a. OBP Bestemmingsplan Zevenhont Oost ter vaststelling def Toelichting
Tekst van het document
Beschermingszone Aan oostkant van het huidige industrieterrein ligt een primaire watergangen met een beschermingszone. Binnen het plangebied liggen ook secundaire watergangen. Werkzaamheden binnen de beschermingszone zijn vergunning- of meldingsplichtig evenals werkzaamheden zoals het dempen en verplaatsen van primaire en secundaire watergangen. Het plaatsen van bomen binnen deze zone dient afgestemd te worden met waterschap en gemeente. De primaire watergang aan de oostkant van het huidige industrieterrein wordt in oostelijke richting verplaatst. Beheer en onderhoud Voor het beheer en onderhoud van de watergangen die bij waterschap Drents Overijsselse Delta is beheer komen is rekening gehouden met onderhoudspaden van 5 meter breed. Voor varend onderhoud is rekening gehouden met een inlaatplaats en een maaiselverzamelplaats. Daarnaast is voor varend onderhoud een waterdiepte van minimaal 1,10 m aangehouden. Overstromingsrisico Het plangebied bevindt zich in Dijkring 10, Mastenbroek. Op basis van de risicokaart komt onderstaand kaartbeeld naar voren bij overstromingen met een kleine kans (1/1.000 jaar). Voor het plangebied is bij overstromingen met een kleine kans sprake van een maximale waterdiepte van 2,0 tot 5,0 meter. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de dijktrajecten is het gewenst dat tijdig wordt nagedacht over
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
46
voorzieningen dan wel maatregelen die kunnen worden getroffen waarbij eventuele risico's en nadelige effecten van een overstroming kunnen worden beperkt. Het betreft ook een stuk bewustwording dat bouwen in risicovolle gebieden bepaalde risico's met zich meebrengt en dat hier adequaat mee omgesprongen dient te worden. Bij de ontwikkeling van het plangebied dient rekening te worden gehouden met mogelijke overstroming(en). Voor onderhavige ontwikkeling kan worden gedacht aan navolgende voorzieningen/maatregelen: Voldoende sheltercapaciteit in de buurt; Voldoende hoog aanbrengen vloerpeil, eventueel verhoogde drempels; Aansluiting plangebied op dichtstbijzijnde weg zodat bereikbaarheid gewaarborgd blijft; Zowel te voet als per fiets of auto kan het gebied daarmee snel verlaten worden; Inrichtingen (gebouwen, terreinen) zodanig inrichten dat bij eventuele overstromingen schade zoveel mogelijk wordt beperkt (bijvoorbeeld door materiaalgebruik, minder gevoelige ruimten op de begane grond); Opstellen van een evacuatieplan. De Veiligheidsregio IJsselland heeft in haar vooroverlegreactie verder nog gevraagd om risicocommunicatie toe te passen om het risicobewustzijn van de aanwezigen in het plangebied te vergroten en hen handelsperspectieven bij eventuele overstromingen. De veiligheidsregio kan hierbij adviseren.
De gemeente zal bij uitgifte van de kavels de geïnteresseerden hierop wijzen. Afstemming met waterschap Door Royal HaskoningDHV is een landschappelijke inpassingsvisie opgesteld (Bijlage 2), in nauwe samenwerking met de gemeente Zwartewaterland, Waterschap Drents Overijsselse Delta en Sweco. De resulterende voorkeursvariant is door het waterschap akkoord bevonden voor wat betreft het aspect 'water'. Conclusie Uit oogpunt van een goede waterhuishouding en waterveiligheid is het plan aanvaardbaar en uitvoerbaar, met inachtneming van de hiervoor aangegeven maatregelen en aangegeven afstemming met instanties inzake de verdere uitwerking, zoals van de groenzone.
5.12
Ecologie
Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Door Royal HaskoningDHV is een quick scan flora en fauna uitgevoerd (Bijlage 11). Daaruit blijkt dat er zich mogelijk beschermde soorten in en rondom het plangebied bevinden. Zodoende is er nader onderzoek nodig naar: otter; vleermuizen; broedvogels met jaarrond beschermde nesten; vissen gestreepte waterroofkever. De aanwezigheid van overige beschermde plant- en diersoorten is uitgesloten. Mogelijk zijn er gedurende de werkzaamheden maatregelen nodig om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen. Te alle tijden dient rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht. Om hieraan te voldoen kunnen de volgende maatregelen worden genomen: De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
47
vroege ochtend, late avond en nacht; Er wordt één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben; De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten voorkomen; Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stilliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog. Het benodigde aanvullende onderzoek is begin 2021 uitgevoerd. De rapportage is opgenomen als Bijlage 12 van deze toelichting. Op basis van dit onderzoek zijn voor Zevenhont-Oost de hierna genoemde soorten relevant waarvoor maatregelen anders dan de normale zorgplicht nodig zijn. Egel: voor de aangetroffen verblijf- en fourageerplaatsen worden alternatieve locaties gecreëerd. Modderkruiper: hiervoor is een Wnb-ontheffing verleend. Voor de goede orde wordt opgemerkt dat het plangebied Zevenhont-Oost niet van invloed is op een nabijgelegen (beleidsmatig beschermd) weidevogelgebied. Zie hiervoor paragraaf 4.1 van het aanvullend ecologisch onderzoek. Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa.
Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwartewater en Vecht is echter wel dicht bij het plangebied gelegen, op een afstand van circa 200 m. Daarnaast zijn op grotere afstand een drietal andere Natura 2000-gebieden gelegen. Op voorhand zijn significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwartewater en Vecht niet uit te sluiten. Daarom is onderzoek verricht naar stikstofdepositie op genoemd Natura 2000-gebied. Dit onderzoek is uitgevoerd met de Aerius-module, op basis van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in dit plan. De rekenresultaten zijn opgenomen in Bijlage 13 Voortoets en passende beoordeling, waarin ook de Aerius-rapportage is opgenomen. De Aeriusberekeningen zijn naderhand opnieuw uitgevoerd op basis van uitgangspunten gasloos bouwen en uitsluiting van bedrijfsactiviteiten met gebruikmaking van fossiele brandstoffen. Deze berekeningen en de bijbehorende rapportage zijn in Bijlage 14 Stikstofdepostieonderzoek met geactualiseerde Aerius-berekeningen opgenomen.
Op basis van deze uitgangspunten blijkt dat alleen (intern) salderen met bestaand agrarisch gebruik in beginsel voldoende is om het plan te kunnen motiveren. Uiteraard moet gewaarborgd worden dat de voor dit plan beschikbare depositieruimte niet wordt overschreden. Daartoe zijn de uitgangspunten van het stikstofonderzoek in de planregels van dit plan geborgd. Hiertoe is in de regels opgenomen dat geen aansluiting op het aardgasnet plaatsvindt en er geen gebruikmaking van fossiele brandstoffen bij het verrichten van bedrijfsactiviteiten plaatsvindt. Conclusies Met inachtneming van de hiervoor beschreven maatregelen is het plan uit het oogpunt van natuurbescherming en -beheer aanvaardbaar en uitvoerbaar.
5.13
Archeologie en cultuurhistorie
Wettelijk kader Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet bundelt meerdere wetten en regelingen
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
48
op gebied van behoud en beheer van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1998. Het deel van de Monumentenwet dat betrekking heeft op de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet welke naar verwachting in 2019 in werking treedt. Tot die tijd valt dit onderdeel binnen de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Hierin staat dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. In het MER is de situatie omtrent archeologische en cultuurhistorische waarden in beeld gebracht. Daar waar het gaat om cultuurhistorische landschapswaarden sluit het MER aan op het landschappelijk onderzoek dat in het kader van het landschappelijk inpassingsplan is uitgevoerd. Hierna is een samenvatting van de beschrijvingen uit het MER opgenomen. Onderzoek archeologische waarden Voor de gemeente is de Archeologische Waarderingskaart Zwartewaterland (AWZ) opgesteld. De AWZ is gedetailleerder dan de rijks- en provinciale kaarten (AMK en IKAW). De AWZ wordt als beleidsadvieskaart ingezet en kent in analogie met het archeologisch potentieel een klassewaardering van, 0, 10, 50, 90 en 100 procent. Een 0% gebied is archeologisch leeg, geheel verstoord of reeds opgegraven. In een 10% gebied zijn de verwachtingen onbekend. Een 50% gebied is archeologisch waardevol met een hoge verwachting.
Een 90% gebied is zeer waardevol met een trefkans tussen de 90 en 100%. Van de 100% gebieden is bekend dat er archeologische waarden aanwezig zijn. Uit de AWZ blijkt dat het plangebied is aangewezen als een 0% gebied: archeologisch leeg, geheel verstoord of reeds opgegraven. De autonome ontwikkelingen leiden niet tot een verandering van deze situatie. Vanwege de ligging van het plangebied in een 0% gebied is er geen kans op aantasting van archeologische waarden bij realisatie van het bedrijventerrein aanwezig. Het is niet nodig om nader onderzoek te doen of een dubbelbestemming voor archeologische waarden in dit plan op te nemen. Wel geldt uiteraard de algemene zorgplicht ingeval bij werkzaamheden tóch een mogelijke vondst zou worden gedaan. Onderzoek cultuurhistorischewaarden Inleiding Cultuurhistorische waarden betreffen bouwhistorische elementen, zoals historische panden en bouwwerken, en historisch-geografische elementen, zoals historische landschappen, infrastructuur zoals trekvaarten, wegen en kanalen, polders, steden en dorpen. Inventarisatie Het plangebied kent geen gemeentelijke monumenten of rijksmonumenten. Ook zijn er verder geen houtwallen, erfscheidingen of andere bijzondere cultuurhistorische waardevolle landschapselementen. Op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart van Overijssel heeft het plangebied geen bijzondere status.
De polder Mastenbroek kenmerkt zich door weidsheid vanwege de vergezichten en maatvoering. Deze weidsheid wordt versterkt door het contrast met de drie rechte noord-zuid bebouwingslinten. De verkaveling is streng geometrisch met blokverkaveling en Bajonetkruisingen. Toch liggen de wegen vanwege hun ouderdom niet kaarsrecht in het land. Wegen en weteringen liggen steeds naast elkaar waardoor een achterlijn ontbreekt. Hierdoor liggen de achterzijden van erven niet op één lijn. Veel boerderijen zijn bereikbaar middels een brug over de wetering. De wegen zijn niet beplant. Analyse In het plangebied zijn geen bouwhistorische waarden aanwezig die worden aangetast door het binnendijks bedrijventerrein Het historisch-geografische karakter van de polder is sinds de aanleg een rationeel verkaveld agrarisch cultuurlandschap. Door de ontwikkeling van het bedrijventerrein en de demping van de watergangen (die de kavelmaten aangeven) zal het historische verkavelingspatroon aangetast worden. De dijk blijft behouden en andere historisch geografische waarden zijn er niet in het plangebied. In het MER is aangegeven dat er voor wat betreft de cultuurhistorische waarden geen onderscheid is in de beoordeling van de verschillende alternatieven. Vanwege de aantasting van het historische
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
49
verkavelingspatroon worden alle varianten als licht negatief beoordeeld voor het effect op cultuurhistorische waarden. Conclusie Het plan is uit het oogpunt van archeologie uitvoerbaar. Nader onderzoek of nadere waarborgende regels zijn niet noodzakelijk. Voor wat betreft cultuurhistorische waarden wordt het historisch verkavelingspatroon aangetast door de ontwikkeling van het bedrijventerrein en de demping van de watergangen. Deze waarden zijn niet monumentaal en wegen niet op tegen het belang van de aanleg van het bedrijventerrein op deze locatie.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
50
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische planopzet
Plansystematiek en verbrede reikwijdte
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. Alleen de regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. De plantoelichting bevat de achtergronden, onderzoeken en motieven van het plan. De toelichting is enerzijds voor de besluitvorming van belang, maar kan daarnaast van belang zijn bij het interpreteren van de regels of de verbeelding. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. De juridisch-technische planopzet en de inhoud van de toegekende bestemmingen worden in dit hoofdstuk nader toegelicht. Het plan is opgezet als een gedetailleerd eindplan, op grond waarvan de toegekende bestemmingen in grote mate rechtstreeks mogen worden verwezenlijkt. Voor bepaalde activiteiten is een vergunningplicht opgenomen. Uiteraard gelden daarnaast ook andere vergunningplichten, zoals voor het bouwen (op grond van andere wetgeving). Crisis- en herstelwet Dit bestemmingsplan is opgesteld met gebruik van de Crisis- en herstelwet (Chw), meer specifiek met gebruik van artikel 7c Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (BuChw) dat de mogelijkheid biedt voor een zogenaamd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte.
Middels een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte kan de gemeente als experiment onder de werking van de Chw vooruitlopen en anticiperen op de komst van de Omgevingswet. In het BuChw is artikel 7c van toepassing verklaard op het gehele grondgebied van de gemeente Zwartewaterland. Zevenhont-Oost is tevens als ontwikkelingsgebied aangewezen. Artikel 7c BuChw biedt – kort samengevat - de volgende instrumenten: a. Een langere planperiode van twintig jaar. b. De verbreding van de reikwijdte van het plan, waarmee in het plan ook regels ten behoeve van de veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in het plan kunnen worden opgenomen. c. Aan definitieve bestemmingen kunnen voorlopige bestemmingen met een looptijd van maximaal tien jaar vooraf gaan. d. In het bestemmingsplan kunnen bepalingen uit gemeentelijke verordeningen worden opgenomen, waarbij dan ook bepalingen kunnen worden opgenomen die afwijken van de betreffende verordening. e. In het bestemmingsplan kan voor bepaalde activiteiten een meldingsplicht worden opgenomen. f. In het bestemmingsplan kunnen open normen worden opgenomen, waarvan de uitleg plaatsvindt aan de hand van vast te stellen beleidsregels. g. Voor de eventuele planschade geldt een voorzienbaarheidstermijn van 3 jaar. h. Bij de vormgeving van het plan mag worden afgeweken van de RO-standaarden. i.
Het kostenverhaal mag worden gefaseerd, hetgeen betekent dat het exploitatieplan kan worden uitgesteld tot het moment van vergunningverlening. j. Met betrekking tot gebiedsgerichte geluidswaarden kunnen maatwerkregels worden gesteld. k. Door middel van een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit kan een nader afwegingsmoment worden gecreëerd. Hierdoor kan de gedetailleerde onderzoeksplicht naar de vergunningfase worden doorgeschoven. Met dit bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van deze verbrede reikwijdte, met name door geluiden geurnormen in het plan op te nemen en gebruik te maken van de omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit (voor bedrijfsverzamelgebouwen) en specifieke milieuregels in het kader van stikstofdepositie.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
51
6.2
Juridisch-technische opzet van het plan
Dit bestemmingsplan is hoofdzakelijk opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voortvloeiende uit de Wro is het plan mede gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Op grond van de Crisis- en herstelwet mag eventueel van deze standaard worden afgeweken. Dit komt in dit plan echter beperkt voor; de afwijkingen van de standaard betreffen vooral afzonderlijke specifieke gebruiksregels voor geluid en geur. Op de verbeelding zijn bestemmingen toegekend aan de diverse aanwezige functies. Bij het opstellen van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: een digitale en analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten (plankaart); de juridisch bindende regels van het bestemmingsplan (planregels); een bijbehorende toelichting (plantoelichting). Het bestemmingsplan kan geraadpleegd worden via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl.
Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen.
6.3
Artikelsgewijze toelichting
Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Hoofdstuk2 Bestemmingsregels Artikel 3 Bedrijf Deze bestemming is toegekend aan de uit te geven bedrijfskavels binnen het plangebied, alsmede aan een aantal bestaande percelen die reeds als 'Bedrijf' waren bestemd in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen Zwartewaterland. Het betrekken van laatstgenoemde percelen bij het bestemmingsplan Zevenhont-Oost is gedaan omdat een aantal van de bestaande percelen mogelijk een uitbreiding krijgt op het nieuwe terrein.
Omdat voor Zevenhont-Oost de toelating van bedrijven wordt geregeld via Milieuzonering nieuwe stijl (zie paragraaf 5.2) is ervoor gekozen die toelating ook te laten gelden voor de bestaande percelen c.q. perceelsgedeelten. Anders zou in de nieuwe bestemmingsplansituatie in een aantal gevallen op één perceel de toelating van bedrijfsactiviteiten op twee verschillende manieren geregeld zijn. In één situatie is, naar aanleiding van nader overleg met een bestaand bedrijf, het betreffende bestaande perceel niet opgenomen. Voor de andere, in het plan opgenomen bestaande bedrijven geldt dat, indien deze bedrijven een bestaande geluid- of geurhinder hebben die de gestelde normen overschrijden, zij deze activiteiten gedurende 3 jaar mogen voortzetten alvorens zij de overschrijding bij omgevingsvergunning vastleggen. Indien al een omgevingsvergunning
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
52
milieu of maatwerkvoorschrift op grond van het Activiteitenbesluit is verkregen, mogen de bestaande bedrijfsactiviteiten zondermeer worden voortgezet. Hiermee wordt voorkomen dat deze bedrijfsactiviteiten onder het overgangsrecht worden gebracht. Binnen het gehele plangebied geldt dat op de bedrijfskavels bedrijven mogelijk zijn die behoren tot zones 3 en 4 ten aanzien van geluid en zone 3 ten aanzien van geur als bedoeld in de milieuzonering nieuwe stijl. Een nadere differentiëring is niet nodig. Binnen de bestemming mag gebouwd worden overeenkomstig het Beeldkwaliteitsplan. Diverse maatvoeringen zijn opgenomen in de planregels. De regels laten ook bedrijfsverzamelgebouwen toe, zij het onder een vergunningplicht voor een bestemmingsplanactiviteit. Eventueel kan daarnaast toepassing worden gegeven aan een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid inzake bouwen tot op de perceelsgrens. De locatie van een bedrijfsverzamelgebouw is in beginsel vrij, maar in het kader van de vergunning wordt (onder meer) de ruimtelijke inpassing van het gebouw afgewogen. Artikel 4 Groen Deze bestemming is toegekend aan de groenzone welke de uitbreidingszone van Zevenhont-Oost omzoomt. Deze zone is bedoeld voor landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein en biedt ruimte aan een passende overgang van bebouwd gebied naar landelijk gebied.
Tevens is de bestemming toegekend aan een (deel van de) oeverzone achter enkele percelen aan de Sisalstraat. De bestemming is primair gericht op een groene en/of natuurlijke invulling en biedt slechts beperkte bebouwingsmogelijkheden aan bouwwerken. Gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan. Binnen deze groenzone is ook de vereiste waterberging voorzien en mogelijk gemaakt. Hoofdstuk3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Artikel 6 Algemene bouwregels Het eerste lid bevat een regeling voor bestaande afwijkingen van de bouwregels. Met deze bepaling wordt voorkomen dat bestaande, legale bebouwing onbedoeld onder het overgangsrecht wordt gebracht. Het tweede lid waarborgt dat op een perceel niet mag worden gebouwd indien daardoor op een ander perceel niet (meer) aan de regels kan worden voldaan. Deze (vangnet)bepaling is opgenomen omdat de verkaveling nog niet bekend is en de percelen niet in één keer worden uitgegeven. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Het eerste lid geeft aan aantal activiteiten aan die in ieder geval in strijd moeten worden geacht met de bestemmingen in dit plan.
Het tweede lid omvat regels die waarborgen dat er op percelen in voldoende ruimte voor parkeren en laden en lossen wordt voorzien. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Op deze manier kan enige flexibiliteit worden geboden bij de verwezenlijking van het plan, zonder afbreuk te doen aan de doelen en waarborgen van het plan. Artikel 9 Overige regels Dit artikel voorziet in de waarborging dat bij bepaalde grondroerende werkzaamheden vooraf wordt onderzocht of er sprake kan zijn van ontplofbare oorlogsresten in de bodem. Hoewel de gronden sinds lange tijd agrarisch zijn gebruikt (en deze vermoedelijk eerder omgeploegd zijn) kan, op basis van beschikbare informatie, de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten niet worden uitgesloten. Artikel 4.10 van het Arbobesluit geeft aan wanneer onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
53
oorlogsresten vanuit Arbo-regelgeving nodig is. De manier waarop onderzoek moet worden uitgevoerd is niet voorgeschreven in Arbo-regelgeving. De gemeente Zwartewaterland heeft een vergunningplicht in dit plan opgenomen om te waarborgen dat uitvoering wordt gegeven aan artikel 4.10 van het Arbo-besluit. Hoofdstuk4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan, voor zover deze situaties niet elders in de regels zijn geregeld. Artikel 11 Slotregel In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan moet worden geciteerd.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
54
Hoofdstuk 7
7.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Grondeigendom De gronden in dit plan zijn grotendeels in eigendom van de gemeente. Voor ontsluiting en inpassing zijn mogelijk nog te verwerven gronden nodig. De inzet van de gemeente is om deze gronden, indien deze daadwerkelijk nodig blijken te zijn, op minnelijke wijze te verwerven. Hierover wordt inmiddels al constructief overleg gevoerd met betrokkenen. Grondbeleid/uitgiftebeleid De gemeente wil actief grondbeleid voeren. Zij ontwikkelt zelf de bedrijfskavels en geeft deze uit. Sluitende grondexploitatie Er is sprake van een sluitend te maken grondexploitatie. Dat betekent dat het plan economisch uitvoerbaar is. Om strategische redenen wordt de grondexploitatie niet openbaar gemaakt. Exploitatieplanverplichting In beginsel is er voor dit plan sprake van een exploitatieplanverplichting. De gemeente kan de wettelijke (en niet wettelijke) kosten echter volledig verhalen via de kaveluitgifte. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan vast te stellen. Fasering Er wordt niet uitgegaan van gefaseerde gebiedsontwikkeling. De vraag naar kavels is aanzienlijk. Voor dit plan is uitgegaan van een redelijk te verwachten looptijd van de uitgifte van kavels van circa 4 jaar.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor wat betreft de maatschappelijke uitvoerbaarheid stoelt het plan op een lange geschiedenis van bestuurlijke afweging en besluitvorming, waarbij ook de bevolking is betrokken. Er zijn informatieavonden gehouden en er hebben diverse individuele overleggen met stakeholders plaatsgevonden. In zeer algemene zin wordt de behoefte aan nieuw bedrijventerrein in Genemuiden erkend. Niettemin zijn ook zorgen uitgesproken over (onder meer) de landschappelijke inpassing van de bedrijfsgebouwen, de gevolgen voor het omliggende landschap, de natuur en de waterhuishouding, de effecten op omliggende (woon-)percelen en de verkeerskundige ontsluiting. Inspraak en maatschappelijk overleg Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaan een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Er is inspraak verleend op het voorontwerp bestemmingsplan, dat hiertoe van 20 mei tot en met 30 juni 2021, samen met het bijbehorende ontwerp beeldkwaliteitsplan Zevenhont Oost, voor een ieder ter inzage heeft gelegen. Tijdens deze periode zijn twee schriftelijke inspraakreacties ingediend. Eén reactie is ingediend door een belanghebbende die gronden in het plangebied pacht.
De andere reactie is ingediend door een belanghebbende die gronden heeft direct aansluitend op het plangebied. Met beide insprekers is overleg gevoerd. Waar nodig en waar mogelijk is aan de naar voren gebrachte punten tegemoet gekomen, hetzij door aanpassing van dit ontwerpbestemmingsplan, hetzij anderszins. Overleg met andere overheden Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
55
Gelijktijdig met de inspraakprocedure zijn maatschappelijke partners uitgenodigd te reageren op het voorontwerp. Er zijn reacties ingekomen van Veiligheidsregio IJsselland (inzake overstromingsrisico en bluswatervoorziening) en van Waterschap Drents Overijsselse Delta (onder meer inzake de wijze van invulling van de landschappelijke visie en ter attendering op aanvullende regels van het waterschap). Waar nodig en waar mogelijk is in dit plan aan de naar voren gebrachte punten tegemoet gekomen. De inspraak- en overlegreacties alsmede de beantwoording daarvan zijn opgenomen in Bijlage 15 van de toelichting. Zienswijzen In het kader van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht in relatie tot artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening kon het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken, namelijk van 2 juni tot en met 13 juli 2022, worden ingezien. Tijdens deze termijn kon iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen heeft één burger en één ondernemer gebruik gemaakt. Beiden hebben een schriftelijke en ontvankelijke zienswijze ingediend. Met één indiener heeft nadien ook mondeling overleg plaatsgevonden. De zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen. De zienswijzen, de overwegingen van de gemeente daaromtrent en de aanpassingn zijn opgenomen in een reactienota.
Deze reactienota is opgenomen als Bijlage 16 van deze toelichting. Hierbij wordt opgemerkt dat de in de nota genoemde artikelnummers verwijzen naar de nummering zoals opgenomen in het ontwerp van dit plan.
Bestemmingsplan Zevenhont Oost
56