Handelingen Raad 31 mei en 1 juni 2021
Tekst van het document
Het wordt ons niet duidelijk op basis van welke argumenten er nu drie ton extra nodig is voor uitbreiding van de formatie. Waarom bijvoorbeeld niet zes ton? Of twee ton? Toch vinden wij het dan belangrijk om in het kader van de discussie die we vorig jaar hebben gevoerd, dat we dan ook nu in de komende begroting, of het jaar daarop, een product schuldhulp tegemoet zouden kunnen zien, zodat we een totaalbeeld zouden kunnen krijgen. Het is - zoals gezegd - namelijk een wettelijke taak waar we als raad goed op moeten kunnen sturen en bijsturen. En belangrijker nog: we moeten als raad kunnen vaststellen of wij de beschikbaarheid en de kwaliteit van de schuldhulp afdoende voor onze inwoners hebben geregeld. Dat inzicht missen wij op dit moment. We lezen op pagina 18 dat er door het team Schuldhulp een uitvoeringsplan wordt opgesteld. Kortom, voorzitter: onze vraag aan het College is of er in de begroting 2022 of 2023 een product schuldhulp opgenomen kan worden en of wij als raad het uitvoeringsplan te zijner tijd kunnen ontvangen. En verder is - denk ik - van belang om u mee te delen dat wij heel graag met de voorstellen die hier ... de drie beslispunten die hier voorgelegd worden, dat we daarmee instemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u. Ga ik naar mevrouw van Wamel, het CDA.”
352
Mevrouw VAN WAMEL: “Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het is een uitgebreide, maar zeker ook goede nota die ook de verbinding met de andere domeinen goed legt en laat zien. Want, schulden veroorzaken op allerlei gebieden ook andere rampen en het is heel goed dat deze nota daar oog voor heeft en dat daar een aanpak voor komt. Toch vragen we nog wel aandacht voor de mensen. Als straks dit uitvoeringsplan uitgerold wordt, wordt ook de communicatie een belangrijk aandachtspunt omdat mensen met schulden - dat staat er ook in - best lastig te vinden zijn: betrokkenen komen daar niet graag zelf mee. In de communicatie daarover moet je ook rekening houden met mensen die minder digitaal vaardig zijn en misschien alleen een telefoon hebben en niet de beschikking over een laptop. Dat doet heel veel in de communicatie. Het is dus ook de vraag: hoe je deze mensen wél kunt bereiken. En dan de financiering. Ja, ik vind hem toch nog een beetje spannend. Want, eigenlijk nemen we een voorschot op de besparingen die we gaan nemen. Die we gaan hiermee bereiken. En een vraag aan de wethouder: ‘Ja, wat als het beoogde effect weg blijft om wat voor reden dan ook? Wat gaan we dan doen?’ Dank u wel.” De VOORZITTER: “Ja. Dank je wel. De heer Boersbroek.” De heer BOERSBROEK: “Dank u wel, voorzitter. Ontzettend goed dat we met dit onderwerp aan de slag gaan.
Er ligt - wat ons betreft - een gedegen stuk dat erg goed is gericht op preventie. Vroegtijdige signalering door proactief te benaderen, schuldhulpmaatjes worden in eerste instantie betrokken om het een en ander in kaart te brengen en mensen te helpen. Maar, hier zitten naar ons idee - wel grenzen aan. Want, als een dossier goed moet worden uitgezocht, de informatie voor de schuldeisers zoeken en inkomsten en uitgaven zichtbaar maken, dan kost het veel tijd en zijn daar ook vaak professionals voor nodig. Als de gemeente uiteindelijk die schulden wil overnemen, dan moet inderdaad alles worden onderzocht door een ambtenaar. Het dossier volledig krijgen door afstemming met schuldeisers kan soms wel een maand duren. Onze vraag aan het College is: ‘Hebben jullie in de gaten hoeveel werk dit gaat opleveren in relatie tot het geld dat we hiervoor beschikbaar willen stellen.’ Dank je wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Yildirim, BurgerBelang.” De heer YILDIRIM: “Ja, dank je wel voorzitter. Ja, voorzitter, zoals mijn eerdere sprekers ook de zorgen hebben verteld, kunnen wij dat eigenlijk meedelen. Voorzitter, we zijn zeer tevreden met de schuldhulp beleidsnota die eindelijk voor ons ligt. Wij begrijpen heel goed dat mensen die in de schulden zitten soms een steun in de rug nodig hebben. Met dit beleid kunnen wij deze mensen eerder helpen.
De kosten die verbonden zijn aan dit beleid bedragen circa drie ton. Wij vinden het van belang dat we elke euro die wordt uitbesteed, kunnen en moeten monitoren, zodat we kunnen uitleggen waar het bedrag aan wordt besteed en wat het resultaat en de opbrengsten hiervan zijn. Wij zullen deze beleidsnota steunen. Daarom staan wij achter deze beleidsnota om de mensen te kunnen voorzien in wat zij nodig hebben om deze doelgroep vroegtijdig te helpen. Maar, wij zullen het proces kritisch blijven volgen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Westerik.” Mevrouw WESTERIK: “Dank voorzitter. Nou, zoals ik tijdens het Forum al had uitgesproken, ligt hier - volgens ons - echt een heel mooi en helder plan. Goed beschreven, met een duidelijke visie en ook doelgericht. Ook heel mooi, dat het plan uitgaat van slechts één schuldeiser. Dit vinden wij een enorme verbetering. Het is een goed plan, maar het is - wat ons betreft - wel de basis. Wij denken dat het op een aantal punten echter scherper kan en dit in de toekomst ook scherper moet. De drempel om je te melden, is hoog omdat het traject lang is en tot op heden voor velen niet vlekkeloos is verlopen. De ervaringen en de verhalen hierover schrikken nog steeds af. Daarom zouden we meer willen inzetten op het verkorten van het project om de drempel van 10.000 euro zo verder omhoog te zien gaan. En daarnaast begrijpen we niet waarom voor deze
353
hoge rentes de schulden worden overgenomen. We vragen ons daarbij nog steeds af: kunnen die rentes echt niet lager? Ook de inzet van ervaringsdeskundigheid komt - wat ons betreft - te weinig terug in het plan. Ervaringsdeskundigheid wordt maar één keer in het plan genoemd, terwijl juist duidelijk is dat hier de ervaringsdeskundigheid kan helpen. Dat moet meer en hier ook binnen de rest van het sociaal domein. We gaan er dan ook vanuit dat de toezegging hierop van de wethouder wordt opgepakt en dat die inzet ook duidelijker naar voren komt en zal worden geïntegreerd. Laten we er met elkaar voor zorgen dat de mens altijd centraal blijft staan en niet de schulden. Want, een goed proces kan de misère van schulden aanzienlijk verkleinen. Maar, we willen zeker niet pessimistisch zijn, want hier ligt – zij het niet vergaand genoeg - zeker een heel mooi plan dat de eerste aanzet geeft tot een veel beter en passender beleid voor schuldhulpverlening. Wij stemmen dan ook zeker in met deze beslispunten en met dit plan. Ook willen wij de wethouder bedanken voor het nemen van deze stappen naar een betere basis binnen de schuldhulpverlening.” De VOORZITTER: “Fijn, dank u wel. Dan ga ik graag naar mevrouw Van Dijk, VVD.” Mevrouw VAN DIJK: “Ja, dank u wel voorzitter. In het Forum heb ik het ook al benoemd en ik wil een paar punten eventjes herhalen.
De VVD vindt het een goed, helder en voortgeschreden plan met een goede uitleg. Het voorstel geeft uitvoering aan de verplichtingen die de gemeenten hebben vanwege de Wet Gemeentelijke schuldhulpverlening. De VVD steunt de brede integrale aanpak, die zoveel mogelijk is afgestemd op de menselijke maat en op de doelstelling dat iedereen meedoet of mee kan doen. Dat onderschrijft de VVD zonder meer, mits er ook gekeken wordt naar de mogelijkheden en talenten die de betrokkenen zelf ook kunnen inbrengen. De VVD vindt het van groot belang dat de regie nadrukkelijk bij de aanvrager wordt gelegd. Maar, wellicht heeft die dan ook voordat hij zijn talenten kan toepassen ook nog eerst hierin begeleiding in nodig. Er is ervaring opgedaan in de verschillende pilots en dat betekent dat medewerkers daarin nu ook heel duidelijk hun ervaring hebben opgedaan. Maar, het betekent ook dat er in de pilots ook aanvragers zitten die goed geholpen zijn en de VVD pleit er daarvoor voor om hen ook zeker in te zetten. Er is al een gesprek wat te zien was, van de wethouder met een van de mensen die hier gebruik van heeft gemaakt. Dat was er een goed voorbeeld van. Dat zijn de punten. Wij zijn blij met dit plan. We zullen het graag volgen. Ik ben ook blij met de aanvulling over de financiering. En dat het niet allemaal vanzelfsprekend alleen maar een opgaande lijn zou zijn, dat is mij wel duidelijk.
Maar, wij kunnen van deze ervaringen alleen maar blijven leren. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Bloem, PvdA.” De heer BLOEM: “Ja, dank u voorzitter. Ja, ook wij zijn blij met het voorstel omdat de urgentie groot is voor de aanpak van schulden. Het heeft een enorme impact op niet alleen de mensen die zelf de schulden hebben, maar ook vaak het hele gezin. Nou ja, je ziet ook in het stuk zelf dat het beroep op schuldhulpverlening dertig procent hoger zal zijn als een gevolg van onder andere de coronacrisis en slechts vijftien procent van mensen met geldproblemen de weg weet te vinden. Wat we namelijk positief vinden aan het stuk is dat er meer aandacht is voor preventie en vroegsignalering. Dat er gebruik is gemaakt van slimme oplossingen die in andere gemeenten zijn uitgeprobeerd, zoals het schuldenknooppunt. En ook dat we gebruik maken van nieuwe wettelijke mogelijkheden zoals de wettelijke termijn en het advies op de bewindsvoering. En nou ja, ook eigenlijk de lijn die eerder in mei nog is neergezet in de motie om schulden op te kopen, die zie je hier eigenlijk ook weer in terug. We hadden nog wel een vraag waarom dat per se bij € 10.000,= ophoudt. Dat is ook tijdens het Forum nog gewisseld. En daarnaast is voor ons de urgentie zodanig groot dat we ons eigenlijk afvragen of we niet een stap verder moeten in deze aanpak.
Dat zit ‘m - onder andere - in de wens om de looptijd te verkorten en ook - wat GroenLinks ook eerder heeft aangegeven – het beter benutten van de inzet van ervaringsdeskundigen. We zullen ook binnenkort samen met GroenLinks hiervoor een voorstel indienen.
354
Daarnaast hebben we ook nog een vraag over de hoogte van het rentetarief van de Kredietbank. Stel, als die rente verlaagd wordt, of dat op een of andere manier toch preventief kan werken. Die vraag hebben wij nog aan de portefeuillehouder. En dan de opmerking inzake de dekking. We begrijpen inderdaad dat deze aanpak wel een bedrag nodig heeft. Het is - denk ik - ook goed om daar duidelijkheid over te geven. Want, als er geen intensivering is, roept het ook de vraag op wat we dan aan extra’s doen. Tegelijkertijd roept het memo wel de vraag op of er toch geen middelen onbenut blijven als het gaat om armoedebestrijding. Dus worden die overige middelen die dan nog beschikbaar zijn, de rest van het jaar ... de komende jaren nog ingezet? Die vraag hebben wij nog wel en wat dit betreft zullen we ook vinger aan de pols blijven houden. Tot slot, zou ik toch willen benadrukken dat we het een goed beleidsplan vinden. Het is duidelijk een verbetering, het is een versterking van de aanpak van problematische schulden.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Even kijken hoor, mevrouw van Dijk. U bent al aan het woord geweest, maar u wilt nog wat zeggen?” Mevrouw VAN DIJK: “Ja, precies. Ik ben iets belangrijks vergeten en dat is dat de VVD blij is dat het eindelijk verleden tijd is dat bedrijven in een schuldenpositie eerst hun bedrijf moeten beëindigen alvorens ze voor hulp in aanmerking komen.
Dat vinden wij heel belangrijk.” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel. Dan ga ik naar de wethouder. Wethouder Berger.” Reactie College (Audiopositie (01:47:20)
Wethouder BERGER: “Dank u wel, voorzitter. Nou, volgens mij hadden we het ook al met elkaar gedeeld dat er een brede steun voor het beleid is. Natuurlijk kan ik me voorstellen dat een aantal van u zegt: “Het is een eerste stap.” Ja, maar we moeten de stap wel gaan zetten. Natuurlijk moeten we met elkaar de vinger aan de pols houden, monitoren. En ik zeg meteen al toe - en dat weet u van mij - we komen gewoon jaarlijks bij u terug. We houden gewoon een bijeenkomst, vertellen hoe het met deze onderwerpen gaat, we laten het u zien. En ja, dan is het ook zo, dat we ook rekening houden met de mensen die minder digitaal vaardig zijn. We proberen ook via het lokale ‘suffertje’, hè? Dus, zorgen dat we laagdrempelig in contact komen, juist mensen benaderen. En inderdaad, we weten dat sommige mensen niet iets anders dan een telefoon hebben. Dus, ja absoluut. Natuurlijk. Het doel is om mensen te bereiken. Voor D66, het product schuldhulp: dat hebben we opgenomen. In 2022 staat het in de begroting erbij. Als het gaat over het uitvoeringsplan, waar ook een aantal van u naar heeft gevraagd: natuurlijk krijgt u dat ter kennisname toegezonden. Zo hebben we dat altijd gedaan en dat blijven we ook doen. Dus, dat krijgt u ook gewoon.
Als het gaat om de financiering, daarover wordt door het CDA gevraagd: “Wat nou als het beoogde effect wegblijft?” Kijk, we gaan pas financieren of geld inzetten als mensen zich melden. Dus, als mensen zich niet melden, gaan we ook geen extra dingen organiseren. Maar, de intentie is, en de hoop is - en dat vind ik ook iets en dat heb ik u ook al eerder gezegd - waar we allemaal mee bezig moeten zijn. Wij moeten samen schulden bespreekbaar maken. Wij moeten laten zien dat je je niet hoeft te schamen, dat het iedereen kan overkomen - om wat voor reden dan ook en dat het goed is als mensen daar openlijk voor uitkomen en zich melden zodat we hen kunnen helpen. Daar hebben we allemaal een taak in. Dus, ik roep u nogmaals ook allemaal op. In uw eigen netwerken ... komt u het tegen: schroom niet, geef het gewoon aan! Daar hebben wij ook een rol in. Nou, de Stadspartij zegt: “Het kan niet alleen een schuldhulpmaatje zijn.” Tuurlijk niet. Natuurlijk zitten er ook gewoon professionals achter en ja, natuurlijk hebben wij een calculatie gemaakt van de kosten. Want, ja als we inderdaad van 250 op jaarbasis naar 2.000 gaan, dan vraagt dat inderdaad meer capaciteit. Daarom hebben we juist ook het aanvullende memo aan u geschreven om te laten zien waar we dat vandaan willen halen en inderdaad dat dat - nu becijferd - drie ton kost.
U begrijpt natuurlijk ook, dat op het moment dat er dingen gebeuren, ik altijd bij u terugkom
355
en u daarover informeer. Maar, laten we vooral hiermee beginnen ‘want we moeten aan de bak’, om het zo te zeggen. GroenLinks geeft aan: “Het is een basis en we hadden het graag scherper gewild.” Net als de PvdA die eigenlijk iets zeggen over de kredieten en inderdaad, over de looptijden. Even voor de goede orde, de Kredietbank hanteert bepaalde rentes op basis van het risico dat ze inschatten. Wij kunnen met de Kredietbank in overleg treden over die rentes. Dat ben ik ook graag bereid te doen, maar ik moet u wel zeggen dat op het moment dat wij met de Kredietbank in overleg gaan over de rentes en zij geven ons een korting op die rente, dan is dat wel voor rekening van de gemeente. Dus, dat wij dan effectief dat verschil moeten gaan bijplussen. Dat geldt eigenlijk ook - en dat hebben we u ook al uitgelegd - als het gaat over het verkorten van de looptijd van de schuldsaneringskredieten en de trajecten, op het moment dat we dat verkorten, betekent het dat wij als gemeente dat moeten bijplussen. Ik heb u de rekensom gegeven wat dat zou kosten voor een gemiddeld traject, uitlopend van 3.000 tot 600 tot 700 minimaal en tot 3.000 maximaal. Als je op 1.800 gaat inzetten dan praat je toch, met 2.000 cliënten, over wel ruim meer dan een miljoen, anderhalf miljoen. Dat is wel iets om rekening mee te houden. Want, dat geld ...
” De VOORZITTER: “Eventjes een interruptie, want het is vrij moeilijk om ertussen te komen. Dus ik hak nu even, sorry, uw lange antwoord door. De heer Bloem.” De heer BLOEM: “Ja, dank u voorzitter. Even een korte vraag over dat van de Kredietbank en de rente. Ja, uiteraard begrijp ik, dat als er een percentage wordt afgesproken - ik meen, dat het nu acht procent is - als er laag wordt afgesproken dan brengt dat inderdaad kosten met zich mee en dat is ook logisch. Ik vraag dan eerder om het inzicht hierin. Dus: hoeveel kost het dan? Maar, daartegenover: hoeveel zou dat schelen als het gaat om de preventieve werking van het lage tarief? Dit om de afweging te kunnen maken.” De VOORZITTER: “Ja. Wethouder Werger.” Wethouder WERGER: “Ja, voorzitter dat is wel moeilijk om dat exact te zeggen. We hebben natuurlijk een palet aan zaken. Dus, ik kan niet exact zeggen: “Dat is wel zo” of: “Dat is niet zo.” Maar, ik kan u wel toezeggen dat ik met de Kredietbank in overleg ga en eens zal nagaan hoe dat nou in elkaar zit. Wat ik al zeg en heb aangegeven: we monitoren, we houden bij, we houden u op de hoogte. En daar heb ik ook geen moeite mee. Want, ik vind het een heel terecht punt, wat ook GroenLinks geeft, van: ‘Het is een basis, we gaan nu starten.’ En dat moet zich ook ontwikkelen.
Daar komen ook dingen uit en ik zou willen zeggen: “Laat ik dit dan meenemen en er bij u op terugkomen en dan kunt u dat proces ook gewoon volgen.” U kondigde net zelf al aan, dat u samen met GroenLinks overweegt om nog een aantal aanvullende zaken te doen. Ik zou willen zeggen: “Houd dat nog even vast. Laten we nou hiermee starten en dan kunnen we dat altijd doen.” Dan informeer ik u daar graag over, meneer Bloem.” De VOORZITTER: “Prima.” Wethouder WERGER: “Dan heb ik volgens mij overal antwoord op gegeven, voorzitter.” De VOORZITTER: “Ja, ik kijk even rond of iedereen dat zo ervaart.” Mevrouw WESTERIK: “Ja, ik moet zeggen: ik ervaar dat zo, mevrouw de voorzitter ...” De VOORZITTER: “Ja, ik bedoelde of er nog behoefde is aan een tweede termijn, maar ik benoemde het anders. En dat is niet zo. Ik heb alleen maar instemming gehoord, eigenlijk van alle fracties. Dus, dan ga ik over tot de conclusie ... Oh, De heer Jansen. U bent net op tijd.” De heer JANSEN: “Ja, voor de zekerheid, voor uw conclusie - en dat is op zich niet erg want het past wel in uw conclusie - maar wat mijn fractie betreft: we hebben in het Forum ook uitgebreid stilgestaan bij dit onderwerp, ook vragen gesteld en antwoorden ontvangen. Ook vanavond nog.
356
Wij vonden het niet nodig om dat nu nog te herhalen. Maar, wij stemmen wel in met het voorstel zoals het nu voorligt.” De VOORZITTER: “Ja, prima. Dat is mooi. Dan betekent het, dat u nu allemaal kan instemmen met dit voorstel en dan is het dan bij dezen ook aangenomen. Dat is mooi. Even kijken, dan gaan we naar ... Even de techniek in. De motie van gisteren, motie 12 en 13 vervallen omdat daar een nieuwe motie uitkomt. Die behandelen nadat wij 14.c hebben behandeld. De motie over het debat over kernenergie van de VVD. Daar is gister al even over gesproken en daar moeten we nu over stemmen. De heer Brouwer, gaat dat hierover?” De heer BROUWER: “Nee, ik had een opmerking over de motie over het VCP en ...” De VOORZITTER: “Dat mag straks. Ik ga nu even dit lijstje af.” Besluit: Unaniem aangenomen.
12
MOTIE: MILIEUZONE, dertig KM/U EN HET VCP GRIFFIENR. 2021: 202-M0037 (Audiopositie 00:44:10 deel 1)
De VOORZITTER: “Dan gaan wij nu naar agendapunt 12 ‘Motie: Milieuzone, dertig kilometer/u en het VCP’. Ingediend door D66. Dus, ik geef de indiener als eerste het woord.” Eerste termijn De heer BROUWER: “Dank u wel, voorzitter. Vooraf even kort de aanpassingen. Vanuit het Forum kwam de wens naar voren om een toch wat meer concrete aanpak dan evalueren. Evalueren is er dan ook uitgehaald en vervangen door actualiseren. Verder hebben wij uit de toelichting een aantal zaken gehaald en in de tekst gezet, om aan te geven waar dit vandaan komt, voor wat betreft de infrastructuur. Verkeer, verkeersdrukte, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit houden ons bezig. Niet in de laatste plaats, omdat wij natuurlijk zelf ook verkeersdeelnemer zijn, als voetganger, fietser en natuurlijk rijden wij ook wel eens met de auto door de stad. Niet te veel, hoop ik. Het houdt ons bezig en dat is maar goed ook, want een goed en modern verkeersplan is belangrijk voor onze inwoners en de gemeente. Dat is waar deze motie op inzet. Een integrale aanpak van de verkeersproblematiek in Zutphen. Als ik kijk naar de veranderende infrastructuur en actuele ontwikkelingen op het gebied van verkeersveiligheid en luchtkwaliteit, is de vraag of het huidige VCP nog wel voldoet. Wij denken van niet. Vandaar de vraag: raad, pakt je kaderstellende rol en geef aan dat het huidige VCP geactualiseerd moet worden.
En College, kom met een plan van aanpak hiervoor. Waarom juist nu? Ik heb hier nog de map van de originele VCP uit de jaren negentig. Het is wel leuk, dat we weer bij mekaar zijn. Dan kan ik het even laten zien. Zò deden ze dat in de jaren negentig: met plaatjes en prachtige mooie ontwerpen. Ook een mooi tijdsdocument, maar deze is rijp voor het museum, want er is hartstikke veel veranderd sindsdien. Drie redenen waarom nu: 1) Met de aanleg van de rondweg rond De Hoven en ook met de ingebruikneming van – bijvoorbeeld – de Marstunnel, ontstaan er andere verkeersstromen. Een belangrijke doelstelling is altijd geweest: zo min mogelijk doorgaand verkeer en het liefst alleen bestemmingsverkeer in onze stad. Ik denk, dat er nog steeds te veel doorgaand verkeer dóór onze stad rijdt, vóór het station langs en over de IJsselkade rijdt. Nog te veel mensen rijden uit gewoonte of op navigatie door de stad op weg naar elders. Er is dus nog te veel doorgaand verkeer en daar zul je met actualisatie van het VCP iets aan kunnen doen.
357
2)
Vanuit de Tweede Kamer, het invoeren van dertig kilometer als nieuwe leidraad voor de bebouwde kom. Dus, maximaal dertig kilometer in de bebouwde kom is de nieuwe standaard. Vijftig kilometer blijft dan nog wel mogelijk, maar wordt een uitzondering. Dit doen wij natuurlijk voor de verkeersveiligheid. Het is aantoonbaar veiliger voor voetgangers en fietsers. 3) Veel gevaarlijke knelpunten, zoals bijvoorbeeld het Vispoortplein, zouden al enorm gebaat zijn bij – bijvoorbeeld – dertig kilometer als maximale snelheid. 4) Mogelijke instelling van een milieuzone. Ja, of dat een haalbare kaart is voor een middelgrote gemeente als Zutphen, dat is natuurlijk de vraag, maar ik zou het wel nader willen onderzoeken en niet op voorhand afwijzen. Het is een feit, dat met het weren van de meest vervuilende diesels de luchtkwaliteit in de stad enorm kan verbeteren. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid van de stad. Het VCP moet ook weer niet een doel op zich worden. Uiteindelijk gaat het erom via verkeersmaatregelen de leefbaarheid te verbeteren en het welzijn van onze inwoners te vergroten. Ik denk, dat wij allemaal zo’n zin in ons verkiezingsprogramma hebben, maar daar moet je dan ook naar handelen. Als stadsbestuur zijn wij uiteindelijk ook verantwoordelijk voor de luchtkwaliteit. Kortom, raad pak je kaderstellende rol en zet die eerste stap op weg naar een geactualiseerd VCP.
Hiermee eindigt de politieke zendtijd van Democraten ‘66. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dan ga ik even kijken wie hierop wil reageren? Als eerste zie ik de VVD, Burgerbelang, de Stadspartij, het CDA, GroenLinks, de SP, de PvdA en dan BewustZW. Dan geef ik eerst het woord aan de Stadpartij, als zijnde mede-indiener.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. De heer Brouwer heeft al bijna het hele verhaal verteld. De Stadspartij ondersteunt deze motie om te komen tot actualisatie van verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid in Zutphen is belangrijk. Dat zien wij straks ook in de andere motie die eraan komt. Dat we een goed geactualiseerd verkeerplan krijgen, is een ontzettend belangrijk thema voor Zutphen. Daarnaast denk ik ook, dat we niet te snel stappen moeten zetten, maar dat we dat weloverwogen moeten doen. We moeten ook een goed plan van aanpak maken om die actualisatie op peil te brengen. De dekking moeten we zoeken in de begroting en bij de bespreking van de Voorjaarsnota is er een urgentie om daar aandacht aan te besteden. Dank u wel.” De heer PETEROFF: “Dank u wel, voorzitter. In het Forum is uitgebreid aan de orde geweest of je zo’n verkeerscirculatieplan moet evalueren, actualiseren of zelfs helemaal opnieuw moet uitvinden. De VVD is voorstander van het opnieuw uitvoeren.
Temeer, omdat er nogal grote wijzigingen zijn geweest sinds de laatste actualisatie in 2008 en er ook nog een grote wijziging in de Zutphense infrastructuur aanstaande is. Een vlotte verkeersafwikkeling en een veilige omgeving voor alle weggebruikers is natuurlijk belangrijk. Zo staat de VVD niet afwijzend tegen de invoering van een dertig kilometer per uur zone, behalve op de wegen die reeds voorzien zijn van vrijliggende fietspaden, zoals – bijvoorbeeld – de Laan naar Eme. De indieners van de moties hebben gekozen om de motie te wijzigen naar actualiseren en te vragen naar een plan van aanpak. In de actualisering kunnen dan wellicht ook de nieuwe thema’s meegenomen worden, zoals de milieuzone die al is genoemd en de maximumsnelheid. De VVD pleit er dan wel voor om als raad rekening te houden met de extra investeringen die nodig zijn om uitvoering te geven aan dat geactualiseerde verkeerscirculatieplan. Daarmee val ik in herhaling met de heer Pelgrim. De VVD zal die motie dan ook steunen. Dank u wel, voorzitter.” (Audiopositie 00:51:15 deel 1)
De heer SIEMES: “Dank u wel, voorzitter. Ik moet nog even denken aan die € 650.000,= voor een rechtszaak. Daar hadden we ook een verkeersdrempel mee kunnen betalen. Het herinnert mij een beetje aan de woorden van de wethouder in het Forum over dit onderwerp en hij zei: “Boter bij de vis”. Dus, als wij een plan van aanpak gaan maken, dan moeten wij geld hebben voor de uitvoering. Dat begroot hij – volgens mij, althans dat zit in mijn hoofd – dat je met vijf miljoen een ruim jasje hebt om dit aan te pakken.
358
Ik hoor nu ook wat ambities wat betreft dertigkilometerzones. Als Burgerbelang zullen wij de nadruk leggen op veiligheid. Dat kost geld en ik ben heel benieuwd, ook naar de inbreng van de andere raadsleden, maar een deel van dit plan van aanpak zal het maken van keuzes betekenen. Dus, wij zullen bepaalde dingen niet meer moeten doen. Dus – bijvoorbeeld – rechtszaken. Misschien kunnen wij daar wat op korten. Anderzijds, we moeten toch kijken waar dit geld te halen is. Ik ben het met de wethouder eens – althans, misschien gaat hij het dadelijk nog verhelderen – we zullen eerst geld moeten hebben voordat wij een plan kunnen maken, anders belandt het in een la. Dank u wel.” De heer BRUNSVELD: “Het CDA vindt het een goed idee om het verkeerscirculatieplan te actualiseren. Zoals wij dat voorzien, is het zo, dat juist de uitkomst hiervan ook zorgt voor een uitvoeringsagenda. Een uitvoeringsagenda voor het aanpakken en oplossen van verkeersknelpunten. Wat ons betreft, bekijken we die lijst dan ook regelmatig - één keer in de twee jaar - naar nut en noodzaak. Die agenda geeft ook heel duidelijk een kader aan de financiële behoefte die er nodig is op dit gebied. We kunnen daar ook mee sturen. Zonder plan is het – volgens ons – onmogelijk te zeggen hoeveel geld je nodig hebt. Dus, eerst een plan en aan de hand van dat plan ook zorgen voor middelen.
Een ander onderdeel van de motie, dertig kilometer/u, is - wat ons betreft - de dertig kilometerwens, maar zeker wel vijftig kilometer waar het kan. Het derde punt gaat over het onderzoeken van een milieuzone. Wat ons betreft, is dat iets minder urgent. Want, juist met de komst van steeds meer elektrische voertuigen zal de uitstoot in onze gemeente naar verwachting wel afnemen. Dus, wat ons betreft, is dat minder urgent, maar de motie zullen wij wel steunen. Dank u wel.” De heer LOGEMANN: “Voorzitter, de motie heeft ons heel wat hoofdbrekers gekost de afgelopen dagen, omdat een aantal elementen ons zeer aanspreekt en een aantal andere minder. Ik neem u graag even mee in onze afweging. Allereerst begin ik bij de overwegingen in de motie zelf. Die hebben dus betrekking op de milieuzonering / dertigkilometerzones. De vraag die wij moeten stellen, is: hebben dergelijke voorstellen in de Zutphense context zin? Eerlijk gezegd, in een milieuzonering zien wij voor deze gemeente geen meerwaarde. Voor de binnenstad geldt al een zero-emissie aanpak. Een milieuzonering zou dan eerder gaan over de ring rond de binnenstad, dus - pak ‘m beet - de IJsselkade, Stationsstraat, de Coehoornsingel, Graaf Ottosingel en Houtwal. Het lijkt ons nogal ingewikkeld om daar bepaalde voertuigen te gaan weren. Laat staan om dat allemaal te handhaven.
Je zou dat kunnen overwegen als het milieurendement zeer overtuigend is, maar de praktijk in andere steden leert, dat milieuzones in grote steden wel werken, maar in kleine steden eigenlijk niet. Neem voorbeelden als Helmond en Tiel, waar eigenlijk al wel aangetoond is, dat het daar niet leidde tot verbetering van leefkwaliteit, met name niet wat betreft de luchtkwaliteit. Als GroenLinks zien wij op dat punt andere prioriteiten, als het gaat over verbetering van luchtkwaliteit. Die liggen dan vooral bij Zutphen Voorrang voor de Fiets, Zutphen inrichten als fietsstad. Bij de zero-emissie aanpak voor de binnenstad: bevorderen van centrale stadsdistributie. Dat soort zaken. Daarnaast ook het goed faciliteren van de transitie van elektrische voertuigen met voldoende oplaadpunten en dergelijke. Positiever staan wij tegenover de dertigkilometerzone als leidend principe. Daar zijn wij in het beginsel vòòr, maar dan wel met de uitzondering die de motie Kröger/Stoffer in de Tweede Kamer – saillant detail, Kröger is van GroenLinks en Stoffer van de SGP, ook dat kan gebeuren – ook formuleerde: “met de mogelijkheid om op doorgaande wegen hiervan af te wijken, als het veilig kán.” Dat zouden wij er dan wel graag aan toe willen voegen. Ook hier geldt, dat je er met het ophangen van een ‘dertig kilometer bord’ niet bent en dat handhaving een probleem is.
Dertigkilometerzones zijn in onze ogen vooral zinvol als ze integraal onderdeel zijn van de herinrichting van de weg. De prioriteit van GroenLinks ligt dan ook veel
359
meer op de inrichting van de stad met meer leefstraten en fietsstraten, meer rode lopers naar de buitenwijken en dergelijke. Dat vraagt om een integrale en stadsbrede benadering. Daarmee komen we bij de kern van de motie: een actualisatie van het verkeerscirculatieplan, en wat dat zou dat kunnen inhouden. Wij zijn hier in beginsel voorstander van. Het huidige verkeerscirculatieplan stamt uit 1996. Dit is weliswaar geactualiseerd in 2008, maar sluit niet meer aan bij de vraagstukken van vandaag. Er is dus alle reden om het verkeerscirculatieplan aan te passen. Maar, zoals de wethouder in het Forum aangaf: dat moet met bijzonder weinig geld en met bijzonder weinig ambtelijke capaciteit. De capaciteit om het VCP te actualiseren, is in de afgelopen jaren wegbezuinigd. Voor de actualisatie zal dus een extern bureau moeten worden ingehuurd. Voordat het verkeerscirculatieplan in de raad kan worden besproken, zijn wij zomaar anderhalf jaar verder. Dan hebben we nog geen straatklinker veranderd, geen knelpunt opgelost en geen fietsstraat ingericht. De prioriteit van GroenLinks ligt daarom bij het aanpakken van een aantal concrete knelpunten in de stad. Namelijk: de andere motie van de PvdA en GroenLinks, die we zo meteen gaan bespreken. Laten wij eerst de Paulus Potterstraat en nog een paar beruchte knelpunten aanpakken.
Daarna komt er een meer fundamentele aanpak via het verkeerscirculatieplan. Ons voorstel is om in de begroting 2022 geld te reserveren voor de belangrijkste knelpunten en de actualisatie van het verkeerscirculatieplan onderdeel te maken van de nieuwe coalitie of raadsbrede-programma, dat we na de verkiezingen gaan opstellen. Voorzitter, met onze kanttekeningen, dat een onderzoek naar milieuzonering niet nodig is – wat de GroenLinks-fractie betreft – want die heeft immers in Zutphen weinig meerwaarde, kunnen wij instemmen met het voorstel om het verkeerscirculatieplan de komende tijd te vernieuwen. Niet met spoed, zoals eerder in de motie stond, maar als er financieel ruimte voor is en om er daarna ook écht uitvoering aan te geven. Zoals gezegd, onze prioriteit ligt nú bij het aanpakken van de genoemde knelpunten in de motie van de PvdA en GroenLinks. Dank u wel.” De heer MÜLLER: ”Dank u wel, voorzitter. Natuurlijk is het goed, om onze straten veiliger te maken, dertigkilometerzones waar mogelijk en na te denken over een betere verkeerscirculatie, zodra daar financiële ruimte voor is. Wat ronduit asociaal is, is het instellen van milieuzones. Punt drie uit deze motie. Dat zal ertoe leiden dat we straks wijken, straten in Zutphen krijgen waar sommige auto’s niet mogen komen, maar dure met subsidie gefinancierde Tesla’s wél welkom zijn. Dat is niet de stap die wij voor ons zien.
Als dat punt uit de motie gaat en er niet te veel haast is met uitvoering van deze motie, dan kunnen wij instemmen en anders niet. Dank u wel.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Dank u wel ook namens de PvdA voor de motie en ook met name voor de aanpassingen die gedaan zijn. In het begin hebben we ook aangegeven: het is eigenlijk een motie die niet realistisch is en niet uitvoerbaar is. Daar komen we op terug, want door de spoed eruit te halen en het verkeerscirculatieplan te actualiseren, kunnen wij daarin meegaan. De woorden van de heer Logemann zijn identiek, gelet op de wijzigingen die erin zijn gebracht en ik hoef ze daardoor ook niet nog een keer te herhalen. Dat bespaart tijd en dan kunnen we over naar de mogelijke volgende motie. Die van ons. Dank u wel.” De heer JANSEN: “Voorzitter, dank u wel. Verkeer is één van de meest belangrijke bewegingen die we in de stad en ook in de wijken hebben en ook moeten hebben. De vraag is alleen: “Hoe kom je daartoe en hoe gebruik je dat? Hoe pas je dat toe als verkeersdeelnemer?” We hebben daar uitvoerig bij stilgestaan in het Forum. Dat ga ik niet herhalen. De balans opmaken van dat moment is dat er heel verschillend wordt gedacht over verkeer. We zijn allemaal specialisten, omdat wij er vaak en veelvuldig gebruik van maken, maar er zijn ook specialisten op het vak verkeerstechniek.
Ik denk dat het verstandig is dat die personen juist daarnaar gaan kijken. De motie als zodanig kunnen wij steunen, maar daar heb ik in het Forum al iets over gezegd. Ik denk dat de stap te groot en te ver is, voor dit moment. Ik proef dat ook een beetje bij andere partijen, maar daar gaan zij over en ik niet. Daar heb ik in het Forum al iets over gezegd.
360
Misschien is het handig om er op korte termijn een quick scan wordt uitgevoerd. Even een peiling houden van: “Hoe staat het er nu voor? Wat kan al of niet op korte termijn worden geactualiseerd en kunnen de eerder genomen besluiten worden uitgevoerd?” Voorzitter, we gaan in de volgende maand ook de Voorjaarsnota bespreken en misschien dat we daar, met de eerste impulsen die we dan krijgen, al dan niet honderd procent zeker - dat is ook niet het doel van de quick scan - maar dat we enig zicht hebben waar we het eigenlijk met elkaar over hebben. “Wat betekent dat nu ten opzichte van de eerder genomen besluiten hier in de gemeenteraad?” Ook vooral vooruitkijkend: “Hoe liggen de risico’s? Hoe ligt het ten aanzien van de dertigkilometerzone? Hoe ligt het ten opzichte van de milieuzones en ander gebruik?” Mijn voorstel aan de indieners is in ieder geval om nog even goed te kijken van: “Wat is verstandig op dit moment?” Misschien is het handig om de moties aan te passen en dan meer te spreken over een quick scan. Als dat niet zo is, dan hoor ik dat graag. Dan gaan we wat mij betreft morgenavond over tot de besluitvorming, want daar gaan ook deze indieners over. De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan zijn we rond. Ik heb geen vragen gehoord aan de wethouder. Wel vragen aan de indieners van de motie. Wilt u daar nog op reageren? De heer Brouwer. De heer BROUWER: “Dank u wel, voorzitter.
Over de wenselijkheid van de milieuzone. Kijk, de motie vraagt natuurlijk niet per se om een milieuzone. In de zin van, die moet er komen, maar laten we kijken of er winst te behalen is voor luchtkwaliteit. Dat moet je onderzoeken en niet op voorhand het afwijzen van een milieuzone zonder dat je eigenlijk echt weet of dat wel of niet bijdraagt. De VOORZITTER: “De heer Müller heeft een interruptie.” De heer MÜLLER: “Stelt u zich voor, dat - in tegenstelling tot wat de heer Logemann met zijn bijzondere expertise op dit terrein aanwijst - dat het toch zinvol is om in Zutphen bepaalde delen aan te wijzen als milieuzone. Bent u dan voorstander van het invoeren van een milieuzone en voor het weigeren van bepaalde auto’s uit bepaalde straten en wijken van Zutphen?” De heer BROUWER: “Ja, dat is dan wel een kwestie waar ik dan vòòr zou zijn. Natuurlijk. Want je wilt uiteindelijk toch een slag maken met betrekking tot de luchtkwaliteit. Dat is ook goed voor je inwoners. Als stadsbestuur zijn we gewoon ook verantwoordelijk voor de kwaliteit van de lucht. De meest vervuilende diesels dragen flink bij aan het aanwezige roet en aan allerlei andere ook kankerverwekkende stoffen. Het is een belangrijkere stap, als na onderzoek blijkt dat je daarin daadwerkelijk winst kunt halen, dat je dan inderdaad een milieuzone kan overwegen. De heer MÜLLER: “Ja.
U bent bereid om bepaalde auto’s straks te weigeren in onze straten, in de wijken. Mensen die misschien geen andere auto kunnen betalen of al lang een oude auto hebben. Dan krijgen we straks een situatie die we ook in Arnhem hebben gehad, waarin sommige mensen hun eigen straat niet meer in kunnen. Daar bent u dus vòòr als dat uit onderzoek blijkt dat dit de luchtkwaliteit ten goede zou komen? Ja? Daar zijn wij dus tegen. Zo’n onderzoek is weggegooid geld wat ons betreft.” De VOORZITTER: “Dan ga ik weer terug naar de heer Brouwer.” De heer BROUWER: “Ja. Voor wat betreft de dertigkilometerzone, daar schieten we natuurlijk al een beetje in de uitvoering van een plan. Terwijl, wij in principe de eerste stap willen zetten. Dertig kilometer, nogmaals het is een enorme winst op het gebied van verkeersveiligheid als je dat als basis neemt voor je stad. Het wordt ook duidelijker als je de bebouwde kom binnenkomt. Dan
361
weet je: dertig kilometer en de uitzondering is vijftig kilometer. Dat zou voor een heleboel verkeersknelpunten al een verbetering opleveren. Hoe je dat precies doet, daar moet je inderdaad onderzoek naar doen. Wat betreft financieringen, dat is altijd weer ‘n beetje het kip en het ei verhaal in Zutphen: we doen het maar niet, want er is geen geld. Dat is iets wat je moet doorbreken als je verder wilt met het besturen van je stad. Daarom hebben wij ook een voorzichtige stap gezet. Maak eerst een plan van aanpak. Er is al aangegeven door de mede-indiener hoe je dat verder financieel kan onderbouwen via de Voorjaarsnota en de meerjarenbegroting.” De VOORZITTER: “Ik zie een interruptie van de heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, de heer Brouwer heeft het over een plan van aanpak. Op zich is die gedachte niet verkeerd, maar misschien is het goed dat hij zich ook realiseert dat een plan van aanpak, een onderzoek en het uiteindelijk ook presentabel maken voor het college, die het uiteindelijk bij de gemeenteraad neerligt ... Dat kost dan altijd tonnen. Op zich is dat niet erg, want die keuze kun je maken, maar ik geef dat nog even in overweging mee, in relatie tot hetgeen wat ik heb gezegd.” De heer BROUWER: “Een plan van aanpak is niet meteen een compleet nieuw verkeerscirculatieplan.
Hoe kom je van waar we nu zijn naar een geactualiseerd verkeersplan: dat is een plan van aanpak. Zet nou die eerste stap, want anders gebeurt er niks. Dat is gewoon even de crux, van: “Begin met een plan van aanpak om uiteindelijk …” En ik weet … Ik begrijp ook wel … Ik heb liever vandaag of morgen ook dertig kilometer, maar dat gaat niet gebeuren. Een milieuzone zal ook financieel helemaal niet interessant kunnen zijn. Dat kan ik mij ook voorstellen. Ga dat in ieder geval onderzoeken en in een plan van aanpak zet je dan die eerste stap richting een actualisering van het verkeer hier in Zutphen. Dat biedt uiteindelijk ... Dat hebben we ook in 2008 gezien ... Eventueel met een uitvoeringsprogramma. Dat heeft allemaal prachtige dingen opgeleverd in Zutphen, die toch het verkeer enorm hebben verbeterd. Dat is waar ik in principe naar streef. Dat de verkeerssituatie in Zutphen verbeterd wordt. Dat merken we natuurlijk. Dat zien we ook aan de andere motie. Dat leeft toch enorm bij onze inwoners. De VOORZITTER: “De heer Pelgrim.” De heer PELGRIM: “Ja. Ik wil daar even op aanvullen dat wij met het plan van aanpak beogen om een tijdpad uit te zetten van hoe we dat verkeerscirculatieplan handen en voeten geven.
Het is niet zo, dat een plan van aanpak het verkeerscirculatieplan op zich is, maar: hoe gaan we dat in de tijd wegzetten en welke stappen moeten we nemen om daartoe te komen? Het verkeerscirculatieplan is ook meten, weten en andere zaken die we moeten doen. Dat kost meer tijd, maar dat zullen we in een uitvoeringsplan in 2022 kunnen neerzetten met het verkeerscirculatieplan. Het plan van aanpak is: hoe komen wij daartoe? Dan willen we graag het plan van aanpak zien, hoe wij daar nu tot dat verkeerscirculatieplan komen. Dat is de eerste stap. De tweede stap is het uitvoeringsplan. Om aan het verkeerscirculatieplan uitvoering te kunnen geven, moeten we bij de Voorjaarsnota al ruimte creëren in de begroting en in de meer jarenbegroting. Dat zijn de stappen die we beogen. In deze motie staan de kaders die we willen meegeven als raad. De VOORZITTER: “Mevrouw Westerik en daarna de heer Siemes.” Mevrouw WESTERIK: “Dank u wel, voorzitter. Ik heb het heel duidelijk aangehoord en ik merk toch dat ik daarbij een opmerking wil plaatsen. Wat maakt het dat de indieners niet bereid zijn om de motie eventueel te splitsen? Het verkeerscirculatieplan is door de – wijlen – heer Luesink opgeschreven, heel lang geleden. Daar zijn we het raadsbreed wel over eens, dat dit wel een keer bekeken mag worden.
We zijn ons er ook allemaal wel bewust van, dat het ook een behoorlijk kostenplaatje met zich mee zal brengen. Wat maakt dat we eventueel de optie voor het uitstellen of het verplaatsen of het splitsen
362
van de milieuzone met het VCP-plan niet zouden kunnen doorvoeren zodat we in ieder geval allemaal massaal achter dat VCP-plan kunnen gaan staan? Dat is even de vraag aan D66 en de Stadspartij. De heer SIEMES: “Dank u wel. Ik had de vraag wat meer expliciet moeten stellen, want ik wil toch graag dat de wethouder een toelichting geeft op wat hij in het Forum bespreekt. Dat er geld bij moet voor deze aanpak. Want ik hoor iedereen nu al allerlei plannen naar voren brengen over kilometerzones, milieuzones en dat soort dingen. Het staat mij ook een klein beetje tegen, dat we nu echt plannen van aanpak aan het stapelen zijn. Dus, we gaan van een ‘voornemen voor een plan van aanpak’, vervolgens kijken hoe we een plan van aanpak kunnen maken om een verkeerscirculatie-evaluatie te kunnen maken, om daarna een plan van aanpak voor het verkeerscirculatieplan op te stellen. Dat is wat ik nu aan stapelingen hoor. Ik wil graag eerst een nuchtere blik hierop.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Er is eerst door mevrouw Westerik een vraag gesteld aan de indieners van de motie.
De heer Brouwer.” De heer BROUWER: “Als ik de vraag goed begrijp, is GroenLinks op voorhand tegen een milieuzone.” De VOORZITTER: “Volgens mij, is de vraag om de motie te splitsen.” De heer BROUWER: “Daar wil ik best over nadenken, maar ik vraag mij af: wat beoog je met het splitsen van de motie?” De VOORZITTER: “Er is nu een vraag gesteld aan de heer Brouwer. Hij geeft daar nu een antwoord op. Daar reageert hij op, maar er is ook een vraag gesteld aan de wethouder. Wethouder Matser.” Reactie College WETHOUDER MATSER: “Dank u wel, voorzitter. Ik probeer met u mee te denken, wat betreft de vraag van de heer Siemes. Ik heb inderdaad in het Forum heel duidelijk aangegeven: als je plannen gaat maken of verkeerscirculatieplannen gaat actualiseren en je doet geen boter bij de vis, wat heeft het dan voor zin? U zult daar scherpe keuzes in moeten maken. Scherpe keuzes omdat de gemeente geen geld heeft en de komende tijd ook niet zal krijgen, als het gaat over geld dat wij elk jaar weer opnieuw kunnen gebruiken. Ik wil een voorstel doen, ook richting de heer Brouwer. U zou kunnen beginnen om in de Voorjaarsnota geld te reserveren om het volgende te doen. U zou als eerste kunnen zeggen: “Ga het VCP actualiseren. Vervolgens kom met een uitvoeringsagenda, een plan van aanpak of een quick scan. De woorden zijn wat mij betreft niet hetzelfde, maar het idee erachter is identiek.
Vervolgens kunt u als raad keuzes maken uit datgene wat uit dat uitvoeringsagenda komt. U maakt een prioriteitenlijst van zaken die moeten worden aangepakt. Wij hebben vandaag een inspreker gehad. U heeft zelf ook al tien tot vijftien wegen genoemd, die aangepakt moet worden. Ik hoor dertigkilometerzones en ik hoor u spreken over een fietsstraat. Er is van alles aan mobiliteitsvisie van de binnenstad. Er is ontzettend veel wat we zouden kunnen doen, maar als we daar eerst geen chocola van maken, door die volgorde te hanteren, dan wordt het niets. Dit zou ik willen adviseren. Dat zouden wij in de winter die uitvoeringsagenda klaar kunnen hebben. Want daar moeten we wel mensen voor inhuren. Ik heb u ook aangegeven dat wij daar zelf geen mensen voor hebben. Dat zal ook uit dat potje moeten komen. Vervolgens houden wij u op de hoogte, tot aan de winter, hoe wij vorderen. Dan kunt u op dat moment keuzes maken over wat u als prioriteit stelt bij al die zaken die u in het Forum en ook vandaag weer hebt genoemd. Dat is mijn voorstel. Ik kan niet zeggen, dat u het daarmee moet doen, wat dat bepaalt u zelf. Dat is wel mijn voorstel, om te proberen chocola te maken uit uw debat. Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat het heeft geholpen.”
363
Tweede termijn De VOORZITTER: “We zijn in de tweede termijn beland. Ik wil wel kijken of we dit rondje zo met nog wat vragen kunnen afmaken. Ik stel voor dat u wellicht de tijd tussen vandaag en morgen nog benut om wat nader tot elkaar te komen voor een goede meerderheid op dit punt. De heer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. De heer Brouwer heeft onze fractie twee vragen gesteld. Wat is het doel van splitsen en ook de vraag: “Is GroenLinks dan tegen milieuzonering?” Laat ik met de eerste beginnen. Het doel van splitsen is - dat moet je zien als het eruit halen van de milieuzonering - is dat we in deze raad een breed gedragen motie krijgen voor actualisering van het verkeerscirculatieplan. Dat is - volgens mij - precies de meerwaarde van de motie van D66. Ik hoor bijna alle fracties zeggen dat zij dat een goed plan vinden. Het wordt verstoord door het argument van: “Laten we onderzoek doen naar milieuzonering Ons voorstel is om dat onderdeel eruit te halen en het toe te spitsen op de actualisatie van het verkeerscirculatieplan zelf. Dan nog even een woord over milieuzonering. U heeft ons niet horen zeggen dat we tegen milieuzonering zijn. U heeft ons horen zeggen, dat wij geen meerwaarde van een milieuzonering zien voor de gemeente Zutphen.
Dat is heel wat anders.” De VOORZITTER: “Het lijkt mij verstandig om nu het slotwoord te geven aan D66.” De heer BROUWER: “Dank u wel. Dan moet ik toch nog even terugkomen op die milieuzonering. Ik wijs er nog even op, dat in de motie wordt gevraagd om het te onderzoeken. We hebben het niet over het instellen van een milieuzone. Misschien klopt het inderdaad. Misschien is die milieuzone niet haalbaar voor Zutphen. Maar, dat zou je nog moeten onderzoeken. Waarom wijzen jullie op voorhand een onderzoek naar een milieuzone af terwijl er geen sprake van is dat er een milieuzone moet komen.” De VOORZITTER: “U herhaalt zich nu een beetje. Het wordt niet duidelijker zo. Ik stel voor, dat de heer Pelgrim, als mede-indiener …” De heer PELGRIM: “Ik wil nog even aan GroenLinks een vraag stellen over de milieuzone. Verkeer en de snelheid van verkeer heeft ook te maken met uitstoot. Uitstoot geeft milieuverontreiniging. Dus er bestaat wel een samenhang. Als we onderzoeken of die samenhang er is en of dat wat betekent voor Zutphen, dàt is de vraag die in deze motie staat.” De VOORZITTER: “GroenLinks. Zo blijven we aan het pingpongen. Daarna het CDA.” De heer LOGEMANN: “Milieuzonering in kleinere steden is onderzocht. In Tiel en Helmond.
Daaruit blijkt, dat het gewoon geen meerwaarde heeft en dat het niet leidt tot verbetering van de luchtkwaliteit omdat de omvang van die milieuzones te klein is. Het heeft wel een positief effect in grotere steden, maar niet in steden met de omvang van Helmond en dan ius Helmond nog echt een stukje groter dan Zutphen. Waarom stellen wij voor om het eruit te halen? Omdat dit het aannemen van deze motie in de weg staat en dat zouden we betreuren.” De heer BRUNSVELD: “Heel kort. Ik wil me graag aansluiten bij hetgeen GroenLinks zegt. Het zou ons ook geweldig helpen om de motie iets aan te passen door dat ene punt eruit te halen. Het zou ons leven een stuk makkelijker en prettiger maken. Denk daar vanavond en morgenochtend en – middag over na, dan komt het allemaal goed.” De VOORZITTER: “Ik beëindig dit punt. Volgens mij, is alles gewisseld wat er in de openbaarheid gewisseld moet worden en kunnen D66 en de Stadspartij een nachtje te slapen over een eventuele wijziging en gaan we er morgen over stemmen.”
364
13
MOTIE: VEILIGE STAD GRIFFIENR. 2021-M0014 (Audiopositie 01:50:18)
De VOORZITTER: “Dat gaan we naar de motie: Veilige stad. Agendapunt 13. Even kijken door wie deze is ingediend. De PvdA. Gaat uw gang.” Eerste termijn De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor het vorige debat, want eigenlijk sluit dat hierop aan. Dat kan niet anders. Het grote verschil zit ‘m in het feit dat wij aangeven, dat deze wegen, die hierin zijn genoemd, al meerdere keren al in een motie zijn vernoemd. In 2018 al. De heer Leenen refereerde hier net al naar in zijn inspreekreactie. Het wordt tijd dat die aangepakt worden en daar zit mijn dwang en zit het verschil met de motie van D66. Het onderzoek, het VCP-plan actualiseren: natuurlijk. Het moet gebeuren, zeker naar de toekomst toe. Daar komen wegen boven water, die ook aangepakt moeten worden. Ik heb al van meer dan dertig bewoners brieven en mailberichten ontvangen naar aanleiding van het artikel en de motie die wij vanavond bespreken en die we in het Forum uitgebreid hebben besproken. Ik heb daarna ook een uitgebreid gesprek gehad met de verkeersambtenaar in deze gemeente en geconstateerd dat daar de welwillendheid bestaat, maar sprake is van gebrek aan personeel én gebrek aan geld. Dat betekent, dat we daar keuzes in moeten gaan maken.
Het verhaal is heel duidelijk: moet er eerst een dode vallen op de Paulus Potterstraat, voordat wij hier een besluit over nemen, terwijl we het over geld hebben? Dat zou ik echt zonde vinden. Wat heet zonde ... Dat zou eigenlijk niet deugen. Dat is de reden waarom wij deze wegen op die lijst hebben gezet. Ja, in gesprek met het CDA, hebben wij ook het verhaal, van: “De Paulus Potterstraat staat bovenaan, maar waarom staat dan de Emmerikseweg en de overige straten op twee, drie en vier?” Dat het arbitrair zou kunnen zijn. Natuurlijk, daar zouden we ook op kunnen voortborduren om andere wegen die – door bewoners die bij mij zijn geweest – zijn aangedragen, toe te voegen. Ik blijf erbij, dat we geld moeten vrijmaken voor deze aanpak. De drie wegen, van de vier die er al in staan genoemd, daarvan is ook van aangegeven wat ze kosten. De Paulus Potterstraat, daar is een onderzoek naar gedaan in 2019 – dat hebben de bewoners en scholen ook gezegd – en dat zou negen ton kosten. Bij De Kaardebol is ook een brief geweest, waarin staat verwoord, dat het € 12.000,= zou kosten. Dat zijn specifieke bedragen. Van de Emmerikseweg is ook een aantal punten bij de verkeersambtenaar bekend om daar iets aan te gaan doen. Het Vispoortplein is iets wat meegenomen moet worden in de ontwikkeling van de terreinen die daarbij horen: de Meisjesvakschool en de loopgoot langs de Houtwal.
Daar moet echt iets mee gebeuren, want het is een gevaarlijke situatie. Dat is de reden waarom we deze motie op deze manier hebben ingezet. Wij vragen uw steun daarvoor. Mijn dank.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter, wij zijn inderdaad mede-indiener van deze motie. Bij het vorige agendapunt hebben we al aangegeven, dat de GroenLinks-fractie ervoor kiest, om op korte termijn een aantal verkeersonveilige situaties aan te pakken. Om te beginnen met de Paulus Potterstraat, maar er zijn er meer. Naar aanleiding van publiciteit voor deze motie, blijkt dat verkeersveiligheid in deze stad echt een item is. Het leeft! Tijdens de bespreking in het Forum, heeft het College voorgesteld om bij de behandeling van de Voorjaarsnota met een voorstel te komen hoe geld kan worden vrijgemaakt voor een aantal van deze knelpunten, vergelijkbaar met het pleidooi van de wethouder zojuist. Dat lijkt onze fractie een goed voorstel. De wethouder noemde daarbij een bedrag van negen ton voor de Paulus Potterstraat, die ook – wat het College betreft – op plaats één van de prioriteitenlijst staat. We vragen ons af of zo’n groot bedrag nu echt nodig is. Als met een iets kaler plan min of meer hetzelfde kan worden bereikt, dan heeft dat onze voorkeur. Maar, wij zien graag bij de bespreking van Voorjaarsnota een onderbouwing van dat bedrag vanuit de zijde van het College.
365
Voorzitter, verkeersveiligheid is een van de thema’s, die heel erg heeft geleden onder de bezuinigingen van de afgelopen jaren. Alle begrip daarvoor. Maar, daardoor is het gevoel van onveiligheid in de stad wel toegenomen. Willen we toe naar een kindvriendelijke, verkeersveilige fietsstad, dan kunnen we de investeringen niet voor ons blijven uitschuiven. Met deze motie hopen wij de verkeersveiligheid weer terug op de agenda te krijgen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Wie wil hierop reageren? Ik zie de SP als eerste, het CDA, BewustZW, Burgerbelang, de Stadspartij, D66, de VVD en de SP.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. We hebben de afgelopen jaren al heel vaak de discussie hier in deze raad over het investeren en aanpakken van problematiek in onze stad gehad. Wat we eigenlijk zien, is dat we er geen potjes voor hebben. We hebben geen geld gehad om problemen op te lossen, die mensen dagelijks ervaren. Dat zorgt voor problemen. De inbreng van de vorige twee sprekers geeft precies aan waarom het nodig is. We willen er graag bij zeggen, dat deze problematiek wat dieper ligt. Wij horen als gemeenteraad te kunnen investeren, een potje klaar te kunnen hebben om plannen door te voeren, in plaats van te moeten wachten totdat de financiële situatie toch weer wat beter wordt. Daarom ben ik heel blij dat er een financiële onderbouwing is toegevoegd.
Onze fractie had nog wat angst bij besluitpunt drie, om nog voor het reces met cijfers te komen, maar als ik de wethouder in het Forum heb gehoord, dan komt het allemaal wel goed. Dan wil ik toch even afsluiten met de woorden van de heer Siemes bij het vorige punt: “Aanpakken onveiligheid voorop en het geld hebben we onderbouwd.” Volgens mij, is dat precies wat er hier nu staat. Volgens mij – de indieners wisten het al – de steun van de SP voor dit voorstel. Dank u wel.” De heer BRUNSVELD: “Ja, voorzitter, het CDA wil hier ook graag wat over zeggen. Laten we vooropstellen: het CDA steunt de geest van deze motie: het aanpakken van verkeersknelpunten. Ik moet wel zeggen, dat onze titel voor deze motie zou zijn: Veiliger gemeente’ in plaats van veilige stad, maar goed, dat is een minor detail. De zorg voor de Paulus Potterstraat onderstrepen wij absoluut. Maar er worden ook nog vier andere punten in deze motie genoemd. Wat wij wel lastig vinden, van die andere punten die nu genoemd worden in deze motie zijn dat dan de meest urgente binnen onze gemeente? Dan moet ik heel eerlijk zijn: dat weet ik niet. Ik ben geen verkeerskundige. Ik heb daar geen zicht op of de genoemde punten nu het meest urgent zijn en daarom ook in deze motie een plek verdienen.
Want, wat doen we dan met andere verkeersknelpunten in onze gemeente? Wanneer pakken we dat op? Als het laaghangend fruit is – ik hoorde net een paar voorbeelden van aanpak met relatief weinig geld – dan zou ik zeggen: “Laten we dat meteen oppakken.” Maar, het lastige is, hoe meer tijd het kost, dan stellen we voor om deze knelpunten toe te voegen aan een zogenaamde uitvoeringsagenda, waar we net ook al over spraken bij de vorige motie, om dat allemaal in samenhang te bespreken. Dus, niet alleen maar over de vier, vijf punten die in deze motie staan, maar het gewoon breder te trekken. Daar pleiten wij voor. We denken ook nog even na hoe we dat nu precies moeten vormgeven met behulp van deze motie. Veilige stad, veilige gemeente: ja. Maar als het alleen voor deze vijf zou zijn: nee. Tot zover.” De heer JANSEN: “Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, het idee en doel van deze motie is helder. Maar, wat door de indieners wordt uitgesproken, is: geld vrijmaken. Dan kun je je afvragen: waarvan vrijmaken? Gaan we eerder genomen besluiten stilzetten, niet verder uitvoeren en dat geld wat er dan vrijkomt – want dat is geld vrijmaken – inzetten voor verkeersmaatregelen? Dat heb ik in het Forum ook al aangegeven. BewustZW is voor een veilige gemeente. De titel – dat is net ook al gezegd – zou eigenlijk aangepast moeten worden, want het gaat niet alleen om de stad.
Het gaat om de hele gemeente en in de hele gemeente zijn er absoluut punten die
366
verbeterd en veiliger moeten worden. Het lastige is, dat er nu ook een aantal punten wordt genoemd, een aantal hotspots – om het zo maar even te noemen – die meer aandacht nodig hebben dan andere punten. Ik vraag me af of dat voldoende onderbouwd is. Dat zal best. Dat zijn ook de ervaringsdeskundigen, waar we het daarstraks over hadden. Zij hebben dit aangemerkt. Zeker verstandig. Meedenken door iedereen is heel belangrijk. Ik vraag me af of we het met dit lijstje zo makkelijk kunnen doen: gewoon geld vrijmaken en dat invullen. Dus, terugkomend op die andere motie, die gaan we nu niet behandelen en opnieuw bespreken. Er zal eerst een overzicht moeten komen van wat we met elkaar, tot nu toe, hebben uitgevoerd. Wat zijn daadwerkelijk de effecten? Hoe gaan we verder om met deze voorstellen, zoals ze genoemd worden in deze motie? Natuurlijk is aanpak van de Paulus Potterstraat nodig, maar, er zijn meer locaties, die niet alleen over kinderen gaan, maar ook over oudere mensen gaan, mensen die niet kunnen oversteken. Ik weet als ervaringsdeskundige, ook op verkeerstechnisch gebied, dat als je dat wilt doen en uitvoeren, dan moet je heel goed weten wat de effecten zijn. Vaak betekent het uitvoeren van een maatregel dat je een probleem naar een andere plek verschuift.
Dat betekent, dat je wel degelijk een goede onderbouwing moet hebben, rekening houdend met de effecten en ook met wat de winst in de veiligheid kan zijn. Ik wil hier nog even aanmerken: absolute veiligheid bestaat niet. Ik heb het al vaker gezegd, maar we moeten er wel naar streven, dat ‘ie op honderd procent komt te staan. Ik ben wel benieuwd om van de indieners van de motie te horen waar het geld wordt vrijgemaakt. Voorzitter, tot zover.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. De heer Leenen zei het zelf in zijn inleiding al, dat onveilige wegen niet bestaan. Het zijn de mensen. Het zit dus in de personen zelf. Ik denk, dat we daar ook even bij moeten stilstaan. De motie die voorligt, is aan de ene kant een motie naar ons Burgerbelanghart en aan de andere kant hebben we heel veel moeite met deze motie, want hij roept heel veel vragen bij ons op. Ik zal u even meenemen in onze tweestrijd. Ik citeer nu uit het verkiezingsprogramma 2018-2022 van Burgerbelang en daar staat onder het kopje ‘Wonen’: “Punt 1: veilige wijken. Veilig verkeer moet hoog op de agenda komen van de Zutphense politiek. Burgerbelang heeft de afgelopen jaren vaak aandacht gevraagd voor onveilige situaties en verkeerspunten. We streven in de toekomst naar een actiever veiligheidsbeleid, waarbij de gemeente periodiek de verkeerssituaties bespreekt met de politie, experts en omwonenden.” Einde citaat.
De heer Leenen gaf het net ook al aan. Ik ben benieuwd waar hij op heeft gestemd. Voorzitter, voorliggende motie voldoet hier volledig aan. Dus zou je kunnen zeggen, dat Burgerbelang blij moet zijn dat er nu wordt opgeroepen voor het aanpakken van deze onveilige punten. Alleen, als je even de tijd terugzet, dan is het dat dergelijke moties in verkiezingsjaren naar boven komen. Dan worden de moties aangenomen: we gaan voortvarend aan de slag en vervolgens zijn de verkiezingen geweest – zo is het ook in 2018 geweest – en ze worden wegbezuinigd. En laten nu net deze twee partijen, die deze motie indienen, ingestemd hebben met die begroting, ingestemd hebben met de bezuinigingen. Ik ben er trots op dat wij als Burgerbelang destijds tegen die bezuiniging hebben gestemd. Want, we hebben de verkeersveiligheid met z’n allen weggestemd. Of wij gaan instemmen met deze motie, laat ik in het midden. Ja, wij zijn voor een veilige stad. Wij zijn voor veiligheid in z’n algemeenheid. Er wordt gesproken: “We halen het uit de Lange Hofstraat. Daar is vier ton vrij.” Ik hoor net dat er negen ton en € 12.000,= nodig is om dat allemaal te gaan doen. Dus, er is weer een motie zonder dekking naar ons gezonden. Dus, we moeten keuzes maken. Ik wil nog een tip meegeven aan de indieners van de vorige motie: ga eens praten met de indieners van deze motie en maak samen één motie voor een veilige stad.