Handelingen raad 4 juli 2022
Tekst van het document
Wij vinden de onderzoeken heel belangrijk. We willen een onafhankelijk onderzoek instellen naar de huidige situatie met betrekking tot de sociale veiligheid op de arbeidsvloer en de doeltreffendheid van de huidige aanpak van meldingen omtrent grensoverschrijdend gedrag. We willen in kaart gebracht hebben, wat de knelpunten en verbeterpunten zijn. We willen dat de gemeenteraad de vraag bij de Commissaris van de Koning neerlegt om het onderzoek door een externe partij te laten uitvoeren. We willen dat de resultaten uit het onderzoek zo snel mogelijk, maar uiterlijk 29 augustus 2022, aan de gemeenteraad worden gerapporteerd. Indien nodig, zal in de eerste week van september 2022, in ieder geval ruim vóór 12 september 2022, een extra raadsvergadering belegd dienen te worden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dat was uw bijdrage?
311
Dan nodig ik nu de heer De Ridder uit van de SP voor zijn reactie in de eerste termijn. (…) Ga uw gang, meneer De Ridder.” (Audiopositie 01:07:00)
De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik hier wel een spreektekst voor me heb, maar dat ik eigenlijk wil dat hier geen extra woorden meer aan vuil worden gemaakt. De afgelopen maanden hebben de Zutphense politiek en de media in het teken gestaan van grensoverschrijdend gedrag, van het voorliegen van de gemeenteraad en daarmee de volksvertegenwoordiging en inwoners als het gaat om een politiek gevoelig onderwerp als het Kerkpad. Het gevolg daarvan: het stoppen van wethouder Werger in haar functie als wethouder voordat we haar konden interpelleren over het Kerkpad. Of, zoals wij het in alle eerlijkheid zien: het vluchten voor politieke verantwoording. Vanaf maart hebben inwoners eigenlijk alleen maar extra vragen gekregen. Alles werd met de week onduidelijker. Dat is voor ons als volksvertegenwoordiging te begrijpen, want ook wij zaten op een gegeven moment met de handen in het haar. Wij moesten wachten totdat het externe rapport klaar was, met een goede hoor en wederhoor, zoals dat hoort. In de tussentijd kwam persbericht na persbericht naar buiten vanuit de kant van voormalig wethouder Werger. Eerst was het geniepig dat het rapport werd besproken in een Collegevergadering zonder haar aanwezigheid en toen kwam de ontslagbrief met heel veel bombarie. Nu is er volgens haar sprake van politieke femicide.
De term femicide betekent in feite het moorden – en dit geval het politiek moorden – van iemand omdat diegene een vrouw is. Het is volgens haar nu de schuld van de burgemeester. Wij moesten in de kranten lezen wat haar reactie op dit alles was. Ik gok dat we na vandaag nog niet klaar zijn met de persberichten. Voorzitter, ik vind dat, in alle eerlijkheid, zeer laf. Toen voor haar de druk te hoog werd, dook ze en communiceerde ze enkel nog via persberichten. Wij, als hoogste orgaan van de lokale politiek, kregen geen mogelijkheid meer om haar te ondervragen over deze zaken. Dat kan nu natuurlijk ook niet meer, omdat ze geen wethouder meer is. Waar we als raad en als College wél wat mee moeten doen, is het onderliggende fundamentele probleem; dat het ambtenarenapparaat vier jaar lang niet aan de bel durfde te trekken of die spreekwoordelijke bel simpelweg niet kon vinden. Uit de stukken blijkt, dat er in de afgelopen vier jaar genoeg situaties van grensoverschrijdend gedrag zijn geweest. Dat maakt voormalig wethouder Werger voor ons ook deel van een groter probleem: een probleem van macht en tegenmacht. In iedere organisatie met leidinggevende functies kan een machtspositie ontstaan. Als je geen voorzorgsmaatregelen neemt tegen die machtsposities, dan gaan mensen die autoritair of dominant van aard zijn mensen beïnvloeden en gaan ze over grenzen heen.
We kunnen met eerlijkheid zeggen, dat mevrouw Werger zich soms heel sterk laat overkomen. Deze keer was het mevrouw Werger, maar het kan in de toekomst ook gebeuren bij een nieuwe wethouder, bij een teamleider in de organisatie en zelfs bij een burgemeester. Ik hoop het niet, mevrouw Vermeulen, maar laten we dat vooraf stellen. Dan moet je je werknemers kunnen beschermen. Daarom gaan wij vandaag geen discussie voeren over het welles-nietes van grensoverschrijdend gedrag van wethouder Werger. Dat station zijn we allang voorbij. Alhoewel, ik denk dat ze dat maar al te graag wil, dat wij hier in deze raad nog maandenlang hierover blijven discussiëren. Wij willen dat er lessen uit deze situatie worden getrokken. In het sociaal jaarverslag van afgelopen jaar staat dat er geen incidenten zijn gemeld bij vertrouwenspersonen. In alle eerlijkheid; dat kan en mag niet, gezien de situatie nu. Daarom willen we het liefst dat de burgemeester en de gemeentesecretaris héél kritisch gaan terugkijken op de afgelopen periode en hun functioneren daarin. Vandaar dat wij met GroenLinks, D66, Burgerbelang en de ChristenUnie met een motie komen die oproept zeer kritisch te kijken naar het functioneren van de eindverantwoordelijken. Ik zie dat de heer Lok naar de microfoon loopt.”
312
De VOORZITTER: “Ga uw gang, meneer Lok van de VVD.” De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer De Ridder zeggen, dat de SP-fractie graag wil dat de burgemeester en de gemeentesecretaris heel kritisch naar de afgelopen periode gaan kijken. Toen de eerste berichtgevingen in de krant kwamen, in maart dit jaar, twitterde de SP direct dat er gedegen onderzoek moest komen. Waarom pleit de SP daar nu niet voor?” De VOORZITTER: “De heer De Ridder, ga uw gang.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, pleit de SP daar nog steeds voor. Als er kritiek is op het feit dat wij vinden dat onze wethouder geen fouten heeft gemaakt, dan moet je dat kunnen zeggen. Vanaf het moment dat dat persbericht naar buiten kwam, was plotseling de positie van het hele College, van mensen persoonlijk, keihard beïnvloed. Ik kan je zeggen, dat is geen pleziertje geweest. Ik vind het zeer goed dat fracties van zich hebben afgebeten met hun persoon in het dagelijks bestuur. Een gedegen onderzoek betekent voor ons dat er hoor en wederhoor is. Het onderzoek toont aan, dat er hoor en wederhoor is geweest.” De VOORZITTER: “De heer Lok.” De heer LOK: “Voorzitter, de heer De Ridder heeft hier een heel verhaal, maar hij beantwoordt amper mijn vragen.
In de motie staat dat de gemeentesecretaris en de burgemeester zelf naar de raad terug moeten en zelf moeten analyseren hoe het de afgelopen periode is gegaan, terwijl de SP het onderzoek dat hier is uitgevoerd, volop steunde. Waarom wordt in die kwestie niet … Welke rol de burgemeester en de gemeentesecretaris hebben gespeeld? Hoe dat allemaal is gegaan? Waarom wordt daarin door de SP niet verzocht om een compleet onderzoek?” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, pleiten wij nog gewoon voor een compleet onderzoek en vooral naar het functioneren van de personen zelf. Als we nu hier gaan zeggen: ‘We gaan een extern onderzoek doen met deze externen, die externen … De Commissaris van de Koning kan er ook nog wel even bij’, dan zijn we hier nog maanden over bezig. Ik ben liever bezig met de eigenlijke volksvertegenwoordiging. Ik begrijp, vanuit uw positie, dat u graag een andere richting in wil dan wij. Wij vertrouwen erop, dat de burgemeester en de gemeentesecretaris zelf echt wel zeer kritisch kunnen kijken naar hun eigen functioneren de afgelopen jaren.” De VOORZITTER: “De heer Lok.” De heer LOK: “Voorzitter, als de heer De Ridder consequent was geweest, dan had hij dat het afgelopen voorjaar ook gezegd. Dan had hij mevrouw Werger toentertijd opgeroepen om zelf kritisch naar haar eigen functioneren te kijken.
Dat doet hij hier niet. Ik kan niet anders concluderen, dat wij daarover van mening verschillen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Gaat u verder, meneer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Als mevrouw Werger daadwerkelijk kritisch naar zichzelf was geweest, was ze verder gekomen dan alleen om zich heen slaan naar anderen in de omgeving. Ik ga verder. Voor een groep ambtenaren is het de afgelopen jaren een nachtmerrie geweest. Mensen hebben echt nare dingen moeten ervaren. Als je naar de media stapt met je verhaal, dan heb je echt geen vertrouwen meer dat je via de normale manier je problemen kan aankaarten. Uit-
313
eindelijk is het College ervoor om te zorgen dat mensen fijn kunnen werken, zonder ongewenste druk, zonder ongewenste machtsposities en ze gewoon kunnen functioneren zonder dat ze last ervaren in hun directe omgeving. En dat wij weer kunnen vertrouwen op Collegebesluiten. Mevrouw Westerik van GroenLinks haalde het al aan; de Kattenhavestraat en het Kerkpad zijn twee voorbeelden geweest waarbij wij er uiteindelijk achterkwamen, dat wij toch andere dingen hebben gehoord dan wat de werkelijkheid was. Daarmee hoop ik dat we hier de laatste woorden aan vuil maken. We zijn hier genoeg avonden aan kwijtgeraakt. Ik gok dat wij als volksvertegenwoordigers ook liever bezig zijn met het volk te vertegenwoordigen, dan dat we hier een soort van rechtbank moeten spelen over al dan niet grensoverschrijdend gedrag. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, de heer De Ridder. Dan nodig ik mevrouw Vellema van de Partij van de Dieren uit. Ga uw gang, mevrouw Vellema.” (Audiopositie 01:15:15)
Mevrouw VELLEMA: “Dank u wel, voorzitter. Een kleine correctie. We zijn de Partij vóór de Dieren. Laat ik beginnen met nadrukkelijk te zeggen dat de Partij voor de Dieren elke vorm van grensoverschrijdend gedrag onacceptabel vindt. Iedereen moet in een veilige omgeving kunnen werken, een omgeving waarin ze vrijuit kunnen spreken, waar hun inzet wordt gewaardeerd en ze zichzelf kunnen ontplooien. We betreuren het ten zeerste dat er in de afgelopen jaren binnen de Zutphense ambtelijke organisatie sprake zou zijn van een onveilige werkomgeving. Dat moet anders. Maar om iets te kunnen veranderen, moet het eerst duidelijk zijn waar het daadwerkelijk fout gaat, om vervolgens de juiste maatregelen te kunnen treffen. We vragen ons dus af, hoe vormen van grensoverschrijdend gedrag zo lang hebben kunnen plaatsvinden, wie verantwoordelijk is en hoe we ervoor kunnen zorgen dat er voortaan een veilige omgangscultuur gegarandeerd wordt. Daarnaast vragen wij ons af, of voor het juiste proces is gekozen na de melding bij de gemeentesecretaris door de klokkenluider. Op dit moment is de situatie steeds minder duidelijk aan het worden omdat herhaaldelijk stukken in de pers verschijnen die tegenstrijdige informatie geven. Ook zijn de stukken die ten grondslag liggen aan dit agendapunt vanavond dusdanig zwartgelakt, dat het de voorbereiding bemoeilijkt.
Uiteraard is het belangrijk, dat persoonsgegevens beschermd worden. Daar staan we volledig achter. Maar, het maakt het stellen van specifieke vragen over de gang van zaken de afgelopen jaren erg moeilijk. Dit kunnen we niet stellen zonder dat die zwarte stukken te schenden zijn. Dit maakt de poging om inzicht te krijgen in de situatie, er ook niet makkelijker op. Wij hebben een motie ingediend, samen met een aantal andere partijen, waarin we oproepen tot een onafhankelijk onderzoek naar de sociale veiligheid op de werkvloer voor onze ambtelijke organisatie. De vragen die wij wèl kunnen stellen, gaan voornamelijk over het proces dat in gang is gezet op het moment dat er een melding is geweest bij de gemeentesecretaris en de anonieme brief die in de krant verscheen. Dat we dit soort gedetailleerde vragen hier moeten stellen, voelt eigenlijk niet goed. We hebben ons ook afgevraagd, of dit wel de juiste plek is. Aangezien er geen andere mogelijkheid is, stellen we ze dan toch maar. We hebben een aantal vragen voor de burgemeester. Zoals we hebben begrepen, heeft één ambtenaar zich gemeld bij de gemeentesecretaris om een onveilige werksituatie te melden en is er, naar aanleiding van die melding, direct gekozen om hem te behandelen conform de klokkenluidersregeling. Dit was de aanleiding voor het externe onderzoek dat erop volgde.
In de inleiding van het Hoffmannrapport lezen we, dat de gemeentesecretaris twaalf meldingen heeft ontvangen die aanleiding zouden zijn voor het onderzoek. Dit zijn twee verschillende scenario’s. We horen graag van de burgemeester, welk scenario klopt.
314
Indien het onderzoek in gang is gezet vanwege de ene klokkenluider, horen wij graag waarom er is gekozen voor een extern onderzoek in plaats van eerst een intern onderzoek, waarbij de melder en de wethouder worden uitgenodigd om aan tafel te zitten. In de kranten hebben we kunnen lezen dat er vanwege de timing van onder andere de anonieme brief, wellicht opzettelijk is gehandeld om de verkiezingen te beïnvloeden. Kan de burgemeester onze zorg hierover wegnemen? In de sociale jaarverslagen van de afgelopen jaren valt te lezen, dat er meerdere malen meldingen zijn geweest bij een vertrouwenspersoon over grensoverschrijdend gedrag. Ze waren divers van aard en ze hadden betrekking op verbale agressie, intimidatie, onheuse bejegening en/of op de sfeer en cultuur van de afdelingsorganisatie. In alle gevallen was de eerste opvang door de vertrouwenspersoon voldoende. Geen van de meldingen is geformaliseerd richting de klachtencommissie. Uit die verslagen is niet duidelijk, of deze meldingen betrekking hadden op wethouder Werger. Als deze meldingen overeenkomen met de meldingen die zijn beschreven in het onderzoek door Hoffmann, of deels aanleiding zijn voor het onderzoek, zou dat opmerkelijk zijn aangezien deze meldingen al in een eerder stadium waren afgehandeld en niet naar de klachtencommissie hoefden.
Het roept bij ons de vraag op of de oorspronkelijke conclusie van de sociale jaarverslagen toch onjuist is en of de interne processen wat betreft het behandelen van meldingen van grensoverschrijdend gedrag daadwerkelijk afdoende zijn. Wij horen graag van de burgemeester wat haar mening hierover is. Als deze meldingen niet mevrouw Werger betreffen, dan biedt het nog meer zorgen over de sociale veiligheid, want blijkbaar zijn meer mensen betrokken bij dit soort gedrag. In dat geval horen wij graag van de burgemeester hoe het kan, dat er onder haar toezicht zoveel jaren zo’n onveilige cultuur kan zijn? Wat is er gedaan om de cultuur te verbeteren? Is er een kans, dat de meldingen die de afgelopen jaren zijn afgehandeld via de vertrouwenspersoon, alsnog zijn meegenomen in het huidige onderzoek van Hoffmann? Wij hebben begrepen, dat er een protocol voor het behandelen van klachten van inwoners is en dat het begint met een informeel gesprek met alle betrokkenen.
Klopt dit? En zo ja, heeft zo’n informeel gesprek plaatsgevonden met de twee inwoners die zijn meegenomen in het onderzoek? Waarom is ervoor gekozen om deze twee inwoners mee te nemen in het externe onderzoek naar mevrouw Werger als zij geen officiële klacht hebben ingediend? In de brief die wij als raad vanochtend hebben ontvangen van één van de betrokkenen, wordt gezegd dat de burgemeester heeft aangegeven dat er een communicatieplan opgemaakt zou worden door de wethouder. Wij zijn benieuwd waarom dit communicatieplan er niet is gekomen. Wat ons opvalt aan die brief, is dat de wethouder blijkbaar bewust was van het feit dat er problemen waren met betrekking tot de werkwijze van mevrouw Werger. We horen graag van de burgemeester wat zij hieraan heeft gedaan gedurende de jaren. Als laatste horen we graag van de burgemeester wat zij denkt dat er nodig is om de sociale veiligheid op de werkvloer te verbeteren en wat haar rol daarin is. We hopen dat met de antwoorden op onze vragen de onduidelijkheden die in het proces zijn ontstaan, weggenomen kunnen worden en dat er een veilige werkplek wordt gegarandeerd voor onze ambtenaren. We nemen zowel melders, als beschuldigden serieus en beide partijen verdienen een proces met een hoge mate van zorgvuldigheid.
Ook is het belangrijk voor de inwoners van de stad, dat er voldoende duidelijkheid is over de gang van zaken, júist vanwege de vertrouwensrelatie die de gemeente wil hebben en houden met de inwoners. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan nodig ik de PvdA uit. Mevrouw Moester.” (Audiopositie 01:22:05)
Mevrouw MOESTER: “Dank u wel, voorzitter. Wij zijn - net zoals iedereen - geschrokken van het Hoffmannrapport. Dat zó veel ambtenaren zich onveilig voelden in hun werksituatie, betreuren wij. Mijn fractie vindt het ook te betreuren dat de eerste meldingen dateren van mei 2018. Dat is vier jaar geleden. Wij zijn van mening, dat dit soort zeer trage procedures voor-
315
komen zou moeten worden. Er had – naar onze mening – veel eerder actie ondernomen moeten worden. Als er een signaal is van onveiligheid wordt geuit door een medewerker, volgt er - wat ons betreft - direct een actie. Wanneer we vooruitkijken, dan willen we graag een organisatie die voor álle medewerkers veilig is en waarin zij goed kunnen functioneren en waarin zij niet bang hoeven te zijn voor personen die de situatie onveilig maken. Hier ligt voor ons de focus. Daarom steunen we de motie ‘Naar aanleiding van onderzoek gedragingen (oud)-wethouder Werger.’ Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Kies Bewust Lokaal is geweest. Dan nodig ik D66 uit. Mevrouw Elshof.” Mevrouw ELSHOF: “Dank u wel, voorzitter. Voor D66 staat het werken in een veilige en prettige omgeving voorop. Wij keuren elke vorm van grensoverschrijdend gedrag af. Een goede werkcultuur is van groot belang voor het functioneren van de gemeente en voor het bereiken van de door de raad besloten doelen. Het is dan ook onacceptabel om te moeten vernemen dat er medewerkers en voormalig medewerkers binnen onze gemeente zijn, die de werkcultuur niet zo ervaren. Je hierover uitspreken is niet makkelijk. We danken de melders voor hun openheid. Ervaringen als deze moeten serieus genomen worden.
Gezien het feit dat mevrouw Werger vroegtijdig haar functie als wethouder heeft neergelegd, hebben wij als raad hierover nooit met haar het debat kunnen voeren. Dit betreuren wij ten zeerste. Het is de primaire taak van het College er zorg voor te dragen, dat ervaringen, zoals beschreven in de rapportage, zich niet voordoen. Bij het lezen van de onderzoeksrapporten en het second opinion report van voormalig wethouder Werger, rijzen er dan ook vragen: Zijn er eerder meldingen gedaan en waarom hebben deze niet geleid tot acties? Wat was en is de heersende werkcultuur binnen de gemeente? Zijn er naar aanleiding van de rapporten acties ondernomen? Wat was de rol van de burgemeester en de gemeentesecretaris in het geheel? Als raad zien wij toe op het goed functioneren van de organisatie als geheel. D66 staat voor een open en transparant bestuur. Onduidelijkheid over het proces rondom de meldingen en waarom ervaringen van medewerkers niet eerder hebben geleid tot acties kunnen en mogen niet bestaan en zijn schadelijk voor de gemeente. Dit geldt ook voor onduidelijkheid over de totstandkoming van de onderzoeken en de heersende cultuur binnen de organisatie. Daarnaast moet duidelijk worden welke acties worden ondernomen om een situatie als deze in de toekomst te voorkomen.
De ervaringen in het rapport van zowel medewerkers, als het second opinion rapport moeten - volgens D66 - dan ook aanleiding zijn voor verder onderzoek, reflectie en mogelijke acties op korte termijn. Hierbij is het van belang dat het College de raad goed informeert. De raad is verantwoordelijk om toe te zien of de ambtelijke organisatie voldoende is toegerust om de uitdagingen van de toekomst aan te kunnen. Het College is verantwoordelijk voor het functioneren van de organisatie en in die zin is het College door de raad daarop aanspreekbaar. Om die reden heeft D66 samen met GroenLinks, de ChristenUnie, de SP en de PvdA en Burgerbelang de motie ingediend. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, mevrouw Elshof. Dan gaan we naar de heer Van Dijken van de ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Onlangs werd me gevraagd wat ik denk en voel bij deze kwestie. Mijn eerste gedachte was: “Wat moet ik hiervan vinden, als lid van de raad? En moet ik er wel wat van vinden?” Wat ik voelde, was verdriet en boosheid. Verdriet om wat mensen elkaar hebben aangedaan, helemaal door publiciteit te zoeken. En boos omdat van de raad gevraagd wordt hier tijd aan te besteden. Boos omdat we mevrouw Werger als wethouder niet meer ter verantwoording kunnen roepen over haar gedrag. Ze stapte op, direct na het verschijnen van het rapport. Op
316
de keper beschouwd, hebben we eigenlijk niets meer te bespreken. Het College vraagt niet echt een oordelende uitspraak van ons. Het enige wat overblijft, is een verzoek aan de burgemeester om uitleg te geven over het proces gedurende de afgelopen maanden. Dan blijft voor mij nog het dilemma dat we mevrouw Werger niet kunnen bevragen over haar beleving van het proces. Ik vind dat heel lastig. Mijn voorstel aan de raad is om het te houden bij een toelichting door de burgemeester en misschien nog verhelderende vragen te stellen over het gelopen proces. Een inhoudelijke discussie over wat wel en niet waar zou zijn, ga ik niet met u aan. Ik stel voor, dat we dat onderling ook niet doen. Daar komen we deze vergadering niet uit en het wordt eigenlijk ook niet van ons gevraagd. Voor de goede orde: de uitkomst van het rapport van bureau Hoffmann onderschrijf ik volledig. Wat wél van ons wordt gevraagd, als raad, is om onze verantwoordelijkheid te pakken. Ik voel me verantwoordelijk om zorg te dragen voor veilige arbeidsomstandigheden die een dergelijke calamiteit en uitglijder zoveel mogelijk kunnen voorkomen in de toekomst. Daarom ben ik één van de opstellers en indieners van de motie ‘Naar aanleiding van onderzoek gedragen (oud)wethouder Werger.’ Hopelijk blijven de komende vier jaar gevrijwaard van dit soort agendapunten.
Nog belangrijker is, dat de medewerkers in dit huis met plezier en veilig hun werk kunnen blijven doen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik nodig de heer Purperhart van het CDA uit.” (Audiopositie 01:29:50)
De heer PURPERHART: “Dank u wel, voorzitter. Vanavond staan we stil bij een onderwerp dat voor veel mensen een emotionele achtbaan was en misschien nog steeds is. Het heeft zich misschien wel vóór mijn tijd afgespeeld, maar ik voel mij op dit moment wel verantwoordelijk om dit naar een goede afloop te brengen met de raad. Mijn hoop is dat wij vanavond unaniem een besluit kunnen nemen over wat de vervolgstappen zullen zijn. Ik geloof dat ook een aantal moties ingediend zal worden. Ik zou mijn vreugde zeker niet verbergen op het moment dat ik hoorde dat de rapporten openbaar werden gemaakt, maar tot mijn verbazing kon ik weinig uit de rapporten halen, want veel was zwartgelakt. Ik had gehoopt, dat we nu eindelijk een gesprek konden voeren. Een gesprek hoe het zover had kunnen komen, een gesprek om vragen te stellen aan de betrokkenen. Nu moet ik een conclusie trekken gebaseerd op zwartgelakte rapporten. Ik weet dat er iets is misgegaan binnen het gemeentelijk apparaat. Ik weet dat er iets is misgegaan in de controlerende taak van de raad. Ik heb ook andere zorgen. Het is zorgelijk dat het beeld wordt geschetst dat de gemeente Zutphen een slechte werkgever is. Het is onwenselijk dat het nu lijkt alsof het bestuur onstabiel is. Het is zorgelijk dat het zover heeft moeten komen. Ik heb nog een aantal andere zorgen, waarbij enkele vragen in me opkwamen.
Waarom heeft het zo lang geduurd voordat actie werd ondernomen? Hoe is het mogelijk, dat dit al sinds 2018 speelt? Ik vind het ook verontrustend dat drie weken vóór de verkiezingen een brief is gestuurd aan de media, wat uiteindelijk heeft geleid tot een besluit van het College om een week vóór de verkiezingen een onderzoek te laten starten naar het gedrag van mevrouw Werger. Dit zijn zorgwekkende situaties en dit wekt alleen maar vragen op. Vragen voor mevrouw Werger, de burgemeester, de gemeentesecretaris en voor het hele voormalige College. Nu kan ik alleen maar de vragen stellen aan degenen die hier vanavond aanwezig zijn. Mijn eerste vragen zijn voor de burgemeester en de gemeentesecretaris: Waarom hebben deze meldingen zo lang rondgedwarreld voordat het bij u terechtkwam? Welke stappen gaat u in de toekomst ondernemen om dit te voorkomen? Hoe zorgt u ervoor, dat uw vinger beter aan de pols blijft? Hoe creëert u weer een veilige werksfeer? Verder heb ik de volgende vragen aan de nieuwe wethouders:
317
Gezien dit u ook kan overkomen, heeft u erover nagedacht hoe u dit voor uzelf kunt voorkomen? Welke maatregelen kunt u nemen waarbij u en uw collega’s in bescherming worden genomen? Wat zou de raad kunnen betekenen voor jullie? Wat verwachten jullie van de raad op dit gebied? Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Purperhart. Dan nodig ik de heer Pelgrim uit, van de Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Triest dat we over dit onderwerp moeten praten. Omgangsvormen met elkaar. Het moet normaal zijn dat mensen op een normale manier met elkaar omgaan. Wij staan voor een veilige werkomgeving voor iedereen: ongeacht of het nu in de raad of het gemeentelijk apparaat is. Iedereen heeft recht op een veilige werkomgeving. Grensoverschrijdend gedrag is onacceptabel, wie het ook doet. Als we kijken naar het voorliggende rapport, is veel zwartgelakt. We kunnen daardoor niet oordelen. Ik denk dat we als raad ook geen oordeel kunnen geven op de interviews die zijn uitgevoerd. Ik heb wel één vraag. Als in 2018 al dergelijke meldingen kwamen, waarom is dat blijven liggen en komt dat nu naar boven? Die vraag houdt me bezig. Heeft niemand het gezien? Is het gewoon in de bureaula verdwenen? Ik ben in eerste instantie benieuwd naar de antwoorden op de vragen die iedereen heeft gesteld. Ik ga ze niet dubbel stellen.
Als we naar de toekomst kijken, wil ik twee zaken aanhalen. Het is belangrijk dat we nog eens kijken naar het interne proces, zodat mensen op een veilige manier kunnen werken en áls er wat mis is, dit op een natuurlijke en veilige wijze gebracht kan worden. Dan gaat het mij ook over de externe klachtenregeling.” De VOORZITTER: “U heeft een interruptie, meneer Pelgrim. Ik geef het woord aan de heer De Ridder.” De heer De RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. U geeft in uw betoog aan, dat u hier geen oordeel geeft. Ik kan me herinneren, een goede anderhalve maand geleden, toen wij hier als fractievoorzitters werden ingelicht over het rapport er wat er allemaal in stond, dat uw partij op social media zei dat ‘Barbertje Werger’ het leed moet krijgen, ongeacht of hij of zij het heeft gedaan, om maar te vermijden dat de rest van de coalitie kleerscheuren zou krijgen. Dat heeft uw fractie zelf online gezet alsof u toch wel een oordeel geeft over zaken. U komt hier nu een beetje op terug, begrijp ik nu.” De VOORZITTER: “De heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Wij vonden – ik was op dat moment zelf met vakantie – dat het een te groot thema werd in de media en dat wilden we voorkomen. Dit moeten we ook zelf onderling kunnen afhandelen. Het gaat over mensen. We praten steeds over mensen. We kwetsen nu mensen door er weer over te praten. Mensen willen zich veilig voelen.
Door de naam van mevrouw Werger te noemen, heeft zij daar ook last van. Het gaat over het proces van grensoverschrijdend gedrag. We willen dat dat soort gedragingen niet acceptabel is. Daar gaat het ons om: om de inhoud.” De VOORZITTER: “De heer De Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Toch stond in dat artikel letterlijk: “De huidige coalitie heeft gefaald en daarom moet er maar iemand sneuvelen. Daarom hebben ze er maar voor gekozen om wethouder Werger voor de bus te gooien.”
318
Gedeeltelijk in eigen woorden, want ik kan me de hele zin niet voor de geest halen. Dat is toch eigenlijk olie op het vuur gooien door uw partij? U zegt zelf: “Ik was er niet bij. Ik was zelf niet bij de vergaderingen.” Waarom denkt u dan dat het handig is om, als iemand die niet bij die vergaderingen aanwezig is geweest, toch zo’n artikel de wereld in te slingeren? Dan heeft u zelf ook niet meegeholpen aan het bewaren van de rust en het wachten tot een oordeel is geveld dat u óók kan inlezen, en dergelijke, wat u eigenlijk als volksvertegenwoordiger hoort te doen. Volgens mij heeft uw partij … Spreekt u zichzelf een beetje tegen. Ik hoop dat u toch een beetje kunt terugkomen op dat artikel dat u zelf, met uw partij, de wereld heeft ingezonden. Daar zal ik het bij laten, voorzitter.” De VOORZITTER: “Meneer Pelgrim, wilt u reageren?” De heer PELGRIM: “Nee.” De VOORZITTER: “Dan geef ik het woord aan mevrouw Westerik, die ook een interruptie heeft.” Mevrouw WESTERIK: “Voorzitter, ik ben blij te horen dat hier vier keer in één zin wordt gezegd dat het hier om ménsen gaat. Ik kreeg bij de laatste paar sprekers toch wel een beetje het idee dat de burgemeester en de gemeentesecretaris geen mensen meer waren. Laat ik toch nog even duidelijk stellen: het zijn niet de burgemeester en de gemeentesecretaris die klachten aan hun broek hebben gekregen.
Ook nu gaat u, meneer Pelgrim, heel lichtvoetig om met het rapport wat een gedegen rapport is, wat hier gewoon voor ons ligt. Het gaat alleen maar weer over de randzaken die mevrouw Werger zelf in de krant heeft gezet. We hebben het er allemaal over. Ja, ik ben het ermee eens, dat we er goed naar moeten kijken en ervan moeten leren zodat onze ambtenaren een veilige werksfeer hebben, maar laten we wel reëel blijven: het zijn niet de burgemeester en de gemeentesecretaris die hier een klacht aan hun broek hebben gehad. Het gaat om klachten over mevrouw Werger in dienst als wethouder. Als u dan de woorden uitspreekt: “Het gaat hier over ménsen”, dan vind ik dat dat ook menselijk gebracht moet worden in dit debat.” De VOORZITTER: “Wilt u reageren, meneer Pelgrim?” De heer PELGRIM: “Dat ben ik met u eens. Het gaat over mensen. Het gaat over gedrag. Het gaat over gedrag van mevrouw Werger. Dat rapport eerbiedig ik ook. Ik kijk even naar het toekomstperspectief. Dit soort situaties moeten we voorkomen. Als dergelijke meldingen komen, moeten we die meteen alert kunnen oppakken. Werknemers hebben recht op een veilige positie. Raadsleden en inwoners hebben daar ook recht op. Kijk naar het interne proces. Hoe kunnen we dat verbeteren? Die vraag leg ik neer bij de organisatie, bij de wethouder.
Én kijk naar de externe klachtenprocedure als inwoners klachten of andere meldingen hebben over ons, dat die ook opgepakt worden en we daarmee aan de slag kunnen.” De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Voorzitter, dan ben ik blij met deze toevoeging door de heer Pelgrim. Ik haal toch even de heer Purperhart aan. Hij eindigde met de woorden: “Dit zou elke wethouder kunnen overkomen.” Dan stel ik toch echt wel de vraag: waaróm zou dit elke wethouder kunnen overkomen? Dit leidt steeds meer af van daar waar we het daadwerkelijk vanavond over moeten hebben en dat is over de rapportage die voorligt over de gedragingen van mevrouw Werger, die met een gedegen onderzoek zijn onderzocht en hoe we daar in de raad met elkaar iets mee willen. Maar, ik ben blij met uw toevoeging. Dank u wel.”
319
De VOORZITTER: “Gaat u verder, meneer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Volgens mij, ben ik aan het eind gekomen en toen kwamen er twee vragen. Kijk naar het interne proces en kijk naar de externe klachtenprocedure, hoe we het kunnen oppakken op het moment dat dergelijke misdragingen of andere meldingen zich voordoen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Voordat ik naar Burgerbelang als laatste partij in de eerste termijn ga … Ik als beginneling heb de VVD overgeslagen. Ik wil de heer Lok uitnodigen om zijn bijdrage te leveren. (…) Ga uw gang, meneer Lok.” (Audiopositie 01:41:50)
De heer LOK: “Ik dacht dat we het op volgorde deden, van de indieners van moties en daar hoort mijn partij niet bij. Voorzitter, vandaag bespreken we de uitkomsten van het onderzoeksrapport naar mevrouw Werger. Toen het onderzoek werd aangekondigd, werd ons verteld dat het nog door ‘de oude raad’ zou worden behandeld. Wij zouden als verkapte rechter een oordeel moeten gaan vellen. Voorzitter, ik begin met een algemeen statement. Onveiligheid op de werkvloer is ongewenst. Iedereen moet goed en veilig zijn of haar werk kunnen doen. Indien er wel sprake is van dergelijk gedrag, dient dit gemeld te worden, waarna er actie wordt genomen. Hiermee haak ik meteen aan op het probleem dat er binnen de organisatie is, volgens de VVD. Verschillende meldingen bij teamleiders en één zelfs bij de gemeentesecretaris hebben géén doorgang gevonden naar verdere acties. Kortom: er werd niets mee gedaan: geen gesprek, geen mogelijkheid om zaken uit te praten ... Hoe kunnen wethouders, maar ook topambtenaren, teamleiders en eigenlijk iedereen binnen de organisatie hun gedrag bijsturen of het erover hebben met getroffenen als meldingen geen doorgang vinden? De meldende ambtenaren hebben nu hun verhaal kunnen doen, maar het uitpraten is nooit gebeurd. Dan het onderzoek. Mijn fractie heeft zaken kunnen voorbereiden omdat de stukken ter inzage lagen bij de Griffie. Niemand in Zutphen kan dit verder.
Het lijkt wel, alsof de stukken zijn ondergesmeerd met inkt en vervolgens als pdf op de website zijn gezet. Dit doet mij denken aan debatten in de Tweede Kamer. Regels worden zwartgelakt omdat ze persoonlijke beleidsopvattingen of namen zouden bevatten en vervolgens wordt de hele paragraaf uit voorzorg zwartgelakt, terwijl vaak bleek dat er zeer belangrijke informatie onder die zwarte lagen zit. Dat is ook hier het geval. Onder andere de contra-expertise, die ook flink is zwartgelakt, bevat verschillende conclusies en opmerkingen over het onderzoek, terwijl dat nu onder de zwarte inkt zit. Voorbeeld hiervan is het vooronderzoek dat is gevoerd met de externe meldingen, dat géén feitelijke verwijtbare aspecten gaf. Dan zou er toch geen verdere aanleiding zijn voor verder onderzoek? Ook was het vooronderzoek later gestart dan het hoofdonderzoek met interne meldingen, wat eigenlijk zeer zuivere onderzoeksmethodiek is. Nog een voorbeeld: er was geen oordeelskader en dus kon – ook niet door Hoffmann – een oordeel worden geveld. Er zijn conceptstukken gebruikt als duiding voor het vooronderzoek. De burgemeester zou bij iemand thuis zijn geweest en zou informatie hebben verstrekt over wat in de Collegevergaderingen gebeurde. De burgemeester zou ook verzocht hebben een brief te schrijven.
Als laatste: verschillende procedures, zoals de eigen klokkenluidersregeling, zijn mogelijk helemaal niet gevolgd. Wat voornamelijk duidelijk wordt in de contra-expertise, is dat het zaakje stinkt. Dit onderzoek bevat allerlei gaten. Je kunt er duizend-en-een vraagtekens bij zetten. Na het lezen van de stukken ter inzage bij de Griffie, had mijn fractie al de nodige bedenkingen over hoe dit onderzoek is verlopen. Door de contra-expertise zijn die bedenkingen meer en meer gesterkt. Steeds meer en meer krijgen mijn fractiegenoten en ik het idee, dat het hele
320
onderzoek in een bepaalde richting is geduwd, helemáál als je de contra-expertise leest. Ook die stelt dat het erop lijkt, dat er richting een frame is gewerkt. Hebben we hier te maken met een gedegen onderzoek of waren we op zoek naar wegen naar de schandpaal? Kijk bijvoorbeeld naar wie gehoord moest worden. Wie zich meldde om te worden gehoord zonder melding te hebben gemaakt van grensoverschrijdend gedrag, zou de deur zijn gewezen. Kortom: “We gaan je horen, maar alleen als je wat slechts hebt te vertellen.” Dat zie je ook terug in de opdracht van Hoffmann. Er moest niet worden onderzocht of er grensoverschrijdend gedrag was, maar om meldingen te kwalificeren. Ze zeggen ook, dat er helemaal geen oordeelskader is. Wat ook belangrijk is te vermelden, is dat Hoffmann zelf meldt dat zij helemaal niet kan spreken over grensoverschrijdend gedrag. In paragraaf 2.1.1. geeft Bureau Hoffmann zelf aan, dat ze geen conclusies kan trekken of kan spreken over grensoverschrijdend gedrag.
Vanwege dit alles heeft mijn fractie de volgende vragen aan de burgemeester: Waarom was een onderzoek meteen noodzakelijk? Waarom is er niet eerst een gesprek geweest en is meteen gekozen voor een volledig onderzoek? Waarom moesten zoveel regels, soms hele pagina’s, worden zwartgelakt? Het kan toch niet zo zijn, dat dit allemaal is gedaan om het WOO-proof te maken? Zijn de opstellers van de contra-expertise en bureau Hoffmann op de hoogte gesteld dat hun stukken zó zwartgelakt zijn? Zo ja, wat is hun reactie hierop geweest? We lezen, onder meer in het Collegebesluit, dat er tot 25 april een onderzoek is geweest, wat op 11 mei is opgeleverd. In het tijdspad staat niets over wat er in die tussentijd is gebeurd. Wat is er in die tussenliggende periode van ruim twee weken gebeurd, dat dit rapport niet is opgeleverd? Zitten hier stukken en correspondentie bij, die de raad behoort te hebben? In de krant kunnen we lezen, dat met de externe melders was afgesproken dat er geen mededeling aan de pers zou worden gedaan.
Met wie is dat afgesproken en waarom? Wat was de reactie op de column in Het Contact en de brief die we hebben ontvangen waarin staat dat ambtenaren bewust hebben gewacht tot de verkiezingen met het melden van zaken uit 2018 en 2019? Is er ook tussentijds overwogen het onderzoek te staken? Hoe kwam het College tot de conclusie dat er sprake is van een misstand, terwijl dit nergens is genoemd in het rapport? Zijn er eerder dergelijke onderzoeken door Hoffmann uitgevoerd in opdracht van de gemeente? Zo ja, is dan dezelfde methode gebruikt als hier? Uit onder meer de contra-expertise blijkt, dat de gemeente toetsingskaders heeft gebruikt, zoals de klokkenluidersregeling en de concept integriteitscode, die nog niet waren vastgesteld of niet van toepassing zijn. Waarom is daarvoor gekozen? Het onderzoek omtrent de meldingen van externe melders is gebruikt als vooronderzoek. Toch is dit pas later uitgevoerd dan het onderzoek naar de interne meldingen. Waarom is voor deze onzuivere volgorde gekozen? Hoe kunnen we dan nog spreken van een gedegen onderzoek? Voorzitter, mijn fractie wacht de antwoorden af. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, meneer Lok. Mevrouw Roerdink van Burgerbelang als laatste voor deze eerste termijn.” Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter. Hier staan we dan ...
Na een lange, besloten raadsvergadering enkele weken geleden, is het nu tijd om de rapportages met betrekking tot voormalig wethouder Werger te bespreken en hier een mening over te vormen. Een eerdere poging om de voormalig wethouder ter verantwoording te roepen bij
321
het interpellatiedebat over het Kerkpad ging helaas niet door omdat de wethouder wegliep voor haar verantwoordelijkheid. Nu is er wederom geen wethouder om ter verantwoording te roepen. Laten we voorop stellen dat we betreuren wat er is gebeurd. Het is moeilijk te accepteren, dat medewerkers van de gemeente Zutphen te maken krijgen met kwetsende en intimiderende gebeurtenissen en zich onveilig voelen op hun werk. Alle medewerkers van de gemeente Zutphen verdienen het om in een prettige werkomgeving hun functie te kunnen uitoefenen. Maar Burgerbelang wil niet blijven hangen bij dit onderwerp. We willen vooruit kijken en niet blijven hangen in het verleden. Laten we leren van het verleden en weer samen vooruitkijken. Kijken hoe we dit in de toekomst kunnen voorkomen. Kijken hoe we kunnen zorgen voor een veilige werksfeer binnen de gemeente Zutphen. In de media zijn de nodige discussies al gevoerd. Dit roept vragen op bij de inwoners. Deze inwoners hebben recht op antwoorden. Antwoorden op vragen als: Hoe kan het, dat melders niet eerder aan de bel trekken? Hoe kan het, dat vertrouwenspersonen niet altijd worden gevonden door de medewerkers? Hoe kunnen we deze vertrouwenspersonen in de toekomst beter in positie brengen, zodat zij wél worden gevonden? Er is duidelijkheid nodig over de zwijg- en angstcultuur in de gemeente Zutphen.
Wat is er nodig om dit soort excessen in de toekomst te voorkomen? Middels de motie die nu voor ons ligt, hopen wij - de mede-indienen met de ChristenUnie, GroenLinks, de SP, D66 en de PvdA - een eerste aanzet te doen tot het verkrijgen van antwoorden. Ons doel: een veilig en prettig werkklimaat voor werknemers van de gemeente Zutphen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan hebben we deze termijn van de raad afgesloten. Ik nodig het College van B&W uit om te reageren. Mevrouw Vermeulen? (…) U wilt schorsen? Dat kan. Wat is een goed tijdstip? Hoe laat beginnen we dan weer? (…) Vijf minuten, zegt u? Oké. Is iedereen het ermee eens om vijf minuten te schorsen? U heeft een ander verzoek, meneer Van Dijken?” De heer VAN DIJKEN: “Ik zou zeggen: 21.30 uur weer beginnen.” De VOORZITTER: “21.30 uur weer beginnen. Dat is goed.” De vergadering wordt kort geschorst. De vergadering wordt hervat. (Audiopositie 02:01:30)
De VOORZITTER: “Ik heb eerst een mededeling. Mevrouw Werger was vertraagd, maar is inmiddels in ons midden. Zij zal niet deelnemen aan de beraadslagingen en zal ook niet mee stemmen vanavond. Dan geef ik nu mevrouw Vermeulen het woord voor de reactie van het College van B&W op de eerste termijn. Ik zie eerst nog een interruptie van mevrouw Westerik van GroenLinks. Ga uw gang, mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Ik heb toch even een vraag aan mevrouw Werger. Wat maakt dat u als wethouder duikt, niet ter verantwoording te roepen bent op een tweetal dossiers waar wij als GroenLinks ook voor één een interpellatiedebat hebben aangevraagd, maar dat u hier nu pontificaal in de zaal gaat zitten, terwijl u niet spreekt ondanks dat u wel een volksvertegenwoordiger bent en u zich niet heeft afgemeld voor deze raadsvergadering, terwijl er ook nog andere zaken op de agenda staan?
322
Ik vind het nogal een hele vreemde gang van zaken.” De VOORZITTER: “Ik denk dat ik, als voorzitter, het best kan reageren, mevrouw Westerik. Wij hebben juridische informatie ingewonnen. Formeel kunnen wij een raadslid niet de toegang tot een raadsvergadering ontzeggen. We kunnen er in verband met belangenverstrengeling wel toe aandringen. Mevrouw Werger heeft gereageerd dat ze niet deelneemt aan deze beraadslaging bij dit onderwerp en ook niet mee zal stemmen.” Mevrouw WESTERIK: “Dan vind ik het zeer betreurenswaardig dat op het moment dat er écht verantwoording kan worden afgelegd, er dan wordt gedoken en dat op deze manier toch met een bepaald machtsvertoon hier gezeten gaat worden om een stempel te drukken. Ik vind dat toch wel heel jammer. Ik had gehoopt, dat wij hier anders in de raad zouden omgaan.” De VOORZITTER: “Ik denk dat we hier met z’n allen akte van nemen. Ik zou graag verder willen gaan naar de beantwoording van het College van B&W. Ik zie dat meneer Lok van de VVD hierop wil reageren.” De heer LOK: “Voorzitter, de laatste keer dat ik checkte, was mevrouw Werger gewoon raadslid. Ik vind het een grof schandaal dat op het moment dat een raadslid plaatsneemt, we daar schande van spreken en nota bene over machtsvertoon spreken. Ik vind dat niet kunnen.
Dat wil ik hier toch wel even gezegd hebben.” De VOORZITTER: “Ik dacht dat ik daar als voorzitter net duidelijk een uitspraak over heb gedaan. Ik zou het op prijs stellen, als we dit kunnen afronden.” Mevrouw WESTERIK: “Dat kan, voorzitter, maar het gaat hier niet om een grof schandaal dat hier een raadslid in de zaal zit, maar het gaat om een grof schandaal dat een wethouder opstapt voordat ze verantwoording kan afleggen. Dáár heb ik het over.” De VOORZITTER: “Dan denk ik dat we dit punt kunnen afronden. Dan wil ik graag mevrouw Vermeulen het woord geven.” Reactie College Burgemeester VERMEULEN: “Dank u wel, voorzitter. We zijn nu al maanden druk met de situatie rondom de signalen en meldingen van mogelijk grensoverschrijdend gedrag van toenmalig wethouder Werger. Dit is voor mij het eerste moment om in de openbaarheid inhoudelijk te reageren. Ik vind het belangrijk om te benadrukken, dat iedere werknemer verzekerd moet zijn van een veilige en een professionele werkomgeving. Wij, het College en ik, trekken het onszelf aan, nu is gebleken dat dit niet voor alle werknemers geldt. We nemen als organisatie de lessen hieruit mee in de verdere doorontwikkeling van de organisatie, waarbij we ook uw raad betrekken. Daarover straks meer. Dan verder met mijn weergave van de afgelopen maanden.
Vanaf het allereerste moment, heb ik er alles aan gedaan om alle belangen van iedereen goed af te wegen. Er zijn veel betrokkenen die mijn bescherming en die van het hele College verdienen. Medewerkers, de wethouder, externen. Ik hecht eraan hier vanavond te benadrukken, dat alles erop was gericht de schade voor iedereen zoveel mogelijk te beperken. Dat dit niet voor iedereen is gelukt, lijkt onvermijdelijk met zo’n gevoelig onderwerp. Maar, dat betreur ik zeker. Zoals verwoord in de Gemeentewet, artikel 170, is het mijn taak om de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen. Die taak neem ik heel serieus met oog voor alle mensen die dit raakt. Ik heb ook regelmatig contact gehad met de Commissaris van de Koning en zijn Kabinetschef. Er is veel gezegd en geschreven over het proces, maar de feiten zijn duidelijk. Er is enerzijds een onderzoek geweest waarbij zestien (oud)-medewerkers zijn geïnterviewd. Anderzijds is een vooronderzoek geweest waarbij twee externen zijn geïnterviewd. In het kader van hoor en
323
wederhoor is ook de voormalig wethouder afzonderlijk geïnterviewd en heeft zij daarnaast ook nog een schriftelijke reactie ingediend. Uit de rapportage van Hoffmann naar aanleiding van het vooronderzoek van de twee externe signalen, heb ik geoordeeld dat geen nader onderzoek naar het gedrag van de voormalig wethouder was gerechtvaardigd. De externe signalen en meldingen waar nu in de pers zoveel over is geschreven, zijn daarmee ook afgehandeld. Wat in de kern overblijft, is het oordeel van het College dat er sprake is geweest van een misstand, te weten: het onbehoorlijk handelen van de voormalig wethouder in de richting van medewerkers. Daar kan niet aan worden voorbijgegaan. De beide rapportages met een schriftelijke conceptreactie van de voormalig wethouder tezamen, zijn ter inzage gelegd voor de raadsleden. Later heeft mevrouw Werger nog haar definitieve reactie en de in haar opdracht opgestelde contra-expertise aan u als raadsleden toegestuurd. Zowel de contra-expertise als de reactie van mevrouw Werger roepen bij mij, maar ook bij het College, vragen op. Er wordt daarin een aantal aannames gedaan en conclusies getrokken die niet juist zijn, zonder dat ik en het College de kans krijgen om die te weerleggen.
Wij kunnen dit allemaal wel gaan weerleggen, maar voorzitter, waar zijn we dan mee bezig? Is iedereen zo langzamerhand niet toe aan een afronding, zodat wij allemaal weer bezig gaan met dat wat ons bindt: het beste te doen voor onze gemeente en onze gemeenschap, met een nieuw College en een nieuwe gemeenteraad. Er liggen genoeg uitdagingen op ons te wachten. Ik denk hierbij ook aan de medewerkers. Ook voor hen is het goed dit boek te sluiten en weer vooruit te kijken. We willen met de organisatie verder werken aan afspraken hoe we met elkaar omgaan. Ook de organisatie heeft het nodig, dat dit onderwerp iets goeds voortbrengt in plaats van alleen maar berichten in de media naar aanleiding van nòg weer een onderzoek. Ik heb er, gedurende het proces, steeds voor gekozen om niet via de pers te reageren op vragen of aantijgingen en om – waar dat mogelijk was – verantwoording af te leggen aan u, de gemeenteraad, het hoogste orgaan. Dit is de plek waar de integriteit van bestuurders moet worden besproken. Ik kan u verzekeren, dat het mij veel moeite heeft gekost niet te reageren op onjuistheden in de pers. Op de brief van de niet nader te noemen journalist aan u als raadsleden, zal ik deze week schriftelijk reageren. Ik heb mij op geen enkel moment bemoeid met het onderzoek. Ik heb geen ambtenaren benaderd.
Sterker nog: ik heb er zelfs zo min mogelijk over gesproken met het oude of het huidige College. Alleen met een kernteam, bestaande uit de directeur, de jurist en iemand van communicatie, aangevuld met onze advocaat en een communicatieadviseur. Ik wilde ook geen partij zijn. Daarom heeft het onderzoeksbureau ook geen interview met mij gehouden. De rollen waren gescheiden. De directeur keek vooral naar de rol van de gemeente als werkgever. Ik heb, zoveel als mogelijk was, de belangen van wethouder Werger in de gaten gehouden. Dat heb ik gedaan, door haar meteen ambtelijke ondersteuning aan te bieden. Ik heb met haar stilgestaan bij wat dit voor haar betekent. Ik heb haar appjes gestuurd. Ik heb haar gebeld vanaf mijn vakantieadres. Ik heb de persvragen vooraf met haar gedeeld en haar de suggestie gedaan zich goed te laten adviseren, bijvoorbeeld via haar partijlijn toen ik merkte, dat zij geen gebruik maakte van haar interne adviseurs. In de vier jaar dat mevrouw Werger werkzaam was als wethouder, heb ik meerdere malen met haar gesproken over haar stijl van opereren en zéker niet alleen in de marge en: “Hee, let je even op?” Nee, voorzitter. Ik sprak herhaaldelijk met haar over haar toon, haar gedrag en ook de spanning die dit oproept bij medewerkers. Mevrouw Werger was alleen geïnteresseerd in de naam van de medewerker, maar bleek niet bereid te zijn in de spiegel te kijken.
Had ik hierin moeten verdergaan? Met de kennis van nu, waarschijnlijk wel. Dat neem ik mezelf ook kwalijk, maar ik ben niet degene die over de positie van een wethouder gaat. Dat is toch echt uw raad. Ik ben immers niet de werkgever. Tot slot, wil ik u wijzen op het medewerkerstevredenheidsonderzoek, gehouden onder alle medewerkers in november 2021. In maart, april en mei zijn de uitkomsten hiervan doorgesproken door teamleiders met hun teams in de aanwezigheid van een HR-adviseur. Ongewenst gedrag kwam als thema niet vaak voor in deze besprekingen. Uit het medewerkerstevreden-
324
heidsonderzoek is geen beeld naar voren gekomen, dat er een gedeeld gevoel van onveiligheid bestaat bij de medewerkers. Er kwam ook uit, dat het vertrouwen in de leidinggevende – denk aan teamleiders en directieleden – is gestegen. Natuurlijk zijn er altijd verbeterpunten. We zijn niet voor niets bezig met een doorontwikkeling waarbij met name het zelfbewustzijn van de organisatie wordt bevorderd. We gaan zeker ook in de toekomst een veilige bedrijfscultuur verder meenemen in deze ontwikkeling. Mag ik dan nu met u terug naar de essentie en wat ik zie als onze opdracht? De gemeente Zutphen moet een goede werkgever zijn en zorgen voor veiligheid op het werk voor alle medewerkers. Dat krijgt een prominente plek in het plan voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie. Bureau Hiemstra & De Vries heeft hiervoor een opdracht gekregen. Ik zou dit onderwerp graag agenderen om in een Forum met u te bespreken. Even terugkomend op de Gemeentewet. Ik ben als burgemeester de hoeder van de integriteit. Integriteit is een onderwerp waar we ons allemaal verantwoordelijk voor moeten voelen en van kunnen leren. In het College hebben we vanaf het begin nu ook met elkaar bespreekbaar gemaakt wat we van elkaar verwachten. Ik heb het ook genoemd in mijn toespraak bij de installatie van de nieuwe wethouders. Samen werken op basis van vertrouwen en respect.
Daar hoort ook bij, dat je elkaar kunt spiegelen op gedrag. Ik heb in mijn schriftje nog mee zitten schrijven, voor zover dat ging, voor verdere vragen. Dat was soms niet makkelijk, want het ging soms in een heel rap tempo. Er is gezegd, dat ambtenaren de mond is gesnoerd. Dat is zeker niet het geval. Mensen konden melden, zowel positief als negatief. De gemeentesecretaris heeft vandaag zelfs nog met een aantal ambtenaren gesproken die graag met haar wilden spreken over dingen die zij juist wél goed vonden gaan en die zij wel prettig hadden gevonden in het samenwerken met mevrouw Werger. De externe meldingen hebben we gehad. Mevrouw Westerik heeft heel goed uitgelegd dat we in het Presidium in ieder geval over één van de twee mailberichten hebben afgesproken hoe we daarmee wilden omgaan. Het is juist vanwege de onafhankelijkheid dat we deze hebben neergelegd bij Hoffmann, omdat er ook een onderzoek liep. Deze zijn niet eerder opgepakt omdat beide meldingen pas binnenkwamen nadat er in de pers over dit onderwerp werd geschreven. Er zijn vragen gesteld over de OR. De OR is voortdurend op de hoogte gehouden en heeft ook geholpen bij de vraagstelling dat mensen zich konden melden. Mensen kunnen zich ook melden bij de OR als ze iets op het thema in z’n algemeenheid of specifiek hebben te melden.
Voorzitter, ik wil hier nogmaals zeggen dat de zwartgelakte passages en de WOO … Ik weet dat het heel onsympathiek over komt, maar het gaat om één ding. Dat is eigenlijk het thema waar we het over hebben: de ervaren veiligheid van medewerkers. Die veiligheid van medewerkers zit er ook in, dat ze niet herkenbaar zijn in de rapportages. Het heeft héél wat gedaan dat de raad delen openbaar heeft gemaakt. Ik snap dat heel goed vanuit de raad, maar realiseert u zich, dat dit ook iets heeft gedaan met datzelfde veiligheidsgevoel van onze medewerkers. Er is één melding bij de gemeentesecretaris geweest. Ik denk dat ik even moet stoppen.” De VOORZITTER: “Ik zie een interruptie van de heer Lok.” De heer LOK: “Dank u wel, voorzitter. De raad heeft uiteindelijk niet zo heel veel openbaar gemaakt. Er zijn soms hele pagina’s zwartgelakt. Mijn vraag aan de burgemeester is: het kan toch niet zo zijn, dat dit puur is om het WOO-proof te maken? Ik snap ongetwijfeld dat het voor sommige mensen een impact kan hebben, maar het gaat er hier om dat de gemeenteraad heeft besloten tot géén geheimhouding op de stukken en dat je zoveel mogelijk zwart lakt, puur om het niet te kunnen herleiden naar specifieke ambtenaren. Dat was met veel stukken die ik al had gelezen, het geval. Waarom wordt er dan toch voor gekozen om hele teksten zwart te lakken?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.”
325
Burgemeester VERMEULEN: “Voorzitter, de teksten zijn door de jurist bekeken en WOO-proof gemaakt. Het is niet aan mij om daar dan een oordeel over te hebben of dat juist of niet juist is toegepast. Ik heb vragen gekregen van de Partij voor de Dieren, voor zover ik die kon meeschrijven. Of de conclusies van het sociaal jaarverslag nog kloppen. Ja, daar ga ik inderdaad nog steeds van uit. Wij weten natuurlijk niet, wie ooit melders zijn geweest waarvan in het sociaal jaarverslag zaken zijn opgenomen en wie zich nu hebben gemeld. Ik weet niet wie zich hebben gemeld. Het is anoniem en voor mij niet bekend. Ik kan daar verder geen beeld bij geven. U heeft gevraagd waarom er geen communicatieplan is gekomen in het gesprek met de externen. Dat ging over de hoogspanningsleiding. Dat communicatieplan heeft de wethouder toegezegd en dat is dan verder vooral aan haar. Door het CDA zijn vragen gesteld, onder andere ook aan de wethouders. Voorzitter, als u mij toestaat, geef ik daar een antwoord op. Wij hebben een tweedaagse gehad met het nieuwe College. Daarin hebben we gesproken over wat gepast gedrag is, hoe je reageert op situaties. We hebben dat op een hele open en zorgvuldige manier gedaan. Wij gaan elkaar daar ook scherp in houden. Het zou goed zijn, als u als raad misschien één keer per jaar eens vraagt hoe het gaat op dat vlak.
U bent uiteindelijk degene die de wethouders hier neerzet en in die zin dus de werkgever.” De VOORZITTER: “Meneer Purperhart, u heeft een interruptie, zie ik.” De heer PURPERHART: “Dank u wel, voorzitter. Ik vraag me toch even af … Dat had ik ook aangegeven. Hoe neemt u eigenlijk de raad in de toekomst mee in het hele proces? Dat mis ik nu even in uw beantwoording.” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “In welk proces?” De heer PURPERHART: “In het proces … U heeft net aangegeven dat u een tweedaagse met de wethouders heeft gehad. U heeft aangegeven: ‘Dit is eigenlijk hoe jouw gedrag zou moeten zijn, als wethouder.’ Ik mis de vervolgstappen, hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden. Is daar al een plan voor of bent u nog bezig om dit plan te gaan schrijven?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Zoals ik al eerder heb aangegeven: als het gaat over de doorontwikkeling van de hele organisatie, waar wij natuurlijk ook een onderdeel van zijn, heeft bureau Hiemstra & De Vries een opdracht gekregen. De veiligheid op de werkvloer en gewenst gedrag komt hierbij natuurlijk aan de orde. Als het gaat om hoe u zich verhoudt tot uw wethouders, dan is dat vooral aan de raad om daar iets passends op te bedenken.” De VOORZITTER: “Meneer Purperhart.” De heer PURPERHART: “Dank u wel, voorzitter. Dan heb ik nog een andere vraag.
Is het mogelijk dat u, zeker de komende maanden, regelmatig een terugkoppeling kan geven van de knelpunten en verbeterpunten waar u en de gemeentesecretaris tegenaan lopen … Dat we daarvan op de hoogte gebracht kunnen worden?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Ik zal graag de opdracht van Hiemstra & De Vries met u delen. Op het moment dat zij bezig zijn, lijkt het me goed dat we regelmatig bij u terugkomen met de bevindingen en u ruimschoots de gelegenheid wordt geboden om vragen te stellen over zaken
326
die u belangrijk vindt. Het lijkt me juist bijzonder prettig om daarin samen op te trekken en samen te kijken wat een prettige manier is om met elkaar om te gaan. Ja, voorzitter, dan nog wat losse flodders, wellicht. Ik heb niet aan een externe melder gevraagd om een brief te schrijven. Dat heeft mevrouw Westerik ook helemaal uitgelegd. Ik heb geen enkel verzoek aan wie dan ook gedaan om brieven te sturen. Ik heb alleen gevraagd of ik de brief onderdeel mocht laten zijn van een rapportage, zodat Hoffmann daarnaar kon kijken omdat ik ook al met de betreffende persoon had gesproken en dacht: “Nou, laat een ander maar eens horen hoe het zit.” Dan over de klokkenluidersregeling en het onderzoek. We hebben als eerste met wethouder Werger destijds gesproken, bij de allereerste melding. Zij heeft meteen gezegd: “Ga je gang. Ik werk volledig mee aan welk onderzoek dan ook.” Toen wij hebben gezegd de klokkenluidersregeling van toepassing te willen verklaren, heb ik daar niet op gehoord dat zij het daar niet mee eens was. Pas gaandeweg het proces zijn er vanuit de kant van wethouder Werger wat andere geluiden gekomen. Voorzitter, het zou best kunnen zijn dat ik vragen ben vergeten, maar ik heb geprobeerd recht te doen aan de eerste inbreng.
Dit is mijn eerste reactie.” De VOORZITTER: “Zijn er nog verhelderende vragen aan mevrouw Vermeulen? U, meneer Lok?” De heer LOK: “Voorzitter, dank voor de beantwoording van veel vragen. Ik had een aantal vragen gesteld, dat nog niet is beantwoord. Eén vraag die opkomt: zijn Hoffmann en de opsteller van de contra-expertise op de hoogte gesteld van het zwartlakken van de documenten en in welke mate dit is gebeurd en zo ja, wat was hun reactie?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Beide bureaus waren ervan op de hoogte dat wij zaken WOOproof hebben gemaakt.” De VOORZITTER: “De heer Lok.” De heer LOK: “Wat was hun reactie?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Ik heb beide bureaus niet gesproken. Ik kan daar straks in de tweede termijn antwoord op geven. Ik was er niet bij. Die vraag leg ik even door aan mijn team achter mij.” De VOORZITTER: “De heer Lok.” De heer LOK: “Dank daarvoor. Dan nog de vraag over de kwestie dat het onderzoek naar de externe meldingen is aangemerkt als vooronderzoek, terwijl het later is gestart dan het onderzoek naar de interne meldingen, wat eigenlijk niet de juiste volgorde is. Hoe reageert de burgemeester daarop?” De VOORZITTER: “Mevrouw Vermeulen.” Burgemeester VERMEULEN: “Ik begrijp heel goed, dat u dat zo denkt. Het is de terminologie die hoort bij een dergelijk onderzoek.
Het is niet het vooronderzoek naar het onderzoek naar de interne meldingen. Een vooronderzoek is eigenlijk dat in dit geval Hoffmann heeft gekeken naar de mailberichten van de twee personen. Dat is een vooronderzoek geweest. Dat vooronderzoek heeft mij geen aanleiding gegeven voor het instellen van een nader onderzoek naar de mails van die twee melders. Het is verwarrend, maar dit is de terminologie.”