CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

5a. Bijlage -Wabo beleidsplan Zwartewaterland inclusief UVP 2021 Stevig verankerd - versie 27-11-2020

Raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college36.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

3.2.4 Bestaande voorraad gebouwen Het doel van toezicht bestaande voorraad is een gezonde en veilige leefomgeving behouden. Wij zien toe op een minimale bouwkwaliteit voor de bestaande voorraad zoals geregeld in Wabo, Woningwet en Bouwbesluit. Met het houden van (gebied)controles zien we ook toe op bouwactiviteiten, veelal vergunningsvrij, die in uitvoering zijn. 3.2.5 Milieubelastende activiteiten Het milieutoezicht wordt uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ). In het milieutoezicht volgen wij in grote lijnen de uitkomsten van de risicoanalyse van de ODIJ (voorheen RUD). In beginsel volgen wij de prioritering die in regionaal ambitieniveau is vastgesteld.

24

In Zwartewaterland kiezen we ervoor om aanvullend hierop een eigen ambitieniveau te hanteren voor bepaalde categorieën bedrijven. Dit eigen ambitieniveau is gebaseerd op het historische naleefgedrag van bedrijven, op het veiligheidsrisico dat ontstaat voor de leefomgeving en onze bestuurlijke en beleidsdoelen. Deze prioritering is voor ons ook essentieel omdat wij als taak hebben de actualiteit van vergunningen te bewaken. In afwijking van de ODIJ-analyse ligt de controlefrequentie bij 8 branches dan ook hoger: WM028 WM041

3 jaar i.p.v. 5 jaar 3 jaar i.p.v. 5 jaar

WM045 WM048 WM044 WM004

metaalbewerkingsbedrijven handel, reparatie, verhuur van motorvoertuigen (incl. landbouwmechanisatiebedrijven) detailhandel milieurelevant woon- en verblijfsgebouwen milieurelevant opslag en transport; 3 bedrijven nabij woningen bosbouw en dienstverlening

WM042

benzineservicestations

5 jaar i.p.v. 10 jaar

WM037

voorzieningen en installaties

5 jaar i.p.v. 10 jaar

4 jaar i.p.v. 10 jaar 5 jaar i.p.v. 10 jaar 5 jaar i.p.v. 10 jaar 5 jaar i.p.v. 10 jaar

Tevens speelt een kwaliteitsaspect bij de prioritering van de ODIJ: - het bedrijvenbestand van Zwartewaterland kent veel bedrijven in de zwaardere klasse II-complex en klasse III. Het betreft met name de scheepsbouw (ca 75% van het IJssellandse bedrijvenbestand) en de tapijtindustrie (100% van het IJssellandse bedrijvenbestand. Voor beide bedrijfstakken is met inachtneming van de Kwaliteitscriteria 2.2 het opbouwen van specifieke kennis en deskundigheid van belang. - veel bedrijven in klasse II hebben een groot oppervlak aan productievloer. Van 21 bedrijven is de productievloer groter dan een ha en van 9 bedrijven groter dan 0,5 ha. Het merendeel van deze bedrijven is vergunningplichtig. De 10,5 uren die op basis van de Producten- en Dienstencatalogus van de ODIJ standaard voor deze bedrijven worden berekend zijn niet toereikend voor adequaat toezicht. Hiervoor moeten extra uren worden toegekend. 3.2.6 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) irt Wabo taken Kapbeleid Het toezicht op kapvergunningen wordt uitgevoerd door de toezichthouders bouw en RO. 3.2.7 Reactief toezicht: Op de volgende onderdelen vindt in principe alleen reactief toezicht plaats: - illegale afvalverbranding

3.3

Kaders voor handhaving en gedogen

Als tijdens het toezicht een overtreding wordt geconstateerd start de handhaving. Hoe uitvoering wordt gegeven aan het handhavend optreden is vastgelegd in de landelijke handhavingsstrategie. De landelijke handhavingsstrategie is opgedeeld in 4 strategieën: - preventiestrategie: hoe voorkomen we handhaving - toezichtstrategie: hoe houden we toezicht - sanctiestrategie: hoe treden we op bij overtredingen - gedoogstrategie: wanneer en hoe zien we af van handhaven. In bijlage 6 is deze LHS uitgewerkt. Bij het uitvoeren van deze strategie hanteren wij als uitgangspunten: - iedere overtreding krijgt een passende interventie

25

-

de handhavingsstrategie wordt strikt toegepast eenduidige proces- en besluitvorming gelijke gevallen gelijk behandelen bewaken termijnen en tijdig de vervolgstappen in gang zetten gebruikmaken van standaardbrieven voor alle fases in het proces

De bevoegdheid tot handhaving heeft zicht in de loop van de jaren ontwikkelt tot een beginselplicht tot handhaving. Dit houdt in dat bij overtreding van een wettelijk voorschrift of binnen de gemeente vastgestelde beleidsregels daartegen in de regel handhavend moet optreden. Niet doorzetten van handhavingsacties gaat ten koste van de geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de gemeente. Het kan bovendien rechtsongelijkheid scheppen. Afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding en het naleefgedrag van de overtreder kan de gemeente overgaan tot inzet van de volgende instrumenten: - bestuursrechtelijke handhaving - strafrechtelijke handhaving - het instrument Bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBm) De keuze welke van deze instrumenten ingezet wordt is afhankelijk van de ernst van de overtreding in relatie tot het gedrag van de overtreder. De ernst gaat over milieu, veiligheid en leefomgeving. Gedrag loopt van goedwillend via moet kunnen en calculerend naar crimineel gedrag. Gedogen Gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving is onze algemene lijn bij een overtreding van een wettelijk voorschrift dat gedogen een uitzonderlijke bevoegdheid blijft waar slechts zeer beperkt gebruik van kan worden gemaakt.

Wij kunnen in uitzonderlijke situaties besluiten om bij een geconstateerde overtreding te kiezen voor het gedogen van de illegale situatie. De overtreder ontvangt in dat geval een gedoogbeschikking van de gemeente. Deze beschikking moet expliciet en na zorgvuldige belangenafweging worden genomen en voorzien zijn van een zorgvuldige en kenbare motivering. Over de noodzaak tot gedogen, de voorwaarden en de wijze van handhaving tijdens de gedoogperiode, plegen wij vooraf overleg met de overtreder, belanghebbenden en als dat nodig is relevante handhavingspartners. De gedoogperiode wordt zo kort mogelijk gehouden en er wordt een concrete eindtermijn genoemd. Bij gedogen spelen belangenafweging, aansprakelijkheidskwesties en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel) een grote rol. Wij volgen onderstaande lijn zoals die is overgenomen uit de Handhavings- en gedoogstrategie Fysieke leefomgeving Overijssel, oktober 2009. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van ons worden gevergd niet handhavend op te treden. Dit kan zich voordoen als concreet uitzicht op legalisatie bestaat of er sprake is van een overmachtssituatie of overgangssituatie. Het zijn situaties waarbij het achterliggend belang beter gediend is met het tijdelijk afzien van handhavend optreden.

Een voorbeeld van een overmachtssituatie is een tijdelijke storing bij een afvalverwerkingsbedrijf waardoor bij de toeleveranciers meer afval of afval gedurende een langere tijd moet worden opgeslagen dan is toegestaan.

26

Bij een overgangssituatie kan het bijvoorbeeld gaan om: - de situatie waarin nieuwe regelgeving in voorbereiding is en redelijkerwijs mag worden verwacht dat daarmee de overtreding spoedig wordt gelegaliseerd - situaties waarin een overtreding voortvloeit uit een uitspraak van de bestuursrechter waarbij een verleende vergunning door de bestuursrechter is vernietigd op formele gronden, terwijl de activiteit redelijkerwijs alsnog (ten volle) vergunbaar moet worden geacht. De noodzaak om te gedogen kan weggenomen worden door de situatie te legaliseren. Is (tijdelijke) legalisering van de overtreding mogelijk, dan verdient dit altijd de voorkeur boven gedogen. Dat gedogen slechts in uitzonderingsgevallen aanvaardbaar kan worden geacht, brengt ook met zich mee dat de mate waarin wordt gedoogd zoveel mogelijk in omvang en/of tijd moet worden beperkt. Het gedogen dient niet langer te duren en niet in grotere mate plaats te vinden dan gerechtvaardigd wordt door de anders optredende onbillijkheid of door het achterliggende of zwaarder wegende belang dat het gedogen rechtvaardigt. Als het gedogen omvangrijk of structureel dreigt te worden, moet heroverweging van de norm zelf plaatsvinden. Onder omstandigheden kan gedogen voor langere tijd aanvaardbaar zijn, indien en zolang geen structurele verbetering van de norm mogelijk is.

Het uiteindelijke gedoogbesluit wordt genomen door het college.

27

Deel 3 Hoofdstuk 4 Programmatisch werken: taakuitvoering met kwaliteit Het is onze taak om de fysieke leefomgeving veilig, gezond, aantrekkelijk en duurzaam te houden. Hiervoor zijn wetten opgesteld waaraan gebruikers van de leefomgeving zich moeten houden. Gebruikers zijn bijvoorbeeld bedrijven, maatschappelijke organisaties, burgers en overheden. Wij kunnen echter niet alles vooraf toetsen of controleren hoe graag we dat ook willen. Daarom maken we keuzes (risicogericht werken) over hoe de beperkt beschikbare mensen het best (meest doelmatig) kunnen worden ingezet. Daarover gaat ook de Wet VTH. Eén van de hoofddoelen van de Wet VTH is het verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken. Voor de verbetering van die kwaliteit wordt gewerkt met 2 criteria: - procescriteria; 7 onlosmakelijk met elkaar verbonden schakels die eisen stellen aan de kwaliteit van de beleids- en uitvoeringscyclus (BIG8) - criteria voor kritieke massa waarmee vakmanschap (voldoende opleiding, ervaring en kennis) en het onderhouden en borgen daarvan. In onderstaande figuur zijn de 7 procescriteria voor programmatisch werken schematisch weergegeven waarbij in de onderdelen benoemd is op basis van welk wettelijk voorschrift de stap uitgevoerd dient te worden.

Figuur 1 ‘Big Eight’ programmatisch werken Programmatisch werken passen we toe voor de VTH-taken die door of namens onze gemeente worden uitgevoerd. Concreet gaat het om de Wabo-taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en milieu. En hoewel wij de milieutaak volledig bij de ODIJ hebben neergelegd, hebben wij voor dit taakveld een risicoanalyse opgesteld en op basis daarvan prioriteiten gesteld en doelen bepaald. Dit is van belang om ervoor te zorgen dat wij

28

de ODIJ voor de uitvoering van taken voor onze gemeente de juiste kaders en randvoorwaarden meegeven afgestemd op wat van belang is voor Zwartewaterland, de zogenaamde ‘couleur locale’. De uitgangspunten van deze beleidsnota dienen daarom als uitvoeringskader voor de ODIJ. In dit deel van de beleidsnota is uitgewerkt hoe wij dit programmatisch werken hebben vormgegeven op basis van de volgende stappen. Op basis van een risicoanalyse per taakveld stellen wij prioriteiten en doelen voor. Het uitvoeren van de risicoanalyse, onderdeel van rapportage en evaluatie, is de eerste inhoudelijke stap die gezet wordt met het programmatisch werken. Jaarlijks evalueren wij, als laatste stap in het programmatisch werken, de uitvoering van het VTH-programma, het bereiken van de gestelde doelen en de uitvoering van de benoemde activiteiten. Daarna begint de nieuwe cyclus en volgt een nieuw uitvoeringsprogramma.

4.1

Risicoanalyse: aanpak en methodiek

Het stellen van regels, het houden van toezicht op de naleving van regels en het optreden tegen overtredingen is een kerntaak van de gemeente. Wij willen hiermee voorkomen dat een overtreding van regels de belangen van burgers en overheid schaadt. De eerste verantwoordelijkheid voor het beheersen van risico’s ligt bij de veroorzaker zelf, maar zonder een actieve overheid zijn deze niet onder controle te houden. Controle houden we door risicoanalyse en prioritering. Een werkwijze die we al enkele jaren hanteren: - In 2010 heeft Oranjewoud een risicoanalyse opgesteld voor onze wettelijke taken op het gebied van milieu, bouw en ruimtelijke ordening, brandweer, APV en bijzondere wetten. De analyses zijn vastgelegd in de rapportage ‘Prioriteiten in toezicht en handhaving’ van 18 februari 2010. - Voor de milieutaken is door de RUD in 2011 een gezamenlijke risicoanalyse uitgevoerd voor het basistakenpakket+. Daarvoor is gebruik gemaakt van het model Oranjewoud. In 2013 is ook voor de bouw- en RO-taken een analyse gemaakt. De analyses van Oranjewoud en de RUD hebben wij naast ons bedrijvenbestand gelegd en naast bouw- en ruimtelijke ontwikkelingen. We hebben op basis van onze ervaringen van de afgelopen jaren in beeld gebracht waar de (grootste) risico’s liggen als regels niet worden nageleefd en hoe groot de kans op overtreding van de regels is.

Deze analyse hebben we per branche en bouw- en RO-ontwikkeling uitgevoerd voor de thema’s: fysieke veiligheid, volksgezondheid, leefbaarheid, beeldkwaliteit, natuur/milieu/duurzaamheid en bestuurlijk imago. Door het uitvoeren van een risicoanalyse kunnen wij: - helderheid scheppen over de vraag welke prioriteiten voor vergunningverlening en toezicht gelden; - helderheid scheppen over de vraag welke normen niet goed worden nageleefd; - keuzes over vergunningverlening, toezicht en handhaving goed onderbouwen; - beschikbare capaciteit gericht inzetten; - duidelijkheid scheppen over de vraag welke handhavingsactiviteiten van de gemeente worden verwacht. Allereerst hebben we een omgevingsanalyse gemaakt en vervolgens een risicoanalyse op basis van de systematiek van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid die is beschreven in bijlage 4. De in de risicomatrix vermelde score bij risico is omgerekend naar één van de 4 mogelijke voorlopige prioriteiten:

29

-

prioriteit 1: heel hoog (groot belang/grote overtredingskans); prioriteit 2: hoog (groot belang/kleine overtredingskans); prioriteit 3: gemiddeld (klein belang/grote overtredingskans); prioriteit 4: laag (klein belang/kleine overtredingskans).

Schematisch weergegeven ziet de voorlopige prioriteitstelling in de hierna opgenomen risicoanalyses er als volgt uit:

Vervolgens hebben wij in paragraaf 4.3 beoordeeld of er omstandigheden zijn waardoor deze voorlopige prioritering zou moeten worden aangepast. Gekeken is naar factoren als het coalitieakkoord, doelenstellingen die zijn vastgelegd in beleidsdocumenten, ontwikkelingen in wetgeving.

4.2

Omgevings- en risicoanalyses

In een beknopte omgevingsanalyse hebben we de wettelijke doelstelling(en) en de omvang van het werkveld beschreven. Achtereenvolgens zijn voor de taakvelden ‘bouwen en ruimtelijke ordening’ en ‘milieu’ de resultaten opgenomen van de door de afdelingen Veiligheid, toezicht en handhaving en Vergunningen uitgevoerde risicoanalyses. In de analyses spreken we zoals eerder al aangegeven van een voorlopige prioritering omdat er ook nog andere factoren van invloed kunnen zijn, zoals bestuurlijke wensen, beleidsdoelstellingen en nieuwe wetgeving. In paragraaf 4.3 is de definitieve prioritering opgenomen. 4.2.1 Bouwen en Ruimtelijke ordening – vergunningverlening (lokale taak) Wettelijke doelstelling vergunningverlening Een veilig gebruik van gebouwen, bouwwerken en openbare ruimte, een schoon milieu. De vergunning overeenkomstig de geldende regelgeving verlenen en op een wijze waarbij de doelstellingen van bouwbesluit, ruimtelijke plannen (w.o. bestemmingsplannen), bouwverordening en het gemeentelijke welstandsbeleid in stand worden gehouden. De wettelijke basis voor de vergunningverlening is opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Omvang werkveld In Zwartewaterland worden op jaarbasis gemiddeld 150 omgevingsvergunningen bouw verleend. In 50% van de vergunningen wordt gebruik gemaakt van de binnenplanse afwijking

30

die in een bestemmingsplan is opgenomen of van de afwijkingsmogelijkheid voor kruimelgevallen op grond van het Besluit omgevingsrecht. 4.2.2 Bouwen en Ruimtelijke ordening – toezicht en handhaving (lokale taak) Wettelijke doelstelling toezicht en handhaving Het voorkomen en tegengaan van strijdig gebruik van ruimte, gronden en activiteiten. Het toezien dat activiteiten worden uitgevoerd conform de algemene regels danwel de goedgekeurde aanvraag en bijbehorende voorschriften en voorwaarden. Tevens toezien of er illegaal activiteiten worden uitgevoerd. Het uiteindelijke doel is dat de algemene regels en vergunningen worden nageleefd en de doelstellingen van de bestemmingsplannen en het gemeentelijk welstandsbeleid in stand worden gehouden. Omvang werkveld Op jaarbasis wordt er op ca 150 verleende omgevingsvergunningen toezicht gehouden en als dat nodig is wordt handhavend opgetreden overeenkomstig de Landelijke Handhavingsstrategie. Het gemiddeld aantal controles per jaar is 1000, hieronder vallen ook gebiedscontroles en controles op basis van luchtfoto’s. Daarnaast komen er jaarlijks gemiddeld 45 klachten en meldingen binnen en wordt gecontroleerd of er geen illegale activiteiten plaatsvinden.

BOUW008 Publieksfunctie > 1.000.000 BOUW012 Kinderdagverblijf BOUW014 Publieksfunctie tijdelijke bouw BOUW022 Monumentenvergunning/Monumentenbescherming BOUW005 Wonen tijdelijke bouw BOUW017 Industrie/kantoorfunctie > 1.000.000 BOUW018 Industriefunctie met risicovol gebruik *vuurwerk, PGS 15 BOUW009 Gezondheidszorgfunctie met bedgebied BOUW019 Industrie/kantoorfunctie tijdelijke bouw BOUW002 Wonen cat. I < 100.000 complex BOUW003 Wonen cat. II 100.000 - 1.000.000 BOUW006 Publieksfunctie < 100.000 BOUW004 Wonen cat. III > 100.000 BOUW007 Publieksfunctie 100.000 - 1.000.000 BOUW016 Industrie/kantoorfunctie 100.000 - 1.000.000 BOUW011 Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse opvang BOUW021 Bouwwerk geen gebouw zijnde complex BOUW010 Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied BOUW015 Industrie/kantoorfunctie < 100.000 BOUW001 Wonen cat.

I <100.000 eenvoudig BOUW020 Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig RO015 Illegaal gebruik bedrijf RO014 Illegaal gebruik wonen RO019 Illegaal slopen met asbest RO009 Illegale bewoning: illegaal kamerverhuur RO016 Illegaal gebruik gronden RO018 Illegaal slopen RO005 Illegale bouw; grote bouwwerken (>70m2( (Buitengebied) RO008 Illegale bewoning: permanente bewoning recreatieverblijven RO004 Illegale bouw; grote bouwwerken (>70m2( (Bebouwde kom) RO017 Illegaal gebruik bestaande bouw; voldoet niet aan Bouwbesluit RO007 Illegale bouw; monumenten inclusief beschermd stads-/dorpsgezicht RO003 Illegale bouw; middel bouwwerken (>30m2 en <70m2)(buitengebied) RO002 Illegale bouw; middel bouwwerken (>30m2 en <70m2)(beb.kom) RO010 Illegale aanleg RO013 Illegale reclame (buitengebied) RO012 Illegale reclame (bebouwde kom) RO011 illegale kap RO006 Illegale bouw; bouwwerken geen gebouw zijnde RO001 Illegale bouw; kleine bouwwerken (<30m2) RO020 Strijdig met welstandsbepalingen

5 5 3 2 2 3 4 5 2 2 2 5 2 5 2 5 3 3 2 2 1 5 2 5 4 5 3 1 3 1 5 3 3 3 2 1 1 4 3 2 1

4 2 2 2 2 3 3 4 2 1 1 4 1 4 2 2 1 4 2 1 1 3 2 5 3 3 3 1 3 1 4 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1

2 2 1 1 1 2 2 3 2 2 2 1 2 2 2 2 1 2 1 1 2 5 1 5 1 5 3 2 1 2 1 1 1 1 4 4 4 5 1 1 1

2 1 1 5 1 2 2 1 2 4 1 2 1 2 2 1 3 1 1 1 2 1 1 1 1 1 4 4 1 3 1 5 5 5 5 5 5 5 3 2 5

2 4 3 1 1 2 1 2 2 1 1 2 2 2 1 3 4 2 1 1 1 2 1 1 3 1 2 1 4 1 3 4 4 4 5 1 1 2 4 2 4

3 4 5 2 3 3 3 4 3 3 2 3 1 3 2 4 2 3 2 1 2 3 3 3 4 3 3 5 5 3 4 4 4 4 5 2 2 2 1 1 4

3,0 3,0 2,5 2,2 1,7 2,5 2,5 3,2 2,2 2,2 1,5 2,8 1,5 3,0 1,8 2,8 2,3 2,5 1,5 1,2 1,5 3,2 1,7 3,3 2,7 3 3 2,3 2,8 1,8 3 3,2 3,2 3,2 3,7 2,3 2,3 3,2 2,2 1,5 2,7

3 3 2 3 4 3 2 2 3 3 2 3 2 3 2 3 5 2 3 3 3 4 3 4 4 3 4 4 3 3 4 2 3 3 4 3 3 2 3 3 3

3 3 2 3 3 3 2 3 3 3 2 3 2 3 2 3 4 2 2 2 2 4 2 4 3 3 4 3 3 2 4 3 3 3 4 3 3 3 3 2 3

ris vo ic or o (c lop ijf ig er e ) pr io vo rit or ei (w lop t oo ig e rd p ) rio rit ei t

Bouw- en RO-taken (lokale taak / uitvoering door Zwartewaterland)

Fy si ek Vo e v ei lk lig s he Na gez on id tu ur dh /m e Be ilie id u/ el om dk g Le wa lit . ef ei Be ba t st arh u e ge urli id jk m im id de ag ld o e e ffe ka ns ct

RISICOANALYSE

4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 2 Hoog 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 1 Heel hoog 4 Laag 1 Heel hoog 3 Gemiddeld 4 Laag 3 Gemiddeld 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 2 Hoog 2 Hoog 2 Hoog 1 Heel hoog 4 Laag 4 Laag 2 Hoog 4 Laag 4 Laag 4 Laag

Tabel 1 Bouwen en RO (zie voor A4-formaat: bijlage 4)

31

4.2.3 Milieu – vergunningverlening (bovenlokale taak) Wettelijke doelstelling vergunningverlening Het voorkomen en beperken van hinder, milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s door inrichtingen die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken. Bij vergunningverlening wordt zorgvuldig afgewogen welke voorwaarden en voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden om die nadelige gevolgen te voorkomen en te beperken en zo het fysieke leefmilieu te beschermen. Die bescherming strekt zich in ieder geval uit tot mensen, dieren, planten en goederen, water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van de beheersing van het klimaat, alsmede van de relaties daartussen. Ook valt hieronder verbetering van het milieu, zorg voor een doelmatig beheer van afvalstoffen, afvalwater, zuinig gebruik van energie en grondstoffen. De wettelijke basis voor de vergunningverlening is opgenomen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Activiteitenbesluit milieubeheer. De eisen voor de milieuthema’s hebben betrekking op ammoniak, bodem, energiebesparing, fijn stof, geluid, geur, lichthinder, lozingen, lucht, luchtkwaliteit, veiligheid, verkeer en vervoer Omvang werkveld In Zwartewaterland zijn circa 760 actieve inrichtingen gevestigd. Van deze inrichtingen zijn er 50 vergunningplichtig.

Op jaarbasis worden er ongeveer 20 vergunningen verleend, onder te verdelen in revisievergunningen, uitbreidingsvergunningen, maatwerkvoorschriften, omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) 4.2.4 Milieu – meldingen (bovenlokale taak) Wettelijke doelstelling meldingen Inrichtingen hebben een zorgplicht om hinder, milieuverontreiniging en veiligheidsrisico’s die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken te voorkomen en te beperken. Zij hebben zich daarbij te houden aan de algemene milieuregels voor bedrijven die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Valt een inrichting onder dit Activiteitenbesluit dan heeft het bedrijf geen vergunning nodig en kan worden volstaan met een melding. De rol van de gemeente is dan ook beperkt waar het gaat om meldingen. Er kan slechts gestuurd worden op kwaliteit van de ingediende melding waarna een aanpassing of aanvulling ervan moet plaatsvinden door de aanvrager. De toetsing van een melding vindt in de regel plaats tijdens de opleveringscontrole. Tevens worden meldingen ingediend op grond van het Besluit Bodemkwaliteit, het Besluit mobiel breken en het Besluit Lozen buiten inrichtingen. Omvang werkveld In Zwartewaterland zijn 70 meldingplichtige type A-bedrijven bekend en 640 type B-bedrijven.

Op jaarbasis worden er circa 65 meldingen verleend onderverdeeld in meldingen Activiteitenbesluit, meldingen Besluit Bodemkwaliteit, Besluit lozen buiten inrichtingen, meldingen Besluit mobiel breken, waarbij het zwaartepunt ligt bij de meldingen Activiteitenbesluit. 4.2.5 Milieu – toezicht en handhaving (bovenlokale taak) Wettelijke doelstelling toezicht en handhaving Het toezien dat de activiteiten worden uitgevoerd conform de verleende vergunning of gedane melding. Tevens toezien of er illegaal activiteiten worden uitgevoerd. Toezicht richt zich op de wettelijke eisen die zijn gesteld voor de milieuthema’s ammoniak, bodem, energiebesparing, fijn stof, geluid, geur, lichthinder, lozingen, lucht, luchtkwaliteit, veiligheid, verkeer en vervoer

32

Omvang werkveld Het totale bestand bestaat uit circa 760 actieve inrichtingen, onderverdeeld in 50 vergunningplichtige bedrijven, 70 meldingplichtige bedrijven type A-bedrijven en 640 type Bbedrijven. Op de vergunningen wordt toezicht gehouden en als dat nodig is wordt handhavend opgetreden overeenkomstig de Landelijke Handhavingsstrategie. Daarnaast worden er gemiddeld 65 meldingen gecontroleerd en wordt gecontroleerd of er geen illegale activiteiten plaatsvinden (gebiedscontrole). Ook de controles Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij worden indien van toepassing het toezicht meegenomen.

Milieutaken (bovenlokale taak / uitvoering door ODIJ)

BEVI WM055 WM020 WM009 WM022

WM023 WM031 WM008 WM025 WM010 WM043 WM047 WM027 WM006 WM018 WM056 WM013 WM013 WM001 WM003 WM028 WM039 WM005 WM016 WM029 WM041 WM040 WM045 WM048 WM044 WM044 WM004 WM042 WM049 WM046 WM037 WM037 WM038

BEVI-bedrijven Afvalverwerking (geen GPBV) Vervaardiging van chemische producten (niet BRZO) Vervaardiging van textiel, kleding, bereiden en verven van bont (GPBV) Vervaardiging van producten van rubber en kunststof (geen GPBV) Vervaardiging bewerken glad, aardewerk, cement, kalk, gips, beton, asfaltproducten, isolatiematerialen, natuursteen, e.d. (geen GPBV) Vervaardiging van overige transportmiddelen (scheepsbouw en reparatie, wagonbouw e.d.) Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken (geen GPBV) Overige vervaardiging van metalen (geen GPBV) Vervaardiging van textiel, kleding, bereiden en verven van bont (geen GPBV) Opslag en transport (milieurelevant, niet zijnde BEVI) Horeca, sport en recreatie + cultuur Bewerken van metalen (p.o. > 2.000 m2) Winning van zand, grind, klei (diepe ontgrondingen) Uitgeverijen, drukkerijen, grafische industrie e.d. (geen GPBV) Afvalinzameling (geen GPBV) Houtindustrie en vervaardiging artikele van hout, riet, kurk e.d. Houtindustrie en vervaardiging artikele van hout, riet, kurk e.d.

Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) + tuinbouw Fokken en houden van dieren (geen GPBV) Bewerken van metalen (p.o.< 2.000 m2) Bouwbedrijven (incl schilders, loodgieters, electriciens) (werkplaats > 1.000m2) Visserij- en visteeltbedrijven Vervaardiging van papier, karton en papier en kartonwaren (geen GPBV) Vervaardiging van kantoor-, elect.machines en apparaten, computers, bruin en witgoed medische en optische instrumenten Handel en reparatie en verhuur van motorvoertuigen (incl. landbouwmechanisatiebedrijven) Bouwbedrijven (incl. schilders, loodgieters, electriciens) (werkplaats < 1.000m2) Detailhandel milieurelevant Woon- en verblijfsgebouwen (milieurelevant) Opslag en transport (overig) Opslag en transport (overig) Bosbouw en dienstverlening t.b.v. landbouw Benzineservicestations (zonder LPG) Woon- en verblijfsgebouwen (overige) Detailhandel overige Voorzieningen en installaties (klein) Voorzieningen en installaties (klein) Winning en disctributie van water

Fy si ek Vo e v e lk sg ilig he ez Na id o tu ur ndh /M ei d ili Be eu el /D dk z w Le al h ef ite it Be ba a rh st uu ei d rli ge jk m i id de m a go ld e ka effe ns ct ris vo ic o or (c lop ijf ig er e pr vo ) io or rit ei (w lop t oo ig e rd p ) rio rit ei t

RISICOANALYSE

5 1 4

3 5 4

2 3 2

1 1 1

1 1 1

5 4 5

2,8 2,5 2,8

2 2 3

2 2 3

4 4 4

Laag Laag Laag

4

4

5

2

1

2

3,0

5

4

3

Gemiddeld

3

4

2

1

1

2

2,2

3

3

4

Laag

2

4

5

3

1

3

3,0

5

4

3

Gemiddeld

2 3 4

4 5 3

3 4 3

4 2 2

2 3 1

2 4 2

2,8 3,5 2,5

3 4 3

3 4 3

4 1 4

Laag Hoog Laag

4 1 1 1 1 1 2 4 2 1 1 2

1 3 3 2 3 1 2 2 2 1 1 2

2 2 2 2 3 2 1 3 2 1 3 2

1 1 3 1 3 1 4 3 2 1 4 2

2 3 5 1 1 1 1 1 1 1 2 1

1 1 3 1 4 1 1 2 1 1 1 1

1,8 1,8 2,8 1,3 2,5 1,2 1,8 2,5 1,7 1,0 2,0 1,7

2 2 2 1 2 2 4 3 3 1 3 3

2 2 2 1 2 2 3 3 2 1 3 2

4 4 4 4 4 4 3 4 4 4 4 4

Laag Laag Laag Laag Laag Laag Gemiddeld Laag Laag Laag Laag Laag

1 1

1 2

1 1

2 1

1 1

1 1

1,2 1,2

3 1

2 1

4 4

Laag Laag

3

1

1

1

1

1

1,3

2

2

4

Laag

1

1

1

1

1

1

1,0

1

1

4

Laag

2

2

2

3

3

1

2,2

4

3

3

Gemiddeld

1 1 1 2 4 1 2 1 1 3 4 1

1 3 1 1 1 1 2 1 1 1 1 1

1 3 3 1 1 3 2 1 1 1 1 1

2 1 1 1 1 3 1 1 1 1 1 1

2 3 2 2 2 2 2 2 1 1 1 1

1 1 1 2 5 1 3 1 1 1 3 1

1,3 2,0 1,5 1,5 2,3 1,8 2,0 1,2 1,0 1,3 1,8 1,0

3 3 3 4 3 4 2 1 1 1 1 1

2 3 2 3 3 3 2 1 1 1 1 1

4 4 4 3 4 3 4 4 4 4 4 4

Laag Laag Laag Gemiddeld Laag Gemiddeld Laag Laag Laag Laag Laag Laag

WM009 en WM010 betreft de tapijtindustrie

Tabel 2 Milieu (zie voor A4-formaat: bijlage 4)

33

De risicoanalyse heeft voor de milieutaken geleid tot een van de ODIJ afwijkende prioritering en bezoekfrequentie voor bepaalde typen bedrijven waardoor deze beter is afgestemd op de lokale situatie. Voor de bouwtaken heeft onze analyse geleid tot het inzicht dat we voor een goede prioritering in zowel het beoordelen van aanvragen als het houden van toezicht op verleende vergunningen moeten gaan werken met vaste toetsingslijsten Bouwbesluit. Hiervoor maken we gebruik van de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit en het Integraal Toezichtsprotocol. Deze lijsten zijn opgenomen in ons workflowsysteem IJVI. De uitkomsten van de risicoanalyse, aangevuld met de factoren genoemd in paragraaf 4.3 hebben als basis gediend voor het bepalen van de vereiste diepgang van toetsing.

4.3

Prioriteiten en doelen

Nu de risico’s in kaart zijn gebracht kunnen de definitieve prioriteiten en doelen worden gesteld. Zoals in de vorige paragraaf al is aangegeven zijn de daar opgenomen uitkomsten van de uitgevoerde risicoanalyses voorzien van een voorlopige prioritering. In de dagelijkse praktijk zijn er namelijk meer factoren en omstandigheden die de mate van prioritering bepalen. Denk hierbij aan het coalitieakkoord, beleidsdoelen, een bestuurlijke wens bepaalde activiteiten met voorrang aan te pakken of afspraken die met andere overheden of toezichthouders zijn gemaakt. In de praktijk is ca. 80% van het werk te programmeren en de andere tijd wordt ingevuld met ad hoc werkzaamheden als klachten en calamiteiten. Wij stellen elk jaar prioriteiten vast die voortvloeien uit landelijke en gemeentelijke prioriteiten. Daarbij zorgen wij, met name waar het gaat om risicobeheersing, voor een goede afstemming met het Openbaar Ministerie, andere bevoegde gezagen en ketenpartners. De in dit hoofdstuk opgenomen doelen en indicatoren zullen worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma dat is opgenomen onder deel 4 en kunnen zo nodig jaarlijks op basis van evaluatie worden bijgesteld.

4.3.1 Factoren die van invloed kunnen zijn op de prioritering Coalitieprogramma 2018-2022 Het coalitieprogramma 2018-2022 met als titel ‘Inwoners maken Zwartewaterland mogelijk’ vormt de agenda voor het algemene gemeentelijke beleid voor deze collegeperiode. Hierin heeft het college belangrijke uitgangspunten benoemd die ook het werkterrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving raken. Uitgangspunten uit het coalitieprogramma: - mens, leefwereld en economische duurzaamheid zijn evenwichtig met elkaar verbonden - de kwaliteit van de leefomgeving is toegenomen - woningen worden duurzaam gebouwd en de gemeente zet in op verduurzaming van bestaande woningen (0-op-de-meter); levensloopbestendige woningen zijn de norm en renovaties worden aangegrepen om woningen levensloopbestendig te maken - de gemeente wil versneld onafhankelijk zijn van aardgas en ten minste voor 2040 - het bedrijfsleven stimuleren we om duurzamer te worden; dit aspect betrekken we bij vergunningverlening, toezicht en handhaving; we stellen waar dat kan extra eisen ten aanzien van duurzaamheid - het bewaren en beschermen van objecten, gebouwen en monumenten uit de al dan niet lange lokale en regionale geschiedenis vindt zorgvuldig plaats - in onze kernen worden functies zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk gecombineerd.

34

Beleidsdoelen In Zwartewaterland liggen de doelen met betrekking tot de VTH-taken bouw, ruimtelijke ontwikkeling en milieu vast in de volgende beleidsstukken: - bestemmingsplannen - bouwverordening - notitie Hoger bouwen met hogere kwaliteit - beleidsregel Beroep en Bedrijf aan huis - beleidsregel Zendmasten - welstandsnota en beeldkwaliteitsplannen - gemeentelijke monumentenlijst - archeologische waardenkaart - stadsrandvisies Hasselt en Genemuiden - geluidscontouren industrieterreinen Hasselt en Zwartsluis - Algemene Plaatselijke Verordening - notitie duurzaamheidsbeleid 2011-2015 - Zonnepanelen op bedrijfsdaken en/of braakliggende gronden - Actiepunten energiebesparing bij bedrijven (waaronder tapijtindustrie) - (nieuw in 2018) Beleidsdocument Energietransitie - Plan van aanpak Energieloket 2.1 In het uitvoeringsprogramma (deel 4) is per activiteit aangegeven aan welke beleidsdoelen, algemene of maatschappelijke doelen uitvoering wordt gegeven en welke resultaten daarvan zijn te verwachten. Klachten en meldingen Klachten en meldingen van bewoners en bedrijven gebruiken wij als een belangrijke indicator voor het risicogericht werken. De klachten die via KCC of de website worden ingediend worden geregistreerd in Join. De meldingen/klachten die rechtstreeks bij de afdelingen Vergunningverlening en Veiligheid, toezicht en handhaving binnenkomen worden geregistreerd in IJVI.

Jaarlijks wordt een analyse gemaakt van de meest voorkomende klachten en wordt bepaald welke strategie wij moeten hanteren om deze klachten te verminderen en/of te voorkomen. Handhavingsstrategie Er is op landelijk niveau een handhavingsstrategie opgesteld: Een passende interventie bij iedere bevinding, 24 april 2014. Afspraken opgenomen in dit document hebben rechtstreeks invloed op de prioritering van onze werkzaamheden. Zo zijn er afspraken gemaakt met het functioneel parket en politie over onder andere het toepassen van de LHS. Bestuurlijke gevoeligheid / wens Dit manifesteert zich vaak in bestuursopdrachten. Dergelijke opdrachten zijn, ondanks het programmatisch werken, onlosmakelijk verbonden met de politiek/bestuurlijke werkomgeving waarin wij functioneren. Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) Wij hebben alle VTH-milieutaken ondergebracht bij de ODIJ. Inclusief de milieuaspecten asbestsloop, bodem, bouwstoffen, lozingen, energie en duurzaamheid (tbv VTHvergunningen milieu), externe veiligheid, geluid, groen en ecologie en luchtkwaliteit. Ook zijn de juridische milieufunctie en het casemanagement milieu ondergebracht bij de ODIJ. Bij dit casemanagement is een splitsing gemaakt tussen enkelvoudige aanvragen: waar alleen het milieuaspect aan de orde is en meervoudige aanvragen: waar naast milieu ook bouw, RO, kap etc. aan de orde zijn.

35

Voor de enkelvoudige aanvragen milieu neemt de ODIJ het casemanagement op zich, te weten: vooroverleg, ontvangst aanvraag, coördinatie specialistische milieu inbreng ten behoeve van de vergunning en het opstellen van de considerans en beschikking. Voor de meervoudige aanvragen nemen wij het vooroverleg, ontvangst aanvraag en opstellen van considerans en beschikking voor onze rekening. De ODIJ coördineert en levert de specialistische milieu-inbreng voor de considerans. Het proces van samenwerking tussen beleid en uitvoering is doordat de uitvoering op afstand is geplaatst een punt dat blijvend aandacht behoeft. Dit is met name van belang om onze bestuurlijke prioriteiten en beleidsdoelstellingen te borgen in de planning en processen van de ODIJ. Anticiperen op nieuwe wetgeving Gelet op de planning van de inwerkingtreding van de hierna genoemde 2 nieuwe wetten kan nu niet al rekening worden gehouden met verplichtingen die naar verwachting voortvloeien uit deze wetten.

Wat we wel kunnen doen is anticiperen op wat wél bekend is van de nieuwe wetgeving: - vraagstukken benaderen we integraal - onze werkprocessen richten we dusdanig in dat verzoeken eenvoudiger en sneller kunnen worden behandeld (efficiencyslag en werken met toetsingslijsten) Omgevingswet De Omgevingswet bundelt alle wetten en regels op het gebied van de leefomgeving, onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Geen 26 wetten meer maar één. De Omgevingswet brengt grote veranderingen met zich mee. Er gaan meer algemene regels gelden in plaats van gedetailleerde vergunningen. Ook vindt er een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving plaats. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen en de houding bij het beoordelen van initiatieven is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Gemeenten moeten hun organisaties erop inrichten en nieuwe integrale plannen maken. Zo verplicht de Omgevingswet de gemeente om een omgevingsvisie te maken waarin wij rekening houden met de verschillende belangen in een gebied. Nu wordt vaak beslist over alleen een deelproject waarbij niet altijd naar de andere plannen voor het gebied wordt gekeken. Willen burgers of bedrijven straks een project of activiteit starten? Dan hoeven zij nog maar 1 vergunning (digitaal) aan te vragen bij 1 loket. Daarna neemt de gemeente (of de provincie) een beslissing.

Zijn de gemeente en de provincie allebei verantwoordelijk voor de vergunningaanvraag? Dan neemt maar 1 van beide de beslissing. Dit is makkelijker voor de aanvrager en versnelt de afhandeling van de vergunningsaanvraag. De Omgevingswet bevat 6 kerninstrumenten die voor de gemeenten allen in meer of mindere mate van belang kunnen zijn: omgevingsvisie, programma, decentrale regelgeving, algemene regels, omgevingsvergunning, projectbesluit. Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn met name de omgevingsvergunning en het omgevingsplan van belang. De verwachte inwerkingtreding is 2021. Private kwaliteitsborging bouw Met de Wet verbetering kwaliteitsborging bouw verschuift de verantwoordelijkheid voor kwaliteitsborging bij bouwwerken van gemeenten naar private keuringsinstanties. Een taak als de bouwtechnische toetsing van aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen zullen overgaan naar de markt. Het betreft vooralsnog in eerste instantie nietcomplexe bouwwerken uit gevolgklasse 1. Na drie jaar vindt een evaluatie plaats en zal bezien worden of ook complexe bouwwerken hieronder zullen gaan vallen. Bouwen is een lokale taak die door de gemeente wordt uitgevoerd. De verwachting is dat de wet tegelijk met de Omgevingswet in werking treedt.

36

4.3.2 Bouwen en RO – vergunningverlening, toezicht en handhaving (lokale taak) In deze paragraaf en in paragraaf 4.3.3 leggen we de definitieve prioriteit vast. Dit is een koppeling van de voorlopige prioriteit (zie 4.2), de per taakveld aangegeven wettelijke doelstellingen en de hiervoor in paragraaf 4.3.1 genoemde factoren. De wettelijke doelstellingen hebben we als wegingsfactor meegenomen als uit deze doelstellingen blijkt dat dit taakveld ook landelijk een hoge prioriteit heeft.

Bouw- en RO-taken (lokale taak / uitvoering door Zwartewaterland)

BOUW008 BOUW012 BOUW014 BOUW022 BOUW005 BOUW017 BOUW018 BOUW009 BOUW019 BOUW002 BOUW003 BOUW006 BOUW004 BOUW007 BOUW016 BOUW011 BOUW021 BOUW010 BOUW015 BOUW001 BOUW020 RO015 RO014 RO019 RO009 RO016 RO018 RO005 RO008 RO004 RO017 RO007 RO003 RO002 RO010 RO013 RO012 RO011 RO006 RO001 RO020

Publieksfunctie > 1.000.000 Kinderdagverbijf Publieksfunctie tijdelijke bouw Monumentenvergunning/Monumentenbescherming Wonen tijdelijke bouw Industrie/kantoorfunctie > 1.000.000 Industriefunctie met risicovol gebruik *vuurwerk, PGS 15 Gezondheidszorgfunctie met bedgebied Industrie/kantoorfunctie tijdelijke bouw Wonen cat. I < 100.000 complex Wonen cat. II 100.000 - 1.000.000 Publieksfunctie < 100.000 Wonen cat. III > 100.000 Publieksfunctie 100.000 - 1.000.000 Industrie/kantoorfunctie 100.000 - 1.000.000 Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse opvang Bouwwerk geen gebouw zijnde complex Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied Industrie/kantoorfunctie < 100.000 Wonen cat.

I <100.000 eenvoudig Bouwwerk geen gebouw zijnde eenvoudig Illegaal gebruik bedrijf Illegaal gebruik wonen Illegaal slopen met asbest Illegale bewoning: illegaal kamerverhuur Illegaal gebruik gronden Illegaal slopen Illegale bouw; grote bouwwerken (>70m2( (Buitengebied) Illegale bewoning: permanente bewoning recreatieverblijven Illegale bouw; grote bouwwerken (>70m2( (Bebouwde kom) Illegaal gebruik bestaande bouw; voldoet niet aan Bouwbesluit Illegale bouw; monumenten inclusief beschermd stads-/dorpsgezicht Illegale bouw; middel bouwwerken (>30m2 en <70m2)(buitengebied) Illegale bouw; middel bouwwerken (>30m2 en <70m2)(beb.kom) Illegale aanleg Illegale reclame (buitengebied) Illegale reclame (bebouwde kom) illegale kap Illegale bouw; bouwwerken geen gebouw zijnde Illegale bouw; kleine bouwwerken (<30m2) Strijdig met welstandsbepalingen

vo or (c lop ijf ig er e pr vo ) io or rit ei (w lop t oo ig rd e p ) rio rit ei t Fa ct or e Do n el st e lli De ng fi en (c niti ijf ev er e ) pr io De rit fi ei t (w niti oo ev e rd p ) r io rit ei t

Voor de hiervoor genoemde factoren en wettelijke doelstellingen hebben we om tot een definitieve prioritering te komen de volgende score toegepast: - geen of weinig invloed 1 - invloed 2 - veel invloed 3

4 4 4 4 3 4 4 2 4 4 4 4 4 4 4 4 3 4 4 4 4 1 4 1 3 4 3 4 4 4 3 2 2 2 1 4 4 2 4 4 4

Laag Laag Laag Laag Gemiddeld Laag Laag Hoog Laag Laag Laag Laag Laag Laag Laag Laag Gemiddeld Laag Laag Laag Laag Heel hoog Laag Heel hoog Gemiddeld Laag Gemiddeld Gemiddeld Laag Laag Gemiddeld Hoog Hoog Hoog Heel hoog Laag Laag Hoog Laag Laag Laag

2 2 2 2 1 2 2 2 1 2 2 1 2 2 2 2 1 2 1 2 1 2 1 2 2 1 1 1 2 1 1 2 1 1 1 2 1 2 1 1 2

1 1 1 2 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 2 2 1 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

3 3 3 3 3 3 3 1 4 3 3 4 3 3 3 3 3 3 4 3 4 1 4 1 2 4 3 4 3 4 3 1 2 2 1 3 4 1 4 4 3

Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Heel hoog Laag Gemiddeld Gemiddeld Laag Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Gemiddeld Laag Gemiddeld Laag Heel hoog Laag Heel hoog Hoog Laag Gemiddeld Laag Gemiddeld Laag Gemiddeld Heel hoog Hoog Hoog Heel hoog Gemiddeld Laag Heel hoog Laag Laag Gemiddeld

Tabel 3 Bouwen en RO: definitieve prioritering

37

4.3.3

Milieu – vergunningverlening, toezicht en handhaving (bovenlokale taak)

Milieutaken (bovenlokale taak / uitvoering door ODIJ)

BEVI WM055 WM020 WM009 WM022

WM023 WM031 WM008 WM025 WM010 WM043 WM047 WM027 WM006 WM018 WM056 WM013 WM013 WM001 WM003 WM028 WM039 WM005 WM016 WM029 WM041 WM040 WM045 WM048 WM044 WM044 WM004 WM042 WM049 WM046 WM037 WM037 WM038

BEVI-bedrijven Afvalverwerking (geen GPBV) Vervaardiging van chemische producten (niet BRZO) Vervaardiging van textiel, kleding, bereiden en verven van bont (GPBV) Vervaardiging van producten van rubber en kunststof (geen GPBV) Vervaardiging bewerken glad, aardewerk, cement, kalk, gips, beton, asfaltproducten, isolatiematerialen, natuursteen, e.d. (geen GPBV) Vervaardiging van overige transportmiddelen (scheepsbouw en reparatie, wagonbouw e.d.) Vervaardiging van voedingsmiddelen en dranken (geen GPBV) Overige vervaardiging van metalen (geen GPBV) Vervaardiging van textiel, kleding, bereiden en verven van bont (geen GPBV) Opslag en transport (milieurelevant, niet zijnde BEVI) Horeca, sport en recreatie + cultuur Bewerken van metalen (p.o. > 2.000 m2) Winning van zand, grind, klei (diepe ontgrondingen) Uitgeverijen, drukkerijen, grafische industrie e.d. (geen GPBV) Afvalinzameling (geen GPBV) Houtindustrie en vervaardiging artikele van hout, riet, kurk e.d. Houtindustrie en vervaardiging artikele van hout, riet, kurk e.d.

Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) + tuinbouw Fokken en houden van dieren (geen GPBV) Bewerken van metalen (p.o.< 2.000 m2) Bouwbedrijven (incl schilders, loodgieters, electriciens) (werkplaats > 1.000m2) Visserij- en visteeltbedrijven Vervaardiging van papier, karton en papier en kartonwaren (geen GPBV) Vervaardiging van kantoor-, elect.machines en apparaten, computers, bruin en witgoed medische en optische instrumenten Handel en reparatie en verhuur van motorvoertuigen (incl. landbouwmechanisatiebedrijven) Bouwbedrijven (incl. schilders, loodgieters, electriciens) (werkplaats < 1.000m2) Detailhandel milieurelevant Woon- en verblijfsgebouwen (milieurelevant) Opslag en transport (overig) Opslag en transport (overig) Bosbouw en dienstverlening t.b.v. landbouw Benzineservicestations (zonder LPG) Woon- en verblijfsgebouwen (overige) Detailhandel overige Voorzieningen en installaties (klein) Voorzieningen en installaties (klein) Winning en distributie van water

vo or (c lop ijf ig er e ) pr io vo rit or ei (w lop t oo ig e rd p ) rio rit Fa ei t ct or e Do n el st De elli fin ng e (c iti ijf ev n er e ) pr io De rit fin ei t (w iti e oo v rd e p ) r io rit ei t

PRIORITERING

4 4 4

Laag Laag Laag

2 3 2

2 2 1

3 Gemiddeld 2 Hoog 3 Gemiddeld

3 Gemiddeld

3

1

2

4

Laag

2

1

3 Gemiddeld

3 Gemiddeld

2

1

2

4 1 4

Laag Hoog Laag

2 2 1

2 2 1

3 Gemiddeld 1 Heel hoog 4 Laag

4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag

1 2 2 1 2 1 2 2 1 1 1 2

1 1 1 1 2 1 2 1 1 1 2 1

4 3 3 4 3 4 2 3 4 4 3 3

4 4

Laag Laag

1 1

1 2

4 Laag 3 Gemiddeld

4

Laag

1

1

4

Laag

4

Laag

1

1

4

Laag

3 Gemiddeld

1

1

3 Gemiddeld

4 Laag 4 Laag 4 Laag 3 Gemiddeld 4 Laag 3 Gemiddeld 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag 4 Laag

1 2 2 2 1 1 1 2 1 1 1 1

1 1 2 1 1 1 1 2 1 1 1 1

4 3 3 2 4 3 4 3 4 4 4 4

Hoog

Hoog

Laag Gemiddeld Gemiddeld Laag Gemiddeld Laag Hoog Gemiddeld Laag Laag Gemiddeld Gemiddeld

Laag Gemiddeld Gemiddeld Hoog Laag Gemiddeld Laag Gemiddeld Laag Laag Laag Laag

WM009 en WM010 betreft de tapijtindustrie

Tabel 4 Milieu: definitieve prioritering

Prioritering op grond van wettelijke doelstellingen - Het Besluit Inrichtingseisen drank- en horeca vereist dat horecagelegenheden voldoen aan bepaalde inrichtingseisen. Denk hierbij aan toiletgelegenheden, eisen ten aanzien van ventilatie en luchtverversing, vloeroppervlak. Bij vergunningverlening en het toezicht op de bouw zijn dit aspecten die meegenomen moeten worden zodat et name de veiligheid geborgd wordt.

38

-

Bepaalde bedrijven moeten meerjaarlijks een energieplan inleveren vanuit de meerjarenafspraken (MJA) of Energie Effiency Directive (EED). Deze afspraken dekken echter niet alle energiebesparingsaspecten, daarom via vergunningen e.e.a. afdwingen.

Prioritering op grond van factoren (w.o. bestuurlijke en beleidsdoelstellingen) Bouwen en RO - De behandeling van illegale activiteiten en illegale bouwwerken scoren hoog bij de prioritering ‘factoren’. Dit omdat het onderwerp een behoorlijke bestuurlijke gevoeligheid kent en er een bestuurlijke wens is op te treden tegen illegale bouwwerken. Ook zijn er op basis van de landelijke handhavingsstrategie (LHS) afspraken gemaakt over de wijze waarop met illegale situaties wordt omgegaan. Het accent binnen onze gemeente ligt bij strijdig gebruik van gebouwen en gronden, waaronder kamerverhuur, illegale bouwwerken. Ook uit het naleefgedrag over de afgelopen jaren blijkt dat het merendeel van de handhavingszaken zich richt op illegale bouw en overtredingen van het bestemmingsplan. - Als een aanvrager een hoog bouwwerk wil bouwen dan is de beleidslijn dat als we hieraan meewerken de aanvrager een compensatie moet doen op het gebied van duurzaamheid. Door gebruik te maken van een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan kan worden geborgd dat ook daadwerkelijk tot uitvoer van deze compensatiemaatregel kan worden overgegaan. - De bestuurlijke wens is om de bestaande particuliere woningvoorraad duurzaam, gasloos en levensloopbestendig te maken.

De bijdrage die hieraan vanuit de VTHuitvoeringstaken wordt geleverd is een verscherping bij vergunningverlening en toezicht op de EPC-controles woningen en voor aanvragen voor energieneutrale woningen een 100%-bouwbesluittoets op energie. Ook zal vanuit het RO-spoor gestuurd worden op het levensloopbestendig maken van nieuwe woningen waarmee langer zelfstandig wonen mogelijk wordt gemaakt. Bouwen en RO, milieu - Afhandelen van klachten scoort bij de prioritering ‘factoren’ op grond van de bestuurlijke wens adequaat met klachten om te gaan en afspraken uit de Landelijke Handhavingsstrategie. De bestuurlijke wens is hoge prioriteit te geven aan overlast veroorzaken activiteiten en deze snel en adequaat aan te pakken/op te lossen. - Een doelstelling vanuit het project nieuwe energie NWO is: de hoeveelheid energie die een huishouden gebruikt wordt opgewekt met duurzame energiebronnen. Deze doelstelling dient als aandachtspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen en bouwprojecten. - Een bestuurlijke prioriteit is de daling van 2% per jaar van het energiegebruik van gemeentelijke gebouwen. Bij de uitvoering van de VTH-taak zal bij aanpassing van de panden hierop worden toegezien. - Begin 2019 wordt het beleidsdocument Energietransitie vastgesteld.

Beleidsdoelstellingen waaraan kan worden bijgedragen door de uitvoeringstaken VTH zullen met doelen en parameters uitgewerkt worden in het Uitvoeringsprogramma (deel 4). Eén van de zaken die we op korte termijn willen oppakken zijn de zonnevelden. Ook zullen we een pilot gaan draaien in de wijk Barnsbeek om deze wijk te gaan verduurzamen. - Waar dat van toepassing is wordt bij omgevingsvergunningen voor het aspect geur gebruik gemaakt van het geurbeleid van de provincie Overijssel. Milieu - Bij VTH-taken moet nadrukkelijk aandacht zijn voor energiebesparing. De erkende maatregelen, verplichtingen vanuit MJA, EED worden nauwgezet meegenomen. - Borging energiedata registratie en analyse; Energiedata van bedrijven wordt bij elk bedrijfsbezoek VTH meegenomen en geregistreerd in IJVI.

39

-

-

-

In de tapijtindustrie wordt veel olie gebruikt; energie is gebaseerd op eindige grondstoffen en daarin moet verandering komen. Vanuit duurzaamheid wordt nagedacht hoe o.a. VTH kan helpen bij de circulaire economie. Om onze duurzaamheidsdoelstellingen te behalen die zijn vastgelegd in de beleidsdocumenten moeten extra inspanningen worden gepleegd, waaronder: energiecontroles kantoorgebouwen, energieverbruik bij de grootgebruikers, restwarmte bedrijven. Aandachtspunten vanuit de ODIJ waaraan wij ons hebben geconformeerd zijn: regionale afspraken over energietoezicht bij geplande controles in de gekozen categorieën WM043, 047 en 048, controles zwembaden. In het Uitvoeringsprogramma VTH (deel 4) zal de komende jaren tijd gereserveerd moeten worden voor het vastgestelde Uitvoeringsplan asbest. Van bedrijven hebben we een goed inzicht in wie wel en wanneer en wie niet actie gaat ondernemen. Agrarische panden zijn in beeld en de provincie laat een inventarisatie uitvoeren naar de daken binnen de bebouwde kom. Ketentoezicht. Conform bestuurlijke afspraak is als regionale toezichtprioriteit benoemd ‘ketenprojecten zoals vastgelegd in het Wabo-dreigingsbeeld OostNederland (2015-2017). Dit betreft verontreinigde grond, co-vergisting en asbest.

Op basis van deze definitieve prioritering voor Bouwen en RO en milieu stellen wij jaarlijks een uitvoeringsprogramma op. In dit uitvoeringsprogramma koppelen we de prioritering aan specifieke kwaliteitsdoelen. Tevens worden de parameters benoemd die we gedurende het uitvoeringsjaar gaan monitoren. In de jaarrapportage wordt vervolgens ingegaan op het realiseren van deze doelen. Daarnaast is per taakveld gekeken of er nog prioritaire acties zijn bij de uitvoering van de activiteiten. Als dit het geval is, hebben we deze benoemd, een oplossing geschetst, hieraan uren gekoppeld en een verantwoordelijke aangewezen. In de jaarrapportage zal tevens worden beschreven of deze prioritaire acties zijn uitgevoerd. 4.3.4 Kwaliteitsdoelen: van prioritering naar uitvoering De kwaliteitsdoelen worden onderscheiden in output (prestatie) en outcome (maatschappelijk en hoofddoel). Bij output wordt er concreet vastgelegd welke inspanningen de gemeente van plan is te gaan uitvoeren en wordt meetbaar gemaakt of de beloofde inspanningen daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Hierbij is er natuurlijk altijd een maatschappelijk doel. Om meetbaar te maken of dat doel wordt gehaald, is het belangrijk om outcome-doelstellingen te formuleren. Outcome is de basis voor de dialoog met de bestuurder/maatschappij en geeft inzicht welke bijdrage het VTH-werk aan het doel heeft geleverd.

Een voorbeeld van een output-doelstelling: controle op naleving van de omgevingsvergunning bouw of actualisatie van ‘x’ aantal vergunningen milieu. Een voorbeeld van een outcome-doelstelling: het rapportcijfer dat de bevolking van Zwartewaterland geeft voor het beheer van de openbare ruimte. Het verschil is dus dat wij bij een output-doelstelling als organisatie een prestatie willen leveren. Bij een outcome-doelstelling gaat het om doelstellingen op het gebied van de maatschappelijke effecten die wij willen bereiken.

4.4

Registratie, monitoring en evaluatie

Om te kunnen meten of de uitvoering (vergunningverlening) en handhaving voldoende zijn geweest, nemen wij meetbare doelstellingen op. Naast de monitoring van de uitvoering van het programma kan daarmee ook duidelijk worden in hoeverre de gemaakte keuzes effectief zijn en of uiteindelijk de doelstellingen worden behaald. Hiermee voldoen wij aan de wettelijke verplichtingen voortvloeiend uit hoofdstuk 7 van het Bor (art. 7.7) en hoofdstuk 10 van de Regeling omgevingsrecht.

40

Een goed centraal registratiesysteem voor de VTH-processen en -werkzaamheden is daarbij van essentieel belang. Met het nieuwe workflow-systeem IJVI beschikken wij over een dergelijk systeem. Het verschaft inzicht in de hele keten vanaf vergunningverlening tot en met de afhandeling van overtredingen (verplichting op basis van de LHS). Het registreren in een systeem is naast de feitelijke bedrijfsvoering ook van belang voor de terugkoppeling naar het te voeren beleid, de in te zetten capaciteit en de verantwoording naar het bestuur en management in het jaarverslag. Het registratiesysteem bevat (samengevat) in ieder geval de volgende meetbare doelstellingen en parameters: - aantallen verleende vergunningen, ontheffingen, behandelde meldingen; - uitgevoerde controles; - geconstateerde overtredingen (naar aard, gebied, etc.); - aantallen m.b.t. bestuursrechtelijke handhaving (dwangsommen, bestuursdwang e.a.) - aantallen m.b.t. strafrechtelijke handhaving (Boa werk, processen-verbaal) - aantal klachten, meldingen, verzoeken tot handhaving; - een uitleg over de ontwikkeling in het naleefgedrag, o.a voor meerjarige trends;1 Vanuit IJVI (per 30-11-2020 Powerbrowser 2020) kunnen zowel standaard- als maatwerkrapportages worden opgesteld.

Daarnaast wordt binnen Zwartewaterland gewerkt met Join, waarin de klachten en meldingen die via het klantcontactcentrum en het meldingsformulier op onze website binnenkomen worden geregistreerd en afgehandeld. De evaluatie kan vanzelfsprekend aanleiding zijn om het programma tussentijds bij te stellen.

4.5

Financiële condities

Het beleid zoals verwoord in deze nota wordt uitgevoerd binnen de vastgestelde financiële kaders zoals opgenomen in de begroting. Voor de uitbesteding van de milieutaken aan de ODIJ is structureel een budget beschikbaar van 575.000,-. Mocht blijken dat als gevolg van de vorming van de fysieke omgevingsdienst per 1 januari 2018 en de daar ondergebrachte geprioriteerde taken dat het geraamde budget niet toereikend is dan zal dit bedrag bij de Zomernota worden bijgesteld. Voor uitbesteding van uitvoeringstaken bouw/RO vergunningverlening is een structureel bedrag beschikbaar van € 19.000,-. Met deze budgetten zijn wij naar verwachting in staat de taken die wij niet in eigen beheer kunnen uitvoeren op grond van de Kwaliteitscriteria 2.2 onder te brengen bij het Oversticht, een extern bureau of de ODIJ.

1 Wettelijke verplichting artikel 7.7 Besluit omgevingsrecht (BOR).

41

Deel 4 Hoofdstuk 5 Uitvoeringsprogramma 2021 Het uitvoeringsprogramma heeft een looptijd van een jaar en is gebaseerd op de Beleidsnota VTH 2018-2022 Stevig verankerd. Na afloop van het jaar evalueren wij het programma volgens de uitgangspunten van de BIG8. Hiermee geven wij uitvoering aan de artikelen 7.2, lid 2 en 7.7 BOR. De uitkomsten van de evaluatie gebruiken we vervolgens weer bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma voor 2022. Voor deze evaluatie is een goed centraal registratiesysteem voor de VTH-processen en VTHwerkzaamheden van belang. Het huidige workflow-systeem IJVI kan ons helaas niet de noodzakelijke stuurinformatie verschaffen. Een verbeterpunt dat speelt binnen de gehele regio IJsselland. We hebben daarom besloten een ander gebruiksvriendelijker workflow-systeem aan te schaffen, Powerbrowser (PB 2020). De Omgevingsdienst IJsselland, Veiligheidsregio en provincie Overijssel gaan dit systeem ook gebruiken wat de uitwisseling van gegevens vereenvoudigt. Hiermee zetten we stappen om te voldoen aan de kwaliteitsverordening. In het uitvoeringsprogramma hebben wij per wettelijke taak aangegeven welke algemene of maatschappelijke doelen Zwartewaterland wil bereiken met de uitvoering van deze taak. Hiermee sluiten we aan bij de definitieve prioritering per beleidsveld zoals die is opgenomen in deel 3 van de Beleidsnota VTH 2018-2022.

Deze prioritering is gebaseerd op onze huidige risicoanalyse uit 2018. In regionaal verband wordt in 2021 gestart met het maken van een tool voor een universele risicoanalyse. Het uitvoeringsprogramma bestaat per wettelijke taak uit 4 tabellen: - tabel 1 is een weergave van onze activiteiten, de beschikbare uren/fte’s en de personen die deze activiteiten uitvoeren - tabel 2 bevat de prioritaire acties die zijn gebaseerd op de risicoanalyse en de factoren uit deel 3 van de beleidsnota - tabel 3 bevat de doelen en parameters we willen bereiken in 2021 en de manier waarop we deze registreren zodat we ze kunnen monitoren - tabel 4 geeft een analyse per prioritaire actie, waarbij aangegeven is welke concrete actie we moeten ondernemen

5.1

Bouwen en Ruimtelijke ordening – vergunningverlening (lokale taak)

Het algemene doel dat we met het instrument vergunningverlening nastreven is veilig gebruik van gebouwen, bouwwerken en openbare ruimte, een schoon milieu. Vergunningen worden overeenkomstig de geldende regelgeving verleend. Onze beleidsambities voor vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening zijn: - Het in standhouden van de doelstellingen van ruimtelijke plannen (w.o. bestemmingsplannen), bouwverordening en het gemeentelijke welstandsbeleid inclusief behoud van monumenten. In onze kernen willen we functies zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk combineren. Omgevingsvraagstukken beoordelen we op basis van deze doelstelling. - Vanuit ons duurzaamheidsbeleid zetten we in op het verduurzamen van bestaande woningbouw en bedrijfsbebouwing. - In de omgevingsvergunningen Bouwen en RO leggen wij bij de Bouwbesluittoets het accent op duurzaamheid, constructieve veiligheid, brandveiligheid en gezondheid. - Alternatieve energiebronnen. Een doelstelling vanuit het project nieuwe energie NWO is: de hoeveelheid energie die een huishouden gebruikt wordt opgewekt met duurzame

42

-

-

energiebronnen. Wij willen versneld onafhankelijk zijn van aardgas en ten minste voor 2040. Nieuwbouwwoningen worden zonder gasaansluiting gebouwd. Uitbreidingen binnen de woningbouwgebieden in Hasselt en Genemuiden. De ontwikkeling van nieuw industrieterrein in Genemuiden zal leiden tot vooroverleggen tot nieuwbouwprojecten. In 2021 bereiden we ons voor op de Omgevingswet. Wij hebben hiervoor een implementatieplan vastgesteld In regionaal verband stellen we de processen vergunningen en meldingen op. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de GEMMAprocesplaten die de VNG heeft aangereikt. Qua werkwijze sluit het huidige kernteamoverleg in Zwartewaterland aan op de procesplaat vooroverleg van de VNG. Met Libereaux zijn we in gesprek over onze nieuwe rol onder de Omgevingswet en om te bezien wat het team nodig heeft om het hiervoor klaar te stomen.

Tabel 1 – activiteiten en daaraan gekoppelde formatie

Tabel 2 – wettelijke taken en prioritaire acties n.a.v. beleidsplan deel 3

43

5.1.1 Toelichting: prioritering vergunningverlening en risico’s In 2020 hebben we een forse toename van het aantal vergunningen en vooroverleggen gehad. Verwachting is dat deze trend zich in 2021 voortzet. Het aantal aanvragen omgevingsvergunning en vooroverleggen is daarom opgehoogd naar 190 respectievelijk 140. Om de daarmee gemoeide werklast op te vangen wordt net als in 2020 gebruik gemaakt van inhuur, de zogenaamde flexibele schil. In 2021 zal het team zich op basis van het implementatieplan moeten inzetten om procedures, vragenbomen, sjablonen e.d. aan te passen aan de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging. Hiermee is circa 500 uur gemoeid. De wettelijke taken zullen als gevolg hiervan niet volledig door de eigen medewerkers kunnen worden uitgevoerd. Om deze taken uit te kunnen voeren zal waar dat nodig is gebruik worden gemaakt van inhuur.

44

Zoals aangegeven zal in regionaal verband de huidige risicoanalyse worden geactualiseerd. Dit gaat circa 60 uur personele inzet vragen van vergunningverlening. Op het gebied Behandelen juridische aspecten vergunningverlening én handhaving Bouwen/RO voldoen wij niet aan de Kwaliteitscriteria 2.2. Wij beschikken niet over 2 fulltime medewerkers voor deze taken. Het aantal procedures binnen onze gemeente is dusdanig beperkt dat het niet te verantwoorden is hiervoor een extra jurist aan te trekken. Om het 4ogen-principe te borgen en een scheiding aan te brengen tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving schakelen wij Nysingh Advocaten in waar dat nodig is. Hiervoor hebben wij nu een explain opgesteld die als bijlage 3 is toegevoegd aan dit Uitvoeringsprogramma 2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9615035/1