CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

5a. Bijlage -Wabo beleidsplan Zwartewaterland inclusief UVP 2021 Stevig verankerd - versie 27-11-2020

Raadsvergadering 4 februari 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Brieven van het college36.067 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Stevig verankerd Via visie naar uitvoering

Beleidsnota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018-2022 & Uitvoeringsprogramma 2021 gemeente Zwartewaterland

Colofon Titel

Beleidsnota Vergunningverlening, toezicht en handhaving Gemeente Zwartewaterland 2018-2022

Opdrachtbeschrijving

Actualiseren en aanvullen van het bestaande beleidskader zodat voldaan wordt aan de geldende kwaliteitscriteria 2.2. Daartoe wordt opgeleverd een evaluatie van de bestaande risicoanalyse, een visiedocument en een organisatiedocument.

De VTH-beleidsnota wordt ter vaststelling aangeboden aan het college en ter kennis gebracht van de raad. De nota bevat de strategische en operationele beleidskaders die de gemeente Zwartewaterland hanteert voor het managen van de leefomgeving. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders en regels waarbij gelijktijdig invulling en uitwerking wordt gegeven aan de eigen bestuurlijke beleidsaccenten en keuzes die de gemeente wil en deels ook expliciet moet maken. Dit zijn beleidsaccenten en keuzes die in hoge mate gericht zijn op het beheersen van risico’s die ingrepen en activiteiten in de leefomgeving van inwoners, werknemers, werkgevers, agrariërs en bezoekers van de gemeente met zich (kunnen) brengen

Opdrachtgever Marcel Exterkate, eenheidsmanager Opdrachtnemer Mary Volkers-Bredewold Redactie Mary Volkers-Bredewold Herma Mars Arjan Winters Vastgesteld door Het college van B&W, d.d. 12 december 2017

Hasselt, 7 december 2017

2

Bestuurlijke samenvatting Inleiding Het vakgebied vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor het omgevingsrecht is en blijft ook de komende jaren sterk in ontwikkeling. Terugkerende elementen zijn effectievere en efficiëntere vergunningverlening en handhaving, minder vergunningplichtige activiteiten, vermindering van de administratieve lastendruk en verbeteren van de kwaliteit van uitvoering van de VTH-taken. We zien ook dat vanuit de ontwikkelingen in de wetgeving nadrukkelijker een beroep wordt gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven. Anderzijds eist de maatschappij steeds meer dat vergunningverlening, toezicht en handhaving eenduidiger en transparanter plaatsvinden. En zoals de Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving (Wet VTH) van 14 april 2016 ons leert komt voor de overheid de nadruk steeds meer te liggen op programmatisch werken. Met deze Beleidsnota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018-2022 (VTHbeleidsplan) legt ons college een nieuwe basis voor het programmatisch werken, waarmee we risicogericht en integraal uitvoering geven aan onze wettelijke taken en het bereiken van de doelstellingen uit ons coalitieakkoord ‘Samen sterker’.

Onze missie is dan ook: ‘Een leefbare en economisch vitale gemeente en samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners de verantwoordelijkheid dragen voor onze waardevolle gemeenschap, veiligheid en een goed beheer van onze openbare ruimte’. De beleidsnota De beleidsnota bevat de wettelijke- en beleidskaders voor de uitvoering van de VTH-taken, een risicoanalyse met prioriteiten van onze wettelijke taken bouwen, ruimtelijke ordening en milieu. De prioritering bepaalt de mate van toetsing, toezicht en handhaving. Met dit beleidsplan stellen we uitgangspunten voor onze werkzaamheden vast zoals op welk niveau we vergunningen toetsen, welke punten we controleren bij verschillende bouwprojecten en welke handhavingsmiddelen we inzetten. Wat is nieuw? Als gevolg van Wet VTH wordt de huidige Regionale Uitvoeringsdienst IJsselland getransformeerd in een fysieke omgevingsdienst gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen. De uitvoeringsdienst gaat per 1 januari 2018 verder onder de naam Omgevingsdienst IJsselland. Op grond van diezelfde Wet VTH moeten wij voor onze uitvoeringstaken volgens een cyclische aanpak, de BIG8, uitvoerings- en handhavingsbeleid vaststellen.

De wet schreef dit in de voorgaande jaren alleen voor de milieutoezicht- en handhavingstaken voor, maar nu geldt deze verplichting voor alle VTH-taken op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) inclusief de vergunningverlening. Ook voor dit onderwerp hebben we doelstellingen en prestatie-indicatoren opgenomen ten aanzien van de afhandeling. Daarbij zijn risico’s in kaart gebracht en is aan de hand daarvan en op basis van landelijke normen het niveau van toetsing vastgelegd. Er zijn prestatie-indicatoren vastgelegd voor toezicht en handhaving. Vanwege de vergaande samenwerking met uitvoeringsorganisatie Omgevingsdienst IJsselland kiezen we ervoor om zoveel mogelijk te werken met landelijke protocollen. Op die manier beschikken we altijd over actuele toetsing- en toezichtkaders.

3

Met de vaststelling van de beleidsnota Stevig verankerd vervallen de volgende beleidsdocumenten: • Paraplu-nota Integraal Toezicht en Handhaving, 11-11-2009; • Nota uitvoeringsorganisatietoezicht en handhaving Wabo; 11-11-2011; • Risicoanalyse Prioriteiten in toezicht en handhaving 18-2-2010; • Handhavingsnota “Handhaven in Zwartewaterland” 05-2006 (BWT); • Handhaving- en gedoogstrategie Fysieke leefomgeving Overijssel 10-2009. Beleidscyclus De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat het college het VTHbeleidskader vaststelt. Eén keer per 4 jaar wordt een risicoanalyse opgesteld op basis waarvan de prioriteiten en doelen die daaruit voortvloeien jaarlijks in een uitvoeringsprogramma opgesteld. In dit programma worden tevens de feitelijke inzet en bestuurlijke, wettelijke en beleidsmatige speerpunten opgenomen. Het programma wordt geëvalueerd volgens de uitgangspunten van de BIG8. De uitkomsten van de evaluatie worden gebruikt voor het opstellen van het volgende uitvoeringsprogramma. Bestuurlijke rolverdeling Ons college stelt het VTH-beleidsplan en het daaraan gekoppelde uitvoeringsprogramma vast. De gemeenteraad heeft ter uitvoering van de Wet VTH op 26 januari 2017 de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht vastgesteld op grond van de landelijke kwaliteitscriteria.

In de Kwaliteitscriteria 2.2 is vastgelegd waaraan onze organisatie op het gebied van VTH-taken ten aanzien van het personeel (kritieke massa), het proces en de inhoud (deskundigheid) moet voldoen. Een wezenlijke vraag is dus of we robuust genoeg zijn als organisatie om te voldoen aan de wettelijke eisen. Daaraan toegevoegd zijn zogenaamde ‘outputcriteria’, waarmee concreet omschreven moet worden wat de te behalen doelen van het beleid zijn. Het pakket bepaalt de minimaal vereiste kwaliteit, waaraan elke overheidsorganisatie die met vergunningverlening, toezicht en handhaving is belast, moet voldoen. De verordening vormt het juridische kader voor het beoordelen, borgen en verbeteren van de kwaliteit van deze taken. De gemeenteraad heeft met deze verordening een handvat om de kwaliteit te bepalen van de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hoe verder? Met komende wetswijzigingen als de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen staan we voor complexe bestuurlijke vraagstukken en organisatorische keuzes waarbij we nog intensiever zullen gaan samenwerken met onze uitvoeringspartners. We zullen tijdig en actief moeten communiceren met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners over de komende wijzingen en hun nieuwe verantwoordelijkheden.

Het is vooral ook van belang dat voor hen duidelijk is wat de nieuwe rol van de gemeente wordt als gevolg van deze wetswijzigingen.

4

Introductie Op 14 april 2016 is de Wet verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving (Wet VTH) in werking getreden. Een wet die gericht is op kwaliteitsbevordering en versterkte samenwerking in de uitvoering en handhaving van met name de omgevingsvergunning. Eén van de verplichtingen die voortvloeit uit de nieuwe wet is dat wij de uitvoering en handhaving van onze VTH-taken op een programmatische wijze vormgeven. In de volksmond ook wel ‘het programmatisch werken’ genoemd. Schreef de wet dit in voorgaande jaren alleen voor toezicht- en handhavingstaken voor, nu is deze werkwijze uitgebreid waardoor het nu ook geldt voor vergunningverlening (uitvoering). In de voor u liggende beleidsnota zijn visie, beleidskaders, sturing en uitvoering van de VTHtaken van de gemeente Zwartewaterland met elkaar in verbinding gebracht en verankerd. De basis hiervoor is in 2010 gelegd in de rapportage Prioriteiten toezicht- en handhavingsbeleid. Deze rapportage waarin het integraal toezicht in onze gemeente is vastgelegd, is een goed vertrekpunt geweest om gewenste (kwaliteits)verbeteringen in vergunningverlening, toezicht en handhaving door te voeren. Wij hebben die rapportage verder ontwikkeld tot een integraal beleidskader voor onze VTHtaken op het gebied van het omgevingsrecht.

In de beleidskaders, opgenomen in deel 2 van de nota, is onderscheid gemaakt in de wettelijke kaders en de kaders waar wij als gemeente onze vrijheid hebben en die zijn afgestemd op onze eigen gemeenschap, de zogenaamde ‘couleur locale’. Medewerkers uit team Openbare orde en veiligheid, team Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO) en het managementteam hebben een bijdrage geleverd aan de beleidsnota en het uitvoeringsprogramma. In 2013 zijn de uitvoering van alle basistaken milieu en een aantal specialistische taken, waaronder bodem en asbest, belegd bij de Regionale Uitvoeringsdienst IJsselland (RUD). Deze RUD, opgericht in 2013 door de provincie en 11 IJssellandse gemeenten, wordt per 1 januari 2018, als gevolg van de wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in 2015, een gemeenschappelijke regeling en gaat verder onder de naam Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ). In deze beleidsnota die zijn uitwerking zal krijgen in de periode 2018-2022, wordt daarom niet verder gesproken over de RUD maar over de ODIJ. Naast de hiervoor genoemde basistaken milieu is de bestuurlijke wens uitgesproken ook overige Wabo-taken in ODIJ-verband vorm te geven.

In 2014 is het volgende bestuurlijke besluit daarover genomen: ‘de gemeentelijke werkvoorraad bouw en ruimtelijke ordening wordt in eerste aanleg door de gemeente zelf uitgevoerd en kan vrijwillig bij de ODIJ worden ondergebracht’. Concreet betekent dit dat als wij zelf (tijdelijk) niet kunnen voorzien in onze taakuitvoering wij via de informatie-, coördinatie- en sturingseenheid van de ODIJ (ICS) een beroep kunnen doen op de ODIJ voor ondersteuning bij de uitvoering van onze taak. Eén van de hoofddoelen van de Wet VTH is het verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken door programmatisch te werken. Deze programmatische werkwijze passen we toe voor de VTH-taken die door of namens onze gemeente worden uitgevoerd. Concreet gaat het om de Wabo-taken op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en milieu. En hoewel wij de milieutaak volledig bij de ODIJ hebben neergelegd hebben wij voor dit taakveld een risicoanalyse opgesteld en op basis daarvan prioriteiten gesteld en doelen bepaald.

5

Dit is van belang om ervoor te zorgen dat wij de ODIJ voor de uitvoering van taken voor onze gemeente de juiste kaders en randvoorwaarden meegeven afgestemd op wat van belang is voor Zwartewaterland. De uitgangspunten van deze beleidsnota dienen daarom ook als uitvoeringskader voor de ODIJ. De beleidsnota bestaat uit 3 delen. De opbouw is als volgt: - In deel 1 is onze visie op de VTH-taken, waaronder kwaliteit en sturing, uitgeschreven. - Deel 2 omvat de kaders en uitgangspunten voor onze uitvoeringstaken op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook is in hierin de naleef- en gedoogstrategie opgenomen. - In deel 3 is voor de strategiebepaling bouwen, ruimtelijke ordening en milieu een 4jaarlijkse risicoanalyse opgenomen. Vervolgens zijn de prioriteiten en doelen voor de uitvoeringstaak VTH beschreven. De reikwijdte van het hierin uitgewerkte programmatisch werken betreft de wet- en regelgeving op het gebied van bouwen en ruimtelijke ordening en milieu waarvoor de gemeente VTH-taken uitvoert. Als sluitstuk van de beleidscyclus zal het jaarlijks uitvoeringsprogramma als deel 4 opgenomen worden dat zijn basis vindt in de delen 1 tot en met 3.

6

Inhoudsopgave

Deel 1

9

Hoofdstuk 1 Visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving

9

1.1

Onze uitgangspunten

9

1.2

Bijdrage vergunningverlening, toezicht en handhaving aan onze visie

10

1.3

Omgevingsdienst IJsselland

11

Hoofdstuk 2 Visie op kwaliteit

12

2.1

Kwaliteitsverordening

12

2.2

Kwaliteit van de beleids- en uitvoeringscyclus: BIG8

13

2.3

Communicatie en voorlichting

15

2.4

ICT

15

Deel 2

16

Hoofdstuk 3 Kaders en randvoorwaarden uitvoering VTH-taken

16

3.1

Kaders voor vergunningverlening

16

3.2

Kaders voor toezicht

22

3.3

Kaders voor handhaving en gedogen

25

Deel 3

28

Hoofdstuk 4 Programmatisch werken: taakuitvoering met kwaliteit

28

4.1

Risicoanalyse: aanpak en methodiek

29

4.2

Omgevings- en risicoanalyses

30

4.3

Prioriteiten en doelen

34

4.4

Registratie, monitoring en evaluatie

40

4.5

Financiële condities

41

Deel 4

42

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsprogramma 2021

42

5.1

Bouwen en Ruimtelijke ordening – vergunningverlening (lokale taak)

42

5.2

Bouwen en Ruimtelijke ordening – toezicht en handhaving (lokale taak)

45

5.3

Milieu – vergunningverlening (bovenlokale taak)

48

5.4

Milieu – toezicht en handhaving (bovenlokale taak)

48

7

Bijlagen

52

Bijlage 1 Explainmodule Vergunningverlening bouwen en RO

53

Bijlage 2 Explainmodule Cultuurhistorie

55

Bijlage 3 Explainmodule Juridisch

57

Bijlage 4 Stroomschema omgevingsvergunning/toezicht bouw

59

Bijlage 5 Systematiek risicoanalyse

63

Bijlage 6 Landelijke Handhavingstrategie (LHS)

69

Bijlage 7 Uitvoeringsprogramma 2021 ODIJ

18

8

Deel 1 Hoofdstuk 1 Visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving Wij willen een leefbare en economisch vitale gemeente zijn en zeker ook naar de toekomst toe blijven. In het coalitieakkoord hebben we aangegeven dat wij samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners de verantwoordelijkheid dragen voor onze waardevolle gemeenschap, veiligheid en een goed beheer van onze openbare ruimte. Om de economische kracht van Zwartewaterland te versterken is een goed vestigings- en leefklimaat van doorslaggevend belang. Een duurzame, schone en veilige leefomgeving maakt daar deel van uit.

1.1

Onze uitgangspunten

Voor de wijze van uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving hanteren wij de volgende uitgangspunten: De gemeente Zwartewaterland werkt risicogericht met de juiste focus, is dienstverlenend, professioneel, consequent in haar beleid en heeft duidelijke spelregels. We werken samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners en leggen de verantwoordelijkheden waar deze horen.

Risicogericht Wij richten ons op zaken waar de grootste risico’s liggen en willen ervoor zorgen dat inwoners en bedrijven de regels naleven. Doel is de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en waar dat nodig is te verbeteren en door preventie en vroegtijdige aanpak van problemen (administratieve) lasten te voorkomen. Het doel van naleving is het terugdringen van illegale situaties door legalisatie of handhaving. Bij vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt risicobepaling en prioriteitenstelling (focus) plaats aan de hand van een risicoanalyse. Deze analyse is opgenomen in deel 3 van de nota. Voor milieutaken bereidt de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) jaarlijks een uitvoeringsprogramma voor dat ons college vervolgens vaststelt. De ODIJ houdt hierbij rekening met de risicoanalyse van de gemeente, zodat de lokale omstandigheden de aandacht krijgen die ze verdienen. Wij stellen elk jaar prioriteiten vast die voortvloeien uit landelijke en gemeentelijke prioriteiten. Daarbij zorgen wij voor een goede afstemming met het Openbaar Ministerie, andere bevoegde gezagen en ketenpartners. Dienstverlenend Voor de uitvoering van onze taken hebben we instrumenten tot onze beschikking, waaronder vergunningverlening, toezicht en handhaving, eigen regelgeving. Deze instrumenten zijn geen doelen op zich, maar middelen om een goede dienstverlening te realiseren.

Hieronder verstaan we: - het geven van goede uitleg over regels en het waarom van deze regels - het bieden van mogelijkheden van vooroverleg - de snelheid van afhandelen van een aanvraag - het onderzoeken waar we in onze eigen regelgeving niet méér regels opnemen dan noodzakelijk is (vermindering regeldruk) - adequaat reageren op overlast door activiteiten die vallen onder het omgevingsrecht.

9

Professioneel Eén van de pijlers van de nieuwe wet is verbetering van de kwaliteit. Het werk moet daarom voldoen aan de landelijk gestelde proces- en kwaliteitscriteria, vastgelegd in een kwaliteitsverordening. Op 26 januari 2017 heeft onze gemeenteraad de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht vastgesteld. Hierin zijn kaders opgenomen voor 3 specifieke uitvoeringsthema’s die in deze beleidsnota zijn uitgewerkt: 1. dienstverlening hoe gaan wij als organisatie in service en communicatie om met o.a. aanvragen, verzoeken om handhaving, klachten 2. uitvoeringskwaliteit van diensten en producten hoe is de inhoudelijke kwaliteit van onze producten geborgd; voeren wij onze taken uit zoals beschreven in de wet en in onze beleidskaders 3. financiën hoe is de inzet van onze middelen (mensen en financiën) bepaald in relatie tot de gewenste kwaliteit van de geleverde diensten/producten Om die kwalitatieve verbetering verder vorm te geven werken wij als organisatie volgens de BIG8, ook wel programmatisch werken genoemd, waarmee wij de kwaliteit en continuïteit van onze werkzaamheden kunnen waarborgen. Hoe wij dit programmatisch werken vormgeven is uitgewerkt in de delen 3 en 4. Consequent in beleid en duidelijke spelregels Door werk te standaardiseren, bijvoorbeeld de toetsingslijsten bouw, is de gemeente consequent in het uitvoeren van haar taken.

Wij maken daarmee duidelijk welke regels voor wie van toepassing zijn. Zwartewaterland is daarmee een betrouwbare en transparante overheid voor de inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners. In deel 2 zijn onze VTHbeleidskaders uitgewerkt. Verantwoordelijkheid leggen waar deze hoort Voor de overheid geldt de beginselplicht tot handhaving. Dit houdt in dat bij een overtreding van een wettelijk voorschrift het bevoegd gezag daartegen in de regel handhavend moet optreden. Wij hebben ‘vertrouwen op ieders verantwoordelijkheid en daarmee naleving van wettelijke voorschriften’ als vertrekpunt. Met andere woorden: wij verwachten dat inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners hun eigen verantwoordelijkheid oppakken, onder andere door:  goede en volledige vergunningaanvragen aan te leveren  zelf verantwoordelijk te zijn voor de naleving van de eigen (wettelijke) verplichtingen  zelf betrouwbare informatie over risicovolle activiteiten te verstrekken. Het gaat hierbij om de gevolgen voor interne en externe veiligheid en de leefomgeving. De rol die wij als gemeente hierin nemen is zorgen dat de regels en kaders duidelijk zijn. Wij zullen onze communicatievormen, waaronder vergunningen, in duidelijke, begrijpelijke taal opstellen. De hiervoor genoemde uitgangspunten zijn leidend voor de uitvoeringstaken die in deze beleidsnota zijn opgenomen.

De uitwerking hiervan volgt in de volgende paragrafen en in de delen 2 en 3.

1.2

Bijdrage vergunningverlening, toezicht en handhaving aan onze visie

Wij maken in de uitvoering gebruik van de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met deze instrumenten bewaken we de kwaliteit van de leefomgeving, zonder de economische belangen uit het oog te verliezen.

10

Waar dat mogelijk is beperken wij de regeldruk, vereenvoudigen en verkorten wij de procedures (Lean) en verbeteren onze digitale dienstverlening. Zo hebben wij voor het uitvoeringsprogramma het vergunningsproces ‘bouw’ in een processchema uitgewerkt, waarmee visueel is gemaakt hoe ons bouwproces verloopt en hoe daarin de integrale afstemming is geborgd. Toezicht en handhaving betekent van oudsher keuzes maken. Het is immers onmogelijk om alle regels 100% te controleren en te handhaven. Ook voor de toetsing van vergunningen geldt dat, met name op het gebied van de bouwtechnische toetsing, niet alle aspecten gecontroleerd kunnen worden. Op basis van een risicoanalyse zijn daarom prioriteiten en een niveau toetsing vastgesteld. Binnen de huidige formatie, met in achtneming van de vastgelegde toetsingsniveau en prioriteiten, is het mogelijk om onze taken op een adequaat niveau uit te voeren. Preventie en een vroegtijdige aanpak van problemen vormt voor ons op alle beleidsterreinen de leidraad. In het uitvoeringsprogramma dat jaarlijks als deel 4 aan de nota wordt toegevoerd, wordt aangesloten bij deze ambitie van het college. Hierbij gaat het voor ons om consequent beleid en duidelijke spelregels.

1.3

Omgevingsdienst IJsselland

Op 1 januari 2018 is de huidige Regionale Uitvoeringsdienst IJsselland omgevormd tot een gemeenschappelijke regeling en gaat verder onder de naam Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ). Deze dienst voert in opdracht van de gemeente de wettelijke milieutaken uit. De taken worden uitgevoerd onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van ons college. De gemeente en de ODIJ maken jaarlijks afspraken over de prioriteiten bij het actualiseren van de vergunningen en het uitvoeren van toezicht en handhaving. De ODIJ zal periodiek verslag uitbrengen over de werkzaamheden die de ODIJ uitvoert voor onze gemeente. Over de vorm waarin dat zal gebeuren zal nader overleg plaatsvinden zodra de ODIJ formeel van start is gegaan. In deze beleidsnota staat hoe de gemeente zorgt voor kwaliteit bij de uitvoering van de taken die de ODIJ voor haar uitvoert. Onderdeel daarvan zijn de Kwaliteitscriteria 2.2 die zijn uitgewerkt in deel 2 en 3 en de activiteiten en doelen die zijn uitgewerkt in deel 4.

11

Hoofdstuk 2 Visie op kwaliteit Een VTH-stelsel kan alleen effectief zijn als de kwaliteit van de uitvoering van die taken is gegarandeerd. In de Wet VTH zijn twee criteria opgenomen voor het verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken: - procescriteria; 7 onlosmakelijk met elkaar verbonden schakels die eisen stellen aan de kwaliteit van de beleids- en uitvoeringscyclus (BIG8); beschreven wordt waaraan de (werk)processen van team WABO minimaal moeten voldoen voor het uitvoeren van de VTH-taken. Procescriteria golden al langer voor de handhavingstaken milieu. Met de Wet VTH gelden deze criteria nu ook voor vergunningverlening, waarmee de beleids- en uitvoeringscyclus uiteindelijk rond is gemaakt. - criteria voor kritieke massa waarmee vakmanschap (voldoende opleiding, ervaring en kennis) en het onderhouden en borgen daarvan.

2.1

Kwaliteitsverordening

Als eerste stap in die kwaliteitsverbetering heeft de gemeenteraad op 26 januari 2017 de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht vastgesteld, gebaseerd op de Kwaliteitscriteria 2.2. In de Kwaliteitscriteria 2.2 is vastgelegd waaraan onze organisatie op het gebied van VTH-taken ten aanzien van het personeel (kritieke massa), het proces en de inhoud (deskundigheid) moet voldoen. Een wezenlijke vraag is dus of we robuust genoeg zijn als organisatie om te voldoen aan de wettelijke eisen. Daaraan toegevoegd zijn zogenaamde ‘outputcriteria’, waarmee concreet omschreven moet worden wat de te behalen doelen van het beleid zijn. Het pakket bepaalt de minimaal vereiste kwaliteit, waaraan elke overheidsorganisatie die met vergunningverlening, toezicht en handhaving is belast, moet voldoen. De verordening vormt het juridische kader voor het beoordelen, borgen en verbeteren van de kwaliteit van deze taken. De gemeenteraad heeft met deze verordening een handvat om de kwaliteit te bepalen van de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zo zijn in de verordening kaders opgenomen voor 3 specifieke uitvoeringsthema’s: 1. dienstverlening hoe gaan wij als organisatie in service en communicatie om met o.a. aanvragen, verzoeken om handhaving, klachten 2.

uitvoeringskwaliteit van diensten en producten hoe is de inhoudelijke kwaliteit van onze producten geborgd; voeren wij onze taken uit zoals beschreven in de wet en in onze beleidskaders 3. financiën hoe is de inzet van onze middelen (mensen en financiën) bepaald in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/producten Ook is bepaald dat ons VTH-uitvoeringsbeleid moet worden gebundeld in een plan dat eens in de vier jaren moet worden geactualiseerd. Met deze beleidsnota, waarin de 3 uitvoeringsthema’s zijn uitgewerkt, geven wij uitvoering aan het raadsbesluit. De kwaliteitsverordening richt zich op het WABO-brede takenpakket van de gemeente. Het gaat dan om thuistaken, die het college “in eigen huis” verricht, de basistaken die krachtens de wet in opdracht van het college door de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ) worden verricht en de plustaken, die het college naast de basistaken heeft belegd bij de ODIJ. Behalve milieutaken betreft het dus ook uitdrukkelijk de zogenaamde "BRIKS-taken": bouw-, reclame, inrit-, kap- en sloopvergunningen en sloopmeldingen.

12

Wij hebben ervoor gekozen in de verordening te verwijzen naar de landelijke kwaliteitscriteria, Met deze verwijzing sluit de verordening steeds aan op de meest actuele kwaliteitscriteria. Bij een landelijke wijziging ervan hoeven deze criteria dan niet steeds te worden vastgesteld door de gemeente.

2.2

Kwaliteit van de beleids- en uitvoeringscyclus: BIG8

Onze uitvoeringsorganisatie is ingericht volgens de BIG8. Dit is een dubbele plan-do-checkact cyclus waarbij beleid en uitvoering met elkaar verbonden worden. Centraal bij deze gesloten beleidscyclus staan: - het werken met een risicoanalyse - het stellen van prioriteiten - het hebben van een actualiseringsbeleid voor vergunningen - het hebben van een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie - het opstellen van uitvoeringsprogramma’s - het monitoren en evalueren van de voortgang In deel 3 van deze nota zijn deze stappen van de BIG8 uitgewerkt. Door het volgen van de BIG8 worden werkzaamheden doelmatig en programmatisch uitgevoerd. Daarnaast zorgt het evaluatieonderdeel van deze cyclus ervoor dat het beleid steeds blijft aansluiten op de uitvoeringspraktijk. Bij voorgenomen nieuwe regelgeving (bijvoorbeeld bestemmingsplannen of dereguleringsvoorstellen/nieuw beleid) die gevolgen kan hebben voor de uitvoering en handhaving vindt daarbij een uitvoerings-/ handhaafbaarheidstoets plaats. Deze aanpak is op grond van hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht verplicht voor alle VTH-taken.

Criteria vergunningverlening (uitvoering) De risicoanalyse wordt minimaal 1 keer per 4 jaar opgesteld en bestuurlijk vastgesteld (bestuurlijke vaststelling moet ook plaatsvinden bij tussentijdse bestuurswisselingen). De risicoanalyse wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van een analyse van algemene danwel wijzigingen in de bouwprognoses en economische ontwikkelingen en overige factoren die van invloed kunnen zijn op de prioriteitsstelling. De resultaten daarvan worden ieder jaar

13

gehanteerd voor het opstellen van een raming van de nodige capaciteit en vertaald naar het uitvoeringsprogramma vergunningverlening en de begroting. Criteria toezicht en handhaving De risicoanalyse wordt minimaal 1 keer per 4 jaar opgesteld en bestuurlijk vastgesteld (bestuurlijke vaststelling moet ook plaatsvinden bij tussentijdse bestuurswisselingen). De risicoanalyse wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van een analyse van algemene danwel wijzigingen in de fysieke leefomgeving (binnen het eigen grondgebied of van buurgemeenten/regio's) die van invloed kunnen zijn op de prioriteitsstelling. De resultaten daarvan worden ieder jaar gehanteerd voor het opstellen van een raming van de nodige capaciteit en vertaald naar het uitvoeringsprogramma en de begroting. De beleidsnota is in drie delen opgebouwd aan de hand van deze stappen in de beleidscyclus. Wij voldoen hiermee aan de eisen die de Wet VTH stelt aan de uitvoering van onze VTHtaken. Criteria voor kritieke massa De Kwaliteitscriteria 2.2 zijn een cruciaal richtsnoer voor kwaliteit en waarvoor geldt: pas toe of leg uit, “comply or explain”. Voor de uitvoering van de VTH-taken is vakmanschap nodig. Vertalen we dit door naar onze medewerkers dan beschikken zij over voldoende opleiding, ervaring en kennis. Door het volgen van trainingen wordt de kennis bijgehouden.

Onze organisatie is klein, echter we hebben geborgd dat er continuïteit is voor de uitvoering van onze taken. Wij voldoen vrijwel volledig aan de Kwaliteitscriteria 2.2. Er zijn twee taakonderdelen, complexe aanvragen bouw en cultuurhistorie, waarvoor wij een explainmodule hebben opgenomen en waarbij wij hebben aangegeven hoe wij wel kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria (bijlagen 2 en 3). Volgens de kwaliteitscriteria wordt de complexiteit veroorzaakt door de ingewikkeldheid van de activiteit zelf of het type bouwwerk. Van de in de gemeente Zwartewaterland voorkomende bouwwerken vallen onder de categorie complex de nieuwbouw van: - publieksfunctie > 1.000.000, waaronder hotels, nieuwbouw scholen, kerken, multifunctionele gebouwen (BOUW008) - industrie/kantoorfunctie > 1.000.000; in deze categorie is de kantoorfunctie een complex bouwwerk (BOUW017) - gezondheidszorgfunctie met bedgebied (BOUW009) - gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied (BOUW010) De overige activiteiten of type bouwwerken worden getypeerd als niet-complex.

Gelet op de beperkte omvang van complexe aanvragen hebben wij besloten het toetsen van complexe aanvragen op de volgende onderdelen uit te besteden aan een gekwalificeerde externe partij: - Bouwbesluit: constructieve veiligheid en bouwfysica (ODIJ of extern bureau) - Brandveiligheid: Veiligheidsregio - Welstand: Het Oversticht Ten aanzien van cultuurhistorische vraagstukken hebben wij bepaald dat het merendeel van de activiteiten die vallen onder dit deskundigheidsgebied al via een dienstverleningsovereenkomst zijn belegd bij Het Oversticht. Gelet op de nauwe samenwerking die bestaat met de medewerkers van Het Oversticht hebben wij besloten niet te investeren in de eisen gesteld aan de continuïteit (factoren ‘aantal’ en ‘frequentie’) van dit deskundigheidsgebied maar hiervoor de expertise van de medewerkers van Het Oversticht te benutten.

14

In onze kwaliteitsverordening is opgenomen dat de landelijke kwaliteitscriteria leidend zijn voor minimaal de taken die de ODIJ voor ons uitvoert. Wij hebben besloten uit oogpunt van kwaliteit en continuïteit deze criteria ook van toepassing te verklaren op de uitvoeringstaken die door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Hiermee voldoet Zwartewaterland aan artikel 5.4 van de wet VTH. Scheiding vergunningverlening, toezicht en handhaving De Kwaliteitscriteria 2.2 vereisen een functiescheiding op persoonsniveau tussen enerzijds het proces vergunningverlening en anderzijds het proces toezicht en handhaving. Zowel onze gemeentelijke organisatie als de ODIJ voldoet aan deze wettelijke eis.

2.3

Communicatie en voorlichting

Een actief communicatiebeleid draagt bij aan bewustwording over regels, de koers van de gemeente ten aanzien van integrale handhaving en een positief imago. Belangrijke communicatiekanalen van de gemeente Zwartewaterland zijn, naast mondelinge communicatie, de website, de lokale kranten en social media. Wij gaan na aan welke informatie burgers en bedrijven behoefte hebben en hoe wij die het beste kunnen faciliteren. Daarbij werken wij aan verdere digitalisering van onze communicatie met het doel het inwoners makkelijker te maken. In 2014 zijn we gestart met het ondernemersloket waar bedrijven terecht kunnen met hun vragen op het gebied van bouw, milieu, RO-aangelegenheden. De komende jaren staan ook in het teken van projectmatige communicatie. Er staan namelijk grote wijzigingen op het programma voor inwoners en bedrijven waarbij de rol van de gemeente aanzienlijk wijzigt. Eigen verantwoordelijkheid komt nog meer centraal te staan en er komt een nieuwe rolverdeling met de invoering van de Omgevingswet. Wij zullen inwoners en bedrijven op deze ontwikkelingen moeten voorbereiden. Onderwerpen waar we actief over zullen communiceren: - deregulering bij (asbest)sloop en het verbod op asbestdaken - het systeem van private kwaliteitsborging voor het bouwen - de Omgevingswet en - energietransitie

2.4

ICT

Om de doelstellingen in dit VTH-beleidsplan te realiseren is een goedwerkend zaakgericht specifiek WABO-workflow-systeem van essentieel belang. Zonder zo’n systeem kunnen de in deze beleidsnota gestelde doelstellingen niet of onvoldoende gerealiseerd worden en kan geen betrouwbare managementinformatie worden geleverd. Een essentiële stap naar zo’n zaakgericht systeem is gezet met de aanschaf van workflowsysteem IJVI dat per december 2017 volledig operationeel zal zijn. Alle partners van de omgevingsdienst zullen met IJVI gaan werken. Vanuit dit systeem kunnen zowel standaardals maatwerkrapportages worden opgesteld. Daarnaast wordt binnen Zwartewaterland gewerkt met Join, waarin de klachten en meldingen die via het klantcontactcentrum en het meldingsformulier op onze website binnenkomen worden geregistreerd en afgehandeld.

15

Deel 2 Hoofdstuk 3 Kaders en randvoorwaarden uitvoering VTH-taken Vergunningen, ontheffingen, afwijkingen en projectbesluiten zijn instrumenten om activiteiten in de fysieke leefomgeving te reguleren en om de openbare orde en veiligheid te borgen. Deze activiteiten worden getoetst aan eisen die wettelijk gelden en aan regels die zijn vastgelegd in beleid. Past een activiteit binnen de wet- en regelgeving dan volgt uiteindelijk een toestemming of afwijzing. De instrumenten verschaffen zekerheid en duidelijkheid voor alle betrokken partijen omdat duidelijk is welke eisen er aan het uitvoeren van vergunde activiteiten zijn gesteld. Dit hoofdstuk beschrijft de strategie die wij volgen om de doelen te realiseren ten aanzien van de vergunningverlening én onze dienstverlening bij het behandelen van aanvragen. In bijlage 4 is in de procedure aanvraag omgevingsvergunning schematisch weergegeven welke kaders van toepassing zijn op de aanvraag en wie/welk team daarbij vanuit de organisatie worden betrokken. Het hoofdstuk is als volgt opgebouwd: - kaders voor vergunningverlening (3.1) - kaders voor toezicht (3.2) - kaders voor handhaving en gedogen (3.3)

3.1

Kaders voor vergunningverlening

3.1.1. Bouwen en ruimtelijke ontwikkelingen Aanvragen omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten worden altijd getoetst aan de bepalingen van het geldende Bouwbesluit, de gemeentelijke bouwverordening, het bestemmingsplan en aan de welstandsnota. Ook wordt beoordeeld of bij een bouwactiviteit mogelijk de milieuwetgeving van toepassing is en de Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming en flora- en fauna) De kaders waarmee gewerkt wordt zijn hierna verder uitgewerkt. Kernteam Zijn voor de uitvoering van een project meer vergunningen of een ontheffing nodig dan bieden wij aanvragers de gelegenheid om ons kernteam bijeen te roepen. Het kernteam bestaat uit vakambtenaren uit verschillende teams die samen bekijken of plannen haalbaar zijn. Complexe versus eenvoudige situaties en activiteiten Volgens de kwaliteitscriteria wordt de complexiteit veroorzaakt door de ingewikkeldheid van de activiteit zelf of het type bouwwerk. Gekeken naar type en omvang aard van de in de gemeente Zwartewaterland voorkomende bouwwerken kunnen onder de categorie complex vallen de nieuwbouw van: - publieksfunctie > 1.000.000 (BOUW008) - kantoorfunctie > 1.000.000 (BOUW017) - gezondheidszorgfunctie met bedgebied (BOUW009) - gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied (BOUW010) De overige activiteiten of type bouwwerken worden getypeerd als niet-complex.

Een medewerker op HBO-denkniveau beoordeelt bij de intake of sprake is van een complexe of eenvoudige situatie.

16

Landelijke toetsingsmatrix Bouwbesluittoets: risicogestuurd handelen In het Bouwbesluit staan de technische eisen waaraan bouwwerken moeten voldoen. Onder verantwoordelijkheid van de Vereniging BWT is een landelijk toetsprotocol ontwikkeld waarin een minimaal acceptabel toetsniveau is vastgesteld. Met dit instrument kunnen gemeenten per bouwwerktype én op basis van risico’s die men voorziet bepalen met welke diepgang zij het bouwwerk toetsen aan het Bouwbesluit. Dat betekent dat niet alle bouwwerken 100% hoeven te worden getoetst en het accent kan worden gelegd op die bouwwerken waar de risico’s als groter zijn beoordeeld. Wij hebben op basis van de risicoanalyse en prioritering en doelen (deel 3) de toetsingsniveaus vastgesteld per thema uit het Bouwbesluit en per soort aanvraag. Daarbij onderscheiden we 4 niveaus van diepgang van toetsing van globaal tot gedetailleerd. Hierbij hebben we aangesloten bij de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit 2012 voor de vergunningverlening en het Integraal Toezichtprotocol (iTP) voor toezicht en handhaving: Niveau 1

Diepgang Sneltoets

2

Visuele toets

3

Representatieve toets (steekproef)

4

Integrale toets (100%)

Uitwerking Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten van het Bouwbesluit? Vb. Is er een EP-berekening aanwezig en is deze uitgewerkt conform de Bouwbesluitnorm? Kloppen de uitgangspunten van het Bouwbesluit en lijken de uitkomsten redelijk? Vb. Kloppen de uitgangspunten van de EPberekening? Controle van de maatgevende onderdelen Vb. Klopt de berekening als die wordt nagerekend op een specifiek aantal onderdelen uit het ontwerp? Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd/nagerekend Vb. Klopt de EP-berekening voor alle onderdelen van de aanvraag?

In de toetslijsten in IJVI zijn de risico’s vertaald naar prioriteiten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met deze prioriteitsbepaling wordt het accent in het toezicht op het Bouwbesluit verlegd naar die zaken die beslist gecontroleerd moeten worden, waaraan wij als gemeente geen concessies willen doen of waar we juist een accent wil liggen vanuit beleidsdoelen die we wensen te behalen. Te weten: - constructieve veiligheid en brandveiligheid - gezondheid - duurzaamheid / energie - gebouwen met een monumentenstatus/in een beschermd stad- en dorpsgezicht In onderstaande matrix is het toetsniveau gebaseerd op deze prioriteiten aangegeven van de meest voorkomende typen bouwwerken in Zwartewaterland in combinatie met de aspecten uit het Bouwbesluit: Functie Constructieve veiligheid Brandveiligheid Bouwfysica, w.o. gezondheid en duurzaamheid/energie Bouwkundig Installaties, w.o. energie

Publiek 3 4 3 2 2

Industrie/Kantoor Wonen 3 2 3 3 3 3 2 2

1 1

Anders 2 2 1 1 1

17

Wij werkten tot nu toe niet met deze matrix. Met de vaststelling van de beleidsnota wordt hierin verandering gebracht omdat deze matrix bijdraagt aan een verdere professionalisering van onze VTH-organisatie. De op basis van de matrix gemaakte lijsten die bij de vergunningverlening worden gebruikt, gelden ook als toetsing/controlelijst bij het toezicht en de handhaving. Hiermee wordt bijgedragen aan het werken aan een sluitende uitvoeringscyclus. Bouwverordening gemeente Zwartewaterland In de bouwverordening van de gemeente staat een beperkt aantal voorwaarden waaraan aanvragen om omgevingsvergunning worden getoetst. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aantal re realiseren parkeerplaatsen, het krijgen van toestemming om voor de voorgevelrooilijn te bouwen. Ook kan bijvoorbeeld indien sprake is van bouwen op verontreinigde grond aanvullend onderzoek worden geëist op basis waarvan voorwaarden aan de omgevingsvergunning kunnen worden verbonden. Ruimtelijke ordening Aanvragen om omgevingsvergunning worden altijd getoetst aan het geldende bestemmingsplan. Voldoet een aanvraag omgevingsvergunning/initiatief niet aan de ruimtelijke kaders van de gemeente dan wordt eerst gekeken of er binnen het bestemmingsplan of binnen vergunningsvrije mogelijkheden kansen liggen de aanvraag/het initiatief uit te voeren.

Is dit niet mogelijk dan kan de gemeente besluiten om een bestemmingsplan te herzien of af te wijken van een bestemmingsplan. Mogelijkheden om af te wijken van het bestemmingsplan zijn: - Binnenplanse afwijking omgevingsvergunning. Een kleine afwijking van de bestemmingsplanregels kan soms mogelijk worden gemaakt als in het bestemmingsplan een afwijkingsmogelijkheid is opgenomen. De afweging deze mogelijkheid te accepteren ligt bij de vergunningverlener. Bij twijfel over de toepassing van de regel wordt het verzoek voorgelegd aan het RO-overleg. - Kruimelgevallen afwijkingsmogelijkheid omgevingsvergunning (bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht) worden altijd voorgelegd aan afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling. De afweging deze mogelijkheid te accepteren ligt bij de vergunningverlener. - Projectbesluiten. Een grotere afwijking van het bestemmingsplan. Voorwaarden hierbij zijn dat het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat initiatiefnemer een goede ruimtelijke onderbouwing moet aanleveren. De afweging om meegewerkt kan worden aan een projectbesluit is gemandateerd aan de eenheidsmanager Externe Dienstverlening. Het college wordt hierover geïnformeerd. - Tijdelijke afwijkingsmogelijkheid omgevingsvergunning.

In deze situatie mag er geen sprake zijn van strijd met een goede ruimtelijke ordening en moet aangetoond worden dat daadwerkelijk sprake is van een tijdelijke voorziening. Een verzoek hiertoe wordt door de vergunningverlener voorgelegd aan de teamsenior. Deze heeft het mandaat om hierover een besluit te nemen. Welstand en beschermd stads- en dorpsgezicht De doelstelling is actief beleid te voeren om de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving te bevorderen. Aanvragen om omgevingsvergunning bouw (inclusief verbouw en sloop) worden getoetst aan de regels die in de Welstandsnota ‘Slimmer Bekeken’ zijn opgenomen. De beleidsregel Hoger bouwen met hogere kwaliteit’ is integraal opgenomen in deze nota. In deze documenten hebben wij onze visie op welstand en een beschermingsstatus voor het gebied vastgelegd.

18

In de welstandsnota wordt met toetsniveaus gewerkt: - dijkbebouwing, welstandsniveau 1 - polder Mastenbroek, welstandsniveau 1 - buurtschappen, welstandsniveau 1 - buitengebied overig, welstandsniveau 2 - oude kern Genemuiden, welstandsniveau 1 - oude kern Hasselt, welstansniveau 1 - oude kern Zwartsluis, welstandsniveau 1 - naoorlogse woningbouw, welstandsniveau 2 - industrieterreinen, welstandsniveau 2 Daarnaast zijn sneltoetscriteria opgenomen voor bijgebouwen, aan/uitbouwen, overkappingen, erfafscheidingen, dakkapellen, kozijn- en gevelwijzigingen, zonnepanelen en –collectoren, reclame, spriet-, staaf- en schotelantennes, rolhekken, luiken en rolluiken. In de gemeente is een intern welstandsoverleg, het zogenaamde KAN-overleg, ingesteld waar op basis van deze toetsniveaus beoordeeld wordt of een aanvraag voldoet aan de welstandsnota. Voldoet het plan niet, of ligt het plan bijvoorbeeld politiek gevoelig, dan stuurt de vergunningverlener de aanvraag omgevingsvergunningen bouw om advies door naar de stadsbouwmeester van Het Oversticht. Deze brengt binnen gemiddeld 1 week advies uit aan de gemeente. Akoestisch onderzoek Aanvragen omgevingsvergunning bouw voor bedrijven gelegen op een industrieterrein of het bedrijventerrein Genemuiden wordt een wijziging/uitbreiding of nieuwsvestiging altijd beoordeeld door een geluiddeskundige, de zonebeheerder.

Deze zorgt ervoor dat het zonemodel actueel wordt gehouden qua bebouwing. 3.1.2. Gemeentelijke uitwegen Doel bij de verlening van een omgevingsvergunning voor een uitweg op een gemeentelijke weg is een veilige uitweg creëren. De gemeente legt vanwege de veiligheid de uitweg zelf aan. Uitwegvergunningen kunnen worden aangevraagd voor een nieuwe uitweg of verbetering, verbreding, vervanging van een bestaande uitweg. In onze APV staan de gronden genoemd wanneer géén vergunning wordt (artikel 2:12, lid 3): - De bruikbaarheid van de weg - Het veilig en doelmatig gebruik van de weg - De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving - De bescherming van groenvoorzieningen n de gemeente. Een vergunning wordt voorzien van een kostprijsberekening. Na betaling van deze kosten spreken wij met de aanvrager af wanneer wij de uitweg gaan aanleggen. 3.1.3 Slopen en asbest Doel van de sloopmelding is om veiligheid voor weggebruikers en aangrenzende percelen te waarborgen, de afvalstoffenstroom van het vrijgekomen sloopafval (inclusief asbest) te bewaken en te controleren of een sloper gecertificeerd is voor het verwijderen van asbest (als dit aan de orde is tijdens de sloopactiviteiten). Bij grote sloopplannen waarbij veiligheid van de omgeving gewaarborgd moet blijven, moet de melder een sloopveiligheidsplan indienen.

Hierin staat beschreven hoe de sloper deze veiligheid denkt te waarborgen. Denk hierbij aan: het afsluiten van het sloopterrein, zorgdragen voor voorzieningen zodat het sloopafval niet op de openbare weg belandt, het gebruik van kranen, rijroutes van vrachtwagens van en naar de slooplocatie. Het is onze taak de risico’s die kunnen ontstaan bij de sloop van bouwwerken en asbestverwijdering beheersbaar te houden.

19

De sloopmelding moet 4 weken voor aanvang van de sloop worden aangevraagd als: - bij het slopen asbest wordt verwijderd - de hoeveelheid sloopafval groter is dan 10 m3. In het Bouwbesluit 2012 staan rechtstreeks werkende regels, zoals regels ten aanzien van overlast en hinder bij sloopactiviteiten (geluidhinder, stofhinder, etc.). Sloopmeldingen met asbest worden om advies doorgestuurd naar de Omgevingsdienst IJsselland. Voor het afhandelen van een sloopmelding mogen we geen leges heffen, er staan dus geen inkomsten tegenover. Daarnaast is er de sloopvergunning waarmee de leefbaarheid en cultuurhistorische waarden worden beschermd. In 3 situaties is een omgevingsvergunning voor slopen nodig: - het bouwwerk is een monument - het bouwwerk ligt in een beschermd stads- of dorpsgezicht - in het bestemmingsplan staat dat een omgevingsvergunning nodig is. De aanvraag sloopvergunning wordt door ons volledig getoetst aan de wettelijke kaders. Als sprake is van een sloopvergunning voor een monument of in het beschermd stads- en dorpsgezicht dan wordt de aanvraag om advies voorgelegd aan de stadsbouwmeester. 3.1.4 Brandveilig gebruik Aanvragen omgevingsvergunning waarbij brandveiligheid een toetsonderdeel is, worden om advies voorgelegd aan de Veiligheidsregio. In principe wordt alleen voor de complexe bouwwerken gevraagd advies uit te brengen.

Bij de intake van een aanvraag wordt beoordeeld of sprake is van een complex bouwwerk. Van alle overige aanvragen omgevingsvergunning wordt de brandveiligheidstoets door de vergunningverlener uitgevoerd aan de hand van de toetslijsten die zijn opgenomen in IJVI. Deze lijsten zijn gebaseerd op de ‘Landelijke toetsmatrix Bouwbesluit’ (zie paragraaf 3.1.1.) 3.1.5 Kaders milieubelastende activiteiten De wetgeving voor inrichtingen, activiteiten, toestellen en installaties is stevig ingekaderd en biedt ons beperkt beleidsruimte voor eigen VTH-beleid. Zo kunnen we in milieubeleid accenten leggen die doorwerken in onze VTH-taken. Een voorbeeld hiervan is het aspect gezondheid in relatie tot fijnstof, geluid of geur. Voor 2 gebieden in onze gemeente is voor het industrieterrein een zonering geluid vastgelegd, te weten Hasselt en Zwartsluis. Voor het bedrijventerrein Genemuiden geldt een niet wettelijk beheersmodel. Aanvragen moeten worden getoetst aan deze beleidskaders voor geluid. De milieutaken, inclusief vergunningverlening, zijn belegd bij de Omgevingsdienst IJsselland (ODIJ). De 12 partners van de ODIJ, de provincie en 11 IJssellandse gemeenten hebben samen een risicoanalyse opgesteld voor de VTH-taken milieu. De partners kunnen op basis van hun bedrijvenbestand gemotiveerd afwijken van deze risicoanalyse.

In beginsel volgen wij de prioritering die in regionaal ambitieniveau is vastgesteld. Wij zijn echter als gemeente zelf verantwoordelijk voor het opstellen van een sluitende beleidscyclus die aansluit bij de lokale situatie. In Zwartewaterland kiezen we er daarom voor om aanvullend hierop een eigen ambitieniveau te hanteren voor bepaalde categorieën bedrijven. Dit eigen ambitieniveau is gebaseerd op risicobeheersing, het historische naleefgedrag van bedrijven, op het veiligheidsrisico dat ontstaat voor de leefomgeving en onze bestuurlijke en beleidsdoelen. Dit mondt uit in een hogere bezoekfrequentie van een aantal branches én in prioriteiten en doelen per branche gebaseerd op onze bestuurs- en/of beleidsdoelstellingen. In de hoofdstukken 4 en 5 is dit nader uitgewerkt. Actualiseringsplicht Wij hebben de wettelijke plicht om regelmatig te beoordelen of de voorschriften van een omgevingsvergunning milieu nog actueel zijn. Op basis van onze risicoanalyse hebben we

20

bepaald welke bedrijfstakken wij frequenter willen bezoeken om te kunnen inspelen op deze actualiseringsplicht (zie §3.2.5) beoordelen of de vergunning nog actueel is of dat de voorschriften moeten worden aangepast. Ook zijn wij hierdoor beter in staat om sneller te constateren of er slapende vergunningen zijn die moeten worden ingetrokken. Besluit emissiearme huisvesting Deze regeling stelt eisen aan de emissies vanuit huisvestingssystemen voor bedrijven waar landbouwhuisdieren worden gehouden voor de productie van melk, vlees en/of eieren. Bij de bouw of aanpassing van de stallen wordt erop toegezien of de stallen emissiearm worden aangelegd. Vanuit een kwaliteitsimpuls kan aan een omgevingsvergunning bouw waarbij dit besluit van toepassing is een voorwaarde voor bijvoorbeeld erfbeplanting worden toegevoegd. Akoestisch onderzoek Voor aanvragen omgevingsvergunning milieu geldt dat als sprake is van wijziging/uitbreiding of nieuwvestiging van een bedrijf gelegen op een gezoneerd industrieterrein of het bedrijventerrein Genemuiden deze aanvraag altijd wordt voorgelegd en beoordeeld door een geluiddeskundige, de zonebeheerder. Heeft het bedrijf geen invloed op de zone en blijft het onder de normen van het Activiteitenbesluit dan worden er geen maatwerkvoorschriften opgesteld.

Is deze invloed er wel dan kan afhankelijk van de situatie geadviseerd worden specifieke maatwerkvoorschriften op te nemen of alsnog een akoestisch onderzoek te vragen. 3.1.6 Algemene Plaatselijke Verordening – onderdeel kappen van bomen (APV) De gemeente heeft een APV. Hierin staan regels voor activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden. In de APV staat voor welke activiteit vooraf een vergunning moet worden aangevraagd bij de gemeente, zoals het kappen van bomen. Kapbeleid Doel van ons kapbeleid is behoud van natuurwaarde, landschappelijke waarde, stads- en dorpsschoon, beeldbepalende of cultuurhistorische waarde, leefbaarheid. Hoofdlijn van ons beleid is: - Binnen de bebouwde kom: alle bomen, met uitzondering van bomen die op de ‘Lijst waardevolle bomen’ staan, mogen zonder vergunning gekapt worden. Er is dan ook geen sprake van een herplantplicht. - Voor kap van bomen die op de ‘Lijst van waardevolle houtopstanden, staande binnen de bebouwde komgrenzen Boswet van de kernen Genemuiden, Hasselt, Zwartsluis en Kamperzeedijk’ staan wordt in principe géén vergunning verleend, tenzij een boom vanuit zorgplicht, bijvoorbeeld ziekte in de boom, gekapt moet worden. - Buiten de bebouwde kom: voor de kap van bomen in het buitengebied is een vergunning nodig.

Er zijn 2 sporen:  Staat een boom/bomenrij in een gebied waar op grond van het bestemmingsplan een aanlegvergunning geldt, dan vervalt de kapvergunningplicht. Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling beschrijft de paragraaf ‘landschappelijke inpassing’ voor de aanlegvergunning. De vergunningverlener voegt deze beschrijving vervolgens bij de vergunning.  Is er niets geregeld in het bestemmingsplan dan is er sprake van een kapvergunningplicht op grond van de APV.

21

Voor de kapvergunning gelden de weigeringsgronden vanuit de APV (artikel 4:11b): - De natuurwaarde van de houtopstand - De landschappelijke waarde van de houtopstand - De waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon - De beeldbepalende waarde van de houtopstand - De cultuurhistorische waarde van de houtopstand - De waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand - Het feit dat het een waardevolle houtopstand of monumentale boom betreft. Ter onderbouwing van de vergunning of afwijzing van een verzoek tot kap wordt een groentechnisch advies uitgebracht door afdeling Beheer Openbare Werken of de ROVA. Herplantplicht kan onderdeel uitmaken van een omgevingsvergunning. 3.1.7 Wet BIBOB Er is een regionale beleidslijn voor onderzoeken van horeca en sexinrichtingen op basis waarvan het RIEC Noord-Nederland ons en onze veiligheidspartners ondersteuning biedt bij de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit. BIBOB is het instrument dat daarbij door ons kan worden ingezet. Aanpak ondermijning Vergunningen, subsidies, vastgoedtransacties, overheidsopdrachten of aanbestedingen. Voor criminelen ideale manieren om geld wit te wassen of criminele activiteiten te ondernemen. Denk aan een café als dekmantel. Via de bevoegdheden van de Wet BIBOB kan een gemeente hier onderzoek naar (laten) instellen.

Beleid ten aanzien van ondermijning wordt binnen de veiligheidsketen uitgewerkt, zoals het BIBOB en het convenant hennepteelt. Hieruit voortkomende activiteiten binnen het VTHtakenpakket worden benoemd in de jaarlijkse VTH-beleidsyclus. 3.1.8 Leges Voor het in behandeling nemen van aanvragen om omgevingsvergunning, eventueel in combinatie met een verklaring van geen bedenkingen voor de Wet natuurbescherming, ontheffingen en afwijkingen RO, ontheffingen en afwijkingen RO, meldingen wordt leges geheven op grond van de Legesverordening. Voor de berekening van de leges maken we gebruik van de kengetallen zoals we die als IJssellandse gemeenten hebben opgenomen in de Producten- en Dienstencatalogus van de omgevingsdienst. Jaarlijks wordt bij de begroting een raming van de legesopbrengsten gevoegd die is gebaseerd op deze kengetallen en op de geraamde werkvoorraad. Diezelfde gegevens worden gehanteerd in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma (deel 4). Met de opbrengsten van de leges worden de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van onze VTH-taken nagenoeg 100% gedekt. Zien we bij de beoordeling van een aanvraag dat we deze moeten weigeren dan nemen wij contact op met de aanvrager met het advies de aanvraag in te trekken. Het opleggen van de leges vervalt daarmee.

3.2

Kaders voor toezicht

3.2.1 Algemene kaders en uitgangspunten Op basis van de verleende vergunningen, ontheffingen, meldingen houden wij toezicht op de naleving van de voorschriften. Handhaving is geen doel op zich, maar altijd gericht op het bereiken van het achterliggende doel, namelijk gewenst gedrag, dat door naleving van die regels wordt beoogd. Bij overtredingen starten we een toezicht- of handhavingstraject met als doel de overtreding ongedaan te maken. De wijze waarop wij de instrumenten voor toezicht en handhaving inzetten is vastgelegd in de landelijke handhavingsstrategie die Zwartewaterland heeft overgenomen (bijlage 6)

22

Onze uitgangspunten zijn: - toezicht gebeurt risicogericht en integraal - risico’s worden ingeschat op basis van: - naleefgedrag - klachten of meldingen - activiteiten - bij het houden van toezicht wordt gebruik gemaakt toezichtinstrumenten

van een mix van

Deze risicoanalyse helpt ons bij de keuze welk toezichtinstrumenten ingezet moet worden. Denk hierbij aan: - geven van voorlichting - informatie verstrekken - toezicht op de systemen van bedrijven - fysieke controles - toezicht op de veiligheidscultuur - onaangekondigde controles - premediation - controles buiten werktijden. 3.2.2 Bouwen en ruimtelijke ontwikkelingen Risicogericht toezicht Met het invullen van de risicomatrix voor bouw en ruimtelijke ordening is vastgesteld wat de grootste risico’s zijn in de gemeente. Op basis van de analyse kan de gemeente risicogericht handelen: - Een belangrijk uitgangspunt bij handhaving is dat de gemeente in beginsel over moet gaan tot handhaving bij overtreding van wet- en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. Binnen deze kaders moet de gemeente gebruik maken van de bevoegdheid om handhavend op te treden. - Als er sprake is van concreet zicht op legalisatie van de overtreding, prevaleren de belangen van de overtreder en is er geen plaats voor de toepassing van bestuursdwang of het opleggen van een dwangsom. - Handhaving is onevenredig als het gaat om een overtreding met een (te) incidenteel karakter, een overtreding van geringe ernst en/of belangen van derden niet of nauwelijks worden geschaad.

- Ondanks de beginselplicht tot handhaving kan in bepaalde gevallen worden besloten om niet tot handhaving over te gaan of dat op een later moment te doen. Dit heeft te maken met het spanningsveld tussen de omvang van de taken op het terrein van toezicht en handhaving enerzijds en de daarvoor beschikbare capaciteit anderzijds. - Daarom is het noodzakelijk om keuzes te maken op basis van vastgestelde prioriteiten. Handhaven op de langere termijn (‘uitgesteld handhaven’) kan juist een bewuste strategische keuze zijn in het kader van integraal programmatisch handhaven. Uitgesteld handhaven moet dan ook niet verward worden met gedogen. In situaties waarbij sprake is van gedogen wordt een gedoogbeschikking afgegeven. - Prioriteiten stellen in handhavingsbeleid mag, maar geheel afzien van handhaving niet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat prioritering in handhavingsbeleid is toegestaan, maar dat beleid dat inhoudt dat tegen overtredingen die in het handhavingsbeleid een lage prioriteit hebben in het geheel niet handhavend zal worden opgetreden, rechtens niet aanvaardbaar is, omdat daarmee het te handhaven wettelijk voorschrift wordt ondergraven.

23

Toezicht op bouwactiviteiten en ruimtelijke ontwikkelingen Bouwtoezicht vindt tijdens de bouw plaats op basis van een door de gemeente verleende omgevingsvergunning. Gecontroleerd wordt dan of gebouwd wordt volgende de vergunning en bijbehorende voorwaarden. Dit toezicht wordt uitgevoerd bij omgevingsvergunningen voor bouw, sloop, monumenten, kap/groen, uitvoeren werken/werkzaamheden, bodembeschikkingen, meldingen grondverzet en aanleg van gesloten warmte- en koudeopslagsystemen. Toezicht wordt uit efficiencyoogpunt veelal gebiedsgericht uitgevoerd. De controles vinden integraal plaats. Dat wil zeggen dat de controles voor bouw, brandveiligheid, milieu, drank- en horeca gezamenlijk worden uitgevoerd door voor en/of met elkaar de controlebezoeken uit te voeren. Landelijk toetsingsmatrix Bouwbesluittoets: risico-gestuurd handelen (LTB) Zoals hiervoor bij kaders voor vergunningverlening is aangegeven wordt voor een efficiënt en effectief toezicht op de bouw gebruik gemaakt van de LTB-lijsten die zijn gebruikt bij de verlening van de vergunning. Deze lijsten zijn opgenomen in ons workflow-systeem IJVI. Ruimtelijke aspecten Ruimtelijke aspecten worden meegenomen in de controles die in het kader van bouw, sloop, aanleg en milieu plaatsvinden. De controles vinden integraal plaats.

Dat wil zeggen dat de controles voor bouw, milieu, brandveiligheid, drank- en horeca gezamenlijk worden uitgevoerd door voor en/of met elkaar de controlebezoeken uit te voeren. Het accent binnen onze gemeente ligt bij strijdig gebruik van gebouwen en gronden, waaronder kamerverhuur, illegale bouwwerken. Brandveilig gebruik Het toezicht op brandveilig gebruik vindt plaats door de Veiligheidsregio. De gemeente is het bevoegde gezag. De Veiligheidsregio heeft een adviserende rol richting gemeente in deze toezichtstaak. 3.2.3 Sloop en asbest Sloopwerkzaamheden die plaatsvinden in het kader van een uitbreiding of verbouwing vallen onder het reguliere bouwtoezicht van de gemeente. Is er sprake van asbesttoezicht dan voeren de toezichthouders van de ODIJ deze toezichtstaak uit. Zij voeren geen metingen en controles uit op de slooplocatie zelf. Wel wordt er gecontroleerd op de overige voorwaarden verbonden aan de melding of vergunning, zoals veiligheid van omwonenden. Van de door de ODIJ uitgevoerde sloopcontrole wordt de checklist in het dossier omgevingsgunning bouw gevoegd. Volgens afspraken vastgelegd in de Landelijke Handhavingsstrategie schakelen wij de Arbeidsinspectie in als er een vermoeden is van een onveilige situatie binnen de hekken. Wij hebben een zorgplicht dergelijke situaties te melden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9615035/1