Handelingen Raad 29 en 30 maart 2021
Tekst van het document
Ik hoop het maar van ganser harte.” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel. Ik kijk even of er reacties zijn vanuit de raad? Ja, mevrouw van Dijk.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Ik reageer graag. Ik onderken zeker dat eenzaamheid een groot probleem is. Ik vraag me alleen af of we met de inhoud van deze motie erg veel verder komen. We hebben in Zutphen al een ‘eenzaamheidstafel’. Dat is het netwerk: ‘eenzaamheid Zutphen’, waar verschillende organisaties elkaar treffen. Dus, de gemeente heeft daar in ieder geval een voorpost gecreëerd en dat is waar ik vooral aandacht op wil vestigen. Dat is dat juist het tegengaan van eenzaamheid of het verminderen van vervelende gevoelens van eenzaamheid, de positie van eenzaamheid, dat dat juist in de samenleving zal moeten plaatsvinden. En daarom wil ik er nadruk op vestigen dat dat juist die thematafel, dat die ondersteund wordt en dat die ook verder de mogelijkheid heeft om zich uit te breiden. Ik heb zo eens even het een en ander gegoogeld en er zijn tal van initiatieven, landelijke initiatieven, die ook regionaal en lokaal werken, waar men de aandacht op kan vestigen, zodat men zelf stappen kan ondernemen om contacten te leggen; met anderen aangesloten te raken en daardoor zelf ook een stap naar buiten te kunnen doen. Of, als men niet naar buiten treedt, dan ieder geval een stap naar anderen te kunnen doen.
En ik noem een paar: d’r is een programma: ‘één tegen eenzaamheid.’ D’r is een thuiskoken.nl wat landelijk werkt en alle mogelijke contacten stimuleert. Er is een website: ‘alleszelf.nl’. En ik wil er enorm voor pleiten dat juist dáár de aandacht op gevestigd wordt. Er is geen enkel onderzoek nodig om nog een breder beeld te krijgen hoeveel eenzaamheid wij in Zutphen hebben. Dat is mijn inbreng, dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel, ja, ook voor u ...” Meneer van DIJKEN: “Voorzitter, ik ben enthousiast ...” De VOORZITTER: “Nee, nee, ik ga even het anders doen. Waken eerst de ronde langs de fracties en daarna kunnen de indieners van de motie reageren. Anders gaat het echt te lang duren. Dan ga ik verder met mevrouw Ten Holder.”
265
Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ja, D66 steunt deze motie wel. Eenzaamheid en sociaal isolement is een van de schrijnendste maatschappelijke problemen. Eenzaamheid omdat je oud bent, of omdat je alleen achterblijft, of gepest wordt, of nog niemand kent in de stad of omdat je geen partner hebt. Iedereen kan met eenzaamheid te maken krijgen. En dat is de reden waarom wij deze motie steunen, omdat het eens extra expliciet aandacht vraagt en dat wij dit als raad een ontzettend belangrijk maatschappelijk probleem vinden. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar Burgerbelang, de heer Yildirim.” De heer YILDIRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, eenzaamheid is een probleem in onze samenleving en door corona is het eigenlijk sterker toegenomen. Onder andere bij onze ouderen en ook bij onze jongeren. We weten ook, dat er veel wordt gedaan in onze gemeente, maar toch vinden wij het een steun in de rug. Daarom zullen wij het ondersteunen en hiermee instemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Bloem, de PvdA.” De heer BLOEM: “Ja, voorzitter, de PvdA vindt eenzaamheid ook een serieus probleem, zeker ook tijdens deze coronacrisis. Maar, toch kunnen we deze motie niet steunen. Aan de ene kant vind ik dat wel jammer, want we willen absoluut niet het signaal geven, dat we eenzaamheid niet belangrijk vinden.
We vinden het juist héél belangrijk, dat er iets tegen eenzaamheid wordt gedaan. Alleen, we hebben niet de indruk dat deze motie hierbij helpt. Wat de vorige spreker, mevrouw van Dijk, ook heeft aangegeven: die thematafels, daar geloven wij in. Ook de verschillende voorzieningen die in de wijken worden gecreëerd, dàt is belangrijk om die eenzaamheid te bestrijden. En eigenlijk hoop ik, dat die acties die in gang zijn gezet, helpen. En een extra nadruk zou misschien wel welkom zijn, maar ik heb niet de indruk dat deze motie daartoe bijdraagt. Ook omdat één initiatief er dan toevallig wordt uitgepakt, als voorbeeld. Maar, dat zegt dan ook niets over die andere initiatieven. Dus, het is wel belangrijk onderwerp, maar we kunnen helaas niet met deze motie instemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar GroenLinks, mevrouw Kleinrensink. Mevrouw KLEINRENSINK: “Dank u, voorzitter. Laat ik beginnen met het feit dat GroenLinks deze motie wél kan steunen. Eenzaamheid was altijd al een schrijnend probleem. Maar, het afgelopen jaar is het alleen maar zichtbaarder geworden. Niet alleen bij ouderen, maar ook zeker jongeren krijgen er steeds meer mee te maken. We zijn heel blij dat de motie is aangepast en nu meer op actie stuurt en niet meer op onderzoek. GroenLinks vindt het ook van groot belang, dat het College de opdrachtgeverrol oppakt. Wél heb ik nog wat vragen aan het College.
Via Stadsonderneming Zutphen ontvingen wij het stuk: ‘Eenzaamheidsaanpak Zutphen faalt’. Hierin wordt onder meer gesteld, dat het resultaat van twee jaar ‘Thematafel Eenzaamheid’ is, dat er van het budget van €100.000,= slechts € 30.000,= is besteed, terwijl er wél subsidieaanvragen waren. Ook wordt gesteld dat afwijzingen érg lang op zich laten wachten en dat het lijkt dat alleen aanvragen van deelnemers aan het netwerk ‘Eenzaamheid Zutphen’ worden toegekend. Ik wil heel graag van het College horen, hoe dat zit. Dank u.” De VOORZITTER: “Ik begrijp dat mevrouw Kleinrensink ... Maar dit staat los van deze motie. Dus, ik wou … ik had dat eigenlijk meer een vraag gevonden voor de actualiteit.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Goed. Maar, misschien kan er toch een reactie komen. Zou mooi zijn.” De VOORZITTER: “We moeten maar even kijken hoe snel het allemaal gaat. Eventjes kijken. Ik heb volgens mij alle fracties nu aan het woord gehad. Dat betekent dat de initiatiefnemers nu mogen reageren. Meneer Van Dijken, zal ik met u beginnen?”
266
De heer VAN DIJKEN: “Ja, dank u, voorzitter. Ik wil graag reageren op de VVD, die stelt dat mensen zelf tot actie moeten komen om zich te onttrekken aan het gevoel van eenzaamheid. Ik snap dat, maar juist dààr zit vaak het probleem, dat mensen geactiveerd moeten worden om daar zelf actie in te ondernemen. Ik heb uitgebreid gesproken met een aantal mensen en er zit een stuk schaamte bij eenzaamheid. En voordat je zelf het initiatief neemt om naar iemand toe te stappen of actie te ondernemen, dan heb je vaak een zetje nodig. En daar is vaak iemand anders voor nodig, die jou dat zetje geeft. Het tweede hoor ik uit het veld, dat de thematafels tot nog toe geen rechtstreeks resultaat heeft opgeleverd waarop iedereen zit te wachten. Dat blijkt ook wel uit onderuitputting van de budgetten, die beschikbaar waren gesteld. Vandaar dat ik ook een meer actieve rol van het College en ook van het ambtelijk apparaat verwacht, om organisaties op te porren om nu daadwerkelijk hiermee aan de slag te gaan. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Even kijken. Even kijken, hoor. Mevrouw Van Dijk, heeft u een interruptie?” Mevrouw VAN DIJK: “Ja dat klopt, Voorzitter. Ik wil graag reageren op wat de heer Van Dijken zei. Ik heb niet bedoeld dat mensen helemaal zonder stimulans uit zichzelf wel die brug zullen oversteken.
Maar, ik wil er wel op wijzen, dat er in de samenleving, in de maatschappij zoveel mogelijkheden liggen die juist eenzaamheid kunnen verminderen.” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel. Ik wil gaan kijken om dit af te ronden. Wethouder ten Broeke, heeft u nog … Kunt u kort, heel kort reageren op het verhaal van mevrouw Kleinrensink? Hoewel ik dat echt wel buiten de orde vind.” Reactie College (Audiopositie 02:00:55)
Wethouder TEN BROEKE: “Ja, voorzitter, volgens mij is het belangrijkste - en dat heb ik de vorige vergadering waar het over eenzaamheid ging, of bij vorige versie van de motie - ook al kort aangehaald. Het belangrijkste is, dat we juist al bezig zijn om onze aanpak te verbeteren. Ook wat hier in de motie staat genoemd, dat … Nou ja, bij wie we waar al mee bezig zijn. Dat kan wel een steun in de rug zijn. Maar, we zijn juist bezig met de aanpak te verbeteren en om niet op dezelfde lijn door te gaan als afgelopen twee jaar. En binnenkort zullen we u hier ook meer over informeren via een memo.” De VOORZITTER: “Fijn, dank u wel. Oké, dan wil ik vragen of wij kunnen overgaan tot stemming. Iemand daartegen? Nog behoefte aan een tweede termijn? Nee? Mooi. Dan ga ik beginnen met de lijst.” De heer DE GROEN: “Voor.” De heer DE RIDDER: “Voor.” Mevrouw MÜLLER: “Voor.” De heer MÜLLER: “Voor.” De heer BROUWER: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vòòr.” De heer RUTTEN: “Vòòr.” De heer LOGEMANN: Voor.” De heer KRANS: “Voor.” Mevrouw DOLFING: “Voor.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Voor.” Mevrouw VAN WAMEL: “Voor.” De heer BRUNSVELD: “Voor.” De heer BOERSBROEK: “Voor.” De heer PELGRIM: “Vòòr.”
267
De heer MANDERS: “Tegen.” De heer BLOEM: “Tegen.” Mevrouw MOESTER: “Tegen.” De heer HISSINK: “Tegen.” De heer YILDIRIM: “Vòòr.” De heer VERSCHURE: “Vòòr.” De heer SIEMES: “Vòòr.” De heer JANSEN: “Vòòr.” De heer VAN DIJKEN: “Vòòr.” De heer PETEROFF: “Tegen.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” Mevrouw SCHRIKS: “Tegen.” De griffier telt 20 voor en zeven tegen. De motie is daarmee aangenomen Besluit: Aangenomen. De motie wordt aangenomen met 20 stemmen vòòr (Stadspartij, ChristenUnie, Burgerbelang, SP, CDA, GroenLinks, D66, BewustZW) en 7 stemmen tegen (PvdA, VVD)
19
MOTIE: ZUTPHENSE STEUN AAN CAMPAGNE VOOR 14
GRIFFIENR. 2021-M0006 (Audiopositie 02:03:14)
De VOORZITTER: “Dan gaan we nu over tot agendapunt 19, de motie: Zutphense steun aan campagne Voor 14’. Deze is ingediend door de SP. Dus, die fractie zou ik graag het woord willen geven om de motie te introduceren.” Eerste termijn De heer De RIDDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Nederland is bijna wereldkampioen als het gaat om ongelijk. De kloof tussen arm en rijk wordt alleen maar groter en steeds meer werkenden in ons land zien hun inkomen stagneren of krimpen. Dat, terwijl we de afgelopen jaren echt wel een grote bloei in de arbeidsproductiviteit hebben gezien. De grote winnaar van deze gestegen productiviteit zijn aandeelhouders en kapitaal. Zij krijgen ieder jaar een groter deel van de winst. In 2018 ging maar liefst 74 procent … Ging máár 74 procent van de totale geproduceerde waarde naar arbeid. En dat de werkende in Nederland er bekaaid afkomt, is dus wel duidelijk. Deze tegenstelling kan dus bestreden worden door een overheid die zich actief mengt in een eerlijker verdeling. Maar, onze overheid versterkt alleen maar die groeiende ongelijkheid. Want, het dominante politieke gedachtegoed in Nederland is van het neoliberalisme: de rol van de overheid in de economie moet zo klein mogelijk zijn en het bedrijfsleven moet zo min mogelijk belast worden. Want, als het goed gaat met het bedrijfsleven, dan gaat het goed met de economie.
En dat is tenminste wat er altijd eigenlijk gezegd wordt. In werkelijkheid zorgt het alleen maar voor groeiende armoede en ongelijkheid. Omdat het bedrijfsleven steeds minder belast wordt, moet het inkomen van het Rijk – want ze hebben natuurlijk uitgaven – ergens anders vandaan komen. Gevolgen daarvan zijn, dat wij als werkenden steeds vaker de rekening betalen. En dan moet ik denken aan de btw-verhoging, hogere zorgpremies, een wooncrisis, woonlastenverhoging. Dat zijn dus directe gevolgen van politieke keuzes die al dan niet gemaakt worden. Daarom moet volgens ons als SP - en gelukkig ook volgens GroenLinks en de PvdA - het landelijk minimumloon omhoog, van € 10,80 naar veertien euro. En dus vragen wij de gemeente om de FNV-campagne te ondersteunen. Veel Zutphenezen die momenteel werkende armen zijn, van een uitkering leven of gepensioneerd zijn, zijn degenen die hier uiteindelijk veel baat bij hebben. En dan nog een klein dingetje over de aanpassing van de motie: uit het Forum van vorige week werd duidelijk dat er momenteel niemand in het gemeentelijk loongebouw minder dan veertien euro per uur verdiend. Dat is iets waar wij trots op mogen zijn, vinden we, en dat moeten we vooral zo houden. Daarom dus, dat de motie opnieuw wordt ingediend. Dank u wel.”
268
De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik ga hetzelfde doen als met de andere motie. Ik geef deze nu vrij voor de raadsleden. Wil daar iemand daar reacties geven? Ja? De heer KRANS: “Mag ik als mede-indiener nog een …” De VOORZITTER: “Oh sorry, natuurlijk. Meneer Krans, gaat uw gang.” De heer KRANS: “Dank u. Voorzitter, spreiding van welvaart is een overheidszorg, artikel 20 van de Grondwet. Alle partijen - landelijk en lokaal - zijn het erover eens dat welvaart in zoverre beter gespreid zou moeten worden, dat het minimumloon omhoog moet. Rechtse partijen zijn zowaar een beetje naar links opgeschoven en wie weet wat er met het neoliberalisme gaat gebeuren. De heer Brunsveld had vorige week tijdens het Forum cijfers van het CPB paraat, waaruit zou blijken dat een verhoging tot veertien euro tot liefst 200.000 werklozen zou leiden. Ik stel voor, dat we de discussie over die cijfers aan Den Haag overlaten, hopelijk onder aanwezigheid van de partijgenoot van de heer Brunsveld in functie. De gemeente Zutphen heeft gelukkig met haar minimumloon geen invloed op de werkeloosheid. Voor stemmen, dus. En dat past – en dan rond ik af – ook in het programma: ‘iedereen doet mee, want voor meedoen zijn euro’s nodig. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan mede-indiener, de PvdA, meneer Bloem.” De heer BLOEM: “Ja, dank u, voorzitter.
Allereerst de urgentie van de motie en dan begin ik bij de inkomensongelijkheid: die is sinds 1980 toegenomen. Niet alleen in Nederland, ook in de rest van de westerse wereld. Het besteedbaar inkomen voor mensen met een minimumloon is met twintig procent gedaald sinds die tijd. Dat heeft onder andere ook te maken met huurverhoging en stijgende kosten. Tegelijkertijd … De interessante dimensie in de discussie is, dat het CPB vorig jaar heeft uitgezocht dat een verhoging van het minimumloon nauwelijks een effect heeft op het aantal banen. Dat is gebaseerd ook op de ervaring in andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Amerika. Daar is het minimumloon ingevoerd of verhoogd. Wat daar is geconstateerd, is dat het ook nauwelijks effect heeft op de werkgelegenheid. Dat is ook wel logisch, want als je daar goed naar kijkt … Want, minimumloonbanen, dat zijn bijvoorbeeld; kassières, mensen die in de horeca werken; dat zijn mensen die vooral in de lokale werkgelegenheid zitten. Het is niet zo, dat die werkgelegenheid met een loonsverhoging meteen naar het buitenland wegvliegt. En voor een groot gedeelte ook niet is te ‘Europatiseren’. Dus, het is niet zo, dat als het minimumloon verhoogd wordt, dat het tot groot banenverlies leidt. Dat wil ik nog wel even duidelijk benadrukken. Ook het voordeel … dat een verhoging van het minimumloon onze economie een boost geeft.
Want mensen met een minimumloon geven doorgaans hun geld in eigen land uit en potten het niet op en zetten het niet weg op een spaarrekening in het buitenland. En ook heel belangrijk is voor onze aanpak tegen armoede: Wij hebben altijd gepropageerd dat werken de uitvlucht is om uit armoede te komen. Maar, dan moet werken wel lonen. Daar past dus ook een minimumloon bij, dat in ieder geval hoog genoeg is om mee te doen in de samenleving. Nou goed, wat wij dus gelukkig zien, is dat niet alleen de indieners van deze motie, maar ook andere partijen – landelijk – een verhoging van het minimumloon steunen. Die wens is breed gedeeld. Dus, we hopen dat we met deze motie in ieder geval een statement maken voor de mensen die op dit moment bezig zijn met de kabinetsformatie; dat die partijen die in de verkiezingspartijen hebben opgenomen dat het minimumloon omhoog moet, dat ze ook hun belofte nakomen. En, nou ja, vanuit Zutphen willen wij er wel op aandringen dat wij het goede voorbeeld geven. Dus, daarom hebben we in ieder geval opgenomen dat we bij nieuw personeel in ieder geval vanaf veertien euro per uur betalen. En ik reken erop, dat dit voorstel, eigenlijk ook wel conform de landelijke lijn, uiteindelijk door andere partijen wordt gesteund, omdat uiteindelijk meerdere partijen vóór de verhoging van minimumloon zijn.”
269
De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Verschure, Burgerbelang.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik moet zeggen: de heer Krans slaat hier de spijker op z’n kop, door te zeggen dat alle gevolgen van deze verhoging door het Rijk in Den Haag besproken moeten worden. Zo ook de oorzaak. Want verhoging van het minimumloon is een rijkstaak en geen taak van ons als gemeente. Ik zal verder gaan. De motie ‘Voor 14’ kunnen wij als Burgerbelang niet ondersteunen. Het klinkt sympathiek, alleen dat is het niet. Het verhogen van het minimumloon naar veertien euro is op basis van een 36-urige werkweek een stijging van 29,63 procent en op basis van veertig uur is het zelfs 44,3 procent. Daarnaast is de vraag: hoe ga je omgaat met het minimumjeugdloon? Moet dat navenant dan meestijgen? Of moet dat ook naar veertien euro getrokken worden? Voorzitter, laat ik vooropstellen, dat Burgerbelang Zutphen Warnsveld óók voorstander is van verhogen van het minimumloon. Laat daar geen misverstand over bestaan. Echter, is het wel een taak van de gemeente? De VOORZITTER: “Meneer Krans, heeft u een interruptie?” De heer KRANS: “Dank voorzitter, het verhogen van het minimumloon is … Daar heeft de heer Verschure hélemaal gelijk in, geen taak van de gemeente Zutphen, maar een landelijke taak. Ik verwees naar landelijk, vanwege de opmerking van meneer Brunsveld over 200.000 werkelozen.
Dat zoeken ze fijn … Ja, dat klinkt onaardig. Daar zijn ze vast heel competent in om dat uit te zoeken. Waar het mij om gaat, is dat de gemeente Zutphen zich fatsoenlijk hoort te gedragen en bij fatsoenlijk gedragen, hoort dat je overeenkomstig je programma ‘Iedereen doet mee’, overeenkomstig de uitgangspunten – zoals Mart de Ridder en Jasper Bloem zeiden: “Zeg, bij ons verdient er niemand minder dan dat minimum.” Dit heeft niks te maken met een landelijk minimumlooninvoer. En dat deed meneer Verschure even voorkomen. Het is gewoonweg zelf fatsoenlijk handelen en tegelijkertijd daarmee het goeie voorbeeld geven.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik wil graag vragen of u vooral de reacties aan het einde van het rondje wil doen, zodat we elkaar een beetje scherp houden in de tijd. Meneer Verschure, gaat uw gang.” De heer VERSCHURE: “Ja, voorzitter, mijn oortjes vielen uit. Dus, ik heb een gedeelte gemist van wat de heer Krans heeft gezegd. Dus, ik ga gewoon verder waar ik ben. Mochten er nog vragen zijn, dan kan ik altijd nog reageren.” De VOORZITTER: “Gaat uw gang.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, wij zijn als Burgerbelang Zutphen Warnsveld zeker vóór het verhogen van het minimumloon. Laat dat voorop staan. Echter, willen wij ook wel een signaal geven naar Den Haag, om d’r aan te gaan werken. Alleen niet voor de veertien euro die hier gevraagd wordt.
Heel slim hebben de indieners van deze motie de tekst aangepast, als het gaat om ons als voorbeeldgemeente, om iedereen op veertien euro te zetten. Dit, omdat niemand binnen onze gemeente onder de veertien euro verdient. Dit is geen goedheid, alleen dit is hoe wij ons functiewaarderingssysteem hebben ingericht. Het is nog maar de vraag of wij - naar aanleiding van ons functiewaarderingssysteem - bepaalde beginnende medewerkers hoger dan de schaal 2 periodiek mogen inschalen. Mijn vraag aan de wethouder is, of het bekend is of wij in ons functiewaarderingssysteem, functies hebben die ónder de veertien euro zitten en welke invloed dit financieel heeft en of het juridisch kan? Daarnaast is de vraag: welke invloed dit heeft op het totale plaatje? Is het zo, dat als de onderste ladder iets omhooggaat, de gemeentesecretaris en alles wat ertussen zit, ook fors omhooggaat?
270
Voorzitter, daarnaast kom ik op een punt ... Wij hebben in november 2018 tijdens de begrotingsraad een voorstel aangenomen, dat alleen moties met dekking in behandeling en in stemming worden gebracht. En het waren juist de indieners van deze motie, samen met de VVD, die daarvoor hebben gestemd! Het komt Burgerbelang dan ook vreemd over, dat uitgerekend deze motie geen financiële paragraaf heeft en er geen dekking is gezocht. Wat de indieners hierover tijdens het Forum zeiden, was dat het van latere orde was én de taak van het College. Het is juist GroenLinks geweest, die tijdens het behandelen van de motie waar géén dekking voor was, mededeelde dat er niet over gesproken ging worden. En toen ging het over een motie van ‘slechts’ vijftienhonderd euro. Voorzitter, vanuit het gedachtegoed van de SP, kan ik me heel goed deze motie voorstellen. Het past bij hun kijk op de wereld en het past bij hun … Het is hun goed recht, om dit op deze wijze te doen en ik kijk er met gepast respect naar. Voor de PvdA: zie hier de link met de FNV, die is ook weer zichtbaar.” De VOORZITTER: “U krijgt een interruptie van de SP. Of van … ik kan het niet zo goed zien.” De heer BLOEM: “Van de PvdA.” De VOORZITTER: “De PvdA.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, ik heb een hele…” De VOORZITTER: “Nee, nee. U krijgt een interruptie.
Maar, ik heb me gevra… Ja, nou, goed, meneer Bloem, gaat uw gang.” De heer BLOEM: “Ja, dank u. Oh, ik hoor de hond, voorzitter? Ik hoop niet dat dat naar mij is bedoeld. Nee? Toch even één interruptie, want wij worden expliciet genoemd. Toch even dan die discussie over wel of geen dekking. Ik denk dat duidelijk is in het voorstel, dat dekking hier geen probleem is. De gemeente betaalt op dit moment geen enkele medewerker onder de veertien euro per uur. En dat spookbeeld van die loongebouwen, dat als we mensen voortaan bóven de veertien euro aannemen, dat dat allemaal gaat schuiven, dat lijkt me in dit geval echt flauwekul. Want, kom op, hè. Schaal 1, periodiek 2, of welke schaal je ook ergens onderaan noemt ... Tegenwoordig zit bijna geen enkele medewerker nog in die lage schalen. Dus, ik vind het wel vergezocht. Het enige wat we willen aangeven, is dat je als gemeente ook het goede voorbeeld kunt geven om als statement richting Den Haag kracht bij te zetten. Dus, ik wil nog echt, écht genoteerd hebben dat dit gewoon een motie is, waar een dekkingsvoorstel bij zit. Want, wij zijn consequent. Wij leveren als PvdA altijd dekking in bij onze voorstellen.” De VOORZITTER: “Het is helder. Het is helder. Toch zou ik u willen voorstellen om als medeindienaar, toch zoveel mogelijk het rondje even af te wachten, zodat we dan in één keer kunnen reageren.
Daar krijgt u dan alle gelegenheid. Meneer Verschure, gaat u afronden?” De heer VERSCHURE: “Ja, voorzitter, ik ga afronden, ik reageer heel even op de heer Bloem. Hij zegt dat het geen invloed heeft op de financiën. Daar ben ìk nog niet van overtuigd. Dit omdat wij een functiewaarderingssysteem hebben. Dus, U heeft geen dekking toegevoegd. U heeft het niet onderzocht, u bent hierin dus nalatig gebleken. Voorzitter, ik was net bij de PvdA gebleven, om hen een compliment te geven dat ze de FNV weer zichtbaar hebben gemaakt. Voor GroenLinks heb ik een vraag, namelijk: hoe zich dit verhoudt tot het landelijke plan van GroenLinks om langzaam toe te groeien naar die veertien euro. Daarnaast vind ik dat GroenLinks hier uiteindelijk op een rijdende trein van de SP is gesprongen, die daar heel hard voor gewerkt heeft. Dat is jammer, als je bedenkt dat de fractievoorzitter van GroenLinks tijdens de algemene
271
beschouwingen ooit heeft gezegd – en aangegeven – dat wij als raad geen besluiten moeten nemen om te willen scoren.” De VOORZITTER: “Dank u wel, dan ga ik naar meneer Van Dijken. Meneer Krans, u krijgt straks écht de gelegenheid om te reageren, maar, ik wil voorkomen dat het straks een eindeloos getiktak wordt. Meneer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Dank u, namens de ChristenUnie steun ik deze motie. Dat heb ik vorige keer ook al gezegd. Door flexibilisering van de samenleving is er sprake van een stijging van het aantal werkende armen. Ik meen dat één op de drie mensen tegenwoordig een flexbaan heeft. Eigenlijk, voorzitter, zou ik graag in Zutphen een experiment willen starten met een basisinkomen. Dat zou nòg mooier zijn. Dit conform het boek van Rutger Bregman: ‘gratis geld voor iedereen’. Ik beveel het iedereen aan. Dat zou werkelijk een hoop problemen oplossen. Maar ja, zover zijn we niet en zal ook wel niet zover komen. Waarom steun ik deze motie? Omdat ik vind dat we echt - conform Nijmegen - een sterk signaal naar Den Haag moeten afgeven, juist als straks - hopelijk - de formatiebesprekingen weer op gang komen. Dan zou dit een sterk signaal zijn om in de formatie een plek te krijgen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Dan ga ik naar meneer Brunsveld, het CDA.” De heer BRUNSVELD: “Ja, Voorzitter, CDA Zutphen- Warnsveld steunt de verhoging van het minimumloon. Maar, wat we eigenlijk nóg belangrijker vinden, is stijging van de koopkracht. Dat betekent gewoon een kleiner verschil tussen bruto- en nettoloon. Dat betekent gewoon dat je meer kunt kopen van je salaris. En wat ons betreft, ja, lukt dat … Pardon, hoor, ik ben even de tekst kwijt. Kortom: om meer kopen van je salaris. En dat lukt door een combinatie van: aan de ene kant het verhogen van je minimumloon, maar ook het verlagen van de inkomstenbelasting. Ja, gaan we daarover in Zutphen? Nee. Maar, op die manier wordt het wel buitengewoon duidelijk dat werken loont. Dat is buitengewoon belangrijk. Helpt deze motie daar dan bij? Dat vind ik een interessante vraag. Want, in eerste instantie zou je zeggen: “Ja.” Want, verhogen van het minimumloon geeft meer koopkracht. Maar, aan de andere kant, bij stijging van het minimumloon - en zeker naar die veertien euro die wordt voorgesteld - lijkt het ook heel realistisch dat de inflatie fors gaat stijgen en daarmee juist weer die koopkracht gaat dalen. Dan ben je verder van huis. En dan toch nog even over de cijfers. Dan kijk ik eventjes naar de heer Bloem.
Hij haalt aan: “Nou, er is onderzoek dat aantoont dat bij de verhoging van het minimumloon, de werkgelegenheid niet gaat dalen.” Nou, tot een procent of tien stijging van een minimumloon is het ook absoluut waar. Daar hebt u ook helemaal gelijk in. Maar goed, dan ga je toch een hogere stijging voorstellen, zoals van die dertig procent waarover wordt gesproken. Dan haal ik toch nog even het Centraal Planbureau aan - meneer Krans refereerde daar ook al aan – dan kunnen toch wel 200.000 banen in Nederland verloren gaan. Ja, is dat dan wenselijk? Ik vind het ingewikkeld. Ik moet wel zeggen, wij steunen wel de insteek van deze motie om in de gemeente Zutphen het goede voorbeeld te geven. Gewoon: “Practice what you preach,” om even in goed Nederlands te zeggen. Maar, dan moet er – denk ik – wel extra aandacht komen voor de wsw’ers. En dat is op z’n plaats, want zíj moeten niet geconfronteerd worden met lagere toeslagen. En daardoor, aan de andere kant, dus niet profiteren van een verhoging van het salaris. Dus, daar moeten we wel even goed over nadenken. En tòch, deze lokale component van deze motie, is ons niet voldoende om de motie te steunen en daarmee landelijk op te roepen tot een verhoging van het minimumloon met veertien procent. Er zijn in onze optiek andere en zelfs betere manieren om de koopkracht te laten stijgen.
En die manieren laten de campagne voor veertien – wat mij betreft, ironisch genoeg – links liggen. Voorzitter, ik wil het hier graag bij laten. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Meneer de Ridder, heeft u een vraag aan meneer Brunsveld?
272
Ik kan u niet horen.” Audiopositie 02:21:00
De heer DE RIDDER: “Ik liet iets voor de troepen uit. Dat gaat mede om zijn betoog net en om de inbreng van de heer Brunsveld in het Forum van vorige week. Want, daar haalde hij bijvoorbeeld aan: “Tien procent is misschien beter voor de motie. Maar dan vraag ik me toch echt een beetje af of hij zijn inflatiecijfers bij de hand heeft. Want, de afgelopen tien jaar, is er een inflatie geweest van 11,9 procent en dan haal je met tien procent loonsverhoging … Dan haal je nog niet eens dat verschil binnen. En daarnaast, toch het punt wat de heer Brunsveld aanhaalt over verlaging van de inkomensbelasting … Dan moet het inkomen van het Rijk alsnog ergens anders vandaan komen. Dan kunnen we verwachten dat, bijvoorbeeld, de zorgpremie omhooggaat of dat de btw weer opnieuw omhooggaat. Dan haal je daar uiteindelijk minder succes mee, dan wanneer je de motie vanuit het minimumloon naar veertien euro verhoogt.” De VOORZITTER: “Meneer De Ridder, wilt u proberen het ook … Even gewoon de vraag te stellen aan meneer Brunsveld?” De heer DE RIDDER: “Ja, dan is de vraag of de heer Brunsveld zijn cijfers wel op orde heeft? Of hij daar nog even op wil terugkomen.” De VOORZITTER: “Ja, kunt u daar nog even op antwoord geven?” (Audiopositie 02:22:04)
De heer BRUNSVELD: “Ja, ik denk dat meneer Brunsveld wel degelijk zijn cijfers op orde heeft. Ja, de inflatie is gestegen. Ook wat ons betreft, is de stijging van het minimumloon niet eens meer een vraag. Dat moeten we gewoon doen. Laten we daar heel duidelijk in zijn. Alleen die forse verhoging naar dertig procent, dat zien wij op dit moment minder gebeuren. Maar, wél – en daar snijdt het mes wat ons betreft wel aan twee kanten – gaat het minimumloon omhoog. Daarnaast, de inkomstenbelasting gaat naar beneden. Daar hou je dus netto écht meer aan over. Dan stijgt de koopkracht significant met tien procent. En wordt dat dan betaald door verhoging van zorgpremie? Nee, wat ons betreft niet! Ook wij vinden het geen taboe, als ook het bedrijfsleven op een andere manier wordt belast dan nu gebeurt. Maar, we vinden het wel heel belangrijk dat héél duidelijk naar voren komt, dat werken loont. En dat vind ik op dit moment onvoldoende naar voren komen in de motie, zoals deze nu voorligt. De VOORZITTER: “Dank u wel. U was klaar, meneer Brunsveld?” De heer BRUNSVELD: “Zeker.” De VOORZITTER: “Ik ga toch even door nu met de ronde, hoor. Mevrouw Schriks, VVD.” Mevrouw SCHRIKS: “Ja, dank u wel, Voorzitter. Ja, het lastige van een discussie als deze, over het minimumloon, is dat je je al snel impopulair maakt op het moment dat je zegt dat je niet stemt voor een dergelijke motie.
Dat je daar niet vòòr bent. Dat maakt het lastig. De VVD is overigens ook voor een verhoging van het minimumloon. En wij vinden in Zutphen dat we ons daar op dit moment niet mee moeten bemoeien, want wij gààn er niet over. Dan kun je zeggen: “Wij vinden dat we daar voor Zutphen een uitzondering voor moeten maken, dat we dan de motie steunen. Want, het gaat dan omhoog naar veertien euro.” Maar, ik zou eerst wel eens willen weten van de wethouder: hoeveel mensen er nu zijn – en dat heeft de heer Verschure - volgens mij - ook min of meer gezegd, of gevraagd: hoeveel mensen zijn er nou in Zutphen die dat minimumloon verdienen? Dus, dat is wel belangrijk om te weten. Want, waar hebben we het nou over voor Zutphen? Want, het moet natuurlijk wel gedekt worden.
273
Verder wordt er ook gesproken door het CDA, door meneer Brunsveld, dat het ook moet lonen om te werken. Nou, dat ben ik met hem eens. Dat moet ook. Tegelijkertijd is het ook zo ... Het is heel gemakkelijk om te zeggen: “We gaan het minimumloon verhogen naar veertien euro.” Dat is een fors verschil, hè! Dat gaat niet over vijf procent, het gaat over veel meer. En dan heeft de SP het argument: “Ja, er zijn allemaal bedrijven in Nederland en die verdienen heel veel geld en de inkomensverschillen zijn heel groot.” Dat kan allemaal waar zijn, maar als je gewoon gaat kijken naar het MKB, wat het nu heel moeilijk heeft in de coronacrisis, dan is het helemaal niet zo dat die bedrijven nou zo gigantisch veel verdiensten maken. Als je kijkt naar de detailhandel, daar wordt helemaal niet veel geld verdiend. De eigenaren van de detailhandel zitten zelf gemiddeld op € 27.000/€ 28.000 bruto per jaar. Als dat soort mensen dan een minimumloon moet gaan betalen dat een stuk hoger ligt, dan is de vraag of die bedrijven het volhouden. Dus, ik wil ook heel graag aandacht hebben voor die andere kant. Er zijn mensen die heel veel geld hebben, maar die zijn altijd ver in de minderheid. Dus, ik vind dat het wel iets genuanceerder gebracht zou mogen worden. Ik wil eerst even horen van de wethouder over hoeveel mensen het nou eigenlijk gaat.
Waar hebben wij het over? Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ja, ik constateer dat we hier ook al een Forum aan gewijd hebben. Dus, ik vind het eigenlijk gek dat er nog vragen gesteld moeten worden aan de wethouder. Maar, ik zal hem zo het woord geven. En verder, meneer Bloem, ik heb u net echt gevraagd om het gewoon netjes in twee rondes te doen, want, anders zitten we hier morgenochtend nóg met elkaar te vergaderen. Eventjes kijken, hoor. Ik heb nu mevrouw Schriks het woord gegeven. Mevrouw Ten Holder, u was al aan het woord geweest, of niet? Ik ben even de … Nee?” Mevrouw TEN HOLDER: “Nee, nog niet, voorzitter.” De VOORZITTER: “Gaat uw gang.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. D66 vindt dat de verdergaande tweedeling en de armoede in de samenleving inderdaad vraagt om een forse, structurele verhoging van het minimumloon. In de landelijke verkiezingsprogramma’s hebben alle partijen zich daar al unaniem uitgesproken, dat het minimumloon in Nederland omhoog moet. Wìj gaan daar niet over. Dus, wij hoeven dat ook lokaal – vinden wij – als lokale partijen, niet dunnetjes over te doen. We zijn van mening dat de besluitvorming hierover niet bij ons ligt. Natuurlijk kunnen wij ons uitspreken voor een campagne om het minimumloon te verhogen. Een statement maken, zoals ook net genoemd werd.
Maar, zijn we dan met signaalpolitiek bezig? Nou, symboolpolitiek, daar zit niemand op te wachten. De wethouder heeft zich in het Forum – de voorzitter noemde dat net al – heel genuanceerd uitgelaten over hoe die grens van veertien euro bij ons in de gemeente ligt. En ik vind dat het nieuwe geformuleerde punt in de motie eigenlijk een té smalle kijk op de gemeentelijke medewerkers heeft, in relatie met de uitleg die de wethouder ons gegeven heeft. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Oké, dan hebben wij de eerste termijn gehad. De cijfers, mevrouw Schriks, waar u om vraagt, die zijn – zie ik – in het Forum ook gewisseld. Wethouder Werger ik geef u even heel kort het woord voor de feitelijkheden.” Reactie College (Audiopositie 02:27:27)
Wethouder WERGER: “Ja, voorzitter, de feitelijkheden zijn inderdaad, dat er op dit moment niemand binnen het loongebouw van de gemeente onder de veertien euro verdient.
274
Ik moet wel even een toelichting geven, met name op punt drie. Want, punt een en twee, dat is allemaal goed en wel. En ook de hele discussie rond inflatie, inkomensbelasting, btw en dergelijke die u met elkaar voert: prima. Die horen landelijk thuis. Maar, als het over punt drie gaat, is dat van de gemeente. En u geeft daar heel makkelijk aan, van: “Nou, we moeten het goede voorbeeld blijven geven.” Het feit, dat op dit moment niemand onder de veertien euro verdient, berust niet op dat we een goed voorbeeld gaven. Maar, gewoon omdat het organisch zo gegroeid is! Dat betekent niet, dat als wij nieuwe mensen aantrekken, dat er dan niet een situatie kan ontstaan waarin personen – zeker schoolverlaters in een aanloopschaal – minder dan veertien euro zouden verdienen. En dat betekent ook niet, dat dat systeem niet onder druk komt te staan. Sterker nog: de loonsom blijft op dit moment hetzelfde. Dus, elke nieuwe persoon die we aannemen, voegt daar iets aan toe. En dus, als wij hen moeten aannemen voor veertien euro, terwijl ze in een aanloopschaal veel lager ingeschaald zouden moeten worden vanuit de functiewaardering die er is en het functieprofiel waarop iemand aangenomen wordt, dan zet u wel degelijk ons loongebouw onder druk en zet u ook onze loonsom onder druk. Dat betekent dat we dan onvoldoende middelen hebben om – inderdaad - ons personeel te betalen.
Dus … En wat u daarnaast doet - en dat moet me toch van het hart - u creëert op dat moment aan de onderkant van ons loongebouw ongelijkheid. Er zullen dan dus mensen opeens instromen op het niveau waar andere medewerkers ooit lang over gedaan hebben om daar te komen. En ik weet niet of u graag wilt dat we onrust onder onze medewerkers hebben. Maar, ik geloof niet dat onze gemeentesecretaris en het College daarop zitten te wachten. Ik snap de behoefte om een signaal af te willen geven. En als u als raad deze motie aanneemt, en u wilt dat wij een signaal afgeven richting het Rijk, zullen wij dat uiteraard doen. Als het gaat over punt drie, dan is het toch écht een andere situatie. Daarnaast moet het me ook van het hart, dat … Wíj kunnen dan als College uw motie opvolgen als het om het signaal gaat, maar, wij doen dit veel vaker. Want, u geeft vaker – eigenlijk – signalen af richting landelijk niveau, via ons. Maar wat gaat u hierna nog zelf doen om dit onder de aandacht te brengen bij Den Haag?” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel, wethouder. Ik heb een paar keer interrupties niet toegestaan. Daarom geef ik nu het woord aan de SP, daarna aan meneer Krans en daarna aan meneer Bloem. Ja? Dan hoop ik dat ik het zo een beetje goedmaak. Meneer De Ridder.” Tweede termijn (Audiopositie 02:30:00)
De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel, voorzitter. Dan begin ik nu aan mijn tweede termijn. Goeie reacties, ook een discussie die best wel ver gaat en daar mogen we ook wel eens een keer trots op zijn. Ik wil toch even reageren op de inbreng van een paar fracties en een wethouder. Eerst het woord aan de fracties: “Daar gaan wij niet over”. Dat is al een beetje een punt waarvan ik denk: “Dat klopt eigenlijk niet.” We hebben het afgelopen jaar moties ‘Raden in verzet’ gehad. We hebben moties gehad over kinderen ophalen uit Moria. En dat vind ik toch eigenlijk beide soortgelijke voorstellen, waar toen géén commentaar op was. En aan de wethouder, u haalt… Nijmegen erbij. Misschien, druk in het loongebouw en de onderste schalen erbij. Dan wil ik toch even aanhalen, dat in Nijmegen deze discussie ook werd gevoerd en dat toen juist het personeel wat toentertijd wél lager begon en uiteindelijk boven de veertien euro is gekomen, het voorstel ook steunde. De inspreker van het Forum vorige week zei letterlijk: “Waar de wethouder tegenstribbelde, vond het personeel dat bij de gemeente werkt het juist een goed plan.” Dus, daar wil ik toch … De stelling, dat het personeel tegen zou zijn, dat is dus gewoon in het Nijmeegs model niet gebeurd.
En nogmaals, wil ik wel aan alle fracties zeggen die het een sympathiek voorstel vinden: van sympathie kun je geen brood kopen en ik hoop toch dat ze mogelijk toch gaan instemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar meneer Krans, GroenLinks.”
275
De heer KRANS: “Voorzitter, wat heb ik toch een mooi vak. GroenLinks landelijk - in ieder geval op de vraag van meneer Verschure – wil langzaam, maar ondertussen zo snel als verantwoord weer mogelijk, verhogen naar veertien euro en een signaal uit Zutphen kan ook in dit dossier daarbij helpen. Het nieuwe Kabinet zal vast – ook een beetje ‘n antwoord op meneer Brunsveld –met hulp van het CPB en andere deskundigen mooie plannen maken en het minimumloon een beetje verhogen. Ik vind dat we daar best vanuit Zutphen een bijdrage aan mogen leveren door dit te vragen en onder de aandacht te brengen. Meneer Verschure verwijt GroenLinks hier ‘scorebordpolitiek’ en dat doet hij zo welluidend dat ik bijna aan scorebordpolitiek zal gaan denken. Voorzitter, het is anders. Natuurlijk is het anders! GroenLinks doet aan politiek. En GroenLinks dient die motie van harte mede in, zowel – ik zei het net al – vanwege de landelijke boodschap. Maar, óók vanwege het fatsoen dat onze gemeente past, om in ieder geval de eigen medewerkers te laten meedoen. “Ongelijkheid creëert onrust”, hoor ik de wethouder zeggen. Ach, dat gaat vast meevallen. Juist mensen onder aan de inkomensladder zullen van jaloezie weinig last hebben, zoals meneer De Ridder ook al vanuit Nijmegen kon laten weten. Schoolverlaters zijn er daar misschien een paar, maar dat zet echt niet het loongebouw van de gemeente onder druk.
Graag steun voor deze motie.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Bloem.” De heer BLOEM: “Ja, dank u, voorzitter. Nog even aansluitend op wat de SP zei: inderdaad oogt de reactie van een aantal partijen, op het maken van een statement, nogal selectief. We hebben inderdaad in het verleden óók andere moties aangenomen, waar de gemeente niet over ging. En dìt is wel iets wat heel veel mensen in Zutphen wel aangaat. Want, d’r zijn veel mensen in Zutphen die een laag inkomen hebben en deze loonsverhoging prima zouden kunnen gebruiken. Daarnaast nog even een reactie op een aantal partijen: natuurlijk hebben we ook oog voor het MKB, voor kleine ondernemingen. En wat juist wel interessant is, is dat een loonsverhoging van het minimumloon, juist zou kunnen leiden tot meer lokale bestedingen Het zijn mensen die doorgaans het geld in eigen land uitgeven. Dus, het zou best kunnen dat het effect helemaal niet zo negatief zou zijn voor … Of, misschien zelfs positief voor het MKB. Een ander punt is ook: werken moet lonen, dat vinden we júíst belangrijk als PvdA. En dit voorstel draagt daar juist toe bij. Het verschil tussen niet-werken en wel-werken wordt groter als dit wordt aangenomen.
En tot slot: ik kan mij niet voorstellen dat inderdaad die enkele gevallen die – als ze binnenkomen bij de gemeente – meer dan veertien euro per uur zouden moeten betalen, dat dat nou tot grote scheve gezichten zou leiden of het omgooien van ons loongebouw. Het effect zou minimaal zijn voor onze gemeente en daarom … Maar, voor het statement is het juist goed dat we als gemeente het goede voorbeeld geven.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Volgens mij, begint u zich te herhalen. Dus ik zou hiermee willen stoppen. Ik wil eigenlijk overgaan tot stemmen.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, ik wil nog … Ik had m’n hand nog opgestoken.” De VOORZITTER: “Ja, ik reageer wel. (Lacht) Als u een interruptie heeft, dan hebben wij - volgens mij - al heel lang de afspraak: dan zet u het in de chat. En als u een handje omhoog doet, dan bent u gewoon op een gegeven moment aan de beurt. U staat nu bovenaan. Dus, meneer Verschure, gaat uw gang.” De heer VERSCHURE: “Ja, het was ook voor de tweede termijn, dus vandaar.” De VOORZITTER: “Heel goed.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, d’r wordt gesproken over ‘Nijmegen positief’, dat onderling de medewerkers positief zijn. Alleen ik heb geen vraag van de wethouder gekregen op de vraag: of het juridisch kan?
276
Kunnen wij ons functiewaarderingssysteem aanpassen en wat zijn de gevolgen? Daarnaast, als we zeggen: “De medewerkers vinden het niet erg als er wat opgeschaald wordt”. Ja, uiteindelijk zal dat overal gebeuren omdat je je functiewaarderingssysteem gaat opschalen. Dus, het gaat ons altijd geld kosten. Dus, er zal altijd dekking moeten zijn en die dekking is d’r niet. Dus, gooi ik het over een andere boeg, dan kan ik ook stellen: is er niemand die in die schaal komt en niemand zal ooit die schaal bereiken omdat we aan de onderkant niemand erbij krijgen. Dan is deze hele motie – punt 3 –niet nodig! Ik wil toch de indieners adviseren om punt 3 eruit te halen. Want, ik denk dat de kans van slagen nóg groter wordt als ze punt 3 eruit halen. En om te gaan strijden voor een hoger minimumloon naar veertien euro ... Maar, punt 3 is écht het grootste struikelblok voor Burgerbelang om in te stemmen met deze motie.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Jansen, BewustZW. De heer JANSEN: “Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, wat ik heb gezegd en gevraagd in het Forum, ga ik niet herhalen. Dat was duidelijk. Er is sprake van een ingewikkelde cocktail waarvan we in de keten niet de effecten weten. Iedereen heeft suggesties en vermoedens. Volgens mij moeten we de Haagse politiek hier niet over gaan doen en ook niet proberen in te vullen, maar dat laten waar het hoort.
Ik heb ook begrepen dat vanavond al is gezegd dat alle landelijke partijen het eens zijn om het loon te verhogen. Ik zou zeggen: spoor het Haagse aan om daar ook werkelijk invulling aan te geven. Nou, dat kunnen we doen middels een motie met een signaalfunctie. Dat heb ik ook eerder gezegd in het Forum. Maar, zoals het nu is gesteld vind ik te ver gaan en ook niet verstandig. Dus, als de motie wordt aangepast in die zin en letterlijk wordt aangepast, dat er een signaalfunctie wordt gegeven dat wij als raad hier - misschien wel raadsbreed - een signaal willen afgeven om toch ook daadwerkelijk de cao’s zodanig te verhogen, ja, dan kunnen wij ook instemmen. En als dat niet zo is, voorzitter, dan moeten wij tegen deze motie stemmen. Daar komt bij: we moeten ook niet de suggestie wekken door de mensen hier – met name in Zutphen – het idee te geven: “De gemeenteraad regelt het wel even.” Dat beeld is ook vaak aanwezig. Wij moeten er echt voor oppassen, dat dat zeker niet het geval is en dat niet zomaar even met een motie op te lossen en ingevuld is.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Even kijken. Ik kijk even naar de indieners of ze de motie willen wijzigen? Ik zie nog niet gebeuren. Nee, dan ga ik de motie in stemming brengen. Eventjes kijken. Is er nog behoefte aan een stemverklaring van iemand?” Mevrouw TEN HOLDER: “Zeker, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dat dacht ik al.
Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u, voorzitter. Het feit dat punt 3 niet uit de motie wordt gehaald, is reden voor D66 om tegen te stemmen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Verschure, een stemverklaring?” De heer VERSCHURE: “Klopt. Voorzitter, wij zullen tegen het voorstel stemmen. Maar, ik wil benadrukt hebben dat wij níét tegen het verhogen van het minimumloon zijn.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Zijn er nog stemverklaringen? Nee? Dan ga ik de lijst af.” De heer DE GROEN: “Voor.” De heer DE RIDDER: “Voor.” Mevrouw MÜLLER: “Voor.”
277
De heer MÜLLER: “Voor.” De heer BROUWER: “Tegen.” Mevrouw TEN HOLDER: “Tegen.” De heer RUTTEN: “Tegen.” De heer LOGEMANN: “Voor.” De heer KRANS: “Voor.” Mevrouw DOLFING: “Voor.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Voor.” Mevrouw VAN WAMEL: “Tegen.” De heer BRUNSVELD: “Tegen.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Voor.” De heer BLOEM: “Voor.” Mevrouw MOESTER: “Voor.” De heer HISSINK: “Voor.” De heer YILDIRIM: “Tegen.” De heer VERSCHURE: “Tegen.” De heer SIEMES: “Tegen.” De heer JANSEN: “Tegen.” De heer VAN DIJKEN: “Vòòr.” De heer PETEROFF: “Tegen.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” Mevrouw SCHRIKS: “Tegen.” Dat betekent 15 voor en 12 tegen. De motie is aangenomen.” Besluit: Aangenomen. Er worden stemverklaringen afgelegd door Burgerbelang en D66. De motie wordt aangenomen met 15 stemmen vòòr (SP, GroenLinks, Stadspartij, BurgerBelang, ChristenUnie) en 12 stemmen tegen (D66, PvdA, CDA, BewustZW en de VVD)
20
MOTIE: DALY PLASTICS BV EN PLASTIC AFVAL IN DE IJSSEL: DE VERVUILER ZOU MOETEN BETALEN GRIFFIENR. 2021-M0010 (Audiopositie 02:40:30)
De VOORZITTER: “Dan komen we bij agendapunt 20. De motie ingebracht door de PvdA over Daly Plastics BV. Mag ik het woord geven aan de PvdA.” Eerste termijn De heer MANDERS: “Ja, dank u wel voorzitter. Deze motie is tot stand gekomen op basis van het feit dat er ‘nurdles’ zijn gevonden op verschillende onderzoekslocaties langs de IJssel. Dit ook naar aanleiding van de motie, die unaniem is aangenomen in de gemeente Zwolle, waarbij partijen langs deze IJssel, steden langs de IJssel, werden opgeroepen om onderzoek te verrichten naar de oorzaak van deze bron. Uit onderzoek is gebleken dat een deel in ieder geval vandaan zou kúnnen komen van Daly Plastics. Ik ben heel voorzichtig daarin, want de uitspraken … Wij hebben zelf het onderzoek niet verricht, dus dan hou ik het op deze manier zo. En ook het feit dat uit het onderzoek is gebleken dat op sommige nurdles bovenstrooms, boven Zutphen zijn gevonden. Dus, het is een beetje lastig. Maar, toch willen wij deze motie in stemming brengen om het onderzoek te laten verrichten en ook te zorgen dat degene die de vervuiler zou kunnen zijn, ook overgaat tot betaling. De reactie van Daly Plastics op dit moment geeft wel aan, dat ze zeker goede voornemens hebben om de ontwikkeling om de toekomst te verbeteren.
278
Waar ik dan alleen nog de aandacht op wil vestigen is het volgende: Uit het onderzoek van de onderzoekers is gebleken dat ook tijdens het wegrijden van de vrachtwagens de ‘nurdles’ te vinden zijn op de wegen naar Daly Plastics. Het verzoek is om daar ook aandacht aan te besteden, want dat werd niet genoemd in de voorstellen die Daly Plastics heeft neergelegd. Daar wil ik het bij laten op dit moment.” De VOORZITTER: “Ja. Mede-indiener D66, mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil D66 graag zeggen, dat we onze collega’s heel erkentelijk zijn voor hun oplettendheid en voortvarendheid voor deze milieuschade. Onze verantwoordelijkheid als raad Zutphen voelt voor D66 soms nòg zwaarder omdat het bedrijf hier is gevestigd. Wij hebben nog wel een viertal vragen aan het College. De eerste is: hoe is de verdere verontreiniging vanuit de vergunningverlening en het toezicht geborgd? Zijn er mogelijk nog andere veroorzakers? “Is de vergunning op dit moment nog actueel? En we ontvangen graag een toelichting op de bevoegde gezagen. Want, in de motie spreken we nu over het waterschap. Maar, hoe verhouden die zich tot elkaar? Die verschillende gezagen, gezagvoerders dus.
Welke toezichthouders? En ook de onderlinge verantwoordelijkheid? Want, volgens ons is dit van belang op punt 3 wat we toegevoegd hebben om nader onderzoek te doen naar de bronnen en de vervuiler te laten betalen.” De VOORZITTER: “Ja, dank u wel. Dan hadden we derde indiener, GroenLinks. Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Het gaat hier om kleine deeltjes. Dan zou je zeggen: “Dat zijn ook kleine problemen.” Maar, dat is helaas een misvatting. Deze kleine deeltjes, die micro-plastics, die hebben twee eigenschappen. Heel vervelende eigenschappen. De ene is dat zij als het ware aanhechtingspunt zijn van allerlei schadelijke stoffen in de zin van pcb’s en allerlei andere ingewikkelde organische chemicaliën. Dat betekent, dat zij een gevaar vormen voor de ecosystemen. De tweede vervelende eigenschap is dat ze worden gegeten door organismen, daar niet verteren en dus in de maag achterblijven. Juist die combinatie maakt dat we hier echt met een serieus probleem hebben te maken. Na het indienen van de motie is er informatie toegestuurd. Dat zit bij de raadstukken en daaruit blijkt dat het bedrijf, Daly Plastics, zich volop bewust is van het probleem en daar ook heel hard aan werkt. Dus, wat betreft de GroenLinks-fractie twijfelen we ook absoluut niet aan de goede intenties van het bedrijf.
Maar, we constateren ook - en dat blijkt ook uit de meegestuurde informatie - dat nog lang niet alles op orde is en dat het noodzaak blijft om zowel vanuit de gemeente, maar ook vanuit de Waterschap, maar ook vanuit de Omgevingsdienst, alert te blijven op wat er gebeurt opdat de feitelijke resultaten ook worden bereikt. Het derde punt is, dat uit diezelfde informatie ook blijkt, dat Daly Plastics niet de enige bron is van plasticvervuiling met dit soort microkorrels in de IJssel, maar dat er ook andere bronnen zijn. Dat betekent dat ook wederom in de motie wordt gevraagd naar nader onderzoek met het detecteren, maar ook het nagaan van de oorzaken van deze vervuiling. Dat zijn bij elkaar drie redenen waarom GroenLinks gemotiveerd deze motivatie mee-indient. Uiteraard zullen wij dan ook vòòr stemmen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dan ga ik naar meneer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, wij willen D66 Zwolle hartstikke bedanken voor het opzetten van deze motie. Ik heb hem vergeleken met deze motie en het is bijna een kopie. Wij ondersteunen deze motie omdat wij het ermee eens zijn, dat de vervuiler in dezen wel moet betalen. Ik ben het ook met de heer Logemann eens dat we niet alles in de schoenen van Daly Plastics kunnen schuiven. Dat is wat ik wilde zeggen.”
279
De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer de Ridder.” De heer DE RIDDER: “Dank u wel, voorzitter. Iedere maandag kijk ik naar de nieuwste aflevering van De Vuilnisman met Teun van de Keuken, ook wel bekend van de Keuringsdienst van Waarde, die onderzoek doet naar de Nederlandse vuilnis- en recycle-industrie. En iedere week sta ik toch meer en meer verbaasd over de manier waarop deze industrie ‘het snelle geld’ boven mens en milieu stelt. Foute vuilnisondernemers die – bijvoorbeeld - niks doen aan brandveiligheid en daarmee de omgeving in groot gevaar brengen is wel een van de grootste punten. Sinds november vorig jaar is het duidelijk dat er in de gemeente Zutphen ook z’n foute vuilnisondernemer zit. Eentje die recent nog een winnaar was bij de Plastic Recycle Award van 2020. En deze foute vuilnisondernemer, Daly Plastics, heeft de afgelopen maanden wel een spoor van gedumpt plastic achtergelaten langs de IJssel omdat zij in feite eigenlijk zo goedkoop mogelijk willen produceren. Een direct gevolg van ophef door de media is natuurlijk dat er een investering van het bedrijf is geweest in preventie. Maar, dat had eigenlijk meteen moeten gebeuren.
Dan lijkt deze motie misschien wel mosterd na de maaltijd, maar er staat in de motie ook: “Het oproepen tot een grootschalig onderzoek naar vervuiling en het gezamenlijk hierin optrekken.” Daar kunnen wij eigenlijk niet op tegen zijn, dus wij stemmen vòòr. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Krijg ik een interruptie? Zie ik dat? Ik zie niet wie dat is. Het is weer weg. Ah, mevrouw van Wamel.” Mevrouw VAN WAMEL: “Ja, sorry. Ik wou even bezwaar maken tegen de manier hoe een bedrijf weg wordt gezet als ‘de foute vuilnisman’. Ik vind dit zéér voorbarig en ik vind dit ook niet kunnen. Zeker niet op deze manier.” De VOORZITTER: “Oké. Mevrouw Van Wamel, u heeft ook nu uw spreekbeurt, om het maar zo te zeggen. Gaat uw gang.” Mevrouw VAN WAMEL: “Oké, doen we alles in één keer. Ja, dat die plastickorrels niet in de IJssel horen, dat is buiten kijf. Daar zal iedereen het mee eens zijn. Dat er alles aan gedaan moet worden om dat te voorkomen, is natuurlijk ook helemaal duidelijk. En ja, er moet ook nog onderzoek gedaan worden of het niet alleen van Daly Plastics, komt maar ook van andere bronnen. En, natuurlijk zijn wij ervoor, dat de gemeente er achteraan moet zitten en dat gewoon vanuit de gemeente Zutphen er geen rommel in de IJssel komt. Wij hebben ook gelezen dat de Omgevingsdienst ook al heel druk bezig is om dit te monitoren.
Er moet vòòr 1 april een plan van aanpak komen en ook zij zitten er wel aardig bovenop. Dus, het is niet alleen aan de gemeente om daarmee bezig te zijn. Maar, dat het College daar achteraan kan zitten, is natuurlijk helemaal prima. Dus, wij zullen de motie wel steunen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Peteroff, VVD.” De heer PETEROFF: “Ja, dank u wel, voorzitter. Natuurlijk vindt ook de VVD, dat vervuiling van rivieren onacceptabel is en wij maken ons ook zeker zorgen over de fauna en de flora, zoals GroenLinks terecht opmerkt. Tegelijkertijd zien we ook wel een rol voor de bevoegde instanties zoals - maar niet uitsluitend - de Omgevingsdienst van de Achterhoek, de ODA. Het is diezelfde ODA die heeft vastgesteld dat er sprake is van lozing van kleine deeltjes plastics via de regionale waterzuiveringsinstallatie. Naar nu blijkt - zoals ik het heb begrepen - kan de waterzuiveringsinstallatie het water niet voldoende filteren. Tegelijkertijd heeft die ODA, nog steeds dus, de termijnen gesteld aan de Daly Plastics, om te komen tot het oplossen van de issues. Die laatste termijn verloopt pas in april. Vanuit de raad is het dan ook goed om de zorgen uit te spreken. Waarvan akte. En tegelijkertijd geldt ook, dat er al stappen zijn ondernomen door de ODA en we dat proces wel de ruimte moeten geven om tot resultaten te komen.
280
Ondertussen heeft Daly Plastics al aangegeven wat ze gaan verbeteren en dat de intentie is om te kijken of het ruimen van de plastic deeltjes uit de rivier mogelijk is. Bij de regionale waterzuiveringsinstallatie is sprake van aanbod, hè, dus water wat van de industrie komt en is er een uitgaand product, het gezuiverde water dat geloosd wordt in de IJssel. De VVD is dan ook wel benieuwd naar de monitoring van de inkomende en uitgaande waterstromen. Want, in de keten is er schijnbaar nog meer nodig en zijn er op meerdere punten nog verbeteringen nodig. Juist omdat deze motie zich beperkt tot het aanspreken van één bedrijf, ondersteunt de VVD deze motie vooralsnog niet. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Jansen?” De heer JANSEN: “Voorzitter, in beginsel ben ik het eens met de woorden van de heer Peteroff. In ieder geval is geschetst hoe het proces ongeveer loopt. Er is hier sprake van een indirecte lozing en als zodanig moet de motie ook rolvaster zijn. We hebben het ook vaak over rolvast, maar ik ook. Hier wordt toch de indruk gewekt, dat dat anders is. Rolvast betekent dat hier het College, in eerste instantie, aangesproken moet worden op haar verantwoordelijkheid namens de gemeenteraad als eerstbevoegde. De Omgevingsdienst van de Achterhoek is als zodanig niet het bevoegde gezag, dat is het College, maar is wel de uitvoerende partij namens het College.
In die hoedanigheid spreek ik het College aan om alles te doen en in het werk te stellen opdat de verontreiniging wordt vastgesteld en dat er ook stappen worden ondernomen, opdat de vervuiling niet verder kan doorgaan. Ik heb begrepen, dat er nog steeds verontreinigingen richting de IJssel gaan en dat komt omdat het heel lastig om de fijne microplastics, vaak ongeveer 3 millimeter, door de filters ook van de zuiveringsinstallatie uiteindelijk toch in de IJssel terechtkomen. Vastgesteld moet worden, voordat ook maar met één vinger naar welk bedrijf of naar wie dan ook kan worden gewezen, wat de bron is, maar, ook wie de veroorzaker is. Ik denk, dat het College daar een duidelijke rol en verantwoordelijkheid in heeft en dat het College er goed aan doet om dat uit te zoeken. Als het zo is, dat het inmiddels al is uitgevoerd, is het misschien handig om de raad meer inzicht te geven en desnoods het handhavingsrapport ook aan de gemeenteraad te laten zien en te informeren hoe de stand op dit moment is. Ik vraag mij dus af, wat de rol van het College in dit geval is geweest, wat de stand van zaken op dit moment is en wat voor de komende periode het uitgangspunt is om het probleem verder te voorkomen. Zelf het plastic uit de IJssel halen, dat gaat waarschijnlijk niet lukken.
Anders dat er alleen - naar mijn idee – door de hoogwaterperiode mogelijk een soort doorstroming en doorspoeleffect mogelijk zou zijn naar een lager gebied, richting Zwolle, waar wellicht ook neerslag kan zijn van meer plastics. En misschien, maar dat is maar een stille hoop, komt het niet in de voedselketen van meeuwen en andere vogels, maar kunnen wij daar nog een deel van het plastic afvangen. Dat het, hoe vreselijk het ook is en hoe ernstig het ook is, het schoonmaken van de IJssel, in dit geval, niet meer gaat lukken, anders dan per direct scherp opgezet moet worden en voorkomen moet worden dat er nog plastic de IJssel in kan stromen. Ik hoor graag de reactie van het College.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De eerste ronde hebben wij nu erop zitten. Graag Wethouder Werger met antwoorden op de vraag van meneer Jansen.” Reactie College (Audiopositie 02:54:50)
Wethouder WERGER: “Nou er zijn meer vragen gesteld, voorzitter. Dus, ik zal mijn best doen dat zo goed mogelijk te vertellen. Laten we beginnen met het feit dat hier twee partijen, in die zin, bevoegd gezag zijn en dat is het Waterschap in de eerste plaats, omdat zij bevoegd zijn over het water. In de tweede plaats is dat de ODA, dat is een gemeenschappelijke regeling die namens ons en andere gemeenten de zaken uitvoert en dus ook in staat is om de last zonder dwangsom op te leggen. Dus, ik snap dat de heer Jansen denkt dat wij meteen aan zet zijn, maar wij zitten eigenlijk in de achterhoede.