Handelingen Raad 26 april 2021
Tekst van het document
304
Wethouder WERGER: “Voorzitter, nogmaals: als het gaat om onduidelijkheid over het bestemmingsplan: wij hebben u zo uitvoerig mogelijk geïnformeerd. Het bestemmingsplan behelst meerdere zaken. Als u goed heeft gelezen, heeft u kunnen zien dat het bestemmingsplan aangeeft voor deze locatie: ‘wonen gestapeld’. Gestapeld betekent in principe, dat er appartementen mogelijk zijn. Appartementen betekent sowieso dat je de hoogte ingaat. Nogmaals: die veertien meter geldt ook gewoon voor dit gebied. Het bestemmingsplan in 2013 is ook vastgesteld op deze kavel waar inderdaad altijd al wonen was toegestaan en juist ook gestapeld. Het is deze projectontwikkelaar die júist in samenspraak met omwonenden heeft gezegd, dat hij afstapt van al die appartementen en dat hij het gaat verkleinen naar vijf grondgebonden woningen. Uiteindelijk als resultaat zelfs vier grondgebonden woningen, om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan omwonenden. Het is dus gewoon onderdeel van het bestemmingsplan.” De VOORZITTER: “Dan lijkt mij, dat alle vragen zijn beantwoord. Is er behoefte aan een schorsing, zodat u hier en daar kunt overleggen? Ik geef u ook nog mee, dat u als raad kunt besluiten dit voorstel aan te houden. Dat kan het College niet voorstellen. Hierover heb ik ruggespraak gehouden met de griffier. Voor de zekerheid vraag ik het nog een keer aan de griffier of het klopt wat ik zeg.
De griffier zegt dat het klopt. Dus we moeten hem maar geloven. Hij appt het mij. Ik zie twee handen. De heer Krans.” De heer KRANS: “U vroeg of het verstandig zou zijn om even te schorsen. Dat lijkt mij niet onverstandig. Maar, als ik de enige ben die dat niet onverstandig vind, moeten we dat vooral niet doen.” De VOORZITTER: “Het leek mij ook wel handig om dat even te doen. De heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, de vraag op dit moment is, of het College het voorstel kan aanhouden. Dat klopt. Dat kan niet. Het College kan het wel terugtrekken en het over een maand alsnog weer opnieuw aan de raad te vragen te agenderen. Dat is wel mogelijk. Maar goed, we zijn nu in een andere fase. Ik zie hoe het verder loopt.” De VOORZITTER: “Oké. De heer Manders.” De heer MANDERS: “Voorzitter, een ordevoorstel. Naar aanleiding van de heer Van Dijken, zou ik toch willen vragen om het aan te houden. Ik zou het zonde vinden om het hier op dit moment af te stemmen, want dan zijn we nog verder van huis. Zo probeer ik even te kijken hoe de wethouder ernaar kijkt.” De VOORZITTER: “Oké. Er komt nu een voorstel van de heer Manders om dit voorstel aan te houden. Dat besluit kunt u als raad nu nemen. Nogmaals: het College kan dat niet voorstellen. U kunt dat nu wel doen. De heer Manders doet dat.
Ik denk, dat het nu voor mij het makkelijkst is om te vragen wie het voorstel van de heer Manders steunt? De heer Krans, u heeft ook een ordevoorstel?” De heer KRANS: “Nee, ik niet. Ik ben heel voorzichtig tegenwoordig met ordevoorstellen, maar ik beschouw het voorstel van de heer Manders als een ordevoorstel. Ik stel voor om dat gewoon in stemming te brengen.” De VOORZITTER: “Ja, dat ga ik dan doen. Dan ga ik mijn lijstje pakken. Ik vraag de Griffie om mee te turven. Ik heb een ander lijstje dan de vorige keer. Dus let goed op. Dan vraag ik u nu of u kunt instemmen met het voorstel van de PvdA om dit aan te houden, zodat het met de nodige commentaren weer terugkomt in de raad op een ander moment. Ik ga daar een stem voor vragen:
305
De heer JANSEN: “Vòòr.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vòòr.” De heer BRUNSVELD: “Vòòr.” Mevrouw SCHRIKS: “Vòòr.” Mevrouw VAN DIJK: “Tegen.” De heer PETEROFF: “Vòòr.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer VERSCHURE: “Vòòr.” De heer SIEMES: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Vòòr.” De heer LOGEMANN: “Vòòr.” De heer KRANS: “Vòòr.” Mevrouw DOLFING: “Vòòr.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Vòòr.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” De heer VAN DIJKEN: “Voor.” De heer BLOEM: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer BROUWER: “Vòòr.” Mevrouw TEN HOLDER: “Vòòr.” De heer RUTTEN: “Vòòr.” De heer MÜLLER: “Tegen.” De heer DE RIDDER: “Tegen.” Mevrouw MÜLLER: “Tegen.” De heer DE GROEN: “Tegen.” Dan zijn er vijf stemmen tegen en 23 vòòr. Daarmee is dit voorstel aangehouden en wordt het een volgende keer opnieuw geagendeerd. Dan sluiten wij dit agendapunt en lijkt het mij een mooi moment om even koffie of thee te pakken en ook wellicht een brownie daarbij. Dan gaan we nu even schorsen. Het is nu 20.45 uur en we gaan om 20.55 uur verder.” Besluit: Aangehouden De vergadering wordt geschorst De vergadering wordt hervat
10
AANVULLENDE MAATREGELEN ONDERSTEUNING ONDERNEMERS TIJDENS Covid-19 CRISIS GRIFFIENR. 2021-0039 (Audiopositie 01:24:15)
De VOORZITTER: “Dan komen we bij agendapunt 10: ‘Aanvullende maatregelen ondersteuning ondernemers tijdens Covid-19 crisis’. Wie van u wenst hierover het woord te voeren? De eerste woordvoering is aan de heer Rutten van D66.” Eerste termijn De heer RUTTEN: “Dank u wel, voorzitter. Wij ondersteunen het voorstel van het College. We hopen evenwel dat daar waar het College niet rechtstreeks en direct de steun kan verlenen - want we moeten via vertegenwoordigende organisaties werken - dat ze de vinger wel heel goed aan
306
de pols houden om te zorgen dat het geld op de juiste plaatsen terechtkomt. Met die verzekering ondersteunen we dit graag.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Hissink van de PvdA.” De heer HISSINK: “Dank u wel, voorzitter. Dat veel ondernemers het door de coronacrisis moeilijk hebben, hoeft wat ons betreft geen betoog. De PvdA-fractie is blij met de aanvullende steunmaatregelen die nu voorliggen. Naast de landelijke maatregelen bestaat er in onze gemeente gelukkig al veel aandacht voor deze problemen en is al zoveel als mogelijk hulp geboden. Het beperken van economische schade door de coronacrisis en het ondersteunen van de ondernemers bij het herstel van de economie, ondersteunen wij dan ook van harte.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Pelgrim, Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Ook wij ondersteunen deze aanvullende maatregelen voor de lokale ondernemers. Net als de heer Rutten vinden wij dat álle ondernemers, ook degenen die niet vertegenwoordigd worden door een organisatie of een winkeliersvereniging, in aanmerking komen en dat allen gelijk beoordeeld moeten worden. Dat willen wij graag zien. Daarop willen wij een toezegging van de wethouder. Aanvullend vinden we het goed, dat we onze lokale ondernemers ondersteunen.
Als die toezegging er komt, dan gaan we met deze steunmaatregelen akkoord.” De VOORZITTER: “Mevrouw Ackermans, Kies Lokaal.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Wij zijn hier natuurlijk heel blij mee. Wij hebben op 25 januari de motie ‘Ondersteuning MKB, detailhandel, horeca en aanverwanten’ ingediend, mede omdat wij de nood zagen, dat mensen extra hulp nodig hadden. De € 500.000,= die nu wordt vrijgemaakt, dat is goed om te horen. We hebben wel een vraag. We hoorden het net ook al. Het wordt nu natuurlijk via het ondernemerscollectief – Stichting Ondernemersfonds Binnenstad Zutphen en Stichting Parkmanagement Zutphen – gemanaged. Wat wij heel graag willen horen van de wethouder, is of bekend is of er ondernemers hierdoor buiten de boot vallen, die daar niet bij zijn aangesloten. Wij willen echt dat alle ondernemers hier baat bij hebben.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Verschure, Burgerbelang.” De heer VERSCHURE: “Voorzitter, veel ondernemers worden getroffen door de coronacrisis. Daarom is dit voorstel een goed voorstel van het College. Echter, wij als Burgerbelang Zutphen Warnsveld hebben wel wat op- en aanmerkingen over de dekking. Er staat dat de dekking uit de algemene reserve komt. Uiteraard uit de coronagelden. Dit is echter nog niet te traceren.
We willen de wethouder van financiën, de heer Matser, oproepen om in zijn laatste weken als wethouder van onze mooie stad duidelijk inzichtelijk te maken hoeveel coronageld is binnengekomen uit Den Haag en hem vragen hiervoor een aparte post op te nemen in de algemene reserve. Wellicht niet onverstandig: vragen we om in het laatste jaar voor de verkiezingen dit ook duidelijk te oormerken om geschuif met geld te voorkomen. Verder, voorzitter, wil Burgerbelang - net als andere partijen - weten, hoe het zit met de winkeliersverenigingen, de SOBZ en SPMZ. Hoeveel procent van de ondernemers is daarbij aangesloten? En hoe kunnen de ondernemers die hierbij niet zijn aangesloten, wel aanspraak maken op deze gelden? En wordt hier ook nagedacht over bijvoorbeeld Zutphense marktkooplieden, andere ambulante ondernemers en kermisexploitanten? Komen zij ook in aanmerking voor deze steun? Zij zijn per slot van rekening inwoner van onze stad. Deze raad heeft met de begrotingsbehandeling van 9 november jongstleden ingestemd met een amendement van Burgerbelang Zutphen Warnsveld om de parkeertarieven te verhogen. Hierdoor
307
is er geld, dat ingezet zou kunnen worden voor de binnenstad. Nu is mijn vraag aan de wethouder wat er tot op heden met dat geld is gebeurd en of het mogelijk is om deze gelden in te zetten voor de evenementen die na augustus plaatsvinden. Juist deze evenementen hebben de hulp nodig van ons allen. Laten we juist ook deze evenementen ondersteunen om na de crisis de binnenstad en ook andere stadsdelen weer een vliegende start te geven na corona.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik verder. De heer Van Dijken, de ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Er is al veel gezegd. Dat zal ik niet herhalen. Ik stem in met deze maatregelen in brede zin. Waar nog wel een zorgpunt zit, is of alle ondernemers, inclusief zzp’ers, weten waar ze moeten zijn als het gaat om de TONK-regeling en misschien ook wel de regeling die het College nu zelf voorstelt? Ik moest een paar weken geleden aan een kleine winkelier in de binnenstad uitleggen, wat de TONK-regeling inhield. Daar schrok ik wel een beetje van. Kan de wethouder aangeven, in hoeverre hier behoorlijk ruchtbaarheid aan is gegeven, zodat inderdaad breed gebruik gemaakt kan worden van alle regelingen die er voor hen zijn? Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Schriks, VVD.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. De VVD heeft al schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van dit voorstel.
Daar zijn antwoorden op gekomen. Daar kunnen wij ons in vinden. Dus wij gaan akkoord met het voorstel zoals dat nu voorligt.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ik naar de heer Brunsveld, CDA.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, het CDA Zutphen Warnsveld vindt dit een goed voorstel van het College. Ondersteuning aanbieden waar het mag en gewenst is en daarbij ook het creatieve en innovatieve potentieel gebruiken van de ondernemers zelf. Dat lijkt ons de goede weg. Wat ons betreft, wensen wij al de betreffende ondernemers veel wijsheid, doorzettingsvermogen en veerkracht in de komende tijd.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Krans, GroenLinks.” De heer KRANS: “Dank u wel, voorzitter. GroenLinks ondersteunt – maar dat was al bekend -het voorstel en blijft vanwege het belang van die ondernemers en dus van het voorstel voor Zutphen graag lopende de rit op de hoogte, wellicht ook tussentijds. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Jansen, BewustZW.” De heer JANSEN: “Voorzitter, we wachten als gemeente al een lange tijd op een dergelijk voorstel. Nu is het de vooravond waarop het daadwerkelijk gaat gebeuren. Het is verstandig om dat bij een aantal organisaties neer te leggen.
Er zijn al vragen over gesteld: hoe bereik je álle ondernemers? En als het aantal aanvragen boven het budget uitkomt, hoe gaan we daar dan mee om? Wordt dat door de verenigingen teruggelegd aan het College en hoe maakt het College dan een afweging wat wel of niet gehonoreerd gaat worden? Straks zijn er misschien aanvragen voor € 700.000,=, bijvoorbeeld. Is het College dan bereid om de informatie die het College heeft, ook aan de raad voor te leggen of in ieder geval te delen met de raad, opdat de raad daar wellicht toch nog iets mee kan en we niet ondernemers gaan afwijzen. Ik wil niet zeggen, dat er een pot met goud ligt, maar ik denk dat we wel verstandig in deze periode met elkaar zaken helder moeten maken en keuzes moeten maken.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan heb ik iedereen gehad. Ik verzoek wethouder De Jonge in eerste instantie te antwoorden en daarna wethouder Matser over het coronaoverzicht en het parkeergeld.
308
Wethouder De Jonge.” Reactie College (Audiopositie 01:33:02)
Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, ook aan uw gemeenteraad voor de steun voor het voorstel. Een aantal vragen is hetzelfde. Dus ik ga ze in een trits behandelen. De belangrijkste vraag is volgens mij: heeft iedere ondernemer gelijke toegang tot dit fonds en hoe wordt dit dan georganiseerd? We hebben een soort conceptaanvraagformulier gemaakt waarmee je met behulp van het aanvraagformulier aanspraak kunt maken op deze subsidie. Er wordt een kader geschetst waar het voor bedoeld is: herstel na corona. Met behulp van het aanvraagformulier kun je je plan als ondernemer of als ondernemersgroep indienen. Die plannen verzamelen we en die beoordelen we. Als er een goede beoordeling ligt, dan kan de betreffende subsidieverlener ook overgaan tot het uitkeren van de financiën die daarbij horen. We doen dat via die ondernemerscollectieven omdat zij onze natuurlijke subsidiepartners zijn. Daar hebben we al een relatie mee lopen. Maar, het is dus niet zo, dat ondernemers die daar niet bij zijn aangesloten, ook moeilijker de weg weten te vinden. Het aanvraagformulier staat gewoon op de website van de gemeente. De beoordeling vindt daar ook plaats. Alleen het overmaken van de gelden verloopt dus getrapt.
Hoe zorgen we er dan voor, dat iedereen hiervan op de hoogte is? Het blijft altijd best wel ingewikkeld om iedereen die ergens recht op heeft, ook daadwerkelijk in kennis te stellen van het feit dat ze ergens recht op hebben. Zo hebben wij sinds het begin van corona alle verschillende soorten maatregelen ook op onze website staan. We hebben daar ook regelmatig over gecommuniceerd dat dat zo is. Toch, meneer Van Dijken, zijn er dan nog steeds ondernemers die dat niet goed weten. We gaan opnieuw goed communiceren als u vanavond dit voorstel aanneemt. We proberen dat echt op een zo goed mogelijke manier te doen, ook via de collectieven, via onze eigen nieuwsbrieven en onze website. En vanzelfsprekend: als u iemand spreekt, geef het ook door. Met elkaar moeten we dat toch weten te doen. GroenLinks wil op de hoogte gehouden worden. Burgerbelang vraagt hoe het zit na augustus. Wat we hebben gedaan met de omvang van die € 500.000,=, is dat wij beginnen aan een eerste tranche van € 250.000,= om die uit te geven voor 30 juni aanstaande. Dan weten we ook, wat voor soort plannen er worden ingediend. De tweede tranche volgt dan vòòr 31 december 2021. Ik kan u tussentijds op de hoogte brengen van het type plannen dat is ingediend en wat al dan niet is gehonoreerd. Dat lijkt me wel aardig. Na 30 juni aanstaande weet u ook wat er met deze gelden gebeurt.
Dan kan ik u ook op de hoogte brengen, meneer Jansen, van een winstwaarschuwing of we boven de € 500.000,= uitkomen. Ik denk dat ik daar omstreeks 30 juni wel iets zinnigs over kan zeggen. De heer Verschure vroeg zich nog af of alle groepen - zoals marktkooplieden en kermisexploitanten enzovoorts - recht hebben om een aanvraag in te dienen. Ja, iedereen die een ondernemer is, kan een aanvraag indienen met een plan – individueel of in een collectief. Het staat echt helemaal open voor iedereen. De heer Verschure vraagt zich ook af, of de extra gelden als gevolg van het abonnement parkeergelden ingezet zou kunnen worden voor evenementen na augustus. Er is nog niets gebeurd met dat geld. Daar zijn nog geen plannen voor. Wat ik ingewikkeld vind, is dat dit voorstel gaat over incidenteel geld. Het resultaat van het amendement gaat over structureel geld. Ik zou dat dus niet zomaar hierbij opplussen, omdat dat vervuilt, in enige zin. Zijn er vragen rondom evenementen, dan kan dat zeker vanuit dit potje. Ik zal terugkomen met het antwoord op de vraag wat we doen met die extra parkeergelden. Het is eigenlijk wel aardig, als u daar helderheid over krijgt.” De VOORZITTER: “Interruptie van de heer Verschure.” De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, waar het mij vooral om gaat, is dat die evenementen de komende tijd wel heel veel extra regels met zich meekrijgen.
Die zullen daar kosten op moeten maken. Ik denk dat we daarnaar moeten kijken. Het zijn structurele inkomsten,
309
maar die kunnen we best wel een keer incidenteel inzetten. Ik zou de wethouder dat willen meegeven.” Wethouder De JONGE: “Zoals ik al zei: ik vind het wel een goed idee om extra te kijken naar die evenementen. Ik kom hierop terug. Volgens mij, voorzitter, heb ik dan alle vragen behandeld.” De VOORZITTER: “Ja. Dan zou ik de heer Matser nog even willen vragen ... U is gevraagd om het overzicht van de coronagelden te presenteren: wat er ingaat en wat er uitgaat. Wethouder Matser.” Wethouder MATSER: “Dank u voorzitter. In de prognosebrief die u in maart heeft ontvangen, staat dat er een positief resultaat is van tien miljoen euro, waarvan ruim vier miljoen euro aan coronagelden zijn. Dat gaan we pas vrijgeven … Beter gezegd: u gaat dat vrijgeven op het moment dat u de jaarrekening heeft vastgesteld. Maar, we zijn nog niet zover. Om die reden, wordt er een tussenstap gezet. De genoemde € 500.000,= wordt uit de algemene reserve gehaald en zodra u heeft vastgesteld dat de coronagelden in een coronapot gaan zitten – en dat is ons voorstel – dan gaat er in ieder geval € 500.000,= naar de algemene reserve en spelen we weer quitte als het gaat om de algemene reserve. Dat is het idee zoals het hier stond verwoord. Hierbij hoop ik dat ik duidelijke uitleg heb kunnen geven met betrekking tot uw vraag, meneer Verschure.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Ik kijk even rond of er nog vragen zijn overgebleven voor de tweede termijn? Dat is niet het geval. Dan heb ik van iedereen alleen maar instemming gehoord. Ik ga niet over tot stemming, althans niet het aflopen van het hele lijstje, want het is helder dat u anoniem instemt. Als iemand het niet met mij eens is, dan hoor ik dat nu graag. Dat is niet geval. Dan is dit voorstel unaniem aangenomen.” Besluit: Aangenomen
11
INVESTERINGSPROGRAMMA TRANSFORMATIE SOCIAAL DOMEIN GRIFFIENR. 2021-0033 (Audiopositie 01:40:28)
De VOORZITTER: “Dan komen we nu bij agendapunt 11 ‘Investeringsprogramma transformatie sociaal domein’. Wie van u wenst hierover het woord te voeren? De heer Van Dijken, ChristenUnie.” Eerste termijn De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Zoals in het Forum door mijn fractiegenoot, Ine Kamp, is aangegeven, is de ChristenUnie gelukkig met dit voorstel. Ik citeer: “Deze investering kan een vliegwieleffect sorteren.” Daar heeft deze zorgstad wel behoefte aan. Een aandachtspunt is de monitoring van de voorgestelde acties. Niet alleen wat betreft de uitputting van het budget van € 650.000,=: we willen het vooral kunnen lezen, zien en horen wat de maatschappelijke effecten zijn van deze investeringen en welke leerpunten, met name preventiegericht, we kunnen meenemen in de volgende jaren. Dank u wel. “ De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Pelgrim, de Stadspartij.” De heer PELGRIM: “Dank u wel, voorzitter. Met deze investeringen proberen we de versnelling aan te jagen, te transformeren, te versnellen en een kwaliteitsimpuls te geven. Daar kunnen we
310
ons in vinden. Dat vinden we een prima voorzet. Maar, betekent dit nu ook, dat we de bezuinigingen eerder gaan realiseren die we in het sociaal domein hebben gepland en gaan we dit monitoren? Door eerder te transformeren, kunnen we dat nieuwe beleid wellicht eerder neerzetten. Een ander punt is de vervangingsinvestering. Ik zie bijvoorbeeld bij punt 3 “ICT” vermeld staan. Is dat ook materieel? Dit zijn incidentele investeringen, maar komt dat geld ook weer terug en moeten we op een later moment een herinvestering of vervangingsinvestering doen? Dat waren de punten. Halen we onze bezuinigingen met dit investeringsplan eerder? Dat wil ik graag weten van de wethouder. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Duidelijk. Dank u wel. Mevrouw Dolfing, GroenLinks.” Mevrouw DOLFING: “Namens GroenLinks alvast steun voor het voorstel omdat het in de ogen van GroenLinks een mix is van vernieuwen en het ondersteunen van vernieuwing. Vorig jaar constateerden we al, dat de transformatie helaas nog achterblijft en niet snel genoeg ging. Deze wordt op sommige onderdelen - bijvoorbeeld bij ‘jeugd’ en ‘huishoudelijke zorg’ goed ingezet. Toch zien wij ook wel onderdelen van het sociaal domein waar het nog achterblijft en waar in het plan misschien nog niet genoeg aandacht voor is. Dan gaat het ons vooral om de preventie voor problematische schulden en het minimabeleid.
De motie die later vandaag besproken wordt, is al een goede eerste stap, maar we zullen daar bij de behandeling van de passende schuldhulp nog verder op terugkomen. Verder steun voor de investeringen die al worden gedaan.” De VOORZITTER: “Fijn, dank u wel. Mevrouw Van Wamel, CDA.” Mevrouw VAN WAMEL: “Dank u wel, voorzitter. We vinden dit al een goede uitwerking of aanzet van de motie. Wel vinden we het van belang, dat er inderdaad een goede monitoring komt, dat we gaan zien wat het lerend effect is en dat we ook - daar waar mogelijk - gaan leren van andere gemeenten. We zijn hier al erg content mee.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Van Dijk, de VVD.” Mevrouw VAN DIJK: “Dank u wel, voorzitter. Wij zijn blij met dit plan, met name omdat hier een ‘zwaai’ gemaakt wordt in de richting van het versnellen van de transformatie. Er is maar één punt wat ik ook in het Forum nog even heb genoemd: ik zou het prettig vinden, als er nog een beeldvormende pagina komt om alles wat makkelijker in beeld te brengen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bloem, de PvdA.” De heer BLOEM: “Dank u wel, voorzitter. Bij de begroting heeft de PvdA samen met GroenLinks en de SP een voorstel gedaan om een impuls te geven aan de vernieuwing in het sociaal domein en daarbij te leren van andere gemeenten. Het resultaat is het investeringsprogramma waarover wij enthousiast zijn.
De nadruk ligt op preventie, activering, samenwerking en innovatie. Een paar onderdelen heeft al succes bewezen in andere gemeenten, zoals de doorbraakmethode en het werken met focusklanten om mensen beter naar werk te begeleiden. We vinden het belangrijk, dat jongeren die nu in de jeugdzorg zitten, een soepele overgang hebben als zij achttien worden. Door de Covid-pandemie is de urgentie toegenomen om de vernieuwing in het sociaal domein te versnellen. Daarom is de PvdA vòòr het investeringsprogramma.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ten Holder, D66.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. Uit het voorstel blijkt, dat eenmalige gelden aangewend worden om een incidentele investeringsimpuls te geven aan de transformatie in het sociaal domein. Maar, het sociaal domein kent een hele keten aan spelers in het veld die moeten transformeren. Dat is een beetje het punt wat we
311
in het voorstel missen. Het is een voorstel van, voor en door de gemeente. We lezen geen reactie van onze partners op dit plan. Het zal zeker niet de intentie zijn om de investeringen te beperken tot de gemeente en de investeringen zullen ook zeker een doorwerking en effect hebben op het gehele sociaal domein. Het lijkt op een geldgestuurde transformatie in plaats van een ketengestuurde transformatie-investering. Onze vraag aan het College is of dat geen gemiste kans is. Een tweede kanttekening die we graag willen plaatsen, gaat over het feit dat - volgens D66 - een investering concreet is met een specifiek doel en een verwachte, berekende opbrengstresultaat. Juist in een investeringsprogramma waarin je een proces aanwendt om te willen aanjagen en te willen versnellen, is het cruciaal om de gewenste resultaten die je wilt bereiken, vooraf concreet te formuleren. Hier ontbreekt het in het voorstel aan. Met een extra impulsprogramma op verzoek van de raad met een looptijd van slechts twee jaar, vinden wij dat we als raad niet moeten hoeven wachten op de uitwerking van de gewenste resultaten gedurende de uitvoeringsrapportage en op de bestuursrapportage, waarin dit dan helder zou moeten worden. Wij vinden dat je dan eigenlijk te laat bent.
We zouden die concretisering van de gewenste resultaten graag eerst willen ontvangen, zodat ze ook leidend zijn bij de start van de uitvoering. Onze vraag aan het College is of dit mogelijk zou zijn. Dan heb ik nog een laatste opmerking, voorzitter. Wij hebben op sommige onderdelen het gevoel, dat we vervallen in oud gedrag, namelijk dat we niet-structurele middelen investeren in een structurele voorziening’, zoals bij de invoering van het diagnostisch centrum. Bovendien is de expertise die je daarbij nodig hebt, zo specialistisch, dat wij van mening zijn dat je juist hier de samenwerking zou moeten zoeken met je partners in de regio. Apeldoorn pocht al jarenlang op ervaring in dezen. Onze vraag is: waarom willen we dit zelf doen? En als we het per se zelf willen doen, hoe wordt de reguliere bekostiging dan geregeld ná die twee jaar? Dank u, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Siemes, Burgerbelang.” De heer SIEMES: “Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank voor de brownies die we ontvangen hebben. Het schijnt dat je positiever en vrolijker wordt van chocolade, maar dat gaat helaas voor mij nu even niet op.” De VOORZITTER: “Hè, wat jammer.” De heer SIEMES: “Ja ... Onze fractie maakt zich zorgen, ook door wat we nu weer uit de raad horen.
Drie jaar geleden kwam Bureau Berenschot met een aantal aanbevelingen om de kosten in het sociaal domein een beetje te beteugelen. Ik wil er in ieder geval even drie noemen. Kernwaarde één: bepaal een financiële ambitie, handel ernaar dat deze ten minste even belangrijk is als beleidsinhoudelijke ambities en houd daaraan vast. Kernwaarde vijf: alle investeringen op basis van een businesscase: wat kost het? Wat levert het op? En tot welk volume prijseffecten leidt het? Kernwaarde zeven: vasthouden aan ingezette projecten en monitoren. Sturen op resultaten. Ingrijpen of stoppen bij onvoldoende resultaat. Dus, ik begrijp dat iedereen dit voorstel een warm hart toedraagt, maar we hebben de lat als raad echt hoger gelegd. Wij hebben de kaders gesteld dat wij vol willen inzetten op monitorbaarheid. Wij gaan geld uitgeven, maar we willen daar ook de directe gevolgen van zien. Een investering heeft rendement nodig. Wij kunnen daarom helaas niet akkoord gaan met dit voorstel, omdat het gewoon indruist tegen wat wij drie jaar geleden samen hebben afgesproken, om uit deze ellende te komen. Dus, mijn voorstel zou zijn om hier toch vooraf - zoals mevrouw Ten Holder van D66 aangaf - duidelijk te maken welk rendement we nastreven, om te kijken of we dat überhaupt halen. Daar wil ik het even bij laten.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Ackermans, Kies Lokaal.”
312
Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel. Er zijn veel vragen gesteld door mijn collega’s. Ik heb één punt. Tijdens het Forum heeft het College aangegeven, dat ze tijdens deze raadsvergadering de raad meer informatie geeft over de ideeën met betrekking tot monitoring. Ik hoor er al meerdere partijen over. Zou het College dit alsnog kunnen doen, voordat wij een beslissing gaan nemen?” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Jansen, BewustZW.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het document hebben we langs de lat van BewustZW gelegd. Dat houdt in, dat de gemeente in control moet zijn en blijven. Er wordt aan gewerkt. Het College is actief en proactief bezig om dat voor elkaar te krijgen. Maar, als ik dit document lees, dan mis ik daarin het monitoren en het in control komen op prestatieafspraken. Het doel is wel preventief, maar wat is dat precies? En hoe gaan we dat doen als gemeente? En kunt u tijdig - bijvoorbeeld al bij de Voorjaarsnota - de raad informeren over de eerste effecten, zodat we tijdig kunnen bijsturen, als we dat nodig vinden? En dat we niet over twee jaar kijken hoe het is gegaan en concluderen dat we wellicht hadden moeten bijsturen of meer financiële impulsen hadden moeten geven. Ik ben benieuwd naar het antwoord van het College. Daarna zal ik kenbaar maken, op grond van die antwoorden, of we voor of tegen dit voorstel zijn. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel.
Dan hebben we de eerste ronde gehad. Ik geef het woord aan wethouder De Jonge.” Reactie College (Audiopositie 01:52:05)
Wethouder DE JONGE: “Dank u wel, voorzitter. Toch weer een heleboel nieuwe vragen ten opzichte van de vorige behandeling in het Forum. Ik ga een poging wagen. Een vraag die nog wel open stond vanuit het Forum, ging over de monitoring. Hoe informeren we de raad over de voortgang hierop en hoe kan de raad het zelf volgen? Ons voorstel is om deze monitor op deze onderwerpen op een toegankelijke manier zichtbaar te maken via de bestuursrapportage, zoals de VVD vraagt. De totale monitoring op het sociaal domein blijft dan nog openstaan, met de cijfers die zijn vermeld op ‘Zutphen in Cijfers’ en ook in de macromonitor Jeugd, zo meteen. Voor we het weten, hebben we op allemaal verschillende plekken monitorinformatie en bestuursinformatie. Dan zijn we weer aan het zoeken op welke knoppen we moeten drukken en waar we moeten sturen. Ik kom daarom nog terug met een algemeen voorstel over hoe we de sturingsinformatie op het sociaal domein zichtbaar maken. Dat ga ik samen met mijn collega’s in het sociaal domein doen. Dat volgt dus nog. Deze komt in de bestuursrapportage omdat het hier gaat over een voorstel vanuit de gemeenteraad en we daarop moeten rapporteren. Dan hebben we de vraag van de Stadspartij of we de bezuinigingen nu eerder gaan halen. Ik heb al eerder verteld dat we die transformatie steeds sneller kunnen gaan inzetten door ook aan de voorkant te investeren.
Gaan we die bezuinigingen eerder halen? Ik denk het wel. Dat blijkt ook uit het onlangs verschenen rapport van de VNG en het ministerie ‘Eigenwijs transformeren’, waaruit blijkt dat als je investeert aan de voorkant, je die transformatie op een hele goede manier kan vormgeven en dan ook binnen de financiële kaders kan blijven. D66 vraagt of we geldgestuurd of ketengestuurd werken en mist de keten hierin. De keten wordt als zodanig niet expliciet genoemd, maar je kunt de transformatie in het sociaal domein nooit realiseren zonder in die keten samen te werken. Dus, alles wat hier gebeurt met die voorstellen, doen we in samenwerking met partners en dus in de keten. Zo werkt het in het sociaal domein. Op sommige onderwerpen veel meer dan op andere, maar overal is sprake van ketensamenwerking en ook van effect in de keten. Dat is de manier waarop transformeren lukt. Dat kun je namelijk niet in je eentje in het sociaal domein. Dan komen we op een aantal vragen die ingaan op de zakelijker kant. Is er al een uitvoeringsagenda en kunnen we daar ook op controleren?
313
Dat is - als ik het goed samenvat - de vraag vanuit D66, Burgerbelang en BewustZW. Maar, die uitvoeringsagenda die heel SMART is, is er nog niet. Mijn voorstel zou zijn dat we via de bestuursrapportage kenbaar maken wat we precies willen realiseren op welk moment en of we dat wel of niet halen. Dat zou mijn voorstel zijn op dit moment. Ik kan het er nu niet bij toveren. Dank u wel, voorzitter.” De VOORZITTER: “Ik zie een interruptie van de heer Siemes.” De heer SIEMES: “Een interruptie op de laatste opmerking van de wethouder. Ik zag het ook als kanttekening twee staan. Ik kan mij daar gewoon zo weinig bij voorstellen, waarom dat huiswerk nu nog niet is gedaan. Het afgelopen weekend heb ik een aanvraag doorgenomen voor een student voor zijn afstudeerscriptie en daar staat het ook allemaal in: Wat is je aanpak? Wat verwacht je? Wat zijn de resultaten? Ik vraag me af, van waaruit we beginnen met een dergelijke aanvraag? We gaan toch ergens vanuit? Ik vraag me af, waarom we dit gaandeweg krijgen en waarom we dit niet vooraf kunnen krijgen?” De VOORZITTER: “Mevrouw Ten Holder, sluit u aan op dit punt?” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik had daar nog een aanvulling op en tevens een andere vraag. De VOORZITTER: “Doet u maar.
Dan kan de wethouder het in één keer meenemen.” Mevrouw TEN HOLDER: “Ik denk toch dat het een succesformule is, juist ook voor een tweejarig investeringsprogramma, dat je aan de voorkant die SMART-criteria hebt geformuleerd. Volgens mij, is het een voorwaarde. Ik heb een derde kanttekening over de incidentele financiering van het Diagnostisch Centrum. Waarom willen we dat zelf doen en hoe financieren we dat na twee jaar?” De VOORZITTER: “Wethouder De Jonge.” Wethouder DE JONGE: “Voorzitter, eerst even de eerste vraag. Sommige maatregelen zijn volgens mij vrij SMART geformuleerd in het stuk, zoals de gekantelde dagbesteding en de start van twee concrete projecten in samenspraak met zorgaanbieders. Veel concreter kunnen we het niet maken, hoor. Bij het stuk over het Diagnostisch Centrum staat ‘een uitvoerbaar inrichtingsplan’. Dat wordt dan ook het resultaat van de maatregel. Als het gaat over de integrale werkwijze van de overgang achttien min naar achttien plus, is het een net wat ander voorstel. Dan gaat het over het ontwikkelen van een integrale aanpak. Ik kan u gerust die integrale aanpak presenteren, maar wat dat betekent - voor hoeveel jongeren en de overgang naar de Wmo - weet ik nog niet precies. Ik weet ook niet wat dan vervolgens het effect zal zijn van die integrale werkwijze.
Ik neem aan, dat het bijdraagt aan een soepeler overgang van iemand van de ene wetgeving naar de volgende en dat de meeste problemen die we nu tegenkomen, daarin ook zijn verdwenen. Maar, het kan ook zomaar zijn, dat we daar weer tegen nieuwe zaken aanlopen. De integrale aanpak kan ik natuurlijk wèl laten zien. Als het gaat over onderzoek naar het effectief inrichten van vervolgcontracten …” De VOORZITTER: “Interruptie van de heer Siemes.” De heer SIEMES: “Ik vraag me af, waarom wat de wethouder net aangaf, dan niet in dit stuk staat. Ik kan me voorstellen dat je streeft naar versoepeling, dat je streeft naar dat soort verbeteringen, maar waarom is dit dan niet opgenomen? Er is maar een heel kort rijtje met kanttekeningen. Waarom zou u dat dan niet aangeven?” De VOORZITTER: “Wethouder De Jonge.”
314
Wethouder DE JONGE: “Dan moet de heer Siemes mij even helpen. Als het gaat over het programma zelf, vanaf onderdeel vier, hebben we iedere keer een soort tabelletje opgenomen met het voorstel, het probleem, en wat het resultaat moet zijn, met daarachter het geld dat ervoor nodig is. Veel concreter …” De VOORZITTER: “De heer Siemes.” De heer SIEMES: “Het gaat mij om de monitorbaarheid. U heeft toch zeker een doel voor ogen met die versoepeling? Waarom kan dat doel niet nu geconcretiseerd worden? We moeten tussentijds kijken of we dat doel halen. Waarom is dat niet opgenomen?” De VOORZITTER: “Wethouder De Jonge.” Wethouder DE JONGE: “Ik neem even een aansprekend voorbeeld over die integrale werkwijze overgang achttien min naar achttien plus. Daar constateren we nu een heel aantal knelpunten. Ik zie het voor me, dat we het hier hebben staan, dat het een mooi project is en dat we daarvoor gaan. Vervolgens laten we u in de eerste bestuursrapportage zien, hoe het loopt. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een stoplichtenmodel en dat u zo kunt volgen wat het uiteindelijke resultaat wordt binnen twee jaar. Dan hoop ik binnen twee jaar echt wel een groen vinkje te hebben met: “Dit hebben we gehaald. Dit is het resultaat. De integrale aanpak stààt.” U hoort als raadslid vervolgens niet meer van knelpunten, als het gaat over de soepele overgang van achttien min naar achttien plus.
Zo zie ik het voor me. Volgens mij, kun je zo op ieder onderdeel hierin vrij concreet terugrapporteren waar we zijn. Bijvoorbeeld ook wat betreft het versterken en verbeteren van applicatiebeheer.” De VOORZITTER: “Wethouder, het lijkt of we nu een Forumvergadering deel 3 hebben. Dat lijkt me niet nodig. U heeft uitgebreid antwoord gegeven. Volgens mij, staat nog één vraag open over een expertisecentrum die mevrouw Werger zou beantwoorden. Mevrouw Werger.” Wethouder WERGER: “Voorzitter, volgens mij, gaat het hier over het onderwerp van een voorziening voor diagnose en ontwikkeling in het kader van het programma Waardevol Werk. Ik kijk even of mevrouw Ten Holder inderdaad aan het knikken is. De situatie is als volgt. De oude sociale werkvoorziening bestaat niet meer. Je ziet dat er behoefte is aan het ontschotten tussen de Wmo en de Participatiewet, omdat er eigenlijk meer gehaald kan worden uit het meedoen van mensen die ook in de Wmo zitten, die juist ook vanuit de Participatiewet zouden kunnen meedoen. Wat we dus proberen te doen, is veel beter in beeld krijgen waar de beperkingen en kansen zitten bij mensen. Daarvoor ontwikkelen we diagnosen. Dat doen we op dit moment als een impuls om daar vanuit Waardevol Werk die stap in te zetten. De gedachte is juist om dat verder te ontwikkelen in een ontwikkeling die ook vanuit het Rijk wordt ingegeven.
Dat is het hebben van een sociaal ontwikkelbedrijf. Dat is iets, waar u als gemeenteraad in de komende maanden echt over meegenomen gaat worden, want dat is een grote ontwikkeling die ook vanuit het Rijk geïnitieerd wordt. Dit is een eerste stap om in beeld te brengen waar de kansen van mensen zitten en hoe we dat kunnen vormgeven.” De VOORZITTER: “Dank voor dit uitgebreide antwoord. Ik kijk even rond. Bent u er klaar voor? Dan gaan wij stemmen. Ik heb het oorspronkelijke lijstje weer gevonden. Dus de griffie kan weer opgelucht ademhalen. De heer Siemes, mevrouw Ten Holder en de heer Van Dijken willen een stemverklaring afleggen. De heer Siemes.” De heer SIEMES: “Dank u wel. De fractie van Burgerbelang zal tegen dit voorstel stemmen. Dat is vooral als signaal bedoeld omdat wij hiermee onze eigen kaders niet in acht nemen.”
315
De VOORZITTER: “Dank u wel. Mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel. Ik heb ‘n beetje pech dat ik iets meer woorden nodig heb omdat we geen tweede termijn hebben. Ik zal het zo kort mogelijk proberen te verwoorden. D66 kan niet instemmen met dit voorstel. We zouden namelijk evidence based, bewezen effectieve programma’s gaan uitvoeren. Dan moet het mogelijk zijn om dat vooraf SMART te formuleren. Nu geven we het een soort vrij mandaat. Daar voelen we niet voor.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Van Dijken, ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. Ik kan me enigszins vinden in de bezwaren die D66 en Burgerbelang aanvoeren. Vanwege het vliegwieleffect dat wij inschatten te bereiken met dit voorstel, zullen we wel instemmen. Zoals ik in mijn betoog heb gezegd, wil ik graag een goede monitoring van dit verhaal en ook kijken of we hieruit leerpunten kunnen halen voor een volgend traject. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Anderen nog behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan ga ik de lijst af.
De heer DE GROEN: “Vòòr.” De heer DE RIDDER: “Vòòr.” Mevrouw MÜLLER: “Vòòr.” De heer MÜLLER: “Vòòr.” De heer BROUWER: “Tegen.” Mevrouw TEN HOLDER: “Tegen.” De heer RUTTEN: “Tegen.” De heer LOGEMANN: “Vòòr.” De heer KRANS: “Vòòr.” Mevrouw DOLFING: “Vòòr.” Mevrouw KLEINRENSINK: “Vòòr.” Mevrouw ACKERMANS: “Vòòr.” Mevrouw VAN WAMEL: “Vòòr.” De heer BRUNSVELD: “Vòòr.” De heer BOERSBROEK: “Vòòr.” De heer PELGRIM: “Vòòr.” De heer MANDERS: “Vòòr.” De heer BLOEM: “Vòòr.” Mevrouw MOESTER: “Vòòr.” De heer HISSINK: “Vòòr.” De heer YILDIRIM: “Tegen.” De heer VERSCHURE: “Tegen.” De heer SIEMES: “Tegen.” De heer JANSEN: “Vòòr.” De heer VAN DIJKEN: “Vòòr.” De heer PETEROFF: “Vòòr.” Mevrouw VAN DIJK: “Vòòr.” Mevrouw SCHRIKS: “Vòòr.” Dat betekent, dat er zes raadsleden tegen zijn en 22 vòòr. Daarmee is het voorstel aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
316
12
KADER ANDERS SAMENWERKEN AAN EEN STERK ZUTPHEN
GRIFFIENR. 2021-0040 (Audiopositie 02:08:10)
De VOORZITTER: “Dan komen we bij agendapunt 12: ‘Kader Anders samenwerken aan een sterk Zutphen’. Wie van u mag ik hierover het woord geven? De heer Verschure, Burgerbelang.” Eerste termijn De heer VERSCHURE: “Dank u wel, voorzitter. De basis van het onderliggende stuk ‘Kader Anders samenwerking aan een sterk Zutphen’ is goed en kan op steun rekenen van Burgerbelang. We zijn er alleen nog niet als gemeente. De grote vraag is en blijft: hoe krijgen wij meer bewoners en vooral andere bewoners gemobiliseerd om meer van zich te laten horen? In het achterliggende stuk staan diverse organisaties genoemd die nu al participeren. Maar, dat is ook niet zo vreemd als je bedenkt dat wij hen subsidie geven. Voor die partijen geldt een beetje: voor wat, hoort wat. De grote vraag is: hoe krijgen we ándere inwoners in de benen om te participeren? Dit blijft een groot zorgpunt en zal door ons allen moeten worden omarmd om hier een oplossing voor te bedenken. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat het iedere keer dezelfde inwoners zijn die onder andere de subsidiewegen weten te bewandelen. Daarnaast zal een goede manier van anders samenwerken kunnen leiden tot meer vertrouwen in de politiek en in het bijzonder in ons als gemeenteraad.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Logemann, GroenLinks.” De heer LOGEMANN: “Dank u wel, voorzitter.
Laat ik vooropstellen, dat de GroenLinks-fractie blij is met dit voorstel en de doelen en ambities zeker kan ondersteunen. Anders samenwerken betekent: je inwoners eerder betrekken, je burgers serieus nemen, samen plannen uitwerken en samenwerken in plaats van regeren vanuit het gemeentehuis. Dat staat nu in een nota, maar dat zit eigenlijk ook in het dna van GroenLinks. Dus dat spreekt ons zeker aan. Er gaan ook regelmatig dingen níet goed in deze gemeente. Daarom is het zaak, dit gedachtegoed in de toekomst verder uit te rollen naar alle projecten die in de gemeente worden uitgevoerd. Daarvoor is - óók op het gemeentehuis - nog wel een zekere cultuurverandering nodig. Niet alleen op het gemeentehuis, maar ook de raad zal anders moeten gaan werken, in de zin dat zij vaker op haar handen moet gaan zitten en afwachten waar een participatietraject mee komt en aan de andere kant wellicht daar ook eerder kaders aan stellen wat er in ieder geval moet uitkomen en hoeveel geld hiervoor beschikbaar is. Ik heb nog drie aandachtspunten. Dat zijn achtereenvolgens diversiteit, fysieke ontmoetingsplekken en communicatie. Participatie ontaardt – tussen aanhalingstekens – vaak in de aanwezigheid of deelname van zogeheten ‘usual suspects’. Dat zijn meestal blanke, oudere mannen met een flink ego.
Maar, wat minstens zo belangrijk is, is de inbreng van andere mensen: vrouwen, jongeren, mensen met lagere opleidingsniveaus en mensen met een migratieachtergrond. Ik denk dat het heel belangrijk is om bij de verdere uitwerking, ervoor te zorgen dat die meningen ook gehoord worden omdat een participatieproject - naar mijn idee - onvolledig is, als dat niet het geval is. Dus, dat is iets wat absolute aandacht moet hebben in de verdere uitwerking. Een tweede punt is, dat in deze nota heel weinig staat over de fysieke ontmoetingsplekken, terwijl juist de fysieke ontmoetingsplekken zoals Stichting Lokaal en Waterkwartier of het inloophuis in Noordveen ontzettend belangrijk zijn voor het ontstaan van allerlei initiatieven. Dat ontbreekt nog in het kaderstuk en zou ook veel meer aandacht moeten krijgen. Het derde, is er de communicatie vanuit de gemeente. We kunnen het wel mooi op papier hebben, maar de indruk bij veel inwoners is helemaal niet, dat er zo ontzettend goed wordt samengewerkt tussen de gemeente en inwonersgroepen. Het is daarom van groot belang, dat ook in de communicatie positief wordt gesproken over burgerinitiatieven en dat het zin heeft om je in te zetten
317
en van je te laten horen. Dat is ook de basis voor succes. Ik ben benieuwd of de wethouder het daarmee eens is. Tot slot, nog een opmerking over De Hoven, waar ‘anders samenwerken’ een hele mooie rol zou kunnen spelen. De Hoven heeft een wijkontwikkelingsplan met een looptijd die doorloopt tot 2025. Tegelijkertijd komen er veel nieuwe opgaven op deze wijk af – energieplannen, een flinke woningbouwopgave, vergrijzing, het op de tocht staan van voorzieningen, sanering van oude kassencomplexen, de landschappelijke aankleding van het buitengebied en nieuwe mogelijkheden voor de inrichting van een wijk nu de rondweg er komt. Onze fractie pleit ervoor, om de voorbereiding van het wijkontwikkelingsplan niet uit te stellen tot bijvoorbeeld medio 2024, maar deze naar voren te trekken en aan te pakken volgens de wijze van anders samenwerken. Ik ben benieuwd naar de reactie van de wethouder op dit voorstel. Tot zover onze bijdrage, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Ten Holder.” Mevrouw TEN HOLDER: “Dank u wel, voorzitter. D66 kan dit voorstel zeker ondersteunen. Zoals u misschien van ons bent gewend, willen we graag een paar inhoudelijke kanttekeningen plaatsen.
Als D66 zijn wij trots op de jarenlange expertise die we in Zutphen hebben opgebouwd met de wijkaanpak, de wijkraden, de wijkplannen, sociaal werkers, de wijkregisseurs, de uitdaging van de stadsonderneming. Ik kan nog wel een tijd doorgaan. Toen kwam een nieuw coalitieakkoord. Onze verwachtingen waren hoog. Zo mooi en compact dat het was opgeschreven: samen kleuren we Zutphen en Warnsveld. Het zou dus anders en méér worden, beginnende met de uitvoering van de burgerbegroting. Helaas blijkt de praktijk weerbarstiger en niet alleen inzake de burgerbegroting en ook niet alleen in Zutphen. Daar zijn wij ons zeker van bewust. Kijkend naar dit voorstel, vinden wij het jammer om geen evaluatie aan te treffen hoe maatschappelijke partners, ondernemers en wijkbewoners de samenwerking ervaren en waar het - volgens onze partners - anders zou kunnen of waar het juist goed en fantastisch is. Ook vinden we het jammer, dat de gemeentelijke ambassadeurs van dit ‘anders werken’ niet het management en het directieteam is, want - zoals al wordt aangegeven - zijn de wijkregisseurs en de communicatiemedewerkers vooral actief gezien, terwijl er aangegeven wordt dat er ook een cultuuromslag nodig is. Dat betekent een systeemverandering. Dat is inderdaad een organisatieontwikkelingsproces, zoals wel wordt genoemd in het voorstel.
Wat we als D66-fractie zien, is dat de intenties goed zijn, maar dat in de praktijk inwoners nog vaak ontevreden zijn over dat samenwerken en samendoen met de gemeente. Kijk als voorbeeld naar de omwonenden van het Kerkpad. Zij voelen zich niet gezien en gehoord. Dat is toch de basis die we moeten bieden als we vinden dat er samen gekleurd gaat worden. Dat brengt ons bij de vraag aan het College, of we het wel afdoende geregeld hebben op het moment dat we een “Nee” krijgen of als inwoners zich niet gezien en gehoord voelen. Hoe is dan het proces? We hebben in onze gemeente het recht om uit te dagen, maar is er ook een recht op samenwerking? Dit waren onze vragen. Dank u, voorzitter.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Schriks, de VVD.” Mevrouw SCHRIKS: “Dank u wel, voorzitter. De VVD vindt wat nu voorligt eigenlijk best een goed stuk, alhoewel het ons wel van het hart moet dat het samenwerken van mensen in de gemeente en dat willen samenwerken, niet echt nieuw is. Het is ook een beetje oude wijn in nieuwe zakken. Aan de andere kant is het wel belangrijk dat het gebeurt. Als je kijkt naar de manier waarop er is samengewerkt met inwoners van de Deventerweg, dan is dat eigenlijk heel goed gelopen. Ik denk dat dat ook een goed voorbeeld is hoe het kan. Samenwerken gaat verder dan samenwerken als doel op zichzelf, want samenwerken doe je om samen verder te komen.
Dat betekent ook, dat je in de gaten moet houden of dat gaat lukken. In het stuk staat dat veel meer mensen moeten meedoen, dat er participatie op maat moet zijn, vertrouwen in elkaar moet zijn et cetera, maar hoe ga je meten of je de dingen die je wilt, ook daadwerkelijk hebt bereikt?
318
Dat vind ik lastig in het stuk dat voorligt. Ik denk overigens ook, dat communicatie ontzettend belangrijk is, dus: wat wil je zeggen en hoe doe je dat? En dat het ook belangrijk is om mensen serieus te nemen, ook als ze lastig zijn. Immers, als ze niet lastig zijn, is het makkelijk, maar soms zijn mensen lastig. Dat weten we allemaal. Ook dát soort geluiden moet je serieus nemen. Grosso modo vinden wij het een goed stuk.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Manders, PvdA.” De heer MANDERS: “Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij te horen, dat iedereen het stuk naar tevredenheid heeft ontvangen. Ik ben misschien wat positiever over de ontwikkelingen die allemaal in gang zijn gezet. Ik zit hier vanavond met de pet op van raadslid, even ter informatie. Ik heb natuurlijk veel activiteiten op andere plekken in de stad en daar kom ik iedere keer weer dit verhaal tegen. Een belangrijk onderdeel van het stuk dat vanavond op tafel ligt, is één woord: vertrouwen. Vertrouwen geven, maar ook vertrouwen krijgen. Het is iedere keer een uitdaging om die bewoners te benaderen, mee te nemen in de stukken die er liggen. Het is niet alleen maar: ja, ja, ja. Nee is óók een antwoord. Dat geldt voor die bewoners en ook voor een raadslid of voor de raad. Dus, vandaar dat ik zeg: ik ben blij met dit stuk, maar hiermee zijn we nog niet.
Het is een begin om een betere en mooie stad te maken. De PvdA is voorstander van dit onderdeel en we steunen het van harte. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Boersbroek, Stadspartij.” De heer BOERSBROEK: “Dank u, voorzitter. De Stadspartij onderstreept het belang van burgerparticipatie, maar wil nogmaals benadrukken om dit voorstel zo breed mogelijk uit te rollen. Het is van belang dat we zoveel mogelijk inwoners goed weten te bereiken. Dat willen we nog meegeven. Afsluitend: de Stadspartij steunt dit voorstel. Dank u.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Brunsveld, CDA.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, dank u wel. Ik moet wel zeggen, dat de heer Logemann het mij buitengewoon moeilijk heeft gemaakt met zijn inleiding, want tot u spreekt een blanke man van middelbare leeftijd en – volgens mij – ook nog een bovengemiddeld ego ... Dus dat is best ingewikkeld op deze avond. Maar goed, ik doe toch mijn best. Het CDA vindt het een buitengewoon goed voorstel. Een hele mooie sleutelzin die we lazen in het stuk, is dat anders samenwerken een cultuurverandering is, waarbij we vooral doen, uitproberen en leren. Zo kijkt het CDA ook aan tegen dit onderwerp. Dat betekent, dat een aantal zaken vast heel goed gaat, maar ook dat sommige andere casussen veel minder goed gaan, misschien zelfs wel slecht gaan.
Wat ons betreft, is dat een voordeel; dat we daar echt van kunnen en moeten leren. Zoals u weet, hecht het CDA erg aan de c. In dit geval is dat de c van communicatie. Dat is essentieel om goed, anders te kunnen samenwerken. Om meer en ook echt die andere inwoners en ondernemers te bereiken, te betrekken en te enthousiasmeren. Behalve een sleutelzin, zit er ook een sleutelwoord in. Dat is ‘vertrouwen’. Durft en wil de raad, maar ook het College, vertrouwen aan de samenleving geven? Dat zal de komende periode moeten blijken, ofwel: practice what you preach! In goed Nederlands: laten wij doen, wat we zeggen. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Ackermans, Kies Lokaal.” Mevrouw ACKERMANS: “Dank u wel, voorzitter. Wij zijn ook voorstander van dit plan. Wij vinden het mooi om te lezen dat we de inwoners zien als expert die weten wat nodig is in hun directe leefomgeving. Daar moeten we ook gebruik van maken. Eigenlijk heb ik aan de hand hiervan een vraag aan wethouder Matser. Een praktijkvraag. In juli 2020 zijn wij als Kies Lokaal betrokken bij parkeerproblematiek aan de Henriette Polaklaan. Daar zijn veel inwoners die mee willen denken over de parkeerproblemen. We zijn negen maanden verder en er is nog steeds niets gebeurd.
Wij zijn benieuwd, hoe de wethouder dit dan in de praktijk wil doen, want het staat nu heel mooi op papier, maar wat maakt, dat het soms toch wel tergend langzaam duurt voordat een afspraak
319
gemaakt is? Deze mensen maken zich toch wel zorgen, nu de wethouder weg gaat. Alsnog heel erg gefeliciteerd met uw nieuwe baan, natuurlijk. Dat is voor u een hele mooie uitdaging. Maar, deze inwoners willen heel graag meedenken, maar er komt geen vervolg. Dus, hoe werkt dit?” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van Dijken, ChristenUnie.” De heer VAN DIJKEN: “Dank u, voorzitter. De ChristenUnie zal met enige scepsis vòòr stemmen omdat we op dit moment niets beters hebben. The proof of the pudding krijgen we nog. Dat is natuurlijk straks de invoering van de Omgevingswet en alles wat daarbij hoort. Als íets vraagt om participatie, is het dat wel. Ik las laatst in het VNG-magazine een mooie zinssnede: “Participatie is het ophalen van belangen onder de bevolking. Maar, de democratische afweging maak je in de raad.” Dat wordt nog een hele uitdaging voor ons. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Tot slot de heer Jansen, Bewust Zutphen Warnsveld.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het document dat nu voorligt, is een eerste basis, een eerste voorzichtige start. Je zou kunnen zeggen: waarom schrijven we eigenlijk niet op wat we precies willen? Maar goed, dit kan een eerste stap zijn. Ik hoop, dat we hier snel achteraan ook met elkaar gaan hebben over een transparant en open bestuur. Dat een combinatie is gezocht met de Omgevingswet, daar zijn we voorstander van.
Dat hebben we ook vaak geopteerd. Dat zou een dubbele slag kunnen betekenen en een nieuw moment om met een nieuwe werkwijze de zaken in te vullen. Het meest belangrijke is de informatie en de communicatie. Als dat niet op orde is, niet volledig, tijdig of juist is en de inwoners niet worden meegenomen in de processen, dan krijg je dat verwachtingen worden gewekt en dan zie je vaak, dat als het in de raad terechtkomt, en er al een heel proces van voorbereiding is geweest en dat de raad dan alleen nog even mag zeggen of het goed is of niet. Dat moet echt andersom en dat geldt voor élk voorstel dat uiteindelijk bij de raad komt te liggen. Dat zal nog een lange weg zijn, maar wat mij betreft, is dat vanaf morgen. Ik hoor graag de reactie van het College.” De VOORZITTER: “Dank u wel. Dan vraag ik wethouder Matser om kort en bondig te reageren.” Reactie College (Audiopositie 02:25:20)
Wethouder MATSER: “Voorzitter, kort en bondig op zoveel vragen ... Dat is nogal een uitdaging. Dit stuk is een kader. Daar wil ik mee beginnen. Dat kader hebben we opgesteld omdat we in de afgelopen jaren hebben gemerkt, dat er ontzettend veel initiatieven waren. Dat kunt u in de stukken lezen. Echt heel veel initiatieven: van inwoners, van de gemeente, in de samenwerking. De Deventerweg noem ik nog even, als een proef van de Omgevingswet over hoe we dat samenwerken nu eigenlijk doen, als het gaat om zo’n groot onderwerp als het aanpakken van een belangrijke verkeersader. Dat hebben we daar geprobeerd en dat is eigenlijk waar het in essentie om gaat. Het gaat - zoals de heer Brunsveld eigenlijk zo mooi aangaf - om doen, uitproberen en leren. En het gaat daarin om vertrouwen. Vertrouwen wat we moeten krijgen van de samenleving, maar ook vertrouwen dat we aan de samenleving moeten geven. Dat staat mooi verwoord in het stuk, vind ik zelf: onder 1, 2 en 3, waarin wordt aangegeven hoe we dat dan voor ons zien. Is het dan al helemaal klaar? Absoluut niet, want het is een kader. We zullen elke keer weer, als we aan de slag gaan met elkaar, moeten gaan kijken of dit kader behulpzaam is met datgeen wat we aan het doen zijn. Dat is het idee van dit kader. De vragen van D66 zijn wat lastig, want het gaat eigenlijk om de volgende stap.
Met dit kader hopen we, dat we kunnen werken aan een samenwerking, daar waar dat kan, tussen inwoners en gemeente. Soms is de gemeente aan zet. Soms kunnen inwoners aan de slag. We gaan elke keer goed kijken hoe we er een optimaal resultaat uit kunnen halen. We hebben daarin ook gekeken naar Mpower, want organisatiekracht is een kunst die niet iedereen meteen verstaat. Als je een idee hebt, heb je het nog niet helemaal uitgewerkt. Met Mpower
320
kunnen we heel mooi die stappen gaan zetten om tot een mooi plan te komen, inclusief financiering – niet alleen bij de gemeente, maar ook bij derden. U heeft ook een hulpmiddel ingezet. Dat willen we heel graag in dit stuk gaan inzetten. Dus, doen, uitproberen en leren. Dat is eigenlijk in essentie zoals we dat voor ons zien. Het gaat ook om een cultuurverandering in het gemeentehuis. Daar komt u met het College nog uitgebreid over te spreken, want samenwerken vergt vertrouwen van beide kanten: zowel van ambtenaren, als van het College, als van uw raad, als van inwoners. Vertrouwen dat we het goede willen doen en een mooi resultaat willen boeken. Dat is waar dit kader in ieder geval behulpzaam in wil zijn. Ik vind het fijn dat er zoveel positieve geluiden zijn als het gaat om dit kader. Ik wil het hier even bij laten, voorzitter. Ik heb niet alle vragen beantwoord, maar dat kan ook niet in de tijd die u mij gunt.” De VOORZITTER: “Nee. Ik gun u heel veel tijd, maar ik kijk op de klok. Het is tien uur. We hebben nog aardig wat stukken te doorlopen. Dus ik wil proberen om dit nu af te gaan ronden. Naar mijn smaak is de hele raad, met allerlei mitsen en maren, akkoord met dit stuk. Als iemand dat niet vindt, dan hoor ik dat graag. Dat betekent, dat dit stuk unaniem is aangenomen.” Besluit: Aangenomen.
13
MOTIE: ADVIEZEN REKENKAMER EN AUDITCOMMISSIE ALS BESPREEK- EN BESLUITPUNT OP DE RAADSAGENDA GRIFFIENR. 2021-M0011 (Audiopositie 02:29:38)
De VOORZITTER: “Dan gaan we verder met agendapunt 13: ‘Motie: Adviezen Rekenkamer en Auditcommissie als bespreek- en besluitpunt op de raadsagenda’. Wie van u wenst hierover het woord? De heer Verschure.” Eerste termijn De heer VERSCHURE: “Voorzitter, als indiener, en tevens met een kleine aanpassing op de motie, zou ik graag de aftrap willen doen. De VOORZITTER: “Prima.” De heer VERSCHURE: “De aanpassing is geweest, dat GroenLinks nu ook mede-indiener is, naast D66 en Burgerbelang. De reden dat wij deze motie hebben ingediend, is dat wij regelmatig gevraagd en ongevraagd advies krijgen van de Rekenkamer en van de Auditcommissie. Regelmatig worden dergelijke adviezen bij de prognosebrief, jaarrekening of begroting als extra memo toegevoegd, zonder dat de raad hier een besluit over neemt. Met de motie willen D66, GroenLinks en Burgerbelang Zutphen Warnsveld de waardevolle adviezen van de Rekenkamer en Auditcommissie een formele status geven door als raad formeel een besluit te nemen over deze adviezen. Dat is de achterliggende gedachte van deze motie. Ik weet niet of de andere twee partijen hierop nog iets willen aanvullen. Het lijkt of het een overbodige motie is, maar hij is wel nodig omdat we het nu niet doen.” De VOORZITTER: “Dat is helder. Zijn er nog aanvullingen? De heer Krans.” De heer KRANS: “Heel kort, voorzitter.
De motie zou overbodig moeten zijn, maar het is altijd goed voor de raad om zichzelf permanent deze spiegel voor te houden. Als je de Rekenkamer en de Auditcommissie aan het werk zet, dòè er dan ook wat mee en leg dat ook vast. Dank.”
321
De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Peteroff, VVD.” De heer PETEROFF: “Dank u wel, voorzitter. Ook de VVD vindt deze motie eigenlijk overbodig, maar omdat we zien dat het toch nodig is en we graag in onze rol willen komen en blijven als raad, steunen we deze motie van harte. Dank u wel.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Brunsveld, CDA.” De heer BRUNSVELD: “Voorzitter, het CDA vindt het heel goed dat de raad nogmaals uitspreekt dat adviesorganen als de Rekenkamer en de Auditcommissie serieus worden genomen. Goed dat deze motie er is. We zullen deze ook vol vreugde en van harte steunen.” De VOORZITTER: “Dank u wel. De heer Jansen.” De heer JANSEN: “Voorzitter, het is voor een deel al gezegd. De motie is in die zin overbodig, maar ook weer nièt overbodig. Het is verstandig, om daar een raadsuitspraak over te doen. Maar, een motie is een motie. Dan stel ik aan de raad en de indieners voor, om dat ook in de documenten die we hebben vastgesteld voor de Auditcommissie en Rekenkamer op te nemen. Dan is dat ook actueel en beter voor de toekomst om het tijdig via de Griffie naar de gemeenteraad te sturen. Sterker nog: beide organen zijn natuurlijk gevraagd en ongevraagd adviserend. Als de raad vrijwillig wordt geadviseerd, kun je je afvragen of het de stap moet hebben, zoals nu wordt voorgesteld. Daar kan de raad altijd nog over beslissen.