CConstaterende datZutphen
Koppel je AI →
Document · PDF

Handelingen Raad 29 en 30 maart 2021

Raadsvergadering 26 april 2021, gemeente ZutphenBij agendapunt: Handelingen Raad 29 en 30 maart 202152.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Dat is wat ik u kan toezeggen.”

211

De VOORZITTER: “Dank u wel. Geen aanvullende vragen meer hierop? Mooi. Geen andere fracties meer op dit punt, in het vragenkwartiertje? Dat is fijn.”

6

CONTRACTERING HUISHOUDELIJKE ZORG 2021-2026 GRIFFIENR. 2021-0026 (Audiopositie 00:57:00 – Dit agendapunt was oorspronkelijk geagendeerd als punt 14)

De VOORZITTER: “Als u uw scherm heeft ververst, kunt u zien dat we nu doorgaan met ‘Contractering huishoudelijke zorg 2021-2025’. Ik inventariseer wie het woord wil voeren over dit punt. Ik zie D66, VVD, BewustZW, PvdA, CDA, SP, GroenLinks, ChristenUnie en Stadspartij. Ik geef eerst het woord aan mevrouw Ten Holder.” Eerste termijn Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Vanavond hebben wij van mevrouw Bak ook weer gehoord, dat de marktwerking in de zorg sinds 2007 is doorgeschoten. Dat is alom eigenlijk geen discussie meer bij ons in Zutphen. Zorg is mensenwerk en geen markt, ook niet voor D66. Zorgconcepten zijn nu vooral aanbodgericht in plaats van behoeftegericht. Dat blijft nog wel zo. Gelukkig hebben wij in onze ‘Strategische beleidsvisie sociaal domein’ daarover ook heel duidelijke uitspraken gedaan. De inwoner/cliënt moet volgens ons centraal staan. Voor D66 is het ook belangrijk dat het vertrouwen in de zorgmedewerkers weer meer de boventoon gaat voeren. Door bezuinigingen staan onderdelen, zoals de overbelasting van mantelzorgers, het doen van de was en de signalerende functie onder druk. Kleinschaliger, vraaggerichter, innovatiever en met minder regels en administratie: dàt is eigenlijk ons antwoord op de problemen in de zorg en dit roepen we al lang. We zien dat gelukkig terug in het voorliggende raadsvoorstel: een nieuw sturingsmodel.

Mooi dat ook wordt gekozen voor een duurzame relatieopbouw met de uitvoeringsorganisaties. D66 ziet dat met de juiste combinatie van huishoudelijke hulp, thuiszorg en mantelzorg – de informele zorg – mensen de regie kunnen houden op hun eigen leven en zo lang mogelijk in de door hen gekozen omgeving kunnen blijven wonen. Thuiszorg en huishoudelijke zorg is in iedere buurt net zo onmisbaar als de basisschool. En, die basisschool in de wijk verander je ook niet eens in de zoveel jaar. Maar, we hebben nog wel een aantal vragen aan het College. Ik zal ze hier opnoemen. Er zijn wat zorgpunten en we hopen dat die kunnen worden weggenomen vanavond.  Er heerst op dit moment grote krapte op de arbeidsmarkt. Hoewel het College nadrukkelijk heeft aangegeven, dat ze een rol ziet in de overname van personeel, hebben wij toch een zorgpunt. Verwacht het College dat de medewerkers afscheid gaan nemen van hun werkgever en dat die werkgever hen makkelijk zal laten overstappen? We hebben begrepen dat het om 250 tot 300 mensen gaat.  Is er ook begeleiding benoemd in de stukken over die overstap? Wij willen graag aandacht vragen voor het feit of het heel duidelijk gaat over een vrije keuze van de medewerkers en dat zijzelf de keuze maken welke van de drie geselecteerde organisaties voor hen passend is.

Omdat ook duidelijk is gebleken, dat niet iedere werknemer ervoor voelt om ook de werkgeversfunctie te gaan vervullen en wil overstappen naar een werknemerscorporatie.  In het nieuwe model leest D66 heel duidelijk, dat we vooral gaan inzetten op kwaliteitsverbetering. Maar, in de regel betekent kwaliteitsverbetering eigenlijk ook een kostenverhoging. Hoe ziet het College dit?  Het nieuwe model vraagt een geheel andere rol van de gemeente, waarin de hele opdrachtgeversrol – het formuleren van eisen, het monitoren, het beoordelen van prestaties – steeds belangrijker wordt. We weten uit andere dossiers en andere gemeenten, dat dit best een heikel punt betreft. Ik wil graag van het College horen, hoe we hierin excellent gaan worden.

212

Want, die kritische succesformule voor dit hele nieuwe systeem, is toch eigenlijk het partnership dat we willen aangaan met de uitvoeringsorganisaties. Dat was het. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik zie een interruptie van de PvdA. Gaat uw gang.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik heb één vraag aan de vorige spreker, namelijk over de stelling dat kwaliteit per definitie tot een kostenverhoging leidt. Ik kan mij namelijk ook situaties voorstellen, dat investeringen in kwaliteit op termijn ook leiden tot kostenverlaging. Ik heb wel behoefte aan een nadere toelichting hierop door de vorige spreker.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dat kan zeker. Dank u wel voor de vraag, meneer Bloem. Uw redenatie klopt, maar de kosten gaan voor de baten uit. Vooral als het hierom gaat. We zien in het plan ook heel duidelijk, dat we meer willen gaan investeren in de signaleringsfunctie en in preventie. We willen meer gaan investeren in het netwerk rondom de cliënt. Dus, er gaan meer indirecte uren van de directe cliënturen af. Dat kun je één-op-één uittekenen. Dat geldt ook voor ons, als gemeentelijke organisatie: we zullen eerst de omschakeling moeten regelen. We waren natuurlijk altijd al druk met aanbestedingsprocedures, maar dit gaat toch echt wel over iets heel anders. We zien het ook in andere dossiers. We mogen misschien ook wel naar onszelf kijken, als raad.

Het contact houden met de uitvoering is toch op een lager plan geraakt, de afgelopen jaren. Dus, ik denk dat het vraagt om investeringen, waarnaar we goed moeten kijken, of we daarvoor ook voldoende middelen genereren.” (Audiopositie 01:04:22)

De VOORZITTER: “Dank u voor het antwoord. Dan ga ik naar de VVD.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. De VVD is heel blij met dit plan. Ik heb al eerder gezegd in een Forum, dat de marktwerking uit de huishoudelijke zorg tijdens de coalitieonderhandelingen een heikel punt was. Wij konden ons op dat moment echt nog niet voorstellen, hoe we daaruit zouden komen. Ik ben blij, dat dit plan er nu ligt. Geïnspireerd door de woorden van mevrouw Ten Holder, die stelde dat het een heel ander plan is: ik ben het in die zin met haar eens, dat we met veel minder aanbieders te maken hebben. Maar, juist doordat we met minder aanbieders te maken hebben, kan aandacht voor kwaliteit, kan contact met de aanbieders veel makkelijker tot stand komen dan in de situatie van de afgelopen paar jaar. Dus, ik deel haar zorgen niet op deze wijze. Ik deel wel haar aandacht, dat we erop moeten toezien dat dit op een goede manier wordt ingevuld en dat we van begin af aan onze wens, om inhoudelijk goed met elkaar in contact te zijn, van meet af aan ook inzetten. De VVD zal van harte dit plan steunen en ziet met alle vertrouwen de toekomst tegemoet. Daarbij wil de VVD wel de kanttekening bij plaatsen, dat we na een jaar al goed moeten evalueren en dat we als raad graag op de hoogte worden gehouden van de resultaten. Dank u wel.” De heer JANSEN: “Voorzitter, dank u wel.

In het Forum hebben wij uitvoerig met elkaar gesproken over dit raadsvoorstel. Ik heb toen het een en ander gevraagd en daarop is het een en ander geantwoord door de wethouder. Ik ga ervanuit dat de vragen en aandachtspunten van mevrouw Bak door de wethouder worden meegenomen in de beantwoording van vandaag. De vragen die wij eerder hebben gesteld en de aandachtspunten voor met name het prestatiecontract en de procedures daarin, zijn volgens mijn fractie daarin meegenomen. Dus, dat is lovenswaardig voor de wethouder. We zien met belangstelling het vervolgproces tegemoet. Ik hoop ook dat wij worden meegenomen in het proces, zoals nu steeds is gebeurd. Volgens mij, is dit ook toegezegd door het College en de wethouder. Dus, niet over een jaar, maar bijvoorbeeld aan het eind van het jaar. Als de contracten daadwerkelijk zijn gesloten met de drie zorgaanbieders, hoop ik, dat wij worden meegenomen in de voortgang van de invulling van de drie contracten. Of er dan nog pijnpunten zijn of niet, dat zijn leermomenten voor de raad. Maar, dat maakt het proces ook zuiver. Dat geeft ook inzicht in wat er zoal speelt onder de bevolking van Zutphen.

213

Daaruit kunnen wij lering trekken en dan kunnen we bijsturen, indien dat nodig is. Maar, wij zijn het van harte eens met het voorstel zoals dat er nu ligt.” (Audiopositie 01:08:00)

De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. De PvdA is ook positief over dit voorstel. De oude situatie, waar thuishulpen veel wisselingen hebben en soms een loon ontvangen van € 11,50, terwijl commerciële aanbieders € 27,= per uur ontvangen, is met het nieuwe stelsel voorbij. In het nieuwe systeem wordt het geld juist geïnvesteerd in de kwaliteit van zorg in Zutphen en wordt geïnvesteerd in een betere samenwerking. Dit voorstel sluit ook goed aan bij de visie op het sociaal domein, om de zorg dichtbij te organiseren. Wat ook mooi is aan het voorstel is, is dat de coöperatie van thuishulpen – die geleidelijk aan is gegroeid – in het systeem ook een kans krijgt. In het Forum is een debat geweest over de keuzevrijheid. Wellicht maken sommige mensen zich zorgen, dat met drie aanbieders de keuzevrijheid minder groot is. Voor de PvdA gaat het vooral om de band tussen de cliënt en de thuishulp. Wij denken dat cliënten het niet zozeer belangrijk vinden om halfjaarlijks te zeggen welk bedrijf zij zouden willen kiezen, maar vooral dat zij een goede band met hun hulp opbouwen en hun hulp ook kunnen houden. De conclusie is: wij stemmen graag in met het voorstel.” De VOORZITTER: “Mooi. Zie ik nu een interruptie van mevrouw Ten Holder?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de PvdA.

In uw betoog zegt u, dat het vooral gaat om de relatie tussen cliënt en zorgmedewerkers. Zou dit in uw visie dan ook kunnen werken met zzp’ers? Ziet u helemaal geen meerwaarde in een goede organisatie, die ondersteunend is naar die medewerkers?” De heer BLOEM: “Ik denk juist, dat door met drie aanbieders te werken, er een garantie is dat thuishulpen zich kunnen focussen op de kerntaken, wat zij het liefst doen, namelijk: helpen en ondersteunen in het huishouden en zorg leveren. Dat zij ook weer contact krijgen met hun collega’s en niet van hot naar her worden gestuurd door een anonieme planner, die ergens anders werkt. Mijn inschatting is dus, dat zij juist door die solide aanbieders in staat zullen zijn beter hun werk te doen.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik heb nog één vraag, als dat mag, voorzitter. Een stuk bijscholing en het toerusten van expertise voor de mensen is toch ook van essentieel belang voor de ontwikkeling van de huishoudelijke hulpen, het feit dat zij bij meerdere cliënten steeds worden ingezet en de profielen van cliënten zullen veranderen? Dus, het is toch ook essentieel met welke organisaties we verder zakendoen?” De heer BLOEM: “Dat lijkt mij juist ook. Daarom zijn wij juist wel positief, dat er ook echt een langjarige verbintenis met die organisaties wordt aangegaan, zodat er ook sprake is van meer continuïteit.

Niet alleen voor die hulpen, maar ook voor de gemeente. Dat een organisatie ook echt intrinsiek gemotiveerd is om in de kwaliteit van de zorg te investeren, want zij zitten hier nog wel een tijdje. Een ander belangrijk punt is de evaluatie: als één van de drie zorgaanbieders niet voldoet aan onze eisen, is er altijd de mogelijkheid om het te beëindigen. Dus, dat is ook wel een belangrijk punt waarin het voorstel voorziet, denk ik.” De VOORZITTER: “Een momentje. Mevrouw Ten Holder, heeft u nu een antwoord? Ik heb ook nog een interruptie van de heer Yildirim.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik heb afgesloten, voorzitter. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dan ga ik naar de heer Yildirim. Timing in interruptie is wat ingewikkelder dan normaal.”

214

De heer YILDIRIM: “Ik zal het kort houden, maar ik heb toch een vraag aan de heer Bloem over die keuzevrijheid. Hij beschrijft wel heel leuk, hoe die er in de praktijk zou kunnen uitzien, maar kan hij het wel begrijpen vanuit de cliënt zelf? Want, uiteindelijk gaat vanuit hun kant de zorg wel weg. Bij hen is een grote zorg, dat zij de juiste zorg niet meer zouden kunnen krijgen. Dus, uiteindelijk vind ik dat de keuzevrijheid ook vanuit de cliënt moet worden bekeken, niet alleen maar vanuit de geleverde zorg.” (Audiopositie 01:13:00)

De heer BLOEM: “Ik ben het in die zin met u eens: juist de cliënttevredenheid is een belangrijk onderdeel, om na te gaan of de geleverde zorg goed genoeg is. Ik denk, dat in het nieuwe voorstel voldoende waarborgen zitten om die tevredenheid van de cliënt daarin mee te nemen. Ik denk – eerlijk gezegd – dat het voor de cliënten het belangrijkst is dat zij hun hulp kunnen kiezen. Dat maakt uiteindelijk het grootste verschil: of zij goed worden geholpen. Of die hulp nou komt van organisatie A of organisatie B in Zierikzee, dat maakt voor een cliënt niet zoveel uit, denk ik.” De heer Yildirim: “Voorzitter, de heer Bloem zegt: “Ik vind …” Maar, het gaat niet om wat wij al vinden, het is een keuze die we gaan maken. Dus, ik denk dat we ook duidelijkheid moeten geven aan de personen die de zorg krijgen. Wij moeten zorgen bij hen weghalen. Dus, iets neerzetten waarover iedereen zorgen heeft, vind ik in deze periode niet gepast.” De heer BLOEM: “Voorzitter, mag ik hierop nog antwoorden? Ik zal het kort houden. Als ik het betoog van mevrouw Bak hoorde, dan hoorde ik eigenlijk meer zorgen in het huidige systeem, zoals de situatie hiervóór is geweest: zowel bij thuishulpen, als bij cliënten.

Ik denk juist, dat we met het nieuwe systeem een deel van die zorgen kunnen wegnemen.” De VOORZITTER: “Mevrouw van Dijk heeft ook een interruptie.” Mevrouw VAN DIJK: “Voorzitter, ik wil graag reageren op de heer Yildirim. Die keuze voor degene die de zorg levert, wordt juist gewaarborgd doordat de organisaties de werknemers van elkaar overnemen. Ik vond de opmerking van de heer Bloem over een organisatie in Zierikzee iets minder gunstig, omdat we juist hebben afgesproken dat in ieder geval moet worden gezorgd, dat er een goede ontmoetingslocatie in Zutphen zal zijn. Dus, ik hoop dat het iets dichter bij huis zal zijn.’ De heer BLOEM: “Ik ben het met mevrouw Van Dijk eens, dat wij niet moeten zoeken naar een locatie in Zierikzee.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik door naar het CDA.” Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. We gaan weer iets nieuws doen en daarvan wordt iedereen altijd heel enthousiast. Vaak is dat ook wel terecht. In dit geval denk ik ook zeker wel, dat het in ieder geval veel beter kan dan het nu is. Het CDA maakt zich nog wel wat zorgen over dat de hulpen eigenlijk meer te doen krijgen. Als ik het verhaal van mevrouw Bak hoor, kan dat misschien wat wrijving geven. Wij willen dat ze meer een signaalfunctie krijgen, maar dan moeten mensen daarvoor ook zijn toegerust.

Als ik kijk naar wat er nu gebeurt bij de ambulante woonbegeleiding, dan is daar door de zorgregio nu gezegd – daar was de wethouder bij – dat het niet meer door mbo’ers mag worden gedaan, maar dat zeker een gedeelte van de zorg door hbo’ers moet worden geleverd. Nu gaan wij huishoudelijke hulpen een signaalfunctie geven, terwijl ze daarvoor eigenlijk nog niet zijn opgeleid. Dat vind ik best ‘n ding. Dus, we moeten goed kijken en monitoren, hoe zich dat in de praktijk gaat vormgeven. Want, het is niet niks. Er kunnen echt wel ongelukken gebeuren, als wij vertrouwen op die signaalfunctie en het werkt niet. Natuurlijk is het niet alleen afhankelijk van de hulp, maar we moeten wel alert blijven daarop, denk ik. Dat is wat ik het College echt wel wil

215

meegeven: blijf alert hierop, dat er geen mensen tussen de kieren doorvallen. Want, dat zou echt heel ernstig zijn. Dank u wel.” (Audiopositie 01:17:35)

De heer MÜLLER: “Dank u wel, voorzitter. Het is een bijzondere avond vanavond, voor de thuiszorgers en ook wel een beetje voor de SP. Ik zal u uitleggen waarom. Al meer dan tien jaar geleden inmiddels, in 2010, werd ik actief bij de SP. Ik was toen negentien. Daar kwam ik in aanraking met een fenomeen waarvan ik nog nooit had gehoord, met mijn negentien jaren, namelijk: huishoudelijke zorg. Ik leerde op politieke bijeenkomsten – zoals u die allemaal wel kent – mensen kennen als Tamara, Inge, Annie, Ali, Bianca en heel veel anderen. Zij vertelden mij over hoe hun werk was veranderd in de jaren daarvoor. Zij vertelden dat ze vroeger vertrouwde hulpen waren, trots op hun vak, maar dat ze nu steeds vaker bij mensen over de vloer kwamen die niet eens meer wisten wie ze waren, omdat ze zo vaak van werkgever waren veranderd. Ze vertelden dat hun loon was achtergebleven. Ze vertelden dat ze hun collega’s niet meer kenden, omdat de vaste werkplek was wegbezuinigd. Ze vertelden hoe ze niets meer hadden te zeggen over de invulling van hun eigen baan. Wij vonden dat schokkend en wij vonden dat iets daaraan moest worden gedaan. Want, dit had nooit de bedoeling kunnen zijn, dachten wij. Wij dachten: de politiek weet dit waarschijnlijk ook niet, net zoals wij dit niet wisten. Dus, laten we een zwartboek maken.

We maakten een zwartboek en verspreidden dat door heel Zutphen en boden het aan aan de gemeenteraad in 2013. Wat bleek tot onze verbazing? De politiek was wél op de hoogte. Sterker nog: dit was precies de bedoeling. Want, in 2007 had de politiek bewust ervoor gekozen om de zorg zo te organiseren, dat dit soort toestanden de praktijk werd. Want, door de invoering van de marktwerking was er een tegenstelling ingevoerd in het stelsel, met aan de ene kant de belangen van de huishoudelijke zorgers en hun patiënten – zij wilden goede zorg leveren en een fatsoenlijke baan hebben – en aan de andere kant de belangen van de eigenaren van de nieuwe commerciële zorgbedrijfjes, die vooral zoveel mogelijk winst wilden maken. Wij vonden dat de thuiszorgers te weinig macht hadden ten opzichte van de eigenaren van die zorgbedrijfjes. Daarom besloten we samen met die huishoudelijke zorgers actie te voeren voor de afschaffing van de marktwerking in de zorg. Ik kan het mij nog goed herinneren: het was rond Kerst 2015, er stond een grote kerstboom in de hal van het stadhuis en buiten was het koud. En 86 thuiszorgers waren op straat komen te staan, voor de zoveelste keer. Zij waren tot die tijd in dienst geweest van een bedrijf met de hippe naam ‘Zorgkompas’. Die thuiszorgers hadden een gouden zorgkompas gemaakt, waarvan de richtingwijzer wees in de richting van vaste contracten.

En, zij boden samen met ons dat gouden zorgkompas aan, aan de toenmalige zorgwethouder Patricia Withagen van GroenLinks. Op dat moment begon een balletje te rollen, want hoe meer acties die thuiszorgers voerden, hoe meer men het erover eens was, dat de huishoudelijke zorg meer samenwerking verdiende en meer zekerheid. Velen van u waren ook al daarbij. Er werd steeds meer openlijk nagedacht over alternatieven. We hebben het gehad over innovatietrajecten, over coöperaties, over stichtingen. Dat is een verboden woord geworden, ‘stichtingen’. Er is over van alles gesproken en gestemd, maar het leidde niet tot de afschaffing van die marktwerking. Het duurde te lang. En, een paar maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 besloten wij, als SP, daarom één belofte te doen: de SP gaat niet het College in als de marktwerking in de zorg blijft bestaan. De SP kwam wel in het College, zoals u weet. Het College ging meteen aan de slag en er werden direct nieuwe contracten afgesloten met zorgbedrijven, met veel hogere eisen, maar ook hogere vergoedingen, waardoor die marktwerking voor de duur van drie jaar werd ingedamd. Die drie jaren zijn nu voorbij. Dat betekent, dat wij vanavond voor een keuze staan: we kunnen tegen het voorstel van het College stemmen, wat betekent dat we de marktwerking opnieuw terrein laten winnen in Zutphen.

Dat betekent concreet: meer nieuwe concurrerende bedrijfjes op de zorgmarkt, elke twee jaar opnieuw wisselingen van werkgever, afhankelijkheid van welk zorgbedrijf een contract krijgt in Zutphen, verandering van de vertrouwde hulpen voor de patiënten en een ondergang van de goede werkgevers – zoals Matilda, waarover we Tamara net hoorden –

216

die niet overeind kunnen blijven in een markt met die hevige concurrentie. We kunnen ook vóór het voorstel stemmen. Dat betekent dat wij de huishoudelijke zorg gaan ordenen met een klein aantal bedrijven die geen winst willen maken, dat er vaste contracten komen, dat er…” De VOORZITTER: “Er is een interruptie van de heer Yildirim.” De heer YILDIRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil de heer Müller toch even interrumperen. Hij heeft het over concurrentie. Concurrentie hoeft niet altijd slecht te zijn. Door concurreren kun je eigenlijk ook een betere kwaliteit leveren. Want, door concurreren moeten de bedrijven beter hun best doen om in de markt te kunnen blijven. Ik begrijp wel, dat er zorgen zijn als de uitbetaling van het personeel daalt. Daar zijn wij ook tegen. Daarom hebben wij ook in 2018 een coöperatie ingericht. Maar, concurrentie is niet altijd slecht. Dat wil ik even duidelijk maken.” (Audiopositie 01:23:27)

De heer MÜLLER: Meneer Yildirim, hoe kunt u dit met droge ogen beweren? U lacht erbij, maar ik ben serieus. U hoort het verhaal van Tamara, u hoort de verhalen van thuiszorgers, u hoort wat er allemaal is gebeurd sinds de invoering van concurrentie in de huishoudelijke zorg in Zutphen. U hoort over thuiszorgers die elke twee jaar moesten overstappen naar een nieuw zorgbedrijf. En, u beweert dat het daarvan beter wordt? U leeft echt nog in de jaren negentig, meneer Yildirim. Die concurrentie heeft de zorg kapotgemaakt en het is hoog tijd dat we er een einde aan gaan maken. Het is bekend dat Burgerbelang altijd al de grootste tegenstander is geweest van het afschaffen van de marktwerking in de huishoudelijke zorg. Samen met D66 overigens. Het doet ons goed om te horen, dat dit voor D66 geen discussie meer is. Maar, ik zou toch wel een beroep willen doen op de heer Yildirim, op Burgerbelang: stem niet voor de zoveelste keer tegen. Laat de thuiszorgers niet voor de zoveelste keer in de steek.

Laat ze nog niet langer in onzekerheid verkeren en stem gewoon vóór het voorstel van het College, zodat zij ook kunnen doorgaan.” De VOORZITTER: “Ik denk dat uw beide punten duidelijk zijn.” De heer YILDIRIM: “Ik wil toch even reageren, als u het niet erg vindt, voorzitter.” De VOORZITTER: “Kan het kort? Uw stellinginname is duidelijk.” De heer YILDIRIM: “De heer Müller zegt dat wij tegen zijn, maar dat heb ik helemaal niet gezegd. Ik heb gewoon gezegd, dat concurrentie niet altijd slecht hoeft te zijn, dat het juist de kwaliteit van organisaties verbetert. Dus, de heer Müller moet vanuit zijn landelijke politiek ergens anders naartoe trekken. Dus, daarvan nemen wij verder afstand.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder, u werd uitgedaagd.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Graag wil ik de heer Müller vragen of hij wel in het hier en nu kijkt, als het gaat om D66 en het korte verleden daarvan. In 2018 heeft D66 mede een amendement ingediend op de stichting Huishoudelijke Zorg – een amendement waar u, als SP, tegen heeft gestemd – waarin werd verzocht aan het College om vooral een werknemerscooperatie te gaan opzetten in het Zutphense. Dus, u doet onze partij tekort door steeds alleen een facet te benoemen, dat in de alledaagse praktijk geen opgeld meer doet in het Zutphense.” De VOORZITTER: “Dank u wel.

Meneer Müller, een korte reactie en dan graag de afronding van uw verhaal.” De heer MÜLLER: “Dat klopt ook helemaal. Dat amendement ging over een coöperatie in het marktstelsel. D66 wil nu ook van die marktwerking af. Dus, u heeft helemaal gelijk, mevrouw Ten Holder.

217

Wij zijn hartstikke blij met de manier waarop D66 op dit moment in de discussie staat. Tegen de heer Yildirim zou ik nog willen zeggen, dat ik hem in contact kan brengen met de thuiszorgers. Dan kan hij met hen eens gaan praten over hoe goed concurrentie is geweest de afgelopen jaren. Want, de afgelopen jaren waren het Ali, Ciska, Linda, Milly, Marijke, Michella, Sanne, Ursula, Bianca, Tamara en bovenal Inge Oremus, die u hebben proberen duidelijk te maken, waarom het zó nodig is dat de marktwerking in de huishoudelijke zorg eindelijk wordt afgeschaft. Zij rekenen op ons vanavond. Zij zijn echt moe van het strijden. Ze zullen doorgaan als het moet, maar ze willen eigenlijk gewoon weer bezig zijn met hun werk. En, vanavond kunnen wij hen die mogelijkheid geven. Ik hoop, dat we dat gaan doen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks.” Mevrouw DOLFING: “Dank u wel, voorzitter. Ik wil mijn inbreng kort houden. Wij zijn voorstander van het voorliggende voorstel, zoals ik ook heb aangegeven in het Forum. Wij denken, dat er met een vast partnerschap met enkele zorgaanbieders veel meer zekerheid zal zijn voor inwoners en hun hulpen, doordat inwoners ook meer de mogelijkheid krijgen om een vaste hulp te kiezen.

Niet in de laatste plaats zijn we positief over het voorstel omdat het leidt tot meer directe sturing op kwaliteit door het College, en tot minder winstuitkering van geld dat eigenlijk naar zorg zou moeten gaan. Horende wat er net werd gezegd, is GroenLinks ook groot voorstander van keuzevrijheid. Alleen, wij denken dat meer keuze niet altijd leidt tot meer keuzemogelijkheden. Meer keuze betekent niet altijd dat je ook een betere afweging kunt maken. Maar, wij willen graag aansluiten bij de vragen die al eerder zijn gesteld over monitoring op de effecten, voor inwoners en voor hulpen. Zoals de wethouder in het Forum al zei, wordt door andere gemeenten naar ons gekeken, naar hoe het hier wordt gedaan en welke resultaten het oplevert, Ik ga ervanuit, dat het ook goede resultaten zal hebben. Dar wil ik het graag bij laten, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we naar de ChristenUnie.” (Audiopositie 01:28:37)

De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, dank u wel. Ik ben vanavond niet veel aan het woord, maar misschien is dat wel een zegen voor veel mensen. De ChristenUnie stemt in met dit voorstel omdat naar verwachting zowel de cliënten, als de zorgmedewerkers beter af zijn met drie zorgaanbieders en de administratieve druk voor het apparaat van de gemeente zal afnemen. Hopelijk kunnen we ook een dergelijk initiatief tegemoet zien bij de jeugdzorg. Als ik de berichten van gisteren lees over de ‘ontploffing’ van het aantal jeugdzorgaanbieders – met name in Gelderland – dan valt er nog wel wat te doen. Maar, voorzitter, het voortijdig afhaken van de huidige aanbieders – wat zou kunnen, kort na de aanbesteding – vormt een reëel risico op uitval van zorg in de overgangsperiode. Ik heb hierover gesproken met de wethouder. Ik doe een dringend beroep op de wethouder, om hieraan meer aandacht te besteden. De inrichting van een dergelijke organisatie, voorafgaand aan de aanbesteding, zou dit risico kunnen verlagen. De huidige tekst in artikel 5.5 biedt hiervoor onvoldoende zekerheid. Tot slot, voorzitter: bij de behandeling in het Forum is gesproken over het minimumloon en over de motie 2021-M0014 van de SP. Ik heb daar gezegd, dat ik het ermee eens ben.

Ik heb ook gevraagd: “Wat betekent de aanname van die motie voor onze contracten met de zorgaanbieders?” Daarop zou ik toch graag een antwoord willen hebben. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan gaan we naar de Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. We hebben net ‘n prachtig overzicht gekregen van de heer Müller, hoe de huishoudelijke hulp in Zutphen de afgelopen tien jaar heeft gevaren. We zijn blij met het voorstel dat er nu ligt. We hebben een prachtig proces doorlopen, samen met de wethouder. Veel vragen zijn ook beantwoord. Wij vinden het prima, dat nu de marktwerking

218

wordt teruggedrongen. Dat is goed voor de cliënt en de hulp. Ik denk, dat daarbij de arbeidsvoorwaarden voor de hulp beter worden en dat de hulp voor de cliënt beter wordt. Op die manier kunnen we dat goed borgen. Daarnaast denken wij, dat dit een mooie voorziening voor Zutphen is, zoals we het nu hebben neergezet. Ik wil de wethouder nog vragen ons mee te nemen in het proces dat we ingaan, als dit wordt aangenomen. En, als we knelpunten tegenkomen, dat die ook met de raad worden besproken, om die knelpunten op te lossen. Verder zullen wij graag instemmen met het voorstel dat er nu ligt. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Tot slot, is het woord aan Burgerbelang.” De heer YILDIRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ten eerste, wil ik mevrouw Bak bedanken voor haar verhaal. Ik heb daarvoor net helaas niet de gelegenheid gekregen. Zij bevestigt hiermee ook onze zorgen, dat er veel onrust is bij hulpverleners, maar ook veel onrust bij de mensen die de hulp krijgen. Er is veel onrust over hun toekomst. Daarom wil ik – naar aanleiding van de bijdrage van mevrouw Bak – de volgende vraag stellen aan onze wethouder: hoe groot is de kans dat mevrouw Bak ergens anders moet gaan werken? Voorzitter, in het Forum heeft Burgerbelang Zutphen Warnsveld haar zorgen benoemd over de beperking tot drie thuiszorgorganisaties. Veertien is misschien te veel, maar drie is veel te weinig.

Burgerbelang is van mening, dat inwoners van onze mooie gemeente, in deze zwarte coronaperiode, al veel zorgen hebben over hun toekomst en moeite hebben om overeind te blijven.” De VOORZITTER: “Ik zie een interruptie van de heer Müller.” (Audiopositie 01:33:00)

De heer MÜLLER: “Dank u wel, voorzitter. De heer Yildirim geeft aan, dat men zich zorgen maakt. Dat is ook logisch. Wij horen dat ook: mensen maken zich zorgen, want er komt weer een verandering aan. Maar wat denkt de heer Yildirim wat er gebeurt in de komende vijf, zes, zeven jaar, op het moment dat dit voorstel niet wordt aangenomen?” De VOORZITTER: “Voordat u daarop ingaat, meneer Yildirim, heeft mevrouw Dolfing ook nog een interruptie op dit punt.” Mevrouw DOLFING: “Ik hoor de heer Yildirim vooral zeggen, dat hij drie aanbieders te weinig vindt. Maar, ik hoor hem geen ander aantal noemen. Wat zou dan wel een goed aantal zijn, wat hem betreft? En, waarom heeft hij daarop geen amendement ingediend?” De VOORZITTER: “De heer Yildirim, gaat u verder.” De heer YILDIRIM: “Wat betreft de zorgen over wat ons over vijf jaar te wachten zou kunnen staan: als we kijken naar de cijfers van het onderzoek, dan zie ik daar geen slechte cijfers staan. Iedereen is eigenlijk gewoon tevreden. Dus, waarom ga je iets veranderen waarover mensen al tevreden zijn?” De VOORZITTER: “Ik heb een interruptie van de heer Müller.” De heer MÜLLER: “Dat is heel mooi, dat de mensen nu tevreden zijn. Dat komt ook precies door het beleid dat dit College is gaan voeren bij haar aanstelling.

Ik kan u ook vertellen, wat er gebeurt als dit plan niet wordt uitgevoerd: dan wordt de Zutphense zorgmarkt overspoeld door nog meer concurrerende zorgbedrijfjes. Dan blijft het een chaos. Dan zullen huishoudelijke hulpen moeten veranderen van werkgever naar werkgever. Dan verliezen patiënten hun vertrouwde gezichten, hun vertrouwde hulpen. Dát is wat er gebeurt, als dit voorstel vanavond niet wordt aangenomen. Als het voorstel wél wordt aangenomen, dan zorgen we voor ordening en rust.”

219

De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Bloem heeft ook een interruptie.” De heer BLOEM: “Dank u, voorzitter. Ik ben benieuwd, of de heer Yildirim tevreden is met het feit dat sommige thuishulpen € 11,50 per uur verdienen, terwijl hun bedrijf voor hetzelfde uur € 27,50 ontvangt. Bent u tevreden hoeveel middelen weglekken naar elders, buiten Zutphen?” De VOORZITTER: “Dank u wel. Er is ook nog een interruptie van mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik heb een interruptie op de heer Bloem: is dit gewoon een incident? Weet hij hoeveel de mensen verdienen bij de werknemerscoöperatie? Want, ik vind het wel vervelend om af te gaan op incidenten die wij hebben gehoord van insprekers. Is die € 11,50 de regel hier in Zutphen?” De VOORZITTER: “Ik stel voor, dat de wethouder die vraag straks meeneemt in zijn beantwoording en dat de heer Yildirim nu begint aan zijn afronding.” De heer YILDIRIM: “Voorzitter, zal ik eerst de vragen beantwoorden? Dan start ik met de vraag van de heer Müller. Ben ik tevreden met de huidige situatie? Natuurlijk ben ik niet tevreden. Maar, in 2018 hebben wij ook een coöperatie ingericht, waar de marktwerking wel uit is. Dus, ik weet niet waarom hij zich specifiek richt op een bepaalde organisatie, alsof in Zutphen alle organisaties dezelfde lage bedragen uitbetaalt. De andere vragen ben ik even kwijt. Mocht u nog duidelijkheid willen, dan hoor ik het graag.

Ik wil nog even verdergaan.” De VOORZITTER: “Wilt u ook gaan afronden?” De heer YILDIRIM: “Ja. Hiermee rekening houdend, moeten we het de bewoners niet moeilijker maken dan het al is. Deze mensen zijn zorgafhankelijk. Door deze verandering zullen zij nog meer zorgen ervaren. Laat de keuze over aan deze kwetsbare groep, zodat zij zelf kunnen bepalen van welke thuiszorgorganisatie zij hun zorg ontvangen. Het is immers al lastig om zorgafhankelijk te zijn. Daarom is het van groot belang dat men zelf kan kiezen bij wie hij/zij zich vertrouwd voelt. Een ander gevaar is wellicht, dat de winnaars van deze tender totaal geen verbinding hebben met onze gemeente of regio, dat het werk wordt gegund aan een organisatie die ver afstaat van ons en juist daardoor gaat het ten koste van zorg voor onze inwoners. Wij zijn van mening, dat dit voorstel op lange termijn problemen met zich gaat meebrengen. Momenteel wordt gebruik gemaakt van een maatwerkvoorziening. Dit houdt in dat cliënten zorg ontvangen die passend is bij hun situatie. Wanneer het aantal zorgorganisaties wordt beperkt tot drie, is de kans groot dat er minder maatwerk en meer algemene zorg zal worden geboden. Hierdoor bestaat het risico, dat cliënten niet de zorg ontvangen die zij willen. Voorzitter, om deze redenen zal Burgerbelang Zutphen Warnsveld onder protest instemmen met het voorstel.

Daarnaast willen wij een stemverklaring afleggen.” (Audiopositie 01:38:32)

De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Dolfing heeft een interruptie aan het einde van het betoog.” Mevrouw DOLFING: “Ik had nog een vraag gesteld. Ik ben al heel blij, dat u instemt met het voorstel. Mijn vraag was: u vindt drie keuzemogelijkheden te weinig. Later gaf u wel aan, dat u vindt dat kwetsbare inwoners … Ik vond het tegenstrijdig. Het leek mij, alsof u hen eigenlijk zou willen helpen met kiezen. Het lijkt mij, dat kiezen uit veertien aanbieders nogal lastig is. Ik wil dus eigenlijk nogmaals vragen: waar zit voor u dan wél het goede voorstel? Maar, nogmaals: dat was voordat ik hoorde, dat u vóór het voorstel gaat stemmen.” De VOORZITTER: “Dat is dus niet meer nodig. Volgens mij, heb ik alle fracties aan het woord gelaten. De heer Jansen wil het woord.”

220

De heer JANSEN: “Voorzitter, heel kort in reactie op de heer Yildirim: ik vraag me af of Burgerbelang wel van deze tijd is. Hij zegt namelijk: “Wij gaan onder protest vóór dit voorstel stemmen.” Er is geen enkel protest, er is geen enkele dwang. Het is uw eigen keuze: of u vóór bent of niet. Dus, ik denk dat u het wel in de goede context moet plaatsen. Het is uw keuze: u bent vóór of u bent tegen.” De VOORZITTER: “Ik stel voor, dat wij de eerste termijn nu afsluiten en de wethouder het woord geven, om kort te reageren op de vragen en opmerkingen die zijn gemaakt. Daarna kijk ik of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Wethouder Ten Broeke, gaat uw gang.” Reactie College (Audiopositie 01:40:07)

Wethouder TEN BROEKE: “Dank u wel, voorzitter. Dank voor alle reacties die zijn gegeven en voor de steun die is uitgesproken, al dan niet onder protest. Op dat protest zal ik zo ingaan. Ik start met de vragen die zijn gesteld. Ik begin bij wat werd genoemd door mevrouw Van Wamel, over nieuwe functies die worden gevraagd van thuiszorgers, zoals de signaalfunctie. Dit is net een punt dat momenteel al praktijk is. Veel thuiszorgers voeren al lang die signaalfunctie uit. Ze zijn ook gewend om signalen te herkennen en door te geven. Eigenlijk is het te weinig benut de afgelopen tijd. Daar zit ‘m de crux voor de komende tijd, om dit beter te benutten door goede afspraken te maken met alle andere zorgverleners of organisaties in het sociaal domein, die ook rondom die personen actief zijn. Dit is niet zozeer dat wij nieuwe capaciteiten of andere kwaliteiten vragen van thuiszorgers, maar vooral dat we dit beter moeten benutten en betere afspraken moeten maken daarover. Dus, ik zie dat niet als een probleem voor de komende periode.” De VOORZITTER: “Mevrouw Van Wamel, gaat uw gang. Het is makkelijker als interrupties even worden gemeld in de chat.” Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. De wethouder geeft aan, dat de hulpen die signaalfunctie al vervullen. Het verschil is wel, dat we dat nu meenemen in onze verwachting, waar het eerder ‘n extra was.

Waar het fijn was als het gebeurde en iemand dat spontaan al deed, gaan we er nu op vertrouwen. Dat vind ik wel degelijk een verschil. Dat maakt ook, dat het kwetsbaarder wordt. Waar het eerst ‘n extra was – we waren er heel blij mee, dat de hulpen het al deden – worden de hulpen er nu verantwoordelijk voor. Dat vind ik écht wel een verschil.” Wethouder TEN BROEKE: “Ook hiermee ben ik het niet helemaal eens. Ik begrijp wel wat u bedoelt, maar als we iets langer teruggaan in de tijd, was de signaalfunctie al echt wel essentieel in het werk van de huishoudelijke verzorging. Dat is in de loop der jaren wel veranderd en daarin is ook onderscheid gemaakt. Dat is ook mijn ervaring met de thuiszorgers die ik spreek: dit zit al in hen en wij gaan niet iets extra van hen vragen. Maar, wat misschien nog wel belangrijker is – juist voor de komende periode – is dat dit onderwerp de aandacht krijgt die het verdient, ook in de gesprekken met de nieuwe aanbieders, maar ook bij de andere organisaties in het sociaal domein. Volgens mij, is dat het belangrijkste dat we gaan doen. Over de periode waarin we overgaan van de oude naar de nieuwe contracten: dat heeft consequenties. Daar is al veel over gezegd. Dat betekent voor de thuiszorgers, dat zij ofwel bij de eigen organisatie kunnen blijven, ofwel overstappen naar een andere organisatie.

De nieuwe organisaties hebben de plicht om personeel over te nemen. Cliënten hebben de keuze voor één van de nieuwe organisaties. Daarin zit geen risico voor het personeel, dat ze ongewenst op straat komen te staan. Dus, wij komen tegemoet aan de zorg die mevrouw Bak uitsprak, en de wens om het werk op dezelfde manier te kunnen blijven doen. Er is geen risico dat dit niet goed gaat. Als het gaat over de krapte op de arbeidsmarkt: het voorstel dat wij nu voorleggen, gaat over de sturing en het model voor de huishoudelijke zorg. Dat is geen oplossing voor een veel breder onderwerp, namelijk: de krapte op de arbeidsmarkt. Dus, daarmee verandert er niet direct iets.” De VOORZITTER: “Er is een interruptie van de Stadspartij, wethouder.”

221

De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde de wethouder noemen, dat mensen een nieuw contract krijgen voorgelegd. Betekent dat, dat de nieuwe zorgaanbieders iedereen een contract moeten aanbieden? Als we straks drie nieuwe zorgaanbieders hebben, krijgen ze dan drie contracten voorgelegd en moeten ze kiezen? Hoe werkt dat?” (Audiopositie 01:45:14)

Wethouder TEN BROEKE: “Ik zal even een praktijkvoorbeeld geven. Laat ik voor dat voorbeeld mevrouw Bak aanhalen, die op dit moment bij een aantal cliënten thuis bezoekt en dat wil blijven doen, onder dezelfde arbeidsvoorwaarden en bij dezelfde cliënten. Ik ga ervan uit – op basis van het onderzoek – dat een groot deel van de cliënten op dit moment tevreden is over de persoon die bij hen thuis over de vloer komt. Dus, omdat ze ook willen dat mevrouw Bak dat blijft doen, kiezen zij voor de aanbieder waar mevrouw Bak naar toe wil. Dan is daar geen enkele drempel of onmogelijkheid.” De VOORZITTER: “Er is een interruptie van de heer Van Dijken.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Ik was even benieuwd, of de wethouder ook heeft gereageerd op mijn vraag over die aanbesteding? Als deze reactie zijn antwoord is op mijn vraag, vind ik het toch onvoldoende. Ik had een vraag gesteld op het voortijdig afhaken van de huidige aanbieders. Als hij daarop nog komt, vind ik het prima.” Wethouder TEN BROEKE: “Geen zorgen, meneer Van Dijken, daarop kom ik zo nog terug. Het onderwerp dat mevrouw Ten Holder noemde, dat een kwaliteitsverhoging ook direct een kostenverhoging betekent ... Volgens mij, zit dit echt anders. Ik ben van mening, dat er eerder geld verloren ging door het grote aantal aanbieders, waarop we te weinig grip hadden.

De situatie waarnaar we nu toegaan, is juist gericht op een langere termijn met een klein aantal aanbieders, waarmee we goede afspraken maken en waarop we grip houden, ook in financiële zin. Daarbij hebben we ook de gelegenheid om de kwaliteit te verbeteren. Dat was lastig mogelijk in de oude situatie en dat wordt nu beter. Dus, dat betekent niet direct een kostenverhoging. Maar, omdat we meer grip erop hebben, kunnen we de kwaliteit ook verbeteren. Dus, een kwaliteitsverbetering leidt niet direct tot een kostenverhoging. Iets dat niet alleen voor huishoudelijke zorg geldt, maar breder geldt in het sociaal domein, is het contractmanagement. Het voorstel dat we hier neerleggen, gaat over het sturen van en grip hebben op de huishoudelijke zorg. Het contractmanagement en de relatie met de aanbieder zijn hierin cruciaal. Dat betekent ook, dat wij iets moeten ontwikkelen en verbeteren in het contractmanagement. Dat geldt niet alleen voor de huishoudelijke zorg, maar daarmee zijn wij breder bezig in het sociaal domein. Dat is sowieso nodig. De heer Van Dijken stelde een vraag over het risico op het voortijdig afhaken van aanbieders in de periode dat de voorlopige gunning bekend is en een aanbieder denkt: “Ik hoor er niet meer bij, bekijk het maar, ik ga die periode ook niet afmaken.” In dat geval houdt die aanbieder zich niet aan de afspraken. Dat komt niet vaak voor.

Wij gaan ervan uit dat het niet gebeurt, maar natuurlijk houden wij wel rekening daarmee. Wij houden een scenario achter de hand voor àls dat gebeurt. Dat is echt het scenario dat een aanbieder diens verplichtingen niet nakomt, diens afspraken niet nakomt. Daarvoor hebben wij een scenario achter de hand, om dan toch te voorkomen dat mensen op straat komen te staan. Op dat moment is al bekend, wie de nieuwe aanbieders worden. Met die aanbieders gaan we dan een afspraak maken om te voorkomen dat mensen op straat komen, door hen in de tussentijd op te vangen.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Ik snap wat de wethouder zegt. Ik ben daarmee ook niet geheel ontevreden. Mijn zorg zit vooral in de discontinuïteit van de zorg. Het is heel lastig in te schatten – denk ik – hoe groot het risico is, dat aanbieders voortijdig afhaken. Juist omdat er zoveel onzekerheid is, vinden wij, dat je daarop van tevoren wel degelijk moet anticiperen, om te voorkomen dat cliënten zonder zorg komen te zitten.”

222

Wethouder TEN BROEKE: “Volgens mij, is het aan ons, als gemeente, om te zorgen dat de thuiszorgers de continuïteit hebben, dat zij zeker zijn van hun arbeidsvoorwaarden. Als wij dat regelen, kunnen de cliënten er zeker van zijn, dat zij de zorg krijgen die ze nodig hebben. Dat is – heel kort gezegd – wat wij gaan regelen.” (Audiopositie 01:45:14)

De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, de kans bestaat ook, dat medewerkers zelf afhaken in die periode. Dat ze zeggen: “Bekijk het maar, ik ga hier weg.” Dat zou ik ook heel vervelend vinden voor de cliënt. Dus, ook dat risico zit erin.” De heer YILDIRIM: “Voorzitter, ik wil even terugkomen op de vraag van mevrouw Van Wamel over de kwaliteit. Onze wethouder geeft wel een voorbeeld, maar hoe garandeert de wethouder dit? Kunnen wij worden geïnformeerd?” Wethouder TEN BROEKE: “Op de vraag van de heer Van Dijken kom ik zo meteen terug. Wat bedoelt de heer Yildirim?” De VOORZITTER: “Meneer Yildirim, kunt u iets duidelijker uitdrukken, wat u wilt weten van de wethouder?” De heer YILDIRIM: “Onze wethouder heeft aangegeven, dat de kwaliteit juist omhoog zou gaan door ons te beperken tot drie aanbieders. Maar, hoe garandeert hij dat? Hoe weet hij nou zeker dat die kwaliteit omhooggaat?” De VOORZITTER: “Ik wil vragen aan de raadsleden om echt tot een afronding te komen. We hebben al zoveel tijd hieraan besteed. Ik kan me niet voorstellen, dat u dit nog niet met elkaar heeft besproken. Het woord is aan wethouder Ten Broeke.” Wethouder TEN BROEKE: “Ik noem nog één keer de oude situatie en de nieuwe situatie. De kwaliteitsgarantie was in de oude situatie altijd slechter dan in de nieuwe situatie, want wij hadden daarin minder grip.

Contractmanagement over veertien verschillende aanbieders lukt per definitie slechter dan met maximaal drie aanbieders. Dus, als u garanties wilt, dan kunt u beter kiezen voor drie aanbieders dan doorgaan met deze huidige situatie. De heer Yildirim noemde in zijn eerste termijn ook de kans dat mevrouw Bak ergens anders komt te werken. Daarvan heb ik al eerder aangegeven: die kans is er wel, maar het zal altijd onder dezelfde arbeidsvoorwaarden zijn. Als ik mevrouw Bak goed heb gehoord, gaat het haar niet per se om dezelfde werkgever met dezelfde naam of hetzelfde logo, maar om dezelfde omstandigheden, waarin zij voor dezelfde cliënten kan blijven werken. Zij wil niet per se voor veertien verschillende concurrerende aanbieders werken. Dus, volgens mij, komen wij daaraan tegemoet met dit voorstel.” De heer VAN DIJKEN: “Voorzitter, ik heb nog een laatste interruptie. Vanuit mijn partij wil ik de wethouder aan zijn toezeggingen houden, die hij nu doet over het voorkomen van discontinuïteit in de zorg. Wij horen wel, hoe dat verder verloopt. Dank u wel.” Wethouder TEN BROEKE: “Het laatste punt van de heer Van Dijken, over de continuïteit van zorg: in principe is dat natuurlijk niet anders met de periode tijdens een contract. Ook daar gebeurt het, dat een enkele thuiszorger – om welke reden dan ook – van baan wisselt of een andere kant opgaat.

Ook dan regelen wij natuurlijk de continuïteit van zorg. Dus, dat is ook gewoon de dagelijkse praktijk. We moeten ervoor zorgen dat, op het moment van ingang van een nieuw contract, het niet massaal gebeurt.” De VOORZITTER: “Ik denk, dat er genoeg is gewisseld. Is er nog behoefte aan den tweede termijn?

223

Nee, dat is niet het geval. Mevrouw Ten Holder, heeft u behoefte aan een tweede termijn of aan het geven van een stemverklaring?” Mevrouw TEN HOLDER: “Nee, voorzitter, dank u wel. Ik heb misschien niet goed geluisterd, maar ik heb één vraag niet beantwoord gehoord. De vraag ging over de geheel nieuwe rol die de gemeente zelf moet gaan uitvoeren en wat dat vraagt. Vooral die opdrachtgeversrol, om die goed en excellent te gaan uitvoeren.” (Audiopositie 01:55:13)

De VOORZITTER: “Wethouder, zou u die vraag nog kunnen beantwoorden? Daarna ga ik over tot stemming.” Wethouder TEN HOLDER: “Ik heb daarover genoemd, dat het belangrijkste daarin niet alleen geldt voor huishoudelijke zorg, maar breder in het sociaal domein: dat onze opdrachtgeversrol meer aandacht moet krijgen, door vooral sterk in te zetten op het contractmanagement. Dus, dat gaat hier bij de huishoudelijke zorg gebeuren, maar ook breder, bij de Wmo, jeugd en andere ‘takken van sport’. Dus, daarvoor hebben wij hier aandacht. Dat is ook iets dat komende maanden gaat gebeuren en wat we heel goed kunnen meenemen in de evaluatie, waarom mevrouw Van Dijk en anderen vroegen.” De VOORZITTER: “Oké. Prima. Ik zie in ieder geval een stemverklaring vanuit Burgerbelang. Ik ga de lijst af. De heer Yildirim van Burgerbelang, u kunt een korte stemverklaring geven.” De heer YILDIRIM: “Wij voelen ons, als Burgerbelang, niet gebonden aan een doctrine. Wij zien de voor- en nadelen van marktwerking en wij staan open voor de beste ideeën. Wij willen gewoon goede huishoudelijke zorg voor onze inwoners met goede voorwaarden voor de werknemers. Of het aanbod beperken tot drie aanbieders de huishoudelijke zorg zal verbeteren, weten wij niet.” De VOORZITTER: “Meneer Yildirim, dit is echt geen korte stemverklaring. Kan het gewoon in een paar zinnen?” De heer YILDIRIM: “Ja.

Mijn laatste zin: wij horen vanavond veel mensen met een verwachting. Dat dwingt ons om kritisch te blijven. Wij zullen instemmen met dit voorstel, omdat wij denken dat de zorg vooral baat heeft bij een breed gedragen beleid.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Ik krijg een appje van de griffier, dat ik niet tot stemming hoef over te gaan, omdat wij constateren dat u allemaal vóór het voorstel bent. Ik wacht even af of u dat ook vindt. Dat is het geval. U bent allemaal vóór het voorstel en Burgerbelang heeft daarbij nog een stemverklaring gegeven. Dan kan ik constateren, dat u unaniem akkoord bent met dit voorstel. Daarvoor dank ik u, na dit lange gesprek. Dan stel ik voor de vergadering even te schorsen, voor ongeveer tien minuten. Om 21.40 uur zie ik u weer terug.” Besluit: Het voorstel wordt unaniem aangenomen. Er wordt een stemverklaring afgelegd door de fractie Burgerbelang. De vergadering wordt geschorst. De vergadering wordt hervat.

7

BENOEMING GRIFFIER GEMEENTERAAD ZUTPHEN GRIFFIENR. 2021-0037 (Audiopositie 02:05:00)

De VOORZITTER: “Dan komen we nu bij agendapunt 7: ‘Benoeming griffier gemeenteraad Zutphen’. Voor dit punt wil ik de heer Brunsveld het woord geven.”

224

De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, dank u wel en ook dank aan de collega-raadsleden, want ik moet zeggen: tot u spreekt een opgetogen voorzitter van de selectiecommissie voor de nieuwe griffier. We hebben net al een stukje taart gekregen van de SP en ik denk dat we vanavond nog wel een stukje taart kunnen gaan nuttigen. Misschien even goed ... Voor de duidelijkheid: in de selectiecommissie hebben volgende raadsleden zitting genomen: dat is mevrouw Yvonne ten Holder en de heren Harrij Hissink, Emrah Yldirim, Dolf Logemann en Abel van Dijken. Daarnaast is onze griffier, de heer Jules Vullings, adviseur van de commissie. Ik spreek even voor mijzelf, maar we hebben buitengewoon prettig samengewerkt. In de afgelopen periode zijn wij op zoek gegaan naar een nieuwe griffier, aan de hand van het door ons opgestelde functieprofiel. We hebben veel brieven ontvangen en ook beoordeeld. We hebben gesprekken gevoerd en adviezen opgehaald. We hebben gewikt, gewogen en we hebben ook een keuze gemaakt. De commissie wil heel graag voorstellen om de heer Amresh Dewkalie te benoemen als nieuwe griffier van de gemeente Zutphen. Amresh heeft ruim twintig jaar ervaring in het openbaar bestuur en is momenteel raadsgriffier van de gemeente Beuningen. Hij is 48 jaar en woont in Nijmegen. Hij kan op maandag 17 mei beginnen als griffier en volgt dan de interim-griffier Jules Vullings op.

Vanaf dat moment kan hij ook de eed of de gelofte afleggen. Voorzitter, ik wil u vragen of u het besluit voor de benoeming van de heer Amresh Dewkalie als griffier van de gemeente Zutphen wilt voorleggen aan deze gemeenteraad. Aan u het woord.” De VOORZITTER: “Bedankt voor deze mooie introductie. Ik zou inderdaad willen vragen of de raad kan instemmen met dit voorstel? Ik zie iedereen knikken. Dan kunnen we even applaudisseren. Natuurlijk een hartelijk welkom aan de heer Dewkalie en we zullen dat natuurlijk nog – hopelijk – live doen, maar in ieder geval op een iets betere manier dan nu. Het is een beetje kaal zo. Maar, volgens mij zit de heer Dewkalie ook niet in onze uitzending.” De heer BRUNSVELD: “Nee, voorzitter, Hij zit niet in de uitzending. Als het goed is, volgt hij het wel via YouTube.” De VOORZITTER: “Oké, dan kunnen we eigenlijk alleen maar zwaaien. Mooi. Fijn, we hebben het besluit genomen en wij heten hem van harte welkom vanaf 17 mei.” Besluit: Aangenomen.

8

VASTSTELLEN HANDELINGEN

8.a

Handelingen raad 1 maart 2021 (Audiopositie 02:08:30)

De VOORZITTER: “De Handelingen, agendapunt 8. Het vaststellen van de Handelingen van 1 en 2 maart. Iedereen akkoord?” Besluit: Aangenomen.

9

LIJST INGEKOMEN STUKKEN RAAD 29 MAART 2021

De VOORZITTER: “Dan zijn we bij punt 9, ‘Lijst ingekomen stukken raad 29 maart 2021’. Geen opmerkingen.” Besluit: Voor kennisgeving en conform de gedane afhandelingsvoorstellen besloten.

225

10

HAMERSTUKKEN

10.a Aanvraag bijdrage bij BZK voor opsporing en ruiming explosieven in de gemeente Zutphen 2020 GRIFFIENR. 2021-0021 (Audiopositie 02:08:45)

De VOORZITTER: “Dan komen we bij de hamerstukken. Dat betreft onder 10.a, aanvraag bijdrage bij BZK voor opsporing en ruiming explosieven in de gemeente Zutphen 2020. Griffienummer 2021-0021. Iedereen akkoord? Aldus besloten.” Besluit: Aangenomen.

10.b Benoeming Forumlid Marloes Roerdink voor Burgerbelang Zutphen Warnsveld GRIFFIENR. 2021-0031 (Audiopositie 02:08:55)

De VOORZITTER: “Onder 10.b, benoeming Forumlid Marloes Roerdink voor Burgerbelang Zutphen Warnsveld. Als niemand daar iets op tegen heeft, dan wil ik haar vanuit haar huis graag de belofte laten uitspreken. Mevrouw Roerdink, bent u in ons gezelschap? Dat is mooi. U wilde heel graag vanavond de belofte al uitspreken. Dus, dan doen we dat. Dat betekent dat ik nu de belofte ga voorlezen en dat u aan het einde zegt: “Dat verklaar en beloof ik.” “Ik verklaar dat ik om tot Forumlid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in het ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als Forumlid naar eer en geweten zal vervullen.” Mevrouw ROERDINK: “Dat verklaar en beloof ik.” De VOORZITTER: “Dat is mooi. Van harte welkom in ons midden. De bloemen komen naar u toe en we zien u hopelijk weer een keer in ons midden. Mevrouw ROERDINK: “Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank.” Besluit: Aangenomen.

10.c Vaststelling bestemmingsplan "Snippergroen Zuidwijken" GRIFFIENR. 2021-0008 (Audiopositie 02:10:34)

De voorzitter: “Onder 10.c, Vaststelling bestemmingsplan "Snippergroen Zuidwijken". Griffienummer 2021-0008. Niemand iets? Bij dezen aangenomen. Besluit: Aangenomen

226

10.d Vaststellen bestemmingsplan 'Kerkhofweg 10' GRIFFIENR. 2021-0018 (Audiopositie 02:10:44)

De voorzitter: “Onder 10.d, Vaststellen bestemmingsplan 'Kerkhofweg 10'. Griffienummer 20210018. Akkoord? Ook akkoord.” Besluit: Aangenomen

10.e Bekrachtiging geheimhouding anterieure overeenkomst Driesteek 7 GRIFFIENR. 2021-0024 (Audiopositie 02:10:50)

De voorzitter: “Onder 10.e, Bekrachtiging geheimhouding anterieure overeenkomst Driesteek 7. Griffienummer 2021-0024. Akkoord? Conform besloten.”. Besluit: Aangenomen

10.f Vaststellen bestemmingsplan Driesteek 7, Zutphen GRIFFIENR. 2021-0023 (Audiopositie 02:10:54)

De voorzitter: “Onder 10.f, Vaststellen bestemmingsplan Driesteek 7, Zutphen. Griffienummer 2021-0023. Ook akkoord? Conform besloten.” Besluit: Aangenomen

10.g Krediet thuiswerkplekvergoeding GRIFFIENR. 2021-0025 (Audiopositie 02:11:00)

De voorzitter: “Onder 10.g, Krediet thuiswerkplekvergoeding. Griffienummer 2021-0025. Ook akkoord? Conform besloten.” Besluit: Aangenomen

11 FINANCIERING EN REALISATIE ROTONDE N346-ALMENSEWEG GRIFFIENR. 2021-0030 (Audiopositie 02:11:10)

De VOORZITTER: “Dan gaan we verder met agendapunt 11, ‘Financiering en realisatie rotonde N346-Almenseweg’. Dit punt is aangekondigd in het Technisch Blok. Ik zie als eerste de heer Logemann reageren. Het is het makkelijkst voor mij, als u dat doet in de chat. Ik zie ook de heer Brunsveld en de heer Peteroff. Meneer Logemann, gaat uw gang.” Eerste termijn De heer LOGEMANN: “Dank u, voorzitter.

227

Het behoeft geen twijfel dat GroenLinks dit kredietvoorstel steunt. De noodzaak ervan, in de sfeer van ongelukken, is evident. Als bovendien 94 procent van de kosten door anderen wordt betaald, dan zeg je natuurlijk “Ja” tegen dat voorstel. Ik heb wel een aandachtspunt bij de verdere uitwerking. Kortgeleden is een rotonde aangelegd in de N348, tussen Eefde en Gorssel, om dezelfde reden, namelijk dat daar veel ongelukken tussen auto’s plaatsvonden. Wat zich nadien heeft voorgedaan, is dat er toch nog de nodige ongelukken zijn gebeurd, ondanks dat die rotonde daarin misschien verbetering heeft aangebracht. Nu zijn er vooral ongelukken met fietsen gebeurd. Kennelijk zien automobilisten die op die rotonde de fietspaden passeren, de fietsers over het hoofd. Dit lijkt me een punt om mee te nemen in de verdere uitwerking van deze rotonde. Laten we leren van de lessen die te trekken zijn uit de ervaring met die rotonde. Het moet natuurlijk niet zo zijn, dat we ongelukken met auto’s gaan inwisselen voor ongelukken met fietsers. Dank u wel.” De heer BRUNSVELD: “Dank u, voorzitter. In de raadsvergadering van 14 december 2020 heb ik al gepleit voor het aanpakken van de kruising N346-Almenseweg. Wat het CDA betreft, heeft het laatste ongeval daar plaatsgevonden. De wethouder heeft toen, in december, aangegeven bij de raad terug te komen, zodra een voorstel vanuit de Provincie bekend is.

Geweldig dat dit nu aan de orde is en dat we met deze zeer beperkte gemeentelijke bijdrage dit knelpunt kunnen oplossen. Het CDA stemt hiermee heel graag in. Ik heb een hele korte vraag aan de wethouder: is er al meer bekend over het standpunt van de gemeente Bronckhorst? En heeft dit eventueel gevolgen voor de gemeente Zutphen?” De heer PETEROFF: “Dank u wel, voorzitter. Ook de VVD vindt dit een fijne oplossing. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. De bijdrage is inderdaad verhoudingsgewijs goed verdedigbaar. Aansluitend op de heer Brunsveld, willen wij ook graag van de wethouder horen, of het nog gevolgen heeft als Bronckhorst onverhoopt niet mee instemt. Dank u wel.” De heer JANSEN: “Voorzitter, dank u wel. Wij zijn het van harte eens met dit voorstel, temeer omdat hier toch bijzonder veel ongevallen hebben plaatsgevonden. Door de heer Brunsveld werd al gezegd: “Veiligheid gaat voor alles.” Absolute veiligheid bestaat niet, maar ik denk dat met deze rotonde voldoende wordt gedaan aan de wens van veel gebruikers en dan niet alleen in de directe omgeving van onze gemeente. Ik denk, dat we ook – hoe krap we ook bij kas zitten – daarvoor het geld moeten vrijmaken. Gelukkig is het maar eenmalig.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Zijn er nog andere fracties die het woord willen voeren? Dat is niet het geval.

Wethouder Matser, wilt u kort antwoorden op de vragen die zijn gesteld? Wethouder Matser reageert niet. Dit is wel een beetje lastig zo.” De heer JANSEN: “Voorzitter, mag ik een voorstel doen? Ik stel voor dit punt even aan te houden, tot de wethouder weer is aangesloten.” De VOORZITTER: “Ik stel voor, dat we dit punt gewoon even afmaken.” (Audiopositie 02:16:06)

De heer JANSEN: “Dat is ook een voorstel: dat we dit punt afmaken en dat hij later antwoord geeft.” De VOORZITTER: “Ik ga kijken of ik de wethouder kan bereiken. Ik kan de wethouder niet bereiken. Het lijkt me handig dat we antwoord krijgen van de wethouder. Dus ik hou dit punt maar even aan.” Reactie College (Beantwoording op dinsdag 30 maart 2021) (Audiopositie 30 maart (00:03:51)

228

Wethouder MATSER: “Dank u wel, voorzitter. Excuses voor het feit dat ik gisteren ineens helemaal van de radar af was. Ik hoop dat ik dat vanavond goed kan maken met deze bijdrage. Ik herhaal even de vragen, zodat we weer even met elkaar de context te pakken krijgen. GroenLinks vroeg iets over de rotonde en fietsers. Dat was met name op basis van ervaring met de N348 waar ongelukken zijn ontstaan met fietsers in plaats van met auto’s. Ik zal dat zeker meegeven aan de Provincie. Want de Provincie is de uitvoerder van de nieuwe rotonde, dus dat gaat die richting zeker op. Dit is een zeer belangrijk punt. Het CDA vond het heel geweldig dat we dit probleem gaan oplossen, maar waar staat de gemeente Bronckhorst precies? Wat betekent het als zij niet gaan instemmen? Ik weet op dit moment niet waar de gemeente Bronckhorst staat. We hebben als drie wethouders - van Lochem, Zutphen en Bronckhorst - afgesproken dat we het in onze Colleges gaan bespreken en dat daar vervolgens een standpunt over wordt ingenomen. Lochem gaat akkoord, u gaat vanavond een besluit nemen. Bronckhorst staat nog in de wacht. Wat betekent het als Bronckhorst niet gaat meedoen? Dat weet ik niet. Dat is aan de Provincie. Het is voor ons van belang om in ieder geval een duidelijk signaal af te geven of wij wel of niet akkoord gaan met een bijdrage, zoals die is omschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zutphen&id=919ca995-c3ef-45d9-bb48-b62b442f1892