Handelingen Raad 29 en 30 maart 2021
Tekst van het document
281
Dat neemt niet weg dat we natuurlijk volledig geïnformeerd worden. En de situatie die ontstond daar zag je dat die twee gezagen - namelijk het waterschap en de ODA - samen optrokken. Dat in reactie op D66. Dat gaat ook heel goed. Feit is, dat ze samen met elkaar hier aan de slag zijn gegaan en dat inderdaad is geconstateerd dat het verontreinigen waren, dat er inderdaad geconstateerd is dat er acties ondernomen moesten worden en dat in goed overleg met de ODA inderdaad een aantal zaken gerealiseerd is. Maar, bij de hercontrole, vorige week, op 24 maart, bleek dat dat onvoldoende was. Dat betekent ook dat de ODA op 25 maart een duidelijke brief met een aankondiging heeft laten uitsturen aan Daly Plastics met de mededeling dat zij een last onder dwangsom vastgesteld hebben en dat er dus wel degelijk gehandhaafd wordt als de situatie niet wijzigt. Hierop moet dus ingegrepen worden. Dus, er zit van onze kant ook spoed achter en dat betekent ook dat Daly Plastic - en dat geef ik zonder meer toe - probeert op alle fronten goed mee te werken. Ze hebben ook aangegeven, dat er een nieuw filter in moest, maar dat dit - zoals een aantal van u ook al aangaf - onvoldoende was. Het bleek ook dat het schoonmaken van de eerste filters onvoldoende is omdat er ook op de grond nog van alles gebeurde.
Dat betekent dat Daly Plastics - naar aanleiding van de aankondiging van de last onder dwangsom - nog extra maatregelen heeft genomen. De extra maatregelen gaan over de verlading. Dus, waar gebeurt dat? Dat gebeurt nu binnen in het pand, zodat ze daar kunnen schoonmaken en niet buiten waardoor het kan wegstuiven. Maar, het laat onverlet dat wij uitermate alert zijn en de ODA uitermate alert is, samen met het waterschap, over wat er gebeurt en dus constant hercontroles verricht. Op basis daarvan moet ik u heel eerlijk zeggen, richting D66 ... Ik ga ervan uit, dat de vergunning actueel is. Want, we handhaven erop. Dus dan wordt het ook geïnspecteerd. Als u het zeker wilt weten, dan kan ik het voor u navragen. Maar, ik durf het dus niet met honderd procent zekerheid te stellen, maar gezien het feit dat wij zó vaak en dat de ODA zó vaak binnenkomt, ga ik ervan uit dat, dat dit is getoetst. Maar, ik vraag het voor u na. Nou, u zegt: ‘Hoe zit dat dan met die bevoegde gezagen?’ Volgens mij, werken de bevoegde gezagen hier samen. En als ik dan naar de motie kijk, dan denk ik bij mezelf: ‘U geeft handvatten genoeg waarin u zegt: ‘Laten we dan inderdaad met de andere gemeenten optrekken, laten we kijken of we nader onderzoek kunnen doen.
Laten we dit ook bij Rijkswaterstaat aankaarten en inderdaad gewoon die stappen zetten om te kijken of Daly Plastics nou de enige is die dit doet of dat er andere partijen zijn die voor die milieuverontreiniging zorgen. En om dus inderdaad te zorgen dat we daar de stappen in nemen. Ja, in die zin kan het College leven met die motie en geven we daar uiteraard graag uitvoering aan, waarbij ik dan inderdaad wel aan wil tekenen dat men inderdaad in onze rechtstaat onschuldig is tot het tegendeel bewezen is. Laten we dan inderdaad onderzoeken of Daly Plastics schuldig is en of er misschien ook andere partijen schuldig zijn.” De VOORZITTER: “Fijn. Dank u wel, Wethouder. Is er nog behoefte aan een tweede termijn? Ja. Meneer de Ridder.” Tweede termijn De heer DE RIDDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Ten eerste, is het mooi dat het College het wil overnemen. Dan wil ik toch nog wel even reageren op mevrouw Van Wamel. Ik vond het niet netjes om er meteen op te reageren namelijk. Ik wil zeggen, dat ik helemaal niks terugneem. Ik zal het nog een keer herhalen zelfs, mevrouw Van Wamel, zodat het blijft hangen. Er staat daar een foute ondernemer onze IJssel te vervuilen en dat bedrijf zou echt keihard moeten worden aangepakt, als het aan ons ligt. Dat ‘hand boven het hoofd houden van bedrijven’ moet maar eens afgelopen zijn. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Meneer Logemann.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter. Die laatste woorden zijn niet mijn woorden. Een aantal mensen heeft gesuggereerd - de heer Peteroff en eigenlijk ook de heer Jansen hintte daarop - dat de motie vooral betrekking heeft op het bedrijf Daly. Daly is wel de aanleiding, maar de motie is veel breder geformuleerd. Het pleit voor aandacht, het pleit voor samenwerking, het
282
pleit voor ook op lange termijn nagaan hoe deze gevaren kunnen worden voorkomen. Dus, in die zin is de motie veel breder dan deze collega’s hebben gesuggereerd. Het laatste punt wat ik wil noemen, is de motie in Zwolle. Dat was het initiatief van D66 Zwolle, maar ook van GroenLinks Zwolle. Dat wilde ik even genoemd hebben. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Jansen.” De heer JANSEN: “Ja, voorzitter, ook in reactie op meneer Logemann: de motie begint met de naam van het bedrijf. Het moet eerst vastgesteld worden dat het bedrijf, zoals het hier verwoord staat in de motie, ook daadwerkelijk de veroorzaker is. Zolang dat niet het geval is, vind ik het niet terecht dat de naam van het bedrijf hierop staat. Ik spreek ook de zorgen uit en in die zin ben ik het ook wel eens om een signaal af te geven en ook onderzoek te doen hoe we met meerdere gemeenten samen - en er is al een samenwerkingsverband - op verschillende fronten slimmer een zodanige aanpak en monitoring met elkaar in gang zetten opdat we niet alleen de kwestie van de IJssel opruimen, maar ook achterhalen waar het vandaan komt. Maar, nog beter: hoe kunnen we nou onze inwoners, van alle steden, zo goed mogelijk helpen ... opvoeden, laat ik het maar beter zeggen, om te voorkomen dat er juist plastic in de IJssel terechtkomt.
Dan heb ik het niet alleen over inwoners, maar ook over bedrijven die daar natuurlijk ook een rol in spelen. En dan heb je het niet alleen over plastics, maar nog veel meer over chemische ontwikkelingen die ergens in de IJssel terechtkomen. Volgens mij, is het wel duidelijk, denk ik.” De VOORZITTER: “Meneer Logemann, u heeft een interruptie?” De heer LOGEMANN: “Ja. Dank u, voorzitter. Het is natuurlijk volstrekt duidelijk, dat het probleem bij Daly begint. Maar, het is ook volstrekt duidelijk dat dit niet bij Daly eindigt. In die zin kan ik het ook niet met de heer Jansen eens zijn, dat deze motie hier ten onrechte het bedrijf Daly noemt. Uit alle correspondentie blijkt - en zeker die brief van de ODA - dat er wel degelijk bij Daly wat aan de hand is. Dat wordt ook helemaal niet ontkend door het bedrijf. Dus, laten we nou niet direct de schuldvraag oproepen. Het gaat er gewoon om dat het probleem wordt opgelost en het probleem zit voor een deel bij Daly en voor een deel ook bij andere bedrijven die we nog niet kennen. Daar is deze motie op gericht.” De VOORZITTER: “Oké, dank u wel meneer Logemann. Ik ga verder met meneer Manders, PvdA.” De heer MANDERS: “Ja. Dank u wel, voorzitter. Ten eerste, drie jaar terug naar de SP. Sorry hoor, maar die woorden staan mij echt nog bij. Daly Plastics heeft wel degelijk moeite gedaan, ook in het verleden, om het goed voor elkaar te krijgen.
Dat het niet goed gaat, dat is duidelijk. Met betrekking tot de heer Jansen: we hebben juist juridisch gekeken naar het verhaal. Ook met betrekking tot de tekst en de inhoud. Daar kan ik echt benadrukken dat Daly Plastics daarin voorkomt. Maar het komt ook uit het filmpje en het onderzoek dat gedaan is. Het is niet, dat wij zo maar een bedrijf roepen. Daarnaast kan ik hartstikke leven met de woorden van de wethouder en fijn dat wij steun ondervinden met betrekking tot deze motie. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Meneer Jansen, interruptie.” De heer JANSEN: “Voorzitter, dank aan de heer Logemann en ook de heer Manders voor deze woorden. Ik snap ook wat ze bedoelen. In die zin kan ik me wel voorstellen dat als het daarmee is vastgesteld dat ook met name Daly Plastics een van de bedrijven is die daarvoor wordt aangesproken. En dat het ook als zodanig met de uitleg wel voldoende is voor mij om de motie als zodanig te steunen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Meneer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil toch écht tegen de SP zeggen dat ik het uitermate schandalig vind hoe hier over een werkgever gesproken wordt waar ook
283
mensen werken die daar via de gemeente zijn gedetacheerd. Ik vind dat echt te schandalig voor woorden en onder de maat. Ik zou eigenlijk willen verzoeken aan iedereen om nooit zo over gerespecteerde ondernemers te spreken.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ten Holder, D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil de wethouder danken voor de toelichting op onze vragen. Het is fantastisch dat steden langs de IJssel gaan samenwerken om met elkaar aan deze milieuschade te werken. Het blijkt dat er bij ons bij de raad ook een meerderheid voor is. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Tot slot, meneer Peteroff.” De heer PETEROFF: “Dank u wel, voorzitter. Na intern overleg tijdens dit gesprek gaat de VVD, wel mee, met inachtneming wat ik al had aangegeven, dat het fijn zou zijn als er ook in die waterzuiveringsinstallaties gekeken kan worden naar monitoring. We vinden het jammer, dat Daly Plastics zo expliciet wordt genoemd, maar we vinden de uitleg van alle indieners en mede-indieners wel acceptabel. Omdat uiteindelijk toch de fauna en flora, de IJssel en het feit dat er vervuild wordt - door wie dan ook - belangrijker is, stemmen we wel mee met deze motie. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Even kijken. Volgens mij, betekent dit in ieder geval … Ja, ik heb de indruk dat u unaniem deze motie steunt? Ik zie allemaal knikkende gezichten.
Iemand die het er niet mee eens is, die hoor ik wel? Nee, niemand. Nou, dan bent u unaniem akkoord met deze motie. Dan is deze motie aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
21
SLUITING
De VOORZITTER: “. En dan nu hebben wij twee avonden met elkaar vergaderd en is het dan nu echt zo ver dat wij tot de sluiting komen. Ik dank iedereen voor de inbreng en het begrip dat ik af en toe probeer de zaken toch in de tijd te houden. Nou, ik wens u nog een goed vervolg van deze avond. Nogmaals dank allemaal. Tot ziens.” (De voorzitter sluit de raadsvergadering om 22.35 uur.) Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 april 2021,