Handelingen raad 4 juli 2022
Tekst van het document
327
De VOORZITTER: “De heer Lok.” De heer LOK: “Het begint inderdaad langzamerhand verwarrend te worden. Waar het om gaat, is dat dat onderzoek in het rapport als vooronderzoek wordt aangemerkt. Dat hele onderzoek naar de externe meldingen, terwijl dat later is gestart dan de interne meldingen. Dat zou eigenlijk niet de juiste volgorde zijn, in ieder geval, als je het mij vraagt.” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Nogmaals: het vooronderzoek is een onderzoek geweest naar de brieven die zijn binnengekomen van de twee externe personen. Dat heet een vooronderzoek. Als dat vooronderzoek daar aanleiding toe geeft, dan had ik een nader onderzoek kunnen instellen naar de meldingen van deze mailers. Het spijt me van de terminologie. Ik heb het niet bedacht. Het staat zo in alle protocollen. Het staat los van het onderzoek naar de interne meldingen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Ackermans, die ook een interruptie heeft. Ga uw gang.” Mevrouw ACKERMANS: “Nee, er zijn vragen niet beantwoord. De eerste over de financiële consequenties. Een tweede of de ambtenaren een schadevergoeding kunnen aanvragen voor wat hen is aangedaan. Is er een financieel overzicht van alle kosten die zijn gemaakt om dit onderzoek en alles daaromheen te laten plaatsvinden?” De VOORZITTER: “Ik hoor u drie vragen stellen.
Heeft u ze gehoord, mevrouw Vermeulen?” Burgemeester VERMEULEN: “Ik doe een poging. Het onderzoek loopt nog, dus ik weet niet wat het allemaal gaat kosten. Er zijn geen medewerkers geweest die een verzoek hebben gedaan voor een schadevergoeding.” De VOORZITTER: “Voldoende zo? Dan mevrouw Moester van de PvdA. Heeft u ook nog vragen die nog beantwoord moeten worden of heeft u een interruptie?” Mevrouw MOESTER: “Ik heb eigenlijk een ordevoorstel. Volgens mij, was afgesproken, dat mevrouw Werger niet zou meedoen aan de beraadslagingen. Ik heb de indruk, dat zij indirect meedoet aan de beraadslagingen. Ze zit continu op haar telefoon. Ze praat continu met de fractievoorzitter. Ik wilde dat toch even gemeld hebben, want ik vind dat we hier open, eerlijk en transparant zouden moeten communiceren. Daarom maak ik deze opmerking.” De VOORZITTER: “Dan vraag ik mevrouw Werger of zij zitting wil nemen op de publieke tribune. Ik denk dat dat voor de rust van de vergadering beter is. (…) Ga uw gang, meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Onze mening over het functioneren van mevrouw Werger als wethouder is duidelijk, maar ze is ook gewoon raadslid. Of zij nou naast de heer Lok als fractievoorzitter zit of in de publieke tribune – volgens mij heeft ze haar telefoon gewoon bij zich.
Volgens mij, zijn wij volwassen genoeg om ook een oordeel te kunnen vellen als wij haar recht in de ogen kunnen aankijken. Wat ons betreft, kan zij gewoon blijven zitten. Het wordt wel een beetje raar als zij daadwerkelijk naar de microfoon gaat lopen, maar volgens mij, is de heer Lok daarin ook duidelijk, in zijn positie.” De VOORZITTER: “Dank u wel, de heer De Ridder. Ik zie dat iedereen daarmee kan instemmen. Mevrouw Werger, het is prima dat u daar blijft zitten.
328
Ik zie dat de eerste termijn hierbij is afgesloten. Ik nodig mevrouw Westerik van GroenLinks uit voor de tweede termijn.” Tweede termijn (Audiopositie 02:27:50)
Mevrouw WESTERIK: “Dank, voorzitter. Ik heb het hiervoor al gezegd: tegen de burgemeester en de gemeentesecretaris is geen klacht ingediend. Een extern onderzoek via de Commissaris van de Koning vinden wij dan ook disproportioneel. Wij zouden dan ook graag willen zien, dat Kies Bewust Lokaal, het CDA en de PvdD de motie nog even aanhouden totdat de burgemeester en de gemeentesecretaris daadwerkelijk hun zelfreflectie hebben kunnen delen met de raad. Daarnaast gaan wij graag mee in de woorden van de heer Van Dijken. Zelfreflectie met als doel een les te leren om als gemeente een nog betere werkgever te zijn. Volgens mij, hoef ik daar geen woord aan toe te voegen. We zijn dan ook blij met de serieuze stappen. Ik heb het niet helemáál meegekregen, maar: een opdracht van Hiemstra & De Vries. Wij kijken als fractie uit naar het Forum waar we meer over deze opdracht kunnen horen. Daar wil ik het bij laten.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer De Ridder van de SP, wilt u gebruik maken van uw tweede termijn?“ De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Het zal ‘n wat kortere tweede termijn zijn in vergelijking met de eerste termijn. Wat wij eigenlijk als raad doen, is controleren of bestuurders hun werk goed doen. Als bestuurders hun werk niet goed doen, moeten we hen aanhoren en kijken of ze hiervan lessen hebben geleerd.
Wat ik hier hoor in de eerste termijn van burgemeester Vermeulen, is dat ze een burgemeester is, die begrijpt dat ook zij steken heeft laten vallen, dat de organisatie steken heeft laten vallen en dat ze aangeeft hier de komende jaren zeer serieus mee aan de slag te gaan. Volgens mij, is dat ook het beste dat gedaan kán worden. Niemand hier heeft zin in nog meer politiek getouwtrek noch dat mensen in kampen worden getrokken. Ben je nou voor of tegen persoon A of B? Hopelijk kunnen wij hier ook afsluiten – dit is de laatste vergadering voor het reces – met het idee, dat we dit kunnen afsluiten. Uiteindelijk wil ik bij dezen de hoop uitspreken dat wij niet nog een keer zo’n vergadering moeten hebben, waarbij we het hebben over grensoverschrijdend gedrag, waarbij we het gaan hebben over een ambtelijke organisatie die zich niet veilig voelt. Laten we bij dezen dan ook maar hopen, dat deze tweede termijn dus ook een mooie korte tweede termijn gaat worden. Aan ons heeft het in ieder geval niet gelegen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wil de Partij voor de Dieren gebruik maken van de tweede termijn?” Mevrouw VELLEMA: “Nee, we willen nog geen gebruik maken van de tweede termijn.” De VOORZITTER: “Mevrouw Moester van de PvdA.” Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter.
Wij zijn tevreden over de antwoorden die de burgemeester geeft en dat ze aangeeft dat er wel degelijk iets moet veranderen binnen de organisatie. We zijn blij met het doorontwikkelingsplan en dat Hiemstra & De Vries een opdracht heeft gekregen om daaraan te werken. We zien het Forum hierover graag tegemoet. We zijn blij dat het organiseren van de veiligheid van medewerkers het belangrijkst is. Ik denk dat het doorontwikkelingsplan een goede aanzet is om dat te doen. We blijven natuurlijk kritisch hoe dit verder zal verlopen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Lok, u maakt ook gebruik van uw tweede termijn, zie ik.”
329
De heer LOK: “Voorzitter, dank voor de beantwoording van alle vragen in de eerste termijn. Eén vraag was nog onbeantwoord, maar ik begreep dat ik daar in de tweede termijn antwoord op kreeg. Voorzitter, wat ons betreft, geeft het zeker aanleiding om verder te onderzoeken hoe dit proces is gegaan, hoe dit onderzoek is gegaan. Wij zullen daarom ook de motie die is ingediend door het CDA, de Partij voor de Dieren en Kies Bewust Lokaal ondersteunen. Wij zullen niet meegaan in de motie van GroenLinks, de SP, de ChristenUnie, Burgerbelang, de PvdA en D66. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ackermans, Kies Bewust Lokaal.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Wij zijn ook blij dat er vanavond een open gesprek is geweest en dat vele vragen zijn beantwoord. De enige vraag die wij nog hebben, is … Wij hebben de burgemeester horen zeggen, dat zij meerdere malen heeft gesproken over de stijl, de toon en het gedrag naar de ambtenaren toe van onze oud-wethouder, maar dat niet zìj verantwoordelijk is voor de wethouder, maar de raad. Toch denk ik dan: waarom heeft u dit toentertijd niet bij ons gemeld, zodat wij onze controlerende rol daarin sneller kunnen pakken? Hoe gaat u hier in de toekomst mee om? Het is goed te horen, dat in de organisatie goed wordt gekeken naar de doorontwikkeling.
Aan het eind van de tweede termijn zullen wij een schorsing van tien minuten vragen om met de indienende partijen te overleggen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. D66, wilt u gebruik maken van de tweede termijn? Nee? Dan de heer Van Dijken, de ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, dank u wel. Vooralsnog ben ik tevreden met de beantwoording tot nu toe door de burgemeester. Ik ben blij dat er een Forum komt over dit onderwerp. Voor mijzelf heb ik het gevoel, dat we dit onderwerp hiermee voorlopig voldoende hebben behandeld of in ieder geval geparkeerd. Wij stemmen niet in met de motie van het CDA, Kies Bewust Lokaal en de Partij voor de Dieren. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Purperhart van het CDA, wilt u gebruik maken van de tweede termijn? Nee? De heer Pelgrim van de Stadspartij. U wel? Gaat uw gang.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. We zijn blij met de antwoorden die de burgemeester heeft gegeven, dat we kijken naar de toekomst, naar het onderzoek, dat we interne veiligheid oppakken en dat we daar ook echt mee aan de slag gaan. Ik wil nog wel even benadrukken, dat het ook gaat over externe veiligheid, dat ook de externe klachtenregeling goed georganiseerd gaat worden en dat dat ook een helder proces is.
Ik zal de motie van GroenLinks, de ChristenUnie, D66, de SP, Burgerbelang en de PvdA steunen en de motie van Kies Bewust Lokaal, het CDA en de Partij voor de Dieren nièt. Ik vind dat we in ieder geval moeten kijken hoe we het gedaan hebben. Een extern onderzoek gaat voor ons op dit moment veel te ver en we moeten dit zo snel mogelijk achter ons laten.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Burgerbelang, mevrouw Roerdink.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. We zijn blij met de antwoorden van de burgemeester. Fijn dat we dit op een open en transparante manier hebben kunnen bespreken vanavond. We hopen ook, dat het hiermee voorlopig klaar is. Dat we weer met z’n allen verder kunnen kijken naar de toekomst. Daar hoort ook een Forum bij. Daar kijken we ook naar uit,
330
om te kijken hoe we kunnen zorgen dat de gemeente een goede werkgever is en blijft en we – waar nodig nog – verbeteringen kunnen oppakken. In ieder geval goed om te horen, dat het medewerkerstevredenheidsonderzoek dat de afgelopen maanden is uitgevoerd, een positieve uitslag laat zien. Dat geeft ons hoop voor de toekomst. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dan zijn we hiermee aan het einde van de tweede termijn van de raad gekomen. Wil de burgemeester nog reageren op de twee vragen die nog openstaan? Dat zie ik. Ga uw gang, mevrouw Vermeulen.” Reactie College Burgemeester VERMEULEN: “Zeker, met dank voor het geduld van de VVD, heb ik het antwoord op het WOO-proof maken van de rapportages. Hoffmann vond dit prima. Hij heeft gezegd: “Persoonsgegevens weghalen vanwege bescherming van de melders.” GvB Integrity Services BV zei: “Het onderzoek mag volledig openbaar. Zo niet, dan jaartallen en data inzichtelijk laten zijn en ook melding van leidinggevenden door medewerkers en het wel of niet follow-up geven.” De expertise had nogal wat reactie: “De expertise en de opsteller van de contra-expertise mogen openbaar. De persoonsnaam van de opsteller van de contra-expertise mag weggelakt worden.” Dat als antwoord daarop. Mevrouw Ackermans stelt een hele goede vraag: waarom ik op een gegeven moment niet naar de raad ben gegaan. Daar heb ik inderdaad mee lopen worstelen.
Op het moment dat ik als burgemeester en voorzitter van uw raad naar u ga over een wethouder … Dat is nogal wat. Daarom heb ik – enigszins in vertrouwen – wel mijn ongemak daarover kenbaar gemaakt tijdens mijn jaargesprek en staan we nu hier. Terugkijkend zou je inderdaad hopen, dat we met z’n allen daar een beter systeem voor weten te vinden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan is door Kies Bewust Lokaal een schorsing gevraagd voor overleg. Is vijf minuten voldoende? Zullen we 22.15 uur afspreken? Dan heeft u tien minuten.” De vergadering wordt kort geschorst. De vergadering wordt hervat. (Audiopositie 02:48:37)
De VOORZITTER: “Ik heropen de vergadering. Ik wil eerst mevrouw Ackermans het woord geven. Zij heeft de schorsing aangevraagd.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Er was een verzoek om de motie aan te houden. We hebben hierover gesproken. We hebben besloten dat we de motie in stemming brengen, met als reden dat wij van mening zijn dat de Commissaris van de Koning de aangewezen persoon is om een onafhankelijk extern onderzoek te laten uitvoeren en met als reden om maximale transparantie te waarborgen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik begrijp dat de andere motie is aangepast. Ik geef mevrouw Westerik het woord.” Mevrouw WESTERIK: “Dank, voorzitter. Wij hebben met alle mede-indieners besloten om punt 1, “Roept de burgemeester op …” te schrappen, aangezien een Forum is toegezegd en ook gezien de beantwoording die reeds vanavond heeft plaatsgevonden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Alvorens we overgaan tot de stemmingen, wil ik even een formeel punt aanhalen. Als raad heeft u mevrouw Werger toestemming gegeven om deel te nemen aan de vergadering zonder het woord te voeren. Maar, om de stemmingen formeel geldig te laten zijn, verzoek ik mevrouw Werger om even zitting te nemen in de pantry, zodat we kunnen overgaan tot de stemming.
331
Mevrouw Werger verlaat de vergadering.
Ik heb eerst de vraag of er misschien stemverklaringen zijn. (…) Niemand wil gebruik maken van het geven van een stemverklaring. Dan gaan we als eerste de motie in stemming brengen die vanochtend gelijk bij u bekend was. De motie van GroenLinks, de ChristenUnie, de PvdA, D66, de SP en Burgerbelang. Dan gaan we nu over tot de stemming.” De GRIFFIER: “Allereerst verzoek ik alle leden van de raad te controleren of de stempas erin zit. (…) Als dat zo is … Motie agendapunt 9.b. Stemming is geopend. (…) En gesloten. Mag ik het resultaat zien? Negentien stemmen vóór, zeven stemmen tegen.” De VOORZITTER: “De motie is aangenomen.” Besluit: Motie 2022-M0033 is aangenomen. (Stemresultaat 2) De VOORZITTER: “Dan gaan we over naar de motie van Kies Bewust Lokaal, het CDA en de Partij voor de Dieren.” De GRIFFIER: “Dan open ik nu de stemming. Agendapunt 9.c. (…) De stemming is gesloten. Mag ik het resultaat zien? Zeven stemmen vóór, negentien stemmen tegen.” De VOORZITTER: “Deze motie is dus verworpen. Ik geloof dat ik dan een hamerslag moet geven. Agendapunt 9 is hiermee afgehandeld, want het voorstel zelf kende geen stemming. Dat was alleen de beraadslaging.” Besluit: Motie 2022-M0034 is verworpen. (Stemresultaat 3) De VOORZITTER: “Dan geef ik graag de voorzittershamer weer over aan onze raadsvoorzitter, mevrouw Vermeulen.”
10
VASTSTELLEN NADERE MOTIVERING ‘CULTUURHISTORISCHE WAARDEN: ZICHTLIJNEN EN MAXIMALE BOUWHOOGTE’ ALS ONDERDEEL VAN BESTEMMINGSPLAN “KATTENHAVESTRAAT” GRIFFIENR. 2022-0056 (Audiopositie 02:53:40)
De VOORZITTER: “Dan komen we aan … Het is overigens 22.22 uur. We hebben de goede gewoonte dat we rond 23.00 uur stoppen. Laten we kijken, hoe ver we dan zijn. We hebben nog drie stukken. Allemaal wel relevant … Dus we gaan dat natuurlijk niet vroegtijdig afkappen, maar als om 23.00 uur nog geen zicht is op een einde, dan ga ik dan het voorstel doen om morgen verder te gaan. Ik kijk even rond.
332
Oké. Dan gaan we beginnen met bespreekstuk 10, ‘Vaststellen nadere motivering ‘cultuurhistorische waarden: zichtlijnen en maximale bouwhoogte’ als onderdeel van bestemmingsplan “Kattenhavestraat”. Ik ga even een rondje maken. Wie mag ik het woord geven? GroenLinks, Kies Bewust Lokaal, de PvdA, VVD, Burgerbelang, D66, de ChristenUnie en de Stadspartij. Ik kijk nog even rond. Oké, dan beginnen we met GroenLinks. (…) Dit is de maiden speech van de heer Van Donk. We gaan ademloos luisteren.” Eerste termijn De heer VAN DONK: “Ja, voorzitter, hartstikke fijn om een verhaal hier in de raad te mogen starten in de wetenschap dat ik niet onderbroken mag worden. Dank daarvoor alvast aan iedereen. Voorzitter, afgelopen vrijdag nog hebben we met elkaar hier in de raad het debat gevoerd over het nieuwe coalitieakkoord. Een akkoord waar ikzelf en waar GroenLinks bijzonder trots op is. Een akkoord waarmee dit College met frisse blik en heel veel aanwezige expertise en natuurlijk met torenhoge ambities aan de slag gaat. Die torenhoge ambities waren er de vorige periode ook. Helaas, in het geval van de Kattenhavestraat, misschien iets té veel in de letterlijke zin. Het is de reden dat we hier met elkaar spreken over de nadere motivering. Waar ik niet onderbroken mag worden in mijn maiden speech, doet de Raad van State dit wél op het bestemmingsplan van de Kattenhavestraat.
Waar we als raad eerder niet mochten tornen aan de bouwhoogte van 13,5 meter, doet de Raad van State dit wél. De Raad van State heeft ons als gemeenteraad opgedragen om alsnog een goede belangenafweging te maken, met betrekking tot enerzijds het belang van de voorziene bouwhoogte en anderzijds het belang van de belemmering van de zichtlijnen. De vraag die de Raad van State terecht stelt: waarom houdt dit plan een goede ruimtelijke ordening in? Dit is direct ook mijn vraag aan de wethouder. De nu voorgestelde nadere motivering … Ik citeer: “De ontwikkeling van het bestemmingsplan leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van de zichtlijn op de Walburgistoren.” Dat kan toch onvoldoende tegemoetkomen aan de vraag van de Raad van State? Is ‘niet onaanvaardbaar’ in de ogen van de wethouder hetzelfde als ‘aanvaardbaar’? In ieder geval is het voor ons als indiener van de motie onvoldoende motivatie om recht te doen aan een goede belangenafweging door de raad. Dat brengt mij ook terug bij het nieuwe Collegeakkoord. Een akkoord waarin we met elkaar toetsstenen hebben vastgesteld waaraan een raadsvoorstel zou moeten voldoen, zoals dat de toetssteen of een plan ambitieus, maar realistisch is en de toetssteen of het voorstel is uit te leggen aan de inwoners van Zutphen. Ik denk dat de huidige nadere motivering in dit voorstel de test niet doorstaat.
Sterker nog: ik vrees dat we wanneer we hoogtes van gebouwen in de toekomst motiveren met ‘niet onaanvaardbaar’ we een verkeerd precedent scheppen en vooral geen goed signaal afgeven aan onze inwoners. Het mag duidelijk zijn dat de zichtlijnen vanaf de IJsselkade ernstig worden belemmerd door vast te houden aan een bouwhoogte van 13,5 meter. In de nadere motivering gebruikt het College het argument dat de kerktoren geheel uit zicht is, waar ‘grotendeels uit zicht’ in de belangenafweging ook zou moeten gelden. In uw belangenafweging stelt u, dat de nieuwbouw van vier lagen aansluit bij de aanliggende bebouwing, maar dat doet lagere bebouwing natuurlijk ook. Ter verduidelijking: wanneer u als College op dit moment langs mij, over mij heen, die middelste kroonluchter hier in de Burgerzaal wil zien, dan wordt uw zicht behoorlijk gehinderd door mijn kale kop. Wanneer ik iets door de knieën ga, wordt uw zicht op die middelste kroonluchter een stuk beter en ziet u heel veel meer. Dat gunnen we toch ook een historische plek als de Kattenhave? In tegenstelling tot mijn hoofd, wél een belangrijk aangezicht voor Zutphen. Voorzitter, ik kom tot een afronding. GroenLinks ziet het belang van woningbouw en ook dat hiervoor enige snelheid nodig is. Het is dan ook mooi dat we van een lelijke parkeerplek op
333
deze prachtige locatie worden verlost. Ik ben blij dat we hier in goed samenspel onze controlerende rol als raad kunnen pakken en we hiermee dit nieuwe College meteen kunnen adviseren. Pas direct het nieuwe coalitieakkoord ook toe: houd zicht op de toetsstenen en houd zicht op de Walburgiskerk. Dát is de reden, dat we tegen het raadsvoorstel zullen stemmen en dat we een motie indienen, samen met D66 en de Stadspartij. Ik zal het uitgebreide dictum hier niet helemaal voordragen, maar het komt erop neer, dat we het College opdragen om in het kader van een goede belangenafweging de bouwhoogte terug te brengen en in september een gewijzigd plan aan de raad voor te leggen en daarnaast de Raad van State over deze motie en onze belangenafweging te informeren. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. We gaan over naar Kies Bewust Lokaal.” De heer JANSEN: “Dank u wel, voorzitter. In het Forum hebben we uitgebreid stilgestaan bij het raadsvoorstel dat nu aan de raad is voorgelegd. Kies Bewust Lokaal heeft nog steeds twijfels over de juridische haalbaarheid en of het huidige voorstel wél Raad van State-proof is. Het College heeft aangegeven, dat zij verwachten dat dat wél zo is. Volgens onze inschatting is dat flinterdun. De wethouder heeft onze zorgen als zodanig niet weggenomen.
Deze geeft aan: “We gaan door met het proces.” Dat is ook begrijpelijk, want anders ga je terug in het proces. Alles moet je opnieuw doen. Dan gaat het misschien jaren duren voordat er twee stenen op elkaar worden gezet. We horen toch graag van het College hoe zij er nu tegenaan kijkt. We zijn toch weer twee weken verder. Misschien is er een nieuwe bevinding ‘opgepopt’ bij het College, die misschien toch wat meer onderbouwing voor Kies Bewust Lokaal kan geven opdat we met het raadsvoorstel kunnen instemmen. Dat is nu nog niet het geval. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan de PvdA.” De heer BOUMA: “Dank u wel, voorzitter. Het is ook mijn maiden speech. Ik zal hem iets korter houden dan mijn collega-raadslid Van Donk. Met trots sta ik hier als raadslid van de Partij van de Arbeid en ook met trots op het coalitieakkoord dat we hebben gesloten met de drie andere partijen; GroenLinks, Burgerbelang en D66. De Raad van State heeft op 20 april 2022 een tussenuitspraak gedaan. Deze tussenuitspraak biedt de gemeente Zutphen de zogenoemde bestuurlijke rust en ruimte om het vastgestelde gebrek in het bestemmingsplan op te lossen. In diezelfde tussenuitspraak heeft de Raad van State alle andere beroepsgronden ongegrond verklaard: het stadssilhouet blijft behouden. Er is verder geen sprake van onaanvaardbare aantasting van zichtlijnen vanaf de IJsselkade.
Er is nog steeds sprake van het Kattenhavestraatplan. Met deze tussenuitspraak is het plan niet vernietigd en kan door deze bestuurlijke lus worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. De Partij van de Arbeid ziet de door GroenLinks ingediende motie als voorbarig. Wacht eerst af, wat de einduitspraak zal zijn van de Raad van State. De Partij van de Arbeid is van mening, dat de gemeente daarmee dan ook voldoet aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De Partij van de Arbeid is ook nieuwsgierig naar de visie van het College in het geval van de ingediende motie en zal daarin een zorgvuldige afweging maken. Vooralsnog geen steun voor de motie.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De VVD.” De heer LOK: “Voorzitter, allereerst onze felicitaties aan de heer Van Donk en de heer Bouma voor hun maiden speech. Dat is toch altijd een heel mooi moment. Het plan heeft natuurlijk al behoorlijk wat voeten in de aarde gehad in de afgelopen jaren.
334
Ik denk dat het met die zichtlijnen ook wel een kwestie van perspectief is. Om even in de woorden van de heer Van Donk te spreken: dat u hier stond, gaf mij geen enkele belemmering om die mooie kroonluchter te zien. Ik denk dat dat ook wel een beetje te maken heeft met of je de Walburgiskerk al dan niet kan zien vanaf de IJsselkade of vanaf de andere kant van de IJssel. Mijn fractie meent dat met het raadsvoorstel aan alles is voldaan om de twijfels die de Raad van State heeft, weg te nemen. Wat ons betreft, is het dan ook solide en voldoende. Ik wil nogmaals aan de wethouder vragen: kan hij dit nog een keer bevestigen? Wat ons betreft, kan het plan dan doorgang vinden en zullen we de motie dan ook niet steunen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Boersbroek van Burgerbelang.” De heer BOERSBROEK: “Dank u wel, voorzitter. Alvast bedankt, meneer Lok, voor de felicitaties voor mijn maiden speech straks. Ik wacht er met smart op. Vanavond is er veel gezegd en veel gebeurd. Maar goed, dit is mijn maiden speech. Mijn eerste officiële woorden in deze gemeenteraad. Die zal ik moeten gebruiken voor een bouwvergunning. Een bouwvergunning, die vorig jaar uitvoerig is behandeld en waarvoor slechts vragen zijn gesteld ter verduidelijking. Dit had eigenlijk een hamerstuk moeten zijn.
U begrijpt misschien ook wel, dat ik had gehoopt op een onderwerp dat wat sexyer of grootser zou zijn dan dit onderwerp, maar helaas ... Ook al is dit mijn maiden speech, u mag mij niet interrumperen als ik ineens wil beginnen over een totaal ander onderwerpen dat mij meer aan het hart gaat, zoals sport, jongeren, cultuur, economie of zo ongeveer alles wat niet te maken heeft met een al dan niet goedgekeurde bouwvergunning aan de Kattehaven. Maar goed, toch doe ik dit niet. Het onderwerp geeft aan, hoe ik in de politiek sta. Als het gaat om dit soort ingrijpende projecten in buurten of wijken, is het ontzettend belangrijk om bewoners aan het woord te laten. Wij zetten als raad ergens een vinkje bij en zij moeten er maar naast wonen. Wij begrijpen dan ook de frustratie die dit kan opwekken, maar we moeten ook accepteren dat dit democratisch is besloten. De omwonenden hebben inspraak gehad. Ze hebben bezwaar kunnen maken en hebben hier ook gebruik van gemaakt. Ze konden tegen de beslissing van de gemeenteraad in beroep bij de Raad van State en zij hebben dit ook gedaan. Is dat een wenselijk traject? Nou, wat ons betreft niet. We hebben de afgelopen jaren vaak gezien, dat de gemeente plannen doorzet die niet worden gedragen door de omwonenden en geen stand hielden bij een rechter. Het leidt tot hoge kosten.
Maar nog belangrijker: tot een vertrouwensbreuk tussen burger en politiek. Voor de toekomst is het een mooie les. Voor nu is het belangrijk om in dit proces de juiste stappen te zetten. Wij zullen instemmen met het voorstel van het College. We zullen tegen de motie van GroenLinks stemmen. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik geef het woord aan D66. Nog een maiden speech? Echt waar?” De heer SOMMER: “Een korte inleiding in de geschiedenis van Zutphen. Nee, ik had al rekening gehouden met het feit dat het niet het beste moment is voor een maiden speech, dus ik zal het nóg korter houden dan mijn voorganger van de PvdA. Ik hoop dat ik u daar erg blij mee maak. D66 heeft het afgelopen jaar ingestemd met het bestemmingsplan Kattenhavestraat. Dat was op basis van een toezegging van het College dat het zicht op de Walburgiskerk door nieuwbouw niet mag worden ontnomen. Deze toezegging bleek een wassen neus, terwijl we juist zuinig moeten zijn op ons erfgoed en daarmee dus ook ons stadsgezicht. Het geeft onze stad uitstraling en sfeer en is van economisch belang. Daarom dient D66 de motie ‘Zichtlijnen Kattenhavestraat’ mede in.
335
Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de ChristenUnie, meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Voor mij is het geen maiden speech. Ik houd het daarom ook maar even kort. De ChristenUnie kan niet instemmen met de motie van GroenLinks en D66. Het Collegebesluit om naar 13,5 meter bouwhoogte te gaan, is - wat mij betreft - een afgewogen besluit. Als raad zouden we eigenlijk niet met dit soort besluiten moeten worden geconfronteerd. Daarvoor hebben we een ambtelijk apparaat en een College. Alleen in uitzonderlijke gevallen zou nog een uitspraak van de raad gevraagd mogen worden. Deze casus is, wat mij betreft, niet uitzonderlijk genoeg. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De Stadspartij. De heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Wij hadden de vorige keer vóór gestemd voor de bouwvergunning voor de Kattenhavestraat. Dat hadden we deels gedaan op basis van informatie die niet volledig was. Nu de uitspraak van de Raad van State er ligt, denken we dat we op basis van die uitspraak een nieuw bestemmingsplan moeten maken. Daarom dienen wij de motie van GroenLinks en D66 mede in, om het bestemmingsplan te herzien en daarmee ook tegemoet te komen aan de inwoners die daar heel veel bezwaar tegen hebben gemaakt. Als de uitspraak van de Raad van State er ligt, dan willen we ook de inwoners daarin tegemoet komen.
Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Geen fractie die zich nog bedenkt? Ik heb eigenlijk geen vragen gehoord, maar wethouder Bloem wel, zie ik.” Reactie College (Audiopositie 03:11:25)
Wethouder BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik heb enkele vragen gehoord. Ik denk dat het ook nodig is om vanuit het College een advies te geven bij de ingediende motie. In de eerste plaats wil ik de oproep doen om vóór het raadsvoorstel te stemmen. De Raad van State laat ons de mogelijkheid om het geldende bestemmingsplan nader te motiveren. We zijn niet verplicht om deze afweging te maken. Nadere motivatie is voldoende. Met behulp van experts ligt deze nadere motivatie voor. Als u in de bijlage kijkt van het advies van de experts, dan is duidelijk dat de Walburgiskerk vanaf de IJsselkade nog gewoon zichtbaar is. Ons standpunt is, dat dit een toereikende onderbouwing is en ook dat de Raad van State hiermee goedkeuring kan geven aan het bestemmingsplan. Voor een goede afweging wil ik u ook informeren over de consequenties wanneer de gemeenteraad vanavond oproept om het bestemmingsplan te wijzigen. Een bestemmingsplan dat amper één jaar oud is. Ik vind het eerlijk gezegd ook moeilijk uitlegbaar om een jaar later het bestemmingsplan alweer te wijzigen, kijkend naar de toetsstenen van het coalitieakkoord. De volgende effecten zijn aan de orde. 1) We zullen uitstel moeten vragen bij de Raad van State. 2) De gemeente moet een gewijzigd bestemmingsplan opstellen en dat elektronisch aanmelden, met daarbij ook een motivering voor een aangepaste bouwhoogte.
Ik schat in, dat we dan toch wel een half jaar verder zijn. Ik wil de indieners daarom ter overweging meegeven om de motie aan te houden en het College in ieder geval de kans te geven om een andere motivering door de Raad van State te laten toetsen, zoals eigenlijk ook gewoon is voorzien in het proces. Tot slot, wil ik nog iets zeggen over de woningbouwopgave die we hebben. Een deel van de nieuwe woningen die we de komende jaren moeten bouwen, moeten we binnen de bebouwde kom realiseren.
336
Oh, interruptie.” De VOORZITTER: “De heer Van Donk.” De heer VAN DONK: “Voorzitter, ik wil vragen wat het bezwaar is tegen een half jaar op zo’n lange termijn … Is dat nu het probleem? Om even tijd te nemen en een goede belangenafweging te maken, zoals de Raad van State dat voorstelt?” Wethouder BLOEM: “Wat ik nu aangeef, is wat het procedureel zou kunnen betekenen. Of een ontwikkelaar meteen gaat bouwen of ook een nieuw ontwerp moet maken … Allerlei zaken kunnen daar nog bij komen kijken. Dat heb ik nog niet eens genoemd. Het is niet duidelijk of het een half jaar zou duren; het kan ook langer duren. In de tussentijd hebben wij daar een parkeerplaats, terwijl er een mogelijkheid is daar een gebouw neer te zetten, wat gewoon stedenbouwkundig passend is. Vanaf zichtpunt 2 (hoek IJsselkade-Berkelkade) is de Walburgiskerk gewoon zichtbaar. Ik zie eigenlijk geen enkele reden waarom we hier nog een aanpassing moeten doen. De motivering klopt gewoon. Het enige wat we hoeven te doen, is dat bij de Raad van State aan te melden. Dan hebben we in ieder geval de kans om een geldend bestemmingsplan te laten goedkeuren.” De heer VAN DONK: “Voorzitter, de wethouder geeft aan dat de Walburgiskerk vanaf zichtpunt 2 gewoon zichtbaar is. Dat klopt. Dat is precies op de hoek vanaf de IJsselkade gezien. Daarna zal de kerk grotendeels uit zicht verdwijnen.
Ik wil de wethouder toch vragen om het waardevolle aanzicht van de Walburgiskerk in ogenschouw te nemen en een goede belangenafweging te maken.” De VOORZITTER: “Wethouder Bloem.” Wethouder BLOEM: “Ik denk dat het een geval is van: het glas is halfvol of halfleeg. Ik vind het wat ongemakkelijk als we in de raadszaal op de stoel van experts moeten gaan zitten. Zij hebben onderzocht of zichtlijnen voldoende worden gewaarborgd. Via een tekening is duidelijk dat wordt voldaan aan de belangrijkste voorwaarde; dat de Walburgiskerk vanaf de IJsselkade zichtbaar is. Vanaf zichtpunt 5 (hoek IJsselkade-Kattenhavestraat) is de Walburgiskerk ook niet goed zichtbaar in de bestaande situatie, dus daar verandert in feite niets. Er zal wellicht op één onderdeel een effect zijn. Moeten wij dit soort debatten in de raad gaan voeren, wat ten koste gaat van vier maiden speeches, alleen om gelijk te krijgen? Is dat waar we hier vanavond voor zitten? Ik wilde nog een ander punt maken, over het belang van de woningbouwopgave. We willen behoorlijk veel huizen bouwen binnen de bebouwde kom. Als we voor ieder plan terugkomen op onze besluiten, dan verliezen we gewoon aan slagvaardigheid. Ik ga me er als wethouder voor inzetten dat alle plannen in goed overleg met de omgeving en goed ingepast in de omgeving zullen worden uitgewerkt. Dat neem ik hier zeker in mee.
Ik hoop dat u ons de kans geeft om een goede motivering bij de Raad van State in te dienen.” De heer VAN DONK: “Dank u wel voor deze antwoorden, wethouder. Ik snap uw punt over het belang van woningbouw. Het gaat voor ons niet om ‘n heel klein dingetje. Er spelen drie heel belangrijke punten. Wij vinden het belangrijk, dat we een goed plan terugkoppelen naar de Raad van State. 1. De raad is eerder op het verkeerde been gezet omdat ons werd voorgehouden dat we niet mochten tornen aan de bouwhoogte; 2. De zichtlijnen verdwijnen wel degelijk grotendeels; 3. De Raad van State vraagt een goede belangenafweging van ons. Ik ben zelf nieuw als raadslid en we hebben de toetsstenen in het nieuwe Collegeakkoord vastliggen. Ik vind het belangrijk, dat plannen realistisch zijn en uitlegbaar aan de inwoners.
337
We hebben daar een andere mening over, maar dat is voor ons de reden om deze motie in te dienen en een goede belangenafweging te maken.” De VOORZITTER: “Wethouder Bloem.” Wethouder BLOEM: “Ik denk dat u beweegredenen voor het indienen van een motie goed heeft gemotiveerd. Vanwege alle andere afwegingen die spelen, die ik net heb genoemd, doe ik echt een beroep op u om de motie aan te houden en het College de kans te geven om een advies – dat is gedragen door experts – te laten toetsen door de Raad van State.” De VOORZITTER: “De heer Van Donk.” De heer VAN DONK: “Laatste slotopmerking. De wethouder vraagt om de motie aan te houden. Wij zullen deze motie toch vanavond indienen vanwege het belang om dit tijdig aan de Raad van State terug te koppelen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Het woord is aan Burgerbelang. De heer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan GroenLinks. Ik heb afgelopen zaterdag even rondgelopen bij de Kattenhavestraat. Dat er wat moet gebeuren, moet ook gebeuren, maar het viel me wel op, dat er heel veel bomen staan. Bomen ontnemen natuurlijk ook het zicht op de Walburgiskerk. Ik heb zo wat voetstappen gezet. Veertien, vijftien meter tot het zicht op de Walburgiskerk verdween.
Ik ben eigenlijk benieuwd wat er met die bomen gaat gebeuren en hoe GroenLinks daar tegenaan kijkt.” De VOORZITTER: “Eerst even kijken of de wethouder klaar was met zijn verhaal.” Wethouder BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik ben klaar met mijn verhaal.” De VOORZITTER: “Dan mag u gaan zitten. Dan mag de heer Van Donk antwoorden op de vraag over de bomen.” De heer VAN DONK: “Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, Burgerbelang. We zijn natuurlijk hartstikke blij dat we bomen hebben in het centrum van de stad. Bomen zijn gelukkig iets minder breed dan bebouwing en zullen hun bladeren in een gedeelte van het jaar verliezen. Je kunt eronderdoor lopen of naast lopen. Het zal ongetwijfeld soms een stukje zicht belemmeren, maar dat staat in het niets in vergelijking tot nieuwe bebouwing.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Is er nog behoefte aan een tweede termijn of kunnen we overgaan tot stemming? Ja, ik zie iedereen knikken. Oh, meneer Jansen.” Tweede termijn De heer JANSEN: “Voorzitter, dank. Gehoord hebbende wat hier in de raad is besproken en gevraagd aan het College en de beantwoording door de wethouder, zijn we niet tot verdere inzichten gekomen. Wel hebben we als fractie de balans opgemaakt.
Dat hadden we vóór die tijd al gedaan, maar we hebben geen nieuwe, aanvullende informatie gegeven aan het College waarvan we zeggen: “Wij staan er echt vierkant achter.” Dat staan ze natuurlijk wel, maar er zijn geen nieuwe juridische elementen toegevoegd om een zodanige onderbouwing te geven voor Kies Bewust Lokaal. We trekken de juridische houdbaarheid van het raadsvoorstel sterk in twijfel en blijven dit ook in twijfel trekken. We zijn vóór deze motie.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan stel ik voor dat we gaan stemmen. Zijn er nog mensen die een stemverklaring willen geven?
338
Dat is niet het geval. Griffier.” De GRIFFIER: “Allereerst verzoek ik alle leden van de raad om te controleren of het stempasje in de microfoon zit.” De heer BOERSBROEK: “Voorzitter, waarover stemmen we nu? Over de motie?” De VOORZITTER: “Dat zat ik net de griffier in te fluisteren. We gaan eerst stemmen over 10.a. en daarna pas over de motie. We stemmen nu over het raadsvoorstel. Goed dat u het even vraagt.” De GRIFFIER: “Als alle stempasjes erin zitten, dan zal ik de stemming openen van raadsvoorstel 10.a. (…) Stemming is gesloten. Mag ik het resultaat zien? 27 uitgebrachte stemmen waarvan twaalf vóór en vijftien tegen.” De VOORZITTER: “Daarmee is het voorstel verworpen.” Besluit: Raadsvoorstel 2022-0056 is verworpen. (Stemresultaat 4) De VOORZITTER: “Dan gaan we voor naar 10.b, de motie.” De GRIFFIER: “10.b. De stemming is geopend. (…) En gesloten. Mag ik het resultaat zien? 27 stemmen uitgebracht waarvan vijftien vóór en twaalf tegen.” De VOORZITTER: “De motie is aangenomen.” Besluit: Motie 2022-M0030 is aangenomen. (Stemresultaat 5) De VOORZITTER: “Het is 22.52 uur en we hebben nog twee stukken met nog een aantal moties, enzovoorts. Zullen we het proberen af te maken? En om dan wel fijn om te gaan met de tijd, voor mensen die morgen heel vroeg naar hun werk moeten. Ja? Dan gaan we dat doen.”
11
VASTSTELLEN OMGEVINGSPLAN (BESTEMMINGSPLAN MET VERBREDE REIKWIJDTE) LANDELIJK GEBIED GRIFFIENR. 2022-0041 (Audiopositie 03:24:10)
De VOORZITTER: “Dan gaan we nu naar punt 11. Dat is het Omgevingsplan Landelijk Gebied. Daarop is een amendement ingediend, volgens mij door GroenLinks. We hebben ook nog twee moties hierop. Ik denk dat het goed is, dat ik eerst de partijen van het amendement en de twee moties het woord geef. Dat zijn GroenLinks en D66. Wie wenst verder nog het woord te voeren? Ik kijk even … De ChristenUnie, VVD, Kies Bewust Lokaal en de Partij voor de Dieren. Komt u maar verder, meneer Logemann. (…) Gaat uw gang.”
339
Eerste termijn De heer LOGEMANN: “Dank u, voorzitter. Het omgevingsplan, zoals we dat vandaag bespreken, heeft een lange ontstaansgeschiedenis. Al in 2015 bespraken we een visie landelijk gebied. Een visie waarin de raad blijmoedig aanstuurde op schaalvergroting van de landbouw en op het faciliteren van de agrarische sector zodat deze kan concurreren op de wereldmarkt. De GroenLinks-fractie zag daar toen al niets in en stemde tegen. Nu, anno 2022, weet iedereen dat schaalvergroting in Zutphen onwenselijk is en concurreren met melkproductielanden als Canada en Nieuw-Zeeland waanzin. Schaalvergroting en concurrentie betekenen immers minder boeren, een steeds intensievere landbouw, méér milieubelasting, minder kwaliteit, minder dierenwelzijn, minder ruimte voor natuur en landschap. De GroenLinks-fractie constateert tevreden dat het Omgevingsplan waar we het vandaag over hebben, gelukkig op een heel andere leest is geschoeid. Uitbreidingsmogelijkheden voor de veehouderij zijn er nauwelijks meer. Er is een onderliggende landschapsvisie opgesteld. Er ligt meer nadruk op beschermen en kwaliteit, onder meer in de vele dubbelbestemmingen die het plan nu kent. Die koerswijziging spreekt ons aan. Is nu alles goed geregeld in het plan? Wat ons betreft nog niet.
Zo zijn er nog belangrijke verbeteringen mogelijk ten aanzien van de bescherming van waardevolle bomen en ten aanzien van de ecologische betekenis van bermen in het landelijk gebied. Voor deze thema’s hebben we zojuist een motie en een amendement ingediend. De motie over de bescherming van waardevolle bomen, samen met D66. Voor het beschermen van waardevolle bomen is weliswaar in de planregels een set van beschermende afspraken geformuleerd, maar de categorie ontbreekt nog op de plankaart. Daardoor is in de praktijk nog geen enkele waardevolle boom in het buitengebied en op de landgoederen in Zutphen en Warnsveld beschermd. Dan de bermen. Bermen hebben op de eerste plaats een verkeerskundige functie, maar zijn daarnaast ook van groot ecologisch belang. Als refugium voor planten en dieren, die het in de akkers en weilanden zelf niet meer volhouden, en als ecologische corridor tussen natuurgebieden. Dat zou kunnen, want in de praktijk komt het ook in Zutphen veel voor dat de bermen door de aangrenzende eigenaren worden gebruikt voor de productie van gras of mais. Dat is wederrechtelijk, want de berm is meestal eigendom van de gemeente en niet van de boer. Volgens een voorlopige berekening van de Provincie gaat het in Zutphen om ongeveer drie hectare.
Dit lijkt weinig, maar bij een geschatte gemiddelde breedte van drie meter, betekent dit dat alleen al in onze gemeente tien kilometer berm niet wordt gebruikt waarvoor hij is bedoeld en dus ook dat tien kilometer berm is uitgeschakeld van zijn ecologische functies. Dat kan niet de bedoeling zijn. Daarom stelt GroenLinks voor om het toegestane én het strijdige gebruik van bermen in het Omgevingsplan beter vast te leggen. Samen met de biodiversiteitsnota die we later dit jaar verwachten, kan worden gebouwd aan een mooi ecologisch netwerk in het landelijk gebied, van bloeiende bermen en gonzende insectenvolken. Een keuze in het Omgevingsplan waar GroenLinks volledig achter staat, is de keuze om het Omgevingsplan periodiek aan te vullen met nieuw beleid. Dus, niet een herziening om de tien jaar, maar van de omstandigheden die aanleiding ertoe geven. Dit is volgens het begeleidend memo met name nodig bij de thema’s natuur, cultuurhistorie, water, energietransitie en gezondheid. De GroenLinks-fractie vindt het echter onbegrijpelijk dat hier het thema landbouwtransitie niet wordt genoemd. Als er één terrein is waar het beleid in ontwikkeling is en waar zich de komende jaren grote veranderingen zullen voordoen, dan is dat de landbouw.
Voor alle duidelijkheid: het gaat GroenLinks er niet om, om in het Omgevingsplan strengere eisen op te nemen voor de landbouw en al helemaal niet om landelijk beleid af te vlakken, zoals over stikstof. Het gaat ons om het besef dat de landbouw van grote waarde is voor het landschap rond Zutphen en dat het buitengebied niet in zijn huidige vorm kan bestaan zonder boeren. Maar ook dat landbouw niet op dezelfde voet kan doorgaan en zal móeten veranderen, wil het zijn bestaansrecht behouden: meer gericht op regionale productie, korte kringlopen en op inpassing van natuur en landschap in de bedrijfsvoering en meer aansluiting bij de koers
340
die de FAO, de Green Deal van de Europese Commissie, het regeerakkoord van kabinet-Rutte IV, de visie Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, het Programma Agrifood van de Provincie Gelderland en de landbouwvisie van de Cleantech Regio hebben geformuleerd en die ook aansluit bij de visie van landbouworganisaties zelf, zoals het actieplan Natuurinclusieve Landbouw van de LTO of de Vruchtbare Kringloop Achterhoek met haar promotieactiviteiten rond kringlopen, ecologie, rendement en samenleving. De boodschap is telkens: extensieve natuurinclusieve kringlooplandbouw voor de regionale markt in plaats van concurreren op de wereldmarkt. In het buitengebied van Zutphen kennen we gelukkig al een aantal mooie voorbeelden van boeren die proberen op een andere manier hun brood te verdienen. Laten zij de weg wijzen voor de andere agrarische ondernemers. Voorzitter, dat inzicht zien wij nog niet terug in het voorliggende Omgevingsplan, maar zou de komende jaren wel de leidraad moeten zijn voor het omgevingsbeleid, te beginnen in de volgende versies van het Omgevingsplan Landelijk Gebied, maar uiteindelijk ook in de omgevingsvisie die voor de hele gemeente wordt opgesteld in de komende jaren.
Ook voor de denklijn van de landbouwtransitie als leidraad voor het omgevingsbeleid, hebben wij opnieuw, samen met D66, een motie ingediend. Voorzitter, het Omgevingsplan is niet perfect, maar wel alvast een stevige verbetering ten opzichte van de huidige bestemmingsplannen en de visie Landelijk Gebied uit 2015. Om die reden zal de GroenLinks-fractie vóór het voorliggend voorstel stemmen, maar wel in het volle besef dat er in de komende jaren bij de herzieningen die reeds zijn aangekondigd, nog veel moet veranderen, willen we het plan toekomstbestendig maken én houden. Daar dragen hopelijk de moties en het amendement aan bij. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Logemann. Dan verleen ik het woord aan D66.” Mevrouw WESTERIK: “Voorzitter, heel even een vraag. Zou u erop kunnen letten dat men ook echt in de microfoon spreekt? Ik heb bijna de helft van het verhaal niet kunnen horen.” De heer SOMMER: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal het weer kort houden. Ik sluit me volledig aan bij het betoog van de heer Logemann. Nog één verhelderende vraag voor de verantwoordelijk wethouder over de motie ‘Bescherming waardevolle bomen’. Daarin wordt een termijn genoemd. Wij vroegen ons af in hoeverre deze haalbaar is. Als daar een toelichting op kan worden gegeven, graag. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Ik verleen het woord aan de ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Wij zullen instemmen met het Omgevingsplan. Het was een stuk van 1.342 pagina’s. Voor een kleine fractie zoals de ChristenUnie-fractie, is dat wel een hele klus. Op mijn verzoek is er ook een tweede Forum aan gewijd, alvorens het hier in de raad wordt behandeld. Dat is maar goed ook, denk ik dan. Het verzoek aan het College is dat wanneer er weer dit soort hele ‘lange plannen’ voorliggen – ik bedoel lang in de tijd gezien en dik in papier – dat de raad wat eerder wordt meegenomen in het proces en tussentijds worden bijgepraat over de gang van zaken en de stand van zaken. Overigens ben ik het ook eens met de moties. We zullen ermee instemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan verleen ik het woord aan Kies Bewust Lokaal.” (Audiopositie 03:33:58)
De heer JANSEN: “Voorzitter, in het Forum hebben we uitvoerig stilgestaan bij het Omgevingsplan. We hebben er meerdere keren met elkaar over gesproken. Sterker nog: dit plan is opgesteld op basis van allerlei eerder door de raad vastgestelde plannen. Er zal hier en daar
341
wel wat zijn bijgeschaafd, misschien zijn er wat plussen en minnen, misschien is er iets weggelakt wat overbodig is. Niet zwart, maar het is wel uit het document. Meneer Van Dijken, volgens mij, zijn het een paar honderd meer pagina’s dan u aangaf, maar het zijn er wel heel veel. Ik heb ze ook niet allemaal doorgelezen, maar ik vertrouw erop dat het College datgene doet, dat het moet doen. Dat heb ik ook uitgesproken in het Forum. Er ligt nu een tweetal moties en een amendement voor. De bermen zijn wellicht in oneigenlijk gebruik. Dat wil niet zeggen, dat ze niet ecologisch zijn ingericht, zoals de heer Logemann aangaf. Sterker nog: als de gemeente vindt dat ze oneigenlijk in gebruik zijn, dan vraagt dit om handhaving. Als het handhavend optreden vraagt, dan kan de burgemeester overgaan tot handhaving. Als je ervoor kiest om niet actief te handhaven … Dat is dan een keuze van het College. De oproep hier om dat misschien wél te doen, via het amendement. Dat is, volgens mij, niet de geëigende weg. Ik denk dat we een andere weg moeten volgen. We kunnen het College wel vragen wat de reden is waarom de afgelopen jaren niet handhavend is opgetreden en dat een raadslid dat nu wel aan de orde stelt. Ik weet ook dat veel mensen het gazon rondom hun perceel graag als gazon willen zien. Daar kun je ook voor kiezen. Ik denk dat een reactie van het College hier wel op z’n plaats is.
Misschien van de burgemeester, maar dat laat ik over aan het College. Als we de bermen weer in eigen beheer gaan houden, vraagt dat ook enorm veel geld. Dat moet geïnventariseerd en onderhouden worden. Misschien moet er juridisch ook het een en ander gebeuren, want als iemand jarenlang openbare grond in gebruik heeft, vraagt dat in het kader van de wet extra inspanning om het juridisch mogelijk te maken om het anders in te richten dan als openbare ruimte. Maar goed, misschien heeft het College al hierover nagedacht. Bescherming van waardevolle bomen. Ja, dat is een punt. Dit is niet de eerste keer dat dit in de raad aan de orde is. Er is een bomenverordening geweest in het verleden, waarin met name was aangegeven dat bomen op particuliere gronden ook aangeduid konden worden als beschermd. Het College had hiervan gemeend, dat dat niet goed gaat. Het was wel aangenomen, maar in de praktijk ging het niet goed. De buurman of buurvrouw zou kunnen vinden dat een boom wordt gezaagd of gesnoeid. Dan zou de gemeente misschien handhavend moeten optreden. Je kunt je afvragen of het slim is om het op deze manier te doen. In het register, dat er ook in is benoemd, staan ook bomen waarvan onbekend is of het particulier eigendom betreft. Niet alle bomen hebben een aanduiding ‘openbaar terrein’. Er staan enkele witte vlakjes in. Dit vraagt ook weer heel veel inspanning.
Je kunt je afvragen of we op dit moment een dergelijke inspanningsverplichting aan het College moeten vragen. Je zou kunnen zeggen: doe het op termijn. Kijk er even naar. Maar in eerste instantie: wat zijn de effecten ervan als we met elkaar een dergelijk traject ingaan, voordat we dit met een motie min of meer opleggen vanuit de raad. Toekomstige landbouw - Kiest Bewust Lokaal is heel duidelijk: praat met de boeren. Dat hebben we in een eerdere setting al gedaan. De heer Logemann was erbij. We hebben met een aantal agrariërs en boeren gesproken. Ik moet zeggen, dat een aanwezige boer hier in de zaal daar ook bij betrokken was. We hebben met de LTO gesproken. We hebben in een hele kleine setting, met een paar raadsleden … Er was een uitnodiging voor de hele raad, maar we waren met een kleine setting. We hebben het gehad over: hoe kunnen we, kijkend naar de toekomst, de ecologie, de boeren helpen? Aanhoren ... Hoe kunnen we dat in gezamenlijkheid ontwikkelen? Ze hadden wel goede ideeën, maar het vraagt van de raad ook een reflectie in de zin van: wat doen we er nu eigenlijk mee? Waar ligt die grens? Gaan we spuiten of gaan we niet spuiten? Hoe komen we er vanaf? Zo zijn er meer onderdelen besproken op die avond.
We zijn wel uit elkaar gegaan met het idee dat het verstandig is om dit alles een keer uitvoerig in de raad te bespreken, te kijken wat de effecten ervan zijn, maar ook om te kijken wat vanuit de raad aan de boeren en agrariërs kan worden meegegeven betreffende allerlei wet- en regelgeving om het ecologisch boeren meer te stimuleren. Dat doen ze al heel veel. Zeker in de gemeente Zutphen wordt hier al veel invulling aan gegeven.
342
Om nu een motie neer te leggen: “We gaan even zo invullen”, gaat, wat ons betreft, te ver. Ik wacht even de reactie van het College af. Daarna gaan we afwegen of we voor de moties, dan wel voor het amendement gaan stemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Logemann trekt een sprintje.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel. Ik schiet even uit mijn slof door de manier waarop de heer Jansen de motie over de landbouw neerzet, dat daarin zou staan “dat we het wel even vanuit de raad gaan regelen”. Dat is absoluut niet wat er in die motie staat. Ik denk dat de heer Jansen er goed aan zou doen om de motie gewoon eens even te lezen. We vragen het College alleen maar een visie te vormen en die visie ook te zijner tijd een plek te geven in het Omgevingsplan. Dank u wel.” De VOORZITTER: “De heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het is zeker niet mijn intentie geweest om het zo neer te zetten. Ik heb heel nadrukkelijk aangegeven, dat we vanuit de raad moeten praten. Natuurlijk, we kunnen het College vragen om met een voorstel te komen en we kunnen eens vragen om te gaan praten, maar het is belangrijk om de raad in die processen mee te nemen. Wat zijn de opvattingen van deze partijen? Daar ga ik niet over, maar dat is wel belangrijk.
Wat vinden de individuele raadsleden ervan? Om dát te inventariseren en dat uiteindelijk - in de afweging van het College naar de raad - als raadsvoorstel neer te leggen. Dat is het proces waar ik naartoe wil. Dat doe ik al jaren en dat doe ik nu ook graag. Dat is mijn doel van het betoog geweest.” De VOORZITTER: “De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dan legt u het initiatief bij de verschillende fracties. Dat is niet de route die ik aanbeveel. Mijn route is dat het College een voorzet doet en dat we het er als raad over hebben. De gebruikelijke route.” De heer JANSEN: “Voorzitter, ik heb gezegd wat ik wilde zeggen. Volgens mij, ben ik duidelijk geweest. Ik denk dat we een verschil van visie en invulling hebben.” De VOORZITTER: “Dat denk ik ook. Even kijken. Partij voor de Dieren, wilden jullie nog wat zeggen?” (Audiopositie 03:41:32)
Mevrouw STONE: “Dank u wel, voorzitter. De Partij voor de Dieren heeft toch grote vraagtekens over dit Omgevingsplan. We vragen ons af, of het voldoende is om voorgelegd te worden aan de raad. Wij denken eigenlijk van niet. Hoewel er planregels zijn die de groei van de agrarische bedrijven beperken, is het Omgevingsplan wel gebaseerd op een visie waarin het volgende doel is opgenomen: “Ruimte bieden aan groei van agrarische bedrijven, waaronder ook de intensieve veehouderij en deze te faciliteren om te kunnen blijven concurreren op de wereldmarkt.” We denken dat dit op gespannen voet kan komen te staan met de wens om het milieu en de leefomgeving te beschermen en de energietransitie vorm te geven. Ook is het plan nog niet klaar. Het beleid op natuur, water, de energietransitie en de gezondheid is nog onvoldoende uitgewerkt. Dat houdt in, dat in de komende tijd nieuwe planregels zullen volgen. Dat betekent ook dat inwoners in het landelijk gebied bij het vaststellen van dit Omgevingsplan vandaag nog steeds niet weten waar ze aan toe zijn. Daarnaast zijn de zojuist genoemde doelstellingen omtrent schaalvergroting afkomstig uit de Visie Landelijk Gebied van 2015. Deze doelstellingen passen niet in het te voeren beleid anno
343
2022, gezien het landbrede maatschappelijke debat over het klimaat, dierenwelzijn en de biodiversiteitscrisis. Zoals de meesten van jullie weten, is Nederland momenteel het meest veedichte land ter wereld. In de afgelopen vijftig jaar heeft de Nederlandse veehouderij zich ontwikkeld tot een veeindustrie waarin jaarlijks circa vijfhonderd miljoen dieren worden gedood. Deze dieren zijn in deze periode steeds intensiever geëxploiteerd. Ze hebben minder ruimte gekregen en groeien, als gevolg van fokprogramma’s, voer en medicijnen, onnatuurlijk snel. Slachtkuikens kunnen na enkele weken hun eigen lichaamsgewicht niet meer dragen. In de overvolle stallen is er voor de dieren niets te beleven waardoor ze aan stress leiden en ernstig verstoord gedrag vertonen. Zo zijn er talloze andere voorbeelden van dierenleed. Wij vinden het dan ook onaanvaardbaar dat de gemeente Zutphen de groei van de intensieve veehouderij als doel neemt voor dit Omgevingsplan. Ook al wordt er een voorwaarde aan gekoppeld met de woorden “dat dierenwelzijn minimaal gelijk blijft”, hiermee geeft de gemeente Zutphen aan dat ze de huidige situatie als een aanvaardbare norm accepteert. De Partij voor de Dieren kan hier niet in meegaan.” De VOORZITTER: “De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Voorzitter, ik hoor mevrouw Stone een aantal keer zeggen dat dit Omgevingsplan is gericht op groei van de intensieve veehouderij.
Nu ben ik uitermate kritisch op groei van de veehouderij in deze gemeente, maar ik heb het er niet in gelezen. De citaten die mevrouw Stone noemt, heb ik wel gelezen in de toelichting, maar die passage heeft betrekking op het beleid zoals dat in het verleden is geformuleerd. Dat zijn citaten uit de Visie Landelijk Gebied uit 2015, die ik zelf ook heb geciteerd. Als je de planregels leest, dan zie je die groei niet. Misschien kan mevrouw Stone een toelichting geven waar zij die groei ziet.” Mevrouw STONE: “Het is niet dat ik de groei zie, op dat moment. Wat ik zeg, is dat een Omgevingsplan anno 2022 is gebaseerd op een visie die zich juist wél inzet op de groei van de intensieve veehouderij.” De VOORZITTER: “De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dat is precies de reden waarom ik de motie heb ingediend. Het is nu de tijd om anders te denken over landbouw en het ook anders te formuleren in een document dat we later ook kunnen inpassen in het Omgevingsplan. Dat Omgevingsplan wordt een aantal keren geactualiseerd in de komende tijd, mag ik aannemen. Daar hoort dit onherroepelijk bij. Ik constateer ook dat het Omgevingsplan, zoals dat nu voorligt, duizend maal beter is dan de huidige bestemmingsplannen die er zijn en dat het ook belangrijk is voor de inwoners van het landelijk gebied om zekerheid te krijgen.
Ik denk dat het goed is, dat we wél het Omgevingsplan … Het zou mijn advies zijn om het Omgevingsplan nu wel vast te stellen, in de wetenschap dat het in de komende jaren wordt aangepast en dan ook de motie aan te nemen zodat de landbouwtransitie daar een belangrijke rol in gaat spelen.” Mevrouw STONE: “Dank u wel voor uw advies, meneer Logemann. Alleen omdat een beleid misschien wel beter is, betekent niet per se dat het dan goed genoeg is om vòòr te stemmen. Ik snap uw motivatie achter uw motie. Toen ik begon te lezen, dacht ik: ‘Dat is leuk.’ Vervolgens staat in die motie dat we de beleidsdoelen van de LTO moeten laten meewegen. LTO staat op dit moment nog voor intensieve veehouderij. Nogmaals: de motie is goed bedoeld, maar het gaat toch een verkeerde kant op.” De VOORZITTER: “De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “In de motie staat niet dat de beleidsdoelen van de LTO moeten worden gevolgd.”
344
Mevrouw STONE: “Er staat in, dat u die wilt meewegen, toch?” De heer LOGEMANN: “…” (Onverstaanbaar) De VOORZITTER: “Nee? Oké. Mevrouw Stone.” Mevrouw STONE: “Dan ga ik verder. Ik denk dat we het sowieso allemaal eens zijn met dit stuk. De vee-industrie heeft grote nadelige gevolgen voor het klimaat, het milieu en de natuur. De afvalstromen zijn enorm. Nederland heeft een groot mestoverschot. De ammoniakuitstoot is te hoog. Wereldwijd stoot de veehouderij meer broeikasgassen uit dan al het verkeer en vervoer samen. Om de dieren te voeren, wordt op grote schaal tropisch regenwoud gekapt voor de aanleg van sojaplantages ten behoeve van goedkoop veevoer voor de Nederlandse vee-industrie. De gemeente Zutphen is natuurlijk geen grote stad en haar aandeel in de veehouderij is niet groot in vergelijking met andere gemeenten, maar dat laat niet weg dat een omgevingsplan dat berust op het doel tot schaalvergroting en het faciliteren om mee te doen met de wereldmarkt, niet echt past bij een gemeente die zich wil inzetten voor een groene, progressieve en klimaatbestendige toekomst. Het ligt meer voor de hand dat wij als gemeente een omgevingsplan ontwikkelen dat juist inzet op schaalverkleining en een regionale kringloop, gericht op landbouw met een nadruk op plantaardig voedsel en dat we mensen helpen om te schakelen naar een duurzame bedrijfsvoering.
Als we de inwoners van het landelijk gebied vasthouden en duidelijkheid willen bieden, moeten we oprecht rekening willen houden met de biodiversiteitscrisis, de klimaatcrisis en het welzijn van onze niet-menselijke medebewoners. Dan voldoet dit Omgevingsplan niet. De Partij voor de Dieren kan hier dus niet achter staan. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Volgens mij, zijn alle fracties aan het woord geweest. Oh, de VVD. De heer Hissink.” De heer HISSINK: “Dank u wel, voorzitter. U had me net vergeten, maar dat maakt niet uit. Ik ben nog beduusd over het verhaal net. Het is één grote ellende in het buitengebied van Zutphen en Warnsveld, hoor ik net. Al sinds 2015 wordt gewerkt aan een omgevingsplan in de gemeente Zutphen. Na een aantal bijeenkomsten, sessies en enquêtes, ligt hier een mooi plan voor ons, mede door het vorige College opgesteld. Wij als VVD zien in dit plan – wat overigens zeer omvangrijk is – een mooi kader om de Omgevingswet mee in te gaan. Er is naar ons idee ruimte voor eenieder die in het buitengebied vertoeft, recreëert of werkt. Het is ook een leidraad voor de gemeente hoe te acteren op een aanvraag of een vergunning. Kortom, wij zullen dit plan van harte ondersteunen, inclusief het amendement dat hierbij is ingediend. Wat van de gemeente is, blijft van de gemeente. Dat lijkt me wel logisch.