CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels_Omgevingsplan Landelijk gebied Zutphen

Raadsvergadering 4 juli 2022, gemeente ZutphenBij agendapunt: Vaststellen Omgevingsplan (bestemmingsplan met verbrede reikwijdte) Landelijk gebied34.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

23.2.2

23.3

Artikel 24 24.1 24.1.1

Flexibiliteit - Afwijken Met omgevingsvergunning kunnen lichtmasten worden gebouwd buiten de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - lichtmasten’, mits deze geen onevenredige hinder toebrengen aan milieugevoelige functies in de directe omgeving.

Sport - Manege Bij recht - Gebruiken De voor ‘Sport - Manege’ aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport - manege Lansinkweg’: 1 een manege; 2 voorzieningen behorende bij een manege, zoals een paardenbak, stapmolen, longeercirkel en crossbaan; 3 ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - rijhallen' zijn uitsluitend (overdekte) rijhallen toegestaan; 4 verblijfsrecreatieve voorzieningen in het kader van de manege met een vloer2 oppervlakte van niet meer dan 200 m per bestemmingsvlak en ten hoogste 5 kampeermiddelen in het kader van te houden ruiterkampen; 2 5 ondersteunende horeca tot een maximale oppervlakte van 300 m ;

54

6 water en voorzieningen voor de waterhuishouding; 7 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is uitsluitend de bestaande bedrijfswoning toegestaan; 8 aan huis verbonden beroepen dan wel consumentverzorgende bedrijfsactivitei2 ten, met dien verstande dat maximaal 50 m van de bedrijfswoning mag worden ingericht ten dienste van het aan huis verbonden beroep dan wel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit, waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; 9 dagrecreatie; b ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke vorm van sport - manege Vordenseweg 22’ en ‘specifieke vorm van sport - manege Vordenseweg 34’: 1 een manege; 2 een bedrijfswoning; 2 3 ondersteunende horeca tot een maximale oppervlakte van 150 m ; 4 water en voorzieningen voor de waterhuishouding; c ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport - manege Oostveensepad’: 1 een manege; 2 water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, wegen en paden, sanitaire voorzieningen, speelvoorzieningen, tuinen en erven. 24.2 24.2.1

Specifieke gebruiksregels Bedrijfswoningen uitgesloten Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport - manege Oostveensepad’ zijn bedrijfswoningen niet toegestaan.

24.3 24.3.1

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van sport - manege Lansinkweg’ Bedrijfsgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de bouw- en goothoogte bedraagt maximaal 12 m. Bedrijfswoningen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de bouw- en goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m; 3 c de inhoud bedraagt bovengronds maximaal 750 m . Bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 d de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m per woning. Paardenbakken voldoen aan de volgende kenmerken; a gerealiseerd binnen of aansluitend aan het bouwvlak; b de afstand tussen de paardenbak en de perceelsgrens van de milieugevoelige functie van derden bedraagt minimaal 50 m; 2 c de oppervlakte bedraagt maximaal 1.500 m ; d verlichting is niet toegestaan.

24.3.2

24.3.3

24.3.4

55

24.3.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: 2 a de oppervlakte van hooibergen bedraagt maximaal 36 m ; b de goothoogte van mestsilo's en hooibergen bedraagt maximaal 4 m respectievelijk 6 m; c de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1 mestsilo's 8 m; 2 overige silo's 12 m; 3 hooibergen 9 m; 4 waterbassins 3 m; 5 erfafscheidingen 3 m; 6 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2,5 m; 7 afrasteringen 1,5 m.

24.4 24.4.1

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van sport - manege Oostveensepad’ Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de bebouwingspercentage bedraagt maximaal 80%; c de bouwhoogte bedraagt maximaal 7 m; d de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; e voor de gebouwen dient een kap te worden aangebracht met een dakhelling van o o tenminste 12 en ten hoogste 50 . Paardenbakken voldoen aan de volgende kenmerken; a gerealiseerd binnen of aansluitend aan het bouwvlak; b de afstand tussen de paardenbak en de perceelsgrens van de milieugevoelige functie van derden bedraagt minimaal 50 m; 2 c de oppervlakte bedraagt maximaal 1.500 m ; d verlichting is niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1 vlaggenmasten 8 m; 2 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2,5 m.

24.4.2

24.4.3

24.5 24.5.1

24.5.2

24.5.3

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van sport - manege Vordenseweg 22’ Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m; 2 c het maximaal bebouwd oppervlak bedraagt maximaal 1.200 m , exclusief bedrijfswoning. Bedrijfswoning voldoet aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m; 3 c de inhoud bedraagt bovengronds maximaal 750 m . Bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 c de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m per woning.

56

24.5.4

24.5.5

24.6 24.6.1

24.6.2

24.6.3

24.6.4

24.6.5

24.7 24.7.1

Paardenbakken voldoen aan de volgende kenmerken; a gerealiseerd binnen of aansluitend aan het bestemmingsvlak; b de afstand tussen de paardenbak en de perceelsgrens van de milieugevoelige functie van derden bedraagt minimaal 50 m; 2 c de oppervlakte bedraagt maximaal 1.500 m ; d verlichting is niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1 vlaggenmasten 8 m; 2 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2,5 m. Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van sport - manege Vordenseweg 34’ Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 8,3 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 4,2 m; 2 c het maximaal bebouwd oppervlak bedraagt maximaal 1.860 m , exclusief bedrijfswoning. Bedrijfswoning voldoet aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m; 3 c de inhoud bedraagt bovengronds maximaal 750 m . Bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 c de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m per woning.

Paardenbakken voldoen aan de volgende kenmerken: a gerealiseerd binnen of aansluitend aan het bestemmingsvlak; b de afstand tussen de paardenbak en de perceelsgrens van de milieugevoelige functie van derden bedraagt minimaal 50 m; 2 c de oppervlakte bedraagt maximaal 1.500 m ; d verlichting is niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1 vlaggenmasten 8 m; 2 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2,5 m. Flexibiliteit - Afwijken Bed & breakfastvoorzieningen ‘specifieke vorm van sport - manege Lansinkweg’ Met omgevingsvergunning kunnen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van sport - manege Lansinkweg’ ondergeschikte recreatieve nevenactiviteiten worden gerealiseerd in de vorm van bed & breakfastvoorzieningen, mits: a de voorzieningen dienen te worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing en hiervoor mag geen nieuwbouw plaatsvinden; 2 b maximaal 350 m van de vloeroppervlakte van de bebouwing mag hiervoor worden gebruikt.

57

8 Artikel 25

Functies - Wonen Landgoed

25.1

Bij recht - Gebruiken De voor ‘Landgoed’ aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a één vrijstaande woning, waarbij inwoning is toegestaan, met dien verstande dat: 1 ter plaatse van de aanduiding ‘landhuis’ het bestaande aantal woningen is toegestaan; 2 voor zover een bouwvlak is aangegeven één vrijstaande woning per bouwvlak is toegestaan met uitzondering van het bouwvlak ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’; b het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschapselementen en natuur, met dien verstande dat de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘natuur’ uitsluitend gebruikt mogen worden ten behoeve van de instandhouding en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; c het behoud, het herstel en/of de bescherming van cultuurhistorische waarden en elementen die tezamen de ruimtelijke beheerseenheid van een landgoed vormen. De waarden bestaan onder meer uit: 1 de groenstructuur met opgaand groen en/of lanen en paden; 2 cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; 3 waterpartijen; 4 bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische elementen en natuur; 5 ontworpen en aangelegde tuinen rondom het landhuis en bebouwing met een zachte overgang naar het landschap.

d aan huis verbonden beroepen dan wel consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, 2 met dien verstande dat maximaal 50 m van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van het aan huis verbonden beroep dan wel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit, waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; 2 e een bed & breakfast met dien verstande dat maximaal 50 m van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van de bed & breakfast met maximaal 4 slaapplaatsen waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; f ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ’t Velde’ is tevens het volgende gebruik toegestaan: 1 sociaal-educatieve doeleinden; 2 horeca; 3 kuuroord/revalidatiecentrum; 4 conferentieoord; g water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen en erven.

25.2 25.2.1

Specifieke gebruiksregel Hoekendaal In afwijking van het bepaalde in artikel 25.1 mogen gronden en gebouwen ten behoeve van het landgoed worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden

58

25.2.2

25.3 25.3.1

25.3.2

25.4 25.4.1

25.4.2

25.4.3 25.4.4

na verlening van de omgevingsvergunning bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hoekendaal’ zoals opgenomen in bijlage 16 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Poppink In afwijking van het bepaalde in artikel 25.1 mogen gronden en gebouwen ten behoeve van het landgoed worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning bouwen er voldaan is aan het ‘masterplan Poppink’ ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting ‘t Poppink’ zoals opgenomen in bijlage 25 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

Bij recht - Gebruiken - Landgoed Baank De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd - Baank’ mogen gebruikt worden voor: a aan huis verbonden beroepen dan wel consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, 2 met dien verstande dat maximaal 50 m van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van het aan huis verbonden beroep dan wel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit, waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; b detailhandel; c kantoren; d maatschappelijke voorzieningen; e dienstverlenende bedrijven; f water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen en erven. De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van kantoor - Baank’ mogen gebruikt worden voor: a kantoren; b water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen en erven. Bij recht - Bouwen - ‘landhuis’ Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 7 m; c de inhoud bedraagt maximaal de bestaande inhoud.

Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd achter het verlengde van de voorgevel van de woning; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 d de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 250 m . Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5 m. Onverminderd het bepaalde in artikel 25.4.1 is herbouw van het hoofdgebouw uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bestaande fundering.

59

25.5 25.5.1

25.5.2

25.6 25.6.1

25.6.2

25.6.3

25.7 25.7.1

25.7.2

25.8 25.8.1

25.8.2

25.8.3

25.9 25.9.1

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van gemengd - Baank’ Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 14 m; b de goothoogte bedraagt maximaal 11 m. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5 m. Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - Baank’ Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte; b de goothoogte bedraagt maximaal de bestaande goothoogte; c de inhoud bedraagt maximaal de bestaande inhoud. Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen bouwvlak; b de bouwhoogte bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte; c de goothoogte bedraagt maximaal de bestaande goothoogte; d de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal de bestaande oppervlakte;. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5 m. Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van kantoor - Baank’ Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: 2 a maximaal 130 m mag worden gebruikt ten behoeve van de functie kantoor; b de bouwhoogte bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte; c de goothoogte bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5 m.

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - Hekkelerdijk’ Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 6,5 m; 3 d de inhoud bedraagt maximaal 1.200 m . Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen bouwvlak; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 d de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m . Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,5 m. Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - Hoekendaal’ Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat per bouwvlak één vrijstaande woning is toegestaan; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m; d de inhoud van de woning ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaandui3 ding - 1’ maximaal 1.200 m bedraagt of maximaal de bestaande grotere inhoud; 60

25.9.2

25.9.3

25.10 25.10.1

25.10.2

25.11 25.11.1

25.11.2

25.11.3

e de inhoud van de woning ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaandui3 ding - 2’ maximaal 800 m bedraagt. Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen de aanduiding ‘bijgebouwen’ of binnen het bouwvlak; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 3,5 m of maximaal de bestaande grotere hoogte. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal 2,7 m. Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - Waliën’ en ‘specifieke vorm van wonen - ’t Velde’ Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal de bestaande bouwhoogte; b de goothoogte bedraagt maximaal de bestaande goothoogte; c de oppervlakte bedraagt maximaal de bestaande oppervlakte. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1 vlaggen- en verlichtingsmasten 8 m; 2 zwembaden 0,6 m; 3 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2,5 m; 2 b de oppervlakte van een zwembad bedraagt maximaal 75 m .

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - ’t Poppink’ Vrijstaande woningen, met daarbij behorende aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt maximaal 40%; c de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m, met dien verstande dat voor een oppervlak van maximaal 30% van de op te richten bebouwing de bouwhoogte maximaal 7 m mag bedragen; o d de dakhelling bedraagt maximaal 40 ; e de goothoogte bedraagt maximaal 3 m, met dien verstande dat voor een oppervlak van maximaal 30% van de op te richten bebouwing de goothoogte maximaal 5,5 m mag bedragen; f de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen 2 en overkappingen bedraagt maximaal 150 m . Vrijstaande bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’; b het aantal vrijstaande bijgebouwen mag maximaal één bedragen; c het bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt maximaal 30%; d de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m; o e de dakhelling bedraagt maximaal 40 ; f de goothoogte bedraagt maximaal 3,5 m.

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal: a erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; b erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; c overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m.

61

25.11.4

In afwijking van het bepaalde in artikel 25.11.3 onder c zijn op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘volkstuin’ bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 m.

25.12 25.12.1

Flexibiliteit - Afwijken Herbouw landhuis Met omgevingsvergunning kan het hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding ‘landhuis’ op een andere locatie worden herbouwd, mits er op enig punt aansluiting plaatsvindt op de bestaande fundering. Nevenactiviteiten Met omgevingsvergunning zijn bedrijfsmatige activiteiten bij wonen toegestaan, mits: a uitgeoefend binnen bestaande bebouwing; herbouw ten behoeve van de nevenactiviteit mag niet plaatsvinden, met dien verstande dat: 2 1 maximaal 350 m van de bestaande bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit gebruikt mag worden; 2 buiten de bebouwing uitsluitend zomer-seizoensgebonden nevenactiviteiten zijn toegestaan; b detailhandel uitsluitend in de vorm van detailhandel in streekeigen producten plaatsvindt; c geen sprake is van buitenopslag; d de afwikkeling van het verkeer niet tot verkeersonveilige situaties leidt.

25.12.2

25.13 25.13.1

25.13.2

Artikel 26 26.1

Flexibiliteit - Wijzigen Woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het splitsen van de woning in meerdere woningen, mits: 3 a elke afzonderlijke woning na splitsing een minimale inhoud van 400 m heeft; b de splitsing past binnen de woningbouwafspraken van de gemeente Zutphen en de provincie Gelderland; c de bouwmassa niet wordt vergroot; d de oppervlakte aan bijgebouwen niet wordt vergroot; e na splitsing geen vergroting van de woningen plaatsvindt. Kuuroord of revalidatiecentrum Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ’t Velde’ ten behoeve van de realisering van een kuuroord of revalidatiecentrum, mits: a de nieuwe functie is afgestemd op de capaciteit van het bestaande wegennet; b de initiatiefnemer een ontwikkelingsvisie overlegt.

Wonen Bij recht - Gebruiken De voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen gebruikt worden voor: a het bestaande aantal woningen op de bestaande locatie, waarbij inwoning is toegestaan, dan wel het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangeduide aantal en met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ uitsluitend vrijstaande of twee-aaneen gebouwde woningen zijn toegestaan;

62

b aan huis verbonden beroepen dan wel consumentverzorgende bedrijfsactiviteiten, 2 met dien verstande dat maximaal 50 m van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van het aan huis verbonden beroep dan wel de consumentverzorgende bedrijfsactiviteit, waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - consumentverzorgende bedrijfsactiviteit’ de gebruiksoppervlakte van de consumentverzorgende bedrijfsac2 tiviteit maximaal 165 m mag bedragen; 2 c een bed & breakfast met dien verstande dat maximaal 50 m van de bestaande gebouwen mag worden ingericht ten dienste van de bed & breakfast met maximaal 4 slaapplaatsen waarbij geldt dat maximaal 40% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen hiervoor mag worden benut; d ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’: een bedrijfsmatige opslag van goederen tot 2 maximaal 100 m ; e ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - imkerij met educatie’ een imkerij met educatieve voorzieningen; f ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - wijngaard’: 1 educatieve activiteiten; 2 detailhandel in eigen vervaardigde en/of voortgebrachte producten; 3 horeca-activiteiten, geen café of restaurant of daaraan gelijk te stellen horecabedrijf, waarbij dranken en/of

etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt gelieerd aan de ter plaatse geproduceerde wijnen, zoals proeverijen en feesten en partijen met een besloten en kleinschalig (minder dan 60 personen) karakter gehouden tussen 12:00 uur en 00:00 uur; g bestaande bedrijfsmatige activiteiten; h ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - hobbymatig agrarisch gebruik’: het hobbymatig houden van paarden met bijbehorende rijbak; i bestaande paardenbakken; j water en voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen als ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen en erven. 26.2 26.2.1

Specifieke gebruiksregels Landschappelijke inpassing Dennendijk 7 a Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Dennendijk 7’ conform het in bijlage 15 opgenomen inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en gebouwen ten behoeve van wonen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Dennendijk 7’ zoals opgenomen in bijlage 15 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

63

26.2.2

26.2.3

26.2.4

26.2.5

26.2.6

Landschappelijke inpassing Bronsbergen 10 a Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen zonder de afgeronde sloop van de bedrijfsbebouwing conform de in bijlage 17 opgenomen sloopopgave en de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 13 opgenomen inrichtingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Bronsbergen 10’, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en gebouwen ten behoeve van wonen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Bronsbergen 10’ zoals opgenomen in bijlage 13 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Landschappelijke inpassing Oude Borculoseweg 18 Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Oude Borculoseweg 18’ mogen de gronden en gebouwen ten behoeve van wonen worden gebruikt onder de voorwaarde dat de landschappelijke inpassing conform bijlage 5 in stand blijft.

Landschappelijke inpassing Oude Borculoseweg 3 a Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen zonder de afgeronde sloop van de bedrijfsbebouwing conform de in bijlage 18 opgenomen sloopopgave en de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 14 opgenomen inrichtingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Oude Borculoseweg 3’, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en gebouwen ten behoeve van wonen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Oude Borculoseweg 3’ zoals opgenomen in bijlage 14 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

Landschappelijke inpassing Geesinkweg 2 Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Geesinkweg 2’ gelden de volgende verplichtingen: a voordat de nieuwe woning mag worden gebouwd dienen de voormalige bedrijfsgebouwen, welke in bijlage 19 zijn aangeduid als ‘sloop voormalige bedrijfswoning’ te zijn gesloopt; b binnen twee jaar na gereedmelding van de sloop als bedoeld onder a dienen de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Geesinkweg 2’ landschappelijk te zijn ingepast conform bijlage 3. Landschappelijke inpassing De Eenhoorn Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - De Eenhoorn’ zijn geen lichtmasten toegestaan.

64

26.2.7

26.2.8

26.2.9

26.3 26.3.1

Landschappelijke inpassing Hoveniersweg 16 a Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hoveniersweg 16’ conform het in bijlage 7 opgenomen inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en gebouwen ten behoeve van wonen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Hoveniersweg 16’ zoals opgenomen in bijlage 7 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

Landschappelijke inpassing Driesteek 7 a Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Driesteek 7’ conform het in bijlage 6 opgenomen inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en gebouwen ten behoeve van wonen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Driesteek 7’ zoals opgenomen in bijlage 6 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

Landschappelijke inpassing Mettrayweg 2 a Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ten behoeve van het wonen zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Mettrayweg 2’ conform het in bijlage 9 opgenomen inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. b In afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en gebouwen ten behoeve van wonen worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 24 maanden na verlening van de omgevingsvergunning bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Mettrayweg 2’ zoals opgenomen in bijlage 9 bij deze regels, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Bij recht - Bouwen Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a wanneer een bouwvlak is opgenomen moet(en) de woning(en) binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; b het bebouwingspercentage bedraagt 100% dan wel de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ aangegeven bebouwingspercentage;

65

26.3.2

26.3.3 26.3.4

26.4 26.4.1

26.4.2

c de bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m, dan wel de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven bouwhoogte; d de goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m, dan wel de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’ aangegeven goothoogte; 3 e de inhoud bedraagt bovengronds maximaal 750 m , met dien verstande dat; 1 de inhoud van gesplitste woningen maximaal de bestaande inhoud mag bedragen; 2 de inhoud van de woningen ter plaatse van de aanduiding ‘maximum volume 3 (m )’ maximaal de aangegeven inhoud mag bedragen; f ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’ moeten de woningen aan de volgende aanvullende bepalingen voldoen: 1 de voorgevels van de woningen verspringen minimaal 3 m, met dien verstande dat dit niet geldt voor de woningen die twee-aaneen worden gebouwd; 2 de woningen hebben een wisselende kaprichting.

Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd achter het verlengde van de voorgevel van de woning; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 d de gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 150 m per woning, met dien verstande dat: 1 ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende maten 1' 2 de gezamenlijke oppervlakte maximaal 150 m mag bedragen; 2 ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende maten 2’ 2 de gezamenlijke oppervlakte maximaal 375 m mag bedragen; 3 ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - imkerij met educatie’ is een imkerij met educatie toegestaan met een maximale opper2 vlakte van 150 m . Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 2 m. Onverminderd het bepaalde in artikel 26.3.1 is herbouw van het hoofdgebouw uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bestaande fundering.

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - De Eenhoorn’ Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat per bouwvlak één woning is toegestaan; b de bouwhoogte bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven bouwhoogte; c de goothoogte bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m)’ aangegeven goothoogte; 2 d indien op de verbeelding een aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak (m )’ is opgenomen geldt het aangegeven oppervlak als maximale oppervlakte voor de woning inclusief bijgebouwen. Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a bijgebouwen mogen enkel ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ worden opgericht en of binnen het bouwvlak van de woning; b per woning mogen bijgebouwen worden gebouwd met een gezamenlijk oppervlak 2 van 150 m ;

66

2

26.4.3

26.4.4

26.5 26.5.1

c indien op de verbeelding een aanduiding ‘maximum bebouwd oppervlak (m )’ is aangegeven geldt het aangegeven oppervlak als gezamenlijke maximale oppervlakte van de woning en bijgebouwen. Ondergrondse bouwwerken moeten voldoen aan de volgende kenmerken: a ondergrondse bouwwerken mogen enkel binnen het bouwvlak worden gerealiseerd; b de diepte van een ondergrondse bouwlaag mag maximaal 3,5 meter zijn; c ondergrondse bouwwerken bestaan uit maximaal één bouwlaag; d bij het bepalen van de inhoud van een woning worden ondergrondse bouwwerken niet meegenomen. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde voldoen aan de volgende kenmerken: a de bouwhoogte bedraagt maximaal: 1 erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; 2 erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; 3 overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 2,5 m, met dien verstande dat de afstand tot de weg waarop de woning is georiënteerd minimaal 20 m dient te bedragen; b ter plaatse van de aanduiding ‘rijbak’ is één rijbak toegestaan.

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - Dennendijk 7’ Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de afstand van een woning tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 m; c de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte, het aantal bouwlagen en de dakhelling mogen niet meer of minder bedragen dan hierna is aangegeven:

Ter plaatse van de aanduiding

specifieke bouwaanduiding - 1

Max. opp

-

Max. inhoud

600 m

3

Max. goot-

Max.

Min./max.

Min./max/

hoogte

bouwhoog-

aantal

dakhelling

te

bouwlagen

4,5 m

10 m

-

-

specifieke bouwaanduiding - 2

425 m

2

specifieke bouwaanduiding - 3

400 m

2

1.500 m

3

3,5 m

9m

-/1 + kap

20 /45

specifieke bouwaanduiding - 4

300 m

2

1.000 m

3

3,5 m

9m

-/1 + kap

40 /60

o

o

specifieke bouwaanduiding - 5

300 m

2

800 m

3

3,5 m

9m

-/1 + kap

o

o

specifieke bouwaanduiding - 6

-

600 m

3

4,5 m

10 m

-

26.5.2

26.5.3

2.000 m

3

6m

12 m

2/- + kap

20 /45

o

o

o

40 /60

Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 m; c de goothoogte bedraagt maximaal 3 m; 2 d de oppervlakte bedraagt maximaal 150 m , met dien verstande dat de oppervlakte 2 ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - 1’ maximaal 150 m mag bedragen. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 1 m.

67

o

-

26.6 26.6.1

26.6.2

26.7 26.7.1

26.7.2

26.8 26.8.1

Bij recht - Bouwen - ‘specifieke vorm van wonen - Bronsbergen 10’ Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd binnen het bouwvlak; b per bouwvlak één woning is toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ het aangegeven aantal is toegestaan; 3 c inhoud bedraagt maximaal 600 m , of de bestaande inhoud, met dien verstande dat de inhoud van de woning ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaan3 duiding - afwijkende maten 3’ maximaal 1.000 m mag bedragen; d goothoogte bedraagt maximaal 4,5 m, of de bestaande groteren goothoogte; e bouwhoogte bedraagt maximaal 10 m, of de bestaande grotere bouwhoogte; f ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - dove gevel’ dient de gevel ter plaatse van de tweede bouwlaag uitgevoerd te worden als dove gevel. Bijgebouwen en overkappingen voldoen aan de volgende kenmerken: a gebouwd achter het verlengde van de voorgevel van de woning; 2 b gezamenlijke oppervlakte maximaal 75 m per woning; c goothoogte maximaal 3 m; d bouwhoogte maximaal 5,5 m.

Flexibiliteit - Melden Bedrijfsmatige activiteiten bij wonen Met voorafgaande melding zijn bedrijfsmatige activiteiten toegestaan, mits: a uitgeoefend binnen bestaande bebouwing, met dien verstande dat: 2 1 maximaal 75 m van de bestaande bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit gebruikt mag worden; 2 buiten de bebouwing uitsluitend zomer-seizoensgebonden nevenactiviteiten zijn toegestaan; b herbouw ten behoeve van de bedrijfsactiviteit mag niet plaatsvinden; c detailhandel uitsluitend in de vorm van detailhandel in streekeigen producten plaatsvindt; d geen sprake is van buitenopslag; e de afwikkeling van het verkeer niet tot verkeersonveilige situaties leidt. Kleinschalig kamperen Met voorafgaande melding is een kleinschalig kampeerterrein toegestaan, mits: 2 a de sanitaire voorzieningen met een maximale oppervlakte van 30 m binnen de bestaande bebouwing worden gerealiseerd; b de afstand tussen het kleinschalig kampeerterrein en het meest nabijgelegen bestemmingsvlak van een milieugevoelige functie minimaal 50 m bedraagt; c de afstand tussen het begin van het terrein van het kleinschalige kampeerterrein en de woning van de initiatiefnemer maximaal 50 m bedraagt; d de kampeermiddelen op het kleinschalige kampeerterrein niet gebruikt worden ten behoeve van permanente bewoning.

Flexibiliteit -Afwijken 2 Herbouw bijgebouwen tot maximaal 250 m Met omgevingsvergunning kan één of kunnen meer bijgebouwen bij een woning met 2 een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 150 m worden gebouwd, mits:

68

26.8.2

26.8.3

26.9 26.9.1

a de gezamenlijke oppervlakte van de nieuwe bijgebouwen niet meer bedraagt dan de op het moment van het ontwerpplan bestaande oppervlakte, met een maximum 2 van 250 m ; b uit een landschaps- en inrichtingsplan de landschappelijke inpassing blijkt en de vormgeving en inrichting van het erf wordt verantwoord. Herbouw hoofdgebouw Met omgevingsvergunning kan het hoofdgebouw worden herbouwd op een andere locatie met inachtneming van de volgende voorwaarden: a er vindt op enig punt aansluiting plaats op de bestaande fundering; b met betrekking tot wegverkeersgeluid wordt een aanvaardbaar woonklimaat gerealiseerd. Paardenbakken Met omgevingsvergunning kunnen paardenbakken worden gerealiseerd, mits: a de afstand tussen de paardenbak en de perceelsgrens van de aangrenzende milieugevoelige functies van derden minimaal 50 m bedraagt; b de afstand tussen de paardenbak en de woning maximaal 50 m bedraagt; 2 c de oppervlakte maximaal 1.500 m bedraagt; d verlichting is niet toegestaan.

Flexibiliteit - Wijzigen Woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het splitsen van de woning in meerdere woningen, mits: 3 a elke afzonderlijke woning na splitsing een minimale inhoud van 400 m heeft; b de splitsing past binnen de woningbouwafspraken van de gemeente Zutphen en de provincie Gelderland; c de bouwmassa niet wordt vergroot; d de oppervlakte aan bijgebouwen niet wordt vergroot; e na splitsing geen vergroting van de woningen plaatsvindt.

69

9 Artikel 27

Gebiedskwaliteit - Archeologie Waarde - Archeologie zeer hoge bekende waarde

27.1

Bij recht - Gebruiken De voor ‘Waarde - Archeologie zeer hoge bekende waarde’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

27.2 27.2.1

Voorwaarden bouwen conform onderliggende bestemming Voorwaarden Ten aanzien van het oprichten van nieuwe bebouwing gelden de volgende regels: a bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprich2 ten van een bouwwerk groter dan 5 m dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3 de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4 de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de

archeologische waarden is omgegaan; c het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. Afwijken van Bouwen Er mag afgeweken van het onder artikel 27.2.1 bepaalde indien: a op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij 2 de oppervlakte met maximaal 5 m wordt vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of; c gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, mits de 2 uitbreiding niet meer bedraagt dan 5 m , met uitzondering van nieuwe kelders.

27.2.2

70

27.2.3

Archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 27.2.1 onder a wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 27.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld.

27.3

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat er plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische momenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

27.4 27.4.1

Uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Verbod Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 27.1 genoemde gronden de volgende werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a het ophogen egaliseren en ontginnen van gronden; b grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte 2 van meer dan 5 m , waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c het aanleggen van overbeschoeiingen; d het verlagen of afgraven van de bodem; e het verlagen van het waterpeil; f het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; i het aanbrengen van diepwortelende beplanting; j het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; k alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein.

Weigeringsgronden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waar-en van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.

27.4.2

71

27.4.3

27.4.4

27.4.5

27.4.6

Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27.4.1 is nodig voor: a werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk, 2 mits deze niet meer bedragen dan 5 m ; c werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedwet nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. Toelaatbaarheid Ten aanzien van de in artikel 27.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zo nodig een opgraving plaats te vinden; b het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Voorschriften bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27.4.1 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen.

Deskundig advies Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 27.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

72

27.5

Artikel 28

Flexibiliteit - Wijzigen Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Zeer hoge bekende waarde’, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Waarde - Archeologie hoge bekende waarde

28.1

Bij recht - Gebruiken De voor ‘Waarde - Archeologie hoge bekende waarde’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

28.2 28.2.1

Voorwaarden bouwen conform onderliggende bestemming Voorwaarden Ten aanzien van het oprichten van nieuwe bebouwing gelden de volgende regels: a bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprich2 ten van een bouwwerk groter dan 10 m dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3 de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4 de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de

archeologische waarden is omgegaan; c het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. Afwijken van Bouwen Er mag afgeweken van het onder artikel 28.2.1 bepaalde indien: a op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij 2 de oppervlakte met maximaal 10 m wordt vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of;

28.2.2

73

28.2.3

c gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, mits de 2 uitbreiding niet meer bedraagt dan 10 m , met uitzondering van nieuwe kelders. Archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 28.2.1 onder a wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 28.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld.

28.3

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat er plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische momenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

28.4 28.4.1

Uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Verbod Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 28.1 genoemde gronden de volgende werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a het ophogen egaliseren en ontginnen van gronden; b grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte 2 van meer dan 10 m , waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c het aanleggen van overbeschoeiingen; d het verlagen of afgraven van de bodem; e het verlagen van het waterpeil; f het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; i het aanbrengen van diepwortelende beplanting; j het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; k alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het terrein.

Weigeringsgronden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waar-en van het gebied en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen.

28.4.2

74

28.4.3

28.4.4

28.4.5

28.4.6

Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.4.1 is nodig voor: a werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk, 2 mits deze niet meer bedragen dan 10 m ; c werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; d werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Erfgoedwet nodig is, dan wel waarvoor overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. Toelaatbaarheid Ten aanzien van de in artikel 28.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een vergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een erkend archeoloog zo nodig een opgraving plaats te vinden; b het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Voorschriften bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.4.1 voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning, waaronder: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; b de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen of; c de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen.

Deskundig advies Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.4.1 wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

75

28.5

Artikel 29

Flexibiliteit - Wijzigen Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen door het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de bestemming 'Waarde - Hoge bekende waarde’, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.

Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde

29.1

Bij recht - Gebruiken De voor ‘Waarde - Archeologie hoge verwachtingswaarde’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.

29.2 29.2.1

Voorwaarde bouwen conform onderliggende bestemming Voorwaarden Ten aanzien van het oprichten van nieuwe bebouwing gelden de volgende regels: a bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen voor het oprich2 ten van een bouwwerk groter dan 50 m dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht of; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen of; 3 de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige en/of; 4 de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de

archeologische waarden is omgegaan; c het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door een archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld, waarbij het bepaalde onder b van overeenkomstige toepassing is. Afwijken van Bouwen Er mag afgeweken van het onder artikel 29.2.1 bepaalde indien: a op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of; b het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij 2 de oppervlakte met maximaal 50 m wordt vergroot en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders of;

29.2.2

76

29.2.3

c gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, mits de 2 uitbreiding niet meer bedraagt dan 50 m , met uitzondering van nieuwe kelders. Archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 29.2.1 onder a wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning geen onevenredige afbreuk wordt kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja of de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 29.2.1 onder b sub 1 tot en met 4 dienen te worden gesteld.

29.3

Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken en de inrichting van gronden, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat er plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische momenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

29.4 29.4.1

Uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden Verbod Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 29.1 genoemde gronden de volgende werken, geen gebouwen zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a het ophogen egaliseren en ontginnen van gronden; b grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 m onder het maaiveld over een oppervlakte 2 van meer dan 50 m , waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren, het aanleggen van drainage en/of het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; c het aanleggen van overbeschoeiingen; d het verlagen of afgraven van de bodem; e het verlagen van het waterpeil; f het aanbrengen of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; i het aanbrengen van diepwortelende beplanting; j het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; k alle overige werkzaamheden die de archeologische waarden in het terrein kunnen aantasten en die niet worden gerekend tot het normale gebruik van het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=a42dbeb6-804a-44e0-9a99-2c6969094edb