CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

5a. Bijlage -Wabo beleidsplan Zwartewaterland inclusief UVP 2021 Stevig verankerd - versie 27-11-2020

Raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college36.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

3. Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan Dit hoofdstuk geeft een stappenplan voor het toepassen van de in hoofdstuk 2 opgenomen visie. Startpunt van het stappenplan is een tijdens het toezicht gedane bevinding. 3.1 Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix

Aanzienlijk, dreigend en/of 4 onomkeerbaar

Van belang 3

Beperkt 2

Vrijwel nihil 1

A Goedwillend: Onbedoeld Proactief

B

C

D

Bewust en structureel / Moet kunnen: Calculerend: Onverschillig Bewust Crimineel: • Fraude belem merend en/of • Oplichting risico nemend • Witwassen

GEDRAG VAN DE OVERTREDER

Legenda Lichte segmenten. Bestuursrechtelijk optreden is aangewezen.

11 Beperking toezichtlast: naleving bewerkstelligen tegen zo gering mogelijke kosten.

Middensegmenten. Bestuursrechtelijk, bestuursrechtelijk én strafrechtelijk of strafrechtelijk optreden is aangewezen. Strafrechtelijk optreden komt vooral in beeld, naarmate er (meer) verzwarende aspecten zijn (zoals ‘verkregen financieel voordeel’).

Zware segmenten. Strafrechtelijk optreden is in elk geval aangewezen, terwijl in veel gevallen ook bestuursrechtelijk optreden is aangewezen.

Figuur 2: De interventiematrix

De handhaver bepaalt ten eerste in welk segment van de in figuur 2 opgenomen interventiematrix hij de bevinding positioneert 12 door: (1) het beoordelen van de gevolgen van de bevinding voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke relevantie en (2) het typeren van de normadressaat. Ad. 1

De gevolgen van bevindingen beoordeelt de handhaver als: 1. vrijwel nihil; of 2. beperkt; of 3. van belang – er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade, waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft; of 4. aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar – onder andere het geval als de overtreding maatschappelijke onrust en/of ernstige milieuschade, ernstige natuurschade, ernstige waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft. Ad. 2

De handhaver typeert de normadressaat als: A. goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen, de bevinding is het gevolg van onbedoeld handelen; of B. onverschillig/reactief, neemt het niet zo nauw met het algemeen belang, heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn handelen laten hem koud; of C. is opportunistisch en calculerend, er is sprake van het bewust belemmeren van controlerenden, er is sprake van mogelijkheidsbewustzijn, maar de gevolgen van het handelen worden op de koop toe genomen, bewust risico nemend; of D. bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude, oplichting of witwassen. Bij de typering van de normadressaat kijkt de handhaver dus verder dan de bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavinghistorie mee in beschouwing. Als de handhaver niet in staat is om de normadressaat te typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt. De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende argumenten. Bij verzachtende argumenten wordt de in de interventiematrix gepositioneerde bevinding één 12 Geldt enkel voor bevindingen die een overtreding zijn.

segment naar links en vervolgens één segment naar onder verplaatst. Bij verzwarende argumenten, waaronder recidive, is de verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar één verplaatsing op. Als legalisatie van de bevinding mogelijk is, is dat de aangewezen weg gelet op de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Dit laat het toepassen van de landelijke handhavingstrategie en de interventiematrix onverlet, omdat er maatregelen nodig kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de gevolgen te beperken of weg te nemen. Bij het toepassen van de interventiematrix is de mogelijkheid van legalisatie een verzachtende omstandigheid. Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een bevinding van handhaven af te zien op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding niet handhavend op te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’ 13 bevat het landelijke kader voor gedogen: een gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat het handelen binnen afziebare tijd ophoudt dan wel doordat waarschijnlijk een vergunning zal worden verleend. Ingeval tot gedogen wordt besloten dient het landelijke kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd.

Gedogen laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet. 3.2 Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk te handhaven. Vooral voor bevindingen die na stap 1 in de middensegmenten van de interventiematrix zijn gepositioneerd (A4, B3, B4, C2 en D2), kunnen de verzwarende aspecten reden zijn om naast bestuursrechtelijk ook strafrechtelijk op te treden. De volgende verzwarende aspecten worden afgewogen: 1. Verkregen financieel voordeel (winst of besparing). De normadressaat heeft door zijn handelen financieel voordeel behaald of financieel voordeel halen was het doel. 2. Status verdachte / voorbeeldfunctie. De normadressaat is: een regionaal of landelijk maatschappelijk aansprekende of bekende (rechts)persoon, een overheid, een toonaangevend brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon die een openbaar ambt bekleedt, de eigen organisatie. 3. Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect. Een bestuurlijke boete kan waarschijnlijk niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de normadressaat als (bedrijfs)kosten ingecalculeerd. 4. Combinatie met andere relevante delicten.

Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals valsheid in geschrift, corruptie of witwassen. 5. Medewerking van deskundige derden. De normadressaat is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden, zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen, keuringinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet onderbouwen op grond van welke aanwijzingen hij het vermoeden heeft dat de deskundige derde op de hoogte was en/of medewerking heeft verleend aan de geconstateerde bevinding(en).

13 Gedogen in Nederland 25085, nr 2, 1996-1997.

6. Normbevestiging. Bij dit aspect geldt dat het doel van de handhaving ligt in het onder de aandacht brengen van het belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het bredere publiek. Strafrechtelijke handhaving vindt mede plaats in het kader van normhandhaving of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende te beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid van het strafproces een grote rol. Als in het openbaar, door middel van een onderzoek ter terechtzitting of de publicatie van een persbericht bij een transactie of strafbeschikking, verantwoording wordt afgelegd van gepleegde strafbare feiten krijgt de normhandhaving of normbevestiging het juiste effect. 7. Waarheidsvinding. Soms kan strafrechtelijk optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de strafrechtelijke waarheidsvinding en afdoening aangewezen zijn. Bijvoorbeeld als een controle of inspectie aanwijzingen aan het licht brengt dat er meer aan de hand is, maar de bestuursrechtelijke instrumenten ontoereikend zijn om de waarheid aan het licht te brengen.

3.3 Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de interventiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2). Dit overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is derhalve tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk het overleg op met politie en OM en omgekeerd. Overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht is altijd noodzakelijk als de handhaver de bevinding na stap 1 heeft gepositioneerd in de middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D2 en D1) of zware segmenten (C3, C4, D3 en D4) van de interventiematrix. Overleg kan ook zinvol zijn bij bevindingen die de handhaver weliswaar heeft gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1), maar waarbij er op grond van stap 2 sprake is van één of meer verzwarende aspecten. In situaties waarin een handhavinginstantie een BSBm oplegt is overleg met het OM niet geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden door het OM niet aan de orde.

Als de handhaver concludeert dat overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis van vooraf tussen bestuursrechtelijke handhavinginstanties, politie en OM gemaakte algemene afspraken over hun samenspel. Alleen zo kan accuraat en effectief optreden in voorkomende gevallen worden gewaarborgd, in het bijzonder als er sprake is van spoed en heterdaad. Situaties waarin de vooraf gemaakte algemene afspraken niet voorzien, zullen apart door handhavinginstantie, politie en OM worden beoordeeld, in een regulier overleg of door middel van ad hoc overleg als snelheid vereist is. Uit het overleg volgt hoe de betreffende bevinding wordt opgepakt: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk. Het laatste veelal startend met een opsporingsonderzoek onder leiding van de Officier van Justitie. Tenslotte is, afgezien van de interventiematrix, aangifte bij het OM standaard als toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:

• Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging van bewijs en poging tot omkoping. • Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen in gevaar worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of het bewust verstrekken van verkeerde informatie. 3.4 Stap 4 – Optreden met de interventiematrix De landelijke handhavingstrategie gaat uit van het in principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de interventiematrix van figuur 3 daarbij als volgt: 1. De handhaver kijkt naar de interventies in het segment van deze interventiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 (paragraaf 3.1) heeft gepositioneerd. 2. De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het betreffende segment opgenomen interventies, tenzij de handhaver motiveert dat een andere (combinatie van) interventie(s) in de betreffende situatie passender is. De interventies in de (segmenten van de) matrix lopen van beneden naar boven op in zwaarte. In bijlage 2 staan alle interventies eveneens van licht naar zwaar toegelicht.

Waar in de matrix van figuur 3 ‘PV’ staat betreft het de middelzware en zware segmenten die in stap 3 zijn afgestemd tussen handhavinginstantie en OM. Als in overleg is besloten dat het OM niet optreedt, zijn er in deze situaties de in figuur 3 aangegeven op herstel en/of op bestraffing gerichte bestuursrechtelijke interventies om te overwegen, en ook de BSBm als strafrechtelijke interventie.

Aanzienlijk,

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

Bestuursrecht bestraffend Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

dreigend en/of 4 onomkeerbaar

Van belang 3

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD Verscherpt toezicht

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Exploitatieverbod / sluiting, schorsen of intrekken vergunning certificaat of erkenning

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD, Verscherpt toezicht

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Strafrecht BSBm / PV

Strafrecht PV

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek Waarschuwen

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

Beperkt 2

Bestuursrecht herstellend Aanspreken / informeren

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek, Waarschuwen

Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Vrijwel nihil 1

Bestuursrecht herstellend Aanspreken / informeren

Bestuursrecht herstellend Aanspreken / informeren

A Goedwillend: Onbedoeld Proactief

B Moet kunnen: Onverschillig merend en/of

C

D

Calculerend: Bewust en structureel / Bewust belem Crimineel: • Fraude • Oplichting risico nemend • Witwassen

GEDRAG VAN DE OVERTREDER Figuur 3: De interventiematrix voor het bepalen van de eerste interventie(s) – zie ook bijlage 2

De handhaver zet de betreffende (combinatie van) interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft, pakt de handhaver direct door, door middel van het inzetten van een zwaardere (combinatie van) interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgende: • Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor dient geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen. • In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en organisatorische realiseerbaarheid in die termijn. Het optreden in stap 4, zoals tot nu toe beschreven, heeft betrekking op gedane bevinding(en) die op grond van de interventiematrix worden aangepakt. Uiteraard kunnen handhavinginstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het betreffende bedrijf als zodanig aanpassen, in de zin van bijvoorbeeld het verhogen/verlagen van de toezichtfrequentie, het initiëren van de herijking van de vergunningensituatie, et cetera.

3.5 Stap 5 – Vastlegging De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavinginstantie geldende administratieprocedures en systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid.

Bijlage 1 – Begrippen Begrip

Toelichting

Beginselplicht tot handhaven

Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Een overleg onder coördinatie van de provincie waaraan de handhavingpartners deelnemen. Het BHO stelt uitgaande van de landelijke handhavingprioriteiten de regionale / lokale handhavingprioriteiten vast. Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH o.l.v de Minister van IenM, gericht op afstemming van de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Aan het Bestuurlijk omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de ministers van I&M en V&J, drie vertegenwoordigers van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde overheden en het OM.

Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten. Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. Specialistisch, landelijk opererend onderdeel van het OM, dat zich toelegt op de bestrijding van complexe fraude en milieucriminaliteit. De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven.

Bestuurlijk handhavingoverleg

Bestuurlijk Omgevingsberaad

Bestuurlijke boete

Bestuurlijke strafbeschikking milieu

Bevinding

Functioneel Parket Fysieke leefomgeving

Gedoogstrategie

Handhaving

Het door toezicht bewerkstelligen en zo nodig met toepassing van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke middelen bereiken dat de regelgeving wordt nageleefd. Handhavingprogramma Op onderkende risico’s en vastgestelde prioriteiten gericht handhavingactiviteitenprogramma, inclusief financiering en capaciteit. Interventie Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te lossen. Legalisatietoets Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding mogelijk is. Motiveringsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat de overheid haar besluiten goed moet motiveren: de feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Nalevingstrategie

Normadressaat OM Omgevingsdiensten

Rechtsgelijkheid

Rechtvaardigingsgrond

Sanctie Sanctiestrategie

Schulduitsluitingsgrond

Strafuitsluitingsgronden

Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie. Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. Openbaar Ministerie. Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTHtaken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook wel aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil. Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden. Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten minste: a. een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; b. een passende reactie op geconstateerde overtredingen; c. een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; d.

een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; e. transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor. Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Zie aldaar.

Strategische milieukamer

Overleg tussen het Functioneel Parket van het OM, de inspecteursgeneraal van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW, de Nationale Politie, een vertegenwoordiging van de Omgevingsdiensten en het bestuurlijk bevoegd gezag. De SMK stelt de landelijke prioriteiten vast voor de strafrechtelijke handhaving en de afstemming van de strafrechtelijke handhaving op de bestuurlijke handhaving. Toezicht Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd. Toezichtstrategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. VTH kwaliteitscriteria Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH taken). Zorgvuldigheidsbeginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.

Bijlage 2 – Toelichting interventies van licht naar zwaar Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Aanspreken/informeren is een informele interventie (geen wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie die ertoe moet leiden dat de normadressaat naleeft of in staat is na te leven. Aanspreken/informeren gebeurt mondeling, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende normadressaten die onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.

Waarschuwen – brief met hersteltermijn Waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een waarschuwingsbrief ontvangt. Daarin is opgenomen welke maatregelen of voorzieningen getroffen moeten worden om na te leven en binnen welke (redelijke) termijn. In de brief staat ook dat de handhavinginstantie verdergaande bestuursrechtelijke interventies zal nemen (LOB, LOD), als blijkt dat de in de waarschuwingsbrief opgenomen maatregelen of voorzieningen niet zijn getroffen na het verstrijken van de termijn.

Bestuurlijk gesprek Een bestuurlijk gesprek met (de leiding van) de normadressaat in kwestie is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen.

Verscherpt toezicht Verscherpt toezicht als interventie betreft het naar aanleiding van een inspectie meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat. Een bestuurlijk gesprek zal hier vaak aan vooraf gaan. Verscherpt toezicht moet worden aangekondigd, als ook onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht weer zal worden opgeheven.

Last onder dwangsom – LOD Een last onder dwangsom is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen en/of het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat krijgt een verplichting (een last) opgelegd om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen. Een last onder dwangsom kan alleen worden opgelegd als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat. Het opleggen van een last onder dwangsom gebeurt volgens zorgvuldig te volgen stappen. In het algemeen worden de volgende stappen doorlopen: 1. Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te maken.  Indien niet tijdig hersteld: 2. Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder dwangsom met een hersteltermijn.  Indien niet tijdig hersteld: 3. Verbeuren en innen dwangsom.

Last onder bestuursdwang – LOB Een last onder bestuursdwang is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van een overtreding waarbij de handhavinginstantie, wanneer de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd, op kosten van de overtreder, een overtreding beëindigt door zelf daadwerkelijk in te (laten) grijpen. Een last onder bestuursdwang kan alleen worden toegepast als hiervoor een wettelijke bevoegdheid bestaat. Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde zorgvuldig te doorlopen stappen als voor de last onder dwangsom. Ook hier kan, bijvoorbeeld in spoedeisende situaties, van deze stappen worden afgeweken: 1. Bestuurlijke waarschuwing, dat wil zeggen: het bekend maken van het voornemen om een last onder bestuursdwang op te leggen met een hersteltermijn plus de termijn om zienswijzen bekend te maken.  Indien niet tijdig hersteld: 2. Sanctiebeschikking, dat wil zeggen: het opleggen van een last onder bestuursdwang met een hersteltermijn.  Indien niet tijdig hersteld: 3. Uitvoeren bestuursdwang. In spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen is de last onder bestuursdwang de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavinginstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de overtreding.

Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavinginstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. Wel moet de handhavinginstantie zo spoedig mogelijk nadien alsnog een formele sanctiebeschikking uitvaardigen.

Tijdelijk stilleggen Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten of voertuigen als gevolg van de overtreding tijdelijk worden stilgelegd, tot de overtreding is hersteld en van naleving sprake is. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Tijdelijk stilleggen kan onder de LOB vallen.

Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom en kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport gebeurt door de toezichthouder/handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het OM.

Schorsen of intrekken vergunning, certificaat of erkenning Als de normadressaat houder is van een begunstigend besluit (vergunning of ontheffing), dan kan het geheel of gedeeltelijk intrekken van dat besluit een passende interventie zijn. Deze interventie is met name passend als de normadressaat niet in actie komt naar aanleiding van eerdere correctieve interventies, zoals een last onder dwangsom. Het geheel of gedeeltelijk intrekken van een begunstigend besluit is een vergaande interventie die zorgvuldig moet worden voorbereid.

Exploitatieverbod, sluiting Voor niet vergunningplichtige normadressaten bestaat de mogelijkheid op basis van de Fraudewet om het bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Ook dit zijn vergaande interventies die zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarbij het informeren van beleid en politiek noodzakelijk is.

Strafrecht Bestuurlijke strafbeschikking milieu – BSBm De bestuurlijke strafbeschikking milieu is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavinginstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde ‘Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten’ wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden ingezet. De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in paragraaf 2.7 de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en in paragraaf 2.8 de contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.

Proces-verbaal (PV) BOA’s die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een PV opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.

Bijlage 7 Uitvoeringsprogramma 2021 ODIJ 1.1.1.1.1.1.1

VTH-uitvoeringsprogramma IJsselland 2021

MET DE OMGEVINGSWET IN HET VIZIER

25 november 2020 Status: definitief

Begrippen- en afkortingenlijst BOA Bor BREF/BAT

BRIKS taken BSBm BTP

GGD IPPC ISZW ILT IJVI KC2.2

LAP LHS MER NLS NVWA OD IJsselland PDC PFAS RIEC VTH VRIJ Wabo ZZS

Buitengewoon opsporingsambtenaar Besluit omgevingsrecht Staat voor ‘BAT reference documents’ en is een uitwerking van de IPPCrichtlijn van de Europese Unie. ‘BAT’ staat voor Best Available Techniques, oftewel de Best Beschikbare Techniek. In een BREFdocument staat beschreven wat de meest milieuvriendelijke technieken zijn die een bedrijf kan toepassen Taken op het gebied van Bouw, Reclame, Inrit, Kap en Sloop, voor zover zij niet tot de reguliere milieutaken behoren. Bestuurlijke strafbeschikking milieu vergunningverlening (uitvoering), het toezicht en de handhaving van omgevingsvergunningen milieu, meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer en beschikkingen in het kader van de Wet bodembescherming en toezicht op asbestverwijdering Gemeentelijke Gezondheidsdienst Integrated Pollution Prevention and Control Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid Inspectie Leefomgeving Transport IJsselland VTH informatiesysteem Kwaliteitscriteria 2.2.

Zijn in landelijke samenwerking tussen bevoegde gezagen beschikbaar gestelde kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving Landelijk afvalbeheer plan Landelijke handhavingsstrategie Milieueffectrapport Nationale Schone Luchtakkoord Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit Omgevingsdienst IJsselland Producten- en dienstencatalogus 2012 Poly- en perfluoralkylstoffen Regionaal Informatie en Expertise Centrum Vergunning, toezicht en handhaving Veiligheidsregio IJsselland Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Zeer zorgwekkende stoffen; de meest gevaarlijke stoffen voor mens en milieu

Inhoud 1. Inleiding

21

1.1 Aanleiding .................................................................................................................................... 21 1.2 Het uitvoeringsprogramma ......................................................................................................... 21 1.3 Scope van het uitvoeringsprogramma ........................................................................................ 22 1.4 Ontwikkelingen............................................................................................................................ 22 2. Doelen en Prioriteiten

28

3. Programma 31 3.1 Programma Vergunningen .......................................................................................................... 31 3.2 Programma Toezicht & Handhaving............................................................................................ 32 3.3 Programma Advies ...................................................................................................................... 32 4. Projecten

34

4.1 Landelijke projecten .................................................................................................................... 34 4.2 Regionale projecten .................................................................................................................... 34 4.3 Lokale opgaven / projecten ......................................................................................................... 35 4.4 Afwijkingen, bijsturen en risico’s................................................................................................. 36 4.4 Uitvoeringsorganisatie & bedrijfsvoering.................................................................................... 36 5. Bijlagen

39

1. Inleiding Voor u ligt het uniform VTH uitvoeringsbeleid IJsselland, zoals bedoeld in artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Dit uitvoeringsprogramma geeft op hoofdlijnen een vooruitblik over de taken die OD IJsselland voor zijn IJssellandse partners in 2021 uitvoert. Op het moment van opstellen van dit document eind 2020 en naar verwachting ook in 2021 hebben we intensief te maken met de gevolgen van het Corona-virus en de daarmee samenhangende beperkingen. Dit raakt ook onze organisatie. De wijze waarop wij in contact hebben gestaan met de bedrijven, gemeenten, provincie, mede-overheden en inwoners is deze periode fundamenteel anders dan we gewend waren. Het is daarom voorstelbaar dat dit invloed heeft op onze uitvoering in 2021. We gaan hierover in gesprek met onze partners en rapporteren hierover. 1.1 Aanleiding Het is aan de bevoegde gezagen om voor de uit te voeren basistaken (milieu) door OD IJsselland een uniform VTH-programma op te stellen. Onder het pakket van basistaken (BTP) wordt de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van omgevingsvergunningen milieu, meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer en beschikkingen in het kader van de Wet bodembescherming en toezicht op asbestverwijdering verstaan. In IJsselland is het basistakenpakket bij convenant uitgebreid tot het basistakenpakket plus IJssellandse variant.

Dat houdt in uitbreiding met de specialistische milieutaken geluid, bodem, externe veiligheid en lucht waardoor er een robuust milieutakenpakket tot stand is gebracht. Als onderdeel van het BTP gelden ook de BRIKS-taken voor zover de provincie bevoegd gezag is. Deze taken worden uitgevoerd door OD IJsselland. Met ingang van 2021 komen daar de door gemeente Ommen ingebrachte bouwtaken bij. Het Bor geeft procescriteria voor het op te stellen uitvoerings- en handhavingsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma is uniform en geeft inzicht in de activiteiten die het komende jaar door OD IJsselland worden uitgevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de gestelde doelen en prioriteiten conform het uniforme VTH uitvoeringsbeleid IJsselland. Conform het Bor heeft afstemming plaatsgevonden met de organen die belast zijn met strafrechtelijke handhaving. Het uitvoeringsprogramma wordt vastgesteld door het bevoegd gezag. 1.2 Het uitvoeringsprogramma Dit uitvoeringsprogramma is gebaseerd op landelijke wet- en regelgeving en regionale/lokale regelingen als het uniform VTH beleid IJsselland, de huidige risico analyse en de Producten en Diensten Catalogus (PDC) of ervaringscijfers. Bij de start van onze organisatie in 2018 maakten we vooral gebruik van PDC-uren. Inmiddels hebben we de afgelopen jaren ervaringscijfers opgebouwd.

Wij gebruiken die cijfers om daarmee een zo reëel mogelijke planning op te stellen, dat is in ons gezamenlijk belang. We rapporten aan de hand van de werkelijke tijdsbesteding. De basis van dit uitvoeringsprogramma is uniform. Op onderdelen is het voor deelnemers mogelijk om nuances aan te brengen, om zo invulling te geven aan de couleur locale. Partners die geholpen hebben bij het opstellen zijn de 11 deelnemende Overijsselse gemeenten en de provincie Overijssel.

De individuele uitvoeringsprogramma’s van de deelnemers gezamenlijk vormen de basis voor het jaarplan van OD IJsselland. 1.3 Scope van het uitvoeringsprogramma De basis van het uitvoeringsprogramma wordt gevormd door het takenpakket ‘basistakenpakket plus IJssellandse variant’, waarop de kwaliteitscriteria 2.2 van toepassing zijn. Aanvullend daarop kunnen partners werkzaamheden en taken inbrengen binnen de afspraken van de Gemeenschappelijke Regeling. Dit uitvoeringsprogramma wordt tussendoor verantwoord via de bestuursrapportages (Berap, elke 4 maanden) en na afloop geëvalueerd in het jaarverslag 2021. 1.4 Ontwikkelingen Aansluitend op het VTH-Beleid IJsselland beschrijft deze paragraaf de ontwikkelingen waar in 2021 rekening mee moet worden gehouden. Zeer Zorgwekkende Stoffen ZZS We willen de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen terugdringen vanwege de schadelijke effecten op ons milieu en de leefomgeving. Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn of de voortplanting kunnen beïnvloeden. Vrijwel iedereen van baby’s tot volwassenen hebben dergelijke schadelijke stoffen in het lichaam. Daarom moeten deze stoffen zo veel mogelijk geweerd worden.

Sinds de problemen rondom GenX (Chemours/DuPont) in Zuid-Holland is landelijk de vraag ontstaan in hoeverre er een volledig en actueel overzicht is van alle voorkomende ZZS-emissies bij bedrijven en stoffen die mogelijk ZZS zijn. In 2021 zorgen wij voor een beter inzicht in de uitstoot van deze stoffen bij de complexe bedrijven in onze regio en komen met voorstellen om dat aan te pakken. Daarbij werken we samen met het Waterschap. Bodem - PFAS PFAS staat voor Poly- en perfluoralkylstoffen. Deze stofgroep bestaat uit ruim 6.000 stoffen. PFAS zijn stoffen die zijn gemaakt vanwege hun specifieke eigenschappen. Ze zijn bijvoorbeeld brandwerend en vuil- en waterafstotend. Ze worden gebruikt in allerlei alledaagse producten, zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Naast deze positieve gebruikseigenschappen hebben PFAS ook negatieve eigenschappen. Ze zijn mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Van sommige PFAS is al aangetoond dat ze giftig zijn. De 6.000 PFAS zijn ZZS of staan op de lijst van potentiële ZZS. PFAS komen verspreid voor in (drink)water en in de bodem en worden op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet aangetroffen. Met PFAS vervuilde grond mag niet meer worden verplaatst.

In 2019 ontstonden er acute problemen voor grondverzet bij bouw- en infrastructurele projecten als gevolg van de zogeheten PFAS-problematiek Tezamen met alle partners in de regio is besloten om aanvullende bodemanalyses in de regio te laten uitvoeren en is gekozen voor aanpassing van de bodemkwaliteitskaarten. Ook is besloten om de geldigheidsduur van bodemkwaliteitskaarten te verlengen. In 2020 heeft de minister via het tijdelijk handelingskader nieuwe PFAS achtergrondwaarden vastgesteld. In voorjaar 2021 wordt het definitief handelingskader opgeleverd. Vanuit OD IJsselland adviseren wij onze partners. Bodem - bodemenergiesystemen Het valt op dat het aantal meldingen voor bodemenergiesystemen steeds meer toeneemt als gevolg van de inzet op duurzaam wonen. In 2021 zullen wij nadere afspraken met elkaar moeten maken hoe om te gaan met het toezicht op deze systemen die ondergronds worden geplaatst en daarmee ook risico’s op bodem- en grondwater verontreiniging met zich mee

kunnen brengen. Dit kunnen we meenemen bij ontwikkeling van de nieuwe risico-analyse, zie hoofdstuk 2. Bodem – verschuiving bevoegd gezag In het kader van de invoering van de Omgevingswet verschuiven de provinciale bevoegdheden voor de Wet bodembescherming met ingang van 2022 naar de gemeenten (Deventer en Zwolle zijn al bevoegd gezag). OD IJsselland gaat met alle gemeenten afspraken maken over uitvoering van taken, bestuurlijke verantwoordelijkheden en financiering van deze wet. Energie en duurzaamheid Voor 2020 en 2021 hebben alle partners in onze regio besloten tijdelijk extra financiële middelen beschikbaar te stellen voor voortzetting van de projectmatige aanpak van het energietoezicht in onze regio. Het mooie is dat ook op dit thema de partners in de regio gezamenlijk optrekken en daarmee een gelijk speelveld creëren voor de bedrijven in IJsselland. Afgelopen jaren heeft OD IJsselland toezichthouders opgeleid om die specialistische taken uit te voeren en bij verschillende categorieën van bedrijven gerichte energiecontroles uit te voeren. Ook de nieuwe landelijke regeling over de Informatieplicht energiebesparing van bedrijven voeren wij uit. Daarmee dragen wij actief bij aan de klimaatdoelstellingen en het terugdringen van CO2. Het niveau waarop wij inzetten is beschreven in het projectplan Energie & Duurzaamheid 2020 en 2021.

De komende jaren zetten wij daarmee in op specifieke energiecontroles bij onder meer industriële- en agrarische bedrijven en kantoorgebouwen. We gaan de mate van energiebesparing monitoren. Circulaire Economie Minder afval, meer kringloop, recycling en hergebruik zijn nodig om IJsselland schoon en groen te houden. Onder dit thema vallen ontwikkelingen als:  Het voorkomen van afval of als dat niet kan, stimuleren van hergebruik;  Het verbeteren van de energie-efficiency van bedrijven en vergroten van de inzet op onze duurzaamheidsopgave. Wij houden bij onze taakuitvoering rekening met landelijke, provinciale en lokale beleidsregels. Graag haken wij ook aan bij het ontwikkelen van deze kaders door de bevoegde gezagen, gelet op onze rol als regionaal kennisinstituut. Stikstofopgave In 2020 is er nieuw of aanvullend beleid ontwikkeld door de rijksoverheid en provincie. Hierdoor werd het in bepaalde situaties weer mogelijk om vergunningen te verlenen. Eind 2020 is nieuw provinciale beleid vastgesteld waardoor verkoop/aankoop en salderen van stikstofdepositie mogelijk is. De verwachting is daarmee dat er meer aanvragen (inclusief intrekkingen) en meldingen worden ingediend dan in de voorgaande periode. Wij volgen de ontwikkelingen nauwlettend. Luchtwassers In 2019 is met een projectmatige aanpak de werking van luchtwassers onderzocht.

Daaruit bleek dat we nog veel moeten investeren om de bedrijven te ondersteunen om te komen tot een goede werking van de luchtwassystemen. In 2020 is geïnvesteerd in een uitgebreid voorlichtingstraject, zowel schriftelijk als via een Webinar die door veel mensen bekeken is. In 2021 wordt er opnieuw onderzocht. Bij het constateren van substantiële overtredingen of afwijkingen zullen we handhavend optreden en het toezicht opvoeren. We hebben daarbij op provinciaal niveau afspraken met elkaar gemaakt over uniforme handhaving. Het goed werken van luchtwassystemen is essentieel in het licht van de huidige stikstofcrisis. Het is belangrijk om prioriteit te geven aan het vervolg van dit project. Capaciteit wordt ingezet voor het realiseren van deze opgave.

Ketenprojecten OD IJsselland blijft ook in 2021 investeren in ketentoezicht. Uiteraard wordt weer samengewerkt met onze ketenpartners: Politie Oost Nederland, Functioneel Parket, RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum), Belastingdienst, Waterschappen, ISZW, NVWA, Rijkswaterstaat en ILT. En waar nodig andere omgevingsdiensten. Er wordt rekening gehouden met de prioriteiten van de ketenpartners en met de prioriteiten in het concept Omgevingsrisicobeeld Oost Nederland. OD IJsselland heeft een samenwerkingsverband met het team Ketentoezicht van de Gelderse Omgevingsdiensten, voor onder meer de ketenanalyses. In 2021 wordt doorgegaan met de al ingezette ketenaanpak bij E-waste, dierlijke bijproducten en verontreinigde grond. Inzet op actoren vindt plaats op basis van de risico Top X uit de tactische analyses die in 2020 zijn opgeleverd. Daarnaast wordt er in 2021 een nieuwe tactische (keten)analyse uitgevoerd. Naar het zich laat aanzien zal die zich richten op schroothandelaren die in meerdere risico-ketens actief zijn, zoals accu’s, katalysatoren, e-waste en de criminele keten van (van diefstal afkomstige) metalen. Hierbij kan sprake zijn van ondermijnende (milieu)criminaliteit. Daarnaast voeren we op dit moment projecten binnen OD IJsselland uit op het gebied van garagebedrijven, asbest en brandveiligheid in relatie tot gasflessenopslag.

Ook staan er nog een aantal projecten op stapel in het kader van het voorkomen en signaleren van ondermijnende activiteiten. Hierbij wordt nauw samengewerkt met verschillende interne en externe partners. Ondermijning Ondermijnende criminaliteit zorgt voor ontwrichting van de maatschappij en tast onze fysieke leefomgeving aan. Naast de meer bekende activiteiten als hennepteelt, synthetische drugs, mensenhandel, fraude en witwassen, geldt dat zeker ook voor het minder zichtbare onderwerp van milieucriminaliteit. De gevolgen hiervan kunnen op korte en lange termijn voor meer slachtoffers zorgen als gevolg van verontreinigd drinkwater, voedsel, veiligheid etc. Hiervoor zijn criminelen afhankelijk van allerlei legale voorzieningen en sectoren in de bovenwereld. In principe gaat het om de bestrijding van een maatschappelijk vertakte criminele ‘industrie’ en de bestrijding daarvan vraagt om samenwerking. OD IJsselland is een belangrijke partij in de aanpak hiervan. OD IJsselland beschikt over veel data, informatie en kennis. Als zogenaamde erfbetreders, hebben vergunningverleners en toezichthouders een belangrijke oog- en oorfunctie. Het grote buitengebied in combinatie met een flink aantal industrieterreinen, havens en goede infrastructuur is IJsselland een ‘aantrekkelijke’ omgeving voor ondermijnende activiteiten.

OD IJsselland kan door de oog- en oorfunctie een waardevolle invulling geven bij het signaleren, bestrijden en voorkomen van mogelijke ondermijnende en criminele activiteiten. Brandveiligheid bij afvalbedrijven OD IJsselland start voor zomer 2021 met het uitvoeren van extra controles bij (afval)bedrijven die grote hoeveelheden afval opslaan. Er wordt gecontroleerd of de voorschriften worden nageleefd die broei of zelfs brand in het opgeslagen afval moeten voorkomen. Deze extra controles vinden plaats omdat door het aanhoudende warme weer de kans op broei of brand groter is dan bij minder warme omstandigheden. Wij zoeken hierbij de samenwerking met de collega’s van de Veiligheidsregio IJsselland. Verhogen datakwaliteit OD IJsselland is een organisatie waarvoor informatie en de automatisering van informatie van groot belang zijn. Voor de realisatie van opgaven en ambities is het van essentieel belang dat de informatie in de organisatie betrouwbaar is.

Het bedrijvenbestand is één van de belangrijkste pijlers van deze datakwaliteit. Dit bestand is in 2018 overgenomen van de individuele partners en is vanaf die tijd aangevuld met data die OD IJsselland heeft verkregen. Dit heeft vooral geleid tot een verbetering op de datakwaliteit van de meest risicovolle bedrijven omdat daar ons toezicht op is gericht. Met een adequaat bestand is er een goede basis voor toezicht&handhaving en het opstellen van rapportages. Zie verder ook het thema ’bedrijvenbestand’ in hoofdstuk 2. In de afgelopen jaren heeft OD IJsselland hard gewerkt om de uitvoering te continueren en om die eenduidiger te laten plaatsvinden (‘gelijk speelveld’). Er zijn stappen gezet in een goede inrichting van bedrijfsvoering en werkprocessen. Om de datakwaliteit verder te verhogen worden acties voorgesteld zoals gevelcontroles. Gevelcontroles In 2020 is tijdens de Corona-periode, waarbij het fysieke uitvoeren van toezicht niet of nauwelijks mogelijk was, gezocht naar alternatieve werkzaamheden voor toezichthouders. Werkzaamheden waarbij toezichthouders in de regio actief zijn, de oog- en oorfunctie kunnen vervullen en waarbij een verbeterslag kan worden gemaakt met de datakwaliteit. Hiervoor is het project gevelcontroles opgezet.

Een gevelcontrole is een controle bij een bedrijf waarbij wordt vastgesteld of er bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden, het bedrijf bekend is bij OD IJsselland en vindt er een controle plaats op de gegevens in IJVI. Hoewel het raadzaam is om voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies omdat er geen sprake van een zuivere steekproef, zijn er echter wel voldoende aanwijzingen en bevindingen die het noodzakelijk maken dat er vervolgacties worden ondernomen. Zo is onder meer gebleken dat bij een substantieel aantal bedrijven voorlopig is vastgesteld dat de gegevens in IJVI niet de kwaliteit hebben die we zouden verwachten. Een van de belangrijkste conclusies die we hebben getrokken uit het project is, dat de operationele data (VTH-data) in IJVI niet geschikt is voor het gebruik van informatie- en risico gestuurd werken en het opstellen van risicoanalyses. We stellen voor dat OD IJsselland in 2021 capaciteit kan vrijmaken om een vervolg te geven aan het project gevelcontroles. Hierdoor komen we tot een actueel en betrouwbaar bedrijvenbestand dat kan worden gebruikt voor het vullen van de nieuw te ontwikkelen risicomatrix. IPPC database Op grond van de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) is het verplicht voor de bevoegde gezagen om te rapporteren over de inhoud van de IPPC-vergunningen.

IPPC staat voor “Integrated Pollution Prevention and Control”, geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, en maakt deel uit van het Europese milieurecht. IPPC-bedrijven zijn meestal bedrijven die het milieu sterk kunnen belasten, zoals afvalverwerkende bedrijven, chemische bedrijven of de intensieve veehouderij. De resultaten van de IPPC database zijn beschikbaar voor de Europese Commissie. De commissie kan nagaan of de lidstaten de BBT-conclusies (de best beschikbare technieken) hebben voorgeschreven in de IPPC-vergunningen. Over afwijkingen wordt gerapporteerd. OD IJsselland houdt voor de deelnemers deze database bij. Toezicht IPPC Agrarisch OD IJsselland voert jaarlijks bedrijfsbezoeken uit bij de IPPC veehouderijen. Dit zijn vergunningplichtige inrichtingen type C met een IPPC-installatie, als genoemd in artikel 2.1 van het Besluit omgevingsrecht.

In het Besluit omgevingsrecht en de Regeling omgevingsrecht wordt voorgeschreven wat de frequentie van controles binnen IPPC inrichtingen moet zijn: wanneer er geen gecertificeerd milieuzorgsysteem binnen de inrichting aanwezig en in werking is en er bij onvoldoende werking van voorzieningen of beheersmaatregelen of onvoldoende naleving door de drijver van de inrichting ernstige milieugevolgen kunnen ontstaan, is een controlefrequentie van 1 keer per jaar verplicht. Tijdens de bedrijfsbezoeken is gebleken dat bij geen enkele van de bezochte IPPC veehouderijen een gecertificeerd milieuzorgsysteem aanwezig en in werking is. Tevens is gebleken dat in het merendeel van de bedrijven onvoldoende voorzieningen en beheersmaatregelen aanwezig zijn. Bij niet naleven van regelgeving van de vee-aantallen en de stalsystemen zoals o.a. luchtwassers kunnen er ernstige milieugevolgen ontstaan door te hoge ammoniak-, geur- en fijnstofuitstoot. OD IJsselland stelt voor deze bedrijven in 2021 te bezoeken op basis van het Toezichtplan IPPC Agrarisch, waarbij deze bedrijven conform wetgeving 1 keer per jaar bezocht worden op basis van een vooraf vastgestelde prioritering van toezichtessenties. Actualiseren vergunningen Op grond van de wet en ons VTH-beleidskader is een regelmatige check van de actualiteit van milieuvergunningen noodzakelijk.

Ook omdat de ontwikkeling van de techniek niet stilstaat en er in de loop der jaren betere technieken en producten op de markt komen om milieuschade te voorkomen. We willen daarbij werken aan een programmatische aanpak om zo per partner, bedrijfs- en/of themagericht deze actualisatie efficiënt uit te voeren. Daarbij houden we rekening met de komst van de Omgevingswet omdat deze wet van betekenis is op de vergunningplicht. Echter, in de afgelopen jaren is gebleken dat we niet toekomen aan de actualisatietoets, met uitzondering van de actualisatie van vergunningen in 2018 en 2019 van de provinciale bedrijven dankzij een eenmalige financiële investering. We komen niet aan actualisaties toe door het hoge werkaanbod van aanvragen en meldingen. Actualisatie is daardoor een soort van ‘sluitpost’ geworden, waarbij we het uitsluitend dan doen als het aanbod aan aanvragen/meldingen lager is dan verwacht. Feitelijk ontstaat daardoor steeds meer achterstallig onderhoud met risico’s voor duurzaamheid, leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en mogelijke imagoschade voor het bevoegd gezag. Tevens is toezicht daardoor minder adequaat. In de partnerspecifieke planning (bijlage 3) maken we dit inzichtelijk. Inzet is om in 2021 in ieder geval concreet inzicht te geven in de actualiteit van het vergunningenbestand per partner, waarbij we anticiperen op de Omgevingswet.

Bouwtaken Bij de start van OD IJsselland zijn de zogeheten BRIKS-taken (bouw, reclame, inrit, kap, sloop) van de provincie wettelijk ingebracht. Vanaf oktober 2020 is OD IJsselland verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bouwtaken Ommen (structurele facultatieve taak). Hierdoor is er voldoende basis om met eigen medewerkers deze taken uit te voeren in 2021. Uiteraard stemmen we af met gemeenten als het bv. om een ruimtelijke inpasbaarheid van een initiatief gaat. Met deze basis zijn er ook mogelijkheden voor de overige deelnemers. Dit biedt namelijk kansen in verband met de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb), die tegelijk met de Omgevingswet per 1 januari 2022 in werking treedt.

Samenwerking Waterschappen en Omgevingsdiensten Eind 2020 is er een intentieovereenkomst vastgesteld over onze samenwerking. Deelnemers zijn Waterschappen (Drents Overijsselse Delta, Rijn en IJssel, Noorderzijlvest, Hunze & Aa’s, Vechtstromen) en OD (Twente, Drenthe, Groningen en IJsselland). De overeenkomst heeft als insteek om meer samen te werken cq als die samenwerking al goed is, zoals bij ons, die te behouden. Elk jaar worden twee a drie onderwerpen afgesproken qua samenwerking. De onderwerpen waaraan OD IJsselland in 2021 deelneemt:  Agrarische wasplaatsen;  HandhavingsstrategieAanpak;  Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS).

2. Doelen en Prioriteiten In het uniforme VTH beleid zijn verschillende doelen gesteld onder meer ten aanzien van uitvoeringskwaliteit, dienstverlening en financiën. Wij hanteren daarbij onze kernwaarden: kwaliteit, nabijheid en efficiency. De prioriteit ligt in 2021 bij het door ontwikkelen van een professionele en klantgerichte uitvoerings- en kennisorganisatie. Doorontwikkeling naar outcomesturing Op 12 maart 2020 is door het Algemeen Bestuur ingestemd met het doorontwikkelplan van OD IJsselland als visie, waarbij de financiële onderbouwing en uitwerking in de jaarlijkse P&C-cyclus volgt. Het beoogd resultaat is dat OD IJsselland in 2024 is geëvolueerd naar een organisatie die op outcome, dus op resultaat, wordt gestuurd. Bijdragen aan veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid op regionaal en lokaal niveau zijn daarbij de leidende thema’s. Invoering van de Omgevingswet Ook bij OD IJsselland zijn de voorbereidingen op de invoering van de Omgevingswet in volle gang. Het projectplan is inmiddels aangepast aan de nieuwe datum van inwerkingtreding van deze wet. Met een projectorganisatie worden de interne opgaven in concrete maatregelen uitgewerkt, waaronder het project digitale ontsluiting van geluidsgegevens.

Tegelijkertijd zoeken wij daarbij de verbinding met onze partners en maken wij afspraken over de benodigde aanpassingen in de dienstverlening aan bedrijven en bewoners. Daarbij wordt bovendien nauw samengewerkt met de Veiligheidsregio en de GGD zodat de integrale advisering binnen de nieuwe kaders adequaat wordt ingericht. Inmiddels is er op regionaal niveau ook een Omgevingstafel operationeel. Onze partners, GGD, VR, waterschappen en OD IJsselland zijn daarvan de deelnemers. Een heel mooi voorbeeld van onderlinge samenwerking en kennisdeling aan de hand van (meer grootschalige) ruimtelijke projecten die daar worden beoordeeld. Ook dit in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Gelijk speelveld – ‘level playing field’ Binnen IJsselland geldt de basisafspraak van een gelijk speelveld voor bedrijven en bewoners. Dat hanteren wij bij de uitvoering van al onze taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dat geldt voor de prioriteiten die wij stellen en de wijze waarop wij handelen en zonodig optreden. Monitoring en verantwoording - prestatie-indicatoren VTH-beleid Op 1 januari 2018 is OD IJsselland van start gegaan met de 3 programma’s Vergunningen, Toezicht & Handhaving en Advies. In de loop van dat jaar en 2019 zijn daarnaast projecten gestart.

Sinds de start en met name in 2020 en met een vervolg in 2021 vindt de verdere ontwikkeling van de programma’s plaats en zal ook Bedrijfsvoering en Planning& Control verder uitgewerkt worden. De nadruk ligt op het rapporteren over de voortgang van de uitvoering, het behalen van de planning, de monitoring en evaluatie. De monitoring is ingericht dat er elke vier maanden gerapporteerd wordt op de gestelde streefwaarden behorend bij de doelen van het VTH beleid (bijlage 2). Het proces om de monitoring volledig in te richten is een groeimodel, dit wordt stapsgewijs ontwikkeld. Het beleid en/of programma worden waar nodig bijgesteld wanneer de monitoring en evaluatie daartoe aanleiding geven. Uniformeren Eén van de opgaven in ons bedrijfsplan is om een hoge mate van standaardisatie van producten en diensten te bereiken, mede met het oog op een efficiencydoelstelling.

Grotendeels voldoen wij daar aan, op onderdelen nog niet vanwege gedetailleerde afspraken met enkele partners. Deze zijn bij de start van onze organisatie in 2018 en 2019 ontstaan, om zoveel mogelijk als OD IJsselland aan te sluiten op de bestaande werkwijzen van de partners. Immers, de “winkel moest open blijven tijdens de verbouwing”. In de huidige ontwikkelfase gaan we toe naar verdergaande standaardisering en uniformering van werkprocessen, door in te zetten op verdere uniformering van de mandaatafspraken en goede koppelingen tussen ons zaaksysteem en de archiefsystemen van onze partners. Kwaliteitscriteria De samenleving verwacht van de overheid een professionele kwaliteit van de uitvoering van vergunningverlening, advisering, toezicht en handhaving. Hiervoor zijn landelijke kwaliteitscriteria ontwikkeld en deze worden regelmatig geactualiseerd. Momenteel geldt versie 2.2. Uitgangspunt is dat OD IJsselland voldoet aan de kwaliteitscriteria ten aanzien van personeel. Dat betekent dat elke medewerker voldoende kennis en ervaring heeft en voldoende vlieguren maakt. Daarbij zijn wij als organisatie robuust georganiseerd doordat we voor alle taken voldoende medewerkers hebben, minstens twee. Als dat niet zo is, dan hebben we een samenwerking geregeld met een andere organisatie, bv. OD Twente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9615035/1