan op het ruimtelijk beleid van de gemeente Zwartewaterland. Tot slot is dit alternatief ook qua exploitatie het beste haalbaar vanwege het grondeigendom van de gemeente in dit gebied. Varianten (voor Zevenhont-Oost) In het MER zijn voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Zevenhont-Oost drie varianten beoordeeld (zie figuur 5.1). De inrichtingsalternatieven onderscheiden zich van elkaar door de verkeerswegenstructuur, wijze van ontsluiten en de verkaveling van de percelen.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

35

Figuur 5.1 Varianten beoordeeld in het MER Opgemerkt wordt dat het plangebied van dit bestemmingsplan iets kleiner is dan op bovenstaande figuren is aangegeven. De reden hiervoor is dat de beperkte uitbreiding van enkele bestaande percelen bij nader inzien niet in dit plan wordt meegenomen, evenals enkele bestaande percelen. Dit heeft echter geen wezenlijke gevolgen voor de m.e.r.-beoordeling, de keuze van de voorkeursvariant en/of de doorwerking van het MER in dit plan (en de op basis van het MER te maken afwegingen). Effectbeoordeling Uitgangspunten effectbeoordeling In het MER zijn de varianten beoordeeld op alle relevante milieuaspecten, waaronder geluidhinder, effecten op de natuur, effecten op het landschap en de waterhuishouding, alsmede op duurzaamheid.

Voor alle varianten zijn dezelfde functionele uitgangspunten gehanteerd, die tevens de uitgangspunten vormen voor dit bestemmingsplan en die in de planregels en/of op de plankaart zijn vastgelegd: circa 17 ha netto bedrijventerrein voor algemene bedrijfsdoeleinden, hoofdzakelijk ter aanvulling en ondersteuning van het tapijtcluster (dus niet geschikt voor nieuwe 'zware' tapijtindustrie), als uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont; er worden kavels voor zowel grote(re) als kleine(re) bedrijven gecreëerd; uitgesloten worden bedrijven die in belangrijke mate milieuhinder kunnen veroorzaken, te weten: risicovolle inrichtingen en geluidzoneringsplichtige inrichtingen (grote lawaaimakers); tevens worden publieksgeoriënteerde bedrijven uitgesloten, te weten: zelfstandige (voluminieuze) detailhandel, zelfstandige horeca, tankstations en seksinrichtingen; tevens worden gevoelige functies uitgesloten: zelfstandige kantoren en bedrijfswoningen. Resultaten effectbeoordeling De effectbeoordeling toont aan dat de effectbeoordeling voor alle varianten (nagenoeg) dezelfde resultaten oplevert.

De ontwikkeling van Zevenhont-Oost scoort licht negatief op de volgende aspecten: verkeer (verkeersaantrekkende werking, bereikbaarheid, verkeersveiligheid); geluid (industrielawaai, verkeerslawaai, cumulatie); natuur (soorten, Natura 2000); landschap (landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden). Deze scores zijn niet onlogisch, aangezien open buitengebied wordt getransformeerd tot een bedrijventerrein. Een licht positief effect is geconstateerd ten aanzien van het aspect geurconcentratie. Dit heeft te maken met de bestaande tapijtproductie ter plaatse van Inslag 12. Die productie wordt beëindigd wanneer het plan Zevenhont-Oost wordt gerealiseerd. Op alle overige aspecten scoort de ontwikkeling van Zevenhont-Oost neutraal, dat wil zeggen: op die aspecten treden geen wezenlijke

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

36

effecten op ten opzichte van de huidige situatie. Gevolgen effectbeoordeling voor het bestemmingsplan De effectbeoordeling toont aan dat in het bestemmingsplan specifieke aandacht moet worden besteed aan regels en/of onderbouwing van het plan ten aanzien van (tenminste) de volgende aspecten: verkeer: het plan leidt tot extra verkeersgeneratie, waardoor maatregelen nodig zijn voor een goede en veilige verkeersontsluiting; milieuzonering: milieuruimte voor bedrijven moet voldoende worden begrensd door middel van een regeling voor milieuzonering. Omliggende gevoelige functies worden hierdoor beschermd tegen geluidhinder en geurhinder; natuur / soortbescherming: er zijn in het gebied beschermde soorten aanwezig. Voor de verstoring daarvan is ontheffing nodig op grond van de Wet natuurbescherming. In elk geval geldt dit voor de egel en de modderkruiper; natuur / gebiedsbescherming: het bedrijventerrein Zevenhont-Oost veroorzaakt stikstofdepositie terwijl het is gelegen nabij een Natura2000-gebied. Mede in het licht van de huidige stikstofproblematiek moet dit aspect terdege worden onderzocht en onderbouwd; landschap: in het bestemmingsplan moet worden gewaarborgd dat de maatregelen uit het (specifiek voor Zevenhont-Oost opgestelde) landschapsplan kunnen en zullen worden uitgevoerd.

Uiteraard moet het bestemmingsplan daarnaast regels stellen en/of een onderbouwing bevatten ten aanzien van de overige aspecten. Zo is voor het bestemmingsplan in elk geval de wettelijk verplichte watertoets noodzakelijk. Advies commissie m.e.r. en aanvulling plan-/project-MER Gedurende de periode van 6 januari 2022 tot en met 16 februari 2022 heeft de plan-/projectMER ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder zienswijze naar voren kunnen brengen over de plan-/projectMER. Voorts is de commissie m.e.r. in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht over de plan-/projectMER. De commissie m.e.r. heeft op 7 april 2022 schriftelijk advies uitgebracht. Daarin signaleert de commissie dat in de plan-/projectMER belangrijke informatie ontbreekt. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de bestemmingsplannen. De belangrijkste aanmerking van de commissie was dat het MER te weinig aandacht besteedt aan locatie- en inrichtingsalternatieven en aan de kansen die de uitbreiding biedt om bij te dragen aan ambities voor duurzaamheid, biodiversiteit of leefbaarheid.

In de rapportage "Aanvulling Plan-/project-MER", opgenomen in Bijlage 5 van deze toelichting, wordt het MER op dit punt aangevuld en wordt eveneens aan andere opmerkingen van de commissie tegemoet gekomen. Die andere opmerkingen betroffen onvolledigheden op sommige onderzoeksaspecten. Conclusie In het MER is de ontwikkeling van Zevenhont-Oost op een viertal (hoofd-)aspecten licht negatief beoordeeld. In het bestemmingsplan zijn juridische waarborgen opgenomen om de geconstateerde effecten te beperken of te verzachten. Op meerdere in het MER beoordeelde milieuaspecten wordt in de paragrafen hierna verder ingegaan.

5.2

Milieuzonering

Beleidskader In mei 2019 heeft de VNG de uitgave "Milieuzonering nieuwe stijl" gepubliceerd. Deze uitgave is toegepast in dit bestemmingsplan. De methode "Milieuzonering nieuwe stijl" anticipeert op de integratie van milieu en ruimte in de Omgevingswet en gaat uit van de beschikbare milieuruimte voor een bedrijf, zonder verwijzing naar een Staat van bedrijfsactiviteiten met richtafstanden voor inrichtingen, zoals in de (voorheen veelal gehanteerde) VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering". De nieuwe methodiek biedt meer rechtszekerheid en flexibiliteit, omdat:

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

37

1. er geen discussie meer is of een bepaald bedrijf wel of niet is genoemd in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, immers er is geen bedrijvenstaat meer; 2. een bedrijf niet 'vast' zit aan een bepaalde milieucategorie met bijbehorende richtafstand. Als een bedrijf minder milieuruimte nodig heeft is plaatsing in een andere zone zonder specifieke omgevingsvergunning in beginsel mogelijk. Bijkomend voordeel van de nieuwe sytematiek is dat de woonomgeving beter beschermd wordt tegen geluid- en geuroverlast. Anders dan bij de huidige systematiek gelden er namelijk concrete milieunormen op een afstand van 30 of 50 meter van de terreingrens van het bedrijf, naast de normen op grond van het Activiteitenbesluit die gelden op de gevels van woningen. Op basis van de methode "Milieuzonering nieuwe stijl" worden in het bestemmingsplan zones onderscheiden die, naarmate de afstand tot de woonomgeving toeneemt, voorzien in een oplopende gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf. De gebruiksruimte van een bedrijf is de (genormeerde) milieuruimte die een bedrijf op grond van het bestemmingsplan mag benutten voor het uitoefenen van zijn (bedrijfs-)activiteiten. De normen voor geur en geluid zijn zodanig gekozen dat ieder bedrijf zijn eigen gebruiksruimte krijgt. Wanneer een inrichting in meer dan één zone ligt, geldt de zwaarste norm.

Ter illustratie: wanneer een bedrijf zowel in Geluid zone 3 als 4 ligt, zijn de normen uit Geluid zone 3 maatgevend. Onderzoek Geluid door bedrijven op het bedrijventerrein De hoeveelheid geluidruimte per bedrijf is afhankelijk van de zone van het bedrijventerrein waarin het bedrijf ligt. Per zone wordt een standaard geluidruimte per bedrijf toegekend. Hieronder is een voorbeelduitwerking voor het maatgevende thema geluid weergegeven, met bijbehorende geluidnormen.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

38

Afbeelding 5.2: Geluidzonering op basis van de milieuzonering nieuwe stijl. De zones zijn in de verbeelding vastgelegd, de ligging van de bedrijven niet. Welke norm waar geldt volgt uit de regels in combinatie met de concrete ligging van de grens van het bedrijf (de inrichting). De voor de vier zones gehanteerde afstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied sluiten aan bij de zones uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering, voor respectievelijk de milieucategorieën 2, 3.1, 3.2 en 4.1. Door deze aansluiting is het relatief eenvoudig om de bestaande systematiek met oplopende maximale milieucategorieën te vervangen door de nieuwe systematiek met zones met oplopende geluidruimte. Bovendien blijft het principe van inwaartse zonering en blijven de voordelen daarvan, in termen van efficiënt ruimtegebruik en een goede bescherming van de woon en leefomgeving, op deze manier in stand. In dit bestemmingsplan is een zonering voor geluid met concrete geluidnormen per bedrijf opgenomen conform de nieuwe systematiek van de VNG, waarbij de zonering is opgenomen gerekend vanaf de grens van het plangebied. Daarbij is in de regels uitgegaan van de afstanden tot een rustige woonwijk, omdat die situatie het beste overeenkomen met de feitelijk in de omgeving aanwezige woningen die in rustig buitengebied staan.

Voor dit plan betekent dit dat bijna het hele terrein is genormeerd conform Geluid zone 4, behoudens enkele kleinere gedeelten waar alleen bedrijven gevestigd kunnen worden die voldoen aan de normen van Geluid zone 3. Geur door bedrijven op het bedrijventerrein Voor geur is een vergelijkbare regeling opgenomen als voor geluid, met normen voor de toelaatbare geur per bedrijf, die gelden op een afstand van 30 of 50 meter van de terreingrens van het bedrijf. Voor geur zijn in de systematiek drie zones opgenomen. Voor het gehele plangebied is echter één zone van toepassing, namelijk Geur zone 3. Normen bestemmingsplan en aanvullende normen De genoemde normen op bedrijventerreinen zijn primair gericht op het afbakenen van de gebruiksruimte (geluidruimte, geurruimte) en niet direct op het beschermen van gevoelige objecten. Voor het beschermen van gevoelige objecten gelden aanvullende regels op grond van het Activiteitenbesluit of op grond van een omgevingsvergunning milieu. Flexibiliteit In de planregels is voor bedrijven onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de in dit plan opgenomen normen voor geluid of geur. Toegelaten bedrijven Voor de toelating van (bedrijfs-)activiteiten gelden nog de volgende randvoorwaarden: 1. De gronden zijn bestemd voor de functie bedrijf.

Andere functies, zoals zelfstandige kantoren, horeca, detailhandel, benzinesevicestations, worden niet direct toegelaten. 2. Andere functies (dan bedrijf) zijn onder bepaalde voorwaarden toegelaten. De voorwaarden zijn onder meer: a. de activiteit draagt bij aan de ambties en doelstellingen van Zwartewaterland; b. de activiteit leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving; c. belangen van derden worden niet onevenredig geschaad. 3. De volgende activiteiten zijn niet toegelaten: a. activiteiten in de zin van het Bevi; b. activiteiten in de zin van de Wet geluidhinder. Onderzoeksplicht Bij nieuw te vestigen bedrijven moet duidelijk zijn dat kan worden voldaan aan de in de planregels opgenomen normen voor geluid en geur. In de voorbeeldregels van de VNG-uitgave is daarvoor een meldingssystematiek opgenomen. Deze systematiek sluit aan bij de meldingssystematiek uit het Activiteitenbesluit. In de melding moet worden onderbouwd dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur. Deze onderbouwing is vormvrij. De onderbouwing kan beperkt en kwalitatief zijn in eenvoudige situaties, maar ook bestaan uit een volwaardig kwantitatief

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

39

onderzoek bij meer complexe bedrijven. Het is aan het bevoegd gezag om te beoordelen of de onderbouwing toereikend is. Mocht het bevoegd gezag van oordeel zijn dat de onderbouwing niet toereikend is, en het bedrijf is niet bereid de onderbouwing aan te vullen (wat in de praktijk ongebruikelijk is), dan is in de regels de mogelijkheid opgenomen om met een nadere eis alsnog een geluid- of geuronderzoek af te dwingen. Bestaande activiteiten De regels in dit plan over geluid en geur stellen nieuwe normen over toegelaten bestaande activiteiten, die tot nu toe niet golden. Voor bestaande activiteiten is een algemene regeling opgenomen waardoor gedurende 3 jaar een afwijking van de norm wordt toegestaan. Het gaat om afwijkingen van de norm die aantoonbaar bestond op het moment van de inwerkingtreding van die norm. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de melding of uitgevoerde onderzoeken. Voortzetting van deze afwijking na 3 jaar kan alleen met een omgevingsvergunning. Hierbij kan de gemeente de toelaatbaarheid beoordelen en eventuele randvoorwaarden vastleggen, waaronder het treffen van (tenminste) BBT-maatregelen en andere maatregelen die redelijkerwijs mogelijk zijn om de afwijking van de norm zoveel mogelijk te beperken. Zoals het zo veel mogelijk gesloten houden van deuren.

Omdat de afwijking onder het oude recht legaal was, ligt het niet in de rede de vergunning te weigeren indien dit kan leiden tot het noodgedwongen moeten beëindigen van de activiteit. Voor bestaande bedrijven die al beschikken over een omgevingsvergunning milieu of maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit met ruimere normen, geldt de driejaarstermijn niet. Voor die bedrijven geldt de milieuvergunning cq het maatwerkvoorschrift de facto als een omgevingsvergunning in de zin van artikel 3.5.4. Voorwaarde is wel dat aan die ruimere normen wordt voldaan. Geurhinder De regels van dit plan staan geen bedrijven toe die in belangrijke mate geurhinder veroorzaken. Ten aanzien van de beperking van algemene geurhinder moeten bedrijven voldoen aan de wettelijke normen die hiervoor gelden. Conclusie De toelating van bedrijven wordt in de regels van dit plan geregeld op basis van de methode "Milieuzonering nieuwe stijl". Reeds daarom is een goede milieuzonering tussen bedrijven en gevoelige functies in de omgeving juridisch gewaarborgd. Op de aspecten geluidhinder, externe veiligheid en stofhinder wordt in enkele volgende paragrafen specifieker ingegaan.

5.3

Geluidhinder

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen, voorwaarden of maatregelen gebonden. Behalve op grond van de Wgh moet ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening worden afgewogen of het plan aanvaardbaar is uit het oogpunt van geluidhinder. Onderzoek Om te bepalen of het plan uitvoerbaar is uit het oogpunt van geluidhinder, zowel geluid vanwege wegverkeerslawaai als geluid vanwege bedrijvigheid, zijn onderzoeken uitgevoerd, die hierna in

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

40

samenvatting worden beschreven. Wegverkeerslawaai Door Cauberg Huygen B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 6). Binnen het plangebied worden geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Wel voorziet het plan in de aanleg van nieuwe verkeerswegen. Voor het onderzoek is uitgegaan van een realistische verkaveling en een realistische verkeersstructuur. Beide zijn niet gedetailleerd bestemd, met het oog op een flexibele planrealisering. Nieuwe wegen binnen het plangebied Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege de nieuwe wegen aanzienlijk lager is dan 48 dB. De geluidbelasting op basis van de realistische verkeersstructuur is daarmee aanvaardbaar. Er is geen grond te veronderstellen dat een andere verkeersstructuur binnen Zevenhont-Oost zal leiden tot overschrijding van de genoemde grenswaarden. Het waarborgen van geluidwerende maatregelen en/of het overwegen van een hogere grenswaarde vanwege de aanleg van nieuwe wegen is daarom niet aan de orde. Onderliggend wegennet Voorts blijkt uit het onderzoek dat sprake is van een toename van de geluidbelasting vanwege de verkeerstoename op het onderliggende wegennet van 2 dB of meer. Die toename treedt op ter plaatse van bedrijfswoningen die gelegen zijn op het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. Voorts blijkt dat de geluidbelasting ten hoogste Lden = 53 dB bedraagt.

Voor woningen op het (bestaande) bedrijventerrein worden dergelijke geluidbelastingen als aanvaardbaar geacht. Immers, de geluidbelasting vanwege het industrielawaai is al hoger dan gebruikelijk. Ondanks dat sprake is van een toename van 2 dB, is dus nog sprake van een verantwoord woon- en leefmilieu. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat in Zevenhont-Oost geen nieuwe bedrijfswoningen zijn toegestaan. Industrielawaai Door Cauberg Huygen B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 6). Ten aanzien van de geluidemissie van de te vestigen bedrijven op Zevenhont Oost is aangesloten bij de systematiek volgens VNG-publicatie Milieuzonering nieuwe stijl. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. Deze regels en normen worden gesteld in het belang van een goede ruimtelijke ordening/gezonde en veilige en fysieke leefomgeving, ten behoeve van een optimaal en doelmatig grondgebruik. De systematiek is toegepast op een realistische verkaveling in 42 kavels van verschillende omvang. Die verkaveling voorziet in een groenstrook met waterberging aan de oost- en zuidzijde van tenminste 30 meter (en 50 m aan de oostzijde van het plangebied) vanwege de gewenste landschappelijke inpassing van het plan.

De binnen het plangebied van dit bestemmingsplan gelegen kavels zijn deels geschikt voor bedrijven die voldoen aan Geluid zone 3 en deels aan Geluid zone 4. In het rekenmodel is voor elke kavel middels een oppervlaktebron de geluidemissie gemodelleerd, dat overeenkomt met de geschikte zone, en waarbij rekening wordt gehouden met de oppervlakte van de kavel. Uit de toetsing van de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de gehanteerde richtwaarde, behoudens op de woning Cellemuiden 11. De overschrijding bedraagt 1 dB(A) en wordt vooralsnog aanvaardbaar geacht, omdat de grenswaarde van 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode in acht worden genomen. Uit de toetsing van de rekenresultaten blijkt dat voldaan wordt aan de gehanteerde grenswaarden. Daarbij zijn ook de berekenende cumulatieve langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vanwege Zevenhont Oost en het bestaande bedrijventerrein Zevenhont zijn inzichtelijk gemaakt. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

41

5.4

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46). Onderzoek Door Cauberg Huygen B.V. is een notitie luchtkwaliteit opgesteld (Bijlage 7), waarin het aspect luchtkwaliteit is onderzocht. Hierna zijn de resultaten in samenvatting beschreven. In het onderzoek luchtkwaliteit zijn, uitgaande van de voorgenomen planologische invulling van het plangebied, de concentraties (zeer) fijnstof en NO2 berekend bij de meest nabij de inrichting gesitueerde verblijfslocaties waar een significante blootstelling niet op voorhand kan worden uitgesloten.

Deze berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig de rekenregels uit de Ministerële regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007 (RBL 2007). Uit de berekeningen dat de berekende jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 ruim onder de grenswaarden zijn gelegen. Voorts blijkt uit de rekenresultaten dat het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uurgemiddelde grenswaarde PM10 eveneens ruim lager ligt dan de grenswaarden. Conclusie Uit het voornoemde volgt dat op basis van artikel 5.16, eerste lid, onder a, Wet milieubeheer, het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van het plan.

5.5

Stofhinder

Stofhinder is een milieuthema waarvoor in de VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering richtafstanden zijn opgenomen. Om de volgende redenen is het evenwel niet nodig het thema stofhinder op te nemen in milieuzonering nieuwe stijl. In het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling staan verschillende regels om stofhinder te voorkomen al direct buiten de inrichting, dus los van de ligging ten opzichte van de woonomgeving. Die regels hebben betrekking op zowel puntbronemissies (zoals een puinbreker) als emissies door de open overslag van goederen in de buitenlucht. Voor die laatste geldt bijvoorbeeld dat wordt voorkomen dat stofverspreiding optreedt die op een afstand van meer dan 2 meter van de bron met het blote oog waarneembaar is; verontreiniging van de omgeving wordt zoveel mogelijk beperkt (art. 3.32 lid 1 onder a Activiteitenbesluit). Daarnaast zijn andere milieuthema's zoals geluid, geur en gevaar maatgevend voor de milieubelasting en de aan te houden afstanden tussen bedrijven en woningen. Overigens zijn binnen het plangebied geen bedrijven toegestaan die in bijzondere mate stofhinder zullen veroorzaken buiten de eigen perceelgrens. Conclusie Stofhinder vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit plan.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

42

5.6

Externe veiligheid

Wettelijk kader Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die onder het BRZO vallen, LPG-tankstations, opslagplaatsen (PGS), ammoniakkoelinstallaties en spoorwegemplacementen. Het besluit bevat eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR). Het verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) In de regeling staan regels over de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op grond van het Bevi zijn in de Revi voor een aantal bedrijfscategorieën (zoals LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties, opslagplaatsen) vaste veiligheidsafstanden opgenomen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit is vergelijkbaar met het Bevi, maar dan van toepassing op buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen.

Het gaat om buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm (1,97 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa (16 bar) en om buisleidingen voor aardolieproducten, met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm (2,76 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa. Buiten de regels over het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico is in het Bevb bepaald dat in een bestemmingsplan de ligging van buisleidingen wordt weergeven en dat een regeling wordt opgenomen voor de belemmeringenstrook. Deze belemmeringenstrook ligt op vijf meter aan weerszijden van de buisleiding of vier meter in geval van aardgasleidingen met een druk tussen 1600 en 4000 kPa. Onderzoek Door Cauberg Huygen B.V. is een onderzoek externe veiligheid verricht (Bijlage 8). Uit het onderzoek volgt dat: Nabij het plangebied vervoer plaatsvindt van gevaarlijke stoffen (alleen LPG en propaan (stofgroep GF3)). Deze route betreft geen doorgaand route. Uit de vuistregels van de Handleiding risicoanalyse transport blijkt dat het niet nodig is om het PR en GR met het voorgeschreven rekenprogramma RMBII te berekenen, omdat er geen PR 10-5 of 10-6 -contour aanwezig is. De oriënterende waarde van het GR en 10% van die waarde worden niet overschreden. In en nabij het plangebied geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt over het vaarwater.

In en nabij het plangebied geen buisleidingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) met de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). De projectie van het plangebied geen effecten heeft op de externe veiligheid in de omgeving van het plangebied. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.7

Windhinder

In dit plan bedraagt de maximum bouwhoogte van (bedrijfs)gebouwen maximaal 16 m. De bouwhoogte van gebouwen blijft daarmee ver onder de hoogte (30 m) waar vanaf, conform NEN8100, een windhinderonderzoek noodzakelijk wordt geacht. Conclusie Het aspect windhinder is in dit plan niet aan de orde.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

43

5.8

Lichthinder

Bij de verwezenlijking van het plan zullen zowel de openbare ruimte als bedrijfspercelen worden voorzien van verlichting. Om te bepalen of sprake is van lichthinder wordt het volgende overwogen: de te verwachten verlichtingssituatie is, gelet op de aard van de toegelaten bedrijven, gelijk aan een regulier bedrijventerrein, zoals bijvoorbeeld het bestaande deel van Zevenhont; in het plangebied zelf zijn geen woningen of andere lichthindergevoelige functies toegestaan; aan de westzijde van het plangebied wordt verlichting afgeschermd door de bestaande bedrijvigheid; aan de andere zijden van het plangebied wordt verlichting afgeschermd door een brede groenstrook, die wordt ingeplant met hoog opgaande, dichte beplanting (in eerste instantie voor visuele afscherming van het bedrijventerrein, maar dit is ook gunstig in verband met lichtafscherming); mede gelet op bovenstaande constateringen is er geen sprake van onaanvaardbare lichthinder voor ecologische soorten (fauna). Ook uit de ecologische onderzoeken blijkt niet dat lichthinder in deze situatie een rol speelt. Conclusie Het plan is, gelet op de bovenstaande constateringen, uit het oogpunt van eventuele lichthinder aanvaardbaar en uitvoerbaar.

5.9

Bodemkwaliteit

Wettelijk kader/inleiding In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van consoliderend bestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf achterwege blijven, tenzij een redelijk vermoeden moet bestaan van een saneringssituatie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. Onderzoek Door Royal HaskoningDHV is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd (Bijlage 9). Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen bestemmingswijziging. De te verwachten bodemkwaliteit van het gebied is Landbouw/natuur, waarbij de grond voldoet aan de kwaliteit Achtergrondwaarde. De in het verleden gemeten licht verhoogde gehalten en concentraties vormen geen belemmering voor de beoogde functie Industrie. Wel is er sprake van een aantal verdachte aandacht locaties in het gebied. Deze gebieden zijn met name verdacht ten aanzien van het mogelijk voorkomen van asbest in de bodem. De eventuele aanwezigheid van asbest zal niet leiden tot een dusdanige investering dat de financiële haalbaarheid van de ontwikkeling beïnvloed wordt. In het kader van dit bestemmingsplan wordt de uitvoering van een verkennend (asbest-) bodemonderzoek nu niet noodzakelijk geacht. Geadviseerd wordt om het uitvoeren van een verkennend (asbest-) bodemonderzoek uit te voeren wanneer de plannen voor de ontwikkelingen concreter zijn geworden.

Op die manier kan het uit te voeren onderzoek worden afgestemd op de feitelijke ontwikkeling.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

44

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.10

Ontplofbare oorlogsresten

De gronden ter plaatse van het plangebied zijn betrokken in een vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog. Het is gebleven bij een vooronderzoek, waardoor verwacht mag worden dat er geen ontplofbare oorlogsresten te verwachten zijn. De trefkans binnen het plangebied is naar verwachting beperkt, gelet op het verrichten van agrarische activiteiten gedurende lange tijd. Vanwege de ligging nabij het Zwarte Water is deze kans echter niet helemaal afwezig. Eventuele vondsten zijn evenwel niet doorslaggevend voor de planologische afweging, inclusief de financiële haalbaarheid van het plan. Niettemin: omwille van de veiligheid moet echter wel onderzoek worden verricht voordat in het plangebied grond- en bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Om die reden is een voorwaardelijke verplichting met uitgestelde onderzoeksplicht in de planregels opgenomen.

5.11

Water

Watertoets en waterparagraaf In het moderne waterbeheer van de 21e eeuw wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Een belangrijk instrument hierbij is de wettelijk verplichte watertoets, op basis van een waterparagraaf in de toelichting van een bestemmingsplan. In de waterparagraaf wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). De uitgangspunten voor de watertoets voor Zevenhont-Oost zijn door het Waterschap Drents Overijsselse Delta uiteengezet in een uitgangspuntennotitie. Op basis van deze notitie is door Sweco een uitgebreide waterparagraaf opgesteld. Deze waterparagraaf is opgenomen in Bijlage 10. Hierna is een samenvatting van deze waterparagraaf opgenomen. Invloed op waterhuishouding De ontwikkeling van nieuwe gebouwen en verhardingen zorgen voor een toekomstig netto verhard oppervlak van circa 14,9 ha.

De toename in verhard oppervlak leidt tot een bergingsopgave van 11.920 m³. De berging wordt gerealiseerd in een nieuw aan te leggen bergingsvijver en watergangen. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de benodigde waterberging en dat wat gerealiseerd wordt binnen het plangebied.

Bestemmingsplan Zevenhont Oost

45

De berging in de watergang van profiel 5 vindt plaats buiten de huidige contour van het bestemmingsplan en wordt meegenomen in de ontwikkeling van Zevenhont-Midden. Voorkeursbeleid hemel- en afvalwater n de toekomstige situatie zal het regenwater vertraagd worden afgevoerd volgens de trits 'vasthouden, bergen, afvoeren'. Dit betekent dat, waar mogelijk, de voorkeur uit gaat naar een bovengrondse afvoer. De bergingsvoorzieningen zorgen voor een vertraagde afvoer van water naar het omliggende oppervlaktewater. Afvalwater van de gebouwen wordt aangesloten op een nieuw DWA-stelsel dat als apart bemalingsgebied zal functioneren. Het water- en rioleringssysteem zal in een uit te werken waterhuishoudkundigplan nader gedetailleerd worden. Wateroverlast Wateroverlast wordt voorkomen door de inrichting van het plangebied af te stemmen op de (geo)hydrologische situatie binnen het plangebied. Op basis van de ingewonnen informatie ligt de GHG rond NAP -0,60 m. Om te voldoen aan de ontwateringeis dient de bebouwing minimaal op NAP +0,40 m aangelegd te worden. Om aan te sluiten op het bestaand industrieterrein is het advies om een minimum wegpeil aan te houden van +0,50 m NAP. Om wateroverlast te voorkomen dient de buitenruimte zo ingericht te worden dat water altijd naar het omliggend gebied kan afstromen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12098521/3