CConstaterende datZwartewaterland
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Bijlage 1 - Toelichting bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt

Raadsvergadering 18 februari 2021, gemeente ZwartewaterlandBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt21.732 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

a

Bestemmingsplan

Dedemsvaartlocatie Hasselt

December 2020

Vastgesteld

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

BESTEMMINGSPLAN DEDEMSVAARTLOCATIE HASSELT

Plannaam: IMRO-code: Plantype: Datum: Status:

Dedemsvaartlocatie Hasselt NL.IMRO.1896.BP0071-VS01 Bestemmingsplan December 2020 Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................. 5 1.1. 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING .............................................................................................................................................5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED .....................................................................................................................5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ...........................................................................................................5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ....................................................................................................................6 LEESWIJZER ..............................................................................................................................................6

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE EN ONTWIKKELINGEN ............................................. 8 2.1 2.2

HASSELT ..................................................................................................................................................8 BESCHRIJVING PLANGEBIED ..........................................................................................................................8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING .................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

ALGEMEEN .............................................................................................................................................10 INITIATIEF ...............................................................................................................................................11 VERKEER EN PARKEREN .............................................................................................................................12

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER .......................................................................... 15 4.1 4.2 4.3

RIJKSBELEID ............................................................................................................................................15 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................17 GEMEENTELIJK BELEID...............................................................................................................................25

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 37 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9

GELUID ..................................................................................................................................................37 BODEM..................................................................................................................................................39 LUCHTKWALITEIT .....................................................................................................................................39 EXTERNE VEILIGHEID .................................................................................................................................40 MILIEUZONERING ....................................................................................................................................43 GEUR ....................................................................................................................................................45 ECOLOGIE...............................................................................................................................................45 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ............................................................................................................48 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ............................................................................................................49

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN....................................................................... 51 6.1 6.2

VIGEREND BELEID.....................................................................................................................................51 WATERTOETS ..........................................................................................................................................52

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING ............................. 55 7.1 7.2 7.3

INLEIDING...............................................................................................................................................55 OPZET VAN DE REGELS ..............................................................................................................................55 VERANTWOORDING VAN DE REGELS.............................................................................................................56

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................. 59 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN REACTIES ........................................... 60 9.1 9.2

VOOROVERLEG EN INSPRAAK ......................................................................................................................60 REACTIES................................................................................................................................................60

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .............................................................................. 61 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN .......................................................................................62 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEER ................................................................................................63 VERKENNEND BODEMONDERZOEK .......................................................................................................64 STIKSTOFBEREKENING .......................................................................................................................65 QUICKSCAN ECOLOGIE ......................................................................................................................66 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK.............................................................................................................67

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld BIJLAGE 7

WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN..........................................................................................................68

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1.

INLEIDING

Aanleiding

In het noordoosten van de kern Hasselt is de nieuwbouwwijk ‘Om de Weede’ in ontwikkeling. Het gebied is opgedeeld in verschillende fases. Fase 1A en 1B Zuid zijn inmiddels in ontwikkeling. Onderhavig plangebied betreft de Dedemsvaartlocatie. Deze locatie maakt deel uit van de gerealiseerde en deels nog in aanbouw zijnde fase 1A. Het betreft het laatste deel van fase 1A die nog tot ontwikkeling moet worden gebracht. Het initiatief op deze locatie gaat uit van de realisatie van 12 grondgebonden woningen. Op basis van het geldende bestemmingsplan hebben de gronden echter nog een agrarische bestemming. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van deze bestemming. Daarom dient een bestemmingsplanherziening doorlopen te worden. In voorliggend bestemmingsplan zal worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkelingen in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord zijn.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in het noordoosten va de kern Hasselt. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in Hasselt en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Dedemsvaartlocatie Hasselt” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1896.BP00671-VS01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld grondslag liggende gedachten, maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Buitengebied Hasselt 1999”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 25 mei 1999 door de gemeenteraad van de inmiddels opgeheven gemeente Hasselt. Hierna is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief aangegeven met de rode cirkel.

Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan “Buitengebied Hasselt” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen en strijdigheid

De gronden binnen het plangebied hebben de bestemming ‘Agrarisch gebied’ met daarbij de aanduiding ‘nieuwvestiging niet toegestaan’. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming ontbreken de bouw- en gebruiksregels voor de gewenste ontwikkeling. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook vereist. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Zwartewaterland beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 6 wordt in gegaan op het aspect water. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op vooroverleg en de inspraak.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE EN ONTWIKKELINGEN

Hasselt

Het stadje Hasselt ligt aan het Zwarte Water, nabij de monding van de Overijsselse Vecht. Het Zwarte Water had vroeger een open verbinding met de Zuiderzee. De eerste inwoners vestigden zich op de hoger gelegen zandruggen aan de rivierzijde. De oudste gedeelten van Hasselt zijn nog duidelijk herkenbaar, vanwege hun hogere ligging. Door de ligging aan een knooppunt van land- en waterwegen (o.a. de Dedemsvaart) werd Hasselt een belangrijk handelscentrum. Opgravingen hebben uitgewezen dat in een deel van Hasselt al rond 1000 voor Christus mensen aanwezig waren. Met het toenemen van de mobiliteit over de weg, het groter worden van schepen en het toenemende verbruik van steenkolen en later olie en gas verloor de Dedemsvaart en daarmee Hasselt haar economische betekenis. Het kanaal in Hasselt is nog aanwezig. Het veenpakket in het noordoosten van Overijssel is verdwenen en voor de afvoer van overtollig water zijn andere oplossingen gevonden. Het succes van het kanaal werd tevens zijn ondergang. Langs het kanaal ontstond in het verleden bewoning en er kwam industrie en dat vereiste in de loop der jaren goede verbindingen over de weg. Die kwamen er, maar wel ten koste van het kanaal. Vanaf de jaren 60 van de 19e eeuw heeft zich in Hasselt een industrie ontwikkeld die haar speerpunten heeft in de (woning)bouw, wegenbouw en vloerbekleding.

Ook zijn in deze plaats enkele bedrijven gevestigd die een logistieke functie hebben of daaraan gerelateerd zijn. Door haar rijke verleden en de aanwezigheid van vele oude gebouwen die daaraan herinneren is er in Hasselt met het toenemen van de welvaart vanaf de jaren 70 een nieuwe bedrijfstak ontstaan: het toerisme. In afbeelding 2.1 zijn historische kaarten van Hasselt opgenomen, waarop de ontwikkeling goed zichtbaar is.

Afbeelding 2.1: Historische ontwikkeling van Hasselt, kaarten uit 1850, 1920, 1970 en 2015 (Bron: www.topotijdreis.nl)

2.2

Beschrijving plangebied

2.2.1

Omgeving plangebied

Het plangebied ligt langs de Vaartweg en de Dedemsvaart. De Vaartweg en het kanaal de Dedemsvaart vormen de verbinding tussen het rechtlijnige laagveenlandschap, het krekenlandschap en Hasselt. Enkele erven en andere bebouwing in de groene berm langs de Vaartweg zijn op deze lijn gericht. Deze strook zet zich door langs de noordelijke uitbreidingswijken van Hasselt. Iets ten zuiden van het punt waar de Dedemsvaart en de Vaartweg scheiden, ligt het centrum van Hasselt. Vanaf de A28 is de eerste ontmoeting met Hasselt de wijk Om de Weede, waar ook het plangebied onderdeel van is. De stedenbouwkundige opzet van Om de Weede is gebaseerd op de kwaliteiten van de oorspronkelijke landschappelijke krekenstructuur. De wadi’s zijn de drager in de ruimtelijke opzet van de diverse woonvelden. De wijk heeft één hoofdontsluiting, de Grote Weede, die vanaf de rotonde aan de Vaartweg als het ware dwars door de landschappelijke structuur snijdt. De ruimtelijke opzet van de wijk toont zich langs de Grote Weede door een grote diversiteit aan zijgevels, erfafscheidingen gecombineerd met wadi’s en soms zelfs achterkanten. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 2.2.2

Plangebied

De Dedemsvaartlocatie is onderdeel van de wijk Hasselt Om de Weede en maakt deel uit van de gerealiseerde en deels nog in aanbouw zijnde plandelen van fase 1a. De Raad van de gemeente Zwartewaterland heeft 25 januari 2018 de vervolgstappen voor Hasselt Om de Weede vastgesteld. De Dedemsvaartlocatie wordt hierin als ‘stedelijke entree’ van Hasselt Om de Weede genoemd, samen met de inmiddels in ontwikkeling zijnde ‘landelijke entree’ bij het kruispunt Ter Wee/Vaartweg. Samen met de landelijke entree is de Dedemsvaartlocatie bepalend voor een herkenbare en kwalitatieve entree van Hasselt langs de Vaartweg. Tevens geven ze vorm aan de overgang naar het landelijk gebied. Momenteel betreft het plangebied een braakliggend, onbegroeid perceel. Het plangebied wordt begrensd door de Vaartweg en de Dedemsvaart ten zuiden, de Groote Weede aan het oosten en woonwijken van de wijk ‘Om de Weede’ aan de overige zijden. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het plangebied opgenomen. In afbeelding 2.3 is een straatweergave opgenomen.

Afbeelding 2.2: Luchtfoto plangebied (Bron: Provincie Overijssel)

Afbeelding 2.3: Straatbeeld huidige situatie (Bron: Google streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Algemeen

Aan de noordoostzijde van de kern Hasselt ligt een gebied dat de komende jaren verder wordt ingericht als woonwijk, genaamd ‘’Om de Weede”. De keuze voor de locatie vindt zijn grondslag in de structuurvisie “Zicht op Zwartewaterland”. Daarin is op basis van een afweging van verschillende aspecten gekozen voor de ontwikkeling van woningbouw aan deze rand van Hasselt. De stedenbouwkundige uitwerking en landschappelijke inpassing is gebaseerd op de ligging van het gebied in de delta van de rivieren IJssel en Zwarte Water. In de Nota van Uitgangspunten (2006) zijn de randvoorwaarden en uitgangspunten voor deze uitwerking vastgelegd. Op basis van deze nota is vervolgens een Masterplan opgesteld, waarin rekening houdend met tal van relevante aspecten - de basis is gelegd voor het stedenbouwkundig plan. De eerste fase (fase 1A), bestaande uit circa 230 woningen, is grotendeels afgerond. De volgende te ontwikkelen fase betreft fase 1B. Fase 1B bestaat uit drie fases bestaat, te weten Zuid, Midden en Noord. Fase 1 B zuid is al in ontwikkeling. Onderhavig plangebied is het laatste deel van fase 1A die nog tot ontwikkeling moet worden gebracht. In afbeelding 3.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de andere fasen weergegeven.

Afbeelding 3.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende woongebieden (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

3.2

Initiatief

Het initiatief gaat uit van het realiseren van 12 grondgebonden woningen. De woningen worden in een soort van U-vorm gerealiseerd, waarbij de achtertuinen naar binnen zijn gericht. De woningen worden afgedekt met een kap. De locatie is de stedelijke entree van de wijk en van de kern Hasselt. Dit is in het ontwerp verwerkt. De woningen richten zich namelijk naar de Groote Weede en geven daarmee beeld aan de entree. Dit biedt naast ruimtelijke kwaliteit ook de kans om een passend woonklimaat te realiseren, wat noodzakelijk is vanwege de geluidbelasting als gevolg van de Vaartweg en de Grote Weede. De opgave voor een stedelijke entree valt samen met de zoektocht naar een passend beeld als afronding van dit plandeel van Hasselt Om de Weede. Vanuit de landschappelijke analyse is een duidelijk hoofdgebouw van de achterliggende verkaveling beoogd. Het gekozen concept is geïnspireerd op de bestaande herenboerderijen in de regio. Deze boerderijen kenmerken door een statige, formele uitstraling van de woning van de woning/ het voorhuis en zijn vaak gelegen op terpen met imposante voortuinen. De opbouw van de herenboerderij is vertaald op deze locatie. Het voorname en imposante hoofdgebouw staat prominent aan de Vaartweg en steekt deels in de landschappelijke strook langs de Vaartweg. Het hoofdgebouw is het gezicht aan het erf en begeleidt de fietsroute.

De achterliggende bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume, maar zijn wel onderdeel van de formele opzet en architectuur van het hoofdgebouw. Zoals aangegeven is het onderdeel van het stedenbouwkundig plan om een zorgvuldige verwerking van de hogere geluidswaarden van de Vaartweg en de rotonde te realiseren. Vanuit de ruimtelijke betekenis van de plek als stedelijke entree van Hasselt is ervoor gekozen om met beperkte grondwallen het zicht op de stedelijke entree vanaf de Vaartweg te behouden. Door slimme aaneenschakeling van bebouwing en kappen is het voor alle woningen mogelijk minimaal één geluidsluwe zijde te realiseren. Het plan is erop gericht om zo min mogelijk hogere waarden te verlenen. Qua woningtypologie gaat het vijf levensloopbestendige grondgebonden rijwoningen, vijf reguliere grondgebonden rijwoningen en een tweekapper. De prominente tweekapper krijgt een goot- en nokhoogte van respectievelijk 10 en 12 meter en een representatieve gevel als beeldbepalend architectonisch accent. De goot- en nokhoogte van de overige woningen bedraagt respectievelijk 8 en 10 meter. De tweekapper wordt via verbindende bebouwing verbonden met de andere woningen. De woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen ontsluiting die naar de Groote Weede loopt. In afbeelding 3.2 en 3.3 zijn impressies van het plan opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

Afbeelding 3.2: Impressie plan (Bron: MAAN)

Afbeelding 3.3: Impressie gevels (Bron: MAAN)

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (oktober 2012)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. 3.3.2

Situatie plangebied

Algemeen In dit geval is voor wat betreft de gemeente Zwartewaterland uitgegaan van een stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ (Bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het plangebied als uitbreiding van Hasselt kan het worden aangemerkt als stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Parkeren en verkeersgeneratie In het voorliggende geval gaat om de realisatie van 12 woningen, waarbij het specifiek gaat om 10 rijwoningen en 2 twee-onder-één kap woningen. De gemeente Zwartewaterland hanteert voor deze woningtypen een parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning, dit valt voor beide woningtypen binnen de bandbreedte zoals opgenomen in de CROW. In onderstaande tabel wordt de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte als gevolg van dit plan weergegeven. Vervolgens wordt dit toegelicht en getoetst.

Functie

Aantal

Koop, tweeonder-éénkap Koop, tussen/hoek (rijenwoning) Totaal

2

10

Verkeersgeneratie (per woning) 7,8 verkeersbewegingen per woning 7,4 verkeersbewegingen per woning

Parkeerkencijfer (per woning) 2 parkeerplaatsen per woning 2 parkeerplaatsen per woning

Totale verkeersgeneratie 15,6

Totale parkeerbehoefte 4

74

20

89,6

24

Zoals uit voorgaande tabel blijkt, zijn er voor de woningen in totaal 24 parkeerplaatsen nodig. In dit geval worden er in het openbaar gebied 12 parkeerplaatsen aangelegd. Daarnaast worden er nog eens 12 parkeerplaatsen rond de woningen aangelegd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van 24 parkeerplaatsen. De ontwikkeling zorgt voor een verkeersgeneratie van afgerond 90 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In dit geval wordt er een nieuwe ontsluiting aangelegd vanaf de straat ‘Groote Weede’. De ontsluiting eindigt in een lus, zodat auto’s daar kunnen keren door rond te rijden. Tevens komen er in zowel oostelijke en westelijke richting aparte fietsontsluitingen, zodat er sprake is van een gescheiden en veilige verkeersafwikkeling. De verkeersgeneratie wordt afgewikkeld via de Grote Weede richting de Vaartweg. Beide wegen zijn van voldoende capaciteit om deze verkeersgeneratie op een veilige en eenvoudige wijze te kunnen afwikkelen. In afbeelding 3.4 is een overzicht van de parkeersituatie en de verkeersstructuur opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

Afbeelding 3.4: Overzicht van de parkeerbehoefte en de ontsluiting (Bron: MAAN)

3.3.3

Conclusie

Op basis van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeer en parkeren geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover relevant, de rijks-, provinciale- en gemeentelijke beleidsnota's. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor het plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

4.1.2

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Ladder voor duurzame verstedelijking

In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen, met de daarbij behorende infrastructuur met bijbehorend groen en water en het hiertoe bouwrijp maken van gronden’. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.3

Toetsing van het initiatief aan het Rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Hierbij moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden: a) er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; b) indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Wat is een stedelijke ontwikkeling De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid 1, Bro) luidt als volgt: • Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Er is geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. • •

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. Dedemsvaartlocatie Het plan voor het de Dedemsvaartlocatie voorziet in een ontwikkeling van 12 grondgebonden woningen. Hieruit volgt de conclusie dat met dit totaal aantal woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling dient in een behoefte te voorzien Kwantitatief Naast de gemeentelijke woonvisie waarin het gemeentelijke beleid is vastgelegd is er in Overijssel een systeem van regionale woonafspraken. Uitgangspunt is dat iedere gemeente ontwikkelt voor de eigen behoefte, de provincie borgt dit. In het RWP Twente/West-Overijssel zijn afspraken vastgelegd waaraan gemeenten in Twente/West-Overijssel zich moeten houden. De woningvraag en -aanbod voor deze regio’s zijn in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en er zijn afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen.

Over het plan hoeft geen regionale afstemming plaats te vinden, omdat het aantal woningen in het plan minder is dan 25. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

Het plan voorziet in de realisatie van een woongebied met 12 woningen. Er is in de gemeente Zwartewaterland nog ruimte in de verhouding tussen de woningvraag en het planologische aanbod van 344 woningen. De 12 woningen voor de Dedemsvaartlocatie vullen een deel van deze ruimte in. Er resteert naast de Dedemsvaartlocatie een woningbouwopgave van 332 woningen. Het plan is dan ook kwantitatief in overeenstemming met de woonafspraken. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.3.3. Kwalitatief In 2017 heeft de gemeente Zwartewaterland een woonvisie vastgesteld. Voorafgaand aan deze woonvisie is in de gemeente Zwartewaterland een woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. In de woonvisie staat aangegeven dat het toekomstbeeld een gemeente met een onderscheidend woon- en leefklimaat betreft. De woonvisie gaat uit van zes pijlers, die leiden tot een toekomstbeeld. Het betreffen de volgende pijlers: • Sterke positionering in de regio; • Voldoende betaalbare huurwoningen beschikbaar; • Duurzame woningvoorraad en leefomgeving; • Wonen, services en zorg; • Bouwen voor vitale kernen; • Voldoende woningen voor jongeren en stimuleren eigen woningbezit starters. Om een gedifferentieerde en evenwichtige bevolkingsopbouw te behouden is meer differentiatie in de woningvoorraad gewenst, zodat zowel jongeren als ouderen en gezinnen in Zwartewaterland kunnen (blijven) wonen.

De gemeente wil voorkomen dat bepaalde doelgroepen wegtrekken vanwege een gebrek aan passend aanbod in gemeente Zwartewaterland. Met onderhavig plan wordt een bijgedragen aan deze gewenste differentiatie. Een deel van het programma (5 woningen) voorziet in levensloopbestendige woningen. De niet levensloopbestendige rijwoningen zijn uitermate geschikt voor starters. Tot slot zijn de tweekappers geschikt voor doorstromers. Bovendien wordt met dit plan bijgedragen aan de pijlers om te bouwen voor vitale kernen, het realiseren van voldoende woningen voor jongeren/stimuleren eigen woningbezit starters en het realiseren van levensloopbestendige woningen (pijler ‘wonen, services en zorg’). Tot slot zal aangesloten worden bij de pijler om duurzame woningen te realiseren nu de woningen gasloos worden uitgevoerd. Conclusie 1e trede: De voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Wanneer in een behoefte wordt voorzien, dient een ontwikkeling in eerste instantie binnen bestaand stedelijk gebied plaats te vinden (volgens het principe inbreiding vóór uitbreiding). Het plangebied ligt net buiten het gebied dat in de Omgevingsvisie Overijsel is aangeduid als bestaand stedelijk gebied.

In de Structuurvisie Zwartwaterland, ligt de locatie binnen het gebied dat aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied is aangeduid als toekomstig woongebied. De omliggende gebieden worden ook ontwikkeld met woningbouw. De locatie betreft de afrondende fase van Om de Weede 1a. Het kan daarbij gezien worden als inbreidingslocatie. De ontwikkeling voldoet daarmee aan het principe inbreiding vóór uitbreiding. Conclusie 2e trede: De voorgenomen stedelijke ontwikkeling voldoet aan trede 2 van de ladderonderbouwing. 4.1.4

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld 4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. • •

•

4.2.2

Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen, waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. 2. 3.

Of – generieke beleidskeuzes Waar – ontwikkelingsperspectieven Hoe – gebiedskenmerken

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

Of - Generieke beleidskeuzes (normstellend) Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar - Ontwikkelingsperspectieven (richtinggevend) Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld Hoe - Gebiedskenmerken (normstellend, richtinggevend of inspirerend) Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel beschrijft de Catalogus Gebiedskenmerken welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden.

De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of – generieke beleidskeuzes' zijn artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) uit de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Hierna wordt op beide artikelen nader ingegaan. Artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving, wanneer aannemelijk is gemaakt: •

•

dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “groene omgeving” nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip “bestaand bebouwd gebied” nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggende ontwikkeling betreft het realiseren van een woongebied op een inbreidingslocatie. De ontwikkeling betreft de afronding van het woongebied ‘Om de Weede 1a’. Het nieuwe woongebied wordt zodanig vormgegeven dat op een logische wijze aansluiting wordt gevonden bij de bestaande wijk Om de Weede 1A. Tevens wordt stedenbouwkundig gezien een logische overgang tussen deze woonwijk en het landelijk gebied gerealiseerd. Samengevat wordt gesteld dat het initiatief in overeenstemming is met artikel 2.1.3 van de omgevingsverordening.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld Artikel 2.2.2: Realisatie nieuwe woningen (leden 1 en 4) 1.

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw.

4. De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. De van belang zijnde begrippen in het kader van artikel 2.2.2 zijn hierna opgenomen: • •

•

•

•

Nieuwe woningen: te realiseren woningen, waarvoor nog geen omgevingsvergunning is afgegeven Actueel onderzoek woningbouw: door de raad vastgesteld onderzoek waarin de behoefte van de gemeente aan nieuwe woningen is onderbouwd op basis van de regionale behoefte woningbouw, markt- en vastgoedanalyses en andere relevante gegevens. Regionale behoefte woningbouw: door Gedeputeerde Staten vastgestelde provinciale analyse waarin de regionale behoefte aan nog te realiseren woningen is onderbouwd op basis van provinciale behoefteprognoses. Woonafspraken: bestuurlijke afspraken tussen provincie Overijssel en gemeenten over onder meer doelgroepen, wonen en zorg, stedelijke vernieuwing, toekomstbestendigheid bestaande voorraad, programmeren en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en bijbehorende programmeringsdocumenten, zoals voor een aangegeven periode zijn gemaakt. Regio: de gemeenten die onderdeel uitmaken van de samenhangende woningmarkt die bediend wordt met de woningbouwmogelijkheden die een gemeente biedt.

In artikel 2.2.3 lid 1 van de Omgevingsverordening wordt onder actueel onderzoek woningbouw verstaan: onderzoek wat eens in de 2 jaar wordt geactualiseerd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel De gemeente Zwartewaterland heeft haar woonbeleid opgenomen in de Woonvisie Zwartewaterland 2017. Deze woonvisie is opgesteld voor de periode 2017-2025. In paragraaf 4.3.2 wordt hier nader op ingegaan. Kortheidshalve wordt hier naar verwezen. Op deze plaats wordt gesteld dat het plan voldoet aan het gemeentelijke woonbeleid en voorziet in een kwalitatieve en kwantitatieve opgave zoals beschreven in subparagraaf 4.1.3. Het plan is daarnaast tevens in overeenstemming met de afspraken die met de provincie en de regio gemaakt zijn. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met artikel 2.2.2 van de Omgevingverordening van Overijssel. 4.2.4.2 Waar – Ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgevingen en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel het ontwikkelingsperspectief ‘Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)

‘Steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus - Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken’ De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Toetsing van het initiatief aan de ‘Ontwikkelingsperspectieven’ De nieuwbouwwijk Om de Weede sluit aan bij de ambitie om ook de komende jaren voor de kern Hasselt zowel kwantitatief als kwalitatief te voorzien in de lokale woningbehoefte.

De woningbehoefte kan niet worden opgevangen binnen de kern Hasselt, hierdoor is de realisatie van de nieuwbouwwijk noodzakelijk. Het plan maakt onderdeel uit van nieuwbouwwijk Om de Weede, het vormt de afronding van fase 1A. De ontwikkeling vormt tevens een passende entree van de kern Hasselt. In het stedenbouwkundig plan is qua vormgeving aangesloten bij de in de regio voorkomende herenboerderijen. Op deze manier is in een passende afronding van deze fase van Om de Weede voorzien. Van een belemmering van omliggende functies is geen sprake. Voor een nadere onderbouwing hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 5 waar nader wordt ingegaan op diverse milieu- en omgevingsaspecten. Hier wordt gesteld dat de ontwikkeling zowel vanuit ruimtelijk als functioneel oogpunt aanvaardbaar is. 4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In dit geval zijn de ‘natuurlijke laag’ en de ‘laag van het agrarisch

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld cultuurlandschap’ buiten beschouwing gelaten, omdat de locatie op basis van deze lagen niet over bijzondere kenmerken beschikt. 1.

De “Stedelijk laag”

De stedelijke laag is de laag van de steden, dorpen, verspreide bebouwing, wegen, spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen, maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. Het plangebied heeft op basis van de ‘Stedelijke laag’ momenteel geen specifieke kenmerken. De provinciale kaart is echter verouderd, want de locatie maakt inmiddels deel uit van het stedelijk gebied. Het betreft de laatste fase van de uitbreidingswijk ‘Om de Weede 1A’. Het plangebied sluit aan bij het gebiedstype ‘Woonwijken 1955 – nu’, dit is in afbeelding 4.3 weergegeven.

Afbeelding 4.3: Uitsnede van de ‘stedelijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel)

“Woonwijken 1955 – nu” De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp. Toetsing van het initiatief aan de ‘Stedelijke laag’ Het realiseren van het woongebied ter plaatse is zowel vanuit functioneel als stedenbouwkundig oogpunt passend in de omgeving. Het woongebied aansluiten sluit aan op het reeds gerealiseerde deel van Om de Weede fase 1A. Wat betreft de bouwmogelijkheden wordt gesteld dat deze afwijken van omliggend woongebied, omdat deze locatie moet voorzien in een logische afronding van de wijk, een goede entree van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld de kern Hasselt en een passende overgang naar het landelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit op de kenmerken en uitgangspunten van de ‘Stedelijke laag’. 4.

De “Laag van de beleving’’

Met de natuurlijke laag, de laag van het agrarische cultuurlandschap en de stedelijke laag is het spectrum van de ruimtelijke kwaliteit nog niet compleet. De Laag van de beleving is het domein van de belevenis, de betekenis en identiteit. Het voegt kenmerken toe als landgoederen, recreatieparken, recreatieve routes maar benut ook vooral de kwaliteit van de andere drie lagen. Het maakt ze beleefbaar en tot een belevenis. Het belevenisaspect wordt een steeds belangrijker pijler onder het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De ambitie is gericht op sterke ruimtelijke identiteiten als motor voor gebiedsontwikkeling. Het gaat er om beleving, betekenis en kwaliteit van de omgeving te versterken en de beleefbaarheid en toegankelijkheid van het landschap te vergroten. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart de ‘Laag van de beleving’ aangeduid met ‘Donkerte’ en ‘IJssellinie inundatieveld’. In afbeelding 4.4 wordt dit weergegeven.

Afbeelding 4.4: Uitsnede van de ‘laag van beleving’ (Bron: Provincie Overijssel)

“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld ‘’Bakens in de tijd – IJssellinie inundatieveld” Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. Geologische monumenten (bv pingo’s), archeologische monumenten en vindplaatsen, schansen, verdedigingslinies, kapelletjes, religieuze monumenten, historische wegen tot landschappelijke ensembles zoals De Kolonie. Bakens zijn niet alleen (water)torens en andere hoge, kenmerkende bouwsels, ook patronen als de (ruil)verkavelingsstructuur vormen een baken in de tijd. De essentie van de bakens in de tijd is, dat ze de verhalende laag toevoegen aan het landschap. Het zijn belangrijke ingrediënten in de opbouw van gebiedsidentiteit. Het zijn plekken waar ‘tijdsdiepte’ tot intense indrukken leidt. Creëer verbindingen en verbanden tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn, maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Voeg bakens van deze tijd toe. Behoud monumenten, karakteristieke gebouwen en cultuurhistorische waarden door ze bewust in te zetten in gebiedsopgaves. Maak de bakens meer zichtbaar en ontwikkel recreatieve routes langs deze bakens met uitleg over de ontstaansgeschiedenis.

Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van de beleving’ Ten aanzien van het aspect donkerte is het van belang om op te merken dat nagenoeg de volledige kern Hasselt als zodanig is aangemerkt. Het gebruik van verlichting is inherent bij woon- en werkgebieden. Wel zal geprobeerd worden onnodige verlichting (lichtvervuiling) te voorkomen onder meer door de toepassing van LED verlichting. LED kenmerkt zich door de gerichte verlichting en weinig verstrooiing van licht naar de omgeving. Wat betreft de IJssellinie inundatieveld kan worden gesteld dat er in het plangebied geen bijzondere geologische danwel bouwkundige monumenten aanwezig zijn. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 5, waar nader wordt ingegaan op het aspect archeologie en cultuurhistorie. Geconcludeerd wordt dat de ‘Laag van de beleving” zich niet verzet tegen de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit wijzigingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Structuurvisie tevens woonvisie 2013

4.3.1.1 Algemeen Op 25 april 2013 heeft de gemeenteraad de ‘Structuurvisie, tevens woonvisie Zwartewaterland 2013’ vastgesteld. Met de structuurvisie spreekt het gemeentebestuur zich uit over het beoogde beleid voor de komende jaren. De structuurvisie heeft geen directe bindende werking voor de burger, op basis van de structuurvisie worden nog geen ontwikkelingen daadwerkelijk mogelijk gemaakt. Wel biedt de structuurvisie het ruimtelijke kader voor de uitwerking van concrete plannen en projecten. De uitwerking van de structuurvisie vindt plaats door middel van het vaststellen van bestemmingsplannen voor de diverse ontwikkelingslocaties. Deze zijn wel rechtstreeks bindend voor de burger. Het plangebied ligt, op basis van de Structuurvisie Zwartewaterland, binnen het gebied dat is aangeduid als toekomstig woongebied (afbeelding 4.5).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Dedemsvaartlocatie Hasselt Vastgesteld

Afbeelding 4.5: Uitsnede Structuurvisie Zwartwaterland: lichtgeel, uitbreiding stedelijk gebied (Bron: Gemeente Zwartewaterland)

4.3.1.2 Wonen Ten aanzien van de ambitie op het gebied van wonen is in de structuurvisie opgenomen dat daar waar nodig, herstructurering plaats vind. Ook zal meer aandacht moeten worden besteed aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de oudere wijken. De kwaliteit van wonen en zorg speelt daarbij een belangrijke rol. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Voorliggende bestemmingsplan voorziet in de juridische kaders ten behoeve van de ontwikkeling van de Dedemsvaartlocatie. Dit betreft de stedenbouwkundige afronding van uitbreidingswijk “Om de Weede 1A”. Het project draagt bij aan het realiseren van voldoende woningen in Hasselt en past binnen de woningbouwprogrammering (zie ook paragraaf 4.1.3 en 4.3.2). Daarnaast draagt het bij aan het realiseren van voldoende starters- en levensloopbestendige woningen. Voorliggende bestemmingsplan toont aan dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 4.3.2

Woonvisie Zwartewaterland

4.3.2.1 Algemeen In januari 2017 heeft de gemeente Zwartewaterland een nieuwe woonvisie opgesteld. Deze woonvisie geeft inzicht in de woonvraagstukken van Zwartewaterland. Het uitvoeringsprogramma laat zien waar de gemeente samen met haar partners heen wil. Deze actuele woonvisie dient ook als basis om te komen tot (prestatie)afspraken en is input voor de omgevingsvisie. De woonvisie is gebaseerd op een woningbehoefteonderzoek. De woonvisie is opgesteld voor de periode 2017-2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9730992/1