Handelingen Raad 31 mei en 1 juni 2021
Tekst van het document
Ik denk, dat het een hoop gekonkel hier voorkomt en dat we dan samen echt een mooi, veilig Zutphen kunnen creëren. Dat is een tip die ze gratis van me krijgen. De vraag: gaan we instemmen met deze motie? Gelukkig kunnen we er nog een nachtje over slapen. Als we instemmen, komt er een stemverklaring. Als we niet instemmen, komt er ook een stemverklaring. Voor straks eerst lekker slapen en morgen gezond weer op.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Wij zijn ook voor verkeersveiligheid in de stad. Verkeersveiligheid heeft ook de prioriteit van de Stadspartij, want we moeten een leefbaar Zutphen
367
hebben, waar iedereen zich veilig doorheen kan bewegen. Maar, de motie ‘Veilige stad’ geeft als titel dat het een veilige stad wordt. Het gaat over acute verkeersproblemen, maar acute verkeersproblemen zijn ook gedragingen van mensen, soms. Mensen die op een bepaalde manier het vervoermiddel gebruiken in de stad. Ik zou zeggen: doe ook wat aan preventie. Preventie is een quick win. Het hoeft niet heel veel geld te kosten, maar het is een quick win. Dus, zet daar ook op in. Daarnaast is er natuurlijk ook een relatie met de motie die we zojuist hebben besproken: het verkeerscirculatieplan. Gaan we nu niet in het verkeerscirculatieplan andere afspraken maken of andere zaken actualiseren, die eigenlijk deze kosten, die we gaan maken voor het aanpassen van de Paulus Potterstraat … Als we daar minder verkeer doorheen laten lopen, dan kunnen we die straat misschien op een andere manier aanpassen. Ik zou zeggen: “Ik wil er nog een nachtje over slapen hoe we daarmee omgaan.” Aan de andere kant wil ik wel ruimte voor verkeersveiligheid laten vrijmaken in de Voorjaarsnota, in ieder geval wil ik er ruimte voor maken, dat we – ook in de komende jaren – meer aan verkeersveiligheid in Zutphen kunnen doen.” De heer BROUWER: “Een aantal dingen is al genoemd en ik sluit me daar ook bij aan. Wij, als fractie, hebben de afgelopen dagen met de woorden van GroenLinks geworsteld en met deze motie.
In onze eigen motie hebben we gekozen voor een integrale aanpak, waar natuurlijk – op termijn – een uitvoeringsprogramma bij zou komen. Daar zouden dit soort maatregelen perfect in passen. Dat zou dus een integrale aanpak zijn. Wat je krijgt, is dat het een motie is, die heel specifiek inzoomt op een aantal knelpunten. Dan moet je dus echt motiveren waarom het diè knelpunten zijn. Dat is wel even een vraag. Of we deze motie kunnen steunen, als je alleen maar heel specifiek kijkt naar een aantal plekken in de stad, terwijl een integrale aanpak – in dat opzicht – meer garantie biedt, dat je een meer verantwoorde aanpak hebt van de verkeersveiligheid. Ik snap ‘m natuurlijk wel. De Paulus Potterstaat, dat loopt al jaren. Wat dat betreft, heb ik er wel begrip voor, dat je iets probeert. Het lijkt echter een bijna willekeurige lijst van een aantal knelpunten in de stad en dan mist er – wat ons betreft – toch de motivering en de integrale aanpak van dit soort situaties. Dank u wel.” De heer PETEROFF: “Dank u wel. Voorzitter. De motie ‘Veilige stad’ is herkenbaar voor de VVD. Ongetwijfeld voor iedereen die zich op de fiets door Zutphen begeeft. Fietsvriendelijke stad is de ambitie, maar het resultaat, het doel, is nog erg ver weg. Er zijn dringende knelpunten, die eigenlijk niet langer kunnen wachten. Tegelijkertijd ligt de actualisering van het verkeerscirculatieplan op tafel.
Dat is onlosmakelijk verbonden met de doelstelling van deze motie. Sommige knelpunten kunnen misschien snel verholpen worden, waarbij andere punten een ingewikkelder proces wachten. Nietsdoen is geen optie. Tegelijkertijd is het ook zo, dat een aanpak van ‘grote stappen, snel thuis’ mogelijkerwijs frictie geeft met een later te implementeren verkeerscirculatieplan. De actualisering van de VCP voorkomt misschien ook, dat we met deze motie, die nu voorligt, een soort van boodschappenlijstje aan het opstellen zijn. Zonder overigens af te doen aan de bekende gevaarlijke verkeerssituaties. Ik vond het ingewikkeld. Ik zou de raad willen vragen – zoals vele anderen hier – om de behandeling van de Voorjaarsnota en de verkeersveiligheid in z’n geheel in de afwegingen te betrekken. De heer Matser gaf hiertoe al een werkbare voorzet. Natuurlijk is de VVD niet tegen een veilige gemeente. In die zin stemmen we in met de motie. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dat was de eerste ronde. Ik kijk even naar de indieners van de motie. De heer Manders.” (Audiopositie 02:09:00)
De heer MANDERS: “Dank aan iedereen voor hun inbreng. Ik wil even een paar dingen toevoegen. We hebben ook in de dekking genoemd – als voorbeeld – waarbij ook in het Forum duidelijk werd gemaakt, dat we vragen om vanuit het College met een voorstel te komen richting Voorjaarsnota om daar, op die manier, de goede dekking te vinden. Ik heb de bedragen genoemd, die genoemd zijn. Dat wil niet zeggen, dat dat per se dàt uitvoerend moet zijn, maar meer dat het wel moet gebeuren. De motie van D66 gaat uit van het lange termijn denken.”
368
De heer VERSCHURE: “Voorzitter, even voor mijn helderheid: bedoelt de heer Manders, dat het College moet gaan zoeken naar geld of dat ù gaat zoeken naar geld?” De heer MANDERS: “Nee, in het Forum is samen afgesproken om te kijken hoe we dat in de Voorjaarsnota kunnen voorstellen. Als er meer geld voor nodig is …” De heer VERSCHURE: “Conclusie: er ligt weer een motie zonder dekking.” De heer MANDERS: “Nee, dat is niet waar. We hebben geen voorstellen gedaan over de kosten. We hebben in de motie, bewust, geen voorstellen gedaan hoe de verkeersveiligheid opgelost moet worden. In de motie staat heel helder, dat we graag in overleg gaan met de bewoners en gebruikers van de weg. Aan de hand daarvan, zouden dus – dat staat in de motie – voorstellen kunnen komen, die geld kosten. Wij wisten, op het moment van opstellen van de de motie niet, dat er voor bepaalde onderdelen van de motie die hier zijn genoemd, zoals de Emmerikseweg, de Haaksbergerweg en de Paulus Potterstraat, al plannen op tafel liggen bij de verkeersafdeling. Dus, we wisten ook niet van de kosten, op dat moment.
Wij hebben alleen maar gezegd: “Ga in overleg daarover en kom dan met meer voorstellen en het financiële plaatje.” Het is niet zo, dat wij hier hebben gezegd: “Dat is de oplossing en dat kost het financieel.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, dan bekruipt mij toch een beetje het gevoel: “We gaan een motie aannemen, we hebben een prioriteitenlijst opgesteld. Maar, burger, wij nemen ‘m aan, dus wij doen iets voor jullie, maar wanneer? Dat weten wij niet.” Dus ik vind eigenlijk: er ligt een motie zonder dekking, zonder dat ‘ie uitgevoerd kan worden, zonder dat de kosten inzichtelijk zijn. Dus, we zijn – voor mijn gevoel – voor de Bühne bezig.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Dat ben ik niet met de heer Verschure eens. Dat zijn de woorden van de heer Verschure en dat mag. Ik wil nog een punt aanhalen. In het gesprek met de ambtenaar kwam ook boven water, dat voor het fietsveilig maken van een stad mogelijk ook gelden beschikbaar zijn bij de Provincie. Ik zou willen vragen om daar ook gebruik van te maken. Dat is ook een vraag richting het College. Ik ben benieuwd wat de reactie van het College zal zijn op de motie an sich hier in de raad. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Voordat we verdergaan met de behandeling, ga ik even naar het College, want daar wordt nu wat aan gevraagd. Wethouder Matser.” Reactie College (Audiopositie 0:40:38 – 2, 31-05)
Wethouder MATSER: “Dank u wel, voorzitter. Volgens mij, heb ik net geprobeerd een heel werkbaar voorstel voor u neer te zetten. Dat werkbare voorstel wil ik nog even herhalen: dat is dat u in de Voorjaarsnota gaat beslissen hoeveel geld u beschikbaar gaan stellen voor de volgende stappen: het actualiseren van het verkeerssituatieplan, het maken van een uitvoeringsagenda, prioriteiten bepalen. Dus, maak maar een prioriteitenlijst naar aanleiding van hoeveel we beschikbaar stellen. Daar gaat u ook over. Vervolgens houden wij u op de hoogte van onze voortgang en ik schat dat we in de winter wel tot een besluit kunnen komen en tot uitvoering kunnen overgaan. Dat is eigenlijk wat ik in de stappen aan u heb voorgesteld. Daarmee bedien ik u allemaal. Ja, alleen wordt de Paulus Potterstraat nog niet in september aangepakt, denk ik. Maar wel, als u daarvoor kiest ... De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder heeft een interruptie.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Stel u voor, wethouder, in feite - dat is mijn conclusie - zegt u eigenlijk: ‘Besluit dat beide moties inéén komen, kom met één motie en het hoofdpunt daarin is het verkeerscirculatieplan en het actualiseren in de stappen die u net noemde?”
369
Wethouder MATSER: “Maar ook de onveilige punten waarvan wij met elkaar concluderen dat ze superonveilig zijn en dat ze eigenlijk niet langer zo kunnen blijven staan. Dus, dat er geld beschikbaar voor moet komen en vervolgens gaan wij aan de slag. Dat is eigenlijk wat ik voorstel. Volgens mij, voldoet dat aan alle zaken die wij hierlangs hebben zien gaan en de revue hebben gepasseerd.” De VOORZITTER: “De heer Verschure heeft een interruptie.” De heer VERSCHURE: “Nou, het is meer omdat de heer Matser nu zegt dat het College van Bestuur hier: “Wij komen hier in de loop van het jaar op terug.” Dat betekent dat hij blijft. Ja, het College is, heb ik geleerd van deze burgemeester, één en onbreekbaar. Dus, dat kan ik nu nog zeggen en zo straks zegt iemand mij dat na. De VOORZITTER: “Mooi. Uw aanbeveling is helder. Of was u nog niet klaar?” Wethouder MATSER: “Ja, ik ben uitzonderlijk kort.” De VOORZITTER: “Ja, nee ... Daarom ... Ik moet daar even van bijkomen. (Lacht). Ik kijk even rond. Ja, De heer Logemann. Ik had u al toegezegd dat u in ieder geval als eerste weer aan bod was.” De heer LOGEMANN: “Ja. Ik constateer dat de wethouder haast heeft om hier weg te komen. De VOORZITTER: “Ja, die denkt: “Het is bijna half tien. Zijn laatste kwartiertje heeft bijna geslagen.” De heer LOGEMANN: “Ik maak van de gelegenheid gebruik om nog even wat te zeggen over de vragen die zijn gesteld.
Ik denk dat de essentie eigenlijk is van de integrale aanpak die u het liefst zou willen hebben, waaruit ook een aantal knelpunten naar voren komt en die je dan in een uitvoeringsprogramma oplost. Dat zou inderdaad heel wenselijk zijn. De aanpak die de wethouder voorstelde, die klinkt mij heel wenselijk in de oren. Maar, ik wil wel aangeven, dat - wat onze fractie betreft - het uitvoeren van die knelpunten niet moet wachten in die aanpak totdat we uitgestudeerd zijn op een verkeerscirculatieplan. Dan zijn we een aantal ... Nou, in ieder geval anderhalf jaar verder, terwijl Paulus Potterstraat ... Nou, dat is zò evident dat die worden aangepakt, dat we in ieder geval daarin een soort voorrangspositie willen maken. Dus, het idee om die moties aan elkaar te koppelen en misschien zelfs in elkaar te schuiven, spreekt mij zeer aan. Het is niet zo dat er geen dekking was voor de motie. Die staat wel degelijk in punt twee (2). Alleen bleek in de Forumdiscussie dat het wat ingewikkelder was dan wij hadden voorzien. Daar geldt het voorstel van de wethouder voor. Dat is in onze ogen zeer werkbaar. Dan nog even het doel van deze motie was om de verkeersveiligheid verder te krijgen en ik heb het idee dat, dat op zich gelukt is. Dus, wat dat betreft denk ik dat we vooruit kunnen met deze motie.
Ja, ik denk dat het goed is dat we daar met de indieners van de twee verschillende moties nog overleg over hebben of we die in elkaar kunnen schuiven en hoe we dat het beste kunnen doen. Maar de aanpak van de wethouder staat wat mij betreft centraal in hoe we hier verder mee gaan. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Prima, ik denk dat, dat een mooie conclusie is. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik ben vaak niet lang aan het woord. Wel kort en vaak. Maar, niet lang! Eigenlijk heb ik de vraag, en die is heel concreet zonder heel veel woorden: zijn de indieners van de vorige motie bereid om samen te werken met de indieners van deze motie? En zijn de indieners van deze motie bereid om samen te werken met de vorige indieners? Het is een gesloten vraag, dus een simpel “Ja” of “Nee” kan voldoende zijn.”
370
De VOORZITTER: “Ik heb allemaal knikkende hoofden gezien. Dus het antwoord is volmondig “Ja”. Dus, u gaat er straks weer ... Het is net als vanouds: op dag 1 vergaderen en er de volgende dag erover stemmen. Het wordt zo wel makkelijk. Maar, dan heeft u in ieder geval wat te doen en morgen zullen wij in de online vergadering horen of het één motie wordt en hoe die dan gaat luiden. Dan kunnen wij er vervolgens over stemmen met een korte stemverklaring. Daarmee sluit ik dan dit punt af. Vervolg tijdens raadsvergadering op 1 juni | Besluitvorming over gewijzigde motie ‘Actualisering Verkeersbeleid’
Oké, dan gaan we verder. Eventjes kijken hoor, of ik het allemaal nog steeds ... Ja, dat betekent dat nu eigenlijk de nieuwe motie wordt besproken of ingediend. Daar waar we het gisteren over hebben gehad. Dan ga ik naar De heer Brouwer.” De heer BROUWER: “Ja, ik wil even vooraf - dat is wel belangrijk - zie ik een heel klein typefoutje in de motie. Er staat bij: ‘Draagt het College op,’ bij 1.a, ‘een actualisatie van de verkeerscirculatie van 2022.’ En dat ‘van’ moet ‘vanaf’ zijn. Dus, dat toch even gemeld. Dat het dus ‘vanaf’ moet zijn in plaats van ‘van’.” De VOORZITTER: “Ja, oké. Dank u wel. Wilt u inhoudelijk nog iets toelichten?” De heer BROUWER: “Ja, dat lijkt mij heel verstandig. Wij zijn blij dat de PvdA, GroenLinks, de Stadspartij en D66 met een gezamenlijke motie konden komen in antwoord op de wens, zoals geuit in de raadsvergadering gisteravond. Er is veel gezegd gisteravond en ook geluisterd. Er is een duidelijke routekaart met betrekking tot de financiële onderbouwing, natuurlijk mede gebaseerd op de inbreng van de wethouder gisteravond. Waarvoor dank. Ja, bij de SP kan de vlag uit, want het woord ‘milieuzone’ is eruit gehaald. Met daarbij meteen de opmerking van D66 dat wij blijvend aandacht zullen geven aan de luchtkwaliteit in onze stad. Want, onze inwoners zijn gebaat bij de verbetering van de luchtkwaliteit en dat was ook al zodanig verwoord in deze motie.
Ja, we zijn blij dat we er in gezamenlijkheid zijn uitgekomen. Dat mag ook wel gezegd. En we hopen van harte op steun van deze raad voor de motie ‘Actualisering verkeersbeleid’. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ga ik naar de heer Manders.” De heer MANDERS: “Ja, dank u wel voorzitter. Ik kan een heel betoog gaan houden dat ik blij ben dat het helemaal goed is gegaan. Maar, eigenlijk zijn de woorden al door de heer Brouwer genoemd. Dus, ik hou het hierbij kort. We zijn heel blij, ook met de samenwerking met de nieuwe Griffier, die ons goed heeft geholpen met het tot stand brengen van deze tekst. Bedankt.” De VOORZITTER: “Nou, dat is supermooi. Dan, de heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Ja, ik kan daarbij aansluiten. We hebben gisteren goed gesproken over de twee verschillende moties en aan het eind is terecht vanuit de Raad de vraag gesteld: ‘Kan dat niet worden samengevoegd?’ Nou, die handschoen hebben we opgepakt en we zijn blij dat het is gelukt om toch binnen een uur of twintig te komen tot een gezamenlijke motie. Bij het samenstellen daarvan hebben we geprobeerd de essentie van beide moties te vatten. Dus, alle overbodige zaken zijn eruit gehaald. We hebben ook goed geluisterd naar het commentaar dat de raad inmiddels gisteren heeft gegeven op beide moties. We hebben ook goed geluisterd naar de wethouder die een voorstel heeft gedaan voor behandeling.
Dat leidt ertoe dat er nu dus een opdracht aan het College ligt, die bestaat uit het inbrengen van een voorstel bij de Voorjaarsnota: gericht op de actualisaties, het verkeerscirculatieplan vanaf 2022, het in beeld brengen van urgente verkeersonveilige situaties en de aanpak, in ieder geval, van de situatie bij de Paulus Potterstraat ook vanaf 2022. Daar hoort dan een uitvoeringsprogramma bij met een aantal uitgangspunten, aandachtspunten, en
371
dan uiteindelijk de opdracht aan het College om in het eerste kwartaal van 2022 dat uitvoeringsprogramma voor te leggen. Zoals de heer Brouwers al zei, de milieusanering wordt niet meer genoemd. Wel wordt aandacht gevraagd voor luchtkwaliteit. En wat betreft de overige verkeersonveilige situaties die genoemd werden in de motie van Partij van de Arbeid en GroenLinks, die zijn onderdeel van het in beeld brengen van de verkeersonveilige situaties, die ook ... Waar in ieder geval de financiële ruimte dan voor gezocht moet worden bij de Voorjaarsnota, maar, die in het uitvoeringsprogramma verder zullen worden uitgewerkt. Ik hoop dat we daarmee ook een motie hebben die breed gedragen wordt in deze raad. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ja, dank u wel. Dan ga ik naar De heer Brunsveld van het CDA. Ik hoor hem niet. Ik hoop niet dat u nu een heel betoog aan het houden bent?” De heer BRUNSVELD: “Dank u wel, voorzitter. Ik zie dat ik ...” De VOORZITTER: “De heer Brunsveld, volgens mij, heeft u technische problemen.” De heer PELGRIM: “Even een vraag. Mag ik als mede-indiener nog een klein stukje toelichten?” De VOORZITTER: “Nou, nee. We zijn al een tijdje onderweg. Ik kijk even naar ... U bent zo aan de beurt, meneer Pelgrim. De heer Brunsveld, gaat het nog lukken? Ik denk dat mevrouw Van Wamel u naarstig aan het appen is. Dat dacht ik al.
De heer Brunsveld, een poging nog?” De heer BRUNSVELD: “Nou, volgens mij ...” De VOORZITTER: “Ja, ik hoorde iets? Nee. Het lukt niet. Oké, ik weet niet of u de tekst door kan appen aan mevrouw van Wamel? Ik ga even naar De heer Pelgrim. Dan kunt u samen even kijken hoe u het oplost. De heer Pelgrim. Dan krijgt u toch uw zin.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Met deze motie liggen nu alle doelen die we beiden wilde bereiken met de moties echt heel mooi weergegeven. We hebben gisteren binnen 24 uur in een hele mooie samenwerking samen deze motie opgesteld en ik sta honderd procent achter deze motie.” De heer BRUNSVELD: “Nou, ik hoor u wel, mevrouw de voorzitter. Hoort u mij ook?” De VOORZITTER: “Ja, ik hoor u nu wel. (...) En nu niet meer. Nee. Nee, wordt ‘m niet meer, denk ik. Ik ga even door. De heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel voorzitter. Het lijkt een beetje de tone van David Bowie, maar ik hoop niet dat het zo afloopt met meneer Brunsveld. Voorzitter, het rode vlaggetje bij de SP kan inderdaad uit. Alles wat ze wilden aanpassen, is aangepast. Er werd net gezegd: “Al het overbodige is eruit gehaald en de dekking is vergeten erin te zetten.” Want, daar ben ik weer: de wethouder, de voormalige wethouder Matser, die heeft aangegeven dat dit vier tot vijf miljoen euro moet gaan kosten en ik ben daar wel heel nieuwsgierig naar hoe dat komt.
Inhoudelijk zijn wij het wel eens met de motie. Alleen, wij blijven aanhikken tegen de bekostiging. Dus, het moet wel uitvoerbaar zijn.” De VOORZITTER: “Ja. Dank u wel. De heer Jansen?” De heer JANSEN: “Voorzitter, verstandig dat de twee moties zijn ingetrokken en de nieuwe motie is ingediend. Het past ook in het beeld wat ik gisteravond heb geschetst en waar we als raad naar toe kunnen denken en ook bij de Voorjaarsnota over kunnen besluiten. Ik hoop dat er dan ook een basis ligt waarop we voldoende inzicht hebben in de maatregelen en toch enig zicht hebben
372
op effecten en kosten. Dat is dan wel een heel belangrijk punt, zeker gezien de onderwerpen die dan bij de Voorjaarsnota besproken moeten worden. Maar, dan hebben we in ieder geval een beeld waar de kansen liggen en ook wat we met elkaar de komende jaren al dan niet willen uitvoeren. Dus, wij steunen de motie en hopen op een snelle voorbereiding van het College ten behoeve van de Voorjaarsnota.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar De heer Peteroff.” De heer PETEROFF: “Ja, dank u wel voorzitter. Ook de VVD heeft natuurlijk nog wat vragen over de bekostiging. Maar, we zien dat natuurlijk ook graag terug straks bij de Voorjaarsnota. Eerder riep de VVD ook al op om daar aandacht voor te hebben, want er zal best wat geregeld moeten worden op dit punt. We zijn wel heel erg verheugd dat die samenwerking door een goed Forum, en ook gisteren het gesprek in de Raad, nou geleid heeft tot een nieuwe motie. Het is bijna geen samenvoeging meer. En wij zullen deze dan ook steunen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik nog even naar het CDA kijken, of daar nog wat muziek uit komt. De heer Brunsveld, zullen we het nog een keer proberen? (...) Nee? Oké, mevrouw van Wamel voor het CDA-geluid.” Mevrouw VAN WAMEL: “Nou, ik kan helaas niet het mooie betoog van De heer Brunsveld voorlezen. Want, hij heeft echt verbindingsproblemen. Dus, ook richting mij.
Ik kan wel zeggen dat we deze motie gaan steunen.” De VOORZITTER: “Heel fijn, dank je wel. Mevrouw Ackermans?” Mevrouw ACKERMANS: “Nou, wij vinden het ook een hele mooie motie. Er zijn ook wat punten die snel opgepakt moeten worden, met name de Paulus Potterstraat. Eigenlijk is het jammer dat het pas in 2022 kan gaan gebeuren omdat het al heel lang speelt. Alleen zijn wij het met BurgerBelang eens: de afspraak was, dat wij tevoren een dekking hadden en wij begrijpen dat het in de Voorjaarsnota tot een uitwerking kan komen of dat het uiteindelijk wel een keer komt. Maar, wij willen heel graag van de wethouder horen waar hij het geld vandaan denkt te halen en of dat hij van mening is dat de indieners het geld moeten zoeken.” De VOORZITTER: “Ja, u stelt de vraag nu een beetje gek, denk ik. Want, het is geen voorstel naar het College. Maar naar de motie.” Mevrouw ACKERMANS: “Nee, dat snap ik. Maar, of de indieners ons vertellen waar het geld vandaan moet komen. Of is het de vraag aan de Wethouder of hij een idee heeft of het überhaupt haalbaar is, financieel. Want, er staat totaal geen ... ” De VOORZITTER: “Ik zie de heer Logemann daarop reageren. De heer Logemann, gaat uw gang.” De heer LOGEMANN: “Ja, beide moties gisteren hadden een dekking. Dat is dus anders dan de heer Verschure beweert.
Ze hadden beide een dekking, maar de wethouder heeft zowel bij het Forum als gisteren - daar was u niet aanwezig, mevrouw Ackermans - een voorstel gedaan, een identiek voorstel, over de behandeling van de dekking in het kader van de Voorjaarsnota. Dus, dat is nu teruggekomen in dit voorstel. We gaan er bij de Voorjaarsnota verder over praten hoe dit wordt ingevuld. Deze motie is vooral ook bedoeld om het nu goed op de agenda te zetten. “Wordt vervolgd” zou ik willen zeggen.” De VOORZITTER: “Ja, dus als de voorzitter ... Oh, De heer Verschure komt met een reactie?” De heer VERSCHURE: “Ja, voorzitter, met alle respect naar de heer Logemann. Maar, er stond wel een vorm van een dekking in. Echter, de heer Manders begon getallen op te noemen en
373
uiteindelijk kwamen die getallen beduidend hoger uit dan de dekking die in die motie stond. En de maat heeft voormalig wethouder Matser aangegeven, namelijk dat dit tussen de vier en de vijf miljoen zou kosten om het hele pakket te gaan doen. Dan ben ik wel heel benieuwd: waar halen we het geld vandaan? Waar halen de initiatiefnemers het geld vandaan? En laat ik dan eerlijk zijn: ik wil ook wel helpen zoeken naar geld. Want, uiteindelijk ... Het initiatief dat er ligt, is goed. Alleen we moeten wel dingen doen die we kunnen waarmaken en doen wat we zeggen. Daar gaat het mij om.” De VOORZITTER: “Volgens mij, heeft de wethouder gisteren aangegeven dat dit inderdaad betrokken zou worden bij de Voorjaarsnota. Daar maakt u straks als raad keuzes. Even kijken hoor, mevrouw Ackermans. Toch nog een vraag?” Mevrouw ACKERMANS: “Ja, ik vraag me af of het dan niet voor de hand ligt, dat we deze motie tijdens de Voorjaarsnota gaan bespreken? Anders hebben we straks een motie raadsbreed ingediend - daar ga ik even vanuit - en allemaal akkoord gegeven, maar, dan kunnen we weer geen geld vinden en dan is het wéér zo’n motie net zoals bijvoorbeeld met die toiletten. Daar wil ik voor waken. Dus, is dat een idee? Of? Ik gooi het maar even in de groep.” De VOORZITTER: “Even kijken hoor. Ik zie De heer Logemann.
En wel meer fracties die willen reageren.” De heer LOGEMANN: “Ik vind dat geen goed idee. Een motie betekent letterlijk iets in beweging zetten en dat is wat wij doen met deze motie. De Voorjaarsnota komt er binnenkort al aan. In ieder geval het gesprek daarover. Ik denk dat, dat een heel goed moment is om met elkaar de financiële consequenties te bekijken. Dan is er nog de tijd tot aan de begroting om er daadwerkelijk besluiten over te nemen. Iedereen kan dan voor zichzelf de stand van zaken opmaken en positie bepalen. Laten we wel zijn: die vijf miljoen, dat is ook maar een suggestie van de wethouder. Dat kan ook een heel ander bedrag zijn. We moeten de tering naar de nering zetten, dus als er weinig te besteden is, dan zal het hele programma over een langere tijd moeten worden uitgerold. Maar, met deze motie van willen, is wel een aantal zaken in gang te zetten en laten we dan niet beginnen met uitstellen. Zoals u voorstelt.” De VOORZITTER: “Nee. Dat zou jammer zijn van alle tijd. Even kijken: de heer de Ridder heeft een ordevoorstel.” De heer DE RIDDER: “Nou ja eigenlijk meer een ordevoorstel op de reactie van mevrouw Ackermans. Een motie is in feite niet meer dan een uitspraak van de gemeenteraad en volgens mij, is onze democratie ook lokaal zo ingericht dat het College, het bestuur van de stad, daar uitvoering aan moet geven.
Uiteindelijk betekent dat, dat het wel of niet kan en daarmee moeten ze terugkomen. Dan moeten wij als gemeenteraad zeggen of dat goed of slecht is. Volgens mij, ga je nu een discussie voeren over punten en komma’s terwijl de motie nu alleen maar vraagt om te komen met een plan voor 2022. Dat is iets compleet anders dan lullen over punten en komma’s in de centen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie af en toe een handje van wethouder De Jonge. Ik vermoed dat zij iets gaat zeggen over de dekking en de procedure. Mevrouw De Jonge?” (Audiopositie 02:11:31)
Mevrouw DE JONGE: “Nou, dank u wel voorzitter. Ik dacht inderdaad even antwoord te geven op de vragen van mevrouw Ackermans, maar de heer Logemann had het al gedaan. Dus, wat mij betreft hoef ik niet.”
374
De VOORZITTER: “Nee. Helemaal goed. Nou, dan ga ik langzaam toe naar een conclusie. Met alle ‘mits’-en en ‘maar’-en heb ik het idee dat u toch unaniem deze motie steunt en dat er boter bij de vis komt bij de Voorjaarsnota. Of niet? (...) Dus, ik constateer dat u het allemaal eens bent en instemt met deze motie? Niemand beweegt. Mooi. Dan is de motie nu aangenomen. Dit was een soort hamerslag. Mooi.” Besluit: Gewijzigde motie is aangenomen.
14.a REACTIE OP BRIEF PROVINCIE OVER 'INVENTARISATIE HUISVESTEN KERNCENTRALE' Besluit: Ingetrokken.
14.b MOTIE: VOOR KERNENERGIE GEEN PLAATS IN ZUTPHEN GRIFFIENR. 2021-M0015 Besluit: Ingetrokken.
14.c MOTIE: DEBAT KERNENERGIE GRIFFIENR. 2021-M0013 (Audiopositie 02:18:04)
De VOORZITTER: Even kijken ... Dan durf ik het nog wel aan met u om, even kijken ... Wat hebben we nu? De kernenergie vanuit de VVD, hè? Die is overgebleven. Dan denk ik dat die nu aan de beurt is. Mevrouw van Dijk.” Eerste termijn Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Ik zal u toelichten waarom wij de motie nièt hebben ingetrokken. We hebben gekeken naar … Laat ik beginnen met te zeggen dat ik vind dat, doordat de moties zo bij elkaar betrokken werden, bij de vorige bespreking, dat de motie Debat Kernenergie gewoon niet voldoende aan de orde is geweest. Wij hebben de … Dat was de conclusie van het debat dat het college een brief zou sturen naar de provincie in antwoord op de vragen die de Provincie heeft gesteld. En daar wil ik een zin uit citeren. Daar wordt bij ‘argumenten’ onder andere gezegd: “De meerderheid van onze gemeenteraad staat ook negatief tegenover kernenergie als mogelijke energiebron, vanwege de risico’s en het ontbreken van een adequate oplossing voor afval. Zij wil inzetten op andere energiebronnen.” Ik kan u zeggen dat de VVD ook wil inzetten op meerdere energiebronnen. Dan noem ik hierbij ook even, dat we in Zutphen ook een waterstoffabriek zullen krijgen.
Ik wil er ook op wijzen dat we niet alleen praten over kernenergie, maar eventueel ook over kernfusie en dat we bijvoorbeeld het hele waterstofverhaal tien jaar geleden nog nauwelijks op het netvlies hadden. Wat beoogt deze motie: deze motie beoogt niet anders dan dat we de Provincie vragen om aanjager te zijn van een discussie in de provincie, want uit … U heeft helemaal gelijk, als u zegt dat het een landelijke kwestie is en dat er ook een landelijk debat aan orde is. We hebben als provincie Gelderland … Hebben we duidelijk ook met onze context te maken, met onze eigen verschillende gebieden te maken en de VVD is van mening dat als we praten over kernenergie, dat we dan vooral praten over oude feiten, oude emotie, van misschien twintig, dertig jaar geleden. Dat het heel hard nodig is om te zorgen dat we nieuwe feiten, nieuwe inhoud en nieuwe afwegingen met elkaar delen en niet blijven hangen in de al bestaande voeten in het zand, of hakken in het zand of emotionele overtuigingen. Dat is de reden waarom wij graag toch deze motie in stemming willen brengen. De heer LOGEMANN: “Dank u wel. De VVD vraagt om een debat te voeren over kernenergie op het niveau van de provincie. Dat is beter dan de gemeente, maar volgens mij, is dat niet het juiste
375
niveau. De implicatie is de gevolgen van de invoering van kernenergie en deze zijn zodanig dat ze provinciegebied grensoverschrijdend zijn en zelfs landgrensoverschrijdend. Het niveau waarop die discussie gevoerd zou moeten worden, als je dat zou willen, is de Europese Unie. Het is een Europees beleid. Dan kan ik zeggen, dat de discussie daar eigenlijk al is gevoerd. In de green deal komt kernenergie niet voor. In de subsidiemaatregelen die aan de green deal hangen wordt kernenergie niet als een duurzame manier van energievoorziening voorzien. Daar is ook geen subsidie voor. Kernenergie zonder staatssteun, langjarige staatsteun, is niet rendabel en in feite is daarmee voor de komende decennia het doek gevallen voor kernenergie in Europa. In feite is het vragen van een debat over kernenergie een achterhoedegevecht. Dat achterhoedegevecht … Ik denk dat wij … Nou, in ieder geval. Laat ik voor onze fractie spreken. Voor GroenLinks is er geen behoefte aan om dat soort discussies te voeren. Wij zullen tegen de motie stemmen. De heer SIEMES: “Dank u wel. Wij hebben al een Forum over dit onderwerp achter de rug, waar heel veel open deuren zijn gepasseerd en alle partijen en landelijke partijen maakten even duidelijk hoe zij er landelijk voorstaan, maar wij zijn van mening dat dit geen betrekking heeft op Zutphen. Wij hebben ook … Ja, het idee. Nou ja. Het is niet een idee.
Het is gewoon zo. Dat dit nog een verlengstuk is van de landelijke Tweede Kamer verkiezingscampagne. Het Kamerlid dat dit ooit aangaf als campagnestunt is al vertrokken. Wij vonden het vrij zinloos. Wij vonden het wel jammer, dat de brief niet beantwoord is door de wethouder. Dat heeft hij nu wel gedaan en daarmee zou het af moeten zijn. Wij zijn hier in Zutphen niet om over kernenergie te gaan spreken. Mochten we dat wel willen en mochten wij echt die macht hebben, dan zei ik al: dan kunnen we het beter doen in Cadzand of ergens bij de grens met België. In ieder geval ver van hier. Dank u wel.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. We hebben vanavond standpunten gehoord, waarin onderzoek doen, omdat die bij voorbaat tegen was. Ik gun GroenLinks hun eigen opvatting en hun eigen mening, maar dat neemt niet weg dat het geen zinvolle discussie zou kunnen zijn. Bovendien zijn er ook in landelijk en Europees verband de discussies nog steeds gaande en zijn die discussies nog niet afgerond. In reactie op Burgerbelang, de heer Siemes, wil ik graag zeggen dat … Hij eindigt er ook weer mee, dat het beter in Cadzand kan plaatsvinden, dan in Zutphen. Dat is überhaupt niet aan de orde. Dat is in de motie ook helemaal niet aan de orde. U heeft - net zoals de vorige keer - gezegd, dat dit een soort verkiezingsstunt is van een van de Tweede Kamerleden van de VVD.
Ik kan u zeggen dat het niet een verkiezingsstunt is, maar dat het verkiezingsprogramma van de VVD … Dat daar een jaar lang op alle mogelijke plaatsen aan is gewerkt en dat er inderdaad een wijziging is in het VVD-standpunt van de VVD ten aanzien van kernenergie en daarom komt u het op deze manier ook tegen. Ik vind dat een beetje een flauwe manier om dit als een verkiezingsstunt weg te zetten. Want het is eenzelfde soort reactie van: “We hoeven er zo verder niet meer over na te denken.” Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik denk dat we morgen deze motie gewoon in stemming gaan brengen en dan zullen we het merken. Het is twee minuten voor half tien. Ik wil het volgende voorstellen. Om even een pauze te houden van tien minuten en daarna gaan we dan verder met het enige onderwerp wat we dan nog hebben en dat is het afscheid van onze wethouder. Ik schors de vergadering. De vergadering wordt geschorst. De vergadering wordt hervat. (STEMMING 1 JUNI 01:54:14)
De VOORZITTER: “Ik breng nu de motie in stemming over kernenergie. Daar hebben we het gisteren al met elkaar over gehad. De VVD heeft 14.c nog en wil deze motie nu in stemming brengen. Dat betekent dat ik het lijstje moet afgaan, want daarover bestaat geen unanimiteit. Dan moet ik even mijn telefoon openen, daar zit het stemlijstje in. Ja, goed.
376
U heeft het allemaal scherp, hè? We hebben het over 14.c en ik ga nu de motie in stemming brengen. Heeft iemand nog behoefte aan een stemverklaring vooraf? (...) Nee. Dan ga ik uw namen noemen.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Tegen.” Mevrouw DOLFING: “Tegen.” De heer LOGEMANN: “Tegen.” De heer KRANS: “Tegen.” Mevrouw WESTERIK: “Tegen.” De heer BRUNSVELD: “Tegen.” Mevrouw VAN WAMEL: “Tegen.” Mevrouw VAN DIJK: “Vòòr.” De heer PETEROFF: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Tegen.” De heer BOERSBROEK: “Tegen.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Tegen.” De heer HISSINK: “Tegen.” De heer BLOEM: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Tegen.” De heer SIEMES: “Tegen.” De heer VERSCHURE: “Tegen.” De heer JANSEN: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Tegen.” De heer BROUWER: “Tegen.” De heer RUTTEN: “Tegen.” Mevrouw MULLER: “Tegen.” De heer DE RIDDER: “Tegen.” De heer DE GROEN: “Tegen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan kijk ik eventjes naar mijn Griffie. Ze zijn nog aan het tellen. Ah, er wordt getypt. (...) Even kijken. Ja, daar komt ie. Twintig tegen en zes voor, waarmee de motie is verworpen.
15
AFSCHEID WETHOUDER HARRY MATSER (Audiopositie 02:38:17) behandeld op 31 mei
De VOORZITTER: “Dan zijn we nu bij agendapunt 15, het afscheid van wethouder Matser. We hebben een bepaalde volgorde van sprekers: ik onbescheiden eerst, daarna volgt Martijn, daarna Martine en daarna mag jij ook wat zeggen. Nou, daar zit je dan. Op een voor iedereen eigenlijk onverwacht moment nemen we afscheid van jou, meneer Matser, als wethouder van deze mooie gemeente. Nou, dat geeft niks verkeerds, want, ik gun jou natuurlijk jouw mooie, nieuwe uitdaging, maar wij zaten eigenlijk nog volop met jou in déze uitdaging. Maar ja, dan is het toch dat je als mens zelf de afweging maakt dat sommige kansen maar één keer voorbijkomen en die moet je pakken. En dat kan je alleen maar zelf voelen. Over een paar jaar zul je weten of het een goede keuze was. En wij houden het allemaal nauwlettend in de gaten, want je blijft natuurlijk gewoon inwoner van onze mooie gemeente. Ja, ik heb natuurlijk nagedacht over hoe ik jou moest toespreken en ik doe dat gewoon eerlijk en ook enigszins spontaan. Dus, als er iets fout gaat, dan ziet niemand het. Ja, je bent binnengekomen - ja, dat mag ik wel zeggen, eigenlijk - als een onverwachte outsider. Je zat hier niet altijd tussen het publiek en je stond ook niet altijd op allerlei lijnen. Jij bent echt gevonden door jouw partij, GroenLinks.
Jij bent voorgesteld en het was wel mooi, want het was echt de opdracht om te komen niet alleen tot de coalitie, maar ook tot een goed team. Dus, de invulling van de wet-
377
houdersploeg moest zodanig zijn, dat daar ook een chemie in zat. Nou, dat is natuurlijk een superingewikkelde opgave geweest voor de politieke partijen om dat in te schatten, want ja, je bent er niet bij. Hoe gaat die chemie dan? Nou, ik weet - ik was daar natuurlijk zelf ook niet bij - dat de wethouders, de beoogde wethouders, ook aan elkaar zijn voorgesteld. En volgens mij, met elkaar zijn gezet om te kijken of ze er ongeschonden uit zouden komen. Dat was het geval. Ik heb uit overlevering gehoord, dat die chemie daar ook ontstond. En daarna werd ik daar zelf natuurlijk ook, als toeschouwer, ook onderdeel van. Ik moet zeggen ... Een College is altijd anders, maar dit College was wel echt een heel bijzonder College, dat ik ook echt nooit zal vergeten. Ja, je bent langzaam van outsider naar soms toch wel heel erg insider geworden. Hoewel je toch altijd wel een beetje met één been erbuiten bungelde, dat je toch ook wel sommige dingen helemaal niet leuk vond om je druk over te maken. Je was als wethouder inhoudgedreven. Je gaat voor je doel, je bent ongeduldig, je bent tegendraads en je werkt volhardend. Laten dat nou net de eigenschappen zijn die ons ook weer best ver hebben gebracht met z’n allen. Want, we hebben dat met name - denk ik - gevoeld op je portefeuille. Eigenlijk was het voor jou helemaal geen hoofdportefeuille toen jij eraan begon.
Want, jij ging eigenlijk voor duurzaamheid en nou ja, vakantie, maar dat is goed. Daar heb ik ook verstand van. Maar ja, je was nu eigenlijk een soort van ‘bij-portefeuille’, als ik het zo mag zeggen. Maar ja, dan ineens was er de tweede of derde vergadering, of misschien zelfs eerder en ineens zakten wij heel erg in het rood. Toen was er op een gegeven moment zelfs sprake van zestien miljoen tekort. En dan heb je ineens als wethouder financiën meteen de hoofdrol te pakken, ongewild, op dat thema, en ben je daar ook echt vol voor gegaan. Natuurlijk collegiaal ondersteund door het college en natuurlijk ook door onze werkers. Maar, als jij niet zo ongeduldig, tegendraads en volhardend was geweest, dan waren wij niet zo ver gekomen en zo had je het ons ook gegeven met je enorme kritische geluiden en ook wel dat je af en toe dan meewerkte. Ik dacht dan, dat ik dat best wel lastig vond, maar het heeft iedereen geholpen en ik weet dat er met veel waardering en respect naar je wordt gekeken als het gaat om wat je allemaal hebt bereikt. Je hebt het echt moeten bevechten, ook in de raad. Want, we moesten eigenlijk allemaal, ik in ieder geval misschien niet helemaal, maar een deel, want de mores was toch een beetje de emotie van: ‘Dat zien we later wel.’ Dat is er nu echt wel uitgehaald. Dat is - denk ik - heel mooi. Het is een ook hele goed spelregel: geen moties zonder dekking.
Ja, je hebt goed voor je raad gezorgd. Je hebt ook gezegd: vooral in het kader van hetgeen wat het Rijk ons geeft, dat je daar enorm van baalt. Je hebt er ook andere woorden voor gebruikt. Niet alleen van Den Haag bepaalt, maar ook van de VNG. Veel te weinig geld, veel te weinig taken en daarin was jij dan niet bepaald een diplomaat. Nee, dat kunnen we toch echt niet tegen je zeggen. Ja, duurzaamheid. Duurzaamheid is toch echt jouw dingetje en toch blijkt dat een hele lastige portefeuille te zijn, want het gaat vaak over een hele lange termijn. En het gaat vaan ook niet alleen over Zutphen. Maar, het gaat om z’n minst over de regio en ja dan kom je in een raadscircuit terecht, als het gaat om de regio. Nou, dat vond jij niet altijd fijn. Je vond het helemaal niet erg om lang aan het wordt te zijn, maar wel vervelend om heel lang te luisteren naar andere mensen die aan het woord zijn. En zeker als er dan geen goede conclusie uitkomt en dat is heel begrijpelijk. Wat je dan wel weer leuk vond, als het dan bijvoorbeeld gaat over het kredietgebeuren, is de reis naar Brussel, die natuurlijk heel functioneel is maar natuurlijk ook leuke elementen heeft. Dat is jou wel heel goed bevallen. Ja, in het College was er eigenlijk ‘never a dull moment’. We hebben ontzettend veel gelachen. Het was humorvol, het was scherp, duidelijk.
Je kon soms mopperen of toch ook echt wel flink kwaad worden. En je hebt gezegd, dat je eigenlijk een hekel had aan het wethouderschap. Althans, aan enkele onderdelen daarvan: het vele vergaderen zonder duidelijke opbrengst. Maar je wilde de gemeente dienen en de goede dingen doen om iets voor ons en voor iedereen te betekenen. Waar je een hekel aan had waren de lange, ambtelijke processen. Hoewel je ook wel steeds meer bent gaan begrijpen van die processen, zitten ze soms ook veel meer in de weg. En wat je ook lastig vond, is dat er een directeur in deze organisatie is, die over de medewerkers gaat en dan voel je als wethouder en voormalig directeur je handen jeuken om daarin mee te sturen en dat màg dan weer niet. Nou, dat is hartstikke moeilijk. Die vrijheid krijg
378
je dan straks wel weer: zélf aan het roer en het bepalen van je eigen strategie, dat is wat je fijn vindt. Je hebt de lat enorm hoog gelegd, ook als het gaat om de bedrijfsvoering en daarin zijn echt mooie dingen gerealiseerd. We hebben natuurlijk ook een nieuwe directeur binnengehaald en nou dat hebbe wij nog samen mooi geklaard, dat klusje. Je had een hekel aan onderdelen van je wethouderschap, maar je hebt er ook enorm van gehouden. Je wilt er altijd zijn voor de inwoners en dat heeft ons wel eens discussies opgeleverd, want dan riep ik: “Dat is helemaal je portefeuille niet.” “Ja, maar dat is toch een inwoner die mìj wil spreken.” Bijvoorbeeld over zelfs persoonlijke problemen en daarin ging je soms best ver en dan bemoeide ik me daar even mee en dan kwamen we daar meestal wel uit. Meestal kreeg jij dan natuurlijk gelijk. Dat moet je dan toch zeggen in een afscheidsspeech ... (Gelach) Je was er voor de mensen in de Noorderhaven en hoe moeilijk was het daar niet. Hè, en vaak geparkeerde bestelbusjes, maar ook grote zaken, zoals van windmolens. Je hebt mooie dingen gedaan en ik ga ze niet allemaal noemen. Maar, ook de Deventerweg was een proces waar jij ook van hebt genoten en waar wij elke week wel de vorderingen van zien. Ja, in de krant stond “Harry de hakker”, nou ik vond dat niet zo’n goede kop. Ik vond jou eerder de man van zestien miljoen.
We weten allemaal wel dat er een tekort van zestien miljoen was en die jij zo mooi hebt aangepakt en weggewerkt. Ja, jìj gaat, maar hopelijk blijft er nog een hele hoop van je achter en dat is dan in ieder geval wat wij dan maar de Matserdoctrine gaan noemen: dat structurele uitgaven gaan met structureel geld en geen boekhoudkundige trucjes en een degelijke financiële huishouding. Dat lijkt me prachtig. Ik kijk even alle raadsleden aan, als we die legacy allemaal blijven herdenken en blijven uitvoeren. Volgens mij, is dat het mooiste cadeau wat we jòù kunnen geven. Je hield van het wethouderschap en je hield ook van het loco-burgemeesterschap. Dat betekende natuurlijk in de weekenden heel goed op de telefoon letten, want er kan van alles binnenkomen wat je moet doen. Maar, het betekende ook het uitreiken van de Koninklijke onderscheiding aan jouw Freddy Burgers en daar heeft Harry ook iets nieuws geïntroduceerd: daar heeft hij ook de voordragers van die koninklijke onderscheiding aan het woord gelaten. En ik moet zeggen, die heb ik vrijelijk van je gepikt, want het is eigenlijk hartstikke leuk om de eer te delen met de aanvrager, want er gaat veel tijd in zitten. Ik heb ook van je genoten tijdens de nationale voorleesdagen. Ik was vandaag nog even aan het kijken hoe jij de Kleine Beer voorlas, het boek dat ik vroeger ook aan mijn kinderen voorlas.
Dus, dat zijn mooie aspecten die je wellicht in je nieuwe werk ook wel kan gaan doen. Want, ja, je gaat naar het onderwijs en dat is natuurlijk heel logisch dat het dan ook terugkomt. Wat je zeker gaat missen zijn de bijeenkomsten met ons, die met alle ondernemers en het allerleukste is toch wel de sinterklaasviering die wij hebben met het College waarbij wij lootjes trekken en de prachtigste gedichten en in sommige gevallen de mooiste surprises maken. Wij hebben als College al afscheid genomen van jou tijdens een etentje. We hebben daar mooie beelden van. Die komen nog naar je toe. Nou, mij rest nu om hier nu afscheid van jou te nemen en je enorm te bedanken voor je inzet. Ik weet zeker dat wij allemaal deze periode nooit zullen vergeten en ik hoop ook dat je zal goedkeuren, af en toe als je de krant leest, wat jouw opvolgers en wat wij als College neerzetten in deze gemeente. En verder, lieve Harry, het ga je goed. Ik wens je ongelofelijk veel plezier met je nieuwe uitdaging en ik hoop nog een keer tot ziens. (Applaus) Jij mag ook straks een bos bloemen uitzoeken.” (Track 3 31 mei 00:20:00)
De heer SIEMES: “Ik moest het kort houden en gezellig. Dus ik ga het niet hebben over groen rechts of over moties zonder dekking. Ik ben heel erg dankbaar dat ik hier mag staan, bij dit afscheid. Namens de raad, en deels persoonlijk, maar namens de raad. Ik hoop dat mensen zich kunnen vinden in mijn woorden. Ik ontmoette Harry voor het eerst op een zeer gure dinsdagochtend op het station van Zutphen vlak voor de verkiezingen. Ik weet niet of u zich dat nog herinnert. Het was koud, donker en nat. Harry en ik stonden allebei te flyeren en vervolgens groette hij mij heel enthousiast, net iets enthousiaster dan ik. We raakten aan de praat en het zal niet heel lang geduurd hebben voordat ik
379
vroeg wat zo’n vent als jij nou bij zo’n verschrikkelijke partij als GroenLinks doet. Toen moest de wethouder in spé heel hard lachen, net als nu. Ik vond hem meteen een aardige en charmante. Het is juist die vastberadenheid - ja ik heb het ook geweten - en die relativering en die lach wat van Harry een goede wethouder maakte. Natuurlijk waren we het niet altijd eens. Maar, ik denk dat ik namens alle fracties spreek wanneer ik zeg dat we een doortastende en bovenal een openhartige wethouder gaan missen. Het op orde brengen van de financiën van onze gemeente is iets waar de partijen alleen maar heel veel bewondering voor mogen hebben. Dat is een lopend proces en we zijn er nog niet, maar de inzet van de wethouder liet zien dat hij echt open en eerlijk wilde zijn in zijn informatieverstrekking ook. Pijnlijk eerlijk ook, want Harry is niet te beroerd om zonder omhalen te delen dat het niet goed ging, dat er geen geld voor is en dat het echt anders moet. Politiek gezien, was je geen echte straatvechter. Je was meer een strenge wijkvader die heel goed en duidelijk kon inpeperen wat wel en niet kon en je kon onbezonnen plannen goed afserveren, ongeacht of er een raadslid van 23 of 73 tegenover je stond. Daarbij wist je precies op welke knoppen je moest drukken om iemand in het gareel te krijgen en dat dwingt respect af.
Op het punt waarop de wethouder en ik de degens regelmatig kruisten - bij de beruchte windmolenplannen - is er voor onze kant ook veel ruimte voor respect. Daarom betreur ik het dat de wethouder zijn ambities niet volledige waar heeft kunnen maken, al waren de tegenstanders van mijn eigen partij. Ik hoop wel dat hij zal zien dat ook na hem, Zutphen verantwoordelijke duurzame stappen zal zetten. Tot slot, want ik moest het kort houden, ik vergeleek de rol van de wethouder financiën - overigens vol bewondering - een tijdje geleden met het berijden van een mechanische stier. De vraag is of hij nu met dit voortijdig vertrek van die stier is afgeslingerd. Persoonlijk denk ik, dat hij die stier zo heeft weten te temmen dat hij heel sierlijk en gracieus kan afstijgen en het is nu aan een andere wethouder om daarop te klimmen. Beste Harry, het ga je goed. We hopen jou nog vaak terug te zien. Dank je wel.” (Track 3 31 mei 00:24:00)
Mevrouw WESTERIK: “Mooi gesproken, Martijn. Dank daarvoor. Beste wethouder Matser, beste Harry. Ik mag wel zeggen: ónze Harry van zestien miljoen. Na drie jaar wethouderschap ga je ons verlaten. Het kwam deels als een verrassing en deels wisten we al langer dat je ambities om ‘ergens het verschil te maken’ verder gaan dan het stadhuis en het eventueel stilzitten deze periode jou als persoon absoluut niet was. Alhoewel, lokaal Gelderland overtuigd is dat hier sprake is van een verkiezingsstunt, is het natuurlijk ook, ... Nee, natuurlijk niet ... Er kwam een mooie functie voorbij, iets eerder dan gepland. En die liet jij dan ook niet voorbijgaan. Dit snappen wij en wij gunnen en wensen jou natuurlijk ook het allerbeste bij Conexus. Dan toch even een terugblik, ik heb de voorzitter moeten beloven om het écht kort te houden, maar in 2003 leerde ik je kennen als medelid van de kandidatencommissie die toen onder leiding stond van onze partijnestor, Wim de Boer. We hebben toen ongelooflijk fijn samengewerkt. Ik heb in die periode veel dingen mogen leren. Zo hoorde ik in de eerste gespreksronde voor het eerst het gezegde: ‘Ik heb mijn nieren geproefd.’ Je kon aan de tand voelen, doorvragen en zo zonder poespas bij de kern komen. Het ging dan vooral over het goede gesprek wat er gevoerd moest worden. Zo hebben we jou ook als wethouder leren kennen.
Je voerde de gesprekken daar waar jij dacht dat het nodig was. Of daar waar jij voelde dat het nodig was voor de ander. Onder jou hebben wij als partij, en als grootste wens van onze fractie, het dualisme ongelofelijk goed kunnen neerzetten. Ik durf dan ook te wedden dat jij, in jouw periode als wethouder, vaker bij andere fracties aan tafel hebt gezeten dan bij ons. Ook konden wij een flinke discussie met je hebben en waren we het zeker niet altijd met elkaar eens. Bij de vorige verkiezingen waren wij ineens de grootste partij. Dat overviel ons eigenlijk, Zoals Lisa toen zei, zeiden we met hem: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, maar ik denk dat ik met een ‘kan’ mentaliteit aan de slag kan.’ Het eerste wat daarbij voor ons heel duidelijk was, was dat wij onze verantwoordelijkheid ten aanzien van financiën wilden nemen en dat wij als linkse partij zeker in staat zijn om de balans tussen sociaal beleid en de financiën in de basis op orde te hebben, kunnen bewerkstellingen. Daar Harry, heb jij ongelooflijk hard je best voor gedaan en dat is bewezen. Onze enorme grote dank daarvoor. We gaan
380
je missen, hoewel we ook geloven dat op het juiste moment, het juiste op je pad komt. En GroenLinks weet dat we jou als nieuwe nestor van onze partij zeker niet zullen verliezen. Namens de hele fractie, en ik denk ook wel de raad, tot snel weerziens.” (Track 3 31 mei 00:28:00)
Wethouder MATSER: “Ja, daar sta ik dan voor het laatst. Voordat ik ... Ik heb namelijk iets gedaan, waar ik over het algemeen niet zo goed in ben. Namelijk, ik heb iets opgeschreven wat ik ga voorlezen en ik ben eigenlijk altijd bezig met kansen waar ik kan improviseren voor uw raad. Want, daar komen meestal bij mij de meest - vind ik zelf dan - geweldige ideeën naar boven, of om uw ingewikkelde vragen adequaat niet altijd kort, maar wel adequaat te beantwoorden. Ik vond het eigenlijk bij een afscheid tekortdoen als ik dat op die manier zou doen. Dus, ik heb wat opgeschreven, waarbij ik niet inga op datgene wat – en misschien ook weer wel – wat de vorige sprekers dan zeiden en dingen hebben verteld, waarvoor grote dank. Ja, dat is toch wel mooi als je dit soort woorden hoort na drie jaar wethouderschap. En met name de relatie met uw raad, die mij dierbaar is, maar die ik ook wel lastig vond ... En dat gevecht in mij, kwam hier wel eens naar voren. Ja, dat koester ik ook. Want, dat is precies die scherpte, die je zoekt om mooie besluiten met elkaar te nemen. Dat ga ik ontzettend missen. Want ja, er is geen raad die ik heb als bestuur. Wel een Raad van Toezicht trouwens, dus ... daar heb ik natuurlijk ook wel wat mee te doen. Ik wil graag beginnen met datgene wat ik heb opgeschreven. Ik ben in Zutphen opgegroeid, in het Waterkwartier, en woon hier al mijn hele leven.
Ik hou onvoorwaardelijk van deze stad. Al jaren ben ik samen met mijn vrouw, ook opgegroeid in Zutphen, onze kinderen zijn hier geboren, ik heb vrienden uit Zutphen en ik ben lid van de voetbalclub, al mijn hele leven: voetbalclub AZC. Een fijne en degelijke basis, waarin ik me optimaal heb kunnen ontwikkelen. Na een dispuut over het wel of niet autoluwe Leesten kwam ik in ’99 in contact met Kees Luesink en werd niet veel later lid van GroenLinks. Toen dacht ik: ‘Als ik ooit de kans krijg, lijkt het mij geweldig om wethouder te worden van deze gemeente.’ In de laatste tien jaar maakte ik mij in toenemende mate zorgen over het sentiment van mensen die de klimaatcrisis niet kennen of bagatelliseren. Beweringen als: ‘Laten we niet te ver vooroplopen, CO2 en stikstof is voeding voor planten.’ ‘Ik ben erg voor de energietransitie, maar waarom dan die zonnepanelen en windmolens op deze plek.’ ‘De energietransitie vergroot de kloof tussen arm en rijk.’ Deze zijn in mijn mening onjuist, of op zijn best een halve waarheid. Het is onomstotelijk bewezen, en daarmee superurgent, dat veel uitstof van C02 uit verschillende hoeken cumuleert en verantwoordelijk is voor de opwarming van de aarde. Met onomkeerbare gevolgen voor de mensen en de zee. We moeten in actie komen overal, ook in Zutphen. Met dit gebod solliciteer ik voor de positie van wethouder voor GroenLinks.
Ik dacht: ‘We hebben in ons land al jaren gepraat. Allerlei excuses, maar het lukt niet om tot acties over te gaan. Laten we in de gemeente Zutphen bewijzen dat het wél kan! Duurzame ambities koppelen aan economisch lokale bedrijvigheid. We helpen inwoners aan duurzame banen en dat is daarmee goed voor het versterken van het sociaaleconomische klimaat in ons prachtige Zutphen. Die passie en drive zaten voor mij nadrukkelijk op deze portefeuille. Op het moment van het sollicitatiegesprek, was Zutphen volgens de berichtgeving financieel gezond. In de eerste weken na aantreden werd duidelijk dat er een ernstige financiële crisis was ontstaan: elke maand gaven we meer dan een miljoen uit dan binnenkwam. Een shock voor het nieuwe College, de raad en samenleving. De aandacht werd vervolgens volledig opgeslokt door de portefeuille financiën - de vorige sprekers hebben dit ook al aangehaald - en de portefeuilles in het het sociaal domein. Tot en met nu heeft het College samen met de ambtenaren en de gemeente snoeihard gewerkt aan herstel. Er is écht werk gemaakt op het Sociaal Domein, waarmee de transitie gericht vorm kan worden gegeven en inhoud en financiën aan elkaar zijn gekoppeld.
Met die financiële kaders, ten behoeve van uw raad, met de financiële kaders ten behoeve van uw raad, nota financieel beleid - Ik noem ze nu even allemaal, hè – om even te laten zien dat er we best heel veel gedaan hebben: met de financiële kaders die uw Raad heeft vastgesteld, nota financieel beleid het Treasurystatuut, de verbeterde Buraps, realistisch begrotingen, inclusief aanpassingen van de productenstructuur, verbetering interne beheersing en de budgethoudersregeling is er een instrumentarium neergezet waarin ambtenaren, College en Raad zicht hebben op wat er gebeurt.
381
Naast dit heeft de Raad ook een instrumentarium in handen om haar controlerende taak goed uit te oefenen zodat in de toekomst kan worden voorkomen dat het financieel onbewust uit de bocht vliegt. Het instrumentarium ondersteunt de gemeentesecretaris in de cultuurverandering. Het is al met al een indrukwekkend resultaat waarvoor ik u allen wil bedanken. Zonder uw politieke en ook ambtelijke samenwerkingen was dat absoluut niet gelukt. Financiën voerde dus in de afgelopen periode de boventoon. Helaas was er geen nieuw geld voor investeringen in onze portefeuilles, dan heb ik het over mij en mijn collega’s en ik, zoals bijvoorbeeld mobiliteit. Met uitzondering van de Deventerweg, die al zo ongeveer twintig à dertig jaar de gevaarlijkste weg van Gelderland was. Daarvoor was al geld gereserveerd en dit is als pilotproject, een mooi voorbeeld van participatie en samen optrekken van idee tot uitvoering tussen inwoners en gemeente tot een duurzaam en mooi resultaat kan leiden. Het initiatiefvoorstel van de gemeenteraad om het fietsparkeren in de binnenstad te regelen, is een ander voorbeeld dat er ondanks het gebrek aan geld, met bescheiden middelen, mooie resultaten zijn behaald met de ondernemers in de binnenstad, Zutphen Promotie en de Fietsersbond. Van mijn oorspronkelijke gedachte en ambitie: aan de slag om in 2030 energieneutraal te zijn, is helaas maar weinig overgebleven.
Natuurlijk is er in de wijk van de toekomst en met inmiddels de florerende coöperatie Zutphen Energie, twee serieuze subsidieregelingen voor energiebesparing voor huiseigenaren en huurders, Transform, waar nu met de marktmeester aan de slag wordt gegaan om buurtgericht te gaan verduurzamen, de subsidieaanvraag voor thermische energie uit oppervlaktewater in Helbergen van 4,8 miljoen en H2GLD voor waterstof en een smart kit onderzoek op De Mars. Maar, in dit tempo gaan wij het niet halen om Zutphen energieneutraal te maken in 2030. Daarover ben ik bezorgd en teleurgesteld. En met name over het gebrek aan snelheid. In mijn teleurstelling sta ik bepaald niet alleen, ook Milieudefensie, geeft aan dat het steviger en sneller moet met de transitie, ook Jo Peters, secretaris-generaal van de NOGEPA, een lobbyclub voor olie, kolen en gas drong zaterdag bij Studio Energie aan op een energietransitie. Het gaat echt veel en veel te langzaam. Naast de teleurstelling is bij mij meer begrip ontstaan voor de inwoners die zich niet hebben verdiept in energietransitie en zich overvallen voelen. Zij die de urgentie wat minder voelen, of niet weten hoe zij er mee om moeten gaan, of wat zij er als individu mee moeten, of een groot wantrouwen hebben jegens de overheid. Deze mensen begrijp ik veel beter dan drie jaar geleden.
Er moet zowel lokaal, als nationaal meer energie worden gestoken in processen en ondersteunende wet- en regelgeving, waarin overheid en inwoners samen optrekken in de energietransitie. Dan het Rijk, dat is vaak een gespreksonderwerp geweest in deze raad. De gemeente heeft de afgelopen drie jaar keihard gewerkt - zoals ik al zei - om haar financiële zaakjes op orde te brengen. De rijksoverheid heeft zich in die jaren laten zien als een onbetrouwbare partner die je keer op een keer in de steek laat en dan juìst op de momenten dat je haar het meest nodig hebben. De gemeenten hebben structureel een miljardentekort op het sociaal domein, vooral door keiharde bezuinigingen en onderfinanciering van nieuwe taken. De onderliggende systeemfout ontstond in 2015 met de overgang van Wmo jeugd en participatie. Dit ging gepaard met bezuinigingen van tientallen procenten. Ter compensatie ontvingen gemeente, die het moeilijk hadden, dat waren vooral gemeenten met een kwetsbare sociale demografie, incidenteel een beetje compensatie als doekje voor het bloeden. De noodzakelijk bezuinigingen in onze gemeente leiden tot lasten bezwaringen, harde bezuinigingen op het gemeentelijk apparaat, het opdrogen van de investeringen, het achterstallig onderhoud van de infrastructuur - waar het vanavond over ging en achteruitgang van de leefomgeving van de inwoners.
Lokaal meer betalen en er minder voor terugkrijgen, doet pijn bij onze inwoners, en ook ìk heb hier wakker van gelegen. Het laatste voorbeeld is de uitkomst van een onafhankelijke arbitragecommissie, waarvan het Rijk en de VNG hebben afgesproken dat zij de uitkomst zouden respecteren. Nu de conclusie is, dat het Rijk 1,9 miljard moet overmaken aan de gemeenten, zegt staatssecretaris Blokhuis doodleuk: “De uitkomsten zien we als een zwaarwegend advies en niet als een dictaat.” U kunt zelf de invulling maken. Als klap op de vuurpijl is de herverdeling van de pot geld voor alle gemeenten aangekondigd die vooral sociaal kwetsbare gemeente nog verder de vernieling in drukt. Onze gemeente zal in drie stappen vanaf 2023 twee miljoen euro moeten inleveren, wanneer deze plannen van het Rijk
382
doorgaan. Een schande. Het resultaat is, dat de onrust, onveiligheid en kansenongelijkheid van inwoners in gemeenten met een kwetsbare sociale demografie gaan toenemen. Wat mij betreft, dus een schandalige en asociale ontwikkeling. Ook de VNG die namens de gemeente de onderhandelingen de afgelopen jaren heeft gevoerd met het Rijk, heeft veel te lang deze uitzichtloze situatie geaccepteerd. Ik heb er dan bij gezet: “Bijzonder jammer.” Ik had er eerst iets anders neergezet, maar dat is toch niet misschien niet zo handig in deze zaal. Dan de leuke dingen samen met het College, ik ben er bijna: Wat een geweldig team was dit College! Ik heb heel wat teams gehad waar ik mee mocht werken en ik meen dit uit de grond van m’n hart. Een mooie combi van snelle denkers en doeners, messcherp op de inhoud, warm op de relatie en een gezamenlijke drive om er het beste van te maken. Ook en vooral toen iedereen om ons heen in shock was, hebben wij de handen ineengeslagen en keihard gewerkt aan herstel. Het was een fantastische tijd met heel veel humor en fijne bingo’s. Ik ga deze unieke dynamiek echt ontzettend missen. De ontmoeting met inwoners. Wat ik écht geweldig vond, en vind, zijn de ontmoetingen met inwoners. Wat kent onze gemeente toch veel leuke en originele mensen.