a. OBP Bestemmingsplan Zevenhont Oost ter vaststelling def Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bestemmingsplan Zevenhont Oost Toelichting
Documenttitel: Bestemmingsplan Bestemmingsplan Zevenhont Oost Toelichting Status: Ontwerp ter vaststelling Datum: 3 november 2022 Projectnaam: Zevenhont Oost Projectnummer: BH4281 Opdrachtgever: Gemeente Zwartewaterland Referentie: Auteur(s): RHDHV Collegiale toets: RHDHV Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: RHDHV Datum/paraaf vrijgave:
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 8 8
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
9
2.1 2.2
9 9
Historie Ruimtelijk-functionele structuur
Hoofdstuk 3 Beleidskader
11
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 Overijssel 3.2.5 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6
11 11 12 14 14 14 15 15
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel Omgevingsverordening Overijssel Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012 & Economisch beleid Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland Stadsrandvisie Genemuiden Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland Beleidsregel hoger bouwen met hogere kwaliteit / beeldkwaliteitsplan Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
16 23 23 23 25 27 28 28 28
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving
29
4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5
29 30 31 31 31 32 34 34
Uitgangspunten en randvoorwaarden Relatie met projecten omgeving Ruimtelijk-functioneel plan Landschappelijke inpassing Beeldkwaliteit Verkeerskundige inpassing Verkaveling en inrichting bedrijventerrein Duurzaamheid
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten
35
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10
35 37 40 42 42 43 43 44 44 45
Milieueffectrapportage Milieuzonering Geluidhinder Luchtkwaliteit Stofhinder Externe veiligheid Windhinder Lichthinder Bodemkwaliteit Ontplofbare oorlogsresten
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
2
5.11 5.12 5.13
Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie
45 47 48
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet
51
6.1 6.2 6.3
51 52 52
Plansystematiek en verbrede reikwijdte Juridisch-technische opzet van het plan Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
55
7.1 7.2
55 55
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 2
Landschappelijke inpassingsvisie
Bijlage 3
Verkeersontsluiting
Bijlage 4
Milieu-effectrapportage
Bijlage 5
Aanvulling milieu-effectrapportage
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
Bijlage 7
Notitie luchtkwaliteit
Bijlage 8
Notitie externe veiligheid
Bijlage 9
Milieuhygiënisch bodemonderzoek
Bijlage 10
Watertoets
Bijlage 11
Quick scan flora en fauna
Bijlage 12
Aanvullend ecologisch onderzoek
Bijlage 13
Voortoets en passende beoordeling
Bijlage 14
Stikstofdepostieonderzoek met geactualiseerde Aerius-berekeningen
Bijlage 15
Nota inspraak- en overlegreacties en beantwoording
Bijlage 16
Reactienota zienswijzen
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
3
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
4
Toelichting
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
5
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een uitbreiding van het bedrijventerrein Zevenhont te Genemuiden in oostelijke richting. De uitbreiding heeft een omvang van circa 14,8 hectare netto uitgeefbaar bedrijfsterrein. Daarnaast bevat het plangebied een nieuw aan te leggen groenzone tussen het uitgeefbaar bedrijfsterrein en het omliggende open landschap. Het nieuwe terrein is in hoofdzaak bedoeld voor bedrijvigheid die aansluit bij de bestaande bedrijvigheid van de Topwerklocatie - Tapijtcluster. De keuze voor deze uitbreidingslocatie is eerder bepaald in de 'Structuurvisie tevens woonvisie - 2012 Zwartewaterland’. Deze keuze is geconsolideerd in de Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland, vastgesteld op 30 september 2021. De aanleiding voor de uitbreiding Zevenhont-Oost is de grote krapte op het bestaande bedrijventerrein Zevenhont, na de intensivering van de afgelopen jaren en de niet aflatende groei van dit al decennialange succesvolle Tapijtcluster. Behalve het bestemmingsplan voor Zevenhont-Oost wordt Zevenhont ook in zuidelijke richting uitgebreid. Hiertoe worden twee separate bestemmingsplannen vastgesteld, te weten Zevenhont-Zuid en Zevenhont-Midden. Het bestemmingsplan Zevenhont-Zuid voorziet specifiek in de de behoefte van de Condor Group om hun verspreid liggende productielocaties te clusteren voor een efficiënter bedrijfsproces.
Voor de besluitvorming over deze bestemmingsplannen is een milieueffectrapportage (m.e.r.) doorlopen. Een milieueffectrapportage is een procedure waarin de milieueffecten van het voornemen worden onderzocht, zodat ze een volwaardige plek in de besluitvorming kunnen hebben. Hiervoor is een milieueffectrapport (MER) opgesteld dat inzicht geeft in de te verwachten milieueffecten. In paragraaf 5.1 van deze toelichting wordt op dit MER ingegaan. Dit bestemmingsplan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, zoals bedoeld in de Crisis- en herstelwet (Chw). Het plangebied maakt deel uit van de aanwijzing als bedoeld in artikel 2, sub e van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet van 1 juli 2019.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt direct ten oosten van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont en sluit daarop aan. Het gebied maakt deel uit vande polder Mastenbroek. Deze polder maakt onderdeel uit van het Nationaal Landschap IJsseldelta. Het plangebied wordt globaal begrensd door: Het landelijk gebied en het bedrijf 'Van Dijk Containers B.V. aan de west- en noordkant; de Sisalstraat aan de westkant; het landelijk gebied aan de oostkant; het landelijk gebied en het bedrijf 'Vanda carpets' aan de zuidkant.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
7
Afbeelding 1.1: Indicatieve ligging plangebied (geel gearceerd).
1.3
Vigerende plannen
Ter plaatse gelden de volgende, voor de onderhavige ontwikkeling relevante bestemmingsplannen: Bedrijventerreinen Zwartewaterland (vastgesteld 21 mei 2015); Bestemmingsplan buitengebied Zwartewaterland (vastgesteld 10 oktober 2013). Momenteel hebben de gronden voor Zevenhont-Oost grotendeels een agrarische functie, waarbij de bestemming "Agrarisch met waarde - Landschap" is. Deze bestemming staat de ontwikkeling van een bedrijventerrein niet toe. Een klein deel van de gronden heeft nu al de bestemming "Bedrijf". Dit betreft enkele percelen die direct grenzen aan het nieuwe ontwikkelgebied. Als gevolg van dit bestemmingsplan worden bovenstaande bestemmingsplannen partieel herzien ter plaatse van het plangebied.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader het Rijk, de provincie en de gemeente uiteen gezet. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de doelstelling en uitgangspunten. Hoofdstuk 5 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de plankaart en planregels worden besproken. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van de inspraak en overleg.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
8
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Historie
Vanaf de jaren '80 van de vorige eeuw kwam het industrieterrein in Genemuiden tot ontwikkeling. De eerste bedrijfsvestigingen hebben een sterke binding met het water. Vanaf de jaren '90 werd het terrein in zuidelijke richting uitgebreid met de gebieden Zevenhont 1 tot en met 4. Gelet op het ruime vestigingsbeleid herbergt het terrein een keur aan bedrijven, maar wordt het bedrijventerrein momenteel voor het grootste deel gebruikt in het kader van het tapijtcluster.
Afbeelding 2.1: Ontwikkeling van het bedrijventerrein Zevenhont door de tijd, met daarop indicatief het plangebied Zevenhont-Oost paars gemarkeerd (bron: Topotijdreis, bewerking: Royal HaskoningDHV). Meer historische aspecten zijn bescheven in de paragrafen 4.3.1, 5.13 en Bijlage 2 van deze toelichting.
2.2
Ruimtelijk-functionele structuur
Het gebied waar Zevenhont-Oost wordt geprojecteerd betreft een open agrarisch gebied ten oosten van het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. Aan de oostzijde van het plangebied is aan de dijk van Cellemuiden verspreid gelegen agrarische bebouwing aanwezig. De oostelijke grens van het bedrijventerrein Zevenhont-Oost is geprojecteerd op circa 150 meter afstand tot nabijgelegen agrarische bedrijfswoningen. De afstand tot de burgerwoning aan de noordzijde van het plangebied Zevenhont-Oost bedraagt circa 170 meter. Zevenhont-Oost heeft een netto oppervlakte van circa 15 hectare. Het plangebied is thans grotendeels gelegen in bestemmingsplan Buitengebied Zwartewaterland en bevat hier een agrarische bestemming met landschapswaarden, waarmee ook de kernwaarden van het Nationaal Landschap IJsseldelta zijn omschreven alsmede de landschapwaarden van het overig buitengebied zoals die zijn omschreven in het Landschapsontwikkelingsplan Zwolle, Zwartewaterland en Kampen. Voorts is het plangebied aangeduid als geluidzone, teneinde de effecten van geluid van het bestaande bedrijventerrein te reguleren. In de huidige situatie zijn de gronden van Zevenhont-Oost voornamelijk in gebruik als agrarische gronden in het algemeen en grasland in het bijzonder. Dit feitelijke gebruik is in overeenstemming met het planologisch toegestane gebruik.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
9
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
3.1.1.1 Algemeen Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en heeft de NotaRuimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving vervangen. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 3.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
3.1.1.3 Besluit Algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. In de SVIR wordt een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau gegeven. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
11
De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. De exacte geografische plaatsbepaling van de geldende reserveringszones is opgenomen in het Rarro. 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Rarro) Dit bestemmingsplan raakt geen reserveringszones, zoals opgenomen in het Rarro. Het bestemmingsplan is wel gelegen in een radarverstoringsgebied. Voor het plangebied geldt dat geen bouwwerken mogen worden opgericht met een hoogte groter dan 95 m +NAP. Dit bestemmingsplan staat geen bouwwerken met een dergelijke hoogte toe. De ligging van het plangebied in het radarverstoringsgebied vormt dan ook geen belemmering. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de van belangzijnde onderdelen. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
12
van een bedrijventerrein een ruimtebeslag heeft van meer dan 500 m2. De uitbreiding Zevenhont-Oost heeft een ruimtebeslag van 15 hectare en daarom wordt het aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de Ladder is in dit geval noodzakelijk. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Als de ontwikkeling buiten stedelijk gebied plaatsvindt dan dient te worden gemotiveerd dat er binnen bestaand stedelijk gebied onvoldoende mogelijkheden zijn om de behoefte te vervullen. Dit plan biedt het planologisch-juridische kader om het bestaande bedrijventerrein Zevenhont uit te breiden aan de oostzijde. De uitbreiding vindt plaats in het buitengebied, grenzend aan het bestaand stedelijk gebied. Ter motivering van deze uitbreidingslocatie is voorts van belang dat Zevenhont-Oost primair bedoeld is voor algemene bedrijfsdoeleinden hoofdzakelijk ter aanvulling en ondersteuning van het Tapijtcluster, die al gevestigd zijn op het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. Hierbij wordt opgemerkt het bestaande bedrijventerrein intensief wordt benut en geen mogelijkheden meer biedt voor de gewenste uitbreiding van bedrijfsactiviteiten.
De uitbreiding van Zevenhont is daarom noodzakelijk en voornamelijk bedoeld om bedrijven die werkzaam zijn binnen het Tapijtcluster te faciliteren. Het betreft een locatiespecifiek doel om de door de provincie Overijssel aangewezen Topwerklocatie verder te versterken. Dat maakt dat het faciliteren van de (uitbreidings-) behoefte van deze bedrijvigheid op deze locatie de voorkeur geniet. De provincie Overijssel heeft samen met de elf gemeenten in regio West Overijssel afspraken gemaakt over de programmering van bedrijventerreinen. Deze afspraken zijn vervat in het beleidsdocument 'Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2019-2022'. Hierin is 20 hectare zachte plancapaciteit toebedeeld aan Zevenhont-Oost. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de nieuwe ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied van het Tapijtcluster is minimaal landsdekkend en overschrijdt zelfs de landsgrenzen.
Het Tapijtcluster is aangemerkt als Topwerklocatie in de provincie Overijssel, juist omdat zich hier een sterk netwerk bevindt dat zich kenmerkt door de fysieke nabijheid, de onderlinge afhankelijkheid in de keten en de aanwezigheid van een sterke sociale cohesie, waardoor cross-overs 'als vanzelf' ontstaan. Ondanks schaalgrootte betreft het vrijwel uitsluitend lokaal gebonden bedrijvigheid, veelal familiebedrijven. Elk aspect van het proces wordt binnen de gemeente Zwartewaterland verzorgd. Het produceren van tapijt inclusief de backing, het verwerken tot een eindproduct, bijvoorbeeld voor de automotiv of als mat. Zelfs de recycling gebeurt binnen de gemeentegrenzen. De bedrijven werken gezamenlijk in een keten om ieder gewenst product kant en klaar bij de klant te leveren. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Er is behoefte aan de uitbreiding Zevenhont-Oost omdat er grote krapte is op het bestaande bedrijventerrein Zevenhont. Deze krapte is vooral ontstaan door de niet aflatende groei van het decennialange succesvolle Tapijtcluster en het feit dat er jarenlang geen uitbreidingen hebben plaatsgevonden. Het nieuwe uitbreidingsterrein is hoofdzakelijk bedoeld voor bedrijvigheid die aansluit op de huidige bedrijvigheid van de Topwerklocatie.
Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking Dit plan betreft een stedelijke ontwikkeling in het landschap, grenzend aan bestaand stedelijk gebied. Het uitbreiden van het bedrijventerrein Zevenhont is nodig om in de (uitbreidings)behoefte van bedrijven te voorzien die (grotendeels) onderdeel uitmaken van het Tapijtcluster. Juist vanwege de locatiegebonden productieketen ligt het voor de hand om Zevenhont uit te breiden, in plaats van een locatie elders te zoeken. Derhalve is in de 'Afspraken Regionale Bedrijventerreinen Programmering West Overijssel 2019-2022' 20 hectare zachte plancapaciteit toebedeeld aan Zevenhont-Oost. Het plan voldoet zodoende aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
13
3.1.3
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld volgens de procedure van artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening. De structuurvisie ‘Nationale Omgevingsvisie (NOVI)’ en de bijbehorende toelichting zijn digitaal raadpleegbaar op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl (onder IMRO-nummer NL.IMRO.0000.BZKovi20Novi-3000). De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is.
De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. De ontwikkeling van Zevenhont-Oost raakt geen andere belangen dan die hiervoor in de paragrafen 3.1.1 en 3.1.2 zijn genoemd. Ook de afweging van de betreffende belangen verandert niet door de vaststelling van de Novi.
3.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei 2017 zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. Nadien zijn de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening meermaals geactualiseerd en (gedeeltelijk) herzien. Bovendien is het Tapijtcluster in Genemuiden en Hasselt door de provincie Overijssel aangewezen als één van de negen topwerklocaties. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema’s. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden.
Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
14
3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1.
Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 3.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zgn. Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.
Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 3.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
15
flexibiliteit voor de toekomst. 3.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag ‘hoe’ een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 3.1 geeft dit schematisch weer.
Afbeelding 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel). 3.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel Indien het planvoornemen wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 3.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' is geconstateerd dat de volgende artikelen van belang zijn; 2.1.2, 2.1.3, 2,1.5, 2.3.2 en 2.6.4. Hierna worden de betreffende artikelen nader beschreven en getoetst. Artikel 2.1.2 Principe van concentratie 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Er is sprake van een sterk gewortelde lokale bedrijvigheid in de vorm van het Tapijtcluster. Er is een sterke behoefte om niet aflatende groei van het Tapijtcluster te faciliteren. Vanwege de kruisbestuivingen tussen de verschillende bedrijven die hieraan deelnemen ligt het voor de hand om het bestaande bedrijventerrein Zevenhont uit te breiden.
Het voornemen is dan ook in overeenstemming met het 'Principe van concentratie'.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
16
Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; b. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals beschreven in hoofdstuk 3 en paragraaf 4.1 zijn er in de gemeente Zwartewaterland geen meer geschikte alternatieve locaties beschikbaar waar de benodigde hectares bedrijventerrein kunnen worden uitgegeven. Daarnaast bieden de bestaande percelen op bedrijventerreinen niet de mogelijkheid om een dergelijke metrage via herstructurering te realiseren. Tot slot worden alle bedrijfspercelen in de huidige situatie volledig benut en is meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied niet mogelijk. De voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein heeft van de realistische mogelijkheden de voorkeur, waarmee wordt voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 1.
In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Gemeenteraden mogen gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied, wanneer: a. er sprake is van sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen; en b. voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Van belang bij het uitbreiden van een bedrijf is dat de uitbreidingslocatie op een adequate wijze wordt ingepast. Dit geldt voor voorliggende locatie des temeer vanwege de ligging in een bijzonder landschap (Nationaal Landschap IJsseldelta (NLIJ), zie ook toetsing aan artikel 2.6.4.
Royal HaskoningDHV heeft in voorliggend geval een landschappelijke inpassingsvisie opgesteld. Bij de uitwerking van de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met het aanwezige bijzondere landschap. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie, opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Wat betreft de toetsing aan het bepaalde onder 2 en 3 wordt verwezen naar de volgende subparagrafen, waarbij wordt opgemerkt dat afgeweken wordt van het geldende ontwikkelingsperspectief. Op basis van het bepaalde onder 4 is dit mogelijk. In dit geval is sprake van sterk lokaal gewortelde bedrijvigheid van
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
17
een industrie die van groot belang is voor de werkgelegenheid in de gemeente Zwartewaterland, zodanig dat het aangemerkt is als Topwerklocatie. Tot slot is reeds hiervoor beschreven op welke wijze invulling wordt gegeven aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het bepaalde in artikel 2.1.5. Artikel 2.3.2 Realisatie nieuw bedrijventerrein 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van een nieuw bedrijventerrein als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek. 2. In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe bedrijventerrein, zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek bedrijventerreinen, voorzien. 3. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor afspraken bedrijventerreinen van toepassing zijn, mag - in afwijking van lid 2- in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de afspraken bedrijventerreinen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.3.2 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend plan voorziet in de uitbreiding van bedrijventerrein Zevenhont aan de oostzijde. Daarmee wordt voorzien in een sterke lokale behoefte om niet aflatende groei van het Tapijtcluster, aangewezen als Topwerklocatie, te faciliteren.
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 2.3.2 van de omgevingsverordening. Artikel 2.6.4 Nieuwe ontwikkelingen (Nationaal Landschap) Bestemmingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen gebieden die in artikel 2.6.2 begrensd zijn als Nationaal Landschap als die bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten als benoemd in artikel 2.6.3 en zoals nader uitgewerkt in bijlage 7 van deze verordening. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt gedeeltelijk in het ‘Nationaal Landschap IJsseldelta’. Naar aanleiding van voorliggende ontwikkeling is de provincie Overijssel voornemens de begrenzing van het Nationaal Landschap aan te passen. Het voornemen tot aanpassing van de begrenzing is gestoeld op een aantal argumenten. De korte termijnvraag is urgent en aannemelijk gemaakt en andere locaties zijn in het vooronderzoek afgevallen. Het betreft lokaal gewortelde bedrijvigheid en daarmee voldoet de uitbreiding aan het provinciale principe van concentratie. Verder heeft het Tapijtcluster het predicaat Topwerklocatie. De expertgroep roemde het Tapijtcluster vanwege de aanwezigheid van het gehele cluster op één werklocatie en de synergievoordelen door alle productie bij elkaar te hebben.
De andere ondernemers geven ook aan dat het behoud van het gehele cluster mede afhangt van het centraliseren van deze bedrijven op één werklocatie. De provincie heeft als voorwaarde gesteld dat een landschapsvisie wordt opgesteld, waarin in voldoende mate rekening gehouden wordt met de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap, maar ook voorzien wordt in een goede overgang van het stedelijke gebied van Genemuiden naar het (na definitieve besluitvorming van de provincie) aangrenzende Nationaal Landschap. Royal HaskoningDHV heeft in voorliggend geval een landschappelijke inpassingsvisie opgesteld. Bij de uitwerking van de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met het aanwezige bijzondere landschap. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie, opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Het voornemen is in overeenstemming met artikel 2.6.4 van de omgevingsverordening. Voor het overige zijn er in het kader van de “generieke beleidskeuzes” geen aspecten die nadere onderbouwing behoeven. 3.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Op basis van de kaarten behorend bij de Omgevingsvisie valt de uitbreidingslocatie binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. Hierna is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
18
Afbeelding 3.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: Omgevingsvisie provincie Overijssel). Hierna is een omschrijving van het perspectief ter plaatse opgenomen. “Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap” Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Ten aanzien van het uitbreiden van het bedrijventerrein wordt opgemerkt dat de ontwikkelingsperspectieven een hoofdkoers geven op provinciaal niveau. Dit vraagt maatwerk op lokaal niveau. De begrenzing van de gebieden moet worden gezien als signaleringsgrens. Bij doorvertaling naar gemeentelijk niveau betekent dit dat er nog variaties en detailleringen kunnen voorkomen.
Gemeenteraden mogen daarom gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer: er sprake is van sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen, en; voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. Zoals uit 3.1.1.4 is gebleken, is er in redelijkheid geen ruimte beschikbaar voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein van dergelijke omvang elders in de gemeente Zwartewaterland. Daarnaast heeft de provincie Overijssel het Tapijtcluster (Genemuiden/Hasselt) als topwerklocatie aangemerkt, juist vanwege sociaaleconomische en maatschappelijke belangen. De provincie biedt daarom ook ruimte aan het (door)ontwikkelen van bedrijven in de tapijtindustrie. Het vorenstaande maakt het zoeken naar bedrijfslocaties buiten de gemeente onwenselijk. De ontwikkeling van een bedrijventerrein aansluitend op het bestaande bedrijventerrein Zevenhont is vanuit ruimtelijke oogpunt de meest logische keuze.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
19
Tot slot wordt opgemerkt dat het realiseren van het voornemen gepaard gaat met het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de landschappelijke inpassingsvisie, opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Deze visie is in nauwe samenspraak met omwonenden, de provincie en het waterschap tot stand gekomen. Gezien het vorenstaande is het gerechtvaardigd om af te wijken van de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. 3.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De “Stedelijke laag” wordt buiten beschouwing gelaten omdat er geen kenmerken of elementen vanuit deze laag op het plangebied van toepassing zijn. De “Natuurlijke laag“ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp.
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype “Laagveengebieden (in cultuur gebracht)”.
Afbeelding 3.3: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart "Natuurlijke laag" (bron: Omgevingsvisie provincie Overijssel). “Laagveengebieden” De laagveengebieden zijn grote gebieden, waar onder invloed van stagnerend water en grondwater uitgestrekte veenmoerassen zijn ontstaan. Het is een samengesteld landschap van rietland op een pakket veenlagen (kraggen) en vaarten, afgewisseld met bos. Het landschap is ontstaan door turfwinning, rietteelt en extensieve veehouderij. Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenrestanten, dan dragen deze bij aan verhoging van het
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
20
waterpeil om bodemdaling en verdwijnen van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend laagveen. Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De gronden in het plangebied zijn grotendeels in cultuur gebracht ten behoeve van de landbouw. Het plangebied wordt op een landschappelijk verantwoorde wijze ingepast in het landschap en de omgeving, waarbij rekening wordt gehouden met de ligging in een laagveengebied. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De locatie is op de gebiedskenmerkenkaart de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype “Laagveenontginningen”.
Afbeelding 3.4: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart "Laag van het agrarisch cultuurlandschap" (bron: Omgevingsvisie provincie Overijssel). “Laagveenontginningen” De laagveenontginningen is een open, laag en nat landschap, ontstaan door occupatie vanuit de bewoonde hogere randen. Deels door vervening, deels door alleen ontwatering. Kenmerkende zonering van intensief gebruik langs de bewoonde randen en extensief gebruik naar het achterland. Boerderijen zijn gesitueerd langs vaarten en wegen. De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides met weidevogels geven dit landschap grote belevingswaarde. De grondgebonden landbouw is de drager van deze kwaliteiten, echter een nieuw perspectief op een gebiedsgerichte bedrijfsvoering - eventueel in combinatie met andere functies - is voor de toekomst van
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
21
deze gebieden zeer wenselijk. Het karakteristieke bebouwingspatroon (voorkant aan de openbare weg; achterkant aan het landschap) vormt vertrekpunt bij herstructurering, verdichting en uitbreiding van de agrarische bebouwing en de woon-/ werkmilieus. Als ontwikkelingen plaats vinden in de laagveenontginningen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van het lint als karakteristieke bebouwingsstructuur. Toetsing van het initiatief aan de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Bij het inpassen van het plangebied is rekening gehouden met het aanwezige landschap. De landschappelijke lijnen hebben de inpassing van de uitbreiding bepaald en de beplantingstypologie van de groene zone sluit aan bij de omgevingskenmerken. De landschappelijke inpassing is in nauw overleg tussen ontwerpers, gemeente en provincie tot stand gekomen. Voor een nadere onderbouwing van de landschappelijke inpassing wordt verwezen naar de visie welke is opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de laag van het agrarische cultuurlandschap. De ‘Laag van de beleving’ Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum van de ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. De Laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit.
Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijker pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De ambitie is gericht op sterke ruimtelijke identiteiten als motor voor gebiedsontwikkeling. Het gaat er om beleving, betekenis en kwaliteit van de omgeving te versterken en de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap te vergroten. Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van de beleving’ de aanduidingen 'donkerte' en ‘IJssellinie inundatieveld’. Ten aanzien van de laatste aanduiding is in de omgevingsvisie geen gebiedsbeschrijving opgenomen.
Afbeelding 3.5: Uitsnede gebiedskenmerkenkaart "Laag van de beleving" (bron: Omgevingsvisie provincie Overijssel).
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
22
"Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven daarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen. Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regionale wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van de beleving” Ten aanzien van het aspect donkerte is het van belang om op te merken dat de volledige kern Genemuiden als zodanig is aangemerkt. In de omgeving van het plangebied is reeds sprake van verlichting door andere op het bedrijventerrein gevestigde bedrijven.
Daarnaast is het gebruik van verlichting inherent bij woon- en werkgebieden. Wel zal onnodige verlichting (lichtvervuiling) zoveel mogelijk worden voorkomen. Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 3.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel, die is verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012 & Economisch beleid
3.3.1.1 Algemeen De ‘Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 25 april 2012. In deze structuurvisie is (voor het eerst) de uitbreidingslocatie Zevenhont-Oost in ruimtelijk beleid vastgelegd. Dit beleid is geconsolideerd in de nieuwe omgevingsvisie (zie paragraaf 3.3.2). Omdat de structuurvisie de basis vormt voor Zevenhont-Oost is ervoor gekozen deze op te nemen in de beleidstoetsing. De structuurvisie heeft geen directe bindende werking voor de burger, op basis van de structuurvisie worden nog geen ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk gemaakt. Wel biedt de structuurvisie het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Deze zijn wel rechtstreeks bindend voor de burger.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
23
Afbeelding 3.6: Uitsnede illustratie Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012. In bovenstaande afbeelding is te zien dat het plangebied, voor zover gelegen buiten het bestaande bedrijventerrein Zevenhont, onderdeel aangeduid is als 'Werken toekomstig / Ontwikkeling havenfaciliteiten'. De uitbreiding Zevenhont-Oost ligt binnen (en betreft een deel van) de laatstgenoemde aanduiding. 3.3.1.2 Economisch beleid Het ondernemerschap is sterk aanwezig in de gemeente Zwartewaterland. Dat wordt zichtbaar door de vele grote ondernemingen - veelal familiebedrijven - in de gemeente. Zo is de gemeente een wereldspeler in de tapijtindustrie, zijn er in Zwartsluis en Hasselt toonaangevende scheepswerven, is de bouwsector sterk vertegenwoordigd en wordt er, vooral in Zwartsluis, voor de levensmiddelenindustrie geproduceerd. Er zijn relatief veel familiebedrijven. De bedrijven kunnen beschikken over toegenegen en trouwe arbeidskrachten, die voor een groot deel uit de eigen gemeente afkomstig zijn. Het bedrijfsleven wordt gezien als een belangrijke bondgenoot bij het streven naar het vitaal houden van de gemeente. Er zijn in Zwartewaterland veel arbeidsplaatsen. Het bedrijfsleven is vernieuwend en sociaal. De werkloosheid is relatief laag. Er is sprake van een inkomende pendel.
Veel Zwartewaterlandse (familie)bedrijven toonden zich de afgelopen periode crisisbestendiger dan beursgenoteerde ondernemingen. Werknemers voelen zich betrokken bij hun bedrijf en werken vaak lang bij dezelfde werkgever. Deze betrokkenheid is wederkerig. Zwartewaterlandse werkgevers zijn zuinig op hun personeel. Zij spannen zich in voor medewerkers die arbeidsongeschikt raken. Zij hebben oog voor inwoners die zich minder goed op de arbeidsmarkt kunnen redden. Voor uitbreiding van het bedrijfsleven biedt de visie eveneens voldoende ruimte. Daartoe beschikt de gemeente, zowel bij Hasselt als bij Genemuiden en Zwartsluis, over de nodige gronden. Er zijn ook voldoende mogelijkheden voor watergerelateerde bedrijvigheid. De gemeente wil zich, samen met maatschappelijke partners, inspannen om dit goed te vermarkten. Het lokale bedrijfsleven wordt gezien als een belangrijke bondgenoot. Actieve samenwerking wordt
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
24
gezocht. Samen met ondernemers worden de mogelijkheden om de lokale economie vitaal te houden benut. In overleg met ondernemerskringen worden mogelijkheden om het ondernemersklimaat te versterken onderzocht. De uitbreidingsbehoefte van aanwezige bedrijven wordt zo goed mogelijk gefaciliteerd. Nieuwe bedrijven zijn welkom. De gemeente biedt ruimte voor de combinatie van wonen en werken. Een goede bereikbaarheid en infrastructuur zijn van groot belang. Dat geldt eveneens voor de doorstroming van het verkeer op de provinciale wegen en het openbaar vervoer. Verbetering van de bereikbaarheid is nodig. Regionale samenwerking draagt bij aan de versterking van de economische structuur. Hiervan moet maximaal worden geprofiteerd. De gemeente investeert daarom in de strategische samenwerking met de provincie en binnen de regio Zwolle.
De gemeente zet in op: een sterke economie; een goed ondernemersklimaat; behoud en versterking van de werkgelegenheid, ook voor moeilijk bemiddelbare werkzoekenden; een goede infrastructuur en bereikbaarheid; het benutten van kansen op het gebied van vervoer over water en het bieden van havenfaciliteite langs de vaarweg IJsselmeer – Meppel; het vermarkten van de mogelijkheden voor watergerelateerde bedrijvigheid; het faciliteren van de ontwikkelbehoefte van de bedrijven; het benutten van de mogelijkheden voor toerisme en recreatie; promotie; strategische samenwerking met de provincie en binnen de economische regio Zwolle 3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Structuurvisie tevens woonvisie Zwartewaterland 2012 & Economisch beleid Aangegeven is dat de unieke bedrijvigheidstructuur in Zwartewaterland met veel maakindustrie en hiervan afhankelijke sectoren typerend en bepalend zijn voor de sociaal – economische structuur van de gemeente. De gemeente vindt het daarom cruciaal dat er voldoende ruimte beschikbaar is voor dergelijke bedrijven. De gemeente erkent daarbij dat aanleg van nieuwe bedrijventerreinen complex is, vanwege de landschappelijke en ecologische waarden, en stelt dat bij nieuwe bedrijventerreinen de SER-ladder doorlopen moet worden.
Eerst moet worden bekeken in hoeverre er ruimte beschikbaar is (of door herstructurering kan worden gemaakt) op de bestaande bedrijventerreinen. Ook moet worden onderzocht of bestaande ruimte intensiever kan worden benut. Op het bedrijventerrein Zevenhont zelf is te weinig ruimte om te kunnen voorzien in de vestigings- en uitbreidingsbehoefte van bedrijven, en in het bijzonder van Topwerklocaties - Tapijtcluster. Er is wel voldoende ruimte om het bestaande bedrijventerrein uit te breiden naar het zuiden en het oosten. Daartoe beschikt de gemeente over de nodige gronden. Zie paragraaf 3.1.1.4 voor een nadere toelichting. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met de gemeentelijke structuurvisie. 3.3.2
Omgevingsvisie gemeente Zwartewaterland
De gemeente Zwarteaterland heeft een nieuwe omgevingsvisie. De hoofdpunten uit deze omgevingsvisie zijn: voldoende fysieke ruimte om te kunnen ondernemen; een goede fysieke en digitale bereikbaarheid; voldoende arbeidspotentieel; een klimaat waarin trends zoals verduurzaming en circulair ondernemen gestimuleerd worden. De omgevingsvisie is thematisch opgesteld. De thema's die voor dit bestemmingsplan het belangrijkste beleidskader vormen zijn hierna samengevat en voorzien van een motivering. Economie
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
25
"Afstemming tussen bestaande en nieuwe functies in het buitengebied blijft een belangrijk aandachtspunt. Bij de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen gaat de gemeente daarom eerst na of er nog ruimte beschikbaar is op de bestaande terreinen. Of dat er door herschikking of herstructurering ruimte gemaakt kan worden. Dit om de bestaande ruimte maximaal te benutten. Pas wanneer er geen mogelijkheden blijken te zijn, gaat de gemeente over tot aanleg van nieuw terrein. Daarover zijn in West Overijssel programmeringsafspraken gemaakt. Op de bedrijventerreinen wordt een hoge bouwhoogte gehanteerd om zo efficiënt en zuinig mogelijk gebruik te maken van de ruimte. Dit geldt niet voor de kwetsbare gebieden. Op zichtlocaties gelden strengere voorwaarden. Ook voor bedrijvenlocaties geldt dat inbreiding en revitalisering nadrukkelijk vóór uitbreiding gaan. We onderzoeken of het haalbaar is om de bedrijfslocatie Tapijtwijk in Genemuiden te revitaliseren. In 2018 heeft de Provincie Overijssel de tapijtbedrijven in Genemuiden en Hasselt aangewezen als topwerklocatie. Topwerklocaties zijn locaties die zich niet alleen richten op een stad of regio. De locaties spelen ook (inter)nationaal een belangrijke rol. Hierdoor dragen deze locaties bij aan de ontwikkeling van de economie in de regio. De benoeming als topwerklocatie versterkt de tapijtindustrie.
Voor de komende tien jaar voorzien Zevenhont Oost en Zuid in de behoefte in Genemuiden, zo is de verwachting. De mogelijkheden voor grootschalige uitbreidingen zijn beperkt in Genemuiden. Ingezet wordt op het zo efficiënt mogelijk benutten en intensiveren van beschikbare ruimte en combinatiemogelijkheden met Hasselt. Op nieuwe bedrijventerreinen worden geen bedrijfswoningen toegestaan." De behoefte aan uitbreiding van Zevenhont is niet met (alleen) revitalisering op te lossen. De bestaande bedrijfskavels worden momenteel ten volle benut. Voor substantiële uitbreidingen van bestaande bedrijven en voor nieuwe bedrijven is uitbreiding met Zevenhont-Oost nodig. Bedrijfswoningen zijn uitgesloten in dit plan. Natuur en Landschap "Natuurgebieden vormen een belangrijk onderdeel van het landschap. Zwartewaterland is omgeven door het Nationaal Park Wieden-Weerribben, de Uiterwaarden Zwarte Water en de Vecht. We zien in dit bijzondere landschap een verwevenheid van grondgebruik: landbouw, natuur, cultuur, recreatie en bedrijvigheid. Ons uitgangspunt is dat we zorgvuldig met de waardevolle landschapskwaliteiten omgaan en deze behouden en verder ontwikkelen. Vanuit dit uitgangspunt is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen en willen we invulling geven aan de ruimtebehoefte van onze inwoners en ondernemers. Het principe van inbreiding vóór uitbreiding passen we hierbij expliciet toe.
Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied wegen we zorgvuldig af of deze voldoende rekening houden met en bijdragen aan de bijzondere landschappelijke kwaliteiten en kenmerken. Dit plan is mede gebaseerd op de hierna te beschrijven stadsrandvisie en op de landschappelijke inpassingsvisie, opgenomen in Bijlage 2 van deze toelichting. In laatste genoemde visie is onderzocht en aangegeven op welke wijze Zevenhont-Oost lanschappelijk kan c.q. moet worden ingepast. Een belangrijk element uit de visie is een brede groenzone die het nieuwe bedrijventerrein aan drie zijden omsluit en een buffer vormt tussen het stedelijk gebied van Genemuiden en het omliggende waardevolle landschap. Elders in deze toelichting wordt nader op de landschappelijke inpassing ingegaan. Daarnaast wordt in paragraaf 5.12 ingegaan op de de planontwikkeling uit het oogpunt van natuur en ecologie. Klimaat "Bij integrale gebiedsontwikkeling kijken we of toekomstgerichte reservering voor waterberging noodzakelijk is. Daarbij zetten we in op het realiseren van extra groene structuren en de versterking van bestaande groene structuren in de kernen. Deze kunnen bijdragen aan verkoeling en schaduw, maar ook ten goede komen van de ruimtelijke kwaliteit. In Genemuiden is een verhoogd overstromingsrisico.