5a. Bijlage -Wabo beleidsplan Zwartewaterland inclusief UVP 2021 Stevig verankerd - versie 27-11-2020
Tekst van het document
5.2
Bouwen en Ruimtelijke ordening – toezicht en handhaving (lokale taak)
Met de instrumenten toezicht en handhaving waken we erover dat de algemene regels en vergunningen worden nageleefd. De diepgang van de controles en de aantallen controles per bouwproject worden bepaald door de prioritering die volgt uit de risicoanalyse. Onze beleidsambities voor toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening zijn: - Verduurzamen van bestaande en nieuwe woningen. Vanuit bouwtoezicht zal op uitvoering van de duurzaamheidsaspecten uit het Bouwbesluit worden toegezien. - Een duurzaam bedrijfsleven. In ons bouwtoezicht ligt een accent op verduurzaming van de bedrijfspanden in onze gemeente. - De toezichtcontroles op basis van toetslijsten kunnen in 2021 in Powerbrowser 2020 worden verwerkt. In regionaal verband worden deze lijsten opgesteld. Hiermee kunnen we de kwaliteit van onze verantwoordings- en sturingsinformatie verbeteren. In ons oude workflowsysteem IJVI is dit niet mogelijk gebleken. - Brandveiligheid is een wettelijke toezichtstaak die is belegd bij de Veiligheidsregio. Onderdeel hiervan is het jaarlijks opvragen en controleren van de certificering van sprinklerinstallaties, keuringsrapporten. - Naar verwachting treedt op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking. Om klaar te zijn voor die nieuwe wet moeten we onze werkprocessen aanpassen. In het Implementatieplan OGW laten we zien hoe wij zorgen voor tijdige implementatie.
Daarnaast zullen wij workshops volgen om de nieuwe wetgeving goed te leren kennen. - Met Libereaux zijn we in gesprek over onze nieuwe rol onder de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging. Dit om te bezien wat het team nodig heeft om het hiervoor klaar te stomen. - Om ons voor te bereiden op de invoering van de Wet Kwaliteitsborging gaan we werken aan proefprojecten om het werk in de vingers te krijgen. We gaan dit doen in samenwerking met de markt. Het idee is om wel de volledige leges te rekenen, maar om de kosten die gemaakt worden voor de kwaliteitsborger (deels) zelf te bekostigen. - Het beleidsplan “Huisvesting arbeidsmigranten” gaat in het eerste kwartaal 2021 ter vaststelling naar de gemeenteraad. In 2021 controleren wij vervolgens de bestaande woningen op brandveiligheid en illegaal gebruik.
45
5.2.1. Toelichting: prioritering bouwtoezicht en handhaving en risico’s Onze beschikbare middelen zijn beperkt waardoor niet alle taken kunnen worden uitgevoerd. Daarom maken wij keuzes. Taken waarvoor wij verantwoordelijk zijn en die niet actief kunnen worden uitgevoerd vormen een bestuurlijk restrisico: - Privaatrechtelijke aangelegenheden tussen burgers - In beginsel geen anonieme meldingen, klachten en handhavingsverzoeken - Geen toezicht op laag geprioriteerde activiteiten. Dit kan leiden tot een slechter naleefgedrag. - Een risico is het als we de vacature toezichthouder niet (tijdelijk) ingevuld krijgen. We moeten dan mogelijk vergaand prioriteren en besluiten bepaalde toezichtstaken niet uit te voeren. - De aanpak ‘huisvesting arbeidsmigranten’ waarmee voor 2021 500 uur gemoeid is, kan niet binnen de bestaande bezetting worden uitgevoerd. Kunnen wij geen geschikte inhuur organiseren om deze taak voor ons uit te voeren dan moeten we de uitvoering ervan opschorten naar 2022 (zie tabel 4). - In 2021 zal bouwtoezicht zich moeten toeleggen op het eigen maken van de nieuwe wetgeving die ingrijpende veranderingen in de huidige werkwijze vraagt. De wettelijke taken zullen als gevolg hiervan niet volledig door de eigen medewerkers kunnen worden uitgevoerd en zal waar dat nodig is gebruik worden gemaakt van inhuur (zie tabel 4).
- Zoals aangegeven zal in regionaal verband de huidige risicoanalyse worden geactualiseerd. Dit gaat circa 40 uur personele inzet vragen van bouwtoezicht. Tabel 3 – activiteiten en daaraan gekoppelde formatie
46
Tabel 4 – wettelijke taken en prioritaire acties n.a.v. beleidsplan deel 3
47
5.3
Milieu – vergunningverlening (bovenlokale taak)
Het algemene doel dat we met het instrument vergunningverlening milieu nastreven is het voorkomen en beperken van hinder, milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s door inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Vergunningen worden overeenkomstig de geldende regelgeving verleend. Waar dat van toepassing is wordt bij omgevingsvergunningen voor het aspect geur gebruik gemaakt van het geurbeleid van de provincie Overijssel. De Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) heeft voor 2021 in nauw overleg met de regio IJsselland waarvan ook Zwartewaterland onderdeel uitmaakt een Uitvoeringsprogramma voor de milieutaken opgesteld. In dat programma zijn de onderstaande accenten, doelen en prioritaire activiteiten voor de VTH-taken opgenomen. Kortheidshalve wordt naar dat programma verwezen dat als bijlage 7 is bijgevoegd. De accenten in onze beleidsambities voor vergunningverlening milieu richten zich op verduurzaming van het bedrijfsleven en asbestverwijdering: - Bij de uitvoering van de VTH-taken besteedt de ODIJ nadrukkelijk aandacht aan energiebesparing. Erkende maatregelen, verplichtingen vanuit MJA, EED worden nauwgezet meegenomen. Waar dat kan worden extra eisen ten aanzien van duurzaamheid gesteld om dit aspect bij het bedrijfsleven te bevorderen.
- Verbetering van het milieu, waaronder een goede luchtkwaliteit, zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen, afvalwater, zuinig gebruik van energie en grondstoffen. - Een bestuurlijke prioriteit is daling van 2% per jaar van het energiegebruik van gemeentelijke gebouwen. Bij de controle van deze panden wordt hierop toegezien. - Aandachtspunten vanuit de ODIJ waaraan wij ons hebben geconformeerd zijn: regionale afspraken over energietoezicht bij geplande controles in de gekozen categorieën WM043, 047 en 048, controles zwembaden. - De ODIJ voert in het kader van de actualisering van het bedrijvenbestand ook in 2021 de gevelcontroles uit voor alle bedrijven die nog niet aan de beurt zijn geweest. Het zal voor onze gemeente om ca 260 uur gaan. Dit past binnen de bestaande uitvoeringsafspraken en betreft geen extra inzet. - Accenten in de milieutaken liggen dit jaar bij enkele projecten: luchtwasserproject, gasflessenproject, ketenproject en brandveiligheid bij afvalbedrijven. Tabel 5 – wettelijke taken en prioritaire acties n.a.v. beleidsplan deel 3
5.4
Milieu – toezicht en handhaving (bovenlokale taak)
De algemene doelstelling die met de instrumenten toezicht en handhaving wordt nagestreefd is bewaken dat de algemene regels en vergunningen worden nageleefd. Wij richten ons hierbij op de milieuthema’s ammoniak, bodem, energiebesparing, fijn stof, geluid, geur, lichthinder, lozingen, lucht, luchtkwaliteit, veiligheid, verkeer en vervoer.
48
Onze beleidsambities voor toezicht en handhaving milieu zijn: - Borging energiedata registratie en analyse. Energiedata van bedrijven wordt bij elk bedrijfsbezoek VTH meegenomen en geregistreerd in IJVI. - Om onze duurzaamheidsdoelstellingen te behalen die zijn vastgelegd in de beleidsdocumenten moeten extra inspanningen worden gepleegd, waaronder: energiecontroles kantoorgebouwen, energieverbruik bij de grootgebruikers, restwarmte bedrijven. - De uren voor asbestcontroles worden verdubbeld ten opzichte van 2018. Deze benodigde capaciteit zal in overleg met de gemeente worden uitgeruild met lichtere bedrijfscategorieën. In het milieutoezicht volgen wij in grote lijnen de uitkomsten van de risicoanalyse van de ODIJ. In beginsel volgen wij de prioritering die als regionaal ambitieniveau is vastgesteld. De huidige risicoanalyse wordt in regionaal verband in 2021 geactualiseerd. Hiervoor wordt een tool ontwikkeld die regionaal zal worden gebruikt. De risicoanalyse die wij hebben opgesteld voor de milieutaken leidt tot een van de ODIJ afwijkende prioritering en bezoekfrequentie voor bepaalde typen bedrijven waardoor deze beter is afgestemd op de lokale situatie. Deze prioritering is voor ons ook essentieel omdat wij als taak hebben de actualiteit van vergunningen te bewaken. De controlefrequentie bij 8 branches ligt dan ook hoger.
De ODIJ heeft deze aangepaste bezoekfrequentie opgenomen in haar Uitvoeringsprogramma 2021 door deze bedrijven als kenmerk ‘complex’ te geven: WM028 WM041 WM045 WM048 WM044 WM004 WM042 WM037
Metaalbewerkingsbedrijven handel, reparatie, verhuur van motorvoertuigen (incl. landbouwmechanisatiebedrijven) detailhandel milieurelevant woon- en verblijfsgebouwen milieurelevant opslag en transport; 3 bedrijven nabij woningen bosbouw en dienstverlening Benzineservicestations voorzieningen en installaties; Rendo en Verkavelingsweg
aantal 26 aantal 35
3 i.p.v. 5 jaar 3 i.p.v. 5 jaar
aantal 22 aantal 28 aantal 3 aantal 12 aantal 1 aantal 2
4 i.p.v. 10 jaar 5 i.p.v. 10 jaar 5 i.p.v. 10 jaar 5 i.p.v. 10 jaar 5 i.p.v. 10 jaar 5 i.p.v. 10 jaar
Tevens speelt een kwaliteitsaspect bij de prioritering van de ODIJ: - Het bedrijvenbestand van Zwartewaterland kent veel bedrijven in de zwaardere klasse II-complex en klasse III. Het betreft met name de scheepsbouw (ca 75% van het IJssellandse bedrijvenbestand) en de tapijtindustrie (100% van het IJssellandse bedrijvenbestand. Voor beide bedrijfstakken is met inachtneming van de Kwaliteitscriteria 2.2 het opbouwen van specifieke kennis en deskundigheid van belang. - Veel bedrijven in klasse II hebben een groot oppervlak aan productievloer. Van 21 bedrijven is de productievloer groter dan een ha en van 9 bedrijven groter dan 0,5 ha. Het merendeel van deze bedrijven is vergunningplichtig. De 10,5 uren die op basis van de Producten- en Dienstencatalogus van de ODIJ standaard voor deze bedrijven worden berekend, zijn niet toereikend voor adequaat toezicht. Hiervoor moeten extra uren worden toegekend.
Tabel 6 – wettelijke taken en prioritaire acties n.a.v. beleidsplan deel 3
49
5.4.1 Milieu – prioritering toezicht en handhaving (bovenlokale taak) In de afgelopen jaren is, zoals bekend, de ODIJ op achterstand gekomen op controles bij bedrijven. Om deze achterstand in te lopen, worden de onderstaande keuzes gemaakt. Vanaf 2022 kan dan worden gekeken hoeveel capaciteit er nodig is om de opgelopen achterstand bij de agrarische bedrijven in te lopen. Keuzes De keuze is gemaakt om de hoeveelheid toezicht af te schalen door, onder andere Type A bedrijven alleen te bezoeken op basis van een zogenaamd “piep”-systeem. Dit houdt in dat ODIJ alleen bij klachten of calamiteiten bij deze bedrijven controleert. Inzet in 2021 op agrarisch wordt voor één jaar bevroren, behalve bij de IPPC-bedrijven en de complexe agrarische bedrijven. Deze laatste twee categorieën leveren en te hoog milieurisico op om de controles niet uit te voeren. Met name de risico’s op het gebied van stikstof en
50
ammoniakuitstoot, fijnstof etc. zijn te groot om er geen aandacht aan te besteden. Er kan dan voor 2021 een besparing van 1105 uur worden bereikt. Ook dan is echter niet voldoende capaciteit aanwezig om de overige controles te kunnen uitvoeren. Wij hebben ervoor gekozen deze capaciteit incidenteel beschikbaar te stellen. Het betreft dan 757 uur (0,53 fte). In aanvulling hierop kiezen we ervoor om ook bij de niet-agrarische bedrijven in 2021 bedrijfsbezoeken niet uit te voeren. Te denken valt dan om aanvullend controles in de categorie Klasse 1 type B, (de zogenaamde meldingsplichtige bedrijven) ook een jaar op te schorten. Daarmee kan een verdere 599 uur worden gevonden. Er valt echter niet meteen te overzien welke extra risico’s dat met zich mee brengt. Daar zal nader onderzoek naar moeten worden gedaan. Ik zie deze optie als de ècht minimale variant die nog enigszins recht doet aan het gezamenlijke “level playingfield”. Door te kiezen voor de minst milieurelevante bedrijven schatten wij het extra risico, voor één jaar in als acceptabel. In 2021 wordt een nieuwe risicoanalyse gemaakt, op basis waarvan we nieuwe keuzes zullen maken.
51
Bijlagen 1. Explainmodule bouwen en ruimtelijke ordening 2. Explainmodule cultuurhistorie 3. Explainmodule juridisch 4. Processchema bouw 5. Systematiek risicoanalyse 6. Landelijke handhavingsstrategie (LHS) 7. Uitvoeringsprogramma ODIJ 2021
52
Bijlage 1 Explainmodule Vergunningverlening bouwen en RO Wil gemeente Zwartewaterland voldoen aan de kwaliteitscriteria ten aanzien van het deskundigheidsgebied bouwen en ruimtelijke ordening voor complexe aanvragen dan moet de organisatie beschikken over 2 medewerkers met minimaal HBO-denkniveau die aan alle genoemde criteria voldoen en ten minste 2/3 van de tijd bezig zijn met het uitvoeren van de activiteiten 1 a tot en met 1 f, zoals die zijn opgenomen in de Kwaliteitscriteria 2.2: 1. Beoordelen aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk: a. controleren van de volledigheid, juistheid van de inhoud (inclusief berekeningen en rapportages) van aanvragen in relatie tot de indieningsvereisten b. toetsen van bouwaanvragen aan bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan en/of voorbereidingsbesluit c. toetsen van bouwaanvragen aan bouwbesluit en bouwverordening d. opstellen conceptvergunning en bepalen voorwaarden op basis van (eventuele) bijdragen jurist en specialisten e. verlenen van ontheffing of het toepassen van de gelijkwaardigheidbepaling van het Bouwbesluit / bouwregelgeving f. beoordelen en afwegen legalisatiemogelijkheden bij afwijking van de vergunning.
De explain is tweeledig en ziet op de volgende onderdelen in relatie tot de kwaliteitscriteria: - de duiding van complexe en eenvoudige situaties in de gemeente Zwartewaterland - de samenhang van activiteiten voor complexe aanvragen op die onder dit deskundigheidsgebied) vallen in relatie tot de factoren ‘aantal’ en ‘frequentie’: activiteiten 1a, 1c/bouwbesluit, 1e/gelijkwaardigheid, Complexe versus eenvoudige situaties Volgens de Kwaliteitscriteria 2.2 wordt de complexiteit van aanvragen veroorzaakt door de ingewikkeldheid van de activiteit zelf of het type bouwwerk. Uit analyse van de in de gemeente Zwartewaterland voorkomende bouwwerken blijkt dat een beperkt deel van de bouwwerken is te scharen onder de categorie complex. Concreet gaat het om de nieuwbouw van: - publieksfunctie > 1.000.000, waaronder hotels, scholen, kerken, multifunctionele gebouwen (BOUW008) - industrie/kantoorfunctie > 1.000.000; in deze categorie is de kantoorfunctie een complex bouwwerk (BOUW017) - gezondheidszorgfunctie met bedgebied (BOUW009) - gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied (BOUW010) De overige activiteiten of type bouwwerken moeten worden getypeerd als niet-complex en vallen daarmee onder de categorie ‘eenvoudige situaties’. Een medewerker op HBO-denkniveau beoordeelt bij de intake of sprake is van een complexe of eenvoudige situatie.
Samenhang activiteiten in relatie tot aantal (personele capaciteit) en frequentie De gemeente Zwartewaterland acht het gezien de mate waarin deze complexe activiteiten voorkomen niet wenselijk om meer personele capaciteit beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze taak op de gebieden bouwbesluit (bouwfysica, constructieve veiligheid, gelijkwaardigheid) en brandveiligheid. Er zijn te weinig complexe aanvragen die het rechtvaardigen om meer personeel aan te nemen. Gemeente Zwartewaterland beschouwt de bouwtechnische beoordeling van aanvragen op de activiteiten 1a, 1c en 1e als één geheel. Om de kwaliteit van toetsing van complexe aanvragen
53
te borgen wordt de activiteit bouwbesluit (bouwfysica, constructieve veiligheid, gelijkwaardigheid) uitbesteed aan één van de partnergemeenten in de Omgevingsdienst IJsselland of aan een extern bureau. Het expertisegebied Bouwbesluit-brandveiligheid wordt neergelegd bij de Veiligheidsregio. Aanvragen worden ter beoordeling van welstandseisen of cultuurhistorische aspecten voorgelegd aan de stadsbouwmeester van Het Oversticht. Deze uitbesteding van activiteiten is mogelijk omdat gemeente Zwartewaterland beschikt over medewerkers op HBO niveau die taken uitvoeren die vallen binnen het deskundigheidsgebied vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening (complex) Voor de overige activiteiten in dit deskundigheidsgebied beschikt de gemeente over de vereiste capaciteit voor wat betreft de factoren aantal en frequentie. De gemeente is van mening dat de continuïteit van deze activiteiten in het vergunningenproces daarmee voldoende is gewaarborgd. Besluit Gelet op de beperkte omvang van complexe aanvragen heeft gemeente Zwartewaterland besloten om niet te investeren in de eisen gesteld aan continuïteit (factoren ‘aantal’ en ‘frequentie’) van dit deskundigheidsgebied voor de bouwbesluit-gerelateerde activiteiten.
Gemeente Zwartewaterland heeft als het gaat om het toetsen van complexe aanvragen besloten om de volgende toetsen uit te besteden aan een gekwalificeerde externe partij: - bouwbesluit: constructieve veiligheid en bouwfysica (ODIJ of extern bureau) - brandveiligheid (Veiligheidsregio) - welstand (Het Oversticht)
54
Bijlage 2 Explainmodule Cultuurhistorie Het deskundigheidsgebied Cultuurhistorie bestaat uit 20 activiteiten. De activiteiten 1 tot en met 5 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. De overige activiteiten mogen aan een marktpartij worden uitbesteed. 1. Adviseren t.a.v. cultuurhistorische aspecten in het kader van omgevingsvergunningen en het handhaven van de omgevingsvergunning 2. Beoordelen van de aanvraag aan cultuurhistorische waarden 3. Aangeven van effecten van het te nemen afwijkingsbesluit op de cultuurhistorische waarde 4. Opstellen van voorschriften voor omgevingsvergunning 5. Inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep 6. Adviseren t.a.v. monumentale aspecten in het kader van omgevingsvergunningaanvragen (activiteit bouwen en slopen) en het handhaven van de omgevingsvergunning 7. Toetsen van de aanvraag aan de Monumentenwet 1988 8. Toetsen van de aanvraag aan een erfgoedverordening 9. (Beoordelen van) bouwhistorisch onderzoek en waardenstellingen: interpreteren monumentwaardigheid (van onderdelen) 10. Adviseren t.a.v. archeologische aspecten in het kader van omgevingsvergunningen 11. Toetsen van de aanvraag aan de Monumentenwet 1988 12. Toetsen van de aanvraag aan een eventuele erfgoedverordening 13. Beoordelen van archeologische rapporten 14. Adviseren t.a.v.
stedenbouwkundige aspecten in het kader van omgevingsvergunningen en het handhaven van de omgevingsvergunning 15. Maken van een cultuurhistorische en ruimtelijke analyse 16. Vertalen cultuurhistorische waarden en betekenissen naar ruimtelijke uitgangspunten of toetscriteria voor aanvragen 17. Toetsen van de aanvraag aan de doelstelling van het instrument beschermd gezicht en het ter bescherming strekkend bestemmingsplan 18. Toetsen van de aanvraag aan het ruimtelijk kwaliteitsbeleid (welstand) en erfgoedverordening 19. Adviseren t.a.v. cultuurlandschappelijke aspecten in het kader van omgevingsvergunningen 20. Aangegeven van effecten van het te nemen afwijkingsbesluit op het landschap De gemeente Zwartewaterland heeft een dienstverleningsovereenkomst met Het Oversticht. Het welstands- en monumentenbeleid wordt bepaald door de gemeente. Voor een groot deel van de activiteiten die vallen binnen het deskundigheidsgebied Cultuurhistorie zijn op dit moment al afspraken gemaakt over de beoordeling van aanvragen op welstands-, landschaps- en cultuurhistorische aspecten. Het Oversticht voldoet aan de landelijke kwaliteitseiscriteria ten aanzien van opleiding, ervaring, frequentie. Daarmee zijn deze aspecten voldoende gewaarborgd. Een klein deel van de activiteiten is op dit moment belegd bij de gemeente Zwartewaterland.
De activiteiten 2 tot en met 5 worden door de gemeente beoordeeld, evenals de beoordeling aan de Monumentenwet 1988. Activiteit 1 wordt om advies voorgelegd aan Het Oversticht. Nu dit het geval is, is het niet reëel om minimaal 2 personen in dienst te hebben die voor meer dan 1/3 van de tijd bezig zijn met de uitvoering van de activiteiten van dit deskundigheidsgebied. Dit gelet op het feit dat de kwaliteitscriteria bedoeld zijn om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. Door een groot deel van de activiteiten te borgen bij een
55
specialistische organisatie, zijnde Het Oversticht, en door de nauwe samenwerking die er bestaat tussen Het Oversticht en de medewerkers die de overgebleven activiteiten uitvoeren voor de gemeente Zwartewaterland, zijn wij van mening dat de kwaliteit van dit deskundigheidsgebied voldoende is geborgd. Er hoeft derhalve niet voldaan te worden aan de eisen gesteld aan het aantal en de frequentie behorende bij dit deskundigheidsgebied voor wat betreft de taken die de gemeente Zwartewaterland nog zelf uitvoert. Het uitbesteden van activiteiten is mogelijk omdat gemeente Zwartewaterland beschikt over medewerkers op HBO denkniveau die taken uitvoeren die vallen binnen het deskundigheidsgebied vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening (complex) en cultuurhistorie en die zich uit hoofde van hun functie bezighouden met welstand- en monumentenzorg. Besluit Gelet op het feit dat het merendeel van de activiteiten die vallen onder dit deskundigheidsgebied belegd zijn bij Het Oversticht en gelet op de nauwe samenwerking die bestaat met de medewerkers van Het Oversticht heeft de gemeente Zwartewaterland besloten niet te investeren in de eisen gesteld aan de continuïteit (factoren ‘aantal’ en ‘frequentie’) van dit deskundigheidsgebied.
56
Bijlage 3 Explainmodule Juridisch Deskundigheidsgebied: juridische aspecten handhaving Wil de gemeente Zwartewaterland voldoen aan de kwaliteitscriteria ten aanzien van dit deskundigheidsgebied dan moet de organisatie beschikken over 2 medewerkers die aan alle genoemde criteria voldoen en ten minste 2/3 van de tijd bezig zijn met het uitvoeren van de activiteiten 1 tot en met 7. Het betreft de volgende activiteiten: 1. (Procedureel) beoordelen van handhavingsverzoeken en gedoogbeschikkingen. 2. Adviseren over juridische vraagstukken op het terrein van omgevingsrecht. 3. Behandelen en begeleiden van handhavingsprocedures. 4. Opstellen van beschikkingen ten aanzien van (complexe) handhavingszaken en het doen van aanschrijvingen in het kader van bouw, RO en milieu. 5. Behandelen van bezwaar- en beroepschriften, opstellen van verweerschriften en pleitnota’s en vertegenwoordigen van het bevoegd gezag bij de behandeling hiervan. 6. Invorderen van bestuurlijke geldschulden. 7. Coördineren van flankerend beleid/strafrechtelijk en bestuursrechtelijke acties door boa. Gemeente Zwartewaterland wijkt af van de eisen gesteld in de kwaliteitscriteria voor het deskundigheidsgebied Juridische aspecten Handhaving. De gemeente acht het gezien de mate waarin deze activiteiten voorkomen niet wenselijk om meer personele capaciteit beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze taak.
Kortom er is te weinig werk om meer personeel aan te nemen. Om de continuïteit van de activiteiten te borgen kan gemeente in het geval van pieken in de werkbelasting of uitval van medewerkers een beroep doen op externe inhuur. In die gevallen wordt een beroep gedaan op Nysingh Advocaten. Daarbij speelt het feit dat de gemeente Zwartewaterland onder andere door het toepassen van mediation in het werkproces binnen de organisatie over een gedegen kwaliteitszorgsysteem beschikt dat zorgt voor een continue verbetering van de kwaliteit en daarmee worden juridische procedures regelmatig voorkomen. Deze methodiek zorgt ervoor dat de organisatie preventief te werk gaat. Borging van deze kwaliteit vindt plaats in het VTHbeleid en de jaarlijks op te stellen VTH-uitvoeringsprogramma’s. Voorts vindt jaarlijkse verantwoording plaats in de jaarverslagen die in het kader van horizontaal toezicht wordt toegezonden aan de gemeenteraad en aan de Provincie Overijssel in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Besluit Om bovenstaande reden heeft gemeente Zwartewaterland besloten om niet te investeren in de eisen gesteld aan continuïteit (factoren ‘aantal’ en ‘frequentie’) van dit deskundigheidsgebied. Besloten is om de continuïteit van de activiteiten, in geval de werklast te hoog wordt of bij uitval van medewerkers, extern te borgen.
57
Deskundigheidsgebied: juridische aspecten Vergunningverlening Wil de gemeente Zwartewaterland voldoen aan de kwaliteitscriteria ten aanzien van dit deskundigheidsgebied dan moet de organisatie beschikken over 2 medewerkers die aan alle genoemde criteria voldoen en ten minste 2/3 van de tijd bezig zijn met het uitvoeren van de activiteiten 1 tot en met 4. Het betreft de volgende activiteiten: 1. (Procedureel) beoordelen van vergunningaanvragen. 2. Adviseren over diverse juridische vraagstukken op het terrein van omgevingsrecht. 3. Adviseren dan wel opstellen van (gedoog)beschikkingen ten aanzien van (complexe) aanvragen op grond van de Wabo. 4. Behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken voorlopige voorziening en zienswijzen, opstellen van verweerschriften en pleitnota’s en vertegenwoordigen van het bevoegd gezag bij de behandeling hiervan. Gemeente Zwartewaterland wijkt af van de eisen gesteld in de kwaliteitscriteria voor het deskundigheidsgebied Juridische aspecten Vergunningverlening. De gemeente acht het gezien de mate waarin deze activiteiten voorkomen niet wenselijk om meer personele capaciteit beschikbaar te stellen voor de uitvoering van deze taak. Kortom er is te weinig werk om meer personeel aan te nemen.
Om de continuïteit van de activiteiten te borgen kan de gemeente in het geval van pieken in de werkbelasting of uitval van medewerkers een beroep doen op externe inhuur. In die gevallen wordt een beroep gedaan op Nysingh Advocaten. Daarbij speelt het feit dat de gemeente Zwartewaterland onder andere door het toepassen van mediation in het werkproces binnen de organisatie over een gedegen kwaliteitszorgsysteem beschikt dat zorgt voor een continue verbetering van de kwaliteit en daarmee worden regelmatig juridische procedures voorkomen. Deze methodiek zorgt ervoor dat de organisatie preventief te werk gaat. Borging van deze kwaliteit vindt plaats in het VTH-beleid en de jaarlijks op te stellen VTH-uitvoeringsprogramma’s. Voorts vindt jaarlijkse verantwoording plaats in de jaarverslagen die in het kader van horizontaal toezicht wordt toegezonden aan de gemeenteraad en aan de Provincie Overijssel in het kader van het interbestuurlijk toezicht. Besluit Om bovenstaande reden heeft gemeente Zwartewaterland besloten om niet te investeren in de eisen gesteld aan continuïteit (factoren ‘aantal’ en ‘frequentie’) van dit deskundigheidsgebied. Besloten is om de continuïteit van de activiteiten, in geval de werklast te hoog wordt of bij uitval van medewerkers, extern te borgen.
58
Bijlage 4 Stroomschema omgevingsvergunning/toezicht bouw
Inboeken aanvraag
Aanvraag ontvangen
Publiceren aanvraag
aanvraagmaken
Werkdossier naar vergunningverlening voor 1e intake
Werkdossier maken. Hierin aanvraag en roulatieformulier. Start intake
Brief naar aanvrager: geen Nee
vergunning nodig. Dossier sluiten.
Check 1: is vergunning nodig ?
Ja
Standaardbrief ‘procedurebevestiging‘ naar aanvrager Licht Aanvraag in Squit op planbehandelaar zetten; werkdossier naar planbehandelaar ter verdere beoordeling
Check 2: is aanvraag licht of complex?
Bepalen aanvraag behandelen in kernteam: ja/nee. Aangeven op werkdossier
Complex
Standaardbrief ‘procedurebevestiging’ naar aanvrager
Aanvraag in Squit op planbehandelaar zetten; werkdossier naar planbehandelaar ter verdere beoordeling
Volgende stap: toets aanvraag
59
Toets aanvraag
Nee Check 3: is aanvraag ontvankelijk? Ja
Brief naar aanvrager dat aanvraag nietontvankelijk is -> gegevens aanvullen binnen 4 weken. In brief ook uitkomsten check 4 en 5. Aanvulling niet tijdig binnen: brief sturen dat aanvraag niet ontvankelijk is.
Brief naar aanvrager dat aanvraag ontvankelijk is. In brief ook uitkomsten check 4 en 5. Ga verder met check 4
Brief naar aanvrager dat aanvraag niet past in BP -> aanpassen plan binnen 4 weken. Niet tijdig binnen: vergunning weigeren. Nee Brief naar aanvrager dat aanvraag niet past in BP: meewerken kan met (binnenplanse) ontheffing. In brief ook uitkomsten check 5. Ga verder met check 5
Check 4: past aanvraag in bestemmingsplan (BP)?
Ja
Ga verder met check 5
Nee
Brief naar aanvrager: plan aanpassen binnen 4 weken. Niet tijdig aangepast: vergunning weigeren.
Ja
Bepalen aanvraag behandelen door KAN-overleg of om advies naar stadsbouwmeester. Aangeven op werkdossier en in IJVI. Advies ontvangen -> ga verder met stap 6.
Check 5: voldoet aanvraag aan de welstandsnota?
Volgende stap: check 6
60
Toets Bouwbesluit
Nee
Check 6: voldoet aanvraag aan Bouwbesluit (BB)?
Brief naar aanvrager dat aanvraag nietvoldoet aan BB. -> aanvraag aanpassen binnen 4 weken. Aanpassing niet tijdig binnen: brief sturen dat aanvraag moet worden geweigerd.
Nu alle checks zijn doorlopen kan de vergunning worden verleend. Als niet alle BB-eisen volledig zijn, kan besloten worden de vergunning onder voorwaarden te verlenen. Ja Voor de vergunning wordt verleend voert de jurist een juridische houdbaarheidscheck uit.
Vergunning wordt verleend
Volgende processtap: start toezicht
61
Volgende processtap: start toezicht
Vergunning verleend: uitvoeren van bouwcontroles Eerste controle: 1. controlerapport opstellen in IJVI 2. volgende controle inplannen ja Laatste controle: 1. Controlerapport opstellen in IJVI 2. Dossier in IJVI sluiten.
Check 1: is/wordt gebouwd volgens de vergunning? Nee
ja
Afhankelijk van aard overtreding: 1. bouw stilleggen met brief en 2. start onderzoek: legalisering mogelijk?
Brief naar vergunninghouder dat afwijking is te legaliseren en welke stappen daarvoor in gang zullen/moeten worden gezet.
Check 2: is de afwijking te legaliseren? Nee
Brief naar vergunninghouder dat afwijking niet is te legaliseren. Bouwwerk moet in overeenstemming worden gebracht met de vergunning. Bepalen aanvraag behandelen in kernteam: ja/nee. Aangeven op werkdossier
62
Bijlage 5 Systematiek risicoanalyse Bron: Risicomodel Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) Activiteiten Voor de risicoanalyse is de eerste stap het beschrijven van het taakveld, de zogenaamde omgevingsanalyse. Daarna volgt de zogenaamde probleemanalyse die door de inhoudelijke experts uitgevoerd is. Vervolgens is de risicoanalyse weergegeven. Thema’s en effecten: De activiteiten zijn getoetst aan 6 thema’s: - fysieke veiligheid: letsel al dan niet dodelijk - schade aan de (volksgezondheid) - verlies van of schade aan natuur, milieukwaliteit, duurzaamheid - verlies aan beeldkwaliteit: waaronder verrommeling - kwaliteit leefomgeving: teruggang van de kwaliteit van het (sociaal maatschappelijk) leven, in het bijzonder wat betreft veiligheid; - schade aan het bestuurlijk imago/ bestuurlijke speerpunt. Bij het invullen van de risicomatrix is bij elke activiteit het effect gekoppeld aan een thema. Het effect kan variëren van heel klein tot heel groot. Gebruik is gemaakt van onderstaande schaal van 1 tot 5: 1 Effect heel klein 2 Effect is klein 3 Effect is gemiddeld 4 Effect is groot 5 Effect is heel groot Bij het invullen van de matrix is per rechtsbelang steeds een concrete vraag voor ogen genomen: 1.
Fysieke veiligheid In welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften die tot dit thema behoren bij aan de fysieke veiligheid/zijn de voorschriften bedoeld om de fysieke veiligheid te beschermen? 2. Volksgezondheid In welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften die tot dit thema behoren bij aan de bescherming van de volksgezondheid/zijn de voorschriften bedoeld om de volksgezondheid te beschermen? 3. Natuur, milieu, duurzaamheid In welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften die tot dit thema behoren bij aan bescherming van het natuurschoon/zijn de voorschriften bedoeld om het natuurschoon te beschermen? 4. Beeldkwaliteit In welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften die tot dit thema behoren bij aan de beeldkwaliteit, waardoor onder andere verrommeling wordt tegengegaan. 5. Kwaliteit leefomgeving In welke mate draagt voldoen aan de gedragsvoorschriften die tot dit thema behoren bij aan de kwaliteit van de (sociale) leefomgeving/zijn de voorschriften bedoeld om de kwaliteit van de (sociale) leefomgeving te beschermen?
63
6. Imago Hoe groot is de politiek-bestuurlijke afbreuk als de voorschriften uit dit thema onvoldoende worden nageleefd? Gemiddeld effect Door de scores van de 6 thema’s op te tellen en te delen door 5 berekenen we het gemiddelde effect. Kans De bepaling van de kans is het onderdeel expertmeeting waarin de betrokken medewerkers ingaan op de verwachting (kans) dat zich overtredingen voordoen, vergunningen niet worden aangevraagd of meldingen onvoldoende gegevens bevatten. Hierbij is gebruik gemaakt van een vijfpuntschaal. De kans op overtreding is: - heel klein 1 - klein 2 - gemiddeld 3 - groot 4 - heel groot 5 Risico Er zijn verschillende manieren om het verschijnsel risico te benaderen. Wij hebben de volgende invalshoek en formule van het CCV gebruikt: het gemiddelde effect + kans gedeeld door 2. Door deze formule beperk je de uitkomstscore tot 1 t/m 5. Deze score is vervolgens weer omgerekend naar één van de vier hierna genoemde mogelijke prioriteiten.
Prioriteit De in de matrix vermelde score bij risico is omgerekend naar een voorlopige prioriteit met toepassing van de volgende formule: - als gemiddeld effect >3 en kans >3 dan prioriteit 1 - als gemiddeld effect >3 en kan <=3 dan prioriteit 2 - als gemiddeld effect<=3 en kan >3 dan prioriteit 3 - als gemiddeld effect <=3 en kans <=3 dan prioriteit 4 Prioriteit 1: heel hoog (groot belang/grote overtredingskans); Prioriteit 2: hoog (groot belang/kleine overtredingskans); Prioriteit 3: gemiddeld (klein belang/grote overtredingskans); Prioriteit 4: laag (klein belang/kleine overtredingskans). Hieruit volgt een voorlopige prioriteit.
64
Schematisch weergegeven ziet de prioriteitsteling er als volgt uit:
Beoordeeld is of er omstandigheden zijn waardoor deze voorlopige prioritering zou moeten worden aangepast. Gekeken is naar factoren als het coalitieakkoord, doelenstellingen die zijn vastgelegd in beleidsdocumenten, ontwikkelingen in wetgeving. Voor deze factoren en doelstellingen is een score van 1 t/m 3 opgenomen: - geen of weinig invloed 1 - invloed 2 - veel invloed 3 Door deze score kan een prioriteit maximaal 2 categorieën stijgen: - bij een score van 2 geen wijziging - bij een score van 3 of 4 stijgt 1 prioriteit - bij een score van 5 of 6 stijgt 2 prioriteiten Resultaat Door het uitvoeren van de risicoanalyse kunnen wij: - helderheid scheppen over de vraag welke prioriteiten voor vergunningverlening gelden; - helderheid scheppen over de vraag welke normen niet goed worden nageleefd; - keuzes over vergunningverlening, toezicht en handhaving goed onderbouwen; - beschikbare capaciteit gericht inzetten; - duidelijkheid scheppen over de vraag welke handhavingsactiviteiten van de overheid wordt verwacht. Doelen Vervolgens stellen wij een jaarlijks uitvoeringsprogramma op. In dit uitvoeringsprogramma koppelen we de prioriteit aan specifieke doelen. Tevens worden de parameters benoemd die we gedurende het uitvoeringsjaar gaan monitoren. In de jaarrapportage wordt vervolgens ingegaan op het realiseren van deze doelen.
Daarnaast is per taakveld gekeken of er nog prioritaire acties zijn bij de uitvoering van de activiteiten. Als dit het geval is, hebben we deze benoemd, een oplossing geschetst, hieraan uren gekoppeld en een verantwoordelijke aangewezen. In de jaarrapportage zal tevens worden beschreven of deze prioritaire acties zijn uitgevoerd.
65
De doelen worden onderscheiden in output (prestatie) en outcome (maatschappelijk en hoofddoel). Bij output wordt er concreet vastgelegd welke inspanningen de provincie van plan is te gaan uitvoeren en wordt meetbaar gemaakt of de beloofde inspanningen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Hierbij is er natuurlijk altijd een maatschappelijk doel. Om meetbaar te maken of dat doel wordt gehaald, is het belangrijk om outcome-doelstellingen te formuleren. Outcome is de basis voor de dialoog met de bestuurder/maatschappij en geeft inzicht welke bijdrage het VTH-werk aan het doel heeft geleverd. Een voorbeeld van een output-doelstelling: controle op naleving van de omgevingsvergunning bouw of actualisatie van ‘x’ aantal vergunningen milieu. Een voorbeeld van een outcome-doelstelling: het rapportcijfer dat de bevolking van Zwartewaterland geeft voor het beheer van de openbare ruimte. Het verschil is dus dat wij bij een output-doelstelling als organisatie een prestatie willen leveren. Bij een outcome-doelstelling gaat het om doelstellingen op het gebied van de maatschappelijke effecten die wij willen bereiken.
66
Bouw- en RO-taken (lokale taak / uitvoering door Zwartewaterland)
BOUW008 Publieksfunctie > 1.000.000 BOUW012 Kinderdagverblijf BOUW014 Publieksfunctie tijdelijke bouw BOUW022 Monumentenvergunning/Monumentenbescherming BOUW005 Wonen tijdelijke bouw BOUW017 Industrie/kantoorfunctie > 1.000.000 BOUW018 Industriefunctie met risicovol gebruik *vuurwerk, PGS 15 BOUW009 Gezondheidszorgfunctie met bedgebied BOUW019 Industrie/kantoorfunctie tijdelijke bouw BOUW002 Wonen cat. I < 100.000 complex BOUW003 Wonen cat. II 100.000 - 1.000.000 BOUW006 Publieksfunctie < 100.000 BOUW004 Wonen cat. III > 100.000 BOUW007 Publieksfunctie 100.000 - 1.000.000 BOUW016 Industrie/kantoorfunctie 100.000 - 1.000.000 BOUW011 Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse opvang BOUW021 Bouwwerk geen gebouw zijnde complex BOUW010 Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied BOUW015 Industrie/kantoorfunctie < 100.000 BOUW001 Wonen cat.
I <100.000 eenvoudig BOUW020 Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig RO015 Illegaal gebruik bedrijf RO014 Illegaal gebruik wonen RO019 Illegaal slopen met asbest RO009 Illegale bewoning: illegaal kamerverhuur RO016 Illegaal gebruik gronden RO018 Illegaal slopen RO005 Illegale bouw; grote bouwwerken (>70m2( (Buitengebied) RO008 Illegale bewoning: permanente bewoning recreatieverblijven RO004 Illegale bouw; grote bouwwerken (>70m2( (Bebouwde kom) RO017 Illegaal gebruik bestaande bouw; voldoet niet aan Bouwbesluit RO007 Illegale bouw; monumenten inclusief beschermd stads-/dorpsgezicht RO003 Illegale bouw; middel bouwwerken (>30m2 en <70m2)(buitengebied) RO002 Illegale bouw; middel bouwwerken (>30m2 en <70m2)(beb.kom) RO010 Illegale aanleg RO013 Illegale reclame (buitengebied) RO012 Illegale reclame (bebouwde kom) RO011 illegale kap RO006 Illegale bouw; bouwwerken geen gebouw zijnde RO001 Illegale bouw; kleine bouwwerken (<30m2) RO020 Strijdig met welstandsbepalingen
Fy sie k Vo e v lks eili Na gez ghei on d tu ur /m dhe id ili Be eld eu/o mg kw Le ali . e t Be fbaa eit rh stu eid ge urli jk mi im dd eld ago ee f ka ns fect ris vo ic o (ci rlop o jfe ige r) pr ior vo ite or l it (w op oo ige rd ) prio rit eit
RISICOANALYSE
5 5 3 2 2 3 4 5 2 2 2 5 2 5 2 5 3 3 2 2 1 5 2 5 4 5 3 1 3 1 5 3 3 3 2 1 1 4 3 2 1
4 2 2 2 2 3 3 4 2 1 1 4 1 4 2 2 1 4 2 1 1 3 2 5 3 3 3 1 3 1 4 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1
2 2 1 1 1 2 2 3 2 2 2 1 2 2 2 2 1 2 1 1 2 5 1 5 1 5 3 2 1 2 1 1 1 1 4 4 4 5 1 1 1
2 1 1 5 1 2 2 1 2 4 1 2 1 2 2 1 3 1 1 1 2 1 1 1 1 1 4 4 1 3 1 5 5 5 5 5 5 5 3 2 5
2 4 3 1 1 2 1 2 2 1 1 2 2 2 1 3 4 2 1 1 1 2 1 1 3 1 2 1 4 1 3 4 4 4 5 1 1 2 4 2 4
3 4 5 2 3 3 3 4 3 3 2 3 1 3 2 4 2 3 2 1 2 3 3 3 4 3 3 5 5 3 4 4 4 4 5 2 2 2 1 1 4
3,0 3,0 2,5 2,2 1,7 2,5 2,5 3,2 2,2 2,2 1,5 2,8 1,5 3,0 1,8 2,8 2,3 2,5 1,5 1,2 1,5 3,2 1,7 3,3 2,7 3 3 2,3 2,8 1,8 3 3,2 3,2 3,2 3,7 2,3 2,3 3,2 2,2 1,5 2,7
3 3 2 3 4 3 2 2 3 3 2 3 2 3 2 3 5 2 3 3 3 4 3 4 4 3 4 4 3 3 4 2 3 3 4 3 3 2 3 3 3
3 3 2 3 3 3 2 3 3 3 2 3 2 3 2 3 4 2 2 2 2 4 2 4 3 3 4 3 3 2 4 3 3 3 4 3 3 3 3 2 3
4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 2 Hoog 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 1 Heel hoog 4 Laag 1 Heel hoog 3 Gemiddeld 4 Laag 3 Gemiddeld 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 2 Hoog 2 Hoog 2 Hoog 1 Heel hoog 4 Laag 4 Laag 2 Hoog 4 Laag 4 Laag 4 Laag
67
Milieutaken (bovenlokale taak / uitvoering door ODIJ)
BEVI BEVI-bedrijven WM055 Afvalverwerking (geen GPBV) WM020 Vervaardiging van chemische producten (niet BRZO) Vervaardiging van textiel, kleding, bereiden en verven van bont WM009 (GPBV) Vervaardiging van producten van rubber en kunststof (geen WM022 GPBV) Vervaardiging bewerken glad, aardewerk, cement, kalk, gips, beton, asfaltproducten, isolatiematerialen, natuursteen, e.d. (geen WM023 GPBV) Vervaardiging van overige transportmiddelen (scheepsbouw en WM031 reparatie, wagonbouw e.d.) WM008 Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken (geen GPBV) WM025 Overige vervaardiging van metalen (geen GPBV) Vervaardiging van textiel, kleding, bereiden en verven van bont WM010 (geen GPBV) WM043 Opslag en transport (milieurelevant, niet zijnde BEVI) WM047 Horeca, sport en recreatie + cultuur WM027 Bewerken van metalen (p.o. > 2.000 m2) WM006 Winning van zand, grind, klei (diepe ontgrondingen) WM018 Uitgeverijen, drukkerijen, grafische industrie e.d. (geen GPBV) WM056 Afvalinzameling (geen GPBV) WM013 Houtindustrie en vervaardiging artikele van hout, riet, kurk e.d. WM013 Houtindustrie en vervaardiging artikele van hout, riet, kurk e.d.
WM001 Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) + tuinbouw WM003 Fokken en houden van dieren (geen GPBV) WM028 Bewerken van metalen (p.o.< 2.000 m2) Bouwbedrijven (incl schilders, loodgieters, electriciens) WM039 (werkplaats > 1.000m2) WM005 Visserij- en visteeltbedrijven Vervaardiging van papier, karton en papier en kartonwaren (geen WM016 GPBV) Vervaardiging van kantoor-, elect.machines en apparaten, WM029 computers, bruin en witgoed medische en optische instrumenten Handel en reparatie en verhuur van motorvoertuigen (incl. WM041 landbouwmechanisatiebedrijven) Bouwbedrijven (incl. schilders, loodgieters, electriciens) WM040 (werkplaats < 1.000m2) WM045 Detailhandel milieurelevant WM048 Woon- en verblijfsgebouwen (milieurelevant) WM044 Opslag en transport (overig) WM044 Opslag en transport (overig) WM004 Bosbouw en dienstverlening t.b.v. landbouw WM042 Benzineservicestations (zonder LPG) WM049 Woon- en verblijfsgebouwen (overige) WM046 Detailhandel overige WM037 Voorzieningen en installaties (klein) WM037 Voorzieningen en installaties (klein) WM038 Winning en disctributie van water
Fy sie k Vo e v lks eili gh Na gez on eid tu dh ur / e Be Milie id u/ eld D kw zh Le efb alite i Be a t stu arh eid ge urli jk mi im dd eld ago ee f ka ns fect ris vo ico o (ci rlop jfe ige r pr vo ) ior or ite l (w op it oo ige rd ) prio rit eit
RISICOANALYSE
5 1 4
3 5 4
2 3 2
1 1 1
1 1 1
5 2,8 4 2,5 5 2,8
2 2 3
2 2 3
4 4 4
Laag Laag Laag
4
4
5
2
1
2 3,0
5
4
3
Gemiddeld
3
4
2
1
1
2 2,2
3
3
4
Laag
2
4
5
3
1
3 3,0
5
4
3
Gemiddeld
2 3 4
4 5 3
3 4 3
4 2 2
2 3 1
2 2,8 4 3,5 2 2,5
3 4 3
3 4 3
4 1 4
Laag Hoog Laag
4 1 1 1 1 1 2 4 2 1 1 2
1 3 3 2 3 1 2 2 2 1 1 2
2 2 2 2 3 2 1 3 2 1 3 2
1 1 3 1 3 1 4 3 2 1 4 2
2 3 5 1 1 1 1 1 1 1 2 1
1 1 3 1 4 1 1 2 1 1 1 1
1,8 1,8 2,8 1,3 2,5 1,2 1,8 2,5 1,7 1,0 2,0 1,7
2 2 2 1 2 2 4 3 3 1 3 3
2 2 2 1 2 2 3 3 2 1 3 2
4 4 4 4 4 4 3 4 4 4 4 4
Laag Laag Laag Laag Laag Laag Gemiddeld Laag Laag Laag Laag Laag
1 1
1 2
1 1
2 1
1 1
1 1,2 1 1,2
3 1
2 1
4 4
Laag Laag
3
1
1
1
1
1 1,3
2
2
4
Laag
1
1
1
1
1
1 1,0
1
1
4
Laag
2
2
2
3
3
1 2,2
4
3
3
Gemiddeld
1 1 1 2 4 1 2 1 1 3 4 1
1 3 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1
1 3 3 1 1 3 2 1 1 1 1 1
2 1 1 1 1 3 1 1 1 1 1 1
2 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1
1 1 1 2 5 1 3 1 1 1 3 1
3 3 3 4 3 4 2 1 1 1 1 1
2 3 2 3 3 3 2 1 1 1 1 1
4 4 4 3 4 3 4 4 4 4 4 4
Laag Laag Laag Gemiddeld Laag Gemiddeld Laag Laag Laag Laag Laag Laag
1,3 2,0 1,5 1,5 2,3 1,8 2,0 1,2 1,0 1,3 1,8 1,0
68
Bijlage 6 Landelijke Handhavingstrategie (LHS)
Landelijke handhavingstrategie
Een passende interventie bij iedere bevinding
VERSIE 1.7 24 april 2014
69
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3
Achtergrond en aanleiding Beoogde brede werking, doel en positionering Werking, implementatie en monitoring en evaluatie
2. Visie landelijke handhavingstrategie 2.1 Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties 2.2 Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis- en informatie-uitwisseling 2.3 Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording afleggen 2.4 Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daar toe te komen 2.5 Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en informatiegestuurd gezamenlijk optreden
3. Realisatie landelijke handhavingstrategie – stappenplan 3.1 Stap 1 – Positionering bevinding in de interventiematrix 3.2 Stap 2 – Bepalen verzwarende aspecten 3.3 Stap 3 – Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is 3.4 Stap 4 – Optreden met de interventiematrix 3.5 Stap 5 – Vastlegging
Bijlage 1 Begrippen
Bijlage 2 Toelichting interventies van licht naar zwaar
70
1. Inleiding 1.1 Achtergrond en aanleiding Op 11 april 2013 zijn de grondslagen van het nieuwe stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) 2 voor de Wabo bestuurlijk vastgesteld. Het nieuwe stelsel beoogt een robuuste professioneel werkende uitvoeringsstructuur, waarin de Omgevingsdiensten een centrale rol vervullen, die: • knelpunten oplost, zoals die onder andere zijn vastgesteld door de Commissie Herziening Handhavingstelsel VROM-regelgeving 2; • bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelen in de fysieke leefomgeving (een schoner milieu, natuur en water, veiliger leefomgeving, betere naleving); • leidt tot vermindering van de door het bedrijfsleven ervaren regel- en toezichtsdruk en tot een gelijk speelveld voor bedrijven. • een heldere rolverdeling regelt en ook eenvoudige en effectieve afstemming tussen het bestuurs- en strafrecht. Het nieuwe VTH-stelsel is in 2013 en wordt gedurende 2014 verder ontwikkeld en geïmplementeerd op drie essentiële onderdelen: 1. generieke condities waaronder het stelsel kan functioneren en waaronder een (verdere) verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving kan plaatsvinden. Hierbij valt te denken aan een infrastructuur voor kennis- en informatieuitwisseling en training en opleiding van handhavers; 2.
onderling afgestemd en effectief handelen van alle instanties die een rol hebben in de handhaving van het omgevingsrecht, waaronder het maken van afspraken over de afstemming van landelijke en regionale prioriteiten en het zo effectief mogelijk bestuursen/of strafrechtelijk aanpakken ervan; 3. monitoring, verantwoording en zo nodig bijsturing van het (gezamenlijke) overheidsoptreden in het nieuwe stelsel. De onderhavige landelijke handhavingstrategie is primair uitgewerkt voor onderdeel 2, in de vorm van een instrument voor alle overheden om eenduidig te interveniëren naar aanleiding van tijdens het toezicht gedane bevindingen. De landelijke handhavingstrategie heeft ook raakvlakken met de onderdelen 1 en 3. Met onderdeel 1 vanwege het uitwisselen van ervaringen met (het toepassen van) de landelijke handhavingstrategie, teneinde de (uitvoering van de) strategie stap voor stap te verbeteren. Met onderdeel 3 vanwege de monitoring en verantwoording van de toepassing van de landelijke handhavingstrategie en de op termijn voorziene evaluatie van het VTH-stelsel en de landelijke handhavingstrategie. Voor het opstellen van de landelijke handhavingstrategie is gebruik gemaakt van bestaande strategieën. Met de toepassing van de landelijke handhavingstrategie komen de bestaande handhavingstrategieën, die daarin goeddeels zijn geïncorporeerd, te vervallen.
1.2 Beoogde brede werking, doel en positionering Beoogde brede werking De landelijke handhavingstrategie is ontwikkeld vanuit het milieurecht, met oog voor het bredere omgevingsrecht, en heeft in eerste instantie betrekking op de Wet algemene
2 Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de Wabo, Uitvoering met
ambitie.nl, Vastgesteld BO 11 april 2013. 2 De Tijd is Rijp, juli 2008.
bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten 3. Toepassing van de landelijke handhavingstrategie leidt tot afgestemd en effectief bestuursen/of strafrechtelijk handelen. Daarom is de landelijke handhavingstrategie breder toepasbaar dan alleen op het omgevingsrecht. Doel De overheid is verantwoordelijk voor het handhaven van de wetgeving. Voor wat het omgevingsrecht betreft ligt de basis van deze verantwoordelijkheid voor het bestuur in diverse bijzondere wetten, de Algemene wet bestuursrecht en in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de zogenoemde beginselplicht tot handhaven 4. Voor het OM ligt de basis van deze verantwoordelijkheid in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie en in de Europese richtlijn inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht 5. Uitgangspunt is dat bestuur en OM, elk handelend vanuit de eigen verantwoordelijkheid, hun handelen afzonderlijk en in combinatie richten op het naleven van wet- en regelgeving.
Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is het doel van de landelijke handhavingstrategie, voortbouwend op de hiervoor geschetste verantwoordelijkheden van bestuur en OM: uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend interveniëren bij iedere bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen, landsbreed door het bestuurlijk bevoegd gezag / de Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM. Hiertoe bevat de landelijke handhavingstrategie een duidelijke visie op handhaven (hoofdstuk 2) en een uitgeschreven en geïnstrumenteerde aanpak (hoofdstuk 3). Positionering Handhavinginstanties moeten op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een nalevingstrategie hebben, bevattende een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie. De landelijke handhavingstrategie ondersteunt dit, door één lijn te brengen in hoe instanties reageren op tijdens het toezicht gedane bevindingen. In figuur 1 is de positionering van de landelijke handhavingstrategie weergegeven. De term ‘handhavingstrategie’ drukt uit dat interveniëren breder is dan het opleggen van sancties naar aanleiding van overtredingen. Omdat interveniëren ook tijdens toezicht kan plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van aanspreken en informeren, raakt de landelijke handhavingstrategie in figuur 1 de toezichtstrategie aan.
De landelijke handhavingstrategie gaat niet over het toezicht als zodanig (prioriteiten, manieren van toezicht houden, en dergelijke). De landelijke handhavingstrategie raakt in figuur 1 ook de gedoogstrategie aan. Dit betekent dat de landelijke handhavingstrategie erkent dat er omstandigheden kunnen zijn om van
3 Op de publicatiedatum van onderhavig document is hoofdstuk 5 van de Wabo (‘Bestuursrechtelijke
handhaving’) voor wat betreft de handhaving van toepassing op de volgende wetten, voor zover dit bij of krachtens deze wetten is bepaald: de Flora- en faunawet, de Monumentenwet 1988, de Natuurbeschermingswet 1998, de Ontgrondingenwet, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening, de Waterwet en de Woningwet. De Kernenergiewet en de Wet bescherming Antarctica ontbreken in voornoemde opsomming, omdat de landelijke handhavingstrategie daarop (vooralsnog) niet van toepassing is. 4 Geformuleerd in ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242. 5 EG richtlijn nr. 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008.
(bestuursrechtelijk) handhaven af te zien. Dit laat eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet 6. Figuur 1 toont tot slot dat er specifieke strategieën, die sporen met de landelijke handhavingstrategie, onder de landelijke handhavingstrategie kunnen hangen voor gebieden (bijvoorbeeld Natura 2000), groepen van normadressaten (BRZO bedrijven) of speciale thema’s. Indien een met de landelijke handhavingstrategie sporende specifieke strategie voorhanden en bestuurlijk vastgesteld is, wordt deze specifieke strategie gevolgd. Reeds onderkend is dat het voor bepaalde domeinen, zoals ‘water’, ‘erfgoed’ en ‘bouwen en wonen’, noodzakelijk kan zijn om spoedig een specifieke, met de landelijke handhavingstrategie sporende, handhavingstrategie te ontwikkelen. Hoe bereiken we naleving en wat is de rol van handhaving? Nalevingstrategie
Hoe houden we toezicht?
Hoe treden we op bij overtredingen?
Wanneer en hoe zien we van handhaven af?
Toezichtstrategie
Sanctiestrategie
Gedoogstrategie
Landelijke handhavingstrategie Passend interveniëren bij iedere tijdens toezicht gedane bevinding
Gebieds-, doelgroep- of themaspecifieke handhavingstrategieën
Figuur 1: Positionering landelijke handhavingstrategie
1.3 Werking, implementatie en monitoring en evaluatie Voor de Wabo en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten 7 is de landelijke handhavingstrategie voor gebruik in het VTH-stelsel opgeleverd aan het Bestuurlijk omgevingsberaad. Het overnemen en invoeren van de landelijke handhavingstrategie is onderdeel van de VTH kwaliteitscriteria voor Wabo bevoegde overheden 8. Dit waarborgt landelijke eenduidigheid in twee opzichten, te weten: 1. dat iedere bevinding een passende interventie krijgt; en 2. dat het proces om tot een passende interventie te komen overal hetzelfde verloopt. 6 Gedogen in Nederland 25085, nr 2, 1996-1997. 7 Vooralsnog met uitzondering van de Kernenergiewet en de Wet bescherming
Antarctica.
8 Paragraaf 5.2.4 Kwaliteitscriteria 2.2 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de
Uitvoering met ambitie.nl, 7 september 2012.
Wabo,
Lokale/regionale bestuurlijke afwegingsruimte zit gezien het voorgaande in keuzes over toezichtprioriteiten en de manier van toezicht houden, maar niet in het toepassen van de landelijke handhavingstrategie. De landelijke handhavingstrategie is een landelijk geldend afwegingsinstrument dat iedereen volgt om van bevinding naar interventie te komen. Dit onderstreept dat de landelijke handhavingstrategie vooral een instrument is voor uitvoerders. Als stelselverantwoordelijke VTH voor de Wabo, draagt de minister van IenM voor wat betreft het omgevingsrecht zorg voor het monitoren en evalueren van de toepassing van de landelijke handhavingstrategie en het zo nodig voorstellen van maatregelen naar aanleiding hiervan. Alle partijen die met de landelijke handhavingstrategie werken kunnen voorstellen voor maatregelen doen. Besluitvorming over voorgestelde maatregelen vindt voor wat betreft het omgevingsrecht plaats in het Bestuurlijk omgevingsberaad.
2. Visie landelijke handhavingstrategie Als richtinggevende visie zijn de volgende vijf uitgangspunten van het nieuwe VTH-stelsel voor de Wabo voor de handhaving geoperationaliseerd. 2.1 Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties Handhavinginstanties en hun medewerkers handelen consequent en vasthoudend op basis van de geldende wet- en regelgeving en de landelijke handhavingstrategie. Het belang van sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavinginstanties is groot. Provincies en gemeenten dragen hier als bevoegd gezag voor de Wabo aan bij, door voor de aan hun Omgevingsdiensten opgedragen taken een duidelijk en ruim mandaat te verstrekken, op grond waarvan de directeur bevoegd is tot het toepassen van bestuursrechtelijke interventies, waaronder sancties. 2.2 Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis- en informatieuitwisseling Handhavers wegen de ernst van de bevinding, het gedrag van de normadressaat en de feiten en omstandigheden van de situatie. Handhavers bepalen vervolgens welke interventie in het specifieke geval passend is. Dit vereist professionaliteit en vakmanschap.
Handhavinginstanties brengen en houden daarom de voor handhaven vereiste 9 kennis en kunde op peil en ondersteunen binnen hun organisaties een cultuur waarin (elkaar aanspreken op) kennis en informatie uitwisselen, samenwerken en handhavers die zich blijven ontwikkelen vanzelfsprekend zijn. Ook uitwisseling van kennis en leerervaringen tussen handhavinginstanties is van groot belang. De landelijke handhavingstrategie op papier is immers het begin, maar waar het vervolgens om gaat is dat alle instanties de papieren strategie op soortgelijke wijze blijven toepassen en daarover met elkaar in contact blijven en leerervaringen en beste praktijken uitwisselen. Anders zullen praktijken ongewild toch weer uit elkaar gaan lopen. Landelijk overleg over de implementatie en uitvoering van de landelijke handhavingstrategie gebeurt tijdens de implementatieperiode voor wat het omgevingrecht betreft in het Implementatieberaad. Regionaal overleg ter zake vindt plaats in (de voorportalen van) het
9 Onder andere voldoen aan de voor het VTH-stelsel voor de Wabo gedefinieerde
kwaliteitscriteria.
door de provincie geïnitieerde Bestuurlijk Handhavingsoverleg (BHO) van de bevoegde overheden en het Functioneel Parket van het OM. 2.3 Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording afleggen Handhavinginstanties hebben een beginselplicht tot handhaven 10. Handhavend optreden is zowel eerlijk tegenover normadressaten uit het oogpunt van een gelijk speelveld, als tegenover de maatschappij die ervan uit mag gaan dat handhavers zodanig optreden dat haar rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft. In het VTH-stelsel is de primaire verantwoordingsrelatie die van het bevoegd gezag aan het eigen democratisch controlerend orgaan (bijvoorbeeld Gemeenteraad en Provinciale Staten in het geval van gemeenten respectievelijk provincies). De toepassing van de landelijke handhavingstrategie is onderdeel van deze verantwoordingsrelatie. 2.4 Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daar toe te komen Met de landelijke handhavingstrategie wordt ingezet op een passende interventie bij iedere bevinding. Handhavers hanteren de landelijke handhavingstrategie bij iedere bevinding en maken daarbij gebruik van de in de strategie opgenomen instrumenten.
Omwille van rechtsgelijkheid waarborgt dit passend interveniëren en eenduidig optreden, dat wil zeggen: het in vergelijkbare zaken maken van vergelijkbare keuzes en het op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen van interventies, landsbreed. Een passende interventie wil zeggen dat de interventie, gegeven de verzamelde feiten en de beoordeling van de aard en/of omstandigheden van de bevinding en de normadressaat, zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot spoedig herstel van de situatie voor de bevinding, naleving waarborgt, herhaling voorkomt en/of straft daar waar dit passend is of noodzakelijk om de normadressaat tot naleven te bewegen, dan wel de norm te bevestigen. Dit betekent dat twee keuzen noodzakelijk zijn: 1. Hoe wordt er opgetreden: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk, of alleen strafrechtelijk? 2. Welke interventie(s) wordt (worden) ingezet? Ad. 1
Hoe wordt opgetreden is vastgelegd in hoofdstuk 3 van deze landelijke handhavingstrategie. Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van de situatie, dat wil zeggen op het in overeenstemming brengen met de wet- en regelgeving, opdat vastgesteld beleid wordt geëffectueerd. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het straffen van de overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel. Bestuurs- en strafrechtelijk optreden dienen daarnaast allebei tot ontmoediging, ofwel tot individuele en algemene preventie. Omdat deze aspecten vaak tegelijk aan de orde zijn, is een weloverwogen inzet van het bestuursrecht en/of het strafrecht conform de landelijke handhavingstrategie noodzakelijk. Ad. 2
De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van de in hoofdstuk 3 van de landelijke handhavingstrategie opgenomen interventieladder en interventiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de situatie voor de bevinding de eerste prioriteit is.
10 Geformuleerd in ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242.
2.5 Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en informatiegestuurd gezamenlijk optreden Toezicht houden gebeurt op basis van door bevoegde overheden bestuurlijk vastgestelde handhavingprogramma’s, inclusief financiering en menskracht, die zijn afgestemd met alle bij het omgevingsrecht betrokken instanties. Afgestemde handhavingprogramma’s en de landelijke handhavingstrategie borgen in combinatie dat de overheden planmatig gezamenlijk optreden, bij het toezicht en bij bevindingen die tijdens dat toezicht zijn gedaan 11 . Informatie is voor goede risicoanalyses en daarop gebaseerde handhavingprogramma’s onontbeerlijk.