1. Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt
Tekst van het document
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 4.3.2.2 Programma De huishoudensgroei zet in de komende jaren nog stevig door in gemeente Zwartewaterland. In de periode 2015-2025 komen er zo’n 1.000 huishoudens bij. Vanaf 2025 wordt een afvlakking van de toename verwacht. In de trendvariant van Primos blijkt Hasselt het snelste te groeien in de periode 2015-2025. De verwachte toename bedraagt 18%. In absolute termen neemt in Hasselt tot 2025 het aantal huishoudens toe met ruim 500. In de gemeente Zwartewaterland is sprake van een kwantitatieve actuele behoefte aan woningen binnen een bandbreedte tussen 500 en 611 woningen voor de periode 2019 t/m 2028. In deze toelichting wordt het midden van de bandbreedte aangehouden, dat is 555 woningen. Op dit moment is sprake van onderprogrammering. Hiertoe wordt gekomen door de vraag op basis van actuele huishoudensprognose af te zetten tegen de harde plancapaciteit. • • •
Woningvraag voor gemeente Zwartwaterland bedraagt 555 woningen. Harde plancapaciteit 211 woningen (datum 01-01-2020). De resterende actuele behoefte die hieruit volgt is 344 woningen.
Er is dus nog ruimte in de verhouding tussen de woningvraag en het planologisch aanbod van 344 woningen. De 12 woningen in dit plan vullen een deel van deze ruimte. Er resteert naast dit plan nog ruimte voor 332 woningen. 4.3.2.3 Pijlers van de Woonvisie In de woonvisie van Zwartewaterland zijn zes pijlers opgenomen, waarop het woonbeleid is gebaseerd. Het betreffen de volgende pijlers: • • • • • •
Sterke positionering in de regio; Voldoende betaalbare huurwoningen beschikbaar; Duurzame woningvoorraad en leefomgeving; Wonen, services en zorg; Bouwen voor vitale kernen; Voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters.
In dit geval zijn met name de pijlers ‘bouwen voor vitale kernen’ en ‘voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters’ relevant. 4.3.2.4 Bouwen voor vitale kernen Het accent ligt de komende jaren op de bestaande voorraad: verduurzamen, verbeteren toegankelijkheid en transformatie. Nieuwbouw zal kleinschalig en gefaseerd plaats vinden, zodat het mogelijk is om in te spelen op veranderingen in de vraag. Nieuwbouw dient bij te dragen aan de identiteit van een wijk of kern en uiteraard aan te sluiten bij de vraag. Bij de nieuwbouw ook aandacht en nadere concretisering van de randvoorwaarden met betrekking tot duurzaamheid, toekomstbestendigheid en toegankelijkheid. 4.3.2.5 Voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters Voor jongeren die in de gemeente willen blijven wonen, wil de gemeente de kansen op een woning vergroten. Door het toevoegen van kleinere woningen in de bestaande voorraad of door nieuwbouw en door het aanbieden van (vormen) van een starterslening, wil de gemeente het eigen woningbezit stimuleren. 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke woonvisie Het plan voorziet in de bouw van 12 woningen op een binnenstedelijke locatie. Zoals reeds in de ladderonderbouwing als in deze paragraaf aangetoond, is er voldoende kwantitatieve behoefte naar de woningen.
Kwalitatief gezien wordt gesteld dat het plan bijdraagt aan de pijler ‘bouwen voor vitale kernen’. Het betreft een kleinschalige nieuwbouw die bijdraagt aan de identiteit van de wijk. Het betreft namelijk de stedenbouwkundige afronding van Om de Weede fase 1A, in het ontwerp is hier uitvoerig rekening mee
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld gehouden. Tevens zal aandacht zijn voor duurzaamheid en toegankelijkheid (deel van de woningen wordt levensloopbestendig uitgevoerd). Ook wordt door dit plan eigen woningbezit gestimuleerd en worden er betaalbare woningen voor starters gebouwd. Hiermee wordt aangesloten bij de pijler ‘voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters’. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie. 4.3.3
Regionale woonprogrammering en regionale woonafstemming
4.3.3.1 Bouwen voor behoefte Naast de gemeentelijke woonvisie waarin het gemeentelijke beleid is vastgelegd is er in Overijssel een systeem van regionale woonafspraken. Uitgangspunt is dat iedere gemeente ontwikkelt voor de eigen behoefte, de provincie borgt dit. In het RWP Twente/West-Overijssel zijn afspraken vastgelegd waaraan gemeenten in Twente/West-Overijssel zich moeten houden. De woningvraag en -aanbod voor deze regio’s zijn in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en er zijn afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen. De gemeenten in Overijssel hebben afgesproken om maximaal 100% van de vraag naar woningen voor de komende 10 jaar vast te leggen in de harde plannen. Door te programmeren voor de eigen behoefte zorgen gemeenten ervoor dat er geen overaanbod in harde plannen ontstaat op de (regionale) woningmarkt. Hierdoor gaat er in principe geen extra aanzuigende werking uit naar huishoudens uit andere gemeenten. 4.3.3.2 Regionale afstemming In Overijssel is een systeem van regionale afspraken zodat iedere gemeente binnen de eigen behoefte ontwikkelt, de provincie borgt dit. In het RWP Twente/West-Overijssel zijn afspraken (o.a. over de programmering) vastgelegd waaraan gemeenten in Twente/West-Overijssel zich moeten houden.
Dit zijn de onder andere de volgende hoofdafspraken (dit is niet een uitputtend overzicht van alle woonafspraken): 1.
2.
3.
De gemeenten in Overijssel maken maximaal 100% van de gemeentelijke vraag voor de komende 10 jaar naar woningen beschikbaar in harde plannen. De provincie borgt dit. Door te programmeren voor de eigen behoefte zorgen gemeenten ervoor dat er geen overaanbod in harde plannen ontstaat op de (regionale) woningmarkt. Hierdoor gaat er in principe geen extra aanzuigende werking uit naar huishoudens uit andere gemeenten. Daarbij zijn migratiecijfers verwerkt in de huishoudensprognose en daarmee ook de regionale behoefte. Gemeenten die over een ‘historische’ harde bestemmingsplancapaciteit beschikken van meer dan 100% van de woningvraag, brengen het overaanbod met maximale voortvarendheid terug (maximaal 3 jaar vanaf vaststelling RWP). De provincie ziet hierop toe. Verder borgt de provincie door de verordening dat gemeenten met overprogrammering uitwerkingsplichten niet kunnen benutten. Hiermee worden buurgemeenten beschermd tegen negatieve effecten van overprogrammering bij buurgemeenten. Gemeente maken afspraken binnen de subregio.
Toelichting 1.
2.
3.
De woonbehoefte voor de periode 2019 t/m 2028 bedraagt 555 woningen. Met een plancapaciteit van 211 nog niet benutte directe bouwtitels + 12 woningen op de Dedemsvaartlocatie is sprake van een harde plancapaciteit van 40% ten opzichte van de prognose. Deze afspraak is gemaakt voor de scenario’s waarbij sprake is van een plancapaciteit die groter is dan de regionale woonvraag, en ziet toe op deprogrammeren. In de gemeente Zwartewaterland is dit niet aan de orde. Met de subregio Zwolle, Zwartewaterland en Kampen zijn afspraken gemaakt over afstemming. Afgesproken is dat de gemeenten Zwolle en Kampen woningbouwplannen van meer dan 50 woningen ter afstemming aan de gemeente Zwartewaterland voorleggen en dat de gemeente Zwartewaterland woningbouwplannen van meer dan 25 woningen ter afstemming aan de gemeenten Zwolle en Kampen voorlegt. De Dedemsvaartlocatie bevat 12 woningen en hoeft
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld daarom conform de afspraken niet ter afstemming te worden voorgelegd aan de gemeenten Zwolle en Kampen. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de woonafspraken Het plan voorziet in de realisatie van een woongebied met 12 woningen. Over het plan hoeft geen regionale afstemming plaats te vinden, aangezien het aantal woningen minder dan 25 bedraagt. Het plan is in overeenstemming met de woonafspraken. 4.3.4
Waterplan
4.3.4.1 Algemeen Goed functioneren van de waterhuishouding is een voorwaarde voor een goede en veilige woon-, werk- en leefomgeving. Water is tevens een economisch belangrijk transportmiddel. Water biedt tevens kansen voor recreatief medegebruik en een aantrekkelijke leefomgeving voor bewoners en toeristen. Een goede waterhuishouding heeft dan ook het uitgangspunt gevormd bij de totstandkoming van het Waterplan Zwartewaterland uit 2008. De visie in het Waterplan is opgesteld vanuit de thema’s waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterveiligheid en medegebruik van water. Hierna worden vanuit deze thema’s de belangrijkste punten aangestipt: 1.
Waterkwantiteit
Om wateroverlast te voorkomen is de stedelijke wateropgave voor oppervlaktewater uitgewerkt. Verder zijn knelpunten geïnventariseerd in de zin van hogere grondwaterstanden en water-op straat. Problemen doen zich vooral voor in lager gelegen gebieden in combinatie met hoge grond- en oppervlaktewaterpeilen. Binnen het kader van het gemeentelijk rioleringsplan wordt de wateropgave voor grondwater en de riolering nader in beeld gebracht. Bij nieuwe ontwikkelingen is water medeordenend. Hemelwater wordt vastgehouden en vervolgens oppervlakkig afgevoerd naar grond- en oppervlaktewater. Tevens wordt er rekening gehouden met klimaatveranderingen. 2.
Waterkwaliteit
Een goede waterkwaliteit is de basis voor aantrekkelijk en functioneel water. In het kader van het verbeteren van de waterkwaliteit wordt ingestoken op inrichting van oevers en wordt het beheer afgestemd op de functies en geldende wetgeving. Hiermee wordt beoogd het natuurlijk zuiverend vermogen van watergangen te versterken waardoor de waterkwaliteit toeneemt. Daarnaast wordt ingestoken op het voorkomen van toekomstige verontreinigingen door toepassing van een brongerichte aanpak. 3.
Waterveiligheid
Inundatie wordt voorkomen door veilige dijken, welke worden getoetst conform de normen die daar voor gelden. De consequenties van klimaatverandering en mogelijke peilopzet van het IJsselmeer worden zoveel mogelijk in regionaal verband opgepakt, zodat er een goede integrale afweging kan plaatsvinden. 4.
Medegebruik van water
Water biedt meerwaarde voor inwoners, middenstand en bezoekers. De beleving van het water, beroepsvaart en recreatie worden gezien als medegebruik, gelet op de prioriteitstelling die gesteld is bij waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid. Ook cultuurhistorische elementen worden beleefbaar gemaakt en watergebonden recreatieve mogelijkheden versterkt. Daarnaast worden de transportmogelijkheden van het Zwarte Water door bedrijven benut. Primair staan gemeente en waterschap voor een veilige en bewoonbare leefomgeving, waardoor allereerst de aandacht uitgaat naar droge voeten, goede waterkwaliteit en bescherming tegen hoog water achter veilige dijken. 4.3.4.2 Toetsing van het initiatief aan het Waterplan Voor de ontwikkeling van de gehele woonwijk ‘Om de Weede’ is door de gemeente Zwartewaterland een waterhuishoudkundig plan opgesteld. In dit plan zijn voor de ontwikkeling de waterhuishoudkundige BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld aspecten uitgewerkt. In het ontwerp is er vanuit gegaan dat hemelwater zoveel mogelijk binnen de wijk wordt opgevangen en geïnfiltreerd. Onderhavig plan voegt zich naadloos in dit overkoepelende waterhuishoudkundig plan. Het bouwt de wadi-structuur uit fase 1A verder uit. In hoofdstuk 6 wordt hier verder op ingegaan. Ook is in het kader van het bestemmingsplan is een watertoets uitgevoerd (zie hoofdstuk 6). Hieruit blijkt dat er geen sprake is van negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. 4.3.5
Stadsrandvisie Hasselt
4.3.5.1 De Visie De historische ontwikkeling van de Hanzestad Hasselt heeft geleid tot een aantal zelfstandige ruimtelijke gebieden met elk een stadsrand. Het stadshart, rivier en dijken, omliggend landschap, 20e-eeuwse woongebieden, recreatie en bedrijven vormen nu niet één ruimtelijk geheel met daaromheen één stadsrand, maar vormen een vlechtwerk van gebieden en randen die het historische centrum aan het zicht onttrekt. De opgave is om de barrièrewerking van de stadsranden en infrastructuur te veranderen in verbindingen, waardoor de verschillende gebieden elkaar weer meer betekenis en belevingswaarde kunnen geven. Hiertoe is de Stadsrandvisie Hasselt opgesteld. Deze visie is door de raad vastgesteld op 7 juli 2016. De Stadsrandvisie zal dienen als inspiratiebron en leidraad bij nieuwe ontwikkelingen en bij beheer van groen en gebouwen in de stadsranden. Als een particulier of een ondernemer of de gemeente een plan wil maken voor een beeldbepalende locatie in de stadsranden kan hij in de stadsrandvisie informatie en inspiratie vinden. De gemeente zal de stadsrandvisie ook betrekken bij het beoordelen van plannen van derden. Het plangebied is in afbeelding 4.6 met de witte pijl aangeduid.
Afbeelding 4.6: Uitsnede van de Stadsrandvisie Hasselt (Bron: Gemeente Zwartewaterland)
4.3.5.2 Toetsing van het initiatief aan de Stadsrandvisie Hasselt Bij de uitwerking van de plannen is nadrukkelijk rekening gehouden met de stadsrandvisie. De locatie betreft de stedelijke entree van de wijk en van de kern Hasselt. Dit is in het ontwerp verwerkt. De woningen richten zich namelijk naar de Groote Weede en geven daarmee beeld aan de entree. De opgave voor een stedelijke entree valt samen met de zoektocht naar een passend beeld als afronding van dit plandeel van Hasselt Om de Weede. Vanuit de landschappelijke analyse is een duidelijk hoofdgebouw van de achterliggende verkaveling beoogd. Het gekozen concept is geïnspireerd op de bestaande herenboerderijen in de regio.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld De opbouw van de herenboerderij is vertaald op deze locatie. Het voorname en imposante hoofdgebouw, de tweekapper, staat prominent aan de Vaartweg en steekt deels in de landschappelijke strook langs de Vaartweg. Het hoofdgebouw is het gezicht aan het erf en begeleidt de fietsroute. De achterliggende bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume, maar zijn wel onderdeel van de formele opzet en architectuur van het hoofdgebouw. Geconcludeerd wordt dat het initiatief hiermee aansluit op het gestelde in de stadsrandvisie Hasselt. 4.3.6
Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland
4.3.6.1 Algemeen Op 1 december 2016 heeft de raad van de gemeente Zwartewaterland de ‘Welstandsnota Gemeente Zwartewaterland - Slim bekeken’ vastgesteld. In deze welstandsnota worden negen deelgebieden onderscheiden, waarvan de ruimtelijke kwaliteit in grote mate overeenkomt. Dit ruimtelijk kwaliteitsniveau vormt het uitgangspunt voor het welstandsbeleid. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied ‘Buitengebied overig’. 4.3.6.2 Deelgebied ‘Naoorlogse wijken’ Het plangebied valt binnen het deelgebied ‘Naoorlogse woonwijken’. Voor dit deelgebied geldt het welstandsniveau ‘2’. Dit betreft een regulier welstandsniveau. Hier geldt niveau 2, omdat er sprake is van een gestructureerde stedenbouwkundige opzet met gangbare architectonische basiskwaliteiten. De inhoudelijke richting van de welstandstoets zal zijn gericht op het respecteren en interpreteren van de aanwezige kwaliteit. In afbeelding 4.7 is dit weergegeven. Het plangebied is met de rode ster aangeduid.
Afbeelding 4.7: Uitsnede welstandsnota (Bron: Gemeente Zwartewaterland)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 4.3.6.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Zoals hiervoor beschreven is het gebied gelegen in het buitengebied, waar welstandsniveau 2 geldt. Dit niveau is echter geënt op een gebied zonder bouwmogelijkheden. Voor deze ontwikkeling is een separaat beeldkwaliteitsplan opgesteld, welke gelijktijdig wordt gesteld met het bestemmingsplan. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen word het ontwerp van de woningen door de stadsbouwmeester getoetst aan het beeldkwaliteitsplan. 4.3.7
Groenbeleidsplan ‘Groen leeft en verbindt’
4.3.7.1 Algemeen De gemeente Zwartewaterland heeft in 2019 een groenbeleidsplan vastgesteld. In dit groenbeleidsplan is de visie en het beleid verwoord van de gemeente Zwartewaterland over hoe men om wil gaan met het openbaar groen in de kernen Genemuiden, Hasselt. Zwartsluis en Kamperzeedijk. Het groen is erg belangrijk, groen laat mensen de seizoenen ervaren en heeft een positieve invloed op de kwaliteit van leven. Daarom kiest de gemeente ervoor om het groen te versterken, de belevingswaarde te vergroten en het groen beter te benutten voor mens en dier. Tegelijkertijd zal het bij toekomstige vraagstukken steeds weer nodig zijn om met elkaar een goede balans te vinden tussen enerzijds een prettige groene omgeving en anderzijds belangrijke ruimtelijke of economische ontwikkelingen. De heldere visie op groen en de bijbehorende ambities zoals vastgelegd in het Groenbeleidsplan zijn hierbij onmisbaar. De groenvisie en het groenbeleid zijn samenvattend aan een aantal opgaven gekoppeld. Tevens is per kern een visie opgesteld. Hierna wordt ingegaan op ten eerste de algemene ambities. Daarna wordt ingegaan op de ambitie voor de kern Hasselt. 4.3.7.2 Opgaven en ambities Zoals gezegd zijn in het groenbeleidsplan een aantal opgaven en ambities opgenomen. Dit betreffen de volgende: Groene raamwerk beschermen en ontwikkelen; • • • • •
De groenstructuur in de kernen uitbouwen tot een stevig groen raamwerk dat verbindingen legt met de grote groenzones, de parken, het water en het buitengebied. Behouden en versterken van het unieke karakter van de groene parels. Zorgen voor meer groen in en rond de centra, de groenarme (delen van) wijken en bedrijventerreinen. Het verhogen van de inrichtingskwaliteit in relatie tot de beheerdoelstellingen en het vergroten van de klimaatbestendigheid vragen daarbij extra aandacht. Zichtbaar, beleefbaar en (deels) toegankelijk maken van het omringende landschap en natuurgebieden vanuit de kernen.
Cultuurhistorie zichtbaar maken; • • •
Herstellen, versterken en koesteren van cultuurhistorisch waardevol groen (historisch stadspark, landschappelijk groen rondom kolken, molenbiotoop, monumentale bomen). Historische dijken- en wegenpatroon (weer) herkenbaar maken en voorzien van begeleidende beplanting of groene accenten waar dit passend is. Versterken en herinrichten van een samenhangende groene gordel rondom de oude binnensteden van Hasselt en Genemuiden.
Biodiversiteit en klimaat adaptief handelen vergroten; •
Vergroten van biodiversiteit en ecologische waarden van het openbaar groen in de kernen. Dit betekent meer diversiteit in soorten en in de gelaagdheid van het groen (afwisseling van gras, ruigte, struiken, bomen), gebiedsgewijs omschakelen naar natuurlijk beheer en het treffen van specifieke faunavoorzieningen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld • • •
Verbeteren van de groene uitstraling van bedrijventerreinen gericht op het creëren van een prettige werkomgeving en het leveren van een bijdrage aan biodiversiteit en klimaatadaptie. Stimuleren van vergroening en verhogen biodiversiteit van particuliere tuinen en erven. Bij groene inrichtingsplannen expliciet de bijdrage aan klimaatadaptatie meenemen bij de invulling (soort- keuze, schaduwwerking, mogelijkheid voor waterberging en –infiltratie).
Belevingswaarde van groen vergroten; • •
Variatie in groenvormen (hagen, solitaire struiken, bosplantsoen, bollen, éénjarigen, vaste planten, grassen) en sortiment vergroten. Uitbreiden en stimuleren van beweegmogelijkheden in het groen in de woonwijken en op de bedrijventerreinen. Hierbij prioriteit geven aan wandel- en fietsroutes door de woonwijken en de aanleg van natuurlijke speelplekken. Dit kan door het combineren van het groene raamwerk met water, recreatieve voorzieningen als ontmoetingspunten (met bankjes), welzijns-ommetjes en beweegroutes.
Betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij groen vergroten. •
•
Inwoners, verenigingen en bedrijven ruimte geven om te participeren in het groen; dit laten variëren van ideevorming, inbreng leveren bij (groen)plannen tot het bijdragen aan de uitvoering en het reguliere onderhoud. Stimuleren en faciliteren van vergroeningsprojecten van particuliere tuinen, schoolpleinen en bedrijventerreinen.
4.3.7.3 Groenvisie voor de kern Hasselt Hasselt vormt als voormalige Hanzestad, met zijn nog grotendeels intact zijnde historische binnenstad met omringende verdedigingswerken, de meest historische kern van de gemeente. De groenstructuur van Hasselt wordt gedragen door een aantal lange groene lijnen: groene uiterwaarden en oevers van de rivier het Zwarte Water, groenzones en bomenrijen langs de hoofdwegen (Werkerlaan/Zwartsluizerweg, Vaartweg, Dr. H.A.W. van der Vechtlaan), de groene dijken (Stenendijk, Zwolsedijk, Sluizerdijk) en de robuuste groene zones in de wijken Nadorst en Om de Weede. Karakteristieke elementen binnen de groenstructuur worden gevormd door de verschillende onderdelen van de groene gordel rondom de binnenstad met het Van Stolkspark, de cultuurhistorisch waardevolle leilindes langs de ‘grachtengordel’ (Heerengracht en omgeving) en de landschappelijk-ecologische zone van het riviertje de Weede (in ontwikkeling). De in het groen ingebedde zichtlijnen vanuit de wijde omgeving naar de historische Stephanuskerk en molen de Zwaluw, evenals de markante uitzichten over de rivier en uiterwaarden zijn tot slot van bijzonder visueel-ruimtelijke betekenis en in hoge mate bepalend voor de identiteit van Hasselt. Voor de kern Hasselt zijn een viertal ambities opgenomen: • • • •
In oude glorie herstellen van het Stolkspark; Versterking groene karakter Zwolsedijk; Groene gordel om de historische binnenstad; Realiseren groene uitloopgebieden.
In afbeelding 4.8 is een uitsnede van de groenvisiekaart voor de kern Hasselt opgenomen. Het plangebied is met een rode omlijning aangeduid. Zoals blijkt uit deze visiekaart ligt het plangebied aansluitend aan de te koesteren en versterken groenstructuur. Daarnaast geldt nabij het plangebied de aanduiding ‘natuurlijklandschappelijk karakter koesteren versterken of ontwikkelen’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld
Afbeelding 4.8: Uitsnede groenvisie Hasselt (Bron: Gemeente Zwartewaterland)
4.3.7.4 Toetsing van het initiatief aan het Groenbeleidsplan ‘Groen leeft en verbindt’ In dit geval is er geen specifieke ambitie gesteld aan de ontwikkeling van het plangebied. Wel wordt het plangebied groen ingericht, zodat er een passende overgang ontstaat tussen stad en landelijk gebied. Zo worden er grondwallen aangelegd, die worden ingezaaid met gras. Ook worden er plantvakken en een aantal bomen aangelegd en aangeplant. Hiermee wordt aangesloten bij de ambitie om groen raamwerk te ontwikkelen en beheren en de belevingswaarde van het groen te vergroten. De groene inrichting bestaat uit een groene zoom aan alle zijden van het plangebied. In de schets in afbeelding 3.2 en in onderstaande afbeelding 4.9 is dit weergegeven. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het groenbeleidsplan.
Afbeelding 4.9: Impressie van de gewenste groene invulling (Bron: MAAN)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 4.3.9
Stedenbouwkundige randvoorwaarden
4.3.9.1 Algemeen De gemeente Zwartewaterland heeft een stedenbouwkundig randvoorwaardendocument opgesteld om een goede stedenbouwkundige inpassing van het plan te waarborgen. Het volledige document is als bijlage 1 bij het plan opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste uitgangspunten samengevat ingegaan. De Dedemsvaartlocatie is onderdeel van de wijk Hasselt Om de Weede en maakt deel uit van de gerealiseerde en deels nog in aanbouw zijnde plandelen van fase 1a. De Raad heeft 25 januari 2018 de vervolgstappen voor Hasselt Om de Weede vastgesteld. De Dedemsvaartlocatie wordt hierin als ‘stedelijke entree’ van Hasselt Om de Weede genoemd, samen met de inmiddels in ontwikkeling zijnde ‘landelijke entree’ bij het kruispunt Ter Wee/Vaartweg. Samen met de landelijke entree is de Dedemsvaartlocatie bepalend voor een herkenbare en kwalitatieve entree van Hasselt langs de Vaartweg. Ook geven ze vorm aan de overgang naar het landelijk gebied. Aangezien het gebied is gesitueerd aan een ontsluitingsweg, de Vaartweg, moet rekening gehouden worden met hogere geluidswaarden, die invloed hebben op de woningen en het stedenbouwkundig plan. De Dedemsvaartlocatie is niet alleen de stedelijke entree langs de Vaartweg, maar markeert ook de entree van de wijk.
In tegenstelling tot de woonbuurten richten de woningen zich hier naar de Grote Weede en geven daarmee beeld aan de entree van Hasselt en de wijk. Dit biedt naast ruimtelijke kwaliteit ook de kans om een passend woonklimaat te realiseren als antwoord op de aanwezige hogere geluidsbelasting. De woningen begeleiden daarnaast de doorgaande fietsroute in de groene strook parallel aan de Vaartweg. Continueren van het bestaande netwerk van fiets- en voetpaden is een belangrijk uitgangspunt voor de planvorming. In afbeelding 4.10 is een schets van de entree weergegeven.
Afbeelding 4.10: Schets van de entree van de locatie (Bron: MAAN)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 4.3.9.2 Stedenbouwkundige inpassing en groen De opgave voor een stedelijke entree valt samen met de zoektocht naar een passend beeld als afronding van dit plandeel van Hasselt Om de Weede. Vanuit de landschappelijke analyse is een duidelijk hoofdgebouw van de achterliggende verkaveling beoogd. Het gekozen concept is geïnspireerd op de bestaande herenboerderijen in de regio. Herenboerderijen kenmerken zich door een statige en formele uitstraling van de woning/het voorhuis en zijn vaak gelegen op terpen met imposante voortuinen. Juist deze kenmerken bieden de mogelijkheid invulling te geven aan het gewenste ruimtelijk beeld als stedelijke entree en tegelijkertijd op een ontspannen wijze het open landschap langs de Dedemsvaart te continueren. De bebouwingstypologie is eigen aan het landschap en door de verkaveling te verdraaien in de verkavelingsrichting van het aangrenzende plandeel ontstaat ook een duidelijk herkenbare markering van de wijk Om de Weede. De opbouw van de herenboerderij is vertaald op deze locatie. Het voorname en imposante hoofdgebouw staat prominent aan de Vaartweg en steekt deels in de landschappelijke strook langs de Vaartweg. Het hoofdgebouw is het gezicht aan het erf en begeleidt de fietsroute.
De achterliggende bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume, maar zijn wel onderdeel van de formele opzet en architectuur van het hoofdgebouw. De terp met een zorgvuldig aangelegd voorerf versterkt de karakteristiek van de herenboerderij. Dit is aanleiding voor een samenhangende landschappelijke inrichting van een geluidswal met beperkte hoogte en de kwalitatieve openbare ruimte langs de Vaartweg. Door de beperkte hoogte van deze met gras begroeide wal blijft het hoofgebouw als ‘stedelijke entree’ zichtbaar. De wal is landschappelijk onderdeel van het erf zoals de grastaluds van de terp bij een herenboerderij. 4.3.9.3 Randvoorwaarden De voorbeeldverkaveling is uitgewerkt tot stedenbouwkundige randvoorwaarden voor het plangebied als leidraad en inspiratie voor de verdere ontwikkeling. De randvoorwaardenkaart geeft inzicht in: • • • • • •
de gewenste ruimtelijke samenhang en aansluiting op de omgeving; de verkeersontsluiting en de parkeeroplossing; inpassing van de hoofdfietsroute langs de Vaartweg; de bebouwingsmogelijkheden, waarbij uitspraak wordt gedaan over bouwhoogte, woningtypologie, oriëntatie, accenten, overgangen privé-openbaar en bouwmassa; richtinggevende beeldkwaliteit (kapvorm); inpassing en aansluiting op de omliggende openbare ruimte.
De stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn onderdeel van de uitvraag aan de ontwikkelaars. De randvoorwaarden ondersteunen de gewenste uitstaling van een historische herenboerderij. Belangrijke randvoorwaarden zijn: • • •
Het voorerf is zorgvuldig ontworpen in aansluiting op het omliggende landschap. Eén hoofdvolume springt in het oog door hoogte en detaillering. De andere volumes zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume door een eenvoudigere maar bijpassende vormgeving;
4.3.10 Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de gemeentelijke uitgangspunten, zoals verwoord in de hiervoor behandelde gemeentelijke beleidsdocumenten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is er sprake van het toevoegen van geluidsgevoelige objecten, namelijk de woningen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In het plangebied worden geluidsgevoelige (de woningen) functies gerealiseerd. Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van het wegverkeer van de Vaartweg en de Grote Weede. In dit geval is door Alcedo een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige rapport is in bijlage 2 opgenomen. De resultaten worden hierna weergegeven. Vaartweg (N377) Uit de berekeningen blijkt dat de optredende geluidsbelastingen inclusief correctie conform artikel 110g Wgh voor de woningen gelegen in blok 5 maximaal 47 dB bedragen. Hiermee wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van 48 dB. De optredende geluidsbelastingen voor de woningen in blok 1 en 3 bedragen maximaal 57 dB. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. De maximaal toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voor de nieuwe woonbestemmingen niet overschreden. De Grote Weede De optredende geluidsbelasting inclusief correctie conform artikel 110g Wgh bedraagt maximaal 49 dB, en treedt op bij woning Blok1 W1. Bij de overige woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Geadviseerd wordt om burgemeester en wethouders te verzoeken een hogere grenswaarde vanwege de Vaartweg N377 vast te stellen, en wel voor de nieuwe woonbestemming op: • • • • •
blok 1, W1: 53 dB, blok 1, W2: 54 dB, blok 1, W3: 55 dB, blok 1, W4: 56 dB, blok 1, W5: 57 dB,
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld • •
blok 3, W7: 57 dB, blok 3, W8: 55 dB.
In afbeelding 5.1 zijn de blokken met de daarbij behorende waarden weergegeven.
Afbeelding 5.1: Uitsnede resultaten akoestisch onderzoek (Bron: Alcedo)
Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt ten hoogste (exclusief aftrek 110g Wgh) voor de nieuwe woonbestemmingen maximaal 61 dB. De gecumuleerde geluidsbelasting is lager dan de maximale hogere waarde van 63 dB voor een gezoneerde weg en daarmee niet onaanvaardbaar hoog. Voorwaarde voor het verlenen van een hogere waarde is dat de geluidwering van de gevel van de woning onderzocht dient te worden. Ten behoeve van de bepaling van de geluidswering van de gevel dient te worden gerekend met de cumulatieve geluidsbelasting. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In voorliggend geval is het aspect railverkeerslawaai niet van belang, aangezien er geen spoorweg in de directe omgeving aanwezig is. 5.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wgh, aanwezig. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek industrielawaai is daarom niet noodzakelijk. Wat betreft de invloed van individuele bedrijvigheid op het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 5.1.3
Conclusie
Met inachtneming van de voorgestelde maatregelen, vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.2
Bodem
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2
Situatie plangebied
5.2.2.1 Verkennend bodemonderzoek In voorliggend geval is door Mateboer Milieutechniek B.V. in het kader van de ontwikkeling van het woongebied Om de Weede fase 1B Zuid een verkennend en nader bodemonderzoek inclusief asbest in puin (plaatselijk) uitgevoerd. Onderhavig plangebied is in dit onderzoek meegenomen. Het plangebied is in dit onderzoek aangeduid als deelgebied A. Hierna wordt nader op deze belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. • •
•
In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond; In de ondergrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Dit betreft een licht verhoogd gehalte aan barium. Het licht verhoogde gehalte aan barium betreft vermoedelijk een van nature verhoogde achtergrondwaarde. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Dit betreft vermoedelijk een van nature verhoogde achtergrondwaarde.
De kwaliteit van de grond en het grondwater ter plaatse van deellocatie A is met het uitgevoerde bodemonderzoek voldoende vastgesteld. Op grond van onderliggend onderzoek zijn er, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. In de onderzochte monsters van de puinverharding is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 5.3.3
Conclusie
Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszones en plasbrandaandachtsgebieden). Het transporteren van gevaarlijke stoffen per buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart Overijssel staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven.
Afbeelding 5.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)
Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: •
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld • • •
zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; wel is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Vaartweg In de nabijheid ten zuiden van het plan ligt een door de gemeenteraad aangewezen route gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij om de Vaartweg N377 tussen de snelweg (A28) en Hasselt. Conform artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient een berekening en verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Verantwoording groepsrisico Het gaat om een weg die is gelegen binnen de bebouwde kom. Het vervoer van gevaarlijke stoffen zal in dit geval vooral bestaan uit het vervoer van gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) ten behoeve van de bevoorrading van de aan de weg gelegen tankstations (GF 3: brandbaar gas, is in dit geval de groepsrisicobepalende stof). Het gaat ter plaatse van het plangebied om een weg met eenzijdige bebouwing (enkel aan de noordzijde). Het gebied heeft een omgevingsadressendichtheid van circa 31 personen per hectare (Bron: CBS). De drempelwaarden voor overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde voor het betreffende wegtype bedraagt in dit geval 9.170 transportbewegingen per jaar1. Het gaat in dit geval om een weg die met name wordt gebruikt door bestemmingsverkeer. De vervoersbewegingen bestaan in dit geval uit de bevoorrading van de aan deze weg gelegen tankstations. Redelijkerwijs kan niet worden verwacht dat dit aantal vervoersbewegingen wordt overschreden. De 10% grens zal dan ook niet worden overschreden.
Het aantal transporten gevaarlijke stoffen zal beperkt blijven aangezien het alleen bestemmingsverkeer betreft. Hierdoor is een plaatsgebonden risicocontour langs de Vaartweg niet te verwachten. BLEVE (Boling Liquid Expanding Vapour Explosion) Op de Vaartweg kan een incident ontstaan waarbij een tankwagen met LPG betrokken is. Hierbij kan brand ontstaan waardoor de temperatuur en de druk in de tank oploopt. De tank bezwijkt hierbij waarbij LPG vrijkomt en ontsteekt. De kans op een dergelijk incident is klein. In het plan wordt hier rekening mee gehouden. Zo wordt het geplande woongebied achter een (te realiseren) grondwal, welke een beschermende buffer vormt, gebouwd. Ook is in het kader van akoestiek ten tijde van de bestemmingsplanprocedure voor de ontwikkeling van het woongebied ‘Om de Weede fase 1B Zuid’ de toegestane snelheid ter plaatse van het plangebied verlaagd. Hierdoor is tevens de kans op een BLEVE verkleind. Daarnaast wordt er voorzien in een veilige en overzichtelijke ontsluiting van het nieuwe woongebied, waardoor de kans op ongelukken gering is. Tevens is de Vaartweg vanuit tweezijdige richting toegankelijk en bereikbaar, waardoor de brandweer snel ter plaatse kan zijn. Personen kunnen daarnaast in verschillende richtingen het plangebied ontvluchten.
Tot slot zullen toekomstige bewoners van het woongebied worden geïnformeerd over de transportroute over de Vaartweg. De Vaartweg is tot slot aangemerkt als risicovolle weg in het kader van verkeersaspecten. Dit houdt in dat op deze weg veel slachtoffers kunnen vallen bij een kettingbotsing, waarbij veel voertuigen betrokken kunnen zijn. Het vorenstaande heeft geen gevolgen op de veiligheidssituatie binnen het plangebied. 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
1
RIVM, Handleiding Risicoberekeningen Bevt - Bijlage, versie 1.2, 11 januari 2017
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), worden aangemerkt als ‘gemend gebied’. Bij ‘gemengde gebieden’ moet gedacht worden aan: • • • •
stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid.
De richtafstanden uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het plangebied ligt in een stadsrandgebied, waar geen sprake is van sterke menging van functies. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie ‘wonen’ betreft geen milieubelastende functie. Er is dan ook geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe woningen hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In de nabije omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen aanwezig. De dichtstbijzijnde milieubelastende functies betreffen een agrarisch bedrijf (Doctor H.A.W. van der Vechtlaan 112) en een maatschappelijke bestemming (van Haersoltelaan 7). De maatschappelijke bestemming betreft een functie in maximaal milieucategorie 2, waarvoor een richtafstand van 30 meter geldt. De functie ligt op circa 70 meter afstand en vormt daarmee geen belemmering. Ook wordt de functie niet in haar bedrijfsvoering beperkt. Het agrarisch bedrijf betreft een grondgebonden veehouderij. Voor grondgebonden agrarische bedrijven (in dit geval ‘fokken en houden van rundvee’) geldt op basis van de VNG-publicatie veelal een grootste richtafstand voor het aspect geur.
Wat betreft het aspect 'geur' is de Wet geurhinder en veehouderij van toepassing. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan. Wordt op basis van de VNG-publicatie het aspect geur buiten beschouwing gelaten, geldt een grootste richtafstand van 30 meter voor de aspecten stof en geluid. Het bedrijf ligt op een afstand van ruim 300 meter van het plangebied. Aan deze afstand wordt dan ook ruimschoots voldaan. Omgekeerd wordt het agrarische bedrijf niet verder beperkt in de bedrijfsvoering, aangezien de afstand wordt gehaald én er reeds woningen op een kortere afstand gelegen zijn en hiermee maatgevend zijn voor een eventuele uitbreiding.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 5.5.4
Conclusie milieuzonering
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.
5.6
Geur
5.6.1
Algemeen
5.6.1.1 Wet geurhinder en veehouderij en Activiteitenbesluit De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningsplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven is het beoordelingskader voor geurhinder opgenomen in het Activiteitenbesluit. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odour units per kubieke meter lucht. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •
ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.
Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2
Situatie plangebied
Het plangebied is gelegen binnen een woonwijk, waardoor bij grondgebonden veehouderijen een vaste afstand van 100 meter moet worden aangehouden. De dichtstbijzijnde veehouderij, een melkveebedrijf (Doctor H.A.W. van der Vechtlaan 112), is gelegen op ten minste 300 meter van het plangebied. Hiermee wordt voldaan aan de vaste afstand. Omgekeerd levert de ontwikkeling geen beperking van de bedrijfsvoering op, omdat woningen van derden op kortere afstand zijn gelegen en hiermee maatgevend zijn bij een eventuele uitbreiding van het agrarisch bedrijf. 5.6.4
Conclusie
Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.
5.7
Ecologie
5.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.2
Gebiedsbescherming
5.7.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht en is gelegen op een afstand van circa 700 meter. Daarnaast ligt het Natura 2000-gebied Olde Maten & Veerslootlanden op circa 1,3 kilometer (afbeelding 5.3). In dit geval is door BJZ.nu een stikstofberekening met behulp van de Aeriuscalculator uitgevoerd om zo de stikstofdepositie ten opzichte van de Natura 2000-gebieden in beeld te brengen. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 4. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.
Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.2.2 Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die zijn aangemerkt als NNN zijn gelegen op circa 700 meter (afbeelding 5.3). Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten de NNN en de aard en omvang van voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld
Afbeelding 5.3: Ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (Bron: Provincie Overijssel)
5.7.3
Soortenbescherming
5.7.3.1 Algemeen Wat betreft de soortbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. 5.7.3.2 Situatie plangebied Door Ecogroen is een ecologisch onderzoek voor de locatie uitgevoerd, waarin ook onderhavig plangebied is meegenomen. In dit onderzoek is getoetst aan de soortenbescherming. De belangrijkste conclusies zijn hierna opgenomen. Het complete rapport is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting: Soortenbescherming • Gedurende de broedtijd kunnen enkele algemene vogels broedend aanwezig zijn in en in de directe omgeving van het plangebied. • In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen of onmisbaar leefgebied van amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden en groeiplaatsen van flora aangetroffen of te verwachten, met uitzondering van enkele beschermde soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Overijssel. Advies • Het advies is om de werkzaamheden waar mogelijk buiten het broedseizoen te starten. Voor de meeste soorten kan de periode tussen 1 maart en 15 juli worden aangehouden als broedseizoen.
Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half december worden opgestart, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld •
5.7.4
Er zijn bovenwettelijke maatregelen denkbaar die met een geringe inspanning voor een wezenlijke meerwaarde kunnen zorgen voor beschermde soorten. Te denken valt aan het creëren van ruimtes in de nieuwbouw waar vleermuizen en vogels gebruikt van kunnen maken. Conclusie
Met inachtneming van vorenstaande vormt het aspect ecologie geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Een nader ecologisch onderzoek is niet noodzakelijk.
5.8
Archeologie & Cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
5.8.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Situatie plangebied In 2006 heeft team Monarch in opdracht van de gemeente Zwartewaterland ter plaatse van het plangebied een inventariserend veldonderzoek (IVO) uitgevoerd. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 6 bij deze toelichting. Het hoofddoel van het onderzoek was om de zandhoogtes en rivierduinen in het gebied nauwkeurig in beeld te brengen. Op deze plaatsen bestaat namelijk de grootste kans op de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen.